Editie 2020 - deel 1

Page 1

Op vakantie, en de hond mag mee

De familie-hond mee op reis geeft dubbel plezier ! Een praktische handleiding met veel tips, STAP-voor-STAP opvoedingsadvies om van uw hond een fijne reiskameraad te maken, en alles wat u moet weten voor een onbezorgde vakantie.

Editie 2020 – deel 1 : Hoe begin ik eraan ?

Anne Degraef


2


Op vakantie, en de hond mag mee

3


4


Anne Degraef

Op vakantie, en de hond mag mee De familiehond mee op reis geeft dubbel plezier ! Een praktische handleiding met veel tips, STAP-voor-STAP opvoedingsadvies om van uw hond een fijne reiskameraad te maken, en alles wat u moet weten voor een onbezorgde vakantie.

5


Š 2020 Anne Degraef 1ste editie online als e-boek gepubliceerd op 22 oktober 2010 2de editie online als e-boek gepubliceerd op 6 augustus 2011 3de editie online als e-boek gepubliceerd op 8 februari 2012 4de editie ( deel 1 & 2 ) online als e-boek gepubliceerd op 6 november 2012 5de editie ( deel 1 & 2 ) online als e-boek gepubliceerd op 29 september 2013 6de editie ( deel 1 & 2 ) online als e-boek gepubliceerd op 13 september 2014 7de editie ( deel 1/2/3 & 4 ) online als e-boek gepubliceerd op 1 augustus 2015 8ste editie ( deel 1/2/3 & 4 ) online als e-boek gepubliceerd op 18 oktober 2016 9de editie ( deel 1/2/3 & 4 ) online als e-boek gepubliceerd op 10 oktober 2017 10de editie ( deel 1/2/3 & 4 ) online als e-boek gepubliceerd op 17 oktober 2018

6


Alle foto’s werden genomen door Anne Degraef en Walter Van Rompaey, op 2 na die zijn van de hand van Kristien, een andere werd gemaakt door Eric Suykerbuyk *, ook mijn vader Henri Degraef ** nam er één voor zijn rekening en ook onze kleinzoon Mathieu *** nam een foto. Met dank aan Vincent voor het online zetten van alle edities.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever en auteur. www.annedegraef.be of http://annedegraef.weebly.com anne.degraef@telenet.be De uitgever en auteur zijn niet verantwoordelijk voor eventuele schade die is voortgekomen uit gebruik van de in dit boek genoemde materialen, methodes en middelen.

De beschrijving en info van de verschillende logementen dateert uit de periode dat wij met ons gezin en de hond(en) op die plaats verbleven. Gelieve voor up-to-date info u opnieuw in verbinding te stellen met het logement dat u op het oog heeft. Veel reisplezier !

7


8


Inhoud Inleiding 17 Wat vooraf ging 17

Deel 1 Hoe begin ik eraan 21 -

Op zoek naar een goede fokker

-

De nieuwe EU – import reglementering + daaruit voortvloeiend het Belgische KB, voor pups afkomstig uit het buitenland Hoe kan men dat in de praktijk organiseren

-

Welke pup uit het nest De klassieke puppy-testen zijn achterhaalt. Echter wat moeten we weten in verband met de persoonlijkheid van de pupjes, vooraleer eentje uit te kiezen

-

Wat gedaan met een pup die uit het buitenland komt ?

-

En dan is het zo ver ! Het magische moment dat we onze pup in ontvangst mogen nemen, en het leven samen begint. Echter, niemand is perfect !

-

Wat als je pup onverwacht, dus zonder dat je er iets van kon merken, helemaal geen goede voorbereiding heeft gehad bij de fokker, om wat voor reden dan ook ?

-

Wat zijn ( achteraf gezien ) de vaardigheden die wij door de jaren heen, steeds weer, als een pluspunt zagen bij het uitkiezen van een nieuwe pup ? Het al dan niet aanwezig zijn van deze eigenschappen, berust in zeer grote mate op het werk dat de fokker gestoken heeft in zijn/haar pups.

De hoofdrolspelers 52 Rudith - Rembrandt - Evy - Aagje

9


Hoe kan ik mijn honden goed voorbereiden 60 De zindelijkheidstraining 60 -

In het algemeen

-

Specifiek naar reisomstandigheden toe

Onverwachte voordelen van deze manier van zindelijk maken -

Een urine-staaltje afnemen voor de dierenarts wordt een fluitje van een cent om te doen

-

Als je hond later ’s nachts naar buiten moet, zal hij je steeds wekken

Een eerste onverwachte reisbelevenis Deze manier van zindelijk maken heeft niets dan voordelen, ook op vakantie Verander tijdens een reis niet het uitlaat-patroon dat je je hond thuis aangeleerd hebt

Wanneer ( en wat ) krijgt onze hond op reis te eten 82 De socialisatie in het algemeen 82 -

Wetenschappers brachten ondertussen aan het licht dat in de tweede helft van het eerste levensjaar, tussen de 6de en de 8ste levensmaand, er een tweede socialisatiefase bestaat ?

-

Waarop moet een pup allemaal gesocialiseerd worden ?

-

Het resultaat van een goede socialisatie op weide-dieren

De socialisatie specifiek naar reizen toe 104 -

Beweeglijke ondergronden : Mijn puppy-socialisatie-fiets, een afgedankte bedvering‌

-

Het resultaat van een goede socialisatie op beweeglijke ondergronden

-

Balans- en coĂśrdinatie training

10


-

Vreemde ondergronden : Plastiek noppenfolie, anti-slip mat, metalen ondergronden…

-

Moeilijk begaanbare ondergronden : metalen geperforeerde traanplaat + zijn rubberen variant, vee-roosters…

-

Ongewone ondergronden : een ondergrond in gewapend glas…

Soms wordt een ondergrond moeilijk omwille van de locatie waar hij zich bevindt : spelonken, kloven en watervallen 122 Het voorkomen van overmatig blaffen, op alles en nog wat 124 -

Het commando “ Neen ! ” aanleren, wat in deze context zo veel betekent als “ Stop onmiddellijk met blaffen ”.

-

Het commando “ Luid ! ” aanleren

De socialisatie specifiek naar reizen toe, vervolg 126 -

Spiegels

-

Het resultaat van een goede socialisatie op spiegels

De socialisatie op zoveel mogelijk externe indoor-prikkels 131 -

Automatische schuifdeuren

-

Winkelkarretjes

-

Luidsprekers

-

Liften

Waarom met een jonge pup op reis gaan 135 Het opbouwen van een wederzijdse vertrouwensrelatie, dé basis voor een super binding/band later 137

-

Binding/band en het verschil met relatie

-

Hoe kunnen we weten of we een goede band/binding hebben met onze viervoeter

11


-

Hoe kunnen we zien dat onze hond weet dat hij bij ons veilig is, en altijd op ons kan rekenen

Spelen met je hond 145 -

Het speels apporteren - oppassen voor 2 uitersten

-

Het aanleren van het speels apporteren, stap voor stap uitgelegd

-

Opgepast met spel tijdens de tandenwissel ! En ooit al een foto van een hond met tandpijn gezien ?

-

Speels apporteren op reis

Netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn 158 -

Trekken aan de lijn op commando

-

De jonge hond en wandelen

-

Wat te doen met de overtollige energie van je viervoeter, wanneer het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn, nog niet op punt staat

Het aanleren van het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn, mijn visie. En tussendoor trainings trainingsprincipes uitgelegd + hun effekt op het gedrag van de hond, up-to-date met de recentste bevindingen uit studies en wetenschappelijk onderzoek wereldwijd 168 -

Op te stellen lijst met TOP20 Beloningen

-

De aandachtsoefening, stap voor stap uitgelegd

-

De zit-oefening, stap voor stap uitgelegd

-

De oefening hierkomen, stap voor stap uitgelegd

-

Het commando “ Ga maar ! � aanleren, stap voor stap uitgelegd

-

Het aanleren van het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn, stap voor stap uitgelegd

12


Verwacht je eraan dat elke nieuwe viervoeter die in je familie komt, anders voorbereid zal zijn ( door de fokker ), op een leven samen met jou 206 -

Enkele problemen waarmee wij geconfronteerd werden, en hoe we ze oplosten

-

Het resultaat van maanden-lange training op impuls-controle

Een extra commando dat tijdens de aangelijnde wandeling goed van pas komt is het commando “ Terug ! � 213 Wil je de hond overal mee naartoe kunnen nemen, dan moet je hem zeker ook goed leren traplopen 215 -

Een wandeling met onverwacht veel trappen

-

Vooral trappen, onregelmatig uitgehouwen, in de rotswand kunnen bijzonder lastig zijn voor je hond

-

Uitkijktorens beklimmen, werkelijk fantastisch als je dat samen kan doen ( met ook je viervoeter )

Verrassende/ongewone constructies onderweg 227 Hindernissen ( letterlijk te nemen ) die je op reis tijdens een wandeling kan tegenkomen 231 Onverwacht ongewenst wandelgedrag op reis, hoe aanpakken en oplossen, stap voor stap uitgelegd 238 Andere onvoorziene omstandigheden tijdens de wandeling waarmee je liever niet geconfronteerd wordt 240 Het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn, uitgebreid naar bijzondere omstandigheden 242

13


14


Ik wil dit boek opdragen aan onze kinderen Vincent en Kristien, opdat zij als ze later ook een hond in hun gezin opnemen, het zouden kunnen gebruiken als handleiding om net zo onbezorgd op reis te kunnen gaan MET de hond als wij dat altijd deden en nog steeds doen.

15


16


Inleiding Wat ons betreft kunnen we alvast zeggen dat het meenemen van onze hond op reis altijd veel meer plezier en voldoening geeft dan de keren dat we zonder hond op reis gingen. Nochtans is dit niet altijd zo als vanzelfsprekend. Echter met een goede voorbereiding zal je hond reizen net zo plezierig gaan vinden als jij dat vindt. En zeg nu zelf, wat is voor jou plezieriger, samen uit met je hond of dat nu in binnen- of buitenland is, aan het strand of in de bergen, op hotel of restaurant, te voet, met de fiets of in de auto… of alleen uit en je hond alleen thuis.

Wat vooraf ging In 1992, na de verhuis naar een eigen huis met tuin, beslisten we onze familie uit te breiden met een hond. Wat voor hond het zou worden wisten we op dat moment nog niet. Maar één ding was voor ALLE gezinsleden duidelijk : Er komt een hond. Onze spannende zoektocht naar de juiste hond die perfect bij ons gezin zou passen, zou ruim één jaar duren. Maar we waren niet gehaast. Immers ook in dit geval is haast en spoed zelden goed ! En we begonnen zoals waarschijnlijk iedereen begint. Namelijk met de aanschaf van een boek waarin 101 hondenrassen beschreven staan. Het was “ Het MOOISTE HONDEN boek van David Taylor ” met vooral heel veel prachtige foto’s. Maar eigenlijk wanneer we het nu terug doorbladeren, veel te weinig uitleg. We konden er samen met de kinderen uren in lezen. En elke keer weer was er één en hetzelfde hondenras waar we niet op uitgekeken raakten. Het was de Berner Sennenhond. Bij de beschrijving van het temperament stond dat het opgewekte en zeer zelfverzekerde honden waren, die ook prima met kinderen konden omgaan. Meer stond er niet. Onze kinderen waren op dat ogenblik 8 en 9 jaar oud. Dat onze toekomstige hond goed met kinderen moest kunnen opschieten stond als een paal boven water. Voor het overige waren we niet veeleisend. Of toch, een hond die huis en erf zou bewaken. Als onze toekomstige hond over die eigenschap zou beschikken, zou dat mooi meegenomen zijn. Over andere eigenschappen bij de hond stelden we ons geen vragen. Ook de vraag of wij wel in staat zouden zijn om een hond naar behoren op te voeden kwam nooit in ons op. Er waren zoveel mensen die een hond bezaten, als dat bij hen goed ging zou dat bij ons ook wel goed gaan. We stelden er het volste vertrouwen in. Niemand van ons was opgegroeid met honden en we kenden ook geen vrienden of buren met honden, ook niemand in de familie bezat een hond. Eigenlijk hadden we

17


totaal geen ervaring met honden. Meer nog, we waren ons ook totaal niet bewust van het feit dat dit weleens heel fout kon aflopen ! Gelukkig gebeurde dat niet.

Wat ontdek ik na meer dan 50 jaar‌

‌ dat ik al van jongs af een heel grote hondenliefhebber was !!! Deze foto werd gemaakt door mijn vader Henri Degraef **

Eens het ras van onze keuze bepaald, louter op basis van de foto’s en uitleg in boven vermeld boek, moesten we op zoek naar een goede fokker. We bezochten geen hondententoonstellingen en contacteerden ook geen rasverenigingen. We gingen niet op bezoek bij hondenfokkerijen en we abonneerden ons ook niet op een hondenmagazine. Waarom niet ? Gewoonweg omdat we het hondenwereldje met alles erop en eraan nog niet kenden. Ook internet bestond toen nog niet. Als bij verrassing kregen we via iemand die we toevallig ontmoetten, en die zelf ook op zoek was naar een hond en al heel wat veldwerk had verricht, het adres van een volgens hem zeer betrouwbaar fokker. Met deze fokker zouden we contact opnemen.

18


Bij de eerste kennismaking hadden we al een heel goed gevoel. Maar de wachtlijst voor een pup was heel lang. Hoelang we ook moesten wachten, onze pup zou van deze fokker komen. In 1994 was het dan zover. De dekking was gebeurd en eens het nest geboren zou er zeker een pup voor ons bij zijn want ondertussen stonden we helemaal bovenaan op de wachtlijst. We stonden op de eerste plaats en kregen onverwacht de eerste keuze uit het nest. Voor ons was al snel uitgemaakt dat we voor een teefje zouden kiezen. In blijde verwachting vertelden we aan familie, buren, vrienden en kennissen dat ons gezin in de volgende maanden zou uitgebreid worden met een hond. We keken er echt naar uit. Maar de reacties van iedereen aan wie we het vertelden waren ronduit negatief. Neen, dat zag men niet zitten. Een hond bij ons in het gezin ? Wij die zo graag en ook zo veel reisden ? Dan kon een hond alleen maar een blok aan ons been zijn. Als we toch een hond wilden nemen, zouden we ons er moeten bij neerleggen dat reizen vanaf nu tot de verleden tijd behoorde. Neen, we zouden bij hen niet moeten komen jammeren als we toch tegen alle raadgevingen in voor een hond kozen. Wij begrepen niet waarom er zo negatief gereageerd werd. We zouden onze hond toch gewoon op reis meenemen. Echter, toen op een dag ook mijn echtgenoot Walter begon te twijfelen en zich liet ontvallen dat als ooit één reis niet zou kunnen doorgaan omwille van de hond, deze laatste buiten moest, werd ik compleet wakker geschud. De tijd van dromen over een hond in het gezin was voorbij. De hond was op komst en er mocht niets mis gaan ! Ook al hadden we geen enkele ervaring met honden, ik wist één ding. Ik zou alles in het werk stellen om de viervoeter, waar we met z’n allen zolang naar uitgekeken hadden, op te voeden niet alleen tot een gehoorzame familiehond, maar daarnaast ook tot een fijne reiskameraad zodat hij ons overal zou kunnen vergezellen. En zo werd Rudith, een Berner Sennenhond, onze eerste viervoeter. Enkele jaren later kwam Rembrandt, een Tervuerense Belgische herder, er als tweede bij. Evy, onze langharige Schotse Collie, maakte als derde viervoeter bijna 14 jaar deel uit van het gezin. En op dit moment is Aagje, onze kortharige Schotse Collie, de vierde in de rij. Al onze honden kwamen als jonge pup in huis. En op de leeftijd van 4 maanden gingen ze voor het eerst mee op reis naar het buitenland. Dit bij wijze van test om te zien of de opvoeding al goed opgeschoten was. Hoewel elk van hen tot een ander ras behoorde en elk een totaal ander karakter had, hadden ze allemaal één ding gemeen, hun enorme voorliefde voor reizen. Was dat aangeboren ? Neen, dat was hen aangeleerd. Mee op reis gaan was voor hen als vanzelfsprekend geworden. Het was voor hen ondenkbaar dat we hen tijdens onze reizen zouden thuis laten. En wij dachten er net hetzelfde over. En hierover gaat dit boek.

19


Wij worden op onze reizen om de haverklap aangesproken op het onberispelijke gedrag van onze honden. Mensen vragen ons zo dikwijls om tips, opvoedingsadvies en nuttige informatie dat we de tijd er rijp voor achten om alles in een soort handleiding te bundelen, zodat we onze jarenlange ervaring in het reizen met honden kunnen delen met iedereen die ook van plan is de hond mee te nemen op vakantie maar niet goed weet hoe dat in de praktijk moet aangepakt worden.

20


Hoe begin ik eraan Echter, vooraleer van start te gaan, wil ik toch even uit de doeken doen, wat ons overkwam bij onze zoektocht naar een geschikte pup. Want ook wij bleven daarbij niet van nare ervaringen gespaard. Hoewel we ruimschoots onze tijd namen om op zoek te gaan naar een bonafide fokker ( de beste garantie voor een goede pup ) werden ook wij geconfronteerd met malafide fokkers.

Tip Daarom een goede raad : Neem contact op met een professioneel hondentrainer en vraag hem of hij je wil begeleiden in je zoektocht naar een goede fokker. Hij zal je heel snel aan de hand van enkele vragen kunnen zeggen waarop je moet letten om tussen fokkers het kaf van het koren te kunnen scheiden.

Toch nog een waarschuwing in verband met fokkers ! Soms kunnen er in het hondenwereldje zeer controversiële hypes de kop op steken, waar menig fokker zich jarenlang door laat meeslepen. Met alle dikwijls catastrofale gevolgen van dien voor de opvoeding ( 1 ) van hun eigen honden die later voor de fok – van eventueel jouw pup/hond – zullen gebruikt worden, en ( 2 ) van de pups die er geboren worden ! Wij kunnen ervan mee spreken, helaas ! Dus wees gewaarschuwd !

Echter, na meer dan 25 jaar, 4 honden verder en heel veel interessante seminaries, lezingen en workshops over dit onderwerp te hebben gevolgd, moet ik mijn mening herzien. Een goede fokker vinden van het ras dat je op het oog hebt, kost/vraagt tijd, veel tijd. Eventjes snel aan de hand van enkele vragen van een professioneel hondentrainer een verantwoord fokker onderscheiden van een fokker waar je beter weg blijft, is wat kort door de bocht, tenzij natuurlijk deze professionele hondentrainer het ras waaruit je een pup wilt, door en door kent én zijn fokkers, én op de hoogte is van de allernieuwste ontwikkelingen inzake fokbeleid met de nadruk op genetica, epi-genetica en bindingsmechanismen tussen mens en hond. Maar hoeveel professionele hondentrainers zijn dat ? Echter, voor iemand

21


die voor het eerst op zoek gaat naar een viervoeter en helemaal geen ervaring heeft met wat er allemaal bij komt kijken en er niet al teveel energie wil insteken, of gewoon zelf geen tijd daarvoor heeft, is de hulp van een professioneel hondentrainer dikwijls de enige optie. Toch heeft de ervaring mij geleerd dat wie echt gemotiveerd is om zelf op zoek te gaan naar een gezonde, evenwichtige pup, die bij zijn werk- en gezinssituatie past, ĂŠn die weet wat hij wilt, dit ook best zelf doet, ongeacht of men veel, weinig of helemaal geen ervaring heeft. Uiteraard op voorwaarde dat men ruim de tijd neemt, om zich te verdiepen in alles wat met een verantwoord fokbeleid te maken heeft. Echter op je weg zal je al snel gelijkgezinden tegenkomen waaronder ook fokkers, en belangrijke contactpersonen die een onmisbare hulp zijn bij je zoektocht.

Eens de beslissing voor een hond genomen is en we weten naar welk ras onze voorkeur uitgaat, begint onze zoektocht naar een goede fokker. Voor ons was en is nog steeds een goede fokker iemand die met zorg de ouderdieren uitkiest. Voor wie de gezondheid en het karakter van de ouderdieren en de pups op de eerste plaats komt, en daarna pas de show-kwaliteiten. Die de pups in familiale kring laat opgroeien. En die tijd noch moeite spaart om de pups een zo optimaal mogelijke voorbereiding te geven op het leven dat zij later zullen leiden bij hun nieuwe familie. Als het volledige plaatje klopt is dat natuurlijk ideaal.

Onze beste en slechtste ervaringen : Hoe vind je zulk een goede fokker ? Bij onze Berner Sennenhond Rudith hadden we het geluk toevallig iemand te ontmoetten die ons aan het adres van een betrouwbaar fokker kon helpen. Deze fokker was een echte liefhebber van het ras. Kosten noch moeite werden gespaard om gezonde honden met een stabiel karakter te fokken. Bij deze fokker kreeg niet iedereen die aanbelde zo maar een pup mee. Was je geĂŻnteresseerd in een pup, dan wilde men je toch eerst beter leren kennen. Kwestie van te weten te komen of hun pup bij jou wel in de juiste handen terecht kwam. Daar stond wel tegenover dat hun pups, vanaf de dag van de geboorte tot de dag dat ze naar hun nieuwe familie gingen, een optimale voorbereiding meekregen. Hier kregen de pups een perfecte start. Ook nadat de pup in zijn nieuwe familie opgenomen was, werd erg op prijs gesteld levenslang contact te houden. Een fokker naar ons hart. En Rudith groeide uit tot de perfecte familiehond. We kwamen in het hondenschoolwereldje terecht en maakten kennis met een aantal hondensportdisciplines. Maar hondensport beoefenen met een Berner was niet echt ideaal, niettegenstaande Rudith zeer atletisch gebouwd was en voor een Berner Sennenhond uitzonderlijk sportief uit de hoek kon komen.

22


Daarom besloten we er een tweede viervoeter bij te nemen. We zouden op zoek gaan naar een meer sportieve hond. Omdat hondenkenners uit onze omgeving ervan overtuigd waren dat een Australische herdershond de ideale sporthond voor mij zou zijn, besloten we aangezien er op dat ogenblik nog geen fokkers in BelgiÍ waren, naar de U.S.A. af te reizen voor een pup. We kregen het adres van een fokker in de U.S.A. van iemand uit Nederland die haar Aussie-pup bij deze fokker had aangekocht. We mailden naar deze fokker over de grote plas. Om bij haar een pup te bekomen moesten we eerst een lange vragenlijst invullen over onze ervaring met honden. En nadien moest een verkoopscontract getekend worden. Dit vele pagina’s tellende contract was zo veeleisend naar de kopers toe, dat het leek alsof deze fokker super honden moest hebben waarvan het zeer moeilijk was een pup te bemachtigen. Kon je toch voor een pup bij haar terecht dan wachtte je nog een hele reeks verregaande verplichtingen. We vertrokken toen de pups 7 weken oud waren richting U.S.A. Wat we daar beleefden zullen we nooit vergeten. De fokker die volgens de echtgenoot 6 jaar eerder nog twijfelde of zij paarden dan wel honden zou fokken, had een aantal volwassen honden gekocht, allemaal Australische herdershonden, die slechts zelden in de buitenlucht kwamen. Af en toe mochten ze in de tuin. Maar er werd nooit gewandeld met hen, omdat de fokker daar, opnieuw volgens de echtgenoot, veel te lui voor was. De meeste tijd brachten de honden door in kennels, in een ruimte binnenshuis zonder direkt zonlicht. Toen wij vanuit de deuropening in die ruimte met kennels keken, zagen en hoorden we een hond naar ons grommen. Het bleek de moeder van de pups. De pups zelf zaten apart, in kleinere kennels. En die stonden bovenop deze van de volwassen honden in diezelfde ruimte. Aan de kapstok achter de deur waaraan ik mijn jas wilde hangen zag ik prikbanden voor de volwassen honden hangen. Dit kon toch niet waar zijn. Een Aussie-fokker die prikbanden gebruikte bij haar honden. Ik dacht dat het misschien de vermoeidheid van de lange vliegreis was die mij deed hallucineren. Ik vroeg mijn echtgenoot om mee te komen kijken. Dit kon toch niet. En tot overmaat van ramp zagen we beiden naast de prikbanden voor de volwassen honden ook evenveel mini-prikbanden aan de kapstok hangen als er pups waren. In shock ging ik mee naar de woonkamer. En toen de fokker de pups bij ons bracht, vluchtten die allemaal weg in paniek. Het was direkt duidelijk voor mij dat die pups nooit eerder andere mensen hadden gezien dan de fokkers zelf. Waren dit pups met het kennelsyndroom ? Op dat moment wist ik eigenlijk al dat ik van deze fokker geen pup wilde. Wat ik die allereerste minuten na onze aankomst te zien kreeg was zo overduidelijk dat mijn besluit vast stond : Liever geen pup, dan een gestoorde pup. Tijdens de dagen die hierop volgden, stelde de fokker alles in het werk opdat we toch met een pup naar huis zouden vertrekken. Alle middelen waren goed van charme-offensief tot woede uitbarstingen. Ik deed wat ik beloofd had aan onze dochter. Zij had voor ons vertrek aan mij gevraagd of ik, in geval er geen enkele geschikte pup zou bij zijn, nuchter genoeg zou kunnen blijven om zonder pup terug te keren. Of zou mijn hart smelten bij het zien van die snoezige welpjes en zou ik naar huis komen met een kat in de zak. Ik wist vooraf dat ik sterk genoeg was om nuchter te denken en te beslissen, maar dan nog.

23


Het was ook voor mij heel moeilijk, want had ik het wel bij het rechte eind in mijn beoordeling van de pupjes. We hadden zo lang uitgekeken naar een nieuwe pup. We waren naar de U.S.A. gekomen om een pupje mee naar huis te nemen. Nam ik de juiste beslissing ? Gelukkig verbleven we gans de week bij de fokker thuis, en zoals het spreekwoord zegt : Tijd brengt raad ! En die raad kwam uit een onverwachte hoek. Ik bleek gelijk te hebben, wat een opluchting was dat ! We keerden terug naar huis, zonder pup. We waren enerzijds teleurgesteld, maar anderzijds toch ook opgelucht. Echter, ook bij de verdere zoektocht naar onze tweede hond bleven we niet van onheil gespaard. Omdat we voor een Aussie niet in eigen land terecht konden, kozen we voor een ander ras. Het zou een Belgische herder worden ofwel een Groenendaeler ofwel een Tervuerer. We kwamen via mensen uit de hondenschool waar we met Rudith trainden, in contact met de fokker van Rembrandt. Men wist van een nest die herhaald zou worden. De pups uit het eerste nest waren allen super sociaal en hadden een heel zacht karakter, althans voor een Belgische herdershond. We maakten een afspraak met de fokker om kennis te maken met zijn honden. Daar aangekomen kregen we al snel één van de nakomelingen uit dit bovengenoemde eerste nest ( uit showlijnen ) te zien. Het was een reutje met een uitgesproken vriendelijk karakter. We beslisten vrijwel onmiddellijk voor een pup uit deze herhaalde combinatie ( dus met dezelfde moeder en dezelfde vader ). En ook ditmaal wilden we een teefje. Aangezien er nog geen geïnteresseerden waren, stonden we dus op de eerste plaats op de wachtlijst en hadden we automatisch eerste keuze uit de teefjes in dat nest. Zo dachten we toch. Tot de pups geboren werden ( 1 reu en 2 teefjes ) en er plots voor ons geen pup bleek te zijn, toch niet uit deze herhaalde combinatie. Alle pups zouden plots naar topfokkers wereldwijd gaan. De vrouw des huizes vond het fantastisch om aan zoveel mogelijk fokkers uit zoveel mogelijk verschillende landen pups te kunnen verkopen. Ze belde hen bij de geboorte van pups zelf op. We konden een teefje krijgen uit een ander nest ( 9 reutjes en 1 teefje ) ( uit IPO-lijnen, waarvan de vader de dag na de dekking geëuthanaseerd was omwille van aanhoudende extreme agressie ) maar alle pups waren zo overdreven bijtgraag, ook dat ene teefje.

Wist je dat wetenschappelijk onderzoek jaren geleden aan het licht bracht, dat de verdeling van het aantal reutjes / teefjes in het nest, en de plaats in moeders buik, dus of een reutje of teefje naast of tussen pupjes ligt van het zelfde geslacht of juist niet, dat dit een enorme invloed heeft op zijn later temperament ? Zo weet men dat in een nest met meer teefjes dan reutjes, de reutjes een véél zachter karakter zullen hebben. De reden daarvan is, dat deze reutjes minder mannelijke hormonen zullen hebben. Het zijn uitgesproken lieve reuen. Volgens Dr. Udo Ganslosser zijn dit later ideale babysitters voor pups. Omgekeerd weet men ook dat in een nest zoals hier boven beschreven ( 9 reutjes en 1 teefje ), dat teefje testosteron gestuurd

24


zal zijn. Zulk een teefje gedraagt zich dikwijls als een echte reu, en heeft ook dikwijls een bouw die zwaarder is dan een doorsnee teefje van dat ras. Bij onze viervoeters was de verdeling als volgt : Rudith kwam uit een nest van 4 reuen en 4 teven. Rembrandt kwam uit een nest van 1 reu ( hijzelf ) en 2 teven. Hij had een veel fijnere bouw dan een doorsnee reu van dit ras en had een uitgesproken zacht karakter. Wij hebben altijd gevonden dat hij een vrouwelijk kantje had. En dit niet alleen op vlak van zijn karakter, maar ook in gans zijn manier van doen. Toen Evy in huis kwam heeft hij haar voorbeeldig opgevoed. Evy zelf kwam uit een nest van 3 reuen en 4 teven. En Aagje kwam uit een nest van 5 reuen ( waarvan eentje stierf op de leeftijd van 3 weken ) en 3 teven.

Nu terug naar het boven beschreven nest. Zulk een teefje wilden we absoluut niet hebben. Ik wist toen al van die verhouding reuen / teven in het nest, en ook van het feit dat de plaats in moeders buik zulk een enorme invloed had op het karakter ! De fokker wilde het kost wat kost aan ons kwijt. We hielden voet bij stuk. Tot de fokker een voorstel deed. Hij vertelde dat zijn echtgenote liefhebber was van geld, als we meer wilden betalen dan de prijs die aan de fokker in het buitenland was gevraagd, zouden we misschien toch een pup uit het beloofde nest kunnen krijgen, ‘t is te zeggen het reutje. Eigenlijk ging onze voorkeur naar een teefje, maar een Tervuerense Belgische Herder met zulk een lief karakter, dan mocht het voor ons gerust ook een reu zijn. En als we hem anders niet konden krijgen, dan wilden we gerust meer betalen. Wat we pas later te weten kwamen, toen Rembrandt al in ons gezin was, bij een eerste controlebezoek bij onze dierenarts, was dat bij hem één testikel niet ingedaald was. Dus daarom konden we hem plots krijgen, hij was waardeloos voor de fok en kon helemaal niet aan die topfokker verkocht worden. Maar voor ons was hij eigenlijk ook waardeloos, toch als sporthond. Immers wie sport met de hond wil beoefenen in wedstrijdverband en op hoog niveau, krijgt daartoe geen toegang met een reu bij wie niet de beide testikels ingedaald zijn. En dan te zeggen dat de fokker wist dat wij een sporthond zochten en op hoog niveau wilden sport beoefenen met hem. We waren gewoon belazerd. Tot onze grote verbazing daalde de tweede testikel alsnog spontaan in tijdens de eerste weken dat Rembrandt bij ons in huis was. Oef ! Echter niet veel later ontdekten we ook nog dat hij zeer zware HD ( heupdysplasie ) ter hoogte van één heup had. Toen we dit aan de fokker vertelden zei hij ons zonder er doekjes om te winden dat hij wist dat de grootvader aan moeders kant bloedmooie pups gaf maar dikwijls met heel zware HD. Onze Rembrandt was inderdaad bloedmooi. Op de weinige shows die we gelopen hebben ( in binnen- en buitenland ) liep iedereen storm voor hem. Maar met een hond met zware HD is het absurd om shows te lopen. En alsof dat nog niet genoeg was. Op de leeftijd van één jaar ontdekten we dat Rembrandt heel ziek was. Hij kon nagenoeg geen voedsel meer verteren omwille van zeer ernstige, aangeboren alvleesklier-problemen. Deze zouden uiteindelijk ook tot zijn dood leiden. Van

25


de gezondheidsproblemen bij Rembrandt wilde de fokker niets horen. De gezondheid van de honden waarmee hij fokte evenals de gezondheid van de pups bleek voor hem van ondergeschikt belang. Hij wilde de beste resultaten op hondenshows, ten koste van alles. En inderdaad, zo is een zusje van Rembrandt wereldkampioen bij de Belgische Herders geworden. Ook Rembrandt was de mooiste ( en liefste ) Tervuerense Belgische herderreu die je kon dromen. Maar vanaf de leeftijd van 1 jaar teerde hij weg tot een afgrijselijk lelijke hyena voor wie elke dag lijden was. Aan dierenartsen vroegen we om hem uit zijn lijden te verlossen. Zij weigerden 6 jaar lang… omdat hij zo’n lieve jongen was. Rembrandt werd net geen 7 jaar. Nooit zullen we nog een hond zo lang laten lijden. En nooit zullen we nog een hond kopen bij een fokker voor wie de gezondheid van de ouderdieren en de pups niet prioritair is. En toen kwam Evy. Bij de zoektocht naar onze derde hond, nam ik professionele hulp onder de arm. Ik was dan wel geen beginner meer in hondse aangelegenheden, toch wilde ik niet meer het risico lopen om bij foute fokkers terecht te komen. Maar eerst moest er beslist worden naar welk soort hond we op zoek zouden gaan. We wilden een ander ras, en uiteraard één dat we heel mooi vonden. Het zou een Schotse Collie worden. En we wilden er sport mee beoefenen tot op het hoogste niveau, indien mogelijk uiteraard. We werden onthaald op algemeen hoongelach. Als je een sportieve hond wilde dan koos je of voor een Aussie of een Border of een Belgische herder maar toch geen Schotse Collie. En toch werd het een Schotse Collie. Evy was de beste sporthond die ons ooit overkwam. Zij werd top-DogFrisbeehond en versloeg op internationale wedstrijden de beste Aussies, Borders en Belgische herders. Zo zie je maar, dat wie gaat voor het hondenras waarvan hij houdt en dan lang genoeg zoekt naar het karakter dat hij nodig heeft om te doen wat hij graag wil doen, samen met zijn hond veel plezier kan beleven en resultaat haalt vér boven ieders verwachtingen. Maar voor het zo ver is, moet je die hond, of die pup ook nog weten te vinden. En dat kan je niet alleen. Daar heb je best het advies en de raad voor nodig van een professioneel iemand. En zo deden wij. Eens het ras bepaald, zochten we maanden lang op het internet naar een fokker. Onze prioriteit was, een fokker te vinden voor wie de gezondheid van de ouderdieren en de pups belangrijker was dan al de rest. En met gezondheid bedoelen we hier zowel de fysieke als mentale gezondheid van de hond. Daarbij wilden we een fokker vinden, die de pups alles zou geven aan voorbereiding wat ze nodig hadden om later in hun nieuwe familie tot een gelukkige hond uit te groeien. Aangezien in eigen land de rasvereniging blijkbaar niet wakker lag van de gezondheid van de Schotse Collies waarmee gefokt werd, gingen we naar het buitenland. We vonden in Duitsland heel wat fokkers van Schotse Collies die hun honden uitvoerig op gezondheid lieten testen alvorens ermee te fokken. Van die groep fokkers vertrokken we. Vervolgens kozen we voor deze wiens honden ook de uithoudingsproef of 20 km. lopen naast de fiets met succes hadden afgelegd. Alleen een hond die fysiek en mentaal in topvorm is kan voor deze test slagen. Met een lijstje in de hand contacteerden we een professioneel hondentrainer met jarenlange ervaring. Er werd een eerste fokker uitgekozen en die zouden we samen een bezoek brengen, om er

26


kennis te maken met zijn honden en om na te gaan of een teef goed genoeg was en over de nodige kwaliteiten beschikte die we in een toekomstige pup wilden zien terugkomen. Zo gezegd zo gedaan. Bij de fokker aangekomen konden we kennismaken met alle honden. Dus niet alleen met de twee fokteven ( twee nestzusjes ) maar ook met hun moeder en grootmoeder. En ze lieten zien welke hondensportdisciplines ze met hen beoefenden. Aangezien het op dat moment kersttijd was, nodigden ze ons uit om samen met hen en de honden de kerstmarkt in de meest nabij gelegen stad te bezoeken, zodat wij met eigen ogen konden zien dat hun honden super stressbestendig waren en in alle omstandigheden zich netjes wisten te gedragen. Meer nog, toen de fokker hoorde dat we bij hen een pup wilden reserveren, mochten we zelf kiezen van welke teef. Uiteraard kozen we voor die teef wiens karakter ons het meest charmeerde en die het meeste potentieel aan sportcapaciteiten toonde. Hier zou onze toekomstige pup vandaan komen. En zo gebeurde het. En net als bij onze eerste hond Rudith kreeg ook nu Evy als pup bij de fokker de beste voorbereiding mee. Om hun pups optimaal te begeleiden namen de fokkers, die beiden ook een fulltime job hadden buitenshuis, elk om beurt hun jaarlijks verlof op, zodat de pups niets te kort kwamen en zich maximaal konden ontplooien. Ook deze mensen waren echte liefhebbers van het ras dat ze fokten. En Evy groeide uit tot een prachtige Schotse Collie. Ze was kerngezond en vol levenslust, en bleef zeer actief tot op hoge leeftijd. Echter vanaf het ogenblik dat ze 10 jaar oud was, besliste ik om opnieuw op zoek te gaan naar een goede fokker voor een volgende pup. Of het terug een Schotse Collie zou worden, dan wel een ander ras, wisten we op dat moment nog niet. Echter telkens ik naar een viervoeter van een ander ras ging kijken, knapte ik uiteindelijk af op het temperament. Misschien was de Schotse Collie gewoon mijn ras, en moest ik eens nader de verschillende variĂŤteiten met elkaar vergelijken ! Ik mailde met mijn contactpersoon in Duitsland, bij haar kon ik terecht voor alle extra informatie die ik nodig had. Zij was de persoon bij uitstek die ik kon vertrouwen, en die wist waar de beste Schotse Collie fokkers woonden, en dit tot ver buiten de Europese grenzen. En het toeval wilde dat ik jaren eerder al lachend nog had gezegd tegen een landgenoot die korthaar Schotse Collie Fritz in Duitsland had gekocht, en voor 200% tevreden was over zowel viervoeter als fokker, dat ik niet uitsloot in de toekomst ook te kiezen voor zulk een korthaar. Immers er wordt altijd gezegd dat binnen een ras de kortharige variĂŤteit steeds een sterker/pittiger temperament heeft dan de langharige, dus dan zat ik voor wat het karakter betrof alvast goed. Dankzij het internet begon ik van thuis uit alle aanbevolen fokkers te volgen. Hoeveel jaren fokervaring hadden ze ? En hoeveel nesten fokten ze per jaar, want zo wist je onmiddellijk hoe lang je eventueel op een mogelijke pup zou moeten wachten ? Hoe strikt volgden ze de rasstandaard ? Hoe gezond waren de ouderdieren en op welke basis werden ze uitgekozen ? Werd er gescreend op eventuele erfelijke ziekten ? Fokten ze ook op een gezonde bouw of kenden ze daar niets van !!! Hoeveel tijd besteedden ze aan de pups ? Een fokker die ook een full-time job had buitenshuis, zou minder tijd bij de pups kunnen doorbrengen dan iemand die de hele dag thuis kon zijn. Wat deden ze met de pups om hen voor te

27


bereiden op hun leven bij hun toekomstige familie ? Kwamen de pups bij de fokker veel buiten, of nauwelijks ? Werden ze gestimuleerd, fysisch en psychisch ? Hadden ze contact met andere dieren ? Andere honden, een poes, paarden, konijnen ? Werd er al met de zindelijkheidstraining begonnen ? En werd er tijd vrij gemaakt om de pups te laten wennen aan het autorijden ? Hoeveel contact was er met ( vreemde ) mensen ? En vanaf welke leeftijd mochten ze naar hun nieuwe familie ? Allemaal vragen waarvan het antwoord bepalend zou zijn of ik van deze fokker een pup wilde of juist helemaal niet. En ik had geluk ! Tijdens seminaries, lezingen en workshops kwam ik deze fokkers onverwacht ook tegen, MET hun honden. Ik leerde hen voor het eerst persoonlijk kennen, zag hoe ze met de eigen honden omgingen en wat hun specifieke interesses en doelstellingen waren binnen hun fokbeleid. Na verschillende keren in Duitsland een groot korthaar Schotse Collie treffen te hebben bijgewoond, dit met de bedoeling om zelf te ervaren hoe deze honden zich gedroegen in aanwezigheid van veel andere vreemde honden én vreemde mensen, waarbij in dit geval telkens de meer dan 65 aanwezige vertegenwoordigers van het ras ook bijna allemaal vrij / onaangelijnd met elkaar en met de aanwezige mensen en andere soortgenoten, waaronder ook Evy konden contact / kennis maken, stond mijn besluit vast, onze volgende viervoeter zou een korthaar Schotse Collie worden. Als we tijdens het laatste korthaar Schotse Collie treffen dat we bijwoonden ( september 2013 ) ook nog eens een prachtige teef met een schitterend karakter zagen, welke toebehoorde aan één van de aanbevolen fokkers, wist ik het heel zeker. Van deze korthaar teef wilde ik een pup. Echter van andere aanwezigen vernam ik buiten alle verwachting dat dit nu net een hond was die de fokker probeerde te herplaatsen, omdat ze met haar sterke temperament niet paste in haar roedel op dat ogenblik. Ze was teruggekomen van de familie waar ze als pup naartoe gegaan was. Terug thuis bleef ik ervan overtuigd dat ik van deze teef een pup wilde. Ik mailde voor het eerst met de fokker, stelde ons voor en vroeg of er in de toekomst met deze korthaar Collie nog zou gefokt worden. Echter omdat tot dan toe alle herplaatsingspogingen bij een fokker mislukt waren, de teef was steeds teruggebracht, was alle hoop om haar geplaatst te krijgen met fokgarantie weg. Ik verloor deze korthaar meer dan een jaar uit het oog. Toen de komst van een volgende pup weer ter sprake kwam, ging ik terug naar haar op zoek. Al snel achterhaalde ik dat ze toch opnieuw bij een fokker terecht gekomen was en intussen een nest met 11 pups gekregen had. We beslisten vrijwel onmiddellijk om contact op te nemen en een afspraak te maken voor een eerste kennismaking.

Ondertussen had ik tijdens seminaries verrassend veel nieuwe dingen geleerd. En dit ook op het vlak van het uitzoeken van een goede fokker. Zo kwam ik te weten dat het beter is te zoeken naar een fokker zonder kinderen of waarvan de kinderen reeds uit het huis zijn. Immers moeder en pups hebben een emotioneel stabiele omgeving nodig. Is dat niet het geval, en bevinden ze zich in een omgeving waar het er vaak chaotisch aan

28


toe gaat, wat in een omgeving met kinderen dikwijls het geval is, dan zal dit ook zijn weerslag hebben op de ontwikkeling van de hersenen van de pups, met een groot risico op de leeftijd van 6 maanden - dus aan het begin van de puberteit - op het plots tot uiting komen van dwanghandelingen of / en stereotype gedragingen.

En dan kwam de nieuwe EU – import reglementering + daaruit voortvloeiend het Belgische KB, voor pups afkomstig uit het buitenland. Dat zegt, dat pas na de rabiës-inenting op 12 weken ( + min. 21 dagen wachttijd ) de jonge hond buiten de landsgrenzen mag reizen. Op 29 december 2014 ging ze van kracht. Voor meer info, ga naar : http://www.afsca.be/persberichten/2014/2014-11-28.asp

Tja, dit was toch wel een serieuze extra hindernis waarmee we nu moesten rekening houden ! Voor up-to-date info over deze reglementering kan je terecht bij je dierenarts.

In ieder geval, een afspraak werd gemaakt en de fokker bezocht ( september 2015 ). We leerden elkaar beter kennen, en maakten kennis met de moeder van onze volgende pup. Ook de toekomstige vader, een jonge korthaar uit eigen fok, werd voorgesteld. We waren op dat ogenblik de eerste op de wachtlijst voor een pup van deze korthaar Collie. We beslisten terug te kiezen voor een teefje. Ook kwamen we van de fokker te weten, dat nu met die nieuwe EU – export-reglementering – voor pups die naar het buitenland zouden gaan – ze voor zichzelf uitgemaakt hadden om per nest niet meer dan één pup verder te begeleiden tot deze uiteindelijk 21 dagen na de RABIES inenting naar zijn nieuwe familie in het buitenland zou gaan. Op die manier zouden ze deze pup een zo optimaal mogelijke begeleiding kunnen verzekeren, wat bij meer pups ( volgens hen ) niet mogelijk zou zijn, omdat dit toch wel heel wat extra werk met zich mee bracht. En we waren bijzonder aangenaam verrast ! En dat niet alleen door de wijze waarop de fokker ons testte, maar ook door het feit dat zij zeer veel van zichzelf bloot gaf. Immers, uit seminaries had ik geleerd dat je een fokker goed kan leren kennen uit de manier waarop hij uit wandelen gaat met zijn honden. Je ziet onmiddellijk hoe de relatie tussen fokker en honden is. Uiteraard geldt dat ook omgekeerd ! De fokker leert minstens evenveel over de toekomstige puppy-eigenaar, als hij tijdens de wandeling ziet hoe diens relatie tot diens eigen hond(en) is. En zo gebeurde ! Bij onze aankomst bij de fokker thuis, stelde deze onmiddellijk voor om eerst met ieders honden een grote boswandeling te maken waarbij alle viervoeters vrij mee konden. We vonden dit

29


een prima idee. Alleen, onze Evy wilde absoluut niet mee wandelen. Waarom niet ? Geen idee ! Dus werd er niet gewandeld. Terug bij de fokker thuis werd ons nog gevraagd of we over een tuin beschikten. We lieten op mijn laptop enkele recente foto’s zien, zo dat de fokker onmiddellijk zag ( 1. ) dat we over een grote tuin beschikten, met redelijk wat afwisseling en veel schaduwrijke plekjes, en ( 2. ) en dat die ook goed omheind was. En er werd gevraagd wat er met onze hond gebeurde als we op reis/ vakantie gingen. Ruim zes maanden later kregen we via facebook een bericht dat de teef gedekt was. We besloten voor de pups geboren werden, opnieuw naar de fokker af te reizen om de praktische zaken te bespreken. Waarom we dit niet via e-mail of telefoon deden ? Om de eenvoudige reden dat een e-mail of telefoon eigenlijk nooit beantwoord werd. Dit was niet alleen onze ervaring, maar ook deze van andere mensen die met de fokker in contact probeerden te komen. Dus wij naar het noorden van Duitsland. Daar kwamen we te weten dat er intussen heel wat gegadigden voor een pup op de wachtlijst stonden. Dat de pups pas vanaf de leeftijd van 5 weken voor het eerst konden bezocht worden en dat er op de leeftijd van 6 weken een pup kon uitgekozen worden. Ook de prijs voor een korthaar Collie kwam ter sprake, hoeveel er aan voorschot diende betaald te worden en wanneer. We reden tevreden terug naar huis, het aftellen kon beginnen. Midden juli werden de pups geboren, 11 stuks in het totaal ( 4 reuen / 7 teven ). Daar moest toch zeker een teefje voor ons bij zijn ? Zoals afgesproken maakten we met de fokker een afspraak om de pupjes, wanneer die 5 weken oud zouden zijn, een eerste keer te bezoeken. Ondertussen plaatste de fokker op haar website nauwelijks foto’s van dit nest. Dit maakte dat tot het ogenblik van ons eerste bezoek, we alleen een idee hadden hoe de pupjes eruit zagen als ze nog maar 3 weken oud waren. Toch had ik al enig idee wie de allermooiste was. Omdat ik niet wist of de fokker zelf eentje zou houden, en deze uiteraard altijd de eerste keuze heeft, besloot ik om nog een tweede pup uit te zoeken. Op dat moment wist ik uiteraard nog niets van het karakter / temperament, maar ging ik af op wat ik zag qua bouw, ( dus wat betreft de verhoudingen, hoekingen, borstdiepte… ). Echter reeds tijdens dit eerste bezoek ging het fout ! Bij de fokker aangekomen, zaten we ( Kristien, onze dochter – Mathieu onze kleinzoon ( bijna 10 jaar oud ) en ikzelf ) op de grond op het kleine tuinterras. Alle 11 pups, en alle 4 volwassen korthaar Collies liepen kriskras door elkaar. We konden de pupjes eigenlijk niet eens goed bekijken. De meeste kwamen wel met ons kennis maken, maar het was toch vooral het teefje waar onze voorkeur ( reeds van thuis ) naar uitging dat bijna gans de tijd in ons geinteresseerd was en graag met ons in interactie ging. Echter de moeder tolereerde niet dat we haar pups aanraakten. Ze kwam onmiddellijk op ons af gelopen, en vlak naast ons gezicht volgde dreigend diep gegrom, dat bleef duren tot we correct reageerden. Er zat voor ons niets anders op dan recht te staan en enkele stappen achteruit te gaan, weg

30


van de pups, zo dat de moeder onmiddellijk zag dat we haar boodschap begrepen hadden. Echter we waren nog geen 5 minuten verder of de fokker vroeg ons al of we een voorkeur hadden voor een bepaalde pup. En toen begonnen de problemen pas echt. We zegden de naam van het pupje dat de ganse tijd bij ons was geweest. Een prachtig gebouwd teefje met een zeer zelfverzekerd temperament.

Er volgde een lange stilte. Op onze vraag of zij deze zelf wilde houden, kregen we het antwoord : NEEN. Op de vraag of ze al iemand anders de pup had toegezegd, kregen we ook het antwoord : NEEN. Toen we nog een tweede naam als mogelijke pup noemden, deze was meer gemiddeld wat het temperament betrof, en helemaal anders qua bouw dan de eerste die we uitgekozen hadden, maar ze was ook in ons geinteresseerd, kregen we weer een lange stilte als antwoord. Wat had dit te betekenen

31


? Toen we aan de fokker vroegen welke pup zij voor ons op het oog had, antwoordde ze dat bij de geboorte van nummertje 11, de laatst geborene dus, zij bij zichzelf gezegd had, dat dit de onze zou worden. Haar temperament was volgens de fokker eerder terughoudend en afwachtend, en zij was zeker geen allemansvriend. Neen, dit type van pup paste absoluut niet bij ons ! We wilden echt één van beide eerder genoemde pups. Echter wat bleek, dat in de week voor ons bezoek al alle andere toekomstige puppyeigenaars / families langs geweest waren en hun pup niet alleen uitgekozen maar ook reeds betaald hadden. En dat was dus waarschijnlijk ook gebeurd met het tweede pupje dat we noemden. Had de fokker niet gezegd dat pas vanaf de leeftijd van 5 weken de pupjes voor het eerst mochten bezocht worden, en pas op de leeftijd van 6 weken uitgekozen ? Neen, correct kon je deze gang van zaken niet noemen ! Teleurgesteld reden we terug huiswaarts. Thuis gekomen contacteerde ik vertrouwelingen in binnen- en buitenland. Er werd over en weer gemaild en lang getelefoneerd. Er werd mij geadviseerd om terug naar de pups te gaan. Hen ( zonder de aanwezigheid van de volwassen honden ) goed te observeren, nadien 2 à 3 pups ( deze waarin ik het meest geinteresseerd was ) apart te nemen en afzonderlijk met hen in interactie te gaan, om pas daarna definitief een pup uit te kiezen en die keuze ook goed te motiveren bij de fokker. Ik maakte opnieuw een afspraak. Echter, al wel ter plaatse maar nog te vroeg voor het bezoek, kreeg ik een email waarin de fokker zich verontschuldigde, en mijn bezoek annuleerde omwille van plotse gezondheidsproblemen. De man van de fokker liet mij via facetime weten dat zijn vrouw rugpijn had en gezien hij met vrienden afgesproken had, ik niet moest langskomen. Mijn bezoek was duidelijk niet gewenst. Nog van de hand gods geslagen, ik had net 650 km. gereden om eigenlijk onverrichterzake terug naar huis te moeten, kwam het bericht op mijn GSM dat ik toch nog mocht komen maar dat iemand anders mij zou ontvangen. Ik voelde al nattigheid, dit ging niet goed. Toen ik bij de fokker aanbelde, deed er iemand die ik niet kende de deur open. Ze zei me onmiddellijk dat ik op een heel ongelukkig ogenblik kwam ( nochtans zo afgesproken door de fokker ) want de pups hadden juist gegeten en sliepen. Na ruim 30 minuten wachten, kwamen enkele naar buiten, ze gingen onmiddellijk deze voor mij onbekende persoon begroeten. Dit was duidelijk een vertrouwd iemand voor hen. Ik wilde toch wel iets kunnen zien bij de pups, dus ging ik in de tuin, ik hurkte neer, nam een flashy geel speeltje uit mijn jaszak en begon ermee te spelen. De pupjes die al buiten waren, zagen dit en onmiddellijk kwamen ze naar me toe. Ze wilden mee spelen. Echter op dat zelfde moment, totaal onverwacht, kwam de moeder buiten gestormd. Luid blaffend kwam ze op mij toe gelopen, waarbij ze zeer dreigend naast mijn gezicht gromde en de pups van me weg joeg, terug naar binnen. Zeker 20 minuten bleven alle pupjes binnen. Toen er opnieuw 4 naar buiten kwamen, kwam ook de fokker mee naar buiten. Ik besefte inmiddels al dat er hier alles aan gedaan werd, opdat ik niets van de pupjes ( qua gedrag, bouw en temperament ) zou kunnen zien. Ik informeerde opnieuw naar mijn

32


eerst genoemde pup die we echt graag hadden verwelkomd in onze familie. De fokker herhaalde dat zij deze NIET zelf hield, en dat ze ook nog steeds GEEN familie voor haar gevonden had. Echter, toen ik vroeg of wij haar konden nemen, kwam weer die akelige stilte. Teleurgesteld keerde ik terug huiswaarts. Waarom mocht deze pup waar op we jaren gewacht hadden, en waarvoor we zo dikwijls meer dan 1250 km. heen en weer gereden waren ( + vele hotelovernachtingen ter plaatse ) niet naar ons komen ? Eens terug thuis schreef ik, op aanraden van de vertrouwensmensen die ik eerder gecontacteerd had, een motivatiebrief waarin ik mijn puppykeuze verdedigde. Ik had ook een hele rits referentiepersonen ( uit Duitsland ) die de fokker gerust mocht contacteren om over mij of over onze langhaar Schotse Collie meer te weten te komen. Echter het mocht niet baten. Al snel kreeg ik een antwoord. Het was kort en duidelijk. De pup die we zo graag wilden, kregen we niet. Waarom niet ? Geen idee ! Enerzijds waren we teleurgesteld, maar anderzijds hadden we heel veel vragen over het gedrag van de moeder van de pups, en de invloed ervan op haar kroost, die onbeantwoord waren gebleven. Onze zoektocht kon opnieuw beginnen ! Vele weken later, de pups waren ondertussen 4 maanden oud, kwam er een bericht via facebook. Of ik nog geïnteresseerd was ? Wat was er gebeurd ? Blijkbaar wilde de fokker de BEIDE teefjes ( waarvan wij graag eentje hadden verwelkomd in onze familie ) zelf houden, maar omdat de omstandigheden op dat ogenblik dit niet toelieten, had ze opvang voor hen gezocht, zo dicht mogelijk in haar buurt. Zo zou zij ze nog veel kunnen terug zien. Ze had de kandidaat familie voor één van beide pups weten overhalen ook de andere mee naar huis te nemen. En deze familie trok nu aan de alarmbel ! Beide nestzusjes vlogen elkaar blijkbaar constant ( en ongewoon hevig voor de leeftijd ) in de haren. En uit frustratie was er al heel wat in huis vernield en kapot gebeten. Men was ten einde raad ! Eén pup was terug naar de fokker gebracht, maar later op vraag van de familie weer met het nestzusje herenigd. Echter de problemen bleven duren. Er was zelfs al professionele hulp ingeschakeld, maar zonder resultaat. Dus moest nu één van beide weg. Vandaar hun vraag aan ons. Of wij geïnteresseerd waren in de meest “ rebellerende ” ( wat dat ook moge betekenen ) pup. En er waren voorwaarden aan verbonden. Zo werd verwacht dat we eerst “ herhaaldelijk ” naar het noorden zouden afreizen. Men wilde ons samenzijn over langere periode kunnen beoordelen. En men moest / wilde eerst een goed buikgevoel hebben bij de nieuwe familie waarin ze zou terecht komen. En we moesten bewijzen dat we een pup met zulk een sterk karakter wel aankonden. De fokker wist al van in het begin dat wij de ideale familie voor deze pup waren. Daarvoor hadden we al bezoeken genoeg afgelegd naar het noorden, en dit zowel voor als na de geboorte van de pups. En ze wist heel goed dat wij zeer veel ervaring hadden met pups / honden met een zeer sterk karakter. En ze wist ook dat wij uitstekend de hondentaal konden lezen en begrijpen. Toch konden we ons favoriete teefje niet als

33


1ste keuze pup krijgen. Maar nu blijkbaar wel, nu ze als onhandelbare jonge hond nog moeilijk ergens een nieuwe familie zou vinden. En nu wilden ze haar liefst zo ver mogelijk weg hebben. Mijn antwoord was kort en duidelijk : Neen dank u ! Als je als fokker niet kan leven met het idee dat je je mooiste pup(s) misschien nooit meer zal terug zien, of in het beste geval nog slechts heel af en toe, dan moet hij / zij deze pup(s) zelf houden. De enige andere optie is op zoek te gaan naar een geschikte familie, ongeacht hoe ver die woont. Bij deze pups had de fokker alleen gezocht naar een familie die dichtbij woonde, zo dat ze hen nog veel zou kunnen terug zien. Of dit voor de pups het beste scenario was, daaraan was niet gedacht, dat was waarschijnlijk niet belangrijk. En er bleek nog meer aan de hand. Veel later ontdekte ik dat beide pups zogezegd levenslang moesten samenblijven, omdat de zeer controversiële hype “ RUDELSTELLUNGEN ” waar de fokker een vurig aanhanger / volger van was, dit zo had voorgeschreven, op basis van de ligpositie van de pups in het nest vlak na de geboorte !!! En toen kwam onverwacht Aagje, op een ogenblik dat we onze zoektocht naar een nieuwe korthaar Collie-puppy tijdelijk op non-actief hadden gezet. Dit omdat de gezondheidstoestand van onze langhaar Schotse Collie pijlsnel achteruit ging, en we naast haar geen nieuwe pup meer konden plaatsen. We hadden besloten te wachten met de komst van een nieuwe viervoeter tot na Evy. Maar sneller dan verwacht was ze er niet meer bij.

Eens de pups geboren en de eerste 7 levensweken achter de rug, moet er natuurlijk een keuze gemaakt worden welke pup de jouwe wordt. Je kan je pup zelf kiezen, of je kan de fokker laten kiezen welke pup het best bij jou past.

Tip De ervaring heeft ons uitgewezen dat je ook best een buitenstaander mee je keuze laat bepalen. En met een buitenstaander bedoel ik iemand die ervaring heeft in het beoordelen en uitkiezen van pups, en die onbevooroordeeld helpt om een objectief zicht te krijgen op én het karakter én de bouw van de pups zodat je niet alleen met je hart maar ook met je verstand weet te kiezen en de juiste keuze maakt.

Echter, na meer dan 25 jaar, 4 honden verder en heel veel interessante seminaries, lezingen en workshops over dit onderwerp te hebben gevolgd,

34


moet ik mijn mening herzien. Een goede fokker, die het ras dat hij fokt én zijn honden door en door kent, en streeft naar pups met een zo goed mogelijke gezondheid fysisch en psychisch, en hen optimaal voorbereid op hun leven bij hun nieuwe familie, zal beter dan wie ook weten welke pup het best past bij een kandidaat familie. Uiteraard spreekt het voor zich, dat dit slechts mogelijk is als de fokker vooraf, dus lang voor er sprake is van een nestje, ruim de tijd neemt om elke toekomstige puppy-eigenaar of -familie te leren kennen. Dit om te weten te komen ( 1 ) of hij aan hen één van zijn / haar pups kan toevertrouwen en ( 2 ) welke karakters van pup en baasje(s) het best bij elkaar passen. Een privé bezoek aan de fokker geeft je als toekomstige puppy -eigenaar of -familie ook de gelegenheid om heel persoonlijk al je wensen in verband met je volgende pup kenbaar te maken. Bereid je dus heel goed voor !

