Issuu on Google+

Onder de ‘huidige regelsamenleving’ verstaan we een samenleving die in sterke mate op expliciete regels gebaseerd is. Op basis van bijeenkomsten met deskundigen op het gebied van de regelsamenleving zijn de voor- en nadelen op deze kaart in beeld gebracht.

VOORDELEN VOORDELEN De regelsamenleving faciliteert hoge standaarden (maatschappelijk en bedrijfsmatig). De regelsamenleving faciliteert de complexiteit en diversiteit in de samenleving (maatwerk). De regelsamenleving biedt een juridische structuur en legt rechten en plichten vast. De ruimte voor willekeur neemt af.

NADELEN Door de complexiteit zijn regels vaak onderling strijdig of werken averechts. Er blijven altijd uitzonderingsgevallen bestaan waarop de regels slecht aansluiten. Regels vragen vaak om nog meer regels, en het inperken van de regelsamenleving is lastig. Sommige regels zijn vooral een antwoord op incidenten en daarom overbodig of relatief duur. Omdat het toezichtsapparaat te klein is voor het aantal regels, zien autoriteiten zich gedwongen tot gedoogbeleid, wat leidt tot willekeur. De regels worden vaak ontdoken en dat vermindert de geloofwaardigheid ervan. Regels worden soms voor andere doelen gebruikt dan beoogd, daarmee neemt de rechtszekerheid af. In de regelsamenleving worden leken afhankelijk van (juridische) experts.

VOORDELEN

Juridisch

Sociaalcultureel

De regelsamenleving biedt mensen houvast en een vertrouwensbasis voor maatschappelijk verkeer. Collectieve problemen worden opgelost via collectieve goederen en voorzieningen. Iedereen heeft gelijke rechten en plichten, iedereen wordt gelijk behandeld. De regelsamenleving zorgt voor de zwakkeren die anders het onderspit zouden delven. De opgebouwde collectieve wijsheid en de culturele waarden zijn expliciet vastgelegd. Expliciete regels stellen traditionele, impliciete regels ter discussie. De regelsamenleving voedt het debat over de gedeelde normen en waarden.

NADELEN

Wat zijn de maatschappelijke voor- en nadelen van de huidige regelsamenleving?

De regelsamenleving ontmoedigt eigen verantwoordelijkheid en initiatief. Mensen raken het gevoel kwijt van de achterliggende waarden en principes van de regels. Mensen gaan risico mijden, want zij zijn (door een claimcultuur) bang om fouten te maken. Voor een deel van de burgers is de regelsamenleving te complex, waardoor tweedeling dreigt. De regelsamenleving behartigt gevestigde belangen, buitenstaanders worden benadeeld. Mensen raken vervreemd van ‘het systeem’ en voelen zich niet meer thuis. De regelsamenleving is zo complex dat een ieder - onbewust - overtredingen maakt. Mensen verwachten dat regels alles oplossen, de regelsamenleving biedt schijnzekerheid.

VOORDELEN

De politiek kan met regels problemen en ergernissen van het publiek oplossen. De politiek kan zaken gedetailleerd regelen en maatwerk bieden. De regelsamenleving is goed bestuurbaar, omdat het systeem beheersbaar is. Bestuurders kunnen gedrag voorspellen en daardoor beter beïnvloeden.

Regels, zoals voor intellectueel eigendom en handel, faciliteren innovatie en economische ontwikkeling. De regelsamenleving legt de basis voor ondernemerschap (eigendomsrecht, contractrecht). De regelsamenleving zet marktpartijen en instellingen aan tot innovatie.

NADELEN De vele en complexe regels - soms van beperkte kwaliteit - hollen onder burgers het draagvlak voor regelgeving uit. Het systeem is zo complex dat de politiek de gevolgen van (nieuwe) regels niet goed inschat en daardoor fouten maakt. Politici staan onder druk door de publieke overtuiging dat zij met regels alles kunnen oplossen. De burger heeft het gevoel dat niets mag, en keert zich tegen de politiek. Toezichthouders kunnen niet alles controleren en stellen daarom - zonder politieke controle - hun eigen prioriteiten en uitvoeringsagenda vast.

in opdracht van:

Politiek

Economisch

Deze Informatiekaart is onderdeel van het KPMG-programma ‘Hypegiaphobia’. Onder deze Engelse term, die staat voor de angst voor het nemen van eigen verantwoordelijkheid, onderneemt KPMG initiatieven om samen met andere maatschappelijke partijen op zoek te gaan naar een nieuwe balans tussen regels en vertrouwen. Meer informatie hierover is te vinden op www.hypegiaphobia.nl.

