Issuu on Google+

Op het CVO-bureau zitten aan tafel: Melanie de Rooij, docente Nederlands bij de basis- en kaderopleiding van het Farelcollege, Patricia Bender, sova-trainer, docente maatschappijleer en zorgcoördinator op Calvijn Meerpaal, Wendy Reurich, docente Duits op PENTA college CSG De Oude Maas, en Edwin Beyers, docent Nederlands op het Comenius Vakcollege Techniek (P.C. Boutenssingel) en het Comenius Beroepsonderwijs (Pelikaanweg) in Capelle aan den IJssel.

Docenten over de invoering van Passend onderwijs

‘Welk stapje wil je zetten?’ Melanie de Rooij is docente Nederlands op het Farelcollege. Ze werkte zeven jaar in het basisonderwijs.

‘Leraren niet klaar voor Passend onderwijs’, kopten regionale dagbladen in april, op basis van een onderzoek door CNV Onderwijs. Dat lijkt niet te gelden voor docenten op CVO-scholen. Vier docenten gingen geanimeerd met elkaar in gesprek over de voorbereiding op de zorgplicht per augustus 2014. ‘We moeten kunnen waarmaken wat we zeggen, namelijk dat ieder kind bij ons welkom is, welke onderwijsbehoefte het ook heeft’, vindt Melanie de Rooij. ‘De invoering heeft veel haken en ogen, maar het kan iets heel moois worden! Het dubbele vind ik dat er tegelijkertijd bezuinigd wordt. We moeten meer doen, maar krijgen er minder geld voor. Minder kinderen naar het speciaal onderwijs, prima, maar bezuinig dan niet op onderwijsassistenten en remedial teaching in het gewone onderwijs; dat werk is juist hard nodig.’

Klassenmanagement Op het Farelcollege is er op individueel gebied al veel gerealiseerd. ‘De leerlingbesprekingen zijn effectief, we werken met handelingsplannen, we zitten er ook in het contact met de ouders bovenop. Maar qua klassenmanagement moet er nog veel gebeuren’, vertelt Melanie. ‘Ik probeer op school in mijn lessen Nederlands te differentiëren, dus ieder kind op zijn of haar eigen niveau te laten werken: goed, gemiddeld en zwak. Ik noem dat aanpak 1, 2 en 3. Per vak kan het verschillen in welke aanpak een kind zit: voor spelling een andere dan voor begrijpend lezen, bijvoorbeeld. Je moet proberen om in de gemiddelde groep de leerlingen naar een hogere aanpak te krijgen. Voor mij is dit vanuit het basisonderwijs’ – waar ze tot augustus 2013 werkte – ‘een bekende werkwijze.’

« Melanie: ‘We moeten meer doen, maar krijgen er minder geld voor’ » Melanie is vurig pleitbezorgster van het zogeheten directe instructiemodel voor alle lessen. Dit model houdt in dat aan het begin van de les een lesdoel wordt benoemd, en dat er vaste vervolgstappen zijn, waaronder voorkennis activeren en instructie geven. Aan het eind checkt de leraar of het lesdoel is gehaald. Als alle leraren lesgeven

Wendy Reurich is docente Duits op PENTA college CSG De Oude Maas.

volgens dit model, is het rustiger voor de leerlingen, stelt Melanie. Gedifferentieerde lessen zijn uitdagender, want goede leerlingen hoeven niet te lang naar de uitleg te luisteren – ze kunnen bijvoor-

6

C V Open

November 2013


Wendy: 'In leerlingbesprekingen moet de nadruk liggen op wat er wél mogelijk is.'

beeld met verdiepingsstof aan de gang – en zwakke leerlingen hoeven soms maar één moeilijke opdracht te maken, in plaats van drie. ‘Het kost even moeite – zeker als je meer dan één vak geeft –, maar daarna hebben leraren er veel gemak van.’

Effectieve leerlingbesprekingen Ook Wendy Reurich merkt dat haar school, PENTA De Oude Maas, zich voorbereidt op de nieuwe situatie. In de weekberichten verschijnen berichten voor docenten, en er wordt extra scholing aangeboden. De zorgcoördinator en orthopedagoge zijn er achter de schermen druk mee. Leerlingbesprekingen moeten effectief zijn, stelde zorgcoördinator Babette Welter bijvoorbeeld, gericht op de hulpvragen, en met de nadruk op wat er wél mogelijk is.

« Wendy: ‘Binnen een kleinschalige afdeling merken leerlingen dat ze gezien en gehoord worden’ » ‘Onlangs volgden we als docenten een cursus Regieversterkend handelen, gegeven door orthopedagoge Elena Carmona. Nuttig voor

er, r is sova-train Patricia Bende zorgen er jle pi ap ch docente maats aal. Calvijn Meerp coördinator op

het gewone dagelijks handelen in de klas, maar ook voor Passend onderwijs.’ Na haar lerarenopleiding Duits volgde Wendy de master Special Educational Needs (SEN). Dankzij haar specialisatie kan ze nu de zorgcoördinator assisteren, en helpt ze collega-mentoren bij het maken van leerlingdossiers en ontwikkelingsplannen.

