Page 1

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN Het dierenleed weegt niet op tegen het belang van de proeven

Rapport van de Anti Dierproeven Coalitie


PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN Het dierenleed weegt niet op tegen het belang van de proeven

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 2

Rapport van de Anti Dierproeven Coalitie


INHOUDSOPGAVE • Inhoudsopgave

2

• Inleiding

3

Dierproeven Defensie vaak gepaard met ernstig ongerief

3

• Voorbeelden van dierproeven door Defensie in Nederland Proeven met chemische en biologische wapens

4 4

Overige proeven

6

• Dierproeven door Defensie in het buitenland

7

• Standpunten ADC

9

Standpunt ten aanzien van proeven met chemische en biologische wapens

9

Standpunt ten aanzien van slaap- / alertheidproeven

9

Standpunt ten aanzien van duikproeven

10

Pleidooi voor een discussie over het functioneren en het besloten karakter van de Dieren Experimenten Commissies (DEC’s)

11

Pleidooi voor een verbod op dierproeven voor defensiedoeleinden

12

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 3


PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 4


Inleiding In de periode 2005 – 2009 werden in totaal 1256 dieren slachtoffer van proeven in opdracht van het Ministerie van Defensie. Daarbij ging het om muizen, ratten, cavia’s, apen en varkens. Veel van de defensieproeven worden uitgevoerd door TNO, en dan met name binnen het Prins Maurits laboratorium in Rijswijk. Soms ook worden proeven uitgevoerd in laboratoria van universiteiten. Aantal gebruikte proefdieren door Defensie 2005

2006

2007

2008

2009

Muizen

4

6

90

123

126

Ratten

67

125

205

-

56

Cavia’s

30

32

64

180

70

Apen

8

10

-

-

15

Varkens

-

-

5

8

32

Totaal

109

173

364

311

299

Dierproeven Defensie vaak gepaard met ernstig ongerief Wat ADC zorgen baart is het hoge percentage dieren dat meer dan matig ongerief ondervindt van de proeven van Defensie, en de sterke toename van het aantal dieren dat ernstig ongerief ondervindt van de proeven. In het boek ‘De weging gewogen: Beschouwingen over ethiek en dierproeven’1 stelt Jac. Swart, lid van de Dier Experimenten Commissie van de Rijksuniversiteit Groningen, dat ‘ongerief’ een versluierende term is voor pijn, lijden, ongemak en blijvend letsel. Men gebruikt een schaal van 1 tot 6 om aan te duiden hoeveel ongerief het dier ondervindt van de dierproef. Code 1 staat voor gering ongerief en code 6 voor zéér ernstig ongerief. In 2009 werd meer dan 50% van de dierproeven voor Defensie geschaald op code 4 of 5, wat betekent dat de dieren meer dan matig ongerief ondervonden van de proeven. 88 van de 299 gebruikte dieren ondervond zelfs ernstig ongerief van de proeven. Dat is bijna een derde van de gebruikte dieren! Aantal en percentage dieren dat meer dan matig ongerief ondervonden van de proeven in opdracht van Defensie Ongerief

2005

2006

2007

2008

2009

Matig tot ernstig

60

102

120

127

101

Ernstig

-

14

25

61

88

%

55%

67%

40%

60%

63%

Voorbeelden van dierproeven door defensie in Nederland Proeven met chemische en biologische wapens Voor zowel onderzoek naar de effecten van chemische en biologische wapens, als onderzoek naar geschikte meetapparatuur en middelen om de effecten van vergiftiging te behandelen zet Defensie proefdieren in. Als je bekijkt hoe weinig subtiel men bij dit onderzoek te werk gaat, zal het je niet verbazen dat het percentage dieren dat er ernstig ongerief van ondervindt zo hoog ligt.

