Page 1

STEDEN

STROMINGEN

BOUWKUNDIGE UIT DE

EEUW IN

20e

DEVENTER ‘‘VAN FILOSOFIE TOT VOORDEUR’’

Auteurs Jos de Graaf Arend van der Kam Pieter van Nooten Lars Veltkamp


2


STEDENBOUWKUNDIGE STROMINGEN UIT DE 20e EEUW IN DEVENTER. VAN FILOSOFIE TOT VOORDEUR

26 maart 2014 te Velp Jos de Graaf 920925003 Arend van der Kam 940701002 Pieter van Nooten 890924101 Lars Veltkamp 940616003 Module Stedelijke inrichting Tuin- en Landschapsinrichting Hogeschool Van Hall Larenstein Rapportbegeleidster mvr. D. van Gestel

STEDELIJKE INRICHTING | ALGEMEEN

3


4


VOORWOORD Voor u ligt het onderzoeksrapport over stedenbouwkundige stromingen in Deventer in het kader van de module stedelijke inrichting van de opleiding Tuin- en Landschapsinrichting op de Hogeschool van Hall Larenstein te Velp. Voor de opleiding hebben wij een stedelijke analyse gemaakt over de stad Deventer. Met dit onderzoek gaan wij dieper in op de stedenbouwkundige stromingen en waar deze terug te vinden zijn in de stad Deventer. Voor ondersteuning bij de ontwikkeling en de opbouw van dit rapport zijn wij dank verschuldigd aan mevrouw D. van Gestel. Velp, 26 maart 2014 BURO JALP, Jos de Graaf Arend van der Kam Pieter van Nooten Lars Veltkamp

STEDELIJKE INRICHTING | ALGEMEEN

5


6


SAMENVATTING In verband met een analyse onderzoek over een stadsdeel in Deventer, waarin vooral de overgangen en de groei wordt onderzocht van een ‘strip’, vonden wij het interessant om de verschillende stedenbouwkundige stromingen in Deventer te bestuderen. Dit onderzoek zal zich naast de stedenbouwkundige gedachte goed en ervan opzet ook gaan richten op de architectonische aspecten en bouwstijlen per stroming. Omdat de expansie drift van Deventer vooral vanaf begin 1900 tot nu plaats vindt, waarbinnen een hoge mate van verschillende stromingen te vinden zijn t.o.v. de tijd ervoor, ligt de focus op deze periode (de 20e eeuw). Vandaar de hoofdvraag: ‘Welke stedenbouwkundige stromingen en bouwstijlen uit de 20e eeuw zijn terug te vinden in Deventer’. Op grond van een voorstudie over het stadsdeel in Deventer is er gekozen voor de wijken Rode dorp, Borgele, Colmschate-Noord, en de Vijfhoek te analyseren omdat deze wijken de vier verschillende stedenbouwkundige stromingen (die in Deventer te vinden zijn) vertegenwoordigen. De vier stedenbouwkundige stromingen die in Deventer te vinden zijn in de zojuist vernoemde wijken heten Tuindorp (wijk Rode Dorp), CIAM (wijk Borgele), Bloemkool (wijk Colmschate-Noord) en Vinex (de Vijfhoek) Tuindorp De Tuindorpwijk (in dit geval Rode dorp) is een reactie op de slechte woonomstandigheden van de arbeiders na de woningwet in 1901. Hierdoor werden nieuwe wijken gerealiseerd aan de hand van ‘tuinstadgedachte’. De structuren van wegen bestaan meestal uit radiale waar de rijtjeswoningen aanliggen door de lichte ronding is de straat niet te overzien. De woningen maken onderdeel uit van een gesloten bouwblok. Qua openbaar groen is er weinig te vinden in de buurt. Er staan voornamelijk enkele bomen en perkjes. De woningen die in tuindorp staan zijn erg gedetailleerd. Van erker tot bloembakken boven de ramen. Hier is veel aandacht aan besteed. De tuinen van de woningen waren aan de voorzijde klein en achterzijde groot. Hier kon met nog eigen groentes gaan verbouwen. Deze wijken worden nog steeds als prettig ervaren.

STEDELIJKE INRICHTING | ALGEMEEN

CIAM Deze stroming is ontstaan als reactie op hygiëne en betutteling van de tuindorp wijken. Na de tweede wereld oorlog kwamen de wijken (in Deventer de wijk Borgele als voorbeeld genomen) pas echt op. De wijken waren goedkoop en snel te realiseren doordat ze eenvoudige materialen gebruikte en geen details toevoegde aan de woningen. De CIAM creëerde met haar principes ‘Licht, Lucht en Ruimte’ open woonblokken waardoor er genoeg licht en lucht naar binnen kon komen. Het bouwblok bestaat uit strokenbouw. Hier staan voornamelijk rijtjeswoningen en portiekflats. Door in de hoogte te bouwen was er genoeg ruimte voor openbaar groen. Zo hebben de portiekflats collectieve tuinen waar de bewoners kunnen ontspannen. Deze sluiten aan op het openbaar groen. De rijtjeswoningen hebben een eigen voor- en achtertuin. De tuinen zijn zo gelegen dat er veel licht in de tuin komt. In de CIAM is de scheiding van functies belangrijk. Ze scheidden wonen, werken, recreëren en verkeer. Hierdoor woonde men niet aan de weg, maar tussen het groen. Het wegenpatroon is heel rationeel. Veel CIAM wijken worden nu opgeknapt of gesloopt in Nederland. Bloemkool De bloemkoolwijken, waar de wijk Colmschate-Noord een voorbeeld van is, zijn een reactie op de het starre en strakke karakter van de CIAM. Men wilde terug naar de menselijke maat waarbij hoogbouw niet werd toegepast. Bij het bouwen van de wijk werd voor het eerst ook rekening gehouden met het onderliggende landschap. De wijken zijn zo aangelegd dat je niet door de hele wijk kan kijken waardoor het een besloten karakter heeft. Dit kwam door de 135 graden hoeken in het wegenpatroon. Auto’s zijn minder in het straatbeeld te zien omdat je deze vooral in hofjes achter in de wijken vindt. De bloemkoolwijken waren bedoeld als autoluwe gebieden waar kinderen op straat kunnen spelen. De woningtypen bestaan uit grondgebonden woningen. Deze woningen hebben weinig detail maar met de daken wordt er wel gespeeld. De wijk komt heel groen over door de vele plantsoenen maar ook door de grote voortuinen van de woningen. De achtertuinen zijn ook groot

en hebben veel privacy. Deze wijken worden nog steeds als prettig ervaren behalve dan dat er geen overzichtelijke wegenstructuur in verwerkt is. VINEX De VINEX-wijken (hier de Vijfhoek als referentiewijk) zijn een mengelmoes van verschillende stromingen en nieuwe invalshoeken. Deze nieuwe stroming heeft daarom geen specifieke stijl. Binnen de wijk (de Vijfhoek) wordt er vanuit verschillende thema’s ontworpen. Ook wordt er veel rekening gehouden met het onderliggende landschap zoals oude groen elementen die terug te vinden zijn in de Vijfhoek. Waterstructuren in de Vijfhoek zijn toegevoegd/ behouden wat het nieuwe gewaardeerde ‘wonen aan het water’ uitgangspunt mogelijk maakt. De wijk heeft een duidelijke ontsluitingsweg maar de buurten hebben ieder weer een eigen structuur. Het openbaar groen is aanwezig maar bestaat vooral uit lanen en gazons, de woningen zelf hebben een ruime achtertuin. In de voortuin kan men de auto parkeren of op parkeereilanden tussen de bouwblokken dat het streven naar een autoluwe straat waarborgt. De detaillering van de woningen is per buurt/ straat verschillend. Ook op dit niveau is er vanuit verschillende thema’s ontworpen wat een hoge variatie aan sferen oplevert binnen de Vinex-wijken (en de Vijfhoek). De stedenbouwkundige stromingen in de stad Deventer zijn dus Tuindorp, CIAM, Bloemkool en VINEX. Aan de hand van de lagen benadering zijn diverse aspecten en structuren van de wijk duidelijk geworden. In Tuindorp en Bloemkool zitten veel overeenkomsten op het gebied van groen en beslotenheid. Bij CIAM en VINEX komt een duidelijke hoofdweg en hoogbouw terug. De CIAM en Bloemkoolwijken zijn weer heel groen. Hierdoor zie je overeenkomsten en verschillen. Het is een golfbeweging die steeds terugkomt. De ene golf duurt langer dan de ander.

7


8


INHOUDSOPGAVE Voorwoord Samenvatting Inhoudsopgave Inleiding11 1. Aanpak

14

2. Stedenbouwkundige stromingen Tuindorp Historie Wegenstructuur Groenstructuur Bouwblok Woningtypologieën en details

18 20 22 23 24 26

CIAM Historie Wegenstructuur Groenstructuur Bouwblok Woningtypologieën en details

28 30 32 33 34 36

Bloemkool 38 Historie40 Wegenstructuur 42 Groenstructuur 43 Bouwblok 44 Woningtypologieën en details 46 VINEX Historie Wegenstructuur Groenstructuur Bouwblok Woningtypologieën en details

48 50 52 53 54 56

3. Matrix

58

4. Conclusies

64

Literatuurlijst68

STEDELIJKE INRICHTING | ALGEMEEN

9


10


INLEIDING De stad Deventer is gelegen aan de IJssel en ligt in de provincie Overijssel. In het verleden behoorde de stad tot het Hanzeverbond en werd er volop handel gedreven in de stad. De stad groeide gestaag door. Hier kwam verandering in na het opheffen van de vestingwet in 1874 en de woningwet in 1901. Vanaf die tijd is de stad Deventer gaan groeien tot 98.327 inwoners op dit moment. Voor de module stedelijk inrichting wordt de stad Deventer geanalyseerd door verschillende medestudenten. Hier zullen de wijken worden geanalyseerd en de structuren worden onderzocht. Met dit onderzoek willen wij juist dieper ingaan op de stedenbouwkundige stromingen en bouwstijlen, waar deze te vinden zijn en hoe deze te herkennen zijn in Deventer. Voor dit onderzoek is gekozen om de relatie tussen het openbare gebied en de bebouwing uit te leggen. Verschillende aspecten willen we aan elkaar koppelen waardoor het duidelijk wordt waarom de wijken er zo uitzien en waar dit vandaan komt.

stromingen uitgelegd aan de hand van filosofie en historie, zo wordt duidelijk gemaakt hoe en waarom de wijken op een bepaalde manier zijn uitgewerkt. Vervolgens wordt er gekeken naar de structuren op het gebied van infra en groen en of dit overeen komt met de filosofie. Het bouwblok is het volgende punt dat wordt behandeld. Hiermee wordt gekeken hoe deze is opgebouwd en waar het blok uit bestaat. Dit wordt uitgelegd aan de hand van een profiel. Als laatste wordt het gebouw met de details genoemd. Oftewel in dit hoofdstuk beginnen we bij de filosofie en eindigen we bij de voordeur. In hoofdstuk 3 zullen de stromingen met elkaar worden vergeleken door middel van een matrix. Hier worden de verschillen en overeenkomsten inzichtelijk gemaakt waaruit in hoofdstuk 4 de conclusies worden getrokken. Hier zullen de verschillen en overeenkomsten worden getoond en beargumenteerd.

Met het onderzoek wordt ingegaan op de hoofdvraag: Welke stedenbouwkundige stromingen en bouwstijlen uit de 20e eeuw zijn terug te vinden in Deventer. De deelvragen zijn: - Welke stromingen zijn er te vinden in Deventer; - In welke wijken zijn deze stromingen te vinden; - Welke filosofie zat er achter elke stroming; - Welke structuren behoren tot de stroming; - Hoe ziet het bouwblok eruit bij de stroming; - Welke woningtypes behoren tot de stedenbouwkundige stromingen; - Welke materialen en detailleringen behoren tot de stedenbouwkundige stromingen. Het rapport is als volgt opgebouwd. In het eerste hoofdstuk wordt de aanpak van het onderzoek duidelijk samen met een wijkoverzicht van Deventer. Hiermee wordt een overzicht gecreĂŤerd zodat het inzichtelijk is wat en waar het wordt behandeld. In hoofdstuk 2 worden de stedenbouwkundige STEDELIJKE INRICHTING | ALGEMEEN

11


ALGEMEEN


AANPAK Voor dit onderzoek is het de bedoeling om een onderwerp te onderzoeken dat in relatie ligt met de stad Deventer. Onze interesse lag bij architectuur en stedenbouwkundige stromingen. Wij willen met dit onderwerp ons verdiepen in de stedenbouwkundige stijlen, aangezien de stijlen veel invloed hebben gehad op de wijken in Deventer. Wij hebben voor de stijlen na het jaar 1900 gekozen. De keuze hiervoor komt omdat wij voor de module stedelijke inrichting ook een analyse maken over een deel in Deventer waaronder de binnenstad. De stedenbouwkundige stijlen voor 1900 bevinden zich voornamelijk binnen de oude vesting van Deventer. Door onze keuze na het jaar 1900 te leggen vermijden wij een dubbel onderzoek. Ook is het intressant omdat veel Nederlandse steden op dezelfde manier zijn opgebouwd. Doordat we dus kijken naar de opbouw van de stad met stedelijke analyse, onderzoeken we nu juist waaruit de opbouw bestaat en dan speficiek de bebouwing. Een andere reden waarom wij voor de stromingen na 1900 hebben gekozen is omdat de stedenbouw en architectuur na 1900 sterk is ontwikkeld en goed is terug te zien in Deventer. De stijlen na 1900 zijn ook goed te herkennen en te onderscheiden van elkaar. Dit willen wij met ons onderzoek dan ook duidelijk in kaart brengen. De stad Deventer kent verschillende stedenbouwkundige periodes. Op afbeelding 1.1 staan de bouwperiodes van de stedenbouwkundige stromingen en waar deze te vinden zijn. De stromingen die worden behandeld in dit onderzoek zijn de grootste stromingen na de 19e eeuw. De stromingen zijn Tuindorp, CIAM, Bloemkool en VINEX. Deze stromingen in de stedenbouwkundige wereld hebben de meeste invloed gehad op de bouw van de wijken in de 19e eeuw.

