Issuu on Google+

via VIA

Uitgave van studievereniging VIA Stedebouw TU/e

Themakatern ‘Healthy Cities’ VIA Bestaat 20 jaar! Afstudeerproject ‘Voorspelbaar Nederland’ SPACE-S - Fulco Treffers (12N) viaVIA

1 April 2013


Advertentie 2

viaVIA


20 jaar VIA

Voorwoord Andrea Snijders

Geachte Beste lezer,lezer, Het Het studiejaar studiejaar 2012-2013 2012-2013 is al islang al begonnen, lang begonnen, maar ditmaar is de dit eerste is de ViaVIA eerste waarvan ViaVIA ik het waarvan voorwoord ik het magvoorwoord schrijven. In mag deze schrijven. eerste periode In deze van het eerste studiejaar periode zijn er van alweer het studiejaar veel dingen zijn gebeurd. er alweer Bij VIAveel zijn dingen veel nieuwe gebeurt. mensen Bijaangesloten VIA zijn veel om het nieuwe bestuur en mensen de commissies aangesloten te vormen. om het We bestuur hebben alen weer de veel commissies activiteitentegehad vormen. die een Weaanvulling hebbenwaren al weer op veel het onderwijs, activiteiten en ergehad komendie er nog eenveel aanvulling aan! waren op het onderwijs, en er komen er nog veel aan! Bij Bij het uitkomen uitkomenvan vandeze deze ViaVIA ViaVIA staat staat namelijk namelijk onzeonze belangrijkste belangrijkste activiteit activiteit van dit jaarvan op stapel: dit jaar hetop lustrum! stapel:VIA het bestaat lustrum! 20 VIA jaar, en bestaat graag blikken al 20 jaar, we met en algraag onze blikken leden en we sponsoren met alterug onzeopleden deze en tijd.sponsoren terug op deze tijd. Er Er isisveel veelveranderd veranderd in het in vakgebied, het vakgebied, de laatste de20 laatste jaar. Erg 20actueel jaar. Erg is natuurlijk actueel deiscrisis, natuurlijk die veelde veranderingen crises, die teweegbrengt veel veranderingen in de stedebouw, teweegbrengt zowel als in het de Stedebouw, gaat om bedrijfscultuur zowel als alshet om gaat ontwerp. om bedrijfscultuur In onze vorige uitgave als om gingen ontwerp. we al uitgebreid in op Al eeninbelangrijke onze vorige vraaguitgave voor veel gingen studenten we uitgebreid en professionals: in opwaar eenvind belangrijke ik als stedebouwkundige vraag voor veel nog studenten werk? en professionals: waar vindt ik als stedebouwkundige nog werk? Als Bank mogenveranderingen, geloven, zal de spoedig aantrekken en komenhebben er weer Maarwe er de zijnNederlandse ook nog andere belangrijke die huizenmarkt al langer geleden hun sporen op de Stedebouw achbetere tijden aan.digitale Toch moeten wij,nu alseen Stedebouwkundige, om fouten in het als verletergelaten. Hoewel technologie belangrijke plaats in kritisch neemt opblijven de wereld, zowel gemaakt op professioneel op den niet weer persoonlijk vlak, te washerhalen. dit 20 jaar geleden nog niet het geval. In 1993 kwam het internet net de hoek om kijken en stonden tekenprogramma’s nog in hun kinderschoenen. Nu zijn al deze zaken niet meer uit de dagelijkse praktijk weg te denken. Steeds minder Maar er gebeurt zijn ook op papier, nog andere steeds meer belangrijke blijft digitaal. veranderingen, die al langer geleden hun sporen op de Stedebouw hebben achtergelaten . Hoewel technologie nu een belangrijke plaats in neemt op de wereld, zowel op professioneel als op hebben persoonlijk vlak, was dit 20 jaar geleden nog niet het geval. In 1993 het internet Andere veranderingen te maken met maatschappelijke verschuivingen. Een actueel thema hierbijkwam is gezondheid. Obenet hoek om kijken enbedreiging stonden voor tekenprogramma’s in hun kinderschoenen. Nu zijn al deze zaken niet sitas de is inmiddels een grotere de gezondheid vannog wereldbevolking dan ondervoeding. Hoewel iedereen weet meer uit de dagelijkse praktij weg te denken. Steeds op papier, meerleefomgeving blijft digitaal. dat overgewicht slecht is voor de gezondheid, is er nog weinigminder actie omgebeurt dit te verbeteren doorsteeds een andere aan te bieden. Naast een toenemend gewicht, is er in veel landen ook sprake van een toenemende leeftijd. In veel landen stijgt de gemiddelde levensverwachting zo sterk, dat er over jaar meer dan 20% 65 plussers zullen zijn. Andere veranderingen hebben te maken met8 maatschappelijke verschuivingen. Een actueel thema hierbij is gezondheid. Obesitas is inmiddels een grotere bedreiging voor de gezondheid van wereldbevolking dan ondervoeding. iedereen weetvaak datgezocht overgewicht slecht is voor de gezondheid, is er nogwereld weinig actiedeom De oplossing voorHoewel deze problemen wordt in een mooi begrip: Healthy Cities. In een utopische maakt dit te verbeteren door een andere leefomgeving te weinig bieden. ‘Healthy City’ mensen gezonder en gelukkiger. Er is veelaan groen, vervuiling en ruimte voor recreatie, werk en wonen voor iedereen. In het themakatern van deze ViaVIA gaan we in op de stedebouwkundige praktijk van dit principe: Hoe kunnen we de stad maken?gewicht, Wat is eigenlijk eenveel gezonde stad? Ensprake wat is precies het toenemende probleem? Naast eengezond toenemend is er in landen ook van een leeftijd. In veel landen stijgt Voor iedereen de gemiddelde die na hetlevensverwachting lezen van deze ViaVIAzo nog sterk, meerdat wilt er weten overover 8 jaar ‘Healthy meerCities’ dan raad 20%ik65 onze plussers specialezullen lustrumactivizijn. teit aan waarin we op onderzoek gaan naar de dagelijkse praktijk rond de gezonde stad. De oplossing voor deze problemen wordt vaak gezocht in een mooi begrip: Healthy Cities. In een utopische wereld Tot slot wil maakt ik iedereen de ‘Health veel leesplezier City’ mensen wensen gezonder met deze enViaVIA, gelukkiger. en alleEr mensen is veeldie groen, eraanweinig bij gedragen vervuiling hebben enhartelijk ruimte bedanken. Ik hoopwerk u te mogen begroeten ons lustrum! voor recreatie, en wonen voor tijdens iedereen. In het thema katern van deze ViaVIA gaan we in op de stedebouwkundige praktijk van dit principe: Hoe kunnen weSnijders de stad gezond maken? Wat is eigenlijk een gezonde stad? En wat is precies het probleem? Andrea Voor iedereen dieRelations na het lezen van deze ViaVIA nog meer wilt weten over ‘Healthy Cities’ raad ik onze Commissaris Public speciale lustrumactiviteit aan waarin we op onderzoek gaan naar de dagelijkse praktijk rond de gezonde stad. Tot slot wil ik iedereen veel leesplezier wensen met deze ViaVIA, en alle mensen die eraan bij gedragen hebben hartelijk bedanken. Ik hoop u te mogen begroeten tijdens ons lustrum! Andrea Snijders

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

3


Programma Lustrumweek 21 t/m 24 mei 2013

21 april: Openingstentoonstelling & VIA feest 22 april: Casestudy ‘‘Healthy Cities’’ 24 april: Lustrumdiner

4e lustrum VIA: Future meets past Vanwege het twintigjarig bestaan van VIA zal er van 21 tot en met 24 mei een lustrumweek worden georganiseerd. In deze week zal middels een aantal activiteiten dit heugelijke feit gevierd worden. Het overkoepelende thema voor dit lustrum is zoals bovenstaande titel misschien al verraadt: ‘Future meets past.’ Want twintig jaar VIA is een goed moment om terug te kijken naar wat er in de afgelopen 20 jaar allemaal is veranderd en wat er in de toekomst nog allemaal te gebeuren staat! De lustrumweek zal op dinsdag 21 mei door middel van de tentoonstelling ‘20 jaar VIA’ door het bestuur worden geopend. Aansluitend aan de opening zal er voor een exclusieve VIA lunch worden gezorgd die natuurlijk ook in het teken zal staan van het lustrum. In de avond zal er volgens de VIA traditie een feest worden gehouden, waarbij iedereen uiteraard welkom is. Woensdag 22 mei zal in het teken staan van ‘Healthy Cities.’ Op deze dag gaan we ons verdiepen in dit thema van de

4

toekomst, want ook al zijn we er nu nog niet echt mee bezig, het zal een steeds belangrijkere factor worden. De levensstijl van mensen is de afgelopen decennia door de technologische ontwikkelingen erg veranderd. Tijdens deze dag zullen we aan de hand van lezingen en een casestudy meer grip proberen te krijgen op het thema en wat er moet gebeuren om de openbare ruimte weer aantrekkelijk te maken voor de huidige samenleving. Op de laatste dag van de lustrumweek bestaat VIA precies 20 jaar. Om dit te vieren zal er een lustrumdiner worden verzorgd voor de huidige leden alsmede de oud-leden van VIA. Tijdens deze avond is er de mogelijkheid om uitgebreid bij te praten over het VIA van vroeger en nu. Check www.viastedebouw.nl/lustrum voor up-to-date informatie.

Tot ziens in de lustrumweek!

viaVIA


INHOUDSOPGAVE

Colofon viaVIA, uitgave van studievereniging VIA Stedebouw, TU/e jaargang 19, nummer 01 Eindhoven, april 2013

// Universiteitsnieuws + Groeten uit

6

// Activiteit van het semester

8

Meerdaagse excursie: Lille

// Van de activiteitencommissie

10

// What makes the world go round

13

viaVIA wordt uitgegeven door: PR-commissie VIA Stedebouw Den Dolech 2 (Vertigo 08H01) telefoon: 040-2475352

Column // Jaap Margry

E-mail: via@bwk.tue.nl www.viastedebouw.nl facebook.com/groups/viastedebouw Redactie Andrea Snijders (eindredactie) Paul Winkelmolen Nick De Graaf Jasper Massink Drukwerk van de Garde / Jémé (Eindhoven) Abonnementen

THEMAKATERN : Healthy Cities // Wat is een Healthy City?

16

Artikel // Buro Lubbers, MTD Landschapsarchitecten, Atelier Dutch

// Groen als speerpunt van de revolutie!

18

Artikel // Paul Winkelmolen

// Meer dan rollator snelwegen!