1

Swart, J. et al. (2009): De weging gewogen: Beschouwingen over ethiek en dierproeven, Budel: Damen

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 5


Neem bijvoorbeeld het onderzoek dat in 2011 werd gepubliceerd in het tijdschrift Arch Toxity en waar een onderzoekster van TNO Rijswijk, afdeling ‘Defence, Security and Safety’, aan deelnam2. In dit onderzoek werd gekeken of bepaalde stoffen invloed hadden op de overlevingskans en de ernst van de verschijnselen na vergiftiging met het zenuwgas Soman:

Met behulp van schroeven en cement werden elektroden aangebracht in de hersenen van cavia’s. Bovenop de schedels van de dieren werd een transmitter bevestigd die werd gekoppeld aan een computer. Vervolgens kregen de dieren per injectie verschillende doseringen van het zenuwgas Soman toegediend (in vloeibare vorm). Bij alle dieren deden zich binnen 5 – 30 minuten attaques voor. Van de dieren die de hoogste dosering ontvingen stierf een aantal dieren spoedig omdat de attaques aanhielden en zeer hevig waren. In totaal stierven 20 dieren binnen 90 minuten als gevolg van de vergiftiging.

In een ander onderzoek waaraan een onderzoeker van TNO Rijswijk deelnam, afdeling ’Chemical and Biological Protection’, werden cavia’s en Marmosetapen langdurig blootgesteld aan verschillende doseringen van het zenuwgas Sarin3. Doel van het onderzoek was om vast te stellen tot welke laagste waarde men met de bestaande meetapparatuur de aanwezigheid van het gas in het bloed kon vaststellen:

Voor dit onderzoek werden cavia’s opgesloten en gefixeerd in een ‘exposure chamber’ (zie afbeelding 1). Ook de apen werden geplaatst in een ‘exposure chamber’ waar zij werden gefixeerd in een metalen stoel. Bij de apen hield dit fixeren in dat hun hoofd, armen en benen werden vastgezet zodat zij deze niet konden bewegen. Om de apen wakker te houden, werden zij geplaatst voor een televisiescherm waarop filmpjes werden afgespeeld met beelden van soortgenoten. Zowel bij de cavia’s als bij de Marmosetapen werden er gedurende vijf uur verschillende doseringen van het zenuwgas Sarin in de ‘exposure chamber’ gebracht. Ondertussen werd bij de dieren bloed afgenomen om vast te stellen in hoeverre daarin de aanwezigheid van Sarin kon worden gemeten.

Cavia’s en apen werden ook ingezet voor een onderzoek naar de mate waarin ‘VX’ - een middel dat door de verenigde Naties is geclassificeerd als ‘massadestructiewapen’4 - tot het lichaam doordringt via de huid. Aan dit onderzoek nam wederom een onderzoeker deel van TNO Rijswijk, afdeling ’Chemical and Biological Protection’5. In het eerste experiment werden cavia’s op hun rug liggend vastgebonden op een ‘fixatiebord’. Om te bepalen bij welke dosering 50% van de dieren overlijdt (de ‘LD50 dosis’), werden de dieren verdeeld in groepen en werden bij verschillende groepen, verschillende doseringen vloeibare VX aangebracht op de huid van de buik. Na 24 uur werd per groep gekeken hoeveel dieren er nog leefden en hoeveel er waren gestorven. De dieren die het experiment hadden overleefd, werden alsnog gedood.

2

Joosen, M.J.A., Smit, A.B, & Helden, H.P.M. van (2011). Treatment efficacy in a soman-poisoned guinea pig model: added value of

physostigmine? Arch Toxial, 85, 227 - 237 - tot het lichaam doordringt 3

Helden, H.P.M. van, Trap, H.C., Oostdijk, J.P., Kuijpers, W.C., Langenberg, J.P. & Benschop, H.P. (2003). Long-term, low-level exposure of guinea pigs

and marmosets to sarin vapor in air: lowest observable effect level. Toxicology and Applied Pharmacology, 189, 170–179 4

http://en.wikipedia.org/wiki/VX_(nerve_agent)

