Issuu on Google+

Hoe ben ik ‘ik’?

8

de genadige uitverkiezing de bink

40

20

#3 41


Het dominass team is er voor u! Dominass assurantiën bv

“De predikanten verzekeraar” Dagelijks zetten onze specialisten zich in om de verzekeringen van inmiddels ruim 3.500 predikanten zo goed mogelijk te beheren. Kennis van zaken, een uitgekiend verzekeringspakket en een grote betrokkenheid bij uw persoonlijke situatie! Kennismaken is eenvoudig: bel en u ervaart het Dominass gevoel.

0344-642404

INFO@DOMINASS.NL

-

W W W. D O M I N A S S . N L


Caementarius Oboediens Recte Norma Utitur het officiële orgaan van het Corpus Studiosorum in Academia Campensi

“Fides Quadrat Intellectum”

Inhoud Hoofdredactioneel

K.S. Tamminga 4

Praetoriek

L. Dubbink 5

Ab-actiaat

R.D. Elzinga 6

Hoe ben ik ‘ik’?

R.D. Elzinga

8

Leerling Cornulist 14 CK

K.S. Tamminga en C. van Zwol

Prio[ri]tijd

C.P. Hamstra 18

De genadige uitverkiezing

A.J. Riemer 20

Open brief

J.R. Cramer 26

Interview met Gerben Meijer

L. de Haan-Wilts 28

16

“Ey, hun vreetkeet is verkrekt kapot” J.L. van Eekeren 32 NSE Next Meditatie

R.I. Dam 34

The Broken Circle Breakdown

W. Dam 38

De Bink

A.M. Clement 40

Varia 42

Redactie K.S. Tamminga M.A. van der Welle Y.E. Seong C. van Zwol A.J. Riemer G.M. van Dijk M. Kamp

Contact Hoofdredactie Broederweg 8 8261 JN Kampen cornulist@gmail.com

Adres Ab-actiaat De la Sablonièrekade 4 8261 JN Kampen

Abonnement €15,- per jaar Postbank 825416 t.n.v. Studentencorps F.Q.I., Kampen

3


Hoofdredactioneel Amicae amicique,

Het is een winter van niks. Waterkou. Ik heb niks tegen kou, een muts en sjaal bieden uitkomst. Maar waterkou, daar kan je niet op schaatsen. Was het maar warm of koud… De gure temperaturen trekken langzaam in mijn botten, bovendien is het grijs. Heel af en toe steekt de lente al de kop op, maar ergens vind ik dat we die nog niet verdiend hebben. De winter mist de Unox-factor, en dus heet ik ook de lente nog niet welkom. Hoeveel watercornu’s zijn er niet verschenen in de loop der jaren (eeuwen?). Cornu’s die niet warm of koud zijn… Soms mist de Cornu een hart. Dat hart, dat zijn de schrijvers en lezers. Maar deze keer is dat wel anders. De Cornu is gevuld met bijdragen uit veel verschillende

hoeken. En veel ervan is spontaan ingeleverd, top! De cornuredactie is blij met uw inbreng en moedigt u aan. Laat de Cornu niet lauw worden. Geen waterkou op het corps. Geniet dus van het lezen en laat u inspireren. Vraag u af: ben ik de volgende die wordt gefileerd door CK? En weet u eigenlijk al wie de cornulist is? Ik heb het goede antwoord nog niet gehoord… Vraag u af wat het hoorderbeeld van am. Waalewijn is, en hoeveel tijd de hoofdredacteur heeft besteed aan dit voorwoord. Kortom: houd, ook als lezer, dit medium levend. Draag bij aan de hartslag van de Cornu. En wilt u helemaal de blits maken: stuur wat in voor de volgende Cornu. De deadline voor de volgende en laatste Cornu van dit jaar: 12 mei, 23:59 uur.

Fideliter,

K.S. Tamminga, h.t. hoofdredacteur Cornu

4 Welkom in zowel onze fysieke als online winkel

GRONINGEN | WWW.BOEKHANDELRIEMER.NL


Praetoriek Langzaamaan komt de zon weer achter de wolken vandaan. Ondanks de kou is de warmte van de zon weer te voelen. De winter nadert zijn einde en de lente is in aantocht. Van een strenge winter is dit jaar niet echt sprake geweest. Voor de Nederlanders had het dit jaar geen zin om de ijzers onder te binden om het natuurijs op te gaan. Zij moesten het doen met het kijken naar de Olympische Spelen om daar hun winterse behoeften te bevredigen. Het restje behoeften dat overblijft kan de ijskast in om er misschien volgend jaar weer uitgehaald te worden. Wie weet gebeurt dat binnenkort nog, maar de voorspelling is dat dat mee (of juist tegen) zal vallen. Hoewel de Soos misschien niet de best geïsoleerde plek in Kampen is, was daar van kou deze winter niet echt sprake. Een strenge winter, die eigenlijk ieder jaar wel weer langskomt, viel dit jaar tegen (of juist mee). Heeft F.Q.I. een winterslaap echt nodig en zal het Corps nog een dutje gaan doen? De voorspelling is dat dat mee (of juist tegen) zal vallen. Met een verkiezingsvergadering voor de deur is het inderdaad de beste keus om de ogen open te houden. En wie al één oog dicht had gedaan, was wakker geschud door de onrust om zich heen dat, na verlating van enkelen bij een dispuut, een nieuw dispuut zich aan het vormen was. Amice De Wind dacht zich goed voor te bereiden op een strenge winter door op een avond een pinguïnpak aan te trekken om zich op die manier soepel te kunnen bewegen op het gladde ijs dat de winter met zich mee zou brengen, maar heeft die betreffende avond uit nood betiteld als ‘vrijgezellenfeest’ om vervolgens zo snel als mogelijk te gaan trouwen zodat hij zijn onrust over de verwachte maar tegenvallende (of juist meevallende) winter niet hoefde te laten merken. Als eerst getrouwde van dit jaar staat hij bovenaan een lange lijst van dit jaar in de huwelijksboot stappende amici. Mooi weer is haast gegarandeerd.

Corpus vivat!

L. Dubbink, h.t. Praetor corporis

5


Het aLZiend OOG Amicae amicique, stel u voor – dat moet niet zo moeilijk zijn: u heeft een fijne tijd op soos. mogelijk hebt u net het onverstandige biertje achter de kiezen en dringt het tot u door dat u deze vrijdagmorgen niet op half negen aan de studie zult zitten. u loopt even naar beneden om een luchtje te scheppen. Omdat u daarvoor iets te gehaast de trap afloopt struikelt u half over uw eigen voeten op de laatste paar traptreden en maakt daardoor bijna een snoekduik op de stenen plavuizen van de universiteitsvloer. nog net kunt u uzelf behoeden voor deze zelfvernietiging en half op uw knieën strompelt u vooruit. een paar meter later staat u, gelukkig voor uw gezicht, weer stevig op beide benen. Verschrikt kijkt u om u heen en beseft tot uw grote opluchting dat niemand u heeft gezien. snel herstelt u zich en omdat u de eerste voetstappen alweer op de trap hoort, vervolgt u snel uw weg. u maant uzelf tot rust en loopt naar buiten, waar verschillende amici staan te roken en een amica hen gezelschap houdt (mensen die roken zijn doorgaans immers gezellig). al met al blij dat niemand u heeft gezien neemt u deel aan het gesprek. Het kan natuurlijk ook voorvallen wanneer u na een goede soosnacht weer op weg naar huis gaat en u met een elegante beweging uw jas aan denkt te trekken maar dit toch iets minder sierlijk uitpakt dan u had gehoopt. bij de zwiep die u maakt vliegt uw jas bijvoorbeeld uit uw handen.

Verdere voorbeelden zal ik niet noemen, maar vult u ze vooral zelf in; rariteiten die u in de hal van de tu zijn overkomen. Vooral die dingen waarvan u tot nu toe in de veronderstelling leeft dat niemand ze heeft gezien… Helaas moet ik u namelijk uit die droom helpen. alle onbehouwenheden, struikelpartijen en wedijver die zich op de hal van onze universiteit mogelijk hebben afgespeeld zijn wel gezien. dacht u echt dat die camera ’s nachts is uitgeschakeld? Leefde u serieus in de veronderstelling dat niets van alle klungeligheden die u bent begaan in die ruimte gezien werden? Houdt u uzelf zo voor de gek? Zo’n ding hangt er niet voor niks. Hij wordt geactiveerd door beweging. enkel wanneer u dus in slow motion van de trap dondert bent u onopgemerkt gebleven. de camera staat niet uit. Hij detecteert elke beweging die gemaakt wordt in zijn schootsveld en neemt vanaf dat moment alles op wat er gebeurt. Wees dus niet bang dat niemand het gezien heeft, amica aut amice! de beelden die door de camera worden opgenomen worden maandelijks teruggekeken. bovendien worden de écht gênante momenten door verschillende, niet bij naam te noemen medewerkers van de universiteit. Waarschijnlijk kunt u zelf ook wel namen verzinnen van studenten die bij deze gegevens kunnen en al sinds jaar en dag dat zij op de universiteit rondlopen weet hebben van dit alziende oog in de hal. doe er uw voordeel mee.

6


amicalia Het is rustig in amicaal nederland. Het is februari, hoe kan het ook anders. er is in de tussentijd weinig gebeurd. Geen vergaderingen van VGsnederland waarover ik u verslag kan uitbrengen en geen zoetsappigheden over amicale contacten. enkel een feestje in januari waarover ik wegens belangenverstrengeling niet te veel uitspraken over kan doen. er is natuurlijk wel het ĂŠĂŠn en ander mee te delen: Het PaCo ligt in het vooruitzicht (3 t/m 5 april, voor de onwetenden). de senaat hoopt dat er een mooie delegatie naar dit jaarlijkse congres zal gaan. Hij roept u dan ook op om te overwegen om u op te geven. daarnaast kan ik u meedelen dat het amicaal weekend in Kampen dit jaar gehouden zal worden met de VGsL van 23 tot met 25 mei. tot slot: de senaat is bezig met het kijken naar de mogelijkheden voor de lustrumreis die u nog tegoed hebt. Hierover houd ik u op de hoogte.

Met immer amicale groet,

r.d. elzinga, h.t. ab-actis corporis

7


Hoe ben ik ‘ik’? Over authenticiteit

Een mens heeft een identiteit en daaraan kan hij trouw of ontrouw zijn. Dat is kort gezegd waar het in dit artikel over gaat. Ik zal uiteenzetten wat de visie van verschillende filosofen op dit onderwerp is. Wat houdt authenticiteit precies in en hoe ben je authentiek? Aan het slot van dit artikel wordt een standpunt bepaald. Omdat authenticiteit sterk verband heeft met identiteit, kan ik er niet omheen om eerst iets over identiteit uiteen te zetten. Hierbij houd ik me bij een christelijke visie daarop. Aan de hand van Gerrit Glas zal ik kort uiteenzetten wat hieronder wordt verstaan.1

Identiteit Identiteit gaat over dat wat eigen is aan de mens, wat hem onderscheidt van andere dingen en zaken binnen de werkelijkheid. Dat is erg algemeen. Gerrit Glas noemt voor het omschrijven van een christelijke visie op identiteit een vijftal bronnen. Allereerst zijn er de vragen rondom oorsprong, zin en doel die gesteld moeten worden. De mens is geschapen door God (de oorsprong) en naar geschapen zijn beeld. Daarin ligt zijn zin en zijn doel ook vast. Hij is niet mens op zichzelf, maar hij is door God geroepen en is bedoeld om te beantwoorden aan die roeping. Hij is geschapen voor een leven met God in Zijn koninkrijk.2 Als tweede bron noemt hij het belang van het erkennen van de realiteit van het kwaad. De mens, hoewel goed geschapen, is gevallen in zonde. Daardoor is hij niet meer in staat het goede te doen en is het kwaad zelfs ten volle realiteit geworden in de mens. De derde bron, de grenzen van het leven, houdt in dat de ziel van de mens in principe sterfelijk 1 Glas, I-II. 2 Dit houdt nauw verband met wat Kierkegaard zegt over de mens. Dit komt verderop terug.

8

is. De onsterfelijkheid van de ziel ligt niet in haar eigen aard vast; het is niet vanzelfsprekend maar het is iets dat door Gods reddende kracht gebeurt. Het sterfelijke lichaam van de mens gaat, na het wijken van het leven (de ziel), al snel over tot ontbinding. Over de ziel stelt Glas dat deze onwaarneembaar is, dat het meer is dan het totaal van iemands mentale functies (ook het kloppen van het hart en de ademhaling zijn op de een of andere wijze inbegrepen). Het verschil tussen mens en dier, de vierde bron van identiteit, zit volgens Glas voornamelijk in het punt van het handelen. Een dier reageert vanuit zijn instinct op wat er om hem heen gebeurt. Hij heeft daarin geen vrije keuze. De mens, hoewel hij óók reactief is, heeft de mogelijkheid om zijn handelen vrij vorm te geven. Hij voelt mogelijk een instinctieve reactie opkomen, maar kan hierin een vrije keuze maken om die reactie daadwerkelijk te uiten of niet. De vijfde bron omvat de religieuze motivatie van de zingevingsvraag. Dit vloeit voort uit de eerste bron die Glas noemt; zijn geschapen-zijn door God. Het feit dat de mens zoekt naar zijn duidt op zijn transcendente herkomst. Deze bronnen beschrijven wat de mens is. Daarmee is de mens enkel nog maar onderscheiden van de overige zaken binnen de werkelijkheid. De vraag wie de mens is blijft echter nog staan. Hiervoor noemt Glas een aantal zienswijzen die ik hier kort zal noemen. Men kan stellen dat de wijze waarop de persoon zelf de wereld om hem heen ervaart als kenmerkend voor het individu zien. Daarnaast is er ook de mogelijkheid om de naturalistische opvatting aan te hangen dat ieder mens een bepaalde functionele toestand heeft van een unieke verzameling delen waaruit hij is opgebouwd. Glas kiest zelf, in aansluiting op


Strawson, voor de opvatting van de primitiviteit van het persoonsconcept. Dat wil zeggen dat het onachterhaalbare karakter van het ‘ik’ een uitdrukking van de transcendente oorsprong ervan is. In dit verband spreekt hij ook van de mens als aangesproken mens, wat hij het tweedepersoonsperspectief noemt. In het kort houdt dit in dat ik ben wie ik ben door wie mij aanspreken en door wie ik mij laat aanspreken.

