Ansisbang

Page 1

STUDENTEN VERWAARLOZEN HUN ONLINE PRIVACY

WETENSCHAPPER MARC LEWIS OVER ANGST EN DRUGS

OP SPOKEN JAGEN MET EEN GROEP GHOSTHUNTERS

DE VERHALEN VAN OORLOGSFOTOGRAAF EDDY VAN WESSEL

ANS IS BANG Algemeen Nijmeegs Studentenblad / jaargang 30, nummer 7

R ME

M NU ST A EM ANG H T

:


Vooraf Tekst: Redactie P. 2

commentaar Hoi. Ik ben Ans. Ik ben dertig jaar oud. Dertig jaar geleden werd ik hier geboren, op de campus van de Radboud Universiteit. In de jaren daarna werd ik steeds geliefder. Niemand heeft echter ooit alleen van mij gehouden en met volle overgave voor mij gekozen. Iedereen zette me weg als oud vuil, zodra ze klaar met me waren. Altijd heeft de waardering voor mij tekortgeschoten. Nu neem ik wraak. Luister goed: Je hebt deze editie uit de akelig geelgekleurde bakken durven pakken en het lef gehad de eerste bladzijde om te slaan. Er is geen weg meer terug. Als je deze editie niet aan minstens tien personen laat lezen, zullen er verschrikkelijke dingen met je gebeuren: - 0 personen: ik zal zorgen dat er hordes zombies naar je huis komen zodra je slaapt, die je zullen opvreten. Vluchten is zinloos. - 1-2 personen: ik zal zorgen dat je in een oorlog belandt, waar je gedoemd bent al het leed te zien en je niet in kunt grijpen. Je kunt alleen maar foto’s maken. - 3-4 personen: ik zal spoken in je huis loslaten die je wakker maken, teisteren en doodsangst aanjagen midden in de nacht. Voor de rest van je leven. - 5-6 personen: ik zorg ervoor dat je in een helse trip terechtkomt. Je verliest alle grip op de werkelijkheid en belandt voor altijd in pure wanhoop. - 7-8 personen: ik zal je voor altijd in de gaten houden: op de camera van je mobiel, de webcam van je laptop en op iedere bewakingscamera die je passeert. Aan mij ontkom je nooit. Ik weet alles van je. - 9 personen: ik zal ervoor zorgen dat je vrienden je haten. Je zult bij alles worden buitengesloten en nooit meer nieuwe vrienden maken. - 10 of meer personen: je bent veilig, zult geluk hebben in de liefde en heel rijk worden.

ans

Online Ondanks de vele vrije dagen in de maanden april en mei stond de nieuwsmachine niet stil. Begin april kwam Jos Geelen, de nieuwe studentenpastor van de Studentenkerk, in opspraak. In een te vroeg gepubliceerd interview met universiteitsblad Vox vertelde Geelen dat hij zijn zegen niet wil geven aan homostellen. Deze uitspraak werd hem niet in dank afgenomen door veel studenten. Een oud-student van de RU pleitte zelfs voor een bezetting van de Studentenkerk. Zelf gaf de pastor in een interview met ANS-Online aan dat hij de commotie niet had verwacht en benadrukte hij dat ook homo’s welkom blijven in de Studentenkerk. In april vond woningcorporatie SSHN het nodig om haar naam te veranderen in SSH&. Naast de nieuwe naam en huisstijl besloot de corporatie ook maar eventjes de tarieven voor televisie en internet te verhogen. Boze SSH&-bewoners waren het niet eens met de nieuwe kosten en kwamen met de Facebookpagina SSHNee. Zij vonden het onterecht dat ze moeten gaan betalen voor een service, de televisie, die ze toch niet gebruiken. ‘Bijna iedereen kijkt op zijn laptop naar series’, was de reden. Helaas ving SSHNee bot, ze moeten de extra servicekosten toch moeten neertellen. Van hero naar zero? In juni zal een interview met militair Marco Kroon verschijnen op ANS-Online. De majoor werd in 2009 geridderd in de Militaire Willemsorde, de hoogste militaire onderscheiding in Nederland. Twee jaar later raakte hij in opspraak. Hij werd beschuldigd van drugsgebruik en verboden wapenbezit. ANS interviewde hem over zijn ervaringen in het leger en de moeilijke tijd tijdens de beschuldigingen. ANS-Offline Net zoals elke student heeft ANS-Online recht op een paar weken vakantie. Vanaf 1 juli zullen er daarom geen nieuwsberichten verschijnen. Tijdens de introductie van de RU ontwaakt ANS uit haar zomerslaap. ANS-Online zal tijdens de feestweek voor de nieuwe studenten rondlopen door de Molenstraat en bij verschillende verenigingen een maaltijd mee-eten.

Je bent gewaarschuwd. Met bloederige groet, De ont-hoofdredactie

Op de hoogte blijven van al het studentennieuws? Check dan www.ans-online.nl, volg ons op Twitter (twitter.com/ANS_Online) of like de ANS-pagina op Facebook (facebook.com/ANSnijmegen).


deze ANS

Tekst: Redactie Deze ANS P. 3

04 Surfen zonder Stasi Studenten geven aan dat ze online prviacy belangrijk vinden. Dat is echter niet terug te zien in de lakse manier waarop ze met hun gegevens omgaan. Ze moeten wakker worden en zich verweren tegen al de gevaren die het internet met zich meebrengt.

13 Van junkie naar drugsexpert 04

Marc Lewis was jarenlang ernstig verslaafd aan harddrugs. Nu is hij afgekickt, werkt hij als neurowetenschapper en onderzoekt hij verslaving en angststoornissen. ‘Ik denk dat psychedelische drugs binnen tien jaar een belangrijke rol gaan spelen bij de behandeling van veel psychologische problemen.’

18 Dode zielen op de hielen Het desolate Doel in België is een spookdorp. Hier zouden in een verlaten gesticht en nabijgelegen kerkhof entiteiten van overleden personen ronddwalen. Acht Nederlandse ‘ghosthunters’ openden hier de jacht. ANS zette haar zesde zintuig open en liep met de spookjagers mee. .

13

18

22

22 Schieten en beschoten worden Oorlogsfotograaf Eddy van Wessel waagt zichzelf aan gevaarlijke situaties om de verhalen te vertellen van mensen waarvoor het leven onzeker is. ‘Je moet kunnen blijven fotograferen als er op je wordt geschoten. Als je dat niet kunt, ben je niet geschikt voor dit werk.’ 05

Kroegtheoloog

07

Het Laatste Oordeel

09

De Graadmeter

10

Je weet niet wat je mist

16

Middenpagina

25

De Marsman

26

ANS geeft raad

28

Stamgasten

30

Dit jaar niet / Colofon / Kutkunst

31

Crypto

32 Gevonden Voorwerp


Surfen zonder Stasi Tekst: Auke van der Veen/ Illustratie: Jeroen Wintraecken P. 4

SURFEN ZONDER STASI Studenten verwaarlozen hun online privacy, zo blijkt uit recent onderzoek. Dit is dom, want het web zit vol gevaren. Ze moeten wakker worden en zichzelf beter beschermen tegen onheil op het internet. Studenten vinden het wel belangrijk, maar doen er nauwelijks moeite voor: online privacy. Voor het recht op bescherming van je persoonlijke levenssfeer op het internet, zodat je zelf kunt bepalen wat anderen over je weten, nemen ze nauwelijks maatregelen. Dit blijkt uit een recent onderzoek van jongerenonderzoeksbureau Qrius, dat werd gehouden onder 1032 WO-, HBO- en MBO-studenten. 94 procent van de ondervraagden gaf aan online privacy heel belangrijk te vinden. 42 procent is daar echter ‘niet zo actief’ of zelfs ‘helemaal niet actief’ mee bezig: ze beschermen hun online privacy niet goed. De ondervraagden noemen wel risico’s waar sommigen van hen mee te maken hebben gehad, zoals gestolen bankgegevens, persoonlijke foto’s die openbaar worden gemaakt, gehackte sociale mediaaccounts, identiteitsfraude en het ongewenst benaderd worden door bedrijven. De lakse houding van studenten is onverstandig, want de risico’s van slecht letten op online privacy zijn te groot om te verwaarlozen. Online ellende Als je weinig aandacht besteed aan online privacy liggen er volgens Bart Jacobs, hoogleraar Software Security and Correctness aan de Radboud Universiteit (RU) drie grote gevaren op de loer. Het eerste gevaar is identiteitsfraude: wanneer iemand de kans krijgt zich op het web als jou voor te doen en bijvoorbeeld een telefoonabonnement afsluit, draai jij op voor de kosten en de gevolgen. Het tweede gevaar is profilering met prijsdiscriminatie. Hierbij krijgen commerciële partijen jouw gegevens en met deze informatie kunnen ze prijzen van online advertenties specifiek op jou afstemmen, waardoor je vaak meer betaalt dan een ander. Tenslotte bestaat er volgens Jacobs het risico van reputatieschade. ‘Het helpt niet als een potentiële werkgever foto’s ziet waarop je dronken op de biljarttafel staat te dansen.’ Deze drie risico’s zijn het grootst op sociale media. Paul Sikkema, directeur van Qrius, benadrukt het gevaar van het delen van foto’s van jezelf en het posten van persoonlijke informatie. ‘Criminelen kunnen die gegevens tegenwoordig steeds makkelijker verkrijgen en gebruiken om je identiteit over te

nemen.’ Volgens Jaap-Henk Hoepman, wetenschappelijk directeur van het Privacy en Identity Lab aan de RU, is het gevaar van prijsdiscriminatie groter als je veel persoonlijke informatie op sociale media zet. ‘Met meer gegevens kunnen bedrijven je eenvoudiger traceren, oftewel weten wat je persoonlijke voorkeuren zijn.’ Vooral de smartphone heeft het risico op privacyproblemen de afgelopen jaren ernstig vergroot. Dit komt volgens Hoepman doordat we aan de lopende band apps installeren, die veel persoonlijke informatie opvragen. ‘Ik noem de smartphone een Stasi-agent in je broekzak, want hij weet meer van je dan de


Column Joanne Vrijhof P. 5

gemiddelde Oost-Duitse geheim agent van dertig jaar geleden.’ Hij noemt technologiereus Google als voorbeeld van een bedrijf dat veel van je weet en dat gemakkelijk prijsdiscriminatie kan toepassen door die persoonlijke informatie. ‘Op een Androidtelefoon is standaard ingesteld dat je locatie wordt gedeeld met Google. Dit bedrijf kan op die manier heel goed voorspellen waar jij volgende week misschien iets wilt kopen.’ De luie student Waarom doen studenten niet hun best hun online privacy te verbeteren? Sikkema vindt het niet per se vreemd dat mensen zeggen dat ze privacy belangrijk vinden, maar er simpelweg niet naar handelen als puntje bij paaltje komt. ‘Dit doen de meeste mensen van nature. Bij studenten is dit ook precies wat uit ons onderzoek naar voren komt’, aldus de directeur van Qrius. De huidige generatie studenten is daarnaast ondergedompeld in het technologische leven en daardoor volgens Sikkema minder oplettend. ‘De student is eraan gewend allerlei persoonlijke informatie te delen via apparaten als smartphones. Tegenwoordig is het risico dat er iets misgaat wel aanwezig, maar nog niet enorm, dus een voorzichtige houding lijkt hen onnodig.’ Bewuste bescherming Studenten weten dat online privacy belangrijk is, zo blijkt uit het Qrius-onderzoek. ‘De risico’s waarover ik sprak zijn echter nog niet bekend onder veel studenten’, zegt Hoepman. Sikkema is het hiermee eens. ‘De ondervraagden in ons onderzoek geven niet voor niets expliciet aan betere voorlichting over online privacy te willen krijgen.’ Als studenten zich bewuster zijn van de gevaren, kunnen ze zich weren tegen apps die enorm veel persoonlijke informatie opvragen. Hoepman noemt WhatsApp als voorbeeld. ‘Als je je bewust bent van de gevaren van online privacy, kun je het bedrijfsleven dwingen om privacygevoelige maatregelen te treffen. Vóór begin april was WhatsApp totaal niet privacyvriendelijk, omdat de app alle contacten uit je adresboek nam en je berichten opsloeg op een centrale server. Dankzij maatschappelijke druk is dit laatste niet meer het geval met zogenaamde end-to-end-encryptie, waardoor de inhoud van je berichten nu privé blijft. Je adresboek wordt wel nog steeds gedeeld met WhatsApp.’ De situatie is nu veiliger, maar alleen doordat deze maatregel bij WhatsApp is afgedwongen. Online privacy verwaarlozen is een grote misstap. Het is als student tegenwoordig misschien makkelijk om tijdens college je smartphone te pakken en van alles het web op te slingeren, maar het is ook gevaarlijk: identiteitsfraude, profilering met prijsdiscriminatie en reputatieschade liggen op de loer. Huidige studenten groeien op in een tijd waarin op steeds grotere schaal persoonsgegevens worden verzameld. Ze zouden daarom met het oog op de toekomst beter moeten nadenken over hoe ze zich tot online privacy willen verhouden. Ze zullen uit hun slaap moeten ontwaken en bewuster moeten worden van de bedreigingen zodat deze effectief in toom kunnen worden gehouden. In de toekomst zal de nieuwsgierige Stasi-agent in je broekzak dan misschien wat minder ballen hebben. ANS