Onze ervaring bij het uitkiezen van een pup : Bij onze eerste hond, onze Berner Sennenhond, kozen we Rudith zelf uit het nest. Of beter, zij koos ons. Toch waren we niet onvoorbereid. Ik was namelijk ( nadat Walter, nog voor de pups geboren waren, zich had laten ontvallen dat als ooit één reis niet zou kunnen doorgaan omwille van de hond, deze laatste buiten moest ) mij hals over kop beginnen verdiepen in alles wat van ver of dichtbij te maken had met de opvoeding van de pup en de jonge hond. Het is ook sindsdien dat ik alle mogelijke boeken over het gedrag en de opvoeding, en opleiding van de hond ben beginnen lezen en verzamelen. Ondertussen telt onze bibliotheek meer dan 750 hondenboeken en ben ik nog lang niet uitgelezen. En jawel, in mijn zoektocht naar meer informatie, vond ik een boek met daarin ook een hoofdstuk over het testen van puppy’s. Het ging hier om de puppytest die ontwikkeld was door William Campbell. Een test die uitgevoerd diende te worden als de pups 7 weken oud waren. Het spreekt voor zich dat ik dit hoofdstuk uit het hoofd kende. Nu terug naar de fokker van Rudith. Ook op dit vlak was de fokker van onze Berner Sennenhond bijzonder correct. Voor deze fokker mocht je als toekomstig eigenaar van één van hun pups zoveel komen kijken naar de pups als je zelf wilde. Maar een pup kiezen deed je pas op de leeftijd van 7 weken. Vroeger werd er niet gekozen, omdat het dan met het karakter van de pups nog alle kanten uitkon. Bij heel wat fokkers daarentegen krijgen de toekomstige eigenaars al in de loop van de eerste week na de geboorte van de pups te horen welke pup naar hun gezin zal komen. Of het een reu of teef wordt kan je als gezin nog zelf beslissen, maar welke pup uit het nest het uiteindelijk wordt, beslist de fokker zelf. En daar wringt bij ons het schoentje. Voor een fokker komt het erop aan alle pups geplaatst te krijgen, in de praktijk zullen zij zo snel mogelijk hun pupjes gereserveerd willen zien. Voor de toekomstige familie komt het erop aan die pup in het gezin te krijgen die het best bij hun situatie past. In de praktijk zijn zij het best af als ze mogen wachten tot de pups de leeftijd van 7 weken

35


hebben bereikt en zij zo een betere kijk kunnen hebben op bepaalde karakeristieke eigenschappen bij hun toekomstige hond. Bij onze Berner fokker werd alles gedaan om de juiste pup in het juiste gezin te plaatsen. En zo kregen wij, toen de pups 7 weken oud waren, op het ideale moment om een puppytest te doen, als eerste de kans om onze pup te kiezen. Natuurlijk wilde ik graag die puppytest van Campbell uitvoeren. Maar als absolute beginner in alles wat met honden te maken had, durfden we dit de fokker niet te vragen. Wat kenden wij van puppytesten ? Inderdaad, helemaal niets ! Maar toch wilde ik het proberen. De fokker had immers voor zichzelf al een bepaalde pup bij ons gewenst, namelijk de mooiste. Dus dat teefje dat op hondenshows hoge ogen zou kunnen gooien. Wij hadden tijdens onze bezoeken aan de pups eigenlijk onbewust al een band met een andere pup, namelijk eentje wiens karaktertje ons zo wist te charmeren. Met dit teefje klikte het ongelooflijk goed, met het teefje dat de fokker zo graag bij ons zag totaal niet. Toch wou ik geen foute keuze maken. Onder de indruk van wat ik gelezen had over die Campbell puppytest wou ik kost wat kost iets van die puppytest uit proberen ook al kon ik hem niet volgens de regels van de kunst uitvoeren. Immers zulk een test moet op voor de pups onbekend terrein gebeuren , en dat kon hier onmogelijk. We zegden niets aan de fokker maar met de kinderen, 9 en 10 jaar oud op dat moment, werd vooraf afgesproken wat we wilden testen en hoe we gingen testen waarbij hun medewerking was vereist. Bij de pups gekomen gingen we onopvallend aan het werk terwijl mijn echtgenoot een praatje maakte met de fokker. Iemand van ons hurkte neer en klapte vrolijk in de handen : Onze kleine Rudith kwam rustig op een drafje als eerste aangelopen. Ook als we van haar weg wandelden volgde ze ons dicht bij de voet. Wat ik toen niet kon plaatsen was dat ze af en toe in de veters van onze schoenen probeerde te bijten. Inmiddels weten we wat dit betekent. Omdat we haar niet zomaar op de rug durfden te leggen, vroeg ik één van onze kinderen haar als een babytje vast te houden. Ook dat ging probleemloos. Meer nog, ze genoot zichtbaar van onze aandacht zonder die op te eisen en liet alle aanrakingen enorm welgevallen. Als we haar van de grond tilden, verzette ze zich niet. Toen we een propje papier enkele metertjes voor haar uit gooiden, stormde ze erachteraan, pakte het propje in de muil en bracht het spoorslags naar ons terug. En dit niet eenmaal maar zelfs nog een tweede en derde maal. Dit was onze eerste puppytest, weliswaar uitgevoerd op maar één pupje en dan nog niet onder de juiste omstandigheden ( zoals ik eerder schreef ), aangezien een puppytest dient uitgevoerd op voor de pups vreemd terrein, wat hier niet mogelijk was. Hoe weinig we ook van het testen van puppy’s kenden, er is voor alles een eerste keer, we waren tevreden dat we toch iets hadden geprobeerd en het gaf ons een goed gevoel. Toch wilden we voor alle zekerheid voor we een definitieve beslissing namen de uiteindelijke mening van de fokker kennen. Deze vond het karakter van Rudith prima, zonder twijfel, alleen de witte aftekening aan de voorvoeten was niet ideaal. Neen, op hondenshows zouden we nooit een goede score kunnen behalen. De fokker was daar heel eerlijk in. Maar hondenshows waren nu eenmaal niet onze prioriteit. En zo kwam Rudith in ons gezin terecht. Van de Aussie-fokker in de U.S.A. wilde ik geen pup, omdat ik al zeer snel vermoedde dat dit pups waren met het kennelsyndroom. Hoe ik daaraan kwam ? Geïnteresseerd in alles wat met honden te maken heeft, las ik heel wat boeken. En zo had ik uiteraard

36


ook meer dan eens artikels gelezen over dit syndroom. Dat ik ooit in levende lijve pups met dit kennelsyndroom zou tegenkomen, had ik nooit kunnen vermoeden, want dat is zowat het laatste wat je in pupjes wil aantreffen. Om een lang verhaal kort te maken. Nog vol twijfel of ik inderdaad het gedrag van de pups juist had geïnterpreteerd, vernam ik van de fokker dat alle pups zouden getest worden door een professioneel puppy-tester. Enkele dagen later was het dan zover. We reden met de pupjes naar het huis van de professionele puppytester die de pups zou testen volgens het systeem van Wendy Volhard en ik mocht mee de test bijwonen. Wat ik daar te zien kreeg was onvergetelijk. Of misschien beter, was om zo snel mogelijk te vergeten. Het testresultaat van elke pup was een regelrechte ramp. Op elk onderdeel kregen alle puppy’s de allerslechtste score. Onderaan het blad van elke pup stond : Kennelsyndroom ??? De fokker werd heel boos toen ze dit las en beschuldigde de professionele puppytester ervan niets af te weten van puppytesten. Ik wist genoeg, ik had het gedrag van de pupjes die eerste dag juist geïnterpreteerd, mijn besluit stond meer dan vast, ik wou

geen pup van deze fokker. Maar de fokker dacht daar anders over. Ze stelde alles in het werk om ons ervan te overtuigen toch de pup die ze voor ons op het oog had mee te nemen naar huis. Ik moest me de hele dag bezighouden met dat pupje en ‘s nachts sliep het mee in onze slaapkamer. Maar in mijn besluit was ik onverwurmbaar. Neen ik ging echt geen pup meenemen naar huis. Toch wilde ik nog één ding opgehelderd zien. Waarom wilde de fokker ten allen prijze dat ik juist dat ene pupje zou meenemen en waarom niet één van de anderen. Toen we deze vraag op zeker ogenblik aan de

37


echtgenoot stelden, antwoordde deze zonder blikken of blozen : “ De goede pups houden wij voor onszelf. Zij gaan naar professionele handlers en die brengen ons naar de top. ” Het pupje dat voor ons bedoeld was, was in alles achter op de andere pupjes. Het opende de oogjes veel later dan de anderen. Het duurde veel langer voor het goed kon lopen. Het was ook totaal niet sociaal naar de nestbroertjes en -zusjes, en absoluut niet geïnteresseerd in mensen. Kortom, een hondje waar geen eer mee te verdienen viel. Eentje waar ze liefst zo snel mogelijk van af wilden geraken en dan nog liefst aan iemand die niet te dicht bij de deur woonde. Zelfs op de terugweg naar de vlieghaven probeerde de fokker ( die – zonder dat we het wisten - de pup in de koffer van de auto had meegenomen ) ons nog eenmaal te overtuigen, ze zei : “ Neem de pup mee en als je na zes maanden nog steeds niet tevreden over haar bent, stuur haar dan gewoon met het vliegtuig terug . ” We waren wat blij toen we eindelijk in het vliegtuig zaten, zonder pup. Eenmaal een pup in onze familie komt, dan blijft die in onze familie, voor altijd ! De pups van deze Aussie fokker waren allen gestoord, zulk een pup wilden wij niet. Van het feit dat de andere pups naar professionele handlers zouden gaan die de fokker naar de top zouden brengen, is dan ook niets in huis gekomen. Meer nog, sommige pups uit dit nest werden meermaals herplaatst. Bij Rembrandt hadden we niet te kiezen welke pup uit het nest in onze familie zou komen. Toch werden ook hier alle pups getest door een professioneel tester. En we mochten de test bijwonen wat we uiteraard ook deden. Van Rembrandt werd gezegd dat hij alle kwaliteiten bezat om een uitstekende sporthond te worden. Enkel zijn vrij onafhankelijke aard moest bijgeschaafd worden. Wat de tester niet kon verklaren was het feit dat Rembrandt gedurende de test constant snikte, zelfs wanneer hij gewoon op zijn arm zat. Nochtans snikte hij niet op het ogenblik dat de fokker met de pups en dus ook met hem bij de tester toekwam. Wat kon er intussen gebeurd zijn ? Het dochtertje van de fokker en een vriendinnetje mochten buiten het testlokaal op de pups passen, en met hen spelen zolang zij niet aan de beurt waren. Was hier iets mis gegaan ? Later hebben we het met eigen ogen verschillende malen zien misgaan tussen het dochtertje en andere jonge pups uit andere nesten. De ouders maakten daar niets van. Jonge kinderen horen niet alleen gelaten te worden bij jonge pups. Pups zijn geen speelgoed om kinderen stil mee te houden. Echter toen we aan de fokker een kopij van de videoband met de puppytest vroegen, omdat we toch wilden weten of er meer gefilmd was dan wij hadden gezien, bleek die videoband plots verloren ! Wat ik ook nooit begrepen heb, is waarom het de toekomstige families van de pupjes die deze puppytest op een afstand mochten bijwonen, verboden was om aan de tester meer uitleg te vragen nadat alle pupjes getest waren. De tester zelf zei ons dat dit niet mogelijk was. Hij werd betaald door de fokker en deed de test voor de fokker. Hier begreep ik niets van ! Bij Evy stond mijn besluit vast. Reeds voor de geboorte van de pups werden er goede afspraken gemaakt met de fokker. Wij stonden als eerste op de wachtlijst, en dit voor een teefje. Omdat we te ver van de fokker woonden en niet zomaar eventjes op bezoek

38


bij de pups konden gaan, hadden we een verzoek. We wilden de zekerheid om eerste keuze uit het nest te zullen hebben, waarbij we onze pup pas zouden uitkiezen op de leeftijd van 7 weken. Daarbij vroegen we de toelating om op dat ogenblik door een professionele hondentrainer met ervaring in puppytesten, de pups te mogen laten testen, zodat de juiste pup bij ons in de familie zou komen. Dit werd toegestaan, hoewel de fokker zelf de gewoonte had de pups te laten testen. Een eerste maal binnen de 24 uur na de geboorte, volgens de biotonustest van Eberhard Trumbler. Hierbij wordt getest op zuigreflex, pijngevoeligheid, reactie op geluid en beweging. Hierna werden de pups toegewezen aan hun nieuwe familie. Op de leeftijd van 6 weken liet de fokker een tweede maal een puppytest uitvoeren, ditmaal volgens Jan Nijboer. Hierbij werd getest op exploratiegedrag, sociale oriëntering, associëringsvermogen, pijngevoeligheid, temperament, stressbestendigheid, schrikreactie en zelfbeschermingsgedrag. En dit om na te gaan of de juiste pup bij de juiste familie was geplaatst. Pas dan was de toewijzing definitief. De fokker liet ook nu naar gewoonte beide puppytesten plaatsvinden. Maar de toekomstige families wisten dat de aan hen voorlopig toegewezen pup ook naar ons kon gaan. Wij hadden immers eerste keuze. De puppytest uitgevoerd door de professionele hondentrainer die wij uitgenodigd hadden, en die ons beter kende dan de fokker dat deed, en die heel goed wist welk soort pup wij op het oog hadden, zou bepalend zijn in de keuze welke pup met ons mee naar huis zou gaan. Die afspraken werden door iedereen correct gerespecteerd. Zo konden wij Evy mee naar huis nemen, voor ons de allerbeste pup uit het nest. Toevallig bleek dit ook de pup die de fokker voor ons op het oog had. Evy was een pupje dat je niet zomaar in elk gezin kon onderbrengen. Zij was geen pupje voor beginners en wij zochten inderdaad een pupje voor gevorderden. Dus blijkbaar zaten we met z’n allen op dezelfde golflengte en iedereen was tevreden, wijzelf, de fokker en ook alle andere families omdat ook zij het voorlopig aan hen toegewezen pupje nu definitief in hun hart konden sluiten. Eind goed, al goed !

Dat het uitkiezen van een geschikte pup uit het nest meer is dan beslissen of je voor een reu of een teefje kiest, zullen de meeste mensen wel weten. Echter, dat de kleur van : de vacht, de ogen, de gehoorgang, de neus en de nagels je ook heel veel vertellen over de in de pup aanwezige karaktereigenschappen ( of hij meer of minder emotioneel stabiel is, veel of weinig reactief, al dan niet stressgevoelig, gemakkelijk of moeilijk te trainen, sportief of niet, de mate van probleemoplossend vermogen, de agressiebereidheid… ) en zijn gezondheid ( en dan vooral wat betreft het immuunsysteem, de vatbaarheid voor allergieën, eventuele doofheid op latere leeftijd… ), en dat gebaseerd op zijn moleculaire samenstelling, weet bijna niemand. De persoon bij uitstek in Europa, die uit eerste hand al deze nieuwe informatie dichter bij geinteresseerden ( hondenliefhebbers, fokkers, trainers, dierenartsen… ) brengt, met de bedoeling om het samen-

39


leven van mens en hond nog harmonischer te laten verlopen, is de Duitse Zoöloog Dr. Udo Ganslosser. Toen ik in 2013 toevallig voor een seminarie dat door hem gegeven werd inschreef, wist ik niet dat dit zo gigantisch mijn manier van bekijken van een hond zou veranderen. Vele seminaries volgden. Dat de klassieke puppytesten achterhaald zijn, werd wel heel duidelijk !

Vervolgens kwam een korthaar Schotse Collie in ons leven. Bij onze nieuwe viervoeter zou ik op basis van alles wat ik geleerd had in de voorbije jaren mijn pup uitkiezen. In de eerste plaats wilde ik een stabiele, sociaalvaardige, leergierige en nieuwsgierige pup. Zulk een pup heeft immers van nature alles in zich om uit te groeien tot een fijne reiskameraad. En waarom was nieuwsgierigheid voor mij één van de belangrijkste criteria ? Wel, nieuwsgierigheid ( of ook exploratie-gedrag ) en angst gaan niet samen. Een angstige pup kan / zal nooit nieuwsgierig zijn. Angst en nieuwsgierigheid zijn mekaars tegengestelde. En ik wilde zeker en vast GEEN angstige pup ! Het andere uiterste, een onafhankelijke pup, die altijd alles op zijn eentje onderneemt, wilde ik ook liever niet. Iets daar tussen in was ideaal ! Dus een nieuwsgierige pup met een grote mensgebondenheid !

Of een pup nieuwsgierig is of niet, manifesteert zich voor het eerst als hij tussen 3 en 5 weken oud is. Je zal heel snel in het nest kunnen onderscheiden welke pup uit nieuwsgierigheid naar de anderen gaat en zijn omgeving exploreert ( = A-type ) ( zulk een pup leert, door de omgeving actief te bekijken ), en welke pup steeds afwacht ( = B-type )( zulk een pup leert, door de omgeving passief te bekijken – hij zal alleen reageren als het echt nodig is ). Beide types ontwikkelen zich op een totaal andere manier. Een A-type hond handelt veel meer vanuit het adrenaline stress-syteem, een Btype hond vanuit het cortisol stress-systeem. Wetenschappelijk onderzoek bracht echter ook aan het licht dat voor wat de persoonlijkheid van de pups betreft, dus of ze uiteindelijk zullen uitgroeien tot een A- of B-type, dit slechts voor 30% tot 35% erfelijk bepaald is, de andere 65% tot 70% wordt bepaald onder invloed van oa. de nest-grootte ( = het totaal aantal pups in het nest ), de nest-samenstelling ( = het aantal teefjes in verhouding tot het aantal reutjes ), de omgeving waarin ze de eerste levensweken opgroeien ( ideaal is bij de fokker thuis, uiteraard in aanwezigheid van – op zijn minst - de moeder ), en de socialisatie ( waarmee de fokker al moet begonnen zijn op het ogenblik dat je een pup gaat uitkiezen ). De Atypes worden gekenmerkt doordat ze actief zijn, ondernemend en moedig, de B-types doordat ze afwachtend zijn, aanschouwend en terughoudend.

40


Als je een pup uit het nest gaat kiezen is het daarom heel belangrijk dat je deze 2 types ( her-)kent, weet welke van de 2 het best bij jou past en ook hoe je hem of haar eens in je familie verder optimaal moet begeleiden. Een goede fokker zal zeker zijn deel van het werk doen en, zolang de pups bij hem zijn, ze een maximale voorbereiding geven. Indien nodig zal hij je later ook bijstaan met raad en daad. Bij onze viervoeters was de verdeling als volgt : Rudith was een A-type, Rembrandt was een A-type en Evy was een A-type. Aagje is een B-type. Hoewel ik aanvankelijk geen B-type wilde, ben ik heel blij met haar. A-type viervoeters zijn volgens mij ideaal voor wie een sporthond zoekt. Het zijn honden die heel veel initiatief tonen, ideaal dus voor de training. B-type viervoeters zijn volgens mij ideale familiehonden. Ze zijn heel gemakkelijk om op te voeden. Doordat ze eerder terughoudend zijn, zullen ze nooit in conflict gaan met de gezinsleden. Ook in contacten met viervoeters, bijvoorbeeld tijdens een wandeling, zal bij een conflict een B-type altijd weggaan / zich uit de voeten maken. Een A-type zal reageren. Bij onze volgende viervoeters zal het naar alle waarschijnlijkheid terug een B-type worden. Waarom zouden we het onszelf moeilijk maken, als het gemakkelijk ook gaat !

En daarnaast wilde ik ook een pup met een lichaamsbouw die garant stond voor indien mogelijk GEEN functionele problemen. Rudith en Evy waren ( achteraf gezien ) het prototype van honden met een gezonde bouw. Bij Rembrandt moesten we al heel snel aan den lijve ondervinden dat een hond met functionele problemen echt niet mee kon op vakantie. Echter wanneer je een pup zoekt, kijk dan naar de ouderdieren. Hoe zijn ze gebouwd. Hebben zowel de moeder als de vader een werkelijk schitterende bouw, dan zullen de pups, als de appel niet ver van de boom valt, ook allemaal een schitterende bouw hebben. En dat was zeker het geval bij Aagje, wat ook voorspeld was door de fokker.

Tip Hoe leerde ik een viervoeter met een gezonde bouw te herkennen, en dat zowel bij volwassen honden als bij pups ? Wel dat leerde ik jaren geleden bij 2 zwitserse dames : Doris Walder en Eva Holderegger Walser, tijdens één van hun welpen-analyse seminaries ( gebaseerd op THE PUPPY-PUZZLE van de amerikaanse Pat Hastings en haar man ). Het is één van de beste cursussen ooit die ik volgde. Het veranderde mijn kijk op de gezonde bouw van honden voorgoed ! En ik paste het nadien ook toe bij de zoektocht naar onze eerste korthaar Collie.

41


Aagje’s mooie bouw op pupleeftijd, kwam inderdaad terug op volwassen leeftijd. Tijdens de opgroei kijk je best niet teveel naar je jonge hond ;-) Bekijk hem goed als pup ! Aagjes officiële RX-foto’s op de leeftijd van 18 maanden : HD A - ED 0/0 en SD 0/0 Of je viervoeter een gezonde bouw heeft of niet laat zich al op pupleeftijd ( 8 weken ) zien ! Weet wel dat ED of elleboog-dyplasie voor 100 % wordt overgeërfd van de ene generatie naar de andere. Dus kies alleen ouderdieren die ook gescreend zijn op ED !

En ik had een lijst met 7 vragen die betrekking hadden op de persoonlijkheid van een pup klaar. Ze waren gebaseerd op wat ik had geleerd tijdens de vele seminaries, gegeven door Dr. Udo Ganslosser. Het antwoord op deze vragen zou niet alleen de keuze van mijn volgende pup mee bepalen, maar ook zijn verdere opvoeding.

De vragenlijst die volgens Dr. Udo Ganslosser in de plaats van een puppytest zou moeten komen, is de volgende : Wat moeten we weten in verband met de persoonlijkheid van de pupjes, vooraleer eentje uit te kiezen ? 1. De mate van emotionele stabiliteit. 2. De trainbaarheid ( = gebaseerd op de openheid voor nieuwe ervaringen ). Het begrip trainbaarheid heeft hier niets te maken met het begrip opvoedbaarheid. Het gaat vooral over hoe ze iets oplossen. - door eerst na te denken - of door onmiddellijk te reageren, blind, overmoedig… … dus zonder na te denken, en dan met het gezicht tegen de muur te lopen - eerder afwachtend 3. De mate van gezelligheid of beter, hoe vriendelijk ze zijn naar mensen toe, en naar honden en andere dieren in het algemeen. 4. Het feit of de pup extravert is, of meer introvert. Dus of we te doen hebben met een stil water of eerder een wervelwind, of iets daartussen. Weet dat de socialisatie en de opvoeding op dit vlak nog een enorme invloed hebben, waardoor het nog alle kanten uit kan bij de jonge hond. 5. Hoe volhardend of standvastig ze zijn of anders gezegd, hoe lang en hoe intensief kunnen/willen ze met iets bezig zijn. 6. Wie is optimist, wie pessimist ? Het eerste wordt gezien als een emotioneel en cognitief voordeel. Het laatste wordt gerelateerd met angstsymptomen bij stress en dit onder de vorm van bijvoor-

42


beeld scheidingsangst, stereotype gedragingen… 7. De mate van assertiviteit ( = zelfzekerheid, souvereiniteit ).

Nog even terug naar de Smooth Collie fokker in het noorden van Duitsland. Toen de pups 5 weken oud waren, gingen we voor de eerste keer op bezoek, met het gekende resultaat. Er bevond zich een waanzinnig mooie pup in het nest, met het sterke karakter dat we zo graag zagen bij onze honden. Akkoord, het was geen pup die je als eerste hond naar een familie kon laten gaan. Het was ook geen pup voor beginners of mensen die alleen honden met een rustige aard gewoon waren. Het was een pup, die alleen geschikt was voor een familie die, met respect voor haar persoonlijkheid, alles eruit kon laten wat er in zat, en dit zonder haar te onderdrukken, zo dat ze zich maximaal zou kunnen ontwikkelen / ontplooien tot een evenwichtige Collie, die gelukkig was in haar nieuwe familie, en graag samen met hen veel ondernam. Met andere woorden, een pup voor een familie met de nodige kennis en ervaring om dit sterke temperament in goede banen te leiden. De fokker had deze pup waarschijnlijk graag zelf willen houden. Echter, wij beseften al heel snel bij ons eerste bezoek dat dit sterke temperament de rust en het evenwicht in haar hondenfamilie zou verstoren. Ze had immers al een grote groep honden, allemaal met datzelfde sterke temperament, en deze pup was er eentje te veel. Dit was voor ons het gedroomde scenario. We waren daarnaast ook de enige geschikte kandidaat familie ( die bijkomend ook nog eens ervaring had met een temperamentvolle langhaar Schotse Collie ) voor deze pup, die we zo graag wilden verwelkomen in ons gezin, en die we zoveel te bieden hadden. Maar het mocht niet zijn. De reden waarom deze fokker niet wilde dat ze naar ons kwam, zullen we nooit te weten komen. Wel voelden we tijdens onze bezoeken aan dat ze alles in het werk stelde om iets te vinden dat tegen ons pleitte. Zo werd oa. gevraagd of het inderdaad klopte dat er in ons land een algemene aanlijnplicht geldt, als we met onze hond(en) uit wandelen gaan. Alsof wij daar verantwoordelijk voor zijn ! En neen, dat maakt niet dat al onze honden alleen maar een ongelukkig leven tegemoet gaan !

Wat gedaan met een pup die uit het buitenland komt De wetgeving ( EU-verordening + Belgisch KB ) in verband met de import van honden zegt, dat pups pas ons land binnen mogen vanaf de leeftijd van 15 weken op voorwaarde dat ze correct ingeënt zijn tegen rabiës. En deze rabiës-intenting kan pas gegeven worden ten vroegste op de leeftijd van 12 weken. Na deze inenting moet men rekening houden met 21 dagen wachttijd, alvorens de pup mee de grens over kan.

43


De meest recente informatie vind je op de website van de FOD VVVL : http://www.health.belgium.be/nl/dieren-en-planten/dieren/houden-enverkeer-van-dieren/reizen-met-dieren#Reizen%20vanuit%20een%20EUland%20naar%20België

Onze plannen met onze korthaar Schotse Collie pup uit het noorden van Duitsland : Na de dekking ( van de teef bij de eerste korthaar Collie fokker ) brachten we deze opnieuw een bezoek. Ditmaal om te bespreken hoe we de periode vanaf 8 weken ( de leeftijd waarop normaal de pup naar zijn nieuwe familie gaat, maar in ons geval dus nog niet ) tot 15 weken zouden overbruggen. De afspraak werd gemaakt dat onze korthaar Schotse Collie bij de fokker zou blijven tot de leeftijd van 12 weken en pas na de rabiës-inenting zou meegenomen worden. Op de leeftijd van 8 weken zou ze wel officieel de onze worden. Ondertussen hadden we voor en na ons bezoek aan de fokker, ook onderdak voor de 3 resterende weken in Duitsland, uitgeprobeerd en goedgekeurd. Dit voor de periode vanaf het ogenblik dat onze pup de rabiës-inenting zou gekregen hebben tot en met 21 dagen of 3 weken later ( de dag van de inenting niet meegerekend ), dus tot zij de grens mee zou mogen oversteken. We kozen voor een logeeradres waar onze pup uiteraard welkom was, maar waar we ook optimaal de socialisatie konden verder zetten. En dit zowel ter plaatse als in de onmiddellijk omgeving. Daarnaast was het appartement, gelegen op het gelijkvloers, ook voldoende uitgerust om er langere tijd te verblijven. Naast een hedendaagse prima uitgeruste keuken was er ook een was- en droogautomaat aanwezig. En een perfect werkende vloerverwarming, wat tijdens ons verblijf in de herfst zeker nodig zou zijn. De tegelvloer was ideaal, zodat eventuele ongelukjes snel opgekuist zouden kunnen worden. En de direkte toegang tot de reusachtige, volledig ommuurde, tuin was uiteraard een enorm pluspunt. Met de dame die de verhuring regelde, konden we overeen komen om dit appartement te reserveren voor de gevraagde periode, maar zonder onmiddellijk al het gevraagde voorschot te moeten betalen. In de plaats daarvan kwam er een clausule in het verhuurcontract die zei, dat pas als we zeker wisten dat er een pup voor ons zou bij zijn, en dit uiterlijk wanneer zij de leeftijd van 6 weken zou bereikt hebben, we dan pas het voorschot moesten betalen. Indien er geen geschikte pup voor ons zou zijn, werd het contract ontbonden en kwam het appartement terug vrij voor verhuur. Er was uiteindelijk geen pup voor ons, dit werd zo snel mogelijk gemaild en het contract werd zoals afgesproken ontbonden. Toch waren we in de weken voorafgaand aan ons eerste bezoek aan de pups, dus lang voor we wisten dat er voor ons geen pup zou bij zijn, al met de voorbereidingen om de socialisatie-periode maximaal te benutten, begonnen. Ons logies mocht dan wel super zijn, echter een groot deel van de socialisatie zou buiten dit verblijf moeten gebeuren. Thuis ken je, in je eigen omgeving, alle plaatsen waar je naartoe kan om je pup aan bepaalde omstandigheden te laten wennen, echter nu meer dan 700 km. van huis weg, was dit niet het geval. Gelukkig hadden we tijdens ons proefverblijf in dit logement, ook de wijde omgeving verkend.

44


Zo wist ik dat in de buurt een treinstation was, een druk bezochte supermarkt en een tuincentrum. Ook de aanwezigheid van een jachthaven vond ik een pluspunt en in het daar gelegen gezellige restaurant was al afgesproken dat ik ‘s avonds zou komen eten, MET onze pup erbij. Echter tijdens deze 3 weken zou niemand van de andere gezinsleden, dus noch Walter, noch de kinderen of kleinkinderen aanwezig kunnen zijn. Ook Evy, onze langhaar Schotse Collie, zou bij Walter thuis blijven. En gezien de grote afstand was het niet mogelijk even over te komen voor het weekend. Dat vond ik toch een serieus nadeel. Of er tijdens ons verblijf zo laat op het seizoen nog andere appartementen zouden verhuurd zijn, was ook niet zeker. Toch zouden we daar niet moederziel alleen zijn op dat grote domein. De dame die de verhuring van de appartementen voor haar rekening nam en de aanvragen voor festiviteiten op het domein afhandelde, woonde er ook met haar 8 jarige blonde Labrador-reu, die het tijdens ons proefverblijf prima met Evy kon vinden. Hij zou onze pup zeker wegwijs maken op het domein. Dus contact met een rustige sociale volwassen hond was alvast verzekerd. Misschien konden we samen wel naar het strand gaan, want de Oostzee bevond zich op nog geen 10 min. autorijden. Ik keek er eigenlijk al echt naar uit. Jammer dat het niet doorging. Het was alvast een goede oefening, over hoe en aan wat we moesten denken bij een pup uit het buitenland. Bij Aagje was er niet te kiezen. Ik wist dat er 5 reutjes en 3 teefjes waren in het nest ( één reutje overleed echter op de leeftijd van 3 weken ). Toen we ons realiseerden dat Evy niet lang meer zou leven, bezocht ik opnieuw de website van de fokker – de pups waren op dat ogenblik 8 weken oud. Eén teefje was nog beschikbaar - eentje al weg naar haar nieuwe familie, en het ander zou bij de fokker blijven. Eigenlijk wilde deze onze Aagje voor zich houden, en wij zouden het overblijvende sable / zandkleurig pupje nemen, uiteraard indien haar karaktertje ons zou bevallen, anders ook niet. Echter Aagje paste, tegen alle verwachtingen in niet echt goed in haar hondenfamilie, terwijl het pupje dat wij wilden nemen dat wel deed. Omdat we de pupjes toch niet kenden, we hadden ze alleen nog maar op een foto gezien op de website van de fokker, gingen we akkoord met de verwisseling. Toen we later op bezoek kwamen, was het onze Aagje die als eerste onmiddellijk naar me toe kwam gespurt, en in mijn armen sprong. We bleven een uurtje de pups observeren. ‘s Anderendaags beslisten we, na een tweede bezoek, onze Aagje mee te nemen.

En dan is het zo ver ! Het magische moment dat we onze pup in ontvangst mogen nemen, en het leven samen begint. Echter, niemand is perfect !

45


Inderdaad, niemand is perfect, wij niet, de fokkers niet, de puppytesters niet en ook de honden niet. Ook al stel je alles in het werk om de juiste fokker te vinden, namelijk iemand die met zorg de ouderdieren uitkiest en zijn pups alles geeft aan voorbereiding die zij nodig hebben om later tot een evenwichtige hond uit te groeien, en ook al laat je op het gepaste ogenblik de pups testen door een ervaren ( professionele ) puppytester, dit alles met de bedoeling om de ideale pup die bij je gezinssituatie past te vinden en die je liefst zo weinig mogelijk problemen zal bezorgen, toch zal je altijd rekening moeten houden met het feit dat pas wanneer de pup bij jou in het gezin is aangekomen je zijn ware aard zal leren kennen. En altijd wel zullen er karaktertrekjes bovenkomen die je niet wist en die je misschien liever niet in je pup zag. Karaktertrekjes die mits een snel optreden weliswaar nog in de juiste banen kunnen geleid worden. Maar die wanneer je ze niet op het juiste moment aanpakt, kunnen leiden tot gedragsproblemen met alle gevolgen vandien.

Tip Daarom is het heel belangrijk dat bij de aankomst van je pup bij jou in huis je onmiddellijk met de opvoeding start. Immers gaandeweg zal je de pup beter leren kennen en als er op die jonge leeftijd nog ongewenste karaktertrekjes zich voordoen, ook al lijken ze onschuldig, zal je daar onmiddellijk kunnen op inspelen en zo probleemgedrag op latere leeftijd voorkomen.

Bij de komst van een nieuwe pup moeten we alles in het werk stellen om hem zo sociaal mogelijk te maken / krijgen, dit om eventueel ongunstige erfelijke risicofactoren uit te sluiten.

Bij de 3 eerste pups die in ons gezin kwamen, was de opvoeding voor het grootste deel achter de rug op de leeftijd van 4 maanden. Bij Aagje die omwille van de EUreglementering ivm. rabies-preventie later in onze familie kwam, hadden we vanzelfsprekend meer tijd nodig. Echter, geen enkele van onze pups heeft ooit op zijn eerste reis voor onoverkomelijke problemen gezorgd. En hoewel wij, zeker bij onze eerste hond, totaal geen ervaring hadden in alles wat met zijn opvoeding te maken had, liep er toch niets fout. De ervaring wees uit dat wie echt zijn pup wil opvoeden tot een gehoorzame familiehond ( en een fijne reiskameraad ), daar zeker in zal slagen, ook al is dat bij een eerste hond dikwijls met vallen en opstaan, op voorwaarde dat hij er onmiddellijk aan begint van zodra de pup bij hem thuis aankomt. Natuurlijk ben ik 24/24 uur thuis en is het voor een nieuwe pup bijna onmogelijk om iets te doen dat aan mijn aandacht zou ontsnappen. Immers die eerste maanden zet ik ook nog eens al

46


mijn alledaagse activiteiten op een laag pitje. Die drie eerste maanden dat onze pup in huis is, zet ik alles op alles om hem zo goed mogelijk op te voeden. En wij zijn daar bij al onze honden alleen maar voor beloond.

Bent u niet in die mogelijkheid of weet u niet hoe eraan te beginnen, ga dan op zoek naar een professionele hondentrainer met ruime ervaring die je hierbij kan helpen. Wacht hiermee niet tot je pup al enige leeftijd heeft of al een eerste probleemgedrag kon ontwikkelen. Contacteer zulk een persoon, nog voor de komst van de pup bij jou thuis, zo dat je vanaf de eerste dag hem op de juiste manier kan begeleiden en hem een perfecte start kan geven. Ideaal zou hierbij natuurlijk zijn dat je die eerste maanden thuis kan zijn. Maar ja, drie maanden opvoedingsverlof voor elke nieuwe hond die in je gezin komt, is niet echt iets dat zomaar realiseerbaar is. Helaas, want het zou heel veel opvoedingsproblemen bij heel wat honden voorkomen.

Wat als je pup onverwacht, dus zonder dat je er iets van wist of vooraf van kon merken, helemaal geen goede voorbereiding heeft gehad bij de fokker, om wat voor reden dan ook ?

Onze ervaringen met onze korthaar Collie-pup : Aagje was nog geen uur bij ons thuis of ik zag al zeer verontrustend gedrag. Het liet mij niet meer los. In de weken die erop volgden kreeg ik nog meer bizar gedrag te zien. En toen ik de nestbroertjes en -zusjes terug zag was ik compleet in shock ! Wat was hier aan de hand ? Ze waren allemaal zo apatisch ! Gelukkig was onze Aagje dat niet. Na heel wat opzoekwerk werd het voor mij heel duidelijk. Ook onze korthaar Collie was geboren bij een fokker die fervente aanhanger / volger was van de zeer controversiële hype “ RUDELSTELLUNGEN ”. En Aagje behoorde zelfs tot de 2de generatie die bij deze fokker onder die waanzin geboren was. En zo’n pup was wel het laatste wat ik wilde. Toen stonden we voor een dilemma. Sturen we haar terug, of blijft ze bij ons. Ik heb er lang over getwijfeld, maar Aagje is uiteindelijk toch gebleven. Het was verschrikkelijk telkens weer te moeten vaststellen, hoeveel onze pup die eerste weken bij de fokker gemist had. Onder het regime van “ RUDELSTELLUNGEN ” mogen pups en ook volwassen honden oa. geen contact hebben met mensen, vreemde honden of prikkels van buitenaf. Ook activiteiten met hen ondernemen is taboe. De gevolgen hiervan kwamen tot uiting vanaf dag 1 dat onze pup in onze familie kwam. Gelukkig had ik het gezien, en wist ik wat mij te doen stond ! Pas op de leeftijd van 2 jaar konden we opgelucht ademhalen. Toen realiseerden we ons dat alles in orde was gekomen. Onze Aagje was een fantastische korthaar geworden, vrolijk, uitbundig en enorm aanhankelijk. En de liefste viervoeter die er op aarde rondliep.

47


48


Wat zijn ( achteraf gezien ) de vaardigheden die wij door de jaren heen, steeds weer, als een pluspunt zagen bij het uitkiezen van een nieuwe pup ?

En in welke mate waren ze bij onze viervoeters aanwezig toen ze bij ons kwamen.

Rudith De interesse en oriĂŤntatie naar mensen

+++

Vertrouwen in mensen

+++

Apporteren

+++

Mate van zindelijkheid

++

Gewenning aan autorijden

+++

Bench-training

Niet

Rembrandt De interesse en oriĂŤntatie naar mensen

:-(

Vertrouwen in mensen

Niet

49


Apporteren

Niet

Mate van zindelijkheid

:-(

Gewenning aan autorijden

?

Bench-training

+++

Evy De interesse en oriĂŤntatie naar mensen

+++

Vertrouwen in mensen

+++

Apporteren

+++

Mate van zindelijkheid

+++

Gewenning aan autorijden

Niet

Bench-training

?

Aagje De interesse en oriĂŤntatie naar mensen

+++

50


Vertrouwen in mensen

+++

Apporteren

+++

Mate van zindelijkheid

?

Gewenning aan autorijden

+++

Bench-training

+++

Het al dan niet aanwezig zijn van deze eigenschappen, berust in zeer grote mate op het werk dat de fokker al dan niet gestoken heeft in zijn / haar pups.

+++ uitstekend / ++ zo goed als OK / NIET of :-( niet aanwezig of niet aangeleerd, geen aandacht aan besteed Wat nog bleek was dat van al onze viervoeters alle teefjes toevallig de eerstgeborene in het nest waren. Alleen van Rembrandt, tot nu toe onze enige reu, weten we niet als hoeveelste in de rij hij ter wereld kwam ( 1 reu/2 teefjes ).

51


En nu eerst :

De hoofdrol-spelers

52


Rudith ( 25/3/1994 – 11/1/2001 )

53


54


Rembrandt ( 1/3/2000 – 3/1/2007 )

55


56


Evy ( 13/5/2003 – 11/1/2017 )

57


58


Aagje ( 17/11/2016 )

59


Ben jij ook vastbesloten je hond overal mee naartoe te nemen dan zal je, vooral in de eerste levensmaanden van je pup, daar tijd en werk van moeten maken. Daarna is het puur plezier !

Maar een goede fokker en de juiste pup zijn niet voldoende om een zorgeloze toekomst tegemoet te gaan. Eens de nieuwe pup bij ons in huis in de familie is opgenomen begint onze taak. Ook wij bepalen in belangrijke mate hoe onze pup zich zal ontwikkelen.

Hoe kan ik mijn hond goed voorbereiden ? Het allereerste waaraan wij beginnen is

de zindelijkheidstraining Ik weet dat er heel wat boeken bestaan over het zindelijk maken van je hond. Om eerlijk te zijn, ik heb er niet één gelezen. Nochtans zal je weinig honden vinden die zindelijker zijn dan de onze. Vanwaar haalden wij dan de mosterd ? Gewoon van andere hondenliefhebbers. Op één van onze wandelingen ontmoetten we een dame met twee welopgevoede Flatcoated Retrievers. Rudith was op dat ogenblik al wel geboren maar nog niet bij ons in huis. Nieuwsgierig hoe deze dame het aangepakt had bij haar honden, stelde ik haar de vraag : “ Hoe krijg je een pup zindelijk ? ” Voor haar was dat heel eenvoudig. Ze zei : “ Je staat ‘s nachts regelmatig op om hem uit te laten. Na een tijdje laat je de pup steeds wat langer wachten. ” Dat was heel duidelijk, zo zou ik het ook proberen.

Wat we echter op dat ogenblik niet wisten was, dat je zindelijkheidstraining pas kan slagen wanneer de fokker zijn deel van het werk heeft gedaan. Zo niet wachten je vele weken en maanden van frustratie omdat je maar niet kan uitvinden waarom toch je zindelijkheidstraining niet wilt lukken.

Zie hier onze ervaringen : Op de leeftijd van 7 weken mogen we onze Berner Sennenpup afhalen. Op aanraden

60


van de fokker kwamen we in de voormiddag zodat we kort na de middag terug thuis konden zijn en onze pup nog de hele namiddag de tijd had om zijn nieuwe omgeving te verkennen. Als we thuis kwamen, Rudith heeft de ganse autorit op de schoot van Kristien geslapen, zetten we haar neer op het gras in de tuin zodat ze even goed de pootjes kon strekken. Rudith deed onmiddellijk een plasje en begon daarna spoorslags de tuin te verkennen. Uiteraard lieten we haar niet alleen in de tuin achter. Er bleef steeds iemand van ons in de buurt. Kleine kinderen laat je ook niet alleen in een tuin, puppy’s dus ook niet. Op dat moment kreeg ik een idee. Als we nu eens zouden opschrijven wanneer Rudith de kleine en natuurlijk ook de grote boodschap deed. Dan zouden we toch een goed idee krijgen hoeveel tijd er tussen twee spontane plasjes of hoopjes lag. Zo gezegd zo gedaan. In de keuken legden we een papier met een balpen en diegene die Rudith haar behoeften zag doen, liep vlug naar binnen om alles te noteren. Dit maakte dat tegen de avond duidelijk werd dat Rudith elke 2 uur spontaan een plasje deed. Deze 2 uur tussentijd zou onze begintijd worden voor het uitlaten ‘s nachts.

Tip Bij het zindelijk maken van onze honden was het toch wel meegenomen en zelfs een groot voordeel, dat ze bijna allemaal in het voorjaar geboren werden. Rudith en Rembrandt in de maand maart en Evy in mei. Dit maakt dat ze bij ons thuis kwamen in de periode dat de dagen het langst waren en de nachten het kortst. Als je pup in de zomermaanden moet zindelijk gemaakt worden kan je ‘s nachts snel naar buiten in je kamerjas en als je even moet wachten voor het plasje komt, is dat op zich niet erg aangezien het ‘s nachts in die periode buiten ook meestal behoorlijk warm is. In de winter ligt dat natuurlijk iets moeilijker. Niemand staat bij vriestemperaturen graag midden in de nacht buiten te wachten tot de pup geplast heeft, zeker niet als je dan ook nog eens elke 2 uur naar buiten moet. Tja, onze Aagje werd geboren midden november, en tegen de tijd dat we haar konden afhalen, was het uiteraard nog echt winter… met vriestemperaturen ‘s nachts. We lieten ons er niet door afschrikken. Wel hadden we naast het bed een paar met teddy gevoerde sneeuwlaarzen klaar staan en ook een dikke gewatteerde winterjas om die snel over onze pyama aan te trekken, en dat was echt wel nodig. Echter gelukkig moest zij ‘s nachts niet elke 2 uur uitgelaten worden.

Onze eerste nacht met Rudith verliep als volgt : Nadat zij om 23 uur nog een laatste plasje deed, legden we haar op het grote hondenkussen beneden in de hal. Van het bestaan van een binnenhuiskennel hadden wij als onervaren hondenliefhebber natuurlijk nog niet gehoord. Onze slaapkamer ligt een verdieping hoger, maar in afstand lag Rudith’s kussen maar op een vijftal meter van ons bed. Elke beweging of elk geluid

61


zouden we zeker horen. Het was trouwens niet de bedoeling dat Rudith boven zou slapen. Wij wilden haar van in het begin laten wennen aan haar vaste slaapplaats en die was beneden in de hal. Wat ik bij het laatste spontane plasje buiten om 23 uur ook had vastgesteld was, dat je een gitzwarte pup zo laat op de avond bijna niet ziet lopen in je tuin. Omdat ik ‘s nachts in het donker natuurlijk geen uren wilde wachten tot zij vanzelf naar binnen zou komen of naar haar op zoek zou moeten gaan, nam ik mij voor haar aangelijnd uit te laten. Kwestie van de tijd tussen het naar buiten gaan, het plassen en het terug naar binnen komen, zo kort mogelijk te kunnen houden en zo snel mogelijk weer in bed te liggen. Deze strategie bleek achteraf niets dan voordelen te hebben. Maar daarover later meer. Na het laatste plasje van Rudith om 23 uur ging iedereen slapen. Ik zette de wekker 2 uur verder, dus om 01 uur in de nacht. Op dat uur ging de wekker af. Ik sprong uit bed, pakte mijn kamerjas, spurtte naar beneden, lijnde Rudith aan, nam haar mee op de arm de tuin in en zette haar neer op het gras. En ik wachtte tot ze een plasje deed. Op het ogenblik dat Rudith neerhurkte om te plassen gaf ik al bij die eerste keer het commando “ Plasje ! ” en na het plasje zegden we “ Flink zo ! ” en kreeg ze een kleine voedselbeloning. We gingen terug naar binnen. Ik lijnde haar af, legde haar op het hondenkussen, ging weer naar boven, zette de wekker weer 2 uur verder en kroop in bed. Om 03 uur in de nacht herhaalde zich gans dit scenario, en ook om 05 uur en 07 uur. Rudith deed elke 2 uur netjes een plasje. De ene keer gebeurde dit al vlugger dan de andere keer. Echter bij elk plasje volgde een beloning. Vanaf 07 uur in de morgen ook het tijdstip voor alle andere huisgenoten om op te staan en te ontbijten alvorens naar werk of school te gaan, mocht Rudith vrij in huis rondlopen. Echter alleen in die ruimten waar er constant toezicht op haar was. In de praktijk was dat dus in de keuken waar ik ieders ontbijt klaarmaakte. Nadien bracht ik de kinderen met de auto naar school. Rudith reed uiteraard mee. Terug thuis werd zij weer even in de tuin uitgelaten. Aangezien ik geen beroepsactiviteit uitoefen en bijgevolg de ganse dag thuis kan zijn, maakte dit dat Rudith nooit zonder toezicht was. Dit vergemakkelijkte en versnelde uiteraard alle opvoedingswerk. Het dagschema voor de zindelijkheidstraining was veel eenvoudiger. Een pup zal bijna altijd moeten plassen nadat hij geslapen, gegeten of gespeeld heeft. Dat is duidelijk en daar kan je handig op inspelen. Als onze pup geplast had dan wisten wij dat het normaal gezien 2 uur zou duren voor ze weer zou moeten plassen. Weet wel dat onze Berner 24/24 uur vers en fris water ter beschikking had. Dus, tussen twee plastijdstippen in kon ik mijn boodschappen doen. Ik probeerde, zeker in het begin, om zo kort mogelijk afwezig te zijn. Op die manier kon ik mijn dagelijkse bezigheden afwerken en tegelijk leerde onze pup gedurende korte perioden alleen thuis te blijven. Ook dat moet een pup leren. Laat bij je afwezigheid, hoe kort ook, enkele speelgoedjes

62


of een kauwbeen bij hem achter zodat hij zich kan bezighouden. Vergeet ook niet de drinkbak van vers en fris water te voorzien. Bij mijn thuiskomst ging ik uiteraard eerst en vooral naar onze pup. Het uitladen van de boodschappen kon wel even wachten. En als ze niet sliep op dat moment, nam ik haar mee tot in de tuin voor een plasje. In de namiddag vooraleer de kinderen van school af te halen wachtte ik lang genoeg tot Rudith eerst geplast had. Pas daarna reden we naar school waar zij meteen uitgebreid kon kennismaken met de nieuwsgierige klasgenootjes. Thuis gekomen, hoe raad je het, werd Rudith eerst uitgelaten in de tuin. Telkens als zij een kleine boodschap deed koppelden we daar onmiddellijk het commando “ Plasje ! ” aan, deed ze een grote boodschap dan werd het commando “ Vlug-vlug ! ” gegeven. Nadien werd uiteraard uitbundig beloond met een “ Flink zo ! ” en kwam er steeds een lekker voedselbrokje. Echter, onafgezien van die voorspelbare ogenblikken, zoals na het slapen, eten of spelen, gebeurt het wel eens dat je pup op een totaal onverwacht moment iets moet doen. Hij zal dan onrustig worden en op zoek gaan naar een geschikt plekje. Het komt erop aan je pup goed in het oog te houden en zie je op zeker moment dat hij lijkt te zoeken naar iets, of begint te snuffelen, of aan de deur gaat staan, pak hem dan rustig op en breng hem onmiddellijk naar buiten. Er zal steevast een plasje of hoopje volgen. Uiteraard wordt je pup hiervoor flink beloond. En zo gingen de eerste dagen en nachten voorbij. Rudith plaste niet eenmaal in huis. Na een tiental nachten Rudith elke 2 uur gewekt te hebben, besloot ik om de tijd tussen twee plasmomenten te verlengen. Ik zou nu elke 2 ½ uur opstaan, dus telkens een half uurtje later. Na het laatste plasje voor het slapen gaan, zette ik de wekker 2 ½ uur verder. Echter voordat de wekker afliep hoorde ik duidelijk een gepiep afkomstig van onze Berner beneden in de hal. Nog halfslapend was mijn eerste reactie, ik heb de wekker gemist ! Ik sprong uit bed, pakte mijn kamerjas, spurtte naar beneden, lijnde Rudith aan, nam haar mee op de arm de tuin in en zette haar neer op het gras. Terwijl ik wachtte op het plasje zag ik binnen op de keukenklok dat ik 30 minuten te vroeg was opgestaan. Wat was er gebeurd ? Rudith was het al goed gewoon om elke 2 uur door mij gewekt te worden om buiten te gaan plassen. Ook nu 2 uur later verwachtte ze waarschijnlijk dat ik naar beneden zou komen. Maar waar bleef ik ? Ik kwam maar niet ! Dus was ze zachtjes beginnen piepen om mij te wekken. Dit scenario herhaalde zich keer op keer diezelfde nacht. Niet de wekker wekte mij elke 2 ½ uur, maar wel Rudith elke 2 uur. Telkens stond ik op om haar uit te laten. De volgende nacht stelde ik de wekker opnieuw zo in dat ik na 2 ½ uur zou gewekt worden. Maar ook nu na 2 uur, werd ik gewekt door een zacht gepiep. Moe, omdat ik de laatste 10 dagen niet één nacht had kunnen doorslapen, viel ik weer in slaap. Tot ik opnieuw wakker werd van Rudith’s gepiep en plots besefte dat ik zelfs de wekker niet meer gehoord had. Of had ik hem gehoord en afgezet. Hoe dan ook de vermoeidheid begon mij parten te spelen. Ik sprong uit bed, pakte mijn kamerjas, spurtte naar beneden, ik durfde bijna niet geloven dat er geen plasje ergens in huis zou zijn. Ik lijnde Rudith aan, nam haar mee op de arm de tuin in en zette haar neer op het gras.

63


En het plasje kwam al snel. Rudith werd flink beloond. We gingen terug naar binnen en alvorens onze Berner op haar hondenkussen te leggen en terug naar bed te gaan, keek ik toch even rond of ik geen plasje moest opkuisen. Er was nergens een plasje of hoopje te bespeuren. Wat een flinke pup hadden wij. En zo ging het nog weken verder. De ene keer ging ik onmiddellijk naar beneden als ik onze pup hoorde piepen maar soms als ik terug in slaap viel of gewoon geen gepiep had gehoord omdat ik zo diep sliep, dan was het wat later. De wekker werd niet meer ingesteld, ik kon er eigenlijk toch geen gebruik van maken. Hoe dan ook als ik beneden kwam gespurt om Rudith uit te laten, vond ik nooit een plasje of hoopje binnenshuis. Toch had ik geen flauw idee hoelang het nog zou duren voor zij ‘s nachts zindelijk zou zijn. Echter voor we het wisten, stond onze eerste buitenlandse reis ( augustus 1994 ) met Rudith voor de deur. Deze hotelvakantie nabij St. Malo ( Bretagne ) in Frankrijk was reeds maanden voor de geboorte van onze pup geboekt. Dat zij met ons mee zou reizen stond al van bij de beslissing dat er een hond in de familie zou komen als een paal boven water. Onze Berner was nu 4 maanden oud.

Toch hadden we Rudith al eerder mee op reis willen nemen maar toen kon zij echt niet mee. Wat was er gebeurd ? We wisten dat een hond wanneer je die mee naar het buitenland neemt een verplicht aantal vaccinaties moet gekregen hebben. En inderdaad, onze pup had alle verplichte vaccinaties gekregen. Ook deze tegen rabiës of hondsdolheid. Echter wat we niet wisten was dat de rabiës-inenting door veel landen pas 21 dagen na inenting als geldig wordt beschouwd. Onze hotelvakantie nabij Stresa aan het Lago Maggiore in Italië was geboekt voor begin juli. Op dat ogenblik was onze Berner net 3½ maand oud. Echter omdat deze inenting tegen hondsdolheid bij honden pas kan gegeven worden vanaf de leeftijd van 3 maanden, maakte dit dat op het moment van ons vertrek er nog geen 21 dagen voorbij waren. Bijgevolg was de rabiës-inenting nog niet geldig en voldeed Rudith niet aan de invoerverplichtingen voor de landen waar we doorheen reisden. Die ene vakantie is Rudith op logement gegaan bij de fokker.

Tip Wie de hond meeneemt op reis maakt best ruim op tijd een afspraak met de dierenarts. Immers je viervoeter dient voor de landen die je aandoet tijdens je reis alle verplichte vaccinaties op het juiste tijdstip toegediend gekregen te hebben. Zoniet zal

64


bij controle hiervan hij in quarantaine geplaatst worden, en u zal daarvan de rekening gepresenteerd krijgen. Informeer ook steeds naar de meer algemene invoerreglementering in verband met meereizende huisdieren in de diverse landen die je aandoet, zoals bijvoorbeeld mogelijke aanlijn- en muilkorfplicht...

Hier ziet u hoe onze Aagje in de dierenkliniek, de juffrouw van het secretariaat enthousiast begroet met een kusje !

Een viervoeter die op jonge leeftijd goed gesocialiseerd is, zal stress-vrij op raadpleging gaan.

65


Op de volgende foto zie je hoe rustig onze korthaar ligt te wachten tot de dierenarts de produkten verzameld heeft voor de jaarlijkse inenting ( december 2018 ). Het scheelde niet veel of ze was in slaap gevallen. Wat een flinke Aagje !

Maar nu terug naar onze Berner pup Rudith. Eind augustus, was alles OK en konden we met z’n allen op reis vertrekken. Onderweg stelden we al snel vast dat telkens we even stopten om onze pup uit te laten we in minder dan 5 minuten weer konden verder rijden. Als we stopten herhaalden we steeds hetzelfde scenario. Er werd geparkeerd, ik stapte uit, opende de koffer en lijnde Rudith aan. Ze werd uit de auto gepakt en op de grond gezet om vervolgens met ons mee te wandelen naar de plaats die wij geschikt vonden om de behoeften te doen. Daar gaf ik het commando “ Plasje ! ” en nagenoeg onmiddellijk volgde een plasje. Na een “ Flink zo ! ” en een voedselbrokje, gingen we terug naar de auto om onmiddellijk verder te rijden tot er enkele uren later opnieuw gestopt werd. Echter later op de dag, nog steeds met de auto onderweg naar onze reisbestemming, viel het mij op dat onze pup, sinds zij de avond voor ons vertrek gegeten had, zich nog niet ontlast had. Dat moest eigenlijk ook eens gebeuren. Bij de volgende uitlaatbeurt gaf ik nadat Rudith op het commando “ Plasje ! ” had geplast, ook het commando “ Vlug-vlug ! ”. Wat niemand durfde hopen ge-

66


beurde. Onmiddellijk na het commando ontlastte onze pup zich. Ik kan wel zeggen dat we bijna omver vielen van verbazing. Een pup die zich op commando ontlast, daar hadden we nog nooit van gehoord, maar goed Rudith deed het, Evy later trouwens ook. Onze zindelijkheidstraining wierp dus zijn vruchten af. Op onze bestemming aangekomen, op het moment dat mijn echtgenoot ons ging aanmelden aan de receptie, liet ik Rudith opnieuw uit zodat ze nadien met de kinderen op de kamer zou kunnen blijven en wij rustig de bagage zouden kunnen uitpakken.

Tip Maak er een gewoonte van om de hond uit te laten op plaatsen buiten de onmiddellijke omgeving van het hotel of vakantieverblijf. Hoewel onze honden thuis allemaal tuinzindelijk zijn en wij de plasjes op het gras niet onoverkomelijk vinden en de hoopjes onmiddellijk opruimen, laten we op vakantie de hond nooit in de tuin van het hotel of vakantieverblijf de behoeften doen. Dit wordt uitermate gewaardeerd door de hotelstaff en de eigenaar van het vakantieverblijf. Wees u ervan bewust dat mensen met een hond ALTIJD extra in het oog gehouden worden. Als men weet dat de hond uitgelaten wordt buiten het domein dan hoeft men zich ook geen zorgen te maken om plasjes op foute plaatsen of hoopjes die niet opgekuist werden. Immers deze kunnen alleen maar aanleiding geven tot ergernis bij de andere gasten wat zeker het imago van het hotel of vakantieverblijf niet ten goede komt met als gevolg dat een jaar later plots honden daar niet meer welkom zijn.

