Issuu on Google+

De zelfredzame Amsterdammer, de economie en de stad Een externe analyse in vier werelden


Mooie vergezichten vanuit een grimmige omgeving De zelfredzame Amsterdammer Economische tegenwind, in het ongerede geraakte openbare financiën en een golf decentralisaties stellen gemeentes voor fundamentele vragen. Wat is kern en wat is franje? Wat zijn de doelen, en wat zijn eigenlijk de doeltreffendste instrumenten? Zijn er in die bozige buitenwereld naast bedreigingen ook kansen? Dit kaartenboek past in deze vragenreeks, toegespitst op de gemeente Amsterdam, in het bijzonder de Amsterdamse burger, zelfredzaam of juist niet. Voorjaar 2012 gaf de Dienst Werk en Inkomen (DWI) van de gemeente Amsterdam De Argumentenfabriek opdracht tot het maken van een externe analyse. Hoofdvragen: Wat gebeurt er in de wereld om DWI heen, en welke impact heeft dit op de dienstverlening? Dit kaartenboek geeft antwoord op deze vragen.

Denksessies Om deze vragen te beantwoorden hebben DWI en de Argumentenfabriek vijf denksessies georganiseerd en hierbij steeds een tiental deskundige buitenstaanders uitgenodigd. We hebben het net hierbij breed uitgeworpen: van onderwijsspecialisten tot Amsterdamse werkgevers, van specialisten in nieuwe media tot re-integratiebedrijven, van uitzenders tot Haagse beleidsambtenaren, van specialisten in jeugdzorg en verslaving tot kenners van sociale zekerheid, wetenschappers en onderzoekers. De breedte van de deskundigen geeft enige garantie dat de belangrijkste aspecten van het landschap aan bod zijn gekomen. Steeds stond dezelfde vraag centraal. Die luidde: Met welke externe trends en factoren moet de gemeente Amsterdam rekening houden bij het formuleren van een nieuwe strategie om Amsterdammers in hun eigen onderhoud te laten voorzien?

Het was ons dus te doen om externe ontwikkelingen; interne ontwikkelingen zijn tijdens de sessies soms wel aan de orde gekomen maar blijven in dit kaartenboek buiten beschouwing. Belangrijk om te benadrukken dat de analyse is gericht op de gemeente Amsterdam, wat breder is dan de Dienst Werk en Inkomen. De vraag was naar de strategie rond het ‘voorzien in eigen onderhoud’ omdat dit zowel voor Amsterdammers als voor de gemeente van essentieel belang is, en tegelijkertijd ruimte laat voor verschillende subdoelstellingen. Dit kaartenboek is de eerste denkstap in een strategisch proces. Strategievorming begint bij het nuchter beschouwen van de buitenwereld. Zijn in de buiten­ wereld ontwikkelingen waar te nemen die grote impact hebben op de gemeente Amsterdam? Als het antwoord ontkennen­d luidt, is verder nadenken over strategie en organisatie overbodig. Maar zijn die impactvolle ontwikkel­ingen er wel, dan is doordenken geboden. Eerst over de kracht en zwakte van de eigen organisatie, vervolgens over een nieuwe visie en missie, het diensten­ pakket, de doelgroep hiervan en de manier waarop die diensten worden aangeboden. Als zo duidelijk is wat de gemeente wil bereiken kan worden gekeken naar de organisatie, de organisatiecultuur en de mensen. Zo kan de gemeente een organisatie vormgeven die de kansen grijpt en de bedreigingen weet af te wenden; een organisati­e die stevig staat in de buitenwereld van nu. Aan het slot van elke denksessie is aan de deskundigen gevraagd een cijfer te geven aan de door hen gevoelde urgentie om na te denken over een nieuwe gemeentelijke strategie en organisatie, op basis van wat ze die ochtend of middag allemaal hadden gehoord en gezegd. Op een schaal van nul tot tien lag het gemiddelde rond de 8, met uitschieters naar 4 en 10. Voor de goede orde: dit is geen wetenschap; het geeft een indruk van de kijk van betrokken buitenstaanders.

Resultaten De opbrengst van de denksessies is door De Argumentenfabriek verwerkt, geanalyseerd en verrijkt, hierbij geholpen door een aantal mensen van de gemeente. Het resultaat, gepresenteerd in de zeven Informatiekaarten in dit boek, valt in drie delen uiteen. Deel 1: Het assenstelsel. Op basis van alle verzamelde informatie is eerst de vraag gesteld wat de fundamentele variabelen zijn rond werk en inkomen voor de gemeente Amsterdam. Het antwoord ligt uiteraard op de arbeidsmarkt: bij de vraag naar arbeid van werkgevers en het aanbod van arbeid door Amsterdammers. Gezien de vraagstelling – ‘in eigen onderhoud voorzien’ - gaat het vooral om de ‘onderkant’ van de arbeidsmarkt. In dit kaartenboek wordt deze onderkant aangeduid als ‘de doelgroep’ (zie kader). Onder de doelgroep worden zowel mensen begrepen die niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien, als mensen voor wie deze situatie dreigt te ontstaan. Op de eerste kaart in dit boek zijn deze variabelen voorgesteld als twee assen die samen een kruis vormen (zie figuur 1). Aan elk uiteinde van de assen wordt getrokken door krachten in de buitenwereld. Het is de ingekookte versie van de trends en factoren benoemd door de deskundigen uit de denksessies. Op de verticale as staat de vraag van werkgevers naar de arbeidskracht van Amsterdammers van laag (onder) naar hoog (boven). Maatschappelijk verantwoord ondernemen, bijvoorbeeld, is een trend die werkgevers ertoe aanzet mensen in dienst te nemen die anders lastig aan werk komen. Dit is een van de trends die de vraag naar arbeid uit de doelgroep omhoog trekken. Aan de andere kant van dezelfde as wordt de vraag naar Amsterdammers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt juist omlaag getrokken, bijvoorbeeld

door toenemende vraag van werkgevers naar goedkope arbeidsmigranten met een goed arbeidsethos. Op de horizontale as staat het aanbod van arbeid van Amsterdammers van laag (links) naar hoog (rechts). Hier trekken bijvoorbeeld krachten als de armoedeval, discriminatie op de arbeidsmarkt en verslavingsproblemen de groep laaggeschoolde Amsterdammers naar links en dus in de richting van (blijvende) overheidszorg. De trend dat Amsterdammers steeds beter zijn opgeleid, en dat de kwaliteit van het onderwijs in Amsterdam toeneemt, zet mensen juist aan tot het zoeken van een baan om zo zelfstandig te voorzien in een inkomen.

