Issuu on Google+

Voorwoord

Geacht publiek, In de tijd voorafgaand aan de uitvoering van vanavond besteden wij veel aandacht aan onze begunstigers. Zij maken, mede door hun bijdragen, de totstandkoming van onze uitvoering mogelijk. Bij een van onze gesprekken waarin wij om een bijdrage vroegen werd de opmerking gemaakt dat ‘een mens één maal in het leven een uitvoering van de Matthäus Passion moet hebben beleefd’. Een uitspraak die wij als bestuur en organisatie van harte onderschrijven. Wij vinden het ook fijn dat een dergelijke gedachte onder de mensen leeft. Het is bijzonder verheugend dat, ondanks het tegenzittend economisch tij, onze stichting wederom op een brede financiële steun van begunstigers heeft mogen rekenen. Wij denken dat dit te danken is aan twee factoren: ten eerste hebben de ‘instapbedragen’ die we aan begunstigers vragen een aanvaardbare hoogte. Maar daarnaast leeft er onder onze supporters ook het besef dat een uitvoering als de Matthäus Passion hier in de Grote Kerk van Edam niet verloren mag gaan. Helaas kon het bestuur er dit jaar niet aan ontkomen om de toegangsprijs te verhogen. Maar daar staat dan wel kwaliteit en ambiance tegenover, waardoor we menen ons te kunnen meten met de beste uitvoeringen in het land. Onze solisten komen graag naar Edam, ook om voor zichzelf en samen met hun familie of vrienden de passietijd sfeervol af te sluiten. Zij geven acte de presence in eendrachtig samenspel met het vertrouwde Northern Consort en laten u van een uitvoering van een hoog gehalte genieten. Onder leiding van wederom Stephen Kavelaar zal ook het Matthäus Koor Edam na een intensieve voorbereiding weer voor een luisterrijke uitvoering zorg dragen. Bestuur en organisatie Stichting Matthäus Passion Edam John van Voorst voorzitter

1


Johann Sebastian Bach

Matthäus Passion - Johann Sebastian Bach (1685-1750) In 1729 componeerde Bach de Matthäus Passion. Wie denkt dat Bach iets nieuws of bijzonders deed heeft het mis. Deze passion is namelijk een voortzetting van een indrukwekkende traditie. De eigenlijke wortels ervan liggen in de liturgie van de vroeg christelijke kerk van de vierde eeuw. De passie ontwikkelt zich vanaf de negende eeuw als muzikaal genre. In de vroeg christelijke kerk van de vierde eeuw speelde de “passio christi” een rol van betekenis in de liturgie. De term “passio christi” betekent: lijden van Christus. In de 13e en 14e eeuw ontwikkelt de passielezing zich verder, onder andere door gebruik van theatrale elementen. De teksten worden verdeeld over meerdere, verschillende zangers wat een realistischer uitbeelding tot gevolg heeft. Ook worden de woorden van Jezus niet meer op de gebruikelijke reciteertonen gezongen, maar zachter; de woorden van het volk klinken juist met meer stemverheffing. Alles echter nog éénstemmig en binnen de liturgische kaders van de katholieke traditie. Pas aan het einde van de 15e eeuw ontwikkelt de passie zich van een onderdeel van de liturgie tot een meer op zichzelf staande compositie, wellicht mede onder invloed van de meerstemmigheid die in deze tijd zijn intrede deed. Onder invloed van de door Luther ingeluide reformatie wordt in de 16e eeuw in vele Duitse kerken het statige Latijn vervangen door de landstaal. In 1593 neemt de componist Johann Machold voor het eerst een lied in de passieviering op. Het lied had een religieuze tekst, maar geen letterlijke bijbeltekst

2


In de loop van de 17e eeuw voegen componisten allerlei verrijkende elementen aan de passielezing toe. Het instrumentaal ensemble, dat het a capella koor verrijkt in klank en kleur en zich verder ook ontwikkelt tot zelfstandige deelname in een passie, doet zijn intrede. Koren zingen ter opening en afsluiting. Koralen, recitatieven en aria’s worden geïntroduceerd met de bedoeling een persoonlijk commentaar te geven op de gebeurtenissen. De evangelielezing blijft echter het fundament van de passie. Onder invloed van de ontwikkeling van het piëtisme binnen de Lutherse kerk worden de individuele en verinnerlijkte geloofsbeleving belangrijker. In de muzikale vormen uit zich dit door een toename van liederen, koralen en aria’s, waarin de ik-persoon op de voorgrond treedt. In deze traditie componeerde Bach de Matthäus Passion. Twee elementen vormen de basis van het werk. Ten eerste het letterlijke passieverhaal met de weergave van de feiten zoals de evangelist Matthäus dat heeft opgeschreven. Ten tweede de niet bijbelse teksten voor het openingskoor en slotkoor, voor de koralen en arioso’s en voor de aria’s. Deze teksten zijn aangeleverd door een goede vriend en stadsgenoot van Bach: de schrijver Picander, pseudoniem voor Christian Friedrich Henrici. Ze zijn echter wel van religieuze aard. De functie van de koralen is te omschrijven als een beschouwing en bevestiging van de Christelijke traditie, waarin de relatie tussen God en mensen aan de orde is. Ook kunnen koralen een afsluiting van een bepaalde scène in de Matthäus markeren: denk aan het koraal dat direct volgt op de Erbarme aria, waarmee een scènische periode wordt afgesloten en vervolgens een nieuwe scène kan beginnen. Verder geeft het koor ondersteuning in twee aria’s, te weten: de tenoraria “Ich will bei meinem Jesum wachen” en de altpartij “Sehet, Jesus hat sein Hand uns zu fassen ausgespant”. De arioso’s en aria’s staan buiten de eigenlijke handeling van het verhaal en vertegenwoordigen het meditatieve, beschouwende moment daarin. De functie van een arioso in de Matthäus Passion is om de gedaante, de hoedanigheid of de status van Christus of van een bepaalde situatie aan te geven. Een arioso gaat vooraf aan een aria. De aria fungeert als een uitwerking van het persoonlijke geloofsleven in al zijn emotionele schakering en beleving: dienstbaarheid, verlangen, heimwee, boete en rouw, bevrijding, intimiteit, toewijding, vertrouwen en liefde. Er zijn 14 aria’s: drie voor de sopraan, vijf voor de altus, twee voor de tenor en vier voor de bas. Opvallend is dat er drie aria’s zijn die niet worden voorafgegaan door een arioso (de sopraanaria Blute nur, de altaria Erbarme dich en de bas-aria Gib mir meinem Jesum wieder). In al deze gevallen gebeurt dat op een moment in het verhaal dat de betrokken personen een onomkeerbaar proces in gang hebben gezet door hun handelwijze. Juist door het weglaten van het arioso bij deze aria’s wordt het onomkeerbare proces van de handelwijze van betrokkenen benadrukt. De vocale werken van Bach spreken tot de verbeelding, omdat hij de dramatische elementen in het verhaal bijna tastbaar maakt door kleurrijk gebruik te maken van harmonie, melodie, ritme en instrumentatie. Kort gezegd: datgene wat in de tekst staat, is te horen in de muziek. De tekst inspireert hem tot de muzikale expressie. Tekst en muziek verhouden zich als 1 op 1.

