Page 1

MedZ vakblad voor de praktijkhoudende huisarts 

jaar 4 • #5 • 2017

Duizend leden. Dat was het streven bij de oprichting van VPHuisartsen. Groot genoeg om invloed te hebben, was het idee . Die inschatting bleek correct. Anno 2017 is VPHuisartsen met een kleine d een gewaardeerde partij in de zorg die aan alle belangrijke tafels aanschuift. Bestuursvoorzitter Wouter van den Berg weet nog precies hoe het allemaal begon: met de oprichting van het Comité W 2008. Die hoofdletters waren niet voor niets, want het comité (dat voor een deel werd gevoed door bestuursleden uit De Vrije Huisarts) bestond uit een groep verontruste huisartsen die zich grote zorg over het verloren gaan van de kernwaarden van de huisartsgeneeskunde. Punt van zorg was de meegaandheid van de LHV die de wensen van de overheid als een marionet uitvoerde. De huisarts moest een worden voor zo’n tienduizend patiënten, functionerend vanuit een centrum met een groot aantal disciplines in huis. Dat alles om taken te kunnen overnemen uit de tweedelijn. Ieder jaar opnieuw werde met financiële prikkels verleid om stappen te zetten op die weg. De huisartsen vreesden dat die koers zou leiden tot uniformiteit in huisartsenpraktijken, extra managementlagen en verlies van hun aut was er bezorgdheid over de consequenties voor huisartsen van de nieuwe Zorgverzekeringwet. Dat alles leidde in 2010 tot de oprichting van VPHuisartsen. De vereniging zette zich vanaf het beg kernwaarden van het huisartsenvak, de autonomie van de huisarts, en de randvoorwaarden voor een gezonde praktijkvoering. Die thema’s hebben volgens Van den Berg nog niets van hun actualit ‘VPHuisartsen is nog steeds keihard nodig. Dat zit hem niet in de beroepsgroep, want daar heb ik alle vertrouwen in, maar in de beleidsmakers. De koers van beleidsmakers met de huisartsenzorg baart De autonomie staat nog steeds onder druk. Wat dat betreft is er niets veranderd. We zijn zo gewend aan de financiële worst die ons wordt voorgehouden, dat huisartsen elk jaar denken: waar zit d Het groeiend aantal leden is een teken dat veel artsen onze zorg delen.’ Het ledental getuigt van brede steun binnen de beroepsgroep. Ook dat is een prestatie. ‘Toen we begonnen, waren veel huisarts een tweedeling in de beroepsgroep’, herinnert Van den Berg zich. ‘Die zorg is niet bewaarheid. Wij zijn geen concurrent van de LHV, maar behartigen de specifieke belangen van de praktijkhouder inmiddels gezien als een waardevolle aanvulling. Onze waarden worden breed gedragen, zoals te zien was aan de steun voor Het Roer Moet Om (HRMO). Veel van de HRMO-standpunten zijn terug te visiestukken die wij in 2010 hebben geschreven.’ Volgens Dick Groot, nu nog penningmeester van VPHuisartsen, heeft de huidige voorzitter daar met zijn natuurlijke overwicht en grote evenwich belangrijke rol in gespeeld. ‘VPHuisartsen is onder zijn leiding uitgegroeid van een actiecomité met een cri de coeur tot een partij die overal aan tafel zit, participeert in de besluitvorming, en een belang de praktijkhouders vertegenwoordigt. Van luis in de pels tot ‘designercoat’, dat is een ongelofelijke prestatie. Zeker de laatste twee jaar is het hard gegaan. We krijgen vaak te horen dat wij aan gevraagd, omdat we met name de praktijkhouders vertegenwoordigen en een reëel, constructief geluid laten horen. Dat is iets waar we trots op mogen zijn!’ En dat is Van den Berg dan ook. Hij kijkt terug op bijna tien jaar VPH. ‘Ik ben tevreden met de resultaten en de samenwerking. Het is een leuke club om leiding aan te geven. Een zeer professionele vrijwilligersorganisatie met gedreven mensen. Ik gedacht: het is een wonder dat al die strijdbare mensen geen ruzie met elkaar maken. Maar we hebben steeds voor ogen gehouden waar we met elkaar naartoe wilden, en er was altijd bereidheid in het compromissen te sluiten. Die houding heeft belangrijke successen opgeleverd.’ Een van de hoogtepunten was de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), dat VPHuisartsen stelde inzake het contractvereiste. Ook op de betrokkenheid bij de strijd voor de vrije artsenkeuze kijkt hij met voldoening terug.‘Dat zijn belangrijke mijlpalen geweest.’ De grote vraag bij een best altijd: wordt het beleid voortgezet of gaat de zaak op de schop? Bij VPHuisartsen is dat geen vraag: de kernwaarden vormen het hart van de vereniging, dus die blijven recht overeind. De uitdaging voor is volgens beiden mee te gaan in de veranderingen in de zorg zonder concessies te doen aan de principes. Groot: ‘We zijn een unieke organisatie die opereert vanuit duidelijke idealen en opkomt voor de b de praktijkhouders. Dat hebben we altijd gedaan en dat zullen we ook in de toekomst blijven doen, tot ons geluid common sense is geworden. Dat betekent niet dat je stil moeten blijven staan. Schaalv zorgprogramma’s behoren inmiddels tot de realiteit. Daar moeten we in mee. Maar dan wel op zo’n manier dat het voor ons acceptabel is. ZN en VWS zetten hard in op ondersteuning en infrastructu praktijkhouders zitten helemaal niet te wachten op al die ondersteuners. Een gezondheidscentrum is prima voor wie dat wil, maar je moet ook de vrijheid hebben om te kiezen voor kleinschaligheid. Een pr moet zijn eigen winkel kunnen runnen. Die autonomie, daar blijven we ons dus sterk voor maken.’ Ook het kleinschalige karakter van de vereniging zal behouden blijven. ‘Dat is een bewuste keuze’, s Berg. ‘Dat vereist meer van de bestuursleden, maar het is wel onze handtekening. De kracht van VPH is dat het bestaat uit bevlogen mensen die met de voeten in de klei staan. Iedereen die bij ons act huisarts en geen beleidsmaker. We merken dat partijen dat erg waarderen, en dat willen we zelf ook graag zo houden’ Daarom zal VPH zich ook in de toekomst focussen op een beperkt aantal dossi ANW-zorg. Het probleem is niet alleen dat ANW-diensten moeilijk in te vullen zijn, maar ook dat het tijdens die diensten te druk is. Groot: ‘Ik had laatst een avonddienst waarin het niet zo druk was had om aan mijn collega te vragen: hoe is het nu met jou? Dat was zeker een paar jaar geleden. Dat zegt veel over de werkdruk.’ VPHuisartsen zoekt de oplossing in ontkoppeling van de ANW-zorg, en in de spoedzorg. De vereniging wil samen met alle betrokken zorgverleners in de acute zorg een spoedeisende medische dienst (SEMD) opzetten om de spoedzorg op een efficiënte manier te organiser nieuwe organisatie een einde te maken aan het honoreren van wenszorg. Ook het tijdgebonden consult is een echt VPH-dossier. De vereniging wil graag meer ruimte voor gesprekken tussen dokter en pat ‘Tot voor kort was het vanuit het ministerie: ‘Voor een gesprek ga je maar naar je buurvrouw…’ Maar als huisarts wil je mensen graag de tijd en aandacht geven die ze verdienen. Voor een kankerpatiën belangrijk dat je als huisarts de tijd neemt om de voor- en nadelen van chemotherapie te bespreken. De financiering zou erop gericht moeten zijn dat we die tijd krijgen. Dat is niet alleen prettig voor d maar bespaart er ook andere, hogere kosten door.’ Dat zijn uitdagingen waar de beoogd voorzitter graag zijn tanden in zet. ‘Ik mag mijn werk als huisarts nog 23 jaar doen. Daar heb ik veel zin in, m ik het wel op mijn eigen manier inrichten. Met tijd voor mijn patiënten en de mogelijkheid om dat extra stapje te zetten. We kunnen zoveel meer voor mensen betekenen dan nu het geval is!’ Het voo van VPHuisartsen is een mooie plek om invloed uit te oefenen en dingen voor elkaar te krijgen, vindt hij. Dat vereist wel wat timemanagement. ‘Het is thuis druk met vier kinderen. Maar elke week conc partner ik dat het weer een positieve week was. Doordat ik dicht bij de praktijk woon, eet ik elke middag thuis en heb ik niet het gevoel dat ik dingen mis. Er is sprake van een goede balans, en dit werk is We hebben als huisartsen in Nederland een prachtige positie. Dat moeten we zo houden, en daar zet ik mij binnen de vereniging graag voor in.’ De rest van het bestuur deelt die bevlogenheid. Daardo huidige voorzitter zijn taken met een gerust hart over aan de nieuwe generatie. Van den Berg: ‘Een van de pluspunten van Dick Groot is het gemak waarmee hij naar buiten treedt en mensen kan ve lukt hem om vol vuur een standpunt te verdedigen zonder dat de ander in de weerstand schiet. Dat is voor VPHuisartsen een belangrijke kwaliteit. De jonge garde zal het op zijn eigen manier doen, ma staat het nieuwe bestuur voor precies dezelfde dingen als waar wij bij de oprichting voor stonden.’ Groot beaamt dat. ‘Kernwaarden zijn tijdloos. Wij omarmen het bestaande beleid van harte. Dat nee dat we andere accenten zullen leggen, zoals meer aandacht voor eHealth en social media. Je moet wel zorgen dat je als beroepsgroep aangehaakt blijft bij de moderne tijd. Maar ik heb er alle vertrouw iets neer gaan zetten wat onze voorgangers recht doet.’ Om de continuïteit te waarborgen zullen Wouter van den Berg en Herman Suichies plaatsnemen in de Raad van Advies. Het wordt dus geleidelijk voor voorzitter Van den Berg. Prima, vindt hij zelf.Duizend leden. Dat was het streven bij de oprichting van VPHuisartsen. Groot genoeg om invloed te hebben, was het idee. Die inschatting bleek co 2017 is VPHuisartsen met een kleine duizend leden een gewaardeerde partij in de zorg die aan alle belangrijke tafels aanschuift. Bestuursvoorzitter Wouter van den Berg weet nog precies hoe het alle met de oprichting van het Comité WAKE UP!! in 2008. Die hoofdletters waren niet voor niets, want het comité (dat voor een deel werd gevoed door bestuursleden uit De Vrije Huisarts) bestond u verontruste huisartsen die zich grote zorgen maakten over het verloren gaan van de kernwaarden van de huisartsgeneeskunde. Punt van zorg was de meegaandheid van de LHV die de wensen van de een marionet uitvoerde. De huisarts moest een voorziening worden voor zo’n tienduizend patiënten, functionerend vanuit een centrum met een groot aantal disciplines in huis. Dat alles om take overnemen uit de tweedelijn. Ieder jaar opnieuw werden huisartsen met financiële prikkels verleid om stappen te zetten op die weg. De huisartsen vreesden dat die koers zou leiden tot uniformiteit in huis tijken, extra managementlagen en verlies van hun autonomie. Ook was er bezorgdheid over de consequenties voor huisartsen van de nieuwe Zorgverzekeringwet. Dat alles leidde in 2010 tot de oprichting artsen. De vereniging zette zich vanaf het begin in voor de kernwaarden van het huisartsenvak, de autonomie van de huisarts, en de randvoorwaarden voor een gezonde praktijkvoering. Die thema’s he Van den Berg nog niets van hun actualiteit verloren. ‘VPHuisartsen is nog steeds keihard nodig. Dat zit hem niet in de beroepsgroep, want daar heb ik alle vertrouwen in, maar in de beleidsmakers. beleidsmakers met de huisartsenzorg baart ons zorgen. De autonomie staat nog steeds onder druk. Wat dat betreft is er niets veranderd. We zijn zo gewend aan de financiële worst die ons wordt vo dat huisartsen elk jaar denken: waar zit dat extraatje? Het groeiend aantal leden is een teken dat veel artsen onze zorg delen.’ Het ledental getuigt van brede steun binnen de beroepsgroep. Ook dat is ee ‘Toen we begonnen, waren veel huisartsen bang voor een tweedeling in de beroepsgroep’, herinnert Van den Berg zich. ‘Die zorg is niet bewaarheid. Wij zijn geen concurrent van de LHV, maar b specifieke belangen van de praktijkhouders. Dat wordt inmiddels gezien als een waardevolle aanvulling. Onze waarden worden breed gedragen, zoals te zien was aan de steun voor Het Roer Moet Om ( van de HRMO-standpunten zijn terug te vinden in de visiestukken die wij in 2010 hebben geschreven.’ Volgens Dick Groot, nu nog penningmeester van VPHuisartsen, heeft de huidige voorzitter d natuurlijke overwicht en grote evenwichtigheid, een belangrijke rol in gespeeld. ‘VPHuisartsen is onder zijn leiding uitgegroeid van een actiecomité met een cri de coeur tot een partij die overal a participeert in de besluitvorming, en een belangrijk deel van de praktijkhouders vertegenwoordigt. Van luis in de pels tot ‘designercoat’, dat is een ongelofelijke prestatie. Zeker de laatste twee jaa gegaan. We krijgen vaak te horen dat wij aan tafel worden gevraagd, omdat we met name de praktijkhouders vertegenwoordigen en een reëel, constructief geluid laten horen. Dat is iets waar we tr zijn!’ En dat is Van den Berg dan ook. Hij kijkt met plezier terug op bijna tien jaar VPH. ‘Ik ben tevreden met de resultaten en de samenwerking. Het is een leuke club om leiding aan te geven. Een zeer vrijwilligersorganisatie met gedreven mensen. Ik heb weleens gedacht: het is een wonder dat al die strijdbare mensen geen ruzie met elkaar maken. Maar we hebben steeds voor ogen gehouden waar w naartoe wilden, en er was altijd bereidheid in het bestuur om compromissen te sluiten. Die houding heeft belangrijke successen opgeleverd.’ Een van de hoogtepunten was de uitspraak van het Colleg voor het bedrijfsleven (CBb), dat VPHuisartsen in het gelijk stelde inzake het contractvereiste. Ook op de betrokkenheid bij de strijd voor de vrije artsenkeuze kijkt hij met voldoening terug. ‘Dat zijn mijlpalen geweest.’ De grote vraag bij een bestuurswissel is altijd: wordt het beleid voortgezet of gaat de zaak op de schop? Bij VPHuisartsen is dat geen vraag: de kernwaarden vormen het hart van d dus die blijven recht overeind. De uitdaging voor de toekomst is volgens beiden mee te gaan in de veranderingen in de zorg zonder concessies te doen aan de principes. Groot: ‘We zijn een unieke or

Leiderschap

VPHuisartsen: Nieuwe kapitein, zelfde koers


INHOUD

MedZ 5 • 2017

OP DE COVER

Dick Groot,  huisarts, penningmeester en beoogd voorzitter VPHuisartsen

KERNWAARDEN 6 Nieuwe kapitein, zelfde koers. ‘VPHuisartsen is nog steeds keihard nodig’ 12 LOVAH: ‘Leiderschap kan niet vroeg genoeg onder de aandacht gebracht worden 18

Anton Maes: Leidinggeven betekent je blijven verbazen

20

NVDA: Dokter als teamleider

26

Twaalf vragen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg

30

Opinie: Vitamine B 12, reactie op MedZ 4

34

Medisch leiderschap is dokter empowerment!