Voor het onderzoek hebben wij de hoofdvraag: ‘Welke stedenbouwkundige stromingen en bouwstijlen uit de 20e eeuw zijn terug te vinden in Deventer?’. De deelvragen zijn: - Welke stromingen zijn er te vinden in Deventer; - In welke wijken zijn deze stromingen te vinden; - Welke filosofie zat er achter elke stroming; - Welke structuren behoren tot de stroming; - Hoe ziet het bouwblok eruit bij de stroming; - Welke woningtypes behoren tot de stedenbouwkundige stromingen; - Welke materialen en detaileringen behoren tot de stedenbouwkundige stromingen. Om antwoord te krijgen op de deelvragen is er een kaart gemaakt van Deventer met de jaartallen en bouwstijlen die daar bij horen zoals hiernaast is te zien. Vervolgens hebben wij naar eigen inzicht een wijk gekozen waar deze stijl het meest tot zijn recht komt. Allereerst hebben wij van elke stroming de historie en filosofie opgezocht en bestudeerd. Daarna hebben wij de verschillende stromingen aan de hand van voorbeeldwijken met een lagenbenadering onderzocht. Wij beginnen op een groot schaalniveau en gaan vervolgens steeds verkleinen. Oftewel: ’van filosofie tot voordeur’. Wij hebben elke stedenbouwkundige stroming in drie verschillende lagen benaderd. In de eerste twee lagen behandelen wij het groen- en wegenstructuur. Deze laag wordt behandeld op wijkniveau. Dit niveau is tevens de grootste schaalniveau. De wijk beschouwen wij als deel van de stad. In de tweede laag wordt op het niveau van het bouwblok gekeken. Een bouwblok is een groep geschakelde woningen dat omringd is door een straat. In deze laag wordt gekeken naar de inrichting

14

van het bouwblok. Denk hierbij aan de vorm en hoogte van het bouwblok. Door middel van een doorsnede van een bouwblok wordt de opbouw inzichtelijk gemaakt. Ook wordt er duidelijk gemaakt hoe wordt omgegaan met de scheiding van openbaar gebied en privé. Als derde wordt er gekeken op de schaal van het gebouw. Deze schaal is ook de kleinste schaal die behandeld wordt in dit verslag. In dit hoofdstuk worden meer de architectonische eigenschappen van de stroming behandeld. Zo komen de materialen waarmee de gebouwen zijn opgebouwd, maar ook kenmerkende details.


OVERZICHT WIJKEN DEVENTER

Afbeelding 1.1

verdeling stedenbouwkundige stromingen en bouwjaar in Deventer

STEDELIJKE INRICHTING | ALGEMEEN

15


STEDEN BOUW KUNDIGE STROMINGEN


INLEIDING In dit hoofdstuk zullen de vier stedenbouwkundige stromingen uitgebreid worden behandeld. Elke stroming is individueel uitgewerkt en wordt uitgelegd door middel van de lagenbenadering hoe de wijken zijn opgebouwd. Dit wordt gedaan aan de hand van een wijk uit de stad Deventer. In het kort gezegd beginnen de stedenbouwkundige stromingen pas na de vestingswet uit 1874. Vervolgens liep het platteland leeg voor de industrie dat zich in de stad vestigden. Arbeiders woonde toen in slechte omstandigheden in de stad. Hier kwam verandering in, met de komst van de woningwet in 1901. Deze ging in 1902 in. De eerste stroming bekende stroming die opgang kwam was tuindorp. Voor de Tweede Wereld oorlog kwam er een beweging opgang van modernisten. Zij ontwikkelde aan de hand van het principe ‘Licht, Lucht en Ruimte’ de CIAM wijken. Dit is de tweede stroming die we behandelen. Deze wijken zijn vooral na de oorlog aangelegd toen er grote woningnood was ontstaan. De derde stroming is de bloemkool, terug naar beslotenheid. Dit was vooral een reactie op de CIAM die alles rationeel behandelde. Als laatste behandelen we de VINEX. Bij deze woonwijken wordt het landschap ook meegenomen. Ook is in deze wijken een grote diversiteit van woningen waardoor elke buurt zijn eigen karakter heeft.


TUINDORP WIJKEN


INLEIDING De industriĂŤle revolutie begon in Engeland rond 1750. Honderd jaar later begon deze nadat de vestingwet was afgeschaft, ook aan zijn opmars in Nederland. De vestingwerken mochten vanaf dat moment worden afgebroken en de eerste uitbreidingswijken werden gebouw. Zo kon ook in Deventer een begin worden gemaakt aan het uitbreiden van de stad. Veel mensen trokken naar deze industriesteden. Opzoek naar werk in een van de vele fabrieken. De plotselinge toestroom konden de steden nauwelijks aan. Rotterdam zag bijvoorbeeld zijn inwonerstal tussen 1870 en 1910 met bijna 250 procent toenemen. De meesten van deze nieuwe stedelingen woonde in sombere, donkere en vochtig woonkazernes, waar grote gezinnen vaak, vanwege de hoge huren, opgepropt zaten in een kamer. Slechte hygiĂŤnische omstandigheden veranderden de krotwoningen in woekerplaatsen van allerlei besmettelijke ziektes. Nadat in 1902 de woningwet van kracht ging, die als doel had bewoning van slechte en ongezonde woningen onmogelijk te maken en de bouw van goede woningen te bevorderen. Het Garden City Model ,ook wel Tuinstad, was een tegenbeweging van de verpauperde binnensteden en moest ruimte bieden voor een betere leefomgeving. Het Rode Dorp in Deventer is een van de eerste uitbreidingswerken van de stad. Deze wijk is ontworpen volgens het tuindorpprincipe. We behandelen in dit hoofdstuk alleen het deel dat het beste voorbeeld is.


HISTORIE / FILOSOFIE

20

In 1902 verscheen het manifest van Ebenezer Howard (Londen, 29 januari 1850 - Welwyn Garden City, 1 mei 1928) genaamd Garden Cities of ToMorrow. Hij wilde de strijd aan gaan met de explosief groeiende steden en alle ellende die hier gepaard mee ging.

middenweg gemaakt voor zijn nieuwe Tuinstad.

Ebenezer Howard werd geïnspireerd tot het ontwerpen van groene steden door zijn verblijf in de Verenigde Staten, vlak na de grote stadsbrand in Chicago en de snelle groei van de stad daarna. Een tweede reden werd gevormd door de barre woonomstandigheden in de woonkazernes in Victoriaans Engeland. Daarbij kwam zijn liefde voor het landleven, opgedaan, tijdens een verblijf op het platteland en aangewakkerd door zijn vrouw. De menselijke samenleving en de schoonheid van de natuur moesten in de tuinstad samengaan. Howard illustreert dit met De Drie Magneten (Afb. 2.1). Hier heeft hij de voor- en nadelen van de stad en een dorp tegenover elkaar gezet en een

Er werd vanaf de grond af aan dus een compleet nieuwe stad gebouwd. Deze stad bestond uit verschillende satelliet steden met hier tussen het landschap, zoals in afbeelding 2.2 te zien is. In het midden van al deze satellieten ligt ’Central City’ hier woonde 58.000 mensen. In de satellieten hier om heen wisselde industrieën, tuindorpen en landbouwgrond elkaar af. In de ’Garden City’s’ woonde 32.000 mensen Op deze manier scheidde Howard het wonen en werken van elkaar. De dorpen hadden en lage bebouwingsdichtheid, stonden in aanraking met de natuur en waren dus gescheiden van industriegebieden. Alle satellieten hadden een goed verbinding met elkaar. Zo waren ze verbonden via snelwegen en spoorwegen.

Afbeelding 2.1

Afbeelding 2.2

de drie magneten

Het revolutionaire nieuwe idee van Howard ging over een zelfvoorzienende gemeenschap, die in alle opzichten het tegenovergestelde was van de smerige en krappe arbeiderswijken van de negentiende eeuw

opzet tuinstad

Howard was enorm gedetailleerd in zijn uitleg over de opzet van de tuinstad. Zo beschrijft hij onder andere het volgende: ”2.400 hectare landbouwgrond wordt gekocht tegen een prijs die aanzienlijk lager ligt dan de prijs voor grond in de stad. In het centrum wordt op een oppervlak van 400 ha de tuinstad gebouw. Min of meer cirkelvormig met een straal van ongeveer 1.200 meter. Zes prachtige, haast 40 meter brede boulevards doorsnijden de stad in zes gelijke delen, zoals is te zien in afbeelding 2.3. Het centrum bestaat uit een schitterde tuin met veel waterpartijen die is omgegeven met zes openbare gebouwen, waaronder het stadhuis. Die openbare gebouwen zijn omringd door een park van 60 ha. Dat park wordt omsloten door het zogenaamde cirkelvormige Crystal Palax. Hier worden de producten van de fabrieken en werkplaatsen te koop aangeboden. Men loopt daar in een wintertuin die door zijn cirkelvorm voor alle bewoners goed bereikbaar is. De grootste afstand die bewoners hier naar toe af moeten leggen is 550 meter”.

Afbeelding 2.3

opzet tuinstad


Howard (afbeelding 2.4) schreef ook hoe de stad bijvoorbeeld door landbouw opbrengsten kon genereren. Hij pleite ervoor dat een tuinstad niet door één iemand ontworpen werd. Wel moest één plan hiervoor de basis vormen. Door de economische planning en door toepassing van de meest geavanceerde techniek voor die tijd, zouden de opbrengst van Garden City volgens Howard hoger zijn dan welke stad dan ook. Kenmerkend voor de voorstellen van Howard zijn dat er steeds gezocht werd naar ”het evenwicht tussen enerzijds de persoonlijke vrijheid en het eigen initiatief en anderzijds een planmatig gestuurde samenleving.” Het idee van de Garden City is dus voor een totale samenleving en niet zo zeer voor een uitbreidingswijk. De stedenbouwkundige in Nederland raakte wel geïnspireerd door de vooruitstrevende ideeën van Howard.

Afbeelding 2.4

Ebenezer Howard

STEDELIJKE INRICHTING | TUINDORP

Deventer is van oudsher een vestingsstad. De vestingwerken mochten lange tijd niet worden afgebroken en hierbuiten uitbrengen mocht bij wet niet. Nadat de vestingwet in 1874 van kracht ging mocht dit eindelijk wel. Nog een belangrijke wet is de Woningwet en de Gezondheidswet uit 1902. Door deze wet ging de overheid zich bekommeren om de kwaliteit van de volkswoningbouw. Hiermee droeg de overheid bij aan de bouw van goede woningen. Dit was het startsein voor de tuindorpen in Nederland. Er zijn in totaal rond de 80 à 90 tuindorpen in Nederland gebouwd, waarvan in Rotterdam Vreewijk (afbeelding 2.5) vaak als beste voorbeeld genoemd wordt. De uitbreidingen vonden vooral in de periode 1915 tot 1925 plaats. Aanvankelijk vanuit idealistische overwegingen van Howard. De grond was er in privéeigendom, ieder huis had een eigen moestuintje, en er waren veel kleinschalige voorzieningen, zoals scholen en verenigingsgebouwen.

Afbeelding 2.5

Vreeswijk

In deze jaren werd dus een begin gemaakt met het op grootte schaal te bouwen van uitbreidingswijken te bouwen. Er werd gekozen voor de meest ideale plekken waar de grond stevig genoeg was. ”Maar op een gegeven moment was het tuindorp ook gewoon het gangbare model voor stadsuitbreidingen geworden. Toen verdween dat idealisme een beetje”, vertelt sociaal geograaf Harm-Jan Korthals Altes. In Deventer zijn er om de oude binnenstad uitbreidingswijken gebouwd zoals in afbeelding 2.6 te zien is. De industrieën trokken ook vanuit de binnenstad naar buiten. Deze lagen echter wel naast de nieuwe tuindorpen. Dit staat natuurlijk in contrast met het originele tuinstad idee van Howard, waar hij de industrieën ver gescheiden van de tuinsteden had bedacht. Een tuinstad zoals Howard die beschreef is nooit gebouwd. De droom die hij voor zich zag is dus uiteindelijk ook alleen bij een droom gebleven.

Afbeelding 2.6

luchtfoto Rode Dorp 21


WEGENSTRUCTUUR De ontwerpers van de tuindorpen stonden destijds voor een nieuwe opgave: voor het eerst moesten er grote planmatige uitbreidingswijken bedacht en ontworpen worden. De uitbreidingswijken moesten op een dorp lijken maar opgebouwd worden met seriematige woningbouw. Aan het begin van een tuindorp ligt dus de landschappelijke en dorpse uitstraling. De straten van een tuindorp kunnen eindeloos van elkaar verschillen. Maar alle straten zijn wel volgens hetzelfde principe opgebouwd. De ontwerpopgave voor de architecten lag in deze tijd in het spelen met buigingen, sprongen en knikken in de straten. Dit deden zij zodat er een gesloten straatbeeld ontstaat. Ook kan je aan het begin van de straat niet helemaal tot aan het einde kijken. Een blikveld van eindeloos aaneengesloten rijtjeshuizen wordt hier mee voorkomen. De gebogen wegen zijn in dit deel van de wijk ook goed terug te zien. Zoals in afbeelding 2.7 te zien is. De ontsluitingswegen van een tuindorp zijn vaak de lengtewegen. Aan deze wegen staan vaak de wat grotere huizen, soms ook twee-onder-een-kap woningen. Deze radiaalwegen zijn in het Rode Dorp oude handels route vanuit Deventer. In dit historische straten netwerk is het ontwerp van de wijk gemaakt. Aan de geknikte of gebogen dwarsstraten staan de rijtjeshuizen. In het centrum van de wijk staat vaak een markant collectief gebouw. In dit deel van de wijk is dat een school. Deze is tegenwoordig niet meer in gebruik als school maar als buurtcentrum.