3


Een paar voorbeelden. In het openingskoor is duidelijk hoorbaar hoe het woord “klagen” muzikaal is getoonzet. Dit klagen komt uit het binnenste van de ziel. In het beroemde koor “sind Blitze sind Donner” is het onweer te ervaren, in het aanrollen van de donder en het door de lucht schieten van de bliksemschichten. In het slotkoor van het eerste deel geeft Bach het wegvluchten van de discipelen in de instrumentatie aan. Het klinkt vluchtig en ook wat springerig. Dat is logisch, want het beeld dat tot uitdrukking wordt gebracht is het wegvluchten van de discipelen. In het donker moesten de discipelen hun weg vinden, springend over takken en bosjes en uitkijkend om niet tegen een groot obstakel te botsen. De vraag dringt zich op waar de diepere kracht ligt, die dit werk tot een universeel, bijna heilig monument maakt. Ligt het in het gegeven dat het gaat om een verhaal vanuit de christelijke traditie, waardoor dit werk alleen maar toegankelijk zou zijn voor mensen van christelijke signatuur? Ligt het dan aan de prachtige muziek, waarvan je op zichzelf al kunt genieten? Ligt het aan de meesterlijke, onnavolgbare wijze van componeren, zowel in technisch als muzikaal opzicht, waardoor dit werk alleen maar toegankelijk zou zijn voor mensen die muziek hebben gestudeerd? Voor de beantwoording van deze vraag vind ik dat we terug moeten naar de oorsprong, die Bach inspireerde om zijn passion te componeren. Deze bron is het passieverhaal zoals de evangelist Matthäus dat twintig eeuwen geleden opschreef. Een verhaal, waarin de personen en hun individuele handelen in relatie tot Jezus uitgebreid aan de orde komen. Zeg maar een uitgebreid persbericht, waarvan de inhoud heden ten dage nog steeds actueel is. De waarheid wordt opgeofferd aan eigenbelang, angst en onnadenkendheid. Bachs muzikale uitbeelding sluit naadloos aan op de inhoud van wat er gaande is. Bach stelt ons door de aria’s niet alleen maar in staat om de emotionele reikwijdte in het verhaal te begrijpen. Door het gebruik van de ikvorm geeft hij gelegenheid ons hiermee te identificeren, d.w.z. deelgenoot te worden: dienstbaarheid (Ich will dir mein Herze schenken), inkeer (Erbarme dich), verlangen (Gib mir meinem Jesum wieder), boetedoening (Buss und Reu), bevrijding (Sehet, Jesus hat sein Hand uns zu fassen ausgespannt), intimiteit (Mache dich mein Herze rein), toewijding (Gerne will ich mich bequemen), vertrouwen (Ich will bei meinem Jesum wachen), liefde (Aus Liebe). Ineens wordt het duidelijk. Al dan niet in de christelijke traditie staande, we worden met de neus op de feiten gedrukt: het verhaal gaat niet over de ander, het gaat over ons. “Matthäus, een uit het leven gegrepen verhaal...” Stephen Kavelaar Bovenstaande inleiding is een samenvatting van een lezing, die Stephen Kavelaar heeft gehouden op 8 april 2000 in Leipzig

4


Uitvoerenden Robbert Overpelt evangelist Pierre Mak Christus Maja Roodveldt sopraan Jan Kullmann counter tenor Robbert Muuse bariton Christian Dietz tenor Matth채us Koor Edam Kinderkoor Musicanti - Academy of Vocal Arts The Northern Consort Muzikale leiding Stephen Kavelaar

