Page 1

Belgique - Belgïe P.P. - PB 4500 HUY 1 9/2730 P 202391

Actie Vluchtelingen

Tijdschrift van de vereniging Hulpverlening aan ontheemden v.z.w. Gesticht door Dominique Pire (+) Nobel prijs voor de Vrede 1958.

Bureau de Dépot - Liège X - P 202 391

N° 129 - 1ste trimester 2011

EDITORIAAL Informatie of desinformatie ? “Sinds enige tijd, vooral sedert de laatste maanden, zijn wij getuige van een desinformatie betreffende de asiel- en integratiepolitiek in België en nog meer van wat de toestand van de asielaanvragers betreft. Het schijnt, helaas, dat sommige leden van de politieke klasse geneigd zijn de asielaanvragers, en misschien meer nog de vreemdelingen in het algemeen, als zondebokken te beschouwen in deze tijden van institutionele en economische crisis. Als het gaat om na te denken over de belangrijke kwestie van de migratie, dan is de benadering dikwijls van toepassing. De verspreiding van verminkte en afgeknotte teksten versterkt de ongegronde vrees en onderhoudt geruststellende hallucinaties, met als voornaamste doelstelling er de hervormingen trachten door te krijgen die de rechten beperken van de asielaanvragers en van de vreemdelingen in het algemeen. Het betreft hier een onverantwoordelijk en gevaarlijk “spel” voor onze democratie. Het is op deze manier dat een recente publicatie van het OCIV (CIRE) besteedt aan de staat van zaken en aan een analyse van de asiel- en migratiepolitiek in België, voorwerp van zoveel valse geruchten en vooroordelen. Wij nodigen u uit deze publicatie te raadplegen op de site www.cire.be of op www. aideauxpersonnesdeplacees.be. Wij stellen u eveneens het getuigenis voor van een van onze voogdessen. Deze tekst spreekt over de moeilijkheden van haar opdracht, maar hij zet ons ook aan om na te denken. Door de schijn te overschrijden zullen de reacties van een journaliste u helpen om uw denkwijze te verdiepen. Ten slotte, heel prozaïsch, moeten wij u melden dat, als gevolg van de indexatie van de fiscale barema’s, het minimum bedrag dat recht geeft op een fiscaal attest voor uw giften van 30 € tot 40€ per jaar verhoogd werd. In de hoop dat dit u niet zal weerhouden er van te genieten, wensen wij u een goede en vruchtbare lectuur ! Patrick Verhoost

Elke gift van 40 Euros of meer, in één of meerdre malen gestort gedurende het jaar, geeft recht op een fiscaal attest

BE41 0000 0756 7010 HULPVERLENING AAN ONTHEEMDEN Rue du Marché, 33 4500 HUY


Alleen met het probleem van migratieproject ... Ik werd als voogdes aangesteld van een Afrikaanse van 13 jaar, die gans alleen in België aangekomen is. Wanneer ik haar voor het eerst ontmoet beweert zij dat zij de omstandigheden niet kent die de oorzaak zijn van haar vertrek. Zij verklaart vaagjes te weten dat haar vader politieke problemen zou gehad hebben en zegt dat ze, na de verdwijning van haar ouders, bij buren onderdak zou gevonden hebben, totdat een “papa” haar een paar maanden zou onthaald hebben, vooraleer haar vertrek naar België te organiseren. Perplex, leggen de advocate en ik haar met aandrang uit dat wij er meer moeten over weten om haar doeltreffend te kunnen helpen. Het jonge meisje zal nochtans nooit van deze versie veranderen. Zij wordt naar een onthaalcentrum verwezen. Zij heeft het heel lastig om zich aan het leven in België aan te passen : haar schoolresultaten verslechten, zij zegt dat zij herkenningstekens mist, dat zij haar vader nodig heeft om haar de weg te tonen en haar bij te staan. Ik vraag aan het Rode Kruis om de familie in het land op te zoeken. Het meisje mislukt op school en wordt opstandig... Men voelt dat ze gekneld is tussen hetgeen ze moet zeggen, hetgeen ze