20

Artikel // Jasper Massink

// De stedelijke verdeling van gezondheid

24

Artikel// Nick De Graaf

Organisaties: 35,00 euro particulieren: 20,00 euro studenten (niet TU/e): 5,00 euro Abonnees worden automatisch lid van VIA Stedebouw. Lid worden kan ook door aanmelding bij het secretariaat van VIA Stedebouw. U ontvangt dan automatisch het viaVIA-magazine. Het lidmaatschap geldt tot wederopzegging en kan worden aangevraagd door één van genoemde

// Multiproject: Schellensterrein // Masterproject : Hoekse lijn

30

Hyoungryul Kim

// Afstudeerproject: Voorspelbaar Nederland

32

Robin Verstappen

// SPACE-S

34

Fulco Treffers

bedragen over te maken op bankrekening-

// Het dichten van gaten

nummer 15.13.83.316, ten name van VIA

Column // Kees Doevendans

Stedebouw Eindhoven o.v.v. ‘Abonnement

28

Dafne van der Heijden

38

viaVIA’. Vermeld tevens uw naam, adres en zonodig organisatie. ISSN 1385-7045 viaVIA wordt mede mogelijk gemaakt door de steun van de Faculteit Bouwkunde TU/e. De commissie van aanbeveling bestaat uit prof. ir. B Dirrix, prof. dr. dipl. ing. H. Fassbinder, ir. W. de Hoop, prof.dr. H.Timmermans Afbeelding Cover: Vonderpark // Nationaal Archief

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

5


Universiteitsnieuws

Activiteitencommissie Na een gezellig en interessant eerste semester waarin verschillende actuele thema’s zoals citymarketing, crisis en zelfstanding ondernemen aan bod zijn gekomen maken we ons nu op voor het laatste kwartiel. Hierin zullen natuurlijk de gezelligheidsactiviteiten zoals de afsluitende barbecue niet ontbreken, maar er zal ook weer plaats zijn voor het verbeteren van ontwerpvaardigheden en het verbreden van je kennis. // Onderwijscommissie Het onderwijs op de faculteit is volop in beweging. Terwijl de eerstejaars in het Bachelor College inmiddels worden opgeleid tot brede ingenieurs, staat het leven binnen Urban Design & Planning ook verre van stil. Twee afstudeerateliers zijn inmiddels volop aan de gang, de eerste studenten voeren praktijkopdrachten uit binnen het Urban Lab, en we hebben enkele nieuwe docenten mogen verwelkomen. Turbulente tijden! // Eventcommissie Op woensdag 25 mei wordt er door VIA weer een event georganiseerd. Echter is het dit jaar anders dan anders. Het zal dit jaar meer gericht zijn op een actueel landelijk thema toegespitst op een specifieke locatie in Eindhoven. Op deze locatie zal naar een inleidende lezing vervolgens een casus uitgewerkt worden. //

Lustrumcommissie Op 24 mei 2013 is het zover dan bestaat VIA 20 jaar! Om dit te vieren word er op de dag zelf een lustrumdiner georganiseerd waarbij alle oude en huidige leden van VIA welkom zijn. In de dagen voorafgaand zullen er nog meer activiteiten worden georganiseerd zoals een openingslunch en een tentoonstelling op plaza. // PR-commissie Na weken van voorbereiding is dit ons eindproduct: een gloednieuwe ViaVIA. We hebben ons best gedaan om ook dit keer weer een actueel thema aan te snijden en zo u op de hoogte te houden van belangrijke ontwikkelingen. Ook de communicatie met onze leden heeft een nieuwe impuls gekregen in de vorm van een facebook-pagina en een vernieuwde website. Graag horen we wat u ervan vindt!

Interview met

Faculteit De bouwkunde faculteit is in de ban van nieuwe ontwikkelingen. De mastertrack Building Technology dreigt te worden stopgezet per september 2013. Studenten en docenten zijn hier volop mee bezig. Ondertussen kent de Master richting UDP (Urban Design and Planning) zijn eigen problemen. Ziektes en afwezigheden zorgen voor turbulente tijden. Met de invoering van het Bachelor College zal ook het een en ander gaan veranderen voor de Masters. Wij houden u op de hoogte! //

Verder zijn we vooral bezig geweest met het leggen van contacten met diverse bedrijven. En ook bij ons is het crisis: het behouden van onze huidige en het vinden van nieuwe sponsoren blijft lastig. Daarom zijn wij ook erg blij dat een groot aantal van onze sponsoren een bijdrage aan onze vereniging willen blijven leveren. //

Vind jij het leuk om actief te zijn bij VIA? Wil je graag mensen leren kennen, je vaardigheden verbeteren, betrokken worden bij het onderwijs? Misschien is het bestuur van VIA dan iets voor jou! Heb je interesse? Neem dan contact met ons op. We zijn te vinden op vloer 5 of mail ons op via@bwk.tue.nl //

6

viaVIA


Groeten uit...

Genius Loci – Studievereniging der Landschapsarchitectuur & Ruimtelijke Planning (Wageningen)

POLIS - Platform for Urbanism (Delft)

De naam van onze studie verklapt het al een beetje: onze vereniging herbergt behalve architecten ook ruimtelijke planners, die niet bezig zijn met het ontwerpen van de omgeving, maar meer betrokken zijn met beleidsplannen, structuurvisies en planconcepten. De planologen die hier in de studieboeken zitten kunnen over een tijdje het ruimtelijk beleid van Nederland bepalen.

Wij zijn een platform voor Urbanism, hetgeen betekent dat we ruimte bieden voor diverse activiteiten en initiatieven binnen, maar ook buiten de faculteit. Één van onze hoofddoelen daarbij is de link tussen studenten en de praktijk te versterken. Het opbouwen van relaties met bedrijven is erg belangrijk voor Polis, maar ook voor alle Urbanism studenten, vooral in deze tijd. Om die reden willen we de studenten op onze faculteit helpen om zich beter voor te bereiden op de volgende stap na het afstuderen. Door een overzicht van mogelijkheiden te geven en evenementen te organiseren die focussen op de toekomstige carière.

Als er tenminste nog iets te bepalen valt. De toekomst is niet rooskleurig voor ons vakgebied. Het lijkt er op dat gemeenten, provincies en het Rijk steeds meer moeten bezuinigen en daarom de architect, maar ook de planner weglaten tijdens de inrichting van de ruimtelijke omgeving. Onlangs vond een hevige discussie plaats tussen Wageningse alumni en studenten: denkt men nog wel aan de landschapsarchitect wanneer men een verandering in wil aanbrengen in het landschap? Kan de ontwerper niet weggelaten worden in het proces? Het woordje ‘baankans’ valt regelmatig op de vijfde verdieping van het Forumgebouw, waar de ‘arrogante architecten’ en ‘saaie planners’ hun eigen studioruimten hebben. Beleidsplannen die zijn uitgedacht verdwijnen in de ijskast, omdat er geen geld voor is. Het Rijk laat grote gebiedsvisies in de steek door de ruimtelijke ordening te decentraliseren en geven gemeenten meer verantwoordelijkheden. Ons kabinet is losgeslagen en niet meer te bedaren. Gelukkig wordt de stap om te gaan studeren en werken in het buitenland steeds kleiner. Wie weet verkassen al onze vakmensen misschien wel richting China, vanwege gebrek aan banen hier en een overschot aan ontwikkelingen daar. De tijd zal het leren. //

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

Ons tijdschrift ‘Atlantis’ speelt daarbij een belangrijke rol, als platform waar studenten en (young) professionals kunnen debateren, hun kennis kunnen vergroten en ervaringen kunnen delen. Niet alleen met studenten van onze faculteit in Delft, maar vooral ook met professionals en andere studieorganisaties op het gebied van planning, zoals VIA. Verspreidt over het jaar organiseren we verschillende excursies, lezingen en workshops, maar het meest in het oog springende evenement is de ‘Urbanism Week 2013’. Ook in het najaar van 2013 zal weer een week volledig in het teken staan van Urbanism workshops, debatten en lezingen, zoals dat ook de afgelopen jaren een enorm succes is gebleken. We nodigen jullie dan ook graag uit om deel te nemen aan dit geweldige jaarlijkse evenement waarbij studenten en professionals worden samengebracht. Als nieuw bestuur van Polis zijn we erg enthousiast over het aankomende jaar en kijken we uit naar een jaar vol activiteiten en debat, waarbij we hopen het bereik van ons platform verder te kunnen vergroten. //

7


review Luuk de Rouw

Activiteit van het semester

meerDaagse eXCursIe: LILLe Ook dit jaar is de activiteitencommissie er weer in geslaagd om een Meerdaagse Excursie te organiseren. Ditmaal vertrokken de veertien deelnemers naar de voormalige textielstad Lille. Een stad waar je als stedebouwstudent niet meteen aan zou denken om te bezoeken. Maar het blijkt dat Lille veel meer is dan een grijze industriestad.

8

Lille is een voormalige industriestad in het noorden van Frankrijk. Na het wegtrekken van de industrie moesten en konden grootschalige ingrepen worden gedaan ter verbetering van de structuur van de stad. Er zijn een aantal elementen aanwezig die Lille een succesvolle stad (kunnen) maken. De stad ligt aan de hogesnelheidsverbinding tussen Brussel, Parijs en Londen. Het is dus een erg geschikte stad voor forensen van deze metropolen. De verbetering van de stad na het verdwijnen van de industrie heeft een aantal grote projecten opgeleverd. Het veruit bekendste voorbeeld hiervan is het vernieuwde centrum nabij het station: Euralille. Het masterplan hiervoor is ontworpen door de Nederlandse ‘starchitect’ Rem Koolhaas. Al met al dus genoeg redenen om zelf maar eens te gaan kijken in deze stad, die door vele nog steeds wordt gezien als een verlaten industriestad, maar die veel meer is dan dat. De MDE startte met een regenachtig vertrek uit Eindhoven. Via Antwerpen en Gent waren na een kleine twee uur de buitenwijken van Lille al zichtbaar. Met een korte stop in het hostel werd er vervolgens snel koers gezet richting het centrum voor een eerste echte kennismaking met Lille. Deze was tot grote verbazing van menigeen beter dan ze van tevoren hadden verwacht. Het centrum deed namelijk gezellig en middeleeuws aan met vele slingerende straten en historische panden. Dit in

viaVIA


Deelnemers aan de VIA Stedebouw excursie in het museum ‘La Piscine’

tegenstelling tot de industriële uitstraling die we verwachtten. Ook tijdens de rondleidingen in de daarop volgende dagen werd het steeds duidelijker dat Lille in een transformatie is waarbij het zijn karakter als industriestad aan het verliezen is. Dit wordt veroorzaakt door een zeer groot aantal lopende projecten, verschillend van 16 tot 90 ha, waarmee voornamelijk kantoor- en woonoppervlak wordt gerealiseerd. Ondanks deze grote hoeveelheid aan nieuwbouw is er in tegenstelling tot Nederland ook nog werkelijk vraag naar deze ruimtes. Dit zorgt ervoor dat de huizenprijzen in plaats van zakken alleen maar stijgen tot bedragen waar we als huizenbezitters in Nederland jaloers op zouden zijn.

‘‘Het gebied lijkt een schoolvoorbeeld van ontwerpen in vogelvlucht perspectief. Aan de gebruikswaarde en de werking van deze nieuwe wijken is weinig aandacht besteed.’’

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

Vanuit perspectief van het vastgoed heeft Lille dus vele voordelen. Maar wat heeft Lille te bieden met betrekking tot de Stedebouw? In veel nieuwe uitbreidingsprojecten, zoals het eerder genoemde Euralille, lijkt er weinig rekening te zijn gehouden met de gebruiker. Het gebied lijkt een schoolvoorbeeld van ontwerpen in vogelvlucht perspectief. Aan de gebruikswaarde en de werking van deze nieuwe wijken is weinig aandacht besteed. Door het ontbreken van regels voor de architecten ontstaat er een wildgroei van landmarks en zogenaamde ‘snelwegarchitectuur’. Deze slechte cohesie in vormgeving wordt nog versterkt door de inrichting van de openbare ruimte. Deze is voor de gebruiker enkel plezierig te gebruiken op een zonnige dag en bestaat grotendeels uit zicht groen. Na deze vier dagen in Lille kon er dus geconcludeerd worden dat Lille een goed historisch centrum heeft, maar zodra je als stedebouwkundige in de buitenwijken gaat kijken kom je tot de conclusie dat Lille vooral een voorbeeld is van hoe je als stedebouwkundige niet te werk moet gaan. Er is weinig rekening gehouden met het historische weefsel, en de overgang tussen gebieden is nogal abrupt. //

9


Van de activiteitencommissie

Interview met Luuk de Rouw

Nu we al weer halverwege het tweede semester zijn wordt het eens tijd terug te kijken op de georganiseerde activiteiten van het eerste semester en een vooruitblik te geven op de activiteiten die er in het laatste kwartiel nog komen gaan.