5


Stephen Kavelaar, dirigent Stephen Kavelaar studeerde koordirectie in Rotterdam, zang bij Marianne Dieleman en interpretatielessen bij Meindert Kraak. Hij leidde meerdere concert- en kamerkoren en trad op in twee TV-uitzendingen en maakte CD-opnames van Bach’s Johannes Passion en de traditionele Christmas Carols. Sinds 2001 is hij artistiek en muzikaal verantwoordelijk voor de jaarlijkse uitvoering van Bachs Matthäus Passion in de Grote Kerk van Edam, traditioneel op de Goede Vrijdag. Hij heeft meerdere grotere koorprojecten gedirigeerd in Den Haag, Utrecht en Tilburg. Hieraan werkten professionele solisten en orkesten mee. Met het Concertkoor Rijswijk heeft hij in 2005 Bachs Johannes Passion scènisch opgevoerd in de Rijswijkse schouwburg. Met de kamerkoren realiseerde hij producties met (veelal a capella) muziek in diverse muziekstijlen (van Italiaanse renaissance componisten als Monteverdi en Arcadelt tot en met muziek van de 20e eeuw van Stravinsky, Duruflé, Britten en Nederlandse componisten als Daan Manneke, Kees van Baaren en Hendrik Andriessen). Als artistiek leider/gastdirigent verzorgt hij voor International Cultural Productions (ICP) sinds 1999 producties in het buitenland. In de Thomaskirche in Leipzig heeft hij in 2000 Bachs Matthäus Passion gedirigeerd. Verder zijn er optredens geweest in Luxemburg, Engeland (York), Hongarije (Skékesfehervár en Boedapest), Tsjechië (Praag en Beroun), Slowakije (Bratislava), Duitsland (Halle, Dresden, Dornheim en Berlijn), Polen (Wroclaw) en Frankrijk (Perigeux, Bergécac en Parijs). In Nederland heeft hij gewerkt met het Randstedelijk Begeleidingsorkest en het Promenade Orkest, als ook met de op barokinstrumenten musicerende ensembles Florilegium Musicum, Collegium Musicum en The Northern Consort. In Duitsland werkte hij met Sinfonietta Dresden, Musica Juventa en het Fasch Ensemble. De musici van de twee laatst genoemde orkesten komen onder meer uit het Gewandhaus Orchester Leipzig. In Tsjechië werkt hij regelmatig met het Praagse orkest Atlantis. Twee keer concerteerde hij in Hongarije met het orkest, dat jonge veelbelovende musici opleidt voor een plaats op de beroemde en prestigieuze Franz Liszt muziek-academie in Budapest. Samen met de countertenor Sytse Buwalda heeft Stephen Kavelaar regelmatig masterclasses coloratuur-zingen verzorgd.

6


Robbert Overpelt

De tenor Robbert Overpelt begon zijn muzikale ontwikkeling als koorknaap in het Noord-Hollands Jongenskoor, waardoor hij op jonge leeftijd al bekend raakte met klassiek muziek. In 1986 zong hij voor het eerst de Evangelistenpartij in een serie uitvoeringen van de Matthäus Passion. Naast zijn studie bedrijfseconomie studeerde hij acht jaar intensief solozang bij Max van Egmond. Na deze studieperiode volgde hij lessen bij Kurt Equiluz in Wenen, bij Peter Kooy in Duitsland en momenteel wordt hij gecoacht door Margreet Honig in Amsterdam. Robbert Overpelt ontwikkelde zich in zeer snel tempo tot één van de meest gevraagde oratoriumzangers in Nederland, maar treedt ook internationaal veelvuldig op, met name in Duitsland. Hoewel zijn repertoire vele stijlperioden omvat, geniet hij de meeste bekendheid als vertolker van barokmuziek. Zo werkte hij met dirigenten als Ton Koopman, Gustav Leonhardt, Hermann Max, Charles de Wolff, Matthias Janz en vele anderen. Ook trad hij op in de VARA Matinee onder leiding van Edo de Waart. Voorts werkte hij mee aan verschillende radio- en televisieopnamen en is hij inmiddels te horen op diverse cd-opnamen.

7


Pierre Mak

De bariton Pierre Mak studeerde zang aan de conservatoria van Zwolle en Utrecht, aan het Mozarteum in Salzburg en aan de Schola Cantorum Basiliensis in Basel. Hij nam deel aan masterclasses bij Elisabeth Schwarzkopf en Robert Holl. Verder volgde hij lessen bij Aafje Heynis, Henny Diemer en Margreet Honig. Pierre Mak werkt met grote regelmaat als solist mee aan oratoriumuitvoeringen. De Passies van Bach, een groot aantal 19e-eeuwse oratoria (o.a. Requiem Fauré, Ein Deutsches Requiem Brahms, Paulus en Elias Mendelssohn) en enige 20e-eeuwse oratoria (o.a. Carmina Burana Orff ) behoren tot zijn repertoire. Ook gaf hij talloze liederenrecitals. Met name het Duits-Romantisch en het Frans liedrepertoire hebben zijn grote voorliefde. Gedurende de laatste jaren hebben zijn werkzaamheden zich uitgebreid richting hedendaagse muziek. Hij bracht nieuw werk van Caroline Ansink en Joost Kleppe in première en was te horen in een concertante uitvoering van een aantal ‘Pocket Operas’ van Arne Werkman. In het najaar van 2007 maakte hij met groot succes zijn scenische operadebuut in een productie van Operastudio Nederland, waarin hij onder regie van Harry Kupfer de rol van Der Gatte in Reigen (Philippe Boesmans, 1993) vertolkte. Enige tijd later volgde een reprise van deze productie in het Théatre de la Bastille in Parijs. In 2009 was hij te zien in de reconstructie van ‘Granida’ van P.C.Hooft door Stichting Ipermestra. Onlangs nam hij in de rol van Frank deel aan een door Stichting Internationale Operaproducties geïnitieerde en door Hans Nieuwenhuis geregisseerde `Fledermaus` van Johann Strauss. Deze voorstelling was in vele Nederlandse schouwburgen te zien. Pierre Mak is als hoofdvakdocent solozang verbonden aan het Conservatorium van Amsterdam.

