Issuu on Google+

Expertbijeenkomst ‘Zelfmanagement en Moeilijk Bereikbare Groepen’ 28 oktober 2010 Deelnemers Anita Vlasveld (NISB) Laura Butselaar (NISB) Nicolette Warmenhoven (Nierstichting) Mirjam Franssen (AMC) Haske van Veenendaal (CBO) Jorien Bakx (NIGZ) Rohina Raghoebier (Pharos) Simone Arkesteijn (Vilans) Dorine van Ravensberg (NPI) Yvonne Heygele (NOOM) Cora Brink (Movisie) Carolien Pronk (LHV) Anne Lucassen (Movisie) Jan Benedictus (NPCF) Yvonne Bunnik (Astmafonds) Nine van Egmond (Dokters van de wereld) Introductie: wat is de sleutel tot het versterken van de patiënt? Bij het voorstelrondje werd de deelnemers gevraagd zich niet alleen voor te stellen, maar om ook aan te geven wat voor hen de sleutel tot het versterken van de patiënt is. Hieronder een samenvatting:


Knelpunten en oplossingen In het eerste deel van de bijeenkomst ging men in groepen aan de slag met de volgende aandachtsgebieden 

Andere culturele achtergrond



Lage gezondheidsvaardigheden/ sociaaleconomische status



Ouderen

Iedere groep heeft knelpunten geformuleerd die de zorg voor de groep belemmeren (en wat deze groep dus moeilijk bereikbaar maakt). In het volgende deel van de bijeenkomst ging iedereen bij elkaars posters kijken en plakte met post-its oplossingen bij de beschreven knelpunten. Andere culturele achtergrond Knelpunten 

Taalbarrière belemmert communicatie tussen zorgverlener en patiÍnt



Mensen met een andere culturele achtergrond hebben minder kennis van het Nederlandse zorgstelsel en weten hierdoor niet waar ze de juiste zorgverleners kunnen vinden en wat ze van hen kunnen verwachten



De sociaaleconomische positie van mensen met een andere culturele achtergrond is minder sterk



Het zelfbeeld en de manier van kijken naar de ander kan anders zijn bij mensen met een andere culturele achtergrond dan de zorgverlener denkt/verwacht. Dit kan de communicatie en artspatiĂŤnt relatie in de weg zitten.



Mensen met een andere culturele achtergrond hebben een andere kijk op de machtspositie van van artsen. In Nederland zijn we gewend aan een relatief korte machtsafstand in de omgang met artsen. Dit kan bij andere sterk verschillen en men kan de arts echt als autoriteit zien.



Een andere culturele achtergrond kan ervoor zorgen dat mensen de ziekte anders interpreteren. Bijvoorbeeld: in niet-westerse landen zijn lichaam en geest veel meer aan elkaar gekoppeld. Een lichamelijke klacht kan een psychische oorzaak hebben. In westerse landen wordt dit veel meer losgekoppeld (klassieke opvatting van scheiding tussen lichaam en geest) . Men geeft een andere betekenisgeving aan klachten. Dit kan de communicatie belemmeren (als de zorgverlener hier niet van op de hoogte is).


Oplossingen voor zorgverleners 

Tolken en vertaalde materialen



Voorlichting voor migranten in eigen taal



Meer communiceren met beelden



Rolmodellen gebruiken in voorlichtingsmateriaal



Meer groepsvoorlichting



Cursus over het Nederlandse zorgstelsel organiseren



Toegankelijke info over zorgstelsel



Kennis over ander zorgstelsels vergroten bij hulpverleners



Verwachtingen uitspreken en toetsen



Kennismakingsgesprek met nieuwe patiënten houden



Afwisselend korte machtsafstanden/lange machtsafstanden hanteren



Tijd nemen



Zorgen dat zorgverleners kennis hebben van cultuurverschillen



Training culturele competenties & college over cultuurverschillen in de medische opleidingen



Kennis over de betekenis van culturele verschillen naar zorgverleners én migranten



Cultuur tolken



Zorgverleners met diverse culturele achtergronden inzetten



Meer gebruik maken van sociaal netwerk en familie rond client/patient. Denk aan: partner, kinderen, broers, zussen, etc.



Een deel van de zorg zou meer naar de mensen toe moeten



Training gespreksvaardigheden



VETC-ers inzetten voor bereiken



Goede uitleg geven over psychosomatische aspecten (dat het niet gek is wat je voelt)

Lage SES Knelpunten



Mensen met een lage SES kunnen minder goed lezen en schrijven, zich mondeling minder goed uitdrukken, zijn digitaal minder vaardig en minder vaardig in rekenen. Dit alles kan de communicatie tussen patiënt en zorgverlener belemmeren.