Poolavond Om kennis te maken met het nieuwe bestuur organiseerde de activiteitencommissie weer een poolavond in Poolcentrum The Rex. Op deze avond hebben de leden naast de gezellige sfeer ook meteen kennis gemaakt met het enthousiasme van het nieuwe bestuur. Sinterklaasavond Omdat Sinterklaas op 5 december weer traditioneel met cadeautjes strooide werd VIA natuurlijk ook niet overgeslagen. Echter omdat hij op 5 december al bezet was VIA pas op 6 december aan de beurt. Op deze avond werden er onder het genot van een drankje en veel teveel hapjes de cadeautjes uitgepakt. Iedereen ging aan het einde van de avond naar huis met zijn verworven cadeaus en een maag vol pepernoten. Spellenavond Om een goede reden te hebben om weer een keer gezellig informeel samen te komen werd er ditmaal een spellenavond georganiseerd. Tijdens deze avond werd er kennis gemaakt met een aantal bordspellen waarbij de strijd al snel hoog oplaaide. Maar aan het eind van de avond was deze strijd al snel weer weg zodat we toch nog met z’n allen lang rondom de tafel konden zitten napraten.

10

Workshop ‘‘Ondernemen in crisistijd’’

Workshop ondernemen in crisistijd Vanwege de crisis en de daaruit voortvloeiende krimp aan banen in ons vakgebied is het vinden van een baan steeds moeilijker. Om onder andere die reden startten steeds meer mensen een eigen onderneming. Daarom leek het VIA een goed idee om de mensen van NieuwBlauw, die pas medio 2011 zijn opgericht, een workshop te laten geven over hoe je dat nu precies doet en tegen welke valkuilen je aanloopt. Tijdens de workshop werd er door middel van verschillende casussen nagedacht over gerelateerde onderwerpen zoals teamsamenstelling, kwaliteiten en buisinessplan. Onderwerpen waar je niet meteen aan denkt als je een onderneming opzet, maar die wel van essentieel belang zijn voor het slagen ervan. Herfstlezingen De herfstlezingen zijn een traditie aan het worden bij VIA. Dit keer was het thema: “Citymarketing, zin of onzin?” Gekozen naar aanleiding van programma over de geloofwaardigheid van slogans die steeds meer gemeentes aan hun gemeente koppelen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: I Amsterdam, Zin in Zevenaar, Doe het in Dronten en Liempde Blèft trekke. Als inleiding op dit fenomeen gaf de net gepromoveerde Wouter Jan Verheul een korte uiteenzetting. Hierna was al meteen duidelijk dat zelfs de beste citymarketing campagne zich nooit op alle gewenste doelgroepen kan richten,

viaVIA


Ook in het tweede semester zal de activiteitencommissie weer proberen een aantal leuke en educatieve activiteiten weg te zetten. Voor het laatste kwartiel staan er buiten de kleinere activiteiten zoals de borrels en lunches nog enkele andere activiteiten gepland.

Herfstlezingen ‘‘Citymarketing’’

omdat deze te divers zijn. Om dit te verduidelijken sprak de eerste spreker, Joost Engels, over de citymarketing campagne van Roermond. Joost Engels startte zijn verhaal met het volgende citaat van Michael Porter: “Je moet niet proberen de beste te zijn maar je richten op uniek te zijn.” Roermond richt zich dan ook min of meer op één doelgroep. Vervolgens willen zij met behulp van deze doelgroep de stad in algemene zin verbeteren. Hierbij valt te denken aan een betere infrastructuur en een toegankelijker centrum. Dus ondanks het specifieke karakter worden er uiteindelijk toch meerdere doelgroepen aangesproken. Hierop volgend spraken Hans Dominicus en Erik Braun over de meer algemene kant van citymarketing. Want achter de simpele slogans gaat een hele wereld schuil aan onderzoeken en strategieën. Want wat is precies je doelgroep, wat zijn de kenmerken ervan en hoe bereik je ze? Stuk voor stuk interessante vraagstukken die van belang zijn voor het slagen van een citymarkting campagne.

Design Workshop Ook dit jaar zal er weer een workshopreeks worden georganiseerd om je vaardigheden op te vijzelen. Ditmaal zullen de workshops gaan over het opwerken van een render in photoshop en het vervolgens implementeren in een poster. Want de kwaliteit van je presentatie van jouw ontwerp staat of valt met een aantrekkelijke visualisatie op een goede poster. Lentelezingen Na de interessante herfstlezingen over citymarketing zal er ook in het laatste semester een lezingenavond worden georganiseerd. Het thema van deze avond zal ‘smart cities’ zijn. Want nu en in de toekomst gaan we de openbare ruimte anders gebruiken door de komst van allerlei technologische hulpmiddelen. Denk hierbij een de navigatie, sinds de komst hiervan is het belang van een landmark in dit opzicht aanzienlijk afgenomen. Is al deze technologische vooruitgang wel zo goed voor ons als mens? En hoe moeten wij hierop anticiperen als stedenbouwer? Afsluitende barbecue Ook dit jaar organiseert VIA weer een afsluitende barbecue! Op 5 juli de laatste dag van het collegejaar kunnen we gezellig rond de barbecue het afgelopen jaar en de vakantieplannen doornemen. Tot op de volgende activiteit!

Na de lezingen werd nog nagediscussieerd over de campagnes van Roermond en Amsterdam. Welke methode werkt het beste? Citymarketing wordt voor steden een manier om zich te onderscheiden, maar de omschrijving ervan is divers en moeilijk te vatten. //

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

11


Advertentie

Advertentie 12

viaVIA


What makes the world go round

Iedereen heeft natuurlijk De Vastgoedfraude gelezen. Verplichte kost, ook voor stedebouwers. Ik was verrast dat de min of meer gelijknamige VPRO-serie zo’n prachtige aanvulling was op wat we al wisten. Een schelmenroman, dat is misschien een goede typering. In de hoogtijdagen werd er niet al te moeilijk gedaan over een paar miljoen. Er werd zoveel verdiend dat het niet echt uitmaakte. Het Openbaar Ministerie heeft zich moeten beperken tot het Bouwfonds en directe omgeving en dat heeft al miljoenen aan belastinggeld gekost. Maar er zijn honderden van dit soort affaires waar geen tijd en geld voor is om die uit te pluizen. En dat gaat gewoon door. Niet alleen in de bouw, maar ook bij corporaties, bij de onderwijskolossen, ziekenhuizen, verzekerings-maatschappijen, banken, thuiszorg en kinderopvang. Om niet te spreken van Brussel, de ministeries en onze gemeenten. Per saldo blijkt Nederland niet principieel te verschillen van de gemiddelde bananenrepubliek. Dus vind je een toekomst als stedebouwer voor jou niet lucratief genoeg, dan kun je met een witte boord en stropdas ver komen. Misschien wel beter om rechten te gaan studeren. Want voor het geld moet je hier geen stedebouwkundige worden. Als eigenaar van een flink bureau was het nog wel interessant, maar zij hebben de waarde van hun oudedagsvoorziening in de afgelopen 3 jaar zien decimeren: een stedebouwkundig bureau is nu nagenoeg onverkoopbaar. Als werknemer of ambtenaar mag je tegenwoordig blij zijn met een onderwijzerssalaris; zeker de starters.

‘‘Je wordt stedebouwkundige omdat het zo’n machtig mooi vak is: letterlijk vorm geven aan de

Column Jaap Margry

Je wordt stedebouwkundige omdat het zo’n machtig mooi vak is: letterlijk vorm geven aan de samenleving. Je idealen opgetrokken zien worden in ruimten en in gebouwen, in de samenhang die wij zelf bedacht hebben. Strooien met groen en water. We voelen ons bruggenbouwers, letterlijk en figuurlijk, de integralisten bij uitstek. Diep in ons hart vinden wij ons beter dan de anderen. We zijn toch maatschappelijk veel verantwoordelijker dan die arrogante architecten met hun uitpuilende ego’s? Veel artistieker en cultureler dan die suffe technocraten van verkeer en milieu, en dan de planologen met hun regeltjes en onderzoeken die straks allemaal vergeten zijn. Veel integerder dan de projectontwikkelaars, socialer en beschaafder dan de graaiende corporatie¬bureaucraten! Wij zijn de scheppers van woonmilieu’s en ruimtelijke kwaliteit, en dan worden we afgescheept met een fooi! Wat doen we verkeerd, dat we zo weinig herkend worden? Dat initiatiefnemers niet eens aan ons denken en meteen een architect in de arm nemen? Dat serieus ons bestaansrecht ter discussie werd gesteld? Dat zelfs je eigen vrouw zich afvraagt wat je nou de hele dag aan het doen bent. Met een krachteloos vergaderclubje als de BNSP in plaats van een geoliede PR-machine! Waar bureaudirecteuren mooi weer verhalen ophangen terwijl iedereen wordt ontslagen. Er is geen onderling overleg, de tarieven glijden eindeloos af, iedereen houdt de schijn op, bang voor gezichtsverlies. De gelatenheid waarmee alles plaatsvindt is onthutsend. Toch te weinig ego en stardom? In de maatschappelijke herschikking die we thans beleven ben ik razend benieuwd hoe wij stedebouwkundigen straks uit de strijd te voorschijn zullen komen. Een dichtbevolkt en hoogontwikkeld land als het onze heeft natuurlijk ruimtelijke regie nodig, ook in tijden van krimp. Als de politiek dat niet ziet, zullen we onze bescheidenheid af moeten gooien. Of onze kansen pakken in het booming buitenland! //

samenleving.’’

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

13


Themakatern

HeaLtHY CItIes

1414

Thema: Healthyvia Cities VIA


‘Healthy cities’ lijkt het nieuwe toverwoord in de stedebouw. Het wordt aangedragen als oplossing voor diverse problemen rond obesitas en vergrijzing. In dit themakatern kunt u meer lezen over de verschillende aspecten van een gezonde stad. Hoewel het begrip ‘Healthy Cities’ relatief nieuw is, is de gedachte erachter dat zeker niet. Met de opkomst van de hygiënische beweging, in de 19e eeuw, zijn er al grote stappen gezet richting een gezondere stad. Waar de stad eerst een bron van ziektes en armoede was, is de stad steeds meer een symbool geworden voor vooruitgang en culturele bloei. Een bekende naam in de wereld van de gezonde stad is de wetenschapper John Snow. Hij ontdekte in 1854 dat de cholera epidemie in Londen werd veroorzaakt door een besmette waterpomp. Na deze ontdekking werd de stad steeds schoner, en steeds gezonder. Latere stromingen, zoals het idee van de Tuinstad van E.Howard, hebben bijgedragen aan het groen in de stad. Al deze historische ontwikkelingen samen hebben veel betekend voor de stad. De vraag blijft echter actueel: Hoe houden we de stad gezond? Er zullen altijd nieuwe maatschappelijke ontwikkelingen zijn die de gezondheid van de mens, en dus van de stad, aantasten. In dit thema katern vindt u informatie over de verschillende problemen van de moderne stad, en hoe deze opgelost kunnen worden door de ‘Healthy City’. Het thema sluit aan op een van onze lustrum activiteiten, de Casestudy. Dus wilt u na het lezen van dit katern meer weten over ‘Healthy Cities’ dan is deze activiteit een aanrader! // ‘‘Mens sana in corpore sano ; een gezonde geest in een gezond lichaam’’ - Juvenalis, Romeins schrijverAfbeelding: Jacopo Werther- Turia, Valencia.