Authenticiteit Sartre

Nu kan worden gesproken over authenticiteit. Daarbij is er allereerst aandacht voor de mens die kiest. Wanneer de mens nadrukkelijk zelf kiest is hij authentiek. Sartre stelt in dit verband dat wat de mens kiest goed is, simpelweg omdat hij het zelf kiest. Hieruit komt een angst voor de ander naar voren die mij kan beperken in mijn vrije keuze. Buiten de mens bestaat volgens Sartre geen enkele norm; het is de menselijke keuze die bepaalt wat goed en slecht is. Deze visie past niet binnen een christelijk verstaan van authenticiteit omdat het de aanspraak van God op de mens niet toe kan laten. Sartre heeft echter wel een goed punt wanneer hij stelt dat de mens die geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen daden, maar zich verschuilt achter zijn driften of één of andere deterministische doctrine, zichzelf bedriegt.3

De Lange

anders kunnen we niet leven. Bovendien wordt onze identiteit bepaald door wat we kiezen. Op dit punt grijpt De Lange naar Kierkegaard, die stelt dat het noodzakelijk is voor zelfrealisatie om zelftranscendentie te hebben. Alleen op die manier kan men een waardig leven leiden. Deze zelftranscendentie bestaat hierin, dat de mens niet enkel individu, maar ook geroepene is, in het bijzonder door God. Door die roeping krijgt de mens een bepaalde taak en daarmee verantwoordelijkheid. Om authentiek te zijn moet hij die verantwoordelijkheid op zich nemen en beantwoorden aan zijn roeping. Uiteindelijk komt het zo aan op één ultieme keuze; “The choice whether you want to invest your finite self in the concrete life with the Other and others – or not.” 4 Al met al ligt volgens velen de authenticiteit besloten in het feit dat men kiest. Wanneer men uitgaat van het volledig autonome ik wordt daarmee wat men kiest automatisch goed. Wanneer met in aansluiting op Kierkegaard meer aandacht heeft voor het transcendente, voor de mens als door God geroepene, dan komt daar een absolute morele norm bij; de mens moet dan beantwoorden aan zijn roeping om goed te handelen en authentiek te zijn. Daarmee zijn we beland bij de filosofie van Charles Taylor.

Taylor

De Lange stelt dat kiezen voor de mens in de moderne tijd een belangrijk gegeven is. Hij wil volledig autonoom zijn en daarom keuzes maken. Het liefst zou hij de toekomst in het heden trekken om die zo maakbaar te maken. Het succes van het bestaan hangt af van de mate waarin de mens de door hemzelf gestelde idealen kan verwezenlijken en in hoeverre hij succes en falen hierin kan interpreteren en, zo nodig, herinterpreteren. Door deze visie op de mens reist echter een gebrek aan het transcendente (duidelijk bij Sartre te herkennen). Zo komt De Lange uiteindelijk tot de stelling dat het leven van de eenentwintigste-eeuwse mens getypeerd kan worden als ‘keuze biografie’; we móeten kiezen,

Taylor stelt dat de moraal van de moderniteit wordt gekenmerkt door drie morele assen: 1) het respect voor de persoonlijke autonomie, 2) het individuele ontwerp van een zinvol leven (dat is authenticiteit volgens Taylor) en 3) erkenning en waardering van de persoon en zijn keuze in het kader van de verdeelde morele ruimte van de moderniteit. Taylor laat zien dat de tweede as in de moderniteit langzaam is gaan domineren en nu een moreel ideaal is geworden. Niet luisteren naar je innerlijke stem is immoreel geworden. Het gevolg daarvan wordt door Dohmen erg duidelijk verwoord: “De moderne vrijheid heeft tegenwoordig de gedaante aangenomen van het oppervlakkige, narcistische ego dat alle externe eisen als bevoogdend afwijst onder het motto: ik

3 Sartre.

4 De Lange, 293.

9


ben zelf de maat van alle dingen. Ik maak dus zelf wel uit wie ik ben en hoe ik leven moet.” 5 Volgens Taylor komt dit door een verwaarlozing van solidariteit en burgerschap (een voorbeeld van de zelftranscendentie waar eerder deze paragraaf over geschreven is). Dit zal zich uiteindelijk tegen het individu keren; alle relaties zullen gaan dienen tot de verwerkelijking van het ideale zelf. Hiertegen neemt Taylor stelling: het individu kan niet geheel op zichzelf beslissen wat van belang is. Hij leeft binnen een universele morele horizon. Dat doet in principe niet af aan de innerlijke stem van de mens die in hem het concrete handelen teweeg brengt, maar het betekent wel dat het handelen van de mens pas goed is wanneer dit plaatsvindt binnen de kaders van de fundamentele morele waarden. Het goede leven kan volgens Taylor namelijk niets anders betekenen dan het moreel goede leven. Om deze redenen mag het individu zich niet onttrekken aan de dialoog met anderen. Hij is de geroepene (Kierkegaard). Hij is volledig verantwoordelijk voor zijn eigen handelen, maar dat wil geenszins zeggen dat hij daarom maar gewoon los van God of gebod kan kiezen en dat wat hij kiest per definitie goed is omdat hij kiest (Sartre). Wat goed is ligt niet in die mate vast dat het concrete handelen er direct uit voort kan komen, maar wel in die mate dat er te spreken valt van een universele morele horizon die een richting het morele handelen aangeeft. Anders gezegd: er is niet zozeer sprake van een universele concrete norm maar veelmeer van universele abstracte waarde.

sprake wanneer iemand geconfronteerd wordt met een ander die anders is. Dan begint men bij het daadwerkelijke verschil tussen hen beiden en niet vanaf het meest basale van de werkelijkheid. Hieruit leidt Taylor af dat er dus een zekere consensus is over wat belangrijk is om over te spreken en wat niet. Zo kan hij dan uiteindelijk ook tot de volgende stelling komen: “Authenticity is not the enemy of demands that emanate from beyond the self; it supposes such demands.” 6 Kort samengevat wat Taylor bedoelt te stellen: authenticiteit is wel degelijk dat wat de mens definieert, maar staat daarin niet op zichzelf. Ze vindt plaats binnen de werkelijkheid waar sprake is van morele horizonnen. Dat maakt dat authenticiteit voor ieder mens iets anders inhoudt, het is voor ieder mens verschillend, maar er zijn daarbij wel grenzen aan verbonden; niet alles is zondermeer goed. Voor iedereen is er een bepaalde manier van mens zijn die een persoon ‘eigen’ is. Iemand kan ‘zijn ding doen’. Dat is: zijn eigen ding doen, doen wat eigen aan jezelf is, wat wezenlijk is voor je eigen persoon. Luisteren naar je innerlijke stem hoort daar zeker bij, zolang die maar in contact blijft staan met de buitenwereld. Hier steekt het eerder genoemde tweedepersoonsperspectief van Geertsema weer de kop op, alsmede de mens als geroepene zoals Kierkegaard dat schetste.

Volgens Taylor gaat het er bij authenticiteit dus met name om dat men op moreel vlak voldoet aan de universele en absolute waarden die voor ieder mens gelden. Men kan namelijk niet zomaar stellen wat van waarde is. Dat ligt voor ieder mens vast. Taylor grijpt daarbij terug naar waarmee iemand zichzelf definieert; aan de hand waarvan hij zijn identiteit beschrijft. Een persoon moet zijn identiteit namelijk definiëren aan de hand van kenmerken die ertoe doen. De vraag naar wie men is, wat iemand definieert komt pas ter

Dohmen brengt een aantal punten van kritiek in tegen Taylor. Allereerst stelt hij dat Taylor geen aandacht voor de specifieke rol van de subjectiviteit in onoverzichtelijke situaties waarin bepaalde waarden elkaar tegenspreken. In de lijn van Taylor gedacht lijkt het echter waarschijnlijker dat Taylor dit overlaat aan de vrije keuze van het individu; dit is een typisch voorbeeld waarin mensen van elkaar kunnen verschillen en toch beiden goed kunnen handelen en authentiek kunnen zijn terwijl ze andere dingen vinden. Neem het voorbeeld van een passivist en een soldaat. De passivist zal elke oorlog afkeuren omdat moorden moreel verkeerd is. De soldaat zal zekere oorlogen en moorden goedkeuren, omdat doormiddel van die oorlog

5 Dohmen, 52.

6 Taylor, 41.

10


een bevolking of bevolkingsgroep nog groter onrecht bespaard blijft. Daarbij blijft echter staan dat Taylor hier weinig aandacht aan besteed. Daarnaast stelt Dohmen dat Taylor niet volledig recht doet aan Nietzsche, waarin Taylor een onverwachte medestander voor zijn idee over de postmoderne conditie vindt. Taylor gaat hierin volgens Dohmen voorbij aan het idee van Nietzsche dat achter ieder universalisme een machtsaanspraak schuilgaat. Ten slotte is Dohmen van mening dat het nietzscheaanse antwoord om de laatmoderne queeste naar authenticiteit meer waarheid bevat dan dat van Taylor omdat het voorstel van morele authenticiteit van Taylor, inauthenticiteit eerder in- dan uitsluit. Iets op de zaken vooruitlopend kan hierin een fundamenteel verschil tussen deze beide filosofen worden herkend. De één is duidelijk atheïst, of op zijn minst agnost, de ander duidelijk gelovig. De filosofie van Taylor staat of valt met het erkennen van een God die goed is en ons het goede laat kennen.7 Dit laatste vormt de opmaat voor mijn eigen standpunt, waarvan ik pretendeer dat het een christelijk standpunt is. Daarop kom ik aan het eind van de volgende paragraaf terug.

Mens zonder bedrog8 Met Taylor wordt hier gezegd dat authenticiteit een moreel ideaal is. Men wil uiteindelijk ‘goed’ zijn. Daarmee is niet gezegd dat iedereen hetzelfde is of moet worden. Iedereen heeft een eigen authentieke wijze van het invullen van het goede, echter, wel binnen de morele horizonnen. Er is wel degelijk een morele waarde die buiten de mens ligt. Mensen hebben hier gevoel voor. Het voorbeeld dat Taylor noemt, dat men een gevoel heeft voor wat relevant is wanneer men gevraagd wordt naar bijvoorbeeld identiteit, laat blijken dat dit in de werkelijkheid te herkennen is.9 Daarnaast is kiezen is inderdaad een basale 7 Dohmen, 53-56. 8 Naar Jh. 1,47. Jezus noemt in dit vers Natanaël een mens zonder bedrog. 9 Taylor, 31-41.

vereiste voor authenticiteit. Dit hangt nauw samen met de wil van mensen in de huidige tijd om volledig autonoom te zijn. Niet zozeer wat je kiest, maar veelmeer hoe je kiest en van waaruit je kiest zegt erg veel over wie je bent en of je wel of niet authentiek bent. Het gevaar daarbij is dat men zich uitsluitend richt op het eigen kiezen en dat dit kiezen volledig onafhankelijk van andere aspecten bepalend wordt voor de authenticiteit. Zoals hierboven beschreven is dat niet juist. Er moet op een bepaald niveau beantwoord worden aan een transcendente waarde. Daarmee is wat Sartre stelt in beeld. Hoewel hij wel degelijk gelijk heeft wanneer hij zegt dat ieder mens zelf verantwoordelijk is voor zijn keuzes en de daden die daaruit volgen. Ook wanneer hij stelt dat de mens zich niet achter zijn driften of deterministische doctrines kan verschuilen raakt hij de kern. Daarentegen is wat Sartre’s stelling dat wat de mens kiest automatisch goed is wanneer hij het zelf kiest incorrect. Dit strookt niet met de vereiste om te beantwoorden aan de transcendente waarde van Taylor die eerder werd beschreven. Hier wil ik kort aanvullen waar Taylor volgens mij aan voorbijgaat. Hij lijkt authenticiteit namelijk enkel vanuit het morele perspectief te benaderen. Hoewel hij dat erg duidelijk doet en daarin mijns inziens de kern raakt, mis ik de aandacht voor de gebrokenheid van de schepping, dat juist daarbinnen ook zijn plaats zou moeten hebben. Authenticiteit mag dan een moreel ideaal zijn, als christen kan ik hieraan nooit volledig voldoen. De mens kan niet volledig goed kiezen en handelen in dit leven; zijn zondige aard zit hem daarbij te veel in de weg. Bij Taylor lijkt echter authentiekzijn samen te vallen met goed-zijn. Daarom kom ik hier tot de volgende aanvulling op Taylors visie: authenticiteit houdt, naast het streven naar het goede leven dat voor mij eigen is ook in, dat men oprecht is en spreekt over de invulling van dat eigen goede leven. Dat houdt in dat men niet enkel over het eigen morele kunnen openheid geeft, maar ook over de eigen gebreken, over het morele falen. Daarmee wil ik hier het accent dat Taylor voor authenticiteit legt deels verleggen. De mate waarin men authentiek is ligt niet volledig 11


vast op of men goed leeft, maar in hoeverre men hierover oprecht naar zichzelf kijkt en daarover ook communiceert naar anderen. er moet daarbij echter, zoals de ruijter stelt, een redelijk (verstandig) maximum aan transparantie zijn. dat geldt voor mensen op zich, en daarbij ook en mogelijk in hogere mate voor ambtsdragers.10

