Page 1

Voorwoord Een veilige samenleving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van justitiepartners Veiligheidshuis Fryslân Casusoverleg huiselijk geweld Weekendje weg Casusoverleg overlastgevende personen voetbal gerelateerd Huisverbod AJB Xenofobe uitingen Youturn APJ Criminaliteitsbeeldanalyse Samenwerking CJG en VH Even voorstellen: Jan Dirk Sprokkereef

1

3

2 4 5 5 6

jaargang 5 oktober 2009

6 7 8 9 10

NIEUWSBRIEF VAN HET ARRONDISSEMENTAAL JUSTITIEEL BERAAD FRYSLAN

Een onrechtmatig weekendje weg Vrijdag 2 oktober jl. is in de gemeenten Leeuwarden en Sneek het project “Weekendje Weg” gestart. Kort gezegd is de kern van de aanpak in dit project dat verdachten van het plegen van uitgaansgeweld niet na verhoor worden heengezonden, maar waar mogelijk in verzekering worden gesteld en op maandag met een dagvaarding of transactieaanbod op zak het politiebureau verlaten. Verderop in dit AJB-Nieuws leest u meer over dit project. De start van dit project ging met de nodige publiciteit gepaard. Een dag later schreef de Leeuwarder advocaat mr Tjalling van der Goot, advocaat bij Anker & Anker, een artikel in de Leeuwarder Courant met de titel 'Een onrechtmatig weekendje weg'. In dit artikel kwalificeert hij het project als strijdig met de wet. De verantwoordelijken voor het project gaan in zijn ogen de grens van rechtmatigheid over. Hij stelt dat het project op gespannen voet staat met het beginsel dat een ieder voor onschuldig wordt gehouden totdat zijn schuld door een onafhankelijke rechter is komen vast te staan. Met dit project wordt immers direct een sanctie opgelegd zonder dat vaststaat of de verdachte zich daadwerkelijk aan geweldpleging heeft schuldig gemaakt. Ik ben het niet met de kritiek van mr Van der Goot eens. Het gebruikmaken van de mogelijkheid om verdachten in verzekering te stellen, is geen misbruik van recht zolang het belang van het strafrechtelijk onderzoek hiermee wordt gediend. Tot het belang van het onderzoek behoort ook het persoonlijk uitreiken van vervolgingsbeslissingen. In het project “Weekendje Weg” wordt van geval tot geval bekeken of inverzekeringstelling mogelijk is. Met andere woorden, er wordt maatwerk geleverd.

Ik kan dit met de praktijk van het eerste weekend illustreren. In vier gevallen die voor inverzekeringstelling in aanmerking leken te komen, heeft de hulpofficier van justitie contact gezocht met de (piket)officier van justitie. Drie verdachten bleken niet aan de criteria voor toepassing van inverzekeringstelling te voldoen en werden heengezonden. Voor een vierde verdachte gold dat het geweld zodanig ernstig was dat voorgeleiding voor de rechtercommissaris op zijn plaats was. Op 6 oktober jl. kopte de Leeuwarder Courant dat de geweldsaanpak van justitie vruchteloos was, omdat het eerste weekend geen enkele strafklant zou hebben opgeleverd. Het is maar hoe je het wilt bekijken. Waar het om gaat is dat het uitgaansgeweld wordt teruggedrongen. Als er van het project een zodanig preventief effect uitgaat dat in een weekend minder geweld wordt gepleegd, kunnen we ons geen beter resultaat wensen. Hoe het ook zij: de rechter zal het laatste woord hebben en van geval tot geval kunnen beoordelen of de bevolen inverzekeringstelling rechtmatig was. Naar de rechterlijke uitspraak zal het OM zich gaarne schikken. Project of geen project. Over enige tijd zal de balans worden opgemaakt en kunnen we constateren of het uitgaansgeweld in Leeuwarden en Sneek is afgenomen en of de gekozen aanpak de rechterlijke toets der kritiek heeft doorstaan. Annette Bronsvoort AJB jaargang 5 - nummer 3 - oktober 2009

AJB_NB03.indd 1

1

16-10-2009 16:58:06


Een veilige samenleving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van justitiepartners Reclassering Nederland heeft drie kerntaken: de uitvoering van werkstraffen, diagnose en advies aan opdrachtgevers over een verdachte en de uitvoering van reclasseringtoezicht. De reclassering is druk met een aantal wezenlijke veranderingen in de wijze van advisering aan haar opdrachtgevers en het uitvoeren van reclasseringtoezicht.

Vanaf 1 november 2009 zullen de veranderingen merkbaar zijn voor ketenpartners van Reclassering Nederland. Daarom vijf vragen over deze veranderingen aan Margriet van Zonneveld, regiomanager Reclassering Nederland Regio Noord-Nederland.