verplicht is uit te drukken en hetgeen de volwassenen die haar omringen wensen te weten. Ze verzet zich tegen elk gezag. “ Het is alleen mijn vader die mij mag zeggen wat ik moet doen. ” herhaalt ze, terwijl ze met de poppen en al de prullen speelt die in mijn wagen liggen. Tijdens een ogenblik van zwakte spreekt ze met haar vriendinnen van haar broer die, zegt ze, in België is. Het personeel van het centrum krijgt kennis van deze informatie, de broer wordt geïdentificeerd, de kinderen worden met hun tegenstrijdigheden geconfronteerd en... de vader verschijnt ! Na méér dan een jaar begeleiding ontdek ik dat de broer in hetzelfde centrum vertoefd heeft, zonder dat er iemand van bewust geweest is (de Afrikaanse namen maken het mogelijk de sporen uit te wissen), dat de jongen waarvan sprake als vluchteling erkend werd, dat de kinderen in het begin bij een tante in België vertoefd hebben die, teneinde raad, ze voor de deur van een onthaalcentrum zou neergezet hebben en, toppunt... dat de vader als asielaanvrager in een onthaalcentrum vertoefde ! Noch het personeel van het centrum, noch ikzelf zullen ooit weten of de kinderen, al dan niet, in relatie waren met hun vader tijdens deze periode. Het verschijnen van de vader lost de betalingsmoeilijkheden van de kinderen niet op. Het jonge meisje, dat vroeger beweerde dat het alleen haar vader was die haar mocht zeggen wat ze moest doen, weigert beslist hem te gehoorzamen. Het gedrag van de jongen van 16 is nog problematischer. Hij verzet zich hardnekkig te-

gen elke vorm van dwang en zal, ten andere, verschillende malen weggestuurd worden uit de onthaalcentrums. Gans de waarheid werd niet gemaakt over het parcours van deze kinderen en over de strategieën die ontworpen werden om te trachten zich in België te vestigen. Maar, in dit avontuur is de familie gebarsten en kapotgegaan. Thans leeft iedereen apart. De verantwoordelijkheid werd aan de vader toevertrouwd en mijn opdracht als voogdes is geëindigd. Ik heb een nieuw dossier gekregen. Ik houd mij nu bezig met een meisje van tien jaar dat beweert verbaasd te zijn geweest dat haar moeder niet met haar in het vliegtuig gestegen was... De meeste van deze jongeren hebben de ballingschap niet gekozen. Zij staan er hier nu nochtans alleen voor om hun verder bestaan te beheren en om hun aanwezigheid bij ons te rechtvaardigen. Zelfs als ze hier onthaald zullen worden in een observatieen oriëntatiecentrum, zelfs als maatschappelijke werksters, dokters, voogden, advocaten, ... hen zullen begeleiden, toch staan zij er alleen voor wat hun migratietraject, hun motivaties, hun vertegenwoordigingen betreft. Wanneer de opdracht van de voogden eindigt, blijft er een lange weg af te leggen. Het is noodzakelijk dat deze jongeren kunnen steunen op diensten in hun buurt om de verwarring te boven te komen waarin hun ervaringen hen gestort heeft en om zich in “ het echte leven ” te vestigen. Sandrine Ballaux

Stof tot nadenken… Een eerste warme reactie zou er kunnen toe aanzetten om te zeggen dat men te doen heeft weinig betrouwbare mensen, met de koningen van de leugens en de listen, die geen enkele schaamte hebben om van onze wetten en instellingen te profiteren, zelfs om van onze goedgelovigheid, van ons goed hart misbruik te maken. In tweede instantie is men geneigd te denken dat iedereen tracht zich uit de slag te trekken zoals hij kan. Indien de enige deur om in een land binnen te komen het asiel is, dan is het toch normaal dat zij beweren dat zij vluchtelingen zijn (en in het geval waarvan sprake zegt niets ons dat hetgeen deze familie meegemaakt heeft niet tot de Conventie van Genève behoort). Natuurlijk, hoe ingewikkelder het verzonnen verhaal is, hoe meer de tegenstrijdigheden opduiken. Om een vergissing recht te zetten moet men er een andere uitvinden en tenslotte stapelen de onwaarschijnlijkheden zich op en wordt het bedrog ontdekt. Als dat door een sociale werker gebeurt is het nog niet te erg(vooral omdat wij er niet zijn om “het koren van het kaf te scheiden”). Maar als het door een asielinstantie gebeurt, dan is het het einde van de partij. Maar is de voornaamste vraag die men zich moet stellen niet de volgende: aan welke druk moet men onderhevig zijn om zulk een scenario op te bouwen, vooral om er kinderen in te betrekken, die er misschien gedurende gans hun leven zullen onder lijden? Als men tot een punt komt dat men van niets schrik meer heeft om zijn thuis te verlaten, dan is het helaas, waarschijnlijk niet door teveel geluk. Patrick Verhoost