NADELEN De publieke kosten voor het regelapparaat en het toezicht zijn hoog, detailregels maken en onderhouden is bovendien extra duur. De private kosten voor de naleving en verantwoording zijn hoog en bovendien zijn er verborgen kosten omdat innovaties door regels moeilijker tot stand komen. De regelsamenleving remt de economische groei en verslechtert de concurrentiepositie. De kans op schade door claims of boetes neemt toe.

gemaakt door:

© 2008


Mijn omzet

Declaratie

versus

provisie

Ik krijg, na het kennismakingsgesprek, betaald voor alle uren die ik voor de klant werk. Ik heb altijd de kans om de klant advies te geven en zo geld te verdienen. Ik krijg door advies te geven beter betaald voor de kleine provisieposten.

Ik heb kans op uitschieters naar boven om financiële reserves op te bouwen. Ik krijg meer provisie als mijn omzet bij een aanbieder een bepaalde grens overschrijdt. Ik kan producten makkelijker verkopen omdat klanten (nog) niet weten wat ik ermee verdien. In mijn organisatie heeft iedereen de eenduidige prikkel om zoveel mogelijk provisie binnen te halen.

Mijn zekerheid

Mijn zekerheid

Ik stel mijn eigen tarief vast en ben voor mijn beloning niet meer afhankelijk van de aanbieders. Ik loop geen risico dat aanbieders mijn provisie (deels) terugvorderen als de klant het product opzegt. Ik kan een breder scala aan diensten leveren zodat het risico voor mijn onderneming kleiner wordt.

Ik heb geen debiteurenrisico omdat ik geld krijg van de verzekeraar en niet van de klant. Ik kan de waarde van mijn portefeuilles vaststellen en deze makkelijk verkopen of financieren.

Mijn dienstenaanbod Ik kan ook diensten leveren die niet samenhangen met producten. Ik kan de klant keuze geven over de mate van zelfwerkzaamheid en daar de prijs op aanpassen. Het is rendabel om ook over complexe vraagstukken (zoals echtscheiding) te adviseren. Ik kan me specialiseren en me zo beter onderscheiden van andere intermediairs.

Mijn dienstenaanbod

voor

voor

Mijn aanbieders nemen de bulk van de administratie voor hun rekening.

Ik heb alleen te maken met facturen aan klanten. Ik heb een urenadminstratie waarmee ik de productiviteit van mijn medewerkers goed kan meten.

Mijn werkplezier

Wat zijn voor mij als financieel adviseur de argumenten voor en tegen de twee verdienmodellen?

Mijn werkplezier Het geeft mij veel voldoening om mensen het advies te geven dat echt bij hen past. Ik voel minder druk van de aanbieders, bijvoorbeeld om producten te moeten verkopen. Ik vind het prettig om langdurige relaties op te kunnen bouwen met klanten die goed bij mij passen.

Mijn klanttevredenheid Mijn klanten hebben niet te maken met verkopers maar met adviseurs. Mijn klanten weten vooraf waar ze financieel aan toe zijn. Mijn klanten betalen alleen voor de aan hen geleverde diensten.

Ik krijg een kick van het verkopen van een product met een hoge provisie. Ik vind het fijn dat ik tijd heb om breed te adviseren omdat ik niet ieder uur hoef te factureren.

Mijn klanttevredenheid Mijn klanten krijgen niet direct een factuur maar betalen premie over een langere periode. Ik kan mijn klanten een deel van mijn provisie uitkeren als cashbonus. Mijn klanten hoeven zich pas laat te committeren aan de aanschaf van een product.

Mijn omzet

Mijn omzet

Ik kan geen piekomzet draaien en sparen omdat mijn omzet afhankelijk is van mijn gewerkte uren. Ik kan kennismakingsgesprekken en de verplichte nazorg bij productverkoop moeilijk factureren. Ik loop het risico meer uren te maken dan ik had ingeschat en die kan ik niet in rekening brengen. Ik kan diensten moeilijk verkopen omdat de klanten weten wat ik ermee verdien. Ik moet met mijn uurtarief concurreren op prijs.