PRAKTIJKZAKEN 5 Praktijkperikel 14

Praktijk in beeld

17 Praktijkperikelen

RUBRIEKEN 4

Voorwoord

5

Gelezen in de media

9

Column Rinske van de Goor

10

VPHuisartsen actief

22

Huisarts en Hobby

24

Beroepseer: Dienend leiderschap

33

Column Voorzitter VPHuisartsen

37 Boekbespreking:

Menselijkheid in de zorg

38

Op de website van VPHuisartsen

3


VOORWOORD

Foto: ©NFP/Pieter Magielsen Fotografie

Leiderschap Mark Brueren – hoofdredacteur

W

anneer ik aan patiënten, zeker aan oudere, zou zeggen dat ik een dag geen praktijk doe in verband met een leiderschapscursus, dan zullen velen vreemd opkijken. De huisarts die een leiderschapscursus moet volgen? Dat past niet in hun beeld van een dokter. Jongeren zullen het waarschijnlijk beter begrijpen. ‘Oh dokter, wat goed. Heel belangrijk: ‘management’, je moet altijd ‘in de lead’ zijn, en vooral proberen je ‘targets’ te halen.’ Mijn probleem is dat ik vaak niet weet wat mijn ‘targets’ zijn. Wat is een dokter? Wat mogen mensen van hem of haar verwachten? Veel patiënten zullen op deze vragen antwoorden met: deskundigheid, eerlijkheid, betrokkenheid, belangstelling, empathie, compassie, bereikbaarheid, laagdrempeligheid, openheid. Jaren geleden – ik was nog niet heel lang huisarts – werd ik gebeld door een alleenwonende weduwe, de tachtig ruim gepasseerd. Ze was niet meer in staat naar de praktijk te komen. Bij elk huisbezoek was het telkens een kunst en niet zonder risico om heelhuids de woonkamer te bereiken. Het halletje lag vol met oude kranten, en in het hele huis lag her en der gereedschap. Klussen deed ze zelf. Nu belde ze met het verzoek of de huisarts wilde komen. Ik vroeg wat er aan de hand was, en wat ik voor haar kon doen. “U hoeft alleen maar even mijn hand vast te houden.” Daar was ik even stil van. Dat was voor mij een nieuwe hulpvraag waar ik niet meteen raad mee wist. Ik was mijn ‘targets’ even helemaal kwijt. Met leiderschap had het weinig te maken. Niet voor niets zetten Van der Meulen en Jansen in hun bijdrage in deze MedZ er een bijvoeglijk naamwoord voor: dienend leiderschap. Bij leiderschap zullen veel huisartsen allereerst denken aan de eigen praktijk, het werken met assistentes, praktijkondersteuners, anderen. De huisarts binnen een team. Het bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten doet daar herkenbare uitspraken over. ‘Huisarts en samenwerken’: interessant thema, maar opvallend is dat er nauwelijks onderzoek is hoe het werkt en of het werkt. En het gaat vaak mis met de samenwerking van huisartsen onderling. Zie de cartoon van Fokke en Sukke. Wie zonder twijfel een leider is geweest, jarenlang, is Wouter van den Berg. Op het moment van schrijven nog voorzitter van de Vereniging Praktijkhoudende Huisartsen. Hij gaat op korte termijn het stokje overdragen. Op pagina 6 een dubbelinterview met de vertrekkende en de beoogde nieuwe voorzitter. Op deze plaats wil ik Wouter hartelijk danken voor zijn voortreffelijke en integere leiderschap. En voor de vele columns die hij voor MedZ heeft geschreven. •

4


GELEZEN IN DE MEDIA…

Jong geleerd is oud gedaan Lichamelijke activiteit en sport is geassocieerd met een betere beleving van de gezondheid en medische uitkomstmaten als hartvaatziekten en mortaliteit. Welke factoren zijn voorspellend voor sport en lichamelijk actief zijn op oudere leeftijd? Dit is onderzocht in een grote, 20 jaar lopende, prospectieve studie onder blanke mannen. De deelnemers werden geworven in huisartspraktijken in Engeland en voor het eerst onderzocht op een leeftijd van gemiddeld 48 jaar. Follow-up vond plaats na 12, 16 en 20 jaar. De deelnemers rapporteerden hun fysieke activiteit zelf, aan de hand van vragenlijsten. In kaart werden gebracht: recreatief wandelen, tuinieren, klussen en sport. Aan de beginmeting namen 7.735 mannen deel. 2041 overleden in de follow-up (20 jaar) en van 2.272 waren de gegevens niet compleet. Uiteindelijk bleven er 3.413 over voor de analyses. Niet heel onverwacht bleek dat mannen die op oudere leeftijd actief waren, dat ook al waren

toen ze jonger waren. Actieve beoefening van sport bleek het sterkst verband te houden met lichamelijk actief zijn op oudere leeftijd. Uit aanvullende analyses bleek een soort breekpunt bij het bereiken van de pensioenleeftijd: na het pensioen werd opvallend veel meer gewandeld, maar werd minder getuinierd en geklust. Dat laatste had volgens de onderzoekers mogelijk te maken met chronische ziekten en lichamelijke beperkingen. In hun conclusie breken de onderzoekers een lans voor het op zo jong mogelijke leeftijd gaan sporten. Mannen die op jonge leeftijd veel sporten zijn ook op middelbare en oudere leeftijd actiever en vaak gezonder. Ze merken verder op dat hun bevindingen gelden voor blanke mannen, en niet generaliseerbaar zijn voor vrouwen en mensen met een nietblanke huidskleur. Bron: BMJ Open. 2017 Sept 21;7(8):e 017378. Daniel Aggio, Olia Papacosta, Lucy Lennon, Peter Whincup, Goya Wanna-

methee, Barbara J Jefferis. Association between physical activity levels in mid-life with physical activities in old age: a 20-year tracking study in a prospective cohort.

PRAKTIJKPERIKELEN Opmerkelijke verhalen uit de huisartsenpraktijk

Select gezelschap Aan het begin van een nieuw onderwijsblok is er altijd een kennismakingsrondje. Het betreft onderwijs aan derdejaars geneeskunde studenten met als onderwerp ‘Circulatie en longen.’ Het is voor het eerst dat ik docent ben in dit blok. Ik ken niemand van de aanwezigen. Waarschijnlijk allemaal specialisten van het Academisch Ziekenhuis. Het rondje begint met een interventieradioloog. Dan volgen een internistvasculair geneeskundige, cardioloog, thoraxchirurg, vaatchirurg, longarts met aandachtsgebied dat me in de snelheid ontgaat. Ik ben als laatste aan de beurt. Bij het noemen van mijn professie, huisarts, zie ik verbazing bij de anderen, bij een collega mogelijk iets van afwijzing of ongeloof. ‘Een huisarts, in dit selecte academische gezelschap?’ Heel veel gekker moet het niet worden, dat is wel weer zo.

Van de redactie Hoewel er toestemming was voor publicatie hebben wij verzuimd bij de perikelen in MedZ 2: ‘Snel weer buiten’ en ‘Dit is nog lekkerder dan klaarkomen’, MedZ 3 ‘Rimboegeneeskunde’ en ‘Palliatieve sedatie is reversibel’ en MedZ 4 ‘Onmisbare mannen’ te vermelden dat deze uit het boek Dokter zelf. Verhalen van een plattelandspraktijk. van Evert J. den Drijver komen, waarvoor onze excuses.

5


Nieuwe kapitein, zelfde koers ‘VPHuisartsen is nog steeds keihard nodig’

In tien jaar tijd van luis in de pels naar serieuze gesprekspartner in de huisartsenzorg. Dat is de ontwikkeling die VPHuisartsen heeft doorgemaakt. Een prestatie van formaat en een mooi moment voor een leiderschapswissel, vindt VPH-voorzitter Wouter van den Berg. Samen met medebestuurslid en beoogd opvolger – naar verwachting zal de benoeming 9 november plaatsvinden – Dick Groot blikt hij terug en vooruit. Tekst: Petra Pronk  •  Foto’s: @NFP/Pieter Magielse Fotografie

D

uizend leden. Dat was het streven bij de oprichting van VPHuisartsen. Groot genoeg om invloed te hebben, was het idee. Die inschatting bleek correct. Anno 2017 is VPHuisartsen met een kleine duizend leden een gewaardeerde partij in de zorg die aan alle belangrijke tafels aanschuift. Bestuursvoorzitter Wouter van den Berg weet nog precies hoe het allemaal begon: met de oprichting van het Comité WAKE UP!! in 2008. Die hoofdletters waren niet voor niets, want het comité (dat voor een deel werd gevoed door bestuursleden uit De Vrije Huisarts) bestond uit een groep verontruste huisartsen die zich grote zor-

6

gen maakten over het verloren gaan van de kernwaarden van de huisartsgeneeskunde. Punt van zorg was de meegaandheid van de LHV die de wensen van de overheid als een marionet uitvoerde. De huisarts moest een voorziening worden voor zo’n tienduizend patiënten, functionerend vanuit een centrum met een groot aantal disciplines in huis. Dat alles om taken te kunnen overnemen uit de tweedelijn. Ieder jaar opnieuw werden huisartsen met financiële prikkels verleid om stappen te zetten op die weg. De huisartsen vreesden dat die koers zou leiden tot uniformiteit in huisartsenpraktijken, extra managementlagen en verlies van hun

autonomie. Ook was er bezorgdheid over de consequenties voor huisartsen van de nieuwe Zorgverzekeringwet. Dat alles leidde in 2010 tot de oprichting van VPHuisartsen.

Actueel

De vereniging zette zich vanaf het begin in voor de kernwaarden van het huisartsenvak, de autonomie van de huisarts, en de randvoorwaarden voor een gezonde praktijkvoering. Die thema’s hebben volgens Van den Berg nog niets van hun actualiteit verloren. ‘VPHuisartsen is nog steeds keihard nodig. Dat zit hem niet in de beroepsgroep, want daar heb ik alle


Wouter van den Berg vertrouwen in, maar in de beleidsmakers. De koers van beleidsmakers met de huisartsenzorg baart ons zorgen. De autonomie staat nog steeds onder druk. Wat dat betreft is er niets veranderd. We zijn zo gewend aan de financiële worst die ons wordt voorgehouden, dat huisartsen elk jaar denken: waar zit dat extraatje? Het groeiend aantal leden is een teken dat veel artsen onze zorg delen.’ Het ledental getuigt van brede steun binnen de beroepsgroep. Ook dat is een prestatie. ‘Toen we begonnen, waren veel huisartsen bang voor een tweedeling in de beroepsgroep’, herinnert Van den Berg zich. ‘Die zorg is niet bewaarheid. Wij zijn geen concurrent van de LHV, maar behartigen de specifieke belangen van de praktijkhouders. Dat wordt inmiddels gezien als een waardevolle aanvulling. Onze waarden worden breed gedragen, zoals te zien was aan de steun voor Het Roer Moet Om (HRMO). Veel van de HRMO-standpunten zijn terug te vinden in de visiestukken die wij in 2010 hebben geschreven.’

Dick Groot

Prestatie

Volgens Dick Groot, nu nog penningmeester van VPHuisartsen, heeft de huidige voorzitter daar met zijn natuurlijke overwicht en grote evenwichtigheid, een belangrijke rol in gespeeld. ‘VPHuisartsen is onder zijn leiding uitgegroeid van een actiecomité met een cri de coeur tot een partij die overal aan tafel zit, participeert in de besluitvorming, en een belangrijk deel van de praktijkhouders vertegenwoordigt. Van luis in de pels tot ‘designercoat’, dat is een ongelofelijke prestatie. Zeker de laatste twee jaar is het hard gegaan. We krijgen vaak te horen dat wij aan tafel worden gevraagd, omdat we met name de praktijkhouders vertegenwoordigen en een reëel, constructief geluid laten horen. Dat is iets waar we trots op mogen zijn!’ En dat is Van den Berg dan ook. Hij kijkt met plezier terug op bijna tien jaar VPH. ‘Ik ben tevreden met de resultaten en de samenwerking. Het is een leuke club om leiding aan te geven. Een zeer

professionele vrijwilligersorganisatie met gedreven mensen. Ik heb weleens gedacht: het is een wonder dat al die strijdbare mensen geen ruzie met elkaar maken. Maar we hebben steeds voor ogen gehouden waar we met elkaar naartoe wilden, en er was altijd bereidheid in het bestuur om compromissen te sluiten. Die houding heeft belangrijke successen opgeleverd.’ Een van de hoogtepunten was de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb), dat VPHuisartsen in het gelijk stelde inzake het contractvereiste. Ook op de betrokkenheid bij de strijd voor de vrije artsenkeuze kijkt hij met voldoening terug. ‘Dat zijn belangrijke mijlpalen geweest.’

Autonomie

De grote vraag bij een bestuurswissel is altijd: wordt het beleid voortgezet of gaat de zaak op de schop? Bij VPHuisartsen is dat geen vraag: de kernwaarden vormen het hart van de vereniging, dus die blijven recht overeind. De uitdaging voor de

7


toekomst is volgens beiden mee te gaan in de veranderingen in de zorg zonder concessies te doen aan de principes. Groot: ‘We zijn een unieke organisatie die opereert vanuit duidelijke idealen en opkomt voor de belangen van de praktijkhouders. Dat hebben we altijd gedaan en dat zullen we ook in de toekomst blijven doen, tot ons geluid common sense is geworden. Dat betekent niet dat je stil moeten blijven staan. Schaalvergroting en zorgprogramma’s behoren inmiddels tot de realiteit. Daar moeten we in mee. Maar dan wel op zo’n manier dat het voor ons acceptabel is. ZN en VWS zetten hard in op ondersteuning en infrastructuur, maar veel praktijkhouders zitten helemaal niet te wachten op al die ondersteuners. Een gezondheidscentrum is prima voor wie dat wil, maar je moet ook de vrijheid hebben om te kiezen voor kleinschaligheid. Een praktijkhouder moet zijn eigen winkel kunnen runnen. Die autonomie, daar blijven we ons dus sterk voor maken.’