KroegTHEOLOOG ‘Als je alleen maar de regels volgt en niet geniet, doe je het geschenk van het leven geen eer aan.’ Theologiestudente Joanne denkt na over de balans tussen geloven en plezier maken en beschrijft het studentenleven met een zakbijbel in haar hand. Als ik alleen thuis ben, ben ik bang dat ik door de treden van de ladder van mijn hoogslaper val, mijn been breek en na dagenlang pijn lijden gevonden word. Wanneer ik omhoog mijn bed in klauter, bekruipt me de angst dat er een ‘The Ring’-achtig meisje op mijn bed zit te wachten. De eerste nacht die ik bij mijn vriend doorbracht, was ik bang dat hij heimelijk een seriemoordenaar was. Bij het voorbijrazen van een ambulance met sirene, vrees ik dat een vriend van mij het slachtoffer is. Vlak voor een toetsing ben ik bang door de mand te vallen omdat ik eigenlijk veel te dom ben. Soms denk ik dat ik alleen bij mijn vriendengroep hoor, omdat mijn vrienden me zielig vinden. Bang voor de dood ben ik niet, hoewel ik niet geloof in een leven na de dood. Veel mensen vinden dit vreemd: het wordt als één van de grootste dogma’s uit het christendom gezien dat er leven na de dood is en dat we uit de dood zullen opstaan. Zo staat dat immers ook over Jezus beschreven in de Bijbel. Mij lukt het simpelweg niet om dat te geloven. Als ik denk aan hemel en hel, dan hoop ik wel dat er gerechtigheid zal zijn na dit leven, omdat er op de wereld te veel onrecht is: moord, racisme, genocide, etc. Ik zal niet stellig beweren dat er geen hiernamaals is, maar ik kan me er geen voorstelling van maken. ’s Nachts niet kunnen slapen, omdat ik iemand slecht heb behandeld: dat is mijn hel. Het idee hebben dat alles op zijn plaats valt, barsten van geluk: dat is mijn hemel. De momenten dat ik in vrede stante pede zou kunnen sterven, omdat ik een goed leven heb geleid, maar het liefst nog honderd jaar doorga. Elke dag probeer ik de hel te vermijden en de hemel te bereiken, maar op een heel praktische manier. Ik probeer ieder mens goed te behandelen, ik tel mijn zegeningen en sta stil bij de mooie momenten zonder de moeilijke momenten te ontkennen. En mijn vriend heeft me na al die jaren nog steeds niet in de kelder opgesloten.


Adverteren? Kijk op ANS-Online.nl P. 6

ansjes Een Ansje mag maximaal 35 woorden bevatten en kost 5 euro voor studenten en 10 euro voor externen. De waarde van de aangeboden goederen mag de 900 euro niet te boven gaan. Mail naar: stichtingmultimedia@gmail.com De meiden van The Young Voices zoeken versterking voor hun koor! Ben jij tussen de 12 en de 25 en hou je van zingen en gezelligheid? Kom gewoon eens langs! Voor meer info: www.jeugdkoorsmile.nl De Stichting Ontspanning en Recreatie Nijmegen zoekt vrijwilligers voor het begeleiden van kinderkampen voor kinderen die een extra week vakantie goed kunnen gebruiken. Interesse? Mail (martijn. goudbeek@gmail.com) of bel (06-43873745) met Martijn. Het restaurant onder de eetcafes Klinkklaar zoekt leuke spontane bedieningsmedewerkers met ervaring voor 2 à 3 avonden per week. Tevens gezocht: keukenmedewerkers. Voor info en sollicitaties: info@klinkklaar.nl of kom even langs, doen hoor! Maak kennis met Agreen! Agreen is een organisatie voor studenten met interesse in duurzaamheid en innovatie. Hapjes, drankjes, muziek en meer op dinsdag 7 juni, 19.00, de Houtwerf, Hatertseweg 23. www.agreen.nl


Tekst: Annemarie Segeren/ Foto: Luuk Slooter Het Laatste Oordeel Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 7 P. 7

het laatste oordeel Duffe opsommingen of ultiem entertainment? ANS verschanst zich in de collegebanken om een genadeloos oordeel te vellen over het onderwijs aan de RU. Studie: Conflictstudies (CICAM)

Eindcijfer:

College Terrorisme: beeld en werkelijkheid, 22 april, 10.45-13.30, SP2 Docent: drs. L. Slooter Uitstraling: Charmante filmvertoner Publiek: Fanatieke CICAM-strijders Inhoud: Terreur in geur en kleur

Bewapend met een PowerPoint en massa’s filmpjes staat Luuk Slooter opgewekt voor de collegebanken, klaar om te beginnen. Sommige studenten zitten op het puntje van hun stoel te wachten. Anderen kijken nog slaperig voor zich uit. ‘We starten met Nieuw Links Terrorisme en sluiten af met de oorzaken van terrorisme in het algemeen’, kondigt de jonge docent zelfverzekerd aan. ‘De radicale organisaties van het Nieuw Links Terrorisme die actief waren tussen 1960 en 1990 wilden aanzetten tot een revolutie en zelfbeschikking’, beschrijft Slooter. Met grote armbewegingen geeft hij twee voorbeelden van zulke organisaties: de Revolutionaire Anti-Racistische Actie uit Nederland en de Rote Armee Fraktion (RAF) uit Duitsland. Wanneer Slooter een beeldfragment wil laten zien over de RAF, springt het beeld na enkele seconden op zwart. ‘Terroristische aanslag!’, roept een student. Een nerveus lachje ontsnapt de docent. ‘Zullen we even koffiedrinken terwijl ik probeer het apparaat te fiksen?’, vraagt hij zenuwachtig aan de studenten. De koffie kan ze gestolen worden; het geklungel van Slooter is duidelijk interessanter. ‘Door de auteursrechten kunnen we mijn dvd niet verder bekijken’, concludeert Slooter na een aantal minuten. ‘We gaan daarom illegaal verder op YouTube.’ De internetpiraat laat vervolgens een fragment zien waarin demonstranten door de Duitse politie worden aangevallen. De heftige beelden krijgen de zaal direct stil. Na het filmpje bestookt Slooter de studenten fanatiek met informatie over de geschiedenis van de RAF en foto’s van kopstukken van de linkse organisatie. Wanneer Slooter vluchtig vraagt of er behoefte is aan een pauze, geeft een dappere student aan die niet te willen. Deze moedige daad

is voor de enthousiaste docent het teken om een stelling op de studenten af te vuren: ‘Een zoektocht naar de oorzaken van terrorisme impliceert een rechtvaardiging voor geweld. We praten terrorisme dan deels goed.’ De studenten nemen het enthousiasme van Slooter over; de meningen vliegen de docent om de oren. Geduldig laat hij iedereen aan het woord. De discussie komt abrupt ten einde wanneer Slooter ziet dat hij in tijdnood zit. Hij weet de ijverige studenten de mond te snoeren door snel over te gaan op de mythes over terrorisme. ‘Terrorisme ontstaat niet altijd door armoede, psychische problemen of religieuze overtuigingen. Mensen gaan niet over tot geweld omdat ze gefrustreerd zijn, maar omdat het mogelijk is. Terrorisme moet dan ook bekeken worden op micro-, meso- en macroniveau’, verklaart de docent. Na deze conclusie kijkt hij tevreden toe hoe de uitgeputte studenten het strijdtoneel verlaten.

Het Laatste Oordeel der Studenten Slooters college is ingeslagen als een bom. De studenten zijn zeer positief over de docent. ‘Zijn stem is prettig en hij geeft duidelijk antwoord op vragen’, vindt een student. Ook Slooters enthousiasme en de koppeling die hij maakt met de actualiteit worden geprezen. Enkelen zijn op een andere manier door het college van Slooter geraakt. De een droomt over wereldheerschappij terwijl de ander inspiratie opdoet over hoe hij een goede terrorist kan worden. Ten slotte weet Slooter zowel het brein als het hart van een student te raken: ‘Hij is lekker en intelligent: intelligent lekker dus.’ ANS



Tekst: Mae Boevink en Vera Crienen/ Foto’s: Ted van Aanholt en Sven Nijhof/ Illustraties: Joost Dekkers De Graadmeter P. 9

De graadmeter In De Graadmeter zijn de mogelijkheden niet te overzien. Waar kun je het beste wildkamperen, wat is het hipste kapsel en hoe scoor je het snelst een bedpartner? In De Graadmeter onderzoekt ANS de opties. Deze keer: Voorbereiden op een zombie-apocalyps

Wat: Leven zonder elektriciteit Benodigdheden: Kaarsen en een goed boek Resultaat: Een koude douche

Wat: Schieten Benodigdheden: Geweer en handoogcoördinatie Resultaat: Schot in de roos

Wat: Survivallen Benodigdheden: Apenstreken Resultaat: Klimdrang

Tijdens een zombieapocalyps is de kans groot dat de stroom uitvalt omdat de zombies de bedrading slopen. Om erachter te komen hoe je hiermee omgaat, sluit je de elektriciteit af. Met een voorraad waxinelichtjes begin je vol goede moed aan het leven zonder stroom. ‘s Ochtends loop je echter al tegen het eerste probleem aan: de dag beginnen met een lekkere douche is geen optie zonder warm water. Onderzoek doen naar zombies is lastig, want zonder televisie is The Walking Dead kijken geen mogelijkheid. Om te overleven zonder stroom, moet je afstand doen van je luxe leven. Aan de andere kant kom je eindelijk toe aan dat ene boek dat je altijd al wilde lezen. Met al die kaarsjes wordt je studentenkamer bovendien een stuk sfeervoller.

Zoals in elke zombiefilm te zien is, zijn schietvaardigheden essentieel om een zombie-apocalyps te overleven. Om headshots te oefenen, breng je de dichtstbijzijnde schietbaan een bezoek om daar wat schoten te lossen. Dit gaat verrassend goed; als volleerd cowboy en vol zelfvertrouwen jaag je de ene na de andere kogel in de roos. Je dacht een pacifist in hart en nieren te zijn, maar met een geweer in de hand is die overtuiging ver te zoeken. Bovendien heb je normaal het concentratievermogen van een goudvis, maar tijdens het schieten heb je hier geen last van. De tijd vliegt en al snel wordt duidelijk dat je zombiejager had moeten worden.