1) Wat gaat er veranderen aan het reclasseringsadvies en het reclasseringtoezicht? Bijzondere voorwaarden zijn nodig om op de persoon toegesneden toezicht te kunnen houden. Nu is het nog zo dat de rechter iemand voorwaardelijk veroordeelt en reclasseringtoezicht oplegt waarbij deze persoon zich dient te houden aan ‘de aanwijzingen van de reclassering’. Hoe de invulling van dit het toezicht werd geregeld, was aan de reclassering. Straks kan de rechter precies aangeven wat er met een onder toezicht gestelde moet gebeuren. De reclassering adviseert de rechter hierover en voert vervolgens het toezicht uit. Zo kan het zijn dat de reclassering bij een verdachte van uitgaansgeweld de rechter adviseert om een locatieverbod op te leggen, zodat meneer niet meer in de buurt van het uitgaanscentrum van een stad kan komen. Dit kan gecombineerd worden met een alcoholverbod en het volgen van een gedragstraining vanwege zijn agressieprobleem. Het locatieverbod, alcohol- (en¬/ of drugs-) verbod en gedragstrainingen zijn enkele voorbeelden van gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende voorwaarden waarover de reclassering gaat adviseren. De bijzondere voorwaarden zullen naar verwachting in 2011 in de wet worden opgenomen. Niet alleen gaat de reclassering adviseren over de bijzondere voorwaarden en op de naleving daarvan toezien. De reclassering bood ook rond de twintig soorten adviesrapportages. Daarmee voldeden we niet aan de wensen van opdrachtgevers. Dat aantal is daarom teruggebracht naar drie typen adviezen: reclasseringsadvies met RISc, reclasseringsadvies met QuickScan en reclasseringsadvies zonder diagnose-instrument. De reclassering bepaalt zelf welk adviesrapport uitgebracht wordt. Bijzondere voorwaarden krijgen daarbij een centrale rol. In

de reclasseringadviezen worden deze voorwaarden straks expliciet geformuleerd.

2) Waarom veranderen? We willen blijven aansluiten bij de ontwikkelingen in de samenleving en bij de wensen van de opdrachtgevers, zoals rechters, officieren van justitie en de gevangenisdirectie. Professionaliteit is daarbij ons uitgangspunt. Staatssecretaris Albayrak van Justitie wil, net als de reclassering, dat daders een persoongerichte aanpak krijgen om recidive terug te dringen. Zo kan de reclassering aan de slag om iemand zijn gedrag te veranderen zodat herhaling van criminaliteit wordt teruggedrongen. Voor alle duidelijkheid: reclasseringtoezicht is een straf, geen vrijblijvendheid. Als gedragsverandering niet haalbaar is, zullen middelen worden ingezet om het risico op recidive en gevaar voor de samenleving te verkleinen.

Voorwaarden staan centraal bij reclasseringsadvies en –toezicht

Doordat straks in de opdracht of het vonnis staat aangegeven wat er verwacht wordt van de reclassering, kan daar geen onduidelijkheid over ontstaan bij de onder toezicht gestelde, de reclasseringswerker of bij de opdrachtgever. Dat zorgt voor continuïteit en consistentie in het strafrechtelijk traject. En dat is winst.

3) Hoe werken de drie reclasseringsorganisaties samen in dit traject? Het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering, Verslavingszorg Noord-Nederland en Reclassering Nederland hebben elk hun eigen signatuur. Toch is besloten zowel het Programma Advies als het programma Redesign

AJB jaargang 5 - nummer 3 - oktober 2009

AJB_NB03.indd 2

2

16-10-2009 16:58:06


Toezicht in gezamenlijkheid uit te voeren. Het kan niet zo zijn dat de ene reclasseringsorganisatie iets anders doet dan de andere reclasseringsorganisatie. Dat past niet in de ambitie om kwaliteit te leveren en te voldoen aan de vraag van de opdrachtgever. In de regio Noord-Nederland trekken de drie reclasseringsorganisaties samen op rondom de informatievoorziening naar de ketenpartners en het maken van ketenafspraken. Bijvoorbeeld als het gaat om tussentijdse terugkoppeling over het verloop van een toezicht richting het Openbaar Ministerie. Vaak is de zaaksofficier niet meer beschikbaar bij het OM en dan moet er wel een ander aanspreekpunt zijn.

4) Wat verwacht je van de ketenpartners? Ik hoop dat ketenpartners zich bewust zijn dat dit een gezamenlijk traject is en niet alleen iets van de reclassering. Natuurlijk ligt dat wat anders voor een onafhankelijk orgaan als de rechterlijke macht. Maar wat het Openbaar Ministerie betreft, trekken we hierin gezamenlijk op. Hoewel ieder vanuit zijn eigen perspectief acteert hebben we uiteindelijk een gezamenlijke verantwoordelijkheid: de veiligheid van de samenleving. Goede afspraken zijn daarbij cruciaal.