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

1515


Ontwerpburo’s over het thema

Buro Lubbers, MTD, Atelier Dutch

wat Is De HeaLtHY CItY?

Buro lubbers Kim Thehu Waar we leven beïnvloedt onze gezondheid. Zeker in steden hebben verkeer, (lucht)vervuiling, geluidsoverlast en sociale isolatie van kwetsbare groepen effect op ons fysiek en mentaal welzijn. Als groene ontwerpers van stedelijke ruimte streven wij naar het verbeteren van de fysieke en sociale leefomgeving van bewoners en gebruikers. Gezondheid is niet zozeer een apart punt op onze ontwerpagenda, als wel inherent aan onze ontwerpvisie. De kern van ons vak is om plekken te creëren waar mensen goed, gelukkig en gezond kunnen leven. De wereldwijde aandacht voor Healthy Cities juichen wij dan ook van harte toe.

‘‘Waar we leven beïnvloedt onze gezondheid. Zeker in steden...’’ Onze medicijnkast toont verschillende ontwerpmiddelen om de stad vitaal te maken. Ze variëren van het creëren van ecologische meerwaarde, het aansluiten op landschappelijke structuren en het realiseren van een duurzame waterhuishouding tot het ontwerpen van fiets- en wandelroutes, plekken voor sport, recreatie en ontspanning. Sociale verbondenheid stimuleren we zowel in het participatief proces als in het uiteindelijke

1616

gebruik van de ruimte. Een ander efficiënt middel dat we vaak toepassen is het vergroenen van de stad. Op maaiveld en dak, als stedenbouwkundige drager en op plein, groen is gezond voor lichaam en geest. MTD Landschapsarchitecten Minke Mulder MTD landschapsarchitecten is een ontwerpbureau voor de buitenruimte in de meest brede zin. De ‘genius loci’, de karakteristieke ruimtelijke kenmerken en ontstaansgeschiedenis van een plek, vormen een essentiële inspiratiebron; hiermee krijgen de ontwerpen een duurzame basis en ontstaat een gezonde leefomgeving. Een landschapsarchitectonisch ontwerp heeft grote invloed op de leefomgeving op zowel sociaal, economisch als fysiek vlak. Als ontwerper opereren wij als inspirator en visualisator van ideeën, die ontstaan in constante dialoog met opdrachtgevers, bewoners en andere belanghebbenden. Op deze manier ontstaat een gedragen plan: de ruimte wordt ‘van hen’. Dit is de sociale component van een ‘healthy city’. Op economisch vlak kan een ‘healthy city’ ontstaan door het vergroten van de verzorgingspositie van een stad. Het gaat om bijvoorbeeld het versterken van de leefbaarheid en de aantrekkelijkheid voor nieuwe bewoners. Deze economische kant van

Thema: Healthyvia Cities VIA


Healthy City: Het Jeroen Bosch ziekenhuis (MTD Landschapsarchitecten)

een ontwerp is lastig te kwantificeren. Echter de praktijk laat zien dat het opknappen van openbare ruimten, het ontwerpen van unieke groene woonmilieus en betekenisvolle groene ruimten een positieve bijdrage levert. Op fysiek vlak kan een ontwerp door zijn groen en duurzaam karakter een positieve invloed hebben op de gezondheid van mensen en de aantrekkelijkheid om in een bepaalde omgeving te wonen. MTD landschapsarchitecten zet dit aspect van de ‘healthy city’ centraal in elk ontwerp. Daarnaast ontwerpen wij ook specifieke ‘green health environments’: groengebieden die actief bijdragen aan de gezondheid van hun gebruikers, zoals de buitenruimte van ziekenhuizen en zorgcomplexen. Landschapsarchitectuur is dé discipline die het ‘healthy city’ concept van nature toepast en verder kan ontwikkelen naar de toekomst toe.

Een gezonde stad combineert wonen, werken en recreëren en heeft duurzaam vervoer (openbaar vervoer, goed fietsnetwerk). In een gezonde stad wordt productie en consumptie dicht bij elkaar gelegd: werken aan huis, energieopwekking op je eigen dak, stadslandbouw. In een gezonde stad wordt het afval opnieuw een grondstof (hernieuwbare materialen, restwarmte).

Atelier Dutch Rob van der Velden

Door een integrale benadering van ons vak stedenbouw, kunnen we een gezonde en duurzame stad bereiken. Denken over de eigen grenzen heen, samenwerken met andere disciplines. Maak geen ‘gescheiden’ stad, maar een integrale stad. Een ‘Healthy City’. //

De ‘Healthy City’ gaat over meer dan ‘zorg en zorghuisvesting’. De ‘Healthy City’ is een stad waarvan de bewoners en gebruikers niet alleen nemen, maar ook geven. De ‘Healthy City’ is een stad die, meer dan een normale stad, uitgaat van het cyclisch denken. Dus niet alleen denken vanuit het productieproces, en zelfs niet alleen het lifecycle-proces, maar van wieg tot wieg (cradle to cradle).

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

‘‘Door een integrale benadering van ons vak stedenbouw, kunnen we een gezonde en duurzame stad bereiken.’’

1717


Programmatie van groen

Paul Winkelmolen

groeN aLs sPeerPuNt VaN De reVoLutIe! Voortschrijdend inzicht Sinds de industriële revolutie is de gezondheid en de daarbij behorende stedebouwkundige ontwikkeling een belangrijk thema in het vakgebied. Vanuit de tuinstad-ideeën van Ebenezer Howard en de ruimtelijke plannen van Le Corbusier kan er zelfs gesteld worden dat de ideeën van deze twee, een grote bijdrage leveren aan ‘revoluties binnen de stedebouw’. Misschien overbodig om te vermelden, maar ook deze twee revolutionaire ontwikkelingen gingen hand in hand met de (her)programmatie van groen als één van de kernkwaliteiten in (stedelijke) leefgebieden. Op dit moment staan we voor een nieuwe revolutie. De laatste decennia is er veel onderzoek gedaan naar het leefklimaat in de stad. Hieruit blijkt dat een groene omgeving een positieve bijdrage levert aan tal van lichamelijke en sociologische processen. In de gezondheidszorg blijkt een groene omgeving het herstel van patiënten te versnellen en het sociale leven in een groene publieke ruimte is doorgaans van hogere kwaliteit. Voortbordurend op deze kennis, is ook het belang van groen al meer dan eens aangetoond als het gaat om het ontwikkelen van ‘duurzame, slimme’ steden. Daarnaast ontwikkelde ‘Urban Climate Strategist’ Boyd Cohen een ‘duurzaamheidsschijf voor steden’ waarin groen een kernfactor is, verdeeld over verschillende kerndelen in de schijf. Op basis van deze kennis, wordt het hoog tijd om het belang van groen nogmaals te benadrukken.

1818

Om continuïteit in leefkwaliteit voor de stadsbewoner te kunnen garanderen zijn we hard op zoek naar een meer duurzame, slimme manier van stedelijke ontwikkeling. Zoals gezegd, blijkt uit de literatuur dat groen van positieve invloed is op verschillende aspecten in ons dagelijks leven, iets dat nogmaals onderstreept wordt door Cohen’s ‘Smart Cities Wheel’. Daar waar de factoren Green Urban Planning en Urban Farming (als onderdeel van Smart Productivity) een rechtstreekse verwijzing zijn naar de mogelijkheden van een ruimtelijk ontwerper om méér groen toe te passen, verwijzen andere kerndelen (Smart Living) en factoren (Inclusive Society) naar sociale processen die een positieve impuls krijgen door het groen in onze omgeving. Gezondheid Het groeiende aantal mensen in de stad, gecombineerd met een veranderende levensstijl zorgt ervoor dat we een grote uitdaging zullen moeten aangaan om stress gerelateerde ziektes te bestrijden. In dit kader is het belangrijk om te weten hoe de visuele omgeving invloed uitoefent op het algemene niveau van gezondheid en welzijn en daardoor kan bijdragen aan een vermindering van stress. Groenelementen hebben een sterke invloed op de perceptie van de omgeving. De relatie tussen landschapselementen en de effecten op de gezondheid worden al lange tijd in vele verschillende culturen en samenlevingen waargenomen en erkend.

Thema: Healthyvia Cities VIA


Boyd Cohen - Smart Cities Wheel (2012)

Sociale samenhang In termen van maatschappelijk welzijn draagt stedelijk groen bij aan de sociale interactie en het samenbrengen van mensen, vermindert het negatieve sociale gedrag, zoals agressie en geweld. Studies wijzen er ook op dat de aanwezigheid van meer groene ruimten geleid tot meer face-to-face contacten die sociaal kapitaal versterkt in het gebied. Dit speelt een belangrijke rol bij het bevorderen van sociale cohesie en identiteit. Groene ruimten dragen daarnaast ook bij tot het ontstaan van een ‘locatie specifieke identiteit– iets dat een belangrijke rol speelt bij het bevorderen van de sociale samenhang.

‘‘Waarom gaan we niet uit van kwaliteiten, in plaats van eisen die gesteld worden door anderen?!’’ Minder criminaliteit In sterke relatie met de voorgaand omschreven sociale cohesie zorgt groen ook voor minder criminaliteit. Dit is volgens Kuo (2003) verbazingwekkend eenvoudig te verklaren doordat in woonwijken de “kale, boomloze ruimtes” vaak worden aangeduid als “no man’s land”. Dit ontmoedigend omwonende

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

tot gebruik, waardoor het een meer interessante plek wordt voor hangjeugd en (kleine) criminaliteit. De aanwezigheid van bomen en goed onderhouden groen kan een “no man’s land” omvormen tot een aangename, gezellige, goed gebruikt ruimte waardoor de kans op criminaliteit vermindert. Conclusies Als stedebouwkundige ben je veelal bezig met het ‘ontwikkelen en ontwerpen van de plek’ met daarbij een hoofdrol voor de gebruikers. Als we van voorgaande informatie uitgaan, wordt het van belang dat we de woon- en leefomgeving van de stadsbewoner gaan verbeteren door goed te kijken naar de (groene) kwaliteiten van de locatie. Harder gesteld: Waarom gaan we niet uit van de kwaliteiten in plaats van de eisen die gesteld worden door anderen?! Wij als ontwerpers, kunnen – eigenlijk móeten – groen als één van de pijlers in ons ontwerp nemen. Alleen dán ontstaat er een ontwerp dat altijd de groene kwaliteit heeft om op alle facetten succesvol te worden. Geef de stadsbewoner zijn leefomgeving terug, met daarin een groot oppervlak aan groene (recreatie)ruimte! // * Meer informatie over dit ontwerp en een bronnenlijst kunnen opgevraagd worden bij de auteur. Paul Winkelmolen is landschapsarchitect (Bsc) en studeert op dit moment af met een onderzoek naar de invloed van groen op de perceptie van de openbare ruimte. www.paulwinkelmolen.com

1919


Invloed van de vergrijzing op de stad

Jasper Massink

meer DaN roLLatorsNeLwegeN! Iedereen weet dat de Nederlandse samenleving aan het vergrijzen is. Over 7 jaar is 1 op de 5 Nederlandse inwoners ouder dan 65.. De enorme consequenties op organisatorisch en financieel gebied worden regelmatig in de politiek en media besproken. Maar hoe zit het eigenlijk met de gevolgen van vergrijzing voor de stedebouw? Tot eind jaren 90 werden ouderen voornamelijk in verzorgingstehuizen gehuisvest, maar tegenwoordig is het beleid erop gericht om de mensen zo lang mogelijk thuis te houden. In vaktermen betekent dit dat de focus van ‘intramurale’ zorg naar ‘extramurale’ zorg is verschoven. Redenen hiervoor zijn zowel het welzijn van de ouderen (die blijven graag zo lang mogelijk in de vertrouwde omgeving), maar vooral ook de financiële voordelen. Dit heeft natuurlijk gevolgen voor de ruimtelijke zonering van functies. Daarnaast zullen ook de inrichting van de openbare ruimte en de gebruikte bebouwingstypologieën veranderingen ondergaan. In dit artikel zal op deze drie onderdelen nader worden ingegaan, waarbij de focus wordt gelegd op de stedebouw in de grote stad. In het landelijk gebied zal vergrijzing tevens van grote invloed zijn, maar vanwege verschillen in voorzieningenniveau en dichtheden is de studie hiervan een vak apart.