Denk je een betere conditie te hebben dan de zombies? In dat geval kun je ze voorblijven door te klimmen en klauteren. Iedereen weet dat de strompelende herseneters niet kunnen klimmen, dus hoog in de bomen is er een betere overlevingskans. Zoek de lokale survivalvereniging op en test je klimcapaciteiten. De hindernissen die je moet trotseren zien er intimiderend uit maar het apenkooien op de basisschool blijkt opeens van pas te komen. Je klautert met gemak een net in. Je moet fit zijn om de zombies op afstand te kunnen houden. Survivallen is een prima training om sterk en vitaal te worden. De blauwe plekken en schaafwonden die je onvermijdelijk oploopt, neem je maar voor lief. Bont en blauw zijn is beter dan opgegeten worden door de zombies. ANS

Benieuwd naar meer manieren om jezelf voor te bereiden op een zombie-apocalyps? Kijk op ANS-Online.nl


Je weet niet werk, wat je feest... mist Tekst: Leef, woon, metNoor ANS de Kort/ Illustratie: Carmen Groenefelt 10 P.P. 10

JE WEET NIET WAT JE MIST Veel studenten checken wanhopig om de minuut sociale media, uit angst om iets te missen. Zij zouden last hebben van Fear Of Missing Out. Wat houdt dit in en is het een nieuw fenomeen? Je hebt vanavond geen zin in eindeloos ouwehoeren en te veel bier drinken in de kroeg. Je zet je telefoon uit, logt uit op Facebook, Twitter en Instagram en kruipt op de bank om een leuke serie te kijken. Net liggend op de bank vraag je je af waar je vrienden het nu over hebben, wat voor foto’s ze op Facebook plaatsen en wat ze ervan vinden dat jij niet mee op stap bent. Steeds meer studenten zijn bang om iets te missen en maken zich druk over wat anderen ervan vinden als ze besluiten een avond over te slaan. Om steeds op de hoogte te blijven, zijn ze ieder moment van de dag bereikbaar. Als je jezelf hierin herkent, zou je wel eens last kunnen hebben van Fear of Missing Out (FOMO). Wat houdt FOMO in en is deze angst nieuw? FOMOmentje Journalist Lisanne van Sadelhoff schreef vorig jaar voor de Volkskrant het artikel ‘Leg die telefoon gerust eens weg’ waarin ze uit de doeken deed aan FOMO te lijden. Ze omschrijft FOMO als de angst om sociale activiteiten te missen. Ze herkende dit gevoel voor het eerst bij zichzelf toen ze eens zat te eten met teamgenoten. Toen duidelijk werd dat ze niet mee kon gaan lasergamen met haar team, baalde ze daarvan. ‘Een van mijn vriendinnen vroeg: “Heb je FOMO?”’

Sociale media zorgen ervoor dat alles wat je zou kunnen missen, zichtbaar is. FOMO wordt vaak in verband gebracht met sociale media. Deze zorgen er namelijk voor dat alles wat je zou kunnen missen, zichtbaar is. Vervolgens blijf je inloggen, om te voorkomen dat je iets mist. Wanneer dat wel gebeurt, loop

je namelijk de kans ergens niet over mee te kunnen praten, om vervolgens buiten de boot te vallen. Van Sadelhoff vertelt dat haar angst om een activiteit te missen op een gegeven moment belangrijker werd dan de activiteit zelf. ‘Ik wilde overal bij zijn met als gevolg dat ik ook dingen ging doen met vriendinnen waar ik eigenlijk geen reet zin in had, alleen maar uit angst om er niet bij te zijn.’

‘Zelfs als je iets belachelijks doet, word je nog niet uit de maatschappij verbannen.’ Joint to join Bij sommige mensen leidt het rekening houden met de hele wereld tot een sociale angst. Marc Verbraak, klinisch psycholoog en bijzonder hoogleraar gezondheidszorgpsychologie aan de Radboud Universiteit (RU), vertelt dat bij deze angst de beoordeling door anderen centraal staat. ‘Sociale angst heeft te maken met de opvattingen die mensen hebben over zichzelf, maar ook over hoe anderen hen zullen beoordelen.’ Vaak ontwikkelt sociale angst zich tijdens de pubertijd, omdat mensen dan meer gaan nadenken over zichzelf en wat anderen van hen vinden. De manier waarop de angst zich uiteindelijk openbaart hangt sterk samen met de levensfase waarin je verkeert, vertelt Gero Lange, onderzoeker bij de afdeling Klinische Psychologie aan de RU. ‘Als jongere kan het heel belangrijk zijn dat je hip bent en de goede kleding hebt. Tijdens je studie kan sociale angst zich bijvoorbeeld uiten bij de keuzes om wel of geen jointje aan te nemen of om wel of niet veel te drinken.’ Verbraak voegt toe: ‘De ideeën die mensen hebben over wat anderen van hen denken, zijn vaak irreëel.’ Mensen


Je weet niet wat je mist Leef, woon, werk, feest... met ANS P. 11 P. 11

beelden zich doemscenario’s in over wat er zou gebeuren als ze niet voldoen aan bepaalde verwachtingen. Volgens Lange is iets in het geval van sociale angst echter nooit zo erg als men denkt. ‘Zelfs als je iets belachelijks doet zoals het heel vals zingen van een liedje op het station, word je nog niet uit de maatschappij verbannen. Misschien kijken er een paar mensen vreemd op, maar het zal geen invloed hebben op hoe vrienden je zien.’

‘Mensen hebben altijd al de angst gehad om te worden buitengesloten.’ Wat niet weet, wat niet deert Volgens Lange ervaart iedereen wel een bepaald niveau van sociale angst. ‘Bijna iedereen vindt het presenteren voor een groot publiek spannend, alleen niet iedereen raakt al bij de gedachte eraan in paniek.’ Ook bij FOMO is dit het geval. Niet iedereen doet dingen tegen zijn zin in, uit angst om iets te missen, maar veel mensen checken wel herhaaldelijk hun WhatsApp, Facebook en Twitter. Van Sadelhoff vond het aanvankelijk een grote stap om te publiceren dat ze leed aan FOMO, maar ontdekte dat zij niet alleen stond in haar bevindingen. ‘Toen ik rondvroeg bij vrienden of ze zich in mijn verhaal herkenden, vlogen de reacties me om de oren. Ik denk dat iedereen in bepaalde mate last heeft van FOMO, in ieder geval mensen die gevoelig zijn, leuke

dingen willen doen en graag ergens bij horen.’ De term FOMO is pas enkele jaren bekend, maar de angst zelf is dat niet, vertelt Verbraak. ‘FOMO is een nieuwe, populaire term, maar eigenlijk gewoon een specifiekere uitdrukking van wat we al jaar en dag kennen als sociale angst.’ De angst om dingen te missen is ook niet nieuw, vervolgt hij. ‘Ik klink nu echt als een opa, maar in mijn tijd - van voor de mobiele telefoon en sociale media - was het op school belangrijk dat je bepaalde televisieprogramma’s had gezien. Als je die niet had gekeken, kon je niet meepraten en daar kon je dan enorm mee zitten.’ Ook Van Sadelhoff denkt dat sociale media de kans op het ontstaan van FOMO alleen vergroten, maar dat ze niet de enige veroorzaker zijn. ‘Mensen hebben altijd al de angst gehad om te worden buitengesloten. FOMO heeft dus niet per se te maken met sociale media, maar vroeger hadden we het minder snel door als we werden buitengesloten. Wanneer er nu een foto op Facebook wordt geplaatst en je ziet jezelf er niet op staan, kan FOMO opspelen.’ Het facebooken, twitteren en appen gaf blijkbaar aanleiding tot het benoemen van iets wat al langer bestond. Bang zijn om iets te missen is niet iets nieuws, maar wel iets waar meer mensen last van hebben dan vroeger door sociale media. Mensen worden er nu vaker mee geconfronteerd als ze iets missen. Volgens Van Sadelhoff is de kunst van het niet-weten daarom de oplossing voor FOMO. ‘Kijk niet meer op Facebook als je hebt besloten om op zaterdagavond in je lelijke joggingpak op de bank te hangen. Als je alle leuke dingen die voorbij komen, moet meemaken, zit je binnen no time overspannen op de bank.’ ANS


Interview Roy Santiago Tekst: Tijs Sikma/ Foto’s: Simone Both P. 12

Universitaire Studentenraad Website: www.numedezeggenschap.nl Twitter: @NUMedezeggensch Facebook: www.facebook.com/NUmedezeggenschap E-mail: usr@student.ru.nl

Traditiegetrouw zijn mei, juni en juli drukke maanden voor de medezeggenschap; notities die afgeleverd worden, de laatste grote stukken die besproken worden en opvolgers die ingewerkt moeten worden. De verkiezingen zijn inmiddels achter de rug en dus zijn de opleidingscommissies, facultaire studentenraden en de universitaire studentenraad voor het komende collegejaar weer verkozen. Allemaal hartelijk dank voor het stemmen!

de ongelijkheid tussen de kamers. De notitie ‘Examinering, Specialisatie en Aanwezigheidsplicht’ beschrijft de situatie omtrent de kwaliteit van toetsing, het gebrek aan specialisatie in Masters en de aanwezigheidsplicht als een rendementsmaatregel. Dit stuk is geschreven naar aanleiding van een enquête die is afgenomen bij de medezeggenschappers van alle faculteiten. Beiden notities zijn na te lezen op Radboudnet.

Notities In de afgelopen cyclus heeft de USR twee notities geschreven en besproken met het College van Bestuur en de Ondernemingsraad. De notitie genaamd ‘Betere ruimtes voor studentenorganisaties’ gaat, zoals verwacht, over de ruimtes van studentenorganisaties die aan verbetering toe zijn. De werkgroep studentorganisatiekamers (SOK) is samen met de Arbo- en Milieudienst (AMD) langs verschillende kamers van de studentenorganisaties gegaan om de situatie eens goed in beeld te brengen. Kamers zonder zuurstoftoelating, voldoende werkplekken en met onveilige situaties waren niet uitzonderlijk. Een enquête die werd afgenomen onder de organisaties liet ook zien dat velen ontevreden zijn over de voorzieningen en vooral over

Medezeggenschapsgala Op 12 mei was het jaarlijkse medezeggenschapsgala in Huize Heyendael! De USR regelde dit in samenwerking met Dienst Studentenzaken als bedankje voor alle medezeggenschappers van de universiteit voor hun inzet in het afgelopen collegejaar. NU!Medezeggenschap Wil jij op de hoogte blijven van de bezigheden van de USR? Houd dan NU!Medezeggenschap in de gaten! Like ons op Facebook, volg ons op Twitter en neem eens een kijkje op onze website. Heb je tips of opmerkingen? Loop gerust even langs bij de USR-kamer (TvA 3) of stuur een mail naar usr@ student.ru.nl.

(Advertentie)


VAN JUNKIE NAAR DRUGSEXPERT LSD, salvia en paddo’s gebruiken om angststoornissen en depressies op te lossen; volgens neuropsycholoog Marc Lewis kan dit binnen tien jaar werkelijkheid zijn. De ideeÍn van deze wetenschapper en exdrugsverslaafde zijn lang niet zo gek als ze klinken.