5

Schans, M.J. van der, Lander, B.J., Wiel, H. van der, Langenberg, J.P., Benschop, H.P. (2003). Toxicokinetics of the nerve agent (_)-VX in anes-

thetized and atropinized hairless guinea pigs and marmosets after intravenous and percutaneous administration. Toxicology and Applied Pharmacology, 191, 48–62

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 6


Nadat de LD50 dosis was vastgesteld, werden nieuwe proefdieren onderworpen aan twee vervolgexperimenten. In het eerste experiment werden de cavia’s opnieuw op hun rug gefixeerd en kregen de LD50 dosering van het middel VX op hun buik aangebracht. Door bloed af te nemen werd gemeten in welke mate VX tot het lichaam doordringt via de huid. In het tweede experiment kregen de cavia’s de LD50 dosering geïnjecteerd. Opnieuw werd door bloedafname bepaald in welke mate de VX was doorgedrongen in het lichaam. Alle cavia’s werden na afloop van de experimenten gedood. Tot slot volgde een experiment met Marmosetapen. Zij kregen de LD50 dosering VX geïnjecteerd zoals die bij de cavia’s was vastgesteld. Via bloedafname werd vastgesteld in welke mate de VX was opgenomen door het lichaam. Gekeken werd of de waardes die werden gemeten bij de cavia’s verschilden van de waardes die werden gemeten bij de apen.

Afbeelding 1: Cavia in ‘exposure chamber’

Ook ratten worden ingezet voor proeven met chemische wapens. Zo moesten zij het ontgelden in een onderzoek naar de hardnekkigheid waarmee Mosterdgas in het lichaam achterblijft nadat men eraan is blootgesteld. Het onderzoek werd uitgevoerd door onderzoekers van‘TNO Defence, Security and Safety’6.

Vierentwintig mannelijke ratten kregen via de ader van de penis een Mostergasoplossing geïnjecteerd. Vervolgens werden er op verschillende momenten na toediening van de Mostergasoplossing steeds drie ratten gedood door onthoofding. De eerste drie ratten werden al gedood na 10 minuten, de anderen na respectievelijk 1 uur, 6 uur en 1, 2, 3, 7 of 28 dagen. Direct nadat de ratten waren gedood werd bloed van hen afgenomen. Dit bloed werd geanalyseerd om te kijken in hoeverre het Mosterdgas 10 minuten tot 28 dagen na injectie nog aantoonbaar aanwezig was in het bloed, en in welke vorm.

6

Noort, D., Fidder, A., Degenhardt-Langelaan, C.E.A.M.,& Hulst, A.G. (2008). Retrospective Detection of Sulfur Mustard Exposure by Mass

Spectrometric Analysis of Adducts to Albumin and Hemoglobin: An In Vivo Study. Journal of Analytical Toxicology, 32, 25 - 30

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 7


Overige proeven Slaap- en alertheidmanagement Andere proeven waarvoor Defensie dieren inzet zijn onder andere proeven in het kader van ‘slaap- / alertheidmanagement’. Verschillende onderzoekers van TNO Rijswijk, afdeling ‘ Defence, Safety and Security’ namen deel aan een onderzoek waarbij middelen werden getest op apen om te zien of deze konden voorkomen dat hun prestaties verslechterden na een lange periode zonder slaap7. Zeven volwassen Marmosetapen werden 24 uur lang wakker gehouden door menselijk ingrijpen. Dit deed men door de hokjes waarin de dieren zich normaliter konden terugtrekken om te slapen weg te halen, en voortdurend lawaai te maken en oogcontact te zoeken met de dieren. Op twee manieren werd getest hoe het slaapgebrek de prestaties van de dieren beïnvloedde. Enerzijds werd de reactiesnelheid van de apen getest door te meten hoe snel het de dieren lukte een snoepje te pakken die hen werd aangeboden via een robotarm. Anderzijds werd gekeken naar de spontane activiteit van de apen als hen de mogelijkheid werd geboden op eigen initiatief via buizen van de ene box naar de andere box te gaan. Vervolgens kregen de dieren een bepaalde dosering Modafinil en Cafeïne toegediend via het voer en werden de tests opnieuw uitgevoerd. Hun prestaties na toediening van Modafinil en Cafeïne werden vergeleken met hun prestaties zonder toediening van deze middelen. In een derde experiment werd gekeken in hoeverre een structurele inname van deze middelen gedurende 2 weken voorafgaande aan de tests de prestaties van de dieren na 24 uur slaaponthouding positief beïnvloedden.