Terug op onze eerste vakantiebestemming met onze Berner pup. In dit hotel dat in de 12de eeuw nog een Benediktijnerklooster was kregen we twee kamers op de beneden verdieping toegewezen. Rudith zou in onze kamer slapen, dus niet bij de kinderen. Haar kussen werd naast het bed gelegd. Vlakbij onze kamers bevond zich nog een extra uitgang naar het parkeerterrein. Aan de receptie kregen wij hiervoor een sleutel mee zodat wij ook ‘s nachts onze pup konden uitlaten, indien nodig. Dit bleek echter niet het geval. Voor bedtijd lieten we Rudith nog even uit. In de kamer lag zij op haar kussen vlak naast het bed. Ik moest dus zeker wakker worden als ze zou piepen om uitgelaten te worden. Toen we ‘s anderdaags wakker werden zagen we de ochtendzon door het raam schijnen. Ik keek naast mij. Rudith was wakker maar lag braaf op het hondenkussen te wachten. De eerste nacht zonder tussentijds uitlaten ! Ik sprong uit bed, zocht alleen de allernoodzakelijkste kledingstukken bijeen, douchen zou ik nadien wel doen, lijnde onze pup aan en liep met haar de kamer uit door deze achteruitgang het parkeerterrein over naar een nabij gelegen groene zone. Ik gaf het commando “ Plasje ! ” en een reuze plas volgde. Na een “ Flink zo ! ” renden we samen terug naar onze kamer waar ze een voedselbeloning kreeg. Nu wist ik zeker dat Rudith zindelijk was, zoveel was duidelijk.

67


Onverwachte voordelen als gevolg van deze manier van zindelijk maken -

Een urine-staaltje afnemen voor de dierenarts wordt een fluitje van een cent om te doen

Toen de dierenarts ons jaren later vroeg een urinestaaltje bij Rudith te nemen, bleek dit een fluitje van een cent om te doen. Natuurlijk is Rudith een teef en dat maakt het nog gemakkelijker. Maar het enige dat wij moesten doen, was haar op commando laten plassen en van zodra ze neerhurkte hadden wij alleen maar het urinerecipiënt, het potje dus, tussen de achterpoten te houden recht onder de urinestraal en klaar was kees. Je kan je voorstellen hoe verbaasd de dierenarts keek toen wij in minder dan 5 minuten tijd terug in haar consultatieruimte stonden met het gevraagde urinestaal. Inderdaad, Rudith had geleerd op commando onmiddellijk te plassen en dit waar wij dat wilden en wanneer wij dat wilden. Meer nog, bij de zindelijkheidstraining ’s nachts was zij altijd aangelijnd aan een standaard leiband ( lengte : 110 cm. ). Ik stond bijgevolg altijd vlak bij haar als ze plaste. Voor het afnemen van dat urinestaaltje moest ik niet dichter staan, wel moest ik het potje tussen de achterpoten houden maar daar maakte ze niets van. Ook vele jaren later bij Evy en Aagje konden we heel gemakkelijk een urinestaaltje afnemen. Bij honden met een super lange vacht, zoals een langhaar Schotse Collie, liefst een groot urine-recipiënt gebruiken. Als je met een klein potje urine probeert op te vangen zal je eraan zijn voor de moeite, want met al de haar tussen die achterpoten kan je onmogelijk gokken waar je nu juist dat potje moet houden. Ik gebruikte bij Evy een plastic nierbekken. Je schuift dat tussen de achterpoten op het ogenblik dat je viervoeter neerhurkt. En voor je het weet, is het nierbekken vol. Opdracht volbracht !

-

Als je hond later ‘s nachts onverwacht naar buiten moet, zal hij je steeds wekken

Als onze honden eens iets verkeerds gegeten hadden en dringend naar buiten moesten, stelden ze alles in het werk om ons te wekken. En wees gerust, ieder gezinslid wist onmiddellijk wat dat betekende : Namelijk dat zij een erg goede reden hadden om naar buiten te moeten.

68


En dat mochten we ondervinden met Rudith tijdens onze reis naar Oostenrijk in 1995.

Hierna volgend doet Walter, mijn echtgenoot, het verhaal onder de titel :

Een eerste onverwachte reisbelevenis Onvoorziene omstandigheden met Rudith. Zullen we vervroegd naar huis moeten terugkeren of toch niet ? Op reis steeds goed opletten dat je hond in zijn ijverige zoektocht naar eetbare zaken, niets verkeerds tot zich neemt. Dat is de les die wij moesten ondervinden tijdens onze zomervakantie in Oostenrijk ( augustus 1995 ). Het was een prachtige, warme dag. Dus besloten wij een vermoeiende bergwandeling te ondernemen. Rudith, onze toen 16 maanden oude Berner teef, was zeer enthousiast en spurtte, links en rechts, voor en achter, op de smalle bergpaadjes, achter elke boom en struik snuffelend. Aanvankelijk ging alles goed, tot de kinderen opeens opmerkten dat Rudith's snuit vol zat met een kleverige bruine substantie, blijkbaar afkomstig van onder een papieren zakdoekje op de grond. Je kan al raden wat er gebeurd was ! Eén van onze medeburgers had het nodig geoordeeld zijn behoeften te doen in volle natuur, waarna hij / zij alles had bedekt met een wit schaamlapje. Mijn echtgenote ( ik dus ) opende onmiddellijk op energieke wijze de muil en trachtte met doodsverachting het grootste deel van de vieze smurrie te verwijderen, wat ik ( Walter dus ) niet zou gedurfd hebben ! Een tweetal dagen later werden we in het holst van de nacht gewekt door een klagend gepiep. Rudith die bij ons in de hotelkamer sliep, stond aan de deur en wenste blijkbaar om één of andere reden dringend naar buiten. Wij schoten allebei onze kleren aan en slopen op de tippen van onze tenen met haar naar beneden, twee verdiepingen lager tot het gelijkvloers en de tuin. Eens buiten holde Rudith naar de eerste de beste struik en deponeerde een spuitende straal stoelgang. Ze was zichtbaar opgelucht en wou meteen terug naar boven, naar de kamer. Helaas herhaalde hetzelfde scenario zich nog tweemaal die nacht zodat wij 's morgens aan de ontbijttafel verschenen met slaperige oogjes. 's Avonds bleef Rudith afwezig uit het restaurant waar ze tot dan toe trouw haar plaatsje had ingenomen onder onze tafel. Op de vraag van andere gasten waar ze gebleven was, dienden we een ontwijkend antwoord te geven. Ik ( Walter dus ) verzon dat ze stout was geweest en voor straf in de auto was gezet. We waren als de dood dat de hotelier erachter zou komen wat ons probleem was. Het was inderdaad een vrij chique hotel met jachttrofeeën aan de muur en vooral een delicate houten plankenvloer. Ik moest er niet aan denken wat daarmee zou kunnen gebeuren als we Rudith 's nachts niet tijdig konden buiten laten. De ganse zaak sleepte zich nog een drietal dagen op dezelfde wijze voort waarbij we alles pro-

69


beerden, van verschillende soorten medicatie en antidiarree voeding tot een dure telefoon naar onze dierenarts thuis. Mijn echtgenote ( ik dus ) sprak in haar wanhoop reeds om vroeger naar huis terug te keren aangezien het verder ook nog rot slecht weer was. Ik ( Walter dus ) had deze reis, die ons leidde langs de Donau, de Ost-Alpen en Burgenland, echter een jaar lang minutieus voorbereid, bovendien hadden we ook nog de Oostenrijkse hoofdstad Wenen, en omstreken te bezoeken.

Tenslotte, de vierde dag, kwam er eindelijk licht in de tunnel. We konden voor het eerst in dagen een halfzachte drol begroeten. Hij was wel nog niet van de gewone, goed gevormde soort, maar toch was er blijkbaar beterschap op komst. De volgende dagen werd elk produkt van Rudith nauwkeurig van nabij op zijn consistentie onderzocht, en tot ieders tevredenheid ging het progressief van goed naar beter. Wij konden onze reis zoals gepland verder zetten en waren twee ervaringen rijker : 1° Laat je hond nooit onder een vreemd papieren zakdoekje snuffelen, want dat dient niet steeds om er een snotneus mee af te drogen. 2° Ook al ben je in het meest chique hotel gelogeerd op de 25ste verdieping, keer op de derde dag niet uit wanhoop terug naar huis, want de vierde dag gaat het vanzelf beter.

70


Wanneer we een lange autoreis voor de boeg hadden en onderweg Rudith onverwacht uitgelaten moest worden, ook dan begon ze zacht te piepen. De ervaring leerde ons dat we gemakkelijk nog een 30 minuten konden verder rijden. Immers op een autosnelweg kan je enkel stoppen op de daarvoor voorziene parkeerterreinen en niet altijd lagen deze vlakbij als Rudith begon te piepen. In ieder geval, de eerste parkeergelegenheid die zich voordeed werd er gestopt en Rudith kon dan even eruit voor een plasje of hoopje. Het feit dat ik bij de zindelijkheidstraining ‘s nachts soms zo moe was of zo diep in slaap dat ik Rudith’s gepiep niet direkt gehoord had, maakte dat ze had leren wachten tot ik uiteindelijk naar beneden kwam om haar uit te laten. En zo wachtte ze ook in de auto geduldig tot we ergens een geschikte plaats vonden om te parkeren en haar uit te laten.

Echter ook Evy wekte ons als zij ‘s nachts onverwacht naar buiten moest. Onze Schotse Collie sliep steeds in de bench of binnenhuiskennel. Op reis was dat uiteraard bij ons in de hotelkamer. En thuis was dat in de slaapkamer. Als zij ‘s nachts, thuis of op reis, onverwacht naar buiten moest, om wat voor reden dan ook, dan gebeurde steeds het volgende. Evy werd wakker en gedroeg zich onrustig, stond te hijgen en probeerde om zelf het deurtje van de bench open te krijgen. Meestal werd ik onmiddellijk wakker als ik hoorde dat zij met de voorpoten probeerde om het deurtje te openen. Echter, sliep ik op dat moment zo diep dat ik niet wakker werd en moest zij echt dringend eruit dan zou zij uiteindelijk één hoge blaftoon laten horen. Ik sprong dan gegarandeerd steeds onmiddellijk uit bed en zo snel als de bliksem werd zij dan uitgelaten.

Tip Wanneer je met de auto reist naar je vakantiebestemming, kijk dan voor je vertrekt naar het weerbericht. Zo zou het kunnen, en dit maakten wij mee nabij Aosta in Italië ( juni 2010 ), dat boven je vakantieadres heel slecht weer hangt, met stortregens, hagelbuien en rukwinden. Wacht dan niet tot je het hotel of vakantieverblijf bereikt hebt om je viervoeter uit te laten want dan moet je al onmiddellijk een kletsnatte hond mee naar de kamer nemen wat toch al direkt extra werk meebrengt. Beter is het om vlak voor je het slecht weergebied gaat binnenrijden, en dat zie je al van ver zeker bij heel slecht weer, om snel je hond nog even uit te laten. Niemand heeft graag een nat pak, jij niet, en je hond ook niet. Bij aankomst op het vakantieadres zal hij niet direkt moeten uitgelaten worden, dus je kan hem altijd nog even in de auto laten wachten tot het ergste slecht weer voorbij is. Je zegt dat ook aan de receptie bij het aanmelden en psychologisch heb je onmiddellijk al een pluspunt gescoord bij de hotelstaff. Immers ondanks het barslechte weer wil je ervoor zorgen dat je hond droog mee naar binnen kan.

71


Deze manier van zindelijk maken heeft niets dan voordelen Op het hierboven vermelde vakantieverblijf hadden we niet alleen bij onze aankomst barslecht weer, maar ook de volgende dagen en nachten. Op sommige ogenblikken was het weer zo slecht dat geen mens er zou aan gedacht hebben om een hond erdoor te jagen. En toch. Zo was er de laatste avond dat we daar verbleven. In het hotel hadden we ondertussen kennis gemaakt met nog andere gasten die ook hun hond meegebracht hadden. Terwijl het buiten stortregende genoot iedereen binnen in het restaurant van het hotel van het werkelijk schitterende diner. Maar dan, zoals dat gaat als je een hond meeneemt, heb je die hond ‘s avond ook nog eens uit te laten voor iedereen gaat slapen. Vanachter het raam in onze hotelkamer zag ik hoe de ene mevrouw in het vlak aan het hotel grenzende natuurgebied nog een avondwandeling maakte om haar Bearded Collie uit te laten. Iets later zag ik ook de andere mevrouw met haar Labrador Retriever dezelfde wandeling beginnen. Beiden in de striemende regen. Ik had echt medelijden met hen. Akkoord dit waren ontegensprekelijk echte hondenliefhebbers. Het slechte weer belette hen niet hun hond nog een avondwandeling te geven om hem uit te laten. Maar in zulk een stortregen kom je met een doorweekte hond terug bij het hotel aan en begint vervolgens nog het werk om hem droog te krijgen. Wij zijn nochtans even grote hondenliefhebbers maar wij pakken zulk een situatie toch iets anders aan tot grote verbazing van deze dames trouwens. Wat deden wij. Terwijl deze beide dames nog met hun hond buiten waren, keek ik vanuit de hotelkamer regelmatig naar buiten om te zien of er niet een klein momentje was waarop ik Evy droog zou kunnen uitlaten. Onze Schotse Collie lag ondertussen te knagen en te kauwen op het kauwbeen dat ze bij aankomst in dit hotel als welkomsgeschenk van de hotelstaff had gekregen. Toen op zeker ogenblik het regenen leek te stoppen, riep ik Evy bij mij, ik lijnde haar aan. We gingen samen vlug de trap af, spurtten beide naar buiten want er hing nog veel regen in de lucht, en in het aangrenzende natuurgebied gaf ik haar nadat we het bereikt hadden onmiddellijk het commando “ Pipi ! ”. Evy plaste onmiddellijk. En neen zij wilde geen wandelingetje maken. Zij draaide zich direkt om en keek mij aan, waarop we samen terug naar het hotel renden. Ondertussen was het weer in alle hevigheid beginnen regenen, echter aangekomen in de hotel stelden we vast dat we beiden zo goed als droog waren. Flinke Evy ! We gingen terug naar onze kamer waar onze Schotse Collie op het grote hondenkussen dat ook door de hotelstaff ter beschikking was gesteld weer prinsheerlijk begon verder te kauwen en te knagen op datzelfde kauwbeen. De ganse nacht regende het dat het goot. ‘s Anderendaags morgens werd ik door deze dames aangesproken over onze blitzactie. Hoe deden wij dat toch ? En dan kwam de uitleg. Inderdaad, ook Evy had geleerd op commando onmiddellijk te plassen en dit waar en wanneer wij dat wilden. Over de zindelijkheidstraining bij Evy kunnen we heel kort zijn. Uiteraard wilden we haar, van zodra ze bij ons in het gezin zou komen, op dezelfde manier zindelijk maken

72


als Rudith. Maar het liep anders dan gepland. Evy was al volledig zindelijk toen ze van de fokker bij ons in huis kwam. Te gek gewoon ! In Duitsland blijft een pup meestal minstens tot de leeftijd van 9 weken bij de fokker. Toen wij Evy gingen afhalen was zij 11 weken oud. Dat de fokker tijd nog moeite spaarde om de pups zo goed mogelijk op hun verdere leven in hun nieuwe families voor te bereiden wisten we al langer. Ook wist ik dat de fokker al met de zindelijkheidstraining begonnen was. Meer zelfs, op vraag van één van de families was er geprobeerd om de pup die voor hen uitgekozen was zindelijk te maken in de kattenbak. Voor ons vertrek vroeg ik of er commando’s waren die onze pup al kende. Kwestie van dingen geen twee keer te moeten aanleren. Volgens de fokker was er één commando waarvan ze dacht dat Evy het misschien toch al zou kennen en dat was het commando “ Pipi ! ” als ze uitgelaten werd. Onderweg naar huis in de auto zat onze pup afwisselend op de schoot van Kristien en die van mij. De te rijden afstand naar huis was vrij ver zodat wij om beurten reden en wie niet reed had Evy op de schoot. Maar onze kleine pup was duidelijk niet gewoon om mee met de auto te rijden, de reis was zo stressvol voor haar. Er was geen enkel moment dat ze tot rust kwam. Meer nog ze kwijlde alles te pletter en beefde de ganse tijd door, arme Evy. Regelmatig stopten we onderweg om onze kleine pup uit te laten. Ze werd aangelijnd, op de grond gezet op een geschikte plaats voor een plasje en toen we het commando “ Pipi ! ” gaven, driewerf hoera deed ze telkens onmiddellijk een plasje. Dat was een flinke Evy. Bij onze thuiskomst lieten we Evy in de tuin uit, om de pootjes te strekken en om kennis te maken met Rembrandt, onze Tervuerense Belgische herderreu, naar wie ze heel haar leven zou opkijken. Ook werd in de keuken een papier en een balpen gelegd en wie Evy een plasje of hoopje zag doen, noteerde ook nu het tijdstip ervan. En net zoals bij onze Berner Sennenhond kwamen de plasjes met een tussentijd van om en bij de 2 uur. ’s Avonds bij het laatste plasje, voor iedereen ging slapen, zette ik bijgevolg de wekker 2 uur verder. Ook nu zou ik elke 2 uur opstaan om Evy ’s nachts zindelijk te maken. Echter in tegenstelling tot Rudith en Rembrandt liet ik onze pup niet beneden in de hal slapen. Evy’s definitieve slaapplaats zou uiteindelijk wel de hal worden, bij Rembrandt. Echter ik zou haar tot de zindelijkheidstraining achter de rug was bij ons in de slaapkamer laten slapen in een binnenhuiskennel. Als Evy dan naar buiten moest voor een plasje of hoopje zou ik dat veel sneller horen en ook sneller met haar naar buiten kunnen gaan. Dat was de planning. Toen ’s nachts de wekker afliep en ik Evy wilde uitlaten lag die zo diep te slapen in haar binnenhuiskennel dat ik het zonde vond om haar wakker te maken. Ik zou wachten, ze zou wel snel wakker worden. Echter, ik wachtte de hele nacht tevergeefs. Evy was ook ’s nachts zindelijk. Wat een verrassing ! Ik was wel doodmoe die eerste ochtend, maar het vooruitzicht alle volgende nachten te kunnen doorslapen verdreef heel snel die vermoeidheid. Dit was echt super ! De fokker had de volledige zindelijkheidstraining reeds op punt gesteld, wat een luxe. Het enige dat ons nog te doen stond in het kader van de zindelijkheidstraining was overdag Evy goed in het oog te houden om van zodra ze te kennen gaf naar buiten te willen, ervoor te zorgen dat ze ook naar buiten kon. Daarnaast moest ze uiteraard ook leren om aangelijnd op commando te plassen waar wij dat wilden en wanneer wij dat wilden.

73


Alleen in deze gevallen werd ze nadien beloond niet alleen met een “ Flink zo ! ” maar ook met een voedselbeloning. Later wanneer de zindelijkheidstraining op punt stond, bouwden we de voedselbeloning af. Hoewel, er blijven omstandigheden waarin wij hen steeds zullen blijven belonen. Thuis worden onze honden enkel en alleen bij het uitlaten voor het slapen gaan nog beloond met een brokje of een stukje brood. Net zoals onze kinderen vroeger toen ze nog klein waren naar bed moesten om 20.00 uur, zo hebben we al onze honden geleerd dat het om 22.00 uur bedtijd is. Rudith wist dit zeer snel. Om 22.00 uur stond ze dan aan de achterdeur te wachten tot we haar kwamen uitlaten. We openden dan de deur en gaven het commando “ Plasje ! ” terwijl we zelf binnen bleven. Rudith spurtte dan naar buiten tot op het gras, plaste en keek ondertussen of we het gezien hadden hoe flink ze wel was. Wij zegden “ Flink zo “ waarop ze onmiddellijk terug naar binnen kwam om haar voedselbeloning te krijgen. Op die manier leer je de hond na het plassen ook onmiddellijk terug naar binnen te komen. Binnen gekomen krijgt je hond uiteraard de beloofde beloning. Nog later werd deze beloning nog uitgesteld. Na het terug binnenkomen na het plasje werd onze hond ongeacht of het nu Rudith, Rembrandt, Evy of Aagje was op het commando “ In ’t nestje ! ” naar de slaapplaats in de hal of in onze slaapkamer gestuurd. Pas als onze hond op het hondenkussen of in de binnenhuiskennel lag kwam de beloning. Daarna ging het licht uit, bedtijd voor onze viervoeters. Op reis blijven we alleen belonen met een voedselbrokje als we onze honden moeten uitlaten vb. tijdens een lange autorit. Je laat je hond uit, op commando doet hij zijn behoeften waarna je “ Flink zo ! ” zegt en je geeft je hond pas de beloning wanneer hij terug zijn plaats in de auto heeft ingenomen. Alleen deze werkwijze garandeert je keer op keer dat je hond nadat hij zijn behoeften heeft gedaan, snel weer naar je toe zal komen om zijn plaats in de auto weer in te nemen. Pas in de auto krijgt hij de voedselbeloning. Niets is vervelender dan een hond die na het uitlaten niet meer in de auto wil. Goede afspraken met je hond maken goede gewoonten. Niet alleen kinderen kunnen lastig worden bij lange autoritten, honden kunnen dat evenzeer. Bij Rudith en Evy verliep de zindelijkheidstraining vlekkeloos, bij Rembrandt was het een ware nachtmerrie. Nochtans, we deden net hetzelfde of beter, we probeerden net hetzelfde te doen. Maar ongeacht hoeveel we hem uitlieten en hoelang, buiten wilde hij niet zijn behoeften doen. Ook tijdens een wandeling deed hij niets, hoelang we ook wandelden. Maar eens terug thuis kon het niet snel genoeg gebeurd zijn. Al die ontelbare plasjes en hoopjes in huis, in de keuken op de vloer, in de woonkamer op het parket of het tapijt, in de hal naast zijn kussen, zelfs in de binnenhuiskennel deed hij zijn behoeften. We werden er knettergek van. Meer dan eens zagen we hoe hij buiten in de tuin als hij samen met Rudith op verkenning ging of als ze samen speelden, hij plots stopte met wat hij bezig was om vlug naar binnen te komen en in de keuken te

74


plassen en zich te ontlasten. Waarom toch ? Dit was de omgekeerde wereld ! Tot we nog pups en jonge honden ontmoetten die ook van dezelfde fokker kwamen. Toen we een praatje maakten met de families waarin ze terecht gekomen waren, pas dan ging er een belletje rinkelen. Iedereen zat met hetzelfde enorme zindelijkheidsprobleem bij zijn hond. Het ging om pups uit allemaal verschillende oudercombinaties, geboren op een verschillend tijdstip. Alleen ĂŠĂŠn ding hadden ze gemeen en dat was de fokker. Sommige pups waren zelfs naar de fokker teruggekomen en herplaatst. Als er gevraagd werd naar de reden waarom de pup was teruggebracht antwoordde de fokker steeds dat het om families ging die geen verstand hadden van een pup opvoeden. De waarheid was dat de fokker geen verstand had van pups opvoeden. Wat is de normale gang van zaken in de zindelijkheidstraining ? Honden zijn van nature zindelijke dieren. Die aangeboren zindelijkheid is al goed te zien bij de jonge pups in het nest. Zodra de moederteef de plasjes en ontlasting niet meer opruimt, zullen de pups ook al kunnen ze nog maar net lopen hun behoeften doen weg van het eigen nest en de nabije nestomgeving. Als fokker is het dan ook uiterst belangrijk ervoor te zorgen dat de pups hiervoor de kans krijgen. Hebben de pups geen andere keuze dan hun eigen nest te bevuilen dan zal er gewenning optreden wat tot gevolg heeft dat ze het op latere leeftijd niet meer dan normaal vinden om hun nestplaats te vervuilen. Wij kunnen er van meespreken : Zulk een pup kan je tot wanhoop drijven. Immers de vraag rijst dan of hij nog ooit de normale zindelijkheidsregels zal kunnen leren. Kijken we naar Rudith. Bij de fokker leefden alle honden in huis. Een drachtige teef wierp echter de pups niet in huis tussen de andere honden maar in een houten bijgebouw vlakbij het huis zodat ze daar de eerste weken haar pups in alle rust zou kunnen zogen en verzorgen. De ruimte waar moederteef en pups verbleven gaf direkt uit op de tuin. Moeder en pups konden ten allen tijde de tuin in. Dit maakte dat alle pups vanaf het ogenblik dat ze konden lopen de mogelijkheid hadden om hun behoeften te doen in de tuin, wat ze ook deden. Rudith kwam bij ons in huis eigenlijk zo goed als zindelijk. Zij had geleerd haar behoeften buiten te doen. Het was voor ons dan ook een fluitje van een cent om Rudith volledig zindelijk te krijgen. We moesten er eigenlijk alleen voor zorgen dat wanneer ze naar buiten wou ze daartoe ook de kans kreeg. Meer hoefden we niet te doen. Bij de fokker van Evy was het net zo. Het enige verschil tussen Rudith en Evy was : Rudith kwam op de leeftijd van 7 weken in ons gezin, Evy op de leeftijd van 11 weken. De fokker van Evy had gans de tijd tot het ogenblik dat we Evy mee naar huis mochten nemen de zindelijkheidstraining optimaal begeleid. Evy kwam volledig zindelijk bij ons in het gezin. Maar hoe zat het bij de fokker van Rembrandt. Bij deze fokker leefden al zijn honden in buitenkennels, dus niet in huis. Rembrandt werd geboren in een stal die volledig afgesloten was van de tuin. Voor moederteef en pups was er geen enkele mogelijkheid om zelf buiten te ge-

75


raken zodat de pups hun eigen nest en nestomgeving moesten bevuilen. Alsof dat nog niet genoeg was : Toen we op een gegeven moment bij de fokker op bezoek kwamen bleken de pups in huis te zijn. Echter toen we naar binnen gingen kwam een walm van urine en uitwerpselen ons tegemoet. De pups zaten met z’n drietjes in een binnenhuiskennel. Hoelang ze er al zaten daar hadden we het raden naar. Maar aan de urine en ontlasting die erin lag te zien en te ruiken was het waarschijnlijk al een hele poos. Wij waren ons echter niet bewust van de gevolgen hiervan op korte en lange termijn. Wanneer de fokker de pups niet de kans geeft hun natuurlijke zindelijkheid te ontwikkelen dan leren ze dat het heel normaal is dat zij leven en slapen in een omgeving die zij zelf bevuild hebben. Hoe langer de pup in zulk een omgeving verblijft des te moeilijker het wordt hem dit af te leren. Ik moet zeggen dat we soms de wanhoop nabij waren. Rembrandt had geleerd dat plasjes en hoopjes binnenshuis moesten gebeuren. Ondertussen was het bijna juli 2000 en stond onze eerste vakantie naar Portugal, met twee honden, voor de deur. Gelukkig waren alle gereserveerde hotels en vakantieverblijven gekend uit reizen in voorgaande jaren met Rudith alleen. Op elk verblijf wist men dat we met een perfect opgevoede Berner Sennenhond kwamen. Van onze pup verwachtte men waarschijnlijk hetzelfde. Wij hielden ons hart vast want Rembrandt’s zindelijkheidsprobleem bleef maar aanslepen. Gelukkig lag op elke overnachtingsplaats onze kamer gelijkvloers dus we konden snel naar buiten als het nodig was. Uiteraard namen we ook het nodige schoonmaakgerief mee. Onderweg in de auto was er wonderwel geen probleem. We wisten ondertussen uit ervaring dat we Rembrandt niet in een binnenhuiskennel in de auto mochten zetten want dan hadden we zo wie zo prijs. Afwisselend lag één van de honden op het grote hondenkussen in de laadruimte van de break en de andere hond lag tussen de kinderen op de achterbank. Er gebeurden geen plasjes in de auto. Oef toch al enige vooruitgang. Op de overnachtingsplaatsen onderweg waar we maar één nacht verbleven gebeurden ook geen plasjes op de kamer en we hoopten al op een mirakel. Het ontlasten hadden we intussentijd al onder controle gekregen. We bleven gewoon lang genoeg buiten tot hij zich wel moest ontlasten. Maar op ons vakantieverblijf in Portugal aangekomen begon hij vanaf de tweede dag terug in huis te plassen. Er zat voor ons maar één ding op : We moesten zo lang en zoveel mogelijk buiten blijven met hem. En hoe is dat zindelijkheidsprobleem dan opgelost geraakt ? Op zeker ogenblik, Rembrandt was al een flinke puber, van de ene dag op de andere was hij zindelijk. Plots was die aangeboren zindelijkheid daar weer. Meer dan zeven maanden lang hebben we ons tot in het absurde moeten bezig houden met de zindelijkheidstraining in de hoop dat hij toch ooit nog zindelijk zou te krijgen zijn. Maar een pretje was het zeker niet. Waarschijnlijk was de aangeboren zindelijkheid uiteindelijk toch sterker dan dat aangeleerde gestoorde onzindelijkheidsgedrag. Rembrandt is nadien nooit meer onzindelijk geweest. Toch bleef er steeds een verschil met Rudith en Evy. Voor Rembrandt bleef het moeilijk om op voor hem vreemde plaatsen een eerste keer te plassen of zich te ontlasten. Maar ook daar vonden we iets op.

76


Tip Heb je een hond die het moeilijk heeft om op een voor hem vreemde plaats een eerste keer te plassen of zich te ontlasten ? Wij losten dit als volgt op. Ben je met de auto onderweg naar je reisbestemming wacht dan super lang alvorens te stoppen om je hond uit te laten. Stop pas als je zeker denkt te weten dat je hond snel zal plassen of zich ontlasten. Doe je dit niet dan kan je wandelingetje op die stopplaats wel eens heel lang duren. Weet wel, dit kan je alleen doen als je hond volledig zindelijk is. Dus alleen als je voor 100% zeker weet dat hij niets in de auto zal doen maar zal wachten tot hij uitgelaten wordt. Met Rembrandt lukte deze werkwijze aardig. Echter, met onze korthaar Aagje was dit andere koek. Onderweg de behoeften doen, daar had ze geen oren naar. Dus werd er met haar, onderweg, nauwelijks gestopt.

Ben je op je reisbestemming aangekomen dan zal het eerste wat je te doen staat zijn : Je hond uitlaten. Pas daarna kan je beginnen met het uitladen van de bagage. Maar met een hond zoals Rembrandt is dat eerste plasje op een vreemde plaats altijd moeilijk en kan je daarmee heel veel tijd verliezen. Dus wij zorgden ervoor dat hij lange tijd voordat we het hotel of vakantieverblijf bereikten niet uitgelaten was. Bij aankomst zou hij dus zeker heel snel plassen of zich ontlasten gewoon omdat de nood daarvoor hoog was. Onthou dan steeds waar hij die eerste keer geplast of zich ontlast heeft. De volgende keer als je hem wilt uitlaten ga je direkt naar die plaats terug. Hij zal zijn plasje of hoopje direkt ruiken : Het geeft hem een vertrouwd gevoel en hij zal op die plaats nu veel sneller plassen. De volgende dagen is het probleem meestal van de baan en zal je hem even snel kunnen uitlaten als je dat thuis doet. En hoe verliep de zindelijkheidstraining bij Aagje ? Toen we haar een eerste keer gingen bezoeken bij de fokker, was het allereerste waarmee we geconfronteerd werden toen de deur van de welpenkamer open ging… overal plasjes en hoopjes her en der verspreid. We beseften onmiddellijk dat we ook nu te doen hadden met onzindelijke pups. Of beter, met een fokker die het niet belangrijk vond om de natuurlijke zindelijkheid bij de pups in goede banen te leiden. En onmiddellijk rees de vraag of indien Aagjes karaktertje ons zou charmeren, dit onzindelijkheidsprobleem dan voor ons onoverkomelijk zou zijn ? Neen dus. Hoewel we het liever anders hadden gezien. Eenmaal bij ons thuis, was de ontnuchtering er al snel. Onze korthaar Schotse Collie plaste werkelijk elke 5 minuten super kleine plasjes, in huis uiteraard. En ook het ontlasten gebeurde… alleen binnenshuis. Buiten in de tuin, deed ze niets. De tweede dag in onze familie, besloot ik zo lang buiten in de tuin te blijven tot ze én geplast én zich ontlast had. Ik stond 3 uur lang buiten… maar het eerste plasje én hoopje waren een feit ! Drie werf hoera !!! Vanaf dat ogenblik heeft ze zich nooit meer in huis ontlast. Het buiten

77


plassen bleef het grote probleem. OK, ’s nachts bleek er totaal niets aan de hand. Bij de fokker sliepen de pups in een grote bench op de slaapkamer, en wanneer nodig werd er opgestaan om hen uit te laten. Dus dat was super gedaan van de fokker en wierp duidelijk zijn vruchten af. Wij lieten Aagje om 22.00 uur netjes uit, pas als ze geplast had, mocht ze terug naar binnen en dan gingen we met haar onmiddellijk naar boven. In onze slaapkamer stond naast ons bed een kleine binnenhuiskennel waarin ze te slapen werd gelegd… voor 2 uur zo dachten we. Maar neen, onze kleine pup sliep 7 uur door. En toen ze wakker werd omdat ze moest plassen, piepte ze zachtjes tot ik wakker werd. Ik spurte dan ( goed ingeduffeld om de nachtvorst te trotseren ) met onze pup op de arm de trap af, naar buiten. Waarschijnlijk was het de vrieskou die haar snel deed plassen. In ieder geval op minder dan 5 minuutjes lagen we beide terug te slapen. En ’s morgens toen we op stonden, was ze absoluut niet gehaast om uit de bench te komen. Dus ik kon nog eerst in bad of onder de douche alvorens haar mee naar buiten te nemen. Dat vond ik echt wel super ! Na 10 dagen sliep ze ’s nachts door. Dus veel hebben we niet moeten opstaan om haar ’s nachts uit te laten. Echter haar zindelijk krijgen overdag was een echte uitdaging. Ook al lieten we haar elke 15 minuten uit om in de tuin te plassen, waarbij ze ook steeds plaste, toch slaagde zij er nog altijd in om daartussen ook nog binnen te plassen. En dit zonder aan te geven dat zij moest plassen, ze plaste gewoon, zoals ze dat al die weken bij de fokker binnenshuis had kunnen doen in de welpenkamer, wanneer de fokker uit werken was. Op aanraden van onze dierenarts zouden we haar proberen zindelijk te maken door haar te leren plassen op een krant. Dus bij het eerst volgende plasje in huis, zouden we een krant met haar urine doordrenken en ergens op een vast plaats leggen, waar ze dan steeds weer naartoe zou komen om te plassen. Later zouden we dan de krant buiten leggen en zou ze zo leren om buiten te plassen. Dat was de planning. Echter waar we geen rekening mee gehouden hadden, was dat Aagje deze krant onmiddellijk in duizend stukjes zou scheuren. Weg met het krantzindelijk maken van onze pup. Terug naar onze eigen manier. Dus moest ik constant in haar buurt blijven. Voor en na het eten werd ze uitgelaten en plaste ze. Na wat spelen of kauwen op een kauwbeen ook al was dat slechts voor enkele minuten, werd ze opnieuw uitgelaten om te plassen. Dit was heel vermoeiend maar lukte goed. Nog slechts 1x op tien dagen gebeurde een plasje in huis dat we echt niet hadden kunnen zien aankomen. We waren al blij ! Na 3 weken begon ze al af en toe aan de achterdeur te staan of te zitten, soms sprong ze tegen de deur op, om buiten gelaten te worden. Dat was al een eerste stap in de goede richting. Wat later was ze binnenshuis volledig zindelijk. Echter als we ons al eens aan een kleine wandeling waagden, bleek het heel moeilijk voor haar ergens te plassen, ze hield zich in tot we terug thuis waren, ongeacht hoe lang dat duurde. Het zich ont-lasten op een plaats buiten het eigen territorium bleek nog veel moelijker. Onze eerste reis stond gepland na 6 maanden, dus we hadden nog wat tijd om de zindelijkheid perfect op punt gesteld te krijgen. Omdat Aagje, in het begin, elke 15 minuten ( soms zelfs sneller ) naar buiten moest, konden we onmogelijk haar telkens belonen met voeding. We moesten op zoek naar een andere vorm van belonen. Al de eerste dag bij ons thuis stelden we vast dat ze bij

78


de fokker waarschijnlijk nauwelijks buitenshuis was geweest. Hier zal het winterseizoen wel voor iets tussen gezeten hebben, en natuurlijk ook het feit dat de fokker een full-time job buitenshuis had. Eigenlijk wilde Aagje helemaal niet naar buiten. Dus als we haar op de arm mee naar buiten in de tuin namen, en eens op het gras haar neer gezet hadden, dan was de beloning na het plasje, dat ze snel weer naar binnen mocht. En dit bleek voor haar een super beloning ! Uiteraard werd ook telkens bij het uitlaten het commando “ Pipi ! ” gekoppeld aan een plasje. Op de leeftijd van 7 maanden ( en 10 dagen ) werd onze korthaar Collie voor het eerst loops, waarbij ze van de ene dag op de andere extreem geremd gedrag liet zien ! Met als gevolg : Niet alleen buiten het eigen territorium weigerde ze te plassen en zich te ontlasten, ook binnen het eigen territorium, dus in de eigen tuin, deed ze nu nauwelijks nog iets. Ook het commando “ Pipi ! ” scheen vergeten. Nu zaten we echt met de handen in het haar. De eerste loopsheid ging voorbij en gelukkig ook dat extreem geremd gedrag. Echter op vreemd terrein de behoeften doen, was in haar ogen nog steeds NOT DONE. We hielden ons hart al vast nu onze vakanties eraan kwamen ( augustus & september 2017 ). En dat bleek terecht. Zoals gevreesd wilde onze korthaar nergens op vreemd terrein de behoeften doen. Nergens op de heen- of terugreis ( ik werd er knettergek van ), en op onze vakantiebestemmingen pas na veelvuldig uitlaten op eenzelfde plaats. Tijdens wandelingen ter plaatse ook nu nog steeds niets. Het plassen gebeurde meestal alleen op een vast plaatsje dicht bij het logies en dan nog alleen 1x ’s morgens, en 1x ’s avonds laat ( als het al donker was ). Hoe dikwijls je ook tussendoor naar dit vaste plaatsje ging, nooit gebeurde er iets. Vanaf een bepaalde vakantie begon ze zich dagelijks tijdens de wandelingen te ontlasten. Dat was al een hele vooruitgang voor Aagje, en een hele opluchting voor ons ! Echter, terug thuis na een reis herviel ze steeds weer in haar oude zindelijkheidspatroon. Dat wil zeggen, plassen en ontlasten gebeurde opnieuw in de tuin en nooit daar buiten. Echter, met elke nieuwe loopsheid zagen we plots vooruitgang. Bij de 2de loopsheid ( januari 2018 ) begon ze thuis in onze straat, tijdens wandelingen overal waar er nog viervoeters woonden te markeren. En af en toe ontlastte ze zich al eens onderweg ! En dit gedrag verdween niet na die 2de loopsheid. Bij de 3de loopsheid ( oktober 2018 ) op de leeftijd van 22 maanden, ze was nu bijna 2 jaar oud – we waren op vakantie in Frankrijk dat ogenblik - stelden we vast van de ene dag op de andere dat de zindelijkheidsproblemen van de baan waren ! Ook op het commando “ Pippi ! ” volgde vanaf nu altijd prompt een plasje. En terug thuis en tijdens wandelingen, en ook na deze 3de loopsheid bleef dit zo. Eindelijk stond de zindelijkheidstraining op punt, maar wat een lijdensweg was het geweest ! Dit scenario willen we geen 2de keer bij een volgende viervoeter nog moeten meemaken. Nadien stelden we bij onze Aagje vast, op vakantie, dat op uitlaatplaatsen waar weinig of geen andere honden geplast of zich ontlast hadden, ze prompt op commando de behoeften deed. Echter op plaatsen waar veel viervoeters uitgelaten waren, was het dikwijls aartsmoeilijk. Dan was er weer dat uiterst geremd gedrag. Alleen als het echt niet anders kon, zou ze daar de behoeften doen, en dan ook onmiddellijk.

79


Verander tijdens een reis niet het uitlaat-patroon dat je je hond thuis aangeleerd hebt Respecteer zeker het uur waarop je thuis elke dag je hond voor het laatst uitlaat, voor het slapen gaan. Doe je dit niet dan zal je ‘s nachts uit je bed moeten, om je viervoeter nog een laatste maal uit te laten. Onze ervaring met Evy : Het was de laatste dag van onze Oostenrijk-reis ( september 2012 ). We verbleven op weg naar huis in Duitsland in een imposant kasteelhotel dat in vroegere jaren de woonst was van prinses Vicky, de dochter van koningin Victoria van Engeland, en de moeder van de laatste Duitse keizer Wilhelm I. Dit overnachtingsadres was in alles majesteitelijk, in zijn bouwstijl, zijn inrichting, zijn hotelkamers, ja zelfs in de ontvangst van de gasten in zowel hotel als restaurant. En het was nauwelijks te geloven, maar als gast met een viervoeter ben je hier meer dan welkom, zo ook wij met onze Schotse Collie. We hadden twee overnachtingen gereserveerd. Zo zouden we niet alleen de wijde omgeving rond dit domein kunnen verkennen, maar ook het omliggende park en het kasteelhotel zelf. De laatste overnachting verliep iets anders dan gepland. Normaal lieten we Evy altijd een laatste maal uit om 22.00 uur. Meestal was dat na ons diner in het restaurant en voor het slapen gaan. Maar die avond waren er grootse festiviteiten in het kasteel. Meer dan 50 echtparen, die allen in het verleden hier hun huwelijksfeest gevierd hadden, waren terug present in bruidskledij, voor een diner en een groot dansfeest. We genoten van het spektakel en van de media belangstelling errond. Natuurlijk was het die avond voor ons niet mogelijk om in het restaurant van het hotel te dineren. Dus aten we een snack in de bar. Omdat we die dag heel veel gewandeld hadden en ook nog eens heel wat bezienswaardigheden hadden bezocht, waren we eigenlijk blij dat we vroeg naar onze kamer konden. Evy werd uitgelaten maar veel vroeger dan gewoonlijk en eens terug op de kamer, lagen we voor we het wisten allemaal diep in slaap, ook Evy. Echter, omstreeks 23.30 uur werd ik wakker omdat Evy zich onrustig gedroeg in haar bench. Ik gaf haar het commando “ Ga af ! ”, onze Schotse Collie ging terug liggen en we sliepen allen opnieuw verder, tot… 01.30 uur. En nu was er geen ontkomen meer aan. Evy was opnieuw onrustig in haar bench, en ze wilde eruit. Het was meer dan duidelijk, Evy moest eruit voor dat laatste plasje, dat we dachten te kunnen overslaan. Maar wat nu ? We hadden geen sleutel of code om op eigen houtje ‘s nachts onze hond uit te laten. We kleedden ons vlug aan en gingen naar beneden met onze viervoeter. En we hadden geluk die avond ! Nog enkele bruidsparen zaten in de bar, waardoor de barman redding bracht. Evy werd vlug uitgelaten. En eens terug in de kamer, ging ze al snel de bench in, en viel ze

80


onmiddellijk terug in slaap. Wij konden ook snel opnieuw de slaap vatten en ‘s morgens bleven we allemaal super lang uitslapen. Echter wat hadden wij gedaan, als niemand van het personeel nog aanwezig was geweest ? Ik mocht er niet aan denken. In ieder geval waren we weer een les rijker : 1° We hebben al onze honden thuis geleerd om voor het slapengaan nog een laatste maal uitgelaten te worden om 22.00 uur. Zulk een gewoonte verander je dus niet eventjes op reis. 2° Op onze volgende reizen zullen we op de verschillende overnachtingsadressen ons vooraf zeker goed laten informeren hoe we indien nodig ‘s nachts met onze viervoeter toch nog naar buiten kunnen. Ideaal is natuurlijk als de receptie 24/24 uur bemand is.

Tip Hoe weet je of je hond bij het uitlaten zijn blaas volledig heeft leeg geplast ? Heel eenvoudig ! Tel de duur van het plassen op een bepaald tijdstip gedurende een langere periode. Neem nu Evy, zij is een hond van gemiddelde grootte. Als we haar ’s avond voor het slapen gaan uitlaten, en we tellen de duur van het plassen dan komen we gewoonlijk aan minstens 10 tellen. Uit ervaring weten we dat hierbij de blaas leeg is en onze viervoeter de nacht probleemloos zal doorslapen. Echter het kan gebeuren dat Evy’s plasje ’s avonds voor het slapengaan ruim 20 tellen duurt. Dat gebeurt niet dikwijls maar wel steeds wanneer zij de uren daarvoor niet is uitgelaten of niet naar buiten wou bijvoorbeeld omdat het regende. Evy heeft een hekel aan regen en zal dan altijd steevast weigeren om naar buiten te gaan. In zulke omstandigheden komt er dan nadien wel een reuze plas. Echter het kan ook gebeuren dat bij het uitlaten ’s avonds voor het slapengaan, ik onze Schotse Collie het commando “ Pipi ! ” geef en zij tot op het gazon loopt, neerhurkt en onmiddellijk terug rechtstaat en mij aankijkt. Geplast heeft ze niet. Omdat ze misschien door iets afgeleid zou kunnen geweest zijn, geef ik dan steeds een tweede maal het commando “ Pipi ! ”. Slechts heel zelden zal Evy toch nog plassen, bijna altijd zal zij ook nu onmiddellijk na het neerhurken weer rechtstaan en mij opnieuw aankijken met dezelfde blik. En dan weten wij ook uit ervaring dat haar blaas al leeg was. Dit gebeurt vooral ’s zomers als iedereen tot laat in de avond buiten is en wij niet gezien hebben wanneer zij voor het laaste geplast heeft. Bij Aagje kan het gebeuren dat ze 30 tellen plast. Echter van onze korthaar weten we ondertussen dat ze soms lang kan wachten met plassen. Echter, plast ze ’s avonds maar 10 tellen, dan is ook dat lang genoeg geweest om de nacht door te kunnen. Echter, algemeen genomen zou ik zeggen : Voor het slapen gaan moet een viervoeter minstens 10 tellen geplast hebben om de nacht door te kunnen slapen. Zo niet, zal je midden in de nacht eruit moeten om hem uit te laten.

81


Wanneer en wat krijgt onze hond op reis te eten Op reis geven wij onze viervoeters altijd hun maaltijd ‘s avond tussen 19.00 en 20.00 uur. De vertering zal dan ‘s nachts gebeuren en pas in de loop van de volgende dag zullen ze zich moeten ontlasten. Onze honden krijgen op vakantie steeds een licht verteerbare voeding, die maag- en darmsparend is. Dit doen we om de kans op diarree onderweg, om welke reden dan ook ( iets fout gegeten, of water gedronken dat niet geschikt was om te drinken, of ten gevolge van stress veroorzaakt bijvoorbeeld door onverwachte luide knallen, vermoeidheid, aanpassing aan een andere klimaat‌ ), zo klein mogelijk te houden.

Tegelijk met de zindelijkheidstraining beginnen we vanaf de eerste dag dat de pup in onze familie komt met het verder zetten van

de socialisatie waarmee de fokker al begonnen was. Met socialisatie wordt bedoeld het laten wennen van onze pup aan zoveel mogelijk alledaagse en minder alledaagse dingen. Recent wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat je een pup vanaf het ogenblik dat hij de oogjes opent tot minstens de puberteit ( en liefst zelfs het ganse 1ste levensjaar ), zo optimaal mogelijk moet socialiseren op alle prikkels en alle mogelijke situaties die hij later in zijn leven zal kunnen tegenkomen. Dit met de enige reden om een zo stressbestendig mogelijke hond te krijgen die van niets onder de indruk is en die graag overal met je mee gaat of dat nu in je eigen omgeving is of mee op reis. Al moet gezegd worden dat ook voor de geboorte een pup, op dat moment nog een foetus, in de baarmoeder al zal beinvloed worden door prikkels van buiten af, en dit vanaf de 14de dag na de bevruchting. Studies wezen immers uit dat, op dat ogenblik in de embryonale ontwikkeling, al hersenactiviteit meetbaar is, wat er dus op wijst dat conditionnering zelfs in moeders buik kan plaatsvinden. Een fokker die weet waarmee hij bezig is, zal daarmee rekening houden. Ook wordt nog al te veel gedacht dat een pup de eerste 3 weken na de geboorte leeft als een plant, dat hij tot het openen van de oogjes alleen maar eet, slaapt en groeit, echter niets is minder waar. In deze fase zijn alle gedragingen en ervaringen van de pups gebaseerd op reuk, smaak, tast en aanraking. De fokker zal zolang de pups bij hem zijn, moeten zorgen voor een prikkelrijke en afwisselingsrijke omgeving. En vooral, hij moet ervoor zorgen dat zij UITSLUITEND positieve ervaringen

82


opdoen. Omdat alle prikkels en situaties nieuw zijn en zij ze met niets voorafgaandelijk kunnen vergelijken, zal hun eerste reactie opgeslagen worden als een soort van referentie voor latere gelijkaardige prikkels en situaties die zij zullen tegenkomen. Steeds weer zal de pup dan teruggrijpen naar dit referentiekader. Vandaar het enorme belang dat al die eerste ervaringen positief geweest zijn ! Eens de pup bij ons thuis, wacht ons dus een grote verantwoordelijkheid. Want ook wij moeten deze socialisatie op nog veel meer nieuwe prikkels en situaties verder zetten en er ook voor zorgen dat onze viervoeter ( indien mogelijk ) UITSLUITEND positieve ervaringen opdoet. En dit uiteraard ook om de hierboven beschreven reden.

Tip Opgepast, je kan ook overdrijven met socialiseren. Hoe goed dat ook bedoeld is. Maar teveel is teveel. Daarover later meer. Wetenschappers brachten ondertussen aan het licht dat in de tweede helft van het eerste levensjaar, tussen de 6de en de 8ste levensmaand, er een tweede socialisatiefase bestaat ? In deze periode moeten we opnieuw onze jonge hond in contact brengen met al de prikkels en situaties waarmee hij eerder al kennis maakte in de eerste socialisatieperiode. Je herkent het begin van deze fase onmiddellijk ! Ze wordt gekenmerkt door plots angstgedrag van je viervoeter voor dingen en situaties waar hij als pup en jonge hond nooit eerder angst voor toonde, en waar hij goed op gesocialiseerd was. In deze fase doorloop je opnieuw met hem alle prikkels en situaties die hij al eerder doorliep in de eerste socialisatieperiode ( zowel bij de fokker, als bij jou thuis ), anders is het effect uit die eerste weg. Uiteraard zorg je ook nu ervoor dat het steeds weer positieve ervaringen zijn. Ik denk dat het voor zich spreekt dat de dag waarop de pup in huis komt je hem eerst laat wennen aan zijn nieuwe thuisbasis. Dus aan je huis, je tuin en uiteraard aan de gezinsleden, en eventuele andere dieren. In de volgende dagen laat je de pup ook wennen aan de onmiddellijke omgeving buiten die thuisbasis. Eens dat gebeurd is trek je er samen op uit. Bij de ene pup zal dit wennen aan die nieuwe omstandigheden al sneller gebeuren dan bij de andere. Zo had Aagje, als enige van onze viervoeters, enorm veel tijd nodig ( ongeveer 6 weken ) om te wennen aan alle prikkels in en rond onze tuin. Binnenshuis was er geen enkel probleem. En in alle andere situaties ver buiten het eigen territorium, hoe druk ook, voelde ze zich steeds onmiddellijk in haar nopjes.

83


Tip Het belangrijkste om hier te onthouden is, dat elke pup op zijn / haar eigen tempo al deze nieuwe ervaringen moet kunnen verwerken. En indien ze zich onzeker voelen of ergens bang voor zijn, moet je hen de kans geven / toelaten om bij jou bescherming te vinden !

Woont u in een landelijke omgeving vergeet dan niet uw pup ook te laten wennen aan de drukte van de stad. Parkeergarages, overvolle winkelstraten, terrasjes, straatmuzikanten, trams, bumper aan bumper verkeer, winkelcentra, roltrappen en liften ook hieraan dient uw pup gewoon te worden. Woont u in een stedelijke omgeving, vergeet dan niet om uw pup ook te laten wennen aan het platteland. Weidedieren zoals koeien, paarden en schapen vind je niet in de stad. Een bezoek aan de kinderboerderij leert uw pup dat er zo iets als geitjes, varkens, konijnen en kippen bestaat. Heb je een pup die in de winter geboren is, dan zal je niet veel boerderijdieren buiten in de weilanden vinden. Met onze korthaar Schotse Collie bezochten we dan maar een manège, op een zaterdagnamiddag wanneer veel jong volk er paardrijlessen nam. Het was er op dat ogenblik een drukte van jewelste. En dit niet alleen van kinderen die alleen of in groep les kregen, maar ook van pony’s en paarden in alle kleuren en formaten. Vergeet ook niet van uw jonge viervoeter kennis te laten maken met parkdieren zoals de pauw, eenden en ganzen… Hoewel onze winterpup pas in het voorjaar voor het eerst kon kennis maken met koeien in de wei ( en toen was ze ruim 5 maanden oud ), is ze er nooit bang voor geweest. Op de eerste foto zie je onze korthaar naast een weiland met koeien, vlakbij ons thuis ( juli 2017 ). Ik kon haar vragen te gaan zitten en te blijven zitten, én om aan mij oogcontact te geven, wat ze allemaal prima deed. Moest onze Aagje bang geweest zijn van deze koeien, dan was dit zeker niet mogelijk geweest. En op de volgende foto, tijdens een uitstap in Nederland ( augustus 2017 ) toonde Aagje dat het haar niets uitmaakte welke kleur de koeien ook hadden, ze vond ze allemaal OK. Dat was anders met Evy. Onze langhaar Collie hadden we waarschijnlijk alleen gesocialiseerd op blauw bonte koeien. Want toen we de eerste keer voorbij rood bonte koeien wandelden, wist ze niet wat ze zag. Een hele poos staarde ze hen aan, alvorens verder te willen meewandelen. Op dat ogenblik beseften we dat onze viervoeter waarschijnlijk kleurverschillen kon waarnemen en opmerken, en een rood bonte koe duidelijk niet hetzelfde was als een blauw bonte ! Nadien maakte het ook voor haar niets meer uit welke kleur de koeien, die we op onze wandelingen tegenkwamen, hadden. Maar wij hadden wel geleerd dat bij een volgende pup aan die kleurverschillen duidelijk aandacht moest besteed worden

84


85


Hoewel al onze honden als pup goed gesocialiseerd werden op koeien, was het Rudith die als enige, tijdens wandelingen door Alpenweiden waarin koeien stonden, altijd heel dicht bij ons bleef, en als de koeien naar ons toe kwamen, steevast achter ons bescherming zocht.

Niet echt typisch voor een Berner Sennenhond, want dat zijn toch van oorsprong koedrijvers ! In ieder geval, bij contacten met andere grote boerderijdieren zoals vb. paarden ( in een weiland, onderweg tijdens wandelingen of in een manège ), waren er nooit problemen. Daar ging ze steeds als eerste naar hen toe, om hen te begroeten. En tijdens onze vakantie in Lipica ( Slovenië ) voelde ze zich tussen al die machtige Lipizaner’s echt in haar nopjes. Trouwens, nergens op een logies zagen we zoveel Jack Russell Terriërs die met hun familie meegereisd waren, als hier. Welke viervoeters die met hun familie mee op vakantie gaan, komen we het meest tijdens onze eigen reizen tegen ? Het kan natuurlijk toeval zijn, echter in Groot-Brittanië waren dat vooral Labrador Retrievers. Terwijl we in Duitsland vooral Rodesian Ridgeback’s tegen kwamen. En de meeste mensen die wij tegen kwamen, die een viervoeter op vakantie mee namen, hadden slechts 1 hond mee.

86


En dit is een mooi voorbeeld van :

Het resultaat van een goede socialisatie op weidedieren

In 2005 gingen we met Evy voor de eerste maal op reis naar Zweden. Tijdens ĂŠĂŠn van onze wandeltochten in volle natuur liep het wandelpad doorheen een weiland met schapen. We hadden geen keuze. We moesten door dat weiland. Er omheen wandelen was niet mogelijk. Evy was aangelijnd wat verplicht is in Zweden, tenminste in de periode van 1 maart tot 20 augustus. En zij was goed gesocialiseerd op schapen. Echter hoe de schapen zouden reageren op Evy, daar hadden we niet het flauwste vermoeden van. Dus eens in dat weiland bleven we aan het begin ervan wachten, om indien nodig er weer snel uit te kunnen. We wilden er zeker van zijn dat de schapen ons ook gezien hadden. Pas dan zouden we verder wandelen. Echter toen de schapen ons opmerkten kwamen ze nieuwsgierig als ze waren onmiddellijk naar ons toe gelopen. Dit hadden we nog nooit gezien. Meer nog, ze toonden ALLEMAAL een enorme interesse in Evy. Deze schapen hadden absoluut geen angst voor haar, ze naderden haar zelfs tot op enkele centimeters. En Evy liet de schapen begaan !

87


88


Echter de ervaring heeft ons geleerd dat je steeds uiterst voorzichtig moet zijn als je tijdens een wandeling met je hond doorheen een weiland met vee moet. Tweemaal heb ik Evy het leven moeten redden door LETTERLIJK voor haar te springen, hard BOE te roepen en met een wandelstok te zwaaien omdat een dier, in Noorwegen was het een bok ( juni 2008 ), in Zweden was het een ooi met haar lam ( juni 2009 ), onze hond niet in zijn / haar territorium dulde en onze Evy die zich van geen kwaad bewust was, aanviel ! In weilanden met paarden of koeien nemen we geen enkel risico. Als we problemen voelen aankomen, maken we onmiddellijk rechtsomkeer. Uiteraard moet de jonge pup ook gesocialiseerd worden op soortgenoten van allerlei slag in allerlei omstandigheden. Opdat je de pup niet met de verkeerde honden zou in contact brengen, honden die hem schade kunnen berokkenen door ongepast gedrag, bijvoorbeeld soms is spel tussen honden geen spel meer maar eerder rotzooien, is het aan te raden om op zoek te gaan naar een puppycursus gegeven door een professionele hondengedragsdeskundige. U kan voor zulk een puppylessenreeks dikwijls ook in een hondenschool terecht, maar vergewis u dan vooraf of de lesinstructeurs, dikwijls vrijwilligers, wel voldoende bekwaam zijn. Het gaat om de toekomst van uw pup. Wees daarom bijzonder kieskeurig wie hem en jou mag begeleiden. Maar het is niet voldoende dat je viervoeter weet dat andere honden bestaan, en er niet op zal reageren als hij ze ziet, hij moet er ook correct mee kunnen communiceren ! Echter om een grote sociale competentie te kunnen opbouwen ( wat vooral het 1ste levensjaar gebeurt ), is het in de vroege socialisatie ( dus al bij de fokker ) heel belangrijk dat je pup veel contact heeft met, eerst en vooral zijn moeder, nadien bijkomend met babysitters ( dus andere aanwezige honden dan de moeder ), vervolgens ook met de nestbroertjes en -zusjes, en nog later met ( in eerste instantie ) andere vreemde / onbekende honden. Misschien wist je dit niet, maar ook onze viervoeters moeten (h)echte vriendschappen kunnen sluiten met andere viervoeters. Honden hebben andere honden nodig om gelukkig te kunnen zijn. Dat is alvast wetenschappelijk bewezen ! Beslis je dus om naar een puppycursus te gaan, om hem in contact te brengen met soortgenoten, zoek er dan eentje uit waar het aantal pups in een groep niet groter is dan 7 of 8. En waar elke les weer dezelfde pups in dezelfde groep aanwezig zullen zijn. En belangrijk, waar er eerst gekeken wordt of de pups wel bij elkaar passen qua karakter en grootte. Zo dat ze (h)echte vriendschappen kunnen opbouwen. Natuurlijk kan je ook afspreken met vrienden / kennissen / buren of collega’s die een sociale hond bezitten, om regelmatig samen te komen. Van hun viervoeter kan je jonge hond heel veel leren. Er kan bij iemand thuis afgesproken worden, of er kan afgesproken worden om samen te gaan wandelen, en dan liefst ergens

89


waar ze ook onaangelijnd mee kunnen, en nog echt kunnen ravotten. Wij kozen alvast voor de laatste optie. Dankjewel Diane met Ottje de Sheltie en Jezebel de Aussie. En ook Louisa met Baloe de boerenfox, voor de wekelijkse bezoeken aan Aagje, en de vele wandelingen samen. Ze waren van onschatbare waarde voor onze timide pup, die al lang helemaal niet meer timide is. En Baloe is ondertussen echt haar aller- allerbeste vriend ! Hoe zit dat met de socialisatie op katten ? Wat is onze ervaring ? Rudith, Rembrandt en Aagje waren van nature zeer verdraagzaam naar katten toe. Bij Evy was het net andersom hoewel ik mij meende te herinneren dat zij bij de fokker opgegroeid was met op zijn minst één kater en zij bijgevolg al van op prille pupleeftijd ermee kennis had gemaakt. Toch bleek zij zeer onverdraagzaam ten opzichte van alle katten, op één uitzondering na. En die uitzondering was Kartuizerkater Faro. Evy leerde Faro kennen op prille kittenleeftijd. Ze waren sindsdien onafscheidelijk. Faro leefde bij Els en Christophe, Evy’s zwemleraars bij de indoor zwemtraining die zij 5 jaar lang wekelijks volgde in het kader van een doorgedreven sporttraining naar DogFrisbee-wedstrijden toe. Zonder Faro wou Evy dikwijls niet zwemmen. Soms zwommen ze zelfs samen. Daar tegenover stond dat Evy elke andere poes of kater zou verjagen zo ver ze kon. Durfde de kater van de buren onze tuin betreden dan werd daar niet om gelachen. Als een briesende leeuw zat Evy hem dan achterna. Kon hij niet snel genoeg over de om-heining springen dan had hij maar één manier om zich in veiligheid te brengen en dat was door meer dan 5 meter hoog in één van onze eiken te klimmen. Daar wachtte hij dan af tot de kust veilig was. Meestal was Evy al lang naar bed, eer de kater zijn schuilplaats durfde te verlaten. De ene kater was duidelijk de andere niet ! Met Aagje hadden we terug een viervoeter in huis die niet achter poezen aan zit. Hoewel… ondertussen werd onze korthaar erg vijandig benaderd door een zwarte kater uit de buurt. Hij werd door de eigenaar snel verjaagd. Echter sindsdien is Aagje erg op haar “ qui vive ” als we voorbij zijn territorium wandelen. En als ze hem ziet, zal ze hem onmiddellijk proberen te verjagen. Tijdens uitstapjes elders daarentegen toont onze korthaar Collie nog steeds geen enkele interesse als een kat ons pad kruist. Het is uiteraad ook belangrijk dat uw pup in contact komt met mensen van allerlei slag in allerlei omstandigheden. Echter ook op dit vlak wordt de basis voor sociale competentie naar mensen toe, gelegd bij de fokker, en dit tijdens de vroege socialisatie-periode. Als je nadien naar een puppycursus gaat zal uw pup automatisch ook al met mensen in contact komen. Maar toch is dat niet genoeg.