‘‘Hoe zit het eigenlijk met de gevolgen van vergrijzing voor de stedebouw?’’

2020

Ruimtelijke zonering: het concept van de woonzorgzone Zijn er al voorbeelden van integrale ruimtelijke beleidsconcepten op het gebied van zorg in Nederland? Jazeker, naar Deens voorbeeld is door de Stichting Architectenonderzoek Gebouwen Gezondheidszorg (STAGG) een ruimtelijk wijkconcept ontwikkeld voor extramurale zorg. Het model is al behoorlijk oud (2000), maar de invloed ervan op de ruimtelijk ordening is aanzienlijk. De zorgfuncties worden in het STAGG-model onderverdeeld in drie hoofdgroepen: - Haalfuncties: zorgfuncties die worden gehaald door de gebruiker, zoals: recreatieve activiteiten en boodschappen doen. Ook het gebruik van sociale ontmoetingsplekken behoort tot deze categorie. - Brengfuncties: zorgfuncties die worden gebracht door de aanbieder, zoals: thuiszorg, woningonderhoud en maaltijdservice. - Functies die intern worden geleverd, waarbij de zorgaanbieder en de cliënt zich op dezelfde plek bevinden. Het gaat hierbij om de meer intensieve zorg met 24-uurs toezicht. In het STAGG-model bestaat een woonzorgzone uit een wijk met ongeveer 10.000 inwoners. Zo’n wijk wordt weer onderverdeeld in 16 buurten met een diameter van circa 300 meter waar ongeveer 600 mensen kunnen wonen. De zorgfuncties worden verdeeld over drie typen ruimtelijke eenheden die in elke woonzorgzone aanwezig zouden moeten zijn:

Thema: Healthyvia Cities VIA


Het STAGG-model en de drie hoofgroepen van zorgfuncties

- Een zorgkruispunt; - Een coördinatiepunt; - Een activiteitencentrum.

openbare ruimte, voorzien in voldoende rustpunten en de voorwaarde dat openbaar vervoer altijd binnen driehonderd meter loopafstand moet zijn.

Het zorgkruispunt ligt centraal in de wijk en voorziet in het intramurale zorgaanbod met o.a. 24-uurs toezicht. Vanuit het zorgkruispunt kan ook 24-uurs zorg worden aangeboden aan de wijk. Het zorgkruispunt kan een klein medisch centrum bevatten, een ziekenboeg voor kortdurende opname van thuiswonende ouderen en een dagopvang. Het punt hoeft niet enkel zorg te bieden aan ouderen, maar kan ook zorg bieden aan andere wijkbewoners en kan dus gecombineerd worden met een plaatselijk ziekenhuis. Voor de gecoördinatie van de zorgfuncties is er een speciaal coördinatiepunt, waar wijkbewoners daarnaast informatie en advies kunnen inwinnen. Dit kan gesitueerd zijn in hetzelfde gebouw als het zorgkruispunt. Voor de haalfuncties voorziet het STAGG-model vier activiteitencentra die elk vier buurten bedienen. De activiteitencentra dienen op loopafstand van het zorgkruispunt te liggen (op maximaal driehonderd meter afstand). Deze centra bevatten functies als: recreatieve, culturele en hobby-activiteiten, dagopvang, fysiotherapie en een restaurant of café. Met deze zonering probeert het STAGG model aan de zorgbehoeften van de inwoners te voldoen, terwijl ze toch zoveel mogelijk zelfstandig kunnen leven. Verbindingen tussen de woningen en de faciliteiten zijn natuurlijk ook belangrijk. Het STAGG model doet daar echter alleen enkele algemene aanbevelingen voor, zoals het obstakelloos maken van de

In Nederland groeide in het begin van het nieuwe millennium het aantal woonzorgzones explosief en op dit moment zijn er ruim tachtig. Overigens wel onder verschillende namen zoals: woon-servicecentrum, woonzorg-servicecentrum, woon-servicepunt of levensloopbestendige wijk. Om financiële redenen is het concept veel toegepast in combinatie met nieuwbouw, in plaats van de bestaande bebouwing aan te passen. Daarom bevinden de woonzorgzones zich meestal of in Vinex-wijken, of wijken uit de wederopbouwperiode, die op dit moment in de grote steden als gevolg van stedelijke vernieuwing en inbreidingsstrategie herontwikkeld worden. Het gaat hier om samenwerking tussen de gemeente, zorgaanbieders, woningcorporaties en projectontwikkelaars. In de ontwikkeling van deze wijken is in het verleden veel misgegaan. Vaak zorgde het omzetten van de abstracte ideeën van het STAGG-rapport in concrete plannen voor problemen. In veel gevallen werd het woonzorgzoneconcept nog als part of the deal gezien. Zo is in het verleden in bepaalde wijken het concept te laat bij het proces betrokken, waardoor bijvoorbeeld de verkavelingsvormen al vastlagen en niet voor het woonzorgzoneconcept geschikt waren. Ook zijn er vaak problemen geweest met tegenstrijdige belangen van verschillende actoren. Bijvoorbeeld tussen de belangrijkste zorgaanbieder die probeert het monopolie in de wijk op te eisen en de particuliere thuiszorg.

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

2121


Catalogus van Stedebouwkundige principes (Charlotte Cammelbeeck 2011)

De openbare ruimte Cruciaal voor de werking van het STAGG-concept is de openbare ruimte. Dit geldt met name voor de relatie tussen de haalfuncties en de woningen, waarbij de ouderen vrijwillig naar buiten gaan. Verschillende onderzoeken hebben aangetoond dat de bebouwde omgeving en de openbare ruimte aanzienlijke invloed hebben op de fysieke activiteit van de inwoners. De meeste stedebouwers onder ons kennen vast het beroemde onderzoek van Jan Gehl, waarbij hij aantoont dat een goede openbare ruimte prikkelt tot een stijging van de zogenoemde optionele activiteiten, wat leidt tot een toename van de sociale activiteiten. Wat is dan een goede openbare ruimte voor ouderen? Het onderzoeksgebied van dit onderwerp staat nog in de kinderschoenen. Erg interessant is het afstudeeronderzoek van Charlotte Cammelbeeck uit 2011 aan de TU Delft. Op basis van theoretisch en empirisch onderzoek heeft zij een catalogus gemaakt, bestaande uit 39 stedebouwkundige principes. Bij de principes is veel aandacht voor de lokale kwaliteiten van de omgeving. Daarnaast worden kleine bouwblokken met gemengde functies en een hoge mate van permeabiliteit voorgesteld in een onregelmatig stratenpatroon. Er moet een heldere relatie zijn tussen het plint en de openbare ruimte. De straten moeten kort zijn, met een duidelijk oriëntatiepunt of landmark aan het eind en moeten een duidelijke zonering hebben, met veel ruimte voor de voetganger. Verder moeten de straten zo min mogelijk kruispunten bevatten en zo veel moge-

2222

lijk gebruikmaken van T- en Y-splitsingen. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan de creatie van kleine, informele pleintjes. De principes hebben als doel de bebouwde omgeving leesbaar te maken, lokale kwaliteit te geven en ontmoeting en sociale cohesie in de openbare ruimte te creëren. Ze doen daarom denken aan de principes van theoretici als Jane Jacobs, Jan Gehl en Kevin Lynch. Daarnaast bestaan ook nog enkele oudere en meer specifieke voorstellen, zoals na elke 125 meter een bankje om te rusten, voldoende publieke toiletten, enkele voorstellen om de openbare ruimte obstakelloos te maken, primaire faciliteiten op maximaal 500 meter afstand en secundaire faciliteiten op uiterlijk 800 meter afstand. De bebouwingstypologie Over de bebouwingstypologie is al veel geschreven en daarom wordt het hier kort behandeld. De nieuwste trend is de levensloopbestendige woning. Dit houdt globaal in dat de ruimtes zich op één niveau bevinden en makkelijk aanpasbaar zijn, met het idee dat men er het hele leven in kan blijven wonen. Daarnaast wordt het concept van de smart house ook steeds verder ontwikkeld. Met behulp van domotica kunnen ouderen langer zelfstandig hun huishoudelijke taken uitvoeren en kunnen ze bovendien veel beter worden gemonitord. Eindhoven loopt trouwens voorop in Nederland wat betreft de ontwikkelingen op dit gebied; het slimste huis van Nederland staat momenteel in de lichtstad (zie: www.smart-homes.nl). Bij de bestaande woningvoorraad zorgt de verticale verplaatsing vaak voor de

Thema: Healthyvia Cities VIA


Huisvesting van ouderen dichtbij een winkelcentrum zou een prima financiering kunnen zijn voor de vernieuwing van deze centra.

grootste problemen. Huizen in vooroorlogse wijken met een dichte bebouwing zijn daarom het moeilijkst aanpasbaar.

‘‘Wat in ieder geval duidelijk is, is dat de vergrijzing op het gebied van de stedenbouw enorm veel uitdagingen en mogelijkheden biedt.’’ Reflectie Veel van de woonzorgzones bevinden zich in wijken uit de wederopbouwfase. Logisch, omdat daar nu veel wordt herontwikkeld, en zodoende is het ook mogelijk om de bestaande woningvoorraad te vervangen door levensloopbestendige woningen. Daarnaast zijn de bestaande woningtypologieën in deze wijken vaak prima aanpasbaar. Nadeel is dat deze wijken van origine monofunctioneel in opzet zijn en de openbare ruimte vaak gericht is op autogebruik. Deze wijken bevatten vaak ook winkelcentra gebaseerd op de auto, die dringend aan vernieuwing toe zijn. Daarnaast vind er in de ruimtelijke zonering een trend schaalvergroting en clustering plaats, wat inhoud dat decentrale faciliteiten steeds meer zullen verdwijnen. Dat zou ook kunnen betekenen dat ouderenvoorzieningen steeds meer geclusterd worden. Bovendien zijn ouderen ook goede

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

consumenten en daarnaast minder gevoelig voor internetshopping. Zou het niet mogelijk zijn om deze winkelcentra te transformeren tot levendige centra met gemengde functies door er ouderenwoningen te bouwen? Huisvesting van ouderen dichtbij een winkelcentrum zou een prima financiering kunnen zijn voor de vernieuwing van deze centra. Dit zou een mooie gelegenheid kunnen zijn voor een integrale aanpak, waarbij de uitgangspunten voor de zonering, openbare ruimte en bebouwingtypologieën worden gecombineerd. Het is maar een idee. Wat in ieder geval duidelijk is, is dat de vergrijzing op het gebied van de stedenbouw enorm veel uitdagingen en mogelijkheden biedt. Het zou mooi zijn om een concept te ontwikkelen dat verder gaat dan het creëren van rollatorsnelwegen. Dat zou een integraal concept moeten zijn dat ruimtelijke functiezonering, de inrichting van de openbare ruimte en de bebouwingstypologie bij elkaar brengt. Het woonzorgzoneconcept is een eerste poging, maar is na 2005 in diskrediet geraakt, toen veel projecten mislukten als gevolg een slechte uitvoering. Hoe komt dat precies? Bovendien is de theorie achter het woonzorgzoneconcept meer dan jaar oud. Actualisatie van een dergelijk concept en de toepassing daarvan is een mooie opgave voor de stedebouw. //

* Meer informatie over dit ontwerp en een bronnenlijst kunnen opgevraagd worden bij de auteur, Jasper Massink.