Duikproeven Over de periode 2007 t/m 2009 werden in Nederland in totaal 45 varkens ingezet voor duikmedisch onderzoek. Een voorbeeld van dergelijk onderzoek is een onderzoek waarover in 2004 werd gepubliceerd en dat was uitgevoerd door de Erasmus Universiteit in opdracht van de Koninklijke Marine, onderdeel van het Ministerie van Defensie8. Het onderzoek diende om vast te stellen of het opwekken van hyperventilatie kan gelden als remedie bij de vorming van stikstofbellen in het bloed als gevolg van het snel opstijgen uit diep water. Door de vorming van stikstofbellen in het bloed kan de bloedbaan verstopt raken en kan er bijvoorbeeld hersenletsel ontstaan. Het gevaar van de vorming van stikstofbellen in het bloed, ook wel ‘embolie’ genoemd, bestaat onder andere bij ontsnapping uit een duikboot.

15 varkens werden onder narcose gebracht en gekoppeld aan beademingsapparatuur. Vervolgens werden de schedels van de dieren blootgelegd en werden er hierin vier gaten geboord. Via deze gaten werden sondes en sensoren aangebracht in de hersenen om de temperatuur en de samenstelling van het bloed in de hersenen te kunnen meten. Via twee catheters die waren aangebracht in de grote aderen van de dijbenen werd embolie opgewekt. Deze situatie werd gedurende twee uur in stand gehouden, terwijl ondertussen de invloed van hyperventilatie werd gemeten op de bloeddruk, hartslag, temperatuur en de samenstelling van het bloed in de hersenen.

7

Vliet, S.A.M. van, Jongsma, M.J., Vanwersch, R.A.P., Olivier, B., Philippens, I.H.C.H.M. (2008). Efficacy of caffeine and modafinil in counteracting

sleep deprivation in the marmoset monkey. Psychopharmacology, 197, 59–66 8

Hulst, R.A. van, Haitsma, J.J., Lameris, T.W., Klein, J., Lachmann, B. (2004). Hyperventilation impairs brain function in acute cerebral air

embolism in pigs. Intensive Care Med, 30, 944 - 950

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 8


Alle dieren overleefden het experiment maar verkeerden na afloop in een toestand vergelijkbaar met die van een persoon met zwaar hersenletsel. De dieren werden uiteindelijk allemaal gedood.

