Issuu on Google+

LICHT OVER DE FUNCTIE VAN LICHT

ANNET KODDE, S0198889 | TECHNIEKFILOSOFIE, INDUSTRIEEL ONTWERPEN AAN DE UNIVERSITEIT TWENTE | KOCKELKOREN EN DORRESTIJN | 15 APRIL 2011


INLEIDING Inleiding | In dit essay wordt ingegaan op de rol van licht op de mens en in de maatschappij. Licht als een onderdeel van de techniek. De functies van licht binnen de techniek zijn aan het verschuiven. Maar waarheen, op welke manier en wat voor effecten heeft dit?

DE RODE DRAAD Allereerst wordt een beschrijving gegeven van de technieken met betrekking tot licht van vroeger naar nu. Welke vormen hebben deze technieken gehad en hoe zijn ze tot stand gekomen. Gekeken wordt naar de functies van licht vroeger en hoe deze in het heden zijn veranderd. Vervolgens volgt er een uitleg van de utopische samenleving (Selle) en disciplinerende macht (Foucault). Aan de hand van deze theorieën worden technieken omtrent licht geanalyseerd en besproken. Daarnaast komen nog andere theorieën en gezichtspunten naar voren. De volgende personen komen daarbij onder meer aan bod: Latour, Morris en Plessner. Er wordt een antwoord gegeven op de vraag welke functies licht heeft en welke en op wat voor manier deze invloed hebben. Het ontwerpdoel van ontwerpers is belangrijk bij het ontwikkelen van technieken. Gaat het hierbij slechts om een goed verdienmodel of gaan er meerdere doelen mee gepaard? In de uiteenzetting is getracht verschillende toepassingen van licht in de samenleving te zien. Er zijn vele toepassingen en het is onmogelijk deze allemaal even diep te behandelen in zo’n korte tekst. Gepoogd is concrete voorbeelden van de techniek licht in de samenleving in het kader van de theorie te zien.


ALGEMEEN | DE EVOLUTIE VAN LICHT Inleiding | Licht is altijd essentieel geweest voor het bestaan van de mens, zonder licht geen leven. De uitvinding om licht te kunnen maken wanneer het de mens uitkwam wierp letterlijk nieuw licht op de zaak. Met de tijd zorgen nieuwe en betere uitvindingen voor meer controle over licht en vandaag de dag heeft men dan ook keuze te over tussen de technieken. Wat is de ontwikkeling van licht als techniek? 9

DE EVOLUTIE VAN LICHT In vroegere tijden, toen milieuvervuiling een mythe en zonsverduistering van de duivel was, kroop onze betbetbetovergrootvader uit zijn grot om de uitvinding van vuurstenen te betrachten. In zijn eenvoud wist hij al snel dat dit een groot voordeel gaf en zag de verschijning van vuur dan ook met een glimlach aan. Behalve warmte had deze namelijk nog een positieve kant, die van het licht. ‘s Avonds kon men langer opblijven en aan de slag blijven. Men kon gemakkelijk gevonden worden en tevens diende het licht als afschrikking naar de gevaarlijke omringende diersoorten. Het fenomeen had tevens een sociale functie, waarbij families zich gezellig naast elkaar schaarden rond het vuur. Maar het bleef er niet bij, want jaren later ontwierp men de olielamp. Deze eerste lamp was simpel aan te steken en ook werd het verplaatsen in het donker vergemakkelijkt. Al snel verliep de ketting van uitvindingen als een foton door de ozonlaag en lamp op lamp werd bedacht. De kaars en de petroleumlamp deden hun intrede. Het was na jaren dat de geleerden zich intellectueel over de kin wreven en meenden dat licht op andere basis mogelijk moest zijn. In 1705 demonstreerde de Engelse wetenschapper Francis Hauksbee dat een met statische elektriciteit opgeladen glazen ballon, gevuld met kwik, waar de lucht uitgepompt was, oplicht. Rond 1891 demonstreerde Nikola Tesla in zijn laboratoria in New York lampen, die draadloos van vermogen werden voorzien. In 1801 ploeterde Humphry Davy met gloeiende platinadraadjes. Het was echter Heinrich Göbel wie het in 1854 daadwerkelijk lukte de eerste werkende gloeilamp te produceren. Zijn gloeilamp bestond uit een verkoolde bamboevezel in een vacuümgezogen eau-de-colognefles. Hij kon de fles vacuüm trekken door deze te vullen met kwik en hem daarna leeg te laten lopen. Door het vacuüm kon de bamboevezel niet verbranden. Göbels lamp brandde 400 uur. Edison kwam met een waardevolle aanvulling waarbij het scherpe schroefdraad werd afgerond zodat deze makkelijker in de fitting te draaien is. Vandaag de dag gebruiken we zijn naam nog steeds bij de fittingmaten, E14 en E27. Nu de gloeilamp geboren was, volgde een ware babyboom van nieuwe elektrische lampen. In de jaren ‘70 kwam men met de spaarlamp voor de dag. In 1917 zweette Albert Einstein boven theorieën over lasers en stralingswetten. Vandaag de dag is er keuze te over tussen de technische hoogstandjes op het gebied van licht. Halogeen-, LED, NEON, stralingslampen, het is allemaal mogelijk. Globaal genomen zijn er deze categorieën: natuurlijk licht vanuit de kosmos en de aarde; direct chemisch