Afbeelding 2.7 22

wegenstructuur Rode Dorp


GROENSTRUCTUUR Behalve op de oplossing van verkeersvraagstukken richtten de stedenbouwkundigen en planologen hun aandacht in de jaren twintig en dertig ook sterk op de scheiding van functies, waarbij vooral wonen en werken zoveel mogelijk uit elkaar werden getrokken. In deze tijd werd er veelal gewerkt in fabrieken. De arbeidersbuurten lagen dan ook om deze fabrieken heen. Groen werd veelal gebruikt als een barrière hier tussen. Er waren twee groen modellen in die tijd gebruikelijk. Het radiale model en het concentrische model. In het radiale model werd gedacht aan groene wiggen die als taartpunten de stad in steken. Ook in Deventer is zo’n groene punt terug te vinden. Alleen is er aan het einde van deze punt later een woonwijk gebouwd (Borgele). Het concentrische model ging uit van de aaneenrijging van parken, plantsoenen en oude stadswallen tot groene ringen in of rond de stad. De vesting die Deventer ooit had is na de vestingwet ook afgebroken en deels omgebouwd tot stadspark. Een tuindorp oogt zoals de naam al zegt vrij groen. Alleen is er vrij weinig openbaar groen aanwezig. Zo ook in het Rode Dorp (zie afbeelding 2.8). Het groene karakter van de straten vind je vooral terug in de voortuinen van de woningen. Een enkel plantsoen heeft de functie in deze wijk als openbaar groen. De straatbomen zorgen voor een groen beeld in de straten. Op een radiaalweg staat vaak grote laanbeplanting. De grote diversiteit aan planten in de voortuinen zorgt soms voor een schilderachtig geheel. Het gevaar is alleen wel als mensen hun tuin niet goed onderhouden of dicht bestraten dat er een kille grijze sfeer veroorzaakt wordt. In de eerste tuinsteden in Engeland worden nog steeds jaarlijks prijzen uitgegeven voor de mooiste voortuinen. Zo wordt verloedering van de tuinen voorkomen.

Afbeelding 2.8 STEDELIJKE INRICHTING | TUINDORP

groenstructuur Rode Dorp 23


BOUWBLOK Door de architectonische overkoepelende samenhang binnen de wijk en de groene inrichting van de voortuinen is er een aangenaam en vriendelijk omgevingsbeeld ontstaan. In de loop door de jaren heen heeft de auto dit straatbeeld drastisch veranderd. De auto’s staan tegenwoordig op de stoep geparkeerd. Hierdoor is er niet veel meer over gebleven van de brede opzet van de straat en geeft het soms een druk zichtveld. Kenmerkend voor de architectuur uit deze periode is dat de afzonderlijke woning niet bestaat. Vrijstaande woningen kom je immers niet of nauwelijks tegen in tuindorpen. De woning zelf was meestal niet heel groot. Juist het ‘rijtje’ of blok van de woningen maakte het tot één grote massa. De grootheid ligt dus niet in de afzonderlijke woning, maar in zijn geheel van een wand, blok of buurt. De ene architect versterkte dit juist door één totale kap op de huizen te ontwerpen, de ander brak deze lang lijn juist op door bijvoorbeeld de dakgoot van de middelste huizen te laten verspringen. In het Rode Dorp worden verschillende architectonische trucjes gebruikt om een beeld van een lang gerekte rij huizen te doorbreken. Zo wordt de plint, de dakgoot of een erker verscheidenen keren naar voren getrokken in een wisselend ritme. Ook wordt er soms in een rij van zadeldaken één geveldak gebruikt. Vaak wordt een huis op een markante plek, bijvoorbeeld aan het einde van een zichtlijn, nog eens extra versierd. Het straatbeeld van de bouwblokken in het Rode dorp hebben een gesloten tot half-gesloten karakter. Zoals in de afbeeldingen 2.9-2.12 te zien is.

24

Afbeelding 2.9

gesloten bouwblok

Afbeelding 2.10

gesloten bouwblok

Afbeelding 2.11

gesloten bouwblok

Afbeelding 2.12

half open bouwblok


PROFIEL BOUWBLOK Het profiel in afbeelding 2.13 en 2.14 geeft een duidelijk beeld van de opbouw van het beschreven deel in het Rode Dorp. De hoogte van de huizen in vergelijking met de breedte van de straat wordt vaak als prettig ervaren en wordt omschreven als ‘de menselijke maat’. Je oog valt meteen op de grote groene ruimtes tussen de bebouwing in.

In de straat zelf geven de voortuinen het grootste groene karakter. Verder zijn er nog verscheidenen straatbomen en af en toe een klein perkje. De straatbomen staan tegenwoordig tussen de auto’s in.

Deze groene ruimte zijn de achtertuinen en dus niet zichtbaar vanaf de straat. De achtertuinen zijn van oudsher bedoeld om zelf groente in te verbouwen. Deze zijn dan ook vaak erg diep in vergelijking met het huis. In dit voorbeeld is de achtertuin bijna even groot als de woning, voortuin en de stoep bij elkaar. De filosofie dat de bewoner verbonden moest zijn met de natuur speelt hier ook een rol in. Een brandgang is altijd gesitueerd tussen de twee achtertuinen in. Hier wordt door de bewoners veel gebruik van gemaakt.

Afbeelding 2.13

Afbeelding 2.14

profiel bouwblok

profiel bouwblok

STEDELIJKE INRICHTING | TUINDORP

25


WONINGTYPOLOGIEEN Met een beetje een getraind oog weet je meteen of je in een tuindorp rond loopt. De typerende daken en ingetogen architectuur zijn makkelijk te herkennen. De korrelgrote van architectonische verscheidenheid zijn in tuindorpen verfijnd aangegeven. De huizen in tuindorpen kenmerken zich vooral door lage eengezinswoningen. In het algemeen bestaat de strokenbebouwing uit ĂŠĂŠn of twee bouwlagen met een zadeldak en waar de nok parallel aan de straat staat (Afbeelding 2.15). Mansardedaken komen ook in deze wijk ook voor, bij dit type dak heeft het nog een extra knik in het midden zoals in afbeelding 2.16 is te zien. Het verscheelt per straat of de woningen een oorspronkelijke dakkapel hebben. In sommige stroken zijn die er later door de eigenaar dakkappellen opgezet. In de jaren dertig werd de zolder eigenlijk alleen voor berging gebruikt. Pas later zijn hier ook slaapkamers gemaakt. Dit geeft soms een divers uiterlijk binnen een strook.

Afbeelding 2.15 26

normaal rijtjeshuis

De bebouwing in tuindorpen wordt zoals eerder genoemd gekenmerkt door grote aandacht voor het detail, dat op een ambachtelijke wijze wordt uitgewerkt. Voor de gevels in deze wijk wordt over het algemeen een rode of gele baksteen gebruikt. Op het dak liggen keramische dakpannen, die rood of antraciet van kleur zijn. Goten zijn nauwelijks gedetailleerd. Een zinken dakgoot die omtimmert is en waarbij een grote dak overstek aanwezig de standaard geeft. Deze zijn groen of gebroken wit geverfd. De detaillering van de erkers is zeer divers. Glas in lood, roeden in de ramen en hoekstenen die niet zijn afgeknipt komen onder andere voor. Ramen en deuren zijn met hun omlijstingen in hout uitgevoerd, waarbij ook een grote profielmaat van het hout is toegepast. De kozijnen zijn gebroken wit geschilderd. Het houtwerk in de ramen zelf is vaak een andere kleur geschilderd zoals groen. De ramen zijn op enkele plaatsen met een nog met roedeverdeling onderverdeeld. Boven sommige deuren bevinden zich nog glas in lood werken.

Afbeelding 2.16

mansardedaken

In de afbeelding 2.18-2.23 zijn typische details te zien van tuindorp. Op de plekken waar straten elkaar kruisen, aan het einde van een zichtlijn of in het midden van een strook is een huis vaak anders ontworpen dan de rest. Hiervoor waren de mogelijkheden eindeloos en er is in deze wijk dan ook een grote variatie van te vinden. Afbeelding 2.15-2.17 laten zien. Omdat er aan de voorkant van het huis geen ruimte is voor een verbouwing, is het strakke straatbeeld in de loop der jaren niet veranderd. Alle bijgebouwen zoals uitbouw keuken en schuurtjes zijn aan de achterzijde van het huis gesitueerd. De massavorm is dus bepalend voor de straat en het straatbeeld. De grote daken spelen hierin een grote rol. De gevel en het dakvlak hebben een horizontaal karakter wat voornamelijk tot uitdrukking komt in een doorlopend dak, de lage, liggende dakkapellen en de doorlopende goot met overstek

Afbeelding 2.17

opvallend rijtjeshuis


Afbeelding 2.18

doorleggen van baksteen

Afbeelding 2.19

diversiteit aan kleuren

Afbeelding 2.20

verspringen dakgoot

Afbeelding 2.21

overkapping boven voordeur

Afbeelding 2.22

balkon

Afbeelding 2.23

voordeur met glas in lood

STEDELIJKE INRICHTING | TUINDORP

27


CIAM WIJKEN


INLEIDING De CIAM is een afkorting van Congrès Internationaux d’ Architecture Moderne. In dit congres zijn idealen besproken die behoren tot de moderne architectuur. De architecten die behoren tot de CIAM hebben veel invloed gehad na de Tweede Wereldoorlog toen er grote woningnood was. De kans is dan ook groot dat de gepensioneerde van nu zijn opgegroeid in een CIAM wijk. De CIAM was een reactie op de betutteling van de jaren ‘30. Ook was er nog steeds de hygiënische factor dat in de woningwet van 1901 stond, dit was belangrijk voor de modernistische architecten. Dit wilde zij dan ook bereiken met de idealen ‘Licht, Lucht en Ruimte’. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op verschillende aspecten die typerend zijn voor de CIAM wijken. Zo zal de historie en filosofie worden behandeld, maar ook de uitwerkingen van de filosofie zullen aanbod komen. Op dit moment hoor je veel van de CIAM wijken in het nieuws. Veel van de wijken zijn probleemwijken met veel sociale problemen. Ook voldoen de woningen niet meer aan de kwaliteitseisen die men nu stelt aan een woning. Sinds de jaren 90 worden de CIAM wijken dan ook grondig gerenoveerd of de wijken worden (deels) herbouwd met de kwaliteit van nu. De Bijlmer in Amsterdam en de wijk Presikhaaf in Arnhem zijn hier een goed voorbeeld van.


HISTORIE / FILOSOFIE

30

De CIAM (Congrès Internationaux d’ Architecture Moderne) is in 1928 opgericht door voorstanders van moderne architectuur en stedenbouw. Tijdens de vergadering in Zwitserland is er een manifest opgesteld waarin de architectuur beschreven wordt als sociale en economische daad in plaats van het esthetische dat op dat moment veel werd toegepast. Het manifest dat werd ondertekend wordt ook ‘De verklaring van La Sarraz’ genoemd. De verklaring is ondertekend door verschillende moderne architecten waaronder de architect Le Corbusier, afbeelding 3.1.

en ventilatie bij de woningen komt. Het binnenkrijgen van licht in de woningen was ook een belangrijk punt. Om dit te bereiken werden de stroken bebouwing, dit zijn lange stroken in het bouwblok waar woningen werden gerealiseerd, net niet Noord - Zuid geplaatst. De gevels lagen hierdoor op het Oosten en het Westen waardoor er het meeste licht binnen de woning kon treden. De bouwblokken zijn zover uit elkaar gezet zodat de woningen ook in de winter genoeg licht binnen krijgen en er grote ruimtes ontstaan (Hans Ibelings 1999).

Met het ondertekenen van het manifest was er een beweging ontstaan waar het hygiënische component voorop stond. Dit was namelijk een belangrijk thema sinds de komst van de woningwet in 1901. Door de aspecten ’Licht, Lucht en Ruimte’, zie afb. 3.2, toe te passen creëerde zij de beste omstandigheden voor de toekomstige bewoners. De gesloten bouwblokken van de 19e eeuw maakten plaats voor open bouwblokken en strokenbouw. Hiervoor is gekozen zodat er voldoende frisse lucht

De leden van het CIAM vergaderde over de bovengenoemde elementen maar ook over nieuwe elementen. De vergaderingen werden periodiek gehouden tot aan de jaren 50. Tijdens de vergaderingen werden verschillende fases bepaald. In de jaren ’30 werden vragen als optimale omvang en hoogte van woonblokken en efficiëntie van verschillende materialen bepaald. De conclusies die zij hieruit haalde was dat de strokenbouw werd toegepast. De flats kregen de maximale hoogte van

De tweede fase richtte zich vooral op ‘de functionele stad’ hierin werden wonen, werken, recreatie en verkeer van elkaar gescheiden zoals te zien is in afbeelding 3.3. Het scheiden van de functie wonen komt ook terug in tuindorpen. Hier werden de bouwblokken ook gebruikt om te wonen. De arbeiders konden vanaf hun woning naar de fabriek waar dan werd gewerkt. Dit komt dus ook terug in de CIAM. Toch was er in 1933 nog niks gebouwd volgens de idealen van de CIAM. Hierin kwam verandering na de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog waren veel woningen gebombardeerd en beschadigd, waardoor men met velen in een huis woonde dat niet beschadigd was. Tegelijkertijd was er ook een babyboom waardoor de bevolking bleef groeien, deze jonge gezinnen wilde graag een eigen huis. De bevolking groeide tussen 1940 en 1970 van

Afbeelding 3.1

Afbeelding 3.2

Afbeelding 3.3

Le Corbusier

principe ‘Licht, Lucht en Ruimte’

vier woonlagen en kregen een binnentrap waar men zich naar boven kon verplaatsen. Zo’n flat wordt ook wel een portiekflat genoemd. Tijdens de vergadering werd ook het voornaamste materiaal bepaald, beton.

duidelijke functie scheidingen.


8,8 miljoen mensen naar 12,9 miljoen mensen. Door deze twee factoren kreeg CIAM de ruimte. Na de oorlog drong het modernisme dus pas echt door. Met het scheiden van de functies, de eenvoud van materialen en het bouwen in de hoogte waren de CIAM wijken ideaal. In een vrij korte tijd konden grote nieuwe woonwijken worden gerealiseerd. Samen met de idealen ’Licht, Lucht en Ruimte’ die daar tot uiting konden komen. Met deze aspecten creëerde de modernisten van de CIAM hun Utopia.

werd dus ook gescheiden. De woonblokken werden gebruikt om te wonen en het groen tussen de woonblokken om te recreëren. In de afbeelding 3.4 - 3.5 is de plattegrond is de strakke verkaveling tussen de bouwblokken duidelijk te zien, midden op de plattegrond is het centrum te vinden. Op de luchtfoto is de wijk Pendrecht met de verschillende woningstypen en het collectieve groen waar men gezamelijk kan recreëren te zien.

