Issuu on Google+

SIOEN

over zijn nieuwe plaat Lectoren onder de loep

Eric Van De Casteele Anne-Marie Cotton Sportdienst Sovoarte

blootgelegd

Racen in het zand

4L Trophy

Het studentenblad van de Arteveldehogeschool Gent // V.U. Andreas Heyerick - Koninginlaan 22, 9820 Merelbeke // Nr. 3 // Mei 2012 //


Cartoon: Mark Flerick


N V D R

Beste lezer, Na weken van zwoegen en tegenslagen is het zover: we hebben een nieuwe TANK! De redactie onderging een gelaatsverandering na het vertrekken van heel wat oude leden. Het verlies werd opgevangen door een aantal nieuwe strijdlustige jonkies die zich volledig hebben gegeven. Naar goeie gewoonte moesten we als redactie behoorlijk wat hordes nemen, maar het eindresultaat mag er zijn. Dat had nooit gekund zonder de volledige inzet van het hele team, en al helemaal niet zonder Mathieu Van Neck, die een speciale vermelding verdient omdat hij op het allerlaatste nippertje de lay-out op zich wilde nemen. Deze editie van TANK heeft naar goede gewoonte heel wat te bieden. Onze twee sportredacteurs hebben dapper een vermageringsproject opgestart, onze redacteur cultuur heeft Gent afgeschuimd op zoek naar de coolste cafĂŠs (een waar gebaar van zelfopoffering), TANK strikte Sioen voor een interview, en nog veel, veel meer. Volgend jaar geven wij als hoofdredacteurs de fakkel door aan de jongere garde. We hebben er alle vertrouwen in dat zij van ons geesteskind iets zullen maken om trots op te zijn. Desalniettemin zullen ze dat niet alleen kunnen. Daarom willen we graag een warme oproep doen. Aan alle mensen die graag een verhaal op papier zetten, die enthousiast hun schouders onder een mooi project willen zetten, die goed zijn met woord of fotografie: TANK is jullie forum. Zet jullie tanden in onze TANK, en laat ons vooral weten wat jullie ervan denken. Je kan ons vinden op Facebook (TANK Magazine), en uiteraard zwalpen we ook door de gangen van de Kantienberg. Geniet ervan. De redactie

Hoofdredacteurs Joren Van Impe, Andreas Heyerick, Charlotte Doolaege Sportredacteurs Joren Van Impe, Andreas Heyerick Satire & opinie CĂŠdric Maes Cultuur & lifestyle Kasper C. Goethals en Charlotte Doolaege Reportage/interview Brecht Herman Logistiek Pieter-Jan Leupe Eindredactie Stefan Acke Huiscartoonist Mark Flerick Vormgeving Mathieu Van Neck

INHOUD Sioen 4 Studenten met functiebeperking 8

20 Eric Van De Casteele 22 4L Trophy 25 Column: Student versus de appel van Artevelde

Het grote afvalproject 11 26 Studeren met een topsportstatuut Brecht Vliegen (Horses) 14

De wereld van portiers 16

Anne-Marie Cotton 18

28 Kroegentocht door Gent 30 Sporten met Sovoarte 32 Satire: Schlagerzangers aan de coke

33 Stagedive Wife


Muzikant Frederik Sioen vindt zichzelf in vijfde album

“50 Cent maakt van seks iets vulgairs” Sioen staat er weer. De Gentse singer-songwriter heeft eind februari zijn vijfde album, SIOEN. (lees: Sioen punt) uitgebracht. “Dit album is het begin van een nieuw tijdpeark. Ik sta met mijn muziek dichter dan ooit bij wie ik ben”, schreeuwt hij van de daken. TANK ging praten met de échte Frederik Sioen. Over de Col du Galibier, café De Lotus, the real Belgian bastards en seks.

Tekst & foto’s: Brecht Herman


sterktes en zwaktes, leer je jezelf kennen. Die buitenlandse producers boden mij een klankbord, waardoor ik beter aanvoelde wat ik wilde. Of net niet wilde. In Zweden hebben ze leuke dingen gedaan met een van mijn nummers, maar een dag later dacht ik: Sioen, ge moet eerlijk zijn, da zijde gij nie, dat is Justin Timberlake. Het is pas door zulke voorvallen, dat je beter nadenkt over jezelf en over je muziek.” Het cliché zegt dat een man elke zeven seconden aan seks denkt. Op je nieuwe plaat doe je weinig moeite om dat te ontkennen. Sioen: (lacht) “Ik vind seks een wijs onderwerp om nummers over te schrijven. Maar ik heb een probleem met hiphoppers als 50 Cent die seks als iets vulgairs en supererotisch voorstellen. Je eet, je hebt honger, je hebt het koud, en ja, je hebt zin in seks. Dat is een levensbehoefte, waarmee we constant bezig zijn. Het is leuk om daar nummers over te schrijven vanuit een down-to-earth-gevoel.”

“Mijn beste maat werd mijn grootste vijand (over zijn piano)” Identiteit Iedereen kent je als de man die voortdurend over zijn piano gebogen zit. Op SIOEN. laat je voor het eerst je piano achterwege. Voel je je nu vrijer op het podium? Je nieuwe plaat ligt in de rekken, je staat opnieuw op de planken. Hoe voel je je nu? Frederik Sioen: “Moe, maar tevreden! Het leuke aan mijn beroep is de variatie tussen het creëren en spelen van muziek. Voor mij is een nieuwe cd het perfecte alibi om concerten te geven. Ik merk aan het enthousiasme van het publiek dat het mijn nieuw album apprecieert. Daarvoor doe je het als muzikant.”

“Je eet, je hebt het koud, je hebt zin in seks” Voor SIOEN. ben je met zestig nummers naar het buitenland getrokken, op zoek naar de mening van buitenlandse producers. Toch zeg je dat dit album honderd procent Frederik Sioen is. Sioen: “Dat klinkt als een tegenstelling, maar eigenlijk is het logisch. Pas als je met mensen babbelt over je

Sioen: “Eerlijk gezegd wel. Het probleem was dat mijn beste maat, mijn piano, eigenlijk mijn grootste vijand was geworden. Ik heb mijn piano steeds aangevoeld als een aangename barrière die ervoor zorgde dat ik me niet volledig bloot moest geven. Maar ik voelde nu dat het tijd was om los te komen van dat instrument, vooraan op het podium te gaan staan en het publiek te bespelen.” “Ik vind het ongelooflijk belangrijk om dicht bij mijn publiek te staan. Mijn inspiratie voor nieuwe nummers haal ik uit mijn eigen omgeving, waar het publiek een deel van is. Het is ook niet voor niets dat iedereen een fragment kon insturen voor de videoclip van I’m not ready to love you like I do. Dat is een nummer waarmee iedereen zich kan identificeren. Als mens ben je voortdurend bezig met je eigen identiteit. Wat wil ik hier nog doen? Maar je moet tevreden kunnen zijn met wat je al gedaan hebt. Het gras is altijd groener aan de overkant, maar als je daar toekomt, ligt het drassig.” (lacht) Iets helemaal anders nu. Vorig jaar zagen we Gentenaar Tomas De Soete sterven op de mythische Col du Galibier tijdens de eerste editie van Climbing for Life. Dit jaar gaat er een andere Gentenaar zot doen op de fiets.

5


Sioen: (lacht) “Ik ben inderdaad gebombardeerd tot peter van dat project. Voor mij is het een enorme uitdaging om op 1 september die berg op te rijden. Pas op, ik ben wel iemand die regelmatig op de fiets zit. Zo heb ik met Spaak en Spier een eigen wielerploeg en ga ik regelmatig trainen in de Dordogne, maar de Galibier is wel andere koek natuurlijk. Ik vind het vooral plezant om zo nauw bij een project betrokken te zijn. Het is iets anders dan een kwartiertje pianospelen op een benefiet.” Hoe ga je je voorbereiden? Ga je zoals een echte prof op hoogtestage? Sioen: “Ja, natuurlijk, ik ga zeker op hoogtestage. Op de Sint-Kwintensberg of op de Gentbruggebrug!” (lacht)

Ravage

Laten we het eens hebben over het schoolverleden

van Sioen. Je lijkt me iemand die heel wat kattenkwaad heeft uitgestoken. Sioen: “Oei, ja, da’s zeker waar. In het middelbaar studeerde ik op Don Bosco Zwijnaarde moderne talenwetenschappen, zowat de meest algemene richting die je kon kiezen. Ik heb daar drie jaar na elkaar een brief gekregen dat ze mij van school gingen smijten als mijn gedrag niet verbeterde. Ik was gewoon iemand die zich niet liet doen. Mijn moeder zei altijd dat ze naar twee oudercontacten ging: van een zoon die bij de wijze leerkrachten goed meewerkte en alle vragen beantwoordde, en van een zoon die andere leerkrachten voortdurend tegen de schenen schopte. Dat heb ik inderdaad wel goed gedaan.” (lacht) “Ooit heb ik een ravage aangericht in de klas. Ik was met mijn stoel aan het wiebelen, toen er mij plots iemand achteruit trok. In mijn val heb ik nog twee andere wiebelaars meegesleurd, maar ik was het dan wel weer geweest, vol-

“Elke donderdag stond ik achter de toog in café De Lotus”


“Gent is de echte hoofdstad van België”

gens die leraar! Dan vond ik er niets beter op dan enkele banken omver te duwen. Ik ben dan toch even geschorst geweest voor die les. Maar ja, dat was in ’t middelbaar. In het hoger ging ik gewoon nooit naar de les.” (lacht)

bij de koers. Dat is altijd een heel tof gebeuren.”

Waar zat je dan wel?

Sioen: “The real Belgian bastards (lacht), daar zou de Gentenaar echt fier op zijn. Dat rebelse kantje is iets typisch Gents. Denk nu bijvoorbeeld aan de festiviteiten toen België wereldkampioen regeringsvormen werd. Of de Nieuw-Gentse Alliantie (N-GA) die in 2008 van Gent een onafhankelijke stadstaat wilde maken. Zoiets kunnen toch alleen Gentenaars bedenken? Eigenlijk is Gent de enige echte hoofdstad van België.”

Sioen: “In café De Lotus in de Sint-Jacobsnieuwstraat, maar dat bestaat jammer genoeg niet meer. Op donderdagavond stond ik er steevast achter de toog. Het plezante was dat studenten uit alle richtingen naar daar kwamen. Je kreeg er een beetje het jeugdhuisgevoel. Elke zondagavond speelden we er Risk, wat steevast uit de hand liep. Maar daar heb ik toch een schone tijd beleefd.”