8


Maja Roodveldt

De sopraan Maja Roodveldt voltooide haar studie aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam, alwaar zij tevens de muziekdramatische opleiding genoot. Daarna volgden zanglessen bij Ellen van Haaren en diverse masterclasses, o.a. bij William Shimell en David Wilson Johnson. Tegenwoordig volgt Maja lessen bij Charlotte Margiono.Tijdens haar studie zong Maja reeds verscheidene operarollen, waaronder Susanna in Mozart’s ‘Le Nozze di Figaro’ (onder muzikale leiding van Hartmuth Haenchen), Belinda in ‘Dido and Aeneas’ van Purcell en rollen in diverse opera’s van Haydn. Na die tijd volgden onder meer de rol van Lucy uit ‘The Telephone’ van Menotti en rollen uit opera’s van Händel, Telemann, Dvorak en Mozart (o.a. Madame Silberklang in ‘Der Schauspieldirektor’ onder leiding van Jaap van Zweden) en uit komische opera’s van Offenbach. De afgelopen jaren is zij te zien geweest bij De Zomeropera en Opera Zaanstad. Ze zong bij De Nationale Reisopera en gasteerde op het Opera Festival Garsington in Engeland en de Haydnfestspiele in Oostenrijk. Onder leiding van Jos van Veldhoven vertolkte Maja enkele rollen in concertante opera’s (onder andere ‘Tamerlano’ van Händel). Ook op het gebied van oratorium en liedrecitals is Maja Roodveldt een veel gevraagd soliste, zowel in binnen- als buitenland. Zo treedt zij regelmatig op in Duitsland, zong zij meerdere malen in de Roy Thomson Hall in Toronto en was zij te horen tijdens het Filmfestival in het Odeon Herodus Atticus te Athene met het Metropole Orkest. Naast haar solo-optredens is Maja verbonden aan het Groot Omroepkoor te Hilversum. Als koorlid verleent zij regelmatig haar solistische medewerking, hetgeen haar de gelegenheid bood te zingen onder dirigenten als Jaap van Zweden, Valerie Gergiev, Ed Spanjaard, Jos van Veldhoven, Eri Klas en Edo de Waart. Maja is op diverse cd’s te beluisteren, met opnames van ‘La Vera Costanza’ van J. Haydn, ‘The Messiah’ van Händel, ‘Gloria’ en ‘Ostra Picta Armata Spina’ van Vivaldi, ‘Requiem’ van Faure, ‘Traditional Irish and Scottish Folksongs’ voor sopraan en harp, ‘Harmonie-Messe’ van Joseph Haydn en promotiecd’s van diverse ensembles, waaronder die van barokorkest ‘Les Perruques’. 9


Jan Kullmann

Counter tenor Jan Kullmann begon zijn muzikale carrière als koorknaap in de Jeugdcantorij Hösel. Naast zijn studie werktuigbouwkunde en economie richtte hij zich op klassieke zang. Aan het Koninklijke Conservatorium in Den Haag volgde hij zang aan de afdeling voor oude muziek, welke studie hij in 2009 met succes afsloot. Tot zijn leraren behoren Rita Dams, Jill Feldman, Michael Chance, Peter Kooij en Marius van Altena. Jan Kullmann heeft in zijn nog korte carrière een omvangrijk repertoire op zijn naam staan. Daartoe behoren, naast bijvoorbeeld de Passionen en Cantates van J.S. Bach en G.F. Händel, ook werken uit latere tijden, onder andere Carl Orffs Carmina Burana en Leonards Bersteins Chichester Psalms. Tot zijn operarollen behoren Siroe, Lotario en Medoro (Orlando) van Händel, San Giovanni Battista van Stradella en St. Eustachio van Lanciani. Hoogtepunten in zijn carrière als operazanger waren in 2009 de vertolking van de rol van Ottone, in Händels Agrippina in het Teatro Comunale di Modena (Opera2Day) en in 2011 de titelrol in Händels Orlando in de Scottish Opera. Als concertzanger werkte hij in Europa, America en Rusland met gerenommeerde orkesten en ensembles, onder andere de Düsseldorfer Symphonikern, het Nederlandse barokensemble de Swaen, Musica Petropolitana, Wrocław Barock Orchestra, Arsys Bourgogne, Concerto Köln, de Nederlandse Bachvereniging, Combattimento Consort Amsterdam en Capriccio Basel. Jan Kullmann is medeoprichter van en zanger in het solistenensemble Vox Luminis, dat op verschillende Europese festivals voor oude muziek optreedt. De cd’s van Vox Luminis wonnen verschillende belangrijke prijzen voor klassieke muziek (‘Gramophone Editor´s Choice’, ‘Preis der deutschen Schallplattenkritik’ en ‘Diapason D´or’).

