Issuu on Google+

ATELIER EETBARE STAD WERKATELIER

1


Het atelier Eetbare Stad werd begeleid door de ontwerpers Frank Stroeken en Robert Arends van Terra Incognita stedenbouw en landschapsarchitectuur in samenwerking met Casper Schuuring van Gent&Monk architecten. Op zaterdag 23 juni 2012 vond de Dag van de Architectuur plaats. Dit jaar stond de dag van de architectuur in het teken van voedsel. Op diverse locaties in de stad Utrecht werden er smakelijke expedities georganiseerd en vonden er lezingen en tentoonstellingen plaats rondom het thema ‘architectuur en voedsel’. Bij NUtrecht in het CAB-gebouw werd tussen 12.00 en 14.00 uur een ontwerp-atelier georganiseerd: Atelier Eetbare Stad.

Voor Terra Incognita is de organisatie van het atelier onderdeel van een onderzoeksprogramma over stad en voedsel. Naast onderzoek bestaat dit programma uit de organisatie van activiteiten en ontwerp. Onderzoek leidde tot het boek ‘Vlaaien op de Neude. 2000 jaar stadslandbouw en voedsellandschap in Utrecht.’ Dit boek bevat talrijke historische referenties voor onze huidige omgang met voedselteelt. Het boek werd op de Dag van de Architectuur gepresenteerd.

Concrete acties kwamen uit Utrecht Kiemt! dat binnen de kunstmanifestatie Utrecht Manifest werd uitgevoerd in de maand mei. Een maand lang werd stadslandbouw in Utrecht aangejaagd vanuit een tijdelijke kwekerij met een kaart van Utrecht (samenwerking met N. van Dooren en C. Schuuring. Zie ook facebook.com/utrechtkiemt). Tenslotte zijn wij gevraagd om tijdens de Dag van de Architectuur in Utrecht het ontwerpatelier Eetbare Stad te organiseren. In dit boekje zijn enkele resultaten van ons onderzoek gebundeld met de resultaten van het inspirerende werkatelier op de Dag van de Architectuur. Wij wensen u veel leesplezier! Terra Incognita, Utrecht

In het atelier Eetbare Stad bouwde een geanimeerd gezelschap onder leiding van Terra Incognita aan een eetbaar toekomstperspectief voor Utrecht. Naast tal van praktische, leuke en idealistische initiatieven is het nodig om naar de stad als geheel te kijken. Welk ruimtelijk perspectief kunnen we schetsen voor de stad Utrecht als het gaat om voedselteelt? Welke betekenis heeft voedsel(productie) voor de moderne stad en stedeling? Drie teams van ruimtelijk professionals, voedselidealisten en culinair ondernemers werkten toe naar voedselstrategieën voor Utrecht. Carolyn Steel, auteur van De Hongerige Stad, was tijdens de workshop als gastcriticus aanwezig. De resultaten zijn tijdens de slotmanifestatie gepresenteerd aan de Utrechtse wethouder Gilbert Isabella.

2


ATELIER EETBARE STAD INHOUDSOPGAVE 1. introductie stadslandbouw 2. voedsel en de stad Utrecht 3. ruimtebeslag en opbrengst 4. bouwstenen en inspiraties 5. toekomstperspectieven

Lage Weide, Hoograven, Utrecht-Oost

6. conclusies en vervolg * colofon 3


Stadslandbouw is van alle tijden. De stad en de omringende landbouw hebben al eeuwenlang een hechte relatie. De eerste keer dat het woord stadslandbouw gebruikt werd was in 1995. Toen werd dit door landschapsarchitecten geïntroduceerd in een rijksnota van het ministerie van LNV: de Visie Stadslandschappen. Tegenwoordig wordt het woord stadslandbouw vooral gebruikt door lokale groeperingen met kleinschalige initiatieven. Ook in Utrecht zijn er tientallen. Publicaties over stadslandbouw noemen diverse doelen en motieven. Het schema hiernaast toont een reeks van doelen gekoppeld aan een vrije interpretatie van de trits People-Planet-Profit. Het gaat om: • • • • • • • •

4

kostenbesparing: minder voedsel kopen; voedselzekerheid: bij calamiteiten nog eigen voedsel produceren; milieu en duurzaamheid: minder transport door regionale productie; gezondheid: mensen stimuleren om te bewegen en buiten te zijn; sociale activiteit: het stimuleert ontmoetingen en zelfwerkzaamheid; voedselherkomst: weten hoe voedsel geteeld is en wat de kwaliteit ervan is; omgevingskwaliteit: voedselteelt als deel van een levend en afwisselend landschap; beleving: aantrekkelijke teelt om te zien, vanwege natuur, cultuurhistorie of smaak.