Sioen: (denkt na) “Ik houd eigenlijk vree veel van waar ik woon, het oude arbeidersgebied Muide-Meulestede. Er heerst daar een vree wijze sfeer, omdat het daar een potpourri van mensen is. Als je uit je huis komt, moet je rekenen dat je zeker tien minuten bezig bent met iedereen goedendag te zeggen. (gaat verder in zijn sappigste Gents) ‘Ah, Sioen moat, ‘k he u gezien op tv ze! ‘k Wist kik nie da gij zo goe piano kost spele!’” “Elk jaar organiseren we met het wijkcomité ook de kermiskoers Meulestee Koerse. Met alle muzikanten uit de buurt zorgen we dan samen voor de muzikale omkadering

Hoe zou de titel van een song over de Gentenaars luiden?

En wanneer speelt de Gantoise, de enige echte voetbalploeg van België, kampioen? Sioen: “Ik ben natuurlijk een groot supporter van AA Gent, maar ik vrees dat het niet voor dit seizoen zal zijn. In de play-offs gaat Club Brugge er sowieso aan, maar Anderlecht is toch nog een klasse sterker dan ons.” “Ik supporter al van kleins af aan voor de Buffalo’s. Toen ik zestien jaar was, is die liefde plots een heel stuk heviger geworden en vanaf dat moment ging ik ook altijd kijken naar de wedstrijden. Als ik niet moet optreden, probeer ik ook nu nog steeds de thuismatchen bij te wonen.”

Als je weet dat je vanavond sterft, wat wordt/worden dan je laatste: nummer? avondmaal? woorden? telefoontje? film? boek? krant? televisiereeks?

“Alive van Pearl Jam” “Tagliatelle met zalm” “Buffalo forever!” “Naar mijn moeder, om haar te bedanken voor alles.” “The nightmare before christmas” “De stad der blinden van José Saramago” “Ik lees enkel de sportkatern, van de rest word ik moedeloos.” “Six feet under”

7


Studenten met een functiebeperking

De bijzonderste aller Artevelders Een student die motorisch, auditief of visueel beperkt is, aan een chronische ziekte of een psychiatrische aandoening lijdt, heeft op Artevelde recht op een zogenaamd bijzonder statuut, door studenten die het hebben vaak schertsend het ‘kneusjesstatuut’ genoemd. Hoe bijzonder is dat statuut in de praktijk en wat kan je ermee doen?

Tekst: Elien De Vos, Charlotte Doolaege en Jeroen Huylebroeck

Een misvatting over het bijzonder statuut is dat het bepaalde studenten bevoordeelt, of hun studies zou vergemakkelijken. Het is uiteraard niet eenvoudig om zo’n bijzonder statuut te verkrijgen. De student moet over voldoende documenten beschikken om zwart op wit te bewijzen dat zijn medische situatie zodanig ernstig is dat een normale studieloopbaan zonder tussenkomst van de school niet mogelijk is.

Faciliteiten op Artevelde Wanneer een student beschikt over een bijzonder medisch statuut, zal de school bepaalde faciliteiten aanbieden om de studiebezigheden en de examens zo optimaal mogelijk te laten verlopen. Iedere kneus kan ervoor kiezen examens af te leggen in een speciaal examenlokaal waar rekening wordt gehouden met bepaalde beperkingen of moeilijkheden. Wanneer men bijvoorbeeld niet lang kan stilzitten wegens een fysiek probleem, kan men zijn examen onderbreken om even de benen te strekken. Voor studenten met dyslexie bestaat er de mogelijkheid om bepaalde examens mondeling af te leggen. Men kan ook makkelijker aanpassingen aan het lessenrooster aanvragen. Al deze faciliteiten worden toegekend na een zorgvuldig gesprek met de trajectbegeleiding. De ‘speciale’ student beschikt meestal niet over evenveel uithoudingsvermogen als de gewone student. Het is klassiek dat de symptomen van een

functiebeperking zich vooral uiten tijdens de examenperiode. Daarom kunnen de studenten ervoor kiezen om hun examens te spreiden. Dat is echter in beperkte mate mogelijk. “Studenten met een medisch statuut reageren vaak teleurgesteld wanneer ze er achter komen dat de examens enkel tijdens de examenperiode mogen gespreid worden. Het is ook zo dat de inhaaldag voorop wordt gesteld als nieuwe datum,” vertelt zorgcoach An Adriaens.

De omstandigheden waarin een student beroep kan doen op het kneusjesstatuut, zijn talrijk. Het spreekt voor zich dat studenten met een lichaamlijke handicap in aanmerking komen voor een speciaal statuut. Ook studenten met een leerstoornis zoals dyslexie of ADHD kunnen beroep doen op bepaalde faciliteiten die een ondersteundende rol spelen tijdens hun studies.

Voordelen voor de school

Niet alleen het kneusje heeft baat bij een op maat gemaakt statuut. De school geniet ook enkele voordelen voor het toekennen van deze statuten. De Vlaamse Onderwijsraad is een overkoepelend orgaan dat medeverantwoordelijk is voor de administratieve rompslomp die komt kijken bij de aanvraag van een bijzonder statuut. Op een van de formulie-

“De ‘speciale’ student beschikt meestal niet over evenveel uithoudingsvermogen als de gewone student”


“Alle goede bedoelingen ten spijt, is het er toch enige goodwill vereist voor het gebruiken van je bijzonder statuut”

ren vermelden zij de doelstellingen die het onderwijs met de statuten wil bereiken. Enerzijds krijgt de school bepaalde financiële voordelen voor het registreren van studenten met een zogenaamde functiebeperking. Die voordelen krijgen ze ook wanneer ze statistische gegevens verzamelen over de mate waarin die studenten participeren in het hoger onderwijs. De Vlaamse Onderwijsraad vermeldt ook dat onderwijsinstellingen de registratie van ‘speciale’ studenten als voorwaarde kunnen stellen voor het toekennen van faciliteiten. Het zijn die faciliteiten die centraal staan in de aanvraag van een bijzonder statuut. Artevelde is echter niet de faciliteitenmaffia. Onze alma mater staat bekend voor de inspanningen die ze doet voor studenten die wat meer zorg nodig hebben. Volgens ervaringsdeskundigen is het helaas wel zo dat die inspanningen vooral gebeuren op het bestuursniveau, en in mindere mate op de werkvloer.

En alle goede bedoelingen ten spijt, is het toch zo dat er enige goodwill vereist is voor het gebruiken van je bijzonder statuut.

Wake Up! Ook buiten de school kunnen kneusjesstudenten steun en informatie vinden. Wake Up! is een studentenwerkgroep die studenten met een functiebeperking informatie verschaft. De werkgroep is ook steeds bereikbaar wanneer bepaalde belangen van deze studenten moeten worden verdedigd. Ze volgen en verspreiden de actualiteit rond functiebeperkingen en vormen een communicatief platform voor studenten die in de rats zitten. Wake Up! wordt bijgestaan door vzw BSH, Begeleiding Studenten met een Handicap. Die dienst voor studenten met een functiebeperking staat open voor studenten die studeren aan de Universiteit Gent, de Arteveldehogeschool, de Hogeschool Gent, de

Hogeschool West-Vlaanderen, Kaho Sint-Lieven en de Hogeschool voor Wetenschap en Kunst, campus Gent.

Kneuzenverdict In de praktijk blijkt nog te vaak dat niet alle docenten erin slagen de ernst in te schatten van een probleem dat niet fysiek zichtbaar is. “Als er geen gips is, zal het wel niet zo erg zijn,” vat een student van onze kneusjes het ietwat sarcastisch samen. “We verwachten niet dat we in de watten gelegd worden, maar er moet begrip zijn voor de situatie. Niet alleen medestudenten, maar ook lectoren schijnen vaak te denken dat een bijzonder statuut zoiets is als eender welk doktersbriefje. Het is ook jammer dat we vaak met onze attesten moeten zwaaien voor een docent een verzoek ernstig neemt,” vertelt een studente van wie de vraag of zij iets langer aan een test mocht werken op hallucinante wijze beantwoord werd. ‘Een jonge vrouw met reuma? Dat kan toch niet!’”

9


Charlotte (22) heeft een speciaal statuut

“Voor studenten met een functiebeperking is steun onontbeerlijk” “Ik heb een bijzonder statuut gekregen omdat ik reuma heb, waardoor ik vaak pijn heb en erg moe ben. In stresssituaties heb ik last van opstoten van reuma, en bijwerkingen van de medicatie die ik daarvoor krijg. Met mijn bijzonder statuut kan ik vrij veel doen om die problemen op te vangen: ik mag vragen om mijn examens binnen de grenzen van het mogelijke te verplaatsen om het haalbaar te houden, en de school verwittigt de docenten ook dat er een studente met reuma in hun groep zit zodat de verbaasde reacties binnen de perken blijven als ik hen daarover aanspreek. Ik heb nog enkele andere faciliteiten, maar daarvan maak ik niet zo vaak gebruik.” “Het is al voorgevallen dat ik van iemand een scheve reactie kreeg toen het bijzonder statuut ter sprake kwam. Mijn problemen zijn nochtans niet louter medisch, er is een zeer grote weerslag op mijn studies. Ik ben sneller ziek en genees trager, slaap slecht en als ik last heb van vermoeidheid is dat vaak slopend. Zonder mijn bijzonder statuut is de kans klein dat ik al mijn examens in eerste of zelfs tweede zit af kan leggen. De faciliteiten die mij zijn toegekend, hebben dus zeker niet het aangename neveneffect dat mijn slaagkansen groter zijn dan die van iemand zonder een bijzonder statuut. Het vangt de ongelijkheid tussen mij en een gezonde student op, en zelfs die doelstelling wordt maar nipt gehaald.” “Ondanks de vele inspanningen die de school levert, is het onbegrip voor wat er precies aan de hand is, nog veel te vaak groot. Vooral mensen als An Adriaens en Stijn De Jongh verdienen een grote doos pralines voor

wat ze doen en de manier waarop ze zich proberen in te leven in je situatie. De lijst met mindere ervaringen is ondertussen helaas al behoorlijk lang. Met ergens in de top drie het moment waarop een medestudent me meldde dat hij zich ook wel eens wilde laten nakijken door de dokter om ook zo’n bijzonder statuut te ‘scoren’. Want ‘blijkbaar trappen docenten daar echt in’.” “Ik weet het uiteraard niet zeker, maar ik vermoed dat het gewoon een kwestie van communicatie is. Dergelijke situaties zouden vermeden kunnen worden als er meer geweten zou zijn over hoe het proces van een bijzonder statuut werkt. Het is niet zo dat je gewoon bij een specialist binnen kan walsen en vragen om een attest om er recht op te hebben. Er moet al iets ernstigs mis zijn vooraleer een specialist het erg genoeg vindt om het met je eens te zijn dat een normale schoolloopbaan niet mogelijk is in jouw geval.” “Voor studenten met een functiebeperking is steun onontbeerlijk. Niet alleen van de docenten, maar zeker ook van hun vrienden en medestudenten. Het is precies dat onbegrip dat maakt dat veel Artevelders die een bijzonder statuut hebben, daar niet altijd voor uit durven komen of eisen waar ze recht op hebben. Het is ook dat onbegrip waaraan dringend gewerkt moet worden. Wat betreft de mogelijkheden van het statuut is er mijns inziens weinig ruimte voor verbetering. Een pijnpunt is echter de perceptie ervan. Iemand die ziek is of op een andere manier beperkt is, wil zelden meer dan dezelfde kansen die iemand anders van nature heeft. Compenseren en profiteren zijn twee heel andere zaken.”