Een van de eerste CIAM wijk in Nederland is te vinden in Rotterdam. De wijk genaamd Pendrecht is ontworpen door de stedenbouwkundige Lotte StamBeese. De wijk is aangelegd na de oorlog en voldeed aan de principes ’Licht, Lucht en Ruimte’, en ook aan de functie scheiding dat in de tweede fase van het CIAM congres is bedacht. Dit is duidelijk te zien in de plattegrond. In het midden van Pendrecht vind je het winkelcentrum met verschillende functies. Om de woonblokken liggen de hoofdwegen en tussen de woonblokken de straten, het verkeer

De CIAM is ook goed terug te vinden in de stad Deventer. De stad is in de jaren na de oorlog (1945-1970) flink uitgebreid. De uitbreidingen zijn grotendeels volgens de CIAM gedachte uitgevoerd. De wijken die volgens de CIAM gedachte zijn gerealiseerd zijn delen van Keizerslanden, Borgele en Platvoet. In verschillende delen in Keizerslanden is er duidelijker volgens de CIAM gedachte ontworpen en gebouwd. Hier vind je voornamelijk platte daken en grote raam partijen. Detailering van de gebouwen had duidelijk geen prioriteit. In de andere wijken, Borgele en Platvoet, is het principe

Afbeelding 3.4

Afbeelding 3.5

plattegrond Pendrecht Rotterdam

STEDELIJKE INRICHTING | CIAM

luchtfoto Pendrecht Rotterdam

van de CIAM duidelijk maar wordt er ook al gespeeld met de overgang naar een nieuwe stroming. Zo vind je daar zadeldaken en worden de ramen minder uitbundig geplaatst. Ondanks dat de CIAM principes niet geheel zichtbaar zijn, komen de aspecten als ’Licht, Lucht en Ruimte’ wel terug. In de afbeelding 3.6 is een luchtfoto van Borgele te zien waarin de stempel zichtbaar is. De wijk wordt dan ook verder meegenomen in het onderzoek.

Afbeelding 3.6

de wijk Borgele 31


WEGENSTRUCTUUR De structuur in de CIAM wijken is vrij strak en rechthoekig. Het is goed te zien dat de wijken op de tekentafel zijn ontworpen. De wegenstructuur bevindt zich recht en strak rondom de strokenverkaveling met de open bouwblokken. Het verkeer wordt dus gescheiden van het wonen. Op de stroken tussen het verkeer zijn de woonblokken gerealiseerd. In de wijk Borgele zie je de rechthoekige structuur niet terug in de hoofdwegen. Dat de wegen hier niet recht getrokken zijn komt doordat dit deels de oude wegenstructuur was voordat hier werd gebouwd. Dit waren toen de landwegen die naar de landbouwgronden en boerderijen gingen. Tussen de hoofdwegen is wel de duidelijke strakke en rechte structuur rondom het bouwblok te zien. Dit is goed te zien op afbeelding 3.7. Met deze wegen is geen rekening gehouden met het onderliggende landschap. De oriëntatie in de wijk is vrij duidelijk voor de automobilist. In de CIAM gedachtegoed werd wonen, werken, recreatie en verkeer gescheiden. Het verkeer is hier dan ook gescheiden, de hoofdwegen vind je dan ook vooral om de wijk heen. De straten splitsen de bouwblokken. Op de bouwblokken wordt gewoond en gerecreëerd. Het werken gebeurd niet in deze wijk en zal elders in Deventer plaats vinden. In deze tijd zal dat vooral het industrieterrein ten Zuidoosten van Deventer zijn, maar ook in de binnenstad wordt veel werk gecreëerd. De woningen wijzen met de voorkant naar de straatzijde, toch staan de woningen niet strak tegen de weg aan, maar zijn ze losgekoppeld van de straat. De woningen staan net iets schuin waardoor er weer meer ruimte ontstaat en er een duidelijke scheiding is. De wegprofielen in de CIAM wijken zijn breed, er is ruimte genoeg voor de auto, wel is er een duidelijke scheiding tussen auto’s en voetgangers. Langs de wegen vind je ook veel ruimte voor plantsoenen, bomenrijen en gazons. Afbeelding 3.7 32

wegenstructuur Borgele


GROENSTRUCTUUR In de CIAM wijken bevindt zich veel groen. Dit past bij de CIAM gedacht ‘Licht, Lucht en Ruimte’. Voor groen is er dan ook genoeg plek aanwezig. Mede doordat de collectieve tuinen, de tuinen tussen de portiekflats, naadloos aansluiten op het openbaar groen. Door de aansluiting tonen de wijken heel groen. Ook met het groen komt de scheiding dus terug. Hier hebben we het dan over de scheiding van recreatie. De woningen zijn hier ook net niet Noord-Zuid geplaatst zodat er veel ‘licht’ binnendrong in de tuin. In de wijk Borgele komt ook veel groen voor, dit is dan ook in de hele wijk op verschillende manieren toegepast zoals te zien is in afbeelding 3.8. Bij de hoogbouw, de portiekflats, bevindt zich vooral collectief groen. Dit betekent dat het groen wordt gedeeld met de medebewoners van de portiekflats. Men dacht dat dit goed was voor de sociale cohesie in de wijk. Tegenwoordig zijn de collectieve tuinen vooral ‘niemandstuinen’ omdat niemand er graag komt en men meer privacy wil. Mede door de crisis is er ook geen geld voor het onderhoud van deze tuinen waardoor deze verwaarloosd worden. Bij de rijtjeswoningen is dit anders bedacht. Hier ligt het groen aan de voor- en achterzijde van de woning. Het idee was dat mensen elkaar zouden begroeten en met elkaar in gesprek zou gaan. Ook hier sloot de tuin aan op het openbaar groen, waardoor de wijk dus groener werd. Het idee van een groene wijk is nu onder druk komen te staan. Men had niet zien aankomen dat de bewoners schuttingen zouden gaan plaatsen waardoor de overgang van openbaar groen naar de tuin opeens een harde lijn werd. Zoals al eerder bij de wegenstructuur was aangegeven waren de straatprofielen ook groen. Langs de straten bevinden zich plantsoenen en grasvelden. Deze plantsoenen sluiten dus aan op de collectieve tuinen en private tuinen dat het groene karakter geeft aan de wijk.

Afbeelding 3.8 STEDELIJKE INRICHTING | CIAM

groenstructuur Borgele 33


BOUWBLOK Voordat de CIAM was doorgedrongen bestonden de bouwblokken uit kleine gesloten blokken. Binnen de bouwblokken bevonden zich de privé tuinen. Aan de voorzijde bevond zich een kleine tuin en verder was er geen openbaar groen in het bouwblok te vinden. Dit veranderde met de komst van de modernisten. Tijdens het congres van de CIAM werd besloten om open bouwblokken te hanteren. Ook de hoekwoning moest het ontgelden bij de CIAM. Hierdoor ontstond er meer ruimte en werd het gebouw losgemaakt van de straat zoals in de afbeeldingen 3.9-3.12 te zien is. De CIAM koos voor de open bouwblokken zodat het voldeed aan het principe ‘Licht, Lucht en Ruimte’. Door de open opzet en afstand tussen de blokken kunnen de woningen ventileren en hebben de bewoners voldoende lichtinval in hun woning. Door de grote afstand hebben de bewoners ook licht van de zon in de winter. De bouwblokken zijn ontworpen op een goedkope en efficiënte manier. Hierdoor konden de meeste materialen al in de fabriek worden gemaakt, dit scheelde tijd en daarom ook geld. Vervolgens werd het ontworpen bouwblok, ook wel stempel genoemd, door de wijk geplaatst. Deze stempels werden gespiegeld en/of herhaald hierdoor ontstond er een ritmische herhaling in de wijk. Deze zogenoemde ‘stempelwijken’ zijn terug te vinden in de wijken Borgele, Platvoet en delen van de Keizerslanden.

Afbeelding 3.9

stempel open bouwblok

Afbeelding 3.10

stempel open bouwblok

Afbeelding 3.11

stempel open bouwblok

Afbeelding 3.12

stempel open bouwblok

De stempels van de bouwblokken zoals in afbeeldingen 2.9 -2.12 te zien zijn komen uit de wijk Borgele. De bouwblokken in de wijk zijn open waardoor er voldoende ruimte ontstaat tussen de woningen, hierdoor is er ook genoeg lichtinval. Het voldoet dus aan het CIAM principe ‘Licht, Lucht en Ruimte’. De woningen in Borgele zijn los van het straatpatroon. De tussenruimtes zijn opgevuld met plantsoen dat overgaat in de privétuin.

34


PROFIEL BOUWBLOK Het profiel dat in afbeelding 3.13-3.14 te zien is, geeft aan hoe de opbouw van het bouwblok is in de wijk Borgele. Duidelijk zichtbaar is de grote ruimte tussen de woningen waardoor er genoeg licht, lucht en ruimte ontstaat. Een belangrijk principe van de CIAM.

de ruimte beleving wordt beperkt. Bij de portiekflats, is er collectief groen hier kunnen de bewoners van de portiekflat recreëren. Doordat er ruimte is tussen de woningen kan er ook een verfrissende wind door waaien waardoor de woning van luchten.

Wat direct opvalt, is dat er tussen de rijtjeswoningen geen wegen zijn gelegen maar deze aan het einde van het bouwblok ligt. De scheiding van de functie verkeer. In het bouwblok is er ruimte voor privaat groen dat overgaat in het openbaar groen. De functie groen bevindt zich dus tussen de woningen, hier kan met recreëren en de functie wonen is ook duidelijk te zien in het profiel.

De opbouw van de woningen is wel anders dan het officiële gedachte van platte daken. Want met een zadeldak ontstond er minder ruimte en meer schaduw. Dit leidde dan ook tot de keuze van platte daken. Toch zien we in deze wijk dat er is gekozen voor een zadeldak. Met het zadeldak ontstond er meer woonruimte voor de bewoners. Het zadeldak zien we in het profiel zowel bij de rijtjeswoningen en bij de portiekflats.

Alle achtertuinen van de woningen zijn gericht naar de zon zodat er voldoende lichtval is in de tuin en de woning. Door de woningen allemaal dezelfde kant op te zetten ontstaat er ook een ruimte tussen de woningen. Zoals al eerder genoemd zijn de tuinen nu afgesloten met goedkope afscheidingen waardoor

Voor de auto is er genoeg plek in de wijk. Er zijn parkeerplaatsen en garageboxen waar men de auto kan parkeren.

Afbeelding 3.13

Afbeelding 3.14

profiel bouwblok

profiel bouwblok

STEDELIJKE INRICHTING | CIAM

35


WONINGTYPOLOGIEEN Na de oorlog was er grote nood naar woningen. Hierdoor is er gekozen voor een standaard voor de bouw. Veel fabrieken maakte prefab elementen zoals prefab beton maar ook kozijnen. Door dit in de fabriek te doen kon de bouw van woningen op een hoog tempo doorgaan. De CIAM stond voor eenvoud, weinig detail en vooral gericht op het zo prettig mogelijk wonen. De eenvoud is goed terug te zien in de woningen. Deze bestaan voornamelijk uit platte daken en beton. De woningtypologieën die bekend zijn met de CIAM zijn vooral portiekflats en rijtjeswoningen. De portiekflats bestonden uit vier woonlagen. Voor deze hoogte is gekozen omdat in de jaren na de oorlog een lift heel duur was. De rijtjeswoningen bestaan uit twee woonlagen. Tegen het einde van de CIAM zie je ook het zadeldak terugkomen in de woningen. Dit is ook het geval in de wijk Borgele.

36

twee woonlagen (zie afbeelding 3.15), de portiekflats met vier woonlagen (zie afbeelding 3.16) en de galerijwoningen met elfwoonlagen (zie afbeelding 3.17). De eerste twee komen in de wijk voor met een zadeldak. Deze wijken zijn ook gebouwd tegen het einde van de CIAM jaren 60. In Keizerslanden, een andere wijk in Deventer vind je de portiekflats en rijtjeswoningen juist met platte daken in plaats van het zadeldak. De dichtheid van de woningen is hoog vooral de portiekflat en galerijwoningen. Door de hoge dichtheid per woningtype was er veel ruimte voor groen in de wijk.

Opvallend in de wijk Borgele is dat alle rijtjeswoningen aan de achterzijde een dakkapel hebben. Op de pagina hiernaast staan verschillende materialen en bouwkundige details die behoren tot de CIAM. De afbeeldingen zijn gemaakt in de wijk Borgele. De aankleding van de woningen bestaat uit gele en rode baksteen en donkere dakpannen. Het baksteenverband is simpel gehouden en bestaat dan ook uit halfsteensverband.

In de wijk Borgele en Platvoet vind je drie woningtypologieën, de rijtjeswoningen met

De woningen in de wijk Borgele beschikken over verschillende materialen. De materialen die opvallen zijn de smalle kozijnen bij de woningen waardoor er zoveel mogelijk licht naar binnen kon komen. Ook in de voordeuren zitten ramen en rondom de voordeur, hier willen zij hetzelfde mee bereiken als de dunne kozijnen, zoveel mogelijk lichtinval.

De afbeeldingen 3.18-3.20 zijn de daken van de verschillende woningtypologieën. We zien het zadeldak en een plat dak. Hierdoor is er meer ruimte voor de bewoner. Typisch voor de CIAM is het platte dak. Dit zie je niet terug in deze wijk. Op de daken van de rijtjeswoning zijn dakkapellen gebouwd. De afbeeldingen 3.21-3.23 laten de entree zien van de woningen. Opvallend is de hoeveelheid ramen en smalle kozijnen waardoor er veel licht naar binnen kan komen.