2


Om de andere te begrijpen moet men de goede sleutels hebben. Ik wens te reageren op het getuigenis van de voogdes Sandrine Ballaux, omdat het bevestigt hetgeen ik als journaliste heb kunnen vaststellen. Ik heb, in 2002, de gelegenheid gehad om gedurende verschillende weken met de straatkinderen in Kinshasa reportages te maken over de jongeren op de dool, of zij nu in de straat leefden of op de vlucht waren (eind 2009). Er zijn, ten eerste, culturele, emotionele, opvoedkundige en sociale realiteiten die eigen zijn aan talrijke Afrikaanse landen en waarmee men rekening moet houden om in contact te kunnen treden met deze kinderen en deze jongeren. Realiteiten die weinig of slecht gekend zijn door de maatschappelijke werkers en, in het algemeen, door de volwassenen aan wij zij toevertrouwd worden wanneer zij met hun pakje in België toekomen. Om maar een paar voorbeelden aan te halen : - Het bestaan van een “tweede wereld” waar de magie tot leven komt door de tovenaars en de heksen is iets dat werkelijk is voor veel personen in Afrika. Deze onzichtbare wereld bestaat samen met de zichtbare en hij heeft concrete gevolgen in het dagelijkse leven. Men moet, bij voorbeeld, weten dat de tovenarij, zich onder andere, door het voedsel voortplant... Er zijn dus verbindingskanalen aan het werk die wij niet merken. (“Ik lijd omdat ik door de tovenaars, door de djins gepakt ben”, “ Mijn moeder is gestorven omdat ik haar ziel opgegeten heb.”, enz.) Deze werkelijkheid uit het oog verliezen bemoeilijkt dus de dialoog. Op dit punt

lijkt mij de kennis van de etnopsychiatrie werkelijk noodzakelijk als men in gesprek wil komen met een kind waarvan de cultuur waarin het opgevoed werd zo verschillend van de onze is. - Het verbod van de kinderen om volwassenen in de ogen te kijken. Dit verbod trotseren wordt aanzien als een belediging. Het geeft de indruk, waarschijnlijk vals, dat het kind veinst of dat het de dialoog weigert. Bovendien laten de imperatieven van de aanvaarding van het voogdijschap – te weinig voogden, te weinig middelen, het is dringend, ... men kent het liedje - het niet toe goed rekening te houden met het trauma van deze kinderen. Vanwaar zij ook afkomstig zijn, de meesten hebben voor de verbanning niet gekozen. Hun vertrek is een beslissing van de familie of van de stam. De familie, de naasten hebben geld samen gelegd om een mensensmokkelaar te betalen om het kind over de grens te voeren. Dit kind is drager van de “redding” van de hele clan. Het mag niet mislukken. Desnoods zal men het een verhaaltje aanleren (de smokkelaars hebben pasklare scenario’s en er zijn verkopers van “verhalen om papieren te krijgen in België”) dat moet dienen als sesam voor een regularisatie als vluchteling. Men kan veronderstellen dat dergelijke reis niet zonder verdriet ondernomen wordt. Aan zijn geboorteland,

zijn familie, zijn gewoontes onttrekt worden doet pijn. Als een kind zelf beslist om te vertrekken , met al wat dat als opofferingen veronderstelt, dan is het dikwijls omdat het de enige mogelijkheid is om te overleven. Bij de meeste kinderen die ik ontmoet heb, is het leven een opeenvolging van gewelddaden geweest : slagen, verkrachtingen, honger en oorlog. De verbanning op zichzelf is soms ook een bron van gewelddaden. Is het dus te verwonderen dat men dan meestal met zwijgzame kinderen te doen heeft ? Met kinderen die de waarheid niet zeggen ? Met kinderen die niet meer het minste vertrouwen in volwassenen hebben ? Het leven dat ze tot nu toe geleid hebben heeft hen niet veel bewijzen gegeven dat de volwassenen “goed” kunnen zijn. En zij hebben het weinige verloren waarvan zij hielden : ouders, vrienden, vertrouwde plaatsen. Zij hebben niets of niemand meer waaraan zij zich kunnen vastklampen. Kan men zich iets inbeelden dat traumatiserender is ? Als men weet dat psychische trauma’s sommige zones van de hersenen kan aantasten (spraak en geheugen) waarom verwonderd men zich nog van het gebrek van samenhang, en zelfs van wat wij “leugens” noemen in de verhalen van deze kinderen. De leugen bij de NBMV (Niet Begeleide Minderjarige Vreemdeling) is dikwijls alleen maar het middel om zich te beschermen en/of om de zijnen te beschermen. Er schuilt veel vrees achter. Een klaar en duidelijk antwoord geven aan deze vrees, deze trauma’s trachten te boven te komen, lijken mij wat het meest dringend en geschikt is voor deze jongeren als men werkelijk wenst dat ze zich zouden ontplooien. Aurore d’Haeyer