Ontkoppeling

Ook het kleinschalige karakter van de vereniging zal behouden blijven. ‘Dat is een bewuste keuze’, stelt Van den Berg. ‘Dat vereist meer van de bestuursleden, maar het is wel onze handtekening. De kracht van VPH is dat het bestaat uit bevlogen mensen die met de voeten in de klei staan. Iedereen die bij ons actief is, is zelf huisarts en geen beleidsmaker. We merken dat partijen dat erg waarderen, en dat willen we zelf ook graag zo houden’ Daarom zal VPH zich ook in de toekomst focussen op een beperkt aantal dossiers, zoals de ANW-zorg. Het probleem is niet alleen dat ANW-diensten moeilijk in te vullen zijn, maar ook dat het tijdens die diensten te druk is. Groot: ‘Ik had laatst een avonddienst waarin het niet zo druk was en ik de tijd had om aan mijn collega te vragen: hoe is het nu met jou? Dat was zeker een paar jaar geleden. Dat zegt veel over de werkdruk.’ VPHuisartsen zoekt de oplossing in ontkoppeling van de ANW-zorg, en ontschotting in de spoedzorg. De vereniging wil samen met alle betrokken zorgverleners in de acute zorg een spoedeisende medische dienst (SEMD) opzetten om de spoedzorg op een efficiënte manier te organiseren en in een nieuwe organisatie een einde te maken aan het honoreren van wenszorg.

8

‘DE KRACHT VAN VPH IS DAT HET BESTAAT UIT BEVLOGEN MENSEN DIE MET DE VOETEN IN DE KLEI STAAN’ Tijdgebonden consult

Ook het tijdgebonden consult is een echt VPH-dossier. De vereniging wil graag meer ruimte voor gesprekken tussen dokter en patiënt. Groot: ‘Tot voor kort was het vanuit het ministerie: ‘Voor een gesprek ga je maar naar je buurvrouw…’ Maar als huisarts wil je mensen graag de tijd en aandacht geven die ze verdienen. Voor een kankerpatiënt is het heel belangrijk dat je als huisarts de tijd neemt om de voor- en nadelen van chemotherapie te bespreken. De financiering zou erop gericht moeten zijn dat we die tijd krijgen. Dat is niet alleen prettig voor de patiënt en maar bespaart er ook andere, hogere kosten door.’

Hobby

Dat zijn uitdagingen waar de beoogd voorzitter graag zijn tanden in zet. ‘Ik mag mijn werk als huisarts nog 23 jaar doen. Daar heb ik veel zin in, maar dan wil ik het wel op mijn eigen manier inrichten. Met tijd voor mijn patiënten en de mogelijkheid om dat extra stapje te zetten. We kunnen zoveel meer voor mensen betekenen dan nu het geval is!’ Het voorzitterschap van VPHuisartsen is een mooie plek om invloed uit te oefenen en dingen voor elkaar te krijgen, vindt hij. Dat vereist wel wat timemanagement. ‘Het is thuis druk met vier kinderen. Maar elke week concluderen mijn partner ik dat het weer een positieve week was. Doordat ik dicht bij de praktijk woon, eet ik elke middag thuis en heb ik niet het gevoel dat ik dingen mis. Er is sprake van een goede balans, en dit werk is mijn hobby. We hebben als huisartsen in Nederland een prachtige positie. Dat moeten we zo houden, en daar zet ik mij binnen de vereniging graag voor in.’

Vertrouwen

De rest van het bestuur deelt die bevlogenheid. Daardoor draagt de huidige voorzitter zijn taken met een gerust hart over aan de nieuwe generatie. Van den Berg: ‘Een van de pluspunten van Dick Groot is het gemak waarmee hij naar buiten treedt en mensen kan verbinden. Het lukt hem om vol vuur een standpunt te verdedigen zonder dat de ander in de weerstand schiet. Dat is voor VPHuisartsen een belangrijke kwaliteit. De jonge garde zal het op zijn eigen manier doen, maar in de kern staat het nieuwe bestuur voor precies dezelfde dingen als waar wij bij de oprichting voor stonden.’ Groot beaamt dat. ‘Kernwaarden zijn tijdloos. Wij omarmen het bestaande beleid van harte. Dat neemt niet weg dat we andere accenten zullen leggen, zoals meer aandacht voor eHealth en social media. Je moet wel zorgen dat je als beroepsgroep aangehaakt blijft bij de moderne tijd. Maar ik heb er alle vertrouwen in dat we iets neer gaan zetten wat onze voorgangers recht doet.’ Om de continuïteit te waarborgen zullen Wouter van den Berg en Herman Suichies plaatsnemen in de Raad van Advies. Het wordt dus geleidelijk afschakelen voor voorzitter Van den Berg. Prima, vindt hij zelf. ‘De afgelopen tien jaar stond de telefoon tijdens vakanties altijd aan. Ik ben nu twee jaar met pensioen en de grote reis is nog niet gemaakt. Dat wordt hoog tijd!’ •

Petra Pronk, journalist


Foto: © NFP Photography - Marijn van Rij

COLUMN

De leiding ontstoppen Rinske van de Goor, huisarts in Utrecht

L

eiderschap is HOT. Nee, noem jezelf geen baas, maar leider. Verbinder. Met boeken over leiderschap kun je de Amsterdamse grachten

dempen. Het aantal managers en cursussen leiderschap groeit hard. Zeker in de eerstelijn is het aantal organisaties en daarmee gepaard gaande managers enorm toegenomen. Niet organisaties die zelf zorg leveren, maar die de zorg vormgeven, verbinden, integreren, verandermanagen. En die leiders in de zorg doen dan weer cursussen leiderschap. Ik zie deze tendens met lede ogen aan. Ik doe er zelf ook aan mee, hoor. Ik bestuur me suf. Kan het niet laten. Gelukkig komt er binnenkort bij de verslavingszorg naast zorg voor alcoholisten, gok-, seks-, drugs- en gameverslaafden ook een afdeling bestuursverslaafden. Bedoeld voor mensen met dwangmatige bemoei- en bestuurszucht. Maar nee, ik vind het dus niet goed. In plaats van meer zorgverleners komen er steeds meer mensen die vergaderen over hoe er zorg verleend moet worden. Liefst gegoten in pilots en projecten, lekker tijdelijk, want dan is er daarna weer nieuw werk voor hen. Is leiderschap dan niet nodig? Jawel! Goed leiderschap is fantastisch. Goed leiderschap zorgt voor vertrouwen, enthousiasme, het gevoel er samen toe te doen en gezamenlijk een koers te varen die de wereld een heel klein stukje mooier maakt. Els Borst was een goede leider. Marcel Levi lijkt me ook een voorbeeld. Dat kan je dus niet leren op een cursus Inspirerend Leiderschap, of uit een managementboek. Dan maar liever even zonder leiding. Met België schijnt het in haar 542 dagen durende periode van regeringloosheid in 2010 ook zo slecht niet te zijn gegaan. Misschien toch een wereldrecord om trots op te zijn. Bij goed leiderschap is de inhoud leidend; in onze wereld: gaat dit betere zorg opleveren? Goed leiderschap is een combinatie van een stevige, eerlijke, intelligente persoonlijkheid, jarenlange ervaring en hard werken. Balanceren tussen voor de troepen uit lopen en luisteren naar je achterban. Tussen flexibiliteit en standvastigheid. Goed op de hoogte zijn. Goed kunnen uitleggen en je verhaal herhalen. Vertrouwen winnen door eerlijkheid en betrouwbaarheid. Ik stel voor dat we, zoals voor de zorg de trechter van Dunning is ontwikkeld, ook een trechter gebruiken voor elke vorm van zorgmanagement: worden de patiënten hier aantoonbaar beter? En zo nee, misschien de zorg dan eens een poosje leidingloos? •

9


VPHUISARTSEN ACTIEF

10


Foto: ©NFP/Pieter Magielsen Fotografie

Marco den Haan LEEFTIJD: 51 HUISARTS IN: Amersfoort HUISARTS SINDS: 1997

‘Ik ben in 2005 lid geworden van de voorloper van VPHuisartsen, de Vrije Huisarts. De reden dat ik direct ben aangehaakt is dat ik niet zo tevreden was met de inspanningen van de LHV. Als praktijkhouder moet je niet alleen huisartsenzorg verlenen, maar ook een onderneming runnen. Dat is een vak apart. De VPH had dat beter door dan de LHV. Ik vond dat de VPH onze belangen als huisarts beter behartigde. Met name omdat hun aanpak vooral principieel is, in plaats van politiek gestuurd. Ik vind het goed dat deze club ergens voor durft te gaan staan en handelt vanuit de kracht van de beroepsgroep - in plaats van uit de angst om dingen kwijt te raken. Wij hebben als huisartsen een belangrijke positie in de zorg. Laten we daar vooral meer gebruik van maken. Ik ben heel blij dat de vereniging zich op deskundige wijze sterk maakt voor thema’s die er voor mij als praktijkhouder toe doen, zoals de ANW. Het idee dat de ANW-zorg niet alleen op de nek van praktijkhouders neer moet komen, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid is van alle huisartsen, is mij uit het hart gegrepen. Ook de autonomie van de huisarts is zo’n punt. Autonomie is voor mij een es-

sentieel onderdeel van mijn vak. VPH maakt zich hard voor de randvoorwaarden die daarvoor van belang zijn, zoals fatsoenlijke tarieven, een kritische houding ten aanzien van het LSP, niet teveel inmenging door verzekeraars. Allemaal zaken die op orde moeten zijn willen we de kernwaarden van de huisartsenzorg kunnen behouden. Tegenwoordig wordt er vooral gestuurd op cijfers, onder het mom van kwaliteit. Dat is een kwalijke tendens. Een van mijn patiënten zei ooit: ‘Kwaliteit kun je niet meten, anders heette het wel kwantiteit’. Protocollen zijn een generator van administratieve rompslomp en leiden tot defensief handelen. Het is belangrijk dat er een organisatie is die dat benoemt en ertegen strijdt. Ik heb geen moeite met voorzichtigheid en hecht zelfs erg aan zorgvuldigheid, maar ik heb een broertje dood aan defensief handelen. Dat dit hand over hand dreigt toe te nemen in ons vak (en ook in de NHG-standaarden!) zie ik met lede ogen aan. Ik vrees dat het de essentie van ons vak weleens zou kunnen ondermijnen. We hebben een sterke beroepsorganisatie nodig om dat te voorkomen en onze kernwaarden te behouden.’ •

11


‘Leiderschap kan niet de aandacht gebracht De LOVAH houdt zich bezig met alle aspecten van het huisartsenvak, dus ook met leiderschap. Voor jonge artsen gaat het over zaken als voor jezelf opkomen, kritisch durven zijn en kunnen samenwerken. Maar het is ook: werken aan de toekomst van je vak, stelt Roos Derks, secretaris bij LOVAH. ‘Het moet niet zo zijn dat je na de opleiding zelf het wiel moet uitvinden.’ Tekst: Petra Pronk

R Roos Derks

12

oos Derks zit namens de Landelijke Organisatie van Aspirant Huisartsen (LOVAH) in het bestuur van het Platform Medisch Leiderschap, omdat de vereniging het belangrijk vindt dat de jonge generatie artsen op dit punt wordt toegerust. ‘Het is belangrijk dat de patiënt een goede dokter tegenover zich heeft voor zijn klacht. Maar het is net zo belangrijk dat een dokter zorgt dat zijn praktijk goed loopt en dat de randvoorwaarden daarvoor goed geregeld zijn. Dat zijn dingen die met leiderschap te maken hebben. Ook al gebeurt het achter de schermen, het is wel onderdeel van je taken als arts. Dus is het zaak te zorgen dat jonge huisartsen zich daar

veilig en stevig in voelen.’ LOVAH onderscheidt verschillende vormen van leiderschap: persoonlijk, medisch-inhoudelijk en bestuurlijk. Medisch-inhoudelijk leiderschap is iets dat vooral moet groeien in de praktijk, maar persoonlijk leiderschap is voor iedereen relevant. Wat het precies inhoudt, is sterk afhankelijk van de levensfase waar iemand in zit. ‘Voor aio’s heeft leiderschap veel te maken met opkomen voor zichzelf en voor hun leermomenten. Het gaat erom dat je durft te zeggen wat je mist in het curriculum en wat je wilt doen om jezelf te ontwikkelen. Dingen die niet per se aangeboden worden, maar waar je wel behoefte aan hebt omdat je denkt dat het je kan helpen om een betere arts te wor-


vroeg genoeg onder worden’ den. Het houdt ook in dat je kritisch durft te zijn over je opleiding of je opleiders. Dat is niet altijd makkelijk, omdat aio’s in een afhankelijke positie zitten. Wij willen er graag aan bijdragen dat mensen zich daarin sterker gaan voelen en niet klakkeloos de gebaande paden volgen.’ Ook bestuurlijk leiderschap is iets waar LOVAH zich sterk voor maakt. Derks: ‘Het is belangrijk dat er artsen zijn die naast hun werk ook invloed op het zorglandschap uit willen oefenen en daarin hun verantwoordelijkheid nemen. Als je tegen problemen aanloopt kun je twee dingen doen: je kunt ze accepteren of je kunt proberen ze te veranderen. Het Roer Moet Om (HRMO) is een mooi voorbeeld van wat je kunt bereiken als je samen in actie komt. ‘

Activiteiten

Om huisartsen in spe op al die leiderschapsgebieden van bagage te voorzien, organiseert LOVAH diverse activiteiten. Zo buigt de werkgroep onderwijs zich over een masterclass bestuurlijk leiderschap. Daarnaast doet LOVAH elk jaar mee met de leergang Bestuur en Management van VvAA. Verder is de vereniging bezig met het project Veilig Opleiden, bedoeld om de gelijkwaardigheid tussen aio’s en hun opleiders te vergroten. Ook wordt er nagedacht over mogelijkheden om jonge dokters beter voor te bereiden op een bestaan als praktijkhouder. In de huidige huisartsopleiding heeft dit onderwerp nauwelijks een plek. ‘Je wordt klaar-

gestoomd om huisarts te zijn, maar wij vragen ons af of iedereen wel klaar is om het ondernemerschap aan te gaan. De meeste huisartsen worden geen huisartsen omdat ze zo graag ondernemer willen worden, maar als je je eigen toko gaat runnen heb je die ondernemerskwaliteiten wel heel hard nodig. Het zou goed zijn als aio’s daar al tijdens de opleiding op voorbereid worden, in plaats van die kennis in te moeten kopen na de opleiding.’

