Issuu on Google+

Grafische magazine |•

#1

je

va BR nh UU aa T le Be m rt hu yg vin he ce nt vr Er in be ts ry

ns

Ha


EDITOR/ GRAPHIC DESIGN Sa창di Amina

CONTACT contact@gruismagazine.com

WRITERS/PHOTOGRAPHY Erik Schulte Wouter Van Rymenant Nathan De Timmerman Erbery Bruut

VISIT US www.gruismagazine.com

PRINTED BY Qualicopy

2

Gruis Magazine

Thanks To Erbery Bruut Marc Popelier Bieke Depuydt Lien

LIKE US facebook.com/gruismagazine


3

Gruis Magazine

v o o woord

r

Gruis is een magazine over het hedendaagse grafische wereld. Hier vindt u interviews van dynamisch grafischer van uitgebreide omgeving. Verder, vindt u ook nieuws, experimentele pagina's en specifieke artikels. Dit magazine is ontstaan in samenwerking met mijn docenten van het Kask en mijn klasgenoten.


5

Gruis Magazine

SUMmary p/6 Grafische Nieuws p/10

Ha ns je van haa lem

p/16 Grafische Uitleg p/17

BR

p/22 Grafische Top p/24

UU T

be rt hu yg

he

p/29 Experiment p/33

vin cen t vr in ts

p/37 Grafische Kisses p/38

ER

p/42 Grafische DIY

BE

RY


Grafische nieuws

n O

! e g an

m

Maison dandoy IKEA FOOD

6

Gruis Magazine

MONO P R I X

EV E WO RY S RK PE OF CUL AR OO Ho T. S I w SA br to oa r e de ac ra h Th ud a em ien de in ce s ? pr ign imal ov ae is ok st t a e v he nd Ap iew tic cl oĂŞ er wa ean le s st , le o Le bo sp ud mo ro in n d . pa tr uit rl en s en t p ne t. as se , il sn ou s


an o

7

Gruis Magazine

Dandoy

is een traditionele Brusselse bakkerij met ovenverse koekjes rijk in smaak en zoet in geur. Op de site, vindt u "All our guilty pleasures are handmade in our Brussels' atelier, with 100% natural ingredients just like our great-great-great grandfather did 180 years or so ago. Made with skill and care in a truly artisanal way. Since then, our biscuits have conquered their way into the Brussels people’s hearts. In a way only Dandoy biscuits can". Dandoy vroeg aan Base Design in 2011 haar visuele identiteit en de verpakking te moderniseren en te herdenken. Met de nieuwe look wilde de bakkerij een breder publiek bereiken zonder haar vakmanschap en traditionele beeld te verliezen. Het doel was er als een wereldwijd familiemerk uit te zien. De resulterende visuele identiteit bestaat uit een logo, typografie, illustraties, het kleurenpalet zwart-goud-wit en simpele verpakking om afval te verminderen. De witte packaging met gouden ballen weerspiegelt aan koekjes uit de oven. Het logo lijkt ook op koekjes met zijn ronde vorm en mengt typografieen en een synthetische molen (de basis voor alle koekjes). Hij is op een oud visueel beeld gericht maar klinkt nog dynamisch met zijn slogan:SPECTACULOOS SPECULOOS! Base Design heeft ook voor enkele slogans (every speculoos is a work of art/ built upon a family heritage of sweetness), ambachtelijke portretten, speculoos beeldje dialogen, en andere verhalen in een humoristische toon gekozen. Nu, is Maison Dandoy een merk met een consistente, herkenbare stem en met een warme, gulle en menselijk karakter: Plezier is het woord voor deze bakkerij! De identiteit spreekt iedereen aan en verbindt de unieke familiegeschiedenis, de hoge kwaliteit van de producten en de nieuwe visuele identiteit: Maison Dandoy, Spectaculoos Speculoos.

"Out het visueel! Het moet spreken!"

Monoprix IKEA

is een Franse winkelketen waar het principe is een supermarkt in het centrum van de stad en is ook duurder dan andere. In 2010, hebben ze beslist om Monoprix producten een frisse en dynamisch aspect te geven. "Verpakking van Monoprix producten imiteerde nationale merken nagemaakt en er was geen samenhang tussen referenties, terwijl A-merken, zoals Monoprix Gourmet, werden duidelijk geïdentificeerd," zegt David Charlotte van Havas City (reclamebureau). Hier, gebruikt het winkel codes geinspireerd door luxe, elite en elegant, zonder serieus zelf. Het ontwerp lijkt voor iedereen zijn en vooral voor de "bobo" (Bourgeois Bohême) gedaan. Grafisch oplossing:hoofdletters zullen met brede kleurbanden uitlijnen want "woorden kunnen worden gefluisterd of geschreeuwd, afhankelijk van de gebruikte kleuren" zegt Florence Bellisson (Havas City). Het reclamebureau heeft een mooi visuele typografisch manier (in helvetica) gevonden en met humor gewerkt om met de klant te kunnen spelen. Hier een aantal voorbeelden:" l'Emmental Français Râpé, « Il est sympa mais il est gratiné » Comté Affinage 4 mois minimum, « Les bons Comtes font les bons amis » Tomates entières pelées au jus, « Nous, quand on s’ennuie, on pèle des tomates » Salsifis en boite, « Ne dites pas à vos enfants que ce sont des légumes » « Beurre doux extra-fin goûté et approuvé par le Petit Chaperon Rouge », « Deux cheese burgers spécial micro-ondes à réchauffer surgelés :chez Monoprix, on est parfois à l’Ouest » « Saumon fumé :avec ce saumon, c’est kilt ou double » « Cœur de laitue +30% gratuit :elle a eu son augmentation » « Petits suisses nature 12 pots de 60 g : déroulez jeunesse » « Lait demi écrémé :on prévoit un nuage de lait dans le thé » Sur le boudin noir traditionnel aux oignons, « A poêle, le boudin. »

, een Zweeds wereldcompany heeft aan Stockholm Design Lab een ontwerp en verpakkingsconcept gevraagd toen het bedrijf zijn diverse eten produkten onder de merknaam IKEA heeft verzameld. Het doel van het Zweedse bedrijf was het versterken van zijn identiteit. De oplossing was een schone look met veel witte ruimte, weinig tekst en een grote 2-D tekening om de inhoud in een oogopslag te bekijken (op een tomatenketchup fles, bijvoorbeeld). Het assortiment omvat pasta, kaas, snoep, specerijen, alcoholische dranken, koekjes, ingeblikte vis, en andere grondstoffen Ikea merk gelanceerd in 2006 en richten op Zweedse specialiteiten zich. De eenvoud van het ontwerp verbergt de moeilijkheden:Ikea, verkoper van Zweedsheid, drong erop aan dat ontwerpers de interne typografie van het bedrijf (Verdana) uitsluitend te gebruiken. Ze hadden ook de producten in de zweedse taal te houden alsof ze meer dan 300 winkels in 41 landen hebben, waaronder 40 die het Zweeds niet begrijpen. Het assortiment is voor culinaire liefhebbers ontworpen die geïnteresseerd en nieuwsgierig naar andere culturen en eetgewoonten, vooral de Zweden. Het minimalistische en schone design was om belangstelling van de kijkers in het product te genereren, maar ook om het voedsel duidelijk en op een eerlijk manier te presenteren en de waarden van Ikea tonen: betrouwbaarheid, kwaliteit en Zweedsheid.


Gruis Magazine

8


9

Gruis Magazine

« O pd va e nd da me a a g t o g van e nz te eo nw ge e n »


Hansje van Halem

is een Nederlands grafisch ontwerpster. Ze heeft gestudeerd aan zowel de KABK te Den Haag als de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Op een regenachtige vrijdagochtend in oktober ben ik bij Hansje op bezoek geweest op haar werkplek in Amsterdam. Om 10 uur word ik ontvangen in het trappenhuis van een mooi oud gebouw. Het was een zeer interessant en inspirerend bezoek. Omgeven tussen het papier en de boeken heb ik de vragen gesteld waarvan ik het antwoord altijd al wilde weten.