1.

ATELIER EETBARE STAD INTRODUCTIE STADSLANDBOUW Wat is stadslandbouw? Stadslandbouw is een manier om voedsel lokaal te produceren en te consumeren binnen de stadsgrenzen en in stadsrandzones. Voedselproductie - zo is de gedachte - kan ook best in of rond de stad plaatsvinden. Voedselproductie vindt in dat geval niet plaats bij grootschalige landbouwbedrijven, ergens op het platteland, maar op kleine schaal in of nabij de stad. De voedselproducent maakt zo deel uit van het stedelijk systeem. Het stadslandbouwbedrijf verbouwt voedsel in en rond de stad en verkoopt haar (streek)producten rechtstreeks aan de inwoners uit de buurt. Zo wordt de voedselafstand gereduceerd. Ook kan er gebruik worden gemaakt van arbeidskrachten uit de stad en kunnen de afvalstoffen uit de stad worden verwerkt tot energie (biomassa). Soms worden er excursies, evenementen of open dagen georganiseerd voor en door de buurtbewoners. Door de kleinschaligheid en de verwevenheid met de stad vervult stadslandbouw zo naast haar primaire functie (voedselproductie) ook andere functies voor de stad: recreatie, zorg, gezondheid, groenbeleving, educatie, etc.

Met stadslandbouw kan het aanzien van de wijk verbeteren (meer groen) en kan een impuls worden gegeven aan het versterken van de sociale cohesie (meer betrokkenheid) in de buurt. Daarnaast wordt de lokale economie gestimuleerd (meer inkomsten en werkgelegenheid), bijvoorbeeld door de verkoop van lokaal geteelde groenten en fruit in de biologische buurtwinkel. Zo kan met stadslandbouw 3x meer opbrengst worden gegenereerd uit de oogst van lokaal geteelde producten. Stadslandbouw staat aldus bol van ambities. Tegelijk toont de praktijk een waaier van stadslandbouwinitiatieven die vaak heel kleinschalig zijn, met in zijn kleinste vorm een bak aardbeien op het balkon of een eigen zelfvoorzienende moestuin achter het huis. Stadslandbouw vindt dus plaats op allerlei schaalniveaus.

5


DE VOEDSELKAART VAN UTRECHT De ‘voedselkaart van Utrecht’ toont op welke plekken er op dit moment ruimte wordt geboden aan de productie, de handel en de consumptie van voedsel. Het kaartbeeld geeft voor het grondgebied van de gemeente Utrecht (de witte lijn) een indicatie van het ruimtebeslag en de spreiding van voedselfuncties.

0

6

1

2

4 km


2.

ATELIER EETBARE STAD VOEDSEL EN DE STAD UTRECHT ruimte voor voedsel in en rond de stad In de stad heeft alle (groene) ruimte een functie. Dit neemt niet weg dat voedselteelt hieraan waarde kan toevoegen. Een deel van het stedelijk groen kan bijvoorbeeld worden getransformeerd naar ‘eetbaar groen’ dat granen, groenten of fruit voortbrengt. De openbare ruimte van een stad bevat veel groen, zoals bomen op een stadsplein, een gazon in de buurt of een park in de wijk. Ook langs sloten, wegen en spoorlijnen liggen vaak bermen of groenstroken. Delen van deze stedelijke groenstructuur kunnen worden gebruikt voor de teelt van voedsel. Behalve in het openbaar groen zijn er ook op andere plekken in de stad mogelijkheden voor eetbaar groen. Zoals op braakliggende terreinen, een verouderd bedrijventerrein of in een verlaten fabriekshal. Zelfs op daken en langs gevels van gebouwen kan voedsel worden geteeld. En natuurlijk in volkstuinen, in achtertuinen of op het balkon, waar stadsbewoners hun eigen groenten en fruit verbouwen.