licht; licht gebaseerd op verbranding; elektrische lichten en overige lichtbronnen. De elektrische lichten kan met onderverdelen in: Elektron gestimuleerd (bekend van de beeldbuis); gloeilampen (zoals ook de halogeenlamp); elektronluminescentie (waaronder de LED-lamp); gaslampen (terug te zien in neonverlichting) en hoge intensiteit verlichtingen (toegepast in bouwlampen). Al deze categorieën zorgen voor een scala aan technieken, maar ook een scala aan mogelijkheden. Het moge duidelijk zijn dat de lamp met de tijd meer betekenis kreeg en zich niet slechts beperkte tot het ‘s avonds voor een lichtje zorgen. De lamp, de techniek van het licht nam een plek in binnen de samenleving waaruit ze niet meer weg te denken is.zien.

THEORIE | IN HET LICHT VAN DE FILOSOFEN Inleiding | Verschillende filosofen gaven hun mening over de invloed van techniek op de maatschappij. Interessant is voornamelijk de gedragsbeïnvloedende rol die de techniek kan spelen. Foucault spreekt van een disciplinerende macht, Latour van technische mediatie en William Moris over de utopie. Aan de hand van de verschillende theorieën omtrent de gedragsbeïnvloedende rol van techniek wordt gekeken naar licht en haar ontwikkeling.

DE UTOPISCHE SAMENLEVING In utopische projecten uit de geschiedenis is goed te zien dat techniek een grote invloed kan spelen bij sociale effecten. Techniek kan daarbij het gedrag en de opvattingen van de mens beïnvloeden. Dorrestijn geeft in zijn artikel ‘Utopie en design, Sociale verandering en techniekontwerp’ 2 een kort overzicht van drie periodes uit de geschiedenis die het utopisch denken in design in zich herbergen. Allereerst de Arts en Crafts periode in het midden van de negentiende eeuw. Welke een reactie was op de industrialisering en slechte gevolgen van de massaproductie, zoals slechte werkomstandigheden. Deze stroming pleitte voor herwaardering van handwerk en daardoor kwaliteit en rustieke stijl, vandaar dat ze restauratieve utopie wordt genoemd. Rushkin en Morris waren de voorlopers in deze periode. Zij meenden dat techniek een belangrijke rol vervult bij het vormen van de levenswijzen en leefomstandigheden, tevens dat het een sturende rol heeft bij sociale politiek. Vervolgens de Nieuwe Zakelijkheid, rond 1920. Deze stroming kenmerkte zich door het verband tussen technologische en sociale ontwikkelingen. Naast de Nieuwe Zakelijkheid liepen verschillende andere modernistische bewegingen. Le Corbusier meent dat producten zo ontworpen moeten worden dat de massa er het voordeel van merkt en dat het sociale leven niet wordt ontregelt. Hierin is massaproductie juist helemaal geen probleem, maar wordt als een kans gezien voor een betere samenleving. Hierbij delfde de stijl helaas het onderspit en een minimalistische stijl was wat overbleef. Het sociale ideaal hier-