Interview Marc Lewis Tekst: Vera Crienen en Wisse de Jonge/ Foto’s: Ted van Aanholt P. 14

Marc Lewis, schrijver van Memoirs of an addicted brain, was vijf jaar lang drugsverslaafd. Hij groeide op in het gouden tijdperk van drugs. ‘Tijdens de jaren zeventig gebruikte iedereen LSD, dus ik ook’. Lewis ging over op zwaardere drugs en raakte verslaafd aan opiaten. Het was zelfs zo erg dat hij stiekem morfine meenam uit het laboratorium van de universiteit waar hij studeerde. Na een aantal vruchteloze pogingen kickte Lewis uiteindelijk af en hij is nu al meer dan dertig jaar clean. Tegenwoordig is hij hoogleraar Neurowetenschappen aan de Radboud Universiteit en doet hij onderzoek naar verslaving. Lewis denkt dat drugs kunnen helpen om van angsten af te komen. In de ‘culture pub’, zoals Lewis het Cultuurcafé noemt, vertelt de Canadese neuropsycholoog over de therapeutische werking van drugs bij angststoornissen en depressies. Wat heeft je gemotiveerd om onderzoek te doen naar verslaving? ‘Zeven jaar geleden zei mijn vrouw dat ik over mijn eigen verslaving moest gaan schrijven. In mijn studententijd raakte ik ernstig verslaafd aan verschillende soorten drugs. Uit deze periode heb ik een hele stapel dagboeken. Na het doorpluizen hiervan realiseerde ik me hoe slecht ik er door mijn verslaving aan toe was. Mijn dagboeken vormden uiteindelijk de belangrijkste motivatie voor mijn onderzoek naar drugsverslaving. Door mijn vroegere ervaringen begrijp ik wat verslaafden doormaken. Ik ging in gesprek met experts op het gebied

van verslaving, zoals ex-verslaafden, neurowetenschappers en gedragswetenschappers.’ Waarom begon je met het gebruiken van drugs? ‘Vanaf mijn vijftiende heb ik twee jaar op een kostschool gezeten. Die ervaring was verschrikkelijk. Ik had heimwee en voelde me eenzaam en ellendig. Op de school heerste een machocultuur waar ik me totaal niet in thuisvoelde. Alle mensen om me heen waren assholes en de docenten waren ook niet bepaald aardig. Toen ik na twee jaar eindelijk van die school ging, was ik een emotioneel wrak en raakte ik in een depressie.

‘Ik begon met cannabis, maar ging al snel over op geestverruimde drugs zoals LSD.’ ‘Na de kostschool verhuisde ik naar Berkeley in Californië om te studeren. Californië was een totaal andere wereld. Ik ging van een vreselijke jongenskostschool vol pestkoppen naar een zonnig oord vol mooie meisjes. Iedereen gebruikte daar drugs. Het duurde niet lang voordat ik ook aan de drugs ging. Ik begon met cannabis, maar ging al snel over op geestverruimende drugs zoals LSD. Voor ik het wist, zat ik aan de cocaïne en heroïne.’


Interview Marc Leef, woon, werk, feest... metLewis ANS 15 P.P.15

Wat is een drugsverslaving volgens jou? ‘Een verslaving is geen ziekte die je oploopt, maar een fase. Vaak zijn de drugs die je gebruikt na een bepaalde periode niet meer zo spannend. Drugsgebruik is een aangeleerde gewoonte die ook is af te leren. Je komt van slechte gewoontes af door ze te vervangen door andere gewoontes. Ik ging bijvoorbeeld mijn verslaving vervangen door mezelf verdiepen in psychologie.’ In je boek schrijf je over je eigen angsten en depressies. Hoe staan die in verband met drugsverslaving? ‘Veel mensen zien verslaving als het tegenovergestelde van zelfcontrole. Ik denk echter dat het te maken heeft met een gebrek aan connectie. Iedereen heeft behoefte aan verbinding met andere mensen, bijvoorbeeld met vrienden of familie, en elk mens wil graag betrokken zijn bij de maatschappij. Dat geeft zin aan je bestaan. Gebrek aan verbinding met de wereld om je heen kan leiden tot een depressie of angststoornis. ‘Veel verslaafden kampen hiermee. Deze problemen worden vaak veroorzaakt door een trauma of door nare ervaringen die ze oplopen tijdens de kindertijd of adolescentie. Als je in deze periode de connectie met de buitenwereld verliest, bieden drugs een oplossing. Deze oplossing kan variëren van het drinken van alcohol tot het gebruik van door dokters voorgeschroven antidepressiva. Drugs leiden echter bij overmatig gebruik juist tot meer angst en depressie. Door het herhaaldelijk nemen van drugs vergeet je de normale manier om jezelf beter te voelen. Zo beland je in een schijnbaar eindeloze cyclus van nare gevoelens en meer drugsgebruik.’

‘Gebrek aan verbinding met de wereld om je heen kan leiden tot een depressie of angststoornis.’ Veel mensen gebruiken drugs op een recreatieve wijze, zoals tieners die xtc nemen op een feestje of rijke mensen die uit verveling coke gaan snuiven. Kun je ook verslaafd raken zonder angststoornis of depressie? ‘Sommige mensen beginnen met het gebruiken van recreatieve drugs, zoals wiet en xtc, omdat ze zich vervelen. Wiet en xtc zijn echter niet erg verslavend en verveling is geen sterke drijfveer voor verslaving. In tegenstelling tot verslaafden stoppen recreatieve drugsgebruikers wanneer ze merken dat ze door de drugs angstig of depressief worden. Ik denk dat er bij verslaafden altijd sprake is van een bepaalde angst of depressie. Wanneer je je goed voelt over jezelf en binding voelt met je omgeving is het niet waarschijnlijk dat je verslaafd raakt.’ Veroorzaken sommige angsten vaker verslavingen dan andere? ‘Ja, ik geloof dat sommige fobieën, zoals een spinnenfobie of

een hondenfobie, minder snel leiden tot verslaving. Dit soort angsten zijn te specifiek. Wanneer de angst algemener is en je deze vaker voelt, dus niet alleen wanneer je een spin ziet, is de kans groter dat het verslavingsgedrag in de hand werkt. Ik denk dat verslaving vooral wordt veroorzaakt door sociale angststoornissen. Mensen met sociale angsten beginnen bijvoorbeeld met alcohol drinken om losser te worden. Door de alcohol maken ze zich minder druk om hoe ze overkomen op andere mensen.’

‘LSD verandert de samenstelling van je hersenen, waardoor je verbanden legt die je anders nooit zou ontdekken.’ In een artikel in de Volkskrant zeg je dat drugs ook helpen tegen angststoornissen. Kun je dat toelichten? ‘LSD en andere psychedelische drugs hebben therapeutische eigenschappen en kunnen mensen met depressies en existentiële angsten helpen. Voor mensen met een terminale ziekte die een existentiële angst voor de dood ervaren, kunnen deze drugs bijvoorbeeld erg waardevol zijn. Ook voor verslaafden werken deze drugs therapeutisch.’ Hoe werkt dat dan? ‘Je zou het eens moeten proberen. Ze noemen LSD niet voor niets een geestverruimend middel. Mensen zien de wereld vaak maar vanuit één perspectief. Psychedelica verruimen de geest en laten je dingen vanuit verschillende invalshoeken zien. Doordat LSD of paddo’s de chemische samenstelling van je hersens veranderen, leg je verbanden die je anders nooit zou ontdekken. Delen van de hersenen die normaal niet met elkaar communiceren, raken verbonden. Daardoor verandert je perceptie van de wereld. ‘Wanneer mensen bijvoorbeeld bang zijn voor de dood, focussen ze zich alleen op de dood en hun angst daarvoor. Met drugs als LSD ervaren ze het grotere plaatje en dat hun plaats daarbinnen niet het belangrijkst is. Dat kan een heleboel rust geven. Bewustzijnsverruimende drugs zijn daarom leerzaam. Ik denk dat het geen probleem is als mensen hiermee gaan experimenteren. Dit is makkelijker dan twintig jaar lang mediteren, waarmee je hetzelfde resultaat bereikt.’ Zouden psychedelische drugs onderdeel moeten uitmaken van een officiële behandeling? ‘Ja, ik denk dat psychedelische drugs binnen tien jaar een belangrijke rol gaan spelen bij de behandeling van veel psychologische problemen. Op dit moment kun je niet naar een kliniek gaan en psychedelica krijgen. Zelfs als dat wel zou kunnen, is een witte kamer niet de goede plek om psychedelische drugs te gebruiken.. Het is veel leuker om met je vrienden het bos in te gaan.’ ANS


Wil jij kans maken op 2 passe-partouts voor het festival Down The Rabbit Hole 2016 www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon op 24, 25 en 26 juni? Los dan P. 16 in deze tekening het raadsel op. Lees de beschrijving goed door: Deze konijnen zijn aan het einde van hun Latijn. Raad de fobieĂŤn en zoek uit waarmee iedere afzonderlijke angst begint. Zet de angsten op een rij, volg daarbij de kleuren van regenboog en vind het woord. Dit is de enige ware angst. Weet je de antwoorden van de tien fobieĂŤn en het uiteindelijke woord? Stuur deze dan uiterlijk 12 juni op naar redactie@ans-online.nl. De winnaar wordt maandag 13 juni bekendgemaakt. Illustratie: Jim Burgman


Ans deze maand P. 17


Dode zielen op de hielen Tekst: Auke van der Veen/ Foto’s: Elise Talsma en het Paranormal Activities-team P. 18

DODE ZIELEN OP DE HIELEN In het havengebied van Antwerpen staat een spookdorp dat perfect in een horrorfilm past. ANS bezocht met een team van ‘ghosthunters’ de droefgeestigste plekken in het desolate gehucht Doel, dat misschien niet zo doods is als het lijkt.

Het is een drukkend warme zaterdagavond. De lucht boven de nauwelijks gebruikte spoorlijnen en troosteloze industriecomplexen gloeit oranjerood. Twee enorme hoogovens wekken met hun rook de illusie van wolken; hier en daar bromt een eenzame machine. In het havengebied van Antwerpen is geen leven te bekennen. Toch wil een groep Nederlandse ‘ghosthunters’ hier de jacht openen. Doel, een gat gelegen in dit industriegebied, is hun bestemming. Blowende pubers met een Vlaams accent gluren hier maar al te graag naar binnen bij de vele

Het Parnormal Activities Team voor het Sinte Cornelis Gesticht.

lege kotten, waarop treurige graffiti de enige esthetische troost geeft. Aso’s in gepimpte auto’s uit de jaren 90 scheuren nergens liever de verlaten straten kapot dan hier. Verderop zorgt een feestje met housemuziek voor een golf die luid over de Belgische steppe dreunt. Midden in het dorp staat een verlaten gesticht, griezelig gelegen naast een uitgestorven kerkhof. Acht leden van het twaalfkoppige Nederlandse Paranormal Activitiesteam reisden af naar deze desolate plekken om ‘entiteiten’ van overleden personen ‘naar het licht te brengen’. Met behulp van een medium, speciale apparatuur,


Maarten klimt door het open raam het gesticht binnen.