! m

a i M

10

Gruis Magazine

Interview door Erik Schulte |•


Gruis Magazine

‘da the t wa art’ s e ch td ‘Fl es tate uo ha r of rt is n st u i k k so e h wi ‘M ip’ es aa o je r u wit it ku n ein nn od d en ig o elij le m z k h ze wa eb n’ rt t e

11

Wat ik erg interessant aan je werk vind, is dat het er authentiek uitziet. Maar toch werk je veel met Illustrator. Zou je iets meer kunnen vertellen over je werkwijze? Misschien moet ik eerst een klein stukje geschiedenis vertellen, wat je waarschijnlijk al ergens anders hebt gevonden. Toen ik naar school ging had ik een computer. Daarmee kon ik in Word typen. Dat printte ik dan vervolgens uit waarmee ik kon knippen en plakken. Verder snapte ik totaal niets van de software. Mijn studie heeft heel erg in het teken gestaan om contact te krijgen met het apparaat. Dat is een ontwikkeling die heel snel gegaan is. Toen ik begon met studeren kreeg ik van mijn vader de nieuwste digitale camera. Dat was de 72 dpi, 480 x 960 pixels Ricoh zoom, daar kreeg je 900 k plaatjes uit, dat was echt de state of the art. Dit was eigenlijk voor mij een manier om zelf dingen te maken en deze in de computer te zetten en daarmee verder aan de slag te gaan. Daarna heb ik een scanner gekocht, waarmee ik mijn tekeningen in de computer kon stoppen. Toen ik in mijn eindexamenjaar zat leende ik van mijn huisgenoot een muispen. Vanaf toen kon ik met mijn hand rechtstreeks communiceren met de computer. Dat is een beetje de geschiedenis van het apparaat en mij. Maar je vroeg naar mijn werkwijze. Ik denk dat het nog steeds mijn werkwijze is. Je wordt op een gegeven moment steeds beter om te beoordelen wat er op het beeldscherm plaatsvindt. Het is nog steeds heel vaak wat dingen uitprinten, scheuren, knippen en plakken. Besef krijgen waarmee je werkt, omdat de dingen in de computer, vooral in Illustrator geen maat hebben. Maar goed mijn werkwijze is om een nieuw document te maken en een klein vaag idee hebben. Beginnen,

schetsen, schetsen, schetsen, lelijke dingen maken, lelijke dingen maken, lelijke dingen maken, printen, afkeuren, afkeuren, afkeuren en dan op een gegeven moment is er een deadline. Dan denk je, shit nu moet het af. Dan ga je de resultaten bekijken, dan zie je toch een aantal dingen wat goed is. Dan blijkt het het toch ergens over te gaan. Ik heb dan altijd een gevoel dat ik een beetje uit controle raak door de hoeveelheid wat ik maak. Maar dat ik door mijn schetsen te beoordelen weer controle krijg. Wat ik op school heb geleerd is om heel veel te schetsen. Veel dingen uitproberen. Ik kan geen ontwerp bedenken, ik kan alleen maar uitproberen, een techniekje verzinnen en een manier hoe ik het aan moet pakken en op een later tijdstip uitwerken. Dit is alleen met tekeningen, niet met een boekontwerp. Met een boekontwerp is het op een andere manier experimenteren. Mijn werkwijze is wel tijdrovend, of beter gezegd inefficiënt.

Heb je nooit dat er helemaal niets bruikbaars tussen zit? Ja heel erg vaak. Dan kijk ik in mijn grote schetsboek. In een rustig moment heb ik al mijn werk op een rijtje gezet en dat gebundeld in een boek. Het boek is een verzameling van dingen die af zijn en dingen die niet af zijn. Als er dan een keer niets tussen zit, dan kan ik wel eens teruggrijpen op iets wat ik een aantal jaar geleden heb gemaakt en nog nooit heb afgerond. Maar eigenlijk is dat nog niet zo vaak voorgekomen. Het komt voornamelijk voor met schutbladen. Soms laat je zulke mooie dingen liggen, omdat je er maar 1 kan kiezen. Het voelt een beetje als stelen, maar zolang je van jezelf steelt is het wel veilig.


Hansje van Haalem |•

Ik vind wel dat er wel veel variatie in je werk blijft zitten en er experimenteel uitziet. Ja vind je dat? Ik heb wel eens dat ik al mijn werk naast elkaar leg en dat ik dan bij mezelf denk, het is al jaren hetzelfde. Ik denk dat de variatie ook komt door de veelheid werk die ik maak en de snelheid waarmee ik werk. Als grafisch ontwerper zijnde moet je toch sowieso een paar keer per paar weken iets afhebben. Je wordt gedwongen om een conclusie te trekken. Ook al ben je daar nog niet aan toe. In mijn beginjaren heb ik heel erg veel geproduceerd en non-stop opdrachten gehad. Je wordt ook gedwongen om conclusies uit je experiment te trekken. Hierdoor maak je wel voortgang. Je moet wel oppassen dat je in een korte periode niet hetzelfde gaat maken. Het heeft ook te maken met interesses en dingen die je niet begrijpt. Het is van belang dingen uit te zoeken die je niet begrijpt en iets nieuws te willen.

Begin je juist met experimenteren als je een opdracht krijgt of experimenteer je ook zonder het doel om het direct voor een opdracht te gebruiken?

12

Gruis Magazine

Toen ik afstudeerde had ik allemaal witte boekjes met typografie. En ik had de krasletter. De krasletter is eigenlijk afkomstig uit een experiment die ik had gedaan met de muispen. Ik wou die pen uitproberen. Ik ben een stuk tekst gaan inkrassen in Illustrator. En door het uitproberen is daar een project uitgerold. Dat is eigenlijk de balans, praktische opdrachten in combinatie met een beetje experimenteren. Soms zijn er opdrachten die zich prima lenen om te experimenteren en anderen

niet. Wanneer ik een opdracht heb waar ik niet mee kan experimenteren ga ik mezelf troosten. Dan heb ik zin om ’s avonds nog wat werk te maken. Ik experimenteer ook vaak als ik een nieuwe pen of iets dergelijks heb. Dan ga ik kijken hoe de pen werkt. Dan ga ik kijken waar ik de spin-offs kan maken. Dan kan het zijn dat er een opdracht uitrolt. Dus zo zijn de experimenten eigenlijk een investering in je eigen kunnen.

Ben je nooit bang dat je in herhaling gaat vallen? Dat je werk een truuk wordt? Die angst is er altijd. Een tip is om altijd kritisch te kijken naar jezelf en je moet je omgeven met mensen die kritisch naar jouw werk kijken. Ik heb een leuke set met bevriende ontwerpers die tegen me zeggen, kom op zeg, dat heb je al tien keer gedaan. Een goed voorbeeld is dat ik nu voor het eerst in mijn leven in een roze fase zit. Als kind zijnde heb ik dat nooit gehad. Fluor is nu sowieso hartstikke hip. Ik heb achtereenvolgens een poster voor Schrank 8, Pinar & Viola, de poster voor de koninklijke prijs en een boekontwerp voor een stripboek gemaakt en vanmiddag wordt er alweer een roze boek gepresenteerd. Dan denk ik bij mezelf, shit straks zit mijn hele website er roze uit. Kleurgebruik is bij mij heel laat binnen gekomen. De laatste tijd begin ik daar steeds meer aan.

Ben je niet bang dat het echt hip wordt? Of dat je dingen gaat doen die echt hip zijn? Of zie je dat niet als probleem? Ik denk dat je er wel bewust van moet zijn. Meer dan een jaar geleden was ik bezig met een huisstijl. Toen had ik een letter gekozen die ik heel mooi


13

Gruis Magazine

vond. Pas toen ik op keek van mijn beeldscherm en om mij heen begon te kijken kwam ik erachter dat alle poster in die tijd met die letter gemaakt waren. Dus je wordt wel gevoed van wat er gaande is. Als je nu iets doet wat hip is, dan weet je zeker dat het wel in de smaak valt. Maar wat het met hip is, dat het makkelijk in de smaak valt. Het is natuurlijk veel leuker om iets te bedenken wat nog niet een bekende beeldtaal is. Ik doe wel dingen die hip zijn, we zijn natuurlijk allemaal deel van deze tijd. Je ziet in het grafisch ontwerpen echt een tijdlijn, vooral in de smaak en kleurgebruik van typografie. Ik zag in het interview wat je had met Harmen Lieburg dat je veel inspiratie haalt uit oude boekjes. Het zijn vooral bepaalde elementen die ik dan in een oud boekje zie die me dan aanspreken. Bijvoorbeeld letters. Dan denk ik, wat een goed idee, dan klap ik het boekje dicht en ga ik weer verder. Door deze manier van werken zit je niet iemands werk te kopiĂŤren en doe je geen oude boekjes exact na. Het werk kan er totaal anders uitzien, maar bepaalde elementen kunnen je wel inspireren. Dit is bijvoorbeeld een boekje met een soort houtnerf, dat vind ik dan super wonderlijk. Naar aanleiding van dit heb ik uiteindelijk een patroon ontworpen. Hier kan zo een tijd van 5 jaar tussenzitten. Dat ik het boekje heb gezien en dat ik het uiteindelijk uitvoer. Het sijpelt in je gedacht en beland in het archiefje van dingen die je graag wil gaan doen. Ik heb ook een boek gekocht wat ging over kantgekloste kleedjes. Daar had ik een plaatje van een kantgeklost lapje waar een alfabet in stond, toen dacht ik wat kun je je een vrijheid permitteren. Toen had ik de vrijheid van de letters maken, dat ze niet op elkaar lijken maar dat ze wel een relatie met elkaar hebben.

