Page 1

Op Ontdekking havo-vwo werkschrift Docentenhandleiding Het werkschrift

Tijdbalk

Stamboom

Op Ontdekking

(10 minuten)

(10 minuten)

Het werkschrift is gemaakt ter verdieping van de stof in de strip De Ontdekking. De hoofdper­ sonen en hun keuzes tijdens de oorlog vormen de rode draad. De opdrachten zijn ontwikkeld in nauwe samenwerking met docenten uit het havo en vwo en zijn daar getest. Bij sommige opdrachten hebben leerlingen het internet nodig. De meeste opdrachten hebben een verdiepingsvraag, voor het geval u uitgebreider met een thema aan de slag wilt gaan.

Leerlingen schrijven het nummer van de strip­ plaatjes op de juiste plaats in de tijdbalk om een overzicht te krijgen van enkele belangrijke gebeurtenissen.

De stamboom kan in tweetallen worden gemaakt. Bij de biografie moet de mening van leerlingen over een persoon duidelijk zijn. Theo en vader van Dort worden waarschijnlijk niet vaak gekozen, omdat zij in de ogen van de meeste leerlingen ‘fout’ waren.

website en bestellen Meer lesmateriaal over de strip vindt u op de website bij De Ontdekking www.annefrank.nl/ ontdekking. De site wordt regelmatig geactua­ liseerd en uitgebreid. Ook kunt u hier bestel­ lingen plaatsen voor de strip en het werkschrift. Verder is er informatie te vinden over activi­ teiten en nieuws rond de strip. Voorbereiding Het kost leerlingen ongeveer een uur om het stripboek te lezen. Om met het werkschrift te kunnen werken moeten leerlingen de strip uit­ gelezen hebben.

Leerdoelen Een aantal belangrijke gebeurtenissen noemen in de periode 1933-1945 en deze op een tijdbalk plaatsen. Antwoorden Jaartal  nummer van het plaatje: 1933  8 1935  11 1938  1 1939  3 1940  5 1941  7 1942-februari  14 1942-juli  9 1943-januari  6 1943  4 1944  12 1944-september  2 winter 1944-’45  10 1945  13

Leerdoelen Leerlingen krijgen meer inzicht in de structuur van de familie van Dort. Antwoord

moeder

vader

Wim

Theo

Helena 1 Helena 2

Kees

Helena 3

Verdiepingsopdracht (15 minuten) Deze opdracht is leuk voor leerlingen die geïn­ teresseerd zijn in meer context informatie.

Jeroen’s vader

Jeroen’s moeder Jeroen

Verdiepingsopdracht (30 minuten) Leerlingen kunnen een stamboom maken van hun eigen familie en onderzoeken wat hun familie tijdens de oorlog heeft meegemaakt, bijvoorbeeld door een familielid te interviewen.


Echt gebeurd

Esther en Helena

De keuze van Wim

(20 minuten)

(15 minuten)

(15 minuten)

Leerlingen werken met enkele historische bronnen en foto’s die gebruikt zijn bij de ont­ wikkeling van de strip. In de strip zoeken ze de tekeningen op die bij de foto’s horen. Daarna lezen ze hoe iemand destijds de situatie op de foto heeft ervaren en geven hun mening hierover.

Via Esther en Helena verdiepen leerlingen zich in discriminatie en jodenvervolging.

In het stripboek spelen de keuzes en dilemma’s van de hoofdpersonen een belangrijke rol. Iedere persoon reageert verschillend. Wim gaat bij het verzet, terwijl Theo dienst neemt in het Duitse leger. Vader raakt steeds meer betrokken bij de jodenvervolging en moeder laat de bezetting gelaten over zich heen komen. De hoofdpersonen representeren drie belangrijke reacties op de bezetting: verzet, collaboratie en aanpassing. Bij deze opdracht staat het begrip verzet centraal. Via Wim verdiepen leerlingen zich hierin. Begin met deze opdracht, omdat verzet een herkenbaar begrip is voor leerlingen.

