Page 7

Focus

Kersverse hoogleraar Opthalmogenetica Camiel Boon ziet veelbelovende ontwikkelingen op het gebied van de behandeling van erfelijke oogaandoeningen. Zo zijn er vergevorderde studies met gentherapie en is er met stamceltherapie al een soort netvlies gemaakt. Een unieke database van het AMC draagt hieraan bij. Toen Camiel Boon in 2001 tijdens zijn geneeskundestudie in Leuven voor het eerst in een oog keek, viel hij direct voor de schoonheid van het orgaan. “Dat was echt een soort Eureka-ervaring”, herinnert hij zich. “Zo mooi! Uiteindelijk was het oog voor mij ook een perfecte match tussen onderzoek en verschillende klinische disciplines. Een oogarts heeft veel zelf in de hand, van diagnose tot behandeling. Het oog is goed toegankelijk voor microchirurgie. Dit vak leent zich ook uitstekend voor superspecialisatie, terwijl de technische ontwikkelingen op oogheelkundig en genetisch gebied razendsnel gaan.” Net als de hersenen, heeft het netvlies een eigen barrière die het afschermt van de bloedsomloop. Wat in het oog gebeurt, blijft grotendeels in het oog. Hierdoor is het oog de afgelopen jaren een veilige proeftuin gebleken voor gentherapie. Boon: “Als je met behulp van een onschuldig virus een gewenst gen in het oog brengt, is de kans relatief klein dat zo’n gen elders in het lichaam bijwerkingen zal veroorzaken. Er zijn nu dan ook al verschillende gentherapieën in het laatste stadium van ontwikkeling voor patiënten met erfelijke oogaandoeningen. Eén van de eerste zal waarschijnlijk een behandeling zijn voor mensen met een defecte versie van het gen RPE65. Dat gen kan je op jonge leeftijd geheel blind maken. Bij honden is al aangetoond dat een therapie op basis van een gezonde versie van het gen blinde dieren weer ziend kan maken. Er lopen in Amerika momenteel fase-drie studies (de laatste onderzoeksfase voordat besloten wordt om een behandeling goed te keuren) bij patiënten die veelbelovend zijn.” Maar hoe mooi het oog dan ook mag zijn voor de toepassing van gentherapie, voor Boon gaan daar nog enkele belangrijke stappen aan vooraf. “Sowieso is voor eenderde van de erfelijke oogaandoeningen nog helemaal niet bekend welk gen of welke genen betrokken zijn bij de ziekte. En zelfs als dat wel bekend is, dan nog is er vaak al heel veel schade aangericht, bijvoorbeeld aan het netvlies; schade die je ook met gentherapie niet terug kunt draaien. Bovendien is vrij weinig bekend over het natuurlijk beloop van veel ernstige oogziektes. We moeten daarom zo veel mogelijk ontbrekende genen achter onopgehelderde oogziektes vinden, en ook het beloop van de verschillende oogaandoeningen tot in detail bestuderen. Hoe moet je anders

7

bepalen wat het effect is van experimentele behandelingen, zoals gentherapie? Wanneer zijn ze succesvol? Omdat te kunnen weten, moet je achterhalen wat de eerste signalen zijn van een aandoening. Hoe snel ontwikkelt een ziektebeeld en verschilt dat misschien tussen personen? Dit soort fundamenteel onderzoek is cruciaal om de werkzaamheid van onder andere gentherapie betrouwbaar te bepalen.”

“De AMC-database is ook een van de grootste databases ter wereld” Een belangrijk wapen dat Boon ter beschikking heeft voor dat onderzoek is een unieke database die sinds 1965 is opgebouwd binnen het AMC en zijn voorlopers. Boon: “Deze Delleman-database is opgezet door de toenmalige Amsterdamse hoogleraar Klinische Opthalmogenetica professor Willem Delleman. Deze database bevat inmiddels informatie over 22 duizend patiënten uit negenduizend families en is daarmee veruit de grootste database voor erfelijke oogziekten in Nederland. De AMC-database is ook een van de grootste databases ter wereld. Behalve patiëntengegevens zitten er ook al zesduizend DNA-monsters in. Niet al die patiënten leven nog, maar we hebben ook informatie over hun afstammelingen, dus daar valt nog een schat aan genetische informatie te winnen.” “De genetische factoren die erfelijke oogziekten veroorzaken, erf je van je één of beide ouders. Tegelijkertijd hebben slechtziende mensen veel aan hun familie en sociaal netwerk in brede zin. Daarom heb ik mijn oratie, vorige maand, de titel gegeven ‘Van je familie moet je het hebben’. Onderzoek in de familie levert kennis op over de onderliggende genetische afwijkingen en het ziektebeloop. Dat is essentieel om mensen te kunnen vertellen wat hen te wachten staat. Met de opkomst van gentherapie geldt dat meer dan ooit, dus juist daar wil ik de komende jaren veel onderzoek aan wijden.” Wanneer gentherapie geen potentiële oplossing meer kan bieden, omdat er al te veel weefsel in het oog beschadigd is, biedt het oogheelkundig onderzoek nog een ander futuristisch perspectief: stamceltherapie. Uit de begindagen van de stamceltherapie komen de inmid-

AMC magazine

Amc magazine nr4 mei  
Amc magazine nr4 mei