Werk met de bevolking van buitenlandse afkomst : gekruiste blikken. Orélia Politano is maatschappelijke werkster. Zij werkt halftijds in de pediatrie van de “Clinique de l’Espérance” in Luik. Zij vervangt voor de tweede maal een maatschappelijke werkster met zwangerschapsverlof bij Hulpverlening aan Ontheemden. De mensen die zij bij ons ontvangt, ontmoet ze ook in het hospitaal. Wij hebben haar gevraagd welke verrijking deze dubbele activiteit meebrengt voor haar professionele praktijk. • Wat is het werk van een maatschappelijke werkster in een hospitaal ? • Wij steunen families die het hoofd moeten bieden aan de ziekte, soms aan een zware ziekte, van een kind, maar wij moeten ook een aantal stappen ondernemen in verband met de betaling van de kosten van de hospitalisatie, het lidmaatschap van een mutualiteit, de begeleiding bij het verlaten van de instelling, ... Dikwijls komt men ons een eerste keer opzoeken voor een gezondheidsprobleem, maar wij worden vlug overstelpt door een massa papieren betreffende allerhande zaken. • De hospitalisatie verplicht dikwijls om zich bezig te houden met papieren die blijven liggen… • Absoluut, en dat is de reden waarom wij zo dikwijls moeten trachten de administratieve situatie van de buitenlandse families te begrijpen. Men moet weten waarop de mensen recht hebben of recht zouden kunnen hebben om te beslissen welk soort hulp men zal verlenen,

3


hetzij op administratief of op psychosociaal gebied. En ik moet zeggen dat de ervaring die ik bij Hulpverlening aan Ontheemden opgedaan heb, mij een groot voordeel geeft ten opzichte van mijn collega’s ! Het vreemdelingenrecht is zo complex geworden dat het voor maatschappelijke werksters, waarvan het de specialiteit niet is, moeilijk is om op een efficiënte manier tussen te komen. Verenigingen zoals Hulpverlening aan Ontheemden helpen ons om de juiste informatie op het gepaste ogenblik te hebben. • U stuurt dikwijls patiënten naar diensten zoals de onze ? • De vraag stellen van de betaling van de medische kosten, is vragen stellen betreffende de verblijfstatus van de patiënt. Een patiënt naar een gespecialiseerde dienst kunnen sturen is hem de kans geven om zijn toestand correct te evalueren en om hem, in het beste geval, een kans te geven deze toestand te regulariseren. Voor de patiënten is het feit te mogen rekenen op een goede begeleiding, ook een voordeel om zich te concentreren op zijn gezondheidstoestand. • De samenwerking is gemakkelijker met de sociale diensten dan met de advocaten ? • De advocaten staan ten dienste van hun cliënten, niet van de instellingen waarmee deze omgaan. En het is aan u niet dat ik moet zeggen dat er advocaten zijn die eerlijk en bereikbaar zijn, maar dat er ook andere zijn die zonder gewetensbezwaar cliënten uitbuiten die volledig voorbijgestreefd zijn door de complexiteit van hun toestand. Het contact met Hulpverlening aan Ontheemden heeft mij ook toegelaten om een betere kennis te hebben van de specificiteit van de cursussen Frans die door u gegeven worden. • U wenst te spreken van de “sociale” dimensie die wij in onze cursussen trachten in te lassen ? • De associatieve sector stelt inderdaad cursussen voor die beter aangepast zijn aan de betrokken precaire bevolking. Wij worden geconfronteerd, of het nu hier is of in het hospitaal, met mensen die weinig of niet naar school geweest zijn. Dikwijls machteloos ten opzichte van de talrijke administratieve verplichtingen van het Westerse leven, cumuleren deze personen problemen van alle aard en hechten zij weinig belang aan de scholarisatie. Hun hoofd staat er niet naar, zeggen zij. Deze personen haken af van het onderwijs van de sociale promotie. Via het OISP financiert het Waals Gewest voornamelijk cursussen die een professionele integratie tot doel hebben. Veel personen kunnen er niet van genieten omdat hun profiel hen “onverkiesbaar” maakt in de ogen van de administratie. Ik ben gelukkig en blij dat ik deze kwetsbare mensen naar Hulpverlening aan Ontheemden kan sturen. Gij hebt duidelijke pedagogische objectieven, maar gij houdt rekening met de moeilijkheden van de leerlingen. Een vreemde taal aanleren is een zeer ondankbare taak. In het algemeen moet men veel en hard werken vooraleer men van zijn inspanningen kan genieten. Door cursussen voor te stellen die betrekking hebben op de dagelijkse realiteit van de leerlingen, geeft gij hen meer dan taalkundige bekwaamheden. Gij geeft informatie die zij vlug zullen kunnen gebruiken en gij geeft hen een kans om een sociaal netwerk op te bouwen. • U weet dat wij geen enkele zekerheid hebben da de Europese Unie cursussen zal blijven financieren na 2013... • Prioriteit aan de professionele insertie ! Zelfs als men de bedoeling van de politieke wereld kan begrijpen, denk ik toch dat men ten onrechte het belang onderschat van de taalcursussen die enkel een “gewoon” sociaal doel nastreven. De taal kennen van de omgeving waar men woont, is de beste verzekering tegen afzondering en onzekerheid... • De hospitalen hebben het geluk over de medewerking te kunne beschikken van interculturele bemiddelaars. • Ze zijn inderdaad zeer waardevol. Maar, ondanks alles blijft de bemiddelaar maar een tussenpersoon. De kwaliteit van de communicatie die zich ontwikkelt tussen de patiënt (of zijn moeder) en het medisch korps is doorslaggevend om het beste resultaat te bekomen van de behandeling. Het is belangrijk dat de patiënten de natuur van hun ziekte kennen om de symptomen te begrijpen, om de medische voorschriften te volgen, om de tekenen te herkennen die een gunstige evolutie van hun toestand aanduiden. De kinderen blijven soms lang gehospitaliseerd omdat men twijfelt of de ouders de evolutie van de behandeling begrijpen. Dit alles heeft een kostprijs voor de gemeenschap. Het drukt op het budget van de gezondheidskosten, op dat van het onderwijs en zonder twijfel ook op dat van talrijke andere budgetten. Als men wil vermijden dat het sociale werk alleen maar het simpele beheer van de armoede is, dan moet men zich de middelen geven om de mensen zelfstandig te maken... Gesprek afgenomen door Anne-Françoise Bastin