Afbeelding 3.15

Afbeelding 3.16

Afbeelding 3.17

rijtjeswoning

portiekflats

galerijflat


Afbeelding 3.18

zadeldak rijtjeswoning

Afbeelding 3.19

zadeldak portiekflat

Afbeelding 3.20

zijgevel en plat dak galerijflat

Afbeelding 3.21

voorzijde rijtjeswoning

Afbeelding 3.22

voorzijde portiekflat

Afbeelding 3.23

voorzijde galerijflat

STEDELIJKE INRICHTING | CIAM

37


BLOEMKOOL WIJKEN


INLEIDING Een bloemkoolwijk is een term voor een specifiek type woonwijk. Dit type woonwijk is ontworpen als tegenreactie op CIAM van de jaren zestig. De CIAM was strak en zakelijk en vooral gericht op het creĂŤren van zoveel mogelijk woningen. De wijken hadden een saaie, onvriendelijke uitstraling. De bloemkoolwijk is hier een tegenreactie op en moest juist vriendelijk en afwisselend zijn In dit hoofdstuk wordt de bloemkoolwijk op verschillende punten behandeld. Zo wordt er gekeken naar de achterliggen historie en filosofie. In de paragraaf die daarop volgt wordt er op wijk niveau gekeken naar de structuur, de inrichting, de ontsluiting en de omgang met het omliggende landschap. In de paragraaf daarna wordt er ingezoomd op het bouwblok en als laatste op het niveau van de gebouwen. De woonmilieus die onder het type bloemkoolwijk zijn gecreĂŤerd vormden een keerpunt op het gebied van stedenbouw. Men keek vanuit het perspectief van de gebruiker naar de ontwerpopgave. De wijk is dan ook gericht op de mens, terwijl bij de CIAM de auto een belangrijke rol had. Toen deze wijken gebouwd werden, vonden bewoners dat men prettig kon leven in deze wijken. Na ongeveer 50 jaar na het ontstaan van deze wijken, worden deze wijken nog steeds als prettig ervaren om in te wonen.


HISTORIE / FILOSOFIE De bloemkool wijk is ontstaan als een tegenreactie. op de eentonige hoogbouw uit de periode vlak na de oorlog. Het was toen een kwestie van zoveel mogelijk woonruimte creëren. De focus lag in die periode vooral op functie en efficiëntie, maar niet op de gebruiker. Hierbij kunt u denken aan de periode 1950-1960. De wijken uit de jaren zeventig en tachtig moesten kleinschaliger en herbergzamer worden dan de bouw van de voorgaande wijken. Men wilde weer terug naar de menselijke maat. Men was van mening dat deze maat uit het oog was verloren met de vele hoogbouw uit de voorgaande jaren. Het accent lag dan ook op eengezinswoningen met een tuin, een organische verkavelingvorm, verschillende woongebieden en een kleinschalige architectuur. De woonwijk moest weer intiem en een vriendelijk karakter krijgen, in plaats van de onpersoonlijke en het onvriendelijke karakter van de stedenbouw in de jaren zestig. Afbeelding 4.1 laat het concept

Afbeelding 4.1 40

bloemkool principe

van de wijken zien, kleinschalige en vriendelijke wijken. Een belangrijk aspect bij de ontwikkeling van de bloemkoolwijk is dat de wijk spannender moest worden dan de wijken in de voorgaande jaren. De wijken van de voorgaande jaren waren monotoon, de bloemkoolwijken moesten weer spannend en interessant worden. In afbeelding 4.2 ziet u een doorsnede van een bloemkoolroosje. Het is duidelijk te zien waar de naam bloemkoolwijk vandaan komt als de twee afbeeldingen naast elkaar plaatst.

De bloemkoolwijken moesten een groot deel gaan uitmaken van de woningvoorraad van Nederland. In afbeelding 4.3 is een bloemkoolwijk te zien is. Hier wordt het bloemkoolroosje duidelijk. Eind jaren ’60 gingen veel mensen weg uit de saaie wijken die ontworpen waren volgens het principe van de CIAM. Om de leegloop van de stad te voorkomen moest er een stroming komen die deze mensen iets anders en spannends kon bieden dan de wijk waar zij weggingen.

De auto was in de voorgaande jaren een belangrijk aspect in het ontwerp van de woningbouw. Dit moest veranderen. De wijken moesten weer rustig worden zonder het geraas van stinkende, ronkende auto’s.

De wijken moesten een meer natuurlijke uitstraling krijgen. Minder sproeien, snoeien, maaien en wieden. Laat de natuur zijn gang gaan. Onkruid is immers ook natuur. Veel oude materialen; stenen, palen, dakpannen etc, worden gebruik om de natuurlijke uitstraling van de wijken te verbeteren.

Afbeelding 4.2

Afbeelding 4.3

bloemkoolroosje

bloemkoolwijk


De aandacht verschoof van vorm en functie in het ontwerp naar het beheersen van besluitvormen en plannen voor de toekomst naar plannen die meer gericht waren op actualiteit. De focus lag vooral op de jongen gezinnen. In deze wijken is veel groen aanwezig, maar kinderen hebben ook de gelegenheid om in de tuinen te spelen. In de wijken zijn verschillende ‘speelveldjes’ te vinden De straten zijn vooral doodlopend dus het verkeer in de wijken is niet erg groot. Dit creëert een ideaal milieu om op straat te spelen.

Door de woningen dicht op elkaar te zetten hoopte men de mensen dichter bij elkaar te krijgen. Niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk. Door mensen van verschillende afkomst bij elkaar te zetten, hoopte men de sociale cohesie te versnellen. De huizen in de wijk waren daarom ook veel mensen betaalbaar. Veel natuur is ook terug te zien in de wijk zoals in afbeelding 4.6 te zien is. Deze foto’s zijn genomen in Colmschate-Noord.

In de wijk zijn ook hofjes te vinden. In deze hofjes kan men de auto kwijt, maar deze wordt ook gebruikt als speelplaats. Deze hofjes zijn verkeersluw, omdat het verkeer dat er is, alleen de auto kan parkeren. De hofjes zijn ook doodlopend. Zie afbeelding 4.4-4.5

Afbeelding 4.4

woonerf

STEDELIJKE INRICHTING | BLOEMKOOLWIJK

Afbeelding 4.5

spelende kinderen

Afbeelding 4.6

ruimte voor natuur 41


WEGENSTRUCTUUR In de bloemkoolwijken is een sterke hiërarchie van de wegen zichtbaar. In de bloemwijk is het zichtbaar duidelijk dat de auto niet meer op de eerste plaats staat. Het verkeer dat in de wijk te vinden is, bestaat vooral uit bestemmingsverkeer. Hiernaast, in afbeelding 4.7 staat de wegenstructuur in de wijk Comschate-Zuid De hele indeling van dit type is asymmetrisch, dus de doorsnede schept een stukje orde in de chaos van de wijk. De weg indeling is veelal asymmetrisch. Als men de wijk van boven bekijkt, lijkt de wijk op de doorsnede van een bloemkoolroosje. Elke straat vertakt zich in meerder straten. In het straten patroon van de wijk zijn veel bochten met een hoek van 45, 90 of 135 graden te vinden. Deze kaarsrechte wegen verbinden verschillende straten met elkaar. De straten zijn niet lang en recht om lange zichtlijnen te vermijden. Zo wordt er voorkomen dat de wijken saai, grootschalig en overzichtelijk worden. Door de bochtige wegen in combinatie met de rechte wegen blijft de wijk spannend en kleinschalig. De wijk is op het gebied van wegenstructuur zo ontworpen dat het vaak sneller is om met de fiets of lopend van A naar B te komen dan met de auto. Dat draagt weer bij dat de wijk ‘autoluw’ wordt en de straten een goed milieu vormen voor de jeugd om er te spelen. In de wijk bevinden zich één of meerdere ontsluitingswegen. De menselijke maat is de basis voor de inrichting van ontwerp van de straten, stegen, wegen en hofjes. Er is ook een duidelijke scheiding aanwezig tussen de straat en de rest van de wijk. Voor een verduidelijking ziet u de doorsnee van het bouwblok op pagina 45.

Afbeelding 4.7 42

wegenstructuur Colmschate-Noord


GROENSTRUCTUUR De bloemkoolwijken hebben een groene uitstraling. Mensen vinden het prettig om te verblijven in een groene ruimte en de mens staat immers centraal in het principe van de Bloemkoolwijk In elke straat van Colmschate-Noord zijn wel twee of meerder plantsoenen te vinden. Zoals te zien is in afbeelding 4.8. Deze dienen als speelplaats voor de jeugd, maar hebben ook een andere functie. De wijken zijn meestal ook ingepakt met een groene singel over grote sloot langs de grens van woonwijk en landschap. Het groen van het landschap wordt geleidelijk de wijk ingetrokken. Daarnaast zijn de woonwijken ook geïntegreerd in het landschap. In de wijk Colmschate-Noord is het reliëf van de bodem nog goed terug te zien. De natuurlijke vorm van de wijk draagt ook bij de overgang naar het landschap. Als je vanaf een afstandje op de wijk kijkt, zie je een cluster van daken met hier en daar een boomkroon. In de wijk zijn er duidelijke grenzen aanwezig tussen openbaar en privé. Iedere woning heeft zijn eigen voor- en achtertuin. Voortuinen zijn duidelijke te herkennen met een afscheiding. Iedere woning heeft ook zijn eigen parkeergelegenheid in de vorm van een oprit voor de auto. Mensen hebben hun eigen plek, maar bij mooi weer trekt men wel de buurt in. De ontsluitingsweg die een belangrijk in de wijk vormt, is dan ook vaak aangezet met bomen waar dat mogelijk is. Zo wordt er extra nadruk gelegd op het belang van deze weg. De ontsluitingsweg is vaak de entree van de wijk en daarmee ook de eerste indruk van de wijk. Door het groen dat zich bij deze weg bevindt, krijgt de wijk een groene entree.

Afbeelding 4.8 STEDELIJKE INRICHTING | BLOEMKOOLWIJK

groenstructuur Colmschate-Noordx 43


BOUWBLOK De bouwblokken zijn ontworpen aan de hand van de menselijke maat. De bouwblokken zijn meestal twee tot drie woonlagen hoog en zijn gesloten tot half open. Zie de afbeelding 4.9-4.12 De voorkanten van de woningen zijn naar elkaar gericht, dit om de menselijke interactie te verbeteren tussen de bewoners. Door de voorkanten van de woningen naar elkaar toe te richten is de sociale controle ook groter, hierdoor bestaat er een goede situatie waarin kinderen kunnen spelen. Er is ook een goed onderscheid te vinden tussen de voor en de achterkant. Vanaf de straat is er niet of nauwelijks zicht op de achterkant van een woning. Met de uitzondering als u in één van de vele parkeerhofjes staat. Daarnaast zijn er in deze wijken ook verschillende hofjes te vinden. Deze hofjes bevinden zich vaak achter de huizen. Aan deze hofjes grenst vaak de garage van de desbetreffende woning. Deze hofjes zijn doodlopend en hebben één toegangsweg voor auto’s en meerdere voor voetgangers. De hofjes worden vaak gebruikt door de lokale jeugd als uitbreiding van de achtertuin. Deze hofjes zijn hier uitermate geschikt voor, vanwege de verkeersluwheid.

Afbeelding 4.9

half open bouwblok

Afbeelding 4.10

half open bouwblok

Afbeelding 4.11

half open bouwblok

Afbeelding 4.12

half open bouwblok

De bouwblokken hebben een speels en dorps uiterlijk. Dit uiterlijk ontstaat door het verspringende riool en de straatlijnen. Zo staan de bouwblokken niet allemaal op de zelfde lijn, wat wel het geval was bij de CIAM.

44


PROFIEL BOUWBLOK De doorsnede die in deze paragraaf wordt behandeld is genomen in de wijk Colmschate-Noord. Deze doorsnede heeft de klassieke opbouw van een bloemkoolwijk. Dit is te zien in de afbeeldingen 4.134.14

De gebouwen in het profiel passen perfect in het rijtje van de bloemkoolwijk. De woningen hebben een zadeldak en zijn twee woonlagen hoog. Het profiel past dus goed bij het principe van de bloemkoolwijk, ‘terug naar de menselijke maat’.

Het is goed te zien dat de achtertuinen van de huizen naar elkaar gericht zijn en als logisch gevolg daarvan staan de voorkanten richting de straat en naar elkaar. Achter de tuinen bevindt zich een hofje. Dit hofje heeft als hoofdfunctie parkeren, maar kan ook worden gebruikt als speelplek voor de jeugd.In het profiel gebeurt vrij veel, het is een druk profiel. Het principe om vanuit de menselijke maat te ontwerpen bij deze soort wijken is goed terug te zien in de knusse uitstraling gekeken naar het profiel. Er is te zien dat er tussen de huizen een straat loopt. Deze straat is een 30 km per uur weg en meestal ook een woonerf. Het wil ook wel eens voorkomen dat de straat autovrij is. De hofjes worden gebruikt als parkeerterrein, maar ook als speelterrein.

Afbeelding 4.14

Afbeelding 4.13

profiel bouwblok

profiel bouwblok

STEDELIJKE INRICHTING | BLOEMKOOLWIJK

45


WONINGTYPOLOGIEEN In de wijk Colmschate-Noord komen drie soorten woningtypologieën voor. De woningen in de wijk zijn eengezinswoningen. De eengezinswoningen zijn meestal 2-onder-1 kap. Bij uitzondering zijn er ook verschillende vrijstaande woningen te vinden. Middelhoogbouw komt nog wel eens voor in de wijk Colmschate-Noord, maar hoogbouw niet. Laagbouw komt veel vriendelijker over dan een portiek woning of galerijflats. De wijk moet immers een vriendelijke uitstraling hebben. In de afbeeldingen 4.15-4.17 staan de drie woningentypologieën die voorkomen in de wijk Colmschate-Noord. De woningen bestaan voor het grootste deel uit baksteen. Daarnaast wordt er ook hout gebruikt voor de betimmering van de gevels. De huizen zijn allemaal strak afgewerkt, maar dure ornamenten zult u niet snel vinden aan de gevels. De huizen zijn voornamelijk sober gebouwd, het enigste versiersel zijn soms de afgetimmerde gevels.

Afbeelding 4.15 46

rijtjeswoningen

Op de pagina hiernaast staat voorbeeld van een betimmerde gevel. De huizen hebben wel grote windveren en de dakgoten zijn met brede stroken hout afgetimmerd. De detaillering is over het algemeen gezien niet erg groot, vanwege het feit dat focus lag op het creëren van woongelegenheden. In de woningen zit wel een strak patroon. De woningen zijn in grote lijnen elkaar spiegelbeeld, dit zorgt voor stukje orde in de wijk. De daken van de in de wijk vallen onder het type zadeldak. De daken lopen schuin af naar de zijkanten van het huis. Er zit wel variatie in de lengte van de kappen. De kappen aan de buitenkant van de wijk zijn ook langer dan de kappen aan de binnen kant van de wijk. De zojuist genoemde details zijn te vinden in de afbeelding 4.18-4.20.

