Issuu on Google+

— advertorial

Huis van Hilde is ontworpen vanuit het omringende duinlandschap 28 — architectenweb

Boven Over het depot is een heuvelachtig nollenlandsschap getrokken, het dak van het paviljoen ernaast is geïnspireerd op vroegmiddeleeuwse boerderijen. Rechts Richting het stationsplein van Castricum opent het paviljoen zich met een een grote vliesgevel.

de associatie op met een grafheuvel. De integratie van de gebouwdelen in het landschap is niet alleen een duurzame oplossing, maar heeft ook een symbolische waarde. De beste plek om archeologische schatten te bewaren is immers in de grond. De ruimtelijke indeling, inrichting en de publieksbeleving van het bezoekerscentrum in het depot zijn door Experience Designbureau MMEK verzorgd. Het bureau heeft het interieur, de vitrines en de audio-, video- en interactieve onderdelen vanuit een overkoepelend concept ontworpen. Daarbij hebben de ontwerpers het doel van archeologie centraal willen stellen: het komen tot een realistische reconstructie van het verleden.

Paviljoen Naast het ondergronds gesitueerde depot heeft VVKH een bovengronds paviljoen ontworpen, dat onderdak biedt aan de entree, horeca en kantoren. Verder bevinden zich in het paviljoen een auditorium en een ruimte voor tijdelijke tentoonstellingen en presentaties. De langgerekte vorm en het dak van het gebouw zijn geïnspireerd op vroegmiddeleeuwse boerderijen, zoals die in de omgeving hebben gestaan. De karakteristieke vorm van het zogenoemde woonstalhuis is door het architectenbureau vertaald naar de moderne tijd. Zo is de licht gebogen constructie afgewerkt met CorTen-stalen beplating als een verwijzing naar de rietgedekte boerderijen. Met de schelpen

Foto’s: Hennie Raaymakers/DAPh

een goed beheer van de collectie. De ingreep heeft een dermate stabiel binnenklimaat opgeleverd, dat installaties alleen nog nodig zijn om de verstoringen van mens en verlichting op te heffen, aldus het architectenbureau. Het skelet voor het depot is opgebouwd met een prefab betonnen hollewandsysteem – twee geprefabriceerde betonschillen, onderling verbonden met behulp van liggers, worden daarbij in het werk volgestort tot een monolithisch geheel. Voorts zijn in het werk gestorte kolommen en een in het werk gestorte dakvloer toegepast. De betonnen buitenschil diende van zichzelf waterdicht te zijn. Het depot is circa 2.200 vierkante meter groot en verdeeld in diverse archiefruimten. De opslagruimten, voorzien van verrijdbare archiefkasten, zijn honderdtwintig minuten brandwerend. Centraal in het depot ligt de tentoonstellingsruimte. Het koepelvormige dak roept in het landschap


Architectenweb magazine #9