90


Hier onze ervaringen : Om Rudith en Rembrandt als kleine pup te laten wennen aan mensen van alle mogelijke origine gingen we met hen naar de luchthaven van Zaventem. In de aankomsthal is het altijd een drukte van jewelste dus dat was “ the place to be ” voor ons. Ik zette mij op één van de zitplaatsen met onze pup op de schoot. We zouden het luchthavengebeuren een uurtje aanschouwen. Nergens zie je meer mensen van verschillende nationaliteiten, nergens zie je meer verschillende klederdrachten, nergens zie je meer verschillende types van mensen dan op een luchthaven. En wat meer is, op wachtende mensen heeft een pup een ongelooflijke aantrekkingskracht. Altijd kwamen er nieuwe mensen naast ons zitten. Eerst werd er niets gezegd maar al gauw kwam een gesprek op gang over onze pup natuurlijk. Kinderen van alle leeftijden kwamen van overal, gevolgd door pa of ma. Het lange wachten was voor hen best lastig. Of ze onze pup even mochten aaien ? Als dat rustig kon, waarom niet. Onze pup was een welgekomen afleiding en zo duurde het wachten wat minder lang. En de ouders waren tevreden want zo konden ze weer met volle aandacht hun familie, vrienden of kennissen opwachten. Wij waren ook meer dan tevreden want onze pups, zowel Rudith als Rembrandt, genoten van zoveel aandacht en alle drukte. In één moeite werden ze ook gesocialiseerd op voorbij rijdende kinderwagens, rolstoelen, bagagekarren… Met Evy en Aagje konden we niet meer in Zaventem terecht aangezien het bezoekers niet meer toegelaten was om een hond mee te nemen in het luchthavengebouw. Alleen voor assistentiehonden maakt het luchthavenreglement nog een uitzondering.

Tip Om je honden als kleine pup te laten wennen aan kinderen van alle leeftijden kan je ook gewoon naar een school rijden. Rudith kwam in ons gezin toen onze kinderen 9 en 10 jaar oud waren. Van in het begin ging zij dagelijks mee de kinderen naar school brengen en afhalen. ‘s Namiddag bij het afhalen gingen we altijd iets vroeger dan eigenlijk nodig was. We parkeerden ons dan vlak voor de school. Soms bleven we gewoon in de auto zitten maar meestal nam ik Rudith op de arm mee naar buiten. We vatten dan post vlak bij de uitgang van de kleuterschool. Je kan er zeker van zijn dat ook aan de schoolpoort de aanwezigheid van je pup niet onopgemerkt zal blijven. Voor je het weet is je pup het middelpunt van de belangstelling. Laat hem rustig kennis maken met de kinderen en omgekeerd. Laat de kinderen rustig kennis maken met de pup. Ook Aagje, onze korthaar Schotse Collie, ging als pup mee naar school, wanneer ik onze kleinzoon Mathieu, op dat ogenblik 10 jaar oud, afhaalde. De eerste keren was dat op de arm of beter in een draagzak die speciaal voor puppy’s en kleine honden ontwikkeld was, nadien te voet.

91


Voor meer informatie over de 4LAZYLEGS draagzak voor puppy’s en kleine honden ( tot max. 15 kg. ), die wij gebruikten : https://www.4lazylegs.com/productinfo/draagzak-honden Ook toen Mathieu een middelbaar scholier was, bleef Aagje hem mee afhalen van school in hartje Antwerpen. En reken maar dat, ook toen, zij het middelpunt van de belangstelling was, hoewel ze niet uit de auto kwam. We parkeerden ons in de buurt van de school. Via een GSM-berichtje bracht ik onze kleinzoon op de hoogte waar ik geparkeerd stond. En het was Aagje die steeds het hoofd uit het raampje stak om te zien waar hij bleef. In afwachting van Mathieu’s komst waren er altijd kinderen die haar een knuffel kwamen geven, anderen gingen lachend voorbij. Haar aanwezigheid aan de school ging nooit onopgemerkt voorbij. En onze korthaar voelde zich erg in haar nopjes zo tussen al die uitgelaten kinderen. Bij Rembrandt’s komst in ons gezin waren onze kinderen 15 en 16 jaar oud. Zij gingen toen met de fiets naar de middelbare school. Toch wou ik ook Rembrandt goed socialiseren op kinderen van alle leeftijden. Voor contact met kleine kinderen reed ik naar de dichtsbijzijnde kleuterschool. In onze auto, een break, zat achteraan in de laadbak Rudith met naast haar in een binnenhuiskennel Rembrandt. Ook nu vertrokken we ruim op tijd om zeker voor de school te kunnen parkeren. Op het ogenblik dat de school uit was en iedereen door de poort naar buiten zou komen opende ik de achterdeur van de laadbak en ik wachtte. Rudith die jarenlang dag in dag uit mij vergezeld had bij het wegbrengen en afhalen van de kinderen tijdens schooltijd was zoals gewoonlijk de rust zelve maar omdat ik niet wist hoe Rembrandt zou reageren besloot ik om hem deze eerste keer in de binnenhuiskennel te houden. Zo kon hij toch al wennen aan al die specifieke geluiden die kinderen met zich mee brengen als de school uit is. Nog voor alle kinderen goed en wel de school uit waren, kwam één van de juffen naar me toe. Ze kende me niet. Ze vroeg of ik op zoek was naar een leerling. Neen ik was niet op zoek naar iemand, ik stond daar geparkeerd om onze kleine pup te laten wennen aan kinderen. Was het niet beter dat onze pup ook echt kon kennismaken met kleine kinderen, vroeg de juf. Natuurlijk was dat zo ! En de juf nodigde mij uit om met onze honden, Rudith en Rembrandt, eens een bezoek te brengen aan een laatstejaars kleuters. Zo gezegd zo gedaan. Ik zou op een voormiddag aan de oudste kleuters wat meer komen vertellen over “ de hond ”. Terwijl ik Rembrandt vanuit zijn binnenhuiskennel liet wennen aan de klasomgeving stelde ik Rudith aan de kinderen voor. Wie had er thuis ook een hond ? Wie wilde er met Rudith eens een wandelingetje maken ? En wie zou haar borstelen ? Kandidaten genoeg. Toen de kinderen ook vragen mochten stellen kwam Rembrandt aan de beurt. Want hoe kon je beter zien of het een jongenshond of een meisjeshond was, dan duidelijk te tonen waar nu de verschillen zaten. Rudith was een meisjeshond en Rembrandt een jongenshond. Na een uurtje was de les voorbij en gingen we met de auto terug naar huis. Tijd voor een dutje voor onze kleine pup en tijd om de pootjes te strekken voor Rudith.

92


Met een beetje verbeelding kan je heel veel plaatsen bedenken waar je met je pup naartoe kan om hem aan mensen in alle mogelijke omstandigheden te laten wennen. Neem hem bijvoorbeeld mee naar de markt. Zoek een bank om op te zitten met de pup op je schoot, om vandaaruit alle drukte gade te slaan. Wees gerust, voor je het weet zit de bank vol nieuwsgierige mensen vertederd door uw pup. Of wandel met de pup op de arm tussen de mensenmenigte door. Is je pup wat groter dan kan hij mee op wandel over de markt. Toen Evy kwam, waren onze kinderen zo goed als het huis uit. Bij elke nieuwe viervoeter in onze familie, maakten we werk van een goede socialisatie op kinderen. Die verliep niet alleen door veelvuldige positieve contacten met kinderen van alle leeftijden buitenshuis, maar ook door het opbouwen van een goede relatie met de eigen kinderen thuis. Zij werden hun beste vriend. En toen werd Mathieu, onze eerste kleinzoon, geboren ( september 2006 ). Evy was op dat ogenblik 3,5 jaar oud. Met zijn komst zouden we de proef op de som kunnen nemen en zien of onze socialisatie op kleine kinderen goed verlopen was. Immers een klein kind in huis is nog wat anders dan kleine kinderen in losse contacten buitenshuis. Het spreekt voor zich dat Evy en Mathieu nooit zonder toezicht alleen waren. Tot onze verbazing bleek onze anders zo ontstuimige Schotse Collie steeds bijzonder voorzichtig in zijn buurt. Al heel snel konden ze prima met elkaar opschieten. Mathieu’s eerste woordje was trouwens niet “ MAMA ! ” of “ PAPA ! ” maar wel “ WYWY ! ” . Hiermee bedoelde hij duidelijk “ EVY ! ”. Reeds op prille peuterleeftijd leerden we onze kleinzoon respectvol om te gaan met Evy. Dit uiteraard onder het waakzame oog van mama Kristien en papa Eric. Telkens hij bij ons kwam leerden we hem iets nieuws. Nu eens legden we uit hoe hij een bepaald gedrag bij Evy moest begrijpen, dan weer besteedden we tijd aan haar verzorging. Ook moesten we onze kleinzoon leren dat de immer hongerige Evy niet zijn boterhammetjes mocht ontfutselen. De eerste lessen basisgehoorzaamheid deden hun intrede. Als Mathieu in de hoge kinderstoel aan tafel zat en Evy een begerig oog op zijn boterhammetjes had laten val-len, wist hij heel snel met het “ Ga af ! ” en “ Blijf ! ” commando onze Schotse Collie op een afstand te houden en zo zijn boterhammetjes veilig te stellen. Als Evy dan ook onmiddellijk ging liggen en bleef liggen, maakte dat hem zo fier als een gieter. Natuurlijk vragen al deze interacties tussen kind en hond dat de aanwezige volwassenen, zowel ten opzichte van de hond als het kind, constant een oogje in het zeil houden om indien nodig onmiddellijk en consequent op te treden. Maar, het is de beste basis voor een correcte relatie tussen kind en hond in alle omstandigheden, dus ook op reis. Op de volgende foto zie je Mathieu en Evy in een moment opname tijdens onze jaarlijkse wintervakantie in Zwitserland ( januari 2008 ). Mathieu was toen slechts 16 maanden oud. Het is meer dan duidelijk dat beide elkaar prima verstaan. Jong geleerd is oud gedaan.

93


94


En de volgende foto is bijna 10 jaar later. Mathieu ( nog net geen 11 jaar oud ) en Aagje, een onafscheidelijk duo ( juli 2017 ).

Hoe is dat zo snel gekomen ? Waarschijnlijk omdat onze korthaar, toen we haar als pup afhaalden bij de fokker, gans de autorit ( > 500 km. ) naar huis op Mathieu's schoot heeft geslapen. En natuurlijk komt dat ook omdat onze kleinzoon een hĂŠĂŠl grote hondenliefhebber is.

Tip Maak ook een afspraak met de dierenarts voor een eerste bezoek. Niet voor behandeling of iets specifiek, hooguit voor een controle gewoon om de hond te laten wennen aan die specifieke dierenartsomgeving met zijn heel aparte geuren en om kennis te maken met de dierenarts zelf. Zorg er voor dat dit eerste bezoek een zo positief mogelijke ervaring wordt voor je pup.

Heeft u een pup die als volwassen hond een specifieke vachtverzorging nodig heeft, plan dan ook zulk een bezoek aan het trimsalon.

95


Toch is het ook raadzaam dat je zelf je pup al van op jonge leeftijd laat gewoon worden aan verzorgingshandelingen. Laat hem wennen aan zachte aanrakingen. Begin daarbij op plaatsen waar hij het graag heeft. Nadien breidt je dit uit naar plaatsen waar dat iets moeilijker ligt. Het uiteindelijke doel is dat je pup zich overal laat betasten en dat je hem ook in de muil/mond kan kijken. Stel dat je viervoeter later een kwetsuur oploopt, dan moet je die uiteraard kunnen inspecteren ( en eventueel verzorgen ). Wen je pup ook al aan vachtverzorgingshandelingen. Borstel hem regelmatig met een super zachte borstel. Ik gebruikte daarvoor steeds een baby-borsteltje. En leer hem dat die niet dient om in te bijten. Later, als de echte vachtverzorging eraan kwam, gebruikte ik uiteraard ras-specifiek materiaal. Toen Evy en Aagje, in de eerste dagen na hun aankomst bij ons thuis, in de grote natuurvijver sprongen, betekende dit de kortste weg naar de badkamer voor een douche-beurt. Gewassen worden met een speciale hondenshampoo en nadien verzorgd met een conditioner, ook dat moet geleerd worden. De vacht drogen deden we met een super absorberende handdoek. Het was echter na de wekelijkse zwemles bij Els Vermeulen en Christophe Vande Vyvere van Aqua-Fun dat onze beide Schotse Collies, met veel geduld geleerd werd dat die vachtdroger / waterblazer echt niets was om van weg te lopen. Toch bleef Evy haar ganse leven de voorkeur hebben om gedroogd te worden met een grote handdoek. Aagje daarentegen maakte het uiteindelijk niets uit. Wel moesten we tijdens de 2de socialisatie-fase, opnieuw het gebruik van de vachtdroger / waterblazer opbouwen. Het gevoelige punt was op dat ogenblik niet de luchtstroom die in de vacht het water wegblies, maar wel het geluid van de motor. Echter met behulp van de clicker kon ik tijdens het drogen haar belonen telkens als ze mooi stil bleef staan met oogcontact, uiteraard zonder te reageren op het oorverdovende geluid. In een mum van tijd lukte dit.

Tip Het spreekt voor zich dat later voor elke vakantie je ervoor zorgt dat de vacht van je viervoeter(s) er onberispelijk uitziet.

Ook aan alle mogelijke geluiden moet u de pup laten wennen. Begin voorzichtig ! Rudith, Rembrandt en Evy waren bij de fokker goed gesocialiseerd op allerhande geluiden. Echter van Aagje weten we alleen dat tijdens de autorit van de fokker in Duitsland naar ons thuis, ze niets maakte van de muziek op de radio. Ze sliep de ganse rit ( > 500 km. ) als een roos. Eenmaal thuis stelden we echter al snel vast dat elk

96


ander geluid haar vreemd leek, ze reageerde er dan ook telkens ongewoon hevig op. Zelfs geblaf van een bezoekende viervoeter deed haar wegvluchten, snel terug naar binnen om zich in veiligheid te brengen. Er was dus veel werk aan de winkel. Echter oefening baart kunst ! Tegen de tijd dat onze korthaar Collie 5 maanden oud werd, en het kruitkanonnetje in het bloemkolenveld achter onze tuin geïnstalleerd was om vogels te verjagen, reageerde ze zelfs niet meer op de luidste knallen. Ook laagvliegende straaljagers deden haar niet meer opkijken. Toen bij onze buren de wilgen met een kettingzaag geknot werden, lag ze op het gras rustig op een kauwbeen te bijten. En tijdens het inoefenen van het wandelen zonder te trekken aan de leiband, in onze straat wanneer we de blaffende Border Collie Phoebe passeerden, kwam Aagje ( zoals aangeleerd ) mooi uit zichzelf aan de voet lopen met oogcontact. Het ging nog goed komen met onze kleine meid !

ECHTER HET ENE GELUID IS HET ANDERE NIET Het eerste soort geluid waaraan we onze pup leerden wennen, waren allerhande belgeluiden. De deurbel, het belgeluid van onze telefoon en GSM’s, het typische geluid van enkele Zwitserse koeienbellen, een fietsbel… . Ook aan het geluid van elektrische huishoudapparaten moest ze wennen. Was- en droogautomaat waren geen probleem, maar al de rest was nieuw. Gerammel in potten en pannen, ook dat zijn vreemde geluiden. Aanleren dat de stofzuiger niets bedreigends is, was een hele uitdaging. Bij de eerste stofzuigerbeurt zette ik Aagje in de bench in een aangrenzende kamer. Dit enerzijds om te voorkomen dat ze het op een lopen zou zetten. En anderzijds dat ze zou leren vanuit een veilige plaats dat dit bewegend en lawaai makend ding ongevaarlijk was. Er waren heel veel stofzuigerbeurten nodig, vooraleer ze inzag dat er absoluut geen gevaar van uitging. Vanaf dat ogenblik bleef ze gewoon rustig op haar hondenkussen, ( of de sofa ), liggen als ik met de stofzuiger in haar buurt aan het werk was. Het geluid van de televisie, muziekinstallatie of computer, daarvan maakte ze niets. Moet jij hieraan je viervoeter laten wennen, zet dan het geluid de eerste keren lager dan gewoonlijk en bouw nadien op tot de normale geluidssterkte. Later, tijdens één van onze wintervakanties in Davos – Zwitserland ( maart 2019 ) troffen we tijdens een wandeling een ( gratis ) openlucht schlagerfestival in volle actie, met op dat ogenblik een optreden van een Queen-imitator. Ik kan je verzekeren dat het geluid oorverdovend was ! En onze poppemie, die maakte daar niets van. Flinke Aagje !

97


Ook aan geluiden die te maken hebben met de auto moet je pup wennen. De auto die gestart wordt of de garage in of uitgereden, de toeter, het auto-alarm, dichtklappende deuren, het openen en sluiten van een automatische garagepoort. In huis kan het gebeuren dat er deuren dicht vliegen. Of dat er dingen op de grond vallen zoals bijvoorbeeld een sleutelbos. Ook dat moet allemaal geleerd worden. En geluid dat samengaat met spelende ( kleine ) kinderen ( roepen, lachen, huilen‌ ), zowel thuis als bij de buren, ook hieraan moet uw viervoeter wennen. Kent hij dit niet, dan zal hij hierop later reageren met blaffen. Heb je geen buren met kleine kinderen, rij dan met de wagen naar een kleuter- / lagere school, waarvan de speelplaats grenst aan de straat. Tijdens de speeltijd kan je pup de eerste keer vanuit de auto wennen aan al deze specifieke geluiden. Een volgende keer neem je hem uit de auto mee voor een wandeling in de buurt. Toen in onze tuin de fruitbomen gesnoeid werden, en ik Aagje op de arm mee nam naar buiten, dacht ze dat de wereld verging. Dus bleven we eerst ver genoeg weg van dit nare geluid, om pas dichterbij te komen als haar angst plaats gemaakt had voor nieuwsgierigheid. Minder dan een jaar later, werd bij de buren een rij hoge populieren kort gesnoeid. Dagen lang was men aan het werk met een hoogtewerker, met daarop verschillende mensen met een kettingzaag ( nadien werd alles verhakseld ), en dit op slechts enkele meters van onze tuin. Aagje stond dikwijls heel nieuwsgierig aan de omheining te kijken, en dit zo dicht mogelijk bij de werken. In de tuin mag u ook de grasmaaier niet vergeten. Ideaal is wanneer eerst je buren het gras afrijden. Zo went je pup al aan het geluid. Net als bij onze andere viervoeters liet ik onze korthaar Collie wennen aan de grasmaaier door haar tijdens mijn wekelijkse gazonmaaibeurten, in de binnenhuiskennel op het terras te zetten. Ik begon wel met het afrijden van het verst verwijderde gras ten opzichte van het terras waar onze pup zich bevond, zodat deze eerst kon wennen aan het geluid van de eigen grasmaaier op een redelijke afstand en pas nadien dichterbij. Rudith lag als pup altijd te slapen tegen de tijd dat ik het gras voor het terras stond te maaien. Zij rende later nooit achter de grasmaaier. Rembrandt en Evy wenden er nooit aan. Als ze toevallig in de tuin rondliepen tijdens het grasmaaien, blaften ze onophoudelijk en probeerden ze steevast in de wielen te bijten. Dus moesten zij binnen blijven tijdens gazonmaaibeurten. Met Aagje moesten we nog afwachten. Ik heb haar alvast lang genoeg vanuit de bench laten toekijken, in de hoop dat ze nadien er niet op zou reageren met ongewenst gedrag. Na veel beurten grasmaaien, bleek ondertussen onze korthaar bijna altijd, als ik met het afrijden begon, onmiddellijk in slaap te vallen in de bench op het terras. Dat zag er goed uit ! We zullen dit scenario nog even volhouden, en hopen dat ze nadien net als Rudith niet achter de grasmaaier zal rennen als ik in de tuin het gras kort houd. Wordt vervolgd !

98


En anno 2017 bezitten heel wat mensen met een groot gazon, een ( oplaadbare ) electrische grasmaaierrobot die zelfstandig ( en volledig geruisloos ) het gazon kort houdt. De eerste keer dat onze korthaar Collie zoiets tijdens een wandeling zag, schrok ze zich te pletter. Dat ding kwam recht op haar af gereden en onmiddellijk ging ze in vecht- / vlucht-modus, dit tot de robot stopte en rechtsomkeer maakte. Toen we echter bij een volgende wandeling weer voorbij kwamen, en ook nu de robot recht op Aagje af kwam gereden, ging onze korthaar uit eigen beweging zitten. Pas op enkele meters verwijderd van haar, stopte hij om rechtsomkeer te maken en terug weg te rijden. Aagje hield hem gans de tijd goed in het oog, maar bleef mooi zitten. Ze was de rust zelve. Flinke Aagje ! Tijdens volgende wandelingen heeft onze korthaar dan ook nooit meer op deze grasmaaierrobot gereageerd. Met onze langhaar Collie Evy kwamen we zulk een grasmaaierrobot in actie tegen in een tuin van een logies in Spanje ( juni 2014 ). Zij keek er nog niet naar !

Ander electrisch materieel dat je vooral op vakantie en dan zeker in druk bezochte toeristische centra en steden kan tegen komen, zijn veegmachines. Hoewel electrisch aangedreven ( en dus ook volledig geruisloos ), maken de draaiende keerborstels aan de wagen een specifiek geluid, dat een viervoeter die hier niet mee vertrouwd is, zeker kan laten schrikken. Onze Aagje bleef zulk een veegmachines altijd wel nauwlettend in het oog houden, maar daar bleef het dan ook bij. Zie op de volgende foto het type veegmachine dat we dagelijks tegen kwamen, tijdens ons verblijf in Salamanca ( Spanje ) ( juni 2019 ). Maar we zagen ze ook al eerder, oa. in Krakau ( Polen ). Toen was onze langhaar Collie Evy mee. Zij reageerde er totaal niet op.

99


GELUIDEN DIE JE ECHT MOET OPZOEKEN Wijzelf hebben geen rolluiken voor de ramen maar als ‘s avonds de buren de rolluiken neerlieten wat steeds met het nodige lawaai gepaard ging, stonden we gegarandeerd buiten in de tuin met onze pups. In het begin zat deze op de arm, nadien liep deze zelf rond. En als dan de rolluiken naar beneden denderden en zij opgeschrikt, blaffend er naar toe renden, dan telkens riepen we hen terug ( meestal naar binnen ), wat ook telkens uitbundig beloond werd met voedsel. Dit oefenden we zolang tot er niet meer op reageerd werd. Bij onze 3 eerste viervoeters wende dit geluid, na een tijdje kenden ze het, en reageerden ze er niet meer op. Anders was het bij Aagje, die bleef steeds weer reageren op dit geluid. Dus we riepen haar binnen voor de rolluiken afgelaten werden.

100


En nadien mocht ze weer naar buiten. Ondertussen zijn we zo ver dat onze korthaar, wanneer ze de rolluiken hoort naar beneden denderen, wel nog er naartoe zal lopen en aan de omheining zal toekijken, maar blaffen is er niet meer bij. En zoals het nu is, vinden we het OK. Deze reactie stoort niemand. Toen we tijdens een winter-vakantie in Davos – Zwitserland ( april 2019 ) door de winkelstraat wandelden en er plots naast ons een winkelier het ijzeren rolluik naar beneden liet, schrok Aagje ( ze sprong opzij, weg van het geluid ), maar herstelde ze zich wel heel snel. Kerktoren-klokken die geluid worden. Een traditie die bij ons bijna uitgestorven is, maar in zuid Europa nog springlevend, vooral in landen als ItaliÍ, Spanje en Portugal. En het viel mij dit jaar ( juni 2019 ) op, hoe oorverdovend dit wel kon zijn.

Op de foto zie je de klokken van het San Esteban convent in Salamanca, Spanje. De ooievaars kon het alvast niet deren, voor hen is een klokkentoren de favoriete plaats om een nest te bouwen.

101


Wij horen tot bij ons thuis in de tuin de klokken van de kerktoren in ons dorp als ze luiden bij een huwelijk of begrafenis. Maar of dit genoeg was, om onze viervoeters er bewust aan te laten wennen, dat weet ik eigenlijk niet. Feit is wel, dat zij geen van allen reageerden op luid klokke-gelui. Alle soorten verkeersgeluiden. De sirene van een brandweerwagen, politiecombi of ziekenwagen. Voorbij rijdende vrachtwagens maken een ander geluid dan bijvoorbeeld een bus, een tractor of een huisvuilophaalwagen. Voor onze korthaar Collie was het vooral de snelheid waarmee grote voertuigen ons voorbij reden, of beter raasden, bepalend of zij er bang voor was of niet. In een stad was er nooit een probleem, ongeacht hoe druk het er was. Echter, in landelijk gebied langs een drukke steenweg met veel vrachtverkeer wandelen, was voor haar dikwijls een echte opgave. Hier kwam het er dus op aan, telkens locaties te vinden die nieuw waren, maar met een hoge kans op slagen. Vergeet ook niet te socialiseren op bouw- en graafmachines. Ga op zoek naar wegenwerken of grote bouwputten, er zijn er vast in uw buurt.

Tip Iets waar ik altijd veel tijd en aandacht aan besteedde is de gewenning aan voorbij daverende treinen. Wij wonen op minder dan 1 kilometer van de drukke spoorlijn Antwerpen – Brussel. Elke minuut rijdt er minstens één trein voorbij. Dat kunnen gewone reizigerstreinen zijn maar ook de Thalys treinen die sporen van Amsterdam naar Parijs of dat kunnen ook goederentreinen zijn. Ideaal dus om te oefenen want we moeten nooit lang wachten op een trein. Als ik de pup wil laten kennismaken met het spoorwegverkeer parkeer ik mijn auto aan het station en wandel ik met de pup een eindje van de spoorweg verwijderd. Daar zet ik mij op een bank. Onze pup is aangelijnd en kan in mijn buurt rondsnuffelen of ook gewoon zitten of liggen. Als de eerste trein voorbij komt, bij spoorwegwerkzaamheden toetert die ook nog eens, observeer ik onze pup. Doet dat treingeluid hem niets dan wacht ik nog enkele andere treinen af. Daarna gaan we naar huis. Enkele dagen later zijn we er weer. Maar nu ga ik met de pup op de arm wat dichter naar de spoorweg toe. En zo oefenen we tot we op het perron kunnen lopen of op de wandelweg vlak naast de spoorweg en onze pup een voorbij rijdende trein de normaalste zaak van de wereld vindt. Vervolgens ga ik nog een stap verder. Ik wandel nu met onze pup in de buurt van de ijzeren spoorbrug. Niet direkt vlakbij, eerst op een kleine afstand en ik wacht. Het geluid van één of meerdere treinen tegelijk bij het rijden over deze brug is oorverdovend. Je hoort het tot kilometers ver. Maakt dit geluid onze pup niets uit dan gaan we dichter bij de brug wandelen en we oefenen tot we onder de brug door kunnen wandelen op het moment dat één of meerdere treinen boven ons hoofd voorbij razen. In 2012 vonden grote werken plaats aan het spoor op de lijn Antwerpen – Brussel. De oude ijzeren spoorwegbruggen werden vervangen. Bij de nieuwe valt het nauwelijks op dat er treinen

102


over rijden. We zullen in de toekomst ergens anders onze pups moeten laten wennen aan zulk soort geluiden. Wij wonen ook op de aanvliegroutes voor vliegtuigen die in Zaventem of Deurne willen landen. Wij hoeven dus niet eerst naar de luchthaven zelf te gaan om onze pup aan overvliegende vliegtuigen te laten wennen. Al moet gezegd, dat de huidige vliegtuigen veel minder lawaai maken dan hun voorgangers. Ook militaire straaljagers, vrachtvliegtuigen en helikopters vliegen bij tijd en wijl over. En op 21 juli op de nationale feestdag liggen we op de aanvliegroute voor de vliegtuigen op weg naar Brussel om daar het militair defilĂŠ te begeleiden.

En hoe leer je een viervoeter om niet te reageren op luide knallen ? Rudith, Rembrandt en Aagje hebben als pup wekenlang het vogelschrik-kanonnetje / kruit-kanonnetje dat in het veld de vogels uit de gewassen moest verjagen, te horen gekregen. Van Rudith weten we dat vuurwerk haar nooit parten speelde. Zij ging dikwijls samen met ons naar vuurwerk kijken, dit zowel thuis als op vakantie. Daarnaast was ze schotvast. En ook van onze korthaar Collie Aagje kunnen we zeggen dat vuurwerk haar niet deert. Ook zij blijkt schotvast. Iets waarop ik onze viervoeters niet heb kunnen voorbereiden, zijn overvliegende hete luchtballonnen. Onze Aagje is de enige die er nooit op reageerde ( met blaffen ).

103


De socialisatie specifiek naar reizen toe Wij hebben vastgesteld uit ervaring dat bij de socialisatie van de pup dikwijls één toch wel belangrijk aspect in verband met het meenemen van je hond op reis uit het oog verloren wordt.

En dat is het in contact brengen van de pup met alle soorten, al dan niet

beweeglijke ondergronden Enkele voorbeelden : Een reis naar de bergen, in de winter of de zomer, gaat dikwijls gepaard met een tochtje via de kabelbaan. Een hond die niet gesocialiseerd is op bewegende ondergronden gaat niet zomaar mee instappen. In het beste geval heb je te doen met een grote gondel die een tijdje ter plekke halt houdt voor hij weer vertrekt, echter meestal als het om kleine gondels gaat dan stoppen die niet maar glijden die traag voorbij en moet je zelf ervoor zorgen dat je op tijd bent ingestapt of hij is alweer vertrokken. Daarbij komt nog dat zeker in de Alpen naast de kabelbaan je dikwijls ook de mogelijkheid hebt om een hoger gelegen gebied te bereiken met de bergtrein of het tandrad. Een hond die zonder problemen mee instapt maakt uw vakantie én voor jezelf én voor de hond spannender, want een heel nieuwe wereld van het hooggebergte kan dan samen ontdekt worden. Welke hondenliefhebber wil bij een bezoek aan Brugge, Amsterdam of Venetië niet een boottocht op de reiën of grachten maken. Is uw hond bang van dat gewiebel van die boot, tja dan kan je dit tochtje wel vergeten. Maar kan je hond mee dan geeft dat dubbel plezier. Ik zou nog vergelijkbare voorbeelden kunnen aanhalen, echter belangrijker is te weten hoe men de hond op dergelijke situaties kan voorbereiden. Met Rembrandt wilden we goed voorbereid zijn. Tijdens de socialisatieperiode liet ik hem veelvuldig en uit vrije wil ervaren en bewust worden van het feit dat er zo iets bestaat als een evenwichtsgevoel. Daarbij maakte ik gebruik van de hierna volgende toestellen : -

Mijn puppy-socialisatie-fiets : dit is een fiets al dan niet een e-bike + fietsmandje http://www.aumueller-korbwaren.com/de/sortiment/fahrrad/

-

Een afgedankte bedvering

104


Mijn puppy-socialisatie-fiets

105


Hoewel je een Belgische Herdershond niet dikwijls in een fietsmandje zal aantreffen, is hij als pup toch geschikt om met de fiets en in een mandje mee te rijden. Rembrandt genoot van de vele fietstochtjes die we tijdens de socialisatieperiode maakten, en wat meer was, hij ontwikkelde een fenomenaal evenwichtsgevoel. Helaas duren mooie liedjes niet lang. Op de leeftijd van 16 weken moest Rembrandt afscheid nemen van zijn fiets. Het mandje werd stilaan te klein om hem nog comfortabel mee te vervoeren. Het was eigenlijk heel toevallig dat ik op het idee kwam om een fietsmandje te gebruiken. Rembrandt bleek al van bij de eerste rit met de auto, van de fokker naar ons thuis, heel erg wagenziek. Omdat socialiseren voor de hond een positieve ervaring moet zijn, vond ik het niet echt ideaal om overal toe te komen met een misselijke en brakerige pup. Daarom besloot ik om in plaats van de auto, de fiets te nemen en Rembrandt vanuit een fietsmandje op zoveel mogelijk dingen te socialiseren. En dat bleek een schot in de roos. Op weg naar de bakker in het dorp reden we langs weilanden met koeien, paarden, schapen en geitjes. Daar stapten we even af. Op de terugweg volgden we het fietspad langs de drukke steenweg, reden we onder de spoorbrug door, en passeerden we heel wat fabrieken waar vrachtwagens af en aan reden. Voor we onze eigen straat in reden, hielden we onderweg eerst nog even halt aan rioleringswerken in volle uitvoering. Het grote voordeel van zulk een fietstochtjes was dat onze pup in het fietsmandje zelf kon beslissen hoe hij zijn omgeving wilde bekijken. Hij kon rechtstaande mee vooruit in de rijrichting kijken ( wel oppassen als u tussen paaltjes slalomt, kijk eerst vlug achterom om te zien of uw pup niet te ver met het hoofd – aan de zijkanten van de fietsmand – naar buiten steekt ), of hij kon rustig liggend in zich opnemen wat er achter ons gebeurde, of als hij moe werd dan kon hij gewoon languit een dutje doen. Ook bij de komst van onze Schotse Collies Evy en Aagje, bewees mijn puppy-socialisatie-fiets zijn dienst.

106


Een afgedankte bedvering

De bedvering, ĂŠĂŠn van die toestellen die op competitief niveau in het Belgisch Gehoorzaamheidsprogramma steeds weer opduikt. Rudith schrok zich haast dood de eerste maal dat zij een poot zette op zulk een toestel. Zij was toen 1,5 jaar oud. Maar alles went, ook de bedvering. Vanaf de eerste dag dat Rembrandt bij ons in huis kwam werd de bedvering zijn favoriete toestel. Samen konden we er uren op doorbrengen nu eens om er gewoon op te liggen dan weer om er over te lopen of om erop te springen. Ook dit toestel droeg bij tot de ontwikkeling van een ongelooflijk evenwichtsgevoel. Let op ! Zorg ervoor dat de pup zich niet kan kwetsen aan de bedvering. Plaats hem boven een vlakke ondergrond en niet hoger dan 10 cm. Hou hem roestvrij en plaats de palen als dusdanig dat de bedvering hoe hevig die ook beweegt deze palen nooit kan raken zodat je pup er ook nooit tussen geklemd kan raken. Wil je weten waar wij onze bedvering vandaan haalden ? Wij vonden hem op het gemeentelijk containerpark. We hebben er lang moeten voor onderhandelen, maar uiteindelijk mocht hij mee. Kan u niet aan een bedvering geraken dan is een kruiwagen een mogelijk alternatief.

107


En dit is een mooi voorbeeld van :

Het resultaat van een goede socialisatie op beweeglijke ondergronden Elk jaar een week winterpret in de Alpen met de kinderen en de kleinkinderen. En reken maar dat onze honden er net zoveel plezier aan beleven als wij dat doen. Wil je weten hoeveel keren per dag wij een kabelbaan nemen ? Toch minstens vijf maal.

Hier ziet u Evy ( wij waren er natuurlijk ook bij ) op weg naar het panoramarestaurant boven aan het kabelbaanstation op 2.245 m. hoogte vanwaar je een 360° uitzicht hebt op de omliggende bergen en meren. Je kan er heerlijk zonnen in ligstoelen ofwel op het terras ofwel op de bergrug en je kan een hapje eten in het zelfbedieningsrestaurant. Om er te geraken vanuit het dal moet je wel eerst drie verschillende op elkaar aansluitende gondelbanen nemen die je in totaal 1.645 m. hoger brengen. Halverwege kan je natuurlijk ook al uitstappen en vandaaruit het werkelijk schitterende wandelgebied, ook in de winter, verkennen. Hasliberg nabij Meiringen in Zwitserland is dan ook al jaren ons vast wintervakantieadres.

108


109


Balans- en coördinatie- training Anno 2017 is er heel wat veranderd op gebied van fysieke en mentale begeleiding van de hond, als je dat vergelijkt met wat slechts beschikbaar was aan mogelijkheden in 1994 toen Rudith onze eerste viervoeter in onze familie kwam. En aangezien onze Aagje niets liever deed dan rennen en springen, en haast onvermoeibaar leek, moesten we op zoek naar een uitlaatklep voor al die energie. De wekelijkse indoor zwemles bleek niet voldoende. Dus kwam er daarnaast nog eens de fitness-fun training voor pups bij, gegeven door Inge Dillen van NIMBLE-K9. Echter, eens in de puberteit, bleek onze korthaar Oost-Indisch doof voor alles wat te maken had met training. Dus werd de fitness-fun training opgeschort.

vreemde ondergronden Je laat de pup, wanneer dit nog niet bij de fokker zou gebeurd zijn, ook wennen aan ondergronden uit zoveel mogelijk verschillende materialen. Zo leggen wij bij elke nieuwe pup, in de smalle doorgang tussen hal en keuken steeds een stuk plastiek noppenfolie ( dikte variërend van 6 mm. tot meer dan 2,5 cm. ) zodanig dat de pup als hij in huis rondloopt er hoe dan ook over moet en zo zonder moeite eraan went. In de keuken ligt er steevast een lange strook antislip mat ( in een tapijtspeciaalzaak verkrijgbaar per lopende meter ). De geribbelde structuur in deze rubberen mat zal voor de hond zeker nieuw zijn. Echter deze antislipmat ligt er met nog een andere bedoeling. Ze verhindert namelijk dat onze ontstuimige pup wanneer die met natte pootjes van buiten naar binnen komt gespurt, op de gladde vloer zou uitschuiven. Laat je pup ook wennen aan metalen ondergronden.

Tip Wie reeds op vakantie geweest is in de Alpen en gebruik gemaakt heeft van de kabelbaan zal het wellicht opgevallen zijn dat de vloerbekleding van de meeste gondels vlak of geribt metaal is. Op zich niet zo erg wanneer je hond goed gesocialiseerd is op dit soort van ondergrond. Echter wat wel eens vergeten wordt, is dat metaal een goede geleider is. Vooral in de winter, bij vriestemperaturen, kan dit de hond parten spelen. Immers de vloerbekleding van de gondel kan op zo’n moment extreem koud aanvoelen. Wij laten onze hond dan steeds op de bank zitten.

110


moeilijk begaanbare ondergronden Sinds enkele jaren zien we op onze wandelingen zowel in binnen- als buitenland, te pas en te onpas, metalen wandelbruggen uit geperforeerde traanplaat. Vroeger zag je dit soort ondergrond eigenlijk alleen in de Alpen. Het is het materiaal bij uitstek dat gebruikt wordt voor de loopbruggen in de kabelbaanstations in skigebieden. Dit type van ondergrond mag misschien onverwoestbaar / slijtvast zijn en zeer onderhoudsvriendelijk, de reden waarom je het meer en meer tegen komt, voor de hond is en blijft het bijzonder lastig om er over te lopen. Het komt er dus op aan je voervoeter op jonge leeftijd aan dit soort metalen ondergrond te laten wennen, anders zal hij er gegarandeerd niet overheen willen. Gelukkig zie je in de Alpen ondertussen meer en meer kabelbaanstations waar deze voor de hond toch wel moeilijk begaanbare ondergrond bedekt werd met een rubberen variant.

Tip Sommige fokkers laten hun pups reeds op prille pupleeftijd kennis maken met deze toch wel bijzonder lastige ondergrond.

Weet je echter niet of jouw pup door de fokker hierop voorbereid is, koop dan zelf zulk een ondergrond. Waar kan je die vinden ? En onder welke vorm ? Zulk een metalen ondergrond ziet eruit als een soort rooster ( beter gekend als geperforeerde traanplaat ), en vind je eigenlijk in elke doe-het-zelf zaak die ook allerhande bouwmaterialen

111


aanbiedt. Ze worden standaard verkocht in de afmeting 40 cm. breed en 100 cm. lang. En dat is eigenlijk de ideale maat om te gebruiken bij je pup. In een grotere afmeting zou het te zwaar worden om nog goed te hanteren.

Onze eigen ervaringen met onze honden : Rudith maakte van zulke ondergronden niets. Ze had dikke voetzoolkussens, geen ondergrond was voor haar te moeilijk of te lastig. Zij liep overal met het grootste gemak over. Bij Rembrandt kan ik mij eigenlijk niet herinneren dat hij ooit over zulke ondergrond liep. Toendertijd werd in eigen land dit materiaal nauwelijks gebruikt en

112


naar skigebieden ging hij niet mee op reis. Bij Evy ondervonden we hoe lastig zulke een ondergrond kan zijn. Haar voetzoolkussens waren veel gevoeliger, en in vergelijking met Rudith waren ze lang niet zo dik. Toch liep ook zij er altijd zonder morren over, maar je zag duidelijk aan haar lichaamstaal dat zij dit best lastig vond. Om te weten te komen hoe moeilijk begaanbaar deze ondergrond voor honden is, kan je misschien eerst zelf eens blootsvoets erover lopen !

Tip Bij toeval zagen we in een tuincentrum in het rek waar de terrasmatten uitgestald lagen, de rubberen variant van deze metalen ondergrond, ook ringmat genoemd.

Ik had nooit gedacht hier bij ons ergens zulk een ondergrond op de kop te kunnen tikken. De rubberen mat wordt in verschillende afmetingen verkocht, de onze is 50 cm. breed en 80 cm. lang. Ook hier zou ik zeggen : Probeer eerst zelf blootsvoets deze ondergrond uit. Hij lijkt misschien comfortabel om over te lopen, maar is het helemaal niet.

113


Onze ervaringen met Aagje :

114


Toen onze korthaar Schotse Collie bij ons in huis kwam, was ze al niet echt een klein pupje meer. Onmiddellijk begonnen we haar te laten wennen aan onder andere bovenstaande rubberen en metalen ondergrond. Daar waar Evy wel over de rubberen maar nooit over deze metalen ondergrond wou lopen en er nog liever over sprong ( als pup had ze het niet geleerd, gewoon omdat we toen hier nergens zulk een ondergrond op de kop konden tikken ), vond onze kleine korthaar het doodnormaal om erover te lopen. Op dat ogenblik toch. Toen Aagje voor het eerst mee op wintervakantie ging naar Davos in Zwitserland ( maart 2018 ), wilde ze plots niet meer over die ijzeren variant lopen. Die kwamen we tegen toen we wilden inchecken voor een ritje met de kabeltrein van Davos-centrum naar Schatzalp ( zie foto op de vorige pagina ). Voor meer info : https://www.schatzalp.ch/de/schatzalp-bahn/ Een ticket per persoon kostte ons 8,00 CHF enkele rit, je viervoeter kan gratis mee.

Onderweg was Aagje de rust zelve. Ze zat tussen ons in, wat gezien de vele skiĂŤrs en snowboarders die ook mee instapten onderweg, de veiligste plaats was.

115


Tip Vanuit Schatzalp kan je te voet terug naar beneden. Als het gevroren heeft, en er veel sneeuw ligt, kan deze geruimde wandelweg flink verijzeld zijn. Wij bevestigen in zulke omstandigheden steeds een soort sneeuwkettingen ( Yaktrax Walker ) aan onze schoen -zolen. Op die manier kan je zonder problemen die winterse omstandigheden de baas. Voor meer informatie : https://www.yaktrax.co.uk Je kan ze online bestellen, of kopen in de betere bergsport of trekking-winkel.

Echter 6 maanden later ( oktober 2018 ) tijdens onze vakantie in Frankrijk, vormde deze ijzeren variant plots geen enkel probleem meer voor onze korthaar.

We logeerden in Le Croisic ( Loire Atlantique ) aan de CĂ´te Sauvage, toen we tijdens een eerste lange wandeling langs de kust, richting Le Pouliguen, voorbij een reeks van grotten kwamen. De mooiste was wel de Grotte des Korrigans. Deze grot was alleen de bereiken via een trap in geperforeerde traanplaat. En alleen buiten het zomerseizoen (

116


voor 15/6 en na 15/9 ) mocht de hond mee. Tijdens het zomerseizoen mocht dat alleen voor 9 uur ’s morgens en na 21 uur ’s avonds.

Aagje aarzelde even toen ze deze toch wel moeilijk begaanbare ondergrond zag, maar toen wij naar beneden gingen, twijfelde ze niet langer meer en ging ze gewoon mee.

117


En dit maakte dat we de werkelijk prachtige grot ( alleen bereikbaar bij eb ) konden verkennen.

Onze korthaar Collie kon los / onaangelijnd mee, dus dat maakte het voor haar dubbel zo plezierig.

118


En dit was dan de Grotte des Korrigans. Net een roversgrot uit een piratenfilm.

Zo zie je maar dat een viervoeter die op zoveel mogelijk verschillende ondergronden werd voorbereid, later je veel meer mogelijkheden geeft om onverwachte zaken, die je onderweg tegen komt, te bezoeken. En tevreden zetten we onze wandeling verder.

119


Nog een andere moeilijk begaanbare ondergrond is : vee-roosters. Je komt ze vooral in de Alpen overal onderweg tegen. Rudith liep er steeds probleemloos over. Waar ze dat geleerd heeft weten we niet, maar voor haar vormde dit nooit een barrière. Ze deed het gewoon. Rembrandt, Evy en Aagje daarentegen moe(s)ten we steeds over deze veeroosters dragen wanneer ze er niet rondom voorbij konden gaan.

ongewone ondergronden In Frankrijk, in de Savoie ( september 2011 ), kwamen we op de Mont Revard, welke uitkijkt over het meer van Le Bourget, wel een heel origineel uitkijkplatform tegen. Eentje met een ondergrond in gewapend glas. Kan je geloven dat op elke drie bezoekers er minstens één niet over deze ondergrond durfde te lopen, en dat waren niet altijd dames ! Evy maakte er alvast niets van, Walter ook niet… maar bij mij duurde het toch wel even voor ik erop durfde. Neen, zulk een ondergrond is niets voor mensen met hoogte- of dieptevrees. Zou zoiets ook bij honden bestaan ? Tot hier enkele voorbeelden van ( voor de hond ) vreemde ondergronden.

120


Dit hou je niet voor mogelijk ! Aagje die plots over onze buxushaag loopt ( maart 2017 ). Over zulk een moeilijk begaanbare ondergrond zie je je viervoeter liever NIET lopen. Wij toch niet ! Gelukkig moest deze haag toch verwijderd worden.

121


En we kregen nog meer ongewoon gedrag te zien. Ook ditmaal NIET AANGELEERD ! Aagje die een put graaft in ĂŠĂŠn van onze bloembakken ( april 2017 ).

Gelukkig groeide dit soort van kattekwaad er vanzelf uit. Echter, als we ooit op reis een mooie tuin willen bezoeken, en onze korthaar mag mee, zullen we haar maar goed in het oog houden. Dit soort activiteiten kunnen we missen als kiespijn.

Soms wordt een ondergrond moeilijk omwille van de locatie waar hij zich bevindt

spelonken, kloven en watervallen Ze hebben iets spannends, en maken een uitstap avontuurlijk. Of zulk een tochtje voor onze hond als vanzelfsprekend is, daar denken we meestal niet over na. Wandelen achter/onder een grote waterval, door een spelonk naar een uitzichtpunt gaan, uiteraard in het pikdonker, of in een kloof hoog boven wild kolkend water over een aan de rotswand bevestigde loopbrug wandelen. Rudith en Evy vonden dat niet meer dan normaal.

122


Hier zie je ons op stap in de Gorges du Fier in de buurt van Annecy, Frankrijk ( september 2011 ). De wandelbrug in de kloof ( 252 m. lang ) is bevestigd aan de rotswand 25 m. boven het kolkende water in de diepte. Viervoeters mogen ook mee. Voor meer info : https://www.youtube.com/watch?v=nB0CnJptJaA

123


In de Tolmin kloof in het Triglav nationaalpark in SloveniĂŤ ( september 2013 ) moesten we tijdens een wandeling onverwacht door een pikdonkere spelonk, om een spectaculair uitzichtpunt te bereiken. We moesten, op de tast, omhoog stappen op een rotsachtige ondergrond, terwijl langs de wanden overal water binnen sijpelde. Op de terugweg nam ik een foto met flitslicht. Of we iets van de binnenkant zouden te zien krijgen wist ik niet. En dit was het resultaat. Evy maakte het niets uit, licht of geen licht !

Uiteraard moet er nog op veel meer voorbereid worden, zo onder meer op :

Het voorkomen van overmatig blaffen Alle honden blaffen. En Schotse Collies ( alle herdershonden trouwens ) blaffen graag, veel en luid als je ze daartoe de kans krijgen ! Waarom dat zo is, lees je in deel 2 van dit e-boek onder de titel : Soms ben je aangenaam verrast hoe flink je viervoeter wel is. Echter, vanaf de eerste dag dat een pup vb. Aagje in ons gezin kwam, was het alle hens aan dek. Al bij de allereerste blaf ( die bij de meeste van onze pups zeker niet de eerste dagen kwam, maar eerder pas na een paar weken ) werd er gereageerd. En dit met het terugroepen van onze viervoeter. Kwam deze onmiddellijk naar ons toe, dan werd er

124


uitbundig beloond. Meestal hielden we haar dan ook een tijdje binnenshuis zo dat zij niet direct terug naar buiten zou stormen naar diezelfde plek om opnieuw te blaffen. Na die eerste blaf, werd ze nog scherper in de gaten gehouden. Buren werd gevraagd nooit aandacht te schenken aan onze pup en niet te reageren als zij aandacht opeiste. We wilden niet dat zij blafgedrag zouden in de hand werken. En als er zich situaties voordeden waarin we verwachtten dat zij zou blaffen ( vb. wanneer ik zag dat ze iets fixeerde, of ergens bewust snel naartoe liep, waarschijnlijk om erop te reageren… met blaffen ), riep ik haar reeds terug nog voor zij effectief geblaft had. Kwestie van kort op de bal te spelen. Soms gebeurde het toch nog dat zij onverwacht blafte, dan werd er onmiddellijk gereageerd… in het begin steeds met terugroepen, later met het commando “ Neen ! ”. Maar dat kon natuurlijk pas wanneer dit commando vooraf eerst aangeleerd en perfect gekend was.

Het commando “ Neen ! ” aanleren, wat in deze context zo veel betekent als “ Stop onmiddellijk met blaffen ”. Hoe ging ik te werk :

Het aanvangs-niveau :

Binnenshuis had onze Aagje nog nergens geblaft. Echter, na de eerste les show-training in een hondenschool, toen ik in het clublokaal nog even napraatte met andere Smooth Collie eigenaars, kwam daar plots verandering in. Ook al was het maar heel kort dat ze blafte ( om welke reden dan ook ), voor mij kon dit niet. En dus wilde ik haar dit onmiddellijk duidelijk maken. Op dat ogenblik was ze aangelijnd en stond ze vlak naast mij.

Het eind-resultaat :

Ik wilde bekomen dat Aagje als ze toch eens onverwacht zou blaffen, op een ogenblik dat dit niet gepast was ( ongeacht of ze zich vlak bij mij bevond of ergens op een afstand ), op het commando “ Neen ! ” onmiddellijk zou stoppen met blaffen. Deze oefening was niet nieuw voor mij, ik had ze ook al bij Rudith, Rembrandt en Evy op dezelfde wijze aangeleerd. Dus nu bij Aagje reageerde ik bijna automatisch. En het miste zijn effekt niet. Dus op het ogenblik dat ze blafte ( ze stond aangelijnd naast mij ), zei ik het commando “ Neen ! ” en tegelijkertijd hield ik één hand over de muil. Indien nodig kon ik met diezelfde hand de muil ZACHTJES dicht houden. Met de andere hand had ik natuurlijk de leiband vast. Stopte ze met blaffen dan verwijderde ik mijn hand van de muil. Extra belonen is hier niet nodig. Al onze honden hoorde je heel weinig blaffen. En als ze blaften, was het omdat er iets te melden viel.

125


Het commando “ Luid ! ” aanleren Ik ben absoluut TEGEN het aanleren van het blaffen op commando, ALS het nadien de bedoeling is dat je hond NOOIT meer mag blaffen. Immers de stimulus-controle fase zegt ( uitleg zie verder ), dat de hond een aangeleerd gedrag NIET MEER mag tonen zonder dat daartoe het commando gegeven werd. En ik vind dat in dit geval een vorm van dierenmishandeling. Voor mij moet een hond de mogelijkheid hebben om te blaffen. Het is voor hem een communicatiemiddel. Daarnaast is blaffen steeds een teken van een innerlijk stemmingsconflict. En dat moet hij kunnen uiten ! Van Schotse Collies wordt weleens gezegd dat wanneer je een goede band met je viervoeter hebt, hij ook tegen je spreekt ( gebruikmakend van alle blaf-toonaarden ). En dat was ook het geval bij onze Evy en Aagje. En ik kan je verzekeren dat zij zich zeer goed verstaanbaar konden maken ! Bij honden die graag, veel en luid blaffen zou ik dit commando niet aanleren. Gewoon, omdat als er iets is dat je moet weten, ze het zeker zullen komen melden. Rudith, onze Berner Sennenhond, daarentegen was een viervoeter die je eigenlijk nooit hoorde blaffen. Haar heb ik het commando “ Luid ! ” wel aangeleerd, om haar indien dat nodig was ( vb. bij onraad ‘s nachts thuis of op ons vakantie-adres ) te laten blaffen. En het is al van pas gekomen ! In deel 2 van dit eboek lees je meer hierover, onder de titel : Hoe waaks is je hond op reis, op je vakantie-adres.

Spiegels Heel veel fokkers zullen hun pupjes reeds bij hen laten wennen aan een spiegel. Doe navraag. Is het nog niet gebeurd dat zal jij het moeten doen. Heb je nergens in huis een spiegel die laag genoeg komt zodat de pup zichzelf erin kan zien, als hij voorbij loopt, koop dan eentje ingekaderd. Je vindt deze in elke doe-hetzelf zaak. Zulk een spiegel hoeft helemaal niet groot te zijn, maar wel groot genoeg dat je pup zichzelf er helemaal in kan zien. Waarom een pup socialiseren op een spiegel ? Pups die zichzelf de eerste keer in een spiegel zien, weten uiteraard niet dat zij dat zelf zijn. Bij het zien van die ander kunnen zij uiteenlopend kalm, verschrikt, angstig, agressief… reageren. Een pup die van jongsaf heeft kennis gemaakt met zijn spiegelbeeld zal daar in de toekomst niet meer op reageren. En dat is ook nodig. Zeker als je viervoeter mee op vakantie gaat, zal hij te pas en te onpas zichzelf in de spiegel tegen komen.

126


En dit is een mooi voorbeeld van :

Het resultaat van een goede socialisatie op spiegels

127


128


Zo staat er in heel veel hotelkamers een levensgrote spiegel. Op de 1ste foto zie je onze Schotse Collie “ in de spiegel ” die op de kamer stond in het Puro Hotel in Gdansk, Polen. Maar je komt op nog meer plaatsen spiegels tegen. Zo zijn heel veel liften aan de binnenkant met een spiegel bekleed. Op de 2de foto zie je hoe Evy op ons commando “ Ga maar ! ” de lift van het H15 Hotel in Warschau ( PL ) binnengaat, tot helemaal achteraan, zo dat er voor ons ook nog genoeg plaats overblijft om mee in te stappen. Op het zien van haar spiegelbeeld heeft Evy nog NOOIT gereageerd ! Dat de meeste dieren die voor het eerst hun spiegelbeeld zien best heftig kunnen reageren, kan je op volgend you tube filmpje bekijken : https://www.youtube.com/watch?v=GaMylwohL14voor Voor onze viervoeters geldt dat uiteraard ook.

De ervaringen met onze korthaar Collie Aagje : Toen Aagje, onze Korthaar Collie, op pupleeftijd in onze familie kwam, reageerde ook zij heftig op haar spiegelbeeld. Nochtans stond er bij de fokker in de welpenkamer ook een grote spiegel op de grond.

129


130


Maar misschien waren de pupjes te veel of te druk met elkaar bezig en associeerden ze hun spiegelbeeld niet met zichzelf, maar met ĂŠĂŠn van de anderen in de kamer. In ieder geval, toen Aagje zichzelf voor het eerst in onze spiegel zag, schrok ze zich rot. Ze sprong 2 meter achteruit en probeerde al blaffend en grommend de indringer weg te jagen. Pas na een kwartiertje durfde ze dichter bij te komen. En toen zag ze dat alles OK was. De spiegel lieten we nog een tijdje staan, zodat we absoluut zeker konden zijn, dat ze er in de toekomst niet meer op zou reageren.

Socialiseer je pup ook op zoveel mogelijk externe indoor-prikkels, zoals automatische schuifdeuren, winkelkarretjes en luidsprekers Regent het buiten dat het giet dan is een groot indoor tuincentrum de ideale plek voor socialisatie. Honden zijn er meestal welkom. Ga op een ogenblik dat het niet te druk is. Neem de hond aangelijnd met je mee. Laat bij aankomst je pup eerst buiten ergens de behoeften doen als dat thuis nog niet gebeurd was. Wandel vervolgens met hem naar de ingang, met een beetje geluk is er een automatische schuifdeur. Zorg dat hij deze deur ziet opengaan alvorens naar binnen te stappen. Aarzel niet bij het naar binnen gaan. Eens binnen zal hij zeker ook opgemerkt hebben dat de deur achter hem weer is dicht gegaan. Binnen gekomen wandel je langs de bloemen- en plantentafels. Je pup leert er waarschijnlijk voor het eerst kennismaken met winkelkarretjes. Later als je hem leert om netjes mee te wandelen aan de lijn kan je hier in het indoor plantencentrum hem netjes leren lopen naast het winkelkarretje. Nog later kan hij gewoon mee als je bloemen en planten komt kopen en die in een winkelkarretje vervoert. In een plantencentrum wordt meestal regelmatig iets omgeroepen via de luidsprekers ook daaraan moet een pup wennen. Zo zie je maar dat ook bij regenweer je buitenshuis je pup kan socialiseren zonder dat jullie daarbij kletsnat hoeven te worden !