Mensen met een lage SES hebben vaak een andere leerstijl (bijv. leren door te doen ipv leren door erover te lezen).



Mensen met een lage SES kunnen ook een andere culturele achtergrond hebben wat het nog ingewikkelder maakt (zie knelpunten bij ‘andere culturele achtergrond’)



Mensen met een lage SES kunnen andere opvattingen hebben over gezondheid, ziekte en leven



Zowel zorgverlener als patiënt kijken soms te veel vanuit hun eigen bril, waardoor ze de miscommunicatie met andere niet inzien.




Mensen met lage SES kunnen te maken hebben met multiproblematiek; dit maakt het ingewikkelder de juiste hulp te bieden



Mensen met een lage SES kunnen een andere copingstijl hebben



Mensen met een lage SES kunnen de zorgverlener nog erg als autoriteit zien



Mensen met een lage SES kunnen prioriteitsverschillen hebben t.o.v. de zorgverleners (bijvoorbeeld roken of gezond eten).

Oplossingen 

Meer niet-talige informatie, visueel inzichtelijk maken (meer beeldmateriaal)



Begrip van communicatie bij de ander checken



Laaggeletterdheid bespreekbaar maken



Zorgverleners leren vertalen van het jargon/taalgebruik



Gebruik maken van onderwijsmethoden “hoe leert iemand”, kies de juiste methode



Zorgverleners taalgebruik



Kunnen vragen stellen, informatie opzoeken en gebruiken



Ziekteperceptie achterhalen en afstemmen



Begrip bij zorgverlener vergroten bijv. door levensverhalen patiënten



Leren onderkennen van de stapeling van problemen ( SES, ouderen, andere cultuur) bij oudere migranten



Samen met de patiënt zoeken naar goedkopere methoden (metrokaartje om bij de arts te komen, gezond eten, vergoedingen vanuit gemeenten, etc. )



Mensen (patiënten) actief naar eigen oplossingen en wensen vragen



Respect voor elkaar en navragen, ook “eenvoudige” dingen en vice versa, aan patiënt vragen of jij hem/haar begrepen hebt



Ervaringsdeskundigen uit de doelgroep inzetten in opleidingen



Leren herkennen van lage ses/laaggeletterdheid, bijv. dmv gebruik van een checklist



Sociale omgeving van de cliënt betrekken

Ouderen 

Ouderen zijn relatief lager opgeleid dan de huidige generatie



Leefstijl is minder een issue bij ouderen; zij zijn minder ‘opgevoed’ met leefstijladviezen



Ouderen zijn (vanuit het paradigma dat de arts een autoriteit is) niet gewend om een mening te (willen) geven.



Multimorbiditeit maakt het zelfmanagen voor ouderen nóg lastiger (vb: allemaal verschillende potjes medicijnen)



Het te maken hebben met veel verschillende zorgverleners is lastig voor ouderen



Ouderen weten niet altijd goed de weg te vinden in de zorg (voorzieningen niet weten te vinden)



De snelheid waarmee dingen nu gaan is te hoog voor ouderen om bij te kunnen benen




Gebrek aan mobiliteit maakt het voor ouderen lastig om zorgvoorzieningen te bereiken



Cultuurverschil: de beleving van de ziekte kan anders zijn bij ouderen



Ouderen kunnen kwetsbaarder zijn door het verlies van het sociaal netwerk (wereld wordt steeds kleiner)



Ouderen kunnen minder oplossingsgericht omdat ze het nut niet (meer) inzien van een bepaalde leefstijlverandering bijvoorbeeld ( “wat heeft het nog voor zin”)

Oplossingen 

Beter aansluiten op belevingswereld



Verwachtingen en kennis van client duidelijk krijgen en informatie geven. Client beslist of op basis van deze info of hij/zij wel iets met leefstijl wil



Gesprek met zorgverlener oefenen



Cultuurspecifieke dagverzorging als ‘ingang’ voor zorg beter benutten bij oudere migranten en zorgverleners



Ouderen en stem geven in de manier waarop de zorg binnen een instelling of organisatie wordt ingericht



Voldoende tijd voor het consult nemen (bijv dubbele consulttijd), afhankelijk van de klacht



Één aanspreekpunt voor ouderen organiseren



Aanstellen casemanager, ook als het om leefstijl gaat



Kennis van de zorgverlener over doelgroep vergroten, bijvoorbeeld door ouderen zelf te laten vertellen