Glas, G. Wat een christenfilosoof over de mens te zeggen heeft. Leiden: radboud universiteit (collegedictaat, 2002).

tenslotte, wanneer men beseft waar men op moreel vlak wel en niet toe in staat is kan men zich ook afhankelijk maken of weten van een ander, dan wel de ander. dat wil niet zeggen dat men de verantwoordelijkheid van zich afschuift. de mens blijft zelf verantwoordelijk voor zijn daden. Hij blijft namelijk een individu die zelf zijn keuzes maakt, die zelf handelt. daarbij is het belangrijk om hier het eerder genoemde citaat van de Lange te benadrukken en te evalueren. uiteindelijk komt het aan op een keuze: is er de wil om je afhankelijk te stellen van de ander, van God. dit heeft verstrekkende gevolgen voor het besef van wat goed is en wat niet. als men het transcendente uitschakelt, als men ‘God vermoord’ dan blijft er als snel geen morele norm, waarde of horizon over. bij het verschil tussen dohmen en taylor wordt de keuze al duidelijk. Wil men zich afhankelijk maken en weten van een transcendente waarde, van God – of niet? er is sprake van een keuze. er moet sprake zijn van een keuze.

De Ruijter, C.J. Colleges over Ambtsleer, i-iii. Kampen: theologische universiteit (11-11-2012 – 17-12-2012).

r.d. elzinga

bronnen Dohmen, J. ‘de laatmoderne queeste naar authenticiteit’, Wijsgerig Perspectief 41, nr. 3 (2001), 46-56. 10 de ruijter, ii.

12

Lange, F. de, ‘becoming Oneself: a Critical retrieval of ‘Choice biografy’’, Journal of reformed theology (2007), 284-293.

Sartre, J.P. Existentialism is a Humanism (1945), op: http://www.public.asu.edu/~jmlynch/273/ documents/sartre-existentialism-squashed.pdf. Taylor, C. the ethics of authenticity. Cambridge, massachusetts: Harvard university Press (1992).


13


LEERLING Opleiding, dat is het woord dat ons leven aardig typeert in Kampen. Het lijkt ook wel alsof we dat steeds belangrijker gaan vinden. Van sommigen zou je zelfs zeggen dat ze er nooit genoeg van krijgen. Neem nou de prio’s. Een tamelijk recent ontstane theologensoort. Maar let eens op hoe snel ze in getal toenemen. Je zou denken: Heb je zes (zeven, acht) jaar geploeterd in een strak studiegareel, zetten ze nog geen punt achter de opleiding. Ben je eindelijk in het bezit van het felbegeerde diploma (met praktijkaantekening), volgt er nog een heel traject. Kun je eindelijk eens aan de slag als voorganger, werk je nog onder de paraplu van een ander. Je zou haast zeggen: ze hadden allang leraar moeten zijn, maar ze zijn nog steeds in opleiding. *** Het is natuurlijk allemaal begonnen met die PEP. OK, permanente educatie is prachtig. Bijspijkeren, natuurlijk hebben dominees dat nodig. Maar soms krijg je het idee dat het ook wel lekker relaxed is. Jaarlijks een beetje PEP-shoppen. Soort reünie, door de TU georganiseerd, compleet met prima lunch en certificaat. Mooie dagbesteding! Opgeleid worden, je krijgt er geen genoeg van. Hoewel, het zijn vaak wel dezelfde gezichten die je er ziet. Ik weet er wel een paar die structureel wegblijven. (Ssst… Wist je dat Joop Hartman stiekem een lijst had van gasten die denken dat ze dit niet nodig hebben...? Die kende z’n pappenheimers!) De synode zou het eigenlijk wel eens verplicht mogen stellen, die PEP. Maar ja, wat is een synode nou eigenlijk? Ik las dat ze eerst eens een weekend zijn gaan kennismaken. En toen moesten ze ook nog eens les volgen bij de Adviseur. Eigenlijk is zo’n synode dus ook in opleiding. Geen GS maar een SIO. (Misschien ook wel handig als ze straks een rapport gaan behandelen waar

14

ze niet uit komen. Kan je altijd zeggen: ‘Wij zijn nog maar in opleiding. Laat ons eens even verder studeren.’) *** Tja, wie had dat gedacht, dat verder studeren zo populair zou worden? Dat gaat natuurlijk onherroepelijk doorwerken met al die benoemingen die er aan komen. Je zag het al in Apeldoorn. Benoemen ze wel nieuwe mensen, maar ze hoogleraar maken, vergeet het maar. Ze hadden er trouwens wel een mooie aanduiding voor: ‘tenure track’. Geheimzinnig label! Maar je zult zien: het betekent gewoon dat wij straks ook met een paar HIO’s zitten. Let maar op! Trouwens, hoe spreek je zo’n hoogleraar in opleiding eigenlijk aan? Stel je voor, je zit op college en je wilt een intelligente vraag stellen, maar ja, die man is geen professor. Misschien moeten we wel gewoon ‘Pio’ zeggen. (Voel je die andere variant per ‘vergissing’ aankomen…?) Zouden die afzwaaiende docenten dit trouwens wel door hebben? Die stammen allemaal nog uit de stoere tijd. Toen werd je gewoon benoemd, punt uit. Gepromoveerd of niet. Maar die jongens moeten toch ook zo langzamerhand wel inzien dat het leven niet zo eenvoudig is. Alsof je zo maar zonder enige opleiding met emeritaat kunt gaan. Dat moet je ook leren! Dat heb je echt niet zo maar onder de knie. Laat ze alsjeblieft een poosje aan de geraniums wennen onder de paraplu van een ervaren emeritus (maar dan ècht een rustige...). Kortom: zij worden dus EIO. *** Eigenlijk zijn we dus allemaal nog steeds in opleiding. Kijk om je heen en je gaat het steeds meer ontdekken. Als Corpslid b.v. heet je voortaan Fidelio. En we hebben op termijn een nieuwe TWIO nodig (Tom Waalewijn in opleiding)… Je zou er haast een prijsvraag aan verbinden: Vind (of verzin) de opvallendste IO.


Wat dacht je van onze rector? Die is natuurlijk ook nog maar een RIO. Ok, als je wilt kunnen we hem Rio Grande noemen, maar hij blijft in opleiding. Niemand moet denken dat hij zo’n job zo maar onder de knie heeft. Je moet ook een tijdje zo maar wat proefballonnetjes kunnen oplaten voor je het echte werk gaat doen. *** Heb je intussen door wat een paradigmashift zich aan het voltrekken is? Heel het leven wordt zo een soort introper. We zijn dus allemaal nog maar leerling. Als we dat maar weten. En willen weten!

Cornulio

15


Al tweemaal heeft uw geliefde team fashionistas (niet te verwarren met de gelijknamige film uit 2002!) uw geweten gescherpt. Helaas, het viel ons op dat er van bekering zo weinig sprake is. Wat moet onze hoogleraar met kardinaalssokken hiervan denken? Heeft de eer dan definitief plaats gemaakt voor grillige, flinterdunne trends en schandalig onverantwoorde garderobes? U draagt dingen die voor kleding moeten doorgaan, maar u had net zo goed naakt kunnen rondspringen en dansen rond dat gedrocht in dat fietsenhok dat men pleegt te benoemen als een ‘pingpongtafel’. Maar goed, wij kennen onze pappenheimers. Daarom hebben we nu eens onze amice Ronald Elzinga uitverkoren. We stellen hem u allen nog eenmaal tot afschrikwekkend voorbeeld, in de hoop dat u uw leven betert. Deze keer dan wel. Hopelijk. Ooit. 1. Ga met je leeftijd mee We weten niet zeker of Ronald op deze foto al verkeert, maar in ieder geval is haar invloed nog niet zichtbaar in de kleding. We weten ook nog niet hoe oud hij hier is, daarom weten we ook niet hoe we dat zilveren kettinkje moeten duiden. Er zijn twee opties. Of Ronald draagt, nostalgisch als hij is, dit kettinkje wat hij als jongetje in groep 8 heel stoer vond en daarmee alle meisjes aantrok, of hij droeg dit kettinkje rond zijn 18e voor het eerst om de dames daarmee juist mijlenver van hem vandaan te houden. We weten het gewoon niet. Het kettinkje is dus niet geheel illegitiem. Wel als er een lieveheersbeestje of hartje aanhangt. Een kruisje is in het privé wel mogelijk maar helaas niet in functie. Kerk en staat zijn immers strikt gescheiden. Geloof mag? Ja, achter de voordeur. Verder draagt Ronald een StarTrek-achtig T-shirt. We zijn benieuwd hoe hij daaraan komt. Want zo’n vintageshirt vindt CK wel interessant. Daarmee gaat hij in de lijn van de hedendaagse modetrends. Maar hoe oud was Ronald eigenlijk toen Star Trek in première ging? Volgens CK is dit een vorm van sentimentaliteit naar een verleden dat nooit bestond. Ronald, verwar de tijd waarin je vader opgroeide niet met je eigen jeugd. Je leeft nu! Ga voor die echte nineties-look. Waar zijn bijvoorbeeld je aussies? En je lichtgevende schoenen, of doosje voor pillen? Of hangt dat toevallig aan je kettinkje? 2. Wees niet bang om te veranderen Ronald. Zit je vast in het verleden? Je bent zo grijs getint. Van onder je zwarte stoffen jas probeert een klein kiertje kleur zich een weg naar het licht te banen, maar je houdt de rits nog angstvallig dicht. Heeft dit symbolische waarde? Het is tijd voor je true colors! Kom maar uit je schulpje! Doe het! Wij zijn ontzettend benieuwd in welke kleur u uw haar volgende week geverfd hebt. Ook hopen wij dat die grijze lappen aan je voeten, inclusief grijze broek volgende week echt verleden tijd zijn. Ronald, verras ons! Je hebt het in je. Met je guitige oogjes en bolle wangetjes. Die sint-Bernardsuitstraling. Woef woef.

16


3. Don’t try too hard Ja, welke overdosis? Die heb je niet. Kijk, we bedoelen natuurlijk niet te zeggen dat je al je zuurverdiende centen moet gaan uitgeven aan de laatste trends en hypes. Niet alles wat hip en happening is hoort in jouw kledingkast. Maar dat wil niet zeggen dat het niet goed zou zijn om weloverwogen en goed ingelicht eens een flinke investering in je vestiaire te doen. Je kloffie verdient uitbreiding. Ieder mens heeft tegenwoordig de dure plicht in zijn kleedsel iets van zichzelf te reflecteren. Dat is toch wel een beetje inspanning waard, Ronald? Als kleren de man maken, dan vraagt CK zich af wat dat zegt over jou. Die twijfels kan je uit de lucht halen, amice! No pressure. Maar wel lichte druk. De gulden gereformeerde middenweg dus, waarin zich calvinistische gierigheid en matigheid perfect verhouden tot een gezond 21e-eeuws zelfbewustzijn. Authenticiteit zonder bijpassende kleding is geen knip voor de neus waard… 4. Doe het met accessoires Dit advies heb je in ieder geval ter harte genomen. En het valt je te prijzen. Niet geheel tot je schande draag je meer dan één sieraad. Denk er wel om dat accessoires niet alles zijn. U kent het verhaal van de parels voor de zwijnen. Misschien is er een parallel te zien tussen dat verhaal en uw prachtige ring te midden van de rest van uw outfit. Het past gewoon niet helemaal. Uw modewatchers kregen spontaan tranen in de ogen bij het zien van die ring. Wat een culminatie van woeste esthetiek en bovenaardse, welhaast mystieke oerkrachten komt er vrij bij dit schouwspel. Amice Bosman, eat your heart out. Maar ook: wat doet dit pronkjuweel in dit decor? Hoe is dit koningswaardige kleinood beland in zulke erbarmelijke omstandigheden? 5. Heb het lef om dingen weg te gooien Alles kan weg. Gewoon een zaterdagje shoppen met Anneloes en klaar is kees. Onze tip: ga eens naar de Primark voor een berenpak. Zo schattig en nog lekker warm ook. Bovendien past het bij je prachtige ronde bolletje. Wij verkneukelen ons al helemaal op die briljante berelook. 6. Het succes zit in je houding Ronalds houding is dubieus. Maakt hij nu aanstalten om te gaan strippen? Doet hij zijn jas weer uit voor de foto? In dat geval is hier sprake van een cultuurshock. In een waardige universiteit als de onze stript men niet. Dit is slechts voorbehouden aan het huwelijksbed. Het kan ook zijn dat deze foto een verkeerd beeld geeft van het moment. Misschien was u pas net klaar met het aandoen van uw jas en werd u overvallen door vuige paparazzi. Het blijft in het ongewisse en u ontvangt daarom ook het voordeel van de twijfel. Tot volgende week, in uw nieuwe outfit.

