Page 14

x Dit is een van de vragen waarop ik in een studie naar de woningen en tuinwijken uit het Interbellum, populair aangeduid als ‘jarendertig’, antwoord heb proberen te geven. Een grondige analyse van een zestal voorbeeldwijken uit die tijd, waaronder Angerenstein, gaf antwoord op de vraag wat de belangrijkste stedenbouwkundige kenmerken zijn van de particuliere tuinwijken. Een bouwhistorisch onderzoek leidde naar het antwoord op de vraag wat deze huizen architectonisch zo aantrekkelijk maakt. En een studie naar de bouweconomische omstandigheden in de jaren twintig en dertig gaf antwoord op de vraag hoe er toch zoveel en zo goed gebouwd kon worden in de tuinwijken. Op die laatste vraag wil ik in dit artikel wat dieper ingaan. Een uitgebreid antwoord, ook op de vraag naar de blijvende aantrekkelijkheid van Driebergen, Rosarium de wijken en huizen in jarendertig stijl, vindt u in De magie van het jaren ’30 huis, de populaire versie van het proefschrift waarop ik vorig jaar aan de TU Delft mocht promoveren (zie auteursinfo). Wat waren de maatschappelijke condities voor het succes van de particuliere tuinwijken? Op de eerste plaats was er in de woningmarkt van het Interbellum een duidelijke doelgroep voor deze tuinwijken: de welvarende stedeling uit de gegoede middenklasse die buiten wilde gaan wonen, maar vaak het werk in de stad behield. Sociaal-cultureel een welomschreven doelgroep die met promotiemiddelen ook goed kon worden bereikt. De vraag naar woningen voor de middenstand bleef groeien tot medio jaren ’30. Een belangrijke rol speelde de sterke bevolkingsgroei vanaf het eind van de 19e eeuw. Die groep moest in de periode tussen de beide wereldoorlogen gehuisvest worden. We praten over een enorme bouwproductie: bij elkaar meer dan 800.000 woningen in ruim twintig jaar, dus 40.000 huizen per jaar gemiddeld. Vergelijk dat met de huidige bouwproductie van rond de 25.000 woningen per jaar. De koopkracht in de periode tussen de wereldoorlogen nam (voor degenen die werk hadden) flink toe. Weliswaar daalden de inkomens in de jaren ’30, maar dalende prijzen voor consumptiegoederen zorgden per saldo voor een licht toenemende koopkracht. De relatief lage werkloosheid onder de hoger opgeleide middengroepen betekende dat meer dan 90% van de middenklasse werk en een groeiend inkomen had en dus in staat was om een flink huis te kopen of te huren.

14

wijkkrant Angerenstein

Profile for angerenstein

Wijkkrant 78 december 2013  

Wijkkrant Angerenstein

Wijkkrant 78 december 2013  

Wijkkrant Angerenstein

Advertisement