Page 1

Belgique - Belgïe P.P. - PB 4500 HUY 1 9/2730 P 202391

Actie Vluchtelingen

Tijdschrift van de vereniging Hulpverlening aan ontheemden v.z.w. Gesticht door Dominique Pire (+) Nobel prijs voor de Vrede 1958.

Bureau de Dépot - Liège X - P 202 391

N° 130 - 2e trimester 2011

EDITORIAAL Gesprekstafels. Iets meer dan een jaar geleden hebben wij u gesproken van een initiatief in verband met onze taallessen Frans. Praten om te begrijpen, samen praten om elkaar te begrijpen : dat is het doel van onze gesprekstafels, die op die manier hun steentje bijdragen bij de opbouw van een globale maatschappij, dat geen vergezicht meer is, maar de werkelijkheid nu. Gezien het bekomen succes gaan we verder met dit initiatief. Zoals diegene die het uitvoeren er verder over nadenken. Wij spreken er uitvoerig over in dit nummer. Omdat het ons nog steeds niet mogelijk is om asielaanvragers in Braine op te vangen, huisvesten wij families in privé-woningen. Juist vooraleer wij dit nummer afsloten, heeft een Guineese moeder en haar vier kinde-

ren zich in Bergen gevestigd, in een woning van “ La Maison Internationale”. Dankzij onze vruchtbare samenwerking met “Accueil Sainte Marie” is het een familie met vier kinderen, afkomstig van ex-Joegoslavië, die wij in Hoei herbergen.

Elke gift van 40 Euros of meer, in één of meerdre malen gestort gedurende het jaar, geeft recht op een fiscaal attest

Voor een vereniging als de onze is er niets dat ooit verworven is. Wij moeten ons altijd opnieuw weer in vraag stellen en ons aan de omstandigheden aanpassen. Het enige waaraan wij nooit twijfelen is uw gehechtheid aan de waarden die wij verdedigen. Uw blijvende aanwezigheid en trouw aan onze zijde is het bewijs dat wij op het goede pad blijven en niet afdwalen. Wij bedanken er u hartelijk voor.

BE41 0000 0756 7010 HULPVERLENING AAN ONTHEEMDEN Rue du Marché, 33 4500 HUY

Patrick Verhoost

Gesprekstafels: de spraak als bron voor de sociale band. Maatschappelijke werkers, maar ook staatsburgers, worden wij, zoals ieder van ons, geconfronteerd met de problemen die in deze periode gesteld worden door de immigratie. Terwijl wij ons de vraag stelden op welke manier wij een betere sociale integratie zouden kunnen bevorderen, hebben de leerlingen van de cursus Frans een bezorgdheid uitgesproken die zij voorstelden als een prioriteit: hen leren beter te spreken, zich beter uit te drukken. Konden wij een project uitwerken dat beantwoordde aan deze bezorgdheid? Op hetzelfde tijdstip, in het kader van de herdenking van de 50ste verjaardag van de toekenning van de Nobel Prijs van de Vrede aan Dominique Pire, hebben wij uit zijn geschriften twee lessen opgediept uit een lezing “Vivre ou


Mourir Ensemble” (“Leven of Samen Sterven”) die in 1969 in de Universiteit van de Vrede gegeven werd en die handelde over de “broederlijke dialoog”, een methode die, verklaarde hij, “er voor iedereen in bestaat om tijdelijk wat hij is en wat hij denkt, tussen haakjes te plaatsen om te trachten het standpunt van de andere te begrijpen en op prijs te stellen, zelfs zonder het te delen…”. Om “ te aanvaarden met andere standpunten zijn intellectuele en spirituele overtuigingen betreffende zijn opvatting van de wereld en zijn actie, te confronteren (...), in een geest van grondig respect van de Waarheid van de andere”. Wij zullen praten. Maar zonder schroom, zonder de onderwerpen uit de weg te gaan waarover wij het niet eens zijn. Praten om het Frans te leren, maar ook om onze manier van denken te confronteren en de culturele leefwereld van de andere te verkennen. Want, het gevoel tot een bepaalde samenleving te behoren, staatsburger te zijn, de gelijke te zijn van zijn buurman, bestaat zonder twijfel niet zonder de kennis en het respect van hun culturele specificiteit. Het is in elk geval door deze overtuiging dat wij begonnen zijn met deze gesprekstafel in 2008. Na twee jaar ervaring hebben wij aan Marianne Corbieaux, professor Frans, en aan Giusi Ferrante, maatschappelijk werkster, gevraagd om ons te spreken van hetgeen zij ondernemen met de groep “vervolmaking”.