bij was de lage prijs van producten die hiermee gepaard gingen. Het derde utopische moment is de Gute Form, het naoorlogse modernisme. Selle pleit binnen deze stroming voor design dat zich richt op de behoeften van de mens en sociale samenleving in plaats van op economisch gewin. De toenemende consumptiemaatschappij na de tweede wereld oorlog zorgde meer afhankelijkheid van techniek. Deze afhankelijkheid staat lijnrecht tegen het principe dat design moet inspelen op de werkelijke behoeften van de mens en daarbij een maatschappelijke vooruitgang dient. Selle meent dat met de Gute Form een verschuiving plaatsvindt van de sociale werking naar de symbolische functie van techniek. Toch ziet Selle verwerkelijking van het utopisch denken ergens als schrijnend, daar zij aan haar eigen idealen is voorbij gegaan. Namelijk dat ze niet genoeg is afgestemd op de behoeften van de mens en meer gericht is op de consumentenmarkt. Het einde van de utopie is juist het afstemmen van de technologie op de consumentenmarkt, wat uitmondt in een onmenselijke en daarmee onsociale moraalloze kille samenleving. Producten moeten geen symbooldragers zijn maar het sociaal functionele aspect moet benadrukt worden en daarbij moeten producten als gebruiksartikelen worden opgevat. De nadruk op het sociale aspect wordt ook reflexief modernisme genoemd. DE DISCIPLINERENDE MACHT Jeremy Bentham trachtte de utopische samenleving te bereiken met het bekende voorbeeld van het panopticon. De ronde gevangenis die gebaseerd is op het principe van disciplinerende macht. Bentham meent dat de machthebbers en bestuurders de taak hebben zodanige regels en wetten te scheppen dat een individuele daad die het algemeen belang schaadt, tegelijk de dader zelf schaadt. Uiteindelijk is hij uit op het grootst mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen. 4 In het panopticon is dit terug te zien doordat door de ronde vorm en de gecentraliseerde uitkijkpost iedere gevangene in de gaten gehouden kan worden, hoewel dit nooit zeker is. Foucault was een van de grote filosofen die veel heeft gezegd over disciplinerende macht.4 Volgens hem is het panopticon een bron van kennis en macht en heeft een sterk disciplinerende macht. Was in eerdere tijden uiterlijke dwang populair dan is er nu een verschuiving te zien naar innerlijke dwang. Innerlijke dwang bestaande uit zelfbeheersing en discipline. Machthebbers zagen het nu als hun schone taak het geestelijk terrein van de mens te kneden en controleren. Men wordt voortdurend gecontroleerd en hierdoor verandert men steeds afwijkend gedrag tot de ‘norm’ gehaald wordt en uiteindelijk wordt dit ‘normaal gedrag’ een gewoonte. Disciplinering speculeert op deze voortdurende zelfdwang tot aanpassing en normalisering. Machthebbers in de 19e eeuw hadden hier sterk belang bij daar de fabrieken draaiende gehouden moesten worden en het volk zich daar niet altijd in schikten. Er heerste ijzeren structuur met langere werkdagen en slechte omstandigheden. Ook in gevangenissen was het een zootje en liep men te muiten. Het panopticon bood uitzicht, een voorbeeld