Ik loop het risico dat mijn klanten hun rekening niet betalen (debiteurenrisico). Ik kan de waarde van mijn onderneming moeilijk bepalen.

Ik verdien geld als ik een product verkoop maar ik krijg niets voor mijn advies. Ik kan niet aan een klant verdienen als deze geen producten nodig heeft. Ik verkoop soms producten die veel werk opleveren maar waar ik weinig aan verdien. Ik kan producten moeilijker verkopen als ik vanaf 2009 moet laten zien hoeveel provisie ik krijg.

Mijn zekerheid

declaratie

provisie

Mijn dienstenaanbod

Ik geef kleine provisieposten weinig aandacht omdat deze niet rendabel zijn. Ik help alleen klanten van wie ik denk dat ze producten gaan afsluiten. Ik focus alleen op nieuwe klanten en besteed weinig tijd aan ‘nazorg’ bij bestaande klanten. Ik geef klanten niet altijd het juiste advies, omdat de kwaliteit van mijn advies niet beloond wordt.

Mijn administratie Ik moet een (uren)administratiesysteem opzetten. Ik moet een btw-administratie opzetten. Ik moet factureren en incasseren. Ik moet een verrekeningssysteem opzetten omdat aanbieders nog vooral op provisiebasis werken.

Ik mis de kick van het afsluiten van een grote deal. Ik moet eerst mezelf verkopen voordat ik advies mag gaan geven. Ik voorzie discussies met de klant over de hoogte van het uurtarief en het aantal uren.

Mijn klanttevredenheid Mijn klanten krijgen direct een rekening terwijl zij gewend waren aan ‘gratis’ advies. Mijn klanten moeten direct betalen terwijl ze nog niet weten wat ze precies gaan krijgen.

in opdracht van:

Omniplan BV

Ik moet de provisie (deels) terugbetalen als de klant het product binnen vijf jaar opzegt. Ik ben voor mijn producten en provisie, en daarmee voor mijn omzet, afhankelijk van aanbieders. Ik word geraakt als er producten wegvallen, bijvoorbeeld door maatschappelijke onrust. Mijn werknemers hebben een prikkel om te sturen op omzet maar niet op beheersing van risico’s.

Mijn dienstenaanbod

Ik kan geen diensten leveren waarvan de opbrengst te laag is. Ik heb een ander belang dan mijn aanbieders waardoor hun ondersteuning achterblijft.

Mijn werkplezier

Door hoge provisies op sommige producten kan ik ook lagere provisieposten aandacht geven. Ik heb hetzelfde belang als mijn aanbieder en kan daarom op diens ruime ondersteuning rekenen. Ik kan goede mensen aannemen omdat ik relatief hoge salarissen kan bieden.

Mijn administratie

Mijn administratie

Mijn zekerheid

Mijn omzet

Mijn administratie Het kost mij steeds meer moeite om aan de eisen te voldoen die in wetgeving worden gesteld. Het kost mij veel tijd om het inboeken van de provisie te controleren.

tegen

tegen

Mijn werkplezier Ik vind het vervelend dat mijn belang (provisie) niet altijd overeenstemt met het belang van de klant. Ik vind het niet fijn om veel gesprekken te voeren die niets opleveren.

Mijn klanttevredenheid Klanten die producten afsluiten betalen voor klanten die dat niet doen. Mijn klanten zijn sceptisch omdat aanbieders hen grotere provisies tonen dan ik in feite ontvang.

gemaakt door:

© 2008


Voorwaarden De overledene was verzekerd voor de Algemene nabestaandenwet (Anw). De nabestaande verdient niet meer dan het vastgestelde grensbedrag van 2.263 euro bruto per maand met werk en ontvangt geen uitkering hoger dan 1.056 euro in verband met arbeid (2008). De nabestaande is jonger dan 65 jaar, niet gehuwd en niet samenwonend. Als de nabestaande na 1950 geboren is, moet hij/zij een kind jonger dan 18 jaar verzorgen of meer dan 45 procent arbeidsongeschikt zijn.

Hoogte De uitkering bedraagt maximaal 70 procent van het netto wettelijk minimumloon (maximaal 1.057 euro bruto in 2008, exclusief vakantie-uitkering).