Leerdoelen • beter beseffen dat het stripverhaal de werke­ lijkheid goed benadert. • oefenen met het werken met historische foto’s en geschreven bronnen. Antwoorden De juiste strippagina’s zijn: vraag 1  12 (Kindertransport), vraag 2  15 (bombardement op Rotterdam) vraag 3  18 (Februaristaking) vraag 4  11 (Kristallnacht) vraag 5  34 (Westerbork)

Verdiepingsopdracht (20 minuten) Als u dieper wilt ingaan op de getuigenissen is dit een geschikte opdracht.

Leerdoelen • omschrijven wat discriminatie inhoudt. • enkele voorbeelden geven van discriminatie van joden tijdens WOII. • enkele stappen in het proces van joden­ vervolging onderscheiden. • de ervaring van Esther in de strip vergelijken met andere bronnen. Mogelijke antwoorden Bij vraag 1: Let hier op de mening van leerlingen over Esther. Bij vraag 2: A) Discriminatie wil zeggen dat er onterecht onderscheid wordt gemaakt tussen mensen. Mensen worden ongelijk behandeld op grond van kenmerken die er niet toe doen, zoals sekse, handicap, leeftijd, afkomst, seksuele voorkeur. B) Bijvoorbeeld: dragen van de jodenster, aparte scholen voor joden, aparte woonwijken voor joden. Bij vraag 3: A) Beperkende maatregelen tegen joden werden opgelegd, discriminatie. B) Vriendinnen blijven, bij elkaar over de vloer komen. Bij vraag 4: Vriendschappen gingen stuk, geen enkele vorm van solidariteit van leerlingen of leraren, totale isolatie. Bij vraag 5: A) 1 – Esther met ster 2 – Westerbork 3 – Concentratiekamp in Duitsland B) isolatie, deportatie, moord C) Van Duitsland naar Nederland gevlucht, geprobeerd naar Engeland te vluchten, gepro­ beerd onder te duiken.

Verdiepingsopdracht Meestal kwam er een eind aan de vriend­ schappen tussen joden en niet-joden. Joden werden beperkt in hun bewegingsvrijheid en ze waren door hun ster vaak geen gewaardeerd gezelschap.

Leerdoelen • omschrijven wat verzet inhoudt. • enkele voorbeelden geven van verzet. • enkele redenen noemen waarom mensen in verzet kwamen. • gaan inzien dat de meeste verzetsmensen geen buitengewone helden waren, maar gewone mensen. • een vergelijking maken tussen verzet toen en nu. Mogelijke antwoorden Bij vraag 1: Let hier op de mening van de leerlingen over Wim. Welk beeld hebben ze van hem? Bij vraag 2: Verzet tijdens de bezetting van Nederland betekende terugvechten tegen de nazi’s. Een voorbeeld van verzet is het helpen van joden. Hiervoor moest je wetten overtreden, want dit was verboden. Het was ook gevaarlijk om te doen, omdat er zware straffen op stonden. Bij vraag 3: A)

3

6

7

1

5

4

2 9


B) Leerlingen zullen waarschijnlijk het gewa­ pende verzet het meest gevaarlijk vinden en vormen van ongewapend verzet het minst gevaarlijk. U kunt deze termen introduceren. Bij vraag 4: Alle redenen droegen in meer of mindere mate bij aan Wim’s keuze voor het verzet. De meeste verzetsmensen waren geen helden, maar gewone mensen. Discussieer bijvoorbeeld over de vraag of je Wim een held moet noemen. Bij vraag 6: B) Overeenkomsten: je nek durven uitsteken voor een ander, onrecht zien en er iets aan doen. Verschillen: zijn enorm, onder andere de omstan­ digheden waarin het verzet gepleegd werd. In de oorlog kon het plegen van verzet letterlijk levensgevaarlijk zijn. Hulp aan onderduikers werd bijvoorbeeld vaak bestraft met opsluiting en leden van het gewapend verzet zijn gefusil­ leerd.

Verdiepingsopdracht (15 minuten) Opvallend zijn vooral de motivatie van Geert de Jong (in eerste instantie spanning en avontuur) en zijn fanatisme als hij steeds meer betrokken raakt bij het verzet.