2323


Healthy Neighbourhood

Nick De Graaf

De steDeLIJke VerDeLINg VaN geZoNDHeID ‘Proficiat, en nog vele jaren in goede gezondheid!’ Mijn opa komt nog steeds elke verjaardag van mij met dezelfde wens. En mocht mijn begrijpende, instemmende blik net niet duidelijk genoeg zijn, wil hij mij nog wel eens bij de schouders pakken en uitleg geven: ‘want dat is het aller belangrijkste jongen, niet geld of een groot huis: zonder gezondheid geen geluk.’ Echter, het valt het mij al een tijd op dat deze twee begerenswaardigheden, geld en gezondheid, dichter bij elkaar liggen dan deze uitspraak doet vermoeden. En om deze gedachte te sterken, krijg ik na deze geluks-... ehm... gezondheidswensen steevast van oma mijn verjaardagsenvelop aangereikt. Ik vraag me al lange tijd af of mijn opa en oma de paradox hierin zien. Kader Binnen de relatie tot gezondheid en economische klasse kunnen we als eerste natuurlijk wijzen op de ongelijke verdeling van geld in de wereld en wat dat voor invloed heeft op de gezondheid, die gerekend wordt in levensverwachting of aantal jaren in goede gezondheid. De grote problemen in Afrika en in de sloppenwijken van de grote steden in Zuid Amerika mogen niet ontkend worden, maar in dit artikel zoek ik het iets dichter bij huis. De vraag die in dit blad gesteld dient te worden gaat

2424

over wat ontwerpers en planners van steden kunnen betekenen voor de gezondheid van de stedeling. Ruimtelijke verdeling van gezondheid Ondanks dat termen als sociale cohesie, sociale duurzaamheid en social design (en de mix van sociale klassen die hierbij altijd genoemd wordt) vaak één van de peilers zijn waar de stedebouwkundige ontwerpen en strategieën van de afgelopen jaren op rusten, tonen analyses van Nederlandse steden vaak onderscheid aan in economische en sociale klasse tussen de verschillende wijken en stadsdelen. Ook in Nederland kunnen we dus onderscheid maken in armere en rijkere wijken. De erkenning daarvan resulteerde bijvoorbeeld in het aanwijzen van de wijken die extra aandacht behoeven door minister Vogelaar een aantal jaren terug. Het verschil in arm en rijk in de stad is vaak dus ook ruimtelijk waar te nemen. Maar betekent dat ook een ruimtelijk verschil in gezondheid? Naar onderzoek van het CBS (2009) is het verschil in levensverwachting tussen Nederlanders met een hoge en die met een lage opleiding 6 tot 7 jaar. Het verschil in aantal jaren dat deze groepen doorbrengen in goede gezondheid is 16 tot 19 jaar. Het is makkelijk om dit af te schuiven op de verschillende manieren van leven van de verschillende sociaal-economische klassen.

Thema: Healthyvia Cities VIA


Sportruimtes langs de Groenewoudseweg, Woensel West, Eindhoven (Nick De Graaf)

‘‘...wat ontwerpers en planners van steden kunnen betekenen voor de gezondheid van de stedeling.’’ Zoals Johan Mackenbach in 2009 al in de Volkskrant betoogde: “Vaak wordt het feit dat gezondheidsverschillen samenhangen met ‘leefstijl’ aangegrepen om ze dan maar aan de eigen verantwoordelijkheid van mensen over te laten. Dat ongezonde gedragingen systematisch vaker vóórkomen onder mensen met lagere sociaal-economische posities, wijst er echter op dat deze verschillen niet berusten op verschillen in vrije gedragskeuzen”. Drie in ditzelfde artikel gegeven redenen voor de gezondheidsverschillen geven ook aan dat ongezonder leven niet altijd een keuze is: lager opgeleiden lopen meer gezondheidsrisico’s op het werk, voor hoger opgeleiden is sporten vanaf jonge leeftijd makkelijker en gezond eten vaker mogelijk door een betere economische positie, hierdoor zijn een sportief en slank postuur veelal kenmerken van iemands sociale positie. Mag het in onze samenleving nog zo zijn dat opleidingsniveau en de vaak daaruit volgende sociale en economische klasse je

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

levensverwachting dermate bepalen? Voor diegene die niet direct een antwoord kunnen formuleren op deze vraag raad ik aan de film ‘In Time’ van Andrew Niccol (2011) te bekijken (waarmee ik overigens niet wil zeggen dat dit een “must-see” is, maar het gedachte-experiment van de regisseur is de moeite waard te overdenken). Verantwoordelijkheid De hiervoor beschreven oorzaken van de gezondheidsverschillen lijken meer sociaal-maatschappelijk dan ruimtelijkstedebouwkundig. Maar ook het stedebouwkundig vakgebied kan zijn sociaal-maatschappelijke verantwoordelijkheid hierin nemen. In de afgelopen jaren hebben we dit in de Vogelaarwijken ook al gezien. De gedachte betreffende gezondheid bij deze wijken is dat sport- en groenvoorzieningen in deze wijken meer aanwezig moeten zijn, om kinderen en ouderen de kans te bieden buiten (en binnen) te sporten of buiten te vertoeven (Paul Winkelmolen betoogt elders in dit volume al dat stedelijk groen en de gezondheid van de stedeling een hechte relatie hebben). Terwijl in wijken waar de rijkere economische klasse woont so wie so al meer sport- en groenruimtes voorkomen, heeft deze klasse daarnaast ook het geld om hun kinderen naar sportclubs

2525


Woensel West, uitkijkend op schoorstenen, Eindhoven (Nick De Graaf)

te sturen en zelf een dag, of langer, meer natuurlijke oorden op te zoeken. Het besef voor welke sociaal-economische klasse men ontwerpt, is onontbeerlijk wanneer men aan de gang gaat met het begrip ‘healthy-city’, omdat de wijken met een lager inkomens-niveau dus een ander soort aandacht verdienen. Het verschil in gezondheid tussen sociaal-economische klasse heeft vaak ook een directe ruimtelijke oorzaak. In 2004 concludeerde Kruise en Bouwman (2004) al dat, in de regio Rijnmond, wijken met een lager inkomensniveau een slechtere milieukwaliteit hebben. Dit wordt vooral veroorzaakt door de nabijheid van wegen, treinrails, vliegvelden en vuilnisbelten. Meer internationale studies tonen aan dat wijken met een lager inkomensniveau vaker in de buurt liggen van fabrieken en andere vervuilende bedrijvigheid. Dat hun bewoners hierdoor een groter gezondheidsrisico lopen behoeft geen uitleg. In stedelijke planning zijn deze wijken nog steeds een ondergeschoven kind.

infectieziekten bewerkstelligd. (Een daling die overigens vrijwel volledig aan de lagere sociaal-economische groepen ten goede kwam). Ook toen al werden ruimte, groen en sociale cohesie opgenomen in menig stedenbouwkundig plan. Een mooi voorbeeld hiervan is Berlage’s plan Zuid in Amsterdam, waar in één wijk de drie door Berlage zelf benoemde klassen (arbeidersklasse, middenklasse, hogere klasse) wonen, en groen en stedelijkheid zonder problemen samengaan. De laatste 40 jaar zijn de gezondheidsverschillen tussen de sociaal-economische klassen in Nederland weer opgeklommen. De verschillen hebben niet altijd een ruimtelijke oorzaak, maar manifesteren zich in elk geval ruimtelijk. Misschien kunnen we anno 2013 als stedelijke planners en ontwerpers onder het mom van de Healthy City weer het voortouw nemen! // * Meer informatie over dit ontwerp en een bronnenlijst kunnen opgevraagd worden bij de auteur, Nick De Graaf.

De opgave Stedebouwkunde in Nederland kent een lange geschiedenis wat betreft zijn omgang ten opzichte van gezondheid en hygiëne. In het begin van de vorige eeuw werd mede door deze aandacht vanuit de stedebouw, aangewakkerd door de woningwet van 1901, een enorme daling van de sterfte aan

2626

Thema: Healthyvia Cities VIA


Advertentie

Advertentie Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

27


MULTI-project: Schellensterrein

Dafne van der Heijden

Het multiproject is het multidisciplinair eindproject van de bachelor-fase. Locatie voor de opgave was het voormalig Schellensterrein, aan de Vestdijk in Eindhoven. Op deze locatie bevinden zich enkele oude industriegebouwen van de vroegere trijpfabriek ‘Schellens’, waarvan er één wordt behouden in het nieuwe plan (‘het Monument’). In dit project wordt er gezocht naar een balans tussen nieuw en oud. Tot de doelgroepen behoren ‘senioren’ , ‘kenniswerkers’ en ‘kleinschalige woners’.

Historisch perspectief Eindhoven is een relatief jonge stad in vergelijking met andere steden in Nederland. De stad is ontstaan door de aaneengroeiing van losse kernen. Door zijn korte geschiedenis heeft Eindhoven maar 141 rijksmonumenten. Een derde van deze monumenten zijn uit het Philips tijdsperk. De sterke associatie tussen Eindhoven en Philips is maar gedeeltelijk gegrond; er zijn veel meer fabrieken geweest. Bijvoorbeeld naast de Dommel. De Schellensfabriek, is daar een voorbeeld van. Deze fabrieken hebben lang het stadsbeeld aan de Dommel bepaald. Tegenwoordig is van deze fabrieken nog maar weinig over en is de Schellensfabriek de enige die er nog staat. Alle andere fabrieken zijn gesloopt, afgebrand of in de oorlog gebombardeerd. Door deze teloorgang van industriëel erfgoed wordt er veel waarde gehecht aan de Schellensfabriek, als representatie van de geschiedenis. Analyse Uit verschillende stedebouwkundige analyses blijkt dat de Dommel meerdere transformaties heeft ondergaan. In 1901 waren er nog meerdere sloten en grachten aangesloten op de Dommel. Door deze waterlopen is er een eiland geweest tussen de binnenstad en het Schellensterrein, genaamd de Plekhoek. Sinds 1949 zijn er uitbreidingsplannen van de gemeente Eindhoven ontwikkeld met de verdwijning van deze sloten en grachten als gevolg.

28

Niet alleen de omgeving van het Schellensterrein heeft veel transformaties ondergaan, ook de fabriek zelf heeft een aantal veranderingen doorgemaakt. De grootste transformatie vindt zijn oorzaak in de uitbreidingsplannen van de gemeente Eindhoven in 1949. Hierdoor verdween de Bleekweg en ontstond de Vestdijk. Het gevolg van deze verandering was dat de rooilijn van de fabriek veranderde en gebouwen verwijderd en verplaatst moesten worden. Deze historie is zeer waardevol voor het gebied. Om deze waarde te behouden, zullen niet enkel het Monument, maar meer gebouwen van de fabriek worden behouden. De gevel langs de Vestdijk, de oude Blekerij en de Portierwoning blijven behouden in het nieuwe plan. Dit complex gaat huisvesting bieden aan Scala, een cultureel centrum voor studenten. Naast deze architectonische elementen in het plan, zijn ook de ruimtelijke elementen onderzocht. Het huidige terrein oogt als een kille ruimte met grove klinkers en gesloten gevels. Door deze vormgeving refereert de ruimte aan de vroegere fabrieksstraat. De ruimte zelf zal niet behouden worden, maar de sfeer zal terugkomen in het nieuwe ontwerp. Materialen en elementen die al op het terrein aanwezig zijn zullen hergebruikt worden in het nieuwe plan.

viaVIA


Expositie en ontsluiting in de Blekerij

Ontwerp De nieuwe bebouwing wordt ondergeschikt gemaakt aan de aanwezige historische gebouwen. Om dit onderscheid duidelijk te maken krijgen ze een andere vormgeving. De historie vormt de rode draad door het gebied. De oude Blekerij krijgt een publieke functie: het wordt een expositieruimte en vormt de ontsluiting voor de naastliggende woningen. De oude poorten behouden hun functie als ontsluiting van het gebied. Rondom de bestaande gebouwen ontstaan nieuwe buitenruimtes. Twee van deze krijgen een openbare functie: het Dommelpleintje en de Fabrieksstraat.