camera’s en een flinke dosis paranormale aanleg gaan ze vol goede moed op zoek naar spoken. ANS verruilde het gezellige Nijmegen voor het Vlaamse spookdorp en ging samen met deze ghosthunters op jacht. Een fel schijnend licht Het Paranormal Activities-team staat voor een half verlichte straat met onbewoonde gebouwen. Een verlaten pand verderop in de straat, waarvan de ramen betimmerd zijn met half verrotte stukken gelig hout, is het ‘spookhuis’ voor vanavond. Op de voorkant staat in grote letters ‘Sinte Cornelius Gesticht’. Dit gebouw moet zeker honderd jaar oud zijn. ‘Het voordeel van dit pand is dat er één raam niet is dichtgetimmerd, zodat we naar binnen kunnen’, stelt teamleider Maarten tevreden wijzend. Hij lijkt niet helemaal gerust en kijkt constant met een oplettende blik om zich heen. De groep wordt onophoudelijk met een scheef oog aangekeken door voorbijlopende groepjes jongeren. De ghosthunters hebben liever niet te veel pottenkijkers. De spookjagers lopen behoedzaam naar het gesloten gekkenhuis. Senior-onderzoeker Petra legt stellig uit waarom gebouwen die dienden als gestichten en ziekenhuizen favoriet zijn. ‘Omdat de geesten tijdens hun leven vol negativiteit zaten, blijven ze door een onrustige ziel vaak op dit soort plekken hangen.’ De entiteiten kunnen hierdoor niet zelfstandig ‘het licht’ bereiken. Wat ‘het licht’ inhoudt, weten de ghosthunters niet precies: het betekent in ieder geval het einde van onrust en wordt gekenmerkt door fel schijnend licht. Ze proberen de entiteiten hiernaartoe te begeleiden, door met ze in gesprek te gaan en hen gerust te stellen. Hoe de leden de eindfase vervolgens voor zich zien, verschilt volgens onderzoeker Wendy. ‘Sommigen van ons geloven in de hemel, anderen niet. We proberen geesten naar “het

licht” te brengen. De opvatting over het hiernamaals maakt daarvoor niet uit.’ Droefgeestige duisternis Via het enige open raam druppelen de spookjagers zo onopvallend mogelijk een voor een het gesticht binnen. Cameraman Richard Maas hoeft vandaag niet te filmen en blijft met een walky talky buiten achter om de groep op te hoogte te houden van mogelijke indringers. Het maakt hem niet zo veel uit dat hij niet naar binnen gaat. ‘Ik film alleen maar; ik heb zelf nog nooit een geest waargenomen’, zegt hij met een glimlach. ‘Trancemedium’ Maria gaat als een van de laatsten het gebouw in. Ze is onmisbaar voor het team: ze laat de ziel van overleden personen deels in haar lichaam toe, om zo te ‘ervaren’ waar deze entiteit mee worstelt. ‘Dit is wel gevaarlijk’, waarschuwt ze. ‘Je eigen ziel hangt aan een draadje als je die van een ander toelaat. Wanneer de geest van een overledene je lichaam helemaal overneemt, ben je het voorgoed kwijt.’ Ze geeft lachend aan dat ze het zelf nooit zo ver laat komen; ze stopt altijd met het toelaten van entiteiten wanneer ze voelt dat haar eigen geest wordt verdrongen. Wanneer iedereen de onverlichte krochten van het gekkenhuis is binnengedrongen, beginnen de spookjagers rustig hun verkenningstocht door het gebouw. Het is pikkedonker. Onder hun voeten knarst gebarsten glas. De muren zijn bedekt met dezelfde potsierlijke graffiti die de buitenmuren van de rest van Doel siert. De spookjagers stappen besluitvaardig door, af en toe schijnend met een zaklampje. Door het gebrek aan veel licht kunnen ze volgens onderzoeker Juanita beter hun ‘zesde zintuig’ – de ghosthunters geven geen precieze definitie van dit gevoel – openzetten, omdat de andere vijf minder actief zijn


De kamer waarin de ‘ sessie’ wordt gehouden.

zonder licht. Omdat de meeste dieren ’s nachts slapen en de wereld daardoor rustiger wordt, zijn entiteiten ook eerder geneigd te verschijnen. Het bovennatuurlijke zou volgens haar dan ook niet ver weg kunnen zijn. ‘Je kunt op dit soort plekken vaak orbsen waarnemen. Dit zijn ronde lichtbollen die deel van een entiteit zijn. Ook kun je tintelingen op je hoofd voelen, afkomstig van entiteiten die hun energie willen laten merken.’ Ze fluistert. Te veel geluid kan de geesten afschrikken. Op de eerste verdieping staat het team ineens stil. Eén kamer in het midden van het gebouw trekt hun aandacht. Maria geeft met ferme stem aan hier ‘een sessie’ te willen houden, waarbij met een geest zal moeten worden gecommuniceerd. Ze voelt meer dan het glas onder haar schoenen. Een verwarde vrouw Maarten is alert en tovert een zwart, cilindervormig apparaatje tevoorschijn. Aan de bovenkant zitten vier gekleurde lampjes en een uitschuifbare antenne. ‘Dit is een radiating electromagneticity pod (REM-pod)’, legt de teamleider uit. ‘De lampjes lichten op wanneer een entiteit de antenne aanraakt. Bij de kleur rood is er het sterkste contact.’ Hij zet het apparaat op de grond en de sessie gaat van start. ‘Zijn hier entiteiten aanwezig die met ons willen communiceren?’, vraagt Juanita vriendelijk. De REM-pod trilt en alle lampjes gaan branden. ‘We zijn hier om jouw verhaal kenbaar te maken en om je te helpen. We zullen je niet bijten en geen medicijnen geven.’ Ze pauzeert even. ‘Kun

je luid en duidelijk iets van je laten horen?’ Opnieuw leeft de REM-pod op; met name het rode lampje schittert. Maria begint door de ruimte te lopen. ‘Ik zie handen, vrouwenhanden. Het is een verwarde oude vrouw, misschien een zuster?’ De lampjes lichten weer op. Plechtig luistert de rest toe hoe Maria probeert te communiceren met de aanwezige entiteit. ‘Wie is die man? Hoe heet die man?’ Juanita schiet te hulp en begint ook te praten tegen deze geest. ‘Kom maar binnen, hoor. Je hoeft niet in de deuropening te blijven staan.’ Dit keer reageert de REM-pod niet meer. Maria wil niet langer in de duistere ruimte blijven. ‘Ik wil naar beneden, alsof de entiteit het wil.’ De groep verplaatst zich schuifelend naar de begane grond. ‘Je moet de geest ook niet dwingen iets te doen, dan horen we helemaal niets meer’, informeert Maarten. Wanneer de ghosthunters een trap zijn afgedaald, stoppen ze in een hal. Geest in de gang ‘Het is hier echt ijskoud’, fluistert Maria, eenmaal in de hal beneden. Ter hoogte van haar buik beweegt ze haar rechterhand in kleine cirkels. ‘Dit is een oude man, ik voel de kou langs me heen gaan. Hij loopt op en neer door deze gang.’ Op het stemgeluid van het medium na is het muisstil. ‘Ik hoor een naam. Rosen, Rosenbaum?’ Ze laat een lange pauze vallen, maar stopt niet met het maken van armbewegingen. ‘Zou je nog een keer voorbij kunnen lopen?’ Helaas blijft een antwoord uit. Het team is lichtelijk teleurgesteld en vervolgt de tocht.


Cameraman Marco spot tot zijn verrassing nog een orbs op de video. Daarnaast hoopt hij iets op te vangen met zijn electronic voice phenomenon recorder (EVP-recorder). Met een EVP-recorder worden alle geluiden opgenomen, waarna door zuivering stemgeluid van entiteiten kan worden gehoord. ‘Meestal zeggen ze “Ga weg.”’, stelt Marco droogjes. Onderzoeker Richard Laan vult aan dat hij hoopt met zijn wildlife-camera, die in een van de andere kamers is neergezet, geesten op camera vast te leggen. ‘Die camera registreert alle bewegingen. We hopen entiteiten te spotten, maar soms komen er ook gewoon dieren in beeld.’ Plotseling begint de walky talky van Wendy luid te piepen. De onderzoeker overlegt kort met Richard Maas, die nog steeds buiten op wacht staat. De groep kan beter weggaan uit het gesticht. De rust is verstoord doordat er te veel jongeren zijn die door het opengelaten raam naar binnen proberen te glippen. De spookjagers banen zich een weg naar buiten en besluiten de avond te eindigen op het kerkhof van Doel. De dodenakker van Doel De enige kerk van het spookdorp staat er net zo verlaten bij als de rest van de gebouwen in het dorp. De toren is nauwelijks nog te onderscheiden van de zwarte lucht, waaruit nu de laatste avondgloed is verdwenen. Naast de kerk ligt een kerkhof vol met graven. De meeste zijn getooid met enorme grafkruizen, die afsteken tegen de weinige straatverlichting op de straat verderop. ‘Geesten blijven niet graag op begraafplaatsen hangen’, verklapt Maria. Ze moet lachen. ‘Net als levende zielen, zoals wij, vinden ze het geen gezellige plek.’ Wel bevinden zich volgens het medium op kerkhoven vaak ‘schaduwen’, die minder menselijk zijn dan geesten. ‘Bij geesten krijg ik een beeld te zien van een herkenbaar mens. Schaduwen kunnen mensen zijn geweest, maar zijn nu zo kwaadwillig en boos dat ze niet meer de energie van een normaal persoon hebben.’ Op jacht naar schaduwen en andere gestorven zielen zetten de spookjagers, tussen een rij kindergrafjes versierd met berenknuffels en een aftandse urnenmuur, een zwart apparaat neer. Het is een ghost box, een niet-getunede radio die constant naar een zender blijft zoeken. ‘Entiteiten kunnen snippers uit voorbijkomende radioprogramma’s halen en hiermee woorden vormen. Een geest heeft zelfs een keer mijn volledige naam gespeld’, vertelt Richard Laan trots. Luid schetteren flarden van popliedjes en Vlaamse talkshows uit het apparaat. De ghosthunters zijn doodstil. ‘Ik hoorde alleen “nee”’, zegt senior onderzoeker Petra stellig. De rest stemt in, waarna het team besluit hun missie te beëindigen. Ze lopen met beteuterde blikken op hun gezicht naar de uitgang; helaas is het kerkhof minder bewoond dan gehoopt. In de komende dagen zullen de opnames van de EVPrecorder en de filmcamera worden geanalyseerd. ‘We spotten hierop vaak nog meer verschijningen’, stelt Maarten vol verwachting. Rond middernacht, benieuwd naar de opnames, stappen de spookjagers in de auto. Hopelijk komen ze op de terugweg geen spookrijders tegen. ANS

ANALYSE VAN HET PARANORMAL ACTIVIES-TEAM

Foto 1 (links): Deze foto is genomen in het gesticht. In de deuropening zie je een lichtstraal. Het hele pand was dichtgetimmerd en buiten was het donker. Dit kan onmogelijk van buiten zijn gekomen. Wat is het? We denken aan een energiestraal. Dit komt vaker voor als er entiteiten van overleden mensen aanwezig zijn. Dit zou hun energieveld kunnen zijn. Foto 2 (rechts): Deze foto is gelijk na foto 1 genomen. Je ziet hier dat de lichtstraal is verdwenen. Dat maakt het al heel interessant! Dat bewijst ook dat het niet van buiten afkomstig was en dat het toch iets Paranormaals zou kunnen zijn.

Foto 3: Dit was op de begraafplaats. Je ziet twee hele duidelijke Orb-verschijningen. Dat betekent dat er entiteiten van overleden mensen aanwezig zijn op dat moment. Vaak verschijnen overleden personen in drie gedeeltes op foto’s.