Ik doe het nu voor het derde jaar, ik heb het nu twee jaar gedaan. Twee keer per maand, met oude dametjes die bij de kerk zitten. En nog een modeontwerpster. Ik ben ermee begonnen, omdat ik steeds bezig was om kant te tekenen. Ik kon er niet mee stoppen. Ik dacht ik moet gewoon van die obsessie af. Ik dacht bij mezelf er is 1 ding hoe ik het kan sussen, om van de nostalgie af te komen en dat is het zelf doen. In plaats van er steeds naar verlangen. Ik ben erachter gekomen dat het ontzettend tijdrovend is. Dan zeggen mensen tegen mij dat mijn werk tijdrovend is, maar dat is pas tijdrovend! Het heeft me nostalgie op een bepaalde manier wel gesust. Ik ben er wel achtergekomen dat ik niet kan ontwerpen met deze techniek, het is te tijdrovend. En ik ben eigenlijk sinds die periode meer met de computer bezig, maar dan op een andere manier met lijntjes, als een basisstructuur waaruit dingen kunnen ontstaan. Het is vanuit een soort grid Met kantklossen heb je ook 40 draadjes waarmee je ook van alles kan doen en aan het eind heb je ook 40 draadjes. Het is een soort van consistent iets opbouwen. Dat inspireert met wel heel erg. Het goeie is om weer nederig te zijn en weten om iets te doen wat je niet weet om te doen. Het is natuurlijk leuk, omdat je heel erg je eigen interesse wel voed, met draadjes bezig te zijn en zit een enorme relatie in met mijn werk. Maar het voel wel alsof het niet met mijn werk te maken heeft.

Iets wat ook gelijk gelinkt wordt aan Hansje van Halem is Schrank 8. Wat is Schrank 8 precies? Ik had een tijdje geen opdrachten maar wel veel energie. Ik werkte in die periode thuis. Ik was net


Hansje van Haalem |•

op vakantie geweest en ik had nog wel een beetje geld, dus ik hoefde me geen zorgen te maken. In die tijd ben ik heel veel letters gaan tekenen. Op een gegeven moment zat ik met een vriend biertjes te drinken. Ik heb in mijn woonkamer een kast staan. Hij zei tegen mij, je moet je kast eens opruimen of beter gezegd vraag iemand anders om de kast in te richten. Het overschot van letters heb ik vervolgens gebruikt om posters mee te maken om de galerie aan te kondigen. Ik had er genoeg van om de hele tijd over mijn werk te praten als er iemand op bezoek kwam. Maar ik praat wel graag over mijn vak. Vandaar dat we op het idee zijn gekomen om iemand anders zijn werk centraal te stellen. als ik dan visite krijg dan kunnen we het daar eens over hebben. De kast is nu ook ingericht met het werk van Victor Hachman. Als ik thuis zit op de bank, dan kijk ik af en toe even naar de kast. Het is mooi om iemands werk bijelkaar in een kast te zijn. Wanneer je op school zit, heb je 2 keer in het jaar een verzameling van je werk tijdens de schouw, maar als je werk heb je dat niet meer. Ik heb nu geloof ik 1200 mensen in 8 tentoonstellingen over de vloer gehad. Hij is ook een keer naar San Francisco geweest. Er is heel veel aandacht voor, wat ik absoluut van te voren niet had verwacht. Eerst waren het vrienden, vrienden die ik een tijd niet had gezien, maar nu zijn het ontwerpers waarvan ik het werk gewoon tof vind. Een voorwaarde is wel dat ik een klik met de ontwerpers moet hebben, want ze komen wel bij mij over de vloer. Tot nu toe is het erg goed gegaan.

Heb je altijd al gedacht dat je ontwerpster zou worden?

14

Gruis Magazine

Nee, maar mijn vader is kunstenaar en mijn moeder zit in het textiel. Ze heeft altijd lesgegeven op

de kunstacademie. Mijn ouders hadden beide altijd een atelier in de buurt van huis of thuis. Dus ik ben opgegroeid in een omgeving waarin ik niet cultureel gedwongen ben, maar wel altijd materiaal om me heen had. Mijn vader had zaagmachines en me moeder had naaimachines. Er was altijd papier in huis en er was altijd stof. Als ik een idee had, pakte ik een schaar. Het grootste magie was als ik een stapelpapier had, ging me vader met het dikke papier onder de leermachine van me moeder en naaide hij door het midden en ging ik met een vriendinnetje een boek van maken. Mijn eerste inslagschema’s, maakte ik al toen ik 9 was. Toen maakte ik me eigen tijdschrift en had ik mijn abonnees. Ik maakte altijd armbandjes en etuitjes om geld te verdienen. Dus er heeft wel altijd een handelaar in mij gezeten.

Dus het is eigenlijk wel een beetje vanzelf gegaan door je omgeving? Ik heb wel altijd gedacht, omdat ik had gedaan om naar de universiteit te gaan. Ik ben eerst in Rotterdam kunst en cultuurwetenschappen gaan studeren. Maar dat was vooral, omdat we een kunstacademiepraktijk van 3 maanden hadden. Dan zit ik toch een beetje op de kunstacademie. Dat heb ik 6 weken volgehouden. Toen heb ik toch besloten om naar de kunstacademie te gaan. Ik kom uit een familie waar iedereen kunstacademie heeft gedaan. Ik wou me er graag tegen afzetten, want het voelde echt als een cliché.

Je bent toch uiteindelijk op Rietveld afgestudeerd? Ik heb twee jaar in Den Haag gestudeerd. Dat voelde al wel als de goede richting. Maar ik had vooral veel commentaar op de manier waarop ze


15

Gruis Magazine

me dat wouden leren. Daar was het vooral leren vanuit de traditie. Op dit moment vind ik het wel interessant, maar destijds voelde het als regels leren, van wat wel mag en wat niet mag. Ik wilde mezelf verrassen in plaats van de meesters na doen. Toen ben ik naar de Rietveld gegaan. Dat was niet perfect, maar dat was wel wat ik nodig had. Ook in contrast met de opleiding in Den Haag. Dus uiteindelijk heb ik vijf jaar over mijn studie gedaan. Toen was ik er met mijn eindexamen ook echt klaar voor.

Trek je wel iets aan van de regels? Of doe je gewoon wat je zelf wilt? Met typografie betreft probeer ik me niet zoveel door de regeltjes te laten leiden. Maar uiteindelijk heb je wit nodig om zwart te kunnen lezen. Uiteindelijk heb ik de regeltjes van de typografie zelf een beetje opgezocht. Gewoon beginnen en zelf uitzoeken. Of bijvoorbeeld een boekje pakken en de letters na meten. Ik zie mensen wel eens op een grid werken, dan denk ik, huh wat doen ze dan? Maar daar kom ik vanzelf wel achter. Dat soort dingen heb ik genegeerd om te leren.