Onverkoopbare gronden of leegstaande kantoren kunnen ook tijdelijk in gebruik worden genomen door stadslandbouw. Deze onrendabele gronden en gebouwen zouden voor korte tijd gebruikt kunnen worden door collectieven van lokale ondernemers of bewoners met groene handen. Aan de randen van de stad Utrecht komt landbouw in een meer traditionele vorm voor. Hier vind je weilanden met af en toe een akker in het veenweidelandschap van het Groene Hart. Rond Utrecht staat vooral de productie van zuivel centraal. Op de rivieroeverwallen langs de Leidsche Rijn, de Kromme Rijn en de Hollandsche IJssel is naast veeteelt veel fruittteelt te vinden. Ook is hier een concentratie van glastuinbouw in steeds groter wordende kassen. Deze landbouw in de buurt van de stad produceert echter nauwelijks voor de stad Utrecht. Afzetkanalen zijn grootschalig en brengen de producten tot ver in het buitenland.

7


VOEDSELAFDRUK VAN UTRECHT De Voedselafdruk is een kwantitatieve indicator om de milieu-impact van het eten inzichtelijk te maken. Aan de hand van voedselpatronen en consumptiegedrag is de grootte van de voetafdruk (de benodigde grond- en wateroppervlakte) van de gemiddelde Nederlander berekend. Deze voedselafdruk bedraagt in Nederland gemiddeld 2,09 hectare per persoon (bron: Voedingscentrum). Als we de gemiddelde Nederlandse voedselafdruk vermenigvuldigen met het aantal inwoners van de gemeente Utrecht (ruim 300.000 inwoners) dan bedraagt de ‘voedselafdruk van Utrecht’ dus meer dan 6.000 vierkante kilometer. Een oppervlakte die reikt van Haarlem tot ‘s-Hertogenbosch! Op de kaart zien we de voedselafdruk van de gemeente Utrecht op schaal geprojecteerd. In het midden is de gemeente Utrecht te zien (99 km2) met daaromheen - in licht blauw - de contour van de provincie Utrecht (1.385 km2). De buitenste cirkel heeft een straal van 45 km en geeft een indicatie van het ruimtebeslag van 6.000 vierkante kilometer.

8


3.

ATELIER EETBARE STAD RUIMTEBESLAG EN OPBRENGST een zoektocht naar ruimte Er wordt wel gesteld dat stadslandbouw ongeveer 10% van de totale stadsbevolking kan voorzien van lokaal geproduceerd voedsel (bron: kennisplein Mooi Nederland). Voor een stad als Utrecht, met meer dan 300.000 inwoners, zou dat betekenen dat er elke dag voldoende voedsel geproduceerd moet worden om ongeveer 30.000 monden te voeden. Volgens de dagelijkse voedingsrichtlijn “2 ons groenten en 2 stuks fruit” zouden er dan dus elke dag alleen al 6.000 kilo groenten en 60.000 appels en peren uit de stad kunnen komen. Dat gebeurt echter nog niet. Het is natuurlijk ook hele opgave om hiervoor ruimte te vinden en te organiseren. Om het ruimtebeslag te bepalen dat nodig is om de stad Utrecht van voedsel te voorzien, hebben we verschillende onderzoeken geraadpleegd. Daaruit blijkt ondermeer dat er zeer uiteenlopende berekeningswijzen worden gehanteerd, waardoor de uitkomsten kunnen variëren van tientallen m2 tot enkele hectaren per persoon. De verschillen zitten voornamellijk in de gekozen methodiek.

Soms gaat het om de totale milieu-impact waarin dan o.a. ook energiegebruik en CO2-uitstoot zijn meegenomen bij de berekening van het ruimtebeslag. In andere gevallen gaat het om het directe ruimtebeslag dat nodig is voor het voortbrengen van groenten, fruit, aardappelen, zuivel, vlees en eieren. Uit onderzoek van het Innovatienetwerk blijkt verder dat (naast de zoektocht naar ruimte) ook de verkoop van het product een belangrijke voorwaarde is voor het succes van bedrijfsmatige stadslandbouw. In de verkoop zit de achilleshiel van stadslandbouw. Met verkoopwijzen waarin lokale producten hun onderscheidende waarde laten zien, kan er een hogere prijs worden gevraagd. Het vereist dat er een niche gevonden wordt in de afzetmarkt die door supermarkten wordt gedomineerd.

9


bestaande schaalniveaus voedselteelt 0,2m2 plantenbak 2 m2 balkon/border 20 m2 moestuintje 200 m2 volkstuin 2.000 m2 kleine tuinderij 20.000 m2 tuinbouwkas 200.000 m2 grote kas, klein landbouwbedrijf 2.000.000 m2 groot landbouwbedrijf 10


4.