17


18


Huldiging Ze komen naar Assen. Onze Olympische sporthelden komen naar Assen. Naar ‘mijn’ stad. Staan we eindelijk in het middelpunt van de aandacht. Kan heel Nederland zien hoe mooi deze stad is… Het is mij bekend dat op TV dingen er mooier uit kunnen zien dan in het echt. Toch hoop ik dat de camera’s vooral inzoomen op de sporters. Op onze sporthelden. Want wat waren we goed. Ja… WE. Durf het maar te zeggen. Schuif je verstand maar aan de kant. We hebben het goed gedaan. Je hebt toch niet voor niets uren voor die TV gezeten, gekeken, je nagels steeds verder afgebeten, meegeleefd, mee gediscussieerd over die duizendste van seconden, je billen dicht geknepen, gelachen van opluchting en gejuicht. We hebben het goed gedaan. En het heeft je ook wat gekost. Tenminste, mij wel. Steeds weer moest ik de strijd aangaan met mezelf. Kan ik nu eigenlijk wel schaatsen kijken. Ik moet ook nog drie lessen catechisatie van vanavond voorbereiden. Daar krijg je voor betaald, laffe tekkel. Dat mailtje over polygamie in de Bijbel kan niet langer onbeantwoord blijven. Maar ja… ik wil schaatsen kijken. Ben niet voor niets vroeg (lees: vroeger dan anders) uit mijn bed gegaan. Shit… wat zal ik doen. Meestal bedacht ik een tussenoplossing. Vanaf de dweilpauze ging ik kijken. Vol aandacht en passie kijken. Daarom heb ik ook een heel klein beetje gewonnen. Vooral van mezelf. En straks over twee uur (ze hebben vertraging van ongeveer één uur) komen deze sporthelden aan in Assen. Worden zij gehuldigd in het stadscentrum van ‘mijn’ stad. En ik ga er niet heen. Ik ga er niet heen, want ik ben teleurgesteld. Dit wordt helemaal niet dé huldiging van de sporters. Want de twee hoofdpersonen van Sotsji zijn straks niet aanwezig aan de kop van de vaart. Maar morgen in Den Haag zullen zij er wel zijn. De schijnvertoning vanmiddag sla ik met alle liefde over. De trouwe supporters koning Willem-Alexander en koningin Maxima kiezen voor de huldiging in Den Haag. En daarmee is dat dé huldiging. Wat waren en zijn zij de ultieme Nederlandse supporters. Zij stralen het uit: Wij hebben gewonnen. Wat is nu een huldiging zonder deze twee lomp juichende supporters? Deze tekst stond er trouwens onder deze foto:

“Hossende koning tot de orde geroepen. Op de TV beelden van de Olympische Winter Spelen in Sotsji zien we geen enkele ‘hoogwaardigheidsbekleder’ uit zijn dak gaan, behalve onze eigen koning Willem Alexander die samen met z’n Argentijnse ‘liefde’ als een klein kind staat de brullen en te schreeuwen als de Nederlandse sporters hem tot extase brengen.” (Bron: waarinholland.nl) Typisch Nederlands. Aan de ene kant vinden sommigen het geweldig dat onze koning en koningin zo spontaan, enthousiast en meelevend zijn. Aan de andere kant menen sommigen dat zij zich juist waardig en meer representatief dienen te gedragen. Prachtig die dubbelheid en die spanning. Het lijkt wel de kerk.

C.P. Hamstra

19


De genadige uitverkiezing Over de ongegronde genadige uitverkiezing van God in Christus en de zekerheid van eigen heil

De leer van de predestinatie heeft altijd veel losgemaakt onder christenen. Bij Augustinus was het al een issue. Hij moest strijden tegen Pelagius, die van mening was dat de mens na de zondeval alsnog voor het goede kon kiezen. Deze strijd vervolgde Calvijn tijdens de reformatie. Hier was het Pighius die, wederom vanuit de vrije wil, vond dat God de mens uitkiest op grond van voorzien geloof. Na Calvijn barstte in Dordrecht de strijd los tussen Arminius en Gomarus. Vandaag de dag is er nog steeds veel onenigheid over dit onderwerp. Toch zegt Calvijn over de leer van de uitverkiezing het volgende: ‘Er is geen inzicht meer geschikt om het geloof te versterken dan wanneer we de uitverkiezing horen die de Geest van God in onze harten bezegelt, om vast te staan in het eeuwige en onbeweeglijke welbehagen van God, zodat het geloof onaantastbaar is voor de stormen van de wereld, de streken van de satan en de wisselvalligheden van het vlees.’ 1 Als het zo’n belangrijk inzicht is, wat houdt deze leer bij Calvijn dan precies in? In dit artikel wil ik kernachtig weergeven wat de belangrijkste punten van Calvijns uitverkiezingsleer zijn. Ik heb dit onderzocht door het lezen van delen van Calvijns traktaat De Aeterna Dei Praedestinatione (DADP) en zijn Institutie (1559) en een prekenserie van Calvijn over 2 Timoteüs 1:8-10. De volgende kernpunten heb ik hieruit gedestilleerd, en die wil ik in het vervolg van dit artikel uiteenzetten. Daarnaast wil ik verdedigen waarom dit volgens mij kernpunten zijn:

I. Voorbeschikking Gods, een dubbele predestinatie

De voorzienigheid van God en Zijn verkiezing worden vaak door elkaar gehaald. Ook bij Calvijn zijn het haast synoniemen van elkaar. Toch zit er bij Calvijn ook onderscheid tussen deze twee begrippen. De voorzienigheid plaatst hij bij de leer aangaande Gods zorg en de uitverkiezing bij de leer aangaande Christus.2 Ook stelt hij dat deze begrippen beide in God zijn, maar niet afhankelijk van elkaar zijn. God verkiest niet omdat hij voorwetend is. Hij verkiest omdat het Zijn besluit is.3 Omdat dit de Raad van God betreft mag hier niet over getwist worden. Zijn simpele wil is ons genoeg. Hij onderzoekt niet vanuit zijn voorwetenschap of de mens waardig is. Nee, zo stelt hij in de preek, ‘God zag dat er alleen verderf in ons huist; Hem waren dus Zijn zuivere genade en Zijn eeuwige barmhartigheid genoeg om ons, gezien onze ellende, te willen redden, ofschoon we dat niet waardig zijn.’4 Het is voornemen en genade, een grondeloos voornemen. Het heil van de gelovigen bestaat daarom nergens anders in dan in de onverdiende uitverkiezing door God.5 Het kan ook op geen enkele manier berusten op de verdiensten van mensen. Calvijn verdedigt dit door Paulus aan te halen: ‘In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen om voor hem heilig en zuiver te zijn.’6 Hiermee zegt Paulus volgens Calvijn dat God, sinds Adam, op de hele wereld niemand aantrof die zijn verkiezing waardig was.7 Dat God mensen uitkiest betekent ook dat Hij mensen verwerpt. Dat is een logische uitwerking.

I. Voorbeschikking Gods, een dubbele predestinatie; II. Christus als de spiegel van de uitverkiezing; III. De zekerheid van de uitverkiezing.

2 Calvijn, DADP, xxii.

1 Calvijn, DADP, 47.

7 Calvijn, Institutio, III, 22.1.

20

3 Calvijn, Institutio, III, 21.5. 4 Calvijn, DADP, 195. 5 Idem, 194-195. 6 Ef. 1,4.


Dit noemt Calvijn de dubbele predestinatie. De leer van de verkiezing én verwerping. ‘God heeft (...) sommigen tot het heil bestemd, en anderen verwerpt zoals het Hem goeddunkt.’8 Niemand gaat onverdiend verloren. Iedereen verdient het om verloren te gaan, maar God verkiest onverdiend mensen om zalig te worden. Er zijn dus ook mensen die God tot oneer geschapen heeft en tot ondergang in de dood om Zijn toorn te toonbeelden en Zijn gestrengheid.9 Zeggen dat God zo goed is dat Hij sommige onverdiend in genade aanneemt is meer dan voldoende om de roem van Gods gerechtigheid in het licht te stellen. Om de verworpenen bij hun bestemde einddoel te laten komen onthoudt God sommige het horen van het Woord of geeft Hij anderen blindheid wanneer Zijn Woord wordt verkondigd. Calvijn noemt de dubbele predestinatie een huiveringwekkend besluit, een decretum horribile. Maar het laat ook Gods genade zien. Hiervoor haalt hij Augustinus’ correptione et gratia aan: ‘Hij die van te voren geweten heeft dat het kwade uit het goede zou ontstaan, en die wist dat het meer tot Zijn volkomen almachtige goedheid behoort om zelfs het kwade goed te maken dan niet toe te laten dat er kwaad bestaat, Hij heeft het leven van engelen en mensen zo beschikt dat Hij daarin ten eerste zou laten zien waartoe de vrije wil in staat is en ten tweede wat de weldaad van Zijn genade en het oordeel van Zijn gerechtigheid vermag.’10 Naast het huiveringwekkend besluit van God om slechts sommigen aan te nemen is het ook Gods grote goedheid dat hij het kwade goed wil maken. Hierdoor laat hij zien wat Zijn genade en gerechtigheid is. In zijn preek over 2 Timoteüs 1:810 is duidelijk te zien dat Calvijn de nadruk wil leggen op die genade: ‘Omdat het dus het werk van God is om ons te onderscheiden van hen die in hun veroordeling blijven, moeten we inzien dat allen verloren zouden zijn als er geen hulp van elders kwam. Welnu, als we erkennen dat God ons heeft uitverkoren

voordat de wereld geschapen was, volgt daaruit dat Hij ons dus heeft voorbereid om Zijn genade te ontvangen, dat Hij het goede in ons gebracht heeft dat er voordien niet was, dat Hij ons niet alleen heeft gekozen als erfgenamen van Zijn Koninkrijk, maar ons ook allengs heeft gemerkt om ons te rechtvaardigen en ons door Zijn Heilige Geest te regeren.’11 De voorbeschikking Gods waardoor sommigen gered en anderen verworpen worden is volgens mij de basis van Calvijns uitverkiezingsleer. God heeft mensen uitgekozen. Wanneer Hij dat niet had gedaan, dan hadden we het nu nergens over. Nu wil ik naar het tweede kernpunt. De hulp die van elders kwam is Christus, hij is de waarachtige spiegel van de uitverkiezing.

II. Christus als de spiegel van de uitverkiezing

‘Om volledig van de uitverkiezing door God te zijn verzekerd en daarmee ons voordeel te doen, moeten we dus leren om direct tot Jezus Christus te gaan, want Hij is de waarachtige spiegel waarin we onze uitverkiezing moeten aanschouwen.’12 Calvijn heeft de metafoor van de spiegel van Augustinus overgenomen. In Augustinus’ correptione et gratia staat dat Christus een zeer heldere spiegel van de genadige uitverkiezing is. Tevens zegt Augustinus in zijn Sermones dat Jezus niet de Zoon van God geworden is door rechtvaardig te leven, maar het als een gave om niet heeft ontvangen. Zo kan Jezus anderen laten delen in Zijn gaven. Zo is Christus het voorbeeld, de spiegel van de genadige uitverkiezing.13 De zekerheid van de verkiezing is niet in de mens te vinden, ook niet in de Vader, maar in Christus. Gods welbehagen rust alleen in Hem.14 Zou Christus er niet zijn, dan zou de mens regelrecht voor de Rechter staan. In dat geval heeft hij alleen maar te vrezen voor Zijn eeuwig voornemen. Zonder Christus is dat de dood. Maar wanneer de mens erkent dat in Christus alle 11 Calvijn, DADP, 200.

8 Calvijn, DADP, 49.

12 Idem, 201.

9 Calvijn, Institutio, III, 24.12.

13 Calvijn, Institutio, III, 22.1.

10 Calvijn, Institutio, III, 23.7.

14 Idem, III, 24.5.

21


genade huist, kan hij zeker zijn van Gods liefde.15 Calvijn is de eerste die de uitverkiezing niet vanuit de Godsleer beschouwt, maar vanuit de leer over Christus. Gods verborgen Raad waarin Hij verkiest of verwerpt wordt in Christus onthuld.16 Dit is een reden waarom de predestinatie pas in het derde boek van zijn Institutie wordt behandeld. Wanneer het om de plaats van de uitverkiezing gaat, is het ook opvallend dit het aan het einde van boek drie staat. Hier ga ik verder op in bij het volgende kernpunt. Gods voorbeschikking is de basis, maar Christus is de kern van de uitverkiezingsleer. Als je de uitverkiezing los van Christus ziet dan is er geen genade. Dan zouden alle mensen voorbeschikt zijn voor het onheil.