“Het is niet de bedoeling om gewoon wat af te vallen en erover te schrijven. We willen dat iedereen meer gaat bewegen” Het grote afvalproject: Superskinny us! Tekst & foto’s: Andreas Heyerick & Joren Van Impe De mensen op deze planeet worden alsmaar dikker. Ze vreten bergen fastfood, het liefst nog voor de televisie en ze gebruiken tegenwoordig de auto om hun postbus leeg te maken. Steeds meer vlees – denk maar aan de voordelige maxipacks - gaat over de toonbank. Toen uw sport-, en sinds kort ook een beetje lifestyle- en hoofdredacteurs een tijdje terug voor de spiegel gingen staan, schrokken we. Hoe kunnen we onszelf nog serieus nemen als sportredactie terwijl we er zelf bijlopen als twee gepensioneerde stadswerkers? We besloten om de koe, van het Belgisch Witblauwras, bij de horens te vatten en iets te doen aan ons over-

gewicht. 221,5 kilogram voor 375 cm bezorgde ons het schaamrood op de wangen. Echter, gewoon ons eetpatroon aanpassen en wat sporten om daarover te schrijven in een studentenblad is niets voor uw moedige sportredactie. We willen dat iederéén meer gaat bewegen.

Hoe willen we dat doen? Iemand die achter je veren zit, helpt altijd. Daarom verbonden we een weddenschap aan ons project. Allebei moeten we twintig kilo afvallen en dat tegen de laatste dag van

Afzien met onze personal coach Benjamien

11


juni 2012. Lukt dat niet, dan mag u, beste lezer, mee bepalen wat onze sportieve straf wordt. Wilt u uw meest sadistische gedachten op ons loslaten en een onmenselijke tegenprestatie bedenken indien het niet lukt? Maak u dan lid van onze Facebookgroep ‘Het olijke duo valt af’. Zet uw naam op de lijst van het document en beslis in groep hoe u ons wilt doen afzien. Er schuilt wel een serieus addernest onder het gras. Lukt het ons wel, dan mogen jullie en masse de vooropgestelde straf uitvoeren. Intussen schaften wij ons een abonnement in een fitnessclub aan, krijgen we steun van een personal coach en is de maandomzet van onze stamcafés en -frietkoten flink geslonken. Net als wij, overigens. Andreas verloor op een goede maand zeven kilogram, Joren doet daar nog een paar gram bovenop. Dat door een aangepast voedingspatroon, alle gesuikerde drank opzij te schuiven en vooral watertjes te drinken. “Twee euro voor een watertje op café is schromelijk overdreven”, is één van de uitspraken die de laatste weken menig maal gehoord werden in onze omgeving. Bij wijlen is ons humeur niet beter dan dat van de

Griekse spaarders of van de eerbare Karel De Gucht en kijken we met bloeddorstige ogen naar onze vrienden die hun kleintje met stoofvleessaus voor onze ogen naar binnen werken om het geheel te vervolmaken met een fris getapte pint. Toch doet het deugd om week na week de weegschaal minder te horen kreunen en te zien dat al dat harde werk toch niet voor niets blijkt te zijn. Dus beste lezer, ga naar de site en de Facebookgroep, schrijf u in en start vanaf vandaag nog met sporten en gezonder leven tout court. Het volledige reglement staat op http://sites.google.com/site/hetolijkeduovaltaf.

Superskinny comfort food Eten is vaak ‘s mans beste vriend. Bij treurbuien of ergernis proppen we ons graag vol met chocolade, chips, koeken, friet, puree, ijsjes, inktvisringen, emoegoulash, rendierheup, noem maar op. Helaas pindakaas (té calorierijk, nvdr.), is dat alles nefast voor een goed dieet. Daarom geven wij jullie graag volgend receptje mee. Goedkoop, gezond én lekker. We geloven het zelf nog ook! Onze Vlaamse Televisiester wacht...


Sensuele Sesammie Sappig Smikkelen voor vier personen

500 gram mie 2 eetlepel sesamolie 3 eetlepel zonnebloemolie 1 geperst teentje look 1 fijngesneden groene peper 1 eetlepel pindakaas

3 eetlepel geroosterde sesamzaadjes 4 eetlepel sojasaus een beetje limoensap zout en peper een handje fijngesneden koriander

1 2

Kook de mie. Zo simpel is het. Voor degenenen met twee linkerhanden, of rechter voor de lefties, lees de instructies op de verpakking.

Waan je Jeroen Meus en maak de dressing terwijl de mie kookt. Multitasking, hell yeah! Meng de zonnebloemolie, de sesamolie, de look en de pindakaas in een kom. Zorg dat je een smeu誰ge massa krijgt.

3

Slinger de peper, de sesamzaadjes en de sojasaus met een sierlijke beweging in de kom met het mengsel. Bibber met het flesje limoensap een klein scheutje in het geheel en roer stevig. Kruid bij naar smaak.

4 5 6 7

Zwier de mie droog (uitlekken is ook goed) en vlij die neer in een warme schotel.

Giet de dressing over de mie, roer goed om en werk af met de koriander. Doe bij het serveren alsof dit de normaalste zaak van de wereld is en palm zo je vriendenkring in. Veins een blessure of etterende wonde waardoor je gasten de afwas doen

13


Brecht Vliegen (Horses) zoekt zijn eigen weg

“Britse folk is niet mijn ding”

“Britse folk is niet mijn ding”

Brecht Vliegen (Horses) zoekt zijn eigen weg


Tekst & foto: Kasper Goethals Het is even stil geweest bij Horses, het integere folkproject rond eerstejaarsstudent journalistiek Bert Vliegen, maar daar komt nu verandering in: Horses is volop bezig aan zijn eerste album en Vliegen belooft ons dat het allemaal nog beter wordt dan de eerste demo-ep die eind 2010 al verscheen. TANK vroeg hem onder meer hoe het allemaal begon. Bert Vliegen: “Het is begonnen met mijn toenmalige vriendin. We hadden dezelfde muzikale interesses besloten samen muziek te gaan maken. Maar de relatie bleef niet duren en toen we uit elkaar gingen ben ik alleen verder gegaan.” Waar heb je de muziek geleerd? Brecht: “Ik heb nooit een klassieke muziekopleiding gehad, maar toen ik voor de eerste keer naar Pukkelpop ging en daar een heleboel alternatieve groepen hoorde, ben ik zelf ook begonnen met gitaar en zang. Nu schrijf ik mijn nummers nog altijd met een gitaar of aan de piano.” Je werd eerder al vergeleken met Mumford & Sons, zijn zij je voorbeelden? Brecht: “Mumford & Sons, waar heb je dat gelezen? Nee, de Britse folk is niet mijn ding. Ze hebben wel een eigen sound, dat klopt, maar ik vind het zelden goed. Ik hou meer van de Amerikaanse folk, de oorsprong zeg maar. Het is niet dat ik Britse muziek helemaal niet kan uitstaan, The Beatles en Joy Division zijn nog altijd mijn favoriete groepen aller tijden. Ons met Mumford & Sons vergelijken, gewoon omdat we ook indie en folk maken, vind ik nogal lui. Een aandachtigere recensent zou die vergelijking niet maken.” Toch is er bij Horses, net als bij Mumford and Sons, een zekere tristesse aanwezig. Waar komt die vandaan? Brecht: “Dat is waar. Ik weet ook niet goed waar die vandaan komt want ik ben eigenlijk een heel gelukkig mens. (lacht) Ik denk dat het te maken heeft met het feit dat de melancholische kant van de mens zo waanzinnig interessant is! In mijn muziek vind ik het leuk om emoties uit te diepen en daarin soms te overdrijven. Trouwens, ook muziek met een beetje melancholie kan de luisteraar helemaal meevoeren en gelukkig maken!” Hoe zou je het gevoel van inspiratie voor een nieuw nummer beschrijven? Brecht: “Als een erg realistische droom. Pas achteraf zie je wat er gebeurd is.”

Radio Je werkt nu aan je eerste album, Clear Crystal Air. Hoe zie je de toekomst voor Horses en jezelf? Brecht: “Ik denk dat we, als de plaat er eenmaal is, opnieuw één of twee keer per week optreden. Ik weet dat veel muzikanten graag van hun muziek hun carrière willen maken, maar dat hoeft voor mij niet. Ik wil wel dat muziek een belangrijke rol in mijn leven blijft spelen. Radio maken bijvoorbeeld, dat is echt iets voor mij. Daarom studeer ik ook journalistiek.” Zijn je muziek en je studies te combineren? Brecht: “Ik denk het wel. Als het druk is, is dat natuurlijk moeilijker. Vorig jaar studeerde ik filosofie in Leuven en deed ik soms drie optredens in een week. Dat werd wel veel.”

“Als je non-stop optredens doet, dan word je een eikel” Je bent van Limburg, hoe ben je hier in Gent terechtgekomen? Brecht: “Gent is gewoon de mooiste stad van Vlaanderen! (lacht) Dat vind ik echt. Gent is tegelijk een grote stad en een klein dorp. Je komt er alle soorten mensen tegen en er is altijd iets te doen.” Denk je dat het eerste album bij je fans zal aanslaan? Brecht: “Dat hoop ik wel. We proberen het album op een niveau hoger te brengen dan de demo die we al uitbrachten. Het is leuk om te zien dat we nog altijd trouwe fans hebben. We hebben nu al een paar maanden niets meer op Facebook gepost en toch krijg ik nog wekelijks reacties: ‘Hé, ben jij niet die ene van Horses?’ Dat is leuk. Ik vind het ook goed dat we niet te veel optreden, dat houdt je bescheiden. Als je non-stop optredens doet, dan word je een eikel.”

