Page 1

Hoe moet een werkstuk er uitzien?

Door: juf Annemarieke


Voorwoord In een voorwoord schrijf je waarom je voor het onderwerp hebt gekozen. Dat kan zijn omdat je het: • Een interessant onderwerp vindt waar je iets over wilt leren. • Omdat je de lezer van je werkstuk er iets over wilt leren. • Omdat je onverwacht een boek over iets in de bibliotheek zag waar je nieuwsgierig van werd. • Omdat je het een belangrijk onderwerp vindt. • Enzovoort, enzovoort.

Maak er echter geen opsomming van maar een mooi stukje tekst.


Inhoudsopgave • • • • • • • • • •

Voorwoord Inhoudsopgave Inleiding Titel hoofdstuk 1 Titel hoofdstuk 2 Titel hoofdstuk 3 Titel hoofdstuk 4 Titel hoofdstuk 5 Nawoord Bibliografie

Bladzijde 1 Bladzijde 2 Bladzijde 3 Bladzijde 4 Bladzijde 7 Bladzijde 9 Bladzijde 13 Bladzijde 15 Bladzijde 17 Bladzijde 18


Inleiding De inleiding is bedoeld om: • De lezer nieuwsgierig te maken. • De lezer voor te bereiden op het lezen.

Schrijf dus een leuke tekst waarin: • Interesse gewekt wordt. • Een klein tipje van de sluier van elk hoofdstuk opgelicht wordt.

Begin bijvoorbeeld met: • Altijd al iets willen weten over……? • Napoleon was een schurk. • Wist u dat……..?


Titel van hoofdstuk 1 Je schrijft een tekst over een bepaald aspect van je onderwerp.

Tips: • Gebruik illustraties. • Maak een tekst met een inleiding, kern en slot. • Maak alinea’s, gebruik witregels. • Maak de zinnen niet te lang. • Gebruik hoofdletter, maak geen spellingfouten en let op de zinsbouw. • Lees na het schrijven je tekst hardop voor, dan weet je of je tekst goed “loopt”.


Titel van hoofdstuk 2 Je schrijft een tekst over een bepaald aspect van je onderwerp.

Tips: • Gebruik illustraties. • Maak een tekst met een inleiding, kern en slot. • Maak alinea’s, gebruik witregels. • Maak de zinnen niet te lang. • Gebruik hoofdletter, maak geen spellingfouten en let op de zinsbouw. • Lees na het schrijven je tekst hardop voor, dan weet je of je tekst goed “loopt”.


Titel van hoofdstuk 3 Je schrijft een tekst over een bepaald aspect van je onderwerp.

Tips: • Gebruik illustraties. • Maak een tekst met een inleiding, kern en slot. • Maak alinea’s, gebruik witregels. • Maak de zinnen niet te lang. • Gebruik hoofdletter, maak geen spellingfouten en let op de zinsbouw. • Lees na het schrijven je tekst hardop voor, dan weet je of je tekst goed “loopt”.


Titel van hoofdstuk 4 Je schrijft een tekst over een bepaald aspect van je onderwerp.

Tips: • Gebruik illustraties. • Maak een tekst met een inleiding, kern en slot. • Maak alinea’s, gebruik witregels. • Maak de zinnen niet te lang. • Gebruik hoofdletter, maak geen spellingfouten en let op de zinsbouw. • Lees na het schrijven je tekst hardop voor, dan weet je of je tekst goed “loopt”.


Titel van hoofdstuk 5 Je schrijft een tekst over een bepaald aspect van je onderwerp.

Tips: • Gebruik illustraties. • Maak een tekst met een inleiding, kern en slot. • Maak alinea’s, gebruik witregels. • Maak de zinnen niet te lang. • Gebruik hoofdletter, maak geen spellingfouten en let op de zinsbouw. • Lees na het schrijven je tekst hardop voor, dan weet je of je tekst goed “loopt”.


Nawoord In het nawoord vertel je aan de lezer hoe je het maken van je werkstuk vond. Vertel bijvoorbeeld over: • Wat je geleerd hebt. • Of het makkelijk of juist moeilijk was om aan informatie te komen. • Wie je goed geholpen heeft. • Welke organisatie je leuke informatie toegestuurd heeft. • Hoe je het schrijven van de teksten ervaren hebt. • Enzovoort, enzovoort.


Bibliografie In een bibliografie maak je een opsomming van bronnen die je gebruikt hebt.

Dit zijn meestal:

Vermeld dan:

• Boeken • Internet • Interviews

• titel én auteur. • precies welke site. • met wie én wat die te maken heeft met het onderwerp. • de krant én de datum dat het artikel in de krant stond. • de titel/naam van het pakket én van welke organisatie.

• Krantenartikelen • Informatiepakketten


Hoe moet een werkstuk er uitzien?  

informatie over het maken van een werkstuk

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you