III. De zekerheid van de uitverkiezing

Ik heb tot nu toe beschreven wat globaal de uitverkiezingsleer van Calvijn is. Maar hiermee heb ik niet alle kernpunten benoemd. Calvijn heeft het ook uitvoerig over wat gelovigen aan de uitverkiezingsleer hebben. Hij wil dat het een Sitz im Leben heeft, daarom is dit ook een kernpunt. Ik ben dit artikel ook begonnen met Calvijns stelling dat geen inzicht méér geschikt is om het geloof te versterken. De pastorale spits van Calvijns verkiezingsleer is dan ook de zekerheid van het heil in Christus.17 Dit is waarschijnlijk ook de reden waarom Calvijn de uitverkiezing pas aan het einde van de soteriologie plaatst, het moet namelijk eerst duidelijk zijn wat het heil in Christus betekent voordat er zekerheid uit gehaald kan worden. De uitverkiezing sticht krachtig het geloof, het oefent in nederigheid, verheft de bewondering jegens God en het wekt op Zijn goedheid te verheerlijken. Wanneer dan de uitverkiezing gehoord wordt, en door de Geest in de harten word bezegelt, pas dan is de mens zeker van zijn heil.18 God biedt hen niet de zaligheid aan, maar

ook zodanig dat er geen twijfel of onzekerheid bestaat over de verwerkelijking daarvan.19 Maar wanneer weet een mens wanneer hij verkoren is? Met deze vraag mag men van Calvijn niet beginnen. Dan wordt er op de stoel van God gezeten. Er moet eerst geluisterd worden naar het Evangelie. Wanneer iemand het Evangelie leest en weet dat God hem genadig is, dan weet hij ook dat God Zijn hart voor hem heeft ontvouwen. Dan heeft God de uitverkiezing in zijn hart gegrift. 20Het Evangelie vertelt van de genade van Christus en de eeuwige Raad van God. De eerste twee kernpunten in dit artikel. Hier moet de mens eerst vanuit gaan, anders zou de uitverkiezing op grond van eigen verdiensten zijn.21 Luisteren naar het Evangelie noem ik daarom het middel. Calvijn noemt de twee tekenen om zeker te zijn van eigen heil de roeping en de rechtvaardiging: ‘Wij stellen dan ook dat de roeping bij de verkorenen het bewijs van de verkiezing is. Vervolgens is de rechtvaardiging een tweede teken waarin de verkiezing zichtbaar wordt, totdat men de heerlijkheid bereikt waarin haar volkomen vervulling bestaat.’22 Deze twee tekenen haalt Calvijn bij Paulus vandaan: ‘Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister.’23 De roeping is het certificaat van de verkiezing en is dus afhankelijk van de verkiezing.24 Roeping (vocatio) betekent appél, oproep. God roept ons op wanneer het Hem behaagt ons te verzekeren van de uitverkiezing.25 Deze roeping wordt zichtbaar door de prediking van het Woord. Dit betekent 19 Calvijn, Institutio, III, 21.7. 20 Calvijn, DADP, 204. 21 Idem, 201.

15 Calvijn, DADP, 201.

22 Calvijn, Institutio, III, 21.7.

16 Idem, xv.

23 Rm. 8,29-30.

17 Idem, xiv.

24 Calvijn, Institutio, III, 24.1.

18 Calvijn, DADP, 47-48.

25 Calvijn, DADP, 202.

22


echter niet dat iedereen die naar de prediking luistert ook geroepen is. De aard van de prediking bestaat namelijk niet alleen uit de prediking van het Woord, maar ook uit de verlichting door de Geest.26 De rechtvaardiging verbindt Calvijn met de wetenschap kind van God te zijn. Daardoor wordt iemand gerechtvaardigd. Dit wordt verzekerd door de Geest. De Geest is dus de zegel van de verkiezing.27 Het geloof is een vrucht van de verkiezing. Calvijn noemt dit een vrucht omdat de verkiezing niet afhankelijk is van het geloof. Wanneer dat zo is dan zou de mens medewerker van God zijn. Terwijl het geloof een geschenk van God is, het is een bevestiging voor wat al vast stond.28 Het geloof is tevens de aanneming van de leer en Zijn aanbod om Zijn kind te zijn: ‘Als we echter in de gehoorzaamheid van het geloof de leer van God aannemen, steunen op Zijn beloftes en Zijn aanbod aannemen om ons als Zijn kinderen te beschouwen - ziedaar zeg ik, de waarachtige zekerheid van onze uitverkiezing.’29 Uit het geloof mag echter geen zekerheid worden gehaald. De zekerheid van de verkiezing is alleen in Christus te vinden, zoals ik heb beschreven in kernpunt twee.30 Het is belangrijk te beseffen dat Calvijn de zekerheid in Christus wil vinden. Anders zou men gemakkelijk aan de haal kunnen gaan met deze uitspraak: ‘Als het nu zo is dat zij er verkeerd aan doen de kracht van de verkiezing afhankelijk te maken van het geloof in het Evangelie, waardoor wij gevoelden dat de verkiezing ook voor ons geldt, doen wij er dus het beste aan om bij het zoeken naar zekerheid over onze verkiezing ons vast te houden aan de tekenen die er op volgen, want die zijn er zekere bewijzen van.’31 Ook stelt hij verderop in zijn Institutie dat de ervaring leert dat roeping en geloof weinig betekenen wanneer

er geen volharding bijkomt. Toch moeten we ons geen zorgen maken, Christus bevrijdt ons van de zorg of we wel verkoren zijn. Dit beargumenteert Calvijn met meerdere bijbelteksten die gaan over Christus die de zekerheid schenkt dat de verkiezing onherroepelijk en blijvend is.32 Samengevat is de enige echte zekerheid van de verkiezing te vinden in Christus. Het middel om te weten dat een individu uitverkoren is, is het luisteren naar het Evangelie. Hierin roept God de mens, wat het eerste teken is. Het tweede teken, de rechtvaardiging, wordt geboden door de Geest die de gelovige ervan overtuigt kind van God te zijn. Daarom noemt Calvijn de Geest ook een zegel. De vrucht van dit alles is het geloof. Er is volharding nodig om te weten of geloof en roeping betekenis heeft. Dit staat echter in het vertrouwen dat God niet loslaat het werk van zijn handen.33

Samenvatting

In het traktaat concludeert Calvijn zelf dat het volgende beleden moet worden: ‘God heeft in Zijn eeuwige welbehagen, waarvan de oorzaak volstrekt onafhankelijk is, sommige tot het heil bestemd, en anderen verwerpt zoals het Hem goeddunkt; wie Hij met onverdiende aanneming waardig heeft bevonden, verlicht Hij met Zijn Geest, opdat zij het in Christus | aangeboden leven ontvangen, terwijl anderen het uit eigen vrije wil ongelovig zijn, en dus het licht van het geloof ontberen en in duisternis blijven.’34

27 Idem, III, 24.1.

Ik heb geanalyseerd dat de basis van Calvijns predestinatie de voorbeschikking van God is. Christus vormt hierin de kern en de Geest is de zegel voor degenen die God heeft uitverkoren. De zekerheid van eigen heil kan gevonden worden in de tekenen van roeping en rechtvaardiging, hiervoor moet geluisterd worden naar het Evangelie. De zekerheid krijgt betekenis in de volharding. Dit alles staat in het vertrouwen dat niemand Christus’ schapen uit Zijn hand kan rukken.35

28 Idem, III, 24.3.

32 Idem, III, 24.6.

29 Calvijn, DADP, 202.

33 Ps. 138,8.

30 Calvijn, Institutio, III, 24,5.

34 Calvijn, DADP, 49.

31 Calvijn, Institutio, III, 24,4.

35 Jh. 10,28.

26 Calvijn, Institutio, III, 24.2.

A.J. Riemer

23


Literatuur

Calvijn, J., De Aeterna Dei Praedestinatione. ed. Visser, W., (amsterdam: boom, 2009). Calvijn, J., Institutio Religionis Christianae. ed. C.A. de Niet (Houten: den Hertog, 2009). Spijker, W. van t’, Bij Calvijn in de leer, een handleiding bij de Institutie (Houten: den Hertog, 2004).

24


25


Amicae amicique, De afgelopen februarivergadering was niet compleet. Er was namelijk geen Monitor. Als hoofdredacteur van dit wetenschappelijk-kritisch maandblad betreur ik dat natuurlijk ten zeerste. Maar sommige dingen gaan nu eenmaal zoals ze gaan. Het is tijd dat er weer eens iemand een lans breekt voor de gebroken werkelijkheid. De oproep voor eigen inzendingen om alsnog een Monitor te creëren leverde niet zoveel op. Eén amice stuurde een aantal eerder geschreven producten in (waarvoor dank), maar als ik die allemaal had voorgelezen had u nu allemaal Aramees gesproken. Dat kan nooit de bedoeling zijn. De redactie ontving één originele bijdrage: onderstaande open brief. Helaas niet genoeg voor een Monitor. Wel de moeite van het plaatsen waard. Daarom, in overleg met am. Cramer, hierbij! Koos Tamminga Hoofd-Monitor 2013-2014

-Open brief -

  Eerbiedwaardige monitor, en in u, senaat, Amicae Amicique.   Ik schrijf deze open brief omdat ik me in een tussentoestand bevind en niet weet hoe ik eruit kom. En wie de kerkhistorische verwijzingen niet begrijpt: Ik voel me als Nederlands-gereformeerde tussen hemel en aarde, als een onrustige Ziel die zijn bestemming nog niet heeft bereikt, al een jaar dwaal ik in het niemandsland van ‘corpslid-af’ en de felbegeerde, zo niet hemelse status van ‘reünist’.   Ik hecht aan traditie, ik houd van mores. Het beste is misschien nog wel dat de geest achter een traditie of gebruik ook echt ergens goed voor is. Neem bijvoorbeeld het hand schudden na afloop van soos. Dat was een mos wat ik in mijn korte tijd in Wageningen heb geleerd. Ik vond het mooi. En het is toch ook goed en schoon om het sooshoofd te bedanken voor een mooie avond? Dit geldt ook de hard-werkende (en als dat niet het geval is, hardlerende, en als dat niet het geval is, hardleerse) eerstejaars.   Zonder me hierop te willen beroemen, ben ik blij dat ik dit gebruik met hulp van amica Wilts, inmiddels de Jong senior (wow, dit is raar...) heb kunnen introduceren. Dat vind ik het mooiste van mores, het fijnste 26


in deze corporele speeltuin: je ze kan maken. En het is wat mij betreft het mooiste speelgoed op dit plein. Mores kun je maken, maar het is altijd het collectief dat erachter moet staan, dat het moet dragen, en ook uitdragen aan jongere generaties. Het laat zich niet zomaar dwingen.1 Een ander mooi gebruik is dat corpsleden bij afstuderen direct lid af zijn. Het is knotsgek, fantastisch, en als je er over nadenkt ook wel logisch, ik bedoel u wilt toch niet al een jaar-afgestudeerde nog wekelijks op soos, kom op, get a life!   Bij mijn afstuderen kreeg ik een brief van de Assessor. Dit schrijven dient binnen 72 uur te worden beantwoord om zo reünistschap aan te vragen. Dit gebruik is goed en schoon. En ook gewoon logisch om binnen 72 van je te laten horen. Logisch dat je eerst post krijgt van de Assessor die over de interne communicatie gaat. Logisch, dat je, als je geen lid meer bent, met de externe communicator, de ab-actis, communiceert. Tegelijkertijd maakt dit het ook briljant absurd: een brief beantwoorden aan een ander dan de verzender. Het klopt en toch ook niet, en dat is misschien wel het wezen van studentikoziteit. Ik zal u eerlijk zeggen dat ik heb overwogen me te verschuilen achter het verschijnsel driemans-senaat. Het leek me zo mooi om een antwoordbrief te sturen naar een ander dan de verzender, een mogelijkheid die de drie mannen achter de tafel me ontnemen. Maar dat zou kinderachtig zijn geweest. Ik ben gewoon lui. Ik heb verzuimd binnen 72 uur te reageren. Dit is wat mij in mijn tussentoestand heeft gebracht, wat mij tot die dwalende ziel heeft gemaakt. Ik heb die grens van 72 uur met minstens een factor 100 overschreden. Iets waar ik mij als iemand die 4 jaar in de distinctie heeft gezeten en olim-farizeeër is, diep voor schaam. Daarom, eerbiedwaardige monitor, en in u, senaat, Amicae Amicique wil ik mij oprecht verontschuldigen. Het zou goed zijn als het corps zich beter aan de begrensde tijd hield, en openbare schuldbelijdenis in deze monitor lijkt wel het minste wat ik u als genoegdoening kan aanbieden. Heel graag zou ik reünist willen worden van ons illustere corpus. Immer amicaal, Jaap Cramer, chaoot h.t. 1 Voor de onverlaat die nu denkt dat ik dit gebruik heb ontmost, wee u! Hoewel inderdaad de definitie van een mos ‘ongeschreven regel’ is, waarbij bedoelt is dat ze niet beschreven hoeft te zijn om toch te gelden, wil dat nog niet zeggen dat ze die status verliest zodra ze wel beschreven of verwoord wordt. Degene die dit bedacht heeft is een dwaas. (Maar misschien ben ik dat wel geweest...) Einde Noot

27


interVieW met

Gerben

meiJer

Wanneer en waarom ben je in Nederland gekomen?

ik ben in november 2011 naar nederland gekomen om theologie te studeren. in Pretoria studeerde ik ‘antieke talen’ of ‘ancient studies’. mijn hoofdvakken waren Grieks, Hebreeuws en antieke cultuurgeschiedenis. ik wilde altijd al in het buitenland verder studeren. ik twijfelde tussen duitsland, Canada of nederland, maar in het laatste jaar van mijn studie in Pretoria ontmoette ik mijn vriendin. Zij komt uit nederland en liep stage in Pretoria. toen was de keuze voor nederland snel gemaakt.