15


Tim (30) beslist wie binnen komt, maar vooral wie buiten blijft:

“De echte venten staan aan de deur” De wereld van de portiers stoot af en trekt aan. Die kleerkasten voor de deur zijn soms bullebakken met een slecht imago. Aan de andere kant kijken veel mensen op naar deze durfals. Ze zijn onverzettelijk en discussiëren niet. Toch niet als zij het niet willen. Tim was tien jaar fulltime portier. Hij ‘deed de deur’ van verschillende discotheken en clubs. Als je hem ziet staan, denk je dat hij die deur is. Nu werkt hij overdag als veiligheidsagent in een ziekenhuis. Een keer per week is hij nog portier. Maar niet voor lang meer: “Het is hoe langer hoe meer een ondankbare job.”

Tekst: Simon Demeulemeester “Wie bang is, blijft beter in zijn salon zitten”

“Portier word je niet zomaar, je rolt erin door je reputatie: je was zelf wat buitensporig of hebt gezag. Of ze zien gewoon een grote gast en vragen om eens op een feestje te staan. Nochtans komt het fysieke pas op de tweede plaats. Een goede portier ontzenuwt eerst door te praten, die zoekt altijd naar een andere oplossing dan geweld. Respect en gezag afdwingen zijn belangrijk. Uiteraard begin je altijd met een waarschuwing.” “Maar een portier is geen schoolmeester: als je bang bent moet je in je salon gaan zitten! De portier is dan ook de baas. Ook al is iemand de beste maat van de cafébaas, als ik beslis dat hij niet binnenkomt, dan komt hij niet binnen. De cafébaas staat nooit boven de portier. Als hij mijn autoriteit ondermijnt, heb ik een probleem. Wij weten waarom we mensen niet toelaten, we herkennen de relschoppers. Aan hun lichaamstaal, een spanning die ze meedragen. Je ziet dat snel.”

“Vroeger was er een vechtcultuur, vandaag pissen ze tegen je deur staan en mag je ze geen lap meer geven” Vechtcultuur “Als het erop aankomt en er staan vijf man voor je neus, dan ga je voor de grootste. Dan kalmeren de meelopers wel. Maar als het vijf kalibers zijn… Dan is het knokken om erdoor te raken natuurlijk. Maar dat moet nu minder. Vroeger moest een portier zich meer bewijzen. Er werd snel gezegd dat je bang was. Voor ons is veel veranderd. Er hing in die tijd iets louches rond de portier, er was een vechtcultuur. En afrekeningen zijn er altijd geweest, want een deur kon veel geld opbrengen. Maar je kon wel rekenen op de anderen. Nu heb je vaak gasten die er niet voor gemaakt zijn, ze gaan hun vergunning halen en dat is het. Die vergunning krijg je na een opleiding. Dat zijn fysieke zaken zoals gevechtstechnieken maar ook vakken als filosofie, recht en psychologie. Zonder vergunning kan je niets meer doen.”


Met vijf portiers tegen honderd man, dan kan je enkel hopen dat iedereen er redelijk uitkomt

“Alles is legaler door die vergunning, maar de controle gaat te ver. Het is soms echt de wereld op zijn kop. Het lijkt alsof de staat het leuker vindt de mensen die de regels volgen een blaam te geven en aan de schandpaal te nagelen dan de criminelen te pakken. Ik heb al veel juridische problemen gehad na gevechten. Dat crapuul gedraagt zich dan als een schaapje in de rechtbank. Buiten maken ze iedereen het leven zuur. Vroeger had je die vechtcultuur, dat ging er soms over. Maar vandaag kunnen ze tegen je deur staan pissen en mag je ze geen lap meer geven.”

Oostblokkers “Ook de mensen zijn veranderd: er was meer respect. We mogen geen drinkgeld meer ontvangen en de mensen vinden dat niet meer nodig ook. Let op, ik zou liegen als ik zeg dat ik nooit meer iets aanneem (lacht). Ik geef altijd drinkgeld aan de ober op restaurant. Dat hoort bij de horeca. De stiel is ook veel complexer geworden, omdat de populatie veranderd is. Vroeger had je de Turken en de Marokkanen. We kenden die, want we waren ermee opgegroeid. Nu heb je ook Oostblokkers. Die kennen we niet. Iedereen heeft een andere cultuur en je moet de verschillen kennen. Voor sommigen is het erger iemand te slaan dan te steken. Uiteraard ben je dan meer op je hoede. Daarbij is ook de muziek veranderd en die bepaalt toch de attitude. In mijn tijd was er house. Die R&B van nu, dat is imago en wapens. Jonge gasten spiegelen zich aan hun idolen en nemen dat over. Als er vroeger gevochten werd, zaten ze na twee uur samen aan de toog. Dat is nu onwaarschijnlijk.”

Crapuul en vrouwelijke portiers “Door al die veranderingen vind ik het hoe langer hoe meer een ondankbare job. We verdienen niet veel, ook al doordat we geen drinkgeld meer mogen aanvaarden, er is minder respect. We werken tenslotte ’s nachts en moeten risico’s nemen. Je komt soms in absurde vechtpartijen terecht. Zeker als er drank en drugs mee gemoeid zijn. De grootste gevechten die ik al gehad heb, waren met zo’n honderd man. Dat was toen ik werkte aan de Noord-Franse grens. Voetbalhooligans die elkaar tegenkwamen, Vlamingen tegen Fransen. Dan moet je dat proberen kalmeren met vijf à zes man. ’t Is vechten tegen de bierkaai. We twijfelen natuurlijk niet, we vliegen erin, het is tenslotte onze job. Maar in zo’n geval kan je enkel hopen dat iedereen er redelijk uit komt. Er is ook al op ons geschoten. Gasten die we niet binnengelaten hadden, wilden wraak nemen. Dat bewijst dat we goed geselecteerd hadden hé! (lacht) Maar of ze nu schieten, met glas gooien of steken, het komt allemaal neer op geluk hebben.” “Veel hangt ook af van de plaatsen waar je staat, natuurlijk. Alle respect voor de jongens die fuiven doen. Die zijn ook niet ongevaarlijk, maar dat doet me toch altijd meer denken aan een chiroleider die de boel in de gaten houdt. De deur doen in een discotheek of een striptent, dat is het echte portierswerk. De echte venten staan aan de deur hé! (lacht) Grapje: ik ken vrouwelijke portiers! Die werken vaak ondersteunend, voor het drugsbeleid. Wij mogen geen vrouwen fouilleren. Zij dwingen ook respect af, het crapuul is dan terughoudender: ze slaan niet op vrouwen. Maar als het hek echt van de dam is, kan een vrouw niet veel doen…”

17


Lector onder de loep: Anne-Marie Cotton

“Lesgeven gaat over verhalen vertellen” Anne-Marie Cotton is een van de meest legendarische lectoren van de Kantienberg. Ze staat bij haar studenten bekend als een gevestigde waarde in haar vakgebied, zeer gedreven en thuis van alle markten.

Tekst: Aaron Demeulemeester en Charlotte Doolaege

Anne-Marie Cotton: “Ik heb eerst Romaanse filologie gestudeerd, maar besefte op een bepaald moment dat ik het eigenlijk toch niet zag zitten om de rest van mijn leven Franse les te geven. Marketing zei me wel iets, maar door mijn gebrek aan achtergrondkennis van het bedrijfsleven raakte ik niet binnen bij de Vlerickschool. Daarom heb ik eerst een zogenaamde D.E.S.S. (Diplôme d’Études Supérieures Spécialisées) en Administration des Entreprises gevolgd in Lille gedurende één jaar. Het was zeer intensief, omdat we erg veel les hadden, maar ook omdat ze in mijn richting bijna uitsluitend met afkortingen werkten.”

Dat verklaart veel: uw studenten vinden het grappig dat u in de les vaak afkortingen gebruikt die niemand kent. Cotton: “De Franse slag zit er bij mij nog in! Na mijn passage in Lille werd ik toegelaten op Vlerick. Sindsdien hebben ze daar in Lille heel wat Vlamingen de revue zien passeren. Ik zou daar eigenlijk een speciale medaille voor moeten krijgen. Het is ook daar dat mijn interesse voor marketing is begonnen. Na mijn afstuderen ben ik onmiddellijk gaan solliciteren in allerlei reclamebureaus, en ik mocht beginnen bij Grey. Later ben ik nog overgestapt naar de concurrentie.”

Waarom bent u overgestapt naar het onderwijs? Cotton: “Een job in de reclame is allesbehalve nine-to-five: combineren met een gezin is niet altijd evident. En er waren ook gezondheidsredenen. Ik werd al regelmatig gevraagd om voor studenten te spreken en toelichting te geven over een case, en wist dus al op voorhand dat ik het contact met de studenten heel tof vond. Toen heb ik mijn aggregaat gedaan om ook les te kunnen geven. Ik heb geen seconde spijt gehad van mijn keuze. Sinds mijn overstap ben ik betrokken geraakt bij veel ver-


enigingen die me extra input geven. Zo blijf ik bezig met mijn vakgebied, zij het nu vanuit academische hoek. Ik zoek nog altijd naar cases om de studenten te helpen de theorie te verbinden met de praktijk. Ik werk ook met erg veel beeldmateriaal en nodig regelmatig sprekers uit. Een goeie lesgever moet zijn studenten kunnen blijven boeien. Het gaat over verhalen vertellen.”

Hoe zou u de ideale student communicatiemanagement omschrijven? Cotton: “De ideale communicatiestudent is iemand die open en nieuwsgierig is en op zoek gaat naar nieuwe informatie, en niet stopt bij het internet. Hij gaat kritisch om met informatie die hij vindt, en plaatst verschillende bronnen naast elkaar. De ideale student is iemand die de zaken in perspectief wil plaatsen. Iemand die zijn eigen standpunt kan innemen en dat kan komen verdedigen. In onze discipline is niets juist of fout. Het is altijd een kwestie van hoe je het beargumenteert. Het is onze taak als lesgevers om jullie daarin te stimuleren.”

