Issuu on Google+

Onder In de bossen bij Ede ontwerpt FARO een duurzame CPO-wijk.

CPO is hot – onder ontwerpers, gemeenten en huizenkopers. Ontwerpers zien het als een kans om opdrachten binnen te halen in deze lastige crisistijd, en een mogelijkheid om hun rol als bouwmeester terug te pakken – de Vinexopgave was immers vaak niet meer dan ‘geveltjes tekenen’. Sommige kopers zien CPO als een manier om voor een schappelijke prijs – bouwkosten worden immers gedeeld – een kwalitatief goede woning te bouwen, die beter beantwoordt aan hun specifieke wensen dan het standaard rijtjeshuis. Anderen zien meerwaarde in het delen van voorzieningen – buitenruimte, een werkplaats, een crèche. Gemeenten met grondposities vestigen hun hoop op (Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap, omdat ontwikkelaars en woningcorporaties door de economische crisis de financiering voor de grootschalige woningbouwplannen niet meer rond krijgen. Kleinere projecten, van 20 tot 30 woningen, lukt op veel plaatsen nog 52 — architectenweb

wel – precies de schaal van een grotere CPO. Collectief bouwen kan bovendien de sociale cohesie in (probleem)buurten versterken. Zal CPO binnen de woningbouw van de toekomst een steeds groter aandeel innemen? Met een groot aantal collectieve bouwprojecten in de pijplijn en een aantal die (bijna) opgeleverd worden, is dit een goed moment voor een eerste evaluatie. Het Grote Woningbouwcongres van Architectenweb bood hiervoor veel aanknopingspunten. Een verslag en analyse van het congres.

Voortraject goed organiseren Om maar eens te beginnen met het grootste vooroordeel: is CPO echt zo ingewikkeld als wel beweerd wordt, waardoor het financieel gemakkelijk uit de klauwen loopt? En is het niet vooral iets voor hippies die zijn blijven hangen in het inspraakmodel uit de jaren zeventig? Absoluut niet, meent Ivar Diekerhof van KUUB, een stichting ter promotie van zelfbouw. Pas nog heeft hij een project in Alkmaar opgeleverd:

veertien ‘herenhuizen’, die twee jaar na de eerste planvorming helemaal af zijn, voor minder dan twee ton per woning gebouwd, en zonder collectieve voorziening – dat hoeft dus niet. Wel denkt Diekerhof dat CPO een bepaalde expertise vergt. “Het proces van ontwerpen tot oplevering kennen architecten, maar in dit geval heb je ook nog het voortraject – daar zit de angel. Hoe organiseer je een CPO-vereniging van eigenaren, hoe krijg je de neuzen dezelfde kant op, wie betaalt de kosten voor het ontwikkeltraject, waar kun je subsidies krijgen, hoe dek je risico’s af?” Duidelijk is dat je die zaken niet even ‘erbij’ kunt doen – daar loop je als architect qua uren op leeg. Bovendien leiden misstappen tot hogere bouwkosten. Zijn belangrijkste tips: neem als architect een duidelijke rol aan en organiseer voldoende ondersteuning.

Gedeelde waarden En dan nog: elke CPO is anders. “Het gaat ten slotte om mensen”, zegt Hugo de Clercq van FARO architecten. In Zutphen werkt FARO in opdracht van een groep antroposofische senioren aan het grootste CPO-project van Nederland: een nieuw stuk stad, met zorgvoorzieningen, een café en zelfs een begrafenisondernemer. Het bureau heeft ook tijdelijke, low budget huisvesting van oude containers ontworpen,

Beeld: FARO architecten

“Bij CPO is er een uitgebreid voortraject: daar zit de angel”


Architectenweb magazine #8