5) Wat kunnen ketenpartners van de reclassering verwachten? Onze opdrachtgevers kunnen van ons verwachten dat wij met de nieuwe manier van werken een nog betere en duidelijkere bijdrage leveren aan het terugdringen van recidive. Door overzichtelijke adviezen waarin scherp en bondig geformuleerd staat wat onze bevindingen zijn over een verdachte en wat onze mogelijkheden en onmogelijkheden zijn om toezicht te houden. Ketenpartners kunnen verwachten dat wij zullen toezien op de naleving van de opgelegde bijzondere voorwaarden. Als die niet worden nagekomen, volgt onherroepelijk overleg met het OM. Het Openbaar Ministerie kan straks veroordeelden direct laten aanhouden en insluiten als zij de aan hun straf verbonden bijzondere voorwaarden niet naleven. Voor de geloofwaardigheid en effectiviteit van voorwaardelijke veroordelingen is het belangrijk dat in die gevallen snel wordt ingegrepen. Minister Hirsch Ballin en staatssecretaris Albayrak van Justitie hebben daartoe al een wetsvoorstel ingediend. Dat kunnen wij alleen maar toejuichen. Ten slotte staat de veiligheid van de samenleving voorop.

Kijk op www.reclassering.nl voor meer informatie.

AJB jaargang 5 - nummer 3 - oktober 2009

AJB_NB03.indd 3

3

16-10-2009 16:58:08


Veiligheidshuis Fryslân casusoverleg Huiselijk Geweld In 2008 is in het Veiligheidshuis een aanvang gemaakt met het justitieel casusoverleg Huiselijk Geweld (HG). Het casusoverleg wordt afwisselend voorgezeten door de parketsecretarissen Grietje Spoelstra en Tine Hoekstra en ondersteund door afwisselend Adry Christon en Rinske Tempel.

van zaken. De nauwere samenwerking tussen justitie en zorg is een aanvulling en kwaliteitsverbetering ten opzichte van de eerdere aanpak van huiselijk geweld. Door middel van de gerichte interventies moet het huiselijk geweld worden gestopt en recidive voorkomen worden.

Huiselijk geweld is geweld gepleegd ten opzichte van iemand uit de huiselijke kring, zoals bijvoorbeeld (ex)partners, gezins- en familieleden, huisvrienden van de verdachte. Hieronder vallen lichamelijke geweldpleging, belaging en bedreiging. Bij huiselijk geweld blijven verdachte en slachtoffer(s) vaak deel uitmaken van elkaars leefomgeving. Huiselijk geweld heeft vaak een stelselmatig karakter en een hoog recidivegehalte.

De ingebruikname van het doelgroepensysteem PIX heeft geleid tot een iets aangepaste werkwijze tijdens het casusoverleg, wat met name te maken heeft met de manier van vastleggen en terug kunnen halen van de gegevens en afspraken. Zo is het nu met een paar muisklikken duidelijk of een verdachte van huiselijk geweld geregistreerd staat, zoja wie casushouder is, welke afspraken zijn gemaakt en welke interventies er hebben plaatsgevonden.

In het wekelijkse casusoverleg HG worden door het OM, de politie, 3RO, advies- en steunpunt huiselijk geweld (ASHG) en het advies- en meldpunt kindermishandeling (AMK) alle nieuw binnengekomen zaken besproken. Niet alleen wordt de verdachte besproken, maar ook het slachtoffer en wordt naar de overige gezinsomstandigheden gekeken. In het casusoverleg wordt ook aandacht besteed aan de voortgang

Naast het casusoverleg in het Veiligheidshuis, zijn er in de regio nog 6 werkgroepen huiselijk geweld, waarin de hulpverlening aan de slachtoffers centraal staan. Het ASHG fungeert als intermediair tussen casusoverleg en werkgroepen.

"Het werk van de informatiemakelaar Huiselijk geweld (HG) begint bij de reclasseringsbalie waar de nieuwe zaken worden ontvangen en verwerkt. In PIX registreer ik alle gegevens van de personen. PIX is een informatiesysteem voor het volgen van personen in de veiligheidsketen (PersonenIndeX). Dit systeem geeft mij de mogelijkheid om goed te signaleren of een bepaalde persoon ook bekend is bij een ander overleg. Verbanden leggen tussen de verschillende casusoverleggen, dat zie ik als core business van de informatiemakelaar.

zorgmelding opgemaakt te krijgen. Vervolgens vat ik in een paar zinnen zo objectief mogelijk samen wat er heeft plaatsgevonden. Ook let ik er op of er mogelijk een link is met een ander casusoverleg of dat betrokkene anderszins bekend is bij het Veiligheidshuis. De casussen koppel ik aan een overlegdatum. De informatie uit vorige overleggen voeg ik toe zodat wij tijdens het casusoverleg met de meest actuele gegevens werken. Van alle afspraken maak ik vervolgens melding in PIX."