Voorwaarden De voorwaarden zijn vastgelegd in reglementen en verschillen per fonds of verzekeraar. Werknemers zijn ouder dan de minimum deelnemersleeftijd (meestal 21 jaar).

Een Anwuitkering voor weduwen en weduwnaars

Hoogte

Uitvoerder De regeling wordt uitgevoerd door de Sociale Verzekeringsbank (SVB).

VANUIT PENSIOENUITVOERDERS

ZORG VANUIT DE OVERHEID

Voorwaarden De ontvanger is de achterblijvende ouder of duurzame verzorger van één of meer kinderen (halfwezen) onder de 18 jaar.

Hoogte De uitkering bedraagt 20 procent van het netto wettelijk minimumloon (243 euro bruto in 2008, exclusief vakantie-uitkering).

Een pensioenuitkering voor partners en (half)wezen

Uitvoerder

Een Anwuitkering voor halfwezen

De regeling wordt uitgevoerd door pensioenuitvoerders, pensioenfondsen of verzekeraars.

Uitvoerder

Keuzes

De regeling wordt uitgevoerd door de SVB.

Alle verzekerden kunnen het nabestaandenpensioen inruilen voor een hoger ouderdomspensioen of omgekeerd. Alle verzekerden kunnen het nabestaandenpensioen inruilen voor het eerder laten uitkeren van het ouderdomspensioen. Alle verzekerden kunnen het nabestaanden- en ouderdomspensioen overdragen aan een ander pensioenfonds. Soms kunnen verzekerden de verzekering op vrijwillige basis voortzetten na de start van een eigen bedrijf. Sommige pensioenregelingen bieden ook een eenmalige uitkering bij overlijden. Sommige pensioenregelingen bieden een aanvullende Anw-hiaatverzekering aan.

Voorwaarden De wees is jonger dan 16 jaar. Óf de wees is onder de 21 jaar en volgt onderwijs en/of de wees is niet getrouwd en verzorgt een broertje of zusje jonger dan 16 jaar. Óf de wees is arbeidsongeschikt en jonger dan 18 jaar.

Waaruit bestaat de financiële voorzorg voor nabestaanden?

Hoogte De uitkering bedraagt, los van het inkomen maar afhankelijk van de leeftijd, tussen de 32 en 64 procent van de bruto nabestaandenuitkering (338 tot 676 euro bruto in 2008, exclusief vakantie-uitkering).

De uitkering is afhankelijk van de aard van het dienstverband op moment van overlijden en van de pensioenregeling: opbouwbasis, risicobasis of een mengvorm. Bij een regeling op opbouwbasis krijgt de nabestaande het opgebouwde bedrag uitgekeerd als de verzekerde nog in dienst was. Vaak is dit 70 procent van het ouder­domspensioen van de overledene. Als de verzekerde al uit dienst was, is dit (veel) lager. Bij een verzekering op risicobasis krijgt de nabestaande een lagere uitkering en niets als de verzekerde al uit dienst was.

Een Anwuitkering voor wezen

Uitvoerder De regeling wordt uitgevoerd door de SVB.

Uitkeringen van begrafenisverzekeringen worden onder voorwaarden onbelast uitgekeerd. Kosten voor een begrafenis of crematie zijn tot en met 2008 fiscaal aftrekbaar. De overlijdensuitkering uit een kapitaalverzekering, een spaarrekening en het beleggingsrecht eigen woning zijn onder voorwaarden belastingvrij. Volgens de omkeerregel wordt niet de pensioenaanspraak belast, maar de te ontvangen pensioenuitkering.

Eenmalige uitkeringen door de werkgever van maximaal drie maandsalarissen (afhankelijk van de arbeidsvoorwaarden van de overledene) zijn belastingvrij. Als de overledene recht had op een AOW- of WW-/WAO-uitkering, loopt deze nog één of twee maanden door. Nabestaanden kunnen recht hebben op het fiscaal gefaciliteerde spaarloon- of levensloop­tegoed van de overledene.