Wie vallen er onder de doelgroep? ‘Doelgroep’ is een lelijk woord. En bovendien: het gaat vooral om individuen, en die individuen verschillen sterk van elkaar. Bij gebrek aan een beter alternatief wordt de term in dit kaartenboek toch gebruikt. Onder de doelgroep wordt verstaan in dit kaartenboek het deel van de Amsterdamse beroepsbevolking dat niet in eigen onderhoud voorziet, of dreigt dit niet meer te kunnen. Omgekeerd: mensen met een stevige arbeidsmarktpositie vallen buiten de doelgroep. Binnen de doelgroep vallen bijvoorbeeld Amsterdammers: • m  et een uitkering wegens Bijstand, de Wajong, WW, WAO of WIA; • zonder uitkering en zonder baan (‘nuggers’); • met een lage opleiding en een of meer flexcontracten; • met een baan bij de sociale werkvoorziening; • met werk en een inkomen rond de armoedegrens; • met schulden; • zonder relevante opleiding; • met gezondheidsproblemen die werken bemoeilijken; • met verslavingen die werken bemoeilijken. Deze lijst is niet uitputtend maar geeft een beeld van de doelgroep. Deze mensen hebben met elkaar gemeen dat de kans groot is dat ze gebruik maken van publieke diensten en overdrachtinkomen, of dat ze dat in de nabije toekomst zullen doen.

2


Op de vier volgende kaarten (kaart 2 tot en met kaart 5) worden de krachten die aan de assen trekken in meer detail uitgewerkt en geïllustreerd met data.

Er is ook een grimmige wereld als tweede voorbeeld, wereld 3, de ‘steunwereld’. Als de werkgevers de Amsterdamse werknemers liever links laat liggen, en de Amsterdammers liever een uitkering ‘trekken’, dan zelf hun brood verdienen, dan kan dit voor beide partijen een bevredigende situatie opleveren. Men vindt elkaar niet, en dat is wat beide betreft prima. Werkgevers en de doelgroep hebben geen gemak van elkaar, maar ook geen last. De gemeente is de ongelukkige derde op wie de kosten worden afgewenteld. Zie voor de typering van de twee andere werelden kaart 6. In welke wereld bevindt Amsterdam zich nu, en welke kant bewegen vraag en aanbod zich op? De bij de deskundigen gevoelde urgentie tot hervorming illustreert dat Amsterdam zich, bezien vanuit het perspectief van de gemeente, bevindt in het grimmige kwadrant, en dat er krachten werken die Amsterdam hier steeds verder in trekken. Door de gekozen opzet kan de lezer van dit kaartenboek ter zake zijn eigen, afwijkende conclusies trekken.

Deel 2: Impact in vier werelden. Door het assenstelsel uit het eerste deel ontstaan vier werelden. Die verschillen sterk van elkaar als wordt gekeken naar het welbevinden van de drie hoofdrolspelers, de betrokken Amsterdammers, de werkgevers en de gemeente. Een voorbeeld: in de eerste wereld, de ‘werk­ wereld’, waar werkgevers in dit segment veel arbeid vragen en de betrokken Amsterdammers gericht zijn op het vinden van betaald werk, ontstaat voor alle drie de hoofdrolspelers een ideale toestand. De werkgevers hebben de werknemers die ze willen hebben; de Amsterdammers die kunnen en willen werken hebben een baan; de gemeente heeft een lage uitkeringslast en kan desgewenst volstaan met een klein apparaat. Een idyllische wereld.

Kaart 5

Werkgevers vragen meer arbeid van de doelgroep

wereld 4

Amsterdammers zijn minder gericht op zelfredzaamheid

wereld 1

In welke richtingen kan de wereld om de gemeente heen zich ontwikkelen en welke factoren zijn hierop van invloed?

Kaart 2

wereld 3

Kaart 3

wereld 2

Amsterdammers zijn meer gericht op zelfredzaamheid

Het antwoord op de vraag in welke wereld Amsterdam zich bevindt en zal bevinden wordt bepaald door de sterkte van de krachten die aan de assen trekken. Deze opzet in werelden lijkt, in elk geval visueel, op een klassieke scenariostudie, maar wijkt hier op een essentieel onderdeel van af: het karakter van de assen. In de klassieke scenariostudie worden de assen gevormd door exogene onzekerheden, die zich volledig onttrekke­n aan beïnvloeding door de hoofdrolspeler (een land, een bedrijf, een individu). Een dergelijke analyse stelt de opsteller in staat na te denken over een handelwijze die rekening houdt met elk van de vier onzekere werelden. Onze opzet illustreert, in tegenstelling hiermee, juist de voorwaarden voor succes, gegeven de doelstelling Amsterdammers zo veel als mogelijk zelfredzaam te maken. Er is maar één wereld waarin dit echt kans van slagen heeft: de wereld waarin werkgevers de doelgroep in dienst willen nemen, en een wereld waarin de doelgroep actief via werk naar eigen inkomen zoekt. De krachten die aan de hier gepresenteerde assen trekken, op kaart 2 tot en met kaart 5, zijn op korte termijn voor de gemeente Amsterdam gegeven, en in die zin exogeen. Doelgroep en werkgevers hebben ieder hun eigen voorkeuren en overwegingen en staan bloot aan prikkels, los van het optreden van de gemeente. Als gezegd lijkt dit staande bouwwerk Amsterdam voor de korte termijn te positioneren in de grimmigste van de vier werelden. Maar op de wat langere termijn zijn beide assen wel degelijk te beïnvloeden door gemeentelijk optreden, het arbeidsaanbod gemakkelijker dan de vraag. Sterker: Amsterdam zal succesvoller zijn in het vergroten van de zelfredzaamheid naarmate de gemeent­e er beter in slaagt het gedrag van werkgevers en de doelgroep te beïnvloeden, en dus op te schuiven in de richting van wereld 1. Kansen voor de gemeente om deze verschuiving te realiseren komen aan bod in deel 3.

Deel 3: Externe aangrijpingspunten voor een nieuwe strategie. Tot aan dit punt in de analyse is maar een deel gebruikt van de oogst aan trends en factoren uit de denksessies. De deskundigen zien in de buitenwereld tal van aangrijpingspunten om Amsterdam in de richting te trekken van de wereld waarin het doel van maximale zelfredzaamheid het gemakkelijkste kan worden bereikt. Deze externe aangrijpingspunten staan centraal op kaart 7. In tegenstelling tot de krachten die in deel 1 in kaart gebracht zijn, betreft het op deze kaart zaken die op zichzelf Amsterdam niet in een bepaalde richting trekken, maar waar de gemeente in een nieuwe strategie haar voordeel mee kan doen.

Vooruitblik Hoe om te gaan met deze grimmige buitenwereld? Tijdens de denksessies voor dit project zijn tal van suggesties gedaan voor verbetering. Dat is alvast mooie bijvangst. Maar die laat de fundamentelere vraag nog onbeantwoord. De fundamentelere vraag gaat over innovatie, en begint met een provocatief startpunt: hoe halveert Amsterdam de doelgroep? Anders geformuleerd: Hoe zou je de gemeentelijke dienstverlening kunnen en moeten inrichten om een substantieel groter deel van de doelgroep zelfredzaam te krijgen? Dit kaartenboek geeft geen antwoord op deze vraag. Maar door deze externe analyse dringt de vraag zich wel op. Er is in de buitenwereld, zowel aan kansen als bedreigingen, ruim voldoende aanleiding om opnieuw na te denken over de strategie van de gemeente.