Getuigenis van Marianne, vrijwilligster die de vormingswerkster begeleidt. Nadat ik op 55, vrijwillig vervroegd, op pensioen gegaan ben, hebben het contact met de leerlingen en de onweerstaanbare drang om kennis door te geven er mij toe aangezet om een nieuwe pedagogische activiteit te vinden. Zoeken, ontdekken, studeren zijn absoluut geen taak voor mij. Het is een ontspanning, een vermaak, telkens weer verwonderlijk! In dit geval is het voornaamste doel van dit spel de goede gezondheid van de Franse taal. Professor Frans en Spaans, vastgeklampt aan een rots zoals een slak, gehecht aan de Griekse en de Latijnse oorsprongen van het Frans, ben ik ook zeer tuk op afwisselingen. Het Frans is voor mij een juweel dat geen enkele schram verdraagt. Vier jaar geleden ben ik op zoek gegaan naar een activiteit die nuttig zou zijn en die mij ook volledig zou ontspannen en doen stralen van vreugde. Het toeval heeft mij naar Hulpverlening aan Ontheemden gevoerd, waar ik vlug opgeslorpt werd door een uitgebreid netwerk van beroepsmensen en vrijwilligers waarvan het dynamisme mij bekoord heeft. De verantwoordelijken hebben mij, één dag per week, een klas van beginnelingen toevertrouwd en later privé leerlingen, al dan niet gealfabetiseerd.

Eindelijk heb ik het geluk gehad, samen met Giusi Ferrante, een wekelijkse gesprekstafel te delen. Een nieuwe ervaring, die steunt op het spreken van het Frans en die beraadslaagt over een thema van “algemeen belang” of het nu een sociaal, cultureel ... of gewoon actueel is. Maar, er moet, behalve de informatie, reden tot discussie zijn. De etnische, culturele, en religieuze verschillen zullen er ons toe aanzetten om de onderwerpen te vermijden die in verband staan met het privé leven, de politieke voorkeuren en vooral met de godsdienst. Dit respect, dat ingeboren is bij Giusi Ferrante en bij mij, bakent en verfraait de weg van de gedachtewisselingen die wij gebruiken en nivelleert de sporen. Door aan deze gesprekken deel te nemen, door ze gewoon bij te wonen, pratend over alles en nog wat, heb ik nooit de indruk gehad van een leemte, van een breuk, van om het even welk verschil tussen ons. Er heerst in deze groep leerlingen een geest van verstandhouding, van verdraagzaamheid, van natuurlijke leergierigheid, van hoffelijkheid. Allen, hoewel ze soms verschillende meningen uitdrukken, doen het steeds met veel waardigheid. Hun chaotische parcours, in plaats van hen van elkaar te verwijderen, brengt hen, integendeel, dichter bijeen. Ze zijn Chinezen, Vietnamezen, Bulgaren, Russen, Albanezen, Tunesiërs, Irakezen, ... allen gescolariseerd in hun

2

land, soms met diploma’s van een Hogere School of van een Universiteit. Hun hunker, niet alleen om te leren, maar om het “détail” te kennen, de “touche Française”, is indrukwekkend en ontroerend. Met Giusi Ferrante, die de gesprekken leidt, leg ik mij toe om de voorgestelde teksten te commentariëren door er taalkundige, etymologische, semantische, grammaticale, orthofonische opmerkingen aan toe te voegen. Het betreft hier een zeer precieze, exacte oefening : de leerlingen zijn veeleisend en ludiek ; ik vermaak er mij ! Marianne Corbieaux