Heb je wel eens getwijfeld dat je voor altijd ontwerper zou blijven? Ja zeker. In 2009 heb ik mijn studio opgezegd. Met het idee dat ik aan mijn laatste opdracht zat te werken. Maar daarna kwam er weer een leuke opdracht, dus ben ik er weer mee verder gegaan. Ik kan me niet voorstellen dat je het zeker weet. Ik heb geen vaste opdrachtgevers, altijd nieuwe. Als de sleur erin komt, moet je zorgen dat je er weer uitkomt. De boel verandert ook heel erg door de

crisis. Dat zal alleen maar erger worden. Zolang de telefoon nog gaat is het goed.

Heb je zelf ook een idee wat de kracht van je werk is? Nee, ik denk dat het totale overgave is. Ik denk dat het in mijn smaak zit. Net als koken. De ingrediÍnten afstemmen met het gevoel wat je erin stopt. Ik weet het niet. Er zit een boel geluk in me werk. Het geluk van een juist netwerk heb. Ik ben vaak met mijn neus in de boter gevallen. |•


Grafische Uitleg

E G

L E

wa a rs c h u w i n g

vriendelijkheid

16

Gruis Magazine

intellect

Met dank aan Jos


17

Gruis Magazine

Bruut, français basé récemment à Bruxelles, m’a ouvert les portes de son atelier. Lors de cette rencontre, nous avons parlé de ses inspirations, de ses travaux et de ses projets. Pourquoi Bruut ?

Interview door Amina Saâdi |•

Je pense que c’est en rapport avec mes études dans le bâtiment. Mais c’est également lié à «  Force Beton  », un atelier monté avec des amis à Nantes : on bossait dans un blockhaus où l’on organisait des concerts, en parallèle de notre atelier de sérigraphie. Par ailleurs, je pense avoir une façon de traiter le graphisme et l’affiche de manière dense, jouant sur la matière et, où l’on croirait presque que c’est un manque de finesse.


‘A l fa ’épo c q pho ile : ue c pa tocop t’écriv ’éta s ia a i pa de is. Il is et t t r t n u un or ypo ’y a e p din gr va ris ate aph it e d ur i e e p . C’ os éta ‘J’a iti it i on pe me q ’ rs u ce on ’un pas qu’i ne s e l l ’ lis es c voi appr ibl ho t et op es se je rie ’ s t n’ai rè me s ‘Le si im mp p e do ort rfecti a o tr nne nte ns so av nt s c nt ail en ar le vie el r’ de les Quel est votre parcours  et d’où vient votre intérêt pour le graphisme ? J’ai d’abord étudié la topographie et acquis un BTS en travaux publics, mais ça ne me plaisait pas car ça relevait de l’exécutif sans le côté créatif. Puis, j’ai donc poursuivi mes études en architecture. Durant ces 5 années, j’ai découvert le graphisme. Cependant, nous apprenions la mise en page de nos projets, sans toutefois apprendre la théorie. Enfin, mon diplôme acquit, je me suis directement installé à Nantes et j’ai ouvert un atelier de sérigraphie.

Pourquoi être venu à Bruxelles ?

18

Gruis Magazine

A Nantes, j’ai vite commencé à travailler en tant que graphiste pour différentes agences et je voyais que j’avais le même niveau que les autres graphistes. Néanmoins, je sentais que la théorie me manquait et c’est pour cette pour cette raison que je suis venu à Bruxelles. J’ai d’abord voulu m’inscrire à la Cambre, mais l’atelier de sérigraphie étant fermé, j’ai fait un an à l’ERG afin d’acquérir des outils de recherches et me former aux côtés de Jean-Paul Rouart (affichiste). De plus, cette école me permettait, bien qu’inscrit en Communication visuelle (master 0), de faire de la sérigraphie et du graphisme. Désormais, j’ai deux casquettes  : imprimeur et graphiste, mais je suis moins intéressé d’être simple imprimeur. Je refuse, de plus en plus, les bêtes impressions ou les sérigraphies avec peu d’intérêts, je veux prendre du plaisir quand j’imprime. C’est aussi pourquoi je suis venu en Belgique et ainsi, casser ma casquette d’imprimeur en France,

car là-bas, la sérigraphie signifie imprimerie. En Belgique, il y a une sensibilité pour l’imprimerie (histoire belge, la Hollande, la bande-dessinée).

Comment trouve-t-on des clients ? J’ai la chance d’avoir pu organiser des concerts et d’avoir construit un réseau avec les groupes de musique depuis 5 ans. Je fais donc beaucoup de merchandising, posters, flyers, ... Mais cela diminue depuis que je suis en Belgique. Je réponds sinon à des appels d’offres ou je fais des candidatures spontanées. J’ai par exemple reçu une réponse positive d’un centre d’art à Nantes suite à une candidature spontanée.

Quel est votre processus de création ? J’aime beaucoup mêler différentes techniques. J’utilise le plus souvent la sérigraphie car je viens des milieux punks. A l’époque c’était facile : t’écrivais et tu photocopiais. Il n’y avait pas de typographie par ordinateur. C’était une prise de position. Maintenant, j’utilise la typographie pour casser ou pour accompagner. Mon choix est plus esthétique que typographique ,car je n’ai pas de formation. J’utilise aussi le collage afin de me créer une propre identité, il n’y a pas beaucoup de gens à en faire. J’avais un moment abandonné, mais je reviens à la matière afin de proposer plus qu’une photographie en quadrichromie. Je suis intéressé par l’arrachement et certainement en rapport avec mon premier contact à l’art : Villéglé (à Quimper) allait dans la rue pour arracher des affiches, les découper et les exposer  : c’était une véritable prise de position ! J’essaye de me tourner du côté très lisible du graphisme actuel.


BRUUT |•

19

Gruis Magazine

La lisibilité semble importante chez vous. Qu’en pensez-vous ? J’aime qu’une personne s’approprie ce qu’il voit et je n’aime pas les choses très lisibles. Pour moi, c’est important qu’une personne pense 5 secondes, car c’est ce qui nous différencie de la publicité. Par ailleurs, j’aime les superpositions de couches créant une profondeur et je suis contre le graphisme 2D fort présent. Cela est surement en rapport avec mes études d’architecture, je réfléchis en volume.

Voyez-vous plus la suite Adobe comme un soutien à vos projets ? Avant, ces logiciels me faisaient peur car ils guident les gens, Adobe enferme trop. Je me force à faire des choses à la main pour maitriser ce que je fais. Après, c’est un super support et c’est difficile de s’en passer. Je pense qu’il est bien de commencer par le manuel puis passer par Adobe, et revenir au manuel.

Pourrait-on dire que vous êtes artiste/graphiste avec votre activité dans la sérigraphie ? J’aime le hasard dans la sérigraphie car le résultat est lié au condition dans lesquelles tu travailles. Il y a toujours un effet de surprise et tu dis « merde, c’est pas exactement correct », mais ça plait toujours au personnes concernées. Les imperfections sont importantes car elles donnent envie de travailler.

Quel est votre rapport au poster ? Le poster est mon support préféré. C’est lié à mon premier contact avec le graphisme : on voyait des amis à Bordeaux qui réalisaient toujours des affiches sérigraphiées pour leurs concerts, du coup on a développé un rapport à l’affiche assez fort. On en produisait 2 par semaines. Avec la sérigraphie, il y avait un rapport physique à la chose, « tu te plonges dedans » mais, j’utilisais la photocopie en amont. Quand je travaille en noir et blanc, cela donne un grain et ça a aussi un côté aléatoire intéressant. Mon intérêt pour le poster est aussi dû au milieu punk  ; dans ce milieu, la communication se faisait par flyers et posters, à l’époque, il n’y avait pas tous ces réseaux sociaux. Mais, depuis 10 ans, on a dû diviser le nombre de flyers par dix. C’est dommage, quand j’étais jeune, j’en avais toujours pleins en poche et le lendemain, tu te disais ah ouais qui l’a fait, puis tu cherchais !

Pourriez-vous définir votre style ? Je n’aime pas définir de style mais, j’ai la chance de ne pas avoir été formaté par l’école. J’ai découvert la sérigraphie avec deux amis  : Benoit Tran (basé à Berlin maintenant) et Boris Jakobek (Nantes). On a évolué ensemble mais dans des univers différents. Depuis 2 ans, on travaille à nouveau ensemble. Mon style varie selon les périodes et mes envies. A l’origine, j’étais proche du style punk mais je ne me définit pas comme punk, je m’intéresse à des choses plus pragmatiques et, la typographie à la main ne traduit pas la même chose que celle par ordinateur.