Wat is het grootste verschil tussen Nederland en Afrika1? (heel stellig:) Het weer!

in afrika is er wel een weerbericht op het journaal, maar dat kijkt niemand, het is toch altijd hetzelfde. ik snap niet dat mensen na het achtuurjournaal gaan wachten op het weerbericht. Vandaag zat ik op skype met mijn moeder. Ze had het koud: het was 26 graden. toen ik in november 2011 in nederland kwam was alles nieuw qua weer, want het was winter. ik had wel eens sneeuw meegemaakt, maar dat is in afrika maar een dun laagje en dat is na een paar uur weg. iJs had ik nog nooit meegemaakt. ik vond ijs toch duidelijk het leukst, dat je zomaar op water kan lopen! Het afgelopen jaar vond ik de winter minder leuk. maar toen maakte ik natuurlijk de hele winter mee, ook die saaie gure dagen. Gelukkig is het goed te doen als je warm binnen zit.

Wat zijn andere verschillen?

de levensstijl is een groot verschil. in nederland is alles heel veilig. Je kan 1 elke keer dat in dit interview afrika wordt gezegd wordt hiermee het land Zuid-afrika bedoeld.

28


overal zomaar heen. Ook lopend of op de fiets. In Afrika is het veel minder veilig. Iedereen heeft een hoog hek om het huis en wanneer je met je auto stopt, bijvoorbeeld voor een stoplicht, moet je altijd opletten. In Afrika was ik alerter en achterdochtiger, dat ben ik nu een beetje kwijt aan het raken. Wanneer er iemand achter je loopt in Afrika voel je je minder relaxed. Hier is het veel meer ontspannen. In Kampen lopen vrouwen alleen van soos. In Afrika is dat ook als man niet verstandig om alleen te doen. Maar ach, we doen toch alles met de auto. We doen in Afrika nooit iets lopend of op de fiets. Tot je 18e ga je naar school, daar brengen je ouders je meestal heen. Op je 18e krijg je een auto, een uit het wagenpark van je ouders of als verjaardagscadeau. Wij hadden toen ik nog thuis woonde 5 auto’s voor de deur staan want iedereen heeft een eigen auto. De afstanden zijn ook groter in Afrika. De universiteit was maar 6 of 7 kilometer, dat kan je opzich fietsen, maar dan moest je wel over twee bergen heen, dan kan je beter met de auto gaan. Er zijn ook geen fietspaden in Afrika, dus fietsen is ook gevaarlijker dan hier. Wat ik hier heel leuk vind zijn de zebrapaden. Dat voelt best arrogant eigenlijk: de auto’s stoppen gewoon, kan je nog even stoppen en rondkijken en dan ben je overgestoken. Je hoeft niet eens meer op te letten! Geniaal!

Vind je Nederland leuker?

Nee! Nederland is zeker wel leuk, maar het is niet leuker. Ik mis veel uit Afrika wat jullie gewoon niet hebben. Het weer bijvoorbeeld. En Afrika is veel groter, er is veel meer te doen. We hebben grote wildparken en meer gelegenheid tot buiten dingen

doen, hier moet je meer binnen leven. In Afrika gingen we iedere week een of twee keer barbecueën, en we sporten veel meer dan Nederlanders. Dat doe je op school al vanaf het begin. Per seizoen doe je een sport. Zomers atletiek, in de winter rugby, dat is samen met cricket de (blanke) nationale sport. Zwarten spelen veel meer voetbal. Op de universiteit speelde ik rugby. We hadden een team van 30 rugbyspelers, maar daarvan waren er altijd minstens 10 geblesseerd, als het niet meer was. Vakantie is ook leuk: je hebt alles in Afrika: zee, bergen, wildparken. Elke vakantie kan je wat anders doen zonder je land uit te gaan. Nu, na de apartheid, is er een gekke cultuur in Afrika. Nederlanders zeggen dat ze multicultureel zijn, maar iedereen moet wel Nederlander worden. Je moet Nederlands spreken en je moet inburgeren. In eerste skooldag het begin vond ik het heel raar in Nederland, ik vond het helemaal niet multicultureel, er waren wel veel buitenlanders, maar omdat iedereen Nederlands sprak voelde het helemaal niet multicultureel. In Afrika spreekt iedereen Engels, maar we hebben 11 officiele talen. Engels dus en Afrikaans en dan nog 9 zwarte talen. Het volklied begint ook met twee zwarte talen, dan komt Afrikaans en vervolgens Engels. Iedereen heeft recht op eigen oorsprong en cultuur. Een belangrijk recht in Afrika is dat iedereen recht heeft op basisonderwijs in zijn eigen taal. Ik kom zelf uit Pretoria, daar heb je allerlei 29


blanke mensen: Portugezen, Duitsers, Nederlanders, Engelsen. Ik zat op voetbal, in de liga had je verschillende clubs. Ik kom uit de Nederlandse buurt, van oudsher zijn dat Nederlandse emigranten die in ongeveer 1960 naar Afrika zijn gekomen. De spelers in mijn club komen voor een groot deel uit deze groep Afrikaners. Maar in de liga zijn er allerlei teams met verschillende Europese oorsprong, bijvoorbeeld een Portugees team of een Duits team. Iedereen zoekt zijn eigen gemeenschap op. Ik had dus het meest contact met de Afrikaners met Nederlandse achtergrond.

Hoe zit het schoolsysteem in elkaar?

In Afrika loopt het schooljaar gelijk met het kalenderjaar. School is dus van januari tot december. We werken met een graadsysteem. Het eerste jaar is graad één, het laatste is graad twaalf. In het jaar dat je zeven wordt ga je naar de Laerskool, daar heb je graad één tot zeven. Dit is dus in je eigen taal. In het jaar dat je veertien wordt ga je naar Hoërskool, dit is ook vaak nog in je eigen taal, voor mij was dat wel zo, voor sommige zwarte talen is onderwijs dan in het Engels, maar dat ligt een beetje aan de locatie van de school. Naar de universiteit ging ik in het jaar dat ik negentien werd. Ook dit was nog in het Afrikaans. Ik zat op de universiteit in Pretoria met 50.000 andere studenten. Soms moest je wel een kwartier lopen over de campus om bij het volgende college te komen. Het universitair onderwijs met Bach... verschilt niet heel veel met Nederland. Hoewel er in Nederland meer wordt gefocust op je eigen mening terwijl we in Afrika meer de feiten leerden.

Wat zijn verschillen in het onderwijs?

Meer dan in Nederland is er in Afrik de druk om te presteren. Dat komt ook doordat we sinds kort een nieuwe regeling hebben van de regering dat de universiteit het land moet 30

weerspiegelen. Als 70% van de bevolking zwart is, moet 70% van de studenten dat ook zijn. Omdat er meer zwarten dan blanken zijn kan het als blanke best lastig zijn om een studieplek te bemachtigen aan een universiteit. Want na die 70% zwarten gaat er van de overige 30% eerst nog een deel naar de kleurlingen en Indiërs. Als je dan als blanke nog een plek op de universiteit wilt krijgen moet je erg goede cijfers hebben. Daar wordt je op geselecteerd. Daarnaast is studeren erg belangrijk. Als je geen universiteit hebt gedaan krijg je vaak een vrij slechte baan. Er is een grote kloof tussen arm en rijk. Vroeger hadden we de apartheid die voor de kloof zorgde, nu is dat de rijkdom. Daardoor ligt er een grote druk op studeren, je studeert echt voor je toekomst. Ik heb een goed baantje gehad in Afrika, daarmee verdiende ik vrij veel voor ongeschoolde arbeid, ongeveer 30 rand per uur. Dat is iets minder dan drie euro per uur. Maar als je een opleiding hebt gedaan verschilt het loon amper met het loon dat je krijgt in Nederland.

Wat mis je uit Afrika?

Mijn hond! Ik heb een hele leuke hond, hij heet Bach en het is een Sint Bernard. Hij heeft een mooie persoonlijkheid. Hij is best wel oud en ik hoop dat ik ‘m weer terugzie voor ik terug kom. Elk jaar neem ik weer afscheid… Verder mis ik het eten, vooral het vlees. Vlees is hier echt onbetaalbaar. En ik mis sommige producten. Bepaalde snoepjes, maar ook creme soda en biltong. Creme soda is een soort cola, maar dan groen en met een heel bijzondere smaak. Helpt ontzettend goed tegen een kater!


ik mis de braai ook. barbecueĂŤn is hier met van dat nepvlees: diepvrieshamburgers en kleine worstjes. in afrika gooi je gewoon een goed stuk vlees op de braai. maar misschien komt dat ook wel doordat ik hier vooral met studenten heb gebarbecued. door de prijs van vlees hier kunnen ze het natuurlijk ook niet betalen.

Wat zijn negatieve dingen aan Nederland?

ik vind het gek dat ik nu al moet besluiten wat ik over een maand ga doen en dat ik dan niet echt meer kan afzeggen. Hoe ik me dan voel, dat weet ik toch nu nog niet? ik wil daar meer vrijheid in. Ook is nederland individualistischer, ik ken mijn buren niet eens. dat vind ik gek. Je woont naast elkaar maar niemand bemoeit zich met elkaar.

Hier is alles heel erg druk en afhankelijk van tijd. in afrika spreek je wel af, maar is het niet echt tijdgebonden. Je hoeft niet per se op tijd te komen, als je maar komt. een afspraak maken is ook makkelijker dan in nederland. Je belt iemand op, zegt dat je er aan komt en dat is dan prima. Hier moet je eerst naar je agenda grijpen. Ook afzeggen is makkelijker in afrika. ik krijg wel eens van die berichtjes van datumprikker, voor over een maand ofzo. Hoe kan ik nu al weten of ik er dan wel zin in heb?

IDEEĂ‹

N

L. de Haan-Wilts

IN BEELD

ontwerp e n p ro d u c t ie va magazine | krant | bo n ek huisstijl | f older | web s i te s ch e r p s te p r ij ze n vo o r d r u k werk 31

www.novente.nl


“EY, HUN VREETKEET IS VERKREKT KAPOT!” taal is iets magnifieks. in de loop der tijd ontwikkelt een ieder zijn eigen vocabulaire met bij elk woord diens frequentie. Zo is dit echt totaal geen zin die ik zou gebruiken. Komt misschien door mijn Zeewoldense achtergrond. Ja, dat polderdorp met al die jeugd die overal en nergens vandaan komt, die jeugd die elkaar bij de skatebaan begroet met: ‘eeey coño.’ Het is echt een mix van culturen, maar geen pluriforme cultuur, eerder cultuurloosheid, karakterloos. Kapot lelijk. echter, het heeft dermate mijn taalgebruik beïnvloed, dat ik dikwijls… goed… laat maar zitten. ik doe nu wel zo negatief over het dorp waar ik ben opgegroeid, maar eigenlijk ben ik er blij mee. blij dat ik in zo’n cultureel neutraal gebied ben opgegroeid. Grunnings, dat ken ik nog weul ‘n bytje. moar dat komt deur myn opa en myn oma. die wonen daar. de rest… Limburgs, Fries, brabants, streektaal, Kampens… daar ben ik onbekend mee. Het is allemaal nieuw en fris voor me. en ik heb er soms ook wel moeite mee hoor. een bepaalde huisgenoot (ik noem geen namen – Opwekking 488) kan zich bijvoorbeeld voor mij totaal onverstaanbaar maken door in een bepaald dialect te praten. en mijn broertje… die doet hetzelfde. maar die gebruikt zoveel vuige jeugdtaal dat ik denk dat ik blij ben dat ik het niet kan verstaan. Vuig, dat woord heb ik geleerd op de dies. ik kende het nog niet, maar het voldoet prachtig aan mijn intenties om mijn broertjes taalgebruik goed te omschrijven. Wij als nederlanders hebben zo verschrikkelijk veel synoniemen, een overdaad aan woorden. soms een hoopje meertalige, soms expliciet omschrijvende synoniemen die je bovenop iets vies kan leggen. Zodat – als je niet de expliciet 32