Interview Eddy van Wessel Tekst: Bas van Woerkum/ Foto’s: Noor de Kort en Eddy van Wessel P. 22

SCHIETEN EN BESCHOTEN WORDEN Eddy van Wessel heeft een baan die maar voor weinigen is weggelegd. Met gevaar voor eigen leven fotografeert hij mensen die leven in oorlogsomstandigheden. ‘Als je alleen maar zit te bibberen in de loopgraven, moet je dit werk niet doen.’ ‘Kom maar verder, hoor’, roept Eddy van Wessel vriendelijk bovenaan aan de trap. Als oorlogsfotograaf is een groot deel van het jaar te vinden in Irak, Syrië of een ander conflictgebied. Met zijn gezin woont hij in Zweden. Momenteel is hij voor een aantal afspraken echter in Nederland, waar hij zijn tijd doorbrengt op een ruime zolderkamer boven een garage in het rustieke Huizen. In een vitrine aan de rechterkant van de ruimte liggen

talloze oude camera’s en daartegenover staat een computer met daarop ladingen zwart-witfoto’s uit de oorlog. Dit is Van Wessels werkplek en uitvalsbasis in het rustige en vredige Nederland. Van Wessel raakte al op jonge leeftijd gefascineerd door fotografie. Later ging hij werken voor reisbladen, waarvoor hij wereldwijd vooral mooie plekken moest vastleggen. ‘De verhalen van de mensen op straat, die nooit


Interview Eddy van Wessel P. 23

werden gepubliceerd, trokken me echter veel meer’. Begin jaren 90 ging hij voor een reisblad naar Bosnië, waar een oorlog woedde. ‘In die oorlog kwam fotografisch gezien alles samen: het drama, het moment en het verhaal.’ Op dat moment veranderde hij van carrière: hij werd oorlogsfotograaf. Tegenwoordig fotografeert Van Wessel voor nationale en internationale bladen, zoals Vrij Nederland, Trouw, The Guardian en Le Monde, die vaak instemmen met Van Wessels initiatief om naar een bepaald conflictgebied te gaan. Hij won onder andere tweemaal de Zilveren Camera, die wordt uitgereikt aan de beste persfoto(serie) van het jaar. De fotograaf zet een kop koffie en vertelt vervolgens over de aantrekkingskracht van oorlogsfotografie en de manier waarop hij te werk gaat. ‘Je moet kunnen blijven fotograferen als er op je wordt geschoten. Als je dat niet kunt, ben je niet geschikt.’ Oorlogsfotografie is een heftige carrièrekeuze. Wat is uw drijfveer om dit werk te doen? ‘Zelf kom ik uit een redelijk welvarend nest, maar die luxe is niet voor iedereen weggelegd. In conflictge-

bieden leven mensen met de dag en dat heeft een bepaalde rauwheid en oprechtheid die je in Nederland moeilijk zult vinden. Hier speelt iedereen een beetje toneel. Dat contrast vind ik fascinerend en is voor mij een belangrijke reden om dit werk te doen. Ik ben nieuwsgierig naar wat er in de wereld speelt en met mijn foto’s wil ik mensen meenemen in mijn eigen verbazing over hoe de wereld in het Midden-Oosten is.’

‘Een foto hoeft niet wereldschokkend te zijn om betekenis te hebben.’ Over wat voor soort momenten verbaast u zich dan? ‘Dat kan van alles zijn: het straatbeeld, de blik van een kind of hoe mensen op een bepaalde manier naar soldaten kijken. Een foto hoeft niet wereldschokkend te zijn om betekenis te hebben. Het gaat juist om die kleine,


Interview Eddy van Wessel P. 24

ongewone gezichtsuitdrukkingen. Om die te zien, moet je je verdiepen in de situatie en willen inzien dat die schokkend is. Waarover anderen zich verbazen, is voor mij misschien inmiddels heel gewoon, omdat ik al bijna vijftien jaar in Irak kom. Soms moet ik echt tegen mezelf schreeuwen: “Kom op! Je staat hier om iets te vertellen.” Als je goede foto’s wilt blijven maken, moet je jezelf constant scherp houden.’

‘Voor de helft bestaan mijn keuzes uit riscio’s uitsluiten. Mijn intuïtie is daarbij een belangrijke factor.’ Wat is volgens u een goede foto? ‘Met een goede foto geef je mensen inzicht in een wereld waar ze weinig vanaf weten. Ik vind het heel belangrijk dat iemand de verhalen van de mensen in oorlogsgebieden vertelt aan buitenstaanders, want informatie neemt angst weg. Als je mensen vertrouwd maakt met een nog onbekende wereld, zullen ze minder bang zijn. ‘Ik was bijvoorbeeld ooit in de Gazastrook. De Israëli sloten de grenzen af en begonnen een bombardement, waardoor ik een week vastzat. Mijn familie en vrienden waren ontzettend bezorgd, want de stigmatiserende berichtgeving in het Westen deed het lijken alsof het hele Midden-Oosten in brand stond. Daar was helemaal niets van waar. Het geweld vond plaats in één straat en in de straat daarnaast werd een markt gehouden. Je kon gewoon van de markt naar de oorlog lopen en van de oorlog naar de markt. Inzicht hebben in dit soort situaties is uiteindelijk ook deel van een oplossing.’ Zijn die verhalen niet ook gewoon vanaf een veilige afstand te vertellen? ‘Als je het verhaal van de oorlog wilt vertellen, zal je erheen moeten. Toen Islamitische Staat (IS) ontstond, was ik in Mosul. Daar vond een soennitische opstand tegen de overheid plaats. De stad was afgezet door het Iraakse leger; je kon niet door de grenzen heenkomen. De soennieten hebben me toen geholpen door me vermomd als sjeik de stad in te smokkelen om foto’s te maken. Omdat ik daar was, begrijp ik waar de woede van IS vandaan komt. IS had in het begin nooit de ambitie om zich tegen het Westen te richten, maar doordat het Westen hen is gaan bombarderen, zijn ze ontzettend kwaad geworden. Als je hier in Nederland blijft, kun je dat niet weten.’

U spreekt opvallend nuchter over uw werk. U gaat toch niet vertellen dat u nooit bang bent? ‘Toen ik begon met oorlogsfotografie was ik ontzettend bang en tegenwoordig ben ik misschien zelfs banger, omdat ik nu heb ervaren wat wapens kunnen aanrichten. Ik doe dit werk echter al vijfentwintig jaar en daardoor weet ik nu beter waar ik moet zijn en vooral waar ik niet moet zijn. Wanneer je bijvoorbeeld binnen een bepaalde range van een granaat komt, loop je gevaar. Sta je vijf meter verderop, dan is er niets aan de hand. Dat is een kwestie van kennis.’


Column Finn Roelofs P. 25

Maar er valt toch niet met alles rekening te houden? ‘Dat klopt. Voor de helft bestaan mijn keuzes uit risico’s uitsluiten: kijken met welke mensen je optrekt, opletten waar je naartoe gaat en soms op het laatste moment je route veranderen. Je weegt een aantal factoren af en neemt een beslissing. Mijn intuïtie is daarbij een heel belangrijke factor. Laatst was ik in Syrië, honderd kilometer bij Raqqa vandaan, midden in het kalifaat van IS. Ik trok op met een commandant van het Syrische leger op een legerpost. Op een gegeven moment kwam er een drone met nachtzicht boven ons vliegen, die uit de lucht werd geschoten. Vervolgens werden we gebeld met de boodschap dat er acht auto’s van de zijkanten aankwamen. Dat spelletje heb ik vaker met IS meegemaakt; op die manier proberen ze je in te sluiten. Toen heb ik tegen de rest gezegd: “Jongens, ik ga!” en heb ik mijn biezen gepakt. Wanneer je het risico loopt zelf niet levend terug te keren, heb je ook niets meer aan de foto’s die je hebt gemaakt.’

‘Wanneer je het risico loopt niet levend terug te komen, heb je ook niets meer aan de foto’s die je hebt gemaakt.’ Veel mensen zouden liever een rustige en veilige kantoorbaan hebben. Wat helpt u om door te gaan? ‘Dat vraag ik mezelf ook weleens af. Het zou veel verstandiger zijn om in Zweden te blijven, maar dat is voor mij niet bevredigend. Ik moet iets doen met mijn nieuwsgierigheid en met het vertellen van verhalen van mensen in de oorlog heb ik daarvoor een manier gevonden. Ik wil de maatschappijen in onder meer Irak en Syrië laten zien, met alle goede kanten en alle beperkingen ervan. Dat gevoel is bij mij nog altijd sterker dan de angst. ‘Een tijd geleden was ik bijvoorbeeld in Bagdad om een reportage te maken over het dagelijks leven in de stad. Ik reed met mijn tolk Mustafa en een chauffeur door een van de drukste straten en op een gegeven moment hoorden we een enorme explosie: een zelfmoordaanslag. De zijruit van onze auto werd eruit geblazen. Ik keek eerst of Mustafa en de chauffeur in orde waren, ben daarna uit de auto gesprongen en vervolgens in een rechte lijn naar de aanslag gerend. Regelmatig volgt een tweede aanslag als er mensen op af komen, maar dan is mijn drive om te laten zien wat daar gebeurt zo groot; dat overstijgt alle emoties.’ ANS

DE MARSMAN Hij werd geboren in het Nijmeegse Waterkwartier. Als eerste in zijn familie ging hij naar het Stedelijk Gymnasium. Terwijl hij koffie drinkt op het Erasmusplein, voelt hij zich zo nu en dan een Marsman. Op het Erasmusplein ligt een studente aan een plataan te knagen. De kiezelstenen drukken zich een weg in haar gezicht terwijl haar armen zich om de camouflageboom heen slaan. Geklemd in haar vingers: een briefje. Een bijstander vraagt haar of hij iets voor haar kan betekenen. ‘Gaat het niet goed met je studie?’, vraagt hij. Het meisje rolt om. Ze richt zich op terwijl een aantal steentjes aan haar wang blijven plakken. ‘Integendeel, ik ga komende week afstuderen; cum laude welteverstaan’, antwoordt ze terwijl ze de jongen recht blijft aankijken. De platanen zijn onlangs gesnoeid en hun takken liggen bijeengeraapt. De fontein staat aan. De studente verzamelt wat takken om een kroon van te vlechten. Ze richt zich tot de Marsman om te vragen of ze zijn bananenschil mag gebruiken als ornament voor haar krans. ‘Hier heb je mijn schil, maar betrek me niet in je bizarre toneelspel’, antwoordt hij. De bananenkroon blijkt nog maar het begin van haar werk; langzamerhand vlecht ze een compleet exoskelet van takken. De bijstander vraagt door: ‘Het ziet er niet echt uit alsof je lekker in je vel zit.’. Het meisje, inmiddels verworden tot een soort gestoord, fragiel, Michelinmannetje van hout, dient niemand meer van repliek. Ze begint zachtjes te zingen. Het zingen wordt steeds luider en gaat over tot krijsen. Ten tonelen verschijnt een nieuw figuur. Het contrast kan niet groter zijn tussen de Erasmuspleinfonteinnimf, die krijsend haar bos hout in de hens zet, en de nieuwe figuur. Hij is ogenschijnlijk rustig. Het is een man van NoordAfrikaanse afkomst en hij draagt een lang, vlassig baardje. Hij is onmiskenbaar een terrorist. Hij versnelt zijn pas richting de barstensvolle Refter. Hij rukt zijn jas open en er verschijnt een bom met een koord eraan dat waarschijnlijk ter detonatie dient. De bijstander verstart. Het meisje daarentegen lijkt een nieuwe vastberadenheid te hebben gekregen. Ze werpt zich op het Michelinmannetje van semtex en samen exploderen ze in duizend stukken. De ramen van de Refter zijn verworden tot scherven. Op het plein is een krater ontstaan. Het briefje dat het meisje toebehoorde, dwarrelt tussen alle stof omlaag richting de bijstander. Hij grijpt het uit de lucht en leest het voor aan de Marsman. Er staat: ‘Cum Laude geslaagd, iedereen behaagd’. Al struikelend overdenkt de Marsman de onvoorstelbare hoeveelheid daadkracht die hij vandaag gezien heeft. Hij baant zich een weg door het puin weg van hier.


ANS geeft raad Tekst: Daan Linnartz en Bas van Woerkum/ Illustratie: Jeroen Wintraecken P. 26

ANS GEEFT RAAD In ANS geeft raad bepalen studenten zelf de collegestof. ANS schakelt wetenschappers in voor praktisch advies over alledaagse kwesties en maakt hieruit de balans op. Deze keer geven een hoogleraar Aziatische Religies, een levensfilosoof en een klinisch psycholoog antwoord op de vraag: hoe ga ik om met angst?