van de volgens Foucault steeds anoniemer wordende macht. Het principe groeide tot buiten gevangenissen en fabrieken en begon zich in de gehele samenleving binnen te dringen. De wet heeft pas kracht na overtreding van de norm en volgens Foucault overtreft de disciplinering deze mogelijkheden. Disciplinering heeft namelijk als gevolg dat men vóór overtreding van de norm gehoorzaam blijft aan de wet. Niet de wet zorgt voor handhaving van orde en discipline, maar disciplinering zorgt voor handhaving van de wet. Door de verschuiving naar innerlijke dwang zijn de machthebbers in staat individuen in een steeds groter netwerk te controleren in een onzichtbare en ongrijpbare macht. DE MACHT VAN HET LICHT In vroegere tijden vervulde het licht meer de samenbindende en sociale rol, zo ging men zij aan zij rond het kampvuur zitten. Het licht gaf een waarschuwing af en bood tevens het voordeel de omgeving te kunnen overzien. Later werd het steeds gemakkelijker om het licht te verplaatsen en te controleren. Door de overstap naar elektrisch licht is het licht naar geheel eigen wens af te stellen. Door middel van dimmers, sterkteverschillen en een scala aan kleuren licht is er voor elke gelegenheid een passende lamp. Het herbergt geen gevaar van ontvlambaarheid meer en wordt met de tijd steeds milieuvriendelijker. Met de toenemende mogelijkheden voor licht nemen ook de functies toe. Behalve een donkere ruimte verlichten heeft ze een veel breder spectrum van toepassingen. Zo trekken neonverlichtingen de aandacht voor reclames in uithangborden. Kunstenaars maken dankbaar gebruik van deze functie om met hun objecten in felgekleurde uitspattingen de blik te trekken, zoals men dat ziet in lichtfonteinen. Disco’s hangen vol met flitslichten al dan niet gestuurd op de beat en ook bij festivals zijn de schijnwerpers van ongekende waarde voor het creëren van de feestsfeer. Philips verzint steeds nieuwere toepassingen en heeft een tijdje terug het wake-up light ontwikkelt. Door de nabootsing van natuurlijk licht stimuleert het een natuurlijkere manier van ontwaken. Het bedrijf maakt dankbaar gebruik van de mogelijkheid om op de emoties van de mens in te spelen. De tv met kleurenrand in dezelfde kleuren als het tv-beeld zelf zorgt voor meer beleving. Een makkelijk voorbeeld van disciplinerende macht zijn de verkeerslichten en waarschuwingslampen langs de weg. Nederland lijkt geobsedeerd in de communicatie van regels en informatie, te zien aan de overvloed van borden, seinpalen, lichten en controles. Vliegvelden staan er vol mee en ook aan de kust maakt met gebruik van licht om aanvaringen met boten te voorkomen. Licht kan echter ook gebruikt worden bij het optimaliseren van de gezondheid door middel van stralingstherapie. En laten we niet vergeten de bugzappers die met hun flauw blauwe licht mugjes naar zich toe lokt en ze vervolgens moordlustig verbrandt. Helaas gaan de positieve uitwerkingen van licht ook gepaard met negatieve bijeffecten. De gloeilamp mag onze huizen in de avond van sfeer voorzien, maar vogels raken er gedesoriënteerd door. Gebruikmakend van de sterren trekken ze van gebied naar gebied, maar helaas worden ze bij het schouwen van de nachtelijke hemel verblind door de vele verlichte kantoren, huizen, lantaarnpalen en sportveld spotlichten. Milieuvervuiling wordt enkel gestimuleerd door de vele lampen. Zowel de productie als het afval ervan zijn milieuonvriendelijk en slurpen bovendien enorme hoeveelheden energie. Door de ontwikkeling van lampen wordt deze vervuiling steeds meer ingedamd wat echter een stimulering lijkt te zijn om nog meer lampen te kunnen gebruiken. Gelukkig weet men door klokken of bewegingssensoren het licht steeds gerichter aan en uit te zetten. Met de opkomst van de LED zijn betere displays ontstaan en is het toepassen van waarschuwingslichtjes in elektronica steeds goedkoper en eenvoudiger. Daarmee wordt het toepassen van displays ook vermeerderd. Zaten ze eerst alleen in telefoons, tv’s en computer nu zijn ze te vinden bij kaartjesautomaten, autodashboards en bij het lezen van digitale boeken. 10 We zijn het normaal gaan vinden dat we steeds omringd worden door bakken licht. Het in staat zijn steeds langer te kunnen werken ’s avonds, zorgde voor langere dagen in fabrieken en kantoren en is essentieel voor de 24 uurs economie. Beetje bij beetje heeft de techniek ons sociale leven veranderd en de menselijke routines beïnvloed. Rushkin en Morris meenden tijdens de Arts en Crafts periode dat techniek een belangrijke rol vervult bij het vormen van levenswijzen en leefomstandigheden. Vanuit hun stroming