ATELIER EETBARE STAD BOUWSTENEN EN INSPIRATIES bouwstenen en inspiraties

< Op de linker pagina (pag. 10) staan enkele inspiraties en bouwstenen voor stadslandbouw in de stad Utrecht. Linksboven een historisch kaartbeeld van de Utrechtse binnenstad omstreeks 1700 met voedselteelt buiten de singel. Daaronder een tabel met de verschillende schaalniveaus waarop stadslandbouw kan plaatsvinden. Rechtsboven een kaart met daarop 12 voedselbiotopen in de stad Utrecht, zoals dit voorjaar was te zien in een (tijdelijke) opstelling van het project Utrecht Kiemt! Rechtsonder enkele inspirererende beelden van reeds uitgevoerde initiatieven in Nederland of elders in de wereld. Deze initiatieven variëren van kleinschalige en soms ludieke acties (guerilla farming) tot grootschalige gebiedsontwikkelingen met een imposante architectonische vormgeving.

historie stad en regio Utrecht heeft een historische band met voedsel. Buiten de singel bepaalde de stad wat er geteeld werd. Utrechters waren afnemers maar ook de eigenaren van agrarische grond in de provincie. Ook dicht bij huis werd groente geteeld en vee gehouden als daar ruimte voor was. Pas rond 1600 was de binnenstad zo volgebouwd dat alle teelt buiten de singel zat. Veel intensieve teelten zaten toen binnen de ‘stadsvrijheid’. Tot eind 20e eeuw had Utrecht hoveniers aan de rond van de stad (bron: Vlaaien op de Neude. 2000 jaar stadslandbouw en voedsellandschap in Utrecht. ISBN 9789090268675). schaalniveaus Stadslandbouw kan op veel schaalniveaus plaatsvinden. Individueel of met groepen is teelt denkbaar op de schaal van een plantenbak, een stadstuin, een tuinderij of een grootschalig landbouwbedrijf. Het aantal mogelijkheden is groot. De schaal en ook de vorm van beheer bepaalt de mate van specialisatie of gewasdiversiteit.

voedselbiotopen in de stad Voedselbiotopen hebben niet alleen te maken met initiatiefnemers en hun motieven. Ook de fysieke ruimte schept mogelijkheden en beperkingen. In het project Utrecht Kiemt! (facebook.com/Utrecht Kiemt) zijn er 12 biotopen in Utrecht onderscheiden. Ze zijn afgeleid van verschillende dichtheden van wijken, voorkomen van zuidmuren, leegstaande gebouwen, bruikbare daken, voorkomen van braakliggende gronden en van de opbouw van de openbare ruimte. energie van mensen Stadslandbouw is een fenomeen dat wordt gedreven door activiteiten van groepen mensen en individuen. Hier zit een belangrijke kracht. Mensen kunnen morgen iets anders doen dan dat ze deden, zonder overlegstructuren of ingewikkelde vergunningen: plantjes kopen, een dak verstevigen of samen met de buren het plantsoen aanpakken. Sociale media helpen burgerinitiatieven bij hun organisatie.

11


DRIE STUDIEGEBIEDEN wonen | werken | recreĂŤren In het atelier Eetbare Stad zijn ruimtelijke verkenningen uitgevoerd naar de ontwikkelingsmogelijkheden voor stadslandbouw in drie studiegebieden in Utrecht: Lage Weide, Hoograven en Utrecht Oost.

Lage Weide

Utrecht Oost Hoograven

0

12

1

2

4 km

Deze drie studiegebieden zijn bewust uitgekozen omdat hiermee drie verschillende stedelijke milieus kunnen worden onderzocht: een werklocatie (Lage Weide), een woonwijk (Hoograven) en een groene stadsrand (Utrecht Oost). Ook liggen er verschillende inhoudelijke accenten: architectuur, stedenbouw en landschap. Tot slot zijn ook de gebruikers en initiatiefnemers telkens verschillend: grond- en vastgoedeigenaren, ondernemers, bewoners, agrariĂŤrs, werknemers en recreanten.


5.