Uit een onderzoek waarover werd gepubliceerd in 2011 en dat wederom werd gefinancierd door de Koninklijke Marine, maar dit keer werd uitgevoerd aan de Universiteit van Amsterdam9, blijkt dat men het varken vaker wil inzetten voor dit soort proeven. Het onderzoek was gericht op het verbeteren van het ‘varkensmodel’10 voor het uitvoeren van duikproeven. Onderzocht werd in welke ader men bij dit soort proeven het beste de zuurstof kan toedienen. Voor dit onderzoek waren 16 varkens de klos. Zij werden alle na afloop van het experiment gedood. Dierproeven door Defensie in het buitenland Het Nederlandse Ministerie van Defensie voert relatief weinig testen uit op dieren (jaarlijks rond de 300) vergeleken met de Britse en Amerikaanse strijdmachten. In Engeland werden in 2009 8.168 dieren ingezet, waaronder maar liefst 7,698 muizen, 190 cavia’s, 96 varkens, 30 konijnen, 5 ratten en 149 apen. De Amerikanen doen helemaal veel proeven met dieren voor defensiedoeleinden. Volgens de Amerikaanse dierenrechten organisatie Peta gaat het jaarlijks om zo’n 342.000 dieren, waaronder muizen, ratten, varkens, honden, katten, apen en andere dieren. De totale kosten van deze proeven bedragen jaarlijks zo’n 225 miljoen dollar. Naast proeven vergelijkbaar met de proeven die Defensie Nederland uitvoert, doet men in Amerika ook proeven waarbij de effectiviteit van wapens en munitie wordt uitgetest op dieren11. Zowel in Groot-Brittanië als in Amerika worden veel dierproeven gedaan met zenuwgassen12. Recent nog verscheen er een publicatie van een Amerikaans onderzoek waarbij getest werd in hoeverre bepaalde stoffen de acute giftigheid van biologische zenuwgassen afremmen13.

Cavia’s van 33 tot 35 dagen oud, afkomstig uit de proefdierfokkerij van Charles River, kregen via de ene poot een van de stoffen galantamine, donepezil, rivastigmine of Huperzine A geïnjecteerd, en via de andere poot de stof atropine sulfaat, een stof die gebruikt wordt bij behandeling van hartritmestoornissen en bij reanimaties. Vervolgens werden bij verschillende testgroepen, ieder bestaande uit 8 tot 12 cavia’s, per injectie verschillende doseringen Soman toegediend. Gedurende het eerste uur na injectie werden de cavia’s elke 15 minuten geobserveerd, en de 7 uur daarna om het half uur om te zien hoe de verschillende vooraf toegediende stoffen van invloed waren op de schadelijke effecten van het zenuwgas Soman. De gemeten effecten werden afgezet tegen de effecten van verschillende doseringen Soman zónder toediening van een van de genoemde stoffen vooraf. Van de cavia’s die alleen Soman kregen toegediend, en dat in de hoogste dosering, stierf 100% binnen 24 uur. Tot het moment van overlijden vertoonden zij steeds ernstiger symptomen van vergiftiging, zoals spiersamentrekkingen, spierverlammingen en ademhalingsproblemen.

9

Weenink, R.P., Hollman, M.W., Stevens, M.F., Lienden, K.P. van, Ghazi-Hosseini, E., Gulik, T.M. van & Hulst, R.A. van. (2011). Cerebral arterial gas

embolism in swine. Comparison of two sites for air injection. Journal of Neuroscience Methods, 194 , 336 - 341 10

Met ‘varkensmodel’ wordt bedoeld een onderzoeksopzet waarbij het varken gebruikt wordt als model voor de mens.

11

http://www.peta.org/issues/animals-used-for-experimentation/US-military-animal-testing.aspx

12

Zie de volgende publicaties: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/20020896 | http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/18059069 |

http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21410818 13

Aracava, Y., Pereira, E.F.R., Akkerman, M., Adler, M. & Albuquerque, E.X. (2010). Effectiveness of Donepezil, Rivastigmine, and (±) Huperzine

A in Counteracting the Acute Toxicity of Organophosphorus Nerve Agents: Comparison with Galantamine. The Journal of Pharmacology and Experimental Therapeutics, (331) 3, 1014 - 1024