Toezicht via De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Verplichtstelling deelname aan de pensioenregeling van de werkgever. Zorgplicht van gemeenten voor re-integratie (op verzoek) van Anw’ers. Mogelijkheid om werkgever of veroorzaker van een dodelijk ongeval aansprakelijk te stellen voor de inkomensderving.

in opdracht van:

Belastingvrijstellingen

Eenmalige voorzieningen

GEFACILITEERD DOOR DE OVERHEID

VANUIT BURGERS

Eigen inkomen

Inkomen uit werk.

Eigen vermogen

Geld op een spaar- of levensloopregeling. Aandelen en beleggingsfondsen. Onroerend goed zoals een eigen woning. Bezittingen zoals kunst en juwelen.

Private verzekeringen

Een overlijdensrisicoverzekering en/of levensverzekering. Een private Anw-hiaatverzekering. Een lijfrenteverzekering en/of koopsompolis. Gefaciliteerd banksparen voor pensioen of hypotheek. Een kapitaalverzekering om de hypotheekschuld af te kunnen lossen.

Overige wetgeving

© 2008


Route Schuld

1 Uitzoeken

ik heb een schriftelijk overzicht van mijn inkomsten en uitgaven.

nee

Maak een overzicht van je inkomsten. Maak een overzicht van je uitgaven. Controleer aan de hand van bankafschriften of je alles hebt meegerekend.

Ja

ik heb een schriftelijk overzicht van mijn schulden en schuldeisers.

nee

Maak een overzicht van je schulden: noteer eisers, bedragen en betalingstermijnen. Stel vast of je schulden hebt die je eerst moet aflossen (preferente schulden).

Ja

ik heb vorderingen ontvangen die allemaal kloppen.

Alles Ja? Ga door naar Aflossen.

nee

Maak afspraken met schuldeisers van wie de schuldeis niet klopt. Laat bij overeenstemming de schuldeiser gemaakte afspraken op papier zetten. Begin pas met aflossen als je akkoord bent met de schuldeis.

nee

Kijk in je overzicht van uitgaven of er posten zijn waarop je kunt bezuinigen. Kijk of er mogelijkheden zijn om je inkomsten te verhogen, zoals werk. Zoek uit op welke toeslagen jij recht hebt en of je daar al gebruik van maakt.

nee

Informeer je schuldeisers dat je de schuld nu niet kunt aflossen. Zet via je klantmanager de stap naar een minnelijk traject.

nee

Verdeel de maandelijkse aflossing over verschillende schuldeisers en zet dit op papier. Denk erom dat preferente schulden als eerste moeten worden afgelost.

nee

Neem contact op met de schuldeiser(s) om een betalingsregeling af te spreken. Laat de schuldeiser de gemaakte afspraken op papier zetten en deze naar jou opsturen.

nee

Zet via je klantmanager de stap naar een minnelijk traject.

Ja

2 Aflossen

ik weet het bedrag waarmee ik maandelijks mijn schuld kan aflossen.

Ja

ik kan elke maand een vast bedrag vrijmaken om mijn schulden af te lossen.

Ja

ik heb voor mijn schuldeisers een betalingsvoorstel op papier gezet.

Ja ik heb mijn schuldeisers benaderd om een betalingsregeling af te spreken.

Ja ik heb met mijn schuldeisers een betalingsregeling afgesproken.

hulp Je kunt zelfstandig je schulden aflossen, maar als dat niet lukt moet je hulp inschakelen. Je kunt dan niet meer je eigen route bepalen. Dit wordt voor je gedaan. Daarom heeft De Argumentenfabriek voor zo’n situatie geen stappenplan. De Argumentenfabriek kan wel informatie geven over hoe deze aflossingstrajecten er over het algemeen uit zien.

Het minnelijke schuldsaneringstraject In een zogenaamd ‘minnelijk traject’ betaalt een instantie voor jou, jouw schuldeisers af. Jij hebt dan wel een schuld bij deze instantie (een saneringskrediet). Welke instantie dat is, dat verschilt per gemeente. Het kan de gemeente zelf zijn, een gemeentelijke kredietbank of een particuliere organisatie. Betaal echter nooit voor schuldhulpverlening, dit is bij wet verboden. Deze instantie bepaalt, gekeken naar jouw financiële situatie van dat moment, hoeveel jij kunt gaan aflossen (aflossingscapaciteit). De aflossingsperiode duurt maximaal drie jaar, dat is een vaststaande afspraak tussen schuldeisers en instanties van minnelijke trajecten. Het deel van de schuld dat je niet kunt aflossen, wordt kwijtgescholden. Je gaat per maand aflossen.