4

Sociale zetel : Rue du Marché, 33 4500 Huy Tèl : 085/21 34 81 Fax : 085/23 01 47 e-mail : aidepersdepl.huy@ skynet.be Site : http/www.aideauxpersonnesdeplacees.be

Onze rekeningen : In België : HULPVERLENING AAN ONTHEEMDEN C.C.P. 000-0075670-10 (IBAN : BE41 0000 0756 7010 BIC : BPOTBEB1) FORTIS 240-0297091-81 (IBAN : BE36 2400 2970 9181 BIC : GEBABEBB) In Frankrijk : AIDE AUX PERSONNES DÉPLACÉES Chemin Rouge de Fontaine 59650 Villeneuve d’Ascq C.C.P Paris17.563.64X (IBAN : FR25 3004 1000 0117 5636 4X02 050 BIC : PSSTFRPPPAR) Crédit du nord-Lille 2906-113342-2 (IBAN : FR76 3007 6029 0611 3342 0020 086 BIC : NORDFRPP) In het Groot-Hertogdom : AIDE AUX PERSONNES DÉPLACEES Compte C.C.E. Luxembourg : 1000/1457/2 (IBAN : LU58 0019 1000 1457 2000 BIC : BCEELULL) In Zwitserland : EUROPE DU COEUR-APD C.C.P Bulle 12-17332-1 (IBAN : CH61 0900 0000 1201 7322 1 BIC : POFICHBEXXX) In Groot-Brittanie : Father Pire Fund : Camberwell Branch (206651) P.O. Box 270 LONDON SE 154 RD – A/C 50361976 (IBAN : GB55 BARC 2066 5150 3619 76 SWIFT BIC : BARCGB22) De VZW Hulpverlening aan Ontheemden is bevoegt U een Kwijtschelding voor fiscale vrijstelling te bezorgen voor alle giften van ten minste 40 euros in één of meerdere keren gestort op één van haar rekeningen in België.

Ver. Uitgever : Patrick Verhoost


/AV129  

http://www.aideauxpersonnesdeplacees.be/AV129.pdf

Advertisement
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you