Onze ervaringen met Aagje : Omdat onze kortharige Schotse Collie, in tegenstelling tot onze andere viervoeters een heel rustige pup was, zette ik ze in het tuincentrum op het babyzitje van een winkelkarretje. Ze bleef braaf zitten en keek rustig om zich heen. Zeker een half uur brachten we door bij de dwergkonijntjes, de hamsters en de cavia’s. Alleen vanuit het winkelkarretje kon ze die zien, dat was meegenomen ! We hebben bijgevolg dit tuincentrum meermaals bezocht. En tijdens de 2de socialisatie-fase bezochten we opnieuw dit tuincentrum. Echter nu met onze korthaar die aangelijnd netjes mee wandelde, dus zonder

131


dat we zelf een winkelkarretje namen. Dit om opnieuw aan al die specifieke prikkels te wennen. Nadien als alles goed ging, deden we onze aankopen met winkelkarretje. En hier zie je onze poppemie opnieuw in een tuincentrum ( december 2018 ). Drukte, veel ongewone geluiden ( in de kersttijd staat er daar ook een authentieke paardenmolen te draaien ), winkelkarren vol bloemen en planten, overal kerstversiering, en kuierende mensen. Onze korthaar Collie kan er uren tussen wandelen. En dan aan de kassa een hondensnoepje krijgen omdat ze toch weeral zo braaf was geweest, je zou voor minder graag mee gaan. En dat weten vele viervoeters, want je bent er als hond nooit alleen.

132


Er zijn nog veel meer plaatsen waar je hond mee naartoe kan, met wat zoekwerk kom je dat snel genoeg te weten. Zo kan onze hond mee in het postkantoor, de apotheek, en het bank-agentschap. Ook naar het politiebureau kan hij mee en in de doe-het-zelf zaak. En als hij ergens niet mee naar binnen mag dan heeft hij geleerd om netjes te wachten in de auto.

Liften Is het genoeg als je je pup goed socialiseert op bewegende ondergronden, om hem nadien probleemloos mee te kunnen nemen in elke lift ? Voor sommige liften waarschijnlijk wel. Echter je komt ongelooflijk veel soorten liften tegen : Zoals eerder vermeld, zie je heel veel liften met minstens ter hoogte van één wand een grote spiegel. Dit om deze kleine ruimte veel groter te laten lijken. Dus ook best je viervoeter op jonge leeftijd vertrouwd maken met spiegels. Echter je komt soms ook heel originele lift binnenbekledingen en -uitvoeringen tegen. Zo was de lift in het Bonerowski Palace Hotel te Krakau ( PL ), aan de binnenzijde volledig bekleed met, laat ons hopen,( imitatie-) krokodillenhuiden. En in het V8 Hotel Classic te Böblingen bij Stuttgart ( D ) zag de lift er aan de binnenzijde uit als een opberghok voor het schoonmaakgerief, inclusief emmer, dweil en schuurborstel. Niets was echt, alles was wel levensecht geschilderd. Spijtig genoeg heb ik er geen foto’s van genomen. En wat met een lift waarvan de wanden bestaan uit gewapend glas ? En waarbij het lijkt alsof je omgeving beweegt !

Tip Toen onze viervoeters nog klein waren, namen we hen mee naar de stad. We parkeerden de auto in een ondergrondse parkeergarage en namen, met onze pup op de arm, de lift naar boven en later op onze terugweg naar de auto, weer naar beneden. Bij Aagje weet ik, dat we in een winkelcentrum aan de Groenplaats in Antwerpen, ook eenmaal een lift, waarvan alle wanden uit gewapend glas bestonden, naar beneden namen. Maar veel meer is er niet met echte liften geoefend. Wel werden al onze viervoeters als pup, met uitzondering van onze Berner ( toen kenden we het belang daarvan nog niet ), zeer goed gesocialiseerd op bewegende ondergronden. Bij Rudith zijn we pas op latere leeftijd ( 18 maanden ) begonnen met het laten wennen aan allerhande bewegende ondergronden. Maar ook daarna had zij geen enkel probleem met dit soort van situaties.

133


Zie, op de volgende foto die genomen is in Hotel Liberty te Offenburg in Duitsland ( april 2019 ), Aagje die de rust zelve is als we met de lift, die bestaat uit 4 glazen wanden, naar de 3de verdieping gebracht werden, waar onze kamer zich bevond.

In een lift ( en ook in een gondel van een kabelbaan, of in een bus of tram ) kan het gebeuren dat er zoveel volk mee moet dat je dicht op elkaar gepakt staat. Ook daaraan leer je best je viervoeter op jonge leeftijd wennen, om later niet in paniek te geraken.

134


Waarom met een jonge pup op reis gaan ? Op de leeftijd van vier maanden ondernemen wij steeds weer met elke nieuwe pup een eerste reis. Dit in het kader van een nog meer uitgebreide socialisatie. Je kan je pup thuis en in de eigen omgeving nog zo goed socialiseren als je wilt, toch zal je op reis nog heel wat prikkels en situaties tegenkomen die nu eenmaal eigen zijn aan reizen. Zo leert een pup tijdens een eerste reis bijvoorbeeld dat het heel normaal is, als jullie in de hotelkamer zijn, dat er vreemde mensen en ook andere honden op de gang voorbij komen, ook ‘s nachts. Daarop mag hij NIET reageren. Uiteraard dien je tijdens de socialisatieperiode je hond ook goede manieren aan te leren. Niets is plezieriger dan een hond die zich in alle omstandigheden netjes weet te gedragen. De eerste reis met onze honden is altijd een soort test waarbij nagegaan wordt in hoeverre de socialisatie en de opvoeding zijn opgeschoten. Echter wat onze ervaring hier omtrend betreft kunnen we zeggen dat het meenemen van een jonge pup op reis eigenlijk geen onoverkomelijke problemen met zich meebrengt. Een goede voorbereiding staat hiervoor garant. En net zoals voor kinderen geldt ook voor honden het volgende spreekwoord : “ Jong geleerd is oud gedaan �.

Bovenstaande foto werd genomen op een Portugees strand in de zomer ( juli ) van het jaar 2000.

135


Tip Wat was ik aangenaam verrast toen tijdens een seminarie over relatie en binding, gegeven door Mechteld Käufer en Dr. Udo Ganslosser, we te horen kregen dat een vakantie met de jonge hond ideaal is om een sterke sociale binding tot stand te brengen. En dit in het bijzonder wanneer de hond tussen 14 en 17 weken oud is. In deze gevoelige periode voor sociale binding ( die 2 tot 3 weken duurt ) zal dit namelijk het gemakkelijkst en het snelst plaats vinden, nadien zal men veel meer moeite en inspanningen moeten leveren voor een zelfde resultaat.

Onze ervaring met Rudith : We hadden met onze Bernerpup een eerste reis ( naar Italië ) gepland vlak na de rabiës-inenting. Als beginnend hondeneigenaar wisten we natuurlijk niets van die 21 dagen wachttijd alvorens de landsgrenzen te mogen oversteken. Omdat Rudith niet mee kon, is ze die ene vakantie op logement gegaan bij de fokker. Echter bij onze terugkomst stelden we vast dat zij een sterke sociale binding had opgebouwd met de fokker. Het kostte ons vele maanden moeizaam werk om eenzelfde sterke sociale band met haar tot stand te brengen. Maar uiteindelijk lukte het ons toch. Nooit nog zullen we in die gevoelige periode voor sociale binding een hond op logement laten gaan.

Onze ervaring met Evy : Onze langhaar Schotse Collie pup kwam op de leeftijd van 11 weken in onze familie. We hadden haar bij de fokker in Duitsland slechts eenmaal gezien en dat was op de leeftijd van 7 weken. Ons bezoek had toen niet langer dan 30 minuten geduurd. Eens bij ons thuis was er één iets waarover ik mij zorgen maakte. Als Evy mee op stap was en ze zag een man die qua leeftijd en postuur op de fokker leek, dan wilde ze deze steeds wijd kwispelend tegemoet gaan. Waren we dicht genoeg genaderd, en zag ze dat het niet de fokker was, dan kwam ze snel weer bij mij. Ik vermoedde dat ze waarschijnlijk al een beginnende binding had opgebouwd met de fokker, in de weken voor we haar kwamen afhalen. Ik twijfelde eraan of ik met haar een band zou kunnen opbouwen die even sterk of sterker was dan met de fokker. Echter toen we naar een welpentreffen gingen, dat door de fokker georganiseerd was, Evy was op dat ogenblik 14 maanden oud ( juni 2004 ), bleek onze binding zo intens dat onze Schotse Collie zelfs niet eenmaal naar de fokker toe ging. We kregen veel complimenten over het feit dat we zo’n hecht team waren. Maar de fokker vond het wel sneu dat Evy hem niet eenmaal was komen begroeten ( hoewel daarvoor ruimschoots de gelegeheid was geweest ), wat al de andere nestbroertjes en –zusjes wel gedaan hadden.

136


En dan kwam de nieuwe EU – import reglementering + daaruit voortvloeiend het Belgische KB, voor pups afkomstig uit het buitenland. Dat zegt, dat pas na de rabiësinenting op 12 weken ( + min. 21 dagen wachttijd ) de jonge hond buiten de landsgrenzen mag reizen. Op 29 december 2014 ging ze van kracht. Voor meer info, ga naar : http://www.afsca.be/persberichten/2014/2014-11-28.asp

Wat kunnen we hier doen, om die gevoelige periode voor sociale binding niet verloren te laten gaan.

Ik vroeg het Dr. Udo Ganslosser, en dit was zijn advies : Probeer tot de leeftijd van 12 weken de pup regelmatig te bezoeken, zo dat hij je toch al een beetje kent. En eens de rabiës-inenting gekregen neem je hem mee, doch je blijft in zijn geboorteland. Ideaal is wanneer je 3 weken vakantie kan nemen, om samen met je pup door te brengen.

De opbouw van een wederzijdse vertrouwens-relatie, dé basis voor een optimale binding/band later Hierbij is het belangrijk te weten dat vertrouwen ( of wantrouwen ) het eerste levensjaar wordt ontwikkeld en nadien NIET meer kan veranderd worden !

Wetenschappelijk onderzoek en vele studies over de bindingssystemen tussen mens en hond brachten aan het licht dat pups pas na de leeftijd van 12 weken in staat zijn om een individuele binding aan te gaan met mensen. Het is ook pas vanaf die leeftijd dat zij bekende mensen, en daarmee wordt bedoeld de eigen mede-familieleden, kunnen onderscheiden van onbekende personen. Voor die leeftijd vinden pups, op voorwaarde dat ze goed gesocialiseerd zijn op mensen, EN op voorwaarde dat hun moeder een goede ( ontspannen, vriendelijke en positieve ) relatie had met de fokker ( want zij is immers hun grote voorbeeld op die leeftijd ), ALLE mensen interessant en sympathiek. Maar daar blijft het ook bij, voor een echte binding is het dan nog te vroeg.

137


Maar eerst wat meer uitleg over de begrippen

Binding / band en het verschil met relatie Om het beknopt te houden : -

Een BINDING of BAND tussen 2 individuen ( mens – mens of mens – hond ) is veel intenser dan een RELATIE tussen 2 individuen.

-

Vanaf het moment dat er bij een RELATIE een emotioneel aspect komt kijken, spreken we van een BINDING / BAND.

-

Kenmerkend voor een RELATIE is dat de individuen vervangbaar zijn door iemand anders, wat bij een BINDING / BAND onmogelijk is.

-

Als 2 individuen ( mens – mens, mens – hond, of hond – hond ) elkaar voor het eerst ontmoeten, is er op dat moment nog geen sprake van een RELATIE.

-

Een goede RELATIE wordt gekenmerkt door zijn voorspelbaar karakter, door weinig conflict-potentieel en weinig onaangename verrasssingen.

-

Men kan een goede RELATIE hebben, en toch geen BINDING / BAND, het omgekeerde is niet mogelijk.

Ook met onze honden is het perfect mogelijk een goede RELATIE te hebben en toch geen BAND. Als een nieuwe pup / hond in de familie komt, moeten we dus uitmaken of we enkel een goede RELATIE met hem willen, of misschien toch meer. Opdat een BINDING tussen viervoeter en mens zou kunnen tot stand komen, moet hij bij de fokker al op zeer jonge pupleeftijd ( tussen de 5de en de 12de week ) goed op mensen gesocialiseerd worden. En dit liefst op zoveel mogelijk verschillende typen van mensen. De pup moet in die gevoelige periode leren dat iets op 2 benen een mens is, en dat die mens hem veiligheid geeft. Meer niet ! Is een fokker daar niet mee bezig, ga dan op zoek naar een andere en betere fokker. Uiteraard moet men met het aantal verschillende contacten ook niet overdrijven. Vanaf de eerste dag dat de pup is afgehaald, starten we met het opbouwen van een wederzijdse vertrouwensrelatie. Deze kan alleen groeien als het baasje en de hond veel tijd vrij maken voor elkaar. En daar is spel een belangrijk onderdeel van. Spel ver-

138


stevigt de RELATIE en de BINDING tussen baas en hond omdat men op mekaar ingespeeld raakt, iets wat alleen maar voordeel kan hebben. Echter de kwaliteit van de RELATIE of de BINDING zal mede beinvloed worden door het feit of baasje en hond wel bij elkaar passen ! Men weet ondertussen dat honden houden van zelfbewuste, vriendelijke mensen met een duidelijke taal / communicatie. Zij staan voor soevereiniteit en veiligheid. Echter heeft de hond een vergelijkbaar sterk karakter als zijn baasje, dan zal het langer duren eer een RELATIE of BINDING tot stand komt. Daar staat wel tegenover dat eens tot stand gekomen ze eigenlijk zelden of nooit kwetsbaar is voor crisissen. In het algemeen geldt, hoe verschillender het karakter van baasje en hond, hoe sneller de tot standkoming van een RELATIE of BINDING, gewoon omdat de hond zich bij een baasje met een sterker karakter goed zal voelen en veilig. Stressgevoelige, onzekere baasjes wordt aangeraden eerder te kiezen voor een gemakkelijke en rustige hond. En zich te laten bijstaan door een professioneel hondentrainer.

Hoe kunnen we weten of we een goede band/binding hebben met onze viervoeter ?

139


Kenmerkend voor een optimale binding is dat je viervoeter angstvrij zijn omgeving zal verkennen / exploreren, ECHTER zonder het contact met jou te verliezen. En dat zie je zeer goed tijdens een wandeling waarbij de hond vrij mee loopt, dus onaangelijnd is. Men moet wel goed oppassen dat het evenwicht behouden blijft tussen het exploratiegedrag en de binding met jou. Wanneer het exploratie-gedrag te groot wordt, kan je viervoeter neigen naar onafhankelijkheid en dan hebben we natuurlijk een probleem. Dus onze doelstelling moet zijn, om de hond een maximale vrijheid te geven, waarbij hij toch constant met ons contact houdt. En dat kan je uittesten, door tijdens een wandeling hem regelmatig naar jou terug te roepen.

Zie hier onze ervaringen met Evy : Op het ogenblik dat onze Schotse Collie als kleine pup bij ons in de familie kwam ( eind juli 2003 ), hadden we nog nooit gehoord van het feit dat er tussen baasje en hond dezelfde bindingssystemen terug te vinden zijn, als tussen kind en verzorgingspersoon ( hetzij de mama, hetzij de papa, hetzij een andere verzorgingspersoon ). Wij hebben bij de opbouw van de wederzijdse vertrouwensrelatie, met de bedoeling om tussen ons en onze viervoeter een zekere, stabiele, individuele binding tot stand te brengen, dan ook vooral ons buikgevoel, of noem het onze intuitie, gevolgd. Wat onmiddellijk opviel vanaf dag één was, dat in tegenstelling tot onze andere honden, Rudith en Rembrandt, Evy een grenzeloos vertrouwen in mensen had. Met wat we nu weten, kunnen we de fokker daar alleen maar dankbaar voor zijn. In de weken en maanden die daar op volgden werden wij een echt team. Toch vroeg ik mij dikwijls af, of er eigenlijk wel een hechte band tussen ons was. Onze Schotse Collie was intussen uitgegroeid tot een zeer zelfbewuste, ondernemende viervoeter, die in alles wat ze deed een enorm rust uitstraalde, en daarnaast ook zeer moedig en onverschrokken bleek. Tja, misschien was dit gewoon haar aard. Op zeker ogenblik werd er door de fokker in Duitsland een welpentreffen georganiseerd ( juli 2004 ). We gingen er naartoe en namen deel aan heel wat activiteiten. Echter wat voor mij het meest onvergetelijk was die dag, was de lange wandeling in het nabij gelegen bos. Daar werd duidelijk welk een super band er tussen ons was gegroeid. Voor het vertrek, werd er gezegd dat alle viervoeters vrij, onaangelijnd mee konden, indien het baasje dat wenste. Onze Schotse Collie, net 14 maanden oud, had nog nooit vrij meegewandeld. Dat kon ook nergens in de onmiddellijke omgeving bij ons thuis en als we uit wandelen gingen dan moest dit steeds aangelijnd gebeuren. Maar nu de gelegenheid zich voordeed dacht ik, waarom niet ! Ik lijnde haar af, en gaf het commando “ VRIJ ! ” en weg was ze. We waren met zoveel wandelaars en zoveel honden, dat ik onze Schotse Collie vrijwel onmiddellijk uit het oog verloor. Ik wist zelfs niet of ze zich ergens voor mij bevond, of ergens achter mij. Ik zag alleen een lange sliert mensen en daar tussen heel veel, heen en weer lopende, viervoeters, bijna allemaal langharige Schotse Collies. Op datzelfde ogenblik werd ik aangesproken en raakte ik in een gesprek verwikkeld. Ik wilde niet onbeleefd of asociaal zijn en alleen maar oog hebben voor Evy. Dus besloot ik om haar niet te gaan zoeken, maar te proberen haar terug te roepen. Of ze mij zou horen, daar had ik

140


geen flauw idee van. Echter, wat gebeurde was buiten alle verwachting. Telkens ik het fluitsignaal voor het hierkomen gaf, stond ze als de bliksem naast me. Ik was totaal verrast. Als beloning gaf ik haar telkens weer alle vrijheid. En iedere keer weer verdween ze onmiddellijk uit het zicht. Dit scenario herhaalde zich vele keren gedurende gans de wandeling, ik stond echt perplex ! Op dat moment, verklaarde ik haar snelle reactie, als een perfect uitvoeren van de oefening HIERKOMEN, in dit geval onder heel veel afleiding van andere, vreemde mensen en honden. Maar ondertussen weet ik dat het onze hechte band was, die voor dit perfect hierkomen op commando gezorgd had. Evy had hier ALLE vrijheid gekregen, en toch was er op elk moment die enorme verbondenheid tussen ons. Dat dit met een viervoeter mogelijk was, had ik nooit durven denken. In ieder geval, het heeft ons vertrouwen in elkaar alleen nog groter gemaakt. Algemeen geldt dat een goede binding gekenmerkt wordt door een viervoeter die graag en dikwijls oogcontact maakt met zijn baasje. En die gemakkelijk naar baasje toe komt als hem dat gevraagd wordt.

141


Dus begin eens de pup in je familie is gekomen zo snel mogelijk met het belonen van ELK spontaan oogcontact. Als je wilt weten hoe ik te werk ging bij onze honden, lees dan verder bij de AANDACHTSOEFENING. Eens dit op punt staat, begin je met het belonen van de pup TELKENS die spontaan naar je toe komt gelopen. Je kan de verdere opbouw hiervan in detail lezen bij DE OEFENING HIERKOMEN. Echter met deze twee oefeningen alleen kom je er niet als je een super BAND met je hond wilt. Uiteraard spreekt het voor zich dat er ook dagelijks gespeeld wordt met de pup. Dat kan binnenshuis zijn maar ook buiten. En dat er veel samen op avontuur gegaan wordt. Een wandeling in het bos of een uitstap naar zee zijn activiteiten die een enorm samenhorigheidsgevoel creĂŤren, uiteraard op voorwaarde dat BEIDE partijen er plezier aan beleven ! Maak ook genoeg tijd vrij voor uitgebreide knuffelpartijen, want hierbij komt OXYTOCINE vrij, dat ook het bindings- of het wij-horen-samen hormoon wordt genoemd. En gun je nieuw gezinslid ook voldoende rust.

Bij het opbouwen van een wederzijdse vertrouwensrelatie is het HEEL belangrijk dat : -

onze viervoeter ervaart dat hij ALTIJD en OVERAL veilig is bij ons, en OP ELK MOMENT op ons kan rekenen het loont om zich naar ons te oriĂŤnteren hij zichzelf kan ontplooien, en daarvoor de nodige / maximale vrijheid krijgt

Tip Zich emotioneel goed voelen, is meer dan ervoor zorgen dat stressoren niet aanwezig zijn. Wetenschappelijk onderzoek wees uit dat, als de hond meer controle kan hebben over het eigen gedrag, dus zelf kan kiezen en beslissen, hij in de hersenen meer serotonine gaat afscheiden. En dat voelt goed. Dat geeft hem een instant goed gevoel. Echter het is niet een bepaald niveau aan serotonine dat doet goed voelen, maar wel de afscheiding ervan. Dus het is nodig dat dit niveau op en af gaat, en dat er daarna weer een afscheiding komt. Wat geeft oa. een afscheiding van serotonine ? Wel, situaties waarin de hond vrij kan kiezen ( vb. jullie gaan samen met de bal spelen, laat hem kiezen met welke bal. En laat hem zelf beslissen hoeveel keren je zijn bal zal weg werpen ), dit zonder dat er dreiging aanwezig is ( vb. van aversieve consequenzen, zoals een dreiging dat hij kan gestraft worden als hij niet het gewenste gedrag toont ). Als je viervoeter de keuze / vrijheid krijgt om iets te doen of niet te doen, gaat dit ook aanleiding geven tot een sterkere band tussen jullie. Bij het omgekeerde scenario, hier gaat het dan over het beperken van de vrijheid van je hond, weet men dat dit leidt tot traumata. Dus wil, of heb je een hond, wees dan geen controle-freak !

142


Hoe kunnen we zien dat onze hond weet dat hij bij ons veilig is, en altijd op ons kan rekenen ? Onze ervaringen met onze eigen viervoeters :

Hoewel we, sinds er honden in ons gezin zijn, zeer regelmatig inschrijven voor lezingen, workshops en seminaries, en steeds weer te horen krijgen dat het van het allergrootste belang is om een wederzijdse vertrouwensrelatie tot stand te brengen tussen onszelf en onze viervoeter, zo dat deze weet dat hij ALTIJD veilig is bij ons, werd ons eigenlijk NOOIT uitgelegd hoe je dat ziet dat onze hond ons echt vertrouwd en dat hij zich ook echt veilig voelt bij ons. Dus heeft het geduurd tot Evy, onze Schotse Collie, op een dag, van het ene ogenblik op het andere, onaangekondigd, ons overduidelijk maakte wat daarmee nu eigenlijk bedoeld werd. En ik moet zeggen, de manier waarop ze dat deed, mag best indrukwekkend genoemd worden, of misschien is het woord “ spectaculair � hier beter op zijn plaats. Het was een door-de-weekse dag. Rembrandt en Evy bevonden zich binnenshuis, terwijl ikzelf buiten in de tuin aan het werk was. De achterdeur stond open, dus als ze naar buiten wilden, dan konden ze ook gewoon naar buiten. Toen ik op zeker ogenblik besliste om terug naar binnen te gaan, zag ik Evy naar buiten stormen gevolgd door een woeste Rembrandt. Wat zich afgespeeld had binnen, weet ik niet. Maar er was alleszins iets gebeurd dat niet naar de zin was

143


van onze Tervuerer. Hij zat onze Schotse Collie op de hielen, op een manier die niet veel goeds voorspelde. Evy rende alsof haar leven ervan af hing. Toen ze mij zag, ik was op weg naar binnen, kwam ze in een wijde boog op mij afgestormd, om vlak naast mij af te zetten en hoog op te springen. Tot mijn grote verbazing kwam ze op borsthoogte voorbij gevlogen. Ik ving haar op in mijn armen. Wat moet een mens anders doen ik zulk een situatie, tijd om na te denken was er niet ! Onze Tervuerer droop af, en Evy slaakte een diepe zucht van opluchting. Ze was zo blij dat ik haar gered had uit deze benarde situatie dat ze de eerste minuten absoluut niet uit mijn armen weg wilde. Pas veel later besefte ik, dat in dit conflict met Rembrandt, zij van hem weggelopen was, DOELBEWUST naar mij toe, OM ZICH IN VEILIGHEID TE BRENGEN. Het heeft ons wederzijds vertrouwen een enorme boost gegeven. Op de bovenstaande foto zie je onze beide viervoeters in rustiger omstandigheden. Evy heeft altijd naar Rembrandt opgekeken. Hij was haar aller beste vriend. Dat ze zo maar in mijn armen kwam gesprongen, kwam natuurlijk niet uit het niets. Als jonge hond had ik het haar aangeleerd. Het was ĂŠĂŠn van die kunstjes die ik later zou integreren in mijn DogFrisbee-routine voor het internationaal wedstrijdcircuit. Dat ze het zou gebruiken om zich in veiligheid te brengen, had ik natuurlijk nooit kunnen vermoeden. Ook Aagje heeft ondertussen al duidelijk gemaakt dat ze zich bij ons het veiligst voelt :

In juni 2018 organiseerde de fokker in Duitsland een korthaar Collie - treffen. Onze Smooth zou er niet alleen haar broer Angel ( links op de foto ) terug zien, maar ook

144


voor het eerst nog heel veel andere kortharen. Onze poppemie was door ons goed gesocialiseerd op honden, en als een vriendje ( of vriendjes ) kwam(en) spelen betekende dat een namiddag ravotten, met pootje baden in onze vijver, samen door de tuin rennen… Echter een dagje uit naar een Smooth Collie bijeenkomst was toch nog iets helemaal anders. Daar zouden alle honden, waarvan minstens 65 korthaar Collies tegelijk met elkaar kunnen ravotten. En dat was onze Aag natuurlijk niet gewoon ! Onze planning was om op tijd op het treffen aan te komen. Zo dat onze Smooth alle andere viervoeters één voor één zou zien toe komen, en dus ook één voor één met hen zou kunnen kennismaken. Echter dit lukte ons niet. We kwamen als één van de laatsten aan. We zagen, bij het betreden van het speelveld, onmiddellijk dat onze korthaar heel erg onder de indruk was van zoveel ravottende honden bij elkaar. We stelden onze comfortabele tuinstoelen op, namen erin plaats en lieten Aagje op onderzoek gaan. Voorzichtig wilde ze met iedereen, één voor één kennismaken. En zolang een contact rustig verliep vond ze dat prima. Echter op ogenblikken dat er teveel viervoeters tegelijk in haar richting kwamen gelopen om met haar kennis te maken of om met haar te spelen, of op ogenblikken dat er naast haar heel wild gespeeld werd, door viervoeters waarmee ze nog geen kennis gemaakt had, maakte ze zich onmiddellijk uit de voeten. Ze kwam dan telkens in rechte lijn naar mij toe gelopen om zonder verpinken op mijn schoot te springen, waar ze een diepe zucht slaakte, en in mijn armen tot rust kwam. Zulk een reactie had ik eigenlijk niet verwacht ( omdat ik haar niet geleerd had om op mijn schoot te springen ), maar ik liet haar telkens begaan. Ze mocht zo lang als ze zelf wilde op mijn schoot blijven zitten. Toen het op het speelveld wat rustiger werd ( vele viervoeters waren na een tijdje moe gespeeld en lagen in de buurt van hun familie uit te rusten ), sprong ze terug van mijn schoot af, om verder op verkenning te gaan. Aagje zal bij nieuwe ervaringen steeds heel voorzichtig zijn. Maar eens ze zich op haar gemak voelt, gaan alle remmen los en zie je een uitgelaten meid, die graag mee doet met de anderen. Met de hierboven beschreven gebeurtenis bewees ze, dat wij haar veilige haven zijn.

Spelen met je hond Spel verbetert bij de hond de opmerkzaamheid en concentratie, de sociale competentie en het probleemoplossend vermogen. Spel is ook ideaal voor het opbouwen van de frustratietolerantie, zelfbeheersing en impulscontrole ( vb. bij het aanleren van “ Los ! ” en “ Blijf ! ” ). Tijdens het spel zal de hond veel leren, oa. wat mag en niet mag ( vb. bijten ). Soorten spelletjes die men met een pup onder andere kan doen, zijn : Trekspelletjes, zoek- en verstopspelletjes, speurspelletjes en het speels apporteren.

145


Het speels apporteren Voor mij is het speels apporteren een oefening of beter gezegd een spel dat iedere baas met zijn hond zou moeten kunnen spelen omdat het de relatie baas - hond enorm ten goede komt. Baas en hond leren mekaar in dit spel beter kennen wat het wederzijds vertrouwen doet groeien en een band smeedt voor het leven. Tegelijkertijd is het speels apporteren voor de hond een geweldige uitlaatklep waarin heel wat energie kan vrijkomen op korte tijd en dit zonder dat de baas er eigenlijk veel moeite moet voor doen. De pup of jonge hond moet altijd het idee hebben dat “ HET PLEZIERIG SAMEN ZIJN ” het hoofddoel is bij spel.

In vroegere jaren werd ook gesproken van DRIFTGEDRAG, waarbij je door spel het DRIFTGEDRAG of bepaalde DRIFTEN bij de hond kon kanaliseren naar gewenste gedragingen en zo ongewenst gedrag kon voorkomen. Echter de laatste jaren weet men dat deze termen DRIFTGEDRAG en DRIFTEN volledig achterhaald zijn.

Wat werd toen gezegd : Driften zijn gedragingen die instinctief bij de hond aanwezig zijn. En hoewel bij alle honden in theorie dezelfde driften aanwezig zijn, ziet men dat bij het ene ras bepaalde driften sterker in AANLEG aanwezig zijn dan bij andere. De mate waarin de hond die drift kan uitleven bepaalt de mate van ONTWIKKELING van die drift. Laat ons als voorbeeld de herdershond nemen. De meeste herdershonden die een snel bewegend voorwerp zien, gaan daar instinctief achteraan, dus zonder daar bij te moeten nadenken, zonder dat dit ooit eerst moest aangeleerd worden. En dit er achteraan kunnen gaan geeft hen een geweldige voldoening. Honden moeten dat driftgedrag kunnen uitleven om een normaal leven te kunnen leiden, kan dat niet dan krijgen we een gestoorde hond. Met andere woorden, om terug te gaan naar ons voorbeeld, een herdershond moet snel bewegende voorwerpen kunnen achterna rennen. Als we hem zelf laten beslissen hoe hij dat doet dan zal hij dat geen probleem vinden maar dan uit zich dat meestal in gedrag dat we liever niet willen zien. Hij zal voorbij rijdende auto’s, fietsers en joggers achterna zitten. En dit niet af en toe maar telkens hij daar de gelegenheid toe krijgt. Gewoon omdat het kunnen vertonen van dit driftgedrag enorm zelfbelonend is. De hond gaat zo gefixeerd zijn op dat zelfbelonend gedrag dat voor hem al de rest onbelangrijk wordt. Dus ook de baasjes ! En op dat moment zitten we in grote problemen want we hebben aan die hond niets te zeggen, die hoort ons zelfs niet, thuis niet en elders niet. Hoe kunnen we voorkomen dat onze hond driftgedrag gaat uiten in gedragingen die we totaal ongewenst vinden ? Om het bij het voorbeeld van de herdershond te houden, hoe kunnen we voorkomen dat onze hond voorbij

146


rijdende auto’s, fietsers en joggers gaat achterna zitten ? Door dat driftgedrag op zo jong mogelijke leeftijd te kanaliseren naar gewenst gedrag. Zo kunnen we, als we terug gaan naar ons voorbeeld de herdershond leren van een tennisbal achterna te rennen en terug te brengen, in plaats van auto’s, fietsers en joggers achterna te rennen. Als we die herdershond dan genoeg gelegenheid geven om zijn driftgedrag te ontladen in gewenst gedrag, dus in dat spel met ons met de tennisbal dan zal hij bij het zien van auto’s, fietsers en joggers niet meer geïnteresseerd zijn om er achteraan te gaan, hij krijgt immers genoeg de kans van zijn baasje om zijn driftgedrag te uiten. Wat weten we nu : Honden zijn door de eeuwen heen gefokt voor bepaalde doeleinden. Er werd geselecteerd op bepaalde eigenschappen en dit heeft niets te maken met DRIFTEN of DRIFT-GEDRAG ! Uiteraard moeten we onze honden de gelegenheid geven, om die bijzondere eigenschappen waarvoor zij gefokt werden, te kunnen uiten / uitleven. En dat kan op dezelfde manier als hierboven beschreven, echter de termen DRIFTGEDRAG en DRIFTEN hebben hier niets mee te maken. Wel blijft, dat het tot uiting laten komen van die bepaalde bijzondere eigenschappen moet gebeuren onder de vorm van gewenste gedragingen, om zo ongewenst gedrag te voorkomen.

En hier moeten we oppassen voor 2 uitersten : Zo heb je hondenliefhebbers die NIET willen dat er met hun viervoeter jachtspelletjes gespeeld wordt ( vb. met een tennisbal ). Ze zijn van mening dat dit spel het jachtgedrag in de hond alleen maar zal aanwakkeren. Wat ze vergeten is, dat wanneer het aanwezige jachtgedrag in de hond, geen uitlaatklep heeft en / of niet gekanaliseerd wordt naar gewenst gedrag, later in door-de-weekse situaties waarbij hij geconfronteerd wordt met prikkels die jachtgedrag uitlokken, hij steeds zal reageren / teruggrijpen naar zuiver impulsief ( dus zonder daar te moeten bij nadenken en zonder dat dit ooit eerst moest aangeleerd worden ), oncontroleerbaar gedrag. Hoe meer jachtpassie in de hond aanwezig, hoe vroeger je dit in goede banen moet leiden, om het later controleerbaar te kunnen houden. Anderzijds, heb je hondenliefhebbers die hun viervoeter ( en het gaat hier dan vooral over honden uit rassen met een sterke genetische voorbeschiktheid tot impulsief gedrag ) onophoudelijk een tennisbal laten achterna lopen en terugbrengen. Zogezegd onder het mom dat hun hond niets liever doet. Wat deze mensen niet beseffen is dat zij nu een tegenovergesteld effect / resultaat creeëren. In plaats van de in de hond aanwezige jachtpassie in goede banen te leiden, om het controleerbaar te kunnen houden, versterken ze telkens opnieuw het impulsief gedrag, waardoor hondlief tegen wil en dank hoe langer hoe MINDER controleerbaar zal zijn ( dus hoe langer hoe minder zal luisteren ) als hij later in door-de-weekse situaties geconfronteerd wordt met prikkels die jachtgedrag triggeren / uitlokken. Uiteraard geldt dit niet alleen voor spelletjes met een tennisbal. Ook het laten achterna rennen en uit de lucht plukken van bijvoorbeeld een Frisbee doet met een hond hetzelfde.

147


Het aanleren van het speels apporteren Onze eigen ervaringen : Onze Berner Sennenpup was een geboren apporteerhond. Wat we ook weggooiden of het nu een knopentouw, een tennisbal, een pluche diertje of een rubberen speeltuig was, steeds ging ze er als een wervelwind achteraan om het beet te pakken en onmiddellijk naar ons terug te brengen. Reeds als zeer kleine pup vond ze het geweldig om iets te mogen apporteren. Later op volwassen leeftijd kon je een speeltje weg gooien achter alle mogelijke hindernissen, Rudith haalde het speeltje altijd terug. Nooit zag je haar enthousiaster dan bij het speels apporteren. Maar nu Rembrandt. Uit de puppy-test uitgevoerd op de leeftijd van 7 weken door een professionele tester kwam naar voor dat hij een wel ZEER onafhankelijke pup was. Hij was enorm speels en wat onmiddellijk opviel was zijn uitzonderlijke gedrevenheid om een snel bewegend voorwerp achterna te gaan. Echter van nature apporteerde hij NIET. Ik kocht deze pup om zijn uitstekende werkcapaciteiten en zijn prima karakter. We wisten natuurlijk niet dat hij een zeer slechte gezondheid zou hebben. Door het feit dat hij geen al te grote mensgebondenheid ten toon spreidde, iets wat toch wel vereist is wil je op wedstrijdniveau met je hond werken, maakte dit dat ik als prioriteit stelde hem te willen zien apporteren, weliswaar op speelse wijze dit om een sterkere band tot stand te brengen tussen hem en mij. Hoe ging ik te werk :

Het aanvangs-niveau :

Rembrandt rende steeds als een gek achter elk voorwerp dat ik weggooide. Echter hij kwam NOOIT uit zichzelf met het voorwerp terug. SOMS kwam hij terug, maar dan was het ALTIJD zonder het voorwerp.

Het eind-resultaat :

Ik wilde bekomen dat Rembrandt vertrekkende van ergens in mijn buurt, als een gek elk weg gegooid voorwerp ging halen en het netjes in mijn handen zou komen terugbrengen. En dit lukte ! Ik zou deze oefening aanleren in onze tuin. Daarbij gebruikte ik als apportvoorwerp een tennisbal. Wanneer Rembrandt de tennisbal bij me zou terugbrengen, zou ik dat belonen door een gezamelijk trekspelletje met een knopentouw.

1ste fase : Inschatten van de vertreksituatie Rembrandt was nog maar enkele dagen in onze familie terecht gekomen als ik besloot te beginnen met het aanleren van deze apporteeroefening. Ik oefende ze verschillende keren per dag. Mijn vertrekhouding bij deze oefening was zittende op mijn knieĂŤn

148


naast hem. Reeds van in het begin stelde ik vast dat Rembrandt als ik hem naast me ter plaatse hield terwijl ik de tennisbal weggooide, hij dan een enorme motivatie opbouwde om deze tennisbal achterna te rennen. Eens de weggegooide bal ergens voor me in het gras stil lag liet ik Rembrandt op het moment dat hij eventjes niet stond aan te dringen om de tennisbal achterna te gaan los waarna hij als een gek naar de tennisbal spurtte om hem in één beweging in de muil te nemen. Neen niet om ermee terug te komen maar om ermee weg te lopen. Dit scenario herhaalde zich steeds weer. Al gauw zag ik dat Rembrandt steeds naar eenzelfde plaats toe liep om daar in zijn eentje met de bal te spelen. Het was mooi weer in die periode en Rembrandt ging bij de minste zonneschijn steeds schaduwrijke plekjes opzoeken.

2de fase : Ik wil dat Rembrandt met de tennisbal naar mij toe komt Omdat Rembrandt toch steeds met de tennisbal naar een vaste plaats in de tuin liep om daar in zijn eentje met de bal te spelen, besluit ik deze plaats als startpositie te nemen voor deze apporteeroefening. Tot mijn grote verbazing komt Rembrandt bij de eerst volgende trainingssessie steeds onmiddellijk nadat hij de tennisbal in de muil heeft genomen terug naar me toe gelopen. Ik schenk geen aandacht aan de tennisbal maar aai Rembrandt over de rug terwijl ik hem met vriendelijke stem beloon, dit totdat hij de tennisbal laat vallen en er geen aandacht meer aan besteedt. Op dat moment begin ik de oefening opnieuw. Ik hou hem opnieuw vast naast me, gooi opnieuw de tennisbal een eindje voor me weg om vervolgens eens de tennisbal stil ligt in het gras en Rembrandt even niet stond aan te dringen om achter de bal aan te rennen, hem los te laten. Aangezien hij ALTIJD als een gek naar de tennisbal toe rende introduceerde ik onmiddellijk het commando “ Pak ! ”. Rembrandt grijpt altijd de bal in één beweging vast om onmiddellijk ermee naar mij toe te komen. Opnieuw schenk ik geen aandacht aan de tennisbal maar wel aan Rembrandt. Ik beloon hem met een aai en een vriendelijk woord omdat hij onmiddellijk met de tennisbal naar me toe kwam. Laat hij de tennisbal uit zijn muil vallen dan begint de oefening opnieuw. Dit oefen ik over verschillende dagen tot ik zie dat hij betrouwbaar naar me toe komt.

3de fase : Ik wil dat Rembrandt met de tennisbal naar me toe komt ook als ik mij op een andere plaats bevind dan deze waar hij zelf altijd naartoe liep Ik herhaal deze oefening zoals beschreven in de 2de fase, de vertrekpositie wissel ik af. Echter ik let er wel op dat ik mij steeds op een schaduwrijke plaats positioneer zodat ik vooraf weet dat mijn oefensessie maximale kans op slagen heeft. Ook nu komt Rembrandt elke keer terug met de tennisbal in de muil naar me toe gelopen.

149


4de fase : Nu wil ik dat Rembrandt nadat hij met de tennisbal in de muil bij me terug gekomen is, hij dicht genoeg bij me komt zodat ik de tennisbal met ĂŠĂŠn hand kan opvangen op het moment dat hij hem laat vallen Ik herhaal deze apporteeroefening zoals beschreven in de 3de fase, echter eens Rembrandt terug bij mij is met de tennisbal in de muil, tover ik plots het knopentouw tevoorschijn. Rembrandt laat de tennisbal vallen om samen met mij een trekspelletje te spelen met het knopentouw. Als ik op zeker moment het knopentouw uit zijn muil kan trekken steek ik het snel weer weg. En we beginnen opnieuw. Rembrandt komt steeds weer met de tennisbal in de muil naar me toe gelopen, echter alleen als hij dicht genoeg is bij me zo dat ik met mijn ene hand de tennisbal kan opvangen als hij hem loslaat, op dat moment tover ik het knopentouw tevoorschijn en wordt er een trekspelletje gespeeld. Rembrandt weet nu dat er op de apporteeroefening een trekspelletje volgt. Al vlug zie ik dat hij de tennisbal uit de muil laat vallen nog voor hij dicht genoeg bij me is, dit om zo vlug mogelijk met het trekspelletje te kunnen beginnen. Er volgt dus geen trekspelletje. Op die manier leert hij al snel dat alleen als hij de bal dicht genoeg bij me brengt, het trekspelletje volgt.

5de fase : Vanaf nu wil ik dat Rembrandt nadat hij met de tennisbal in de muil bij me teruggekomen is, hij zelf de tennisbal in mijn handen komt leggen Ik herhaal deze oefening zoals beschreven in de 4de fase, echter nu vang ik de tennisbal niet meer zelf op als Rembrandt dicht genoeg bij me is en de bal laat vallen. In een eerste oefensessie gebeurt het dat Rembrandt toevallig de bal in mijn handen laat vallen. Het knopentouw dat tot op dat moment opgeborgen was komt tevoorschijn en het trekspelletje kan beginnen. Er volgen ook uitvoeringen van deze oefening dat Rembrandt de bal laat vallen naast mijn handen maar dan heeft hij pech en volgt er geen trekspel. Al vlug leert Rembrandt zeer geconcentreerd om de tennisbal in mijn handen uit te spuwen.

6de fase : Vanaf nu zal ik zowel mijn vertrekpositie variĂŤren als de plaats waar ik de tennisbal naartoe gooi

150


Ik herhaal deze apporteeroefening zoals beschreven in de 5de fase, echter ik varieer mijn vertrekpositie en gooi de tennisbal weg zo dat Rembrandt hem niet meer op het zicht kan vinden maar dat hij hem met zijn neus moet zoeken. Het feit dat ik mijn vertrekposities nu varieer maakt geen verschil meer uit voor hem, hij komt steeds weer onmiddellijk nadat hij de tennisbal in de muil heeft terug naar me toe gespurt. Echter het feit dat hij mag zoeken om zijn bal te vinden, Rembrandt heeft een geweldig goede neus en speurt zeer graag, maakt dat hij nog gretiger wordt om deze apporteeroefening te mogen uitvoeren. Op de leeftijd van 12 weken gedraagt Rembrandt zich als een echte “ Flyball-fanatic ” dit tot verbazing van velen omdat hij van nature uit niet apporteerde !

Tip Wist je, dat wanneer tijdens een apporteerspelletje je viervoeter het apportvoorwerp of speeltje niet wilt afgeven, dat wilt zeggen dat hij genoeg heeft geapporteerd. Dat hij liever heeft dat je het niet opnieuw weggooit ! Respecteer dit !

Opgepast met spel tijdens de tandenwissel ! Als de pup de tanden begint te wisselen, meestal tussen de leeftijd van 4 en 6 maanden, geen apporteer- en trekspelletjes met hem doen. Je zou een losse tand er immers vroegtijdig kunnen uittrekken of de nieuwe tand die in de plaats komt zou kunnen scheef groeien en dit maakt je hond als showhond waardeloos. Ook is het uiteraard niet de bedoeling dat de jonge hond apporteer- en trekspelletjes gaat associëren met tandpijn.

Ooit al een foto van een hond met tandpijn gezien ? Hier zie je Aagje, die in volle tandenwissel in de tuin een grote dennenappel heeft gevonden en daarop was beginnen kauwen en knagen. En ik fotografeerde alles toevallig toen het gebeurde. Plots jankte ze kort, waarbij ze met open muil op de grond lag.

151


152


Ik keek in de muil, en inderdaad, een achterste tand die ( een dag eerder ) heel los stond, die was eruit !

Tip Bewaar voor zulke situaties tijdens de tandenwissel ( thuis of op vakantie ), enkele uitgewrongen, natte washandjes in de diepvriezer. En geef er één aan je viervoeter om op te bijten. Het is ideaal om de pijn wat te verzachten / verdoven.

Onze langhaar Schotse Collie moest ook het speels apporteren aangeleerd worden. Op pupleeftijd stelden we vast dat zij heel graag weggegooide voorwerpen achterna rende zolang dat voorwerp in beweging was. Echter het ogenblik dat dit voorwerp niet meer in beweging was, verloor ze alle interesse. Bij haar moest dus vooral het naar het weg gegooide voorwerp blijven lopen ook al was het niet meer in beweging, aangeleerd worden. Eens ze het voorwerp in de muil vast had kwam ze altijd pijlsnel naar mij terug om het in mijn handen te leggen. Ook bij Evy gebruikten we een tennisbal om dit speels apporteren aan te leren. Evy is enorm gericht op mensen, het grootste plezier voor haar is samen iets kunnen doen met haar baasjes. Het speelse apport was dan ook ideaal om als eerste activiteit aan te leren. Het geeft een mooi samenspel tussen baas en hond. De baas gooit de tennisbal weg en de hond gaat er achteraan, pakt hem beet en brengt hem terug waardoor het spel opnieuw begint. Evy leerde heel snel dat het spel alleen opnieuw gespeeld werd als ze de tennisbal ging halen, ook al lag die ergens gewoon op de grond of zelfs verstopt tussen de struiken. Later zou dit speels apporteren een prima basis blijken voor de hondensportdiscipline die we wilden beoefenen en dat was DogFrisbee. Evy is de allereerste Schotse Collie in Europa die deelnam aan officiële internationale DogFrisbeewedstrijden. Zij slaagde er ook in om in Duitsland voor een internationaal deelnemersveld een wedstrijd te winnen.

Bij Aagje werd al snel duidelijk dat apporteren het liefste was wat ze deed. Alles wat je weggooide bracht zij terug. En wat meer was, ze had ook een uitstekende neus. En als iets niet direkt in het gezichtsveld lag, dan bleef ze zoeken tot het ge-vonden was. Dus dat alles werd gecombineerd, zonder het eerst te moeten aanleren. Hoe gingen we te werk ? Ik positioneerde mij met onze pup naast mij, bijna altijd achter een zeil, zo dat ze wel kon zien in welke richting het voorwerp vloog, maar niet waar het neer viel. Lag het neer, dan gaf ik onmiddellijk het commando “ Pak ! ” en liet haar los. Ze spurtte dan super snel in de richting waarin ze het voorwerp had zien

153


154


vliegen, om onmiddellijk haar neus te gebruiken ( daar ik het voorwerp meestal in de hoge bodembedekker gooide en het niet zichtbaar was, ook niet een klein beetje ) en bleef zoeken tot ze het gevonden had, om het vervolgens spoorslags in mijn handen te komen leggen… zo dat het spel opnieuw zou kunnen gespeeld worden. Hier boven zie je op de foto Aagje aan het werk. Op dat ogenblik ( maart 2017 ) was ze 16 weken oud.

Door je hond het speels apporteren aan te leren sla je drie vliegen in één klap : Het draagt bij tot een sterkere band tussen baas en hond. Het kanaliseert bijzondere eigenschappen waarvoor de hond eeuwenlang specifiek gefokt werd naar gewenste gedragingen en voorkomt zo ongewenst gedrag. Het legt een degelijke basis voor andere hondensportdisciplines die eventueel later zullen beoefend worden.

Het speels apporteren op reis Vergeet niet een favoriete apportspeeltje van je hond in de bagage mee te nemen. Hoewel al onze honden tot een verschillend ras behoorden en alle vier een verschillend karakter hadden, hadden ze één ding gemeen. Het waren alle vier van nature zeer actieve honden die het enorm op prijs stelden om samen met hun familie erop uit te trekken. Ideale honden dus voor actieve vakanties. Bij het plannen van de jaarlijkse reizen werd ook steevast rekening gehouden met de hond die mee ging. Iedereen moest op vakantie voldoende aan zijn trekken komen, de kinderen, de hond en wijzelf natuurlijk ook. En dan was het zo ver ! Echter vooraleer de reisbestemming te bereiken kon het gebeuren dat we de hele dag in de auto moesten zitten, gewoon omdat het vakantieadres nu eenmaal niet naast de deur lag. Op zulke momenten dat je hond ook de hele dag in de auto heeft moeten zitten, mag je niet vergeten nog diezelfde avond hem de kans te geven om van zijn overtollige energie af te geraken. Je kan dat doen door nog een avondwandeling te maken maar dikwijls, bij een heel actieve hond, is dat niet genoeg. Het speels apporteren is op zulk ogenblik de ideale uitlaatklep omdat op korte tijd heel veel energie kan vrijkomen. Je kan natuurlijk ook het speels apporteren in je wandeling integreren. Als je tijdens een wandeling een apporteerspelletje met je hond wilt doen, maar je hebt niets meegebracht om weg te gooien, gebruik dan liever geen stok die je onderweg vindt. Heel dikwijls gebeuren er ongelukken wanneer een tak in de mond van de hond zeer ernstige verwondingen veroorzaakt, die onmiddellijk een operatief ingrijpen van een dierenarts vragen.

155


156


Tip

Echter soms kan je ook niet verhinderen dat viervoeters die graag iets in de muil dragen, zelf onderweg een tak zoeken en wanneer ze die vinden, heel triomfantelijk komen brengen, zoals onze Evy op de vorige foto. De twee foto’s op de voorgaande pagina’s werden genomen tijdens een vakantie in Frankrijk in de Provence ( juni 2004 ).

Tip Opgepast ! Geen apportspelletjes doen vlak nadat je hond gegeten heeft. Bij honden met een gewicht hoger dan 25 kg. is er dan een zeer grote kans op een maagtorsie welke fataal kan aflopen. Echter ook honden met een gewicht lager dan 25 kg. laat je niet met een volle maag inspannende activiteiten doen. Wacht minstens één uur.

157


Over de wandeling gesproken : Uw hond moet ook leren om

netjes mee te wandelen zonder te trekken aan de lijn Onze eigen ervaringen : Toen Rudith als kleine pup bij ons in huis kwam, wilden we zo snel mogelijk haar mee uit wandelen nemen. Dat een hond moest geleerd worden netjes mee te wandelen aan de lijn, daar waren we van overtuigd. Alleen dachten we dat we daarvoor terecht konden in de lokale hondenschool. We wilden een gehoorzame en welopgevoede hond. We vonden het dus als vanzelfsprekend om in te schrijven in een hondenschool en de lessen te volgen vanaf de puppyklas. Zo gezegd zo gedaan. Toen bij de inschrijving gevraagd werd met welk soort hond we zouden komen en we daarop antwoordden dat we met een Berner Sennenpup kwamen, kregen we volgend antwoord : “ Mevrouw, nu het nog kan, breng uw pup terug naar de fokker en koop een echte hond. Een Berner is alleen geschikt als vlees voor de soep ! �. Onze pup terugbrengen naar de fokker daar was geen sprake van ! Eenmaal een pup in onze familie komt, blijft die in onze familie, voor altijd ! Dubbel gemotiveerd namen we deel aan de lessen, eerst in de puppyklas, nadien in de vervolgklassen. We slaagden voor alle proeven en behaalden vlotjes het brevet gehoorzaamheid. Maar neen, netjes mee wandelen zonder te trekken aan de lijn leerden we niet. We leerden er wel een volg-oefening waarbij we een parcours al dan niet met hindernissen dienden af te leggen waarbij de hond netjes aan de voet moest lopen zonder te trekken aan de lijn. De oefeningen stonden in functie van een eventuele wedstrijddeelname later in de gehoorzaamheidsdiscipline. Met de realiteit had het weinig te maken. Op de hondenschool voerde onze Berner alle volg-oefeningen perfect uit maar eens buiten de hondenschool was het al trekken wat de klok sloeg. Buiten de hondenschool wilde ik wandelen met Rudith. Een volg-oefening is geen wandeling. We legden bewegwijzerde wandelingen af in een ongezien trektempo, meestal in de helft van de aangegeven wandeltijd. Zo kon het niet verder. Ik besloot zelf te proberen om Rudith het trekken af te leren. Maar dit lukte niet helemaal zoals ik dat wou. Akkoord, Rudith trok niet meer aan de lijn zoals voordien maar ontspannen wandelen was het ook niet. Ik moest constant een oogje op haar houden en erop letten dat de lijn ontspannen bleef. Deed ik dat niet dan ging ze na een tijdje terug in de fout.

Wat wel moet gezegd zijn is dat Rudith voorbeeldig onaangelijnd meewandelde. Als zij vrij mocht wandelen liep zij altijd in mijn buurt en meestal zelfs netjes aan de voet ook al was dat niet nodig. Zij ging ook nooit verder dan 20 meter van mij vandaan. Als zij een haas of een konijn in het veld zag en die wilde achterna gaan, had ik maar een fluitsignaal te geven en dan stond ze ogenblikkelijk terug naast mij. Dus met Rudith werd voornamelijk vrij gewandeld, ook op reis.

158


Trekken aan de lijn op commando Wat ik anderzijds Rudith wel netjes kon aanleren was op het commando “ Ga ! ” zachtjes aan de lijn te trekken en mij zo vooruit te trekken. Dit commando kreeg ze alleen te horen in bergachtige landschappen als we bergop wandelden. Bergaf moest er netjes zonder trekken aan de lijn gewandeld worden. Na een tijdje wist Rudith zeer goed wanneer het landschap bergop of bergaf ging. Bergop begon ze mij zachtjes vooruit te trekken en bergaf trok ze niet. En dit had zo zijn voordelen. Toen we tijdens onze zomervakantie ( augustus 1998 ) in Vernagt nabij Schnals ( Zuid-Tirol ) in Italië een hotelvakantie geboekt hadden, speciaal omdat er vanuit dat hotel onder leiding van ervaren gidsen bergwandelingen georganiseerd werden, was ik maar al te blij dat ik Rudith had geleerd op commando mij vooruit te trekken. De meest indrukwekkende bergtocht waaraan we deelnamen vanuit dit hotel dat gelegen was op een hoogte van 1.700 meter aan de rand van een stuwmeer was deze naar de vindplaats van Ötzi, de meer dan 5000 jaar oude ijs-mummie die gevonden werd op 19 september 1991 op 3.200 meter hoogte in de Ötz-taler Alpen. Onder leiding van een berggids vertrokken we voor zonsopgang met een grote groep deelnemers, incluis onze Berner. Op het middaguur zouden we de vindplaats van Ötzi bereiken om in de vroege namiddag alweer bergafwaarts te gaan. Het was de bedoeling voor zonsondergang opnieuw in het hotel aan te komen. Wat we vooraf niet wisten was dat we een hoogteverschil van 1.500 meter zouden overbruggen in slechts enkele uren tijd. We moesten dus een strak wandeltempo aanhouden. De tocht was vermoeiend maar meer dan de moeite waard. Het laatste stukje naar de vindplaats van Ötzi waarbij een gletsjer moest overgestoken worden, was voor honden echt wel te gevaarlijk. Vandaar dat de deelnemers met een hond door de gids uitgenodigd om niet te zeggen verplicht werden om een lunchstop te nemen in de ginds boven gelegen gezellige berghut vanwaar je een prachtig uitzicht hebt op de gletsjer en de wijde omgeving. Voor meer info, ga naar : http://www.iceman.it/en/the-iceman/

Wanneer u op zoek bent naar een actieve zomervakantie met je hond en houdt van wandelen dan kunnen wij u zeker Zuid-Tirol aanbevelen. U kan er bergwandelingen maken zoals in Zwitserland en Oostenrijk met dat verschil dat u zich wel ten zuiden van het Alpenmassief bevindt wat klimatologisch een groot verschil geeft. Zuid-Tirol is alom bekend om zijn mooi stabiel zomerweer. Wil je toch liever naar Zwitserland of Oostenrijk op vakantie, ga dan liefst na 15 augustus. Het weer is er dan meestal zonnig en warm. In juli kan het er dikwijls langdurig regenen.

159


160


Hoe bracht Rembrandt het ervan af met het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn ? Met onze Tervuerense Belgische herder wilde ik niets meer aan het toeval overlaten dus volgden we vanaf pupleeftijd een aantal lessen bij een professioneel hondentrainer. Ook hier kwam het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn aan bod. Rembrandt leerde inderdaad meewandelen zonder te trekken aan de lijn. Echter ook nu was dit geen echt wandelen maar opnieuw een soort volg-oefening waarbij de hond aangelijnd, netjes naast zijn baas moest leren lopen. Met het aanleren van de wandeling werd hier eigenlijk bedoeld, het meenemen van de hond van een punt A naar een punt B. Bijvoorbeeld om boodschappen te doen waarbij de hond moest leren netjes aan de lijn naast de baas te lopen. Ook nu was ik niet echt tevreden en mijn echtgenoot nog minder.

Wat is voor ons een wandeling ? Dat is erop uittrekken met z’n tweeën of met gans de familie en van de omgeving genieten. Keuvelen over van alles en nog wat en vooral, wat voor Walter héél belangrijk was en nog steeds is, is dat ik meer aandacht geef aan hem of aan de rest van de familie dan aan onze hond. Dat die hond braaf mee wandelt zonder dat het eigenlijk opvalt dat hij erbij is. Met andere woorden dat de aandacht die we aan onze hond moeten schenken slechts minimaal is. Echter daarbij wilde Walter graag zien en eigenlijk kon ik mij daar ook in vinden dat die hond ook DUIDELIJK genoot van de wandeling. Met andere woorden dat die hond ook de nodige vrijheid kreeg ondanks het feit dat hij aangelijnd was.

Dit was eigenlijk een voorwaarde die Walter stelde en waaraan moest voldaan worden wilde er nog een volgende hond ( Evy dus ) in huis bij komen. Wandelen met Rudith en Rembrandt was voor Walter NOOIT een ontspanning omdat hun mee wandelen zonder te trekken aan de lijn niet onberispelijk was. Ik had toen ook niet de kennis en ervaring. Ik moest tijdens de wandeling meer met hen bezig zijn dan ik aandacht kon geven aan Walter of aan de familieleden. Ik ging akkoord. Ik had niet veel keuze of het was geen volgende hond. Maar ditmaal zou ik zelf onze nieuwe viervoeter leren netjes mee te wandelen zonder te trekken aan de lijn. En het werd een voltreffer van formaat. Het resultaat was zo fenomenaal dat ik al mijn volgende honden op dezelfde manier het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn zal aanleren. Nooit was wandelen met de hond zo ontspannend ! Evy werd dus onze allereerste viervoeter die bewees dat wandelen puur genieten kan zijn, én voor de baasjes én voor de hond. Wij genieten van elke wandeling én ondertussen ook Aagje, terwijl ook zij zich elke keer opnieuw onberispelijk gedraagt. Te gek gewoon !

161


De jonge hond en wandelen Teveel wandelen met een opgroeiende hond is slecht, toch moet hij ook op jonge leeftijd reeds de nodige beweging krijgen wil hij zich goed kunnen ontwikkelen fysiek en mentaal. Bij onze Berner-pup gaf de fokker ons het advies om bij de dagelijkse wandelingen haar goed in het oog te houden. Wandelen is gezond voor je opgroeiende hond. Echter als je telkens wandelt tot hij gaat liggen, dan wijst dit erop dat je wandelingen te vermoeiend zijn. Het komt er bijgevolg op aan deze te doseren qua afstand en tijd.