omschrijvende versie van het woord gebruikt – niet iedereen door hoeft te hebben waar je het over hebt. dat van dat vieze slaat specifiek op straattaal, jeugdtaal, etc. aan de ene kant vind ik dit erg jammer. ik spuw mijn gal nog al eens op de nederlandse taal, eigenlijk niet omdat het zo’n lelijke taal is, maar omdat het tegenwoordig zo’n verschrikkelijke mix - ik bedoel mengsel is van alle talen van de wereld. ik kan verdorie in één nederlandse zin vijf verschillende talen gebruiken: in de intercity haalde ik mijn kitscherige portefeuille met yoghurtvlek uit mijn tas zodat de conducteur m’n OV-chipkaart kon controleren! en dat is dan nog een nette zin. maar neem nu jeugdtaal, straattaal, murks (=turks + marokkaans). dat zijn jargons die veel jongeren in nederland beheersen, vergis je niet! Vooral in grote steden waar veel buitenlanders wonen is het goed merkbaar. (begrijp me niet verkeerd, dit is niet racistisch bedoeld.) de nederlandse taal krijgt daar te maken met antilliaanse invloeden, turkse accenten, marokkaanse woorden, woorden uit het sranang, soms engelse termen… buitenlandse woorden sluipen stiekem de dikke van dale binnen. Het zijn vaak informele woorden. ik vind dit jammer, want het wordt niet alleen moeilijker om bijvoorbeeld eens een formele brief te schrijven omdat zulk taalgebruik op een gegeven moment mijlenver bij ons vandaan ligt, het maakt onze taal ook minder uniek. en dan staan nederlanders er ook nog eens om bekend dat ze veel talen kunnen spreken, zodat het nederlands eigenlijk niet eens zo heel belangrijk meer is. Het standaard nederlands zoals wij dat nu (horen te!) spreken is pas ontstaan in de renaissance.               ten eerste had Holland toentertijd veel macht op zee, met name vanwege de VOC. er ontstond


een grote behoefte aan een standaardtaal die te gebruiken was in een grote regio. Holland was het centrum van de wereld, dus het was logisch om het Hollands te gebruiken voor de standaardtaal. ten tweede ontstonden vanwege de opleving van kunst en wetenschap Patriciërskringen, vooral in de steden amsterdam, den Haag, Leiden en Haarlem. in deze kringen sprak men een elitaire taal. deze taal hield vooral in dat bepaalde uitdrukkingen en uitspraken van het ‘gewone volk’ vermeden werden, men wilde een mooie en beschaafde uitspraak. Later breidde de standaardtaal van de elite zich uit naar lagere kringen en naar regio’s buiten Holland. doordat elitaire kringen invloed hebben gehad op het ontstaan van het standaardnederlands, heeft het nederlands enkele Latijnse invloeden. Latijn was immers een wetenschappelijke taal, die geschikt werd gevonden voor beschaafde taal. een voorbeeld van ‘Latijns nederlands’ is het verschil tussen ‘hun’ en ‘hen’. ‘Hun’ wordt in het nederlands gebruikt als meewerkend voorwerp, dativus dus. ‘Hen’ is lijdend voorwerp, oftewel accusativus. - daar kan ik me overigens ook aan ergeren - ‘hun hebben gister gezegd...’ dan luister ik al niet meer. ten derde was het vertalen van de bijbel een belangrijke aanleiding om een standaardtaal te ontwikkelen. de (protestantse) bijbel moest voor zoveel mogelijk mensen te begrijpen zijn, maar het was onmogelijk om voor elk dialect een eigen bijbelvertaling te maken. daarom is er een standaardtaal ontwikkeld, zodat de bijbel voor zoveel mogelijk mensen te begrijpen was. als je dit even tot je laat doordringen... We hebben een eigen taal ontwikkeld, voornamelijk om dingen duidelijker te maken,om de bijbel

begrijpelijk te krijgen, om elkaar te begrijpen. en nu gaat het ineens weer de andere kant op! de ontwikkeling van die vermenging van talen is eigenlijk in zo’n korte tijd gebeurd, als je bedenkt dat het nederlands pas bestaat sinds de renaissance. Het nederlands wordt zo’n verschrikkelijk veelzijdige taal, een veelzijdige taal met ook nog eens meerdere dialecten. dialecten die soms nu al meer op het duits dan op het nederlands lijken. Over een paar jaar is het geen nederlands meer! Verdorie! Oei… nou gaat er iets wringen… Het is mijn geweten. ik heb namelijk even een besefmomentje. nu ik er over nadenk ben ik echt super hypocriet bezig. ik hoor mijn eigen woorden echoën in mijn hoofd. mijn eigen freaking geweten klaagt me aan. “dude, je gebruikt zelf ook freaking vaak buitenlandse woorden! Vooral engelse! Chillen met vrienden, shit... geef maar toe, je noemt mensen wel vaker dan eens een loser dus eigenlijk is dit allemaal fake gedoe!” Kak. Wat moet ik hier nou mee? ik wil een pleidooi houden voor het gebruik van puur nederlandse taal! Hmm… misschien vind ik jongerentaal dan toch niet zo heel lelijk en onbeschaafd. ik vind het fijn om te gebruiken. en trouwens, die kakker-r van mij (geen idee, waar die vandaan komt, ik kom verdorie uit Zeewolde…) die past wel goed bij die engelse termen die ik gebruik. en freaking legt zo lekker de nadruk op iets. dat is super chill als ik iets duidelijk wil maken. ik mag helemaal niks zeggen over hun als ze hun gebruiken in plaats van zij. Hun moeten ook mijn nep-nederlands aanhoren. J.L. van eekeren 33


NSE Next meditatie Said the straight man to the late man “Where have you been?” I’ve been here and I’ve been there And I’ve been in between. King Crimson is een popgroep die in 1969 debuteerde met het album In the Court of the Crimson King. De tekst hierboven komt uit het nummer I talk to the wind. De drijvende kracht achter King Crimson is Robert Fripp. Van 1969 tot 2007 heeft hij de band geleid. In die tijd heeft hij meermalen de band ontbonden om daarna verder te gaan met andere bandleden. In 1974 gaf hij een interview waarin hij zegt dat hij de band ontbindt omdat de wereld overgaat naar een nieuw tijdperk. De nieuwe wereld wordt gekenmerkt door kleine, mobiele units. In plaats van King Crimson krijg je nu één persoon, Robert Fripp, die zelf kiest waar hij bij wil horen. Fripp is een zwerver, net als de man in het liedje. Zwerven is in de bijbel een vloek. God zegt tegen Kaïn: ‘Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt. Ook al bewerk je het land, het zal je niets meer opbrengen. Dolend en dwalend zul je over de aarde gaan.’ Fripp herkent dat:

I talk to the wind My words are all carried away I talk to the wind The wind does not hear The wind cannot hear. Het is interessant dat Kaïn een stad bouwt. Zowel zwervers als stadsmensen zijn vaak losgeslagen van hun wortels. Veel dorpsbewoners zijn ook in het dorp geboren. Ze leven daar hun leven lang tussen dezelfde mensen, familie en bekenden. 34

Maar ook als je er niet geboren bent duurt het vaak niet lang voordat iedereen alles van je weet. In de stad kun je opgaan in anonimiteit. Je kunt je levensgeschiedenis verborgen houden. Studenten zoals wij zitten in een overgangsfase. We bezetten een ‘liminal space’. We hebben onze ouders achtergelaten (behalve ik dan), maar nog geen eigen familie gesticht. We leven ‘in between’. Een van onze belangrijkste waarden is luisteren. We vertellen elkaar onze levensgeschiedenissen. We willen gehoord worden, onze anonimiteit opheffen. De ‘late man’ zingt verder:

You don’t possess me Don’t impress me Just upset my mind Can’t instruct me or conduct me Just use up my time Descartes, de grondlegger van de moderne filosofie, is kritisch. Hij heeft de grote godsdienstoorlogen van de 17e eeuw meegemaakt. Europese landen vechten hun religieuze verschillen uit, bijvoorbeeld tussen katholicisme en protestantisme. Het land blijft verwoest en ontvolkt achter. Vanwege de hongersnood moeten de strijdende partijen noodgedwongen vrede sluiten. Descartes is diep teleurgesteld in de mensen. Ze strijden vanwege onzekere kennis. Descartes sluit zich op in zijn huis. Hij stelt alle gangbare opvattingen onder kritiek. Als hij naar buiten komt vertrouwt hij alleen nog maar kennis die afgeleid is van zijn eerste beginsel: ‘dubito ergo cogito ergo sum’. De moderne filosofie komt op, gebouwd op de kritiek. De Westerse universiteiten nemen na felle tegenstand het ideaal over. In die tijd wordt overal Aristoteles onderwezen als de basis van kennis. Kennis begint volgens de professoren met het instemmen met wat de traditie leert. Volgens


Descartes moet Aristoteles vergeten worden. Sommige professoren verzetten zich tegen Descartes, anderen nemen zijn gedachtengoed over. Uiteindelijk wordt de moderne filosofie de standaard van de universiteiten. Natuurlijk bestaan er ook na Descartes lesboeken. Toch zijn de sporen van Descartes overal terug te vinden. ‘Leren van het verleden’ gebeurt wel, maar is geen onderdeel van het academisch ideaal. Je betreedt de hoogste sport van de wetenschappelijke ladder pas wanneer je ‘kritisch leert denken’ en ‘onderzoek doet’. Als ik studentenblaadjes lees, dan kom ik vaak studenten tegen die zich ervoor excuseren dat ze hetzelfde geloven als hun ouders. Je mag wel hetzelfde geloven als je ouders, maar alleen als je kunt aantonen dat je ‘kritisch nagedacht’ hebt. Bij NSE kom ik dat ook tegen. ‘Mijn ouders zeggen het wel, maar is het ook waar?’ ‘Je kent de leer van de kerk, maar heb je ook een persoonlijke band met Jezus?’

I’m on the outside looking inside What do I see Much confusion, disillusion All around me. Descartes had nog een ontwijfelbaar principe. Modernisme wordt postmodernisme wanneer dat principe wegvalt. Je gelooft iets, maar je zou ook iets anders kunnen geloven. Je weet wel wie je niet vertrouwt, maar niet wie je wel vertrouwt. Assad, rebellen, Rusland, Amerika, de VN en China doen allemaal iets in Syrië, maar niemand

is volledig goed. We weten dat de wereld hulp nodig heeft, maar fairtrade keurmerken zijn niet fairtrade, hulp bevordert afhankelijkheid en corruptie, de directeur verdient teveel en zwervers zijn drugsverslaafd. We kennen veel kerken, maar geen ware kerk. We hebben veel vrienden, maar niemand heeft gezag over ons. Afrikanen kiezen een studie omdat ze als dokter of advocaat hun land willen helpen, wij kiezen een studie omdat we het leuk vinden en veranderen van studie als we niet gemotiveerd zijn. Het resultaat is verwarring, desillusie. De HEER vroeg aan Satan: ‘Where have you been?’ Hij antwoordde: ‘I’ve been here and I’ve been there and I’ve been in between.’ De HEER vroeg aan Satan: ‘Heb je ook op mijn dienaar Job gelet? Zoals hij is er niemand op aarde: hij is rechtschapen en onberispelijk, hij heeft ontzag voor God en mijdt het kwaad.’ Job 1,7-8. De ‘late man’ van het liedje verbindt zich niet aan mensen, idealen of instituten. Hij is kritisch op alles en iedereen. Hetzelfde geldt voor Satan. Hij ziet iedereen maar houdt van niemand. Satan is de grote aanklager. Voor God is dat geen reden om Satan de deur te wijzen. Wel wijst God Satan op een mens die kritiekloze liefde verdient. God wil verbondenheid. Je ziet het wanneer God Sodom en Gomorra wil vernietigen. God zoekt actief naar vijf rechtvaardigen zodat hij de stad kan sparen. Wanneer hij er vier vindt brengt hij ze alle vier in veiligheid. Je ziet het bij de zondvloed. God vindt één man met wie hij verder wil. Lees verder op de volgende pagina >

35


maar misschien bestaan Job en Lot en noach wel niet. er zijn geen rechtvaardige oorlogen, onverdachte ontwikkelingsorganisaties, ware kerken, onfeilbare mentoren en bevredigende studies. We stellen zelfs onszelf teleur. Psalm 13 zingt: de Heer kijkt vanuit de hemel naar de mensen om te zien of er één verstandig is, één die God zoekt. allen zijn afgedwaald, allen ontaard, geen van hen deugt, niet één. Ook God is kritisch, ook God gaat rondzwerven. “de aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.” Jezus zei: ‘de vossen hebben holen en de vogels hebben nesten, maar de mensenzoon kan zijn hoofd nergens te ruste leggen.’ Je ziet het in zijn leven. Jezus geneest een melaatse man in de synagoge en moet als onreine rondzwerven op eenzame plekken. sadduceeën, Farizeeën, Herodes en Pilatus zijn vijanden, maar werken samen om Jezus te veroordelen. Voor Grieken is Jezus dwaasheid, voor Joden een aanstoot. Jezus heeft buiten de stad geleden. midden tussen hemel en aarde hangt de man die God met mensen verzoent. tussen twee misdadigers ziet de wereld de rechtvaardigheid. de centurion zegt: dit moet wel de Zoon van God zijn. de centurion heeft zijn ontwijfelbaar principe, zijn Job, zijn Lot, zijn noach gevonden. God is te vinden op de plaats tussenin. God is de vriend van Kaïn, van robert Fripp, van ons. God is in het aZC, gevlucht voor een oorlog en geweigerd door de welvaart. God is de vredestichter die in syrië door alle partijen gemanipuleerd en bestreden wordt. God is gereformeerd en katholiek en evangelisch en orthodox en bevindelijk en liberaal, is voor veel kerken een vreemde. God woont in het

36

bejaardentehuis waar levende mensen voor hun familie dood zijn. God is de vrede tussen mensen waar geen vrede tussen is. Wie God wil volgen moet leven tussenin. Laat daarom ieder die een vrouw heeft zo leven dat het hem niet in beslag neemt, ieder die verdriet heeft zo dat hij er niet door wordt beheerst, ieder die vreugde voelt zo dat hij er niet in opgaat, ieder die bezit verwerft alsof het niet zijn eigendom is, ieder die in deze wereld leeft alsof ze voor hem niet meer van belang is. Want de wereld die wij kennen gaat ten onder. 1 Kor 7,29-31. daarom heeft ook Jezus, om met zijn eigen bloed het volk te heiligen, buiten de stadspoort geleden. Laten we dus het kamp verlaten, ons bij hem voegen en delen in zijn vernedering. Onze stad is immers niet blijvend, wij kijken juist verlangend uit naar de stad die komt. Hebreeën 13,12-14. nooit horen we van een volmaakt geschenk, maar we zullen altijd blijven geven. We kennen geen ware kerk maar hebben alle kerken lief. in de gereformeerde kerk zijn we vrienden van evangelische mensen, in de evangeliegemeente komen we op voor de traditionelen. niemand is onfeilbaar genoeg om ons te leiden maar we leren van iedereen omdat we in iedereen het goede benadrukken. Geen studie is perfect maar we doen alles om de samenleving te dienen. We zitten vol met gebreken maar geven ons volledig aan God over. We zijn burgers van nederland maar voelen ons thuis bij vreemdelingen en zwervers.

