Laatste Post

Page 50

50

De promotie van de Paul Tornado-single werd ook nog op een andere wijze ondersteund. Visser had Hajenius en twee AKI-studenten, de blaadjesmakers Fedde Spoel en Frits M. Woudstra, gevraagd om een promotiekrant in elkaar te zetten. Dat werd Orcano. Ook de naam Fripafed is nog even overwogen, al was Frites Parfait - een onomatopee van Frits, Paul en Fedde - dan misschien wel aardiger geweest. Van Orcano zijn slechts twee nummers verschenen. In het oranjegekleurde nulnummer stond de afgekeurde hoes van Van Agt Casanova prominent op de eerste pagina: een montagefoto van Wiegel die Van Agt neemt. ‘Dat was een erg vermakelijk plaatje,’ aldus Hajenius, ‘maar ik schaamde me vreselijk om in een sexshop bij de homobladen te staan. Bang dat ik zou worden betrapt.’

Paradiso De cult-status van de single Van Agt Casanova, die regelmatig door de Hilversumse diskjockeys werd gedraaid, had tot gevolg dat Paul Tornado via De 1000 Idioten Records een uitnodiging van Fer Abrahams kreeg om in Paradiso een exclusief optreden te verzorgen. Er moesten dus als de wiedeweerga, in ongeveer twee maanden tijd, allerlei nieuwe nummers worden geschreven en ingestudeerd. Twee keer in de week repeteerde Hajenius met de basis van de La Salle’s in een gecapitonneerde ruimte met matrassen, een schuurtje aan de Haakbergerstraat. En drie keer in de week hielden Hajenius, Maas en Wisselink aparte sessies, tij-

dens welke de teksten en muziek werden geschreven. Wat is daarvan overgebleven? Hajenius: The pope is on dope. En hij begint onmiddellijk te zingen: “The pope is on dope / He sucks it alle day / Sitting in the hall of Saint Peter / The boys of the choir appear from behind / to kiss and hug his little thing // Come on, do the Pope, Pope, Pope”. Waarmee een nieuwe dans werd geïntroduceerd. Het was toentertijd nogal problematisch om direct goede Nederlandse teksten te verzinnen. Er moest te veel in een rampspoed-tempo worden gedaan. Baby, baby, I’m in love with you. Een typisch Wisselink-nummer. Toen zei ik: “Dat kan ik niet zingen, want ik ben niet in love”. “Niks mee te maken, riep Wisselink,” waarna ik het toch maar heb gezongen. En niet te vergeten het prachtige nummer Rumours of revolution dat Wisselink als B-kant van zijn eigen single Too shy to love heeft gebruikt. Ik heb het later nog vertaald en op mijn mini-LP Pissig opgenomen. We hadden uiteindelijk een stuk of twaalf nummers en die werden er in een half uurtje uitgeramd. Het was echt de bedoeling om dat repertoire in Paradiso zo snel mogelijk te spelen.’ Aangezien Hajenius geen geschoolde of althans redelijk geoefende zanger was, raakte hij ten gevolge van het veelvuldig repeteren, keer op keer zijn stem kwijt. Daarvoor was hij naar de dokter geweest. Die had hem een hoestdrankje met codeïne voorgeschreven. Een kennis had hem aangeraden een beetje speed te nemen - ‘Dat schijnt heel goed te zijn’ -, maar dit advies heeft hij niet opgevolgd. ‘Godzijdank.’ Ook tijdens de soundcheck in Paradiso begon de stem van Paul Tornado zich plotseling tegen het punkige repertoire te verzetten: ‘Ik zette een lied in, ik weet niet meer welk, en dat klonk ongeveer als volgt: “Kroink, kroink, uche uche... verdomme”. Na de soundcheck ben ik iets gaan eten bij Scheltema. Daar heeft Alke de Kroes, de toenmalige partner van Johan Visser, mij aangeraden om een paar glaasjes Beerenburg te nuttigen. Dat zou heel goed voor mijn getergde stembanden zijn. Ik heb dus dat hele flesje met dat Nattermann-achtige siroopje achterover geslagen, en vervolgens diverse Beerenburgjes. Dat klokte heerlijk weg en ik moet zeggen: het hielp perfect. Ik geloof dat