zouden ze het een kwalijke gedachte hebben gevonden dat werktijden werden verlengd door de aanwezigheid van het elektrisch licht, welke immers de massaproductie ondersteunt.. Het goed verlichten van schemerige werkplekken tijdens de arbeid is een voorbeeld van juist gebruik van de techniek. Computers, mobieltjes, kaartjesautomaten hebben bijvoorbeeld allemaal displays. We maken met z’n allen hier absurd veel gebruik van en kunnen hele dagen bezigen met het turen ernaar en interacteren ermee. Displays op IPhones maken het mogelijk te internetten of filmpjes te bekijken. In de bus en overal wordt het steeds meer onderdeel van de dagelijkse routines en normaalheden, individueel bezig te zijn met een apparaatje. Natuurlijk is dit niet per definitie goed of slecht, maar invloed op het sociale gedrag heeft het zeker. In plaats van gerichtheid op de medemens ontstaat er een sterker individueel acterend mens. Men kijkt niet meer naar elkaar, maar naar een scherm. Overheden zien het als haar taak straten ‘s nacht goed te verlichten voor de veiligheid, maar stimuleren daar ook het avond en nachtleven mee. Iets wat niet per se als gezond te bestempelen is. Hierin heeft de overheid de macht, hoewel ze misschien niet direct het nachtleven probeert te stimuleren, oefent ze er wel degelijk invloed op uit. De mens gaat het als steeds normaler zien (disciplinering ) dat er ‘s avonds laat en ‘s nachts nog activiteiten zijn of gewerkt wordt. Hoewel de overheid niet direct gedrag afdwingt zoals bij uitwendige macht, heeft ze invloed op de discipline. Wellicht kan de overheid haar disciplinerende macht gebruiken bij het opstellen van striktere regels om negatieve effecten bij het gebruik van licht te voorkomen. Direct gedrag afdwingen van de overheid is ook terug te zien in het verkeer, waar het verkeer gecontroleerd wordt door stoplichten. Verschil is dat bij het verlichten indirect gedrag wordt beïnvloed en bij de stoplichten direct gedrag wordt afgedwongen, men krijgt immers een boete voor door rood rijden. Het past binnen de utopische stromingen van Arts&Crafts, Nieuwe Zakelijkheid en Gute Form op zoek te gaan naar technieken die niet direct het consumisme bevorderen, maar inspelen op de behoeften van de mens. Door de komst van elektriciteit was massaproductie op grote schaal mogelijk en verlichting maakte dit mede mogelijk. Fabriekshallen konden ook ‘s avonds open blijven en zodoende draaide men nachtdiensten om de productie maar niet te staken. Echter werd hier niet op de behoeften van mens ingespeeld, maar op het consumisme waarbij geldt: meer productie geeft goedkopere producten en meer geld. Met heel veel producten omtrent licht heeft dit te maken. Uiteindelijk is de productie ervan gericht op het maken van omzet. Producenten proberen door nieuwe producten zich steeds weer te onderscheiden en zodoende geld te verdienen. De vraag of de consument eigenlijk wel echt gebaat is bij al deze producten komt er nauwelijks aan te pas. En consumenten blijven kopen, behoeftes worden gecreëerd door de grote merken en men wil er bij blijven horen. Denk aan het steeds opnieuw ontwikkelen van mobieltjes, de vele verschillende kamerlampen, kerstverlichting etc. Een commercial van Phillips uit 1954 is daar een voorbeeld van. Eén gloeilamp in huis? Dat geeft toch ruzie aan de tafel ‘s avonds! Kies daarom voor lichtspreiding in huis en koop daarom Phillips gloeilampen.8 De producent leert het