Gelijkwaardigheid

Zelf ziet Derks een eigen praktijk op termijn wel zitten. Liefst een duopraktijk. Het lijkt haar leuk om daar met leiderschap aan de slag te gaan en zo een sterk team te bouwen. ‘Ik zou een cultuur neer willen zetten waarin mensen met plezier werken in een sfeer van gelijkwaardigheid en respect en vanuit het besef dat de taken van alle teamleden even belangrijk zijn. Persoonlijk leiderschap speelt daarbij een belangrijke rol. Je moet weten wat je talenten en je valkuilen zijn, je sterke en je zwakke punten, zodat je elkaar maximaal aan kunt vullen. Eerlijk zijn over wat je wel of niet kunt is cruciaal in een team. Net als openheid. In een huisartsenpraktijk heeft iedereen er last van als er iets vervelends gebeurt of dingen niet lekker lopen. Als huisarts heb je de verantwoordelijkheid om dat bespreekbaar te maken en samen te kijken hoe het anders kan, en je niet in je doktersschulp terug te trekken. De functie brengt met zich mee dat je ook daarin een voortrek-

kersrol vervult. Door je zelf kwetsbaar op te stellen, geef je anderen de mogelijkheid om dat ook te doen. Zo kun je een sfeer van gelijkwaardigheid creëren waarin alles wat belangrijk is, gezegd kan worden.’ Niet alle aio’s lopen warm voor leiderschap. En dat hoeft ook niet, stelt Derks. ‘We zijn allemaal dertigers. Dat betekent dat we in een periode zitten boordevol life events, van kinderen tot hypotheken. Ik kan me voorstellen dat mensen in een latere fase van hun carrière meer tijd en interesse hebben voor bijvoorbeeld bestuurswerk. Maar waar het ons om gaat, is dat mensen die het wel leuk vinden om zich in leiderschap te bekwamen en bestuurlijk actief te worden, daarvoor de mogelijkheid krijgen. Wij vinden het belangrijk dat je je als aio of huisarts realiseert dat je sterker staat dan je denkt. Dat je je niet laat afschrikken of intimideren, omdat je denkt je geen invloed hebt of niet genoeg weet. Dat je je onafhankelijk genoeg voelt om op te komen voor dingen die jij belangrijk vindt, alleen of in groepsverband.’ Zelf wil Derks in elk geval naast haar werk bestuurlijk actief blijven. ‘Ik hoop dat ik over twintig jaar een taak heb waarbij ik me bezig kan houden met opleiden en onderwijs. Leiderschap kan niet vroeg genoeg onder de aandacht gebracht worden. Daar wil ik graag een rol in blijven spelen.’ • Petra Pronk, journalist

13


PRAKTIJK IN BEELD

Gezondheidscentrum Heer plaats: Maastricht-Heer aantal inwoners: 8.000 aantal patiĂŤnten: 5.000 aantal huisartsen: 4 (3 praktijkhouders, 1 waarnemer) plus 2 huisartsen i.o.

14

andere medewerkers: 4 assistentes, 3 praktijkondersteuners typerend voor de praktijk: zeer diverse praktijkpopulatie. Veel dorpelingen, maar ook expats, universiteitsmedewerkers, studenten, asielzoekers, gedetineerden en mensen met een verstandelijke beperking


Foto’s: Alf Mertens Fotografie

Annemiek Nijholt, huisarts: ‘Zes jaar geleden hoorden we dat praktijk Heerderhof een nieuwe locatie zocht. Wij hebben toen het gesprek aangeknoopt om te kijken of we samen een nieuw pand konden realiseren met een apotheek, fysiotherapeut en andere paramedici. De zoektocht naar een geschikte locatie en een investeerder heeft vijf jaar geduurd. Vooraf zijn we in veel verschillende praktijken wezen kijken en hebben we veel tips gekregen. Een daarvan was: als je met twee huisartsenpraktijken in een pand gaat zitten, doe dan niet direct alles samen, maar creëer een gezonde afstand. Dat voorkomt conflicten. Daarom hebben we gekozen voor twee aparte praktijken die in spiegelbeeld gebouwd zijn. Er is een gezamenlijke wachtkamer in het midden en aan elke kant een balie. Vanuit de wachtkamer kom je bij de spreek- en behandelkamers. Die opzet zorgt voor rust in de praktijk. Omdat we het belangrijk vinden dat mensen makkelijk gebruik kunnen maken van de apotheek, ligt die op de begane grond. Op de bovenverdieping zitten allerlei paramedici, van een podotherapeut tot een fysiotherapeut. Wij houden van netjes en stijlvol, maar toch warm. Dingen die we graag terug wilden zien in de inrichting. Daarom hebben we

ons laten adviseren door een interieurontwerper. Dat heeft geleid tot een afwisseling van koele en warme kleuren, van lichtblauw tot oranje, in zo’n verhouding dat het precies goed voelt. Het is een mooie, lichte praktijk met grote ramen. Ook het dak is grotendeels van glas, wat zorgt voor een mooie lichtinval met een duidelijke focus op de trap. We werken lean. Alle spreekkamers hebben dezelfde indeling met een op maat gemaakt wandmeubel waarin het bureau geïntegreerd is, en alles ligt op een vaste plek zodat je nooit misgrijpt. Samenwerking is bij ons een kernwaarde. Daarom zijn we in zee gegaan met paramedici met wie we al een goede band hadden, en hebben we een omgeving gecreëerd die de samenwerking bevordert. Zo hebben we een centrale ruimte waar medewerkers elkaar ontmoeten voor koffie en lunch en het opbergen van hun spullen. Die interactie maakt dat we makkelijk praten over kleine dingen die geen officiële bespreking waard zijn, maar die wel belangrijk zijn. We presenteren ons als Zorgplein. Je komt als patiënt niet alleen bij de huisarts. We behandelen mensen samen, als team. Dat gevoel leeft echt, en we hebben nu een pand dat die houding ook echt weerspiegelt.’ •

15


Point Of Care diagnostica

CRP bij hoest! C ompacte automatische POCT multi analyte analyser (CRP, CRP + Hb, iFOBT, Strep-A) Resultaat in 2 minuten Snelle en betrouwbare resultaten vanuit een vingerprik Bi-directioneel koppelbaar

Lage reagentia prijs Vergoed door de zorgverzekeraar

VTrust Ketonemeter

Uricult

Bi-directioneel koppelbaar met LIS en middleware software o.a. Roche Cobas IT.

ÂŽ

Al meer dan 40 jaar de vertrouwde dipslide voor professionele vaststelling van urineweginfecties

Laboratorium kwaliteit in 10 seconden

Uricult Plus

Ingebouwde wifi en barcode scanner

extra bepaling van Enterococcen

1.0uL monster volume

extra bepaling van E-coli

Capillair & veneus bloed monsters

Wordt vergoed volgens de verbruiksmaterialenlijst

Dockable laadstation

Uricult Trio

Kwaliteit en service voor in-vitro diagnostica Mediphos Medical Supplies BV Industrieweg 12-B

+31(0)317 351 838

6871 KA Renkum

info@mediphos.com

www.mediphos.com


PRAKTIJKPERIKELEN Opmerkelijke verhalen uit de huisartsenpraktijk

Hemelsblauw

Coach

De woonkamer is perfect opgeruimd. Mijn blik valt op een glazen vaas met hemelsblauwe, schermvormige bloemen op lange groene stelen. Geen bladeren. Strak. Stilleven in twee kleuren. Een van mijn lievelingsbloemen, maar hoe heten ze ook alweer? Oh ja, Agapanthus. ‘Ik heb er buiten nog meer staan’, zegt ze. ‘U mag ze wel afsteken als u ze mooi vindt’. Vanuit de woonkamer zijn ze niet te zien. We lopen even de tuin in, en inderdaad, ze staan prachtig te bloeien in een van de borders. Morgen wordt ze opgenomen in een hospice. Nog maar korte tijd te leven. Zichtbaar bezig met het afscheid van haar huis en haar tuin. Ik wil niet dat ze de bloemen ‘afsteekt’. Ze staan daar goed.

Als waarnemend huisarts worden wij gebeld over een patiënt wiens zoon per acuut geen mantelzorger meer kan zijn. De al jaren betrokken casemanager palliatieve zorg vindt opname nodig en biedt aan dit te regelen. De volgende dag blijkt dat dit helemaal niet geregeld is. Zij werkt die dag niet. Dus wordt de huisarts maar weer gebeld die het crisisbedden-tekort ook niet kan oplossen. In dit geval was er helaas geen continuïteit in de zorgverlening (zij kende hem tenslotte al jaren) zoals de taakomschrijving luidt van casemanager palliatieve zorg: ‘als er meer of complexere zorg nodig is, dan kan de casemanager de thuiszorg of vrijwilliger hierin adviseren en ondersteunen. Zij heeft een signalerende en eventueel coachende functie naar zorgverleners.’ Konden wij huisartsen ook maar alleen coach zijn en een dagje vrij hebben… Ingezonden door: Eline van Houten-de Koning, huisarts in Hendrik Ido Ambacht

advertentie

Tijd voor een frisse blik

Gezondheid is het allerbelangrijkst. Sascha Nieborg RBc Gertjan Ronner RB Mr. Richard A. Veening

Ook op financieel gebied.

Meer dan belastingadvies Administratie - Jaarrekening - Aangifte

WWW.KANTOORVANMIL.NL


Leidinggeven betekent je blijven verbazen In een maatschap worden de praktijkdoelen besproken en worden de taken daarvoor verdeeld. Van de mij toegewezen taak ben ik in het team de leider. Wie leiderschap googelt krijgt 2,5 miljoen hits. Hoe dat in te vullen in een huisartsenpraktijk? Nou, allereerst maar eens je manier van leidinggeven scoren. Tekst: Anton Maes

B

ij de start van onze maatschap van 7 huisartsen, die zorg leveren aan 17.000 mensen, worden eerst onze leidinggevende capaciteiten in kaart gebracht. Allereerst voor onszelf, maar ook gezien het feit dat we 10 fte praktijkassistentie, 2,49 fte praktijkondersteuning voor ketenzorg en 2,43 fte managementondersteuning in dienst hebben. Hoe geven de artsen aan hen leiding en kan dat beter? Een geraadpleegde consultant-coach wordt ingeschakeld om dit proces te begeleiden. Met vragenlijsten wordt duidelijk hoe huisartsen scoren op de vier stijlen van leidinggeven. Vervolgens wordt van elk personeelslid de taakvolwassenheid gescoord. Taakvolwassenheid is de combinatie van bekwaamheid en bereidheid. Naast het ge-

18

geven dat elk personeelslid een eigen specifieke motivatie en vaardigheden heeft, wordt nu bekend bij elke werknemer welke manier van leidinggeven het beste past. Soms wordt meer sturing gevraagd, soms meer ondersteuning. Bij functioneringsgesprekken is het bespreken van de taakvolwassenheid en de daarbij passende vervolgacties een vast thema. Dit was voor mij in 2008 de eerste kennismaking met situationeel leidinggeven.

Maar wat is eigenlijk een goed leider?

Een goed leider heeft, zo lees ik, een rozenkrans aan kenmerken. Zoals: nederig durvend, stimuleert, zorgt voor flow door passie en discipline, heeft visie, een open geest, is flexibel, kan creatief denken en meebewegen, leert van fouten, durft ook

‘nee’ te zeggen, laat medewerkers vliegen op de vleugels van hun sterkte et cetera. Kortom, haast God zelf.

Leiderschap ten aanzien van twee portefeuilles

Vervolgens krijgt elke huisarts in de nieuwe maatschap een zorginhoudelijke en een randvoorwaardelijke portefeuille. Voor mij worden dat ouderenzorg en contractering. Waarbij wordt verwacht dat de huisarts de leiding neemt. Voor ouderenzorg wordt eerst een sollicitatieprocedure gestart waarbij 2 POH’s samen 1,26 fte gaan invullen. Bij uitleg hoe leiding te geven gebruik ik soms letterlijk zes tennisballen, met per bal een van de letters van het woord ‘zinvol’. Met de boodschap om bij de vele aspecten van


Vragenlijst Hersey-Blanchard (leiderschap)

Info over leiderschapsflexibiliteit en een invulling van je eigen toegepaste stijl daarbij: 1. instrueren, 2. motiveren 3. participeren, 4. delegeren

De gedragsstijl voor ondersteuning

Luisteren, aanmoedigen, verhelderen, begeleiden en bevorderen interactie

De gedragsstijl voor sturing

Omschrijving taken/verantwoordelijkheden, instrueren en controle

Taakvolwassenheid: beoordeling bekwaamheid

Kennis, ervaring, vaardigheid

Taakvolwassenheid: beoordeling motivatie/bereidheid

Zelfvertrouwen, verantwoordelijkheid, interesse

Zorg kwetsbare ouderen is… (TOS+IZP+GPO via VOT)

Tweetrapsouderenscreening (GFI en/of Easycare) + Individueel zorgplan + gestructureerd periodiek overleg via een virtuele overlegtafel.

Medisch leiderschap (Platform Medisch Leiderschap, 2015)

12 competentiedomeinen: leiden vanuit visie, persoonlijke ontwikkeling, voorbeeldgedrag, zichtbaarheid, verantwoordelijkheid nemen, invloed uitoefenen, coachen individuen, verbinden, organiseren, verbeteren van kwaliteit, duurzaam inzetten van middelen, ondernemen en innoveren

ZINVOL

Is Zorgwetgeving faciliterend? Is Inhoud goed en bekend? Is er wel een Nastreven en motivatie voor verandering? Zijn de Voorwaarden (middelen, mensen) aanwezig? Is de Organisatie (sociale kaart, overlegagenda) op orde? Logistiek/Lean, zijn activiteiten logisch en op elkaar afgestemd?

zorgverlening wel alle ballen in de lucht te houden. Niet alleen de inhoud, ook de randvoorwaarden. Niet alleen de winst, ook de motivatie. Et cetera.

Team ouderenzorg

Leidinggeven binnen team ouderenzorg begint met het regelen van een sociale kaart en kennismaken met andere disciplines. Elke POH heeft met de eigen huisarts wekelijks overleg over hun gezamenlijke kwetsbare ouderen. Een keer per maand heb ik zelf als teamleider overleg met de specialist ouderengeneeskunde. Het in kaart brengen van kwetsbare ouderen loopt, met dank aan het NHG, via een bekende screening. Wat volgt is een zorgplan met de bekende vijf domeinen. Vervolgens is er een vorm van gestructureerd periodiek overleg tussen hulpverleners via de (straks virtuele?) overlegtafel. De belangrijkste succesfactor in de ouderenzorg blijkt de persoonlijke betrokkenheid en het enthousiasme van de participanten. De meeste problemen ervaar ik met het laten contracteren van meer uren praktijkondersteuning ouderenzorg.