we ons repertoire ruimschoots binnen een half uur erdoor hadden gejaagd. Ik had in Paradiso hoegenaamd geen last van plankenkoorts, maar ik moet wel zeggen dat ik niet meer geheel heb meegekregen hoe het optreden is verlopen. Slechts één keer raakte ik mijn tekst kwijt. Daar ben ik altijd als de dood voor. Wat dit betreft lijk ik op de oude Kraay. Toen heb ik gewoon maar wat geblablablaat.’

mede te danken aan de al dan niet opgeklopte publiciteit rond de single Van Agt Casanova in de diverse popbladen. Op de dag van het optreden in Paradiso verscheen bijvoorbeeld een Muziekkrant Oor met de jaarlijkse populariteitspolls. In de rubriek ‘Zanger binnenland’ was Paul Tornado op de achtste plaats beland, met 3,3 % van de uitgebrachte stemmen, nog ruim voor de blueszanger Harry Muskee die naar de tiende plaats was gezakt.

Toegiften

Ondanks het succes van Van Agt Casanova is de samenwerking van Paul Tornado met de onderhavige begeleidingsband bij dat ene optreden in Paradiso gebleven. ‘God zij dank,’ verkondigt Hajenius. ‘Anders was ik elke keer mijn fluorescerende stropdas kwijtgeraakt. Je was erbij of je was er niet bij. Wat dit betreft geldt voor Paul Tornado hetzelfde als voor de Sex Pistols. Die hebben ook maar een keer in ons land opgetreden,- in een of ander nebbisj lokaaltje in Maasbree. Een gemiste kans voor een hele schare liefhebbers. Maar het blijft natuurlijk een merkwaardige geschiedenis: je krijgt een optreden aangeboden, daar werk je met man en macht naar toe en vervolgens heb je niets meer te doen.’

Na deze Blitzkrieg in Paradiso moest Tornado nog diverse toegiften geven. Daartoe werd hij luidruchtig aangemoedigd door zijn eigen aanhang die met een gecharterde bus uit Twente was meegekomen. Een groot deel van de overige belangstellenden was al teleurgesteld afgedropen, omdat Paul Tornado hoofdzakelijk in het Engels zong. Maar er waren ook enthousiaste fans die niet uit Enschede waren gekomen, zoals de zoon van Sipke Huismans, de latere AKI-directeur, en de veertienjarige Bartje Schut, oprichter van de Paul Tornado Fanclub. ‘Die is ooit nog eens in Enschede op visite geweest,’ vertelt Hajenius. ‘We hebben hem toen de studio van de De 1000 Idioten Records laten zien en vervolgens een glaasje cola gegeven. Bartje gaf ook een blaadje uit waarin hij allerlei nonsens over Tornado krabbelde. Over succesvolle tournees in Japan en zo. Dat schreef hij allemaal gewoon met de hand. Lekker hoekig. Een paar jaar later ontpopte hij zich als grafitty-artiest in Amsterdam. Daarmee heeft hij nog eens de cover van de Haagse Post gehaald.’ De Twentse aanhang in Paradiso bleef maar om Paul Tornado schreeuwen. Hij heeft vervolgens ‘nog wel een keer of zes’ zijn punkhit Van Agt Casanova in de microfoon geschreeuwd. Slechts deze toegiften zijn op tape bewaard gebleven; de rest van het historische optreden in de Amsterdamse poptempel werd helaas niet opgenomen. Foutje van de man achter de knoppen. Een week na dato hebben Paul Tornado en zijn begeleidingsband het gehele Paradiso-optreden, met het oog op een eventuele live-LP, in de Ark-studio overgedaan. Dat het eerste optreden van Paul Tornado niet onopgemerkt voorbij is gegaan, was