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 9


Het is de vraag in hoeverre de Ministeries van Defensie in de verschillende landen ‘dubbel werk’ doen en waarom Nederland zo nodig zelf proeven moet doen als soortgelijke proeven al veelvuldig worden uitgevoerd door bondgenoten als Groot-Brittannië en de Verenigde staten. Het lijkt erop dat de drang van Nederland om ‘mee te doen’ al decennialang onnodig dierenleed veroorzaakt. België, een andere bondgenoot, voert bijvoorbeeld geen dierproeven uit voor defensiedoeleinden. Standpunten ADC Standpunt ten aanzien van proeven met chemische en biologische wapens Dieren vormen geen betrouwbaar model voor het meten van de effecten van giftige stoffen op mensen. Dit blijkt onder andere uit wetenschappelijk onderzoek van Niall Shanks, Ray Greek en Jean Greek14. Net zo min vormen dieren een betrouwbaar model voor het testen van meetapparatuur en behandelmethodes bedoeld voor toepassing op mensen. ADC roept Defensie dan ook op niet langer te investeren in onderzoek waarbij dieren als uitgangspunt worden genomen, maar alleen nog in onderzoek waarbij de mens als uitgangspunt wordt genomen. Defensie kan daarbij voortbouwen op technieken die reeds zijn ontwikkeld ten behoeve van giftigheidsonderzoek, zoals In Vitro onderzoek met gebruik van menselijke cellen (onderzoek op basis van celkweken buiten het levende organisme), In Silicio onderzoek (simulatietechnieken en calculaties met behulp van computertechnologie), en onderzoek met gebruik van ‘Microfluidic biochips’ (directe simulatie van het menselijke model als een geïntegreerd en werkend geheel)15. Binnenkort verschijnt er een publicatie van onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen naar het gebruik van menselijke levercellen voor in vitro giftigheidsonderzoek16. In de samenvatting van dit onderzoek, die reeds op internet te vinden is, noemen deze onderzoekers als aanleiding voor dit onderzoek dat resultaten van giftigheidsonderzoek gebaseerd op dierlijke levercellen niet direct te vertalen zijn naar de mens. Standpunt ten aanzien van slaap- / alertheidproeven Het is absurd dat dieren worden ingezet voor proeven zoals die in het kader van slaap- / alertheidmanagement. De omstandigheden waaronder de proeven worden uitgevoerd zijn niet te vergelijken met de omstandigheden waarin soldaten moeten verkeren. Cafeïne en Modafinil zijn voor de mens ongevaarlijke middelen en kunnen dus, mits zorgvuldig gebruikt, zonder risico’s worden getest op menselijke vrijwilligers. De apenproeven leveren geen natuurgetrouw beeld op en kunnen als tussenstap naar experimenten met mensen prima worden overgeslagen. Het ongerief dat de apen ondervinden van slaap- / alertheidsproeven wordt ingeschaald als ‘gering / matig’, maar het ongerief voor deze apen blijft niet beperkt tot de proeven: de apen verblijven hun hele leven in een laboratorium, in hokken, onder omstandigheden die het onmogelijk maken voor de dieren om uiting te geven aan hun natuurlijke behoeften.

14

Shanks, N., Greek, R. & Greek, J. (2009). Are animal models predictive for humans? Philosophy, Ethics, and Humanities in Medicine, (4)2

(http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC2642860/?tool=pubmed) 15

Menache, A. (2010). Toxic waste: Ending the use of non-human primates in toxicity testing. Perpignan: Antidote Europe

16

Elferink, M.G., Olinga, P., Leeuwen, E.M. van, Bauerschmidt, S., Polman, J., Schoonen, W.G., Heisterkamp, S.H., Groothuis, G.M. (2011).

Gene expression analysis of precision-cut human liver slices indicate stable expression of ADME-Tox related genes. Toxicology and applied pharmacology. [E-publication ahead of print] (http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21420995)

