Issuu on Google+

Veel meer

dan de laatste 30 cm Bij de grote opdrachtgevers van woningbouw – of het nu om ontwikkelaars of corporaties gaat – is er de afgelopen jaren veel veranderd. Welke ontwikkelingen zien jullie op dit vlak? Jan Klomp (JK): “In ons werk zien we een verschuiving van woningcorporaties naar bouwende ontwikkelaars. Die bouwers dragen dan het risico, de corporaties haken daarop aan, door bijvoorbeeld een deel van de woningen af te nemen. In het ontwerpproces zijn verder ketenintegratie en BIM belangrijke ontwikkelingen. Bij ketenintegratie, of co-makership, werk je in een korte periode in nauwe samenwerking met alle partijen het project uit, in bijzonder nauwe samenwerking met de aannemer – de co-maker. Die aannemer heeft vaak al een uitgekiend product, een standaard woning, en wij zorgen er dan voor dat dit standaardproduct vastgenageld wordt op zijn plek en geven via de huid de overgang van het publieke naar het private vorm.” Kunnen jullie een voorbeeld geven van hoe zo’n nauwe samenwerking in de praktijk werkt? JK: “Huis van Hendrik laat goed zien wat ketenintegratie op kan leveren. Ymere had voor dit woongebouw in Haarlem een standaard budget gereser- > 32 — architectenweb

Vouwen en hoogteverschillen verkleinen de forse schaal van Huis van Hendrik.

Foto’s: Bas Uterwijk

In het ontwerp van de plattegronden, de expressie van de gevel, en in de overgang van privé naar openbaar is in de woningbouw zoveel meer mogelijk dan vaak door opdrachtgevers gedacht wordt. Om meer te kunnen ontwerpen dan de laatste 30 cm is voor architecten daarom nog vaak een gevecht. Terwijl juist in de ‘diepte’ van het ontwerp de grootste woonkwaliteit ontstaat. Een interview met architecten Jan Klomp en Bas Liesker van Heren 5 over de staat van de woningbouw. — tekst Michiel van Raaij


Architectenweb magazine #8