Pissig Behalve de single Van Agt Casanova heeft Hajenius nauwelijks nog iets voor Visser en Wisselink gedaan, of het zou de foto moeten zijn die hij aan het negende nummer van het tijdschrift De Enschedese School heeft bijgedragen: Hajenius as a young tornado. Ook heeft hij een verzameling internationale krantencovers over de dood van John Lennon bijgedragen aan het vijfde nummer van het periodiek van De Enschedese School. Na het Paradiso-optreden had Hajenius met De 1000 Idioten Records afgesproken dat er op termijn een nieuw nummer van Paul Tornado zou worden uitgebracht, maar dat is nooit gebeurd. Wel is het door Wisselink geschreven Image ooit als B-kant van Van Agt Casanova aangekondigd in een advertentie in het vijfde nummer van De Enschedese School, maar deze re-issue is nooit verschenen. ‘Wat de motieven van Visser en Wisselink hiervoor waren?’ vraagt Hajenius zich hardop af, ‘daar kan ik

slechts naar raden. Misschien waren de mannen van De 1000 Idioten Records overdonderd door het succes en wilden ze er werkelijk niet meer dan duizend verkopen, terwijl er uiteindelijk ongeveer vijfduizend stuks van die single zijn verkocht. Dat kan toch? Maar het lijkt me waarschijnlijker dat ze andere belangen hadden. Ze wilden een single van de Kewi’s uitbrengen,en dat was met het succes van Van Agt Casanova mogelijk geworden.’ Wat de opvolger van Van Agt Casanova betreft voelt Hajenius zich achteraf een beetje door De 1000 Idioten Records aan het lijntje gehouden. Toen hem dat steeds meer begon te ergeren, ging hij met een nieuwe Paul Tornado Band samenwerken. Daarmee zocht hij uiteindelijk zijn heil bij Plurex, toentertijd de belangrijkste concurrent van De 1000 Idioten Records. Op dat label verscheen in de zomer van 1980 de mini-LP Pissig bij Plurex, al ontkent Hajenius dat hij in die titel iets van wraak ten opzichte van De 1000 Idioten Records heeft willen laten doorklinken. Op Pissig staan nog drie oude nummers die Hajenius met Wisselink heeft geschreven: Kijk uit voor de deejays, Geruchten van revolutie en Ik wil een artikel in Tussen de rails. Drie Nederlandstalige nummers die de B-kant van Pissig vormen. Twee jaar eerder had Paul Tornado het mooiste nummer van dit trio nog in het Engels gezongen. In Paradiso. De vergelijking van dit eenmalige popconcert met dat van Johnny & the Moondog is, wat betreft Hajenius, ’cultureel veel te correct. Ik kan niet ontkennen dat beide gebeurtenissen uit een soortgelijk levensgevoel zijn ontstaan, maar zo kun je alles wel in een of ander kunsthistorisch opzicht met elkaar in verband brengen. Toen ik op de Akademie voor Industriële Vormgeving in Eindhoven studeerde, voordat ik naar de AKI in Enschede overstapte, heb ik ooit ’s meegedaan aan een toneelstuk. De regie daarvan was in handen van... Herman van Veen. En ik kan nog wel verder teruggaan. Toen ik een jaar of vijf was, heb ik ook al eens in een Amsterdamse school op het toneel gestaan. Als kaboutertje. Zou je dat als het ultieme begin van Paul Tornado willen beschouwen? Nee toch?’ JH

Laatstepost

51

~ ex oriente lux ~

Verbeelding Tableaux Litéraires

door Esther Kerkhof

foto’s frans van der heijden

Dè hoes van hèt singletje

single onmiddellijk op de draaitafel.’ Toen was het Enschedese promotieduo al verder gesneld naar Perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. “Visser en ik zijn daar gewoon achter iemand aan gelopen, want je moest je perskaart laten zien. Voordat we onze publicitaire bezigheden zouden hervatten, hebben we wat koffie en broodjes genuttigd. Plotseling zagen we Frits van der Poel - God hebbe zijn ziel - in de kantine lopen. Die hebben we toen de single en het persbericht overhandigd. Hij vond het allemaal even prachtig. Had het plaatje, vreemd genoeg, ’s midddags al op de radio gehoord. Het ging als een lopend vuurtje rond. En weldra vlogen de singles - hop, hop, hop - als warme broodjes bij De 1000 Idioten Records weg.’

