Issuu on Google+

baarheid en duurzaamheid te behalen bij woningen die je uitpondt, waarom zou je dat dan laten? En dat is niet om de koper een cadeautje te geven, maar om een bijdrage te leveren aan een betere wijk.”

Overtuigen met rendement Van Splunder merkt op dat er wat betreft duurzaamheid nog een hoop valt te winnen bij de kopers. “De meeste aandacht gaat bij hen nog steeds uit naar het interieur, aan een mooie luxe badkamer of keuken wordt zonder problemen 25.000 euro besteed. Maar het is bij hen totaal nog niet aan de orde om dit bedrag te besteden aan energiebesparende maatregelen. Kopen is emotie en dat zit hem eerder in een nieuwe badkamer dan in zonnepanelen of betere kozijnen. Die mindset moeten we zien om te buigen.” Het is volgens de aanwezigen zaak mensen te overtuigen met resultaten en bewezen rendement. Een upgrade van de huidige standaard naar een Energienotanul-woning levert bijvoorbeeld een maandelijkse besparing van zestig euro op de energierekening op, dat geld kan de koper weer investeren in een nieuwe badkamer. Ook onder de professionals zelf is duurzaamheid nog geen gemeengoed of uitgemaakte zaak. “Wij hebben intern

Overtuig bewoners met resultaten en bewezen rendement

nog een hele discussie te voeren over wat we wel en niet willen”, zegt Van Splunder. “Binnenkort start ik een duurzame pilot voor tien woningen, waarmee tien miljoen euro is gemoeid. Dan krijg je discussies met de directie in de trant van ja, er is eens gekozen voor zo’n pilot, maar als ik dat terug kon draaien, zou ik het doen.” Reden om wel te kiezen voor verduurzaming, is volgens Van Splunder het rendement. “Waarom rijdt iemand een hybride auto? Niet omdat die zo mooi is, maar vanwege de kostenbesparing. Nu de belastingvoordelen worden teruggedraaid, loopt ook de verkoop van die auto’s terug. Door zulke bewegingen van overheid, consument en leveranciers durft niemand meer te investeren. En zo hebben wij als woningbouwprofessionals nog zoveel dingen te regelen aan de voorkant, dat het nog wel vijftien jaar duurt voordat we de energietransitie echt op de rit hebben.” Kint vraagt zich af hoe duurzaam die energietransitie moet zijn. “Twee jaar geleden zijn we bij een woonblok aan de Dolomietenlaan in Eindhoven gestart met een pilot voor passief renoveren. Bij tien woningen hebben we dat gedaan en die heb ik anderhalf jaar lang gemonitord. Ik ben tot de conclusie gekomen dat ze slechts tien procent extra rendement opbrengen dan woningen die je opwaardeert naar energielabel B. En dat laatste is de helft goedkoper. De rest van de wijk hebben we daarom in de light-variant uitgevoerd. Aan de buitenkant zie je geen verschil, de hele wijk heeft een metamorfose ondergaan.”

jaar gesloten Woonakkoord is er een hoop in beweging gekomen binnen deze opgave en niet alleen bij woningcorporaties. “De innovatiekracht in de bouw is de afgelopen drie jaar groter geweest dan de vijftig jaar ervoor”, zegt Kint. Voor de corporaties, geplaagd door de gevolgen van de Vestia-affaire, is het daarbij zaak om bouwers de ruimte te bieden om te innoveren. Duidelijkheid en transparantie richting de bouwers zijn daarbij belangrijke aspecten die horen bij de corporatie als opdrachtgever, besluiten de deelnemers. — Het rondetafelgesprek tussen vertegenwoordigers van woningcorporaties werd op Het Grote Transformatie- en Renovatiecongres ingeleid door Jack, Hock, directeur van Trudo, die vertelde over de op Strijp S gehanteerde strategie.

Deltaplan Om een echte slag te maken bij de verduurzaming van corporatiewoningen, is volgens de debaters niets minder dan een Deltaplan nodig. Ondanks dat zo’n operatie bijzonder veel voeten in de aarde zal hebben, zijn ze niet per se pessimistisch. Door de economische crisis en het vorig architectenweb — 25


Architectenweb magazine #6