Interview van Giusi, vormingswerkster. • Hoe verlopen de zaken concreet in uw groep? • De deelnemers lezen in stilte een persartikel dat ikzelf gekozen heb. Wij herlezen het hardop en identificeren de woordenschat en de constructie van de complexe zinnen. Heel dikwijls geeft Marianne haar persoonlijke visie door enkele etymologische, orthografische verklaringen en over de zinsbouw. Op dat ogenblik zijn alle ogen op haar gericht! Daarna wordt de tekst collectief samengevat om er de inhoud van op te nemen. Ik schrijf dan een paar vragen op het bord en nodig de deelnemers uit om deze te kiezen die zij willen beantwoorden. Iedereen denkt na en geeft zijn antwoord. Ik tracht schriftelijk het maximum taalfouten te noteren zonder ze te onderbreken. We zullen er later, tijdens de discussie, op terugkomen. • Geen informele uitwisselingen? • Niet rechtstreeks. Wij wisselen later vrijelijk van gedachten over andere onderwerpen. Sommige opwindende of hartstochtelijke debatten vereisen een goed meesterschap van de manier om iedereen het woord te geven. Door te zorgen de uitwisselingen goed te structureren kan ik sommige uitbarstingen voorkomen. Eens ging de discussie over de “imperialistische” politiek van Moskou ten opzichte van de Verenigde Russische Staten en, onder andere, Tsjetsjenië. Aan de tafel zaten er Russen en Tsjetsjenen. Ik heb het heel moeilijk gehad om de gemoederen te bedaren. Sinds die dag structureer ik nog veel meer het debat. Alles hangt natuurlijk ook af van het gekozen onderwerp: als het een neutraal onderwerp is, zijn de uitwisselingen meer informeel. Als het een delicaat onderwerp is, zoals bij voorbeeld, de plaats van het godsdienstige in de Staat, dan waak ik er over de tijd van praten evenwichtig te verdelen. • Het zijn allemaal vreemdelingen, maar hun geografische en hun sociale oorsprongen zijn verscheiden... • Inderdaad, de groepen zijn heterogeen en de meningen die zij uiten zijn soms heel verschillend. Op zeker ogenblik hebben de deelnemers de wens uitgesproken de kans te hebben om meer met de Belgen te kunnen uitwisselen. Het kan eigenaardig schijnen, maar zij hebben uiteindelijk weinig kansen om in contact met de Belgen te komen. Zij wonen in wijken met veel vreemdelingen, vinden opnieuw vreemdelingen in de cursussen Frans, in de wachtzaal van de sociale diensten, enz. Daarom hebben zij de indruk van ons niet goed genoeg te kennen. En zij tonen een echte wil om in contact met ons te treden. De beelden die zij van ons meedragen zijn dikwijls vervalst. • Wil je zeggen dat zij ons kennen door middel van clichés ? • Absoluut en het is heel eigenaardig. Die clichés vormen zich door wat zij zien in de publiciteit, op de televisie of gewoonweg op straat. Bij voorbeeld, zij houden niet van de gewoonte om oude mensen in rusthuizen te plaatsen. Hun argument om dit te verklaren is van culturele aard “De Belgen zijn egoïstisch, zij zetten hun bejaarden in sterfhui-