Hoe komt het dat er vrij veel mensen in communicatiemanagement niet graag spreken voor een groep? Cotton: “De communicatie is heel breed, je hebt een hele waaier aan professionele mogelijkheden. Niet iedereen die communicatie studeert, moet het fijn vinden om vooraan te gaan staan. Niet iedereen heeft de gave om te zeggen: ‘Je m’en fous.’ Ik ben er dus zeker niet door verrast dat niet iedereen in mijn groep haantje-de-voorste is. En gelukkig maar. Anders zaten we binnen de kortste keren met een hanengevecht. Je hebt al die verschillende profielen ook echt nodig voor een goed werkende communicatiewereld.”

19


Lector met de hoofdtelefoon: Eric Van de Casteele

“Jongerengroepen van vandaag zijn zo melodramatisch” We kennen Eric Van de Casteele als lector Belgische geschiedenis en politieke leerstelsels. Naast redenaar pur sang, is Van de Casteele ook een fervent muziekliefhebber. TANK ging met hem praten over zijn favorieten en zijn visie op de hedendaagse muziek.

Tekst en foto: Cédric Maes We kennen u als een lector die meestal met de hoofdtelefoon nog op het hoofd het auditorium binnenwandelt. Naar welke muziek luistert u zoal? Eric Van de Casteele: “Eerst en vooral, op mijn iPod staat alles. Rock, pop, soul, Nederlandstalige muziek, klassiek, jazz, ik luister echt naar alles. Vroeger luisterde ik vooral naar pop, rock en soul, later ben ik ook jazz en klassieke muziek gaan beluisteren. In mijn jonge jaren kocht ik zeer veel cd’s, die het in feite niet waard waren te kopen. Meestal waren slechts een drietal nummers de moeite. Nu doe ik al mijn cd’s weg, en selecteer ik de beste nummers om op mijn iPod te zetten. Ik heb wel nog een platencollectie (vinyl dus) van meer dan 200 stuks.” We vroegen u drie van uw favoriete platen mee te brengen… Van de Casteele: “Voor een muziekliefhebber is een selectie maken geen gemakkelijke opdracht. Ik heb dus vijf platen mee in plaats van drie. De eerste plaat is Into the Music van Van Morrison. Ik ben een zeer grote fan van ‘Van the man’. Van Morrison is een moeilijke mens naar het schijnt, maar dat kan me niet schelen. Rond mijn zestiende begon ik platen te kopen, en Van Morrison was bij de eerste artiesten die ik ontdekte. Vanaf het moment dat ik op kot zat in Gent, kocht ik meer en meer platen. Van Morrison neem ik samen met Bob Dylan. Zij zijn mijn twee favorieten.” Heeft u, als grote fan, ook veel concerten bezocht? Van de Casteele: “Ik was inderdaad een intens concertganger. Dylan en Van Morrison heb ik tussen de twaalf en de vijftien keer gezien. Ik heb ze ook allebei in het buitenland gezien. Londen, Rijsel, Utrecht,… ik volgde ze binnen Europa. Een dubbelconcert in Londen is één van de mooiste concerten die ik gezien heb.”

“Als tweede plaat heb ik Sticky Fingers van The Rolling Stones mee. Op deze plaat ben ik best wel fier omdat het een collector’s item is. De jaren 1970 waren een bluesy periode van The Stones, en Sticky Finger is voor mij The Stones op hun best.”

Sexual Healing Naast rock sprak u ook over soul. Van de Casteele: “Inderdaad. Al Green, Marvin Gaye en Otis Reading zijn voor mij de drie musketiers van de soul. Ik hou van de ruwere sexy soul, niet van de afgelekte soul zoals Sam Cooke. Livin’ for You van Al Green vind ik een prachtplaat. Ik heb de grootheden van de soul ook allemaal live gezien in Oostende. Vroeger organiseerde Freddy Coussaert in het Casino Kursaal een jazzfestival. Enfin, het heette een jazzfestival maar was in feite een soulfestival. Alle groten van de blues en soulwereld zijn op dat festival – dat jammer genoeg niet meer bestaat – gepasseerd. Coussaert haalde ook Marvin Gaye, die een moeilijke periode doormaakte in Londen, naar Oostende en die maakte er met het nummer Sexual Healing zijn comeback. In feite zou de koningin der badsteden opnieuw iets dergelijks moeten organiseren.” De vierde plaat die u mee heeft is Van een Afstand van Boudewijn de Groot. U houdt dus ook van Nederlandstalige muziek? Van de Casteele: “Van een Afstand is een bijzondere plaat. Ze is opgenomen in Amerika, samen met Harry Veen, een van de beste gitaristen van de Lage Landen. Men categoriseert de Groot onder kleinkunst, maar in feite is het pure Nederlandstalige rock.”


Volgt u als liefhebber ook de nieuwe generatie? Van de Casteele: “De laatste plaat die ik heb meegebracht, is Hawk van Isobell Campbell & Mark Lanegan. Lanegan is voor mij een fenomeen. Ik probeer de nieuwe generatie te volgen waar ik kan, maar dat is niet altijd makkelijk. Ook Belgische groepen zoals Triggerfinger en dEUS vind ik geweldig. Ik ben wel van mening dat jongerengroepen van vandaag nogal zagen. Al dat melodramatische altijd, ik word dat snel beu.” Wat vindt u van festivals zoals Werchter en de hoge prijzen die er vandaag de dag aan vasthangen?

“Ik hou van de ruwere sexy soul, niet van de afgelekte soul zoals Sam Cooke” Van de Casteele: “De prijzen van festivals vind ik een dubbeltje op zijn kant. Enerzijds is het zeer duur, maar anderzijds kan je niet ontkennen dat het wel de crème de la crème is die er op de podia staat. Ik stel me wel de vraag waarom dat zo lang moet duren. Vier dagen Werchter lijkt me een pure uitputtingsslag. Ook het grote aantal

“Jongeren lijden bijna aan Werchterstress om te kiezen welke groepen ze gaan bekijken” groepen vind ik geen goede zaak. Jongeren lijden bijna aan Werchterstress om te kiezen welke groepen ze gaan bekijken. In dat opzicht was het in de jaren 80 beter. Toen had je Torhout-Werchter, twee dagen dezelfde groepen op een andere locatie. Men moest niet beginnen kiezen, want er speelde een groep of zes à zeven, en het verrassingseffect was veel groter. De fans van verschillende genres zaten door elkaar. Fans van een bepaalde groep werden soms compleet verrast door een andere groep, waardoor je magische concerten kreeg. Ik zeg niet dat magische concerten niet meer bestaan, maar het effect was volgens mij groter.” Als laatste: met wie uit de muziekwereld zou je eens aan tafel willen zitten? Van de Casteele: “Bob Dylan. Dylan is voor mij het grootste icoon uit de muziekwereld. Dylan is altijd vernieuwend geweest, heeft altijd de toon gezet. Het was één van de eerste artiesten die verschillende genres in zijn muziek verwerkte. Zijn nummers zijn nooit hetzelfde, wat zijn muziek zo geweldig maakt.”

21


4L Trophy: een avontuur in de woestijn van Marokko Een rally voor het goede doel, met meer dan 1.200 Renault R4’s. De 4L Trophy vindt volgend jaar in februari voor de zestiende keer plaats. Een groot avontuur waar ik volgend jaar met mijn Team Toernavies hoop aan deel te nemen. TANK sprak met team Rocky, dat de editie van 2012 tot een succesvol einde bracht. Wat volgt is een verhaal over het avontuur met de getuigenis van een team en onze eigen voorbereiding op de editie van 2013.

Tekst: Brecht Herman Fotos’s: Team Rocky De 4L Trophy is in de eerste plaats een rally voor en door studenten. De deelnemers zijn tussen de achttien en achtentwintig jaar oud, waarvan het merendeel student is. Ook de organisatie en de technische ondersteuning worden verzorgd door studenten. Een avontuur van 7.000 km in een oude kleine wagen, zand eten in de woestijn van Marokko, solidariteit onder de teams en harde deadlines. Dat alles met 3.000 studenten. Het centrale aspect van de rally is het goede doel. De teams zijn verplicht om minstens 50 kg aan humanitair materiaal mee te nemen, om uit de delen aan de arme kinderen in en rond Marrakech. Het is ook niet de bedoeling om een snelle tijd neer te zetten, maar om zo weinig mogelijk kilometers af te leggen. Er moet dus ook goed

“Het inschrijvingsgeld bedraagt 3.100 euro, maar na de editie van 2012 zijn er drie scholen opgericht, en is er een sanitair blok gebouwd in een dorp rond Marrakech” genavigeerd worden. Het inschrijvingsgeld bedraagt 3.100 euro, inderdaad vrij veel. Maar na de editie van 2012 zijn er drie scholen opgericht, en is er een sanitair blok gebouwd in een dorp rond Marrakech. Het geld wordt dus goed besteed.


De rally vertrekt van een centraal gelegen punt in Frankrijk. Enkele jaren geleden was dat in het Stade de France in Parijs en vorig jaar was het in Poitiers, aan de Futuroscope. Alle wagens verzamelen daar om een technische controle te ondergaan en de eerste orders te krijgen. Van daaruit gaat het richting de ferry in Spanje. Volgens team Rocky meteen een eerste uitdaging. De deadlines om de boten te halen zijn strak. ’s Nachts doorrijden hoort er dus zeker bij. De technische ondersteuning begint pas in Marokko, dus ook dat aspect zorgt voor een gezonde stress tijdens de eerste dagen. Een gouden tip: “Zorg dat de wagen in orde is voor je vertrekt. Anders moet je in het vertrekdorp nog beginnen stressen om alles in orde te krijgen en toch mee te kunnen.” Wel positief is de solidariteit onder de (Belgische) teams. Als je aan de kant van de weg staat met panne, stoppen er meteen enkele teams om te vragen of ze met iets kunnen helpen. Een keer in Marokko volgen er enkele woestijnetappes met als afsluiter een groot feest.

Het avontuur van Team Rocky “De eerste dagen zijn stressy. Elke morgen hoop je dat de wagen zal starten. Gelukkig is de solidariteit tussen de teams zeer groot. Na enkele dagen horen technische problemen erbij. Iedereen is op zijn gemak, weet sowieso dat er iets aan de wagen zal schelen, maar niemand maakt er zich druk om. Weinig slaap, koekjes eten in de wagen, in de zon in panne staan, het hoort er allemaal bij. Op de bivak heerst er een ware festivalsfeer. Een tv-wagen met een groot scherm, met dagelijkse rallyreportages en con-

certfilms, zorgt voor een goede sfeer. De organisatie van de rally zelf is echt top. Bedoeïenententen, sfeer door het grote scherm, deftig eten met echt bestek, alles is strak georganiseerd. Ook de zeventig tot tachtig monteurs staan dag en nacht klaar om je uit de nood te helpen. Een ervaring die we iedereen aanraden.”