de consument aan dat zij die producten nodig heeft en verdient er daardoor goed aan. Een ontwikkeling waartegen Selle zich verzet omdat deze zich ten eerste op de consumentenmarkt richt in plaats van op de behoeften van de mens. Het reflexief modernisme zou juist een verzet tegen producten als symbooldragers zijn. Natuurlijk speelt Phillips ook wel degelijk in op de behoefte aan meer licht, maar de vraag is of zoveel lichtspreiding in huis echt wel nodig is en niet gewoon overdadig. Met bovenstaande voorbeelden en toepassingen van de techniek licht moge duidelijk zijn dat ze niet meer uit de maatschappij weg te denken is. Zoals Bruno Latour meende zorgt de technische mediatie van producten voor sociale verandering. Hij legt dit uit aan de hand van scripts, een opdracht die als het ware uit een product spreekt. Een voorbeeld is terug te zien in het automatisch aangaan van licht bij een woning. Het is een zuinige vorm van verlichting en bijeffect hiervan is dat men enkel met een goede reden het terrein zal betreden, omdat dit niet meer ongezien kan. Latour stelt het zelfs nog sterker, hij ziet de mens als hybriden, samenstellingen van technische en menselijke elementen. De intrede van een product verandert de samenstelling en daarmee dus het samenspel van mens en ding. De scripts in technische producten herbergen een moraal die zij aan de gebruiker overbrengen. Het ‘s avonds langzaam dimmen van een lamp zou de moraal weerspiegelen dat het bedtijd is of dat overmatig gebruik milieuvervuilend is. Foucault worstelde met het feit dat disciplinerende macht opgelegd aan alle zintuigelijkheid van de mens vrijheid beperkend is, in welke zin zou zij zich er dan immers nog tegen kunnen verzetten. Techniek heeft een disciplinerende macht en machthebbers kunnen hier goed gebruik van maken, maar in hoeverre zou zij dit moeten doen? Zou de overheid de rol mogen hebben van het opleggen van een oneindige grote disciplinerende macht voor ‘s volks bestwil of tast dit teveel de vrijheid aan van de mens die haar eigen ontwikkeling zou moeten bewerkstelligen. Mijns inziens is dit laatste onmogelijk doordat techniek altijd sociale verandering met zich meebrengt bewust dan wel onbewust. Techniek zal altijd blijven ontwikkelen en het is onmogelijk hier een leidende hand in te hebben, bovendien zouden we dit waarschijnlijk niet eens willen. Kockelkoren zegt in zijn boek Techniek: kunst, kermis en theater 1 dat mensen zich uitdrukken middels mediërende technieken. Echter zal zij telkens door haar excentriciteit de autonomie op de ingelijfde technieken veroveren. Deze excentriciteit legt Plessner uit als het naast zichzelf bestaan, mensen zijn buitenstaanders van zichzelf. In deze excentriciteit zit volgens hem de gemedieerde toegang tot de wereld reeds besloten. Uiteindelijk zal de vrijheid van de mens nooit zodanig worden ingeperkt, omdat de mens haar autonomie van nature blijft najagen. De vraag of techniek de mens overheerst wordt daarmee met nee beantwoord. Wel kunnen we uit het voorgaande concluderen dat ze gedrag weet te beïnvloeden, zij het bewust dan wel onbewust. REFERENCIES 1 Kockelkoren, P. (2003) Techniek: kunst, kermis en theater, NAi uitgevers, Rotterdam 2 Dorrestijn, S. (...) Utopie en design, sociale verandering en techniekontwerp 3 Dorrestijn, S. (2009) De techniekfilosofie van Foucault en de OV-Chipkaart 4 De Wit, G. en Westerink, H. (1994) Het alziend oog, De Peueraar (www.doorbraak.eu/gebladerte/00735p44.htm) 5 Venmans, P. (2008) Over de zin van het nut. Een filosofisch essay, Uitgeverij Atlas, Amsterdam/Antwerpen 6 Wikipedia, Uiteenzetting licht, en.wikipedia.org/wiki/Lighting [online], [2011] 7 Wikipedia, Geschiedenis en uiteenzetting licht, en.wikipedia.org/wiki/Light [online], [2011] 8 YouTube, Phillips gloeilamp commercial, www.youtube.com/watch?v=HWEwwLEAK_g&feature=related [online], [1954] 9 YouTube, De evolutie van licht, http://www.youtube.com/watch?v=kAVu2HyvSKI&feature=related [online], [2010] 10 YouTube, Moderne communicatiemogelijkheden, http://www.youtube.com/watch?v=6Cf7IL_eZ38 [online], [2011]


Licht. De functie van licht.