zen en trekken er zich niets meer van aan!”. Dat is een cliché natuurlijk. Mijn rol als sociale werkster en als Belgisch burger is te zeggen dat het geen cultureel, maar een sociaal feit is, dat het niet altijd zo is geweest en dat de praktijken veranderen omdat onze manier van leven verandert. Ik leg uit dat sommige personen de bejaardentehuizen beschouwen als een oplossing en dat anderen het een compromis vinden tussen hun actief en familiaal leven en het welzijn van hun bejaarden, ... De stereotypen zijn moeilijk uit te roeien en dit bewijst op welke wijze ze ons kunnen beïnvloeden met de manier waarop we met de anderen omgaan. Maar het is ook in dit type van ontmoetingen dat men zijn eigen clichés in vraag stelt en dat men zijn relatie met wat ons ”vreemd” is herziet, want in het vreemde is er dikwijls ook iets eigen... • Welk soort onderwerp kiest u uit? • Onderwerpen die de deelnemers aanzetten tot een interculturele en burgerlijke demarche, die ze doet nadenken, die een kritische blik vragen en die dikwijls gevoelige zones van ons geloof, onze voorstellingen, onze relatie met hetgeen rechtvaardig is, de tijd, de familie, het lichaam, enz. Wij spreken, bij voorbeeld, over het belang van de culturele en godsdienstige specifiteiten in een zogezegde neutrale Staat, de gelijkwaardigheid man-vrouw, de verhouding ouder-kind, de opvatting van de socio-culturele integratie, van het homoseksuele huwelijk, ... Dit gezegd zijnde, tracht ik ook over minder serieuze onderwerpen te spreken, zoals over de plaats van het boek en van de lectuur in de schoot van de familie, over de verschillende manieren om zich te huisvesten in de wereld, over de huwelijksgebruiken, over onze spreekwoorden en hun overeenstemming in de verschillende buitenlandse talen, ... • Geen taboes? • Neen, wij spreken vrijuit over alles! Wij kunnen in de gesprektafels delicate onderwerpen aansnijden, maar er is een bepaalde manier om ze te benaderen. Het idee is niet om de mensen overhoop te halen, maar om ze vertrouwd te maken met hun nieuwe omgeving. Wij hebben deelnemers die, bij voorbeeld, lid zijn van een religieuze fundamentalistische beweging. Als men wil vermijden dat ze weglopen bij de eerste discussie die hen niet op hun gemak zet, moet men hen de tijd geven om zich in vertrouwen te voelen, om zich aan te passen om al het nut van de uitwisseling niet te verliezen.

3


• Mag men zeggen dat het er voor u om gaat de mensen aan te zetten de samenlevingsproblemen te beschouwen onder een invalshoek die bij hen niet spontaan oprijst, maar zonder ze te willen overtuigen van om het even wat ? • Ik tracht de verscheidenheid van de benaderingen aan te tonen. Marianne, die zich vooral toelegt op de taalkwesties, verrijkt eveneens het debat. Wij hebben niet altijd hetzelfde standpunt en het is juist interessant dat onze deelnemers zich rekenschap geven dat de Belgen verschillende standpunten hebben, onder andere, wat de politieke integratie van de vreemdelingen betreft. Het is ook interessant om vast te stellen dat het experiment ook ten goede komt aan een grotere groep dan alleen aan deze van de deelnemers. Bedenkingen en debatten nemen waarschijnlijk verder plaats in de families. De kennis en de ervaring die zich tijdens onze gesprekstafels opbouwen verlaten onze muren. • Mag men zeggen dat de oefening u “interculturele” bekwaamheden geeft? • Duidelijk en zij vormt ook banden. De deelnemers wisselen gedachten, intuïties, waarnemingen die hen toelaten te identificeren al wat hen dichter bijeenbrengt. Op zekere dag heeft een man van een zestigtal jaar mij gezegd: “Gij hebt geluk deze tafels te doen! Gij luistert naar verhalen, gij hoort verschillende meningen en gij bouwt uzelf op deze manier eveneens op. Wij leren ook van u, zelfs al bent u zeer jong voor ons! “. Hetgeen deze man gezegd heeft is kenmerkend voor een echte uitwisseling. • Ik vermoed dat er ogenblikken zijn waarop de emoties zich uiten ? • De discussies herinneren de deelnemers aan hun verleden, aan de ervaringen die hen gevormd hebben. Voor een migrant is het nooit een neutrale oefening om aan vroeger te denken. Wanneer de emoties die loskomen met eerbied onthaald worden, wordt er een gunstig klimaat geschept voor vriendschappelijke relaties en smelt de groep samen. • Kan men een verlenging van dit soort oefeningen bedenken? • Ik denk het in ieder geval. Ik zou willen dat de voordelen van hetgeen hier plaatsvindt buiten onze muren gaan. Sommige deelnemers hebben een maturiteit verworven in de discussies, die ons toelaat aan debatavonden te denken met verschillende soorten deelnemers: studenten, diverse groeperingen, professionelen van de sociale sector, ... • Terreinwerkers zien zich meer en meer verplicht om te zeggen welke immigratiepolitiek men zou moeten voeren. Deze personen, die reeds een zekere afstand genomen hebben dankzij hun ervaring, zouden misschien een duit in het zakje kunnen doen ? • Absoluut, maar op voorwaarde dat men niet uit het oog verliest dat het gaat om te spreken om elkaar beter te begrijpen en niet om te trachten hun manier van denken en van handelen te veranderen. Zij trachten de zaken op een andere manier te zien, maar blijven vrij in hun opvattingen. Wij hebben dikwijls gedebatteerd over de kwestie van de integratie: zij denken dat het essentieel is dat de vreemdelingen zich kunnen aanpassen, één van de nationale talen kunnen aanleren en kunnen werken, maar dat het even belangrijk is dat de Belgische maatschappij hen de vrijheid laat om hun gewoonten, hun geloofsovertuigingen en hun tradities te behouden. Wat ze vragen is dat ze zich in onze maatschappij mogen inleven door de taal, het werk, het respect van de wetten en van de Belgische tradities en dat ze in hun verschillen en hun gelijkheid erkend worden. • Hun kans vergroten om anderen te ontmoeten zou hen een nieuwe sociale rol verlenen. •Het zou positief voor hen zijn. Zij lijden door het feit dat hun bekwaamheden hier niet erkend worden. Zij hebben het gevoel dat zij elk sociaal net verloren hebben. De gesprekstafels kunnen een eerste etappe zijn van een beter verzekerd burgerschap.. Gesprek afgenomen door Anne-Françoise Bastin