“Weinig slaap, koekjes eten in de wagen, in de zon in panne staan, het hoort er allemaal bij” Tol van de vermoeidheid “In en rond het bivak is alles veilig. Maar erbuiten wordt er jammer genoeg zeer veel gestolen. De kinderen in Marokko zijn enthousiast, maar iedereen weet dat je duur materiaal en geld bij je hebt. Op elk moment dat je stilstaat probeert men in de auto te geraken om hem leeg te halen. Ook in Spanje is het opletten voor diefstal. Aan de tankstations probeert men dingen te stelen en er rijden zelfs valse politiepatrouilles rond. Die nepagenten zijn vooral uit op de papieren en internationale paspoorten van de deelnemers.” Wat ook leuk is, is het feit dat alle verschillende accenten door elkaar lopen. De Belgische delegatie, die samen vanuit Brussel vertrekt, bestaat uit Walen, West- en Oost-Vlamingen, Limburgers en noem maar op. Ook bij de Franse deelnemers komen de teams van echt overal

23


uit Frankrijk. Er is dus zowel een groot verschil tussen de teams en toch een grote solidariteit. Als team blijf je wel bij elkaar. Ook al zit je soms te schreeuwen tegen elkaar in de wagen, toch loop je nooit zonder je teammaat. Je kent er niemand anders, dus blijf je dicht bij elkaar.” “Gevaarlijk zijn wel de deadlines die de organisatie oplegt om bijvoorbeeld de boten te halen. Sommige teams moeten hiervoor dag en nacht doorrijden, wat eigenlijk onverantwoord is. Zelf hebben we ook 1.000 km afgelegd in één dag. En ook op de terugweg moesten we 10 uur aan een stuk doorrijden om de ferry te halen. Die deadlines zorgen voor vermoeidheid bij de deelnemers waardoor er redelijk wat ongelukken gebeuren.”

De plaatselijke bevolking “Het enthousiasme voor de rally is groot. De meer dan 1.200 kleurrijke R4’s die door de dorpen rijden worden op gejuich onthaald. Wat ons wel opviel, is dat de plaatselijke bevolking geen weet heeft van het goede doel dat aan de rally verbonden is. Dat merk je aan het respect dat ze hebben voor de teams. Auto’s worden de verkeerde kant


uitgestuurd of gewoonweg leeggeroofd. Vooral voor de volwassenen is het de zoveelste rally die voorbijkomt. De rally heeft dus een nobel doel, mét resultaat, maar dat is blijkbaar niet gekend onder de plaatselijke bevolking.

verkopen, een eetfestijn te houden en nog meer. De sponsoring begint stilaan los te lopen, dus kunnen we ons beginnen focussen op het in orde brengen van de wagen. We willen de wagen door de dagelijkse keuring krijgen, om er voor en na de rally veel mee te rijden. We hebben dus nog veel werk voor de boeg.

Onze ontdekking en voorbereiding met Team Toernavies voor de rally van Bedankt, Team Rocky! 2013 Ik sprak met Team Rocky meer dan een uur over hun erWe ontdekten de rally toen mijn beste vriend een Renault R4 kocht om op te knappen. De verkoper sprak over een rally van 7.000 km met meer dan 1.000 van die autootjes. We waren meteen gek van het idee en na enkele uren surfen waren we verkocht. We zouden en moesten deelnemen aan de rally.

varing en voorbereiding. Geweldige mensen met een fantastisch verhaal over een avontuur dat ze nooit meer zullen vergeten. Hun verhaal deed me nog meer zin krijgen om deel te nemen.

Het moeilijkste van de voorbereiding is het geld inzamelen. Om echt safe te zitten, hebben we een kleine 10.000 euro nodig. In deze tijden is het niet makkelijk om sponsors mee te krijgen. We zullen dus via andere acties geld moeten inzamelen. Onze paaseitjesverkoop was al een succes, maar in de toekomst hebben we nog andere dingen gepland. We zijn van plan T-shirts van het team te

Hopelijk kunnen we in een volgende TANK een boeiend verhaal brengen over het verloop van onze rally. Mensen die ons willen steunen of meer willen weten, kunnen altijd een mail sturen naar teamtoernavies@gmail.com. Check ook zeker eens de website www1.4ltrophy.com en de verschillende filmpjes op YouTube van andere teams!

Student versus de appel van Artevelde

die op het eerste gezicht lijken voort te komen uit een verlangen om ons te zien slagen in het leven. Plannen die menig student doen denken aan de heks die Sneeuwwitje een appel wil forcefeeden. Binnenkort pronken de examenroosters weer op ieders kalender.

Het is pas echt lente als je die eerste keer een enge man op teenslippers hebt zien rondhossen tussen de narcissen in het Zuidpark, en als een woeste troep duiven je van je ijsje heeft trachten te beroven. Onze gevederde vijanden hebben opnieuw energie, en wenden die graag aan om te moorden en te stelen, maar niet alleen zij voelen zich als herboren. Ook wij, onschuldige studenten, vinden onze tweede adem. Gewoontegetrouw wenden we die doorgaans aan om ons zo schaars mogelijk te kleden en de kas van menige horecazaak te spijzen. Ieder jaar opnieuw heeft moeder Artevelde echter andere plannen voor ons. Plannen

Tot slot…

Anderhalve maand van stressen, rondlopen in je pyjama van ’s morgens tot ’s avonds, niet zeker weten welke dag van de week het is, het ontwikkelen van pleinvrees doordat je met angstwekkend weinig mensen communiceert, en het uitdagen van je bioritme tot je examenjetlag hebt. Om nog maar te zwijgen van de vreemde obsessies die velen ontwikkelen tijdens het blokken, en de bergen kilocalorieën die je dagelijks naar binnen krijgt door constant te snoepen. Laat er niet langer twijfel over bestaan: we hebben een zeer vergiftigde appel toegeschoven gekregen. Zij die bereid waren hun paasvakantie ritueel op te offeren voor betere examenresultaten, zitten goed op schema. Voor de rebellen die dat geweigerd hebben, wachten er wellicht moeilijke tijden. Maar wanhoop niet: de uren die je in de zon hebt doorgebracht, kunnen nog lonen. Dames die graag kortgerokt ten strijde trekken naar een mondeling examen, kunnen dat nu doen met goudbruine benen. Je weet toch maar nooit of het iets oplevert.

25


Studeren met een topsportstatuut Dit schooljaar zijn er 66 Arteveldestudenten met een topsportstatuut. Concreet mogen die studenten onder meer lessen missen, wisselen van groep in functie van hun trainingsschema en taken of examens verplaatsen. TANK legde zijn oor te luister bij drie topsportstudentes. “Ik heb er mij bij neergelegd dat ik tevreden moet zijn met een tien als ik dan kan blijven sporten.”

Tekst: Brecht Herman Leen Geysen combineert haar tweede jaar audiologie met internationale jumpingwedstrijden. “Als zevenjarige zat ik al op een pony en sinds mijn zestiende verjaardag ben ik niet weg te slaan van paarden”, vertelt Leen. In 2010 werd de Limburgse in Shanghai wereldkampioen bij de studentenruiters. “Dat is en blijft het mooiste dat ik in mijn prille carrière heb meegemaakt. Zoiets vergeet je niet gauw.” Als lid van de Belgische Studentenruiters moet Leen geregeld naar het buitenland voor internationale wedstrijden. “Meestal duren die wedstrijden vier dagen. Ik heb mijn topsport-

statuut dus absoluut nodig om sport en studies te kunnen combineren. Ondanks de voordelen die het statuut met zich meebrengt, blijft het toch een zware combinatie. Dagelijks trainen zit er voor mij tijdens het schooljaar niet in, omdat ik niet zomaar eventjes van Gent naar Diepenbeek en terug kan reizen.” Iemand die iets dichter bij huis blijft, is Jana Raman, laatstejaarsstudent podologie, uit Kalken. Zij speelt al vijf jaar basketbal op het hoogste niveau, in eerste nationale. “Heel mijn familie heeft gebasket, ik kreeg gauw de microbe te pakken. Op mijn vijfde ben ik

ermee begonnen en toen ik acht was, mocht ik al spelen in een ploeg waar iedereen twee jaar ouder was”, doet Jana haar verhaal. Voor ze het wist mocht ze als vijftienjarige met de Belgische ploeg naar het EK. Een jaar later werd ze met de nationale U21 vijfde op het wereldkampioenschap. In 2008 werd het baskettalent van de Kantienberg uitgeroepen tot Belofte van het Jaar.

Hoogtes en laagtes Al die topprestaties doen wat met een mens. “Ik ben zeker trots op wat ik al


“Ik hoop na mijn studies wel mijn beroep te kunnen maken van mijn sport. Maar ik blijf realistisch en besef dat het eerst zaak is om mijn diploma te halen”

bereikt heb, maar na die hoogtepunten volgden vaak dieptepunten. Die jaren na een goede prestatie wordt er zoveel van je verwacht en moet je bevestigen. Het was als tiener niet eenvoudig om met die zware druk om te gaan.” Jana’s talent bleef zeker niet onopgemerkt. “Ik kreeg een paar jaar geleden mooie buitenlandse aanbiedingen, onder andere uit de Verenigde Staten, maar ik wilde eerst een diploma behalen in België. Ik hoop na mijn studies wel mijn beroep te kunnen maken van mijn sport. Maar ik blijf realistisch en besef dat het eerst zaak is om mijn diploma te halen.” Ook karatekid Sarah Daghuyt houdt beide voetjes op de grond. “Je kan niet leven van karate en ik zou het

ook niet willen. Ik ben geïnteresseerd in communicatiemanagement en wil er later mijn beroep van maken”, zegt de tweedejaarsstudente vastberaden. “Ik ben begonnen met karate om mij te kunnen amuseren. Als kind verloor ik elke wedstrijd, want ik trainde nauwelijks. Naar de training gaan betekende voor mij sociale contacten onderhouden.” Plots is Sarah wel gaan beseffen dat ze stevig moest trainen. “Ik vergeet dat moment nooit. Na een wedstrijd zei de scheidsrechter tegen mijn trainer dat hij mij in de gaten moest houden, want dat ik een goeike zou worden. Dankzij mijn inzet maak ik nu al anderhalf jaar deel uit van de nationale selectie. Voor elke internationale wedstrijd wordt er uit die selectie een ploeg gevormd.”