Paul van der Velde, hoogleraar Aziatische Religies aan de Radboud Universiteit ‘Zie onder ogen wat je angsten zijn en waarom je deze hebt. Omgaan met angst betekent volgens mij niet het ontkennen van angst, maar juist het onderkennen ervan. In het boeddhisme en het hindoeïsme wordt angst gezien als een raadgever, of het nou om fobieën of sociale angsten gaat. Of angst een goede of slechte raadgever is, hangt af van de situatie. ‘Angst is een reactie op gevaar, dus soms moet je ook handelen naar dat gevoel. Bang worden van een aanstormende neushoorn is bijvoorbeeld heel verstandig. Je moet dan aan de kant springen en niet denken: “Dit is angst, dat moet ik onder ogen zien.” Als je niet bang bent voor dreigende neushoorns of tijgers moet je in therapie. De paniekreactie functioneert in dat geval niet naar behoren en daarmee breng je jezelf in gevaar. ‘Wees echter niet bang voor de angst zelf. In het Tibetaans boeddhisme zien goden er gruwelijk uit, omdat ze je moeten beschermen tegen gevaar. Je moet echter bang zijn voor het gevaar waarvoor de godheid je behoedt en niet voor de godheid zelf. Dan verlamt de angst je en kom je letterlijk je bed niet meer uit. ‘Als iedereen boeddhist wordt en gaat mediteren op compassie – zich focust op en inleeft in elkaars lijden en angsten – dan worden alle sociale angsten verleden tijd. Althans, dat zeggen sommige moderne boeddhisten. Dit zou inderdaad werken als iedereen het deed, maar dat streven is niet haalbaar.’


ANS geeft raad P. 27

Joep Dohmen, emeritus hoogleraar Ethiek aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht en lector Bildung, gespecialiseerd in filosofie als levenskunst ´Tegenover angsten moet je gaandeweg zelfvertrouwen ontwikkelen. Als filosoof spreek ik over levensangsten, waar vier vormen van zijn: angst voor de dood, de ander, vrijheid en zinloosheid. De Franse filosoof Sartre beschrijft het leven als een bospad met een afgrond erlangs. Als je geen zelfvertrouwen ontwikkelt om over dat pad te lopen omdat je bang bent in de afgrond te storten, kom je nooit vooruit: je gaat voortdurend met angst door het leven. ‘Om met angst om te gaan, moet je reflecteren op jezelf. Vraag je af wat je aan het doen bent in het leven en of je de juiste keuzes hebt gemaakt, gezien je achtergrond en talent en met oog op de toekomst. Pas als je dat echt duidelijk voor ogen hebt, kun je met de levensangsten omgaan. Wanneer je iets echt wilt en erachter staat, hoef je minder bang te zijn voor wat anderen denken. ‘Ga daarnaast goed na wat de beperkte keuzevrijheid is in jouw situatie; houd de context in de gaten. Wat je wilt doen, moet je goed afstemmen op wat mensen om je heen willen. Daarnaast speelt tijd een belangrijke rol: naarmate je ouder wordt, verdwijnen er mogelijkheden. Als je de context vergeet, ga je wensen nastreven die niet haalbaar zijn in jouw situatie. Wanneer dat gebeurt, kun je bijvoorbeeld de angst ontwikkelen dat het leven zinloos is. ‘Leg je erbij neer dat je niet alles in de hand kunt hebben. Wees niet bang dat je relatie kan eindigen, je ontslagen kunt worden, een tentamen kunt missen, je je studie niet haalt, enzovoorts. Zelfvertrouwen krijg je niet door op een idiote, krampachtige manier te proberen alles in je greep te houden. Om dat te krijgen, moet je door ervaring wijs worden en accepteren dat het leven zelf niet volledig maakbaar is.’

Agnes van Minnen, hoogleraar Klinische Psychologie aan de Radboud Universiteit ‘Om zonder onnodige angst door het leven te gaan, moet je de angsten opzoeken die je belemmeren. De Klinische Psychologie houdt zich bezig met angststoornissen. Dat zijn angsten die het dagelijks functioneren in de weg staan. Door de confrontatie aan te gaan met deze angsten, zullen ze verminderen. Dat kun je zelf doen of in therapie. Met deze methode, die bekend staat als de exposure-methode, train je de hersenen om negatieve en irreële verwachtingen te doorbreken. Bij eenvoudige angsten, zoals angst voor een situatie, dier of voorwerp, is het slagingspercentage van de exposure-methode heel hoog. Bij meer complexe angsten, zoals sociale angststoornissen, waarbij meerdere factoren spelen, neemt dit percentage af. De reden daarvoor wordt momenteel onderzocht. ‘De exposure-omgeving moet zo veilig mogelijk zijn. Dat heb je niet altijd volledig in de hand en een negatieve ervaring tijdens de confrontatie zal de angst juist vergroten. Iemands angst voor wespen zal verergeren wanneer die persoon wordt gestoken tijdens de exposure. ‘Virtual Reality kan worden gebruikt bij exposure om eenvoudige angststoornissen te verhelpen. Hierbij kan de begeleider de situatie volledig controleren. Uiteindelijk wil je mensen wel in de realiteit van bijvoorbeeld hoogtevrees afhelpen. Situaties in Virtual Reality kunnen een opstapje zijn naar echte situaties. ‘Om een ernstige angststoornis tijdelijk te overwinnen, kun je kalmerende medicijnen gebruiken. Psychologen raden dat echter liever niet aan, omdat de personen met een angst dan kunnen denken: “Ik kan het wel, maar alleen met het medicijn.” Dan leren ze de angst nooit helemaal te overwinnen.’ ANS

De balans van ANS 1. Onderken de functie van angst. Als je helemaal nergens bang voor bent, leg je binnen de kortste keren het loodje. 2. Zoek datgene wat je belemmert op. Angst voor bijvoorbeeld honden wordt minder bij goede ervaringen met deze dieren. 3. Angst is beter beheersbaar als je er met zelfvertrouwen tegenover staat. 4. Wees niet bang voor de angst zelf, maar voor concreet gevaar. 5. Leg je erbij neer dat niet alles in het leven te controleren is. 6. Ga je angst virtueel te lijf als je de realiteit nog niet onder ogen durft te zien. 7. Gebruik kalmerende medicijnen, maar alleen bij ernstige angststoornissen en slechts als tijdelijke oplossing. 8. Als je naïef bent en tijd over hebt, word boeddhist en mediteer op compassie.

Heb jij ook een prangende vraag voor de wetenschap? Mail deze naar redactie@ans-online.nl


Stamgasten Tekst: Noor de Kort/ Foto’s: Felix Wagner/ Illustratie: Josse Blase P. 28

Stamgasten

Lallende disputen, vage figuren aan de bar of uitbundige dansers, elke kroeg heeft zijn eigen publiek. ANS duikt de vaste stek van een groep studenten in, velt haar oordeel over het café en test de kennis van de trouwe gasten. Deze keer: ONAFHANKELIJK damesdispuut D.R.A.A.K. in Stadscafé Jan

Mariska, Anne en Marieke

Boven: Ivy, Marieke en Irina. Onder: Anne en Mariska

Irina en Ivy

De dames van Onafhankelijk Damesdispuut D.R.A.A.K. typeren zichzelf als impulsief. Ook de oprichting van het dispuut was een impulsieve actie. Op een vrijdag in juni vorig jaar bedachten vier vriendinnen van studentenhockeyvereniging Apeliotes dat ze een dispuut wilden oprichten, op zondag was de naam bedacht en op dinsdag stond het dispuut ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. ‘Op dit moment zijn we met vijftien leden, van wie er vier een aspirantaat hebben gelopen’, vertelt Irina (20), eerstejaarsstudent Docentenopleiding Wiskunde aan de HAN. ‘De eerste zeven nieuwe leden konden meteen lid worden. We dachten: de introductie komt er bijna aan en je kunt dan niet met vier mensen ergens gaan roepen: “Kom bij ons dispuut!”’ De dispuutsnaam D.R.A.A.K. was snel bedacht, maar daarna werd pas besloten waar de letters voor zouden staan. Na de suggesties ‘Dames Raken Altijd Aan Kloten’ en ‘Dames Raken Altijd Alles Kwijt’ werd het uiteindelijk ‘Dames Regelen Altijd Aantrekkelijke Kerels’. ‘Je moet zelfspot hebben, als je zo’n naam hebt’, lacht Marieke (21), derdejaarsstudent Geneeskunde. Ze benadrukt dat ‘altijd’ niet betekent dat de dames iedere dispuutsavond bij een hunk in bed belanden, maar dat de kerel altijd aantrekkelijk moet zijn, áls er wordt geregeld. Wanneer de kerel niet aantrekkelijk is, volgen er maatregelen, vertelt derdejaarsstudent Psychologie Mariska (21). ‘Als je alleen hebt gezoend, moet je de volgende dispuutsavond een broche dragen met de tekst “Lulletje van de week” erop.’ Blijft het niet alleen bij zoenen en blijkt de kerel in kwestie bij het wakker worden toch geen jonge god te zijn, dan moet de draak op de volgende dispuutsavond rondlopen in een met roze pailletten bezette Flügeljurkje. ‘Ik weet niet of je het jurkje voor je ziet, maar dat wil je echt niet’, lacht Ivy (22), masterstudent Strafrecht. De regels leiden er niet toe dat de dames voortaan braaf thuis slapen. ‘In plaats van helemaal niet, denk je nu een keer na’, zegt Irina. Anne (20), tweedejaarsstudent Sociaal Pedagogische Hulpverlening aan de HAN, is pas sinds februari officieel lid, maar heeft hetzelfde impulsieve karakter als de andere draakjes. ‘Toen we een keer met het dispuut hadden gegeten, was er een halve bloemkool over. Ik vond het superzonde om die weg te gooien, dus ik deed deze netjes in mijn tas. Die avond werd ik dronken en toen vond ik het een goed idee om die bloemkool te pakken en stukjes in de kroeg uit te gaan delen.’ De andere dames vullen lachend aan dat Anne zelfs hele happen nam uit de rauwe bloemkool. ‘Dat was echt heel lekker hoor’, zegt ze beteuterd. Haar dispuutsgenoten geloven echter niet in de nieuwe snack. ANS


Stamgasten P. 29

kroegpraat Het terras van Stadscafé Jan zit goed vol. Ondanks de drukte maakt barman Leon tijd om de dames van D.R.A.A.K. zoet te houden met een doos snoep. Gelukkig voor de draakjes

is deze aantrekkelijke kerel nog niet bezet. Leon mag bovendien meegenieten als de dames weer eens op de bar dansen en begeleidt hen daarbij graag met goede muziek.

Welke heilige werd bekend door het doden van een draak? Marieke: ‘Jezus.’ Ivy: ‘Marieke, alles wat je zegt wordt opgenomen, hè. In de Bijbel staat zeker: “Dag drie: Jezus doodde de draak.”’ Marieke: ‘Judas.’ Ivy: ‘Nee, het is geen Bijbels iemand!’ Irina: ‘Oh! Is het niet Joris? Van Joris en de draak?’ Sint Joris versloeg volgens het verhaal inderdaad een draak. De dames verdienen hun eerste biertje. Wat zijn de verschillen tussen de oosterse en de westerse draak? Irina: ‘Chinese draken zijn groot, rood en heel lang.’ Marieke: ‘Misschien kan de ene vuurspuwen en de ander niet?’ Ivy: ‘De westerse draak is groen toch?’ Marieke: ‘Ja, dan is de oosterse rood en de westerse groen!’ Ivy: ‘De oosterse draak is goed en de westerse is slecht.’ Mariska: ‘De oosterse draak baart kinderen en de westerse draak legt eieren.’