Frank Kalshoven (Frank@argumentenfabriek.nl) Shaun Lednor (Shaun@argumentenfabriek.nl) De Argumentenfabriek, juni 2012

Kaart 4

Werkgevers vragen minder arbeid van de doelgroep

Figuur 1

3


4


Inhoudsopgave

1

2

3

4

Wereldenkaart

Trendskaart minder zelfredzaamheid

Trendskaart meer zelfredzaamheid

Trendskaart minder vraag

In welke richtingen kan de wereld om de gemeente heen zich ontwikkelen en welke factoren zijn hierop van invloed? Pagina 6

Welke trends en factoren kunnen ertoe leiden dat Amsterdammers minder dan nu gericht zijn op zelfredzaamheid? Pagina 8

Welke trends en factoren kunnen ertoe leiden dat Amsterdammers meer dan nu gericht zijn op zelfredzaamheid? Pagina 10

5

6

7

Trendskaart meer vraag

Impactkaart

Aangrijpingspunten

Welke trends en factoren kunnen ertoe leiden dat werkgevers meer arbeid vragen uit de doelgroep? Pagina 14

Welke impact hebben de vier werelden op de dienstverlening van de gemeente rond werk en inkomen? Pagina 16

Welke trends en factoren kunnen ertoe leiden dat werkgevers minder arbeid vragen uit de doelgroep? Pagina 12

Welke aangrijpingspunten heeft de gemeente in de buitenwereld om Amsterdammers zelfredzamer te maken en om de vraag van werkgevers te vergroten? Pagina 18

5


Vier werelden De kaart hiernaast laat vier mogelijke werelden zien waar Amsterdam in terecht kan komen. De werelden ontstaan door twee arbeidsmarktvariabelen met elkaar te kruisen: de vraag van werkgevers naar arbeid uit de doelgroep (de verticale as), en het aanbod van arbeid van de doelgroep in Amsterdam (de horizontale as). In welke wereld komt Amsterdam de komende jaren terecht? Het antwoord hierop hangt af van ontwikkelingen in de buitenwereld. Aan de uiteindes van beide assen zijn de belangrijkste trends en factoren beschreven die als krachten aan de assen trekken: omhoog of omlaag, naar links of naar rechts. Naarmate de beschreven krachten zich vaker of sterker voordoen, stijgt de kans om in de bijbehorende wereld terecht te komen. Op de volgende vier kaarten wordt telkens een van de uiteindes onder de loep genomen, ge誰llustreerd met data. Als eerste kijken we naar de krachten die ertoe kunnen leiden dat Amsterdammers minder dan nu gericht zijn op zelfredzaamheid.

6


De concurrentiepositie van de doelgroep verbetert. In groeisectoren ontstaan baankansen voor de doelgroep. Economische stagnatie leidt tot prikkels voor werkgevers. De opkomst van de ‘takeneconomie’ biedt kansen voor de doelgroep. Werkgevers zijn steeds meer bereid de doelgroep aan te nemen. Toekomstige wetgeving maak het voor werkgevers wellicht aantrekkelijker de doelgroep aan te nemen.

Kaart 5

Werkgevers vragen meer arbeid van de doelgroep

Werken blijft in veel gevallen financieel minder aantrekkelijk dan het ontvangen van een uitkering. Het ontbreekt de doelgroep aan middelen om duurzaam aan het werk te gaan. De officiële arbeidsmarkt is geen aantrekkelijke plek voor laagopgeleiden. Er zijn Amsterdammers die zelfredzaam willen zijn, maar hiervoor niet de vaardigheden hebben. Amsterdam trekt mensen aan die niet zelfredzaam zijn. Wetgeving belemmert een deel van de doelgroep om aan het werk te gaan. Zorg is een belemmering om zelfredzaam te worden. Sommige Amsterdammers dreigen zich onvoldoende te ontwikkelen voor zelfredzaamheid. Er zijn Amsterdammers die niet zelfredzaam willen zijn, al zouden ze dat kunnen.

Amsterdammers zijn minder gericht op zelfredzaamheid

wereld 4

wereld 1

1 In welke richtingen kan de wereld om de gemeente heen zich ontwikkelen en welke factoren zijn hierop van invloed?

Kaart 2

wereld 3

Kaart 3

wereld 2

Amsterdammers zijn meer gericht op zelfredzaamheid

De doelgroep wordt geprikkeld een eigen inkomen te verdienen. De doelgroep leert bruikbare kennis, kunde en vaardigheden. Wetgeving prikkelt wellicht een deel van de doelgroep om aan het werk te gaan. Amsterdammers zijn steeds hoger en beter opgeleid. Zorg is steeds minder een belemmering om te werken. Inkomen uit werk is steeds nadrukkelijker de politieke en maatschappelijke norm.

Kaart 4

Werkgevers vragen minder arbeid van de doelgroep Werkgevers hebben aantrekkelijkere alternatieven dan werven binnen de doelgroep. De vraag naar arbeid krimpt mogelijk structureel. Werkgevers zijn terughoudend de doelgroep (vast) in dienst te nemen. Werkgevers zijn terughoudend om samen te werken met de (gemeentelijke) overheid. Toekomstige wetgeving maakt het wellicht nog steeds niet aantrekkelijk de doelgroep aan te nemen. De doelgroep past niet makkelijk binnen het verdienmodel van uitzendbureaus.

7


Werkgevers vragen meer arbeid van de doelgroep Kaart 5

Minder zelfredzaamheid wereld 4

Op de volgende kaart kijken we naar de rechterkant van de horizontale as: de krachten die het aanbod van arbeid de komende jaren juist kunnen vergroten.

8

In welke richtingen kan de wereld om de gemeente heen zich ontwikkelen en welke factoren zijn hierop van invloed?

Kaart 2

wereld 3

Kaart 3

wereld 2

Kaart 4

Op de kaart hiernaast kijken we naar de linkerkant van de horizontale as, die gaat over het aanbod van arbeid. De kaart laat zien welke trends en factoren het aanbod van arbeid uit de doelgroep de komende jaren kunnen belemmeren en verlagen. Ze zijn ingedeeld in acht categorieĂŤn: inkomen, arbeidsmarkt, vaardigheden, demografie, wetgeving, zorg, onderwijs en cultuur. Een aantal trends en factoren zijn met cijfers onderbouwd. Zo laten we zien dat de armoedeval ook de komende jaren werken financieel onaantrekkelijk maakt voor de doelgroep, en dat Amsterdammers steeds meer schulden hebben, en dat jongeren vaak opleidingen kiezen met relatief slechte baankansen.

Amsterdammers zijn minder gericht op zelfredzaamheid

wereld 1

Werkgevers vragen minder arbeid van de doelgroep

Amsterdammers zijn meer gericht op zelfredzaamheid


Werken blijft in veel gevallen financieel minder aantrekkelijk dan het ontvangen van een uitkering De doelgroep heeft een perverse financiële prikkel om aan het werk te gaan: de armoedeval. De zwarte economie biedt vaak hogere inkomsten voor minder inspanning, mét behoud van uitkering. Sociale werkplaatsen blijven een ‘kooi’ waarin geen financiële prikkel is een reguliere baan te zoeken.