4

Sociale zetel : Rue du Marché, 33 4500 Huy Tèl : 085/21 34 81 Fax : 085/23 01 47 e-mail : aidepersdepl.huy@ skynet.be Site : http/www.aideauxpersonnesdeplacees.be

Onze rekeningen : In België : HULPVERLENING AAN ONTHEEMDEN C.C.P. 000-0075670-10 (IBAN : BE41 0000 0756 7010 BIC : BPOTBEB1) FORTIS 240-0297091-81 (IBAN : BE36 2400 2970 9181 BIC : GEBABEBB) In Frankrijk : AIDE AUX PERSONNES DÉPLACÉES Chemin Rouge de Fontaine 59650 Villeneuve d’Ascq C.C.P Paris17.563.64X (IBAN : FR25 3004 1000 0117 5636 4X02 050 BIC : PSSTFRPPPAR) Crédit du nord-Lille 2906-113342-2 (IBAN : FR76 3007 6029 0611 3342 0020 086 BIC : NORDFRPP) In het Groot-Hertogdom : AIDE AUX PERSONNES DÉPLACEES Compte C.C.E. Luxembourg : 1000/1457/2 (IBAN : LU58 0019 1000 1457 2000 BIC : BCEELULL) In Zwitserland : EUROPE DU COEUR-APD C.C.P Bulle 12-17332-1 (IBAN : CH61 0900 0000 1201 7322 1 BIC : POFICHBEXXX) In Groot-Brittanie : Father Pire Fund : Camberwell Branch (206651) P.O. Box 270 LONDON SE 154 RD – A/C 50361976 (IBAN : GB55 BARC 2066 5150 3619 76 SWIFT BIC : BARCGB22) De VZW Hulpverlening aan Ontheemden is bevoegt U een Kwijtschelding voor fiscale vrijstelling te bezorgen voor alle giften van ten minste 40 euros in één of meerdere keren gestort op één van haar rekeningen in België.

Ver. Uitgever : Patrick Verhoost

/AV130  

http://www.aideauxpersonnesdeplacees.be/AV130.pdf

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you