De pubquiz Hoeveel procent van zijn eigen lichaamsgewicht kan een komodovaraan – in het Engels ‘komodo dragon’ – in één maaltijd opeten? Jullie mogen er 5 procent naast zitten. Marieke: ‘Ik denk 63 procent.’ Irina: ‘Dus stel: hij is 10 kilo, dan eet hij 6,3 kilo.’ Marieke: ‘Ik denk gewoon dat hij heel veel eet.’ Anne: ‘Ik ga voor 60 procent.’ Mariska: ‘Oké, dan gaan we voor 60 procent.’ Rekenen kunnen de dames wel, maar in schatten zijn ze minder goed. Een komodovaraan kan tijdens één maaltijd 80 procent van zijn eigen lichaamsgewicht verorberen en de dispuutsleden moeten het voorlopig dus zonder drank stellen. Wie won vorig jaar de Men Universe Model-contest? Mariska: ‘Ivy, ik vestig alle hoop op jou.’ Ivy: ‘Nu weet ik echt niets.’ Irina: ‘Wij denken in realistische beelden: Nijmeegse mannen, die we zouden kunnen regelen, in plaats van modellen. Ik zeg dus Maurits.’ De Nijmeegse spetter Maurits voelt zich vast vereerd, maar de Eindhovense Rogier Warnawa werd vorig jaar uitgeroepen tot mooiste man ter wereld. Het biertje gaat voorbij aan de neus van de dames, maar misschien wil Maurits wel trakteren.

Zelfkennis komt altijd van pas: de westerse draak is inderdaad een slechte draak en de oosterse draak een goedaardig wezen. Ontbrekende verschillen zijn dat westerse draken, in tegenstelling tot oosterse draken, wel vleugels hebben en kunnen vuurspuwen. Marieke was dus op de goede weg, maar haar voorzet werd niet afgemaakt. Hoe heten de drie draken van Daenerys Targaryen uit Game of Thrones? Mariska: ‘Het zijn heel moeilijke namen: Clementius ofzo.’ Irina: ‘Ik zeg Sint Joris.’ Marieke: ‘Timor!’ De dames zijn duidelijk geen fan van de populaire serie en lopen hun zoveelste biertje mis. De draken van Daenerys Targaryen heten Drogon, Rhaegal en Viserion.

De Afrekening

De Nijmeegse draakjes zijn nog jong, groen en onwetend. Hun kennis van kerels beperkt zich tot wat er rondloopt in de Molenstraat. Ook over hun soortgenoten kunnen ze nog een hoop leren. Dankzij de charmes van de aantrekkelijke barman Leon verdienen de dames wel een biertje voor de troost. Hopelijk komt wijsheid met de jaren, want twee biertjes voor vijftien draken is wat karig.


Dit jaar niet/Colofon/Kutkunst Tekst: Redactie P. 30

DIT JAAR NIET Bedankt voor jullie raad Niet iedereen kon de rubriek ANS geeft raad waarderen. Zo wilde liefdesfilosoof Jan Drost ons voor de rechter slepen omdat het stuk ‘te slecht’ was, maar na een aantal minuscule aanpassingen was hij tevreden. Gert-Jan ‘Dr. Love’ ter Horst vond dat we beter Robert ten Brink konden vragen voor een antwoord op de vraag: hoe maak ik iemand verliefd op me? En dat van twee liefdesexperts. Oh, de ironie. Minst inspirerend studentenplatform Toen we de minst inspirerende student van 2015 bekendmaakten, kregen we onmiddellijk een telefoontje van studentenplatfrom Nultweevier. Hun wedstrijd – ‘De meest inspirerende student van het jaar’ – is bedoeld om het actieve studentenleven te promoten. Onze verkiezing zou daarentegen het actieve studentenleven de nek om doen. Tja, humor: niet iedereen heeft het. ANS en Carolus In september berichtte ANS op basis van een anonieme bron dat er mogelijk sprake was geweest van mishandeling tijdens de ‘eigen introductie’ van Carolus Magnus. Veel mocht de Praeses er niet over vertellen, want het verloop van de ontgroening is nu eenmaal geheim en regels zijn regels. Binnen een mum van tijd stroomden onze site en Facebookpagina over van de reacties van boze ballen, waarvan de inhoud liet zien dat de meesten het artikel met ogen dicht hadden gelezen. Opmerkingen als ‘niet boos, maar teleurgesteld’ deden bij ons toch wel een beetje pijn en de vernietigende recensies sieren nog steeds onze Facebookpagina. Toch is het goed om te weten dat we ook in deze contreien nog steeds worden gelezen. 2015: het jaar van de Kinderfiets 2016 was het jaar van de discodel, zoals al te lezen was in de tweede editie van ANS en een half jaar later in de andere media. ANS voorspelt dat 2016 het jaar wordt van de ‘kinderfiets’: een Waterfiets met discodip.

30e jaargang Hoofdredactie Tijs Sikma en Bas van Woerkum Redactie Pim ten Broeke, Vera Crienen, Noor de Kort, Tom Plaum en Auke van der Veen Medewerkers Mae Boevink, Wisse de Jonge, Eveline Knapen, Daan Linnartz, Chiel Nijhuis, Annemarie Segeren Illustraties Josse Blasé, Joost Dekkers, Carmen Groenefelt, Jeroen Wintraecken Foto’s Ted van Aanholt, Noor de Kort, Sven Nijhof, Elise Talsma, Felix Wagner, Bas van Woerkum Voorpagina Tessa Rooker, Bas van Woerkum, Thijs van Woerkum Columnisten Finn Roelofs en Joanne Vrijhof Eindredactie Evy van der Aa, Kiki Kolman, Hanan Noij, Dennis van der Pligt, Felix Wagner, Marit Willemsen, Miriam Zeroug Crypto Bas Dikmans Cartoon Anne van der Heijden Ontwerp Marloes de Laat en Roel Vaessen Lay-out Bas van Woerkum Dagelijks bestuur Loes Tijssen (secretaris), Dennis van der Pligt (penningmeester) Druk MediaCenter Rotterdam

Uitgave, abonnementen en advertentie-acquisitie Stichting MultiMedia: stichtingmultimedia@gmail.com Redactieadres Heyendaalseweg 141 6525 AJ Nijmegen Tel: 06-36428931 Mail: redactie@ans-online.nl

Het Algemeen Nijmeegs Studentenblad is een onafhankelijk blad dat gratis in de binnenstad en op de Radboud Universiteit Nijmegen wordt verspreid. Het verschijnt 7 keer per jaar in de maanden september t/m juni. De uitgave van ANS wordt mede mogelijk gemaakt door:


CRYPTO

Crypto Tekst: Redactie/ Illustratie: Bas van Woerkum niet AnsDeze dezeANS maand P.31 31 P.P.31

Ooit zei een beroemde Amerikaanse president: “The only thing you have to fear is fear itself�. Tot nu. Deze crypto laat je hart sneller kloppen en je adeMhaling verstokken. Ben jij een echte koele kikker? Bewijs het maar, verman jezelf en maak deze puzzel!

1 2

3

4 6

5 8

7

9 11

10

12

13

14 15

17

16

18

19

20

De winnaar van de crypto in de de zesde editie van ANS is Manon Abbo. De oplossingen vind je op www.ans-online.nl. ANS mag dit keer 1x2 kaarten weggeven voor de Ghostwalk Nijmegen. Samen met een verhalenverteller loop je door de oude binnenstad en krijgt verhalen te horen over het duistere verleden van Nijmegen, die door de eeuwen zijn doorverteld. Menigeen krijgt er de rillingen van. Een tocht om samen te ervaren. Kijk voor meer informatie: www.ghostwalknijmegen.nl. Wil je kans maken op de twee kaarten? Stuur dan voor 23 juni je oplossingen naar redactie@ans-online.nl

Horizontaal: 2. Schrik voor een harde knal? (4), 6. De angstige letter niet durven aanraken (9), 7. Een akelige sfeer die in de richting van grappig gaat (11) , 8. Ca. een 60 lugubere minuten (6), 9. Een vogel in een kip is niet blij (6), 10. Met betrekking tot de dood (9), 11. Enorme hinder ondervinden van het gat in de muur (8), 13. Boos op universitair onderwijs in Gelderland (5), 14. Dit geweld gaat zo traag als een deel van je hoofd (6), 16. In een droom teruggaan naar een vreselijke gebeurtenis? (5), 17. Buitenaards klein raster? (12), 18. Het natuurproduct behaalde zijn PhD en vertrok, maar niet zonder gevaren (8), 19. Zo begroet je de Oostenrijker op het feest (9), 20. De wetenschapper heeft Europa in het hart (5) Verticaal: 1. Men kan kattig gezang omsmeden tot een moordwapen (11), 3. Ik krijgt het verdraaid warm van dat nat gezwets! (10), 4. Snelle manier om te skateboarden resulteert in diepe ellende (9) , 5. Het tegenovergestelde van de schrik van je borst krijgen? (10), 6. Angstig diertje met maagklachten (9), 12. Duitse stad met een medische li- centie spreekt tot de verbeelding (6), 15. De tegenpool van uitmaken is strafbaar (8)


GEVONDEN VOORWERP www.ans-online.nl. Tekst: De redactie / colofon P. 32

Tekst: Eveline Knapen en Chiel Nijhuis/ Foto: Sven Nijhof

Wie: Luuk van Iperen (26), masterstudent Psychologie Voorwerp: MMA-handschoenen

Persoonlijk ben ik meer geïnteresseerd in het technische en strategische aspect van de sport en niet zozeer in het extreme geweld.’

Heb je deze handschoenen aan omdat je een vechtersbaas bent? ‘Deze handschoenen gebruik ik voor Mixed Martial Arts (MMA), een vechtsport waarin de meest effectieve technieken uit verschillende vechtsporten worden gecombineerd, zoals jiu-jitsu-armklemmen en kickbokstrappen. Dat wil niet zeggen dat alles is toegestaan. Bij de training zijn er regels zodat iedereen veilig kan trainen en naderhand blessurevrij naar huis kan. Zo zijn onder andere aanvallen naar het kruis en de ruggengraat niet toegestaan.’

Ben je wel eens bang tijdens het sparren? ‘Dat hangt er van af. Bij MMA kan het er hard aan toe gaan, maar wat mensen van MMA op televisie en het internet zien, zijn wedstrijden op het hoogste niveau. Daar worden mensen inderdaad soms knock-out geslagen. Op onze trainingen gebeurt dat niet, want wij trainen op amateurniveau en daarbij is de kans op ernstig letsel klein. Het komt wel eens voor dat je een lomperik voor je krijgt en dan is het terecht dat je bang bent. Mensen zijn soms echter banger voor de aantasting van hun ego, dan dat ze bang zijn voor de fysieke pijn.

Waarom heb je de handschoen opgepakt? ‘Samen met een vriend was ik op zoek naar de ultieme vechtsport; een vechtsport waarbij je niet gebonden bent aan een beperkt aantal toegestane technieken. Dat vonden we bij MMA. We sloten ons aan bij de studentensportvereniging Kaizen, waar ik uiteindelijk trainer werd. Veel mensen hebben bij MMA negatieve associaties, daarom vind ik het soms lastig om te verantwoorden dat ik aan MMA doe. Bij wedstrijden vechten ze inderdaad tot bloedens toe, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld boksen kun je bij MMA-wedstrijden schade voorkomen door af te kloppen.

Leert MMA je omgaan met angst? ‘Bij veel vechtsporten krijg je een reality check. Sommige mensen hebben een vals gevoel van zelfvertrouwen doordat ze opgepompte, stoere jongens zijn die vaak in de fitnesszaal staan. In werkelijkheid is het mogelijk dat vechters die er klein en schriel uitzien, door training juist veel gevaarlijker zijn dan zo’n spierbundel. MMA heeft hen geleerd in gevaarlijke situaties slim en tactisch te denken. Dankzij de training kunnen ze zich tegen een veel grotere tegenstander verdedigen. ANS