Demografie

Amsterdam heeft een aanzuigende werking, ook voor mensen aan de onderkant van de inkomensverdeling.

Het ontbreekt de doelgroep aan middelen om duurzaam aan het werk te gaan Verarming binnen de doelgroep betekent dat hun middelen voor zelfredzaamheid afnemen. Een deel van de doelgroep is door schulden belemmerd aan het werk te gaan. Mensen krijgen steeds minder (financiële) steun van familie en vrienden, en vallen terug op de overheid. Stijgende kosten van levensonderhoud (woonlasten, btw verhoging) kunnen leiden tot een grotere doelgroep. Mensen uit de doelgroep die gaan ondernemen doen dit vaak niet duurzaam: ze vallen terug.

Amsterdam trekt mensen aan die niet zelfredzaam zijn

Inkomen Wetgeving

Wetgeving belemmert een deel van de doelgroep om aan het werk te gaan Licht verstandelijk gehandicapte jongeren komen vaker in aanraking met strafrecht.

Steeds meer Amsterdammers hebben problematische schulden

Nieuwe aanmeldingen Lopende dossiers begin van het jaar

aantal (x duizend)

25 20 15 10 5 0

2004 2005 2006 2007 2008 2009

2010

Bron: De Staat van de Stad Amsterdam VI’, bureau onderzoek en statistiek, Gemeente Amsterdam, 2011

Amsterdammers in de schuldhulpverlening

De officiële arbeidsmarkt is geen aantrekkelijke plek voor laagopgeleiden Banen zoals horecawerk, schoonmaken en vakken vullen zijn onbestendig en leveren weinig op. Een deel van de doelgroep wordt gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, wat demotiveert om werk te zoeken. Ouderen in de doelgroep vinden relatief moeilijk een baan en zijn hierdoor niet gemotiveerd te zoeken. De doelgroep vindt flexwerk niet aantrekkelijk, mede door gemeentelijke eisen rond duurzame arbeid. De toename van aanbestedingen (alleen) op prijs maakt werk onaantrekkelijk (hoge werkdruk, laag loon). Op de arbeidsmarkt ontstaat een tweedeling tussen flexwerkers en vaste contractwerkers.

Zorg

Steeds meer mensen hebben medische problemen, waardoor hun afstand tot de arbeidsmarkt toeneemt. Een deel van de doelgroep is door zorgtaken belemmerd aan het werk te gaan.

2 Welke trends en factoren kunnen ertoe leiden dat Amsterdammers minder dan nu gericht zijn op zelfredzaamheid?

Arbeidsmarkt

Zorg is een belemmering om zelfredzaam te worden

Sommige Amsterdammers dreigen zich onvoldoende te ontwikkelen voor zelfredzaamheid Leerlingen kiezen vaker voor beroepsopleidingen met relatief slechte kansen zijn op de arbeidsmarkt. Leerlingen zijn minder gemotiveerd om hard te werken voor een diploma. Veel jongeren denken met weinig inspanning en scholing een goede baan en hoog inkomen te krijgen. Bezuinigingen op (taal)educatie en inburgering maakt het moeilijker om mensen zelfredzaam te maken. Een deel van de doelgroep steekt zich makkelijk in de schulden en wordt hierin gesteund door hun omgeving. Een deel van de jongeren, zoals vroege schoolverlaters, verdwijnt uit beeld totdat ze problemen hebben. Bezuinigingen en hervormingen in het onderwijs kunnen leiden tot minder zelfredzaamheid. Leerlingen kiezen opleidingen met relatief slechte baankansen

Onderwijs

instroom (hoog)**

50

Een deel van de doelgroep heeft onvoldoende kennis, kunde en vaardigheden om een baan te vinden. Een deel van de doelgroep heeft onvoldoende taalvaardigheden. Een deel van de doelgroep heeft onvoldoende digitale vaardigheden voor de huidige arbeidsmarkt. De doelgroep heeft moeite zich te presenteren op de arbeidsmarkt, ook als ze wel geschikt zijn. Het ontbreekt steeds meer jongeren aan basale werknemersvaardigheden, zoals op tijd komen. Eén op de zeven Amsterdammers* heeft niet voldoende taalvaardigheden

VMBO groen

40 MBO economie baankans (slecht)

1,2

1,1

MBO sociaal-cultureel

Vaardigheden

Bijstandsontvangers zijn laag opgeleid

VMBO economie

MBO gezondheidszorg

30 20 10

0,9

0

0,8

VMBO verzorging MBO groen MBO techniek VMBO tl

Opleidingsniveau

Verdeling ontaalvaardige Amsterdammers naar taaleducatie

baankans* (goed)

instroom (laag)

VMBO techniek

Bron: ‘De arbeidsmarkt naar opleiding en beroep tot 2016’, ROA, 2011

Instroom en baankansen per opleiding in vmbo en mbo

Er zijn Amsterdammers die zelfredzaam willen zijn, maar hiervoor niet de vaardigheden hebben

Totale bevolking inburgeringsexamen A2

15%

100.000 mensen 10% 66%

uitgevallen geen taaleducatie

70 60 procenten

in de klas

7%

* op basis van Indicator Toekomstig Arbeidsmarktperspectief (ITA-score) ** instroom als percentage van de totale werkgelegenheid over komende 6 jaar (2011-16)

Bijstandsontvangers bron: Stichting Lezen en Schrijven/Bureau Onderzoek en Statistiek, Amsterdam, 2012

2%

50

Er zijn Amsterdammers die niet zelfredzaam willen zijn, al zouden ze dat kunnen

40

Cultuur

30 Bron: CBS, 2012

geslaagd voor Staatsexamen B1/B2

20 10 0

Bij een deel van de doelgroep heerst een cultuur van recht hebben op overheidshulp. Een deel van de doelgroep groeit op in een omgeving van ‘erfelijke armoede’. Naarmate iemand langer klant is, hebben zij hun leven meer ingericht op niet werken. Een deel van de doelgroep heeft slechte ervaringen met re-integratie, en wil hierom niet aan het werk.

Lager onderwijs Middelbaar onderwijs Hoger onderwijs

* schatting op basis van landelijke cijfers

9


Werkgevers vragen meer arbeid van de doelgroep Kaart 5

Meer zelfredzaamheid wereld 4

Met deze kaart is de verkenning van ontwikkeling rond het aanbod van arbeid afgerond. Op de volgende twee kaarten kijken we naar de verticale as: de vraag naar arbeid. We kijken eerst naar de krachten die naar beneden trekken, en die kunnen leiden tot minder vraag van werkgevers.

10

In welke richtingen kan de wereld om de gemeente heen zich ontwikkelen en welke factoren zijn hierop van invloed?