Nadat betrokkene als persoon is ingevoerd worden zijn zogenaamde ‘relaties’ toegevoegd. Zeker bij Huiselijk Geweldzaken is dat belangrijk. Relaties worden alleen toegevoegd als het minderjarige kinderen betreft of wanneer er een functionele relatie is tot de casus: de zoon die zijn moeder slaat, de man die zijn echtgenote slaat. Ik ben er vooral alert op of er minderjarige kinderen zijn, of ze nu inwonend zijn of elders wonen (omgangsregeling), en of de politie daarvoor via het AMK een zorgmelding heeft aangemaakt. Wanneer dat niet blijkt uit de stukken, of als de personalia van de kinderen niet in de stukken staan, zet ik dat via PIX uit voor mijn collega van de politie die deelneemt aan het overleg. Hij vult die gegevens dan aan vanuit de politiesystemen en/of onderneemt actie om alsnog een

Karin van der Honing, Ketenmanager Veiligheidshuis

Adry Christon

AJB jaargang 5 - nummer 3 - oktober 2009

AJB_NB03.indd 4

4

16-10-2009 16:58:09


Veiligheidshuis Fryslân is gestart met Project ’Weekendje weg’ Weekenden zijn er voor gezelligheid, een goede sfeer en ontspanning. Geweld hoort daar niet bij. Uit politiecijfers blijkt echter dat geweld zich in het weekend juist vaker voordoet dan op doordeweekse dagen. Een aantal gemeenten in Nederland heeft in samenwerking met politie en Openbaar Ministerie een aanpak van weekendgeweld gekozen onder de naam weekendarrangement. In navolging van andere Veiligheidshuizen is besloten om deze aanpak ook in het Veiligheidshuis Fryslân te starten, voor de gemeenten Leeuwarden en Sneek. De aanpak is erop gericht iemand die in het weekend gewelddadig is op maandag duidelijkheid te geven over wat er met zijn of haar zaak gaat gebeuren. Na de aanhouding tussen zaterdag 00.00 uur en zondag 24.00 uur neemt de hulpofficier contact op met de piketofficier van justitie. De piketofficier beslist of de zaak in aanmerking komt voor een weekendarrangement alsmede welk onderzoek noodzakelijk is. Is de zaak geschikt voor een weekendarrangement, dan gaat de politie het onderzoek opstarten. Op maandag wordt de zaak (mondeling) aangemeld bij Ed Boelen, de coördinerend officier van justitie van het Veiligheidshuis en vinden de laatste onderzoekshandelingen plaats. Deze onderzoekshandelingen maken dus deel uit van het onderzoeksbelang van de inverzekeringstelling. Er wordt nagegaan of er sprake is van nog open-

staande zaken of documentatie en eventueel wordt reclassering en/of slachtofferhulp ingeschakeld. Bij heenzending op maandag wordt de verdachte op de hoogte gebracht van de wijze van justitiële afdoening: er wordt een transactie aangeboden, een taakstraf in het vooruitzicht gesteld of een dagvaarding uitgereikt om voor de rechter te verschijnen. In geval van zeer ernstig geweld blijft de verdachte langer vastzitten. Door middel van deze snelle en stevige aanpak wordt een afname van het aantal geweldsincidenten beoogd. De resultaten van het weekendarrangement in den lande zijn zeer positief. Halverwege november 2009 zal een korte tussentijdse evaluatie plaatsvinden. Daarna zal medio april 2010 een grote evaluatie plaatsvinden, waarna ook de overige 29 gemeenten zich (gefaseerd) kunnen aansluiten bij het project. Op vrijdagochtend 2 oktober 2009 vond een persbijeenkomst plaats om het project aan de media te presenteren. Wilt u meer weten over het project? Kijk dan ook eens op www.meteenzitten.nl/leeuwarden of op www.veiligheidshuizen.nl Karin van der Honing, ketenmanager Veiligheidshuis

Casusoverleg overlastgevende personen voetbal gerelateerd verslag binnen Veiligheidshuis Fryslân Op 17 augustus jl. heeft Martin Sitalsing (tot 22 september 2009 plaatsvervangend korpschef politie Fryslân en tevens stuurgroeplid van het Veiligheidshuis) het startsein gegeven voor het casusoverleg 'overlastgevende personen voetbal gerelateerd'. Doel van het overleg is om middels een persoonsgerichte aanpak een gedragsverandering te bewerkstelligen en daarmee voetbalvandalisme en voetbalgeweld terug te dringen. “Aan tafel” zitten naast de voetbalcoördinatoren van de politie, ook de veiligheidscoördinatoren van de Betaalde Voetbal Organisaties Heerenveen en Cambuur, het OM, gemeente Heerenveen en Leeuwarden, VNN en de zorgcoördinator van het Veiligheidshuis, die tevens voorzitter is. De politie heeft vanuit het (landelijk) project Hooligans in Beeld zicht op de hooligans van Heerenveen en Leeuwar-

den. Er is respectievelijk een top 20 en 30 samengesteld, aan de hand waarvan door de deelnemende partners een keuze is gemaakt in casuïstiek. Het is een nieuw overleg en ook nog niet beproefd in het land, zodoende is het met elkaar vooral “werkend leren en lerend werken”, volgens de drie pijlers van het Veiligheidshuis: zorg, repressie en preventie. Met inachtneming van de privacy wordt per casus een plan van aanpak gemaakt. Het overleg vindt maandelijks plaats. Sara Tromp is door de politie tijdelijk aan het Veiligheidshuis toegevoegd als informatiemakelaar voor dit overleg.