10


Robbert Muuse

De bariton Robbert Muuse studeerde bij Mya Besselink in Maastricht en in de Opernschule van Karlsruhe bij Donald Litaker. Hij volgde liedstudies bij Konrad Richter (Stuttgart), Hartmut Höll (Mozarteum Salzburg) en Julius Drake (Londen). Hij nam deel aan vele masterclasses bij o.a. Sir Thomas Allen, Barbara Bonney, Robert Holl, Hilde Zadek en Graham Johnson. Verder werd hij gecoacht door Helmuth Kolvenbach, Jard van Nes en Gerald Finley. Hij won verscheidene prijzen, waaronder de Mees Pierson Award 2004 in de serie ‘Jonge Nederlanders’ van het Concertgebouw in Amsterdam. Sinds 1994 vormt Robbert Muuse een liedduo met de pianiste Micha van Weers. Samen gaven zij recitals onder meer in het Concertgebouw in Amsterdam, in Stuttgart, Karlsruhe, Salzburg en Parijs. In 2011 verscheen hun lied-CD ‘Songs of Quest and Inspiration” met liederen van Cyril Scott en Ralph Vaughan Williams. Robbert is een veelgevraagde concertsolist. Als operazanger vertolkte hij tientallen rollen in opera’s. Hij zong o.l.v. Valery Gergiev op het Festival van Verbier (CH) in Salome (R.Strauss) de 1er Soldat. Verder zong hij o.a. Boswachter in de Nederlandse versie van Janáčeks ‘ Sluwe Vosje’, Aeneas (Purcell), Malatesta in Don Pasquale, Allazim in Mozarts Zaide en Guglielmo in Così fan tutte, Falke in Die Fledermaus, Sid in Albert Herring (Britten), Le Directeur in Les Mamelles de Tirésias (Poulenc), Escamillo in La Tragédie de Carmen en andere opera’s van o.a. Händel, Purcell, Rossini, Leoncavallo en Britten. Hij werkte als solist met vele orkesten en ensembles, zoals Combattimento Consort Amsterdam, Orkest van het Oosten, Het Gelders Orkest (Mahler liederen), het Brabants Orkest, Limburgs Symfonie Orkest, Ensemble Pierre Robert (Frankrijk), Southbank Sinfonia (Londen), Ives ensembles; met dirigenten Jan-Willem de Vriend, Paul Goodwin, Christoph Poppen, Kyan Johns, Jurjen Hempel, Enrico Delamboye, Jos van Veldhoven en Ed Spanjaard.

11


Christian Dietz

De Duitse tenor Christian Dietz begon zijn muziekopleiding aan de Musikschule Weinheim, waar hij zijn eerste piano- en vioollessen kreeg en als solist debuteerde bij de Weinheimer Sängerknaben. Hij studeerde operazang en historische uitvoeringspraktijk aan de Staatliche Hochschule für Musik und Darstellende Musik in Frankfurt am Main. Christian Dietz werkte in producties en concerten samen met de dirigenten René Jacobs, Gerd Albrecht, Paolo Carignani, Julia Jones, Kazushi Ono, Toshiyuki Kamioka und Peter Falk, alsook met de regisseurs Christof Loy, Christof Nel, Udo Samel, Claus Guth, David Hermann, Barry Kosky und Rosamund Gilmore. In Duitsland trad hij op met de Akademie für Alte Musik Berlin, La stagione Frankfurt, de Batzdorfer Hofkapelle, La Beata Olanda consort Freiburg, het Frankfurter Museumsorchester, de Staatsphilharmonie Rheinland Pfalz en het SWR Rundfunkorchester Kaiserslautern. Christian Dietz volgde masterclasses bij Helmut Deutsch, Wolfgang Schöne en Ann Monoyos. Hij zong Belmonte/Pedrillo in ‘Die Entführung aus dem Serail’ (Mozart), Fracasso in ‘La finta semplice’ (Mozart), Acis in ‘Acis und Galatea’ van Händel, Mezenzio in ‘Ascanio’ van Lotti, Aeneas in ‘Dido und Aeneas’ van Purcell, Bertrando in ‘L’inganno felice’ van Rossini en Kunz Vogelsang in ‘Die Meistersingern von Nürnberg’ van Wagner. Hij trad op in de Staatsoper Berlin, de Dresdner Semperoper, de Oper en de Alte Oper Frankfurt, het Badisches Staatstheater Karlsruhe, het Innsbrucker Landestheater en Staatstheater Wiesbaden, het Pfalztheater Kaiserslautern en het Markgräfliche Theater Bayreuth. Tot zijn repertoire horen liederencycli van Schubert, Schumanns, Dvoràk en Schostakowitsch.

12


The Northern Consort The Northern Consort is een ensemble met een uniek concept. Oprichters en leiders Hanneke Wieringa (viool) en Vincent van Ballegooijen (hobo) vormen de kern van The Northern Consort. The Northern Consort speelt oude muziek, van begin 17e tot begin 19e eeuw, op authentieke instrumenten. Zo af en toe wordt ook recenter repertoire gespeeld. Het ensemble heeft zich de afgelopen tien jaar ontwikkeld tot een ensemble van een hechte groep musici die elke keer weer tot het uiterste gaan om de muziek op een spannende en frisse manier op het podium te krijgen. Met deze filosofie heeft ze een veelheid aan thematische en grensoverschrijdende programma’s gebracht. Talrijke dichters, schrijvers, acteurs, tekenaars, zangers en solisten hebben hun kunsten samen met het ensemble ten toon gespreid. We noemen: Thomas Rosenboom, Toon Tellegen, Tonnus Oosterhof, Rutger Kopland, Marc Pantus, Madeleine van der Raadt, Terence Roe, Margot Nies, Random Collision, het Egidius Kwartet, Fokko Oldenhuis, Jos van Veldhoven, Thomas von der Dunk en Paul Komen. The Northern Consort heeft daarmee laten zien dat het geen muziek ‘van de plank’ speelt, maar graag spannende verbindingen legt met andere kunstvormen. Daarnaast weet het ensemble ook een gewone uitvoering tot een sprankelende ervaring te maken, bijvoorbeeld als begeleidingsorkest van het hogere segment kamerkoren. Op deze ingeslagen weg gaat The Northern Consort verder. Nieuwe, thematische programma’s staan op stapel en nieuwe, uitdagende samenwerkingsverbanden worden aangegaan met kunstbroeders uit diverse richtingen. Broedplaats voor deze activiteiten is Groningen, maar The Northern Consort speelt in binnen- en buitenland: in concertseries, festivals en bij speciale gelegenheden. The Northern Consort kent een bezetting die, afhankelijk van het repertoire, kan variëren van 4 tot 25 professionele musici. Naast initiatiefnemers Hanneke Wierenga en Vincent van Ballegooijen bestaat het ensemble uit een vaste groep kernspelers die bij de meeste projecten terugkeren. Matthäus Koor Edam Uit de zangvereniging Zang Edam ontstond in 1999 een projectkoor. Met de oprichting van dit koor hebben leden van de zangvereniging de traditie van een jaarlijkse uitvoering van de Matthäus Passion in de Grote Kerk van Edam na ruim 30 jaar weer willen herstellen. Het Matthäus Koor Edam – de nieuwe naam van dit projectkoor - bestaat uit leden van de vereniging, maar staat ook open voor zangers uit Edam en omstreken en uit de rest van Nederland. De eerste uitvoering was op 29 maart 1999, samen met het Datkakoor uit Amsterdam en onder leiding van de dirigent van dat koor, Pierre Schuitemaker. Leden van het projectkoor kwamen in 2000 in contact met de huidige dirigent Stephen Kavelaar tijdens een reis naar Leipzig, waar zij onder zijn leiding meezongen in een uitvoering van de Matthäus Passion in de Thomaskirche van Leipzig. Met regelmaat worden audities en stemtests gehouden door Stephen Kavelaar en de sopraan Maja Roodveldt. Het Matthäus Koor Edam is daardoor uitgegroeid tot een ervaren ensemble met goed op elkaar afgestemde stemgroepen. Behalve in Edam nam het koor ook deel aan uitvoeringen van de Matthäus in Muziekcentrum Vredenburg te Utrecht, in Tilburg en in Rijswijk.