Kaart 2

wereld 3

Kaart 3

wereld 2

Kaart 4

De kaart hiernaast biedt een overzicht van trends en factoren die het aanbod van arbeid uit de doelgroep de komende jaren kunnen vergroten. Ze zijn ingedeeld in zes categorieĂŤn: inkomen, vaardigheden, wetgeving, onderwijs, zorg en cultuur. Ook hier zijn de belangrijkste trends en factoren van data voorzien. De doelgroep is bijvoorbeeld voldoende instaat gebruik te maken van moderne technologie en media. Bovendien zijn Amsterdammers steeds beter opgeleid, waardoor de arbeidsmarkt voor hen kansrijker en financieel aantrekkelijker wordt.

Amsterdammers zijn minder gericht op zelfredzaamheid

wereld 1

Werkgevers vragen minder arbeid van de doelgroep

Amsterdammers zijn meer gericht op zelfredzaamheid


Wetgeving prikkelt wellicht een deel van de doelgroep om aan het werk te gaan Wetgeving in de sociale zekerheid gaat de laatste jaren steeds meer uit van werk, ondanks belemmeringen. De mogelijke introductie van een wachttijd voor uitkeringen prikkelt de doelgroep om snel werk te vinden. Bevriezing van het uitkeringsniveau maakt werken aantrekkelijker omdat de armoedeval kleiner wordt. De wetgever biedt steeds meer ruimte voor (strenge) sancties, zoals het korten op uitkeringen. Stapelingen van bezuinigingen leiden tot verschraalde publieke diensten en prikkelen zelfredzaam te worden.

Wetgeving

De doelgroep wordt geprikkeld een eigen inkomen te verdienen Een slechte economie prikkelt het gevoel van urgentie om werk te zoeken. Stijgende kosten van levensonderhoud (waaronder huren) prikkelen tot het vinden van werk. Steeds meer mensen kiezen voor zelfstandig ondernemerschap om hun inkomen te verdienen.

Onderwijs

Inkomen

Amsterdammers zijn steeds hoger en beter opgeleid De kwaliteit van het onderwijs in Amsterdam stijgt al jaren. Het opleidingsniveau van Amsterdammers stijgt al jaren en blijft dat de komende jaren doen. Het aantal (zeer) zwakke basisscholen in Amsterdam is gehalveerd

Het aantal zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in Amsterdam groeit hard

2 0

2006

2007

2008

2009

2010

2011

Welke trends en factoren kunnen ertoe leiden dat Amsterdammers meer dan nu gericht zijn op zelfredzaamheid?

16 12 8

Amsterdam

4

Landelijk

0

2008

2009

2010

30 25

2011

20 G4

15

Landelijk

10 Amsterdam 5 0

2010

bron: Onderwijsverslag Onderwijsinspectie, 2006-2011

4

bron: Onderwijsverslag Onderwijsinspectie, 2006-2011

Nederland

20 procenten

6

bron: CBS/Bureau Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam, 2012

procenten

8

24

procenten

3

12 Amsterdam

Percentage (zeer) zwakke afdelingen in het VO

Percentage (zeer) zwakke basisscholen Amsterdam en landelijk

Aandeel zzp’ers in de beroepsbevolking

10

Amsterdamse VO scholen hebben een inhaalslag gemaakt

2011

Amsterdammers zijn steeds beter opgeleid Opleidingsniveau

De doelgroep leert bruikbare kennis, kunde en vaardigheden

hoog

Jongeren hebben steeds meer niet-schoolse vaardigheden die ze aantrekkelijk maakt op de arbeidsmarkt. De doelgroep is voldoende in staat gebruik te maken van sociale media, bijvoorbeeld om aan werk te komen. Nieuwe media bieden de doelgroep betere kansen zelf werk te vinden, bijvoorbeeld via netwerksites. Mensen organiseren zich steeds vaker in (virtuele) netwerken waaraan zij waarde toevoegen en ontlenen. Een deel van de doelgroep doet vrijwilligerswerk en leert zo vaardigheden om zelfredzaam te worden.

Lidmaatschap van sociale netwerksites in Amsterdam (2011)

procenten

80 70

laag opgeleiden

60 50 40 30 20 10 0

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

100

bron: Burgermonitor 2011, Bureau Onderzoek en Statistiek, 2012

gemiddeld opgeleiden

80

procenten

90

60 40 20 0

Lid van een online vriendengroep

Hyves

Facebook

LinkedIn

procenten

40

0

Lage inkomens bron: Burgermonitor 2011, Bureau Onderzoek en Statistiek, 2012

100

60

20

Alle Amsterdammers hoog opgeleiden

bron: Paul Tang, gebaseerd op Economische Verkenning 2011

Lage inkomens zijn onderdeel van sociale netwerken

Toegang tot internet (thuis, op werk of elders)

laag

80

Vaardigheden

Laagopgeleiden hebben steeds vaker toegang tot internet

midden

100

Zorg

Nederland Amsterdam 1970

Nederland Amsterdam 2009

Zorg is steeds minder een belemmering om te werken In de zorg is een cultuuromslag gaande: werk heeft een positief effect op gezondheid.

Cultuur

Inkomen uit werk is steeds nadrukkelijker de politieke en maatschappelijke norm De maatschappelijke norm is steeds nadrukkelijker: gij zult zelfstandig zijn.

11


Werkgevers vragen meer arbeid van de doelgroep Kaart 5

Minder vraag wereld 4

Op de volgende kaart kijken we naar het laatste van de vier uiteinden: de krachten die ertoe kunnen leiden dat werkgevers de komende jaren juist meer arbeid uit de doelgroep vragen.

12

In welke richtingen kan de wereld om de gemeente heen zich ontwikkelen en welke factoren zijn hierop van invloed?

Kaart 2

wereld 3

Kaart 3

wereld 2

Kaart 4

Hiernaast leest u welke trends en factoren de vraag naar arbeid de komende jaren kunnen verlagen. De kaart is ingedeeld in zes categorieĂŤn: arbeidsmarkt, personeelsbeleid, wetgeving, publieke dienstverlening, uitzendbureaus en economie. Grafieken illustreren een aantal ontwikkelingen: de doelgroep concurreert met Europese immigranten, met scholieren en studenten en voor de doelgroep belangrijke sectoren krimpen de komende jaren.

Amsterdammers zijn minder gericht op zelfredzaamheid

wereld 1

Werkgevers vragen minder arbeid van de doelgroep

Amsterdammers zijn meer gericht op zelfredzaamheid


Wetgeving

Toekomstige wetgeving maakt het wellicht nog steeds niet aantrekkelijk de doelgroep aan te nemen De (aangepaste) Wwnv bevat weinig prikkels om mensen aan te nemen uit de doelgroep. De (aangepaste) Wwnv leidt tot weerstand bij werkgevers vanwege de administratieve lasten.

Werkgevers hebben aantrekkelijker alternatieven dan werven binnen de doelgroep

De dienstverlening van de gemeente heeft een slecht imago bij werkgevers, maar afnemers zijn redelijk tevreden. Werkgevers hebben weinig vertrouwen in overheidsregelingen omdat deze onbestendig zijn gebleken. Werkgevers verlangen dienstverlening die medewerkers van sociale diensten niet kunnen leveren. Gemeente, werkgevers en partners maken afspraken waar in de praktijk vaak weinig van terecht komt.