Gruis Magazine

20

BRUUT |•


21

Gruis Magazine

Que pensez-vous des autres courants graphiques ? Pour le moment, on voit un style minimaliste assez récurrent où les éléments sont forts épurés. Beaucoup de graphistes suivent la mode maintenant. Il y par exemple eu une période avec une vague indesign aménagée dans la mise en page et où tout le monde utilisait la même typographie. Il y aussi eu une banalisation de l’Helvetica mais, maintenant tout le monde en utilise les caractéristiques sans l’utiliser. Pour ma part, je suis un grand défenseur de cette typographie.

Vous faites aussi des expositions, quel est la prochaine ? Ma prochaine exposition est à Paris, à la Karambole, en février. C’est un lieu qui expose beaucoup de travaux graphiques. Il y aura beaucoup de nouveaux travaux en rapport avec l’architecture, j’en avais marre d’exposer mes anciens travaux. A Bruxelles, j’ai aussi des pistes pour novembre (Philippe Gonay) et mars (Le Titus et Le Tournant).

Quel est votre projet préféré ? Ce serait la pochette du disque de Mein Sohn William. On a monté durant 15 jours des trucs dans les arbres, c’était un gros investissement en temps et en énergie. Je trouve le résultat aboutit avec seulement 15 minutes de photoshop. C’était un vrai rapport physique au graphisme.

Comment voyez-vous l’avenir ? On a jusque juin dans ce bâtiment, puis on doit partir. Avec les Tontons Racleurs, on aimerait investir un atelier avec une vitrine pour organiser

des ateliers de sérigraphie ouverts à tous. Ici, on ne peux pas recevoir dix personnes en même temps car c’est petit et le bâtiment n’est pas accueillant. Quelque chose de plus propre, ouvert aux passants et plus centré dans Bruxelles serait plus approprié. On a quelques pistes et on y travaille. |•


Grafische ONLEESBAAR Top Dafont TYPE

5

alisios owai keo OHIO PLAYER CHANA REMEDY

Gruis Magazine

22

Moskito screen

AL

ISI

OS

Ow aik

Re

gu

eo

la

re

r4

gu

Oh

io

pl

0p t

la

r4

ay e

rr

eg

CH A 40 NA pt RE M

ul

ED Yr

0p t

ar

eg

Mo 40 skit pt o s

cr

ul

40

pt

ar

ee

nr

eg

ul

ar


T h e Pen is Mighter than the words


Na even over en weer mailen, spreek ik in het Vooruit Café af

Bert Huyghe

met , Een artistieke duizendpoot én de frontman van het opkomende Ping Pong Tactics. Ik spreek af met mijn compagnon en schiet mij naar de Vooruit. Wat vreemd dat ik daar nooit eerder ben geweest. Voor de deur raap ik al mijn moed samen en stap binnen. Nadat ik de beloofde glazen boterham aan de bar ben gaan halen, gaan we bij Bert aan een tafeltje zitten. Mijn zenuwen verdwijnen al snel na wat gebabbel en het nuttigen van een pintje.. Voor ik weet gaat het interview van start.

Gruis Magazine

24

Interview door Wouter Van Rymenant |•


Gruis Magazine

Me t eig gr a ni enl fisc et ijk h st te be e b u e kon derveel gon n ik spe en te nen len , zo m o . dat oe m Vr ik m ten o uzi en ege ek bee r ap lden za g a ze rt, mde ku ik m ke a nst uz me r h ar al iek er et nu s ie . ge is ts va da ln t Ik be i et go n n e ma de iet v e bel ar ik orm cht ang b g zo van ese eve ’n go e f w r , de e vor l h mg et evi n g.

25

Waar ik het eigenlijk vooral over zou willen hebben is je opleiding en ‘Ping Pong Tactics’ Om te beginnen bij je opleiding. Waarom heb je voor kunstonderwijs gekozen, of hoe ben je er in terecht gekomen. Ik zat in het middelbaar uiteindelijk in humane wetenschappen. Omdat ik eigenlijk niet zo graag studeerde. Een beetje het waterval-parkour van latijn naar economie en humane. In ieder geval, ik tekende wel zowat maar ik wist totaal niet wat ik in het hoger moest doen. Aangezien ik al wat muziek speelde en al wat tekende, ben ik in de grafische beland op het KASK. Daar ben ik zowat begonnen. Dat was samen met grafiek. De opleiding Grafische vormgeving lag me daar niet echt, een beetje te strikt op dat moment. Ik heb wel al gehoord dat het nu al veel aan het veranderen is. Maar toen was het in mijn ogen net iets te ouderwets, Allez, had ik de indruk. Maar soit, dat maakt nu niet uit. In Grafiek kon ik doen wat ik wou, daarom heb ik dan uiteindelijk ook voor grafiek gekozen. Maar aan het einde van het jaar was ik gebuisd voor grafische vormgeving en voor grafiek niet, dus ik moest mijn jaar half opnieuw doen. Toen had ik een beetje iets van ‘kus mijn kloten’ en ben ik naar Sint-Lucas geweest zijn. Maar het kon net zo goed gewoon omgekeerd gegaan zijn hoor. Ik denk dat ik dat jaar gewoon een beetje nodig had, je-weet-wel, om zo wat uit dat ASO te komen. Ik merkte wel dat het iets voor mij was, want ik wou dat wel blijven doen. Maar je weet hoe dat gaat.


Bert Huyghe |•

Toen ben ik ook Gerard Herman tegengekomen, in dat jaartje KASK. Waarmee ik nu veel samen mee doe. Maar je merkte bijvoorbeeld al dat hij al langer bezig was, vanuit Antwerpen enzo. Ik zat eigenlijk wat achter, of hoe moet ik dat zeggen. En dan is het wel goed om een extra jaartje erbij te nemen. Ik raad iedereen altijd aan om zoveel mogelijk te blijven zitten eigenlijk, haha.

Zijn er bepaalde artiesten die je geïnspireerd hebben op artistiek vlak? Muzikanten, schilder, vormgevers? Op zich verliep het altijd wel redelijk logisch, heb ik het gevoel. Er zijn wel af en toe mensen geweest die voor een periode heel belangrijk geweest zijn. Gerard Herman zoals ik daarjuist al zei, die was zeer belangrijk. Ook de mannen van White Circle Crime Club, een band uit Antwerpen die nu niet meer bestaat. Zowat heel die Antwerpse kliek rond Dennis Tyfus, je-weet-wel Vaast Colson, Yannick Val Gesto etc. Die zijn van in ‘t begin altijd heel vriendelijk geweest. Dan doet dat gewoon deugd als je met iets bezig bent, als mensen enthousiast zijn. Michiel Keulens is ook nog een goed voorbeeld, dat is een belgische schilder die ook aan het KASK gestudeerd heeft. Die is ook altijd wel belangrijk geweest. Maar dat komt en gaat met periodes. Het leukste is natuurlijk als je ze persoonlijk leert kennen, want dan merk je ook dat die gasten super genereus zijn en altijd paraat staan om te helpen.

Yannick Val Gesto heeft ook een clip voor Ping Pong Tactics gemaakt, toch?

Gruis Magazine

26

Jaja, inderdaad.


Gruis Magazine

Vo r ee mg n b ev noo ee en dza tj is ak e m eig ge e en we er l es een ijk He t. t al is n s za je i iet d a n vo l sp eenat j e l and gen eelt gro ers de da te wak o t ker cht je d wo en e rdt d .

27

Hoe verliep die samenwerking juist? Dat gebeurd allemaal via via he. Ping Pong Tactics was al langer overal aan het spelen vooraleer dat ik bezig was, als mezelf, met boekjes enzo. Dat was al van in het middelbaar. Dat is ook de reden dat ik in Gent ben beland. In het begin speelde ik voornamelijk muziek. Met grafische ben ik eigenlijk begonnen om niet te veel te moeten studeren, zodat ik muziek kon spelen. De band bestond, het is niet dat we al veel hebben bereikt. Maar nu kan je mij bijvoorbeeld googlen en iets vinden. Vroeger niet. Vroeger vond je alleen via Ping Pong Tactics iets. Uiteindelijk leer je mensen kennen, en die samenwerking met Yannick is dan eigenlijk wat vanzelf gekomen. Het kwam gewoon goed uit eigenlijk. Vroeger zag ik muziek en beeldende kunst als iets apart, maar nu is dat zeker het geval niet meer. En ik vind het nog altijd een vette clip.