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 10


Primatoloog Marc van Roosmalen over het gebruik van apen voor dierproeven: “Als men bedenkt dat wij, mensen, voor meer dan 98 procent hetzelfde DNA hebben als onze medeprimaten – de apen en mensapen – en apen in gezichtsuitdrukkingen net zo’n uitgebreid scala van innerlijke emoties vertonen, zoals angst, pijn, zorgelijkheid, vreugde, uitgelatenheid, speelsheid, verliefdheid, passie, woede en haat, en wij allemaal het vermogen bezitten te associëren, vooruit te denken, en op de ontwikkeling vooruit te blikken (zij in beelden en wij daarnaast in abstracte taal/woorden), is het onderwerpen van apen aan experimenten net zo afkeurenswaardig als wanneer het mensen zou betreffen.” Op de vraag hoe een aap zich zou voelen, geïsoleerd in een laboratoriumkooi, antwoordde Van Roosmalen: “Hij wordt gek, krankzinnig, omdat hij gedepriveerd is van al zijn door de miljoenen jaren van evolutie in het regenwoud ontwikkelde natuurlijke behoeften. Net als een mens opgesloten in een isolatiecel, van tijd tot tijd ontworpen aan fysieke en psychische testen, zal hij zich constant afvragen wat hij in hemelsnaam gedaan heeft om zo’n wrede en onmenselijke behandeling over zich af te roepen of gerechtvaardigd te zien.”

ADC vindt het onbegrijpelijk dat de Dier Experimenten Commissie het gebruik van apen voor de slaap- / alertheidproeven heeft goedgekeurd en vraagt zich sterk af of de DEC voldoende serieus heeft gekeken naar de mogelijkheid van alternatieven, zoals het werken met menselijke vrijwilligers. ADC roept Defensie op om het gebruik van apen voor slaap- / alertheidproeven te stoppen en de gebruikte apen die nog in leven zijn uit te plaatsen bij een gespecialiseerd dierenopvangcentrum. Standpunt ten aanzien van duikproeven ADC roept Defensie op om een voorbeeld te nemen aan Frankrijk en Groot Brittanië en per direct te stoppen met het gebruiken van dieren in duikproeven. De Franse marine besloot al eerder om geen duikproeven meer uit te voeren met dieren. Tegenwoordig gaat zij uit van computermodellen en veilige en pijnloze experimenten met menselijke vrijwilligers. Het Britse Ministerie van Defensie stopte in 2008 met het gebruik van geiten in duikproeven nadat een interne evaluatie had plaatsgevonden onder druk van een langdurige campagne tegen deze dierproeven. Er is al zoveel informatie beschikbaar over menselijke ongelukken onder water, dat het niet nodig is dierproeven te doen om nog meer informatie te verzamelen. Bovendien kan men op basis van dierproeven nog altijd niet voorspellen wat het effect van een ingreep of middel bij de mens zal zijn. Pleidooi voor een discussie over het functioneren en het besloten karakter van de Dieren Experimenten Commissies (DEC’s) De dierproeven voor defensiedoeleinden zijn dermate gruwelijk van aard dat onmogelijk kan worden gesteld dat het dierenleed opweegt tegen het doel van het onderzoek. Deze proeven hadden dan ook nooit mogen worden goedgekeurd door de Dier Experimenten Commissie die zich erover heeft gebogen. Extra verontwaardigd is ADC over het feit dat de Dier Experimenten Commissie toestemming heeft gegeven voor het op pagina 5 beschreven experiment waarbij het massadestructiewapen VX in vloeibare vorm werd getest op cavia’s en apen en waarbij de LD50 methode werd toegepast. De LD50 methode is een methode waarbij wordt onderzocht bij welke dosering van een middel 50% van de dieren in overlijdt (Lethal Dose for 50% of subjects). Voor deze methode geldt al sinds 1997 een wettelijk verbod (zie artikel 10, lid 2 van de Wet op de Dierproeven17) omdat ze gepaard gaat met ernstig dierenleed. Helaas biedt de wet ook een uitvlucht op dit verbod. Artikel 10, lid 3 stelt namelijk dat voor deze testmethoden vrijstelling kan worden verleend indien wordt aangetoond dat voor de in dat lid genoemde methoden geen alternatief aanwezig is. Dat deze uitvlucht bestaat, neemt niet weg dat men zeer terughoudend moet zijn er gebruik van te maken. 17