Of het lastig is om na een internationale wedstrijd terug op de schoolbanken te zitten? “Eigenlijk wel! Een hele dag ben je uiterst geconcentreerd bezig, dus ’s avonds ben je zowel fysiek als mentaal doodop. Als je dan de volgend ochtend vroeg op school moet zijn, kan dat al eens pijn doen. Om dan nog maar te zwijgen over de blauwe plekken, blessures en spierpijn waarmee ik in de les moet zitten”, lacht Sarah. “Ik ben blij dat ik een topsportstatuut heb, maar het blijft toch heel moeilijk om sport en studies te combineren. Het is vooral een kwestie van goed plannen. Je moet ook tevreden durven zijn met een tien. Ik haal niet de allerhoogste punten, maar ben realistisch genoeg om te beseffen dat dat onmogelijk is zolang ik op hoog niveau karate wil blijven doen.”

27


Café Molotov (KG)

De Geus van Ge Hot Club De Gand (MV)

De Geus van Gent (KG)

Kroegentocht door verborgen Gent Gent leeft, dat ziet iedereen. De stad lijkt zich steeds opnieuw uit te vinden en ontvangt veel lof over haar jonge imago. Maar waar zit dat ‘jonge’ dan? Natuurlijk kent iedereen de Overpoortstraat, de tot in Noord-Frankrijk beruchte Gentse feeststraat. Duizenden studenten en nostalgische ex-studenten zoeken de dreunende en vaak commerciële dansmuziek op om alles even te vergeten. Maar Gent is veel meer dan dat. We gingen op zoek naar het betere alternatief uit het Gentse nachtleven.

Tekst: Kasper Goethals Fotos’s: Mira Verstraeten en Kasper Goethals Live optredens in Gent-centrum Hot Club de Gand Als er een café is dat je gezien moet hebben, dan is het wel de Hot Club de Gand. Het kleine cafeetje ligt aan het eind van een mansbreed steegje in hartje Gent. Je hebt er daardoor het gevoel deel te zijn van een exclusief jazzy uitgaanssfeertje. Als je het steegje tot het einde bent doorgelopen, kom je op een binnenplaatsje dat vol staat met tafeltjes, elektrische warmteblazers en bamboe. Binnen is er beneden een klein podium en boven zijn er zetels en meer tafels. In de Hot Club treden er vier dagen per week groepjes op die vooral jazz spelen, maar er is ook plaats voor flamenco, folk, klassieke muziek, blues, chanson, musette, wereldmuziek en gypsy, een beetje van alles dus. Zo druk en uitgetogen het er ’s avonds is, zo rustig en gezellig kan het er overdag zijn: je kan er genieten van een warme chocomelk met of zonder slagroom of van een van de tientallen soorten thee. Kortom: de sfeer is er open en jong, een prima plaats om nieuwe mensen te leren kennen! Kom vroeg genoeg of het wordt moeilijk een plek te vinden. (Schuddevisstraatje - Groentenmarkt 15b)

White Cat Nog zo’n goed verstopt café is de White Cat. Het is het soort café waar je naartoe meegenomen wordt, door kleine veertiende-eeuwse straatjes van het Patershol. Ter plaatse zie je alleen de grote donkere bodyguard, die iedereen aanmaant stil te zijn voor de buren. De oude kelder is ingericht met uniek seventiesmeubilair en zou helemaal niet misstaan als ondergrondse club in een James Bondfilm. De White Cat is bovendien bekend om zijn lekkere cocktails die met vers fruit ter plaatse gemixt worden. Een twee meter lang belicht aquarium in de bar geeft je meer dan genoeg afleiding terwijl je wacht op je drankje. De White Cat is duidelijk vooral bedoeld voor feest en dat merk je aan de opzwepende funk die door de boxen knalt. Bijna elke avond wordt de muziek ook live gedraaid door dj’s. Het café is op gewone weekavonden vrij leeg, maar als er een van de vele jamsessies of optredens plaatsvindt, is er geen plaats waar je liever wil zijn! Het is er ook erg geschikt om er met een grote groep vrienden je verjaardag of laatste examen te vieren. De White Cat is een bar die het van zijn reputatie en vaste klanten moet hebben, maar is sinds haar ontstaan uitgegroeid tot een van de hipste plaatsen in de stad. (Drongenhof 40 - Patershol)


White Cat (MV)

ent (KG)

Hot Club De Gand (MV) White Cat (MV)

Cafés rond Campus Kantienberg De Geus van Gent De Geus van Gent is een café dat je als Arteveldestudent minstens gezien moet hebben. Het ligt aan de het brugje richting Muinkpark en is alleen toegankelijk langs de andere kant. De Geus van Gent, een plaats waar naar eigen zeggen “vrijdenkers thuis zijn”, is een erg groot café in drie niveaus. Het eerste niveau is met houten tafels en stoelen. Een niveau lager is de ruimte gevuld met zetels en koffietafeltjes. Het meubilair is zo kitscherig dat het vintage wordt en vreemd genoeg niet oud aanvoelt. Op het derde niveau staat een biljarttafel en nog een viertal zetels. Opmerkelijk: in de derde kamer is een vitrinekast waar op één schap zeven plastieken penissen van groot naar klein staan opgesteld. De absurditeit is niet ver te zoeken. Wat De Geus van Gent zo’n aangenaam café maakt, is niet alleen de eigen stijl of de rust in het midden van de studentenwijk. Het is vooral de buitengewoon vriendelijke en snelle bediening die De Geus van Gent van andere hippe cafés onderscheidt. De Geus van Gent oogt jong en is ook de thuis van veel studenten, maar het is ook een plaats waar vrijzinnige intellectuelen van alle leeftijden elkaar treffen om tussen pot en pint over de zedenleer te praten.

Café Molotov Café Molotov is een café dat zijn anarchistische ideologie niet onder stoelen of banken steekt. De muren hangen vol posters van betogingen en verzetspamfletten en het plafond is behangen met een legernet. Behalve links is dit café ook erg goedkoop, de sfeer is er steeds sympathiek en het café is een vaste stek voor jonge kunstenaars en Spaanse Erasmus studenten. Het anarchistische tintje dat over het hele café hangt gaat hand in hand met een visie op goedkoop bier: het is een van de enige plaatsen in de Gentse studentenwijk waar Jupiler nog 1,50 euro en Duvel 2,50 euro kost. Het café heeft geen bijzonder meubilair, maar dat neemt de zuinige student er graag bij. De Molotov is bijna nooit leeg en soms worden er optredens gegeven op een binnenkoer achter het café. Daar staan ook zetels waar, als het weer goed is, studenten zich kunnen terugtrekken. Op driehonderd meter van de ingang van campus Kantienberg, is dit café erg makkelijk te bereiken voor de Arteveldestudenten. Ook voor minder radicale jongeren staat het café altijd open. (Voetweg 48)

(Kantienberg 9)

29


“De sportdienst van Sovoarte bestaat uit 1,3 medewerkers”

Sporten op de Arteveldehogeschool: onbekend is onbemind Hoe zit dat met de Body Mass Index, kortweg BMI, van de studenten op de Kantienberg? Zijn we allen fit genoeg om de tien kilometer op de Artevelderun in een recordtijd af te leggen of leggen we na vijfhonderd meter al het loodje om ons daarna op een pak friet van bij Julien te storten?

Tekst: Andreas Heyerick en Joren Van Impe Uw sportredactie jogde naar Lore Michiels, vaste medewerkster van de sportdienst van Sovoarte en viel haast om van wat ze te horen kreeg. En ook een beetje van de inspanning, uiteraard. Goed, we hebben een sportdienst, maar we vroegen ons wel af hoe die in elkaar zit en wat ze daar allemaal uitspoken. Heel veel, zo blijkt. “De sportdienst zorgt voor alle sport voor de studenten. Zowel recreatieve sport, competitie en topsport komen aan bod. In het kader van de eerste twee organiseren

“Wij kunnen zelfs zorgen voor de reservatie van een zaal en ook financieel doen wij onze duit in het zakje” wij verschillende activiteiten. Studenten die graag eens willen badmintonnen, basketballen, voetballen of bowlen met de klas, kunnen bij ons terecht. Zelfs als er mensen zijn die willen paintballen helpen we bij het organiseren. Wij kunnen zelfs zorgen voor de reservatie van een zaal en ook financieel doen wij onze duit in het zakje”, zegt Lore Michiels. Pardon?! Dat was de eerste keer dat wij te horen kregen dat zelfs de vermoeiende taak van het reserveren en


“Een initiatief dat de sportdienst elk jaar opnieuw op de kaart zet, is de Artevelderun, vorig jaar goed voor 750 deelnemers” organiseren van een sportactiviteit door iemand anders geregeld wordt. We bekennen: uw sportredactie zit niet in topconditie, maar een middagje sporten voor nauwelijks of zelfs geen geld spreekt ons altijd aan. Al was het maar om al zwalpend als een idioot dribbels à la Cristiano Ronaldo te oefenen die helaas nooit willen lukken.

Vlaams kampioen En wat gebeurt er met de competitiesporters en de topsporters? Michiels: “Voor de competitiesporters hebben we verschillende competities ingericht. Onze best presterende ploegen in 2011 zijn het volleybal voor zowel dames als heren, het voetbal en de Ultimate Frisbee. Dat is een soort van rugby maar dan met een frisbee. We doen het daarin ook niet slecht. De heren van het volleybal werden zelfs Vlaams kampioen in 2011! Voor de topsporters gaan wij na of zij een aangepast leercontract kunnen krijgen zodat zij examens kunnen herleggen en gemiste lessen mogen inhalen om dan op die manier hun diploma te behalen.” Alsof dat nog niet genoeg is, sloeg ze ons om de oren met nog meer lekkers. Wat jullie misschien al wisten, maar wij – en waarschijnlijk de helft van de Kantienberg – zeker nog niet, is dat je voor slechts vijftien euro een heel jaar lang, elke avond van de week, kan gaan sporten. Volleybal, voetbal, badminton, verscheidene soorten dans en nog meer calorieverbrandende okselvijverproducenten staan op het menu. De mogelijkheden kennen geen grenzen. Op woensdag kan je nu ook gratis terecht in de sporthal van de Leopoldskazerne aan de campus Kattenberg om een badmintonpluimpje tot moes te meppen alsof het je schoonmoeder was, om aan een touw of metalen staaf te gaan slingeren als een gediplomeerde Tarzan of om het anders zo waterpas liggende plein te voorzien van een reliëf tijdens een robbertje volley. Lore Michiels, opgeleid in de lichamelijke opvoeding, doet haar job nu al vijf jaar. “Toen ik ermee begon, werkte ik zestig procent. Nu ben ik fulltime bezig met de sportdienst. In die tijd is al veel veranderd, maar het kan nog beter. We moeten de studenten nog beter proberen te bereiken. Dat doen we nu via de schermen in het gebouw, flyertjes en ook een facebookgroep. Zo kunnen de studenten die wil-

len sporten weten waar ze naartoe moeten. Toch zijn extra reclame en initiatieven van de studenten uit welkom.” Een initiatief dat de sportdienst elk jaar opnieuw op de kaart zet, is de Artevelderun, vorig jaar goed voor 500 deelnemers. Deze automutilanten houden niet alleen hun conditie op peil tijdens een wedstrijd van tweeënhalve, vijf of tien kilometer, ze verbranden ook al dan niet aanwezige overtollige vetten én op de koop toe steunen ze het goede doel. “De opbrengst wordt geschonken aan vzw aPart, een vzw die zit inzet voor maatschappelijk kwetsbare jongeren. Er was ook een groot beweegevenement rond het parcours waar iedereen kon meedoen aan spelletjes zoals een gps-trophy, sumoworstelen, alle soorten dans en walk on water”, kregen we meegedeeld zodat ons communiezieltje overwoog om ons ook in te schrijven waarna we vakkundig onder het mom van een blessure een schwalbe tentoon gespreid zouden hebben in het Citadelpark.