Dat zal wel zijn. Om even wat meer de muzikale richting uit te gaan. Welke bands hebben je op muzikaal vlak geïnspireerd? Buiten dan White Circle Crime Club. Bedoel je dan internationaal of euh..?

Maakt niet uit hoor. Bands waar je gewoon veel naar hebt geluisterd. Muzikaal gezien heb je een beetje zoals iedereen Sonic Youth. Ook ben ik wel veel geïnspireerd door No Wave, Teenage Jesus And The Jerks enzo. Dat zijn dingen waar je naar luistert, ook maak je geen muziek. Wat ik wel belangrijk vindt zijn dingen zoals Kraak VZW hier in Gent, dat experi-

mentele muziek uitbrengt. Dat zijn zaken die heel inspirerend zijn. Dan hoor je ook eens dingen die je niet zomaar elke dag hoort. Geen Democrazy, geen Charlatan. Allez, niet dat er daar iets mis mee is. Maar het is zeker niet slecht dat er ook iets anders is.

Het is mooi om te zien dat alternatieve, meer underground artiesten ook iets kunnen anders kunnen brengen. Ik merk zelf ook dat meer en meer alternatieven beginnen te verdwijnen. Neem nu De Frontline ( ‘t Steegske). Maar gelukkig komen er steeds nieuwe dingen in de plaats.

Je stond zelf ook op Ondergrond? Ik heb Ondergrond ook mee georganiseerd. Deels. Dat was eigenlijk vooral Thomas Lootens zijn residentie. Dat was toen nog een systeem, dat nu niet meer bestaat, in Sint-Lucas. Hij werkt vooral nauw samen met Valentijn Goethals, van Black Heart Rebellion. Waar hij samen het label Smoke And Dust mee heeft. Ik liep daar ook hele dagen rond. Ping Pong Tactics zat op hun label, dus ik was al een beetje extended family van Ondergrond. Elke show hielp ik altijd mee etc. Maar zelf heb ik er maar één keer gespeeld met Ping Pong Tactics, samen met Broodmes. Dat zijn Mathieu Serruys en Floris Hoorelbeke, van Smeltkop.


Bert Huyghe |•

Floris Hoorelbeke, daar heb ik nog mee in de klas gezeten! Haha, dan ken je Willem vast ook wel, van Sylvester Anfang. Hij gaf nog les aan Floris. Een mooi voorbeeld. Floris begint zelf met Smeltkop en merkt dan achteraf dat zijn leerkracht in Sylvester Anfang zit. Een band die tourt in Europa enzo. Je ziet in de boekjes altijd de zelfde 10 bands. Terwijl er dan een leerkracht in Brugge die in een bekende band zit, shows uitverkoopt, platen in een, twee, drie uitverkoopt.

Grappig dat de wereld zo klein is. Zie je jezelf eigenlijk als een vormgever?

Gruis Magazine

28

Vormgeven is eigenlijk een beetje meer een noodzaak geweest. Als je een boekje maakt kom je automatisch in aanraking met Indesign en typografie. Een echte opleiding heb ik dat vlak nooit gehad. Maar veel van mijn vrienden en kennissen, zoals Mathieu. Ik heb er nog aan getwijfeld om 2 jaar bij te doen. Maar ik denk dat ik het persoonlijk wat te saai zou vinden om opgelegde opdrachten vorm te geven. Ik ben niet echt zo’n goede vormgever, maar ik besef wel het belang van goede vormgeving. Als ik echt iets serieus nodig heb, dan vraag ik wel iemand anders. Ik kan mezelf wel redden, bijvoorbeeld in mijn boekjes. Dan mag dat allemaal wat brollig zijn. Maar dan de platenhoes van Ping Pong Tactics heb ik samen met Thomas Lootens gemaakt. Overleggen is altijd leuk. Je leert zoveel door met veel mensen samen te werken. Vormgeving is volgens mij ook een beroep dat je zonder opleiding ook kan verwezenlijken. Ik ben geen vormgever, maar ik doe het ook wel.

Is er eigenlijk een bepaald doel dat je hebt? Iets waarvan je zegt: ‘Als ik dit heb gedaan, mag ik doodvallen’? Geld verdienen eh! (lacht) Het is moeilijk om echt een doel te hebben. Vroeger met Ping Pong Tactics had ik altijd wel iets van: ‘Als ik daar ooit kan spelen, Wauw’. Bijvoorbeeld in de AB in Brussel. Maar dan sta je in de AB en ontdek je dat het al snel plezanter is in een café in Gent ofzo. Het is niet dat je als je in een grote zaal speelt dat je de volgende ochtend anders wakker wordt. Dan laat je zo’n ideeën wat gaan. Nu vind ik gewoon, als ik een idee heb, zou ik het ook graag deftig afwerken. Als dat lukt, ben ik blij. De volgende dag kom ik dan wel weer met iets anders. Groot en bekend worden hoeft ook niet echt. Als je soms van die beroemde kunstenaars ziet, dan denk ik snel: ‘laat maar, leg mij maar om’.

Ik ben ook op Hardly Working gestuit. Vertel daar eens wat meer over? Dat is een solo album. Een beetje een samenloop van dingen. Mijn kameraad Gerard had al wat solo platen, en ik zelf was al 20 keer begonnen aan een solo project. Een hele dag op een oude synthesizer zitten prutsen, opnemen en dan niks mee doen. Uiteindelijk was het altijd prutsen eigenlijk.. Maar ik had wel alles bewaard op mijn pc. Wel grappig. Vaak klinkt het gewoon alsof ik een gitaar aan het stemmen ben, of de synthesizer kapot is. Ik vond het wel leuk dat als ik bezig was in het atelier met zoiets, dat mensen dachten dat ik gewoon niks aan het doen was. De titel Hardly Working kwam dan ook vanzelf. Is het nu muziek

of niet. Working hard of Hardly working. Dan op een namiddag heb ik alles samen gegooid en titels bedacht. Het is dan uiteindelijk iets gratis en onuitgegeven geworden. Binnenkort breng ik wel nog iets uit.

Ik kijk er naar uit! Héél erg bedankt voor het interview Bert. Graag gedaan! |•


EXPERIMENT Doe alles met de kopieer machine! Vergroot, vergroot en vergroot...

88××1313 - A3 - A3 A4 - B4 A4 - B4 JIS (122 %)

JIS (122 %)


-> 1

2

1

1

2

3

4

5

5

6

5

6

10

6

7

11

12

10

12

15

13

16

20

10

11

17

21

19

5

24

20

14


2

3

4

7

8

7

8

9

3

4

8

9

9

11

13

14

17

15

18

19

16

22

18

23

12

23

22

23

24

21

25


Dit experiment werd met fotografie van cellen gedaan.

3A3-A3-131××88 4B - 4A 4B - 4A )% 2 21( SIJ )% 221( SIJ


33 Gruis Magazine

Jong talent en het grafische geweld van Studio Fluit, Vincent Vrints. Interview door Nathan De Timmerman |•

Hoe ben je in het collectief Studio Fluit beland?

Ik volgde in het middelbaar publiciteit, waar je dan alle computerprogramma’s leert kennen en leert mee werken. Maar ik had wel de neiging om nog met de hand te tekenen en zo ben ik dan illustratie gaan volgen aan het Sint-Lucas Antwerpen, daar zaten ook Naomie en Eva (andere leden van Studio Fluit, hierbij hoort ook Lie dirkx). Zo ben ik meegegaan in het collectief van Studio Fluit. In het derde, ben ik dan overgestapt naar grafisch ontwerp, wat leid dat ik nu het grafische gedeelte van studio fluit voor mijn rekening neem.


Vincent Vrints |•

Je master was dan ‘Welcome To Antwerp’? een reeks affiches daarvan was gebaseerd op Afrikaanse elementen heb ik me laten vertellen? Ja ongeveer. Het gaat over de verschillende culturen die er zijn in Antwerpen o.a. Albanië, ZuidAfrika, Indonesië… en voor elke cultuur heb ik dan een eigen vormtaal uitgewerkt aan de hand van hun land, taal, schrift, eten.. Er is ook een boek, Welcome To Antwerp n°1. Het is dus een soort project dat kan worden verder gezet. Een soort van vormgeving voor elk land.

