Issuu on Google+

Extra oefening OVT sterke werkwoorden 1. Ik (bezoeken) gisteren de bioscoop. 2. Hij (bederven) toen mijn feestje. 3. De kat (bezwijken) aan zijn verwondingen. 4. Het (bestaan) al veel langer. 5. Een dag terug (duiken) Charissa nog mee. 6. Vorig jaar (glimmen) die kerstballen mooier. 7. Wij (kiezen) toen de verkeerde. 8. Bianca (betreden) het podium. 9. De scheidsrechter (fluiten) vorige keer ook zo slecht. 10. Toen (winnen) we ook niet. 11. Waarom (vermijden) je haar. 12. De boot (varen) een uur terug door de sluis. 13. De hond (begraven) het bot. 14. Hij (verliezen) al zijn geld met gokken. 15. Meneer Mous (zenden) hem toen ook al voor een boodschap. 16. Marlinde (vallen) wel op met haar fiets. 17. Toen (heffen) ik het glas op het jaar 2000. 18. In Starlight (schenken) men vorige keer ook geen bier. 19. Anouk (steken) met haar honden de Hamseweg over. 20. Het (vriezen) eergisteren nog harder. 21. Samira (zwerven) weer eens tijdens de les door de kelder. 22. (zwijgen) Sheera maar eens een les! 23. Dat antwoord (weten) David ook al. 24. Hij (zeggen) dat hij haar niets had gedaan. 25. (zijn) deze woorden allemaal sterk? 26. Lippens, de gedoodverfde favoriet, (beginnen) sterk, maar zijn voorsprong (slinken) al snel. 27. Tot ieders verbazing (schieten) de nieuwkomer Sterckx iedereen zomaar voorbij. 28. Zand (stuiven) op vanonder zijn spikes toen hij de laatste bocht nam en door het lint aan de finish (duiken). 29. De sportjournalisten (schrijven) uiteraard vol lof over Sterckx. 30. Hoewel een aantal onder hen toch onraad (ruiken) en een verhaal (ontwerpen) over verboden middelen. 31. Het publiek (verslinden) het dopingverhaal, maar Sterckx (zweren) formeel dat hier niks van aan was. 32. Lippens van zijn kant (komen) ontgoocheld over de eindmeet. 33. Hij (weten) te vertellen dat zijn voet tijdens het lopen steeds meer (opzwellen) en hij zo heel wat kracht (verliezen). 34. Zo (wegen) hij duidelijk veel te licht. Volgens Lippens is Sterckx de terechte winnaar.


Oefening OVT sterke werkwoorden