Toen Rudith vier maanden oud was, ging ze voor het eerst mee op vakantie naar Frankrijk ( augustus 1994 ). Op reis gaan betekent voor ons steeds heel veel wandelen.

162


Dat kon nu even niet. Rudith wandelde zoals steeds fluks mee. Echter elke 30 minuten, ook al was er bij haar nooit een spoor van vermoeidheid te bekennen, rustten we dubbel zo lang uit. Bevonden we ons in een stadje dan wandelden de andere gezinsleden gewoon verder en pikten ze ons nadien terug op. Ik vond het niet zo erg om met Rudith achter te blijven. Later als ze groot zou zijn, zouden we nog genoeg de tijd hebben om met haar lange wandelingen te maken. Liep onze wandeling langs de kustlijn dan bleven we gewoon met z’n allen een uurtje op het strand. Tenminste als ook onze hond mee op het strand kon. Was dit niet het geval, dan bleef ik met haar op de dijk ( zie ook de foto op de vorige pagina ). Op de leeftijd van 18 maanden lieten we de officiële röntgenfoto’s van heupen, ellebogen en schouders maken. Rudith’s skelet was perfect in orde : HD-A, ED 0/0 en SOC 0/0. Vanaf nu konden we de wandelafstand echt beginnen opbouwen. Onze Berner Sennenhond wandelde later moeiteloos 25 km. mee. En als we ergens een strandwandeling maakten, liep zij steevast mee in het water.

Met Rembrandt is er eigenlijk nooit echt gewandeld. Al op heel jonge leeftijd vermoedden we heupdysplasie. En inderdaad, één heupgewricht was niet normaal gevormd. Toen op de leeftijd van 1 jaar ook nog de heupoperatie volledig mislukte was onze jongeman eigenlijk voor de rest van zijn korte leven gehandicapt. En toen kwam Evy. Omdat ik met haar niet onmiddellijk uit wandelen wilde gaan, zocht ik naar een andere ( tijdelijke ) uitlaatklep voor haar overtollige energie. Ondertussen had ik Rembrandt ingeschreven voor 10 lessen hydrotherapie. Maar zelfs zwemmen was voor hem niet haalbaar, ook niet met een zwemvest aan. Dus nam Evy, net 3 maanden oud, onder de deskundige leiding van Els Vermeulen en Christophe Vande Vyvere van AQUA-FUN met groot succes zijn resterende lessen over.

163


Evy keek zo uit naar die wekelijkse zwemlessen ( het leek wel of zij eraan verslaafd was ) dat deze al snel dé uitlaatklep werden voor haar overweldigende energie. Daarnaast had dit zwemmen nog heel wat extra voordelen. Enerzijds is het absoluut niet belastend voor de opgroeiende jonge hond ( de eerste maanden – tot aan de eerste loopsheid - werd er uitsluitend met zwemvest gezwommen ) en anderzijds komt het de ontwikkeling van het hart, de longen en vooral het spierstelsel alleen maar ten goede. Dat Evy een super conditie kreeg namen we er met alle plezier bij. Na die eerste reeks zwemlessen kwam er een tweede reeks en een derde en een vierde en... Het was onze bedoeling om Evy te laten zwemmen tot de officiële rôntgenfoto’s van het skelet zouden genomen worden. Bij de Schotse Collie gebeuren die ten vroegste op de leeftijd van 12 maanden. Echter Evy zwom zo graag, ook in water met tegenstroming, dat ook na die officiële röntgenfoto’s van het skelet, genomen op de leeftijd van 18 maanden, met als resultaat HD-B, ED 0/0, SOC 0/0 en ook perfecte knieën, zij nog ruim 3 jaar lang wekelijks naar het hondenzwembad zou blijven gaan. Toen op een evenement een franstalige Schotse Collie-fokker naar ons toe kwam met de vraag of zij Evy even mocht betasten, riep ze verrast uit : “ Wat een spieren heeft die hond ! ”. Ja, dat was het resultaat van die wekelijkse hydrotherapie-lessen. Onver-

164


wacht werd het zwemmen een goed alternatief voor het wandelen en ondertussen konden wij in alle rust het meewandelen zonder te trekken aan de lijn opbouwen. Nadien kwamen de zwemlessen er als extraatje naast het wandelen bij. Evy bleef haar hele leven lang een uitstekend zwemmer.

En wat het wandelen betrof : Evy wandelde, net als Rudith dat deed, moeiteloos 25 km. mee. En hoe zat het met onze Aagje ? Zouden we bij haar ook gebruik kunnen maken van hydro-therapie om haar energie in goede banen te leiden, immers Schotse Collies zouden absoluut geen zwemmers zijn ! En misschien was Evy hier echt wel een uitzondering op ? Maar neen ! Onze korthaar Collie was nog geen week bij ons of ze zwom al rond in onze grote natuurvijver, en dit in de winter ! Dat was toch even schrikken ! Dus werd er onmiddellijk een afspraak gemaakt, opnieuw bij Els Vermeulen en Christophe Vande Vyvere van AQUA-FUN. Indoor in water met een temperatuur van 32° C. mocht ze van ons wel zwemmen. Al bij de eerste zwemles bleek Aagje een echte waterrat. En nog straffer was het, dat zij net als onze langhaar Collie Evy, ook enorm genoot van het zeer warme water ( 40° C. ) in het bubbelbad ( voor de WARMING-UP en de COOLING-DOWN ) voor en na de eigenlijke zwemsessie. Wie had dat kunnen denken ! Onze korthaar Collie bleek ook al heel snel een echte kilometervreter. Op de leeftijd van 5 maanden, wandelde zij bijna dagelijks minstens 3 km. Op sommige dagen zelfs meer dan 5 km. Dit, weliswaar steeds aangelijnd wandelen ( lengte leiband 110 cm. ), was zo snel mogelijk omdat onze Aagje reeds op zeer jonge leeftijd begrepen had, dat niet trekken aan de lijn betekende dat er verder kon gewandeld

165


worden ! Zij hield er ook steeds een stevig wandeltempo op na. Pas vanaf de leeftijd van 7 maanden werd er overgeschakeld naar de flexilijn. En na de eerste loopsheid werd de wandelafstand geleidelijk opgebouwd. Toen ze 1 jaar oud was wandelden we tot 15 km. bij daguitstappen.

Op de leeftijd van 18 maanden gebeurden de officiÍle RX-foto’s van heupen, ellebogen en schouders, met als resultaat : HD-A, ED 0/0 en SOC 0/0. Vanaf nu konden we de wandelafstand echt beginnen opbouwen naar 25 km. Aagje lijkt wel onvermoeibaar, en geen enkele wandeling is voor haar te zwaar. Het zwemmen hebben we moeten opschorten. Het file-leed dat we wekelijks voor de kiezen kregen, op weg naar het hydrotherapie-centrum, en nadien terug naar huis, was niet meer te harden. Spijtig ! Gelukkig hebben we thuis nog de grote natuurvijver waarin ze zich kan uitleven.

166


167


Het aanleren van het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn, mijn visie Wat was voor ons van in het begin héél belangrijk ? Eerst en vooral wilden we dat ook onze hond duidelijk genoot van de wandeling. Dus hij moest de nodige vrijheid krijgen om bijvoorbeeld links en rechts of voor en achter ons, als een interessante geur opdook, om daar te kunnen gaan snuffelen. Ten tweede wilden we tegelijkertijd dat onze hond braaf meewandelde zonder dat het eigenlijk opviel dat hij erbij was. Met andere woorden dat de aandacht die we aan hem moesten schenken slechts minimaal was. Wat daarbij héél belangrijk voor mij was en nog steeds is, is : -

-

Dat onze hond NIET trekt aan de lijn als hij voor ons loopt Dat hij ook niet te ver achter ons blijft hangen zodat er spanning op de lijn zou komen en hij ons ophoudt Dat bij snelbewegende voorwerpen naar ons toe en van ons weg, als wij dat vragen, hij onmiddellijk naar ons toe komt en aan de voet loopt al dan niet met oogcontact tot het snelbewegende voorwerp voorbij is of wij het gepasseerd hebben. En die snelbewegende voorwerpen kunnen zijn : Voorbij rijdende auto’s, fietsers of skaters, joggers, ruiters, loslopende kippen of heen en weer lopende, wild blaffende honden achter een omheining… Dat wanneer ik daarvoor de toestemming geef, hij een andere hond mag begroeten, maar wanneer ik dat vraag hij ook onmiddellijk die hond laat voor wat hij is en verder met ons meewandelt

Later zou ik op deze wandeling één variant aanleren. En die was dat onder bepaalde omstandigheden onze hond netjes naast mijn linkerbeen moest komen lopen al dan niet met constant oogcontact. -

-

Zonder constant oogcontact, als we met Mathieu of Finn ( onze kleinzonen ) in de kinderwagen of buggy op boodschappentoer gingen. Hier ging het inderdaad om een wandeling van een punt A naar een punt B. Het zo vlot mogelijk laten verlopen van de boodschappentoer stond hier centraal waarbij Mathieu of Finn in de kinderwagen op de eerste plaats kwam. Onze hond mocht mee onder voorwaarden, dus als hij netjes naast mijn linkerbeen meewandelde. Oogcontact was niet nodig. Met constant oogcontact, als ik ergens een poes of kater in het gezichtsveld kreeg om te voorkomen dat Evy die poes of kater in het vizier zou krijgen en plots in een brullende leeuw zou veranderen om te proberen de poes of kater zo ver mogelijk te verjagen. Ik vroeg onze hond dan om netjes naast mijn linkerbeen te komen lopen nog voor zij de poes of kater opgemerkt had, met constant oogcontact om op die manier zo vlot mogelijk voorbij haar vijand nr. 1 te geraken ook al zat of liep die slechts op enkele meters van ons verwijderd.

168


Deze variant kan je vergelijken met de klassieke volg-oefening/wandeling uit de hondenschool of die je leert bij de meeste professionele hondentrainers. Hoe kwam ik op het idee om het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn op de hierna beschreven manier aan te leren. Zoals dikwijls het geval is, door een samenloop van omstandigheden. In de eerste plaats was er Walter die niet meer wou weten van de traditionele manier van wandelen met de hond. Enerzijds was er natuurlijk het feit dat ik ondertussen een degelijke basis aan kennis en ervaring in hondentraining had opgebouwd, anderzijds was er zoiets als mijn buikgevoel dat een heel belangrijke rol speelde. Er waren natuurlijk stukken in deze oefening die ik bij onze 2 eerste honden, Rudith en Rembrandt ook aangeleerd had maar waar het verhoopte resultaat uitbleef omdat ik die op het verkeerde moment in de oefening ingebracht had. En er was Evy die, omdat er tussen ons al heel snel een grenzeloos vertrouwen was gegroeid, van mij de nodige vrijheid kreeg en actief kon meewerken en zo op cruciale momenten mee zorgde voor een doorbraak zo dat alles plots in de plooi viel, alsof het altijd al zo had moeten zijn. Hier ons verhaal : Toen Evy op de leeftijd van 11 weken bij ons in huis kwam wist ik één ding. Ik wilde dat zij mijn eerste hond zou worden met wie we lange ontspannen wandelingen zouden kunnen maken zonder dat ik steeds weer er op zou moeten letten dat ze niet zou trekken aan de lijn. Echter toen ik de eerste keer een leiband aan haar halsbandje vastmaakte, stond ze nog voor ik één voet verzet had met een gespannen lijn voor me. Oei, had onze kleine pup soms bij de fokker al leren trekken aan de lijn ? Ik wilde geen risico nemen en riep Evy naar me toe. Ik maakte de leiband los en samen gingen we terug naar binnen. Neen dit was het niet, ik had bedenktijd nodig. Toen Rudith en Rembrandt bij ons in de familie kwamen wilden we hen zo snel mogelijk mee uit wandelen nemen. Toen Evy ( en Aagje ) bij ons in de familie kwam(en) wilde ik net het tegenovergestelde. Ik zou pas uit wandelen gaan als ik zeker wist dat de tijd daarvoor rijp was, anders niet. Dus begonnen we met eerst andere opvoedkundige aspecten op punt te zetten. Later bleken die de ideale voorbereiding geweest te zijn. In de eerst plaats ben ik begonnen om Evy te laten wennen aan alle mogelijke prikkels en situaties die we op de wandeling zouden kunnen tegenkomen en dit in de eerste plaats in onze onmiddellijke omgeving. Het was immers hier dat we met het aanleren van het meewandelen zonder te trekken aan de lijn zouden beginnen. Wij wonen vrij landelijk dus naast voorbij rijdende auto’s zouden we vooral landbouwvoertuigen kunnen tegenkomen. Ook wordt onze straat dagelijks bezocht door leerling-chauffeurs en hun begeleider, dit met een auto, moto of vrachtwagen. Ook moeten we rekening houden met wielertoeristen, mountainbikers en joggers, alleen of in groep. Daar moest ik dus ook op voorbereid zijn. Je houdt het misschien niet voor mogelijk maar bij ons

169


in de straat lopen op sommige boerderijen de kippen niet alleen vrij op het erf maar ook over de straat op weg naar het weiland aan de overkant. En dan mag ik ook Bobby niet vergeten, de heen en weer lopende, wild blaffende Mechelaar achter een omheining. Ook daar zou ik Evy goed aan laten wennen. En dan zijn er ook nog een aantal honden die vrij de straat op konden zoals Dumbo de Dwergpinscher en Toys de Border Collie. Honden die altijd gezien hadden wie er voorbij kwam en zeker een kijkje zouden komen nemen. De gewenning aan al deze prikkels gebeurde vanuit het mandje, achteraan op mijn puppy-socialisatie-fiets. Alvorens met de oefening netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn te starten, leerde Evy eerst drie commando’s perfect beheersen. Aagje later ook. Eerst en vooral leerde ik onze langhaar Schotse Collie dat als ik haar naam zei, ze onmiddellijk moest stoppen met wat ze bezig was, om met mij oogcontact te maken. Daarnaast leerde ze op een fluitsignaal onmiddellijk naar mij toe te komen. En op het commando “ Oeps ! ” leerde ik haar te gaan zitten.

Bij het aanleren van deze commando’s maakte ik gebruik van de clicker en voedselbeloningen. DE FUNCTIE VAN MARKEERSIGNALEN ZOALS DE CLICKER IS, DAT DEZE ZEER ACCURAAT DE INTENTIE TOT EEN BEPAALD GEDRAG KUNNEN MARKEREN ( ONDER SIGNAAL BRENGEN ). DAARBIJ MOET ECHTER OOK VOOR EEN JUISTE ( GEMOEDS-)STEMMING BIJ DE HOND GEZORGD WORDEN ( = POSITIEVE VERWACHTINGSHOUDING ). DIE VERKRIJGT MEN DOOR HET MARKEERSIGNAAL, IN DIT GEVAL DE CLICKER, ALTIJD TE LATEN VOLGEN DOOR EEN BELONING, EN LIEFST DOOR ZOVEEL MOGELIJK VERSCHILLENDE SOORTEN BELONINGEN. NA EEN TIJDJE ZAL DE AANWEZIGHEID VAN DE CLICKER EEN POSITIEVE VERWACHTING / INGESTELDHEID BIJ DE HOND CREËREN. BIJKOMEND ZAL DIT MARKEERSIGNAAL, OOK EEN SIGNAAL WORDEN TOT INTERACTIE MET MENSEN. De clicker is voor mij hét trainingsinstrumentje bij uitstek waarmee je duidelijk kan communiceren met je hond in trainingssituaties. Voor mij is er een verschil tussen trainingssituaties en opvoedingssituaties. Bij deze laatste gebruik ik geen clicker. Zo gebruikte ik bij het aanleren van het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn geen clicker. In de voorbereidende oefeningen die eerst getraind werden daarentegen wel. Een click van de clicker zegt aan je hond : “ Dat is wat ik wilde zien dat je deed, flink zo, kom je beloning maar halen. ” Uiteraard vraagt het gebruik van de clicker enige ervaring echter oefening baart kunst ! Eens een oefening door mijn hond perfect gekend is en onder commando staat, bouw ik het gebruik van de clicker af. In de plaats daarvan komt het woordje “

170


Flink zo ! ” uiteraard ook ALTIJD gevolgd door een beloning. Elke keer een oefening perfect gekend is en ook het bijbehorende commando, en de clicker afgebouwd, neem ik drie weken de tijd om ze onder stimulus controle te zetten. Wanneer we kijken of een oefening onder stimulus controle staat wil dit zeggen dat je controleert of de hond een aangeleerd gedrag dat bij een aangeleerd commando past wel echt perfect kent. Intussentijd leer ik geen nieuwe oefeningen met de clicker aan. Dit geeft dat je oefeningen zo rotsvast gekend zijn dat je hond ze NOOIT meer zal vergeten en ze ALTIJD perfect zal blijven uitvoeren !

Tijdens een seminarie gegeven door Dr. Ute Blaschke-Bertold leerde ik nog een heel andere toepassing van de clicker kennen. En dit kwam als een geschenk uit de hemel, omdat ik op dat ogenblik tijdens het netjes meewandelen aan de lijn met Aagje, een probleem had waarvoor ik niet direkt een oplossing zag. Maar daarover later meer.

EEN MARKEERSIGNAAL, DAT KAN DE CLICKER ZIJN OF EEN WOORD, IS EEN GELEERDE VERSTERKER MET EEN POSITIEVE VERWACHTING. STUDIES EN WETENSCHAPPELIJK ONDERZOEK HEBBEN UITGEWEZEN DAT BIJ EEN POSITIEVE VERWACHTING ( IN DIT GEVAL EEN BELONING ONDER DE VORM VAN IETS HEEL LEKKER, MAAR DAT KAN EVEN GOED IETS ANDERS ZIJN ) DOPAMINE VRIJ KOMT IN DE HERSENEN. EN HET VRIJKOMEN VAN DOPAMINE GEEFT JE VIERVOETER EEN INSTANT GOED GEVOEL, ALSOF HIJ DE HELE WERELD AAN KAN. ONDERZOEK WEES OOK UIT DAT DE CLICKER EEN KRACHTIGER EFFECT TE WEEG BRENGT IN DE HERSENEN DAT GELIJK WELK ANDER MARKEERSIGNAAL. DAARNAAST BLIJKT DE CLICKER OOK HET IDEALE HULPMIDDEL TE ZIJN OM JE HOND TE HELPEN, OM MOEILIJKE SITUATIES DOOR TE KOMEN. DUS SITUATIES WAARBIJ HIJ ZICH NIET GOED IN ZIJN VEL VOELT. EN OP DAT OGENBLIK GEWENST GEDRAG DAT HIJ PERFECT KENT, NIET LAAT ZIEN HOEWEL GEVRAAGD. ALS JE DAN OP EEN BEPAALD OGENBLIK TOCH VOOR IETS KAN BELONEN ( GEBRUIKMAKEND VAN DE CLICKER, DUS DOOR CLICK + BELONING ) KAN JE HEM UIT DIE ONAANGENAME TOESTAND HALEN, EN TERUG VERDER. HIER GEBRUIK JE DE CLICKER OM EEN VERANDERING IN GEMOEDSSTEMMING TE BEKOMEN. GENIAAL TOCH !

171


Alles begon met Rudith. Onze Berner werd in de hondenschool eerst getraind in de volgens op dat ogenblik gangbare trainingsmethodes waarbij gebruik gemaakt werd van een ruk aan de lijn. Echter deze manier van werken lag ons niet. Vrij snel kwamen we in contact met nieuwe trainings-methodes. Na een poosje de lokbeloning-methode uitgeprobeerd te hebben, ontdekten we de clicker. Dit was het beste wat ons kon overkomen ! Vanaf dat ogenblik werd trainen synoniem voor samen nieuwe dingen uitproberen en vooral heel veel plezier beleven. Rudith was wat men noemt een cross-over hond. Niet alleen voor haar maar ook voor mij ging een heel nieuwe wereld open. Een cross-over hond is een hond die in eerste instantie getraind is op de traditionele manier, gebaseerd op het corrigeren van fout of ongewenst gedrag door middel van een ruk aan de lijn en die daarna overschakelt naar clickertraining gebaseerd op het belonen van goed of gewenst gedrag en het negeren van fout of ongewenst gedrag. Bij de traditionele manier mag de hond geen initiatief of vrijwillig gedrag tonen, terwijl clickertraining juist gebaseerd is op initiatief of vrijwillig gedrag. Voor een cross-over hond is deze omschakeling in het begin best moeilijk doch zeker meer dan de moeite waard.

Na Rudith kwam Rembrandt. Hij werd mijn eerste volledig clickergetrainde hond. Rudith en Rembrandt gaven mij de kans om clickertraining volledig te leren begrijpen, met vallen en opstaan. Met Evy kon ik mij uitleven. Bij haar kon ik alles wat ik met de andere honden had geëxperimenteerd, in geperfectioneerde vorm toepassen. Het bracht ons samen op een ongekend niveau. Clickertraining is voor ons dan ook veel meer dan zo maar een andere manier van trainen, hoewel de grootste beloning voor Evy is, te mogen werken voor een click. Al snel zaten we beiden zowel tijdens als buiten de trainingssessies op dezelfde golflengte in onze manier van denken. Dit maakte dat er tussen ons een grenzeloos vertrouwen ontstond. We spraken duidelijke taal voor elkaar. Dit had zo zijn weerslag op het leven van alledag. Plots kregen we ook een heel mondige hond. Immers die duidelijke wederzijdse communicatie stopte niet op het einde van een trainingssessie. Een onverwachte extra dimensie aan clickertraining.

Tip Echter, een tot in détail uitwerken hoe clickertraining werkt, en hoe je oefeningen opbouwt, zou ons te ver van het onderwerp “ Op vakantie, en de hond mag mee ! ” leiden. Immers de basisprincipes van clickertraining leg je niet in enkele pagina’s uit.

172


Daarom zou ik zeker aanbevelen om voor de training van je eerste pup te kiezen voor individuele lessen clickertraining gegeven door professionele hondentrainers. Je hond zal je er dankbaar voor zijn. Uiteraard zijn er ook hondenscholen die clickertraining aanbieden.

Een samenvatting van hoe wij te werk gingen : Elke oefening werd aangeleerd in een prikkelarme omgeving dus een omgeving waarin niets aanwezig was dat de hond kon afleiden. Dat kon binnenshuis zijn in de woonkamer, keuken of garage ( dan vooral in de winter ). Of dat kon buiten in de tuin zijn. De hond was NOOIT aangelijnd. Bij nagenoeg alle oefeningen werd vertrokken van operant of vrijwillig gedrag. De hond begon steeds zelf met de oefening of anders gezegd hij liet zelf, uit eigen beweging het gedrag zien dat ik wilde belonen. Dat vraagt soms wat geduld. Na de click volgt STEEDS een beloning. Bij voorkeur kleine stukjes voeding omdat hiermee het snelst kan gewerkt worden. Je geeft het aan de hond na een click of je gooit het op de grond. Je hond pakt het, slikt het in en is opnieuw klaar om verder te werken. Met spel is dat veel moeilijker. Dus zoek uit voor je begint te trainen welke de favoriete voedselbeloningen zijn voor je hond. Er werd ons vroeger geleerd steeds te werken met een hongerige hond. Dit zou volledig achterhaald zijn en zelfs af te raden ! Wetenschappelijk onderzoek wees ondertussen uit dat een viervoeter die goed gegeten heeft, veel meer impulscontrole / zelfbeheersing heeft. Hij zal veel beter kunnen nadenken voor hij iets doet, of niet doet ( als het niet mag ). Dus niet werken met een hongerige hond. Immers dit geeft oa. een verhoogde nervositeit en een verminderde concentratie, wat we kunnen missen in training / sport of arbeid ! Daarbij geven we bij voorkeur zijn dagelijkse hoeveelheid voer verdeeld over twee maaltijden. Dit geeft niet alleen betere prestaties overdag, maar ook een beter lange termijn geheugen, en een beter slaappatroon ’s nachts. Geef zijn maaltijden ook niet op vaste tijdstippen. En voor training / sport of arbeid voorzie je hem van voldoende snelresorbeerbare koolhydraten. Dit geeft onmiddellijk een turbo-boost / verhoging van de concentratie.

Als eerstgeborene van zeven pupjes, met een geboortegewicht van slechts 165 gr. liet onze Evy letterlijk NIET de kaas van tussen haar boterhammetjes eten. Na drie weken woog ze al 800 gr. en op de leeftijd van 7 weken was er eigenlijk geen merkbaar verschil meer met de andere pupjes. Evy bleef gans haar leven een makkelijk eter en ze at ook echt ALLES !

173


Dit kon niet gezegd worden van Aagje. Onze korthaar Collie was eerder een moeilijke eter. En op alles werd minutenlang geknabbeld, hoe minuscuul het voedselbrokje ook was. Niet echt ideaal dus als je met voeding wilt belonen. Echter, na verloop van maanden, zagen we dit gedrag in de gunstige zin veranderen. Hoe meer lekkere dingen ze te proeven kreeg, hoe gretiger ze erop werd. Op de leeftijd van 1 jaar kon je haar werkelijk met om het even welke voeding belonen.

Tip Sommige honden hebben echt een absolute voorkeur voor bepaalde voedselbeloningen. Deze gebruik je dan steeds EN enkel en alleen tijdens trainingssessies. Ze zullen je hond nog meer motiveren om ervoor te werken.

Bij onze Berner en onze Schotse Collie Evy ( en later ook bij Aagje ) lag dit iets anders. Zij aten echt ALLES graag. Dit maakte dat ik bij trainingssessies steeds verschillende soorten voedselbeloningen klaar nam. Immers het verrassingseffect van steeds weer iets anders te kunnen verdienen motiveerde hen meer dan wanneer ik slechts één soort beloning gebruikte. Ik wisselde dan af tussen blokjes kaas of gekoote lever, stukjes gerookt paardenvlees of gedroogde vis… Echter de ene hond is de andere niet. Bij Rembrandt voedselbeloningen gebruiken was niet echt een goed idee. Onze jongeman was al van op prille pupleeftijd na elke maaltijd ziek. Eten stond gelijk met braken, heel veel braken, elke dag weer. Later ontdekten we dat een aangeboren zeer ernstig pancreasprobleem hiervan de oorzaak was. Bijgevolg moesten we iets anders vinden dat door onze Tervuerense Belgische herdershond ervaren werd als een beloning. Al snel zagen we dat Rembrandt heel speels was en dat hij een fenomenale neus had. Echter spel als beloning gebruiken vond ik niet echt ideaal. Nog op zoek naar wat voor hem de ultieme beloning kon zijn, gebeurde het volgende. Tijdens het aanleren van het speels apporteren had ik vastgesteld dat Rembrandt echt uit het dak ging als ik de tennisbal ergens verloren gooide. Dus op een plaats waar hij niet kon zien waar de bal lag. Hij wist dan wel in welke richting ik de bal ongeveer gegooid had, maar waar hij ergens was terecht gekomen niet. Juist dit, namelijk het feit dat hij mocht zoeken om zijn bal te vinden, onze Tervuerer had een geweldig goede neus en speurde zeer graag, maakte dat hij nog gretiger werd om deze apporteeroefening te mogen uitvoeren. En wees gerust, hoe lang hij ook moest zoeken, hij kwam ALTIJD met de bal terug. Deze gretigheid wilde ik ook zien bij het aanleren van oefeningen zoals zitten, liggen, hierkomen… of aandacht geven, op commando. Er nog niet helemaal uit hoe ik best te werk ging, kreeg ik

174


het op een presenteerblad aangereikt door Rembrandt zelf. Ik begon met het aanleren van een eerste oefening, welke het juist was weet ik niet meer. Op het moment dat onze pup het gedrag liet zien dat ik wilde zien, clickte ik en kreeg hij zijn voedselbeloning. Neen, ik gaf ze niet uit de hand, ik gooide ze ergens in mijn buurt op de grond. Rembrandt kon zo zijn neus gebruiken om de voedselbeloning te vinden. Eens het voedselbrokje gevonden, kwam hij snel terug om verder te werken. Doch op zeker moment in die oefening, nadat ik geclickt had omdat hij opnieuw het gedrag liet zien dat ik voor ogen had, wachtte hij niet tot ik het voedselbrokje weggegooid had om het te gaan zoeken, maar ging zijn neus direkt richting grond en begon hij al met zoeken. Ik vond dit wel straf ! Ik stond nog met de voedselbeloning in mijn hand. Ik had ze helemaal nog niet op de grond gegooid. Om hem te foppen, zonder dat hij het zag, hij was te druk bezig met zoeken, gooide ik het voedselbrokje over mijn schouder en viel het ergens achter mij op de grond. Ik dacht nog, omdat Rembrandt een eindje voor mij stond te zoeken : Dit vindt hij nooit ! Hij zal in het vervolg wel wachten met zoeken na de click tot hij ziet waar ik het voedselbrokje weggegooid heb. Maar wat had ik mij vergist ! Hij wist dat na de click het voedselbrokje ergens op de grond gegooid ging worden en als een stofzuiger was hij al maar begonnen met zoeken en zocht hij heel het gazon af in mijn buurt, en dit niet alleen voor mij maar ook achter mij. En tot mijn enorme verbazing vond hij het kleine voedselbrokje ook nog. Meestal gebruikte ik een klein stukje brood. Voor Rembrandt was de beloning die volgde op de click, het mogen speuren. Het uiteindelijk vinden en opeten van het voedselbrokje hoorde erbij en was het signaal om opnieuw naar me toe te komen om verder te werken, om opnieuw die click te kunnen verdienen en weer opnieuw te mogen speuren. Het creeĂŤrde een ongelooflijke gedrevenheid bij hem. Het was een plezier om hem te zien werken bij het aanleren van nieuwe oefeningen, en het was een al even groot plezier om te zien hoe hij genoot van dat speuren.

Ideaal is wanneer een viervoeter kan beloond worden met iets wat op dat ogenblik voor hem van allergrootste beloningswaarde is. Om dat te weten te komen, bestaat er een handig hulpmiddeltje ( geleerd van Dr. Ute Blaschke-Bertold ). Maak een TOP20 lijst, met ALLES wat je viervoeter een positieve emotie geeft. Dus een lijst met dingen die hij graag krijgt ( voeding of speeltje, of een aai of knuffel ) of die hij graag doet ( activiteiten alleen of met jou, of met andere honden ), en dit in alle mogelijke situaties ( thuis of tijdens de wandeling, of tijdens training‌ ). Deze TOP20 lijst is heel belangrijk, enerzijds omdat er eerst over nagedacht is. En anderzijds omdat hij je per situatie onmiddellijk eraan herinnert hoe je het krachtigst kunt belonen. Controleer regelmatig of deze lijst nog actueel is.

175


TOP20 BELONINGEN - Aagje Thuis, binnenshuis en als ze alleen is ( dus als er niemand van ons thuis is ) Op bed en sofa mogen slapen, iplv. in de bench opgesloten

Iets hebben om op te knabbelen ( vb. een vers kauwbeen ) De pluche poes kunnen pakken en er op haar eentje mee spelen

en als ze niet alleen is ( dus als wij ook thuis zijn ) Dicht tegen iemand van ons mogen liggen op het bed of de sofa Zachtjes geaaid worden Voedselbrokjes krijgen schijnbaar zo maar, of mee van de tafel mogen eten

Thuis, buitenshuis en als ze alleen in de tuin is ( als wij bijvoorbeeld binnen zijn )

176


Kunnen rennen in en rond de vijver Op een vers been mogen knabbelen De reiger mogen wegjagen Op de tuinrelax of op het ligbed mogen liggen om alles in ’t oog te kunnen houden Rollen in het gras

Thuis, buitenshuis en als ze niet alleen is ( als wij dus ook buiten zijn ) Een bal mogen apporteren, te land, te water of in de lucht Samen op het ligbed liggen, op een fleece deken Een trekspelletje doen Baloe haar beste vriend uitnodigen om te komen ravotten, of te zwemmen in de vijver

177


Onderweg tijdens de wandeling Spelen met Baloe Rennen met of zonder andere honden Een voedselbrokje krijgen schijnbaar zo maar Mogen snuffelen zo lang ze zelf wilt Kunnen rollen in hoog gras Vrij mee mogen wandelen

Tip Wist je dat het eetgedrag van je viervoeter heel wat zegt over hoe hij in training het gemakkelijkst te motiveren is ? Is hij een langzame eter, dan wil hij het liefst beloond worden met sociaal contact, knuffelen, spelen… Is hij eerder van het stofzuiger type dan zal zijn hoogste motivatie, voeding zijn.

Wetenschappelijk onderzoek onder leiding van Prof. Dr. Adam Miklosi heeft uitgewezen dat voor een viervoeter de ultieme beloning is : “ IETS ZELF KUNNEN OPLOSSEN ”. Dat is wat hem het meest voldoening zal geven ( + een boost voor het zelfvertrouwen ). Dus het komt erop aan je viervoeter steeds een opgave te geven die in eerste instantie voor hem moeilijk lijkt, maar waar hij toch succes kan hebben. Bij succes, geef je de volgende keer een iets moeilijker opgave. Echter SUCCES MOET ER ALTIJD KUNNEN ZIJN, anders leert hij niets ! De weg er naartoe zal zijn drijfveer / motivatie worden, in plaats van de voeding of bal. Het zelf voorspelbaar kunnen controleren van de omgeving is voor de hond veel meer belonend dan de beloning zelf. En het verhoogt enorm de trainbaarheid.

Of, om het met de woorden van Dr. Ute Blaschke-Bertold te zeggen : De waarde van de beloning ( voeding, speeltje… ) is afhankelijk aan wat er aan vooraf ging. Dus best ook thuis dat zo aanbrengen. En situaties creëren waarbij je viervoeter iets zelf kan oplossen.

178


Indien je viervoeter de kans krijgt om zijn beloning zelf te kiezen, draagt dit bij tot een sterkere binding met jou. Bijvoorbeeld : Je viervoeter heeft een beloning verdiend. Laat hem uit een doos met verschillende kauwbenen ( een stuk gedroogde pens, een gedroogd oor van konijn met vacht, eentje zonder vacht, een mergpijp en een bullepees ) er eentje kiezen. Meer nog, als het op is, laat je hem nog een tweede kiezen. Daarna gaat de doos met beloningen weg. Een ander voorbeeld : Je beloond je viervoeter in de tuin met een apportspelletje, met een bal. Laat hem zelf kiezen met welke bal hij dat wilt doen. En laat hem ook zelf kiezen hoeveel keren je de bal wegwerpt. Uit studies en wetenschappelijk onderzoek weet men ook, dat het zelf controle kunnen hebben over het eigen gedrag, in dit geval zelf de beloning kunnen kiezen, meer serotonine-afscheiding geeft. Wat dus een groot tevredenheidsgevoel geeft.

Tip Geleerd van Dr. Ute Blaschke-Bertold : Heeft je viervoeter concentratieproblemen tijdens de training ? Leg dan een doosje met zijn beloningen in het zicht, of naast hem. Hij zal zich eerder concentreren op zijn doosje met beloningen, dan op de afleiding uit de omgeving. En zo geconcentreerder werken. En dus gemakkelijker een beloning kunnen verdienen.

Weet ook dat hoe langer het duurt voor de beloning komt ( het gaat hier dus om de tijd tussen het tonen van het gewenste gedrag en het verkrijgen van de beloning ), hoe minder waard ze is ! Dus om je viervoeter gemotiveerd te houden, moet de beloning onmiddellijk komen. En het gaat hier dan om een kwestie van seconden. Vandaar ook de introduktie van de clicker. De clicker maakt een uitgestelde beloning mogelijk. Door de click steeds onmiddellijk te laten volgen door een beloning, wordt de clicker een aangeleerde / geconditioneerde versterker. Met de clicker markeer je op het juiste ogenblik ( en dus niet 3 seconden later, wat te laat is ) een bepaald gewenst gedrag. En je viervoeter weet onmiddellijk dat dit het gedrag is dat je wilde zien, en dat de beloning komt. Op deze manier voorkom je een waardevermindering van de beloning. Echter komt een verwachte beloning niet. Of is een beloning kleiner dan gedacht. Dan geeft dit frustratie. En frustratie is een functie van extinctie

179


of uitdoving. Dus beloon steeds gepast ! En ongelooflijk belangrijk ! Na de click komt er ALTIJD een beloning. En leer je viervoeter ook wanneer er beloningen kunnen verdiend / verwacht worden, en wanneer niet. Lees daarover verderop de info over het belang van het aan- en uitzetten van je hond. Echter als je veel samen met je hond doet, en mekaar heel goed verstaat en samen plezier beleeft, dan groeit er niet alleen een hechte band tussen jullie beide maar dan wordt het samen dingen kunnen doen of dat nu spel is of training of andere zaken “ OP ZICH ” voor de hond iets waar hij enorm naar zal uitkijken. Die activiteit kunnen doen wordt zelfbelonend.

Het commando “ Flink zo ! ” en emoties In onze training zullen we op zeker ogenblik het gebruik van de clicker afbouwen. In de plaats daarvan komt het woordje “ Flink zo ! ”. Maar hoe moeten we dat woordje uitspreken, met emoties erin, of juist zonder ?

Onze ervaring met emoties bij Evy : In de eerste dagen na haar aankomst in onze familie wilde ik toch wel eens weten of onze pup eigenlijk apporteerde. Ik nam haar mee in de tuin, hurkte neer, gooide een eindje voor me uit een balletje weg en keek hoe ze hierop reageerde. Evy spurtte erachteraan, pakte het beet en bracht het onmiddellijk bij mij terug om het in mijn handen te leggen. Wat een flinke Evy ! Ik beloonde haar dan ook uitbundig met de stem maar moest op datzelfde ogenblik vaststellen dat zij daarop niet reageerde zoals ik verwachtte. Evy ging kompleet door het lint. Al snel kwamen we erachter dat onze Schotse Collie telkens we haar voor iets beloonden met de stem, hoe weinig emotie we daarbij ook toonden, ze elke keer weer letterlijk alle zelfcontrole verloor. Hier moesten we uiteraard zo snel mogelijk iets aan doen. We startten die eerste week nog, met korte trainingssessies basisgehoorzaamheid. Onze eerste oefening die we trainden was de aandachtsoefening. We gebruikten daarbij in eerste instantie de clicker om goed gedrag te markeren en beloonden met voeding. Later werd de clicker vervangen door het woordje “ Flink zo ! ”. Het gebruik van emotie hierbij was uit den boze, voorlopig althans. Geleerde commando’s werden ook steeds op neutrale toon uitgesproken. Op die manier ging alles prima. Na verloop van tijd wilde ik opnieuw weten hoe zij zou reageren op emoties. Voorzichtig ging ik te werk. Het woordje “ Flink zo ! ” werd voorzien van de nodige gepaste dosis emotie. In het begin was dat matig, later uitbundig.

180


Evy ging niet meer door het lint. Meer zelfs, op zeker ogenblik stelden we vast dat zij zeer goed het verschil in emoties bij het woordje “ Flink zo ! ” had begrepen. Afhankelijk van de manier waarop wij het uitspraken reageerde zij duidelijk verschillend. Uiteraard kon dit alleen doordat wij heel consequent hierop getraind hadden.

Hoe schakel je over van de clicker op het commado “ Flink zo ! ”

Bij onze viervoeters ging ik als volgt te werk : Mijn hond overschakelen van de clicker op het woordje “ Flink zo ! ” gebeurt steeds in enkele trainingssessies. Binnen de 3 dagen training is hij steeds overgeschakeld. Hoe doe ik dat ? Als mijn hond het gedrag laat zien dat ik voor ogen heb, zeg ik “ Flink zo ! ” onmiddellijk gevolgd door de click van de clicker, en ik beloon zoals steeds met wat voeding. Vervolgens ga ik de tijd tussen het woordje “ Flink zo ! ” en de click van de clicker opbouwen. Dus ik zeg “ Flink zo ! ” en wacht 2 seconden alvorens ik click. Uiteraard komt nadien de beloning. Je zal heel snel zien dat na wat oefening je hond na het woordje “ Flink zo ! ” op dezelfde manier zal reageren als op de click van de clicker, maar dit nog voor je de clicker gebruikt hebt. Op dat ogenblik weet je dat je de clicker kan weglaten, dat het woordje “ Flink zo ! ” nu voor je hond dezelfde betekenis heeft gekregen. Het gebruik van het woordje “ Flink zo ! ” zonder enige emotie, maakt dat je tijdens het ganse verloop van de trainingssessie je hond optimaal geconcentreerd houdt bij de oefening. En dat komt het aanleerproces alleen maar ten goede, want je hond zal veel sneller de oefening beet hebben. Uiteraard moeten zulk een trainingssessies kort gehouden worden, immers hoe geconcentreerder je hond werkt, hoe vermoeiender dat voor hem is, echter ook hoe interessanter. Een hond die steeds weer kan beloond worden omdat hij prima werkt, zal in volgende oefensessies ook veel gemotiveerder zijn. Nadien als de oefening perfect gekend is en onder stimulus controle staat, ga ik emotie aan dit woordje “ Flink zo ! ” toevoegen. En het zal vooral de moeilijkheidsgraad van de afleidende omstandigheden zijn, die bepaalt welke emoties de “ Flink zo ! ” zullen begeleiden. Wanneer onze Evy in echt moeilijke omstandigheden het gedrag dat ik vraag perfect laat zien, volgt er een uiterst uitbundige “ Flink zo ! ”. Uiteraard steeds gevolg door een beloning. En wees gerust Evy’s lichaamstaal straalt dan één en al tevredenheid uit. Evy weet heel goed wanneer ze flink gewerkt heeft en als ik dat dan ook bevestig met het woordje “ Flink zo ! ” + beloning, en toon hoe blij ik ben, dan is ze de gelukkigste hond op aarde. Maar neen, door het lint gaan is er niet meer bij.

181


De aandachtsoefening Het aanvangs-niveau : Evy is nog maar net bij ons in de familie gekomen. Bij

de fokker luisterde ze naar de naam Evelina. Wijzelf hebben onze pup slechts eenmaal gezien voor ze mee naar huis mocht en dat was op de leeftijd van 7 weken tijdens de puppytest uitgevoerd door de professionele hondentrainer. Wij willen onze Schotse Collie Evy noemen. Die naam kent ze dus nog niet. Wij moeten hem bijgevolg zo snel mogelijk aanleren. Omdat ik, als ik haar naam zeg, wil dat ze stopt met wat ze bezig is en naar mij kijkt, dus oogcontact maakt, besluit ik om aan haar naam ook het commando voor de aandachtoefening te koppelen. Wil je ook deze aandachtsoefening aan je hond aanleren maar kent je hond zijn naam al dan gebruik je gewoon een ander commando, bijvoorbeeld het woord “ Kijk ! ”.

Het eind-resultaat : Als ik onze Schotse Collie bij haar naam roep wil ik dat ze onmiddellijk stopt met wat ze bezig is en naar mij kijkt met oogcontact.

De criteria waarop een click + beloning volgde. Met andere woorden wat wilde ik achtereenvolgens zien bij onze pup dat ze een click verdiende en een beloning kreeg.

Onze pup kijkt toevallig naar mij met oogcontact, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot max. 3x per dag. In de loop van de volgende trainingssessies die dag begint onze pup duidelijk bewust naar mij te kijken. Onze pup kijkt bewust naar mij met oogcontact, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot 3x per dag. Al tijdens de eerste trainingssessie die dag geeft onze pup keer op keer onmiddellijk aandacht aan mij met oogcontact, click + beloning. Aanleren van het commando “ Evy ! ” op de intentie dat onze pup naar mij gaat kijken met oogcontact, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot 3x per dag. Nagaan of onze pup het commando kent. Op een ogenblik waarop de pup niet naar mij kijkt en niet verwacht dat ik iets tegen haar ga zeggen, zeg ik haar naam “ Evy ! ”. Kijkt ze onmiddellijk naar mij met oogcontact, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot 3x per dag. Eens onze pup het commando kent, willen we zien dat ze op commando langere tijd aandacht geeft met oogcontact en die duurtijd bouwen we geleidelijk aan op. Daarna gaan we het commando “ Flink zo ! ” introduceren in de plaats van de clicker. We oefenen zoals gewoonlijk maar nu zeggen we het commando “ Flink zo ! ” vlak voor de click + beloning. Na enkele trainingssessies komt de “ Flink zo ! ” in de plaats van de clicker, dus “ Flink zo ! ” + beloning.

182


Vanaf nu zet ik de oefening onder stimulus controle, dit gedurende drie weken. Ik controleer nu keer op keer of mijn pup het aangeleerde gedrag dat bij het aangeleerde commando past wel echt perfect kent. En dat gebeurt als volgt : -

Als ik het commando geef, moet mijn pup ONMIDDELLIJK het juiste gedrag laten zien. Mijn pup mag GEEN ANDER GEDRAG laten zien op dat commando. Als ik een ander commando geef, mag mijn pup dan ook dit gedrag NIET tonen. En mijn pup mag het gedrag NIET MEER geven zonder dat ik daartoe het commando gegeven heb.

En ik oefen met mijn pup onder alle mogelijke omstandigheden. Dus niet langer meer alleen thuis in een prikkelarme omgeving maar ook elders in omstandigheden met alle mogelijke prikkels.

Tip Misschien niet zo voor de hand liggend, maar tijdens onze uitstapjes met Aagje in de puppy-socialisatie-fiets oefenden we te pas en te onpas een variant op de aandachtsoefening. Dit specifiek als voorbereiding voor het ogenblik dat we met haar het wandelen zonder te trekken aan de lijn zouden beginnen oefenen, buiten de thuisbasis.

183


Telkens we tijdens onze fietsuitstap een prikkel tegenkwamen waarop ze later tijdens het inoefenen van het wandelen zou kunnen reageren ( 1 ) door er ( blaffend ) achteraan te gaan of ( 2 ) er nieuwsgierig naartoe te lopen om kennis te maken, hielden we halt. Ik wachtte tot Aagje de prikkel in het vizier kreeg en vroeg dan telkens om het oogcontact met deze prikkel te verbreken ( dus ervan weg te kijken ) om MIJ oogcontact te geven. Ik zei dan gewoon haar naam, keek ze weg om met mij oogcontact te maken, dan volgde een “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. De allereerste keer bij een sterke prikkel, vb. een naderende jogger, fietser of motorrijder, een wandelaar met zijn hond die jullie gaat kruisen, kippen die de rijweg oversteken, een fazant die met veel lawaai wegvliegt… , geef je je viervoeter voldoende de tijd om correct te kunnen reageren. Dus GEEN 25x zijn naam zeggen, zelfs geen 2x, maar in de plaats daarvan het nodige geduld hebben, en vertrouwen in je hond. En belonen bij de minste beweging tot wegkijken, om met jou oogcontact te maken. Je moet immers een vertrekpunt hebben vanwaar je de oefening verder kan opbouwen. Nadien zal je viervoeter bij het opnieuw zien/horen van deze prikkel(s), als je zijn naam zegt steeds sneller en sneller correct reageren/jou oogcontact geven. Uiteindelijk na verloop van tijd en voldoende oefenen zal je hond gaan anticiperen en uit eigen beweging reageren, dus wegkijken van deze prikkel(s) om aan jou oogcontact te geven, en dat nog voor je iets gevraagd had. Dit is uiteraard de uiteindelijk doelstelling van deze oefening. Hier gebruikte ik geen clicker. De aandachtsoefening was reeds perfect gekend, weliswaar in prikkelarme omstandigheden, wat uiteraard de voorwaarde is. Deze variant op de aandachtsoefening maakt eigenlijk deel uit van de stimulus controlefase. En ze is eigenlijk niets anders dan de allereerste stap in het later terugroepen van je hond onder al die prikkels, waar hij het liefst van al op zou reageren door er achteraan te gaan. In het fietsmandje ( toch het type dat ik gebruikte ) was het onmogelijk om deze prikkels achterna te gaan, dus ideaal als voorbereidende oefening.

Tip Heb je geen puppy-socialisatie-fiets zoals wij, geen nood. Ter afwisselijk reden we meermaals met de auto tot in het dorp, en wel omstreeks het uur dat de school uit was. We parkeerden strategisch, op een plaats langswaar de meeste fietsers de school zouden verlaten, op weg naar huis. In ons geval was dat ook nog eens langs een heel drukke baan, met veel verkeer allerhande (niet alleen veel doorgaand verkeer, maar ook veel bussen, en heel veel vrachtverkeer ). Eenmaal stonden we zelfs vlak aan de bushalte geparkeerd. Ideaal wanneer men tegelijk de hond ook wil leren dat hij niet naar iedereen die op of af de bus stapt moet willen gaan, om te begroeten. Onze pup bevond zich gans de tijd in de laadruimte van de auto, aangelijnd. Ik zat naast haar en had de leiband goed vast. Met de kofferdeur volledig open sloegen we de drukte gade, daarbij hield ik vooral onze Collie-pup goed in het oog. Kwamen de eerste fietsers eraan, en zag zij hen naderen, dan zei ik haar naam. Reageerde ze correct met oog-

184


contact naar mij, dan volgde een “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. In het begin zei ik haar naam al als de fietsers nog tamelijk veraf waren. Nadien als ze wat dichter in onze buurt kwamen gefietst, en uiteindelijk terwijl ze op onze hoogte voorbij reden. Reageer je te laat ( dat gebeurd iedereen wel eens ) en wil je viervoeter een fietser achterna, zorg er dan voor dat dit niet mogelijk is. Dikwijls zie je bij deze oefening ( ongeacht of je pup/hond zich in het fietsmandje bevindt dan wel in de laadbak van je auto ) dat in eerste instantie hij staande alle verkeer in de gaten houdt, nadien zittend en uiteindelijk liggend, waarbij geen haar op zijn lijf er nog aan denkt, erachteraan te gaan. En dat is wat we uiteindelijk willen bekomen. Een viervoeter die zich van al die drukte niets aantrekt.

Het woordje “ Sorry ! ” en zijn betekenis Eens een oefening perfect gekend is en ook het bijbehorende commando en de clicker afgebouwd en alles onder stimulus controle gezet, introduceren we een nieuw commando, namelijk het woordje “ Sorry ! ”. Het betekent : Wat je nu aan gevraagd gedrag laat zien is niet goed genoeg voor mij, sorry. Hier valt niets te verdienen. Geen “ Flink zo ! ”, geen aai, geen spelletje, geen voedselbrokje… Je had maar beter moeten werken, je kan het gevraagde gedrag in alle omstandigheden perfect laten zien, dus met minder ben ik niet tevreden. Echter, ik geef haar wel onmiddellijk opnieuw de gelegenheid om het recht te zetten. Zo dat we de oefensessie positief kunnen afsluiten.

Onze ervaring bij Evy : Naast het woordje “ Flink zo ! ” kende onze Schotse Collie dus ook het woord “ Sorry ! ”. Gelukkig moest ik dit slechts heel zelden gebruiken. Evy kreeg het te horen als ze een gevraagd gedrag niet helemaal perfect liet zien. Meestal was dat wanneer ze dat te snel of te enthousiast wou laten zien en daardoor de mist in ging. Helaas pindakaas, maar mijn antwoord was dan onverbiddelijk “ Sorry ! ”. Haar reactie was dan altijd dezelfde. Je zag de teleurstelling op haar gezicht. Wat had zij graag die “ Flink zo ! ” gehoord, die aai gekregen, dat spelletje kunnen spelen of dat voedselbrokje verdiend. Dit maakt dat je hond zeer snel leert om steeds weer het perfect uitgevoerde, gevraagde gedrag te laten zien. Uiteraard is de voorwaarde hiervoor dat je hond dit perfecte gedrag ook perfect kent, in alle omstandigheden. Het volgende overkwam mij enkele jaren geleden : Zo gaf ik Evy op zeker ogenblik het commando “ Mooi ! ” dat vraagt dat zij mooi gaat opzitten als een circusbeer ( zie verder in dit boek ). Echter, om dit te kunnen doen moet je hond het evenwicht perfect weten te bewaren en dat kan alleen als de achterpoten perfect onder het lichaam

185


geplaatst zijn, anders lukt dit echt niet. De ondergrond waarop we stonden was afhellend. Dus het was best moeilijk om deze oefening perfect uit te voeren. Evy voelde dat haar achterpoten niet goed stonden en zij zo nooit deze oefening perfect zou kunnen uitvoeren. En nog voor ik “ Sorry ! ” gezegd had, keek ze mij aan met een blik van : “ Momentje zo kom ik er niet ”. Waarop ze terug met de 4 poten op de grond ging staan en onmiddellijk opnieuw begon. En wees gerust, zeer zelfverzekerd herpakte ze zich en ging ze perfect mooi opzitten als een circusbeer, ondanks die aartsmoeilijke ondergrond. Evy wil maar één ding, altijd weer, bij gelijk welke oefening. Zij wil die “ Flink zo ! ” horen, dat zie je heel duidelijk in heel haar lichaamstaal als je haar bezig ziet.

De zit-oefening Het aanvangs-niveau : Ik zie dat Evy regelmatig gaat zitten, ik ga op zulk een moment beginnen met het aanleren van deze oefening.

Het eind-resultaat :

Als ik het commando “ Oeps ! ” zeg, wil ik dat onze pup

onmiddellijk gaat zitten.

De criteria waarop een click + beloning volgde. Met andere woorden wat wilde ik achtereenvolgens zien bij onze pup dat ze een click verdiende en een beloning kreeg.

Onze pup gaat toevallig zitten, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot max. 3x per dag. In de loop van de volgende trainingssessies die dag begint onze pup duidelijk bewust te zitten om de click te horen. Onze pup gaat bewust zitten, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot 3x per dag. Al de 1ste dag gaat onze pup keer op keer zeer snel bewust zitten, click + beloning. Aanleren van het commando “ Oeps ! ” op de intentie dat onze pup gaat zitten, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot 3x per dag. Nagaan of onze pup het commando kent. Op een moment waarop de pup niet zit, zeg ik het commando “ Oeps ! ”. Gaat ze onmiddellijk zitten, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot 3x per dag. Eens onze pup het commando kent, willen we zien dat ze op commando onmiddellijk gaat zitten en blijft zitten en die duurtijd bouwen we geleidelijk aan op. Daarna gaan we het commando “ Flink zo ! ” introduceren in de plaats van de clicker. We oefenen zoals gewoonlijk, maar nu zeggen we het commando “ Flink zo ! ” vlak voor de click + beloning. Na enkele trainingssessies komt de “ Flink zo ! ” in de plaats

186


van de clicker, dus “ Flink zo ! ” + beloning. Vanaf nu zet ik de oefening onder stimulus controle dit gedurende drie weken. Echter vanaf nu kan ik ook het eerste geleerde commando namelijk haar naam mee in de stimulus controle oefening brengen. Met andere woorden, zeg ik haar naam moet ze reageren met onmiddellijk aandacht met oogcontact, zeg ik het commando voor de zithouding moet ze onmiddellijk gaan zitten. En ik oefen met mijn pup onder alle mogelijke omstandigheden. Dus niet langer meer alleen thuis in een prikkelarme omgeving maar ook elders in omstandigheden met alle mogelijke prikkels.

Tip Beslis voor je aan deze zit-oefening begint, hoe je wilt dat je hond gaat zitten. Ja zeker, hij kan op 2 totaal verschillende manieren gaan zitten. Eerst en vooral kan je hond de zithouding aannemen door ( 1 ) NAAR ACHTER TE BEWEGEN. Hij zal dan door de achterhand zakken en de voorpoten naar achter bijtrekken. Wie de hond leert zitten door hem in de zit-houding te lokken, ( door de hand met voeding over de snuit en het hoofd van de hond naar achter te bewegen ), krijgt altijd deze manier van zitten. Maar er is nog een andere manier, waarbij de hond de zithouding zal aannemen door ( 2 ) NAAR VOOR TE BEWEGEN. Hij zal de voorpoten ter plaatse houden en de achterhand bij trekken. Aan u de keuze. Of beter : Denk vooruit welke eventuele sportieve activiteiten u met de hond wilt beoefenen. Voor de balans- en coördinatie- oefeningen bij de fitness-training voor pups, onder leiding van Inge Dillen van NIMBLE-K9, was het alvast noodzakelijk dat de zit-houding aangeleerd werd volgens ( 2 ). Bij onze korthaar Collie moesten we dit niet meer aanleren, dat was al bij/door de fokker gebeurd.

De oefening hierkomen Het aanvangs-niveau :

Evy ( en later ook Aagje ) komt regelmatig naar mij toe gelopen, ik ga op zulk een moment beginnen met het aanleren van deze oefening.

Het eind-resultaat : Op een fluitsignaal wil ik dat onze pup onmiddellijk naar mij toe komt.

De criteria waarop een click + beloning volgde. Met andere woorden wat wilde ik achtereenvolgens zien bij onze pup dat ze een click verdiende en een beloning kreeg.

187


Onze pup loopt toevallig in mijn richting, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot max. 3x per dag. In de loop van de volgende trainingssessies die dag begint onze pup duidelijk bewust naar mij toe te lopen om de click te horen.

Onze pup gaat bewust naar mij komen gelopen, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot 3x per dag. Al heel snel gaat onze pup keer op keer zeer snel naar mij toe komen lopen, click + beloning. Aanleren van het fluitsignaal op de intentie dat onze pup naar mij toe komt gelopen, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot 3x per dag.

188


Nagaan of onze pup het commando kent. Op een moment waarop de pup niet bezig is met oefenen geef je het fluitsignaal. Komt de pup onmiddellijk naar je toe, click + beloning, herhaal enkele keren, oefen tot 3x per dag. Daarna gaan we het commando “ Flink zo ! ” introduceren in de plaats van de clicker. We oefenen zoals gewoonlijk, maar nu zeggen we het commando “ Flink zo ! ” vlak voor de click + beloning. Na enkele trainingssessies komt de “ Flink zo ! ” in de plaats van de clicker, dus “ Flink zo ! ” + beloning. Vanaf nu zet ik de oefening onder stimulus controle dit gedurende drie weken. Echter vanaf nu kunnen we ook de drie oefeningen onderling met elkaar afwisselen. Nu eens geef je het fluitsignaal dan weer vraag je aandacht met oogcontact, om af te wisselen met het commado “ Oeps ! ”. En ik oefen met mijn pup onder alle mogelijke omstandigheden. Dus niet langer meer alleen thuis in een prikkelarme omgeving maar ook elders in omstandigheden met alle mogelijke prikkels.

Tijdens een trainingssessie kan het gebeuren dat je pup/hond, in de oefening waarmee je bezig bent, plots gedrag laat zien dat al ver vooruit is op je planning. Deze enorme/buitengewone prestatie moet je extra belonen. Je geeft hem dan een zogenaamde JACKPOT, een super beloning. De jackpot moet steeds een “ ongewone ” beloning zijn waaraan je viervoeter zich niet verwachtte. Belangrijk bij de jackpot is het verrassingseffekt ! Hij komt plots, onverwacht. Dat doe ik bijvoorbeeld door mijn pup/hond te laten eten uit het zakje of tasje waarin al mijn voedselbeloningen voor die trainingssessie zitten en hij mag ze ook allemaal opeten. Een oefensessie duurt bij mij nooit langer dan 10 herhalingen bijgevolg heb ik nooit meer dan 15 tot 20 voedselbeloningen in het tasje of zakje zitten. Het plots krijgen van een ongewoon grote hoeveelheid voedselbeloningen werkt super als jackpot. Wat ik ondertussen geleerd heb dat niet werkt, dat dus geen jackpot-effekt heeft, is het volgende : Heb ik mijn tasje of zakje toevallig vol voedselbeloningen, dan laat ik mijn pup/hond daar niet uit eten maar geef ik hem een opeenvolging aan voedselbeloningen. Dus je geeft ze niet in één keer maar één voor één. Dit wordt door een viervoeter dus niet ervaren als jackpot, volgens Karen Pryor ! Nog heel belangrijk om te onthouden ! Een jackpot gebruik je uitsluitend enerzijds om een onverwachte super prestatie die VOOR HET EERST GETOOND wordt te markeren en te belonen. Echter de tweede en volgende keren dat je viervoeter dit gedrag opnieuw toont komt er geen jackpot

189


meer. En anderzijds om in een oefening een moeilijke stap die voor de eerste keer overwonnen wordt, te markeren en te belonen. Dus ook hier geldt dat alle volgende keren dat deze stap probleemloos genomen wordt, er geen jackpot meer volgt. Bij het instandhouden van gekend gedrag wordt nooit een jackpot gebruikt ! Algemeen genomen, is een jackpot iets wat slechts uitzonderlijk verkregen wordt. Normaal gezien betekent het krijgen van de jackpot, het einde van de oefensessie. De redenering daarachter is dat als je hond plots een grote voedselbeloning heeft gekregen, en je stopt dan met oefenen, hij bij de volgende trainingssessie SUPER GEMOTIVEERD zal zijn en nog harder gaat werken om weer een buitengewone prestatie neer te zetten. Daarnaast gaat een grote voedselbeloning uiteraard zijn effect hebben op het hongergevoel van de hond. En een pup / hond die verzadigd is gaat niet echt gemotiveerd zijn om te werken voor voeding omdat hij toch geen honger meer heeft. Maar ja, de ene hond is de andere niet.

