Issuu on Google+

Rechts Bij Grenswerk in Venlo legt de gebouwhoge foyer een logische verbinding met de opgetilde grote zaal.

een linkse hobby zou willen noemen; in Nederland is het volgens hem eerder andersom. “Cultuur is sterk gekoppeld aan de handelsgeest. Of een theater goed loopt, wordt gemeten in het aantal verkochte cappuccino’s. De vraag ‘wat levert het op?’ is nooit ver weg.” En dat is ook niet zo gek; als je het slim aanpakt, kun je met cultuur immers goed verdienen. Het beste voorbeeld is het Guggenheim museum in Bilbao (Frank Gehry, 1997), dat het Spaanse stadje in een klap op de wereldkaart zette en uitgroeide tot een symbool van de economische kracht van kunst in steden. Maar dat is volgens Koschuch niet de essentie. “Cultuur bied je aan, je stelt het gebouw open voor zo veel mogelijk mensen; idealiter is een cultuurgebouw een Haus der Kulturen.” En dat is waar leisure wel om de hoek komt kijken. Een espressobar, een museumshop, een kekke loungehoek met gratis wifi – het zijn allemaal zaken die de twijfelende bezoeker over de drempel kunnen trekken. Zo is de foyer van de schouwburg in Eindhoven voor zzp-ers opengesteld, vanuit het idee dat zij op deze manier na het werk eens een voorstelling meepakken. Er is zelfs een speciale daklozenvoorstelling. 22 — architectenweb

Foto’s: Allard van der Hoek

Culturele gebouwen zijn de afgelopen jaren een stuk toegankelijker geworden


Architectenweb magazine #9