13


Sopranen: Mary Bontenbal, Jenneke Butter, Ela Chauhan, Fleur van Duin, Greet Fresen, Alice Geijsel, Erika Houkes-Zöllner, Mirjam Koster, Roos Kuiper, Margriet Kuhne, Els Lampe, Marion Langendonk, Rietie Linders, Iris VermeulenMeulenbeld, Marjo Vervat, Anja de Vries. Alten: Sylvia van Borculo, Margy van Dijk, Margriet Germing, Annemarie van Gulik, Esther Kasbergen, Margreth Koning, Kees Langeveld, Marijke Meijer, Ina Mijnen, Jet Quant, Edith Riemersma, Ingrid Sonneveld, Mieke v.d. Veen, Annelies VroegindeWeij. Tenoren: Floris Blommaert, Jan Hogenhout, Jan Kramer, Hans Mijnen, Hans Out, Jak Plat, Otto Schoenmaker, Emile Simonis, Willem van Stigt, Kars Veling. Bassen: Dik Boelee, Hoagy Boelsums, André Dam, Wim Homringhausen, Jan Keizer, Frank van der Linden, Bert van der Meer, Albert Roosenburg, Roy Tepe, Klaas Valk, Peter Vliegenthart.

Kinderkoor Musicanti – Academy of Vocal Arts Musicanti is het selectiekinderkoor van de Academy of Vocal Arts. De leden van Musicanti krijgen zang- en solfègelessen en volgden een opleiding aan de Academy of Vocal Arts. In 2008 verzorgde de Academy of Vocal Arts in paleis Noordeinde het Koninginnedagconcert voor de Koninklijke familie en genodigden, integraal uitgezonden door de NPS. In 2012 was het koor te gast in het door 22.000 concertgangers bezochte Europäisches Jugendchor Festival in Bazel. In november werkte Musicanti mee aan de operaproductie Carmen in Delft onder regie van Floris Visser, en bracht een nieuw werk ‘Kinderkruistocht’ voor kamerkoor, kinderkoor, harp en orgel in première. 14


In totaal zijn 120 kinderen en jeugdigen actief in de Academy of Vocal Arts. Silvère van Lieshout is directeur van de Academy of Vocal Arts in Den Haag. Hij dirigeert het daaraan verbonden Kinderkoor Musicanti en Vocaal Ensemble Cantamare. Silvère van Lieshout begon zijn carrière als dirigent in Helmond. Van 1986 tot 2003 was hij als stafmedewerker Kinder- en Jeugdkoren verbonden aan het landelijk Instituut voor de Koorzang, SNK, dat later opging in Unisono. Onder andere het Rotterdams Jongenskoor, het Nationaal Kinderkoor en het Nationaal Jeugdkoor stonden onder zijn leiding. Naast dirigent is hij de auteur van de methode Jongleren, die in Nederland en België veelvuldig wordt gebruikt om kinderen en volwassenen van blad te leren zingen. Hij werd in 2008 wegens zijn verdiensten voor de kinderkoorzang door het Europees Muziek Festival voor de Jeugd benoemd tot ambassadeur van dit toonaangevende festival. Integrale medewerking van het kinderkoor: koraalmelodie en soprano in ripieno Vanavond zullen de koralen zoals ieder jaar weer vierstemmig klinken. De leden van het Kinderkoor Musicanti zullen alle koraalmelodieën meezingen. Bekend is dat de koristen waar Bach gebruik van maakte jongens en mannen waren. Het was niet gebruikelijk dat vrouwen in de kerkdiensten meewerkten. De jongste jongens zongen de sopraanpartij. Een van de kenmerken van kinderen die zingen is dat zij dat doen op een hele pure en ‘objectieve’ wijze, niet gehinderd door grote levenservaring, dogma’s en religieuze leerstellingen. Deze onbevangenheid, de ‘blanke’ en zeer heldere klank van de kinderstem, zorgde er in ieder geval wel voor dat de koraalmelodie (cantus firmus) van het koraal heel duidelijk hoorbaar werd, wat voor de luisteraars in de tijd van Bach (de kerkgangers) erg plezierig was. Zij werden in een liturgische setting geconfronteerd met de nieuwe muziek van Bach met verheven, piëtistische teksten in aria’s als ‘Buss und Reu’, ‘Blute nur du liebes Herz’. Toch konden zij de essentie van het lijdensverhaal blijven volgen omdat er op gezette tijden door de koralen die klonken zeer herkenbare muziek en teksten te horen waren die aansloten op de Lutherse kerkelijke traditie. De koralen werden herkend als hun eigen liederen, door hen al sinds jaar en dag in de kerkelijke vieringen als gemeentezang gezongen. De koraalteksten zijn rijk aan dramatiek en emotionele schakeringen. Juist in de partijen van de alten, tenoren en bassen heeft Bach de tekstexpressie gecomponeerd. Soprano in ripieno Het Kinderkoor Musicanti zingt vanavond ook de soprano in ripieno (derde sopraangroep). Bach maakt in de Matthäus Passion twee keer gebruik van de soprano in ripieno. Allereerst in het openingskoor, waar deze groep de koraalmelodie (cantus firmus) zingt die is verweven in dit openingsstuk (O Lamm Gottes unschuldig). Dit is geen zelfstandig koraal, maar een onderdeel van een groter geheel. Het tweede moment is in het slotkoor van het eerste deel (O Mensch, bewein dein Sünde groß) waar de soprano in ripieno gelijk met de sopraangroepen van koor 1 en 2 de koraalmelodie zingt. De kinderen zingen deze stukken vanuit de kerk, en dus niet op het podium.