ATELIER EETBARE STAD TOEKOMSTPERSPECTIEVEN de resultaten van het atelier Met de hiervoor genoemde doelen, opgaven, bouwstenen en inspriraties zijn we aan de slag gegaan. In het het atelier is verkend welke bijdrage de stad Utrecht kan leveren aan stadslandbouw. En omgekeerd is er verkend welke bijdrage stadslandbouw kan leveren aan de stad.

In een woonwijk (atelier Hoograven) zijn de bewoners zelf de bron van activiteit. Doordat hier de opbrengsten meervoudig zijn (sociaal, economisch, leefbaarheid) zijn er vrijwillige bijdragen te verwachten van mensen die de voordelen hiervan ervaren.

En wat was onze conclusie? Ja, er zijn kansen voor meer voedsel in de stad! Het atelier toont aan dat de kansen erg divers zijn. In de inleiding beschreven we al dat er veel motieven zijn om bezig te zijn met voedselteelt of om er sympathie voor te koesteren. Ook lieten we zien dat de stad vele ruimtes kent die op een of andere manier geschikt zijn voor voedsel. In de ateliers zijn hier beelden bij gemaakt. Ze tonen aan dat voedselteelt op vele manieren ruimtelijk en technisch mogelijk is. De ateliers maken ook duidelijk dat er verschillende belanghebbenden zijn.

Ten slotte zijn aan de stadsrand (atelier Utrecht Oost) agrariërs en grote instituten partijen die veranderingen in het landschap kunnen veroorzaken. Voor agrariërs is het interessant om een hogere prijs te krijgen voor producten die afgestemd worden op de stedelijke consument. Instituten kunnen service en comfort bieden met behulp van hun omgeving.

In een industriegebied (atelier Lage Weide) zijn dit eigenaren die zoeken naar opbrengsten voor braakliggende grond. Rekenmeesters, toon uw meesterschap. Planten groeien gratis, maar niet vanzelf. Dit vergt vervolgstudie.

Motieven, belangen en ruimtelijke kenmerken. Ze maken de thematiek van stadslandbouw welhaast duizelingwekkend. Maar ook razend interessant. In het atelier Eetbare Stad zijn zij verder verkend en vertaald naar toekomstperspectieven voor de drie studiegebieden. De resultaten hiervan ziet u op de volgende pagina’s.

13


HOOGRAVEN wonen | werken | recreëren In het atelier Eetbare Stad is voor de Utrechtse woonwijk Hoograven verkend in hoeverre stadslandbouw een bijdrage kan leveren aan de voedselvoorziening van een stadswijk. Op welke plekken in de wijk is er ruimte voor voedselteelt? Hoeveel m2 is daar dan voor nodig en welke producten kunnen er worden geoogst? De kleurrijke ‘Voedselkaart van Hoograven’ schetst volop mogelijkheden in de wijk met een uitgebreide voedsellegenda (van klein naar groot): 0,2 m2 (een potje voor het raam), 2 m2 (een plantenbak op het balkon, een fruitboom in de tuin of op straat), 20 m2 (een moestuin, daktuin of groene gevel), 200 m2 (een volkstuin, parkeerplaats, buurtmoestuin of binnentuin), 2.000 m2 (een parkstrook, groene berm of wateroever).

14


ATELIER EETBARE STAD HOOGRAVEN de Voedselkaart van Hoograven Hoograven is een gemêleerde stadswijk in Utrecht Zuid. In het atelier Eetbare Stad is voor het noordelijk deel van deze wijk geschetst op de mogelijkheden voor stadslandbouw in de bestaande stad. De wijk bestaat uit verschillende woonbuurten met elk een eigen karakter en stedenbouwkundige opzet. Rotsoord is een binnenstedelijk industriegebied. Tolsteeg is een woongebied uit de jaren ’50 met portiekflats, vooral in de koopsector. Nieuw Hoograven huisvest ook veel portiekflats uit de jaren ‘50-’60, maar met een fors aandeel (sociale) huurwoningen. In Oud Hoograven staan vrijwel uitsluitend gezinswoningen uit de jaren ‘30 voor het overgrote deel in de koopsector. De Bokkenbuurt kent een mix van gestapeld en grondgebonden wonen, voornamelijk in de huursector. In totaal staan er in het studiegebied 4.346 woningen, waarin bijna 9.000 mensen wonen. Waar kunnen deze mensen hun eigen voedsel verbouwen? Welke en hoeveel voedselproducten levert dat op? En aan welke doelen kan voedselteelt in deze wijk bijdragen? Op deze vragen is een antwoord gezocht.

