Laatste Post

Page 54

54

Laatstepost

~ oud nieuws ~

We zijn artistiek en financieel gedupeerd Kees Maas (Enschedese School) over censuur CJP-boekje AMSTERDAM - ‘Het is wel iets bijzonders, dat je boek verbrand wordt’, vertelt Kees Maas. Hij is, net als Willem Wisselink, Frans Oosterhof en Johan Visser, voorman van de Enschedese School. Dit moderne kunstbolwerk verruilde onlangs de Enschedese School ‘De Ark’ voor een in verregaande staat van verloedering verkerend pakhuis van een plavuizenkoning aan de Amsterdamse Kanaalstraat. Kees Maas doelt met zijn uitspraak op het besluit van zijn opdrachtgever, de Stichting Cultureel Jongeren Paspoort, om de distributie van nagenoeg de gehele oplage van het stripboekje De doka van Hercules te staken en de

duizenden exemplaren in een kartonfabriek te vermalen. Het werkwoord ‘verbranden’ gebruikt Kees dan ook figuurlijk, In de traditie der boekverbranding, die eerder slachtoffers maakte als Maarten Luther, Franz Werfel en Karl

Binnen een week had een uitgever het boek alsnog op de markt

Marx. Het nieuws van deze onverkwikkelijke gang van zaken is inmiddels genoegzaam bekend. Willem Wisselink voerde bij Sonja Barend een schitterende act op en samen met Frans Oosterhof en Johan Visser werd hij dinsdagavond in het radioprogramma Popdonderplus geconfronteerd met de heer Witteveen, bestuurslid van de Stichting CJP. Het bestuur heeft de stok in het wiel gestoken. Dit kan ook niet anders, blijkt uit de woor-

den van Kees Maas: ‘Voor wij de opdracht kregen hebben wij (de directie van CJP) een aantal proefpagina’s laten zien’. Kees haalt er een paar uit een enveloppe die op het gebied van sex en geweld met wat goede wil ‘gedurfd’ genoemd zouden kunnen worden. ‘Deze pagina’s werden toen goedgekeurd en de opdracht werd verstrekt’, vervolgt Kees. ‘Toen zijn de boekjes naar de uitgiftebureaus van het CJP gegaan en daar zijn klachten geuit. Dit was geen cultureel boekje. Het bestuur heeft daarop de verstrekking aan de leden stopgezet. Mensen die hun acceptgirokaart al hadden ingevuld kregen die terug met de mededeling, dat “het boekje wegens omstandigheden niet meer leverbaar” was. Met als gevolg dat de fanaten onder die leden zelf naar ons toekwamen’. En Inderdaad, de storm die is opgestoken na de censurering van de geïllustreerde persiflage op Willem Frederik Hermans’ roman De donkere kamer van Damocles neemt in de Amsterdamse Kanaalstraat tamelijk hevige vormen aan. Voortdurend gaat de telefoon met steeds weer dezelfde vraag: of de ‘Johan Enschede School’ (!) nog van die boekjes heeft. Ook wordt het gesprek geregeld onderbroken door de voordeurbel. Voorts heeft de golf van publiciteit, die de Enschedese School als een zeer prettige bijkomstigheid ervaart, tot gevolg gehad dat deze kleine moderne kunst-zelfstandigen werden overstroomd met aanbiedingen. Vooral van uitgeverijen, die het gewraakte boekje, nu het zo in de belangstelling is komen te staan, graag weer op de markt willen brengen.

eengekomen honorarium onthouden. Wij zijn dus niet alleen artistiek, maar ook financiëel gedupeerd. Er is iets mis als mensen met culturele erebaanijes als die meneer Witteveen en meneer Lammers (de drost Han Lammers zit ook In het bestuur, red.) zoveel invloed hebben’. Even lijkt het erop alsof Kees Maas nog wat begrip op kan brengen voor de CJP-houding, die tegen alles indruist, wat te maken heeft met persvrijheid: ‘Je kunt van dit boekje zeggen: wat heeft dit in hemelsnaam met cultuur te maken?’ Kees laat hier echter op volgen: ‘Maar de beeldroman is zo iets belachelijks. Dat vraagt gewoon om persiflage.’ De doka van Hercules op het kaft aangeprezen met de uit de vijftiger jaren stammende leus van de Illustrated Classics: ‘Lees feestelijk, groei geestelijk’, bevat volgens de woorden van Kees Maas de twee bestanddelen die in iedere beeldroman terug te vinden zijn: Liefde, schuine streep sex en misdaad, schuine streep oorlog. Kees haalt er een paar uit een enveloppe die op het gebied van sex en geweld met wat goede wil ‘gedurfd’ genoemd zouden kunnen worden. We hebben er gewoon een boek uit de Nederlandse literatuur bijgezocht, dat die ingrediënten ook bevatte. De donkere kamer van Damocles is een prima boek, maar het leent zich bij uitstek voor persiflage. Trouwens, Hermans zelf vond ons boekje heel erg leuk.’