Niet klagen Zoveel initiatieven vergen heel veel werk. Hoe groot is het legertje sportieve medewerkers dan die het sportdienstschip een rechte koers laten varen? “Het is niet slecht bedoeld, maar de sportdienst bestaat uit 1,3 personen en dat voor 11.000 studenten over alle Arteveldecampussen. Daarmee wil ik zeggen dat we met één fulltime-medewerker werken, ik, en daarnaast mijn collega die voor 30% op de sportdienst werkt. Je hoort ons zeker niet klagen, maar hoe meer initiatieven, hoe beter.” Hierdoor stijgt de sportdienstcrew nog meer in onze achting. Geen wonder dat er twee gsm’s op het drukbezette bureau liggen. We begonnen ons hoe langer hoe schuldiger te voelen omdat we, beiden voorlopig nog in het bezit van een klein bierbuikje, ondanks alle inspanningen van de sportdienst schandelijkerwijs ons nooit enige moeite hadden getroost ook maar één van bovengenoemde initiatieven in overweging te nemen. Amen. En nu als de wiedeweerga die sportschoenen aandoen – na ze gekocht te hebben – en lopen! Of fierljeppen.1 1 Voor zij die het niet kennen: zoek het op of huppel naar de Sportdienst van de Arteveldehogeschool voor meer informatie!

31


Schlagerzangers aan de coke De schlagerscene is een van de populairste onderdelen van de Vlaamse muziekindustrie. Tienduizenden fans zijn er elk jaar als de kippen bij om volledig uit de bol te gaan op het Schlagerfestival. Alleen maar lachende gezichten en gelukkige mensen. Maar is dat wel zo?

Tekst en foto: Cédric Maes Backstage kom je in een compleet andere wereld terecht. Hoeren, drank en drugs zijn er niet vreemd. We bevinden ons in de kleedkamer van een bekende zanger van het Vlaamsche lied, waar twee make-upartiesten er alles aan doen om hem weer de strak-in-het-paklook aan te meten. In de zetel ligt een jonge halfnaakte vrouw ko, op de tafel liggen joints en lijnen cocaïne. De manager doet zijn best om de show nog een tiental minuten uit te stellen. Volgens een bron die anoniem wenst te blijven, is dit de normale gang van zaken in deze kringen. Na lang aandringen konden we een zanger overtuigen om ermee naar buiten te komen. Christoff spreekt voor het eerst over deze harde, duistere wereld. “Je moet het begrijpen. De meesten van ons zijn al met muziek bezig sinds hun twaalfde en hebben niets anders gekend dan deze wereld. Een keer je erin zit, kan je er niet zomaar uit. Plots krijgen we door dat we eigenlijk gebruikt worden door enkele

platenfirma’s om superwinsten te maken, maar zelf zien we zo goed als niets van dat geld. Op dat moment is het te laat om eruit te stappen en kunnen we niet anders dan doorgaan.” “Ook krijgen we stilaan door hoe belachelijk we zijn, vergeleken met echte muzikanten. Vandaar de cocaïne, drank en hoeren. Het is geen geheim dat in de wereld van de rockmuziek drugs en drank gebruikt worden, en toch veroveren zij de wereld. Door zelf ook drugs te gebruiken proberen we erbij te horen, maar in wezen worden we enkel uitgelachen. En ergens kan je ze geen ongelijk geven. Onze teksten slaan op niets, en we zien er fake uit. Geen persoonlijkheden die een echte boodschap willen overbrengen, maar poppen die inhoudelijk lege zever staan uit te kramen. De drank en drugs geven ons dus het gevoel dat we erbij horen, en laten ons vergeten dat de ‘echten’ met ons lachen.” Marc Leman, professor muziekpsychologie, kent het fenomeen. “Overal ter wereld zit de schlagerindustrie vol

met drugs. Het is een uitweg voor die mensen, omdat de meesten een laag zelfbeeld hebben.” “De cocaïne zorgt ervoor dat we blijven optreden”, voegt Christoff er nog aan toe. “Eerlijk toegegeven, wie nuchter op dat podium staat en een blik werpt op de zaal zou snel aan de coke zitten. De duizenden achterlijke fans die alles geven wat ze hebben, een deel zit letterlijk te kwijlen, je zou voor minder.. Ze willen ons ook steevast aanraken tijdens handtekeningensessies. Die sessies zou ik zonder coke of drank niet doorkomen.” “Ook hoeren zijn niet vreemd in de backstagegangen van de schlagerwereld”, zegt de woordvoerder van escortebureau slutsforlosers. “Onze meisjes worden ingehuurd om de zangers te vergezellen op allerlei feestjes, maar worden ook gebruikt om hun seksuele driften op bot te vieren.” Artiestenbureau BMB Agency, waar het management van onder andere Christoff gedaan wordt, is een van de grootste klanten van slutsforlosers.


Stagedive Wife, what’s in a name? Op 22 maart huisvestte de Frontline in Gent voor het tweede jaar op rij Stagedive Wife. Wat vorig jaar begon als een avond vol optredens en feest, werd nu omgevormd tot een heuse rockrally met serieuze deelnemers, een zeer serieuze jury en al even serieuze prijzen. Dit is het bewijs dat een rockrally ook bestaansrecht heeft zonder dat de naam van een bekend magazine eraan vooraf hoeft te gaan.

Tekst: Joren Van Impe Foto: Amplified Noise De eersten die met veel bombarie werden aangekondigd én dankzij de stemmers op Facebook aan de slag mochten, waren de mannen en vrouw van Are We Serious?. Dat was ook wat ondergetekende dacht toen de set een paar nummers ver was. Ze begonnen sterk en lieten zien heel wat in hun mars te hebben. Echter, na een paar nummers had ook het publiek genoeg gehoord en was de rek er een beetje uit. Zij die vorig jaar aanwezig waren, kwamen dan ook voor iets anders: feesten pur sang, stagediven zonder dat je toegangsbandje wordt geknipt en drank aan democratische prijzen. Het was wachten op Nevermind Nessie, de folkrockgroep die ook vorig jaar de tent in brand stak, om de Frontline voor een eerste keer serieus wat leven in te blazen. Met hun aanstekelijke melodietjes – afkomstig van een accordeon, een viool en een thin flute – en strakke gitaarriffs, zorgden zij ervoor dat iedereen oprechte goesting begon te krijgen in iets wat op een moshpitje moest lijken. Hun bisnummer Pasta – denk aan de reclame van Miracoli – was het hoogtepunt en tevens minpunt van hun set. Het ging immers net zo lekker...

Ruige seks Niet getreurd, na een korte pauze was het de beurt aan Ampified Noise. De band vloog er onmiddellijk in en na onder meer een geniale versie van Joker & the Thief waar Wolfmother jaloers op zou zijn geweest, zat de schwung in de Frontline. Zanger Laurens De Nil is een waar podiumbeest in hart

en nieren, zong zuiver en sterk alsof zijn leven ervan afhing en zag eruit alsof hij elk moment aan een potje ruige seks met elk van z'n bandleden kon beginnen. Het enige foute aan de set was het obligatoire Durex-T-shirt van de gitarist met de al eveneens obligatoire bles die op de maat mee sprong. Na die muur van geluid kwam The Jack London Show het beste van zichzelf geven. Zéér strak, creatief en gedurfd haalden ze alles uit de kast. Deze mannen toonden eerder al dat ze heel wat ideeën, talent en ook een gezonde dosis commercieel verstand hebben. Ze zorgden voor een frisse afsluiter van de rockrally, maar daarmee was de avond nog niet ten einde.

Gegeerde prijs De organisatoren zorgden uiteindelijk voor nóg een band, maar dan wel een die geen rockrally meer nodig heeft om aan spelen toe te komen. The Father, the Son and the Holy Simon knalden het dak er volledig af. Ondertussen ging de jury aan het tellen van stemmen en het doorhakken van knopen. Er stond immers veel op het spel: twee dagen opnemen in een professionele studio. Toen de hoofdact voldaan en nagenietend de vloer besprenkelde met zweet dat net niet werd opgelikt, kwam organisator Mathieu Stevens de winnaars van de avond huldigen en hij hield de spanning er flink in. Na een helse strijd waarin publiek en jury bepaalden, haalde Amplified Noise het nipt voor The Jack London Show in het duel om de zeer gegeerde studiotijd.Nevermind Nessie werd eerbaar met brons naar huis gestuurd en Are we Serious? was tevreden met de fles champagne. Geen verliezers hier.

33


Cartoon: Mark Flerick


Voor al uw creatieve hersenspinsels

Attentie

:

U heeft de laatste pagina van TANK bereikt. We hopen dat u genoten heeft Sla nu TANK dicht en berg hem veilig op. Ga langzaam naar buiten en speel!

35


Wij zijn op zoek naar creatieve studenten. Kan je goed werken in groep, schrijf je graag, kan je goede foto’s trekken en heb je goede ideeën die je wil delen met studerend Gent of heb je gewoon iets interessants te vertellen, dan is TANK iets voor jou. Mensen die goed overweg kunnen met het internet zijn ook meer dan welkom. De bedoeling is dat we het magazine uitbouwen tot een crossmediaal medium. Geïnteresseerden kunnen een mail sturen naar pieterjanleupe1@hotmail.com.


TANK III