... die bijna allemaal werken ...

Werkgevers die met DWI werken zijn redelijk tevreden

Werkloosheidspercentages MOE-landers in Amsterdam in 2011

Tevredenheid van werkgevers over de dienstverlening van DWI

Aantal MOE-landers in Amsterdam Polen Roemenen

Bulgaren

Hongaren

Tsjechen/Slowaken 10

Esten/Letten/Litouwers

9

2500 2000 1500 1000 500 0

2002 2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011

... en nauwelijks een bijstandsuitkering ontvangen Percentage MOE-landers dat een bijstandsuitkering ontvangt, 2011

Roemenen Tsjechen/Slowaken Hongaren Esten/Letten/Litouwers Amsterdam Totaal 0

1

2

3 4 5 procenten

6

7

8

Werk dat geschikt is voor de doelgroep wordt deels gedaan door scholieren en studenten

8

4 Welke trends en factoren kunnen ertoe leiden dat werkgevers minder arbeid vragen uit de doelgroep?

Tsjechen/Slowaken Hongaren Esten/Letten/Litouwers Amsterdam Totaal 0

1

2

3 4 5 procenten

6

7

8

kleine bijbaan (max. 11 uur)

31%

44%

66.000 jongeren

25%

grote bijbaan (min. 12 uur)

7,2

7,3

Professionaliteit

Betrouwbaarheid communicatie

Daadkracht

Flexibiliteit

Toegankelijkheid en gemak

6 5 4 3 2 1 0

Uitzendbureaus

De vraag naar arbeid krimpt mogelijk structureel Structureel lagere economische groei kan leiden tot een structureel lagere vraag naar arbeid. Bezuinigingen in publieke sectoren leiden tot minder vraag naar arbeid, ook van de doelgroep. Krimp en automatisering in de maak-industrie betekent kleinere vraag naar laagopgeleiden. Door laagconjunctuur zijn er de komende jaren minder banen voor de doelgroep, met name in krimpsectoren. Krapte op de arbeidsmarkt kan leiden tot baanvernietiging.

Economie

Voor de doelgroep belangrijke sectoren krimpen de komende jaren

Werkgevers zijn terughoudend de doelgroep (vast) in dienst te nemen Werkgevers nemen weinig risico in hun aannamebeleid, en werken het liefst met een flexibele schil. Werkgevers hebben vaak een negatief beeld van de doelgroep. Werkgevers hebben te weinig zicht op kennis, kunde en vaardigheden van de doelgroep. Werkgevers kunnen moeilijk inschatten hoeveel onbetaalde tijd zij kwijt gaan zijn aan begeleiding. Werkgevers investeren weinig in opleiding omdat ze bang zijn dat de werknemer weer vertrekt. Werkgevers discrimineren vanuit bewuste en onbewuste vooroordelen tegen allerlei subgroepen.

7,3

Uitzendbureaus hebben een financiële prikkel vooral de makkelijke gevallen te plaatsen. Uitzendbureaus zijn er niet op gericht personen met onvoldoende vermogen tot werken, aan werk te helpen. Uitzendbureaus kunnen reputatieschade oplopen wanneer plaatsing van de doelgroep bij werkgevers mislukt.

bron: Bureau Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam, 2010

Roemenen

bron: ‘Fact Sheet 2’, Bureau Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam, 2012

Bulgaren

geen bijbaan

7,5

De doelgroep past niet makkelijk binnen het verdienmodel van uitzendbureaus

Onderwijsvolgende jongeren (15-24 jaar) in Amsterdam, verdeeld naar bijbaan Polen

7,6

7 rapportcijfer

3000

Bulgaren

Banen in de metropoolregio Amsterdam

Personeelsbeleid

2009

2015*

200 154

150 aantal (x duizend)

aantal (x duizend)

3500

Polen

bron: ‘Fact Sheet 2’, Bureau Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam, 2012

bron: ‘Fact Sheet 2’, Bureau Onderzoek en Statistiek, Gemeente Amsterdam, 2012

4000

bron: ‘Onderzoek werkgevergerichtheid Werkpleinen’, Desan Research Solutions, 2011

Amsterdam kent steeds meer mensen uit Midden en OostEuropa (MOE) ...

Arbeidsmarkt

Werkgevers zijn terughoudend om samen te werken met de (gemeentelijke) overheid

149

100 77

50

58

53

9

0

industrie en energie

56

7

landbouw en visserij

vervoer

overheid

bron: ‘De toekomst van de arbeidsmarkt in de metropoolregio Amsterdam’, SEO, 2010

De doelgroep concurreert met economische immigranten die vaak een beter arbeidsethos hebben. De doelgroep concurreert met scholieren en studenten die vaak door het jeugdminimumloon goedkoper zijn. De doelgroep concurreert met illegalen, die zwart werken en met slechte voorwaarden genoegen nemen. De doelgroep concurreert met hoger opgeleiden, doordat deze geen banen op hun niveau kunnen vinden.

Publieke dienstverlening

* gemiddelde prognose van drie scenario’s

13


Werkgevers vragen meer arbeid van de doelgroep Kaart 5

Meer vraag wereld 4

Hiermee is de verkenning van de twee assen afgerond. Afhankelijk van de mate waarin de beschreven trends en factoren zich doorzetten, komt Amsterdam in een van vier mogelijke werelden terecht. Op de volgende kaart onderzoeken we de gevolgen voor de belangrijkste betrokkenen - de doelgroep, werkgevers en de gemeentein elk van deze werelden.

14

In welke richtingen kan de wereld om de gemeente heen zich ontwikkelen en welke factoren zijn hierop van invloed?

Kaart 2

wereld 3

Kaart 3

wereld 2

Kaart 4

Als laatste zijn hiernaast de trends en factoren in kaart gebracht die maken dat werkgevers mogelijk meer arbeid uit de doelgroep vragen. De trends en factoren zijn ingedeeld in vier categorieĂŤn: arbeidsmarkt, wetgeving, personeelsbeleid en economie. De gevisualiseerde data laten onder meer zien dat het aanbod van arbeid krimpt, en dat Amsterdam de komende jaren een aantal arbeidsintensieve groeisectoren kent.

Amsterdammers zijn minder gericht op zelfredzaamheid

wereld 1

Werkgevers vragen minder arbeid van de doelgroep

Amsterdammers zijn meer gericht op zelfredzaamheid


De concurrentiepositie van de doelgroep verbetert Vergrijzing en ontgroening leiden structureel tot een kleiner aanbod van arbeid. Immigratie neemt af doordat het loonverschil met succesvolle herkomstlanden (Polen, Turkije) kleiner wordt. Door toenemende vraag in het middensegment (vakmensen), komt plaats vrij voor laagopgeleiden. Non-profit organisaties die subsidie verliezen worden geprikkeld gebruik te maken van goedkopere arbeid. Druk op winstgevendheid prikkelt ondernemingen op zoek te gaan naar goedkope(re) arbeid.