Team contractering

Als leidinggevende binnen dit team voel ik me bij het afsluiten van contracten tamelijk ongemakkelijk om namens de maatschap verantwoordelijkheid te dragen. Je hebt immers weinig inspraak over kaders en spelregels. Ook al is het je eigen vak en je eigen organisatie. Want de overheid bepaalt het jaarbudget, bepaalt van 77 procent van de omzet het tarief, de overheid vraagt geld terug bij te veel verdiensten en kent geen regeling voor overuren. Het contract sluit de maatschap daarnaast met de zorgverzekeraar, een tweede te nemen drempel. In het gunstigste geval luistert de verzekeraar wel, maar op de laatste pagina van de spreadsheet van de verzekeraar staat precies het bedrag wat deze volgend jaar (in de regio) aan huisartsenzorg wenst uit te geven. Waarmee de overige 23 procent van de omzet feitelijk ook gekaderd is. Contractloos werken is (nog) een te glibberig pad bij groepsverantwoordelijkheid voor zorg aan 17.000 mensen. Deze drempels betekenen voor het team meer een activiteit gericht op het bewaken van zakelijke as-

pecten van de bedrijfsvoering: begroting opstellen, exploitatie checken, verklaring zoeken voor gevonden afwijkingen in de jaarrekening, geen groen licht voor nieuw contract alvorens de jaarrekening met de maten te hebben besproken, opnieuw weer de kostprijs praktijkondersteuner berekenen, beleidsregel en tariefbeschikking huisartsenzorg van de NZa nalopen, nieuwe contractvoorstellen van verzekeraar en zorggroep uitpluizen, de resultaatbeloning in S3 nakijken en gewenste zorgvernieuwing randvoorwaardelijk invullen. Leiding geven betekent hier veel lezen, overleggen met de manager en is meer bewaken dan sturen. Leidinggeven in de huisartsenpraktijk betekent belangen wegen, balanceren, vallen en snel weer opstaan. En altijd blijven rekenen. In de wonderlijke en dynamische wereld van de zorg zit in elke dag minstens één verassing. •

Anton Maes, huisarts

19


Dokter als teamleider

Als praktijkhouder moet je zorgen dat je praktijk goed loopt. Dat doe je niet alleen, maar samen met anderen. De doktersassistente is een belangrijke schakel in het team. Hoe kijken deze professionals aan tegen hun teamleiders? Marjan Sluis, bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Doktersassistenten (NVDA), geeft feedback. Tekst: Petra Pronk 

M

arjan Sluis is al 25 jaar doktersassistente. In die tijd heeft ze heel wat huisartsen voorbij zien komen, en dus ook heel wat leiderschapsstijlen. Want al wordt het woord leiderschap in de meeste praktijken niet genoemd, leidinggeven is wel degelijk een belangrijk onderdeel van het werk. De relatie tussen huisartsen en doktersassistenten kenmerkt zich door een subtiel evenwicht. ‘Praktijkhouders zijn eindverantwoordelijk voor de praktijk in de volle breedte. Dat brengt een zekere hiërarchie met zich mee. Als de dokter zegt, ‘we gaan links-

20

om’, dan gaan we linksom. Aan de andere kant zijn we ook gewoon collega’s die samen hulp verlenen aan de patiënten. Als doktersassistente verzamel je allerlei gegevens die de huisarts nodig heeft voor zijn werk en fungeer je vaak als sparringpartner. Dan sta je meer op gelijke voet. Daarnaast zitten wij als assistentes op bepaalde momenten zelf ook in de leiderschapsrol. Als ik een patiënt aan de lijn heb, ben ik degene die moet beslissen wat er gaat gebeuren. Uiteraard wel vanuit duidelijke werkafspraken, maar uiteindelijk maak je als doktersassistente toch je eigen afweging. Je neemt in een

team op verschillende momenten dus verschillende rollen in.’

Kwaliteiten

Voor de huisarts betekent dat dat er verschillende leiderschapskwaliteiten gevraagd worden. ‘Het is belangrijk voor de sfeer in het team dat iedereen weet waar hij aan toe is en welke kant we op gaan. Dat vraagt om visie en het vermogen om knopen door te hakken. Daarnaast moet een huisarts ook kunnen samenwerken. We hebben aanvullende competenties. Ik haal de puzzelstukjes bij de patiënt weg die de huisarts nodig heeft om de puzzel


‘DUIDELIJK ZEGGEN WAT JE WILT EN HET GEVEN EN KRIJGEN VAN FEEDBACK VINDEN ASSISTENTEN EN DOKTERS VAAK LASTIG’

te leggen. Dat vraagt wederzijds vertrouwen. Als ik dat vertrouwen niet krijg bij de triage, en de huisarts mij steeds zou controleren, kunnen we allebei ons werk niet goed uitvoeren. Je moet vertrouwen hebben in elkaars deskundigheid.’ Op deze punten zit het in de meeste praktijken wel goed. Huisartsen en doktersassistenten kunnen meestal prima met elkaar overweg en werken samen als een goed geoliede machine.

Knelpunten

Toch zijn er ook punten waarop de machine weleens hapert. Die liggen vooral op het vlak van communicatie. Duidelijk zeggen wat je wilt en het geven en krijgen van feedback vinden assistenten en dokters vaak lastig. ‘Voor ons is het belangrijk dat de huisarts achter ons staat’, stelt Sluis. ‘Wij zijn ervoor opgeleid om te kijken of het echt nodig is dat patiënten de huisarts zien, maar die accepteren dat niet altijd. Als ze dan alsnog bij de huisarts terechtkomen zou het fijn zijn als die de patiënt duidelijk maakt dat die niet langs hoeft te komen als het niet medisch noodzakelijk is, en dat ze ook bij andere hulpverleners terechtkunnen. Huisartsen zouden soms best wat harder mogen zijn in de communicatie met hun patiënten.’ Daarnaast zou Sluis graag zien dat er elke dag structureel tijd werd ingeruimd voor overleg in plaats van tussen de bedrijven door, zoals nu vaak gebeurt. ‘Als je elke dag even bij el-

Marjan Sluis kaar komt kun je ook onderwerpen inbrengen die ogenschijnlijk niet zo belangrijk zijn. Door vroegtijdig aandacht te besteden aan knelpunten kun je voorkomen dat ze uitgroeien tot serieuze problemen.’

Uitgehold

Tot slot wil Sluis huisartsen graag meegeven dat ze ervoor moeten waken dat de functie van doktersassistente wordt uitgehold. ‘Het is niet goed voor praktijken als wij straks alleen nog maar aan de telefoon of achter de balie zitten, terwijl de inhoudelijke taken naar anderen gaan. Wij zijn de portier van de huisartsenzorg. Daar zijn we voor opgeleid en in die hoedanigheid kunnen we een heleboel voor huisartsen betekenen. Maar dan moeten we onze patiënten wel kennen! Als ik mensen op het diabetesspreekuur krijg, en ze bellen later op met buikklachten, dan weet ik wie ze zijn omdat we eerder samen in een kamer gezeten hebben. Dat levert een ander en beter contact op dan

als je alleen de triagevragen op iemand loslaat. Het persoonlijke contact komt de kwaliteit van de zorg ten goede, dus daar moeten we tijd voor blijven maken. Zeker, omdat niet alle patiënten met eHealth uit de voeten kunnen. Leuk hoor, al die appjes waarbij mensen dingen zelf moeten doen, maar niet alle patiënten kunnen uit de voeten met de moderne communicatiemiddelen. Juist voor die mensen is laagdrempelige, persoonlijke zorg van groot belang. Mijn vak is een mensenvak. Ik heb er plezier in om patiënten gerust te stellen en te adviseren, en zij hebben behoefte aan een bekend gezicht en de zekerheid dat ze hier aan het goede adres zijn voor hulp. Het bewaken van die persoonlijke zorg is wat mij betreft een van de belangrijkste taken van een huisarts.’ • Petra Pronk, journalist

21


HUISARTS & HOBBY

JAGEN Naam: Frank Cornelissen Leeftijd: 62 Woonplaats: Gilze Huisarts in: Tilburg Huisarts sinds: 1982 Frank Cornelissen: ‘Jagen is voor mij een hobby die veel wegheeft van een passie. Dat zit in de familie. Als jongen van een jaar of zes ging ik al mee drijven: samen met de jagers het wild ‘op de lopers krijgen’, zodat de jagers ze konden bemachtigen. Jagen is echt iets wat je samendoet. Die saamhorigheid trok me aan. Bovendien was het een mooie kans om een dag met mijn vader op te trekken. Ik kom uit een gezin van acht kinderen, en mijn vader had weinig tijd voor ons.

22

Hij is bijvoorbeeld nooit wezen kijken naar mijn voetbalkunsten, maar voor het jagen vroeg hij mij mee. Ik vond het fascinerend. Je moet altijd erg slim zijn om het wild op te sporen en te bemachtigen. Waarschijnlijk is het dezelfde drive als die vissers of schakers kennen: een strategie bedenken en zo het beste resultaat halen.

Jachthuis

Maar jagen is meer dan de jacht zelf. Na

de jacht wordt het geschoten wild uitgelegd in een jachttableau en netjes verdeeld. Een jacht is niet compleet als je niet samen na afloop van een gezamenlijk jachtmaaltijd geniet. Verder heb ik samen met mijn vrouw een prachtig jachthuis ingericht: DuckTales. Hier staat mijn hele verzameling jacht memorabilia, zo’n tweeduizend items, verzameld na vele uren zoeken op allerlei rommelmarkten. Geweldig om in zo’n omgeving voor


In de rubriek Huisarts & Hobby portretteren we in elke editie van MedZ een huisarts met een bijzondere hobby.

vrienden en familie te koken! We hebben een grote keukens met twee ovens en negen pitten en een eigen slachtruimte. Alles wat ik schiet, slacht ik zelf. Niets lekkerder dan zelf bemachtigd edel, schoon en gezond wild zonder bestrijdingsmiddelen. Bij het gezamenlijk jachtmaal komen de sterke verhalen. Ze hebben het weleens over visserslatijn, maar jagers kunnen er ook wat van! Op de praktijk zijn ze er inmiddels aan

gewend dat ik soms halverwege de dag mijn jagerspak aantrek en op pad ga. Jagen is voor mij pure ontspanning. Ik werk in een achterstandswijk met veel zorgzwaarte. Dat geeft de nodige stress. Om te ontstressen gaat de een fietsen, de ander met zijn hond wandelen, en ik ga jagen. Ik ben een buitenmens, en de jacht is voor mij een mooie manier om op rustige plaatsen te komen waar je anders niet komt. Ik zie wel parallellen tussen mijn vak en de jacht.

Je moet soms in een split second beslissingen nemen over leven en dood, en dat moet wel doordacht. Ook communicatieve vaardigheden spelen in beide situaties een rol. Als je in een groep niet kunt communiceren, kun je ook niet jagen. Maar als ik jaag, ben ik even geen huisarts, maar gewoon Frank. Als ik bijvoorbeeld teveel beweeg of mijn post verlaat, krijg ik dat echt te horen, zonder aanziens des persoons. En zo hoort het ook.’ •

23


BEROEPSEER

Dienend leiderschap Wondermiddel of lege huls?

Als Stichting Beroepseer komen wij al meer dan tien jaar op voor beroepsbeoefenaars in verschillende sectoren. Dienend leiderschap wordt vaak genoemd als het middel om de professional ‘in zijn kracht’ te zetten. Het blijkt echter niet eenvoudig om de principes van deze leiderschapsstijl succesvol toe te passen. Tekst: Corné van der Meulen en Thijs Jansen

I

n de management literatuur bestaat tegenwoordig veel aandacht voor dienend leiderschap. De leider moet volgens dit principe ten dienste staan van diegenen aan wie hij of zij leidinggeeft. Op deze manier komt de kracht van professionals zo goed mogelijk tot haar recht en wordt voorkomen dat goede mensen gedesillusioneerd de organisatie verlaten. Een sterke top-down benadering, spreadsheets en risicomijdend gedrag passen niet meer in de moderne manier van aansturen. Bij dienend leiderschap gaat het om persoonlijke ont-

24

wikkeling, vertrouwen in de beroepsbeoefenaar, openheid en het delegeren van verantwoordelijkheden. Klaarblijkelijk is het niet heel moeilijk een dienend leider te worden; een snelle blik op internet leert dat het wemelt van de instanties die je de principes binnen korte tijd kunnen bijbrengen. De principes van dienend leiderschap zijn breder toepasbaar dan enkel op de klassieke werkgever/werknemersrelatie. Ook bijvoorbeeld in de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bieden de principes van dienend leiderschap kansen.

In ons – op ‘Skipr gepubliceerde - artikel Het is vijf voor twaalf voor de zorgverzekeraar hebben wij beschreven hoe bijvoorbeeld zorgverzekeraars hun eigen graf graven door alsmaar te kiezen voor risicomijding, wantrouwen en eigenbelang.

Een lastige balans

Ondanks de toegenomen aandacht voor dienend leiderschap zien wij nog altijd veel professionals die kampen met beroepsZeer. Veel betrokken professionals in verschillende sectoren hebben nog altijd het idee werk te moeten verrichten


dat geen enkele meerwaarde heeft. Als de ervaringen met dienend leiderschap zo goed zijn, waarom kiezen niet veel meer organisaties er dan voor om veel meer vertrouwen en verantwoordelijkheden aan hun werknemers te geven? De reden daarvoor is waarschijnlijk dat succesvol dienend leiden makkelijker gezegd dan gedaan is. Als professionals vertrouwen en verantwoordelijkheid krijgen, zorgt dit ervoor dat zij beter kunnen inspelen op specifieke situaties. De ruimte waarin goed werk ontstaat, is echter dezelfde ruimte waarin heel slecht werk kan ontstaan. Als de professional het vertrouwen van zijn leidinggevenden niet wil of kan waarmaken, blijft de leidinggevende met de eindverantwoordelijkheid achter. Dienend leiderschap vereist daarom niet simpelweg het geven van vertrouwen, maar ook het vermogen de dilemma’s waar professionals tegen aanlopen te doorgronden en hen hierin te ondersteunen. Degene die leiding geeft, moet verstand van zaken hebben om motivatie, kwaliteit en ontwikkeling te voeden. Deze voorwaarden voor dienend leiderschap ziet men heel vaak geheel over het hoofd. Zo komt men uit bij de meest extremistische interpretatie ervan: dat er geen leiderschap meer nodig zou zijn. Dit gebeurt onder de vlag van ‘zelfsturing’. De invoering hiervan is tegenwoordig veel te vaak een bezuinigingsmaatregel:

professionals krijgen er allerlei extra taken bij die voorheen door leidinggevenden werden gedaan. Zelfsturing in de zin van ‘regel het allemaal maar onderling’ en ‘ jullie zijn geheel zelf verantwoordelijk’ is eerder verwaarlozend dan dienend leiderschap.