Opgepast ! Onlangs leerde ik het volgende : Sommige mensen belonen hun viervoeter ALTIJD, UITSLUITEND MET EEN JACKPOT-BELONING. Dit geeft dat hun hond leert / verwacht dat er ook altijd een jackpot zal volgen als er geoefend wordt. Als er dus gewerkt wordt of zal worden, zal je viervoeter enorm opgewonden zijn, want hij verwacht die jackpot-beloning. Echter, gebeurt dit niet, dan zal het effekt van een verwachte hoge beloning / jackpot die niet komt, frustratie zijn. Dit niet krijgen van die verwachte hoge beloning die ALTIJD kwam, staat op dat ogenblik gelijk met negatieve straf ! Afhankelijk van het type viervoeter, zijn frustratie-tolerantie en de mate waarin hij al dan niet heeft leren omgaan met frustratie( -afbouw ), maakt dat dit aanleiding kan geven tot agressie, gericht naar de eigenaar !

Bij Rembrandt werkten we niet met voeding als super beloning. Als hij de jackpot verdiend had, gooide ik de tennisbal verloren. Dan ging hij helemaal uit het dak, zeker als er eerst hindernissen moesten overwonnen worden alvorens hij de bal te pakken kreeg. Bij onze Tervurense Belgische herder betekende de jackpot steeds einde oefensessie. Ook bij Rudith gebruikten we geen voeding voor de jackpot. Haar ultieme beloning na een super prestatie was een trekspelletje met een knopentouw. Zelfs als er bij regenweer binnenshuis getraind werd, ging er niets boven een trekspelletje in het midden op de grote eeuwenoude oosterse tapijt in de woonkamer.

190


Een onverwachte ervaring met de jackpot : Bij Evy overkwam ons het volgende. De eerste weken dat we trainden met de clicker had de jackpot ook echt een jackpot effect. Echter naarmate we meer trainden en onze band hechter werd en we mekaar ook beter gingen verstaan, werd het mij duidelijk dat eigenlijk de grootste beloning voor Evy was, samen dingen kunnen doen ongeacht of dat spel was of training. Toen we op zekere dag een trainingssessie begonnen en Evy onmiddellijk een enorme vooruitgang liet zien, beloonde ik deze super prestatie met de jackpot. Tot dan toe stond het krijgen van de jackpot steeds gelijk met einde oefening. Ik gaf haar nadat ze de super beloning had opgegeten het commado “ Genoeg ! ”. “ Genoeg ! ” betekent einde trainingssessie. Ik verliet de oefenplaats en ging naar binnen om verder te doen met wat ik voor de trainingssessie bezig was. Maar wat gebeurde : Evy werd heel boos ! Zij wilde helemaal niet stoppen met trainen. We waren nog maar net begonnen en nu was het al gedaan. Ze had een super prestatie laten zien en dat stond dan gelijk met stoppen met trainen. Dit kon voor haar duidelijk niet. Dit maar zo kort kunnen trainen bleek voor haar bijna een straf. Sindsdien gebruikte ik nog wel de jackpot als super beloning voor een super prestatie maar neen het betekende niet meer per definitie, einde trainingssessie. Alleen als de jackpot al meer naar het einde van een trainingssessie kwam en ik aanvoelde dat Evy er geen bezwaar zou tegen hebben dat de trainingssessie beëindigd werd, kwam na de jackpot toch het commando “ Genoeg ! ” wat dus betekende, einde training.

Wanneer je met de pup/hond gaat trainen, dan is het belangrijk dat deze weet wanneer een trainingssessie begint EN wanneer deze eindigt. Als je steeds zoals wij in trainingssessies de clicker gebruikt is dat vrij eenvoudig. Telkens je de clicker klaar neemt weet de hond dat er dan een trainingssessie volgt. Het gaat je hond als het ware AANZETTEN. Bij Evy zie je dat heel duidelijk. Ziet ze dat ik de clicker vast heb dan springt ze letterlijk een gat in de lucht. Zo van joepie we gaan oefenen. En reken maar dat ze onmiddellijk heel geconcentreerd is en de training voor haar niet snel genoeg kan beginnen. Op het einde van een trainingssessie moet je de hond kunnen UITZETTEN. Je moet hem dus zeggen dat de trainingssessie gedaan is. Dat kan je doen door het commando “ Genoeg ! ” aan te leren. Je zegt het commando, stopt met trainen en legt de clicker weg om je met andere zaken bezig te houden. En dan is er ook het commando “ Vrij ! ”. Als een oefening gedaan is leert men de hond het commando “ Vrij ! ”. Het wilt zeggen, de oefening is gedaan, maar NIET de trainingssessie. De hond leert heel snel het verschil tussen “ Vrij ! ” en “ Genoeg ! ”. Het eerste commando betekent : “ De zo-

191


juist getrainde oefening is nu gedaan, ontspan even maar weet dat er zo direkt nog verder geoefend wordt. ” Het kan daarnaast gebeuren dat tijdens een trainingssessie je viervoeter iets niet wilt doen. Dat hij eigenlijk liever wilt pauzeren. Zoek dan uit wat er scheelt : -

er is teveel afleiding hij is te moe hij is heel onzeker er is teveel frustratie opgebouwd

Wanneer hij dan in de plaats van ongewenst gedrag, een alternatief gedrag toont, hem belonen en de trainingssessie beëndigen.

Alvorens met het aanleren van het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn te beginnen, was er nog een commando dat Evy, Rembrandt trouwens ook, en ook Aagje, goed kende en dat was het commando “ Ga maar ! ”. Het was een commando dat eigenlijk onbewust aangeleerd was. Het betekende : Ga maar, ik volg wel. Het zou in het aanleren van het netjes meewandelen aan de lijn een heel belangrijk commando worden. Hoe leerde ik het aan.

Het commando “ Ga maar ! ” aanleren Zoals voor onze kinderen toen die heel jong waren, hadden we ook voor onze honden een bedtijduur en dat was en is nog steeds 22.oo uur. De honden worden dan een laatste keer uitgelaten in de tuin. Toen Evy nog een heel kleine pup was sliep zij samen met Rembrandt op het gelijkvloers in de hal, elk op hun eigen hondenkussen. Maar omdat Rembrandt’s gezondheidstoestand met tussenpozen heel snel achteruit ging en wij ook ’s nachts een oogje moesten kunnen in het zeil houden, maakte dit dat beide honden mee naar boven gingen en elk in een eigen binnenhuiskennel sliep die toen in onze slaapkamer stond. Als de honden na het laatste plasje terug binnen kwamen gingen we samen naar boven. Aan onze slaapkamer gekomen opende ik de deur, zei het commando “ In ’t nestje ! ” en dan liepen ze naar binnen elk in hun binnenhuiskennel waar ze een beloning kregen alvorens het deurtje dicht ging. Soms gebeurde het dat één van de honden iets sneller terug binnen was, bijvoorbeeld als de andere hond zich nog wilde ontlasten. En omdat die bedtijdroutine toch perfect gekend was, stuurde ik de eerste hond al met de woorden “ Ga maar ! ” naar boven. Ik wist toch met 100% zekerheid dat die naar boven liep en bovenaan de trap op mij zou wachten om te zien of ik volgde om de deur van de slaapkamer open te doen. En zo werden de

192


woorden “ Ga maar ! ” uiteindelijk een commando. Later als ik bijvoorbeeld in de tuin wandelde en helemaal achteraan naar de bank aan de vijver ging dan wist Evy dit zo goed, dat ze steeds een eindje voor mij uit liep. Na een tijdje als we samen naar de bank wandelden en Evy liep naast mij, en ik zei “ Ga maar ! ” dan liep ze vooruit naar de bank terwijl ze regelmatig omkeek om te zien of ik nog wel volgde. Het commando “ Ga maar ! ” kwam enorm van pas bij het aanleren van het netjes mee wandelen zonder te trekken aan de lijn. In de beginfase gebruikte ik een gewone standaard leiband ( lengte : 110 cm. ). Toen dit heel goed ging schakelde ik over op de flexielijn ( totale uitrollengte : 8 m. ). Echter Evy was zo gewoon om dicht in mijn buurt te blijven, met een leiband van 110 cm. kon dat ook niet anders. Ik moest haar duidelijk maken dat ze verder weg mocht gaan en dat kon ik met het commando “ Ga maar ! ”. Toen onze korthaar Collie Aagje 4 maanden oud werd, mocht ze zelf de trap op lopen, als we ’s avonds naar boven naar de slaapkamer gingen. Van het ogenblik dat dit vlot ging, werd er onmiddellijk het commando “ Ga maar ! ” aan gekoppeld.

Het aanleren van het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn Wat hebben we nodig : We hebben de keuze, of ( 1 ) Een gewone halsband en in de beginfase een gewone standaard leiband ( lengte : 110 cm. ) later schakelen we over naar een harnas of tuigje met een flexilijn ( totale uitrollengte : 8 m. ) of ( 2 ) Van in het begin een harnasje of tuigje maar wel in de beginfase met een gewone standaard leiband ( lengte : 110 cm. ), om later over te schakelen naar een flexilijn ( totale uitrollengte : 8 m ). En we hebben ook voedselbeloningen nodig.

1ste fase : Inschatten van de vertreksituatie De eerste week dat een pup bij ons in huis is gekomen, kijken we na in hoeverre hij al gewend is om een halsbandje te dragen. In de meeste gevallen is de pup een halsbandje reeds gewend. Zo ook met onze pups, Rudith, Rembrandt, Evy en Aagje. Het volgende wat we doen is kijken of hij ook al een leiband gewoon is. Dat was het geval bij Rudith, Rembrandt en Evy. Echter bij Aagje, zagen we dat zij hevig reageerde :

193


-

( 1 ) als we de leiband wilden vastklikken aan de halsband, dan beet ze in onze handen ( 2 ) en als we de leiband bij het uiteinde vast namen ( om te wandelen ), dan beet ze constant in de lijn.

Hier was dus extra voorbereidend werk aan de winkel. Ik nam voedselbeloningen ( piep kleine stukjes kaas ) klaar en legde die opzij. Ik hield ze dus niet klaar in de hand. Als ik Aagje naar me toe riep, kon ik de halsband aanraken, zonder dat ze reageerde. Ik zei “ Flink zo ! ” en ze kreeg een voedselbeloning. Vervolgens riep ik haar weer naar me toe en pakte ik de halsband met één hand goed vast. Ook nu reageerde ze niet, dus “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. Dit herhaalde ik vele malen, waarbij ik telkens iets steviger de halsband beet pakte. Ging dit goed dan volgde een “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. Einde oefensessie. In een volgende sessie, nog diezelfde dag, herhaalde ik ( om te beginnen ) de laatst geoefende stap uit de vorige, om als dat opnieuw goed ging, snel verder te gaan. Nu zou ik telkens de halsband stevig vast pakken en deze kort heen en weer bewegen. Zo wilde ik onze viervoeter leren dat een plots vastgrijpen van de halsband niets is om bang voor te zijn. Ging ook dit goed dan volgde een “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. Herhaal dit voldoende. Einde oefensessie. Na een poosje oefenen, zal je vaststellen dat je je viervoeter niet meer telkens naar je toe moet roepen, maar dat hij ( na het opeten van zijn voedselbeloning ) snel zelf naar je toe zal komen opdat je zijn halsband snel zou vastgrijpen en heen en weer bewegen, zo dat je zijn flink gedrag snel zou belonen. In een laatste sessie nog diezelfde dag, wisselde ik af door nu eens met de linkerhand en dan weer met de rechter de halsband vast te grijpen en stevig heen en weer te bewegen. Soms greep ik hem met beide handen vast. Verliep dit naar wens, dan volgde een “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. Herhaal een aantal keren. Einde oefensessie. Dit kan je gemakkelijk op één dag oefenen. In een volgende oefensessie een dag later klikte ik de leiband vast aan de halsband. Kwam er geen reactie, dus geen bijten in mijn handen dan zei ik “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. En ik klikte de leiband terug los van de halsband. Dit herhaalde ik een aantal keren. Ging dat goed dan konden we weer een stapje verder. Dan nam ik na het vastklikken van de lijn aan de halsband, de lijn vast bij het uiteinde. Kwam er geen reactie, dus geen bijten in de leiband dan zei ik “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. En ik klikte de leiband terug los van de halsband. Dit herhaalde ik een aantal keren. Einde oefensessie. Vervolgens ging ik verder met na het aanlijnen de leiband zachtjes heen en weer te bewegen onder de snuit van de hond. De eerste maal slechts minimaal. Ging dit goed

194


dan volgde een “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. Herhaal dit voldoende. Einde oefensessie. In een volgende oefensessie, na het aanlijnen van de leiband, ging ik enkele stappen vooruit. Werd er niet in de leiband gebeten dan volgde een “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. Herhaal dit voldoende. Einde oefen-sessie. En de wandelafstand werd opgebouwd waarbij regelmatig de leiband heen en weer werd bewogen onder en voor de snuit. Werd er ook nu niet in de leiband gebeten dan volgde een “ Flink zo ! ” + voedselbeloning. Herhaal dit voldoende. Einde oefen-sessie.

Tip Ondertussen kwam ik tot de vaststelling dat bij onze korthaar het hoofd echt heel veel smaller was dan de nek. Bij zulk een honden gebruik je beter geen halsband waaraan je de leiband vastklikt, maar veel beter een harnasje/tuigje. Dus werd er een gepast gekocht. Onze voorkeur ging uit naar het Zwitserse merk CURLI. Zowel heel kleine als heel grote viervoeters vinden er hun gading. Ga naar : https://shop.mycurli.com https://shop.mycurli.com/Product/?productCode=0201-0204-1-800-04 https://shop.mycurli.com/Product/?productCode=0102-0302-1-800-07

Elk harnasje van dit Zwitserse merk is voorzien van een identificatie-nummer. Na aankoop log je ( gratis ) in op hun website, registreer je het ID-nr. te samen met je gegevens, zo dat indien je viervoeter zou als vermist opgegeven worden, de vinder hem via dit ID-nr. aan jou kan terug bezorgen. En dan kon het aanleren van het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn beginnen. Hierna volgend beschrijf ik eerst hoe ik bij Evy het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn aanleerde. Daarna komt Aagje aan de beurt. Ook bij haar werkte ik op dezelfde manier. Echter elke viervoeter is anders. Aan bod komt dan ook uitgebreid wat bij Aagje niet direkt lukte, en waarom dat zo was. En uiteraard de oplossing. Omdat ik met Evy niet wou mislukken in het aanleren van de wandeling duurde het nog een tijdje voor ik er ook echt aan begon. Tijd brengt raad, zegt het spreekwoord. En ik had tijd nodig om na te denken hoe ik het aan boord zou leggen zonder al te veel vallen en opstaan. Ik had zes maanden de tijd voor onze eerste echte wandelvakantie met haar eraan kwam. Het eerste waarmee ik begon was het volgende : Met Evy ging

195


ik naar onze woonkamer, wat een prikkelarme omgeving is. Ik lijnde haar aan, nam zelf het andere uiteinde van de leiband vast en keek wat er gebeurde. Evy stond gewoon rustig naast mij. Dan begon ik in VERTRAAGD TEMPO te wandelen, en ik hield Evy goed in het oog. Zolang ze mee volgde bleef ik verder wandelen echter ging ze een richting uit ongeacht de welke en ging ze zo ver dat de leiband onder spanning zou komen te staan dan stopte ik met wandelen nog VOOR er spanning op de lijn kwam en ik wachtte. Kwam Evy terug wat in mijn richting dan wandelde ik opnieuw verder uiteraard weer in vertraagde pas maar nu in een andere richting. Tijdens die eerste wandelsessie zag ik dat wanneer ik stopte omdat Evy te ver van mij weg liep en er zeker spanning op de lijn zou komen, op het moment er spanning op de lijn zat, Evy telkens stopte. Ze had dus NIET geleerd om op dat ogenblik te beginnen trekken.

2de fase : Ik wil dat Evy, op het moment dat ik gestopt ben omdat er spanning op de lijn ging komen, uit zichzelf, dus uit vrije wil naar mij kijkt Ik ging met Evy naar de tuin wat nog steeds een prikkelarme omgeving is en lijnde haar aan. Ik had ook voedselbeloningen op zak. En ik begon te wandelen in GEWOON TEMPO, dus niet te snel maar ook niet te traag waarbij ik Evy uiteraard constant in het oog hield. Bleef ze in mijn buurt, iets voor mij of iets achter mij, zonder dat er spanning op de lijn ging komen dan was dit prima. Ging Evy te ver vooruit en met zulk een gewone standaard leiband van 110 cm. ben je al snel te ver vooruit, dan stopte ik nog VOOR er spanning op de lijn kwam. Op het moment dat er spanning op de lijn zat, stopte Evy automatisch. En ik wachtte tot ze omkeek naar mij. Op dat moment zei ik “ Flink zo ! ” en mocht ze bij mij een voedselbeloning komen halen. En ik gaf ook het commando “ Vrij ! ”. En ik wandelde opnieuw verder en Evy met mij. Het was niet de bedoeling dat ze naast mijn linker- of rechterbeen zou wandelen. Als ze maar in mijn buurt bleef zonder dat er spanning op de lijn kwam, dan was dit prima. Ging Evy opnieuw te ver vooruit dan stopte ik opnieuw ALTIJD VOOR er spanning op de lijn kwam. Op het moment dat er spanning op de lijn zat, stopte Evy automatisch. Ik wachtte tot ze omkeek naar mij. Op dat moment zei ik “ Flink zo ! ” en mocht ze bij mij een voedselbeloning komen halen. En ik gaf haar ook nu weer het commando “ Vrij ! ”. En ik wandelde opnieuw verder en Evy met mij. Deze fase hebben we toch een aantal wandelsessies herhaald, tot Evy steeds sneller en sneller ging omkijken en al in mijn richting kwam terug gelopen nog voor ik “ Flink zo ! ” zei. .

3de fase : Ik wil dat Evy, op het moment dat ik gestopt ben omdat er spanning op de lijn ging komen, uit zichzelf, dus uit vrije wil naar mij

196


kijkt en naar mij terug komt Ik herhaal de wandelsessie zoals in de 2de fase echter ging Evy opnieuw te ver van mij weg dan stopte ik opnieuw VOOR er spanning op de lijn kwam. Op het moment dat er spanning op de lijn zat, stopte Evy zoals steeds automatisch. Ik wachtte niet alleen tot ze omkeek naar mij maar ook tot ze uit eigen beweging naar mij terug kwam. Op dat moment zei ik “ Flink zo ! ” en mocht ze bij mij een voedselbeloning komen afhalen. Echter stond ze voor mij om de voedselbeloning te krijgen, dan leidde ik haar met mijn hand met de voedselbeloning naast mijn linkerbeen tot ze netjes naast mij stond met de neus in de wandelrichting en daar kreeg ze de voedselbeloning. En ik gaf Evy het commando “ Vrij ! ”. Ook deze fase werd in een aantal wandelsessies herhaald tot Evy na het terugkomen al uit eigen beweging begon naast mijn linkerbeen te komen.

4de fase : Ik wil dat Evy, op het moment dat ik gestopt ben omdat er spanning op de lijn ging komen, uit zichzelf, dus uit vrije wil naar mij kijkt, naar mij terug komt, EN naast mijn linkerbeen komt staan En ik herhaal de wandelsessie zoals in de 3de fase, echter ging Evy opnieuw te ver van mij weg dan stopte ik opnieuw VOOR er spanning op de lijn kwam. Op het moment dat er spanning op de lijn zat en Evy stopte, omkeek naar mij, uit eigen beweging naar mij terug kwam en naast mijn linkerbeen ging staan op dat moment zei ik “ Flink zo ! ” en onmiddellijk gaf ik de voedselbeloning terwijl ze nog steeds netjes aan mijn linkerbeen stond. In deze fase gebruik je NIET meer je hand met een voedselbeloning om je hond in de juiste positie te brengen. Nadat de voedselbeloning opgegeten is zeg ik telkens het commando “ Vrij ! ”.

Als je ergens in training je hond wil leiden met je hand met voeding, dan moet dat gebruik van die hand met voeding binnen de drie trainingssessies afgebouwd zijn. In de praktijk ziet dat er in de training van mijn eigen honden als volgt uit : Ik gebruik slechts uitzonderlijk voeding in de hand om mijn hond te leiden omdat ik verkies van indien mogelijk ALLES operant of op basis van vrijwillig gedrag te trainen. Echter als ik toch ergens in een oefening voeding als hulpmiddel gebruik, bouw ik dat als volgt af. Ik doe bijna steeds drie trainingssessies per dag, dus voor de eerst volgende trainingssessie de volgende dag is bij mij het gebruik van de hand met voedsel steeds volledig afgebouwd.

197


En ik oefende verder met Evy. Na een aantal wandelsessies waarbij op zeker moment als er spanning op de lijn zat ( ik was uiteraard zoals steeds iets vroeger gestopt met wandelen, dus steeds vlak voor er spanning op de lijn ging komen ) en Evy stopte, omkeek naar mij, uit eigen beweging naar mij terug kwam en naast mijn linkerbeen ging staan, wachtte ik met te belonen. Ik wandelde eerst enkele stappen verder, zei dan “ Flink zo ! ” en gaf Evy AL WANDELEND de beloning en terwijl zij de voedselbeloning op at, gaf ik het commando “ Vrij ! ” terwijl we gewoon verder wandelden

5de fase : Ik wil dat Evy, op het moment dat ik gestopt ben omdat er spanning op de lijn ging komen, uit zichzelf, dus uit vrije wil naar mij kijkt, terug komt, naast mijn linkerbeen komt staan en netjes met me meewandelt ( op regelmatige basis “ Flink zo ! ” + voedselbeloning ) Ik herhaal de wandelsessie zoals in de 4de fase echter ging Evy opnieuw te ver van mij zodat er zeker spanning op de lijn zou komen dan stopte ik VOOR er spanning op de lijn kwam. Op het moment dat er spanning op de lijn zat en Evy stopte, omkeek naar mij, uit eigen beweging naar mij terug kwam, naast mijn linkerbeen kwam staan en meewandelde op het moment dat ik enkele stappen vooruit wandelde dan zei ik “ Flink zo ! ” en kreeg Evy een voedselbeloning. Ik beloonde tijdens het meewandelen en terwijl Evy de beloning op at zei ik het commando “ Vrij ! ” en wandelden wij gewoon verder. We herhaalden deze fase gedurende een aantal wandelsessies, daarbij werd de wandelafstand in het begin vrij constant gehouden alvorens te belonen met een “ Flink zo ! ” + voedselbeloning, uiteraard op voorwaarde dat alles naar wens verliep. Wat ik tijdens de opbouw van dit netjes meewandelen aan de lijn vaststelde was dat Evy ging anticiperen. Als de leiband BIJNA onder spanning kwam te staan ( dus op het moment waarop ik normaal zou stoppen met wandelen, omdat er zo goed als zeker spanning op de lijn ging komen, en Evy eerst naar mij moest terugkomen om netjes aan mijn linkerbeen verder mee te wandelen alvorens ze weer vrij mocht ) ging zij plots uit zichzelf, dus spontaan iets trager wandelen zodat de leiband losser kwam te hangen. Het resultaat was dat er langer en verder gewandeld kon worden.

En dat is uiteindelijk ook wat ik wilde zien. Namelijk dat het mogen mee wandelen zonder naast mijn linkerbeen te moeten blijven, en uiteraard ook zonder dat er spanning op de lijn zou komen, met daarbij ook de nodige vrijheid om links en rechts te snuffelen, dat dit meer belonend zou worden dan de voedselbeloning.

198


6de fase : Ik wil dat Evy, op het moment dat ik gestopt ben omdat er spanning op de lijn ging komen, uit zichzelf, dus uit vrije wil naar mij kijkt, terug komt, naast mijn linkerbeen komt staan en netjes met me meewandelt ( op onregelmatige basis “ Flink zo ! ” + voedselbeloning ) Ik herhaal de wandelsessie zoals in de 5de fase. Ging Evy te ver weg van mij zodat er zeker spanning op de lijn zou komen dan stopte ik VOOR er spanning op de lijn kwam. Op het moment dat er spanning op de lijn zat en Evy stopte, omkeek naar mij, uit eigen beweging naar mij terug kwam naast mijn linkerbeen en meewandelde, vanaf deze fase werd de wandelafstand vooraleer er een “ Flink zo ! ” + voedselbeloning zou komen ( uiteraard alleen als alles naar wens verliep ), gevarieeerd. We herhaalden deze fase gedurende heel wat wandelsessies.

Echter voor mij blijft een “ Flink zo ! ” ALTIJD zijn oorspronkelijke betekenis behouden. Met andere woorden : de “ Flink zo ! ” die in de plaats van een click van de clicker kwam, blijft betekenen : “ Dat is wat ik wilde zien dat je deed, flink zo, kom je beloning maar halen. ” Een “ Flink zo ! ” blijft dus ALTIJD gevolgd door een beloning.

In onze tuin verder oefenen wordt nu minder interessant voor onze hond want ze kent er elk hoekje en alle geurtjes. Vanaf nu gaan we echt op wandel in de straat met zijn vele interessante hoekjes en geurtjes. Ondertussen was Evy 4 maanden oud geworden ( september 2003 ) tijd om een eerste keer mee op reis te gaan. Echter al onze vakanties waren achter de rug. Toch wou ik testen in hoeverre de socialisatie en de opvoeding al waren opgeschoten. Het toeval wou dat er een DogFrisbee-evenement was in het noorden van Duitsland. De weersvoorspellingen waren schitterend, waarom dan niet er een weekendje uit van maken. We boekten een hotelkamer in Dangast, nabij Varel in Ost-Friesland ( Duitsland ). Het hotel lag vlak aan de Noordzee-kust en keek uit op de Jadebussen waddenzee. Vlak voor het hotel lag op de dijk een wandelpad dat voerde langs de vele gezellige eet- en drankhuisjes aan het strand en de kleine jachthaven. Evy kon op dat ogenblik alleen nog maar in onze tuin meewandelen zonder te trekken aan de lijn, dus onze wandelingen in Dangast zouden niet veel langer duren dan de wandelsessies thuis. We hebben bijgevolg heel veel eet- en drankhuisjes aan het strand bezocht tussen de wandelsessies in. Evy was aangelijnd met een gewone standaard leiband. Ik had voedselbeloningen bij me en de kleine wandelingen werden uitgevoerd zoals in de 5de fase van het aanleren van het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn. Er werd dus één fase teruggegaan omdat nu de omstandigheden waarin we wandelden veel moei-

199


lijker waren dan thuis. Ontspannen wandelen was het natuurlijk niet maar dat nam ik er voor dat weekend gerust bij. Evy’s gedrag onderweg, en zowel in als buiten het hotel, en op restaurant was voorbeeldig en daar was het mij dat weekend om te doen. ’s Nachts was het ook mogelijk om onze pup uit te laten, via een zij-ingang van het hotel. Echter dat bleek niet nodig, Evy was perfect zindelijk. In het hotel sliep onze pup ’s nachts in een binnenhuiskennel. Ook de autorit onderweg verliep vlekkeloos. Terug thuis kon er verder geoefend worden aan het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn. Echter voor het verdere verloop gingen we de straat op. We wonen in een relatief rustige straat. Voetpaden zijn er niet. Als er dus iets of iemand aan komt en voorbij wil moeten we opzij gaan en in de graskant wachten om nadien weer verder te wandelen. Het oefenen van de wandeling gebeurde ook nu nog steeds met Evy aangelijnd aan een gewone standaard leiband. En we namen uiteraard ook een zakje met voedselbeloningen mee.

De wandeling zonder trekken aan de leiband aanleren zoals hierboven beschreven, staat gelijk aan zeer intensief oefenen. Het vergt mentaal heel veel van je jonge hond, want hij moet op heel veel dingen ( die weliswaar vooraf eerst aangeleerd zijn, en perfect gekend ) tegelijk letten. Onderschat dit niet ! Na zulk een wandel-oefensessie wordt er thuis eerst nog wat gespeeld ( om te ontspannen ), nadien volgt rust.

7de fase : Ik wil dat Evy, op het moment dat ik gestopt ben omdat er spanning op de lijn ging komen, uit zichzelf, dus uit vrije wil naar mij kijkt, terug komt, naast mijn linkerbeen komt staan en netjes met me meewandelt, daarnaast zal ik als er een snelbewegend voorwerp zoals een auto of fietser in onze richting komt, Evy naar mij terugroepen en laten zitten Ik herhaal de wandelsessie zoals in de 6de fase. Echter op het moment dat ik een snelbewegend voorwerp vanuit de verte in onze richting zag komen en dat kon zijn een auto of een fietser, riep ik Evy bij haar naam zodat ze stopte met wat ze bezig was en naar mij keek, ik gaf het fluitsignaal waarop ze naar mij toe kwam en ik zei het commando “ Oeps ! ” waarop ze ging zitten met constante aandacht met oogcontact voor mij. Was er een moment waarop ze geen oogcontact gaf dan had ik maar haar naam te zeggen en dan had ik onmiddellijk opnieuw alle aandacht door middel van oogcontact. Op het moment dat het snelbewegend voorwerp ons voorbij kwam, zei ik “

200


Flink zo ! ” en kreeg ze een voedselbeloning. Ik gaf het commando “ Vrij ! ” en we wandelden verder. Elke keer ik in de verte een snelbewegend voorwerp opmerkte werd dit scenario herhaald en na een tijdje wandelden we terug naar huis.

Vanaf deze fase in de opbouw van het wandelen zonder te trekken aan de lijn, beloonde ik alleen nog systematisch bij correct reageren op de verschillende snelbewegende voorwerpen die we op onze weg tegenkwamen. Als er af en toe toch nog eens een onderbreking in het wandelen was, omdat er spanning op de leiband kwam, dan werd er niet meer met voedsel beloond. De grootste beloning voor Evy was op dat ogenblik, zo snel mogelijk terug verder kunnen wandelen.

Door de pup/hond vlak naast of voor jezelf te laten zitten en constant oogcontact te vragen en te wachten met belonen tot het snelbewegend voorwerp op jullie hoogte is en nadien zich van jullie verwijdert, voorkom je dat hij onder dit snelbewegend voorwerp zou kunnen lopen en verongelukt. Alleen zo heb je een perfecte controle over het gedrag van je hond op straat.

8ste fase : Ik wil dat Evy, op het moment dat ik gestopt ben omdat er spanning op de lijn ging komen, uit zichzelf, dus uit vrije wil naar mij kijkt, terug komt, naast mijn linkerbeen komt staan en netjes met me meewandelt, daarnaast zal ik als er een snelbewegend voorwerp zoals een auto of fietser in onze richting komt, Evy naar mij terugroepen en laten zitten, en ik breid de oefening uit naar boerderijdieren die ons voorbij komen of die wij voorbij gaan Ik herhaal de wandelsessie zoals in de 7de fase. Echter we konden ondertussen al een heel eindje in onze straat wandelen. Soms moest ik nog eens stilstaan als Evy te ver dreigde te gaan en er spanning op de lijn zou komen, maar die keren werden ondertussen zeldzamer. Evy wandelde heel graag en begreep al heel snel dat als er GEEN spanning op de lijn kwam er niet gestopt werd. Nu we verder konden wandelen, kwam een volgende grote afleidende prikkel aan de beurt. Bobby, de heen en weer lopende, wild blaffende Mechelaar achter een omheining. En de vrij op de straat lopende kippen van de boerderij verder op. En de wandelsessie begon zoals steeds met Evy die netjes in mijn buurt meewandelde zonder te trekken aan de lijn. Slechts af en toe

201


moest ik nog stoppen. En als een snelbewegend voorwerp naderde had ik Evy perfect onder controle zoals aangeleerd in de vorige fase. En dan kwamen we voorbij Bobby. Bobby had ons natuurlijk al van ver zien aankomen. Hij was dus al een tijdje in actie met luid blaffen en wild heen en weer lopen achter de omheining. De omheining bevond zich op ongeveer zes meter van de straat dus we moesten er niet rakelings voorbij. Evy kende Bobby al van tijdens onze vele fietstochtjes in het fietsmandje. Van zijn wild gedoe was ze al lang niet meer onder de indruk. Ter hoogte van Bobby hield ik halt. Nu Evy te voet mee was wilde ik toch wel eens zien hoe ze zou reageren. Dus ik wachtte even af. Evy keek naar Bobby om iets later mij uit eigen beweging oogcontact te geven, hierop reageerde ik onmiddellijk met een “ Flink zo ! ” en een voedselbeloning. En we gingen verder, nu kwamen de loslopende kippen aan de beurt. Evy zag ze lopen, keek ernaar en iets later uit eigen beweging maakte ze oogcontact met mij, dat verdiende een “ Flink zo ! ” en een voedselbeloning. En we keerden terug huiswaarts. Onderweg moesten we uiteraard terug langs Bobby en ook nu gaf Evy mij heel snel spontaan oogcontact, “ flink zo ! ” en een voedselbeloning volgde. We wandelden verder en ik gaf Evy het commando “ Vrij ! ”. Deze fase werd nog een hele tijd herhaald.

9de fase : Ik wil dat Evy, op het moment dat ik gestopt ben omdat er spanning op de lijn ging komen, uit zichzelf, dus uit vrije wil naar mij kijkt, terug komt, naast mijn linkerbeen komt staan en netjes met me meewandelt, daarnaast zal ik als er een snelbewegend voorwerp zoals een auto of fietser in onze richting komt, Evy naar mij terugroepen en laten zitten, en ik breid de oefening verder uit, naast boerderijdieren die ons voorbij komen of die wij voorbij gaan, naar contacten onderweg met loslopende honden en met wandelaars met hun hond Ik herhaal de wandelsessie zoals in de 8ste fase. Op zeker moment tijdens onze wandeling zagen we Dumbo, de Dwergpinscher al van ver afkomen. Wij wandelden gewoon verder tot Dumbo en Evy vlak voor elkaar stonden. Ze maakten even kennis met elkaar. Ik gaf het fluitsignaal voor het hierkomen. Evy liet Dumbo onmiddellijk voor wat ze was en kwam spoorslags naast me staan, “ Flink zo ! ” en een voedselbeloning volgde. En we wandelden opnieuw verder terwijl ik Evy het commando “ Vrij ! ” gaf. Ook bij Toys, de Border Collie werd dit scenario herhaald. Als we onderweg een andere wandelaar met zijn hond tegen kwamen riep ik Evy naar me terug, ik liet haar op het commando “ Oeps ! ” zitten en vroeg oogcontact. Op het moment dat de wandelaar met zijn hond ons voorbij ging werd Evy beloond met een “ Flink zo ! ” en

202


een voedselbeloning en we wandelden verder. In een later stadium zou Evy, als de andere wandelaar met zijn hond dat goed vond, mogen kennismaken op het moment dat ze op onze hoogte kwamen en uiteraad nadat ik Evy daartoe toestemming had gegeven. Ik besliste ook hoelang de kennismaking duurde. Dan gaf ik het fluitsignaal voor het hierkomen en wees gerust dat Evy steeds onmiddellijk de hond liet voor wat hij was en spoorslags naar me terug kwam om verder te wandelen. Ook deze fase werd nog lange tijd herhaald. Bij ALLE snelbewegende voorwerpen liet ik aanvankelijk Evy eerst zitten, dicht in mijn buurt, om van zodra het snelbewegende voorwerp op onze hoogte ons voorbij kwam haar te belonen met een “ Flink zo ! ” + een voedselbeloning.

10de fase : Ik wil dat Evy, op het moment dat ik gestopt ben omdat er spanning op de lijn ging komen, uit zichzelf, dus uit vrije wil naar mij kijkt, terug komt, naast mijn linkerbeen komt staan en netjes met me meewandelt, daarnaast zal ik als er een snelbewegend voorwerp zoals een auto of fietser in onze richting komt, of als boerderijdieren ons voorbij komen of wij die voorbij gaan, of bij contacten met wandelaars met hun hond(en), niet meer stoppen met wandelen om Evy te laten zitten nadat ik haar terug geroepen heb, en wachten op oogcontact. Ik zal gewoon verder wandelen en kijken hoe Evy reageert Ondertussen stonden we zover dat Evy bijna nooit meer te ver van mij weg was zodat er spanning op de lijn zou kunnen komen. Als ik nu op onze wandelsessie in de verte een snelbewegend voorwerp zag opduiken, dat kon zijn voor ons, maar ook achter ons, dan riep ik Evy bij me terwijl ik bleef verder wandelen. Evy kwam netjes naast mijn linkerbeen meewandelen met oogcontact en verwachtte het commando “ Oeps ! ” om te gaan zitten. Maar dit kwam niet. Dit maakte dat Evy bleef meewandelen aan mijn linkerbeen terwijl ze mij ook constant oogcontact bleef geven. En op het moment dat het snel bewegende voorwerp op onze hoogte ons voorbij ging, zei ik “ Flink zo ! ” en volgde een voedselbeloning. We wandelden gewoon verder en ik gaf haar “ Vrij ! ”. We deden net hetzelfde bij Bobby, bij wandelaars met een hond die ons pad kruisten, bij fietsers, joggers, spelende kinderen met een go-cart… Evy wandelde echt voorbeeldig mee.

En dan staat onze eerste wintervakantie in Hasliberg nabij Meiringen ( Zwitserland ) voor de deur ( januari 2004 ). Wij zijn geen skiërs en ook geen snowboarders. Wij

203


gaan elk jaar een week op wintervakantie om er heerlijk lange wandelingen in de sneeuw te maken. Echter ginder met een korte lijn met Evy wandelen zag ik niet zitten. Evy kreeg bijgevolg een harnas aan met een flexielijn eraan bevestigd. En we keken hoe zij daarop reageerde. Met zulk een flexielijn leek het wel of er altijd spanning op de lijn zat. Evy bleef constant naast mij lopen wat natuurlijk niet de bedoeling was. Op het commando “ Vrij ! ” reageerde zij in deze omstandigheden niet. Tot ik op het idee kwam om eens te proberen van het commando “ Ga maar ! ” te geven. En inderdaad Evy durfde nu wat meer weg te gaan van mij. Het gebeurde wel eens dat zij zo ver weg was van mij , dat de flexielijn ( totale uitrol-lengte : 8 m. ) bijna helemaal afgerold was, waardoor er spanning op de flexielijn zou komen maar dan stopte ik ( nog voor de flexielijn helemaal ten einde was ) en Evy kwam dan steeds snel terug naast mij meewandelen. Het gebruik van deze flexielijn was nieuw voor Evy. Dus het was logisch dat zij eerst moest ondervinden hoe dit materiaal werkte. Al snel zagen we dat wan-neer Evy bijna op het einde van de flexielijn liep zij vertraagde om spanning op de lijn te vermijden. En nu met die flexielijn kon ze uitgebreid snuffelen, overal. Wij, van onze kant, wij stapten gewoon verder. Als Evy achter ons ergens stond te snuffelen en ik voelde aan de flexielijn dat die ver ten einde ging lopen, dan gaf ik Evy gewoon het fluitsignaal voor het hierkomen en dan liet zij onmiddellijk het snuffelen voor wat het was en kwam ze netjes naast me meewandelen. Op dat ogenblik zei ik het commando “ Ga maar ! ” en kreeg ze weer alle vrijheid, binnen de grenzen van de flexielijn uiteraard. Zo hadden we nog nooit met één van onze honden kunnen wandelen. Wat een verademing ! Dit was pure ontspanning voor de baasjes EN de hond.

204


Terug thuis moest er niet meer op de wandeling geoefend worden. Echter wat we niet konden vermoeden was dat er ons nog meer verrassingen te wachten stonden. Wanneer we uit wandelen gingen kreeg Evy steeds het harnas aan en gebruikten we de flexielijn. En wat bleek : Evy liep zelden tot het einde van deze lange lijn. En van de lijn onder spanning zetten was al helemaal geen sprake. Dus we konden fier zeggen dat trekken aan de lijn Evy nooit was aangeleerd. Meer nog als er tijdens een wandeling een snel bewegend voorwerp opdook of een andere wandelaar met een hond of loslopende dieren, was het steeds Evy die ze eerst had opgemerkt en die al uit eigen beweging naast mijn linkerbeen kwam lopen MET oogcontact en dit bleef volhouden tot dit snel bewegend voorwerp, of wandelaar met een hond of loslopend dier op onze hoogte was. Ik schrok mij haast een bult de eerste keer dat ik dit zag gebeuren. Dit verdiende een jackpot ! Maar ik had geen voedselbeloningen bij me. Ik zei “ flink zo ! ” en zocht in onze rugzak naar iets om Evy mee te belonen want dit was zulk een SUPER prestatie. Gelukkig stak er een banaan in onze rugzak. Sindsdien maak ik er wel een gewoonte van erop te letten dat ik ALTIJD voedselbeloningen bij me heb tijdens wandelingen. En op onregelmatige basis werd en wordt er nog steeds beloond. En als we eens een wandeling geen voedselbeloningen bij hebben dan kan dat geen kwaad.

Nadat Evy perfect meewandelde in omstandigheden waarbij slechts af en toe een snel bewegend voorwerp of wandelaar met een hond of loslopend dier opdook, zochten we wandelgebieden op met meer zulk een prikkels. Toen we de eerste keer met Evy in Antwerpen gingen wandelen gewoon bij wijze van oefening om te zien hoe ze hier tijdens het wandelen zou reageren op al die prikkels die van overal tegelijk kwamen, stelden we vast dat hoewel Evy een harnas droeg en we de flexielijn gebruikten, Evy constant naast ons linkerbeen bleef wandelen zolang er auto’s, fietsers en brommers ons voorbij kwamen. In wat rustiger straten kon ze al eens aan een boom staan snuf-

205


felen maar hoorde ze in de verte een auto dan kwam ze onmiddellijk uit eigen beweging naast mij lopen. Evy is bijna 14 jaar oud geworden en elke wandeling was een fantastische ervaring. Dat dit het effect zou zijn van onze puur op experimenteren gebaseerde wandelsessies had ik nooit durven dromen. Te gek gewoon ! En ook na Evy, met Aagje, kunnen we op dezelfde ontspannen manier wandelen, hoewel we bij onze korthaar Collie aanvankelijk met heel veel problemen geconfronteerd werden. Problemen die niets met het wandelen op zich te maken hadden, maar wel met het feit dat onze poppemie bij de fokker niets aan socialisatie meegekregen had. En dat was echt geen cadeau !!! Zie verder.

Naarmate de band met je hond intenser wordt, zal je opmerken dat de voedselbeloningen totaal overbodig worden. Samen uit wandelen gaan wordt puur genieten waarbij er een enorm samenhorigheidsgevoel aanwezig is tussen jou en je hond. Daarbij komt nog, als gevolg van de manier waarop de wandeling aangeleerd werd, dat er een enorme rust uitgaat van beide partners ( baasje en hond ). Het wederzijds vertrouwen, oa. door de voorspelbaarheid van elkaars gedrag, is zo groot dat NIETS deze rust kan verstoren, zelfs niet in moeilijke omstandigheden.

Verwacht je eraan dat elke nieuwe viervoeter die in je familie komt anders voorbereid zal zijn ( door de fokker ), op een leven samen met jou En dit heeft zo zijn gevolgen op hoeveel werk je zal hebben om je pup klaar te stomen om samen de wijde wereld in te trekken. Eens je pup bij jou thuis is aangekomen, zal heel snel duidelijk worden hoeveel tijd de fokker besteed heeft aan de voorbereiding op zijn leven samen met jou. In geval je pup een optimale voorbereiding / socialisatie, onder de vorm van een prikkelrijke omgeving - conform de leeftijd, meegekregen heeft, zal je tijdens de opvoeding en training van je jonge hond weinig echte problemen mogen verwachten. Echter, heeft de fokker helemaal niets met je pup gedaan en is hij opgegroeid in een prikkelarme omgeving, dan mag je je aan het ergste verwachten. Daarbij stelt zich niet alleen de vraag, hoe je al de problemen die je zal tegenkomen moet oplossen, maar ook of al de problemen die je tegenkomt wel op te lossen zijn. Evy, onze langhaar Collie, kreeg bij de fokker een optimale voorbereiding / socialisatie. Haar opvoeding en training verliepen vlekkeloos. Aagje, onze korthaar Collie, had bij de fokker niets aan voorbereiding gekregen. Of toch, ze had geleerd om heel lang in

206


een bench te blijven, ze kende muziek en reed graag mee in de auto‌ maar dat was het dan ook ! Haar opvoeding en training verliepen bijgevolg heel moeizaam‌ en met heel veel problemen onderweg. Maar uiteindelijk sleepten we ons erdoor ! Op de leeftijd van 18 maanden kon een buitenstaander niet meer merken dat Aagje zulk een slechte start had gekregen.

Voor een optimale socialisatie ( in het algemeen ) bestaat een optimaal tijdsvenster, dus een optimale leeftijdsperiode bij je pup, waarin dit het gemakkelijkst gaat. Nadien zal het ook nog gaan, maar het zal je ongelooflijk veel moeite kosten. Hoe langer het duurt vooraleer met de socialisatie kan begonnen worden, hoe groter de problemen zullen zijn die je tegen komt ( tengevolge van het niet gebeurd zijn van de socialisatie op het optimale tijdstip ), en hoe moeilijker ze zullen zijn om op te lossen, als ze nog kunnen opgelost worden !

Zolang je met een jonge hond in een prikkelarme omgeving blijft, zal het dikwijls nog meevallen. En een prikkelarme omgeving zal voor elke hond anders zijn. Het is een omgeving waarin hij zich op zijn gemak voelt. Pups die optimaal gesocialiseerd zijn, voelen zich eigenlijk van in het begin zo goed als overal op hun gemak, wat natuurlijk alle opvoeding en training nadien heel gemakkelijk maakt. Dat was onze ervaring met Rudith en Evy. Pups die bij de fokker niet of te weinig gesocialiseerd werden op omgevingsfactoren, zoals Rembrandt en Aagje, voelden zich van in het begin zo goed als nergens op hun gemak. Je merkt dat snel. Ze kunnen heel moeilijk ontspannen, zijn steeds op hun hoede voor mogelijk gevaar, en bij het minste reageren ze. Hoe ze reageren zal bij elke hond verschillend zijn, afhankelijk van zijn temperament. Bij Rembrandt was dat met grommen, bij Aagje was dat met wegvluchten zo ver ze kon, als een kip zonder kop. Om dit te veranderen heb je heel veel tijd en geduld nodig ! Je zal hen stap voor stap moeten bijbrengen, al dat gene wat ze in die gevoelige periode voor socialisatie op die omgevingsfactoren gemist hebben. Uiteraard stonden onze honden er niet alleen voor. Het is bij zulk een viervoeter ook heel belangrijk om zo snel mogelijk een vertrouwensrelatie tot stand te brengen. Je moet je pup laten voelen dat hij er niet alleen voor staat, dat hij altijd veilig is bij jou en altijd op jou kan rekenen als het erop aan komt. De opvoeding en training mag uiteraard niet vergeten worden, ook al komt ze bij zulk een honden niet op de eerste plaats.

Onze ervaring met Aagje : Wat de opvoeding betreft heb ik bij onze korthaar Collie bijna een jaar lang hoofdzakelijk op impuls-controle gewerkt. Dit om ongewenst reageren op de meest normale dingen, blijvend onder controle te krijgen. Zij was immers totaal niet gesocialiseerd op

207


allerhande omgevingsfactoren. Wat de training betrof, was er één iets dat voor mij absolute prioriteit had en dat was ( gezien het feit dat wij graag en veel reizen… met de hond ) het aanleren van het netjes mee wandelen zonder te trekken aan de lijn.

In prikkelarme omstandigheden stond dit, wonder boven wonder, sneller op punt bij onze korthaar Aagje dan bij onze langhaar Evy. Met Aagje kon ook sneller naar de flexielijn overgeschakeld worden. Echter, alvorens zij in een meer prikkelrijke omgeving, netjes kon mee wandelen, moesten we alle omstandigheden, situaties en prikkels waarop zij ongewenst reageerde, één voor één opzoeken en de negatieve emotie die het bij haar opriep ombuigen tot een positieve. Sindsdien bekijkt onze korthaar Collie het leven door een heel andere bril. Ze is altijd opgewekt, heel nieuwsgierig naar nieuwe dingen, leert graag en snel… en op ogenblikken van rust, komt ze het liefst heel dicht tegen ons aan liggen. Ze komt graag buiten, geniet van de vele wandelingen en gaat heel graag mee op reis.

208


Hierna volgend neem ik één van de problemen, waarmee we bij Aagje geconfronteerd werden, onder de loupe. Eén van de moeilijkste en lastigste problemen die we bij onze korthaar Collie moesten oplossen, was haar enorme angst voor andere honden, naast het feit dat ze waarschijnlijk nooit buiten geweest was bij de fokker, want de eerste weken wilde ze bij ons thuis gewoon NIET naar buiten. Het spreekt voor zich dat we dus veel buiten waren met haar, eerst op de arm, daarna in het fietsmandje en later gewoon te voet. Eens ze het buiten min of meer gewoon was ( en dat was pas na vele weken ), zagen we dat ze een enorme jachtpassie aan de dag legde. Alles werd achterna gezeten, van het kleinste vogeltje, tot joggers, fietsers, auto’s en moto’s… werkelijk alles wat bewoog triggerde bij haar najaag gedrag. En daar kwam nog bij… Aagje en andere honden, het leek een onoverkomelijk probleem. Toen onze pup bij ons in de familie kwam, wilden we haar vanaf de eerste week goed socialiseren op soortgenoten. Dat dit zoveel voeten in de aarde zou hebben, hadden we totaal niet verwacht. Nog maar het zien of horen van een soortgenoot ( ongeacht hoe ver of dichtbij deze zich bevond ) deed haar onmiddellijk wegvluchten, zo ver ze kon. We gingen op zoek naar de oorzaak van dit onverwachte gedrag, en achterhaalden dat de fokker een vurig aanhanger was van de uiterst controversiële RUDELSTELLUNGEN-ideologie. We beseften direkt dat onze pup waarschijnlijk nooit in contact was gebracht met andere soortgenoten, dan de 5 nestbroertjes en 2 zusjes, en de moeder. Het eerste wat we probeerden, was door wekelijkse contacten met Ottje, de Sheltie en Jezebel, de Aussie, onze pup vertrouwd te maken met soortgenoten. Aagje wende aan de aanwezigheid van Ottje en Jezebel, maar interacties waren er niet. Ook wanneer Clifford, de Whippet op bezoek kwam, bleef Aagje op ruime afstand van hem. Op de leeftijd van 6 maanden hadden we nog niet veel vooruitgang geboekt. Het tij keerde, toen Baloe de jonge Boerenfox Terrier regelmatig op bezoek kwam. Om een lang verhaal kort te maken :

1ste bezoek : Aagje vluchtte weg in huis wanneer Baloe in de tuin afgelijnd werd.

En toen ik haar weer buiten zette, kroop ze bang onder de tuintafel op het terras. Baloe wilde met haar spelen, luid blaffend nodigde hij haar uit, maar onze jonge Collie zag dit absoluut niet zitten.

2de bezoek : Tegen alle verwachtingen in, toonde onze korthaar totaal geen angst

meer voor Baloe. Van in het begin werd er mooi samengespeeld. Soms ging het er hevig aan toe, en moesten we een time-out inlassen, om hen terug op adem te laten komen, waarna ze onmiddellijk weer met elkaar door de tuin renden. Toen onverwacht Smokey, de langharige Duitse herder, zich aanmeldde, reageerde Aagje ook nu

209


weer in eerste instantie met wegvluchten, op zoek naar een veilig plekje ver weg van buiten. Ik haalde haar binnenshuis van onder de trap in onze hal en zette haar weer buiten. Na enige tijd vermande onze kleine meid zich, en voorzichtig en uiterst onderdanig kwam ze ( uit eigen beweging ) met Smokey kennis maken. Tijdens dit tweede bezoek heeft Aagje echt haar grenzen verlegd !

3de bezoek : Beide viervoeters leken onafscheidelijke vrienden geworden. Ze keken uit naar elkaars bezoek ( wekelijks ), en speelden prachtig samen. Het was alsof ze elkaar al jaren kenden.

De weken die erop volgden :

Tijdens gezamelijke wandelingen, mochten Baloe en Aagje voor het eerst vrij over de velden rennen. Een risico, maar een berekend. Naar voorbij rijdende fietsers of auto’s keken ze wonderwel niet, ze wilden samen spelen en vooral hard rennen. En dat hielden ze ruim een uur vol. En als ik Aagje tussentijds terug riep, kwam ze onmiddellijk naar me toe. Dat ging de goede kant op. Echter, na verloop van tijd gaf dit aanleiding tot een heel ander probleem ! Daar waar Aagje in het begin bang was van elke hond die we onderweg op wandelingen tegen kwamen, wilde ze nu overenthousiast naar hen toe… vermoedelijk om wild te spelen zoals ze met Baloe deed. Haar gedrag ten opzichte van honden, was nu van het ene uiterste naar het andere geëvolueerd. Tijd voor een nieuwe aanpak.

210


Om Aagje’s over-enthousiasme in goede banen te leiden, zat er niets anders op dan tijdens wandelingen ( zonder Baloe ) constant te oefenen op impuls-controle ( zoals we zeer succesvol gedaan hadden met snel bewegende voorwerpen zoals joggers, fietsers, auto’s… ). Dus als er een viervoeter in het vizier kwam, vroeg ik Aagje om naar me toe te komen en te gaan zitten. Dat deed ze prima. Echter nu moest ze blijven zitten, liefst met oogcontact naar mij, tot de andere hond op onze hoogte voorbij kwam. Dat was een hele, hele moeilijke oefening. In het begin kon ze niet blijven zitten en sprong ze direkt recht, om als ik de lijn niet kort hield, naar de andere viervoeter te stormen. Maar geleidelijk aan, werd de tijd dat ze bleef zitten, langer en langer. Tot ze uiteindelijk gans de tijd bleef zitten, tot de andere hond op onze hoogte ons voorbij kwam. Ook het aandacht geven aan mij met oogcontact tijdens deze impulscontrole oefening, ging vlotter en ze kon ook al langere tijd dat oogcontact volhouden zonder tussentijds al te veel te moeten wegkijken, om te zien of die andere hond er nog wel was, en waar hij al was. In het begin moesten we elke kleine stap aan gewenst gedrag belonen. Nadien kon dit uitgesteld worden, tot ze uiteindelijk correct het totale gewenste gedrag kon laten zien. Op dat ogenblik was onze korthaar ruim een jaar oud. En toen wist ik dat als we nog even bleven volhouden, dit probleem volledig van de baan zou zijn. Het was het laatste probleem dat bij onze Aagje moest weggewerkt worden, en het was veruit het moeilijkste. Op de volgende foto zie je Aagje met Jezebel de Aussie en Ottje de Sheltie.

Tijdens de eerste wintervakantie, in Davos ( Zwitserland ) ( maart 2018 ), wandelde Aagje echt voorbeeldig. En als er viervoeters in het zicht kwamen, en ik vroeg haar netjes aan mijn voet te zitten met oogcontact ( liefst constant ), ging dat SUPER. Tijdens deze wandelingen kon ze ook heel regelmatig, als we andere viervoeters tegenkwamen ( en tijdens deze week kwamen we dikwijls dezelfde tegen ), vrij mee wandelen, rennen en spelen met hen. Ze had een super wintervakantie !

211


Maar dan plots, ongeveer een maand later, was dit voorbeeldig aan de voet komen zitten met oogcontact wanneer er een viervoeter met zijn baasje ons pad kruiste ( tijdens onze dagelijkse wandelingen thuis ) vergeten ??? Als ik onmiddellijk, bij het opmerken van een viervoeter, haar vroeg om naar me toe te komen, leek het wel of er bananen in de oren zaten. We kregen terug het ongewenst trekken aan de lijn, en het kost wat kost bij de andere viervoeter willen geraken gedrag, te zien. Was dit puberen ? Of waren het de vele aangename contacten met andere honden in Zwitserland die dit veroorzaakt hadden ? Het was voor ons wel onmiddellijk duidelijk dat Aagje een enorme behoefte had, naar contacten met soortgenoten. Maar op deze manier kon dit niet. In ieder geval, we wisten wat ons opnieuw te doen stond.

En dit is een mooi voorbeeld van :

Impuls-controle

212


En hier naast op de pagina, een foto van Aagje op een drukke zaterdag / marktdag in Offenburg – Duitsland ( april 2019 ). Ik zat op een bank te wachten op mijn echtgenoot die een boekenwinkel binnen gegaan was op zoek naar interessante lectuur. Toen ik zag hoe ontspannen Aagje zat te wachten naast mij, terwijl heel veel fietsers, baasjes met hun hond, spelende en roepende kinderen… vlak naast haar voorbij kwamen zonder dat ze erop ( emotioneel ) reageerde, zocht ik vlug mijn GSM om alles op de gevoelige plaat vast te leggen. Immers, ooit was het anders. En kijk eens wat een resultaat ! Maar er is dan ook lang aan gewerkt.

Een extra commando dat tijdens de aangelijnde wandeling goed van pas komt is het commando “ Terug! ” Tijdens een wandeling met je hond waarbij hij aangelijnd is, kan het gebeuren dat obstakels zoals bijvoorbeeld een verlichtingspaal of een boom letterlijk in de weg staan. Begrijp dit als : Jij gaat rechts voorbij het obstakel en je hond links. Was de hond niet aangelijnd dan was er natuurlijk geen probleem, maar nu aangelijnd houdt het obstakel jullie tegen. Om samen verder te kunnen wandelen kan jij zelf natuurlijk op je stappen terug keren en ook links het obstakel voorbij gaan. Echter wij hebben al onze honden geleerd dat als wij daarom vragen ZIJ op hun stappen terug keren en mee aan onze kant van het obstakel verder wandelen.

Het commando “ Terug ! ” aanleren Je hond wandelt netje mee aan de standaard lijn ( of aan de flexielijn ) waarbij hij de vrijheid heeft links en rechts of voor en achter je te snuffelen aan interessante geurtjes, dit zonder dat er ook maar enig moment is dat er spanning op de lijn komt. Echter op smalle wandelpaden in bosrijk gebied of smalle voetpaden naast druk verkeer kan het gebeuren dat tijdens het wandelen je hond links een obstakel voorbij gaat en jij rechts ( of omgekeerd ). Als het om een groot obstakel gaat zoals een boom of verlichtingspaal moet één van jullie beide op zijn stappen terug keren, zo dat jullie beide aan dezelfde kant van het obstakel verder kunnen wandelen, immers op het moment dat jullie een verschillende kant kiezen zal al heel snel de lijn door het obstakel tegengehouden worden en jullie ophouden. Dit commando hebben wij onze honden nooit apart aangeleerd, dus vooraf thuis in prikkelarme omstandigheden. We leerden het

213


hen gewoon aan tijdens onze wandelingen op het moment dat wij in zulk een situatie terecht kwamen. Dit commando “ Terug ! ” werd aan Rudith, Rembrandt en Evy geleerd in de fase dat er nog uitsluitend met de standaard lijn ( 110 cm. ) werd gewandeld, dus voor er gebruik gemaakt werd van de flexielijn. Bij Aagje, die veel sneller met de flexielijn kon wandelen, werd het pas aangeleerd tijdens wandelingen met de flexielijn.