Project Docenten aan Zet Patricia Bender zit als een spin in het web van Passend onderwijs op Calvijn Meerpaal. Ze is er al vier jaar mee bezig. ‘Bij ons zitten met name lwoo-leerlingen. Daarnaast hebben 120 leerlingen een rugzakje, een kwart. Zoals wij op Calvijn Meerpaal lwoo vormgeven voldoen we in veel opzichten al aan Passend onderwijs. Er is dagelijks contact met de mentor, want leerlingen lunchen met hem of haar en sluiten de dag met hem of haar af tijdens het mentoruur. De mentor is de spil voor de ondersteuning, begeleiding en het welbevinden van de leerling. Er zijn regelmatig leerlingbesprekingen en er is een goed werkende zorgstructuur. Docenten zijn toegerust voor het omgaan met de diverse onderwijszorgvragen van leerlingen. We besteden vaak aandacht aan differentiëren op studiedagen.’

« Patricia: ‘De labels vervallen, kinderen met verschillende onderwijsbehoeften blijven’ » Patricia informeert het team en stelde ook het schoolondersteuningsprofiel (SOP) op (de opvolger van de Educatieve kaart). ‘Ik bewaak de eigenheid van onze vestiging.’ Ook is Patricia betrokken bij een project ‘Docenten aan Zet’ van Koers VO op haar vestiging, waarbij twaalf docenten zich buigen over wat Passend onderwijs voor hen gaat betekenen. ‘Docenten dóen in de praktijk al veel binnen de lessituatie, maar moeten zich afvragen: Welk stapje wil ik verder zetten? Passend onderwijs kan een kans zijn voor hen om dingen zó aan te bieden aan leerlingen, dat die nog beter uit de verf komen.’ Patricia zegt: ‘Door Passend onderwijs vervallen de labels die nodig waren voor de rugzakjes, maar overeind blijft dat er tenPatricia: 'Ons docen d ba rm wa een is m tea ' en ng voor leerli

kinderen zijn met bepaalde onderwijsbehoeften. We moeten ons op ieder kind richten, schoolnabij en thuisnabij.’

7

C V Open

November 2013

»


Edwin Beyers is docent Nederlands op het Comenius Vakcollege Techniek en Comenius Beroepsonderwijs

vervolg van pagina 7

Pilotproject met Jeugdzorg Edwin Beyers heeft als leerlingbegeleider van zijn school concreet te maken met een pilotproject waarbij zijn school en STEK Jeugdzorg in Capelle goed samenwerken. Twee leerlingen met moeilijkheden op school werden door een thuiscoach begeleid op school én thuis, die de ouders er ook bij betrok. ‘Hij kon goed luisteren, en wist perfect te sturen.’ De ene leerling is niet langer vaak absent, en de andere leerling kon een sector kiezen in de bovenbouw. Edwin heeft er moeite mee als op deze broodnodige ondersteuning wordt bezuinigd wanneer de Jeugdzorg naar de gemeenten gaat. De thuiscoach zal dan afgeschaft worden, terwijl zo iemand juist voor de thuiszitters het verschil kan maken. Hij is overigens ook blij met de interne steun van de schoolmaatschappelijk werker. Die is er elke dag, en kan indien nodig nog dezelfde dag een afspraak maken met een leerling.

« Edwin: ‘Doe je je oordopjes uit?' in plaats van: ‘Geef je iPhone maar hier’ » ‘Eén groep binnen het team Comenius Beroepsonderwijs is positief over Passend onderwijs’, vertelt Edwin, ‘de andere groep is sceptisch: “eerst zien en dan geloven”. Maar het succes van de thuiscoach met de twee probleemleerlingen heeft wel indruk gemaakt.’ Als oud-leerkracht uit het basisonderwijs profiteert Edwin dagelijks van zijn pedagogisch-didactische scholing. ‘Leraren moeten meer proberen te achterhalen wat er met een kind aan de hand is. Natuurlijk moeten er regels zijn, maar het maakt veel verschil of je een leerling vraagt: ‘Doe je je oordopjes uit?’ in plaats van: ‘Geef je iPhone maar hier.’

Contact met leerlingen De andere drie brengen eveneens de kwaliteit van het contact

Edwin: 'Blij met de steun van de schoolmaatschappelijk werker'

met leerlingen ter sprake. Patricia noemt het docententeam van Calvijn Meerpaal een warm bad voor leerlingen. Maar het kan nog beter. ‘We moeten daar echt de tijd voor nemen én krijgen in onze taak als docent en mentor.’ Ook Melanie vindt het contact op Farel met mentorleerlingen ‘heel sterk’. Mentor en mentorklas zien elkaar vier uur per dag, voor vaklessen en voor studie- en mentorlessen. En er zijn regelmatig één-op-ééngesprekken met leerlingen. 'Overigens kennen ook teamleiders de leerlingen; ook van hen krijgen ze aandacht.' Praktisch helpt het dat het nieuwe schoolgebouw van PENTA De Oude Maas ingedeeld is in kleinschalige eenheden met maximaal tweehonderd leerlingen, legt Wendy uit. ‘Zo’n afdeling, bijvoorbeeld voor Voertuigentechniek of de Techno MAVO, fungeert als thuisbasis; er zit altijd wel een leraar in de teamkamer die een leerling voorbij ziet lopen. Dan kan hij of zij nét even een gesprekje voeren, waardoor leerlingen ervaren: iemand bekommert zich om mij. Leerlingen merken dat ze gezien en gehoord worden.’ [Anja de Zeeuw] Meer informatie: www.schoolprofielenvo.nl (lancering op 28 november)

Melanie: 'Gedifferentieerde lessen dagen leerlingen meer uit'

8

C V Open

November 2013


CVOpen november 2013 Leerkrachten over passend onderwijs