AJB jaargang 5 - nummer 3 - oktober 2009

AJB_NB03.indd 5

5

16-10-2009 16:58:12


Huisverbod Het huisverbod is bedoeld om huiselijk geweld verder terug te dringen. Het huisverbod houdt in dat een pleger van huiselijk geweld in beginsel tien dagen zijn of haar woning niet meer in mag en in die periode ook geen contact mag opnemen met de partner of de kinderen. De maatregel biedt de mogelijkheid om in een noodsituatie te voorzien in een afkoelingsperiode waarbinnen de nodige hulpverlening op gang kan worden gebracht en escalatie kan worden voorkomen. Het huisverbod kan ook worden opgelegd bij kindermishandeling of een ernstig vermoeden daarvan. Het huisverbod wordt in de vorm van een beschikking uitgereikt door de burgemeester of door de politie indien zij daartoe wordt gemandateerd. De burgemeester kan afhankelijk van de situatie het huisverbod verlengen tot maximaal vier weken. Een uithuisgeplaatste die zich niet aan het huisverbod houdt, kan maximaal twee jaar gevangenisstraf krijgen of een taakstraf. De uithuisgeplaatste heeft de mogelijkheid om tegen het huisverbod in beroep te gaan bij de bestuursrechter. Het succes van het huisverbod zal sterk afhangen van het aanvaarden van hulp door betrokkenen. Daarom is het van

uitermate groot belang dat hulpverlening snel op gang komt en gericht is op alle betrokkenen. Het ijzer moet nu eenmaal gesmeed worden als het heet is en het dient in tien dagen geregeld te zijn. In Friesland hebben we met alle betrokken partijen (hulpverlening, politie, gemeente, justitie) gekozen voor een casemanager voor het gehele systeem (gezin). Deze casemanager is ondergebracht bij Fier Fryslân. De hulpofficier heeft direct contact met de casemanager (24 uur). De casemanager heeft na het opleggen van het huisverbod contact met de achterblijver(s) en uithuisgeplaatste. De casemanager schakelt betrokken hulpverleners (in veel gevallen reeds bestaande) in. Met betrokken hulpverleners en cliënten wordt een plan van aanpak gemaakt. Marjan Houkes, zorgcoördinator Veiligheidshuis Fryslân en projectleider Wet Huisverbod Voor meer info zie www.huisverbod.nl

Onderzoek Xenofobe uitingen in Fryslân Ontwikkelingen binnen het Veiligheidshuis Er zijn verschillende signalen van xenofobe tendensen in de Friese samenleving. Het gaat om het schilderen van racistische leuzen, het uiten van racisme op internetfora, het lastig vallen van mensen die herkenbaar zijn als migrant of die een donkere huidskleur hebben, het elkaar opruien met racistische opmerkingen, het dragen van racistische uitingen in de kleding zoals een Keltisch kruis, een hakenkruis of subtiele tekens waaraan zij elkaar herkennen. In Fryslân is niet eerder onderzoek verricht naar deze uitingen. Om xenofobe tendensen tegen te gaan is het van belang zicht te hebben op de aard en omvang. Hiervoor zet Tûmba, centrum voor wereldburgerschap en gelijke behandeling, in opdracht van het Arrondissementaal Justitieel Beraad Fryslân en het Regionaal Discriminatieoverleg Fryslân, een verkennend kwalitatief onderzoek in. Zij heeft hiervoor samenwerking gezocht met De Rode Eik, bureau voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie. Met de resultaten, conclusies en aanbevelingen kan het lokaal bestuur worden voorzien van informatie die van belang is voor signalering, preventie en interventie.

Om informatie te verzamelen met betrekking tot xenofobe uitingen zal zowel ingang gezocht worden bij organisaties die met burgers werken, zoals opbouwwerk, welzijnswerk en scholen, als organisaties of bedrijven die mogelijk meer zicht hebben op subculturen waar xenofobie relatief vaak voorkomt. In het contact met deze organisaties staat het zoeken naar sleutelfiguren centraal: professionals of particulieren die veel in contact komen met mensen waarvan al dan niet bekend is of zij xenofoob gedrag vertonen. Daar waar mogelijk, kan direct toenadering gezocht worden richting burgers. Daarnaast zal gebruik gemaakt worden van gegevens uit de databestanden van de Politie Fryslân met betrekking tot incidenten in 2006 t/m 2008 waarbij xenofobe uitingen een rol speelde. Het onderzoek loopt van september 2009 tot en met juni 2010. Het Regionaal Discriminatieoverleg Fryslân zal als klankbordgroep fungeren voor het onderzoek.