Flauwekultuur De deining rond De doka van Hercules brengt andermaal aan het licht dat de Stichting CJP intern niet zo soepel draait. Nog niet zo lang geleden werd het boekje Jan Lul en de Flauwekutuur van Bram Vermeulen niet verspreid en deze keer zal CJP-directeur Van Loenen zich wel helemaal In zijn hemd gezet voelen door zijn bestuur dat de ontwikkelingen in de moderne kunst kennelijk niet meer bij kan benen. Voor de feestelijke lezer, die wél geestelijk mee wil groeien is er echter geen vuiltje aan de lucht. De Enschedese School is op één van de aanbiedingen om de gewraakte beeldroman weer In roulatie te brengen ingegaan. Naar alle waarschijnlijkheid is De doka van Hercules volgende week vrijdag weer verkrijgbaar. Met als enige verandering het weglaten van de C’s, de J’s en de P’s. Door Dirk Willem Rosie (uit: tubantia, 21 november 1981)

55

~ ex oriente lux ~

Popgroep KUT naar de tering ENSCHEDE, MEI 1977 - Aan de kortstondige loopbaan van Popgroep Kut dreigt voortijdig een einde te komen. Met verhitte koppen staan de musici, de technici en de producer tegenover elkaar in de opnamestudio van De 1000 Idioten Records. Een heus Artistiek Meningsverschil doorklieft het gezelschap. Een paar maanden ervoor was het nog zo fraai begonnen. Zoals overal in Nederland dringt ook in Enschede het bestaan van punk door tot de massa van niet al te monomane popliefhebbers. Gehoord heeft haast niemand het genre nog, maar in de kolommen van muziekkrant Oor en Nieuwe Revu dringen verhalen door over veiligheidsspelden door wangen en braakpartijen in Britse luchthaven-ontvangsthallen. Naar het schijnt heeft de VPRO in een nachtuitzending een keer een nummer van de Sex Pistols laten horen. Er zindert iets in de jeugdcultuur. Dan organiseert Joop Hardick, mislukt persfotograaf en eigenaar van het goedlopende maar stereotiepe café De Pijp aan de Noorderhagen te Enschede een talentenjacht in een van zijn andere etablissementen: Daalzicht. De bekende reeks Trea Dobbsen, voorzichtige cabaretiers met Goede Nederlandtalige Teksten, virtuoze barpianisten en schunnige kunstacademiestudenten passeert de revue. Het meest verrassende talent blijkt echter te zijn: de Kloteharde Industrierockgroep Popgroep Kut. Met de drie nummers Vliegende tering, Kots Niet In Mijn Bier en De Hele Week Godverdomme stoten zij moeiteloos door naar de derde plaats. Slechts de totale verbluftheid van de jury maakt dat de groep niet op een verdiende eerste plaats eindigt. In huichelachtige bewoordingen spreekt de lokale pers de volgende dag van de ‘oorverdovende sound’ van ‘Kunst Uit Twente’. De definitieve erkenning komt in de maanden na het

debuut: Delfzijl, Hengelo, Nijmegen, Winterswijk, Amsterdam (Paradiso!) en Delft heten de plaatsen die achtereenvolgens kennismaken met het oorverdovende geweld van Popgroep Kut. Er is een harde kern van actieve fans die Popgroep Kut bij optredens vergezelt. Kut is een compromisloze popgroep. Zanger en leider Jan de Klere streeft er naar om samen met zijn mannen en één vrouw (Mug, op zelf gefiguurzaagde bas) het publiek een totaalervaring te laten ondergaan. Daartoe worden alle conventionele wetten voor het behagen van het publiek met voeten getreden. Enig muzikaal genot, hoe buitenissig ook, hoeft het publiek niet te verwachten, want in muziek zijn de leden van Popgroep Kut in het geheel niet geïnteresseerd. ‘De tijd dat popgroepen muziek maakten ligt achter ons,’ aldus gitarist Puilbuik. ‘Als de mensen muziek willen moeten ze maar naar Thijs van Leer of de Stones of zo.’ Critici betichten drummer Pipi met de Handjes van een koekblikachtige techniek: terecht voor zover het zijn hantering van de sticks model ‘Tambour Supérieur’ gaat, maar evenzeer getuigend van onbegrip voor wat Popgroep Kut betekent. Want wat wil Popgroep Kut eigenlijk? Is het een grap? Leuk kun je het niet noemen. Jan de Klere: ‘Je moet niet denken dat wij er zijn om om te lachen. Wij zijn geen Paul van Vliet. We streven er naar om het publiek voortdurend te laten denken: gatverdamme, moet dat nou? Het publiek moet zich bekocht voelen. Eigenlijk moet je je een beetje schamen om bij een optreden van ons aanwezig te zijn. Pas later, de volgende ochtend, dringt het tot je door dat je toch wel iets bijzonders hebt meegemaakt.’ In zijn optredens brengt Popgroep Kut dit uitgangspunt in de praktijk door iedere zweem van subtiliteit uit te bannen. Niets wordt nagelaten om fijngevoeligheid te vermij-

