Issuu on Google+

Alle gebruikersgroepen bedienen Haar werk aan Het Concertgebouw, dat ze sinds 1995 onder haar hoede heeft, wordt precies om die reden geroemd. “Aanvankelijk leefde het gevoel dat het gebouw goed genoeg was en je daar niet aan moest komen. Maar je gelooft niet wat we tegenkwamen; er was niet eens water in de foyers, de koffie werd op karren uit de kelder gehaald. Tijdens concerten hoorde je dan gekletter met kopjes, er waren altijd koffievlekken. En veel van 44 — architectenweb

het interieur was heel plat: een RALkleur met de roller eroverheen, gestuukte plinten waar je zo doorheen prikte…” Het lastige van het concertgebouw is volgens Merkx niet zozeer de omgang met het monument, als wel met uiteenlopende gebruikers. “Je hebt musici en technici die met grote muziekkoffers slepen, personeel – belangrijk voor het reilen en zeilen van het gebouw – en het publiek, dat komt voor een feestelijk avondje uit. Al die mensen moet je bedienen.” De verplaatsbare balies in de foyer werden vervangen door vaste, marmeren balies, die opengeklapt kunnen worden

Het gaat Merkx om ‘de totale sfeer’: het gevoel van vertrouwen en comfort Boven Binnen Rozet heeft Merkx onder meer Bibliotheek Arnhem ontworpen. Onder Blik in het Erfgoedcentrum dat gevestigd is de kelder van Rozet.

Foto’s Rozet: Katja Effting; foto Julia’s: Roos Aldershoff

wens. Het is lastig om ons vak in een paar woorden samen te vatten, het is een heel breed en complex gebied.” Juist omdat er zoveel verschillende aspecten spelen, is ruimtelijke visie cruciaal. “Je moet weten wat je wilt zien, en vooral ook wat je niet wilt zien. Niet in standaardoplossingen denken – voor verbouwingen zijn die vaak ongeschikt – maar in maatpakken. Wat je wilt bereiken is dat het werkt.” Ruimtelijke visie begint met een grondige analyse, ‘de herkenning wat de aangereikte ruimte aan kan’. Juist daar gaat het vaak mis, ziet Merkx. “Als interieurarchitect heb je een bepaalde mate van bescheidenheid nodig; je moet kunnen buigen voor het gebouw. Dat geldt net zo goed voor de monumentale kerk in Maastricht, die we tot boekhandel hebben verbouwd, als voor de drukke stations waarin Julia’s is gevestigd.”


Architectenweb magazine #7