De keuze van Theo

Vaders keuze

(15 minuten)

(20 minuten)

De leerlingen verdiepen zich via Theo in het thema collaboratie.

Via vader verdiepen leerlingen zich in aan­ passing en collaboratie.

Leerdoelen • omschrijven wat collaboratie inhoudt. • enkele voorbeelden geven van collaboratie. • enkele redenen noemen waarom mensen collaboreerden. • beginnen te begrijpen hoe propaganda gebruikt werd om jonge mannen te enthou­ siasmeren voor dienst in het Duitse leger.

Leerdoelen • omschrijven wat aanpassing inhoudt. • enkele voorbeelden kunnen geven van aanpassing. • enkele redenen kunnen noemen waarom mensen zich aanpasten. • gaan inzien dat aanpassing en collaboratie vaak in elkaar overgingen. • het gedrag van vader vergelijken met ambtenaren in een vergelijkbare positie.

Mogelijke antwoorden Bij vraag 1: Let hier op de mening van de leerlingen over Theo. Wat is hun beeld van hem? Bij vraag 2: Collaboratie tijdens de bezetting van Nederland betekende samenwerken met de nazi’s, de machthebbers. Dat kon op verschillende manieren, bijvoorbeeld door lid te worden van de Nederlandse nazi-partij of door dienst te nemen in het Duitse leger. Bij vraag 4: Theo was geen felle nazi en geld was ook geen motief. De overige redenen droegen in meer of mindere mate bij aan de keuze van Theo voor het Duitse leger. De meeste collaborateurs waren geen schurken, maar gewone mensen. Discussieer bijvoorbeeld over de vraag of Theo ‘goed’ of ‘fout’ was. Bij vraag 6: A) paginanummers 24 en 37 B) • het affiche is gemaakt door Nederlandse nazi’s. • (jonge) mannen die dienst willen nemen in het Duitse leger. • de stoere soldaat met zijn geweer, het militaristische, het strijdbare imago.

Verdiepingsopdracht (40 minuten) 1) Het Vrijwilligerslegioen bestond uit Neder­ landse mannen die zich vrijwillig voor dienst in het Duitse leger aanmelden. Waar de leerlingen op gewezen kunnen worden is: • de omvang van de groep jonge mannen (550). • de toespraak van generaal Seyffardt die de jongens complimenteert met hun keuze. • alle aanwezigen brengen de Hitler groet. • de vrijwilligers zijn goed getraind. • alles gebeurt in het openbaar. • het afscheid op het perron, met veel familie. 2) In het affiche kunnen de volgende elementen zitten: er wordt een belofte gedaan, of een oproep, er wordt geappelleerd aan de belevings­ wereld van leeftijdsgenoten, een aansprekende vormgeving. 3) Opvallend is vooral dat Jan Montyn weg wilde van huis, dat hij volledig a-politiek was en op zoek naar avontuur.

Mogelijke antwoorden Bij vraag 1: Let hier op de mening van de leerlingen over vader. Wat is hun oordeel over vader? Bij vraag 2: Aanpassing tijdens de bezetting van Nederland door de nazi’s betekende zo goed mogelijk de oorlogstijd proberen door te komen. De meeste mensen deden uit angst niets tegen de nazi’s en dachten vooral aan zichzelf. Bij vraag 3: A)

3

2

1

6

4 5 lees verder >>


B) Angst voor ontslag, gezagsgetrouwheid. C) Meerdere antwoorden zijn mogelijk: Aanpassing: doorwerken, proteststaking breken, alle bevelen opvolgen. Collaboratie: oproepen rondbrengen en deel­ nemen aan een razzia. Maar, ook een protest­ staking breken kan je zien als collaboratie. Aanpassing en collaboratie zijn begrippen die in elkaar overgaan. Bij vraag 4: A) Meewerken aan de deportatie van joden. Dat stuit hem tegen de borst als politieman. B) Twee antwoorden mogelijk. Nee, vader vindt het niet leuk om mee te werken aan de joden­ vervolging, maar hij komt daar niet tegen in verzet, door bijvoorbeeld een brief te schrijven aan zijn baas. Ja, vader redt Esther en daaruit blijkt zijn gewetensconflict. Bij vraag 5: A) Het besef van wat hij gedaan had kwam pas na de oorlog en daarmee ook zijn wroeging. B) Meningsvraag. Vader lijkt het meeste op de bewaker, omdat hij niet goed nadenkt over het werk dat hij uitvoert.