15


Continuo: orgel of klavecimbel? Al jaar en dag wordt er onderzoek gedaan naar de vraag welk toetsinstrument Bach gebruikte in zijn geestelijke, vocale werken. En de discussies zijn nog altijd niet van de lucht. De opvatting van onderzoeker Arnold Schering werd in de jaren 1930 algemeen en bijna unaniem geaccepteerd en is ook na de oorlog lange tijd als ‘waarheid’ aangenomen. Die opvatting luidde: Bach schreef voor zijn kerkmuziek en geestelijke werken een orgel voor, en wilde dat zijn kamer- en wereldlijke muziek op klavecimbel zou worden begeleid. (Grappig detail: alleen wanneer het orgel in reparatie was, mocht bij uitzondering in geestelijke werken het klavecimbel worden bespeeld.) Hoewel deze aanname lange tijd dus bijna heilig is geweest, is hij in de tweede helft van de 20e eeuw door diverse onderzoekers heronderzocht en steeds vaker op losse schroeven gezet. Eén van die belangrijke, hedendaagse onderzoekers is Laurence Dreyfus. Op grond van gedegen onderzoek van historische documenten en vooral ook manuscripten, laat hij zien dat in veel Duitse kerken een klavecimbel aanwezig was; zo ook in Bach’s kerk, de Thomas Kirche in Leipzig. En Dreyfus stelt dat dit zowel om praktische als om esthetische redenen het geval was. Allereerst is uit historische verslagen gebleken dat Bach zélf tijdens uitvoeringen van geestelijke werken het orkest dirigeerde, en wel ‘vanaf ’ het klavecimbel. Meestal leidde hij zijn orkest als eerste violist, maar een letterlijk verslag zegt: ‘in de moeilijke passages nam hij het over op klavecimbel’. Bovendien werd het in Bach’s tijd mode om niet staande voor het orkest te dirigeren, maar zittend vanachter het klavecimbel. En Bach’s zoon Carl Philip Emmanuel bevestigt dat zijn vader ‘deze gewoonte ook overnam.’ Maar er is meer. Ook om esthetische redenen moet Bach gebruik hebben gemaakt van het klavecimbel. De functie en de klank van het instrument zijn zo wezenlijk anders dan die van het orgel, dat beide instrumenten een verschillende rol konden vervullen in zijn muziek. (Daar waar het orgel harmonische samenklanken warm ondersteunt, is het klavecimbel in ritmische passages weer veel directer.) Dat is niet zomaar een stelling van Dreyfus, en van velen met hem; hij bewijst de dubbele continuo-begeleiding in Bach’s kerkmuziek zo goed als waterdicht, na onderzoek van diens manuscripten. Er is namelijk voor alle cantates van Bach in de manuscripten van de partijen zowel een orgelpartij, als een klavecimbelpartij, als een basso-continuo-partij gevonden. Het gaat hier om de handgeschreven exemplaren die Bach wekelijks afleverde aan zijn musici van het orkest, als de volgende zondag een nieuwe cantate zou worden uitgevoerd. En jawel, ook van de Matthäus Passion zijn welgeteld vier basso-continuo-partijen gevonden (voor elk orkest twee), twee orgel-partijen (voor elk orkest één) en één klavecimbel-partij (voor het tweede orkest). De orgel- en de klavecimbelpartij zijn beiden door Bach zelf becijferd, en hebben een verschillende becijfering gekregen. Hoe gedegen en goed beargumenteerd deze redenering in onze ogen ook is, de ‘hele waarheid’ zal het wederom niet zijn. Daarvoor zijn de oude bronnen van toen nu niet meer toereikend. Wij hebben gekozen voor een uitvoering met zowel een orgel als een klavecimbel in de continuo-groep.

16


Van Theo Ettema naar Stephen Kavelaar, het kan verkeren!