Afbeelding 4.16

2-onder-1 kapwoning

De kozijnen zijn van hout of kunststof en zijn zichtbaar, maar trekken niet alle aandacht. De voordeuren zijn wel duidelijker aanwezig dan de kozijnen, maar deze deuren zijn niet erg uitbundig versierd. Dit is ook te zien op de afbeelding 4.214.23. Op deze afbeeldingen is ook te zien dat de voordeuren zich niet altijd aan de voorzijde van de woning bevindt. Er is veelal van rode baksteen gebruik gemaakt bij de bouw van de huizen. De voegen van de woningen hebben geen speciale voeg. De voegen zijn gevuld tot aan de rand van de baksteen.

Afbeelding 4.17

vrijstaande woning


Afbeelding 4.18

lange daken

Afbeelding 4.19

diverse daken

Afbeelding 4.20

lang en kort dak

Afbeelding 4.21

voorzijde rijtjeswoning

Afbeelding 4.22

voorzijde 2-onder-1 kapwoning

Afbeelding 4.23

voorzijde vrijstaande woning

STEDELIJKE INRICHTING | BLOEMKOOLWIJK

47


VINEX WIJKEN


INLEIDING De naam Vinex is een afkorting voor “Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra”. In deze nota zijn zogenaamde VINEX-locaties aangewezen voor duizenden nieuwbouwwoningen. Met VINEX-locaties worden nieuwbouwlocaties bedoeld, dat de regering heeft aangewezen als uitbreidingsgebied voor steden. In deze periode, vanaf 1990 tot nu, werden wijken gerealiseerd wat het resultaat is van een nieuwe beweging waarbij er vanaf toen vanuit meer verschillende architectonische en structurele principes werd ontworpen . Deze beweging is tegengesteld aan alle voorgaande wijktypes (Tuindorp, CIAM en Bloemkool) dat zich kenmerkt door één ontwerpprincipe. Dit resulteerde tot wijken met een eentonige uiterlijk en structuur. Bij de Vinex periodes was het bestaan van verschillende overtuigingen die naast elkaar worden genomen het uitgangspunt. Het resultaat van deze nieuwe benadering is een hoge diversiteit aan complexe architectuur. Daarnaast zijn er een aantal aspecten die ontleend zijn van de voorgaande de vorige wijktypes meegenomen in het ontwerp. De zogenaamde Vinex wijken werden soms geprezen, vaak bekritiseerd, maar was altijd onderwerp van debat. Deze wijken zijn de nieuwste soort wijken die vanaf 1995 worden gerealiseerd maar waar in de tussentijd veel verandering is in de woningbouw.Vinex wijken worden dus nog strek beïnvloed door de jaren heen.


HISTORIE / FILOSOFIE De VINEX-locaties, die in de “Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra� naar voren komen, zijn hoofdzakelijk uitbreidingsplannen in of aan de rand van bepaalde grote steden. In eerste instantie was het aan de gemeenten en provincies om de exacte locaties van de nieuwbouw te bepalen. Tussen juli 1994 en oktober 1995 werden de zogenoemde vinexuitvoeringsconvenanten afgesloten. Hierin maakte het rijk afspraken met de 25 aangewezen stadsgewesten (zie afb. 5.1) over de uitvoering van de Vierde Nota Extra waarin elke stadsgewest zich verplichtte het bouwprogramma van ieders Vinex wijk te realiseren. Daarnaast werden er in deze convenanten nog meerdere afspraken, als tempo van realisatie, onderlinge verplichtingen tussen provincie en gemeente en verantwoording opgenomen in de convenanten. Deze vorm van afspraken tussen verschillende overheden was voor alle partijen nieuw. De aanleiding voor Vinex waren de toenemende milieuproblemen, mede door een toename van de mobiliteit.

Afbeelding 5.1 50

stadsgewesten VINEX

De kernboodschap van de Vierde Nota Extra was om zoveel mogelijk te bouwen in en aan de bestaande steden, zowel ten behoeve van de stedelijke vitaliteit als in het belang van het milieu. Door de groei voornamelijk op te vangen in de stadsgewesten zouden ecologische en landschappelijke waarden zo min mogelijk worden verstoord, onnodige automobiliteit zou voorkomen worden en het stedelijk draagvlak zou hierdoor versterkt worden.

In vergelijking met de uitbreidingswijken in de jaren zestig, zeventig en tachtig waar nog grootschalige stedenbouwkundige plannen werden gemaakt, is de stedenbouw sterk veranderd. Waar het eerder om herhaalbare stempels met standaardgebouwen en standaard structuren, ligt de nadruk bij de Vinex op het inpassen van verschillende uitwerkingen van deelplannen.

De ruimte voor bedrijven en nieuwe woningen moest eerst in bestaande steden worden gezocht. Daarna aan de rand van de steden (zie afb. 5.2) en pas dan op afstand van bestaande steden. Bij stadsuitbreiding moest van het begin af aan worden gewerkt aan goed openbaar vervoer. Voor bedrijfslocaties werd een bereikbaarheidsprofiel ontwikkeld (ABC locatiebeleid): bedrijven met veel publieks- en weinig goederenbewegingen zouden bij stations moeten komen en aan de snelweg is alleen plaats voor bedrijven met veel goederen- en weinig publieksbewegingen.

De stedenbouwer krijgt vanaf deze nieuwe periode veel meer rollen in zijn schoot geworpen tijdens het maken van een masterplan waar rekening gehouden moet worden. De aansluiting op het bestaande onderliggende en omliggende landschap speelt hierbij een nieuwe belangrijke rol (zie afb. 5.3) In veel gevallen worden na het maken van het masterplan verschillende delen van het plan uitgewerkt door een groep bureaus bestaande uit stedenbouwkundige en (landschaps-)architecten. Dit levert verschillende buurten op met een sterk eigen karakter doordat de verschillende ontwerpers naar eigen vormen van verkaveling en bebouwingtypologie zoeken.

Afbeelding 5.2

Afbeelding 5.3

uitbreiding steden

principe VINEX


In en aan de stad Deventer, wat zich bevindt in de stadsgewest Stedendriehoek, zijn ook VINEXlocaties te bekennen. De kernboodschap van de Vierde Nota Extra (in en aan bestaande steden bouwen) zoals te zien is in afb. 5.4 terug te vinden in Deventer. Dit figuur laat zien waar er vanaf 1994 gebouwd is aan deze nieuwe Vinex wijken. De Vinex wijken die gebouwd zijn in de stad zijn voornamelijk te herkennen aan de architectuur. De meeste van deze wijken hebben het oude patronen en structuren aangehouden. Om een goed beeld te krijgen van de stedenbouwkundige aspecten en bouwstijlen van Vinex leek het ons logisch om ons te verdiepen in een VINEX-locatie aan de rand van de stad. De VINEXlocaties in de stad zijn alleen op architectonisch gebied te onderscheiden van de andere stijlen. De Vinex uitbreidingswijk in Deventer die wij gaan behandelen, beter bekent als De Vijfhoek, brengt de principes en richtlijnen van de Vierde Nota Extra veel beter in beeld.

Afbeelding 5.4

bouwmogelijkheid VINEX

STEDELIJKE INRICHTING | VINEX

De bouw van deze VINEX-locatie startte 1994 en is nog steeds bezig met de uitbreidingen. Met deze uitbreiding is het stadsdeel Colmschate (ten noordoosten van het stadscentrum) bijna voltooid. De wijk is ontworpen door de projectgroep de Vijfhoek en beslaat een oppervlakte van 220 ha groot. Het nieuwe streven om aansluiting op het onderliggende en omliggende landschap te waarborgen is terug te vinden in de behouden vijfsprong die bestaat uit lanen van bomen in het gebied. Aan deze behouden vijfsprong heeft de Vijfhoek haar naam te danken. Ook zijn een aantal oude afwateringsstructuren behouden en verwerkt in het plan De duur van deze gehele wijk heeft 16 jaar in beslag genomen waarbij in eerste instantie de structuur van de wijk werd bepaald. De invullingen van de wijken zijn nog open gelaten wat verstandig was, omdat de gedurende de 16 jaar veel veranderd is in de woningbouw. Hieronder afb. 5.5 is te zien welk deelgebied wanneer is gebouwd en welke er nog gerealiseerd gaat worden.

Afbeelding 5.5

bouwjaren wijk de Vijfhoek

Wat vooral opvalt is de kwaliteit van het stedenbouwkundig ontwerp. Hierbij werd radicaal gebroken met de bloemkoolwijken uit de jaren ’80.De wijk heeft een lage dichtheid van 20 woningen per ha die past bij het streven om van deze wijk een tuinstad te maken. Het stedenbouwkundig plan heeft een duidelijke hoofdstructuur maar heeft binnen in een grote diversiteit binnen in het gebied. Dit komt omdat ook hier de projectgroep ervoor gekozen heeft om per deelgebied hoek een ander thema aan te houden wat vervolgens werd uitgewerkt door een afzonderlijk groepje bureaus. De themaschets die je hieronder ziet in afbeelding 5.6 geeft aan wat elk deelgebied als thema heeft. Denk bijvoorbeeld aan thema’s als wonen en groen, wonen en zon, wonen en verkeer of het thema Essen. Daarnaast geeft deze schets ook aan waar de hoogste en laagste dichtheid van woningen is en hoe de water- en groenstructuur in het plan verwerkt is.

Afbeelding 5.6

thema’s VINEX 51


WEGENSTRUCTUUR Een belangrijke doelstelling van de Vierde Nota was om de automobiliteit terug te dringen. Van daaruit is er ook meer aandacht gekomen voor het openbaarvervoernetwerk in en met de Vinex (uitbreidings-)wijken. Een aansluiting met een naastgelegen snelweg door een directe verbinding via een hoofd-/ ontsluitingsweg is kenmerkend voor zo’n uitbreidingswijk. Een leesbare wegenstructuur is een reactie op de onleesbare bloemkoolstructuur. De wegenstructuur van deze Vinex wijk is een mengelmoes van verschillende structuren zoals hiernaast te zien is. Naast slingerende en ronde wegenpatronen zijn de structuren van zowel tuindorp, CIAM als bloemkoolwijken ook terug te vinden in de Vinex wijk. Alleen dit al zorgt ervoor dat de buurten binnen de Vijfhoek authentiek zijn van elkaar. Wat meteen opvalt bij de Vijfhoek is de ronde ontsluitingsweg. Zoals te zien is in afb. 5.7 sluit de ontsluitingsweg van de wijk aan op de N348 die direct verbonden is met de stad Deventer en haar omgeving. Deze Leonard springerlaan is een breed opgezette weg, geïnspireerd door de brede CIAM wegen, waar alle buurten in deze uitbreidingswijk op aangesloten zijn. De automobilist krijgt door deze structuur een heldere oriëntatie. De buurten onderling zijn daarentegen niet met elkaar verbonden wat betekent dat er in de wijk alleen spraken is van bestemmingsverkeer. De oude wegenpatronen zoals de Gooikersdijk en Nieuwedijk (die elkaar rechts onderin kruisen) en de Vijfhoeksweg zijn opgenomen in het ontwerp en fungeren nu als fietsroutes. Samen met de Leonard Springerlaan levert dit een hiërarchisch duidelijk te begrijpen wegenstructuur. De vijfhoek is zoals eerder vermeld ontworpen vanuit de tuinstad principes wat betekent dat dit een typische woonwijk is. In deze wijk zal je daarom geen bedrijvigheid tegen komen behalve de in het centrum gesitueerde winkelcentrum. In dit centrum kom je de meeste hoogbouw tegen, naast de gering sporadisch geplaatste hoogbouw gebouwen in de Vijfhoek wat ook in het figuur hiernaast is af te lezen.

52

Afbeelding 5.7

wegenstructuur de Vijfhoek


GROENSTRUCTUUR De manier waarop de (bestaande) groen elementen zijn behouden of ingezet in de structuur van de wijk is van groot belang geweest tijdens de ontwerpfase van de meeste Vinex wijken. Wonen aan het water heeft daarbij ook een belangrijke rol gekregen wat je ook terug ziet in veel Vinex wijken en wat voor een hoger gewaardeerde woonomgeving wordt gezien. Het was voor het eerst dat er zoveel rekening werd gehouden met het onderliggende landschap t.o.v. de eerder behandelde wijken. In de Vijfhoek komt veel groen voor wat te zien is in afbeelding 5.8. Deze wijk bestaat voornamelijk uit eensgezinswoningen waarbij de meeste een kleine voor- (van een paar meter diep) en achtertuin hebben. Daarnaast beslaat het collectief groen in vergelijking met die van de voor- en achtertuinen een kleiner oppervlak. Het collectief groen bestaat voornamelijk uit gazon velden wat een paar open en groene ruimtes creĂŤren tussen de bouwblokken in wat ruimte biedt voor spelende kinderen. De Leonard Springerlaan heeft in haar breed opgezette profiel als ontsluitingsweg ook een groen aangekleed uiterlijk d.m.v. groenstroken, bomen en haagjes Tussen de wijken door lopen hier en daar brede water oppervlaktes wat een bijzonder natuurlijke uitstraling met zich mee brengt. De vele kleine watergeulen in de Vijfhoek dragen hierbij ook een belangrijke rol bij. Ook dit zijn sporen van het onderliggende landschap. De vijfsprong fietsroutes, dat als boegbeeld voor de Vijfhoek gezien mag worden, fungeren als groene lopers door de wijk heen. De volwassen bomenlanen van deze lopers zorgen voor een fraai uiterlijk en is aantrekkelijk om door heen te fietsen. Verder bevat deze wijk een buurtpark met een open karakter wat een grasveld met een paar bomen omvat. Vanwege de aanzienlijk groene uitstraling van de Vijfhoek mag je ervan uitgaan dat de aanwezigheid van meerdere parken niet noodzakelijk is. Afbeelding 5.8 STEDELIJKE INRICHTING | VINEX

groenstructuur de Vijfhoek 53


BOUWBLOK De drang om de eentonige principes (zoals die van de Bloemkoolwijk) te doorbreken d.m.v. een grote diversiteit aan thema’s per deelgebied van een Vinex wijk, is al van bovenaf sterk af te lezen a.d.h.v. de verschillende bouwblokken die zijn toegepast in de ontwerpen van de Vinex wijken. De reactie op de gesloten bouwblokken van de Bloemkoolwijken resulteerde tot meer open bouwblokken als kleine knip oog naar het lucht, licht en ruimte principe van de CIAM Allereerst zijn er geen gesloten bouwblokken te vinden in de Vijfhoek. In afb. 5.9 zie je het meest gesloten soort bouwblok van de wijk die bestaat uit rijtjeswoningen. In deze afbeelding is ook te zien hoe er om wordt gegaan met het bestemmingsverkeer van de bewoners voor dit bouwblok wat hier binnen in deze semi gesloten woonblok wordt opgevangen door twee parkeereilanden (lichtgrijze blokken). Het tweede typerende woonblok (afb. 5.10) heeft duidelijk een half open karakter en bestaat uit twee-onder-een-kapwoningen. Door oprijlanen per woning zijn de auto’s ook hier van het straatbeeld verdwenen.