AJB jaargang 5 - nummer 3 - oktober 2009

AJB_NB03.indd 6

6

16-10-2009 16:58:12


YOUTURN, het goede voorbeeld in taal en houding In 2010 is de definitieve scheiding tussen civiel- en strafrechtelijk geplaatste jongeren een feit. Het Ministerie van Justitie wil met behulp van de basismethodiek YOUTURN het stijgende percentage recidive in de jeugdcriminaliteit terugdringen door jongeren beter toe te rusten voor hun terugkeer naar de samenleving. YOUTURN staat voor professionalisering van de begeleiding en behandeling van de in JJI’s geplaatste jongeren. Met behulp van YOUTURN wordt er een uitdagende leeromgeving gerealiseerd, waarin medewerkers in een vijf-daagse training methodische kennis verwerven over het aanleren (aan jongeren) van verantwoordelijk gedrag, moreel besef en sociale vaardigheden. Het personeel leert om samen met de jongeren communicatieve oplossingen te realiseren binnen een begrensd pedagogisch klimaat op de leefgroepen. Zulke oplossingen leiden tot minder incidenten en escalaties. Daarmee wordt de basis gelegd waarop jongeren actief kunnen werken aan het verwerven van voldoende vaardigheden om een gereguleerd bestaan op te kunnen bouwen.

Pijlers voor jongeren zijn het sociaal competentiemodel en de methode Equip. Omdat YOUTURN landelijk in alle JJI’s wordt ingevoerd ontstaat eenduidigheid en duidelijkheid voor zowel de jongere als de medewerkers. Jongeren krijgen een portfolio. Tevens worden ouders/wettelijk vertegenwoordigers intensief betrokken bij de begeleiding en behandeling van jongeren. YOUTURN draagt als methodiek, en als middel in de samenwerking met de ketenpartners, functioneel bij aan een veiligere samenleving.

Frans Kloosterman (afdelingsmanager bij Juvaid Justitiële Jeugdinrichting in Groningen) geeft uitleg over YOUTURN.

Het AJB: wat, wie, waarom, wanneer en waarover Wat

Waarom

Het Arrondissementaal Justitieel Beraad is het ‘hoogste’ overlegorgaan van alle justitiële organisaties in het arrondissement.

De aanpak van criminaliteit en het veiliger maken van de samenleving vraagt om een gezamenlijke aanpak van alle betrokkenen. Het AJB is ingesteld om de samenwerking tussen de justitie-instellingen verder te versterken en onderling tot bindende afspraken te komen. Daarnaast wordt het AJB geacht de samenwerking met het openbaar bestuur (verder) te versterken.

Wie De eindverantwoordelijken van de deelnemende organisaties, onder voorzitterschap van de hoofdofficier van justitie. De eindverantwoordelijken (of hun vervanger), omdat ze bevoegd moeten zijn om met de andere leden bindende afspraken te maken. De vertegenwoordigers van politie en rechtbank nemen een ietwat bijzondere positie in. De politie maakt immers strikt genomen geen deel uit van de justitieketen. Maar haar rol in de aanpak van criminaliteit en het veiliger maken van de samenleving is zo evident, dat de politie actief deelneemt in het AJB. De rechtbank kan, gelet op haar onafhankelijke positie, natuurlijk geen bindende afspraken maken, maar neemt wel deel aan de vergaderingen en aan werkgroepen.

Wanneer Het AJB vergadert 4 keer per jaar. Waarover Alle onderwerpen, die relevant zijn voor de onderlinge samenwerking. De aanpak van veelplegers, van huiselijk geweld, de (soms) grote veranderingen bij diverse AJBorganisaties en de mogelijke gevolgen daarvan voor de anderen zijn hier voorbeelden van.

AJB jaargang 5 - nummer 3 - oktober 2009

AJB_NB03.indd 7

7

16-10-2009 16:58:13


ARRONDISSEMENTAAL PLATFORM JEUGDCRIMINALITEIT

APJ nieuws Kader APJ

Handhaving leerplicht

Door het Ministerie van Justitie en het College van Procureurs-generaal is afgelopen jaar een onderzoek gedaan naar het functioneren van de Arrondissementale Platforms Jeugdcriminaliteit (APJ). Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de APJ’s zich vooral bewezen hebben in haar oorspronkelijke doelstelling om een stevige strafrechtelijke aanpak te realiseren, waarbij daadwerkelijk gezamenlijke besluitvorming in de justitieketen plaatsvindt. Uit het onderzoek is daarnaast een advies geformuleerd over de toekomstige positionering van het APJ tegen de achtergrond van ketens en netwerken op het terrein van veiligheid en zorg. In dit advies zijn een tiental punten opgesomd hoe het APJ moet worden ingericht en welke werkwijze zij dient te hanteren. De uitkomsten van het onderzoek zijn uitgebreid besproken in het APJ en daarbij is geconcludeerd dat het APJ Fryslân in grote lijnen voldoet aan het gestelde in het landelijke kader. Op een tweetal fronten, te weten samenstelling (aansluiting NIFP en rechtbank) en verhouding AJB, worden de komende tijd een aantal acties uitgezet.