Fis-groot! Het akkoord staat me nog steeds bij. Als de gecombineerde koren uit Edam en Purmerend het volk bulderend vroegen of bliksem en donder verdwenen zijn, dan was daar plotseling die maat stilte en plaatste organist Willem Hülsman op het (grote) orgel met vol plenum dat Fisgroot-akkoord. In ‘a split second’, want daarna bulderde het grote koor verder. Als jochie van zo’n zeven jaar stond ik daar begin jaren ‘50 vol ontzetting en verbazing tussen, op dat moment al volledig gericht op de inzetting van ‘O Mensch, bewein dein Sünde gross’. Daarna was het pauze en mochten ‘de zingende kereltjes’ na de limonade naar huis. Opera, dat was het eigenlijk, althans in concertante uitvoering. De romantiek van de 19e eeuw, als Matthäus Passion in de 20e eeuw in den lande neergezet door Willem Mengelberg. En naderhand met grootse uitvoeringen o.l.v. bijvoorbeeld Piet van Egmond en Eugen Jochum. Vaak met coupures, want anders duurde het te lang. Echter geen ingekorte versie bij Theo Ettema in Edam. Een volledige uitvoering, met die twee gecombineerde koren uit Edam en Purmerend, met het Noord-Hollands Philharmonisch Orkest en met een keur aan vocale solisten. In de beste traditie van de romantiek. Theo Ettema, op zijn muziekschool in Purmerend leerde ik de noten en werd wegwijs achter harmonium en piano.

Onder zijn leiding werd na de oorlog de Matthäus Passion in Edam een grote traditie. Ettema: kundig en bevlogen. Toen kwamen de jaren ‘60. Internationale baanbrekers waren het: Gustav Leonhardt en Nikolaus Harnoncourt. Zij schudden de 19e-eeuwse romantiek af en gingen terug naar die eerste helft van de 18e eeuw, toen de barokmuziek haar hoogtepunt vond in het werk van Johann Sebastian Bach. Authentieke instrumenten (tegenwoordig gezegd: barokkopieën), kleine ensembles, transparantie, articulatie, helderheid, retoriek, dat alles werd ontdekt en voor het eerst gepraktiseerd. Zij brachten het besef dat de Matthäus Passion zijn basis en oorsprong vindt in het immense oeuvre dat Bach voor de Lutherse Eredienst schiep: de zondagse cantates! Meer dan 300 cantates schreef de Grote Meester, waarvan er ruim 200 ons hebben bereikt. Een oeuvre dat slechts mogelijk was door de enorme werklust en muzikale genialiteit van Bach. En alles op hetzelfde hoge niveau als de Matthäus en de Johannes Passion, en de twee passies die hij schreef doch die ons niet hebben bereikt. De beroemde set van 44 lp’s van Telefunken, alle cantates van Bach door Leonhardt en Harnoncourt geleid, ze staan nog bij mij op zolder en ik blijf ze koesteren! Wat een vernieuwing, wat een nieuwe klankwereld, wat een onvoorstelbaar mooie muziek.

17

Zo ontstond een uitvoering van de Matthäus Passion die ongetwijfeld veel dichter zal staan bij wat Bach en zijn muzikanten ten gehore brachten in de Thomaskirche en Nicolaikirche van Leipzig. Maar hoe het precies was, weet niemand. In Bach’s dagen kwamen er geen vrouwen aan te pas, Bach gebruikte het grote orgel in de kerk, zijn ensembles waren zeer beperkt in omvang, per zondag moest hij maar zien wie en wat beschikbaar was. En de repetitietijden waren kort want elke zondag stond er weer een nieuwe cantate op de lessenaar! In Nederland vond die vernieuwde wijze van musiceren ruimschoots ingang. Philippe Herreweghe, Ton Koopman, Jos van Veldhoven, grote namen die dit tot op de dag van vandaag met spraakmakende uitvoeringen aanvoeren. En in Edam werd de traditie weer opgepakt. Onder leiding van Stephen Kavelaar, met een kleiner (project-)koor, met wederom uitstekende solisten en het Northern Consort op hun barokkopieën. En het grote orgel? Dat zwijgt, want de restauratie daarvan bracht het fraaie instrument in een zogeheten oude stemming. En die dateert zelfs van voor Bach. Dus ongeschikt. Zo ziet u maar, het kan verkeren! Peter van Voorst, organist Keyserkerk Middenbeemster


De uitvoering van de Matthäus Passion Edam wordt financieel ondersteund door

Rabobank Waterland en Omstreken Gemeente Edam-Volendam VSB-fonds Beemster Accountantskantoor De Boer B.V. De Docentenbank Notariskantoor Feitsma | Verhagen Van Overbeek Makelaars UEV Uitvaartverzorging Voortman Beheer B.V. Keizer en Van Straten grafische communicatie Matthew’s Musical Instruments Gerard Visser Speciaalzaak in groenten, fruit en natuurvoeding Gerro de Boer Makelaars en Rentmeester Bose B.V. Neon Weka B.V. Avéwé Verzekeringen Koninklijke Smilde B.V.

Particuliere fondsen en begunstigers

18


De Stichting Matth채us Passion Edam dankt de volgende instellingen, bedrijven en personen:

Drukwerk: Keizer en Van Straten grafische communicatie Voorverkoop: VVV Edam, VVV Volendam Markee Boek & Kantoor, Primera Hartje Edam, Hoorns Muziekhuis Van Meurs, Boekhandel Van den Hoorn Purmerend Ontwerp affiche: Willem Prumper Redactie en samenstelling tekstboekje: Stephen Kavelaar Edamse EHBO Vereniging Stichting Kerkelijke Monumenten Edam (SKME) Website ontwikkeling en beheer: Pieter Leek Advies en zakelijke ondersteuning: Caecilia van Stigt www.caeciliavanstigt.nl

Stichting Matth채us Passion Edam www.matthaus-passion.com Informatie over Matth채us Koor Edam: 0299-371959

19


EHBO Consumpties balie 3

Ingang

Koren Orkest

Publiek

Consumpties balie 2 Orgel

Toiletten 20

Consumpties balie 1


Matthaus Passion Edam 2013