Afbeelding 5.9

half open bouwblok

Afbeelding 5.10

open bouwblok

Afbeelding 5.11

half open bouwblok

Afbeelding 5.12

half open bouwblok

In afbeelding 5.11 is het volgende bouwblok in kaart gebracht wat twee verschillende twee-ondereen-kapwoningen laat zien. Voordat je de oprijlaan van het erf van de twee-onder-een-kapwoning komt (linker blok) moet er eerst bij elke woning een bruggetje over het water worden gepasseerd. Het parkeren op het erf is bij dit blok ook het geval. Het laatste woonblok (afb. 5.12) is een wat ruimer opgezet blok wat te danken is aan de vrijstaande huizen die dit blok vormen. Zoals verwacht zijn de auto’s ook hier van straat gehouden door de ingepaste oprijlaan per woning. Deze bouwblokken zijn alle vier uit een apart wijk met eigen thema. Binnen dit gebied komen vaak de soort bouwblokken overeen met elkaar omdat het een stempelpatroon is. Zo is elk deelgebied herkenbaar door herhaling.

54


PROFIEL BOUWBLOK Hieronder zie je het profiel wat het de Vinex principes op straat niveau in beeld brengt. (afb. 5.13-5.14). Het nieuwe ‘aan het water wonen’ en de ruime opzet van het profiel wat hier te zien is, is een kenmerkend onderdeel dat tot de nieuwe Vinex uitgangspunten behoord De Leonard Springerlaan komt hier nu goed naar voren als een breed opgezette ontsluitingsweg waarbij de rijbanen onderling, de straat en het fietspad gescheiden zijn ven elkaar met daar tussen plantsoenstroken met bomenrijen. Het wegwerken van de auto op het straatbeeld is hier, in tegenstelling tot de bouwblok eigenschappen van de linker bladzijde, niet het geval. Dit betekent dat er langs de ontsluitingsweg minder belangstelling naar was in het ontwerp. Terwijl dit in de deelgebieden zelf wel het geval is.

Wat ook meteen opvalt is het verschil in dakprofielen dat het Vinex uitgangspunt van de diversiteit in architectonische vormen vertegenwoordigd. Ook door dit detail alleen alzijn de verschillende wijken/ thema’s te onderscheiden van elkaar. In het profiel is de ‘groenbeleving’ tussen de twee verschillende woningtypes uiteenlopend omdat de een een normale achtertuin heeft tussen twee woningen in en de ander vanaf een eigen vlonder terras over het water kijkt naar de ontsluitingsweg. Wat verder verrassend is is dat alle haagjes langs de wegen en in (zo goed als) alle voortuinen in de Vijfhoek bestaan uit de Haagbeuk heester wat op dit detail niveau toch zorgt voor eenheid van de Vijfhoek.

Afbeelding 5.13

Afbeelding 5.14

profiel bouwblok

profiel bouwblok

STEDELIJKE INRICHTING | VINEX

55


WONINGTYPOLOGIEEN De aanwezigheid van verschillen in woning typologieën binnen een Vinex wijk zijn zoals al in de paragraaf Bouwblokken naar voren kwam ook in de Vijfhoek te vinden. Het uitgangspunt om binnen een Vinex wijk variatie aan woonmilieus/thema’s te creëren komt ook d.m.v. variatie in woontypologieën in de Vijfhoek heel goed naar voren. Op het gebied van woningtypologie bevat de Vijfhoek vrijstaande-, twee-onder-een-kap-, rijtjesen appartementswoningen. Alleen dit al draagt bij aan een variatie van woonmilieus. De eerste drie woningtypes bestaan meestal uit woningen met drie woonlagen, waar afbeelding 5.15 een voorbeeld van is. Maar soms kom je in de deelwijken woningen tegen met 2 woonlagen (afbeelding 5.16). Het klein aantal appartementswoningen in het gebied begint vanaf vier woonlagen tot en met maximaal 8 woonlagen. In afbeelding 5.17 is een van deze appartementen te zien.

Afbeelding 5.15 56

rijtjeswoning met haag

De verschillende invalshoeken en smaken van architectuur, die tot uiting komen in de Vinex wijken, is het gevolg van het verlangen naar nieuwe architectonische sensaties wat vanuit de verveling van de bekende voorgaande eentonige modernistische stijlen komt (zoals die van de CIAM- en Bloemkoolwijk). Door de hoge diversiteit op architectonisch gebied komt vooral op dit schaal niveau het principe van verschillende thema´s tot uiting wat in de Vijfhoek zeer het geval is. Ook de vele diverse dak profielen in de wijk die op de rechter bladzijde (afbeelding 5.18, 5.19 en 5.20 ) te zien zijn is het resultaat van deze nieuwe golf van architectonische vernieuwingen. Zoals je kan zien zijn oude dak profielen van de vorige stromingen terug te vinden, maar deze zijn vervormd wat nieuwe dak profielen en woonervaringen oplevert.

De hogere variatie van materiaal keuze en kleuren en de manier waarop ermee is ontworpen is te zien in een van de drie laatste afbeeldingen (5.21 t/m 5.23). Dit maakt het verhaal compleet waarbij het duidelijk is dat de deelgebieden binnen de Vijfhoek vanuit een thematiek verder zijn uitgewerkt door een groepje bureaus. Dit zorgt ervoor dat de Vijfhoek echt een ‘sightseeing’ is op het gebied van nieuwe architectuur wanneer je er doorheen wandelt. De hoeveelheid materialen is het grootst in deze stroming t.o.v. de vorige stromingen, omdat hier niet alleen bakstenen, beton en hout worden gebruikt , maar ook glas, staal en kunststof. Door deze hoge variatie zie je de kozijnen en deuren in alle soorten en maten. Onder ons motto (van filosofie tot voordeur) moet je langs heel veel huizen lopen in de Vijfhoek, om een beeld te krijgen van de hoge variatie in gevelbekleding met haar kozijnen en voordeur.

Daarbij is de eenheid van de buurt of straatniveau ook te herkennen aan de nieuwe manier waarop en grootte van de kozijnen m.b.t. de gevel.

Afbeelding 5.16

vrijstaande woningen aan het water

Afbeelding 5.17

appartementen complex


Afbeelding 5.18

rond dak profiel

Afbeelding 5.19

punt dak

Afbeelding 5.20

plat dak rijtjeswoning

Afbeelding 5.21

voordeur met rode baksteen

Afbeelding 5.22

voordeur met kunstof platen

Afbeelding 5.23

voordeur, gevel hout

STEDELIJKE INRICHTING | VINEX

57


MATRIX


INLEIDING In de vorige hoofdstukken is beschreven hoe elke stroming nou in elkaar zat, wat de afwegingen waren en hoe het uiteindelijk vorm heeft gekregen in de wijk. Globaal zie je al verschillen, door de jaren heen veranderd de maatschappij waardoor de wensen en ook de behoeftes van mensen veranderen. Aan de hand van de matrix op de volgende pagina laten we de verschillen en de overeenkomsten zien tussen de vier stedenbouwkundige stromingen op verschillende aspecten.


MATRIX

Tuindorp

HISTORIE EN Jaar ontstaan filosofie

FILOSOFIE Bouwjaar stroming

1898

1902-1945

INFRASTRUCTUUR Hoofdopzet wijk.

Tegenreactie

Maatschappelijke omstandigheden

Tuindorp is een tegenreactie op de sloppenwijken en woonkarzenes uit de 19eeuw in de stad. Hier waren slechte woonomstandigheden.

Industralisatie van de maatschappij. Arbeiders woonden in sloppenwijken waar slechte hygiëne was.

Radiale als stratenpatroon

Na de beëindigingvan de tweede wereldoorlog was er grote woningnood. Er waren snelle en goedkope woningen nodig. Ontworpen vanaf de tekentafel.

Grid als straten patroon

Bloemkoolwijk is een tegenreactie op de starre en strakke en saaie CIAM. Oplossing: speelse wijken, veel groen.

Mensen wilde terug naar de menselijke maat. Ontwerp ging uit vanuit de bewoners perspectief.

135 graden, vertakkend stratenpatroon

Architectonische reactie op eentonige ontwerpprincipes. De onoverzichtelijke bloemkoolwijken.

Stedelijke vitaliteit versterken en rekening houden met milieu aspecten.

Diversiteit aan stratenpatronen.

Scheiding van weggebruikers Geen rekening mee gehouden met verkeer. (Later auto in het straatbeeld)

Met een tuindorp probeerde ze de woonomstandigheden te verbeteren CIAM

1928

1945-1970

CIAM is een tegenreactie op de betutteling van de tuindorpen en voor de hygiëne voor de mens. Oplossing: Licht, Lucht en Ruimte voor de bewoners.

Bloemkool

Vinex

1965

1992

1970-1995

1995-2016

Oplossing: veel diversiteit. Verschillende thema’s

60

Scheiding tussen auto en voetgangers (Auto in het straatbeeld)

Scheiding tussen wandel- en fietspaden en auto (Auto geplaatst in hofjes) Scheiding tussen wandel- en fietspaden, auto en openbaar vervoer. (Auto op erf of in bouwblok verwerkt)


GROENSTRUCTUUR Verhouding voor- en achtertuin.

Verhouding privé en openbaar groen.

Relatie onderliggend landschap Oude landwegen opgenomen in de ontwikkeling van de wijk.

BOUWBLOK Openheid bouwblok

Ligging bouwblok t.o.v. de straat

Plaats voordeur

Gesloten blok

Parralel aan de straat.

Aan de straatzijde

Tuindorp

Voortuin klein, achtertuin gericht op voedsel en ontspannen.

Veel privé aan de achterzijde.Weinig openbaar groen. Enkele parkjes en plantsoenen.

CIAM

Collectief groen gericht op sociale ascpecten en ontspanning. Tuinen voor klein, achter redelijk groot. gebruik voor ontspanning.

Veel openbaar groen. In principe een geleidelijke overgang naar privé. (collectief en privé)

Enkele oude landwegen. Meestal werd er geen rekening gehouden.

Open blok

Los van de straat

Soms aan straatzijde, wel een plantsoen ertussen. De woningen erachter kijken juist naar de achtertuin van de buren ervoor.

Bloemkool

Gemiddelde voortuinen en een grote achtertuin. Gericht op ontspanning.

Veel openbaar gebied. Maar ook grote stukken privé.

Bestaand reliëf is terug te vinden. Beeklopen zijn gegraven.

Half open blok

Parralel aan de straat.

Vaak aan de zijkant van de woning.

Vinex

Kleine voortuin en een grote achtertuin gericht op ontspanning.

Weinig openbaar groen, vooral grasstroken. Prive vooral aan achterzijde woning

Inpassen oude landschapselementen in het ontwerp.

Open/half open blok

Parralel en los van de straat

Aan de straatzijde.

STEDELIJKE INRICHTING | MATRIX

61


62


WONINGTYPE Woningtypes

Diversiteit woningen

DETAILS WONING Mate van detaillering

Gevelbekleding

Daksoort

Tuindorp

Rijtjeswoningen 2-onder-1 kap woning.

Per straat verschillen in details, Verder vooral rijtjeswoningen.

Veel samenhang maar een groot verschil in mate van detaillering. (ramen, dakgoten, baksteen, balkons) Per straat verschillend.

Bakstenen en hout, glas in lood.

Zadeldaken, soms stukken plat op hoeken.

CIAM

Portiekflats Galerijflats Rijtjeswoningen.

Per wijk verschillende stempels huizen alleen portiek of rijtjeswoningen.

Weinig detaillering. Hooguit een stukje van het dak, dit is per wijk verschillend.

Beton, glas en staal. Ook veel bakstenen.

Platte- en zadeldaken

Bloemkool

Vrijstaande woning 2-onder-1 kap woning Rijtjeswoningen.

Vrijstaande woningen zijn divers. De rijtjeswoningen zijn vaak hetzelfde.

Weinig detaillering, soms zijn de gevels afgewerkt met hout.

Bakstenen hout, glas en kunststof.

Zadeldaken, soms ver doorlopende daken.

Vinex

Appartementen Vrijstaande woning 2-onder-1 kap woning Rijtjeswoningen

Per buurt een ander thema en andere woningen. Met name rijtjeswoningen.

Zeer veel details. Soms per woning verschillend. Voornamelijk per straat of buurt.

Bakstenen, kunststof, hout, beton, staal en glas.

Grote diversiteit aan daken.

STEDELIJKE INRICHTING | MATRIX

63


CONCLUSIES


INLEIDING In de matrix zijn de verschillen tussen de wijken duidelijk geworden. In de conclusies zullen we hierop verder ingaan en waar deze verschillen door komen.