Personeelsbeleid

Arbeidsmarkt

Werkgevers zijn steeds meer bereid de doelgroep aan te nemen De opkomst van maatschappelijk verantwoord ondernemen vergroot de vraag naar de doelgroep. Werkgevers zien steeds meer de waarde van Wajongers op de werkvloer, zoals hun positieve energie.

De beroepsbevolking krimpt

5

Bevolkingsontwikkeling in Nederland naar leeftijd 12 10

6 65 jaar en ouder 4

0 - 20 jaar

2 0

bron: CBS Statline, 2012

aantal (x miljoen)

20 tot 65 jaar 8

Welke trends en factoren kunnen ertoe leiden dat werkgevers meer arbeid vragen uit de doelgroep?

1970 1980 1990 2000 2010 2020 2030 2040

In groeisectoren ontstaan baankansen voor de doelgroep De zorg en zakelijke dienstverlening zijn de grote groeisectoren en die zijn arbeidsintensief. De banengroei aan de top vergroot de vraag naar persoonlijke dienstverlening, zoals huishoudelijk hulp.

Toekomstige wetgeving maakt het wellicht voor werkgevers aantrekkelijker de doelgroep aan te nemen

Wetgeving

Economie

Economische stagnatie leidt tot prikkels voor werkgevers

Het instrument van loondispensatie maakt de doelgroep voor werkgevers goedkoper. Vereenvoudiging en bundeling van regelingen maakt het werkgevers makkelijker de doelgroep aan te nemen.

Stijgende lonen in Azië en hogere transportkosten stimuleren het terughalen van laaggeschoolde arbeid.

De opkomst van de ‘takeneconomie’ biedt kansen voor de doelgroep

Zo werkt het principe van loonaanvulling Naarmate de 22.000 werknemer productiever is, is de loonaanvulling door de gemeente lager loon werknemer (euro’s)

Krapte op de arbeidsmarkt maakt het aantrekkelijk om taken te bundelen en aan te bieden als baan. De groeiende creatieve en digitale industrie biedt kansen eenvoudige taken uit te besteden aan de doelgroep.

wettelijk minimumloon loonaanvulling door gemeenten loon van werkgever

Banen in de metropoolregio Amsterdam 2015 300 250

productiviteit werknemer (euro’s)

22.000

2009

286

225

200 149

150

164

100 50 0

Zorg

bron: ‘De toekomst van de arbeidsmarkt in de metropoolregio Amsterdam’, SEO, 2010

loon werknemer (euro’s)

productiviteit werknemer (euro’s)

22.000

aantal (x duizend)

22.000

In de zorg en zakelijke dienstverlening ontstaan baankansen voor de doelgroep

Zakelijke dienstverlening

15


Impact op de vier werelden Op de kaart hiernaast staat op hoofdlijnen beschreven wat de gevolgen zijn van de vier werelden voor de doelgroep, voor werkgevers en voor de gemeente. De impact per wereld verschilt sterk. Voor alle partijen is wereld ĂŠĂŠn, de werkwereld, de meest aantrekkelijke. In wereld twee, de sollicitatiewereld, zijn het vooral de klanten die het zwaar hebben: zij willen aan het werk, maar er is geen vraag. In wereld vier, de werfwereld, zijn het juist de werkgevers met een probleem: ze hebben vraag naar arbeid, maar klanten zijn er niet op gericht aan het werk te gaan. In wereld drie, de steunwereld, hebben klanten en werkgevers het beter dan in wereld twee en vier: zij vinden elkaar niet op de arbeidsmarkt, maar zoeken elkaar ook niet. Ongelukkige derde is de gemeente, die met een steeds groter klantenbestand en bijbehorende kosten wordt geconfronteerd. Op de volgende en laatste kaart kijken we naar aangrijpingspunten die de gemeente heeft om invloed uit te oefenen op de twee assen: wat zijn kansen om de Amsterdammers zelfredzamer te maken en de vraag van werkgevers te vergroten?

16


Op de doelgroep De doelgroep krijgt een (slechter) imago: er is werk voor ze, maar ze nemen het niet aan.

Kaart 5

Werkgevers vragen meer arbeid van de doelgroep

Op de doelgroep De doelgroep is tevreden want zij wil een baan en vindt deze ook. De doelgroep is kort bij DWI en vindt snel weer een baan.

Op werkgevers Op werkgevers

Werkgevers vinden niet de werknemers die zij zoeken. Werkgevers raken gefrustreerd omdat zij hun goede intenties niet kunnen verzilveren.

Werkgevers zijn tevreden want ze vinden de medewerkers die ze zoeken Werkgevers kunnen hun goede intenties verzilveren en verbeteren hun maatschappelijk imago.

Op de gemeente Op de gemeente

De gemeente heeft een groot doelgroepbestand en hoge uitkeringslasten. De gemeente heeft hoge kosten voor zowel begeleiding, als voor handhaving. De gemeente moet hoge inspanning leveren voor een klein resultaat. De gemeente stelt werkgevers teleur die graag de doelgroep willen aannemen, maar deze niet krijgen.

De instroom van werklozen neemt af en de uitstroom neemt toe De gemeente heeft veel lage uitvoeringskosten. Het beroep op andere gemeentelijke voorzieningen neemt af.

Impact op de wereld 4: de werfwereld

Impact op de wereld 1: de werkwereld

6

Amsterdammers zijn minder gericht op zelfredzaamheid

Welke impact hebben de vier werelden op de doelgroep, op werkgevers en op de gemeente?

Kaart 2

Impact op de wereld 3: de steunwereld

Kaart 3

Amsterdammers zijn meer gericht op zelfredzaamheid

Impact op de wereld 2: de sollicitatiewereld

Op de doelgroep

Op de doelgroep

De doelgroep is tevreden: ze wil of kan niet aan het werk, en dit gebeurt ook niet.

De doelgroep raakt gefrustreerd omdat ze wil werken maar geen baan kan vinden. De doelgroep trekt de stad en het land uit op zoek naar werk.

Op werkgevers Op werkgevers

Werkgevers zijn tevreden want zij hebben geen behoefte aan werknemers uit de doelgroep.

Werkgevers zijn tevreden want zij hebben geen behoefte aan werknemers uit de doelgroep.

Op de gemeente Op de gemeente

De gemeente heeft een groot doelgroepbestand en de uitkeringslasten blijven hoog. Amsterdammers doen meer beroep op allerlei regelingen, zoals de Wmo.

Kaart 4

De gemeente houdt een groot doelgroepbestand en de uitkeringslasten blijven hoog. De uitvoeringskosten verschuiven, en worden iets lager. De gemeente begeleidt de doelgroep naar andere vormen van werk dan loondienst, zoals vrijwilligerswerk.