‘‘ De historie vormt de rode draad door het gebied.’’

De Fabrieksstraat is de openbare ruimte die het Monument met de woning verbindt. Tevens is het de ontsluiting voor een nabijgelegen hotel. Deze straat zal de sfeer en het karakter van het oude terrein krijgen. Klinkers en stalen liggers uit de fabriek zullen een nieuwe functie krijgen als boombak en zitgelegenheid. De connectie tussen de Blekerij en het Monument wordt verstevigd door middel van het doorlopen van de bestrating. De beplanting zal aansluiten bij de beplanting van de oever. Het hergebruik van elementen, het terug laten komen van de industriële sfeer, het onderscheid tussen oud en nieuw en het gebruik van de oever zullen allen bijdragen aan de harmonie tussen oud en nieuw. Hierdoor zal er in Eindhoven een nieuw gebied ontstaan dat een historische woonplek bied in het centrum. //

Het Dommelpleintje ligt op de andere oever van de Dommel dan de Schellensfabriek. Dit plein zal een functie hebben om de voorbijganger te herinneren aan de historische verbinding tussen de dommel en de fabrieken. Deze verbinding wordt benadrukt door een waterpomp, waarmee gerefereerd wordt aan het vroegere gebruik van waterkracht voor de fabrieken. Het groen op het plein zal aansluiten bij de plantengroei op de oevers van de Dommel.

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

29


M1: Rotterdam - Hoekse Lijn

Hyoungryul Kim

The Rotterdam city council recently decided to transform the “Hoekse lijn�, a train line that connects Rotterdam and Hoek van Holland, into a metro line. The authorities expect that the redevelopment of the line will improve the accessibility of Hoek van Holland, which is a recreational area of the Rotterdam region. This issue reflects the change in the mobility concerning recreational lifestyle and the network that connects cities in the region. The purpose of this project is to explore the possibilities and effects of a mobility change between two cities. In addition, this project aims to promote the sustainable development in connecting two cities.

A tale of two cities Rotterdam is a growing city. Researches show that in term of numbers, Rotterdam will need to expand its housing stock with 20,000 in 30 years in the central area. At the same time, more green spaces are required to maintain the life quality and to achieve international city competitiveness. This strategy, which aims to accomplish both a higher density and more green space, is fundamentally incompatible. As a result, this creates limitations, such as a low amount of public and private green space. Hoek van Holland is a small suburban city of Rotterdam near the North Sea. It wants to become one of the most important cities in the Rotterdam economic region. In the last decade, big projects like Kaap de goede hoek and Krimsloot, represent this desire and expresses the cities’ ambition. However, these plans were cancelled due to the economic crisis. Despite the failure of many projects, Hoek van Holland still has a great potential to attract people due to its unique ecology and recreation, including the beach. Furthermore, changing the transportation system from train to metro provides another opportunity. Because of this plan, the city can be developing a new strategy.

How to decrease the risk involved with development? How to save the ecology? Making an intensive relation between Rotterdam and Hoek van Holland can be a solution to these questions. The new metro line will provide an opportunity to change the existing situation. Rotterdam is struggling with a shortage of private green spaces. Private gardens are insufficient and the situation declined as the demand for private gardens increases. Under these circumstances, Hoek van Holland can help the ambitious plans of Rotterdam by providing more valuable green areas. The small city will serve as a substitutional community and a complementary greenery backup of the metropolis, through its allotment garden system. The city also has valuable ecology and beach to offer as a strong advantage to other suburban cities near Rotterdam. Since the metro line will increase the accessibility between the two cities, the allotment garden of the location and the metro line will strengthen the relation between the two cities, not only economically, but also sociologically.

Network: allotment garden as bond and an alternative What is the solution to overcome the economic crises?

30

viaVIA


The allotment Gardens as catalyst for sustainable development

A community shared by two cities The allotment gardens in Hoek van Holland have a great historic value and function as an important community in the region. By adding new allotment gardens, tourist will experience the unique way of life in this region and improve communication with original villagers. In this process, the boundaries of tourism and recreation will be broken and the tension between visitors and the original inhabitants will be reduced.

‘‘The small city will serve as a substitutional community and a complementary greenery backup of

Food network as infrastructure for sustainability and resiliency The allotment garden has, apart from a social function, also a practical function: providing food. This will be both for hobbyist and for agricultural means. The allotment gardens of Hoek van Holland will not be a common tourist attraction, but it will be a practical system which functions as a healthy food resource. The characteristics of the organic village are another strength. This will attract more people to the area and provides a sustainable option for future development. In this project, the allotment gardens of Hoek van Holland will function as a catalyst for sustainable development as well as an economical boost for the region. //

the metropolis, through its allotment garden system.’’ The new gardens will become a common realm for everyone. Furthermore, the garden community is a new strategic starting point for the improvement. Strong community associations will play major roles in developing the connection between not only local and region, but also inhabitants and other interest groups. It will be a bottom-up process. In addition, networks between people will become another intangible bond.

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

31


Afstudeerproject: Voorspelbaar Nederland

Robin Verstappen

De Amerikaanse stedebouwkundige Dolores Hayden publiceert in 2004 de bundel “A field guide to Sprawl”. Hierin geeft zij, met behulp van luchtfotografie, stereotyperende symptomen van suburbanisatie weer. Deze visuele analyse geeft een duidelijk beeld, met een duidelijk doel: “Naming is critical to identification. Identification is crucial to action” zo redeneert zij. In dit onderzoek is dat concept op ons land toegepast. Het resultaat is een interessante, frisse blik op de Nederlandse stedebouw.

(Stereo)typologie Het Nederlandse landschap is vol van voorspelbare elementen: groot en klein, ingewikkeld en simpel. In dit onderzoek zijn zo’n veertig typen vastgesteld. De typologie bevat bovendien een interessante regelmaat: elementen blijken eenvoudig onder te verdelen in een drietal thema’s. Herkenbare ontwerpmentaliteiten, die duidelijk zichtbaar zijn in de plattegrond van de stad. 1. De stad als modeobject. 2. De stad als organisatiesysteem. 3. De gegroeide stad. De stad als mode-object: design en prestige Hier gaat buitengewoon veel aandacht uit naar architectuur en stijl. Hier ontstaat echter al snel het risico dat architectuur wordt “misbruikt” als verkoopmiddel. Er wordt dan veel geld uitgegeven aan het ontwerp, maar niet altijd op een zinvolle wijze. Omdat deze wijken zijn gebouwd als compleet “eindproduct” is het bovendien erg lastig om deze situaties te verbeteren of aan te passen. Gelukkig is, over het algemeen, de verblijfskwaliteit van deze gebieden acceptabel te noemen. Vooral in vergelijking met de volgende groep. De stad als organisatiesysteem: ruim en veilig In dit thema is meer sprake van organisatie dan van ontwerp. Elementen zijn vormgegeven om snel en efficiënt gebouwd te kunnen worden, met een minimum aan kosten en overlast. De

32

georganiseerde stad is ruim en groen, maar de gebruikswaarde van deze gebieden ligt laag. Menselijke schaal heeft in deze ontwerpen geen prioriteit, evenals de architectuur. Toch kleeft er een voordeel aan deze rationele opzet: in tegenstelling tot het vorige thema is het vrij eenvoudig om deze structuren te transformeren. Zo is er nog volop ruimte voor verbetering en groei. De gegroeide stad: ongestuurd en dynamisch Zaken die niet passen binnen de planmatige aanpak van de vorige twee thema’s blijven achter in de rommelzones van de stad. Hier ontstaan ongecontroleerde gebieden, met een hoge dynamiek en een lastig te definiëren uiterlijk. Deze gebieden ogen soms verwaarloosd en zijn weinig inzichtelijk. Toch kennen zij vaak een sterke identiteit, degelijke informele economie en betrokken burgers. De gegroeide stad verandert voortdurend en creëert nieuwe ruimte binnen het bestaande. Erg duurzaam en flexibel dus. Voorspellend interpretatiemiddel Als de drie thema’s worden ingetekend in een stad (in dit onderzoek: ‘s-Hertogenbosch) dan valt al snel op hoezeer zij bepalend zijn voor de sfeer van een gebied. Typen van eenzelfde thema clusteren bovendien vaak samen, waardoor grotere gebieden met hetzelfde karakter ontstaan. De distributie van deze clusters is van grote invloed op de beleving van de stad. Als deze distributie verder word onderzocht ontstaat al snel

viaVIA


v.l.n.r. De stad als modeobject, de stad als organisatiesysteem en de gegroeide stad

een goed beeld van knelpunten, sfeer en mogelijke probleemgebieden. De inbreng van andere analyses en onderzoeken versterken deze vermoedens. Zo blijkt het thema “de stad als organisatiesysteem” nagenoeg volledig samen te vallen met gebieden die de gemeente bestempelt als probleemgebied. De stad als mode-object bevat juist veel betere wijken: in de leefbaarometer scoren zij ook stukken beter dan de wijken uit de andere thema’s. De ongestuurde stad valt in de gemeentelijke analyse enigszins in het water. De gemengde en dynamische opzet van deze gebieden botst kennelijk met de functiegerichte aanpak van overheid, waardoor hun kracht en identiteit voor een groot deel over het hoofd worden gezien. De themabenadering is, zo blijkt, vooral nuttig als snelle scan en interpretatiemiddel. De methode voorspelt probleemgebieden en helpt om abstracte informatie uit andere analyses van een kwalitatief kader te voorzien. Reden te meer om verder op zoek te gaan naar de oorzaak van de grote kwaliteitsverschillen tussen deze drie thema’s. Kwaliteitsverschillen Ruimtelijke en socialen verschillen kunnen voor een deel worden verklaard aan de hand van de vormgeving op maaiveld. Om hier uitspraken over te doen zijn twee wijken uit Den Bosch met elkaar vergeleken: Zuid en West. Beide zijn vlak na de oorlog gebouwd, maar volgens geheel verschillende principes. Zuid is een designwijk, terwijl West een georganiseerd karakter

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

kent. In Zuid is aandacht voor detail, menselijke schaal, gunstige geveloriëntatie en een gedifferentieerd straatprofiel. Openbare ruimte is aangenaam ingericht voor langzaam verkeer. Belangrijke elementen zoals winkelcentra of scholen zijn opgenomen in het netwerk en maken integraal deel uit van de wijk. Zuid is divers en functioneert goed. West lijkt echter volgens volledig tegenovergestelde principes te zijn ingericht: de wijk is uniform, simpel en onaf. De gevolgen hiervan zijn duidelijk merkbaar. West kent veel sociale problemen en schreeuwt om grote herstructureringsprojecten. Zuid presteert daarentegen prima. Een verschil van dag en nacht. Toekomst Het onderzoek maakt duidelijk dat Nederland een gespleten stedebouwkundige opzet kent. Investeringen zijn ofwel enorm, ofwel minimaal. Zo ontstaat een grote kloof tussen verschillende wijken, winkels of werkgebieden. Het verbeteren van deze achtergestelde gebieden vormt dan ook een enorme opgave voor de toekomst. Een stelselmatige aanpak van dit probleem staat echter op gespannen voet met de huidige tendens om huurwoningen te verkopen, openbare ruimte te privatiseren en stedebouw aan de burger over te laten. Dat terwijl de vraag naar stedelijke vernieuwing in de toekomst waarschijnlijk alleen maar toe zal nemen. Het is noodzakelijk om systematisch over deze opgave na te denken. Een taak die ons als stedebouwkundige als geen ander past. //

33


SPACE-S

Fulco Treffers

eerst De BewoNer, DaN eeN oNtwerP Woonbedrijf en Vestide dagen geïnteresseerden via Facebook (www.facebook.com/space040) uit om mee te denken en woonwensen en ideeën te delen. Op basis daarvan worden het gebied, de buitenruimten en de woningen ontwikkeld. Binnen twee maanden leverde dit 750 deelnemers, meer dan 5.000 reacties en 120 creatieve voorstellen op.