Doelgroepgerichte zorg bijvoorbeeld m.b.t. lotgenotencontact en groepsondersteuning



Gebruik maken van Domotica om zorg en netwerk dicht bij huis te laten



Familiezorg uitbreiden



Jongeren die ouderen taxiën (tbv mobiliteit) als stage



Zorg dicht bij huis organiseren



Betrek andere groepen, ivm eenzaamheid. Vb maatjesprojecten, scholieren, maatschappelijke stage



Hulpmiddelen zoals vragenlijsten/tiplijst artsenbezoek inzetten



Eenvoudige informatie, beeldmateriaal



Integrale aanpak, afstemmen met zorgverlener



Patiënten hebben inzicht in hun eigen gegevens in begrijpelijke taal



Aansluiten bij laag opleidingsniveau


Ontwikkeling zelfmanagementinstrument In het tweede deel van de bijeenkomst werd dieper ingegaan op het begrip Zelfmanagement dmv een powerpointpresentatie hierover, gevolgd door discussie. Vervolgens werd de groep gevraagd: welk instrument zou ú nu ontwikkeld willen zien om het zelfmanagement van moeilijk bereikbare groepen te bevorderen en hoe zou dit instrument er uit moeten komen te zien? Wat volgt zijn de gepresenteerde interventies, voorzien van een eventuele motivatie. TEAPARTY Knelpunt: ‘Hoe weten mensen de zorg te vinden en ondervinden ze steun van elkaar?” Uit bovengenoemde knelpunten en oplossingen blijkt dat het belangrijk is bij moeilijk bereikbare groepen om de zorg dichter bij huis te krijgen, laagdrempelig te maken en gebruik te maken van het sociaal netwerk in de buurt (inspelen op meer collectivistische cultuur) 

Laagdrempelige ontmoeting bij doelgroep thuis (onder elkaar zijn)



Niet alleen ziekte centraal maar ook aandacht voor participatie



Wijk/buurt coach kan helpen bij eerste bijeenkomst om structuur te bieden, + vertaling terug naar de zorg



Bij de tea party is iemand anders uit de buurt gastheer/-vrouw



Aan het einde van de tea party wordt gezamenlijk een nieuw onderwerp gekozen voor de volgende tea party



Het is in de buurt/wijk, dit bevordert de participatie en draagt bij aan het sociaal netwerk.

YoutubeYoutube- campagne Knelpunt: Er is een enorme diversiteit in de manier waarop zelfmanagement ingevuld kan worden. Het is goed om dit zichtbaar te maken door ambassadeurs (ook zorgverleners) en rolmodellen filmpjes op youtube te laten zetten over hoe zij zelfmanagement invullen. Ook tips en trics over hoe je het gesprek met de zorgverlener kan insteken kun je goed op youtube zetten. Waarom is het goed om voorbeeldmateriaal op youtube te zetten: 

Voorbeelden van maatwerk



Het is interactief



Er wordt met beeld gewerkt en dit helpt bij deze doelgroep



Het is persoonlijk/informeel



Het bevordert de bewustwording


ZelfmanagementZelfmanagement- huis Knelpunt: er bestaan weinig tot geen trainingen of trainingssettings waarin échte patiënten en échte zorgverleners samen kunnen oefenen hoe ze het handigst met elkaar kunnen omgaan/communiceren. Het idee is om een setting te creëren waarin patiënt, zorgverleners en trainers bij elkaar kunnen komen om te oefenen. Zo leren de patiënt en de zorgverlener tegelijkertijd, op een praktische manier (door het te doen). Conclusie Tijdens de bijeenkomst is een verzameling van knelpunten en mogelijke oplossingen ontstaan die kan dienen als uitgangspositie van de werkgroep ‘Zelfmanagement bij moeilijk bereikbare groepen’.

Terugkomende knelpunten Opvallend was dat bij het verzamelen van knelpunten bleek dat er veel knelpunten zijn die bij de verschillende ‘moeilijk bereikbare groepen’ terugkomen. De discussie ontstond dan ook: is er wel een onderscheid te maken tussen ouderen, allochtonen, en lage SES? Wat hen verbindt is dat zij om bepaalde redenen lagere gezondheidsvaardigheden hebben. Centrale punten die terugkwamen bij alle drie de groepen waren: 

Andere manier van communiceren is nodig



Men kent de weg niet goed in de zorg



Zorgverlener en patiënt hebben te weinig kennis van elkaars andere perceptie op zorg en ziek zijn, vanwege cultuurverschillen


Verslag Expertbijeenkomst Moeilijk bereikbare groepen, oktober 2010