Succesvol dienend leiderschap

Uit ons boek Alternatief voor de zorg komt naar voren dat het succes van dienend leiderschap afhangt van de geest van waaruit gehandeld wordt; van visie, waarden en principes die vanaf de bodem van de organisatie moeten worden opgebouwd en geïntegreerd worden in alle processen en werkwijzen van de uitvoerende lagen van de organisatie. Het succes zit in de authentieke, breed gedeelde en oprechte vastbeslotenheid om de bedoeling van de organisatie gezamenlijk zo goed mogelijk vorm te geven. In de zorg vormt Buurtzorg een mooi voorbeeld. Bij de inmiddels internationale thuiszorgorganisatie uit Almelo werken verpleegkundigen in kleine zelfsturende teams vanuit een heldere visie over goede zorg die binnen de organisatie gedeeld wordt. Doordat de medewerkers veel vertrouwen en verantwoordelijkheden ervaren, voelen zij zich gewaardeerd en gaat de kwaliteit van het werk omhoog. Dezelfde principes die gerealiseerd zijn bij Buurtzorg zouden kunnen worden toege-

past op de relatie tussen opdrachtnemer en opdrachtgever. Als partijen weten wat ze aan elkaar hebben en hoe zij afhankelijk van elkaar zijn, kunnen zij vanuit vertrouwen verschillende verantwoordelijkheden efficiënt inrichten. Concluderend biedt dienend leiderschap veel handvatten om professionele kwaliteiten zo goed mogelijk te benutten. Een leidinggevende of opdrachtgever die de kracht van professionals op waarde schat doet zichzelf en de organisatie waarin hij werkt een groot plezier. Dit kan immers leiden tot zowel een efficiëntere bedrijfsvoering als het laten verdwijnen van beroepsZeer. Het idee dat successen behaald worden door uitsluitend zelfsturing of het wegsnijden van managementlagen is naïef. Om een succesvol dienend leider te zijn, zijn visie en kennis cruciaal, moet je weten waar medewerkers mee bezig zijn en tegen welke dilemma’s zij aanlopen. Voor succesvol dienend leiderschap is daarom veel meer nodig dan een spoedcursus. •

Thijs Jansen, directeur van de Stich­ ting Beroepseer en senior onder­­ zoeker aan de Universiteit Tilburg, Corné van der Meulen is onder­ zoeker bij de Stichting Beroepseer.

25


Twaalf vragen aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg Hoe en wanneer komt een huisarts in beeld bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ)? Om hoeveel huisartsen gaat het? Wat is de procedure? En hoe vaak worden door de IGZ sancties opgelegd? Deze, en andere vragen die de relatie tussen huisartsen en de IGZ betreffen, zijn door MedZ aan de IGZ voorgelegd. Tekst: Mark Brueren

W

anneer is het functioneren van een huisarts van dien aard dat hij of zij in beeld komt bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en onderwerp wordt van onderzoek? De inspectie ontvangt via diverse kanalen informatie over het functioneren van huisartsen(praktijken). In het merendeel van de gevallen komen signalen over het functioneren van een huisarts binnen door middel van (verplichte) meldingen door zorgaanbieders en meldingen van patiënten. Daarnaast ontvangt de inspectie de uitspraken van het medisch tucht-

26

college wanneer er een maatregel wordt opgelegd. Als laatste krijgt de inspectie informatie vanuit het risicogericht toezicht. Dat is proactief toezicht op basis van risicofactoren zoals de overdracht van patiënteninformatie of de spoedbereikbaarheid. Op basis van alle beschikbare informatie bepaalt de inspectie of er nader onderzoek nodig is, bijvoorbeeld als er risico’s blijken voor de patiëntveiligheid of wanneer meldingen erop lijken te wijzen dat een huisarts verminderd functioneert. De zogenaamde verplichte meldingen (zoals: calamiteitenmel-

dingen en ontslag wegens disfunctioneren) worden altijd door de inspectie onderzocht. Overigens blijkt in de praktijk vaak dat collega’s het verminderd functioneren van de huisarts al hebben opgemerkt. Wij zijn het eens met de beroepsgroep dat collega’s die dat opmerken een verantwoordelijkheid hebben om hiernaar te handelen. De beroepsgroep heeft daarvoor een modelprotocol opgesteld. Dat biedt een praktisch handvat om verminderd functioneren van een collega bespreekbaar te maken en hulp te bieden. Daarnaast wordt in het protocol aangege-


ven op welk moment er gemeld moet worden bij de inspectie. Het is van belang een situatie te melden waarbij de patiëntveiligheid in het geding is en niet geborgd kan worden door de collega’s en/of het samenwerkingsverband. Wij vinden dit protocol een mooi voorbeeld van proactief handelen door de beroepsgroep zelf om verminderd functioneren tijdig te signaleren en aan te pakken. Het helpt om binnen de relatief veilige collegiale context signalen van verminderd functioneren onderling te bespreken en eventuele vervolgstappen te nemen die een collega kunnen helpen om te verbeteren.

Hoe verloopt de procedure? Het is niet niks als je als huisarts onderwerp wordt van onderzoek naar het eigen (verminderd) functioneren. Dé procedure voor onderzoek daarnaar bestaat niet. De inhoud en de aard van de melding bepalen op welke wijze en in welke omvang door de inspectie een onderzoek wordt gestart. We verzamelen in dat onderzoek die feiten en omstandigheden die nodig zijn om vast te kunnen stellen of sprake is van een situatie die een bedreiging kan betekenen voor de veiligheid van patiënten of waarin geen goede zorg wordt geleverd.

Veelal vragen we aan de betrokken huisarts om een reflectie op de melding of gaan we met hem of haar het gesprek aan. Het onderzoek kan bijvoorbeeld ook een praktijkbezoek omvatten. In sommige gevallen laten we een onafhankelijk expertise-onderzoek uitvoeren, bijvoorbeeld bij vermoeden van middelengebruik. De bevindingen van het toezichtonderzoek legt de inspectie vast in een rapport. Daarin geven we gemotiveerd onze beoordeling en conclusie. In de beoordeling betrekt de inspectie waar mogelijk het functioneren van de directe (collegiale)

27


omgeving. We beoordelen dan of er verantwoorde mogelijkheden zijn om patiëntveiligheid (tijdelijk) te borgen binnen die collegiale context. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan kan een maatregel van de inspectie eerder noodzakelijk zijn. Is de insteek van de IGZ: in samenspraak met de huisarts tot verbeteringen proberen te komen, en zo ja, hoe gaat dat in zijn werk? De huisarts heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het leveren van goede zorg. Wij gaan uit van gezond vertrouwen in de huisarts en in zijn of haar intrinsieke motivatie om veilige en goede zorg te leveren én van vertrouwen in de beroepsgroep om verminderd functioneren tijdig te signaleren en aan te pakken. Het heeft de voorkeur dat de huisarts die verminderd functioneert zelf de juiste maatregelen neemt om de patiëntveiligheid te borgen en te werken aan verbetering. Wanneer dit niet mogelijk blijkt, vertrouwen we allereerst op de collegialiteit binnen de beroepsgroep, waarbij het modelprotocol voor disfunctionerende huisartsen hulp en ondersteuning kan bieden. De huisarts kan een verbeterplan opstellen waarbij hij/zij ook mogelijkheden kan betrekken voor collegiale hulp bij die verbetering en ondersteuning in het verbetertraject. Waar nodig treedt de inspectie proportioneel handhavend op. Dat betekent dat we kiezen voor een maatregel die past bij de omvang van het risico voor patiënten en de ernst van de (mogelijke) schade. In uitzonderlijke gevallen leggen we een klacht voor aan de tuchtrechter ter beoordeling of leggen we een bevel op tot sluiting van de praktijk.

Hoe wordt getoetst of de beoogde verbetering is geëffectueerd? Als aan een huisarts een verbeterplan is gevraagd, of als we verscherpt toezicht of een aanwijzing hebben opgelegd, volgen wij de uitkomst van die trajecten. Soms geven we de verantwoordelijkheid voor die opvolging in overleg met de huisarts over aan een andere partij, bijvoorbeeld in het geval van het ABS-monitoringsprogramma van de KNMG. Welke sancties kan de IGZ opleggen bij uitblijven van verbetering? In veruit de meeste gevallen is inzet van handhaving niet nodig en worden benodigde verbeteringen door de huisarts ingevoerd. Wanneer verbetering uitblijft, kan de inspectie een maatregel opleggen. Als we een maatregel opleggen, doen wij dat proportioneel: een verplicht verbeterplan waar het kan, maar ook het indienen van een klacht bij het tuchtcollege als het nodig is. Zie tevens onze website: http://tinyurl. com/y8h9y372 Om hoeveel huisartsen gaat het op jaarbasis? De inspectie ontving de afgelopen jaren ongeveer 360 meldingen over huisartsen per jaar. Rond de 20 procent van die meldingen komt van burgers. Na onderzoek van de inspectie volgt in ongeveer 10 procent van de gevallen er een maatregel. In ongeveer 1 procent van de gevallen, dus minder dan vijf per jaar, blijkt een bestuursrechtelijke, strafrechtelijke of tuchtrechtelijke maatregel noodzakelijk. Aangezien er bijna tienduizend praktiserende huisartsen zijn, is het aantal maatregelen van de inspectie heel beperkt. Elke tuchtzaak die we in de afgelopen vijf jaar zijn gestart tegen een huisarts had overigens te maken met grensoverschrijdend gedrag of middelengebruik. Over het algemeen merken we dat in de omgeving van de betrokken huisarts begrip is voor ons ingrijpen. Onze inschatting van de risico’s voor de patiëntveiligheid wordt meestal herkend. We vinden het belangrijk om onze ervaringen ook te bespreken met de huisartsenorganisaties, want uiteindelijk streven we allemaal naar goede en veilige zorg. Wat zijn de meest voorkomende redenen van mogelijk disfunctioneren (fouten in diagnostiek en/of behandeling, onjuiste be-

28

jegening van ptt of collega’s, onvoldoende verslaglegging, ontbrekend leiderschap, frauderen/ten onrechte declareren)? Het missen van een diagnose betekent niet dat een huisarts disfunctioneert. Het huisartsenvak is mensenwerk en veeleisend. In die omstandigheden worden ook fouten gemaakt. Het gaat bij disfunctioneren veelal om structurele tekortkomingen in de beroepscompetenties. We hanteren de volgende definitie: Disfunctioneren is een (veelal) structurele situatie van tekortschietende beroepscompetenties of onverantwoorde zorgverlening, waardoor patiënten worden geschaad of het risico lopen te worden geschaad en waarbij de beroepsbeoefenaar niet (meer) in staat of bereid is zelf de problemen op te lossen. Hierbij valt te denken in het tekortschieten in het vakinhoudelijk handelen, professioneel handelen of (praktijk-)organisatie. Redenen voor tekortschieten zijn divers, van simpelweg het ontbreken van bepaalde competenties tot verminderd functioneren vanwege een psychische stoornis of een verslavingsprobleem. Hoe verhoudt zich de meldingsplicht van incidenten en calamiteiten tot het in beeld komen voor onderzoek naar mogelijk disfunctioneren? De inspectie ontvangt (verplichte) calamiteitenmeldingen van zorgverleners en meldingen van bijvoorbeeld burgers. Uit deze meldingen komen soms signalen naar voren over verminderd functioneren van een huisarts. Het doel van de meldingsplicht van zorgverleners, die is vastgelegd in wetgeving, is breder dan het ‘opsporen’ van mogelijke disfunctioneerders. Fouten en ongelukken zijn helaas onvermijdelijk, ook in de huisartsenzorg. Bijna altijd is de vraag wat er fout is gegaan en hoe dat heeft kunnen gebeuren, niet wat er fout is gedaan en door wie. Van primair belang is dat ervan wordt geleerd, zodat de kwaliteit van zorg verbetert en de veiligheid in de toekomst wordt gewaarborgd. Dit geldt niet alleen voor de betrokken huisarts of praktijk, maar bij voorkeur voor de hele sector. Een deel van de Inspecteurs is zelf huisarts geweest: hoe kijken jullie in uw functie van Inspecteur tegen de beroepsgroep aan? Een huisarts heeft een ander vak dan de toezichthouder. Inspecteurs van onze af-


Het vertrouwen tussen huisartsen en IGZ heeft een dreun gekregen door de zaak Tuitjenhorn. Inmiddels zijn er een aantal jaren verstreken. Hoe kijkt u nu aan tegen de boosheid en verontwaardiging van veel huisartsen destijds en het handelen van de IGZ in deze zaak? We zetten ons in voor optimaal wederzijds begrip én vertrouwen om samen met de beroepsgroep optimaal te kunnen blijven werken aan de verdere verbetering van de huisartsenzorg.

deling Eerstelijnszorg afkomstig uit de zorg, zoals (voormalig) huisartsen, verloskundigen, fysiotherapeuten en apothekers, werken samen met deskundigen op het gebied van bestuurs- en gezondheidsrecht, beleidskwesties, organisatie en management aan het toezicht op de deelsectoren binnen de Eerstelijnszorg. Daaronder vallen huisartspraktijken en huisartsenposten. Die multidisciplinariteit met specialistische en bredere kennis van de eerstelijnszorg op praktijkniveau is voor ons van groot belang. We zien dat de rol en taken van de huisarts aan verandering onderhevig zijn. Samenwerking – ook met andere disciplines - wordt steeds belangrijker. Er moet een balans zijn tussen dat wat je van een huisarts kunt vragen en dat wat een huisarts in redelijkheid kan leveren aan goede en veilige zorg. Een balans tussen werkbelasting, reflecteren op wat goed gaat en wat beter kan, de ontwikkelingen in het vak bijhouden en ruimte voor (borging van) kwaliteit is essentieel voor het leren en verbeteren als zorgverlener. Ons advies aan de huisarts is: neem waar mogelijk zelf of samen met collega’s het voortouw voor sturing op functioneren. Sluit aan bij goede initiatieven zoals ABS en het modelprotocol. Dit helpt om in de directe omgeving collegiaal ondersteuning te bieden waar dat nodig is. Echt, verminderd functioneren kan iedereen overkomen en is vaak tijdelijk. Dus kijk niet weg maar help elkaar waar mogelijk, zodat een collega die in problemen komt, weer goed gaat functioneren en zijn of haar vak als huisarts kan blijven uitoefenen om patiënten goede en veilige zorg te blijven bieden.