Fulco Treffers (12N Stedenbouw) werkt als projectleider aan de ontwikkeling van Space-S, dit is een deel van de Eindhovense wijk STRIJP-S. Er is 30.000 m2 ruimte voor 400 huurwoningen. Een deel daarvan is bestemd voor studenten. Fulco Treffers: “Bijzonder aan deze ontwikkeling is de omkering van proces. Dit keer is niet eerst bedacht welke doelgroep er moet komen, en welke huurprijs er dan aan hangt. Dit keer niet eerst een stedebouwkundige en vervolgens architecten die een opdracht van de ontwikkelende corporatie krijgen. Nee, dit keer is begonnen met het zoeken van bewoners. Mensen die zich aangetrokken voelen tot Strijp-S en die een woonwens hebben die ze in het reguliere aanbod niet vinden. Deze mensen zijn de toekomstige bewoners van Space-S, en de feitelijke opdrachtgevers. Deze mensen bepalen de kleur, de identiteit, de smaak van deze plek. Dat doen ze via online en offline bijeenkomsten. De professionals faciliteren deze sessies, en helpen de bewoners de vertaling maken van een droom naar een werkelijkheid.” Ruud Voigt vertegenwoordigt 15 ondernemers die zich lieten inspireren door het ontmoetingsconcept van Seats2Meet op Strijp-S. Hij bedacht ‘seats2meet voor wonen’, een wooncluster met flexibele eenheden om elkaar te ontmoeten, te vergaderen, trainingen te geven, evenementen te organiseren en te werken. Elke unit kan worden aangepast

34

viaVIA


Samen werken aan de leefomgeving - Creating Lab (SPACE-S 2013)

aan de persoonlijke wensen. Voor Ruud is er straks geen scheiding meer tussen wonen, leven en werken. Andore van Ansem heeft een woondroom voor haar dochter Imke. Haar wens op SPACE-S is acht tot tien woonunits, verbonden door een gemeenschappelijke ruimte. “De jongvolwassen deelnemers aan de woongroep hebben allemaal een beperking. Ze kunnen veel zelf, maar hebben ook behoefte aan een gezamenlijke thuisbasis en begeleiding. Het wordt een ‘living-apart-together-constructie’, op een plek die Imke geweldig vindt.” Jan Bierhoff liet de aanwezigen kennismaken met ‘groepswonen 3.0’. Dit is een vorm van kleinschalig gemeenschappelijk wonen, waarbij de 15 tot 20 deelnemers hun eigen appartement hebben in een energieneutraal gebouw. Tegelijkertijd ondernemen ze samen veel activiteiten, zoals de inrichting en het management van een duurzaamheidscentrum met de titel ‘Transformatie Boulevard’. De gemeenschap die Jan voor ogen heeft, bestaat uit kopers en huurders (woonfinalisten, starters en woonnomaden) in een multifunctioneel complex met een aansprekende architectuur. Dorieke Versteegen was een van de allereerste deelnemers aan SPACE-S. Haar woondroom is een huurwoning met een tuin of balkon, op een centraal gelegen plek waar mensen

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

elkaar ontmoeten. “In de stad zijn veel leuke plekken, maar op SPACE-S kan ik zelf nog sleutelen aan de vorm.” Dorieke wil de uitdaging aangaan, ook al weet ze dat er nog veel tijd zit tussen de ideeënfase en het moment dat ze er echt zou kunnen gaan wonen. Marleen van Bergeijk is vierdejaars student Industrial Design aan de TU/e en nam samen met studenten van de opleidingen Makelaardij en Stedenbouw deel aan CREATING LAB op 6 februari. In de ultieme studentenwoondroom heeft iedereen een eigen plek en is er ruimte om elkaar te ontmoeten. Niks moet, alles kan. De studentenwoningen en de andere gebouwen op SPACE-S zijn verbonden middels loopbruggen en parken waar je lekker met elkaar film kunt kijken en barbecueën. DNA van SPACE-S Treffers: “Alle tot nu toe ingediende woonwensen zijn verzameld en getrechterd en er zijn zes hoofdtermen benoemd. Een deel van de termen is niet erg verrassend. Mensen willen stedelijk wonen, ze willen een eigen plek en heldere kaders voor tijd, geld en ruimte. Wat opvalt is dat de mensen ook heel sterk een groene woonomgeving schetsen. En dan niet groen als tegenstelling van stedelijk, dus geen landelijke dorpse plaatjes. Nee, groen op een stedelijke manier. Met grote verticale tuinen, urban gardening, duurzaamheid en gezondheid.

35


Create your own space-s! (SPACE-S 2013)

En in feite geldt hetzelfde voor het woord ‘samen’ naast het woord ‘zelf’. Je eigen plek hebben, maar ook slim delen van voorzieningen en ruimte. Collectieve tuinen, gezamenlijke activiteiten. Verschillende doelgroepen door elkaar die iets van elkaar kunnen leren. Niet het een of het ander. Nee, ‘best of both worlds’. Tenslotte de termen kader en flexibiliteit. Mensen vragen van SPACE-S om een duidelijk kader, bijvoorbeeld in planning en woonkosten, maar ze willen tegelijk de flexibiliteit om hun eigen woning en wijk vorm te geven en te kunnen veranderen. Zoveel mogelijk eigen inbreng in de woning, en een bouwtypologie die dat ook mogelijk maakt. Dat gevoel van vrijheid hoort bij Strijp-S” “Het DNA van SPACE-S is nu geformuleerd en getoetst bij bewoners. Een belangrijk moment, want een DNA heb je over tien jaar nog steeds”, aldus Fulco Treffers. “Nu als basis voor een ontwerp en daarna als basis voor de realisatie en het beheer.” //

“Bijzonder aan deze ontwikkeling is de omkering van proces. Dit keer is niet eerst bedacht welke doelgroep er moet komen, en welke huurprijs er dan aan hangt. Dit keer niet eerst een stedenbouwkundige en vervolgens architecten die een opdracht van de ontwikkelende corporatie krijgen. Nee, dit keer is begonnen met het zoeken van bewoners’’

SPACE-S is te volgen via de community op Facebook,facebook.com/space040, en via de website www.space-s.nl.

36

viaVIA


Advertentie

Advertentie Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

37


Het dichten van gaten

Wat een feest dat VIA haar jubileum viert. Twintig jaar een vitale impuls aan de stedenbouw. Van harte gefeliciteerd, en natuurlijk: dank aan de studenten die zich voor VIA hebben ingezet. En nu moet ik diep door het stof, omdat ik een geschiedenis van de stedenbouw aan de TU/e heb geschreven zonder daarin VIA te noemen. Is daar een excuus voor? Neen. Of het zou moeten zijn, dat VIA zo vanzelfsprekend is, dat je VIA té gemakkelijk over het hoofd ziet. Toch maar even over die geschiedschrijving zonder VIA. Ik ruimde mijn kamer op en vond oude beleidsdocumenten over het onderwijs aan de faculteit. Vooral documenten uit de begintijd, ongeveer vanaf 1970. Opruimen betekende toen: die documenten eruit vissen, op volgorde leggen en kijken of er een verhaal van te bakken viel. Natuurlijk daarbij geholpen door mijn herinnering, want ik loop hier per slot van rekening al een aantal jaren rond. Toen ik een geschiedenis van het architectuuronderwijs af had, dacht ik: waarom niet een geschreven over stedenbouw! Beide verhalen verschenen in Transcripts, een bijlage bij het jaarboek van de faculteit in 2012. Ik neem niet aan dat velen het hebben gelezen, aangezien het boekje vooral te vinden is in de kartonnen doosjes waarin de drukker ze aflevert, en niet in ieders boekenkast! Daarom een korte samenvatting van het stedenbouwverhaal, dat als titel draagt: Het gat van de afdeling. De afdeling was, wat nu de faculteit is, en dat gat is, wat nu stedenbouw is. Er was namelijk aanvankelijk wel Architectuur, en Architectonisch-Stedebouwkundig Ontwerpen en er was ook Ruimtelijke Planning of Urbanistiek. Maar daartussen zat een gat. Een gat tussen planning en ontwerpen, een gat tussen ruimtelijke schaalniveaus. En dat gat was de stedenbouw, zo analyseerde een groepje medewerkers, dat zichzelf had uitgeroepen tot de groep Stedebouwkundig Ontwerpen. Van het een kwam het ander: er werd uiteindelijk een afstudeerrichting stedenbouw ingesteld, nu Urban Design & Planning. Dat was in 1993, ook het geboortejaar van VIA.

38

Column Kees Doevendans

Drie fasen worden onderscheiden: de 1ste fase die zich afspeelde in het Paviljoen en waarin het gat voorlopig werd gedicht : stedenbouw werd door de afdeling erkend als onderdeel van het curriculum. Een 2de fase speelde zich af in het Hoofdgebouw. Stedenbouw Eindhoven werd erkend door de professie, door Bond van Stedenbouwkundigen en Architectuurregister. In die fase was de voorloper van VIA zeer actief, de Temagroep Stedebouw (zonder h en zonder n). En de 3de fase, die zich afspeelde in Vertigo: wetenschappelijk erkenning door het onderzoeksprogramma Urbanisms.

‘‘Een gat tussen planning en ontwerpen, een gat tussen ruimtelijke schaalniveaus. En dat gat was de stedenbouw.’’ Wat kan een vierde fase inhouden? Voorlopig blijven we in Vertigo wonen, al zal een nieuw evenwicht over vloer 7 en 8 ontstaan. En het Bachelor College en de Graduate School van TU/e zullen hun eisen stellen aan het onderwijsprogramma. Maar niet in de laatste plaats zal de veranderende maatschappelijke context zijn invloed doen gelden. De ‘veranderende bouwopgave’, die altijd de dynamiek van de faculteit bouwkunde heeft bepaald, en zich nu kenmerkt door duurzaamheid, een andere economie, meervoudige mobiliteit, globalisering en glurbanisering, de rol van de ontwerper als strateeg, de stad als transdisciplinaire uitdaging. Vooralsnog zijn onzekerheid en complexiteit een paar van de woorden waarmee we het moeten doen. Maatschappelijk lijkt sprake van een gapend gat, dat ook de faculteit zal moeten helpen dichten. De traditionele stedenbouw moet diep door het stof. Laten we in deze uitdaging de rol van VIA niet vergeten. //

viaVIA


Sponsoren VIA Stedebouw

Partners van VIA Stedebouw zijn Architectuurcentrum Eindhoven, BNSP, gemeente Eindhoven, Eindhovense School.net, Motta Kunstboekhandel, NAi

Jaargang 19, uitgave 1 - April 2013

39


40

bezoek ons op www.viastedebouw.nl wordt lid van www.facebook.com/groups/viastedebouw


Viavia April 2013