Laatstepost

~ ex oriente lux ~

Maarten ‘t Hart

Simon Carmiggelt

Enig nadenken leert dat er in de wereld aardig wat emoties over de toonbank gaan. Neem nou het eerste verhaal van Tableaux Litéraires, daar gebeurt het zelfs letterlijk. In Jan Arends ‘Voor vijf cent rode biet’ klaagt mevrouw Overdiep bij de groentevrouw over de manier waarop haar lakei zijn fantasieën op haar botviert. ‘Want dan zegt hij dat ik een hoge adelijke dame ben. Dat ik op een witte schimmel heb gereden, maar dat mijn billen besmeurd zijn omdat er een zadel op het paard was waar eerst een vieze vent met een vuile broek op heeft gezeten.’ Nadat mevrouw Overdiep haar aardappels en de biet in een papieren zak op de toonbank heeft gezet, vervolgt ze: ‘Ja, dan loopt hij naar de keuken en komt met een nat washandje aan. Hij tilt mijn rok op en wast mijn reet. Zo maar over mijn slipje heen. Dat is toch vies. En het is zo nat.’ Oek de Jong

Ach, literatuur, theater, film, wat is dat anders dan de verkoop van emoties. Kunst die geen emotie teweegbrengt, is niet interessant. Een meeslepende roman, het is niet meer dan een pen die krast op het klankbord van onze eigen gevoelens. De Enschede School heeft met zijn Twintig scènes uit de Nederlandse literatuur geprobeerd ons te verleiden, een verleiding waar ik van hou. Het is de verleiding van de reclame. Zo klaar als een klontje, maar toch lekker, zoals ons een krokant worstje wordt voorgehouden. Dat de vier jongens voor hun driedimensionale literatuur een speelgoedfabriek plunderden, maakt het des te aandoenlijker.

Jan Cremer

De Orcano redactie: zwaar vergaderen

Je denkt onherroepelijk terug aan je kindertijd. Toen je met poppetjes, plastic boerderij-

Gerard Reve

Maarten Biesheuvel

beesten, kastanjes, luciferhoutjes, kroonkurken en, desnoods, een deken over een waslijn als tent een eigen verhaal vertelde. Soms hardop, net of je voorgelezen werd. Je lekker behaaglijk in het warme bed wanend. Jij mocht naar de plaatjes kijken terwijl vader of moeder geruststellend het – meestal bekende – verhaal opdiste. Zo toveren de vier kwajongens met deze Tableaux Litéraires een Märklin-decor uit je jeugd tevoorschijn. Als taferelen in een kijkdoos. Ook al vragen ze er geen kwartje voor. Binnen de gesloten doos die een boek in feite is, brengen zij de weidsheid van het literaire landschap onder handbereik. Wie de twintig verhalen achter elkaar leest komt diverse thema’s en personages tegen. De verhaallijnen meanderen tegen de achtergrond van steeds wisselende locaties. Nederlandse literatuur die uit zijn voegen barst, ook al zijn de verhalen strak gecomponeerd. Elk verhaal schept zijn eigen en compleet universum. Er zit geen hiërarchie in de teksten. Of is dat schijn? Bij het verhaal ‘De Stolp’ kunnen we van enige voortrekkerij spreken. Uit correspondentie blijkt Carmiggelts Kronkel een plekje te hebben gekregen onder druk van Het Parool (zie kader nummer 1 hiernaast). Net als bij ‘De Stolp’, stemmen de meeste verhalen je