Said the straight man to the late man “Where have you been?” I’ve been here and I’ve been there And I’ve been in between. r.i. dam


37


The Broken Circle Breakdown[2012] Gedragen op de klanken van de bluegrass, presenteert Felix Van Groeningen in The Broken Circle Breakdown het drama van een echtpaar, dat wordt geconfronteerd met het verlies van hun dochtertje. In een kleine twee uur ontvouwt de Belgische regisseur een strijd die het echtpaar, Didier Bontinck (Johan Heldenbergh) en Elise Vandevelde (Veerle Baetens), met elkaar voert om niet alleen hun eigen verdriet maar ook dat van de ander te verzachten. Is het mogelijk om, op basis van liefde en de belofte van trouw, stand te blijven houden in een leven dat tot waanzin lijkt te leiden? De omgeving waarin dit verhaal zich

38

afspeelt, doet veelal paradijselijk aan. Didier, een liefhebber van alles wat het Amerikaanse vrijheidsideaal ademt, heeft het plan gevat om op het Vlaamse platteland deze onafhankelijkheid te bereiken. Het plan van een gelukszoeker, dat ondanks het droombeeld tot op het detail is uitgedacht. Elise daarentegen leeft van haar tattooshop, en schuwt niet haar eigen lichaam met inkt te versieren. Niet dat alles wat eens is gezet ook blijvend is, want bij het breken van de vele relaties in het verleden, is de naam van haar oude geliefde vervangen door een andere tattoo. Twee karakters, de berekende dromer en de nuchtere realist, die met de komst van Maybelle, hun dochtertje, prima samen lijken te gaan. Maar het moment waarop Maybelle haar eerste stapjes leert zetten, wordt op de achtergrond de 11 septemberspeech van George W. Bush getoond, waarin hij spreekt met de woorden van David: “Even though I walk through the valley of the shadow of death, I fear no evil, for You are with me.� Het zijn deze woorden die voor Didier het begin markeren van het einde van zijn droom, Amerika. Voor Elise vormen zij een aansporing tot de doorleving van het hogere, het transcendente. Een doorleving die door tekst en muziek wordt onderstreept, met traditionals als Over In the Glory Land en Wayfaring Stranger. De kijker wordt meegenomen


in een meeslepend liefdesdrama, dat niet alleen voor de filmliefhebbers onder ons een aanrader is, maar ook zeker voor aankomende predikanten. Het is een drama van verschillende aspecten uit het leven, die in het pastoraat niet buiten beschouwing zullen blijven. In een aantal recensies wordt Van Groeningens werk vergleken met Walk the Line en Blue Valentine, en dat is niet geheel onterecht. De vele elementen, die in beide films een belangrijke bijdrage leveren aan de sfeer en inhoud van het verhaal, komen in The Broken Circle Breakdown terug. Een van de waardevolste elementen van deze Vlaamse productie, ten opzichte van de zojuist genoemde films, is de niet-chronologische vertelling van het verhaal. Door voortdurend te wisselen van tijd, tussen goede en minder goede momenten, weet Van Groeningen niet alleen het drama enigszins dragelijk te maken, maar zorgt hij er eveneens voor dat de kijker meegenomen wordt in de emotionele wisseling van de personages. Een wisseling tussen zin en waanzin.

W. Dam

39


F.Q.I. is een levendig, maar log apparaat. Langzaam maar gestaag gaat het zijn weg. Vele zaken moeten verricht worden om alles in goede banen te leiden. In dit artikel wordt de grote man hierachter belicht: Laurens Dubbink, onze praetor corporis. Een portret. Blakend van zelfvertrouwen gaat hij door het leven. Amicaaltjes spreken eerbiedig over ‘De Bink’. Als ware Tauro gaat dit uiteraard zo nu en dan gepaard met fysiek vertoon jegens menige amice, in de vorm van een worsteling of een flirt. Hij loopt doorgaans rond met een brede grijns, maar kijk je hem aan, dan krijg je een vurige grimas terug: als een leeuw die brult en zo zijn aanwezigheid en positie binnen de groep aangeeft, maar bovenal zijn territorium, het corps, beschermt tegen vijandelijke indringers van buitenaf. Deze zorgzame paternalistische trek verklaart dan ook zijn moeizaam in te tomen behoefte VGSD-dassen in bier te laten verzuipen en VGSL-bestuurslinten te verscheuren. Noemenswaardig is dat deze heldhaftige beschermheer afgelopen jaar zijn eerste zeun heeft gekregen. Zijn patronaat gaat eveneens gepaard met oprecht vaderlijk meeleven in lief en leed. Om hem te beschermen voor de kwalijke invloed van die wraakzuchtige amice Plas heeft Dubbink zijn zeun recentelijk zelfs opgeroepen bij hem in zijn ouderlijk huis te komen wonen. Dat hierdoor een kast ten onder zal gaan neemt hij maar voor lief, beseffende dat er soms offers gebracht moeten worden om erger te voorkomen… Deze briesende leeuw heeft een voorbeeldig studentenleven waar velen in Kampen nog van kunnen leren: ’s ochtends in bed, ’s nachts op z’n best, de studie op z’n slechtst. Op soos verschijnt hij pas laat, maar wee degene die zonder goede reden vroeg weg wil gaan: het nachtdier spant dan zijn spieren, zet de achtervolging in, sprint, springt, slaat toe… Als de jacht slaagt, zit de bar tot aan het ochtendgloren vol met amicae amicique, het geheim des levens niet beseffend… Dubbink is praetor van een driekoppige senaat en heeft het daarmee maar gemakkelijk: waar bij een vijfmanssenaat de praetor bij wel vier mede-senatoren een oogje in het zeil moet houden en alles wat gedaan moet worden eerlijk over vier collega’s moet verdelen, hoeft Dubbink dat maar bij twee metgezellen te doen. En nu de quaestor zich sinds januari enigszins teruggetrokken heeft om zich op zijn bruiloft te storten, kan Dubbink alle zaken zelfs zonder hoofdbrekens direct doorschuiven naar onze vlijtige ab-actis. Wat dit jaar wel hetzelfde is, is dat Dubbink de eindverantwoordelijkheid draagt voor alles wat gebeurt door de senaat en het corps. Geen lichte taak dus. Alhoewel hij zich bij bijbelstudie in elitair gezelschap terugtrekt – waaronder twee hooggewaardeerde olim-praetoren en enkele veelbelovende amici – voelt deze primus inter pares zich nauw verbonden met de rest van het illustere corps. Van ziekte en begrafenis tot verjaardagen en bruiloften; onze praetor leeft met ons mee en is een en al genegenheid. Men dient de huid niet te verkopen voordat de beer geschoten is, daarom zal ik me ervoor behoeden iets definitiefs te zeggen. Maar ik denk dat al wel gezegd kan worden dat het corps gezegend is met zo’n voorman die FQI beschermt en eraan bouwt: van bloeddorstige amicalen tot geïnteresseerde kandidaat-leden, allemaal lopen ze hem, de praetor corporis, tegen het lijf. En dat is maar goed ook. Immers, als de praetor het corps niet bouwt, vergeefs zwoegen de amici; als de praetor Kampen niet bewaakt, vergeefs doet de ramcie zijn ronde… Het corps is er maar gezegend mee! 40

A.M. Clement


de bink

41


Varia

Na een pijnkreet van een hond SH: he! Wie deed Pablo pijn? MAvdW: ow, ik dacht dat LJvB de hik had Willem Pasterkamp “Dan loop je de benen uit je naad...” Jos Douma blikt vooruit op periode D: “Ik haal hier graag even Wildrik aan, zijn structurele manier van werken, daar maak ik nu graag even misbruik van.” WAO: “Ja… Het gebeurt wel eens vaker dat ik word misbruikt.” Dichtbij de tekst: tijdens een college over de basic-structure van WAO Jos Douma: “Het is gewoon knap hoe je de moves en structuur zo weet te vormen dat de tekst er niet meer herkenbaar in is.” Op de vraag hoe de opleiding kijkt tegenover het overlijden van iemand tijdens de stage periode antwoordt PWvdK: “In pastoraal opzicht is het sterfgeval natuurlijk geweldig!”

A(X)J over (zijn ultieme?) angst “Moet je je eens voorstellen dat je gaat bevallen, en er dan een heleboel spinnen uitkomen...” Terwijl IDH’s telefoon in college overgaat: IDH: ow, het is Aristoteles! MK-dK over het nut van Grieks (tegen WD) Als je weer problemen hebt met de relevantie van grieks moet je maar even naar mijn kantoor komen, dan kan ik je even indoctrineren! LdH-W over honger in de wereld LdH-W over een Arabische taxichauffeur die EdH had afgezet: ik hoop voor die man dat hij acht kinderen heeft die al een week honger hadden. 42

Met liefde MJH tegen JLvE: als jij wat regelt wil ik met alle liefde meebetalen! BBW: mag ik ook met liefde betalen? Bijbelstudie over de gelijkenis van de zaaier AJR: “Israël is het volkoren volk van God” FvdPol Haakt af FvdP: Ja, Haak heeft een elenctische benadering. Maar Haak is nu weg. Leve de sensus divinitatis. Verslagen CK: Ik moet nog een hele bende verslagen maken. AJ: Zalig zijn de verslagen van geest. Over kerkdienst in Wezep waar JH preekte SH: Ik denk dat Jos Colijn er ook was. Ik weet het niet zeker, ik zat schuin achter iemand waarvan ik dacht ‘volgens mij is dat Jos Colijn.’ WAO: Die heeft ook wel echt zo’n generiek gereformeerd hoofd. Over afpersen/uitknijpen KST: Als je dan een oud vrouwtje gaat uitpersen… Tijdens vergadering Opleidingscommissie over visitatierapport EB: Misschien is het ook leuk om te weten dat wij vaker ‘’Goed’’ gescoord hebben dan Apeldoorn CJdR: Verhef je niet boven een ander. FvdP: deemoedige Calvinist. Keuze van nieuw bijbelboek voor eetbondlezing: CNT: Tsja, er is nu eenmaal geen sinterklaasevangelie. CK: Kunnen we niet eens bij het begin beginnen en dan steeds verder lezen..hoe heet dat ook alweer, eh… connectio… continua… SH: Lexio continua. Connexxion is een busmaatschappij.

42


Printhuus KOSTENBESPAREND MEEDENKEN Van onze leveranciers vragen we om mee te denken om de kostprijs te verlagen. U mag van uw huidge drukker verwachten dat deze ook mee denkt om uw kostprijs te verlagen. Klink u dit vreemd in de oren? Drukkerij Printhuus drukt vele jaren voor een hele kritische doelgroep: studenten. Studenten hebben weinig budget en willen de mooiste afdrukken. Gaat dit samen? Natuurlijk! We denken met ze mee. Niet alleen voor de F.Q.I. studenten uit Kampen, we drukken voor studenten van alle uithoeken van het land, dagelijks verzenden we met PostNL pakketten. Waarom nog niet naar u? Het aantal studentenverenigingen dat bij ons drukwerk besteld groeit en tegelijkertijd drukken we steeds meer voor kerken in het hele land. Waarschijnlijk drukken we nog niet voor uw kerk / geloofsgemeenschap. Laat u wel eens offertes opmaken? Om te kijken of de kostprijs niet naar beneden kan? Dit levert alleen maar voordeel op voor uw kerk. Baadt het niet, dan schaadt het niet. Zo vragen wij ook altijd offertes op, waarom doet u dat nog niet? Een offerte is zo gemaakt. Printhuus Dalfsen kenmerkt zich door een kleine flexibele organisatie die kostenloos met de klant meedenkt. Ook verzenden we gratis en rekenen we niet overal kosten voor door. Is er eenmaal een prijs afgesproken, dan geldt deze voor een langere tijd zodat u weet waar u aan toe bent. Ook ge誰nteresseerd? Dan horen we graag van u!

Printhuus

www.printhuus.nl info@printhuus.nl 0651822732 43


- DaniĂŤl Lohues -


Cornu 41.3