De handhaving van leerplicht is een van de twee onderwerpen die in 2009 hoog op de agenda staan van het APJ. Voor de handhaving van de leerplicht is het van belang dat de desbetreffende spelers in het veld weten wat hun taak in deze is. In dit kader heeft het OM eind juni een uitgebreide brief gestuurd naar alle scholen in het basis- en voortgezet onderwijs in Friesland. Vervolgens wordt vanaf oktober de memo handhaving leerplicht voor alle driehoeken in Friesland geagendeerd. In deze memo worden de Friese gemeenten gewezen op hun taak als het gaat om de handhaving van leerplicht. Tevens wordt in deze memo de handleiding schoolverzuim, die op dit moment wordt vervaardigd door een werkgroep leerplicht, genoemd. Deze handleiding heeft als doel te komen tot een uniforme aanpak van schoolverzuim in Friesland. De gemeenten wordt gevraagd met deze handleiding in te stemmen.

Criminaliteitsbeeldanalyse 2008 De Criminaliteitsbeeldanalyse 2008, gemaakt door het Openbaar Ministerie in samenwerking met de politie Fryslân, geeft een beeld van de veelvoorkomende criminaliteit in Fryslân. Er zijn 25 soorten delicten onderzocht. Bij 15 van de 25 onderzochte delicten vond in 2008 een toename van incidenten plaats in vergelijking met 2007. De grootste stijging van incidenten zien we bij huiselijk geweld. Op de 2e plaats staat de fietsendiefstal. Op de 3e plaats van snelste stijgers staan de winkeldiefstallen. Bij 10 delictsoorten vond in 2008 een afname van incidenten plaats. De grootste daling zien we bij overlast (jeugd en overige). Ondanks deze daling staat overlast nog altijd op de 2e plaats van meest voorkomende delicten in Fryslân. Ook het aantal vernielingen nam af. Niettemin blijft dit delict een hardnekkig probleem met een 1e plaats van veelvoorkomende criminaliteit. Op de 3e plaats van snelste dalers staat de diefstal en inbraak bij bedrijven. Dat bij 15 delicten een toename is te zien van incidenten en bij 10 delicten een afname, zou betekenen dat de criminaliteit

per saldo is toegenomen. De stijging bij de 15 stijgende delicten betrof namelijk 2.034 incidenten; de daling bij de 10 dalers 1.456 incidenten. Kortom: in 2008 zijn er 878 meer incidenten geregistreerd dan in 2007. Het gaat echter niet alleen om kwantiteit. Men dient ook de ‘zwaarte’ van delicten en de maatschappelijke beleving ervan in ogenschouw te nemen. Belangrijk is bijvoorbeeld in welke mate de delicten van invloed zijn op de leefbaarheid en de subjectieve veiligheidsbeleving van burgers. Zo steeg in 2008 het aantal woninginbraken, maar zo’n delict heeft vooral impact op het veiligheidsgevoel van het betrokken slachtoffer en de buurt en heeft minder effect op het veiligheidsgevoel van een gemeenschap als geheel. Overlast en vernielingen daarentegen hebben juist wel grote invloed op de beleving van veiligheid op het niveau van dorp of stad. En deze delicten zijn in 2008 juist afgenomen.

De CBA jeugd over 2008 is op dit moment in conceptvorm gereed en zal binnenkort worden uitgegeven.

AJB jaargang 5 - nummer 3 - oktober 2009

AJB_NB03.indd 8

8

16-10-2009 16:58:14


Samenwerking tussen Centrum voor jeugd en gezin en Veiligheidshuis?! Preventief samenwerking rondom jongeren: werkgroep CJG-VH

Wat houdt CJG in?

Vanuit het Arrondissementaal Platform Jeugdcriminaliteit (APJ) en de ambtelijke werkgroep Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) is begin dit jaar een werkgroep in het leven geroepen die zich bezighoudt met de toekomstige samenwerking tussen het CJG en het Veiligheidshuis (VH). Die samenwerking heeft een preventieve doelstelling; ‘Waar kunnen het gemeentelijke preventieve jeugdbeleid en de jeugdstrafrechtketen op een vruchtbare manier samenwerken?’ Door tijdig en op de juist plek de juiste hulp te bieden aan ouders en kinderen proberen professionals te voorkomen dat jongeren in het criminele circuit raken en maatschappelijk afglijden. Deze werkgroep bestaat uit vertegenwoordigers van het Openbaar Ministerie, Bureau Jeugdzorg, Raad voor de Kinderbescherming, Halt Noord-Nederland, Veiligheidshuis, Vereniging van Friese Gemeenten, gemeente Heerenveen, gemeente Smallingerland, provincie Fryslân en CMO Partoer Fryslân.

Veel ouders en kinderen met opgroei- en opvoedproblemen hebben moeite hebben om de juiste hulp te vinden. Minister Rouvoet wil dat daar een einde aan komt door ervoor te zorgen dat iedere gemeente in 2011 een CJG heeft, waar deze ouders en kinderen terecht kunnen. In Fryslân zijn de voorbereidingen in volle gang, nadat alle Friese gemeenten en de provincie daartoe op 19 december 2008 een convenant hebben ondertekend. Onder het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’ pakken CJG’s problemen met kinderen en jongeren snel aan en wordt ouders geleerd hoe ze hun kinderen op een positieve manier kunnen opvoeden.