Kut allesbehalve maatschappijkritisch. Al heeft het in de verte wel te maken met punk, de Kloteharde Industrierock staat ver af van de cultuur van werkloze en werkende jongeren. Ook die hebben moeite met het repertoire van Popgroep Kut. Hoe kan het ook anders, want de leden van Pogroep Kut zijn vervelende, verwende studenten die niets kunnen en die nergens bij willen horen. Desondanks is Popgroep Kut een succesformule. Misschien is dat omdat iedereen onbewust jaloers is op mensen als Jan de Klere, die een dozijn keer ‘Godverdomme, wat ben ik geil’ in de microfoon brult en daar niets zin-

den. Zelfs de ruigste en meest agressieve muziek heeft ook nog haar eigen subtiliteiten, die van Popgroep Kut niet. Aan Kuts muziek is geen klap te beleven. Ze is zelfs niet eens ruig te noemen, al wordt er door de mannen en vrouw van De Klere wel naar zoveel mogelijk herrie gestreefd. Vaak ten koste van geleende apparatuur van andere musici, want over eigen instrumenten beschikt Popgroep Kut nauwelijks. Ze zijn daar gek. Ook de teksten van Pop-

Leadzanger KUT

nigs aan toevoegt. Hij appelleert aan het beest in de mens. Vanaf zijn stormachtige opkomst wordt Popgroep Kut dan ook voortdurend bestookt met de vraag waar toch de eerste plaat blijft. De commercie waagt zich er niet aan: ‘Wij moeten u meedelen dat wij voor deze groep momenteel op dit moment geen commerciële mogelijkheden zien,’ meldt bijvoorbeeld de ‘wekelijkse repertoirevergadering’ van Phonogram.

groep Kut missen alles om ook maar enige herkenning of sympathie op te wekken, ook de sympathie waarin de meest shockerende teksten zich nog kunnen verheugen. De (Nederlandse) teksten van Popgroep Kut zijn niet goed, niet leuk en eigenlijk niet eens shockerend, ook al bestaan ze bijvoorbeeld uit een staccato opsomming van akelige ziekten (‘Vliegende tering, vliegende tering, ’t is geen kanker en geen griep, geen cholera en geen poliep, ’t is tering’). De woorden die Jan de Klere, meestal onverstaanbaar, in de microfoon schreeuwt, zijn gewoon rotwoorden. Hij vindt het fijn om die woorden te schreeuwen. Inhoud heeft de muziek van Popgroep Kut evenmin. Hoewel het wel eens is geopperd, is Popgroep

Het snel opkomende, onafhankelijke platenlabel van De Enschedese School, De 1000 Idioten Records, toont zich minder bekrompen. In het verdorven wereldje van de Enschedese kunstenaarskliek valt Popgroep Kut wel in de smaak. En na de doorbraak

van Paul Tornado met zijn zinderende Van Agt Casanova is er ruimte voor een nieuw experiment, meent de labelmanager. Op een middag worden de krakkemikkige instrumenten van Popgroep Kut ingeplugd in een verbazingwekkend echt mengpaneel, opgesteld in een van die riante gebouwen die Enschede ruimhartig aan haar kunstenaars ter beschikking stelt. Binnen drie minuten staat Vliegende Tering er glashelder op, onontkoombaarder dan het ooit op het podium geklonken heeft. Jan de Klere is tevreden, want aan de opname is niets te beleven. Wie dit plaatje koopt of zelfs maar in staat is het een keer in zijn geheel te beluisteren, moet zich wel flink in de maling genomen voelen en dat is waar het Popgroep Kut om is begonnen. Persen maar, die plaatjes. Maar het wantrouwen tegen de Enschedese platenbonzen van De 1000 Idioten Records, dat De Klere eigenlijk nooit heeft verlaten, blijkt terecht. Producer Johan Visser doet zijn best wel om het te appreciëren en laat de opname zelfs horen aan enkele anderen van De Enschedese School, maar is nog niet rijp voor de compromisloze aanpak van Popgroep Kut. Vindt Popgroep Kut ook niet dat het er eigenlijk wat droog op staat, allemaal? ‘Prachtig, gortdroog!’ gromt De Klere. Maar een beetje echo op de zang zou de zaak echt flink opknappen, een klein beetje maar, De Enschedese School beschikt toevallig over een mooi apparaatje om dat toe te voegen... ‘Geen sprake van,’ roept Jan de Klere. ‘Jullie willen het mooi maken!’ Pipi met de Handjes zit achter zijn drumstel dom te giechelen, maar de anderen is het al spoedig duidelijk. Zij kennen Jan de Klere al langer en zien dat een Artistiek Meningsverschil onontkoombaar is. Zelf zouden zij niet malen om een drupje echo, maar als De Klere zich eenmaal iets in het hoofd heeft gehaald... De tape met Vliegende Tering krijgt Popgroep Kut nog mee, maar het plaatje zal er nooit komen. Sjaak Priester