Al schetsend ontstond een uitgebreide legenda met concrete mogelijkheden voor voedselteelt in de verschillende woonbuurten. De mogelijkheden variëren van een woud van permacultuur langs de Waterlinieweg tot composthopen op drijvende schuiten in de Vaartsche Rijn. Langs de spoorberm kan graan en gierst worden geteeld in een brede groenstrook. De vele platte daken in de wijk kunnen als rijstveld dienst gaan doen (met een klein laagje water op het dak). Het concept van de ‘buurtmoestuin’ kan verder in de wijk worden voortgezet in de verschillende plantsoenen tussen de portiekflats of in de binnentuinen tussen bouwblokken. Langs blinde gevels kunnen geveltuinen en groene gevels worden ingericht. Ook kunnen daar serre’s of kassen worden aangebouwd die op het zuiden zijn georiënteerd. Alle ideeën zijn ingetekend op een kaart van de wijk. Dit leverde de eerste aanzet voor de Voedselkaart van Hoograven. Een kaart die er om vraagt om verder te worden uitgewerkt...

15


LAGE WEIDE wonen | werken | recreĂŤren In Lage Weide is gezocht naar het benutten van de grootschalige gebouwen voor robuuste voedselteelt midden in de stad. Kan dergelijke grootschalige teelt, met moderne technieken, betekenis krijgen voor de stad? Het kaartbeeld hiernaast geeft een impressie van het antwoord, met een nieuwe programmatische indeling van het gebied.

16


ATELIER EETBARE STAD LAGE WEIDE experimenteerruimte in Lage Weide Het bedrijventerrein Lage Weide is door de stedelijke ontwikkelingen aan de westzijde van Utrecht, midden in de stad komen te liggen. Dit levert nieuwe kansen op. Het bedrijventerrein oogt gedateerd en bevat een bonte mengeling van bedrijfsfuncties. Grootschalige bedrijfshallen domineren het straatbeeld. Er is veel leegstand. Zoâ&#x20AC;&#x2122;n 40% van de hallen staat op dit moment leeg. Langs de wegen en aan het water ligt wel buitenruimte, maar die wordt nauwelijks gebruikt. Wat kan hiermee? Er is experimenteerruimte. De centrale ligging in de stedelijke structuur ĂŠn de multi-modale ontsluiting van het industriegebied (weg, spoor en water) bieden kansen voor stedelijke transformatie. Voedsel kan daarbij een aanjager zijn.

Verder is er ruimte voor duurzame energieopwekking (biomassa en windenergie), onder meer in de randzones van het terrein. Door teelten te concentreren in verschillende deelgebieden die van elkaar worden gescheiden door wegen en water, ontstaat er vanuit stadslandbouw afwisseling in het gebied. Naast voedselproductie kan voedselteelt op Lage Weide ook aanleiding geven voor andere functies zoals recreatie, educatie en de rechtstreekse verkoop aan consumenten. Hiermee wordt de centrale ligging in de stad ook maatschappelijk benut. Verkoop van de voedselproducten uit Lage Weide zou bijvoorbeeld op een centrale marktplaats in het gebied kunnen worden gebundeld.

In Lage Weide kan de hele voedselketen tot ontwikkeling worden gebracht. De teelt, handel en consumptie van groenten en fruit vindt in dit gebied plaats in leegstaande kantoorgebouwen en bedrijfsruimten. Dit kan worden gecombineerd met de productie van vlees en vis in fabriekshallen, op braakliggende terreinen en in ongebruikte havens.

17


UTRECHT OOST wonen | werken | recreëren Welke investering is mogelijk om met voedselteelt het landschap te verfraaien en de band met de stad te verstevigen? Hoe? Waarin energie te steken? Deze vragen kwamen aan bod in het atelier Utrecht Oost. Eerst zijn de kwaliteiten en zwaktes van de stadsrand aan de oostzijde van Utrecht benoemd. Vervolgens zijn er talrijke ideeën geschetst voor de ontwikkeling van stadslandbouw aan de oostrand van Utrecht. Deze ideeën zijn gebundeld in drie pakketten.