Verdiepingsopdracht (25 minuten) De belangrijkste conclusie is dat het gedrag van vader representatief is voor het Amsterdamse politiekorps.

Talkshow

Mensenrechten

(45 minuten)

(10 minuten)

In de voorgaande lessen hebben leerlingen zich verdiept in de verschillende manieren waarop mensen hebben gereageerd op de onderdrukking tijdens de bezetting. Dit is een opdracht waarbij leerlingen hun kennis hierover gaan toepassen.

In de strip staan verschillende mensenrechten­ schendingen. Door deze opdracht wordt dat expliciet gemaakt.

Vertel dat er een talkshow wordt nagespeeld met de hoofdpersonen uit de strip. De talkshow gaat over de vraag hoe de hoofdpersonen rea­ geren op de bezetting. Vertel dat de hoofdper­ sonen nog midden in de oorlog zitten, in 1941. De hoofdpersonen weten dus nog niet hoe het zal aflopen en welke keuzes ze uiteindelijk zullen maken. Laat de leerlingen zonodig de eerste 22 pagina’s van de strip herlezen. Voor elke hoofdrol (vader, moeder, Theo, Wim, Helena, Esther en Jeroen) is er een beschrijving. Laat leerlingen zich voorbereiden op hun rol door de kaartjes goed te lezen en te bedenken hoe ze reageren op de bezetting en waarom op die manier. De voorbereiding kost ongeveer 15 minuten (rolverdeling en voorbereiding op het rollenspel). Laat leerlingen naambordjes maken om duidelijk te maken welke rol een leerling speelt.

Leerdoelen • enkele mensenrechten benoemen. • uitleggen welk mensenrecht zij het belang­ rijkste vinden. Antwoord

1

8

6

De leerling die Jeroen speelt (die in een soort tijdmachine door de tijd is gereisd) heeft een belangrijke functie als gespreksleider. Hij is erg nieuwsgierig en vraagt door. U kunt die rol het beste samen met een leerling vervullen. De rest van de klas speelt het publiek, ook hiervoor zijn er kaartjes met opdrachten, die te kopiëren zijn. Voorin de klas moeten zeven stoelen staan voor de hoofdrolspelers. Evalueer ter afsluiting samen met de leerlingen de talkshow rond twee vragen (10 minuten): • wat ging er goed en wat ging er niet goed? • In hoeverre denken jullie dat de dilemma’s en keuzen in dit spel een realistische afspiegeling zijn van die tijdens WOII? Leerdoelen • inleven in de dilemma’s en keuzes van de hoofdpersonen uit de strip. • Inleven in de historische situatie, je kunnen verplaatsen in de tijd. • argumenten voor collaboratie, verzet en aanpassing gebruiken in een discussie. • eigen standpunten verdedigen en luisteren naar anderen.

4

3 7 2

5 Colofon Uitgave en productie: Anne Frank Stichting Redactie: Ruud van der Rol, Lies Schippers (Anne Frank Stichting), Marc Kropman (vak­ didacticus geschiedenis, Instituut voor de Lerarenopleiding van de Universiteit van Amsterdam), Maaike Kaandorp (International School Hilversum Alberdingk Thijm), Toos Kruithof (Schoter Scholengemeenschap) Met dank aan: Ingrid Dofferhoff (OSG De Meergronden), Lex Fok (Wolfert van Borselen) Vormgeving: Karel Oosting Tekeningen: Eric Heuvel Druk: Booxs, maart 2011 © 2005 Anne Frank Stichting

DocentenhandleidingHavo-VWOontdekking  

DocentenhandleidingHavo-VWOontdekking

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you