Mocht je inkomen wijzigen gedurende de aflossingsperiode, dan heeft dit geen gevolgen voor de hoogte van het bedrag dat je maandelijks aflost. Dit bedrag blijft gelijk. Nadat je een minnelijk traject achter de rug hebt (geslaagd of niet geslaagd), kun je er over het algemeen de eerstvolgende vijf tot tien jaar geen aanspraak op maken. Dit is geen vaststaande regel, maar een richtlijn die door de meeste minnelijke instanties wordt gehanteerd.

Zo kom je in in het minnelijke schuldsaneringstraject Neem contact op met je klantmanager en geef aan dat je naar een minnelijk traject wil. De klantmanager kan samen met jou uitzoeken of je hier voor in aanmerking komt.

De Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) In een WSNP-traject moet je maandelijks aflossen wat je maximaal kwijt kunt. Hoeveel geld dit is wordt door de rechter bepaald. Je betaalt zelf direct aan je schuldeisers. Een WSNP-traject duurt drie jaar en dan ben je van je schulden af. Lukt dit door omstandigheden toch niet, dan is een verlenging van twee jaar mogelijk. Je hebt pas toegang tot de WSNP wanneer je zonder succes een minnelijk traject hebt gevolgd. Als je meer gaat verdienen, moet je ook meer aflossen. Om dit te controleren, kan de uitvoerder van de WSNP inzage krijgen in al je post en daarmee ook in je bankafschriften (postblokkade). In een WSNP-traject is het volgen van een opleiding nagenoeg onmogelijk. Alles is gericht op (zo snel mogelijk) aflossen en wanneer je een opleiding volgt, kun je minder aflossen dan wanneer je zou werken. Een opleiding is niet verboden, maar is alleen toegestaan als je dit naast een voltijdbaan doet. Nadat je een WSNP-traject achter de rug hebt (geslaagd of niet geslaagd), kun je er de eerstvolgende tien jaar geen aanspraak meer op maken.

Zo kom je in de WSNP Voor een WSNP-aanvraag word je door de gemeente meestal doorverwezen naar een schuldhulpinstantie. Deze doet voor jou de aanvraag. De rechter toetst of je toegelaten wordt, volgens drie richtlijnen: 1) een minnelijk traject is geprobeerd, 2) je schuld is niet ‘te kwader trouw ontstaan’ (dat je beter had kunnen weten) en 3) je hebt geen strafblad of je kunt aantonen dat je je leven hebt gebeterd. Als jouw aanvraag door de rechter niet wordt gehonoreerd, kun je in hoger beroep gaan. Hier heb je wel verplicht een advocaat bij nodig en dat kost geld, meestal rond de 90 euro. Daarbij moet je binnen acht dagen nadat je aanvraag is afgewezen in beroep gaan. Wacht hiermee dus niet totdat je de uitspraak thuisgestuurd krijgt, dit kan veel langer duren dan acht dagen. Voor meer informatie over juridische processen en regels kun je de hulp inschakelen van het Juridisch Loket. Doe dit, vanwege de termijn van acht dagen, ruim voordat de rechter uitspraak doet. Een advocaat zoeken kan via www.advocatenoverzicht.nl (controleer de hier vermelde gegevens wel altijd bij het kantoor zelf).

5


Voor welke ondernemers is het een optie om personeel aan te nemen ?

Personeel geen optie

Zelfstandigen tegen wil en dank Ondernemerschap is opgedrongen

Personeel geen optie

Ondernemers zonder personeel

Bewust personeellozen Hebben geen wil of ambitie

Personeel geen optie

Zelfverkozen Zelfstandigen

Sappelaars

Wilden ondernemer worden

Hebben te weinig werk

Personeel geen optie

Bereidwilligen

Unieken

Zouden best willen

Werk delen is lastig of onaantrekkelijk

Personeel geen optie

Succesvollen

PotentiĂŤle werkgevers

Hebben genoeg werk

Opbrengsten overstijgen kosten (nu) niet

Repliceerbaren Kunnen hun werk uitbesteden

Werkgevers Opbrengsten overstijgen de kosten

Personeel een optie


financieel_issu