18


ATELIER EETBARE STAD UTRECHT OOST ideeën voor een nieuw gebruikslandschap Atelier Utrecht Oost leidde tot de volgende ideeën:

• Laat het landschap een rol spelen in de ziekenhuizen. Voor voedsel en ontspanning aan cliënten en personeel. Leg de verbinding met het buitengebied. • Leg recreatieve verbindingen in agrarische gebieden die zich afwenden van de stad. • Breng het voedsel naar de stad. Toon het. Maak een voedselstoet de stad in. • Een boomgaard is een attractie. Maak mooie plekken en mooie teelten. • Laat de oogst zien, ruiken en proeven. Belevenissen. • Leasetuinderij, deze biedt burgers grond om te tuinieren. Bijvoorbeeld in de kas. • Spinfarming. Een tuinder levert arbeid voor een stadstuin. Opbrengst wordt gedeeld. • Adopteer een appel: adoptie van agrarische teelt. • Maak kleinschalige duurzame woonvormen waarin ook voedselteelt plaatsvindt. • Laat opbrengsten van het bos en van het land laten zien. Stimuleer bezoek. • Verwerk oogst tot hoogwaardige producten. Zoals ‘tafelbomen’. • Bewustwording/kwaliteit laten ervaren. • Laat de historie van eten en cultuurhistorie rond voedselteelt zien.

In het atelier Utrecht Oost zijn ideeën geschetst voor stadslandbouw aan de rand van de stad. De rode draad door deze ideeën: koppel consumenten en producenten bewust, in een landschap dat gebruikt wordt. Een gebruikslandschap. De ideeën zijn in de groep vertaald in drie concepten.

Bij boerderijen ontstaan moestuinen in een agrarisch landschap. Kleine burgerdomeintjes bij het erf of in het groot, met voor burgers verkavelde agrarische velden. Dit kan werkelijk interactief zijn wanneer de boer een toeziend oog houdt en kennis levert of arbeid. Ook in een tuinbouwkas is dit mogelijk.

Uithofreuzen en kleine producenten Op De Uithof zitten grote afnemers van voedsel. Ze kunnen het omringende landschap ondersteunen door lokale producten af te nemen. Contacten tussen instituten en telers in het buitengebied kunnen ook verder gaan: educatie, recreatie, attractie. Het herkomstgebied van streekvoedsel kan de hele omgeving van de stad Utrecht zijn. Maar het kan ook direct bij de buren worden gehaald, zoals Amelisweerd of Oostbroek. Het liefst uit een gebied met een duidelijke identiteit zoals een landgoed.

Voedselgeschiedenis In het gebied is de cultuurhistorie van voedsel aanwezig. De historische zone rond de rivier had en heeft aanleidingen voor voedselteelt: boomgaarden, landgoedtuinen, veeteelt van boerderijen aan de rivier, akkerbouw. Ook zijn er plekken waar voedsel werd en wordt genuttigd. Restaurants, herbergen, landgoedkeukens. Tegenwoordig kan voedselteelt weer een bouwsteen worden van het museumlandschap rond de Kromme Rijn. Historie kan je ook nieuw maken met voedselteelt binnen een fort. Voedselteelt wordt de aanleiding tot belevenissen: educatief, recreatief en toeristisch. Referenties: Rosendal Garden in Stockholm en Villa Augustus in Dordrecht.

Samen tuinieren Boer en burger gaan samen tuinieren aan de rand van de stad. Er wordt betrokkenheid tussen boer en burgers gecreëerd. Interactieve landbouw. Dit kan bijvoorbeeld door te tuinieren op een boerderij.

19


20


6.

ATELIER EETBARE STAD CONCLUSIES EN VERVOLG visiting critic aan het woord

In het atelier Eetbare Stad komen verschillende vragen aan de orde, die een nadere uitwerking behoeven of een vervolgonderzoek vergen. Het gaat daarbij om de volgende vraagstukken: • Kwantitatieve onderbouwing van de ruimte in de stad: hoeveel ruimte is er echt? Hoeveel ruimte is kansrijk/beschikbaar?

Wat zei onze visiting critic Carolyn Steel na de presentaties van de resultaten uit de werksessies? “Vandaag heb ik geen volledig nieuwe dingen gehoord. Deze dingen worden ook elders bedacht en zijn misschien al uitgevoerd. Maar het is goed dat jullie ze noemen, want nabijheid van voedselteelt organiseren, vergt een brede blik. Het gaat om het zoeken naar kansen en het kiezen voor kansrijke mogelijkheden.” Ze hield ons aldus een spiegel voor en moedigde ons aan. Carolyn Steel, architect (UK) en auteur van het boek Hungry City, was als speciale gast en ‘visiting critic’ aanwezig bij de ateliers. Ze doceert aan de London School of Economics, London Metropolitan University en aan de Cambridge University. Tijdens de slotmanifestatie gaf zij een lezing over de relatie tussen voedsel en de stad.