Werkgevers vragen minder arbeid van de doelgroep 17


Aangrijpingspunten De kaart hiernaast laat zien welke kansen zich in de buitenwereld voordoen, waar de gemeente gebruik van kan maken. De kansen zijn ingedeeld naar de inmiddels bekende assen: kansen om de zelfredzaamheid van Amsterdammers te vergroten, en kansen om de vraag van werkgevers te vergroten. Binnen deze hoofdindeling zijn de kansen onderverdeeld in categorie谷n, ondermee足足r arbeidsmarkt, technologie, onderwijs, publieke dienst足 verlening en uitzendbureaus. Samen bieden de kansen eerste aangrijpingspunten voor een nieuwe strategie van de gemeente. Met deze kaart is deze externe strategische verkenning afgerond. Het biedt een startpunt voor volgende denkstappen: wat zijn de sterkten en zwakten van de gemeente, wat wordt de (nieuwe) visie en missie, en hoe gaat de gemeente haar dienstverlening organiseren?

18


De gemeente kan gebruik maken van nieuwe kansen op de arbeidsmarkt

Arbeidsmarkt

De opkomst van de ‘klusseneconomie’ biedt kans op inkomen uit meerdere baantjes, klussen en opdrachten. De gemeente kan een rol spelen bij het wegnemen van de hierbij horende onzekerheid over werk en inkomen.

De gemeente kan werkgevers prikkelen de doelgroep aan te nemen

Er bestaan (steeds meer) mogelijkheden voor effectieve en efficiënte re-integratie

De inkoopvoorwaarden van de gemeente bieden kans werk voor de doelgroep te organiseren. De gemeente kan de doelgroep aantrekkelijker maken door de eisen rond duurzame arbeid te verlagen. De gemeente kan van werkgevers een tegenprestatie vragen voor bijvoorbeeld ondernemingsondersteuning.

De gemeente kan gebruik maken van de groeiende kennis over de effectiviteit van re-integratiemethoden. De gemeente kan burgers vragen mee te denken over nieuwe re-integratieoplossingen (crowd-sourcing). De doelgroep reageert positief op een ‘normale’ benadering: ze zijn werknemers op zoek naar een baan. De gemeente kan een deel van hun externe inhuur vervangen door de doelgroep.

De gemeente kan de hulp van Amsterdammers inschakelen bij re-integratie

Re-integratie

Aannamebeleid

Werkgevers zoeken naar manieren om hun maatschappelijke betrokkenheid vorm te geven. Werkgevers hebben vaak al mensen in dienst ‘met een vlekje’ en hebben daar positieve ervaringen mee. Werkgevers die hun medewerkersbestand (cultureel) diverser willen maken, kunnen werven in de doelgroep. Werkgevers die landelijk opereren kunnen afspraken maken over grote volumes.

De gemeente kan de doelgroep stimuleren (eerst) hulp te zoeken in de eigen sociale omgeving. De kennis en kunde van mensen in de doelgroep kan gebruikt worden om anderen in de doelgroep te helpen. Amsterdammers zijn bereid mensen uit de doelgroep kosteloos te begeleiden, bijvoorbeeld als buddy.

De gemeente kan de doelgroep helpen optimaal gebruik te maken van technologie Technologie biedt meer mensen de kans productief werk te verrichten, bijvoorbeeld door thuis te werken. Bijna tachtig procent van de doelgroep heeft thuis een computer met breedbandinternet. Nieuwe media bieden de doelgroep betere kansen zelf werk te vinden, bijvoorbeeld door netwerksites. De gemeente kan door technologie de doelgroep snel op de hoogte stellen van baankansen en vacatures.

De gemeente kan door gebruik van technologie meer bereiken tegen minder kosten Technologie biedt nieuwe kansen competenties van de doelgroep in kaart te brengen en te ontwikkelen. De gemeente kan de doelgroep goedkoop bij- en omscholen met ondersteuning van e-learning.

Publieke dienstverlening

Technologie

7

De gemeente kan inspelen op de vraag naar diensten door welstandige Amsterdammers

Onderwijs

Private dienstverlening

Amsterdammers hebben behoefte aan persoonlijke dienstverlening in en om het huis, zoals schoonmaken. Veel persoonlijke dienstverlening wordt nu uitgevoerd door studenten en illegalen, en niet door de doelgroep. De gemeente kan onderwijsinstellingen stimuleren leerlingen en studenten aan te nemen voor lesgevende taken.

De gemeente kan samenwerken met uitzendbureaus om de doelgroep in te zetten

Toekomstige wetgeving biedt kansen om de doelgroep te prikkelen De ‘wederkerigheid’ biedt de gemeente de kans hogere eisen te stellen in ruil voor een uitkering. De gemeente kan de doelgroep belonen bij behoud van werk, bijvoorbeeld door een bonus na twee jaar.

Decentralisatie biedt de gemeente maatwerk te leveren op het snijvlak van zorg, werk en onderwijs. Decentralisatie biedt de gemeente de kans de effectiviteit van re-integratiemethoden kritisch te beoordelen.

Werkgevers ervaren de dienstverlening en ondersteuning van de gemeente als omslachtig en onduidelijk. Werkgevers willen kunnen vertrouwen op de bestendigheid van gemeentelijke regelingen. Werkgevers verlangen dienstverlening die medewerkers van sociale diensten niet kunnen leveren. Werkgevers willen snelle levering van geschikte kandidaten, wat de gemeente niet biedt.

MEER VRAAG

De gemeente kan via het onderwijs de instroom naar uitkeringen beperken

Decentralisatie biedt de gemeente de kans haar dienstverlening te verbeteren

De gemeente kan de dienstverlening aan werkgevers verbeteren

Welke aangrijpingspunten heeft de gemeente in de buitenwereld om Amsterdammers zelfredzamer te maken en om de vraag van werkgevers te vergroten?

MEER ZELFREDZAAMHEID

Het onderwijs kan jongeren beter voorbereiden op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door meer stages. De gemeente kan leerlingen stimuleren een opleiding te kiezen met goede arbeidsmarktkansen. Het onderwijs kan leerlingen flexibel laten (her)instromen gedurende het schooljaar. De gemeente kan (delen van de) doelgroep stimuleren tot het volgen van regulier onderwijs.

De gemeente kan gebruik maken van de welwillendheid van werkgevers de doelgroep aan te nemen

Wetgeving

Uitzendbureaus

Uitzendbureaus kunnen sneller en beter werven en selecteren dan de gemeente. Uitzendbureaus kunnen een deel van de doelgroep efficiënter opleiden, omdat zij werken vanuit de vraag. Uitzendbureaus hebben een groter netwerk onder werkgevers, en hebben vaak betere relaties met hen. De gemeente kan samenwerken met uitzendbureaus om werkgevers te helpen Uitzendbureaus kunnen werkgevers helpen bij het bundelen van taken (job carving). Uitzendbureaus kunnen werkgevers helpen bij begeleiding (job coaching).

19


Dit kaartenboek is uitgebracht door De Argumentenfabriek Š Juni 2012

Inhoud Frank Kalshoven Shaun Lednor

www.argumentenfabriek.nl

Ontwerp Leonie Lous Maaike Molenkamp

In opdracht van

www.amsterdam.nl

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van De Argumentenfabriek.


12008-externe-analyse-boek-s