Hoe gingen wij te werk : Het snelst aangeleerd zal dit commando in situaties waarbij je telkens te doen hebt met een relatief breed obstakel, zoals bijvoorbeeld een boom met een dikke stam. Om het bij dit voorbeeld te houden. Als jullie beide zulk een boom voorbij gaan, elk aan een verschillende kant, zullen jullie omdat de leiband vrij kort is, opgehouden worden/ tot staan gebracht worden nog voor jullie de boom goed en wel voorbij gewandeld zijn. In zulk een situatie volstaat het dikwijls om gewoon even te blijven staan en af te wachten. Immers in veel gevallen zal je hond heel snel zelf uitvinden dat het zich omkeren, en rond de boom gaan om zo aan jouw kant te komen, het enige alternatief is om verder te kunnen wandelen. Dat was in ieder geval onze ervaring met Rudith. Op de intentie van de hond om rond de boom te gaan om zo aan de juiste kant te komen om samen met jou verder te kunnen wandelen, geef je het commando “ Terug ! ”. Op het moment dat hij aan de juiste kant van de boom naar je toe komt, zeg je “ Flink zo ! ” en volgt er een voedselbeloning. En je wandelt samen verder. Telkens we in een gelijkaardige situatie kwamen, gingen we op een zelfde manier te werk. Rudith leerde razend snel de betekenis van dit commando, vandaar dat we deze werkwijze ook bij onze andere honden behouden hebben. Wat ik mij ook herinner is dat we pas bij het overschakelen naar de flexielijn, dit commando “ Terug ! ” uit zijn oefenfase haalden.

Onze ervaring met Evy en Aagje : Als tijdens een wandeling Evy bij wijze van spreken de verkeerde kant van een obstakel koos, ook al was dat op enige afstand van mij, dan tegelijkertijd bleef ik staan en zette ik de flexie “ op slot ”. Dus in die stand dat hij niet verder kon afrollen. Doordat het leek alsof de flexie ten einde was, bleef onze Schotse Collie die nooit heeft leren trekken aan de lijn onmiddellijk staan. Het volgende wat ze heel snel deed was oogcontact met mij maken en op dat moment gaf ik dan het commando “ Terug ! ”. En dan telkens draaide ze zich om en kwam ze op haar stappen terug, om rond het obstakel te gaan en aan mijn kant mee verder te wandelen. In deze fase werd geen gebruik meer gemaakt van voedselbeloningen. Het terug kunnen verder wandelen en links en rechts en voor en achter kunnen snuffelen was hier voor haar een veel grotere beloning. Bij onze korthaar Collie Aagje gingen we op dezelfde manier te werk.

214


Wil je de hond overal mee naartoe kunnen nemen, dan moet je hem zeker ook goed leren traplopen Op je wandeluitstappen kan je altijd trappen tegenkomen. Denk niet dat dit alleen bij stadswandelingen kan gebeuren. Ook tijdens uitstapjes in natuurgebieden kom je ze tegen. Bereid je viervoeter hierop voor, zo dat een trap geen onoverkomelijke hindernis voor hem wordt. Vooral in ScandinaviĂŤ kom je de volgende trapjes ( zie foto ) tegen. De naast gelegen poortjes, als die aanwezig zijn, zijn zo goed als altijd op slot. Deze trapjes laten je toe over weilanden te wandelen zonder dat het vee kan ontsnappen. Toch moet gezegd dat ze meestal allemaal vrij steil zijn, wat het extra moeilijk maakt voor onze viervoeters. Dus leer thuis je hond goed traplopen.

Bij het leren traplopen zijn, de leeftijd ( fysiek en mentaal ), de grootte ( algemene bouw en gewicht ), en de algemene conditie ( spieropbouw en de beweeglijkheid van de gewrichten ) van de hond, bepalend voor het tijdstip waarop men met het traplopen kan beginnen.

Onze ervaringen met Rudith, Rembrandt en Evy : Oefening baart kunst, zegt het spreekwoord. En dat geldt ook voor traplopen. Toch waren onze viervoeters niet echt jong meer, toen we hen voor het eerst toelieten een

215


trap op en af te lopen. Als kleine pup mochten onze honden niet uit eigen beweging naar boven of beneden de trap op of af. Een hekje ter hoogte van de onderste trede verhinderde dit. Onze eerste honden Rudith en Rembrandt sliepen beneden in de hal, dus boven hadden ze niets te zoeken. Rudith is zelfs nooit boven geweest, Rembrandt daarentegen had zulk een slechte gezondheidstoestand, dat het vanaf zeker moment ook nodig was dat hij ’s nachts onder toezicht stond. Vanaf dan sliep hij in onze slaapkamer. ’s Avonds ging hij mee naar boven en ’s morgens weer naar beneden. Op andere ogenblikken kwam hij niet boven. Ook zonder hekje onderaan de trap gingen Rudith en Rembrandt nooit op eigen initiatief naar boven. Echter bij Evy lagen de kaarten anders. In Duitsland is het bij heel veel Collie-fokkers de gewoonte, dat de fokker in de ruimte waar de moeder / teef en de pupjes zich bevinden, ook blijft slapen. Dit vooral om te voorkomen dat de moeder / teef zich uitgesloten zou voelen uit de gezinsroedel en onnodig gestresseerd zou zijn. Wat dan weer een negatieve invloed heeft op de ontwikkeling van haar pups. Je gaat mij niet zeggen dat die fokker gedurende al die weken dat hij bij moeder en kinderen sliep, nooit eens een pup in bed heeft genomen om te knuffelen. In ieder geval, toen Evy bij ons in huis kwam was het alvast heel duidelijk dat het bed haar favoriete slaapplaats was. In het kader van de zindelijkheidstraining sliep onze Schotse Collie de eerste nachten boven in onze slaapkamer. Als we naar boven of beneden gingen, werd ze op de arm gedragen. Eens ze ’s nachts bij Rembrandt in de hal sliep, stond er beneden aan de trap, ter hoogte van de onderste trede, weer een hekje. Dit was absoluut nodig. Want eenmaal zag onze kleine pup de mogelijkheid om ongezien naar boven te gaan, en toen vonden we haar slapend op ons bed. Dus het poortje moest er ALTIJD staan en het moest ALTIJD gesloten zijn. Toch leerden we op jonge leeftijd onze honden wennen aan een trap. We zochten buitenshuis naar trappen met weinig treden. Vlakbij de ingang van het gemeentehuis vonden we wat we zochten. Een trap met 7 lage treden, die eigenlijk alleen maar naar het hoger gelegen gazon achter het gemeentehuis liep. Dat moest kunnen vonden we. En daar gingen we regelmatig oefenen. Zo leerden onze honden toch op jonge leeftijd treden goed op en af gaan. Die trappen met weinig treden vind je overal, als je goed rond kijkt. In het gemeentelijk park, op het dorpsplein, aan de bibliotheek… je vindt er vast in jouw buurt. Pas na de officiële RX-foto’s van het skelet ( heupen, ellebogen, schouders en eventueel knieën ) mochten onze viervoeters ook echt traplopen. Misschien dat het gerust vroeger kon, echter wij wilden niet het risico lopen op blessures bij onze honden en wachtten lang genoeg.

De minimum leeftijd waarop de officiële RX-foto’s van het skelet bij de hond mogen genomen worden verschilt ras per ras. Informeer u bij de dierenarts wanneer bij jouw hond deze mogen genomen worden.

216


Na de officiële RX-foto’s bij Evy verdween het hekje onderaan onze trap. Het op en af lopen van een echte trap moest niet eerst aangeleerd of geoefend worden. Dat ging vanzelf. Ook bij onze andere honden verliep het echte traplopen na de officiële RXfoto’s steeds zonder problemen.

Tip Toch is het belangrijk om zoveel mogelijk verschillende soorten trappen te oefenen. Je hebt gesloten en open trappen, rechte trappen en draaitrappen. Je hebt steile trappen en luie trappen ( deze laatste is een trap met een hellingsgraad van minder dan 45° ). Daarnaast zal je trappen tegen komen, gemaakt in heel wat verschillende soorten materialen, zoals hout, steen, metaal… Een hond in goede conditie zal weinig problemen hebben met traplopen.

Onze ervaring met Aagje :

217


Toen Aagje bij ons in de familie kwam, werd ze, zo lang ze niet te zwaar woog, naar boven gedragen, als we gingen slapen. Nadien mocht ze zelf de trap op en af lopen. Tijdens onze vakantie in Leutschach ( augustus 2018 ) in de Oostenrijkse deelstaat Stiermarken, stond er in onze vakantie-woning een open trap. Deze vormde voor onze korthaar Collie totaal geen probleem. Zie op de foto op voorgaande pagina. En hierna volgend een trap waarbij elke trede indirekt verlicht was. Wij vonden hem op de terugweg naar huis na onze wintervakantie in de Alpen ( april 2019 ), toen we met Aagje overnachtten in Hotel Liberty te Offenburg, in de Duitse deelstaat BadenWĂźrttemberg.

218


Een wandeling met onverwacht veel trappen

219


Het beloofde een warme en zonnige dag te worden ( juni 2013 ). We verbleven op dat moment op het wondermooie ongerepte eiland Rügen aan de Duitse Oostzee-kust. Een uitgelezen dag voor de hoge-oever wandeling in het Jasmund nationaal park. Deze wandeling loopt boven op de krijtrotsen die zo typisch zijn voor dit eiland. Op regelmatige afstanden kan je afdalen tot op het strand. Zowel boven als beneden wachten je spectaculaire uitzichten. Echter daarvoor moet je telkens vele houten trappen, weliswaar in perfecte staat, op en af. Op sommige plaatsen is de krijtkust wel 117 m. hoog en heb je een trap met meer dan 400 treden te nemen, eerst naar beneden en nadien uiteraard ook terug naar boven. Als je boven blijft, de wandeling loopt daar de ganse tijd door sprookjesachtige bossen met beuken die dateren uit de 13de eeuw, wachten je onderweg ook heel wat trappen. Ze overbruggen kleine valleitjes. Nergens zagen we zoveel trappen tijdens één en dezelfde wandeling als hier. Voor wandelaars en viervoeters in goede conditie vormen die uiteraard geen probleem. Onze Schotse Collie was weliswaar niet meer van de jongste met haar 10 lentes, toch stapte zij gezwind en enthousiast alle trappen op en af ( zie foto ). Echter om Evy niet te overbelasten beslisten we om de wandeling niet heen en terug te lopen ( 16 km. ). Dus namen we de wandelbus terug naar ons beginpunt. Het Jasmund nationaal park krijgt jaarlijks miljoenen toeristen op bezoek. Echter laat je niet afschrikken, slechts weinigen doen deze schitterende, maar tegelijk vermoeiende wandeling. Meer uitleg en een route-beschrijving vind je in deel 3 bij Hotel Cêres am Meer ( D ).

Ook in Frankrijk kom je zulke trappen tegen

220


Deze foto werd genomen in de buurt van Boulogne ( Nord Pas de Calais ). Deze trap was de kortste weg vanaf de parking op de klippen naar het strand.

Zelfs tijdens wandelingen in heuvelachtig landschap kan je trappen tegen komen

Deze foto werd genomen in Engeland tijdens ĂŠĂŠn van onze daguitstappen in Cornwall ( juni 2018 )

221


Vooral trappen, onregelmatig uitgehouwen, in de rotswand kunnen bijzonder lastig zijn voor je hond

222


223


Zo werden we in de Tolminka kloof in het Triglav Nationaal Park in het noordwesten van SloveniĂŤ ( september 2013 ) tijdens onze wandeling onverwacht geconfronteerd met heel veel, echt moeilijk begaanbare, in de rotswand uitgehouwen trappen. Akkoord, op sommige plaatsen was men met de heraanleg begonnen, maar bij het overgrote deel was het constant oppassen geblazen, zowel voor baasje als viervoeter. Niet alleen had de tand des tijds de ( dikwijls veel te hoge ) treden zo goed als weg gesleten, ook de constant hoge luchtvochtigheid maakte alles gevaarlijk glad. Gelukkig konden we langs een andere weg terug naar ons beginpunt. Echter, de wandeling brengt je langs het prachtigste natuurschoon. Dus zeker een aanrader, op voorwaarde dat ook je viervoeter over een goede conditie beschikt. Het water in de Tolminka-rivier is glashelder :

Op de volgende website, vind je een beschrijving van de wandeling : http://mijnslovenie.com/tolmin-kloof-het-diepste-punt-van-nationaal-park-triglav/ Op de foto’s die ik heb genomen zie je eerst een trap zoals de meeste erbij liggen, en vervolgens eentje welke heraangelegd is. Meer uitleg vind je in deel 3 bij Hotel Kendov Dvorec ( SLO ).

224


Uitkijktorens beklimmen, werkelijk fantastisch als je dat samen met je viervoeter kan doen Zoals deze Rauher Kulm in Neustadt am Kulm ( Duitsland ). Evy, ruim 11 jaar oud, stormde als een losgelaten berggeit de trap op ( 110 treden hoog ), in het pikdonker.

225


Boven gekomen, genoten we van het schitterende 360° panoramisch uitzicht. Echter niet alle uitkijktorens beklommen we samen met onze viervoeter, zoals bv. deze in TsjechiÍ, de Rozhledna Havran, met zijn 127 treden in geperforeerde traanplaat.

Meer uitleg vind je in deel 3 bij Hotel Burg Wernberg ( D ).

226


Verrassende/ongewone constructies onderweg Tijdens één van onze eerste vakanties met onze Berner Rudith, het was in de Loirestreek in Frankrijk ( april 1995 ), moesten we op één van onze wandelingen een rivier oversteken via grote stapstenen in het water ( zie foto ).

Hoewel Rudith nooit eerder over zulk een stapstenen gelopen had, konden we met wat aanmoediging toch gedaan krijgen dat ze ons volgde van de ene steen naar de andere. En zonder problemen konden we onze wandeling aan de overkant verder zetten.

Tip Leer je viervoeter op pupleeftijd wennen aan omstandigheden in de buurt van water. Ga langs traag en snel stromende riviertjes en vergeet niet met hem over bruggetjes te wandelen. Wij oefenden met onze eerste pup, met Rudith dus, alleen in het gemeentelijk park met zijn vele waterpartijen en bruggetjes. Wij dachten dat deze voorbereiding

227


voldoende was, echter tijdens de eerste reis, naar de Bretoense kust in Frankrijk ( augustus 1994 ), stelden we al snel vast dat in de vele vissershaventjes, zij heel bang was om op de kade dicht tegen de waterkant te wandelen. Echter oefening baart kunst. We respecteerden in eerste instantie de afstand tot het water waarop ze moeiteloos meewandelde, en al gauw zagen we dat die afstand kleiner en kleiner werd, en zij uiteindelijk nog diezelfde reis op de kade vlak naast het water durfde te lopen, soms zelfs gevaarlijk dicht, maar we lieten haar begaan. We hadden er het volste vertrouwen in dat ze niet in het water zou vallen. Nadien vormde water nooit nog een obstakel voor haar. Echter bij al onze volgende viervoeters werd op pupleeftijd veel meer aandacht besteed aan wandelen langs en over waterpartijen. Zo ontdekten we dat door te wandelen over bruggen waarop ook auto’s reden, de pup ook moest leren wennen aan de trillingen die deze laatste veroorzaakten op het brugwegdek. En de ene pup reageerde daar al gevoeliger op dan de andere. Een prima oefening is ook een klein sluizencomplex. Neem je pup op de arm mee langs en over de sluisdeuren. Hij zal zich veilig voelen in je armen en moeiteloos aan geluid en beweging van het water wennen. Bij Evy gaf dit als resultaat, dat zij nadien zeer zelfverzekerd met zulke situaties omging. Onderstaande foto werd genomen tijdens onze eerste vakantie in Zweden ( juni 2005 ) ter hoogte van één van de 58 sluizen op het Gota-kanaal dat 190 km. lang is en de westkust verbindt met de oostkust.

228


En in Spaans Baskenland ( juni 2014 ) kwamen we op onze wandelingen met onze Schotse Collie Evy, wanneer we door een weiland met vee moesten, steeds weer de volgende constructie tegen.

Tip Je viervoeter hoeft echt geen top-getrainde sporthond te zijn om vlot over zulk een constructie te geraken. Echter, toch is het aan te bevelen, om hem op jonge leeftijd vertrouwd te maken met activiteiten die zijn motoriek en coördinatievermogen optimaliseren. Uiteraard zullen er altijd honden zijn wiens formaat het niet toelaat, dat zij er op eigen houtje over geraken. In die gevallen zal je hen erover moeten dragen.

En tijdens onze eerste vakantie in Groot-Brittanië ( juni 2018 ) met onze korthaar Collie Aagje, maakten we op onze wandelingen kennis met allerhande soorten poortjes en andere constructies, als een wandelpad doorheen weilanden met vee liep ( en dat konden koeien zijn, schapen, pony’s of ezels ), en deze natuurlijk niet mochten kunnen ontsnappen. En vooral deze laatste constructies waren soms niet echt gemakkelijk om voorbij te geraken. Noch voor ons, noch voor onze viervoeter. En dan mochten we nog blij zijn, dat onze Aagje aan de slanke kant was. Want hoe mensen met een grotere hond voorbij zulk een obstakel moesten geraken, was ons een raadsel.

229


Toen we het volgend obstakel een 1ste maal op een wandeling tegenkwamen, dachten we dat we onze Aagje erover moesten dragen, wat we ook deden.

Echter, toen ik de foto op ons logies wat aandachtiger bekeek, zag ik dat er voor viervoeters een doorgang kon gemaakt worden. Dus, toen we een volgende keer zulk een hindernis tegenkwamen, wisten we hoe we Aagje gemakkelijk er voorbij kregen.

230


Hindernissen ( letterlijk te nemen ) die je op reis tijdens een wandeling kan tegenkomen Wij zijn actieve mensen en hebben gekozen voor actieve honden. Het liefst van al maken we lange wandelingen op onbekend terrein. Op reis gaan vinden we super spannend ! Echter nooit kan je alles voorzien. Onze ervaring met Evy : Het was ergens begin september 2014 tijdens onze vakantie in oostelijk Duitsland. We waren in de deelstaat Beieren op weg naar het stadje Wunsiedel voor een bezoek aan het Geopark Luisenburg waar zich het grootste Europese labyrint van rotsen bevindt. Je kan er de prachtigste wandelingen maken tussen de meest bizarre rotsformaties in graniet, die meer dan 200 miljoen jaren oud zijn. En tussendoor krijg je de mooiste panoramische uitzichtpunten cadeau. Het hoogste punt ligt immers op 785 m. hoog. Wat we NIET wisten was dat je in dit park, niet alleen heel veel ( steile en enge ) trappen moet lopen, maar daarnaast ook dikwijls over rotsen moet klauteren of zich tussen granietformaties moet murwen. Op zich best spannend… maar niet ongevaarlijk als je ook een 11-jarige viervoeter meeneemt. Voor enkele mooie foto’s van de wandeling : http://www.kubische-panoramen.de/index.php?id_id=2173&tag=Felslandschaft&p=i Klik bij elke foto in de linker bovenhoek op “ FLAT ” om het totaalplaatje te zien te krijgen. We parkeerden onze auto op de ruime parking. Het was er bijzonder druk die dag. Er stond aangegeven dat honden dienden aangelijnd te zijn. Aan de infobalie/kassa gekomen, vroegen we of er ook voor onze voervoeter moest betaald worden. Niet dus. Nog voor we onze tickets gekocht hadden, vroeg een gids / ranger of we geinteresseerd waren in een rondleiding langs de mooiste plekjes, de tocht duurde 2 tot 3 uur, dit afhankelijk van onze conditie. We legden de gids / ranger uit dat we twijfelden of dit met onze 11 jarige viervoeter nog wel mogelijk zou zijn. We kenden immers het parcours niet. Uiteindelijk beslisten we op eigen houtje het park te verkennen. Dit gaf ons de mogelijkheid om indien nodig op onze stappen terug te keren. En we kochten nog snel een gedétailleerde wandelkaart. Echter we waren nog maar net vertrokken of we stonden al voor een eerste onoverkomelijke hindernis. Na een voor onze Schotse Collie eigenlijk veel te steile metalen trap, met treden in wel een heel apart type van geperforeerde traanplaat ( zie foto ), wat het extra onaangenaam maakte om er als viervoeter over te lopen, moesten we door een opening in de rotswand kruipen, waarna de wandelweg onmiddellijk opnieuw overging in een smalle en veel te steile trap, toch voor onze ruim 11 jarige viervoeter. Zulk een loodzwaar wandelparcours vonden

231


we veel te risicovol voor Evy. Dus keerden we op onze stappen terug. Onderweg nam ik nog vlug een foto van het overzichtsplan en teleurgesteld verlieten we de site. Terug in het hotel bekeek ik nog eens alle foto’s, die ik tijdens ons korte bezoek aan dit prachtige natuurpark genomen had. En wat las ik tot mijn grote verbazing op de foto met het overzichtsplannetje, onderaan, in veel te kleine lettertjes :

Ik vertaal : Het labyrint is omwille van zijn talrijke trappen en grid-roostertreden niet voor honden geschikt. Er geldt aanlijnplicht. En dit zijn die grid-roostertreden waarvoor gewaarschuwd werd.

232


Akkoord, de gekartelde structuur aan de bovenzijde van deze treden in geperforeerde traanplaat geven de bezoeker veel grip onder de wandelschoenen, zeker bij regenweer. Echter je hond doe je er geen plezier mee. Tenzij misschien wanneer hij wandelschoentjes ter bescherming van de voetzoolkussentjes zou kunnen dragen. Waarom is ons daarover niets gezegd, niet door de dame aan de infobalie/kassa, en ook niet door de gids/ranger ? Enfin, we zijn op tijd terug gekeerd, en dat bleek dus maar goed ook ! Geloof je mij niet ? Bekijk dan volgend filmpje dat door een bezoeker gemaakt werd. En te zeggen dat wij net diezelfde wandeling wilden maken ( met de blauwe pijlen ) : https://www.youtube.com/watch?v=dXXG-OLJ9os En toch willen we hier zeker nog terug komen met een viervoeter ! Maar dan wel met eentje die veel jonger is dan Evy nu was. En voorzien van geschikt schoeisel niet alleen voor ons, maar ook voor onze hond ! Voor meer uitleg en een overzichtskaartje : http://www.bayern-fichtelgebirge.de/luise/4.htm

Nog meer ervaringen met Evy : Tijdens onze vakantie in het Franse departement Vaucluse, in de regio ProvenceAlpes/Côte d’Azur ( juni 2004 ) informeerden we in een lokaal bureau voor toerisme naar wandelingen in de streek met een gids. Uit het aanbod kozen we voor een interessante dagtocht. Ook honden mochten mee. We schreven ons in met onze Schotse Collie. Op de ochtend van het vertrek verzamelden we op de afgesproken plaats. Het was een mooie zomerse dag, iedereen had er zin in. De gids leidde ons langs de mooiste plekjes. Op zeker ogenblik liep de wandeling over een op dat moment uitgedroogde rivierbedding. We gingen een kloof in die smaller en smaller werd, tot plots we oog in oog stonden met een onverwacht obstakel. Een muur van opeengestapelde rotsblokken versperde de doorgang. Om verder te kunnen moesten we erover klauteren. Maar hoe moest dat met Evy ? Het werd al snel duidelijk dat onze viervoeter op geen enkele manier zelf over deze hindernis zou geraken. En het was ook niet mogelijk dat wij Evy er zelf zouden over dragen. De rotsblokken waren zo groot en zo steil op elkaar gestapeld dat ook wij onze handen vrij moesten hebben om erover te kunnen klimmen. Er zat dus maar één ding op. Iedereen van de groep zette zich verspreid op de opeengestapelde rotsblokken. Evy werd door Walter in de lucht gestoken, en doorgegeven. Eerst aan mij, en van mij naar de volgende... tot uiteindelijk de laatste van de groep achter de hindernis onze hond weer op de grond kon zetten.

233


234


Evy werd in een mum van tijd over deze rotsformatie getild. Voor ons was dit als vanzelfsprekend. Toch denk ik dat niet iedere hond zich zo gewillig zou laten manipuleren. Cruciaal in het vlotte verloop van deze handeling was dan ook Evy’s ongelooflijk vertrouwen in mensen. Zij voelde zich op elk moment ( letterlijk ) in veilige handen.

Enkele jaren later, tijdens onze vakantie in Zweeds lapland, in de provincie Kiruna ( juni 2006 ). We verbleven enkele dagen in Björkliden, dat 200 km boven de noordpoolcirkel ligt, aan het Torneträsk-meer. Omwille van de warme golfstroom geniet deze regio een aangenaam klimaat. Tijdens ons verblijf klommen de temperaturen tot ver boven de 25° C. We besloten ook hier deel te nemen aan georganiseerde dagtochten onder leiding van één of meerdere gidsen. De eerste dag liep onze tocht tot hoog in de bergen. Onze Evy was in haar nopjes en genoot van de wandeling, ook al was die bijzonder vermoeiend. De volgende dag besloot ik in laatste instantie om onze viervoeter een rustdag te geven. Walter zou alleen met de groep vertrekken. Er stond een dagtocht op het programma waarbij een nieuwe wandeling zou uitgeprobeerd worden. Achteraf bleek het een goede beslissing om niet met Evy deel te nemen. Immers halverwege, toen de ganse groep een rivier bereikte en die wilde oversteken, bleek de brug nog naast de rivier te liggen en niet erover. Het is in het Hoge Noorden de gewoonte om wandelbruggen na de zomer ( na 15 augustus ) naast de rivier te leggen, en na de winter ( na 15 juni ) er terug over. Er zat voor de deelnemers niets anders op dan door het ijskoude, wildstromend water te waden, alleen zo kon de tocht verder gezet worden. Of ons dat met onze Schotse Collie zou gelukt zijn, weet ik niet. Evy is weliswaar een uitstekend zwemmer, ook in water met tegenstroming, echter of dat ook zo zou zijn in ijskoud water dat wist ik natuurlijk niet, en of dat verantwoord zou geweest zijn dat wisten we al helemaal niet. Van thuis had ik een zwemvest voor honden mee, maar die hadden we natuurlijk nooit op onze wandeling meegenomen. Gelukkig stelde het probleem zich niet, maar voor hetzelfde geld waren we wel voltallig mee en dan denk ik toch dat we dik in de problemen hadden gezeten.

Vee hoeft niet steeds een hindernis te zijn tijdens wandelingen. Toch is het onze ervaring dat je hen beter uit de weg gaat, zeker als de moederdieren jongen bij zich hebben. Met koeien lijken wij altijd problemen te hebben. Ze zijn zo geïnteresseerd in onze viervoeters, dat ze hen altijd van dichtbij willen bekijken. Met Evy is dat zo geweest en met Rudith was dat zo. In Noorwegen ( juli 2008 ) hebben we het eenmaal zelfs op een lopen moeten zetten toen een kudde op ons af kwam gerend. In wandelaars zonder hond waren ze niet geïnteresseerd, die lieten ze compleet links liggen. Wat ze in onze langhaar Collie gezien hadden weet ik niet. Bij onverwachte ontmoetingen met wilde dieren maken we ons meestal snel uit de voeten.

235


236


237


Onverwacht ongewenst wandelgedrag tijdens onze wintervakantie in de Alpen en hoe ik dit aanpakte ter plaatse Help, Evy wil tijdens de wintervakantie in de Alpen elke voorbij vliegende skiër, snowboarder of sleeër achterna rennen om hem vervolgens luidblaffend tot stilstand te brengen. Groot was onze verbazing toen tijdens onze derde wintervakantie met Evy in de Alpen ( januari 2006 ) zij bij het zien van de eerste skiër, snowboarder en sleeër wild blaffend als een halve gek te keer ging in een poging om deze sportievelingen achterna te rennen en tot staan te brengen. Wie op wintervakantie gaat in de bergen weet dat je niet af en toe een skiër, snowboarder of sleeër tegenkomt. Meestal komen hele groepen je in volle vaart, dikwijls onverantwoord dicht, voorbij gevlogen en dit de hele dag door. Je zou als hond voor minder reageren ! Onze wintervakantie ging voorbij. Terug thuis kwam Evy zoals steeds tijdens de wandeling wanneer ze nog maar het vermoeden had van in de verte een jogger, auto, fietser, ruiter of heen en weer rennende luid blaffende hond achter een omheining te zien onmiddellijk aan de voet lopen met constante aandacht voor ons. De volgende wintervakanties in de Alpen hadden we weer prijs. Maar omdat onze kleinzoon Mathieu ook mee was ( januari 2007 ) als babytje van zes maanden oud en een jaar later ( januari 2008 ) als peuter van anderhalf jaar, had ik echt niet de tijd om mij met Evy bezig te houden. Echter de daarop volgende wintervakantie ( januari 2009 ) vond ik het welletjes ! We waren nu alleen met ons drietjes op wintervakantie ( Walter, ikzelf en Evy ). Ik wilde proberen of ik dit probleem zou kunnen oplossen. En het probleem werd opgelost in slechts enkele dagen tijd ! Ook hier droeg Evy steeds een harnas en gebruikten we de flexielijn.

Hoe gingen we te werk ? Het begin In de bergen, bij het zien of horen van een skiër, snowboarder of sleeër dit nog voor Evy hem opmerkte riep ik haar bij mij en liet ik haar op commando zitten. Ik hield haar onder appél. Er was constant oogcontact tussen ons en op het moment dat de wintersporter in volle vaart op onze hoogte ons voorbij kwam, beloonde ik Evy met de stem gevolgd door een voedselbeloning. Ik gaf haar vrij maar hield haar scherp in het oog omdat ik met 100% zekerheid wist als ik haar liet begaan, ze nog op deze zich van ons verwijderende wintersporter zou blaffen om hem nadien achterna te rennen in een poging hem tot stilstand te brengen. Echter vooraleer ze er ook maar aan dacht om te blaffen, zei ik haar naam en als ze onmiddellijk naar me keek, dus oogcontact verbrak

238


met het zich snel verwijderende voorwerp, dit zonder te beginnen blaffen, beloonde ik haar opnieuw met de stem en met een voedselbeloning. Dit laatste herhaalde ik tot de wintersporter ook echt uit het oog was verdwenen. Tijdens de wandeling herhaalde ik deze procedure zo dikwijls als er wintersporters voorbij kwamen. En er kwamen er honderden voorbij ! Je kan begrijpen dat ik als voedselbeloning Evy’s maaltijd gebruikte en dat is op reis droogvoer.

Het vervolg Als alles zoals hier boven beschreven op punt staat, ga je als volgt verder. Terug in de bergen bij het zien of horen van een skiër, snowboarder of sleeër dit liefst voor Evy hen opmerkte of eventueel gelijktijdig maar dan mag je hond uiteraard nog niet geblaft hebben, riep ik haar bij mij en liet ik haar op bevel zitten. Ze mocht gerust naar de wintersporter die in onze richting kwam geskied, gesnowboard of gesleed kijken echter zonder te blaffen. Ik hield haar wel goed in het oog. En wat bleek : Al heel snel gaf ze spontaan oogcontact op de moment dat de wintersporter in volle vaart op onze hoogte ons voorbij kwam. Ze maakte niet de minste aanstalten meer om te blaffen. Telkens beloonde ik haar met de stem, gevolgd door een voedselbeloning. Dit was vrij snel aangeleerd echter iets moeilijker was het om haar bij het vrij geven ervan te weerhouden om opnieuw te blaffen naar de zich van ons verwijderende sporter om vervolgens er achteraan te willen gaan om hem tot staan te brengen. Maar een goede timing voor het verbreken van het oogcontact op dat moment en dit keer op keer maakte dat zij heel snel spontaan het oogcontact met de zich verwijderende sporter verbrak om naar mij te kijken. Dit werd uiteraard beloond, eerst met de stem daarna met voeding. Tijdens de wandeling herhaalde ik deze procedure zo dikwijls als er wintersporters voorbij kwamen. Als het begin van je wandeling toevallig parallel loopt met een druk bezochte skipiste moet je natuurlijk constant oefenen. Maar oefening baart kunst ! Af en toe zal je uiteraard eens te laat zijn met het opmerken van een wintersporter en zal je hond nog in de gelegenheid zijn om te blaffen. Maar dan zij het zo, niemand is perfect. Zorg er wel voor dat je hond niet achter hem aan kan rennen.

Het resultaat In deze fase begon Evy zelf, bij het opmerken van een wintersporter ( andere dan wandelaars, daar was ook nooit een probleem mee ) dikwijls nog voor ik hem opgemerkt had mij aandacht te geven door middel van oogcontact dit zonder aanstalte te maken om te blaffen. Ik beloonde haar telkens met de stem en met een voedselbeloning. Als ze op dat moment niet direkt in mijn buurt stond beloonde ik haar met de stem en mocht ze bij mij een voedselbeloning komen halen. Dikwijls was ondertussen de wintersporter al uit het gezichtsveld verdwenen. Indien de wintersporter toch nog te zien was in de verte, ging Evy nadat ik haar vrij gegeven had opnieuw heel snel uit eigen beweging mij aandacht geven door middel van oogcontact zonder geblaf.

239


Ook dit werd beloond met de stem en met een voedselbeloning. Een volgende stap was dat Evy na het verbreken van het oogcontact met de wintersporter om mij aandacht te geven, indien ze wat uit mijn buurt was, spontaan naar me toe kwam gelopen om naast mij netjes aan de voet mee te lopen nog steeds terwijl ze mij onophoudelijk oogcontact gaf. Dit uitermate gewenste gedrag werd uiteraard beloond. Geleidelijk aan bouwde ik het aantal keren aandacht geven voor een beloning op, en dit op variabele basis. En voor we het goed en wel wisten, was dit vervelend reageren op skiërs, snowboarders en sleeërs uit de wereld geholpen. Een jaar later ( januari 2010 ) en weer op wintervakantie in de Alpen was ik echt benieuwd hoe Evy nu op voorbij komende skiërs, snowboarders en sleeërs zou reageren. Zou ze hervallen in haar oude gedrag of mocht ik hopen dat het nieuwe gedrag toch nog gekend was. Rekening houdend met de korte periode van drie dagen waarin en met de manier waarop ik het onverwachte, ongewenste gedrag had opgelost, wist ik niet wat ik mocht verwachten. En ja gewoon te gek ! Bij het zien van de eerste skiër, snowboarder en sleeër kijkt ze onmiddellijk ervan weg om oogcontact te maken met mij, werkelijk te gek !!!!! Ik had nooit verwacht op de gevolgde manier en in die kleine tijdsspanne dit onverwachte, ongewenste gedrag zo te kunnen ombuigen in een blijvend gewenst gedrag. Drie werf hoera !!!!

Andere onvoorziene omstandigheden tijdens de wandeling waarmee je liever niet geconfronteerd wordt Zo ervaarden we tijdens onze wintervakantie in Zwitserland ( januari 2011 ) hoe brutaal sommige wintersporters ten opzichte van honden kunnen zijn. Al zeven jaar op rij brengen we onze wintervakantie door in Hasliberg, Berner Oberland. We kennen er ondertussen alle wandelwegen. Toch liep het dit jaar de allereerste dag na onze aankomst al fout. Het was een prachtige winterdag met een staalblauwe hemel. Er lag een dik pak sneeuw. Ideaal voor een eerste grote wandeling. In Hasliberg zelf valt er weinig te wandelen. Echter hoog in de bergen boven het dorp ligt een fantastisch mooi gebied met geruimde winterwandelwegen. Al vroeg in de morgen gingen we op pad. En we waren niet alleen. Uit ervaring wisten we dat op zulk een prachtige weekenddag heel wat dagjesmensen van heinde en verre ook naar hier zouden afzakken om hoog in de bergen te genieten van de zon, de sneeuw en de prachtige omgeving. Aan het kabelbaanstation op 5 minuten wandelen van ons appartement was het bijgevolg al ongelooflijk druk. Iedereen wilde zo snel mogelijk naar boven. Skiërs, snowboarders, sleeërs, wandelaars en ook wij met Evy. De gondel bracht ons op 1700 meter. Van

240


hieruit zouden we terug naar het dorp wandelen, 700 meter lager. Aan het begin van deze wandelweg, stond een bord met daarop vermeld : Prioriteit voor wandelaars ! Waarom dit bord hier stond werd al snel heel duidelijk. We merkten dat we als wandelaar niet alleen op deze wandelweg waren. Van achter ons kwamen sleeërs, de ene al roekelozer dan de andere ons voorbij gevlogen. Opzij van de weg blijven staan tot ze allemaal voorbij waren bleek geen optie, het waren er gewoon veel te veel dit weekend. Dus moesten we voorzichtig verder wandelen en dit zo dicht mogelijk tegen de bergkant, met Evy voor ons. Naast ons kon niet dat was veel te gevaarlijk. Ook voor de vele andere wandelaars was het constant uitkijken. Neen, ontspannen wandelen was het niet. De wandelweg was nochtans meer dan breed genoeg. In de zomer was het een gewone geasfalteerde weg langs waar de verschillende bergstations bevoorraad werden. Maar nu raasden sleeërs, de ene al meer ervaren dan de andere, de vele wandelaars voorbij. Zolang ze aan de linkerkant van de weg bleven was het voor ons nog OK. En toen ging het fout, goed fout. Walter liep iets achterop met Mathieu onze kleinzoon aan de hand toen hij plots een sleeër van links naar rechts zag zwenken en recht op ons af zag komen. Hij maakte ons onmiddellijk attent op het naderende gevaar. Ik riep Evy bij haar naam en gaf het commando voor het hierkomen. Ze draaide op datzelfde moment rechtsom, en wilde naar mij toekomen, toen de sleeër brutaal op haar rechter achterhand inreed. De klap was enorm. Evy stond daar, trillend als een riet, in shock. Terwijl ik haar onderzocht op letsels, stond de sleeër, een Amerikaanse toeriste, te klagen dat haar huurslee stuk was. Naar Evy keek ze niet eenmaal. Ja, het was maar een hond. Evy’s rechterheup gloeide, hier had zich waarschijnlijk onmiddellijk een enorme bloeduitstorting opgehoopt. Voor de rest leek ze OK. Ondertussen was de partner van deze Amerikaanse ook toegekomen. Samen jammerden ze erop los. Van de lage plastic slee waarmee vrouw- of vriendin- lief op Evy was ingereden was zowel de stuurkolom als het ijzeren onderstel volledig afgebroken. De man beschuldigde ons ervan dat onze hond in de weg liep en hij de oorzaak was van dit ongeval. De waarheid was echter dat de vrouw totaal geen controle had over haar slee en aan onverantwoord hoge snelheid de bergweg afraasde en daarbij onze hond die netjes rechts van de weg liep, zonder enige poging om haar te ontwijken, aanreed. Zelfs het remsysteem op de slee had ze niet gebruikt. Ik werd nu wel heel boos. Excuses kwamen er niet. Dat ze een hond aangereden had die gewond was, dat interesseerde hen geen moer. En terwijl wij onze Schotse Collie verder onderzochten, maakten ze zich snel uit de voeten. Er zat voor ons niets anders op dan onze hond zo snel mogelijk naar het appartement te brengen.’s Anderdaags vermeed Evy de rechter achterpoot te moeten gebruiken. Gebroken was hij niet maar wel fiks gezwollen. Een dag later keerden we naar huis terug. Thuis gekomen gingen we met haar onmiddellijk in hydrotherapie om eventuele restletsels tot een minimum te beperken.

Echter ook met Rudith, onze Berner Sennenhond, maakten we een gelijkaardig voorval mee. Het komt dus meer voor dan je zou vermoeden.

241


September 1995. Het was een prachtige nazomerdag in het weekend, ideaal voor een grote wandeling aan onze Belgische kust. Wij met het ganse gezin, incluis onze Berner daarheen. Het was enorm druk aan de kust. Heel wat wandelaars zochten, net als wij, het strand op voor een fikse wandeling. Op zeker ogenblik doken in de verte heel wat zeilwagens op. We sloegen er aanvankelijk geen acht op, tot ze steeds dichterbij kwamen. Meer nog, ze kwamen zo dicht, dat de vele wandelaars bijna verplicht werden op een rij aan de eb/vloedlijn te lopen. Nochtans was het strand op dat moment maximaal want het was eb/laagtij, er was dus meer dan plaats genoeg voor en zeilwagens en wandelaars. Echter één van de bestuurders van zulk een zeilwagen dacht daar anders over. Hij kwam steeds weer gevaarlijk dicht voorbij de wandelaars scheuren. De mensen voor en achter ons, sommige met kleine kinderen aan de hand, waren er net zoals wij niet over te spreken. Wat bezielde die bestuurder toch ! We besloten rechtsomkeer te maken. Maar die man begon ons te viseren. En toen gebeurde het. Plots kwam hij recht op Rudith afgestormd. Onze Berner liep aangelijnd aan de flexielijn, iets voor ons uit, en net zoals iedereen vlak op de eb/vloedlijn. Veel te dicht bij Rudith wilde de bestuurder zijn zeilwagen bruusk rechtsomkeer laten maken. Wilde hij haar soms aan het schrikken maken ? Ja, dan kende hij onze Berner niet ! Zij was de meest stressbestendige Berner Sennenhond die je kon tegenkomen. Een hond die zich door niets uit het lood liet slaan. Rudith wandelde gewoon verder alsof er niets aan de hand was. Tot overmaat van ramp verloor de roekeloze bestuurder de controle over zijn wagen. Op volle snelheid raakte hij met een achterwiel Rudith’s achterhand. Wij waren verbijsterd hoe zo iets kon gebeuren, de wandelaars, die getuige waren, gechoqueerd. De man met de zeilwagen maakte zich haastig uit de voeten en verdween al vlug uit het gezichtsveld. Wij bleven achter met een aangereden hond.

Dus waar ook je met je hond uit wandelen gaat, of dat nu in binnen- of buitenland is, hou je omgeving steeds goed in de gaten, er zijn meer mensen dan je denkt die echt geen respect hebben voor een hondenliefhebber en zijn netjes opgevoede hond.

Nog even terugkomen op het aanleren van het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn Later zou ik op deze wandeling één variant aanleren. En die was dat onder bepaalde omstandigheden onze hond netjes naast mijn linkerbeen moest komen lopen al dan niet met constant oogcontact.

242


-

-

Zonder constant oogcontact, als we met Mathieu of Finn in de kinderwagen of buggy op boodschappentoer gingen. Hier ging het inderdaad om een wandeling van punt A naar punt B. Het zo vlot mogelijk laten verlopen van de boodschappentoer stond hier centraal, waarbij Mathieu of Finn in de kinderwagen op de eerste plaats kwam. Onze hond mocht mee, onder voorwaarden. Dus als zij netjes naast mijn linkerbeen meewandelden. Oogcontact was niet nodig. Met constant oogcontact, als ik ergens een poes of kater in het gezichtsveld kreeg om te voorkomen dat Evy die poes of kater in het vizier zou krijgen en plots in een brullende leeuw zou veranderen om te proberen de poes of kater zo ver mogelijk te verjagen. Ik vroeg onze hond dan om netjes naast mijn linkerbeen te komen lopen ( nog voor zij de poes of kater opgemerkt had ) met constant oogcontact om op die manier zo vlot mogelijk voorbij de poes of kater te geraken ook al zat of liep die slechts op enkele meters van ons verwijderd.

Deze variant kan je vergelijken met de klassieke volg-oefening uit de hondenschool of die je leert bij de meeste professionele hondentrainers.

Geleerd tijdens een seminarie van : Dr. Ute Blaschke-Bertold Wat we zoveel zien : Een hond die alleen kan/mag wandelen : -

aangelijnd, aan de korte of lange lijn aan de voet

Dit is zeer ongezond voor de hond, zeer psychisch belastend en heeft niets te maken met ontspanning.

De volg-oefening Het aanvangs-niveau :

Evy wandelt netjes mee zowel aan de gewone standaard lijn als aan de flexielijn. Zij krijgt daarbij de nodige vrijheid om links en rechts op onderzoek te gaan en te snuffelen waar interessante geurtjes waargenomen worden zolang dit maar geen spanning op de lijn geeft. En ze komt uit eigen beweging

243


naast mijn linkerbeen mee wandelen als er snel bewegende voorwerpen of wandelaars met een hond, loslopende dieren… ons pad kruisen.

Het eind-resultaat :

Op het commando “ Kom mee ! ” wil ik dat Evy aan de voet, naast mijn linkerbeen mee wandelt al dan niet met constant oogcontact.

Werkwijze Op zeker moment werd onze kleinzoon Mathieu geboren ( september 2006 ). Hij kwam en komt nog steeds regelmatig bij ons als zijn mama en papa uit werken zijn. Op zekere dag wilde ik met Mathieu in de kinderwagen naar de bakker in het naburig dorp, ongeveer een 2,5 km. van ons vandaan en ik wilde Evy meenemen. Hoe moest ik dat aanpakken ? Immers ik kon nu Evy niet de vrijheid geven die ze anders had. Ik wilde dat ze gans de tijd netjes naast mijn linkerbeen meewandelde. Dus zonder gesnuffel links en rechts. Ik deed Evy een gewone standaard lijn aan. En ik nam opnieuw voedselbeloningen mee. Mathieu zat in de kinderwagen. En we vertrokken. De eerste 500 meter moest ik regelmatig stoppen omdat Evy te ver vooruit liep. Niet dat ze trok aan de lijn, maar ik wilde niet dat ze naast de kinderwagen liep. Ik wilde dat ze erachter bleef en netjes naast mijn linkerbeen meewandelde. Telkens ze naast de kinderwagen kwam stopte ik, en ik wachtte. Evy kwam telkens onmiddellijk uit eigen beweging terug om mooi naast mijn linkerbeen te staan. Ik zei telkens “ Flink zo ! ” en ze kreeg telkens een voedselbeloning. Na een tijdje als Evy weer te ver vooruit was en ik stopte, en Evy onmiddellijk uit eigen beweging terug mooi naast mijn linkerbeen kwam staan, wandelden we eerst enkele meters verder alvorens ik “ Flink zo ! ” zei en ze een voedselbeloning kreeg. Terwijl ze de voedselbeloning op at wandelden we gewoon verder. En we bouwden die afstand op. Slechts een 500 meter hadden we nodig voor Evy de oefening door had en ze niet meer naast de kinderwagen ging lopen maar netjes meewandelde naast mijn linkerbeen. Bij dit meewandelen vroeg ik geen oogcontact. Deze wandeloefening naast mijn linkerbeen werd op verschillende dagen herhaald. Na een tijdje bracht ik ze onder het commando “ Kom mee ! ”. Het commando “ Kom mee ! ” betekent voor Evy dat we gaan wandelen maar dat ze constant naast mijn linkerbeen moet blijven, ongeacht of ik een gewone standaard lijn gebruik of ze een harnas draagt en ik een flexielijn gebruik. Deze volgoefening werd op een paar dagen tijd aangeleerd. Al snel stelde ik vast dat telkens we met de buggy buitenkwamen Evy onmiddellijk uit eigen beweging naast mijn linkerbeen meewandelde. Het commando “ Kom mee ! ” was in deze situatie overbodig geworden. Het zien van de buggy zei haar al dat ze naast mijn linkerbeen moest blijven en dit ongeacht of ik een gewone standaard lijn gebruikte of de flexielijn. Soms gebruik ik dit commando “ Kom mee ! ” ook tijdens de wandeling waarin ze alle vrijheid krijgt binnen de aangeleerde grenzen. Als Evy bijvoorbeeld tijdens een grote boswandeling op een afstand meewandelt en links en rechts stilstaat om te snuffelen zonder dat er spanning op de lijn komt en we komen bijvoorbeeld aan een drukke baan die over-

244


gestoken moet worden, dan zeg ik Evy het commando “ Kom mee ! ”. En dan komt ze onmiddellijk naast mijn linkerbeen lopen en blijft ze daar ook lopen zodat we samen de drukke baan kunnen oversteken. Op het moment dat ik het commando “ Ga maar ! ” geef weet ze dat ze terug vrij kan meewandelen en kan snuffelen zolang er maar geen spanning op de lijn komt. Echter er zijn omstandigheden waarbij ik tijdens dit meewandelen aan mijn linkerbeen wil dat Evy constant oogcontact maakt. Zoals ik al eerder schreef heeft onze Schotse Collie een gruwelijke hekel aan alle katten, op één uitzondering na. We vermoedden dat Evy reeds op prille pupleeftijd een trauma voor katten heeft opgelopen. Immers van de fokker weten we ondertussen dat zij ooit bij de voerbak van de kater des huizes geraakt is en deze wilde leeg eten, net op het moment dat de kater ook kwam eten. Heeft deze haar soms een onvergetelijk lesje geleerd ? Het heeft er in ieder geval alles van weg. Dus als wij op wandel zijn en ik krijg in de verte een poes of kater in het vizier, dan zeg ik eerst, voordat Evy haar vijand nummer 1 gezien heeft, het commando “ Kom mee ! ” waarbij ze onmiddellijk naast mijn linkerbeen komt wandelen, en dan haar naam waarbij ze mij onmiddellijk aandacht zal geven door middel van oogcontact. En zo wandelen we verder. Dikwijls is na enkele ogenblikken de poes of kater al uit het gezichtsveld verdwenen echter is dit niet het geval bijvoorbeeld omdat deze op een vensterbank zit en daar gewoon blijft zitten, dan kan ik met Evy zonder probleem voorbij wandelen. Eens we de poes of kater een aantal meters voorbij gegaan zijn zeg ik dan “ Flink zo ! ” en krijgt Evy zowiezo steeds een voedselbeloning. Echter niet altijd heb ik als eerste elke poes of kater die ons pad kruist gezien.

Dus ben je op zoek naar een professionele hondentrainer of hondenschool omdat je hulp wilt bij het aanleren van het netjes meewandelen zonder te trekken aan de lijn, vergewis u er dan eerst van hoe men zelf met de eigen honden wandelt !

Nog maar eens een onverwachte reisbelevenis Een ontspannen stadsbezoek aan Spoleto eindigde met drie musketiers die een aanval plannen op Evy. Tijdens ons verblijf in Umbrië in Italië ( juni 2010 ) besloten we met Evy een stadswandeling te maken in de historische stad Spoleto. We parkeerden onze auto in de benedenstad vlak aan de rivier. Om de middaghitte te trotseren zochten we eerst de schaduw op van een gezellig terras waar Evy een kom fris water voorgeschoteld kreeg en wij een lekkere lunch. Vandaaruit gingen we te voet de verschillende monumenten bezoeken. Op weg naar de romaanse Duomo Santa Maria Assunta, in één van de vele

245


autovrije winkelstraatjes waar we doorwandelden, verstijfde Evy als was ze plots een standbeeld geworden. Haar blik ging in de richting van een winkelportaal. Ik keek in dezelfde richting en zag in het winkelportaal op slechts enkele meters van ons verwijderd een kat zitten, ook verstijfd als een standbeeld. Ik hoopte dat Evy nog gewoon verder mee zou wandelen maar dit was ijdele hoop. Als een briesende leeuw ging ze te keer. Maar de kat was niet bang voor Evy. Ik legde mijn hand over Evy’s snuit, kwestie van het geluid dat eruit kwam al lichtjes te dempen. Ik draaide haar hoofd weg, weg van haar vijand nummer 1, ik ging tussen beide staan om Evy te kalmeren en verplichtte haar van te gaan liggen in de hoop dat de rust zou wederkeren. Voorbijgangers die eerst dachten dat Evy een agressieve hond was, lachten toen ze de kat zagen weglopen. Eens de kat weg was, was Evy terug de rust zelve. We konden onze wandeling voortzetten en bezochten de dom, het romeinse theater, het fort, de reusachtige aquaduct die 80 meter hoog en 230 meter breed is met zijn 10 romeins aandoende bogen om uiteindelijk terug af te zakken naar onze auto. Echter de kortste weg terug was opnieuw langs dat nauwe winkelstraatje waar die kat had gezeten. Ik was er toch niet geheel gerust in. Het stadsplannetje liet zien dat er eigenlijk geen andere weg terug naar de benedenstad was tenzij eentje met een reusachtige omweg. Voor Walter bestond er geen twijfel. We zouden gewoon terug dat nauwe winkelstraatje nemen, die kat moest nu toch al lang weg zijn. Ik was er echt niet gerust in. Om mij een plezier te doen, ging Walter eerst polshoogte nemen. Waar ik toch mee bezig was. Met een kat die in de weg zou zitten van Evy, tijdens onze namiddagwandeling in het historische centrum van Spoleto. Walter was snel terug en wat bleek hij gezien te hebben ? Dat die ene kat intussen de hulp had ingeroepen van twee soortgenoten zodat er nu op dezelfde plaats drie katten Evy zaten op te wachten. Ja, die katten wisten waarschijnlijk maar al te goed dat er eigenlijk slechts één weg leidde van de benedenstad naar de belangrijkste monu-menten boven. Ze hadden waarschijnlijk ook direkt gezien dat we toeristen waren en gingen er dus vanuit dat we hen terug moesten voorbij komen. We waren verbijsterd. Er zat dan ook niets anders op dan de stoffige buitenwijken met een bezoek te vereren, op zoek naar onze auto. Echter kan je geloven dat een kat zelfs niet fysiek aanwezig moet zijn om je wandeling te bederven. Wij maakten het mee. Dan heb je een hond die onberispelijk meewandelt, die super gehoorzaam is en zich altijd netjes gedraagt in alle omstandigheden zowel thuis als elders op vakantie. Nu ja zolang er geen kat in het gezichtsveld komt. En dan gebeuren er toch nog onverwachte toestanden.

Onze ergste vakantie-blooper Evy brengt ons in verlegenheid En wij konden daar absoluut NIET om lachen

246


Ik had zoveel moeite moeten doen om een kamer gereserveerd te krijgen in dit Noorse hotel omdat we een hond meebrachten. Zonder hond was er geen probleem. En toen gebeurde het volgende. Dit bijzonder exclusieve hotel gelegen op het eiland Jeloy ten zuiden van Oslo in Noorwegen weet al meer dan 250 jaar zijn gasten te verwennen. Hoewel het er in eerste instantie op leek dat gasten met een hond helemaal niet welkom waren, bleek ter plaatse het tegendeel. We verbleven op dit overnachtingsadres zowel onze eerste nacht in Noorwegen, als onze laatste. Het was juni 2008. En zowel die eerste als die laatste overnachting ging het fout. Wat er die eerste nacht gebeurde lees je zo meteen verder. Op de laatste dag in Noorwegen kwamen we nog naar dit hotel terug. We kregen een uiterst luxueuze kamer toegewezen met fraaie kunstwerken aan de muur. Het was onmiddellijk meer dan duidelijk dat dit het gevolg was van Evy’s onberispelijke gedrag tijdens de eerste overnachting. Meer nog, toen we een tafeltje voor twee vroegen in het uitstekende restaurant van het hotel, reserveerden ze voor ons de mooiste plaats met het mooiste uitzicht op de fjord. Dit was te mooi om waar te zijn. Onze avond kon niet meer stuk. Dat dachten we toch, tot Evy roet in het eten gooide. Voor het diner maakten we zoals steeds met Evy nog een grote avondwandeling, in dit geval was dat langs het strand. Op de terugweg vlak naast het hotel, Evy liep aangelijnd aan de flexielijn mee, rook ze aan een berg zand en liet ze zich vallen om zich duchtig in iets te rollen. Het zag er onschuldig uit. Op het eerst gezicht leek het gewoon maar een gewone berg zand. Echter toen we Evy bij ons riepen, vielen we bijna flauw van de stank !!!! WAT WAS DAT ! Zulk een ongelooflijke stank dat was nauwelijks te harden ! We konden alleen maar aannemen dat dit de urine van een poes of kater moest geweest zijn waarin Evy zich gerold had. Jongens wat een stank ! Maar hoe moest dat nu verder ? Zo kon Evy niet mee naar de hotelkamer ! We moesten vlug een oplossing zien te vinden. Ik stuurde Walter alvast naar de hotelkamer om zich klaar te maken voor het diner. Hij moest zich vooral NIET haasten. Ondertussen ging ik vlug met Evy naar de auto. Ik had bij het inpakken thuis, ergens een flesje ontsmettingsvloeistof in de bagage gestoken. OK, dat had ik snel gevonden. Ik goot wat ontsmettingsvloeistof in een 1/2 gevuld flesje mineraalwater, schudde goed, pakte enkele handdoeken uit de valies en hoopte dat ik hiermee Evy’s vacht op zijn minst iets stankvrij zou krijgen maar dat lukte niet echt. Dan maar Evy in de auto zolang mogelijk laten luchten dus met alle ramen en deuren open in de hoop dat een briesje die vreselijk geur zou meenemen. En dan kwam Walter. Die was klaar voor het diner. We lieten Evy in de auto achter met zoveel mogelijk verluchting. Dus volledig dak open, alle ramen een beetje open met het risico op inbrekers. Zouden we haar na het diner stankvrij mee op de kamer kunnen nemen ? Dat waren zorgen voor later. Ik spurtte naar de hotelkamer, snel het bad in en mooie kleren aan en dan klaar voor het diner. Maar ontspannend was de avond niet echt. Het diner was subliem, het kader betoverend, maar onze hond in de auto... een nachtmerrie ! Decennia lang tot op de dag van vandaag is dit hotel de place-to-be voor koningen en keizers. Je zou het hotelmanagement bijna gelijk geven als ze honden zouden weigeren. Maar op zich was er uiteraard niets mis met Evy. Ze gedroeg zich in het hotel onberispelijk, was netjes, alleen er hing een geurtje in haar vacht. Na het diner gingen wij terug flink wandelen.

247


Ons diner was daarmee zo goed als verteerd en hop zo snel we konden, eens aan het hotel, vlug voorbij de balie en recht de kamer in, met Evy direkt in de binnenhuiskennel. We sliepen uiteraard met open raam. ‘s Anderendaags morgens vroeg sprong ik als eerste uit bed. Nog voor ik een douche nam liet ik Evy uit en zette ik haar in de auto. Na het ontbijt, rekenden we af aan de balie en reden we huiswaarts. Op zich had Evy niets gedaan wat niet mocht in het hotel. En wij hadden ons strikt aan de afspraken in verband met het meebrengen van een hond gehouden. De kamer hebben we even netjes achtergelaten als we gekregen hadden. Er was van Evy niet één haartje op het vast tapijt te vinden. Maar ze zullen de kamer wel goed moeten verluchten hebben. En terug thuis werd Evy uitgebreid gebaad.

248


Lees verder in Editie 2020 – deel 2 : Nog meer praktische informatie voor wie goed voorbereid wil zijn ! Editie 2020 – deel 3 : Alles wat je moet weten ivm. de vakantiebestemming + uiterst hondvriendelijke overnachtingsadressen Editie 2020 – deel 4 : Onze ervaringen onderweg !

249


250


De auteur

Anne Degraef heeft haar passie voor honden nooit onder stoelen of banken gestoken. Je kon haar in het verleden aan het werk zien als instructrice in de puppyklassen in de lokale hondenschool. Geen enkele interessante opleiding, lezing of workshop over hondse aangelegenheden laat zij voorbij gaan. En ook als stichter en promotor van DogFrisbee in ons land kwam je haar overal te velde tegen. Met de eigen honden nam ze deel aan wedstrijden in diverse hondensportdisciplines. Waarschijnlijk is zij ondertussen alweer druk bezig met het plannen van een volgende reis, uiteraard met de honden.

251


HĂŠt boek voor de hondenliefhebber die graag de familiehond OVERAL mee naartoe neemt.

Van de zowat twee miljoen honden in BelgiĂŤ en Nederland gaan er jaarlijks 36%, dat zijn er ongeveer 720.000 met hun baasje mee op vakantie ( Persbericht : 20/1/2007 ). Ben jij zoals de auteur ook vastbesloten je hond overal mee naartoe te nemen dan is dit het perfecte boek voor jou. Gebaseerd op 25 jaar reiservaring met de eigen honden, wordt in dit boek uitgelegd hoe van je viervoeter een fijne reiskameraad te maken. Immers met een goede voorbereiding krijg je dat je hond reizen net zo plezierig gaat vinden als jij dat vindt. Echter alles begint met een goede pup. Hoe bonafide fokkers van malafide onderscheiden. Hoe een juiste pup kiezen. STAP-voor-STAP opvoedingsadvies. Dit alles specifiek naar reizen toe. Heel veel practische tips in verband met het meenemen van je hond op vakantie, voor je vertrekt, onderweg en op je vakantiebestemming. Goede logeeradressen in gans Europa waar de hond welkom is. Zij werden door Rudith, Rembrandt, Evy en Aagje, de honden van de auteur getest en goedgekeurd. Spelletjes met de hond, en kunstjes die je tijdens je vakantie kan aanleren. En nog zoveel meer.

Dit boek is een handleiding voor iedereen die net zo onbezorgd op reis wil kunnen gaan met de hond als de auteur dat deed en nog steeds doet.

252