Amsterdam, 5 januari 1997

Ingezonden mededeling

‘Wij zijn vorige week opgebeld’, vervolgt Kees zijn verhaal, ‘met de mededeling dat de oplage vernietigd zou worden. Verder moest de oplage door de kartonmolen die wij gereserveerd hadden voor onze leden (de Enschedese School heeft leden die tegen betaling van contributie kunstwerken van de School toegestuurd krijgen, red.). Bovendien moest het moedermateriaal vernietigd worden. Die laatste twee eisen sloegen natuurlijk nergens op: wij hadden de distributie aan onze leden bedongen en we beschikken over het copy-right’. ‘Wat die meneer Witteveen zijn persoonlijke verantwoordelijkheid noemt, dat heeft wel tot gevolg dat 7500 mensen niet krijgen waar ze recht op hebben. Bovendien wordt ons nu de afgesproken tweede oplage en daarmee de helft van het over-

Laatstepost

De zuilen van Hercules - deel 9 - door Atte Jongstra (Wat eraan vooraf ging: Droogbek knakt, maar herrijst met hulp van Henk. Ouderling Lammers spreekt Henks vader aan op het zedelijk peil van de jeugd.) Intussen is de juf de orde geheel kwijtgeraakt. Haar kindertjes spuwen, hete proppen schieten door het lokaal, de voorgenomen topografie is een kluwen geworden van bergen en dalen, gehuchten en buurtschappen, hoog- en laagvlakten die onmogelijk nog thuis te brengen zijn. Rivieren stromen naar plaatsen waar ze nooit eerder waren, delta’s verschuiven, bekkens raken overstroomd, alles wordt één gekrioel van bezaaiïng en bevruchting: in dat ene slaapkamertje van Henk wordt de naoorlogse geboortegolf joelend en schreeuwend voortgezet.

AGENT-X OOSTELIJKE HANDELSKADE 13K 1019 BL AMSTERDAM TEL. 020 - 419 09 09 FAX 020 - 419 09 10

Henks vader laat de ouderling uit, heeft de kruk van de deur al in de hand, als hij ‘Godverdomme, nou is het uit!’ roept en in drie stappen boven is, gevolgd door Lammers, die eerst nog oppert dat de naam van de Here niet ijdel worde gebruikt, maar bij de eerste blik ook ‘Godverdomme!’ zegt. ‘Wat is dit!’ schreeuwt Henks vader, wijzend op Henk en Droogbek, gezamenlijk tussen de juffenbenen. ‘Ik ben de oorlogsheld,’ hijgt Droogbek. Henk wijst op heuphoogte. ‘En dit zijn de zuilen van Hercules...’

Het kan zijn dat het woede is, die Henks vader naar de borst doet grijpen, misschien is het schaamte, feit is dat het slaapkamerzeil niet veert en het slaapbeen moeite heeft met de punt van een stoel. Lammers ziet hem echter niet liggen, als hij oud-testamentisch uitvaart. ‘Adama en Zeboïm nog aantoe, zo heeft God het niet bedoeld.’ ‘Het begon met aardrijkskunde,’ zegt de juffrouw zachtjes, rood als een kreeft, omdat ze ook wel voelt dat er aan haar nederigheid weinig valt te verbloemen. ‘Maar misschien ben ik intussen toe aan ziekteverlof...’ Lammers voelt in zijn natuurlijke rijzigheid extra stijving ontstaan. Niet dat die open en bloot neergelegen juf hem iets doet, nee, het is alsof een stok langs zijn ruggegraat wordt geschoven, rechter is zijn rug nooit geweest. Hij torent in de slaapkamer en maakt een begin aan een memorabele toespraak. Geluidssterkte acht, zowel op de schaal van Beaufort als op die van Richter. Ongeveer zo. ‘Jeugd van Nederland. Ik sta hier als vertegenwoordiger van een vorige generatie en richt in het Licht van God, Zoon en Heilige Geest Zijn Woord tot jullie. We moeten niet omkijken, zoals Lot dat in de Bijbel doet. De blik moet vooruit, naar de toekomst toe. En vanuit mijn gezichtspunt hier en nu...’

-

WORDT VERVOLGD

-