CONCLUSIES Algemene conclusies In de stromingen komt naar voren dat er een duidelijke golfbeweging zit in de stromingen. Zo komt de kleinschaligheid, saamhorigheid van het Tuindorp terug in de Bloemkoolwijken. Het stapelen van woningen bij de CIAM komt terug in de Vinex wijk. Wel verschillende deze in woningtypes. In Tuindorp en Vinex is minder openbaar groen. Terwijl de wijken van Bloemkool en CIAM juist heel groen zijn. Dit is dus een lange golfbeweging. Rijtjeswoningen komen in alle stromingen naar voren en mag dan ook als standaard worden gezien. In het verloop van het ontstaan van de stromingen is er steeds meer aan diversiteit aan woningen gekomen. Welke filosofie zat er achter elke stroming? Zoals je kunt terug lezen in de Matrix is elke stroming/stijl een reactie op de voorgaande maatschappelijke tijdsgeest. Het gedachtegoed van de Tuindorpen zijn een reactie op de slechte woonomstandigheden die zich voor deden gedurende de groei van de industrialisatie. De CIAM is een reactie op de betutteling van de Tuindorpwijken. De Bloemkoolwijken zijn weer een reactie op de eentonige en strakke CIAM. De Vinex is een reactie op de onoverzichtelijkheid van de Bloemkoolwijken. Welke structuren behoren tot de stroming? Infra Elke stroming heeft zijn eigen hoofdstructuur. Zo heeft het Tuindorp zijn radiale, de CIAM rationele verkaveling en komen bij de Bloemkoolwijken juist de 135 graden hoeken steeds terug. De Vinex heeft verschillende structuren en is dan ook een mengelmoes van de voorgaande structuren. De hoofdstructuren passen bij de stromingen. Zo wilde Tuindorp juist niet dat je alles kon zien en kozen zij voor deels gebogen wegen. Bij de CIAM was het juist strak en waren de wegen als recht blokken gesitueerd. In de Bloemkool wilde ze echter weer terug naar de beslotenheid. Dit bereikte zij door de

66

135 graden hoeken waardoor je niet de hele buurt kon zien en er diverse intieme plekken ontstonden. Het onderbreken van zichtlijnen komt dus weer overheen met Tuindorp. De hoofdweg bevond zich buiten de buurt. De Vinex staat bekend om veel diversiteit. Zo heeft het een duidelijke hoofdweg maar hebben alle wijken weer een eigen structuur. Auto Ook zie je dat de auto steeds een belangrijker plek krijgt in de stromingen. In Tuindorp werd hier nog geen rekening mee gehouden. De auto kwam toen namelijk pas in opkomst. In de CIAM is er al wel rekening mee gehouden. Hier kreeg het zelfs een functie toegewezen en dit is duidelijk terug te zien in de rationele verkaveling. De auto had ruimbaan maar er waren nog niet genoeg parkeerplaatsen. In de Bloemkoolwijken wilde ze weer terug naar minder auto’s, autoluwe buurten ontstonden. Auto’s konden parkeren in hofjes achter de woning zodat het niet in het straatbeeld zichtbaar was, ook hebben mensen een oprit. In de Vinex hebben de mensen vooral een eigen oprit of parkeereilanden binnen de bouwblokken zodat de auto zo min mogelijk te zien in het straatbeeld. Groen De groenstructuren zijn duidelijk per stroming verschillend. In Tuindorp vind je vooral kleine voortuinen en grote achtertuinen. Hier kon men dan nog voedsel verbouwen. Openbaar groen bestond er vrijwel niet. Een enkele boom en singel waren er in de wijk te vinden. In de stroming CIAM, werd openbaar groen belangrijk. Er ontstond collectief groen waar mensen die in een portiekflat woonde konden recreëren. Dit collectieve groen sloot naadloos aan op het openbaar groen. Dit gold ook voor de achtertuinen van de woningen. Door deze naadloze aansluiting toont de wijk heel groen. De voortuinen waren klein. In de CIAM was veel ruimte voor het openbaar groen. Bij de woningen in de Bloemkoolwijk zie je juist weer grote stukken privégroen, zowel de voor- als achtertuin zijn ruim opgezet. Hierdoor toont de wijk ook heel groen net

zoals in de CIAM. De Vinex kent vooral groene stroken gazon. De voortuinen zijn niet heel groot en wordt deels gebruikt om de auto te kunnen parkeren. De achtertuinen zijn wel groot. Relatie met het onderliggende landschap Ook valt op dat de laatste jaren steeds meer rekening wordt gehouden met het onderliggende landschap. Dit begint pas in de jaren 70 in de Bloemkoolwijken. Hier wordt al rekening gehouden met het reliëf en verschillende beeklopen. In de Vinex komt dit helemaal terug. Hier wordt men milieubewuster gemaakt en worden oude structuren als lanen en waterlopen behouden. Ook zijn er in deze wijken sloten bij gegraven zodat wonen aan het water mogelijk wordt gemaakt. Dit komt niet voor in de CIAM en Tuindorp. Hoe ziet het bouwblok eruit bij de stroming? Bouwblok De inrichting van het bouwblok is door de jaren heen steeds veranderd. Allereerst hadden de Tuindorp blokken een gesloten karakter. Dit komt omdat de stroken van (voornamelijk) rijtjes huizen zo goed als tegen elkaar staan. De radicale reactie daarop was duidelijk terug te zien in de CIAM wijken waar het principe lucht, licht en ruimte zich uit in open bouwblokken. Deze in verhouding grotere woonblokken ogen ruimer en opener dan de benauwde Tuindorp blokken. De Bloemkoolwijken grijpen, na de grootschalige open CIAM bouwblokken, weer terug op het (dorpsachtige) kleinschalige karakter waar de bouwblokken half open zijn. De bouwblokken hebben een ronde vorm vanwege 135 graden wegenstructuur dat ervoor zorgt dat de blokken als eilandjes in de wijk staan. De Vinex wijken hebben ook op het gebied van de bouwblokken meer variatie ook omdat hier door de verschillende woningtypologieën veel diversiteit in open – en half open blokken te vinden zijn.


De manier waarop de het bouwblok t.o.v. de straat gesitueerd is, is ook veranderd. Soms werd er teruggegrepen naar voorgaande principes maar meestal stoot de ene stroming zich af van de vorige op het gebied van bouwblokken. De gevels van Het Tuindorp (met daar tussen meestal en tuin) lagen altijd strak langs de straat en heeft daarom een vaste ligging t.o.v. de straat. Hierbij was de voordeur altijd aan de straatzijde te vinden. De CIAM daarentegen heeft vanuit haar ontwerpprincipe de ligging van het bouwblok t.o.v. de straat meer los gelaten. De voordeur was door de situering van het bouwblok niet altijd aan de straatzijde te vinden. De volgende stroming (Bloemkool) stoot zich door haar ontwerpprincipe weer af van de CIAM waarbij alle bouwblokken weer vast aan de straat lagen. Soms lagen de woningen aan een hofje. De behoefte naar variatie in de wijk uitte zich bij de Vinex ook uit hoe de bouwblokken gesitueerd zijn t.o.v. de straat. Maar de voordeuren in de Vinex tref je meestal nog steeds gewoon aan op de straatzijde. Welke woningtypes behoren tot de stedenbouwkundige stromingen? Woningtypologie Per stromingen verschillen de soorten woningen. Toch zijn er ook overeenkomsten, zo komen de rijtjeswoningen in alle stromingen voor. De vrijstaande woningen en 2-onder-1 kapwoningen komen vooral na de jaren 70. Deze woningen zie je dan ook terug in de Bloemkoolwijken en Vinex. Hoogbouw zit in een soort golfbeweging. Zo komt het voor in de CIAM aan de hand van portiekflats en galerijwoningen en in de Vinex zien de juist de appartementcomplexen. Dat er in de Bloemkoolwijken geen hoogbouw is komt doordat zij terug wilde naar de menselijke maat.

Welke materialen en detailleringen behoren tot de stedenbouwkundige stromingen Materiaal en detaillering De mate van detaillering en de materiaalkeuze per stroming zijn het meest toonaangevende om de stromingen van elkaar te onderscheiden. Het valt op dat de noodzaak in hoeverre een woning een hoge of lage detailleringniveau erg verschilt per stroming waarin een duidelijke algehele beweging in terug is te vinden. Ook zijn de daksoorten per stroming kenmerkend voor de stroming. Tijdens de eerste stroming (Tuindorp) was het van belang om veel aandacht te besteden aan detaillering wat betekende dat er veel arbeidsuren ingestoken kon en moest worden gestoken. De ambachtelijke wijze van uitwerking is terug te vinden in de gevels (van gele of rode bakstenen) het houtwerk van de deuren en kozijnen, en de hoge variatie aan dakgevels en randen. Op de straatkruisingen is een huis zelfs vaak anders ontworpen dan de rest wat een nog hogere afwisseling aan uiterlijk en detaillering van woningen oplevert. De mate van verschil in de dakprofielen komen bij Tuindorp uit op de twee daken beter bekent als een zadeldak en het typerende mansardedak. Het feit dat erna de Tweede Wereldoorlog (toen de CIAM stroming het meest werd toegepast) grote behoefte was naar goedkope en eenvoudig te bouwen woningen, vertaald zich in de mate van geringe detaillering maar heeft net iets meer verscheidenheid in materiaal dan bij Tuindorp wijken. Bij het bouwen van de CIAM wijken is gebruikgemaakt van beton, glas, staal en veel bakstenen. Naast de weinig toegepaste details zijn de platte- (om zoveel mogelijk ruimte te kunnen benutten) en zadeldaken toegepast.

Bij de Bloemkool stroming is op dit gebied geen tegenreactie te zien. Het heeft ongeveer de zelfde hoeveelheid detaillering in haar woningen verwerkt als bij de CIAM. De mate van variatie in materiaal is daarnaast zelfs minder dan bij haar voorganger. Deze wijken zijn gemaakt van bakstenen en hout. Later werd het hout wel vervangen door kunststof wat sindsdien als een nieuw soort materiaal werd gehanteerd. Het verschil in daksoorten is er bij Bloemkoolwijken niet waarbij de manier waarop de enige (zadel-) daksoort werd gehanteerd verschild. De nieuwste en laatste Vinex stroming is op architectonisch gebied een reactie op alle voorgaande stijlen. Dit uit zich zowel in de detaillering, de variatie in materiaal gebruik als in de deksoorten. De variatie aan materiaal is bij de Vinex het meest (bakstenen, kunststof, hout, beton, staal en glas) wat op ontzettend veel manieren is toegepast. Het detailleringniveau is vergeleken met de Bloemkool en CIAM groter. De buurten binnen de Vinex-wijk hebben wel hun eigen thema en soorten materiaal maar ogen per woning niet te arbeidsintensief qua detaillering zoals dat bij Tuindorp wel het geval was. In de totale Vinex wijk is er wel enorm veel variatie te zien in de manier waarop materiaal is gebruikt. Het niet meer ontwerpen vanuit een principe maar vanuit meerdere zelfstandige bureaus levert vooral ook veel daksoorten op. Er zijn nog oude sporen van daksoorten terug te vinden in deze Vinex-wijken zoals die van de platte-, mansarde- en zadeldaken. Daarnaast is er sinds deze stroming eindeloos gespeeld met de vormgeving van de daken.

Qua diversiteit aan woningen zie je in de jaren groeien. Bestond het in Tuindorp nog alleen uit rijtjeswoningen, groeide het in de CIAM uit met portiekflats en galerijwoningen. In de Bloemkool komt het vrijstaande huis en de 2-onder-1kapwoning en in de Vinex wordt dit weer aangevuld met appartementcomplexen. STEDELIJKE INRICHTING | CONCLUSIES

67


68


LITERATUURLIJST Boeken

Websites

Bloemkoolwijken: analyse en perspectief, Martijn en Thijs van der Steeg, 2011

http://www.welstandsnotas.nl/zutphen/12451.htm

De Droom van Howard in opdracht van het gemeentelijk Woningbedrijf Amsterdam. September 1990. Uitgeverij Elmar b.v. Rijswijk.

http://www.bestaandewoningbouw.nl/overpeinzingvooroorlogse-tuindorpen-als-themawonen-avant-lalettre/

In Deventer, Architectuur vanaf 1950,

http://dorpvandedag.blogspot.nl/2010/10/tuindorpen. html

Nederlandse Stedenbouw Van De 20Ste Eeuw, Hans Ibelings, 1999

http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/ archipedia.asp?ID=1030

Nederlandse architectuur van de 20ste eeuw, Hans Ibelings, 1999

http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/ archipedia.asp?ID=143

Ontwerp van de openbare ruimte, Han Meyer, Frank de Josselin de Jong, Maarten Jan Hoekstra, 2009

http://nl.wikipedia.org/wiki/Congr%C3%A8s_ Internationaux_d’Architecture_Moderne

Vinex Atlas ; Jelte Boeijenga, Jeroen Mensink Rotterdam 2008 Uitgeverij 010 Publisher

http://huis-en-tuin.infonu.nl/wonen/50701-wat-is-eenvinexwijk.html

Artikelen Artikel in de Trouw, Tuindorpen-ontstonden-uitidealisme door Seije Slager, 04/06/2008 Artikel in De Volkskrant, Tuinsteden-vol-licht-lucht-enruimte door Gerard Groeneveld , 02/12/2000 Samenvatting van Garden Cities of To-Morrow door Frank Smit. 1991. Vorm, inhoud en betekenisgeving van openbaar groen in de naoorlogse stedenbouw, Jan van Merrienboer, 2011

STEDELIJKE INRICHTING | LITERATUUR

http://www.rotterdam.nl/tekst:thema_vinexwijken http://www.ro-web.nl/2010/12/vinex-locatie/ http://www.architectenweb.nl/aweb/archipedia/ archipedia.asp?ID=1757 informatie over de Vijfhoek: http://www.devijfdehoek.nl/algemeennieuws/2012/1/10/laatste-deel-van-de-vijfhoek-wordtgerealiseerd http://www.googlemaps.nl/maps/preview

69


STEDENBOUWKUNDIGE STROMINGEN UIT DE 20e EEUW IN DEVENTER.

VAN FILOSOFIE TOT VOORDEUR Jos de Graaf Arend van der Kam Pieter van Nooten Lars Veltkamp

Stedenbouwkundige stromingen uit de 20e eeuw in Deventer "van filosofie tot voordeur"  

Hogeschool Van Hall Larenstein te Velp 2e jaar Tuin- en Landschapsinrichting Module: Stedelijke inrichting, onderzoek Auteurs: Jos de Graaf...

Stedenbouwkundige stromingen uit de 20e eeuw in Deventer "van filosofie tot voordeur"  

Hogeschool Van Hall Larenstein te Velp 2e jaar Tuin- en Landschapsinrichting Module: Stedelijke inrichting, onderzoek Auteurs: Jos de Graaf...

Advertisement