• Wat zijn hoogwaardige streefbeelden? Welke toekomstbeelden zijn reëel? • Onderbouwing van de bereidheid tot actie: zijn er boeren, ontwikkelaars bereid tot investering? Waar zitten ze? Wat willen ze? • Het doordenken van interactieve landbouw: welke vormen van gecombineerde burger-boer initiatieven zijn er denkbaar in de stad en langs de rand ervan. Wat kan de ruimtelijke impact ervan zijn? • Welke regels belemmeren of stimuleren de ontwikkeling van stadslandbouw in het buitengebied. Wat kan beter? • Welke verbanden kunnen er worden gelegd met andere netwerken en initiatieven omtrent stadslandbouw in Utrecht?

tot slot Wij kijken al met al terug op een zeer geslaagde en inspirerende middag. Duidelijk is geworden dat er volop kansen zijn om stadslandbouw in Utrecht in praktijk te brengen. De gemaakte schetsen illustreren uiteenlopende mogelijkheden en geven een eerste aanzet voor een mogelijk toekomstperspectief in drie studiegebieden. Maar ook op andere plekken in de stad zien wij mogelijkheden. Uiteraard vraagt dat om een nadere onderbouwing en een gedegen ruimtelijke analyse van kansrijke en realistische plekken voor stadslandbouw in Utrecht.

21


22


*

ATELIER EETBARE STAD COLOFON deelnemers ateliers

Organisatie van het atelier

atelier Hoograven

De Dag van de Architectuur 2012 is in Utrecht georganiseerd door het architectuurcentrum Aorta. De organisatie van het atelier Eetbare Stad was in handen van Rianne Pruis (Aorta) en Frank Stroeken (Terra Incognita). Zij werden daarbij ondersteund door Bart Witte (Expodium) en Friso Wiersum (Vrede van Utrecht).

Angelique Jacobs Anne Marie Gout Anneke van Mispelaar Egon Hanfstingl Hans Bilsen Jeroen Schenkels Roland Pereboom

De werkateliers werden begeleid door de ontwerpers van Terra Incognita stedenbouw en landschap en Gent&Monk architecten. Robert Arends (stedenbouwkundige, Terra Incognita) begeleidde het atelier Hoograven en Frank Stroeken (landschapsarchitect, Terra Incognita) Utrecht Oost. Casper Schuuring (architect, Gent&Monk) begeleidde het atelier Lage Weide.

atelier Utrecht Oost

Dit beeldverslag is opgesteld door Robert Arends en Frank Stroeken. Terra Incognita stedenbouw en landschapsarchitectuur Utrecht, 31 augustus 2012

Akke Bink Anneke Moors Eveline Paalvast Jan Coolen Joris Hoogenboom Robert Jongerius Ronald van der Heide

beheerder, kinderboerderij Nieuw Rotsoord procesmanager gezondheidsbevordering, GG&GD Utrecht partner en senior consultant, Bureau BUITEN kok / kunstenaar architect, Bilsen Architectuur programmanager Groen, gemeente Utrecht directeur, Milieucentrum Utrecht

freelance landschapsontwerper Stichting Stadslandbouw Utrecht / Slow Food Utrecht directeur, Architectuurcentrum Aorta beeldend kunstenaar directeur, Natuur en Milieufederatie Utrecht landschapsarchitect, Happyland Collective landschapsarchitect, studio Ronald van der Heide

atelier Lage Weide Arda Van Helsdingen Bart Witte Friso Wiersum KT Andresky NoĂŤl van Dooren Petra van de Laar Zanne Schors

landschapsarchitect, Copijn en NVTL Expodium Vrede van Utrecht The Yes Farm Detroit (USA) landschapsarchitect interieur- en productontwerp, PL3 ontwerpen landschapsarchitect, gemeente Utrecht

23


Terra Incognita stedenbouw en landschapsarchitectuur Rotsoord 13b 3523 CL Utrecht T 030- 251.30.23 www.terra-i.nl info@terra-i.nl

24


Atelier Eetbare Stad Utrecht