Wet op de Dierproeven: http://wetten.overheid.nl/BWBR0003081

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 11


PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 12


Dat de wet de LD50 methode in beginsel verbiedt, geeft immers aan dat de methode zeer omstreden is. Had de DEC het dierenwelzijn serieus meegewogen bij toetsing van het onderzoek, dan had zij het op ethische gronden afgewezen. Dat zij dit niet heeft gedaan, verbaast ADC niet. Uit de Zo doende18 over het jaar 2009 blijkt dat de Nederlandse DEC’s van de circa 4.700 onderzoeksvoorstellen die dat jaar aan haar zijn voorgelegd, slechts 5 voorstellen afkeurde. Oftewel: de DEC’s keuren bijna alle onderzoeken die voor een ethische toetsing aan haar worden voorgelegd goed. De Zo doende rapportages over eerdere jaren laten eenzelfde beeld zien. Deze cijfers zijn zeer opmerkelijk en vragen erom nader onderzocht te worden. Dit wordt echter onmogelijk gemaakt doordat de besluitvorming van de DEC’s besloten blijft. De DEC’s hoeven geen verantwoording af te leggen aan de maatschappij over een onderwerp waarover binnen die maatschappij nu juist zulke grote zorgen bestaan. ADC pleit ervoor dat de besluitvorming van de Dier Experimenten Commissies openbaar wordt gemaakt, zodat er vanuit de maatschappij controle op uitgeoefend kan worden. Die controle is nodig omdat uit de cijfers blijkt dat de DEC’s 99% van de onderzoeksvoorstellen goedkeuren. Dit doet vermoeden dat de ethische toetsing door de DEC’s onvoldoende serieus wordt uitgevoerd. Pleidooi voor een verbod op dierproeven voor defensiedoeleinden ADC roept op tot een verbod op dierproeven voor defensiedoeleinden op ethische gronden. De proeven gaan vaak gepaard met ernstig ongerief en de noodzaak van het gebruik van dieren voor deze proeven is onduidelijk. Tevens is onvoldoende duidelijk of de onderzoeksresultaten werkelijk kunnen worden vertaald naar de mens. Bovendien heeft het in Nederland uitvoeren van onderzoek voor defensiedoeleinden geen wetenschappelijke meerwaarde, omdat vergelijkbaar onderzoek reeds op grote schaal wordt uitgevoerd door bondgenoten als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Defensie zou de afgekondigde bezuinigingen die ook haar afdeling Research and Development (R&D) treffen, kunnen aangrijpen om het dierproefonderzoek te beëindigen en zich nog slechts te richten op onderzoek volgens innovatieve, ethische, op de mens gebaseerde methoden. ADC is niet tegen het doen van onderzoek voor defensiedoeleinden an sich, maar is tegen het gebruik van dieren voor onderzoek voor defensiedoeleinden.

ADC pleit voor een toevoeging aan artikel 10 van de Wet op de Dierproeven, het artikel waarin staat in welke gevallen een dierproef verboden is, namelijk: Artikel 10 f Het is verboden een dierproef te verrichten voor defensiedoeleinden. Daarnaast pleit ADC ervoor dat de dieren die momenteel ten behoeve van defensieproeven verblijven in één van de laboratoria van TNO worden uitgeplaatst bij gespecialiseerde opvangcentra.

18

‘Zo doende’ is een jaarlijks rapport opgesteld door van de Voedsel en Warenautoriteit over dierproeven uitgevoerd in Nederland

PLEIDOOI VOOR EEN VERBOD OP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN pagina 13


Anti Dierproeven Coalitie Omdat dieren geen gebruiksvoorwerpen zijn!

Anti Dierproeven Coalitie Postbus 10005, 1001 EA Amsterdam, Nederland www.stopdierproeven.org info@stopdierproeven.org www.facebook.com/antidierproeven

PLEIDOOI VOOR EEN VERBODOP DIERPROEVEN VOOR DEFENSIEDOELEINDEN  

Het dierenleed weegt niet op tegen hetbelang van de proeven