Je hebt ook nog ander werk onder je naam staan. Voor het MAS en voor de Dutch Design Week, wat ik een zeer inventief promofilmpje vond. Voor de lezers, het is een one shot filmpje van een boek, per pagina staat informatie over het volgende evenement, soms 3D, of opengeklapt en toegeklapt in andere richtingen. Het was in samenwerking met andere collega’s?

Gruis Magazine

34

(Lacht even) Ja.. dat filmpje heb ik zelf gemaakt. Het was tijdens mijn stage bij Studio Dumbar (grafisch bureau in Nederland). De Dutch Design Week is een cultureel project waar niet al te veel geld achter zit, dus als stagiair die gratis werkte, had ik de verantwoordelijkheid van dat project waar ik in samenspraak met andere aan mocht werken. De promofilmpjes zelf moesten snel afgewerkt worden want die moesten de perfor-


Gruis Magazine

'Ik he ben t n ni on u b eu tw ez de we er ig voe t p me tba ru en t lplo itj va eg' es n 'Stu vo d i or ja o flu ar it i is be s p e he igengon as v t p li ne or le jk n e ig zie pu n r' ur dat vo or

35

mances of livestreams van de hele week aankondigen. Omdat ik niet veel ken van computerfilmpjes maken, heb ik het volledig in papier gemaakt d.m.v. een scanner, zelfs de 3D-vormen, en gefilmd in 1 stuk door met behulp van een webcam.

En de affiche? Dat is toch photoshop werk?

Nee, dat is eigenlijk gewoon met een goede scanner gedaan die daar stond. Als je daarmee scande was de achtergrond mooi zwart en zo kreeg je een mooi effect.

Zijn er nog verdere plannen? Ik ben nu bezig met het ontwerpen van nieuwe truitjes voor de voetbalploeg van mijn vrienden. Dat is de voetbalploeg FC Trankiel. De vorige truitjes waren ontworpen door Benjamin Verdonck, een kunstenaar die veel voor het sociale leven doet. Er komt waarschijnlijk een expositie bij rond die voetbaltruitjes. Ik ben wel gefascineerd door voetbal, vooral door het iconische zoals die schildjes en voetbalsjaaltjes. Het heeft allemaal met traditie te maken. Ik vind het wel grappig om die traditie te behouden maar het toch net een tikkeltje anders te doen.

Heb je al ideeën wat het precies gaat worden?

Het is nu vooral het uitvoeren van mijn ideeën. Het is natuurlijk veel geregel. Die truitjes moeten ook semiprofessioneel overkomen, maar natuurlijk met een beperkt budget. Ze financieren alles zelf.

En wat komt er nog aan? Een nieuwe tentoonstelling met Studio Fluit over ruimte. De vorige tentoonstelling was een groot succes met veel volk.

Had je het succes van Studio Fluit verwacht? Studio fluit is pas vorig jaar begonnen en dat is eigenlijk puur voor het plezier. We krijgen niet echt veel professionele opdrachten. Alles wat we ontwerpen is gewoon uit onszelf. Vorig jaar hadden wij samen een atelier waar vooral Naomie en Eva werkten en ik ging soms eens langs. Dit jaar is iedereen zowat zijn eigen weg uit gegaan, al blijven we wel samenwerken aan projecten voor studio Fluit. Nu zijn dat vooral boekjes geweest, maar het is de bedoeling dat in de toekomst onze projecten gaan uitbereiden naar kleding en andere mediums. Ik vind het vooral leuk dat iedereen van Studio Fluit zijn eigen stijl en projecten heeft.

Teken je zelf nog? Weinig… Soms maak ik wel voorschetsen voor posters, maar echt tekenen doe ik niet meer. Ik teken echt wel graag, maar je moet er ook wel de tijd hebben. Ooit zal dat wel terugkomen. Als ik een opdracht krijg waarvoor ik moet tekenen, zou ik het zeker doen. Ik doe wel veel vectorieel tekenen, tekenen op de computer.

Ga je morgen naar Eindhoven voor the Dutch designer week? Op die tentoonstelling wordt mijn eindwerk geëxposeerd. Zaterdag is de opening en zondag kan ik mijn werk aan de pers voorstellen en uitleggen. Het magazine Items, een bekend Nederlands grafisch magazine, publiceert deze maand een afstudeer editie. Ze hebben uit België, Nederland en


Vincent Vrints |•

Luxemburg een selectie gemaakt van afgestudeerden uit de grafische richtingen. Na mijn tentoonstelling, ben ik gecontacteerd door Items om in hun magazine te staan. Zelf zou ik niet mijn eigen werk inzenden naar magazines. Naomi en Eva doen dat wel voor Studio fluit. Dat is dan wel leuk als mensen je werk zien en appreciëren. Ooit wil ik daar wel mijn beroep van maken maar je moet die dingen de tijd geven.

bod. Ik denk dat het positief is om ook dingen te maken die niet jouw ding zijn.

Zijn er goede bureaus in België die jou interesseren?

Veel zijn er niet, maar Basedesign is wel een goed en bekend bureau. Maar inderdaad, in België zijn er meer goede freelancers dan bureaus zoals: Jan en Randoald. Maar direct zelfstandig beginnen lijkt me geen Aanvaard je veel opdrachten goed idee, omdat je zo nooit aan de grote klanten die je ook niet leuk vind? komt. Wat dan weer wel mogelijk is door in een Enkel wanneer ik daar de tijd voor heb. Soms zijn bureau als studio Dumbar een identity te maken er van die kleine opdrachtjes waar niet veel werk voor zo een grote klant. in kruipt. Liever kleinere misschien stommere Dat was het dan, bedankt voor de tips en het interview Vincent. opdrachten dan extra werken in de horeca. Geen probleem, jij bedankt. |•

Op welk project van jezelf ben je echt trots?

Ik ben heel tevreden over mijn master werk. Ik heb daar veel positieve reacties op gekregen.

Wie is je inspiratiebron? Hort, een bureau in Berlijn waar ik graag stage had gedaan. Je kunt er ook alleen binnengeraken via een stage. Hort werkt ongeveer hetzelfde als studio fluit maar dan in het groot. Iedereen doet zijn eigen ding in zijn eigen stijl maar het hoort toch perfect samen. Het is zeer experimenteel en altijd iets totaal anders. Hort is een zeer bekend bureau in Berlijn. Ze hebben zelfs klanten als Nike.

Misschien plannen voor later?

Gruis Magazine

36

Dat zou wel fantastisch zijn, maar ik denk dat ik eerst in een bureau ga werken waar je ervaring leert opdoen en leert om minder leuke zaken te maken. Ook de administratieve kant komt aan


37

! t r a a

Gruis Magazine

Grafische KISSES

t s o P

k


Jeune graphiste liégeois d’origine, Erbery raconte son parcours et son univers imagé qui se démarque par ses courbes et ses origines.

Gruis Magazine

38

Interview door Amina Saâdi |•


Gruis Magazine

‘A l c a a ba r s le j’a e c s v ime ’ét co ie u ait m u t gr me x pr ilis Erbe af «b én er r fit l a om i’ ze» s de ‘je me pl c u o illu s co nsid s m ty trate me ère po ur q un gr u ap ’un he ’

39

Pourquoi Erbery ? Pourquoi ne pas avoir changer de nom en devenant professionnel ? A la base c’était Erber car j’aime utiliser les vieux prénoms comme «blaze» de graffiti. Puis j’ai voulu ajouter une lettre pour différencier mes travaux de graffiti et ceux touchant au graphisme. Cela donne aussi un côté plus original à mon surnom. Par ailleurs, j’ai toujours voulu garder un surnom, étant convaincu que cela faciliterait ma visibilité sur les blogs et autres sites. Je pense aussi que les gens le retiendrait plus facilement que mon nom.

Quelles sont vos inspirations ? (Milieu hip hop ? Livres imagés?) Elles sont nombreuses, cela va des livres de tatouages (Russian Criminal Tattoo Volume 1 à 3) au vinyle de Wiley - Playtime is Over. Le hip-hop fait partie intégrante de mon inspiration mais également le milieu Grime londonien.