Wat zouden huisartsen en IGZ kunnen doen om de relatie te verbeteren? Of is een goede relatie juist niet na te streven, gegeven de taak van de IGZ: controleren en sanctioneren? Onze opdracht is om de veiligheid en kwaliteit van zorg te bewaken en te bevorderen. Wij doen dat onafhankelijk, onpartijdig en transparant, en zoveel mogelijk in samenspraak met de beroepsgroep. Daarom investeren wij in een goede relatie met de beroepsgroep, met beroepsbeoefenaren zelf en met hun organisaties. We zoeken hen op om over en weer informatie uit te wisselen. Waar nodig om toe te lichten waar we als toezichthouder voor staan, hoe we werken, welke keuzes we maken in ons toezicht, met welke uitdagingen wij als inspectie te maken hebben en voor welke dilemma’s we soms komen te staan. Maar ook door aanwezig te zijn op congressen en nascholingen en daarmee voor individuele huisartsen toegankelijk te zijn. We gaan graag het gesprek aan over hoe de inspectie vanuit haar wettelijke rol met onafhankelijk toezicht optimaal kan bijdragen aan de verdere verbetering van de huisartsenzorg. Het gesprek daarover is naar ons idee cruciaal en een goede samenwerkingsrelatie kan heel vruchtbaar zijn in ons gezamenlijke doel: zorgen dat de huisartsenzorg in Nederland optimaal kan functioneren. Wie houdt toezicht op het werk van de IGZ? Wie controleert het? Waar kan iemand of een organisatie die meent dat de IGZ hem/haar niet goed behandeld heeft terecht? Is dat de minister van volksgezondheid? De Tweede Kamer? De rechter? Als iemand ontevreden is over ons functioneren, vinden wij het belangrijk om dat te weten. Dit biedt ons de mogelijkheid om er iets aan te doen en onze

kwaliteit te verbeteren. De inspectie maakt deel uit van de Rijksoverheid en is onderdeel van het Ministerie van VWS. De minister legt over het functioneren van de inspectie verantwoording af aan het parlement. In de praktijk betekent dit dat de vaste commissie VWS van de Tweede Kamer in een openbare vergadering het werkplan, de begroting, het jaarbeeld en het functioneren van de inspectie in het algemeen bespreekt met de minister van VWS. Ook de Algemene Rekenkamer houdt toezicht op de IGZ. Het verslag van de Algemene Rekenkamer gaat rechtstreeks naar de Tweede Kamer en wordt openbaar. Instellingen en burgers kunnen zich tot de rechter wenden als zij het niet eens zijn met een besluit van de inspectie, bijvoorbeeld het opleggen van een maatregel of het openbaar maken daarvan. Iedereen die zich niet goed behandeld voelt door de IGZ, kan een klacht indienen. Dit is geregeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Zie onze website: igz.nl/organisatie/klachten-over-igz/ Als het bespreken van een klacht met de betrokken inspectiemedewerker het probleem niet oplost, of als iemand het prettiger vindt om met een ander te spreken, dan kan een schriftelijke klacht worden ingediend. De klachtenfunctionaris geeft de klager informatie, advies, doet onderzoek naar de klacht en kan bemiddelen. Als dit niet leidt tot een oplossing waar de klager tevreden over is, wordt de klacht voor advies voorgelegd aan een onafhankelijke Klachtadviescommissie. Dan volgt een hoorzitting waarin de klager en de beklaagde door de commissie worden gehoord. De commissie stuurt haar advies met het verslag van de hoorzitting naar de inspecteur-generaal. De inspecteur-generaal trekt een conclusie en informeert de klager hierover per brief. Meer informatie: Reglement Klacht Advies Commissie (KAC). Is de klager daarna nog steeds ontevreden, dan kan hij/zij een klacht indienen bij de Nationale Ombudsman of de commissie voor de Verzoekschriften en Burgerinitiatieven van de Tweede Kamer. •

Mark Brueren, huisarts

29


OPINIE Onze rubriek Opinie is een vrijplaats voor discussie. Alle stukken zijn op persoonlijke titel. Wilt u zelf een artikel insturen voor plaatsing in MedZ neem dan contact op met hoofdredacteur@vphuisartsen.nl

Vitamine B12 Waarom lijkt ‘tegenwoordig iedereen’ een vitamine B12 deficiëntie te hebben? En waarom lijkt vitamine B12 ‘voor alles’ te werken? Tijd voor de vertaalslag van celbiologische kennis naar de medische praktijk. Tekst: Drs. Annette Offringa  •  Foto: Roland de Bruijn

30


Geachte redactie, Bedankt voor het opinie-artikel over vitamine B12 in MedZ 4. Als huisarts deed ik mijn eerste ervaringen met vitamine B12 op in de familiekring. Langzaam maar zeker constateerde ik bij steeds meer van mijn patiënten een vitamine B12 deficiëntie, of liever gezegd: het klachtenpatroon waarmee ik steeds bekender werd. De referentiewaarden brachten meer verwarring dan duidelijkheid, want regelmatig bleken patiënten met klachten bij een normale labwaarde toch baat te hebben bij een proefbehandeling. Ook mij verbaasde het dat ‘tegenwoordig’ ‘iedereen’ een vitamine B12 deficiëntie leek te hebben en dat vitamine B12 wel leek te helpen voor ‘alles’. Mijn nieuwsgierigheid naar een verklaring hiervoor (of hiertegen!) dreef mij de wetenschappelijke literatuur in. Hoewel het volledige klachtenpatroon van pernicieuze anemie in combinatie met zwakte, kortademigheid en palpitaties al voor het eerst in 1901 werd beschreven door William Hunter1, is naar de toekomst alleen de anemie als erkend gevolg van vitamine B12 deficiëntie meegenomen. De ernstige neurologische klachten zijn volledig onderbelicht gebleven.  Ruim honderd jaar later heeft celbiologisch onderzoek naar de werking van vitamine B12 en de oorzaak en gevolgen van deficiëntie een enorme voorsprong genomen op onderzoek in de geneeskunde. Celbiologen weten allang dat hun muizen en ratten bij vitamine B12 deficiëntie nakomelingen krijgen met groeistoornissen en osteoporose2. Ook weten zij dat vitamine B12 deficiënte ratten verdwalen in een doolhof en angstiger zijn3. Het respect en de interesse dat de vitamine B12 in de celbiologie ten deel valt, staat in schril contrast tot de geneeskunde, waar het een hype wordt genoemd. Het wordt dan ook hoog tijd dat we een vertaalslag gaan maken van de functies van vitamine B12 op celniveau, naar de klachten die patiënten met een vitamine B12-deficiëntie ervaren. We leren allemaal tijdens de geneeskunde studie dat de lever een grote voorraad vitamine B12 heeft. Ik heb daarover enkele artikelen gevonden uit de jaren vijftig. De auteurs wagen zich daarin aan een rekensommetje waaruit zij concluderen dat de lever een voorraad vitamine B12 voor drie jaar zou bevatten áls alle vitamine B12 in de lever functioneel zou zijn en áls de mens een vaste hoeveelheid vitamine B12 verbruikt (1 mcg per dag)4. In de geneeskunde en voedingsleer is deze kennis vertaald naar de overtuiging dat behandeling van vitamine B12 deficiëntie enkel hoeft te bestaan uit het aanvullen van de levervoorraad. De praktijk is echter weerbarstiger: patiënten klagen dat het effect na een vitamine B12 kuur nog niet optimaal was en snel ook weer verdween. Wat nou als behandeling toch niet simpelweg een kwestie is van het aanvullen van een lege emmer? Zonder hier in detail te treden, vond ik in de normale werking van vitamine B12 een goede verklaring voor het scala aan klachten en voor mijn ervaring dat langdurig frequente behandeling nodig blijkt te zijn om effect te bereiken en te behouden. In geval van oxidatieve stress, wat bijvoorbeeld veroorzaakt kan worden door ziekte en psychische stress, is er een overmaat aan afvalstoffen van zuurstof. Deze oxideren vitamine B12, waardoor het niet meer werkt. Uiteindelijk is er steeds meer vitamine B12 nodig om hetzelfde effect te bereiken5. De rol van vitamine B12 is het vertalen van de metabole situatie in het lichaam naar de behoefte aan en synthese van nieuwe cellen, enzymen en neurotransmitters. In geval van ziekte en stress is er daarom meer behoefte aan vitamine B12. De conclusies die ik tot nu toe heb getrokken uit de literatuur in combinatie met de ervaringen met patiënten, zijn dat naast een voedingstekort of een opnamestoornis vitamine B12 deficiëntie dus ook veroorzaakt kan worden door een verhoogd verbruik. Én dat effect van behandeling dus niet altijd hoeft te betekenen dat andere ziektes zijn uitgesloten! Onderzoek ten behoeve van een goede definiëring van vitamine B12 deficiëntie is hard nodig, maar aangezien vitamine B12 deficiëntie een ernstig invaliderend klachtenpatroon kan geven, hoop ik dat niet te veel collega’s met de armen over elkaar dit onderzoek afwachten. Drs. Annette Offringa, Huisarts Arts b12-institute.nl

BRONNEN A case of pernicious anemia with observations regarding mode of onset, clinical features, infective nature, prognosis, and antiseptic and serum treatment of the disease by William Hun­ ter, M.D., F.R.C.P. Received Ja­ nuary 21st-Read March 26th, 1901. 2Roman-Garcia P, Quiros-Gon­ zalez I, Mottram L, et al. Vita­ min B12–dependent taurine synthesis regulates growth and bone mass. The Journal of Cli­ nical Investigation. 2014;124(7):2988-3002. doi:10.1172/JCI72606. 3Ishii D, Matsuzawa D, Matsuda S, Tomizawa H, Sutoh C, Shimi­ zu E (2014) Methyl Donor-Defi­ cient Diet during Development Can Affect Fear and Anxiety in Adulthood in C57BL/6J Mice. PLoS ONE 9(8): e105750. htt­ ps://doi.org/10.1371/journal. pone.0105750 4Marian E. Swenseid, Elizabeth H. Volboll, Geraldine Schick and James A. Halsted. The vita­ min B12 content of human liver tissue and its nutritional signi­ ficance. A comparison study of various age groups. Blood. 1957; vol. 12 no. 1 24-28. 5Markos Koutmos, Supratim Datta, Katherine A. Pattridge, Janet L. Smith, and Rowena G. Matthews . Insights into the re­ activation of cobalamin-depen­ dent methionine synthase. Proc Natl Acad Sci U S A. 2009 Nov 3; 106(44): 18527–18532. 1

31


“Nu durf ik meer, kan ik meer.” Eva Venema Gewicht voor behandeling: 157 kg, gewicht nu: 75 kg

De Nederlandse Obesitas Kliniek, het centrum voor patiënten met morbide obesitas

www.obesitaskliniek.nl De Nederlandse Obesitas Kliniek onderhoudt nauwe samenwerkingsverbanden met ziekenhuizen, belangenverenigingen en andere organisaties. Wij werken onder andere samen met:

Nederlandse Obesitas Kliniek - Het centrum voor patiënten met morbide obesitas Postbus 601 . 3700 AP Zeist . T 088 88 32 444 . F 030 69 86 099 . obesitaskliniek.nl/contact


Foto: ©NFP/Pieter Magielsen Fotografie

COLUMN VPHUISARTSEN

Persoonlijk functioneren Wouter van den Berg, voorzitter VPHuisartsen

J

e bent een aardig mens maar op je functioneren is wel wat aan te merken. De filosoof René ten Bos, onze denker des vaderlands, heeft waardevolle en oorspronkelijke ideeën over leiderschap die ik graag met u wil delen: https://tinyurl.com/ybjrjast. Als tegenhanger van de toenemende bureaucratisering waarbij managers meer lijken te controleren dan te stimuleren en kostbare arbeidstijd dreigt weg te slippen in overleggen, systemen en procedures pleit hij voor het ‘leiderschap’ op basis van de innerlijke drijvende kracht, de genius. Als we niets anders doen dan alle protocollen en regels volgen wordt het een saaie boel. Het zijn oorspronkelijke leiders, die de regels durven te doorbreken, die zorgen voor verandering. Ten Bos pleit niet voor een samenleving zonder regels ook bureaucratie heeft zijn nut en kan soms bescherming bieden - maar moedigt leiders die het gevoel hebben eens buiten de lijntjes te willen kleuren aan dit vooral te doen. Daarnaast moet een leider zijn/haar volgers inspireren maar zich evengoed laten inspireren. Voor dat laatste heb je een leeg hoofd nodig dat openstaat voor allerlei bronnen, waarvan je volgers er één kunnen zijn. Dat levert een belangrijke wisselwerking op. De derde kwalificatie van leiderschap wordt door Ten Bos de geste genoemd. In feite gaat het daarbij om het doen van handelingen die niet gericht zijn op een resultaat maar op de ondersteuning van de dynamiek. Zijn voorbeeld maakt het duidelijk: een scheidsrechter tijdens een voetbalwedstrijd heeft geen doel voor ogen met betrekking tot het eindresultaat van de wedstrijd. Hij ‘draagt’ de wedstrijd door te zorgen voor een goed verloop ervan, maar staat zelf niet in het middelpunt. Voor de praktijk van de huisarts vond ik zijn beschouwing over persoon en functie interessant. Werknemers willen bij het aangaan van hun arbeidscontract een duidelijke functieomschrijving hebben zodat ze weten wat ze moeten doen. Desondanks verwachten ze tijdens een functionerings- of beoordelingsgesprek in persoon te worden aangesproken. Volgens Ten Bos is het in de meeste gevallen beter om persoon en functie niet te laten samenvloeien. Voor huisartsen die het moeilijk vinden om onaardig te worden gevonden door het personeel kan die scheiding van persoon en functie uitkomst brengen zoals ik in de eerste zin van deze column heb verwoord. •

33


‘Medisch leiderschap is empowerment’ Renée Weersma

Het zorglandschap wordt steeds complexer. Met alleen patiëntenzorg kom je er als huisarts niet meer. Verstand van financiële en organisatorische kwesties hoort er tegenwoordig gewoon bij. Dat vraagt om leiderschapscompetenties. ‘Leiderschap verdient dezelfde aandacht in opleidingen als andere competenties, zoals communicatie of wetenschappelijk onderzoek’, stelt Renée Weersma, medeinitiatiefnemer/voorzitter van het Platform Medisch Leiderschap. Tekst: Petra Pronk 

S

ommige mensen hebben een natuurlijke aanleg voor leiderschap. Maar voor de meesten is het een vaardigheid die ze moeten ontwikkelen. Het Platform Medisch Leiderschap maakt zich er sterk voor om artsen die vaardigheid bij te brengen en leiderschap stevig in te bedden in de medische professie. Dat is nodig, want de huisarts van nu werkt in een heel andere omgeving dan die van vijftig jaar geleden, stelt Renée

34

Weersma, mede-initiatiefnemer/voorzitter van het Platform Medisch Leiderschap. ‘In plaats van solist, zijn de meesten nu onderdeel van grote samenwerkingsverbanden en werken ze in een complex en snel veranderend speelveld. Dat stelt andere eisen aan artsen, bijvoorbeeld op het gebied van samenwerking. Omgaan met patiënten is iets anders dan omgaan met collega’s, en vraagt om andere vaardigheden. Het platform is opge-

richt om de discussie over dit soort zaken op gang te brengen en artsen beter toe te rusten voor hun werk.’

Relevant

Of je nu praktijkhouder bent, HIDHA of waarnemer, leiderschap is voor alle artsen relevant, stelt Weersma. ‘Je ontkomt er niet aan. Het komt uit de buitenwereld op ons af. Bijvoorbeeld met de nieuwe herregistratie, waarbij zaken als een Per-


Renée Weersma soonlijk Ontwikkel Plan (POP) en 360 graden feedback vereist zijn. Dat wordt van bovenaf opgelegd. Maar het zou veel krachtiger zijn als we dit onderwerp van onderaf aanpakken, vanuit de overtuiging dat het belangrijk is voor onze beroepsgroep. Medisch leiderschap is dokter empowerment! Het kan je helpen om je bewust te worden van je eigen krachten en kwaliteiten als dokter en die dan gericht in te zetten. Weten wie je bent, wat je kunt en waar je voor staat, maakt dat je je werk met meer plezier doet. Het zorgt voor betere relaties met je patiënten en voor een betere positie van de huisartsen in de samenleving.’

