Page 61

In een ontwerpproces verliest het ‘gevoel’ het al gauw van economische factoren winst te behalen, die flink kan aantikken op de langere termijn. Om dit beter aan te kunnen tonen voor een specifiek project zou je een voor- en nameting moeten verrichten en een (statistische) analyse van de verschillen. Psychologische aspecten in architectuur kun je meetbaar maken door te definiëren op welk gevoel je uit bent, en dit vervolgens op een goede manier te toetsen. Bijvoorbeeld door genoeg mensen te vragen naar hun ervaring en daarnaast hun gedrag te observeren. In de Verenigde Staten is al meer aandacht voor deze structurele aanpak onder de noemer evidence-based design of informed design.

Hospitality Vooral in de zorg, zoals bij het ontwerp van ouderenhuisvesting en ziekenhuizen, wordt steeds meer aandacht besteed aan het psychologische effect van ontwerp. Daar wordt wel de term ‘hospitality’ voor gebruikt, wat ‘gastvrijheid’ betekent. Ook bespeurt Colenberg steeds meer aandacht bij scholenbouw en kantorenbouw, onder andere vanuit de toename van Het Nieuwe Werken. Volgens haar gaat het erom de mens serieus te nemen en na te gaan waar deze behoefte aan heeft. ‘Van een vriendelijke bejegening tot praktische zaken als duidelijke bewegwijzering, comfort en privacy, genoeg ruimte voor je spullen en niet in de rij te hoeven staan voor het toilet.’

Bij hospitality moet de gast ook genoeg controle kunnen houden over zijn of haar omgeving, en keuzes kunnen maken. Architectonische elementen die van grote invloed zijn op hoe mensen zich in of bij een gebouw voelen zijn bijvoorbeeld de balans tussen overzichtelijkheid en verrassing, tussen open en gesloten (veiligheid, privacy) een duidelijke ingang en routing (wayfinding), de vorm en afwerking (persoonlijke associaties, akoestiek), daglichttoetreding, efficiënte looplijnen en ruimtelijkheid. Welke elementen je inzet bij ontwerp hangt sterk af van de gebruikers en de functie van het gebouw. Bij een ziekenhuis zijn bijvoorbeeld wayfinding en privacy erg belangrijk. Ook is aangetoond dat de zichtbare aanwezigheid van natuur en groen een positief effect heeft op genezing. ‘In het algemeen is er geen hiërarchie in het effect van interieurelementen op ons welzijn aan te geven, daarvoor is de wisselwerking tussen mens en ruimte te complex’, zo stelt Colenberg. In ontwerponderhandelingen met een opdrachtgever moeten architecten daarom een afweging maken van kosten versus het effect, waarbij – na een inhoudelijke afweging – het meest aantoonbare effect een pré kan zijn en je daarna minder aantoonbare ingrepen voorstelt. Groen – levend groen, niet de kleur – en daglicht zijn vrijwel altijd effectief, materiaal en kleur zijn meer afhankelijk van het doel van het ontwerp. Het effect van deze laatste twee wordt namelijk ook beïnvloed door de associaties van mensen en de context waarin zij denken en handelen. Bijvoorbeeld door wat zij eerder hebben meegemaakt.

vies. In de voorbereiding op het ontwerp kan een omgevingpsycholoog bijvoorbeeld helpen met het indelen van gebruikersgroepen en het verzamelen van informatie over behoeften en wensen. Vervolgens kan meegekeken worden met de vertaling van deze informatie naar een ruimtelijk en materieel ontwerp. Na realisatie van het project kan gekeken worden naar de effecten van de gekozen ontwerpoplossingen op de gebruikers. Maar wanneer is een project nou geslaagd voor een omgevingspsycholoog? Je zou kunnen zeggen: als het welzijn van de gebruikers erop vooruit is gegaan, of (mede daardoor) hun productiviteit. Of als zij tevredener zijn over de ruimte. Susanne Colenberg refereert even aan wat zij ‘chronische moedeloosheid’ noemt. Het gaat dan om gebouwen die een constante ergernis oproepen, zonder dat de gebruikers daar iets tegen kunnen doen. Dat stapelt zich op naarmate men er langer en frequenter verblijft. Dit is een aantoonbaar slecht resultaat en ongezond bovendien. Colenberg stelt dat een geslaagd project juist geen ergernis oproept. ‘Je wordt nooit echt geconfronteerd met het gebouw.’ Architectuur wordt daarmee een aangename achtergrond in plaats van een obstakel. —

Aangename achtergrond De bijdrage van een omgevingspsycholoog kan in elke fase van het ontwerpproces van waarde zijn, maar idealiter ziet Colenberg zich vroegtijdig aansluiten, al is het alleen maar om op algemeen vlak mee te denken bij het ontwerp. Te vaak ziet zij nog dat een omgevingspsycholoog pas wordt ingeschakeld als er problemen zijn. Haar inbreng is dan meer een lapmiddel dan een constructief ontwerpad-

Een project is echt geslaagd als het welzijn van gebruikers erop vooruit is gegaan architectenweb — 61

Architectenweb magazine #7  

Architectenweb magazine is een Nederlands vakblad over architectuur. In iedere editie van het magazine wordt een actueel thema uitgediept. I...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you