On voit que le graffiti est très présent, comment avezvous commencé? Avec un de mes meilleurs amis, il y a maintenant 9 ans, on a commencé par faire du vandal. Pendant quelques années, on a peint Liège et ses environs, mais je me suis sentit assez rapidement limité car j’avais envie de tester des choses différentes en graffiti, prendre mon temps et expérimenter un maximum.

Pouvez-vous définir votre style ? Pas vraiment. Je dirais que c’est un mix entre le post graffiti punk abstract, le minimalisme, la géo-

métrie, et l’illustration. En matière de graphisme, je suis plutôt attiré par des compositions épurées, même si je suis ouvert à tout.

Quels est votre processus de création ? Je démarre généralement par faire un sketch au crayon, sans m’attarder dessus. Je passe rapidement à l’ordinateur et je compose mes travaux avec une palette graphique, voir même des fois avec le trackpad de mon ordinateur.

Avez-vous entreprit par la suite des études de graphisme ? Non, je n’ai jamais fait d’études supérieures en arts graphiques. J’aurais aimé mais mon parcours en a voulu autrement. J’ai suivi une option graphique dès l’âge de 13 ans, d’abord en « Imprimerie-Arts graphiques » à Don Bosco (Liège), puis j’ai continué en faisant plusieurs écoles et, après avoir terminé ma scolarité, j’ai directement enchainé sur des formations au CEPEGRA pour approfondir mes connaissances en logiciels PAO et DAO.

Pourquoi être partit à Paris, y a t-il plus de débouchés ? Il y a déjà plus de possibilités car, la ville est grande et des projets potentiels émergent tout les jours. Donc oui, je pense qu’il y a plus de débouchés et, en tant qu’étranger, ça donne un «coup de fraîcheur» dans le paysage. Même si la concurrence est rude, il est plus facile de se créer une place lorsqu’on est vraiment motivé.


‘J’a i Ag gra ain n DM st th di e a do C et l Mac vec e h R tr nc o s Bea ine, R age ès ui stie un cu at , je Bo y l de tur tach suiss, s e Gr art hip é à l ot is -h a es te op k’ s t av el ec qu e

Erbery |•

En tant que Freelance, n’estce pas difficile ? Plus qu’en étant salarié, c’est sûr. Mais, avec un ami, nous sommes en train de créer une marque de vêtements donc, je n’ai pas vraiment le temps de démarcher des clients. Ca m’arrange de ne pas avoir trop de clients et ni trop de travail à gérer pour le moment. Puis, la sMART facilite bien les choses, je ne m’occupe pas des papiers administratifs. C’est plutôt cool.

On dit souvent que Liège est porteuse de talent (Divine, Party Harders, Dj sonar, Tontons racleurs) et à un côté plus underground que Bruxelles. Est-ce que ce réseau vous à aider ou inspirer ?

Gruis Magazine

40

Je ne pensais pas qu’on disais ça de Liège... tant mieux ! Oui, j’ai été beaucoup inspiré par les Party Harders, mais surtout par leur crew de graffeurs «ERS». Il m’ont donné l’envie de faire du graffiti et, surtout, ils montraient aux gens une autre facette du graffiti, celle qui ne plaît pas toujours, c’est ce qui m’a intéressé. Liège est une petite ville où tout le monde se connait, ça facilite donc les connections et on peux dire que ce réseau m’a aidé car j’ai réalisé bon nombre de design graphique pour Sonar, ce qui ma valu d’avoir une bonne visibilité dans la ville. Divine est une amie de longue date, c’est donc avec plaisir que j’ai crée son logo.

En tant que graffeur, vous faites beaucoup de recherches graphiques au niveau de la typo, la couleur, ... Est-ce un plus pour commencer une carrière de graphiste et, lors de conception de logos, par exemple ? Oui, je pense que cela m’a aidé mais, j’avais déjà un pied dans le graphisme avant de commencer le graffiti donc pour moi les deux disciplines sont complémentaires.

Vous avez réalisé plusieurs logos, reflètent-ils votre évolution graphique ? Oui, généralement j’essaye de rester cohérent dans mon style. Même pour des travaux plus conventionnels, j’essaye d’ajouter une touche personnelle.

Vous ne semblez aussi pas concerné par les typographies venant des logiciels comme lynotype, est-ce dû à votre passé de graffeur ? Je n’ai jamais été attiré de typographie pré-conçue. Le graffiti m’a aidé car au début je travaillais la lettre et j’essayais (j’essaye toujours) de créer et d’innover en typographie.


41

Gruis Magazine

Vous faites aussi beaucoup d’illustrations tout en les incorporant au graphisme, vous considérez-vous donc plus illustrateur ? Pouvezvous concevoir un projet graphique sans l’illustration ? Disons que fais un mix, mais je me considère plus comme un illustrateur qu’un typographe. L’illustration fait partie intégrante des mes créations.

Peux-t-on dire que votre style se rapproche de la vague hip-hop ? J’ai grandi avec Rage Against the Machine, Run DMC, et les Beastie Boys, donc oui je suis très attaché à la culture hip-hop avec des artistes tel que Grotesk.

Votre univers imagé est fort et ne peux convenir à tout type de projet, est-ce un atout ou un désavantage ? Je dirais que c’est assez mitigé car d’’un côté, les gens me contactent pour ça. Mais il est vrai que beaucoup de porte se sont fermées à moi en dépit de mon envie de progresser dans le milieu graphique, étant à la recherche d’expérience bonne à prendre. Je pense qu’on se cherche tout au long de notre vie et, qu’il est important d’explorer toutes les facettes de notre travail pour ainsi pouvoir développer son style. La concurrence est rude, tout les jours des graphistes compétents sortent des écoles et, c’est ce qui rend le métier intéressant et donne à chacun l’envie de se surpasser.

J’ai lu que vous aimiez la géométrie et le Bauhaus, mais dans vos travaux, il y a beaucoup de courbes et d’humour, comment conjuguezvous vos préférences ? Je fais un mélange de toute mes influences, en essayant de me pas trop m’enfermer dans l’une d’elle. Mais, en ce moment, j’ai plutôt tendance à faire beaucoup de formes droites et de limiter mes travaux à 2 ou 3 couleurs. Le tatouage ignorant et oldschool m’inspirent également.

Il y a également beaucoup d’histoire dans vos dessins. N’avez-vous pas envie dans l’avenir de faire une bandedessinée ou une histoire complète ? Si ! J’aimerais beaucoup créer une histoire pour un bouquin, faire une bande dessinée, ou même créer une illustration pour la couverture d’un livre. On verra ce que me réserve l’avenir.

Le graffiti et surtout le street art montent et deviennent populaire (expositions, livres, ...). Qu’en pensez-vous ? C’est une bonne chose. Ca veut dire que les gens s’y intéressent de plus en plus. Le seul problème étant que les niveaux de vies baissent et, l’artiste doit faire face à la crise en développant son art sans chercher à vendre mais uniquement dans le but de communiquer un message. C’est pour ça que la rue reste le meilleur support pour ceux-ci.

Vous avez acquit une petite notoriété notamment en ayant un article sur « Ugly Mely » et, en ayant produit une oeuvre placée en galerie. Est-ce une consécration ? Cela fait toujours plaisir de voir que son travail est apprécié, c’est une forme de consécration, mais je compte pas m’arrêté là.

Allez-vous vous tourner vers l’art ? J’ai beaucoup d’idées pour des expositions, des projets de featuring avec des amis mais, je laisse le temps faire les choses. Pour le moment, je me consacre essentiellement à la marque que nous avons créé, Câpres & Anchois. |•


Grafische DIY SUPER

Gruis Magazine

42

STRUCTURE


43

Gruis Magazine

Do Photoshop Yourself! Op de dag van vaandag is 'Do It Yourself' trendy. Deze reeks is een knipoog naar deze trend. Hier ontdekt u mijn eigen werk: ik verander mijn eigen fotografie met de hand om een nieuwe voorstelling te maken. Een grafisch vormgever zit al de hele dag achter zijn computer en ik vind de tactiliteit met de papier belangrijk.

SO Do It!


THERE IS NO PEN MIGHTIER THAN THE ARTLINE


Volgend nummer Juni 2013 MM

Pa r

de sig

is

np

yv ba

es o

se

Gruis Magazine

46

Sp

ol

ec

iti

bij

e

n

de sig

ul oo

n

s


#2



GRUIS MAG