Bestuurswerk

Medisch leiderschap kan vorm krijgen op verschillende plekken. Allereerst in bestuurlijke gremia. ‘Ik wens dat dokters die het talent of de passie hebben voor bestuurswerk, meer plaatsnemen in organisaties, om zich daar in te zetten voor goede zorg. Het is nodig om het huisartsengeluid duidelijker te laten horen. Als je het leiderschap namelijk niet pakt, gaan anderen ermee vandoor. Daarnaast is het belangrijk dat er verschillende soorten mensen en verschillende soorten dokters vertegenwoordigd zijn in besturen. Je wilt niet allemaal

mensen in the lead hebben die het leuk vinden om op de barricades te staan. Ook de behoudende en de introverte types moeten hun stem laten horen, om de diversiteit van de beroepsgroep recht te doen. ‘ Wie geen talent of ambitie heeft voor bestuurswerk, kan in eigen kring aan de slag. Letterlijk. De Kringen lenen zich volgens Weersma goed voor gesprekken over leiderschapsthema’s en zelfreflectie.

Cirkel van invloed

Bij dat alles is het verstandig om te opereren vanuit je ‘cirkel van invloed’, stelt Weersma. Deze term is afkomstig van managementgoeroe Stephen Covey. In zijn boek The 7 habits of highly effective people maakt hij onderscheid tussen betrokkenheid en invloed. ‘Dokters zijn doorgaans zeer betrokken, maar het is niet realistisch om te denken dat je overal invloed op hebt. Je energie richten op dingen waar je geen invloed op hebt is een recept voor frustratie. Dus is het verstandig om goed te kijken waar je invloed kunt uitoefenen, en daar je tijd en energie in te stoppen.’ Een lichtend voorbeeld vindt Weersma een collega die het pijnlijk vond om te zien dat er op scholen zoveel gerookt werd, zonder dat de overheid daar iets aan deed. Dus deed deze

arts het zelf maar. Ze ging in gesprek met de gemeente en zette een campagne op om roken op scholen te stoppen. ‘Dat is handelen vanuit je cirkel van invloed.’

Opleidingen

Huisartsen lopen tegen andere dingen aan dan medisch specialisten. Verschillende beroepsgroepen zullen de term leiderschap dan ook op hun eigen manier invullen. Daar is niks mis mee, maar het is wel zaak om de verbinding in het oog houden, stelt Weersma. ‘Het is belangrijk dat we als eerste-, tweede- en derdelijn samen nadenken over hoe we medisch leiderschap vorm kunnen geven om tot betere zorg te komen. Het Platform kan daar een rol in spelen. Het mooie is dat hier allemaal verschillende geneeskundige specialismen in zitten met dezelfde passie: medisch leiderschap ingebed krijgen in de beroepsgroep.’ Opleidingen spelen daar een belangrijke rol in. Medisch specialisten hebben een visiedocument ontwikkeld waarin medisch leiderschap als een belangrijke competentie voor de beroepsgroep wordt neergezet. Huisartsen zijn daar minder ver mee. In de huisartsgeneeskunde opleiding wordt de term medisch leiderschap vooral gebruikt als onderdeel van verschillende thema’s, bij-

35


voorbeeld preventie en genetica. Daarmee is leiderschap in de verschillende leerlijnen een deelonderwerp, en geen onderwerp op zich.’ Wel zijn er diverse mogelijkheden om je na de opleiding in leiderschap te bekwamen. Het Platform biedt zelf geen opleiding aan, maar verwijst geïnteresseerden naar bestaande opleidingen zoals de leergang Medisch Leiderschap (LHV), de kaderopleiding Beleid en Beheer (NHG). Zelf organiseert het Platform Medisch Leiderschap jaarlijks een symposium en drie keer per jaar een masterclass over dit onderwerp.

DE ANDER

IK 2 Persoonlijke ontwikkeling

Zelfreflectie

Met goed leiderschap kun je veel voor elkaar krijgen, zowel in het groot als in het klein. Maar om welke kwesties het ook gaat, het beginpunt is altijd hetzelfde: zelfreflectie. Leiderschap begint met persoonlijk leiderschap. Weten waar je voor staat en waar je goed in bent - en dat vervolgens inzetten om dingen te verbeteren. ‘Als je dingen signaleert in je praktijk, je team of je maatschap die je wil veranderen, gebruik dan je leiderschapskwaliteiten om daarmee aan de slag te

36

3 Voorbeeld­ gedrag

4 Zichtbaarheid

5 Verant­ woorde­ lijkheid nemen

Cultuuromslag

Het is tijd voor een cultuuromslag, vindt Weersma. ‘Het woord leiderschap wekt bij veel huisartsen weerstand op. Het gevoel ‘er komt weer iets bij waar ik wat mee moet’. Dat is begrijpelijk, maar wel jammer, want deze competentie is uiterst relevant. Het is niet onze bedoeling om van iedereen een leider te maken. Maar mensen moeten wel weten dat dit bestaat en dat ze zich erin kunnen bekwamen. Leiderschapscompetenties zijn een belangrijk instrument bij het doorvoeren van veranderingen. Neem Het Roer Moet Om (HRMO). Dat was een prachtig initiatief en een mooi voorbeeld van leadership en followership. Maar het is ook een voorbeeld van iets wat je liever voor wilt zijn. HRMO kwam voort uit een enorme frustratie van de beroepsgroep. Op zo’n moment is het goed dat mensen in actie komen om obstakels weg te nemen, maar het zou nog veel mooier zijn als we het niet zover lieten komen. Als we niet reactief, maar proactief in ons vak zouden staan. Door tijdig signalen op te pikken dat er iets mis dreigt te gaan en van daaruit in actie te komen, kun je voorkomen dat het uitgroeit tot een groot maatschappelijk probleem.’

7C  oachen en aansturen van individuen

1 Leiden vanuit visie

9 Organiseren 11 Duurzaam inzetten van middelen Raamwerk Medisch Leiderschap

8 Verbinden

6 Invloed uitoefenen

10 Verbeteren­ van zorg­ kwaliteit

12 Ondernemen en innoveren @2015 Platform

DE MAATSCHAPPIJ

Medisch Leiderschap / universiteit Twente

Platform Medisch Leiderschap Alle artsen toerusten met de competentie leiderschap. Dat is wat het Platform Medisch Leiderschap wil bereiken. Het Platform is in 2012 opgericht door jon­ ge huisartsen, sociaal geneeskundigen en medisch specialisten, ondersteund door het KNMG. De zeshonderd leden zijn afkomstig uit alle hoeken van de geneeskundige wereld. Medisch leiderschap is geen eenduidig begrip. Het varieert van persoonlijk lei­ derschap tot klinisch leiderschap en het besturen van zorgorganisaties. Om tot een consensus te komen over de definitie en heldere uitgangpunten op te stel­ len voor het ontwikkelen en tonen van medisch leiderschap door artsen, heb­ ben Universiteit Twente en het Platform Medisch Leiderschap het Raamwerk Medisch Leiderschap ontwikkeld. Hierin wordt medisch leiderschap omschre­ ven als “verandering in de gezondheidzorg mogelijk maken middels jezelf, an­ deren en de maatschappij.” Begonnen als kleine Gideonsbende, heeft het Platform Medisch Leiderschap in een paar jaar tijd het nodige bereikt. Behalve het Raamwerk Medisch Leider­ schap zijn er ook netwerken opgericht voor studenten met verschillende werk­ groepen. Inmiddels wordt nagedacht over Medisch Leiderschap 2.0 en gaat het platform de volgende fase in. gaan. En als je die eigenschappen niet beheerst, school je zelf dan bij, volg een cursus of lees een boek over het onderwerp. Wij kunnen niet verwachten dat beleidsmakers geneeskunde gaan studeren. Maar wij kunnen als dokters wel ons de competenties van veranderingsprocessen eigen maken. De skills die nodig zijn om de ander beter te begrijpen, beter te

communiceren en daardoor meer dingen voor elkaar te krijgen. Want dat is waar het bij medisch leiderschap uiteindelijk om draait: met elkaar betere zorg realiseren voor de patiënt.’ • Petra Pronk, journalist


BOEKBESPREKING

Menselijkheid in de zorg De arts-patiënt relatie Met dit boek wil Leo Visser, met theoretische kennis en jaren praktijker­ varing, schetsen hoe slechte communicatie begint, maar vooral ook hoe het beter kan. Als patiënten weten hoe artsen denken en werken, stellen ze betere vragen. En als de arts zich bewust is van het perspectief van de patiënt, leidt dat tot grotere medemenselijkheid in de zorg. Tekst: Mark Brueren  •  Auteur boek: Leo H. Visser

I

n de inleiding van het boek Menselijkheid in de zorg. De arts-patiëntrelatie vermeldt de auteur dat er vrijwel geen boeken zijn over de arts-patiëntrelatie. Dat is niet helemaal juist. In de opleiding tot huisarts wordt vaak gebruik gemaakt van het boek van Remke van Staveren Patiëntgericht communiceren, en van het in 2016 verschenen Handboek effectieve communicatie in de huisartsenpraktijk van PW Dielissen et al. Een van de vragen die ik me voor lezing dan ook stelde was of dit boek iets toevoegt aan beide genoemde. Deze vraag kan ik bevestigend beantwoorden, en dat heeft vooral te maken met de geheel andere invalshoek. Zijn de eerdergenoemde boeken met name bouwwerken van theorie, waarbij casus worden gebruikt ter illustratie en verduidelijking, in dit boek gaat het om veel meer dan alleen de communicatie tussen arts en patiënt. Zo is er veel aandacht voor van alles wat mis kan gaan in de communicatie tussen zorgvrager en zorgaanbieder. Daarmee wordt het een eerlijk en persoonlijk boek, met een kritisch oog naar collega’s en ook naar het klinisch handelen van de auteur zelf. En er gaat nogal wat mis in de gezondheidszorg, zoveel wordt snel duidelijk. Onvol-

doende kennis van epidemiologie en statistiek kan de arts verleiden tot verkeerd informeren van de patiënt. Dat geldt ook voor de aan medisch handelen verbonden risico’s en de kans op complicaties. Op grond van de Wet WGBO is de arts verplicht de patiënt zo goed en volledig mogelijk te informeren. Maar in welke bewoordingen gebeurt dit, hoe veel tijd wordt er voor genomen, wordt de patiënt gevraagd of het ook begrepen is en is er sprake van gezamenlijke besluitvorming? De vele voorbeelden, vaak schrijnend, die de auteur aanhaalt, geven aan dat dit lang niet altijd de dagelijkse praktijk is. En dan ook vaak leidt tot klachten, incidenten, fouten of zelfs calamiteiten. Het boek heeft op vrijwel elke bladzijde een duidelijk klinisch perspectief. Telkens weer vertrekt de auteur vanuit de eigen ervaringen als clinicus (neuroloog) en verweeft hij deze met theoretische kennis en wordt het onderbouwd met literatuur. Een fraaie aanpak, die uitnodigt tot verder lezen. In de passages die gaan over fouten van collega’s in de behandeling van familieleden is er ook plaats voor emotie: verbazing (hoe is het mogelijk dat artsen dit zo doen?), boosheid (het is niet altijd goed afgelopen) en zeker ook

schaamte (hoe kunnen collega’s die een academische opleiding hebben gehad vergelijkbaar met de mijne zo handelen?). Nuttige tips worden gegeven met betrekking tot verbetering van de communicatie, en adviezen hoe te handelen bij (bijna) fouten. Al met al een interessant boek, vanuit het hart en vanuit het verstand geschreven, met tevens veel aandacht voor de ethische kanten van het arts-zijn. •

37


COLOFON

Jaargang 4

MedZ is een uitgave van VPHuisartsen en APPR Hét Brancheburo. De redactionele inhoud verwoordt niet nood­zakelijk de standpunten van een van de uitgevende partijen, noch nemen zij verantwoordelijkheid voor de inhoud van redactionele artikelen. www.vphuisartsen.nl www.apprhbb.nl Redactieadres APPR Hét Brancheburo t.a.v. Anya Vos Postbus 5135, 1410 AC Naarden Telefoon: (035) 694 28 78 e-mail: anya@apprhbb.nl Hoofdredactie Mark Brueren, e-mail: hoofdredacteur@vphuisartsen.nl Eindredactie Anya Vos, telefoon: (035) 694 28 78, e-mail: anya@apprhbb.nl

Op de website van VPHuisartsen In elke editie van MedZ de leukste en informatieve video’s op de website van VPHuisartsen. Scan de QR-code met uw tele­ foon of tablet, of ga naar de website. Thuiszorg Bert Visscher en Jochem Myjer

www.youtube.com/watch?v=tol17NfOzoU

Ernst van der Pasch Medisch Cabaret op Maat via Humor Werkt www.youtube.com/watch?v=qCSr6XN0jbE

Redactieadviesraad Petra Pronk en Rinske van de Goor Vormgeving Merit op de Dijk (art direction) Druk Veldhuis Media BV Advertentieverkoop Herman Wessels, telefoon: (035) 694 28 78, e-mail: herman@apprhbb.nl Verspreiding en abonneren MedZ wordt in een oplage van 5.170 exemplaren verspreid onder de leden van VPHuisartsen en andere huisartsenpraktijken in Nederland. Neemt u voor meer informatie over abonneren contact op met VPHuisartsen: www.vphuisartsen.nl. Verschijningsfrequentie 6 maal per jaar Auteursrecht Zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van APPR Hét Brancheburo mag niets uit deze uitgave openbaar worden gemaakt of op welke wijze dan ook vermenigvuldigd. Lidmaatschap Informatie over lid worden en uw lidmaatschap van VPHuisartsen kunt u vinden op www.vphuisartsen.nl.

38

Koefnoen - Slechtnieuwsgesprek

www.youtube.com/watch?v=KS_wuGs-k94

Appels met Peren over De Zorg - HUA TV

www.youtube.com/watch?v=mDKbiTei6VE

The Drugs Song - Amateur Transplants www.youtube.com/watch?v=KXROnzpsrlg&list=PLFF5799E0F37CF3DD


Opleiding Praktijkmanagement in de huisartsenzorg Modules > > > > > > > > > > > >

Het werken als praktijkmanager Managementvaardigheden Declaratie Situationeel leidinggeven Financieel management Effectieve zorgvernieuwing Stakeholders Personeel en organisatie Wijkgericht werken Wet- en regelgeving Management en planning Farmacie (optioneel)

Ben jij klant bij Praktijksteun? Als klant van Praktijksteun ontvang je een korting van 5% op de opleiding.

Gemiddeld beoordeeld met een 8.0, uit 407 ingevulde enquĂŞtes

MedZ 5 - 2017  

MedZ is het prikkelende vakblad voor de praktijkhoudende huisarts. Het blad is beschouwend en kritisch, maar biedt de huisarts ook praktisch...