Twee pilots De gemeenten Heerenveen en Smallingerland hebben zich aangeboden om in samenwerking met het VH een pilot van een jaar uit te voeren. In deze pilot zal worden gekeken welke afspraken er nodig zijn om te komen tot één kind één plan, wanneer het preventieve jeugdbeleid en de jeugdstrafrechtketen elkaar raken. Er wordt een vorm bedacht waarop vanuit het Veiligheidshuis gegevens kunnen worden verstrekt over minderjarigen aan de gemeenten, zonder dat de privacy van het kind geschonden wordt. Bij deze uitwisseling van gegevens wordt de privacywetgeving te allen tijde inachtgenomen. De resultaten van de pilot kunnen bruikbaar zijn voor de overige Friese gemeenten.

Zorgen delen en hulp afstemmen In een CJG gaan alle professionals die met kinderen en jongeren werken nauw met elkaar samenwerken. De CJG’s gaan samenwerken met de jeugdstrafrechtketen (vertegenwoordigd in het VH) en de zorgadviesteams in het onderwijs. De professionals maken gebruik van de Verwijsindex, wanneer ze zich zorgen maken over een kind of jongere. Ze melden een kind aan en kunnen in het digitale systeem meteen zien of er ook andere professionals bij het kind betrokken zijn. Als dat het geval is, nemen de hulpverleners contact met elkaar op en wordt er in overleg met de ouders een plan van aanpak opgesteld om de problemen op te lossen. Deze nieuwe werkwijze voorkomt dat professionals langs elkaar heen werken en van elkaar niet weten wat ze doen.

Eén kind – één plan Zowel in het CJG als in het VH vindt overleg plaats over individuele jongeren en wordt er een (hulp)plan van aanpak opgesteld, waarin staat welke professional welke actie uitvoert. Om te voorkomen dat voor dezelfde jongere waarover zorgen bestaan op meerdere plekken een plan wordt opgesteld, is er uitwisseling en samenwerking nodig.

AJB jaargang 5 - nummer 3 - oktober 2009

AJB_NB03.indd 9

9

16-10-2009 16:58:16


Even voorstellen

Jan Dirk Sprokkereef Wie is Jan Dirk Sprokkereef? Ik ben 41 jaar en ben directeur van Bureau Jeugdzorg Friesland. Vijf jaar geleden heb ik een grote draai gegeven aan mijn carrière. Ik heb lang gewerkt voor een grote financiële instelling, maar merkte dat het werk (winst maken) mij niet motiveerde. Komend uit een onderwijsgezin, enthousiast vader van een gezin met drie kinderen en een weekend-pleegdochter, heb ik gekozen voor het werken in de Jeugdzorg. Nog steeds motiveert het verbeteren van de zorg voor kinderen mij iedere dag.

Druk mee gehad? We zijn in Friesland bezig om in het kader van het landelijke project Beter Beschermd de doorlooptijd tussen een zorgmelding bij Bureau jeugdzorg en het uitspreken van een ondertoezichtstelling door de Kinderrechter te verkorten van negen tot twee maanden. Dit vergt een goed samenspel tussen de Raad voor de Kinderbescherming, de kinderrechters en Bureau jeugdzorg. Essentiële elementen in de verandering zijn een casusoverleg waarin medewerkers van de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg elkaar echt

ontmoeten, afgestemde methodiek en een gezamenlijke ICT-toepassing. Ook in de gesloten jeugdzorg is veel tijd gaan zitten. Per 1 januari 2010 vinden twee bewegingen tegelijk plaats: kinderen mogen niet langer civiel geplaatst worden in een Justitiële Jeugdinrichting en de toewijzing van plekken vindt voortaan regionaal plaats in plaats van landelijk. Tegelijkertijd ontstaat in veel delen van Nederland een tekort aan plaatsen. Het gaat hier om de meest kwetsbare kinderen die we kennen, ze zijn een gevaar voor zichzelf of hun omgeving. Geen kind mag in deze operatie dus buiten boord vallen. Gelukkig heeft de minister recent extra plekken toegezegd, maar de komende maanden moeten we nog veel werk verzetten om alle kinderen in het noorden op een goede plek te krijgen.

AJB? Het AJB betekent voor mij een team dat, met respect voor ieders rol, keuzen durft te maken die de justitiële keten meer laat zijn dan de som der delen.

De eerstvolgende vergadering van het AJB is op 3 december 2009. De volgende onderwerpen komen dan aan de orde: Ketencijfers, NIFP, Optimalisering Voorwaardelijke Sancties (OVS). Het APJ vergadert op 24 november.

Oproep: Heeft u te maken met ontwikkelingen, die betrekking hebben op de samenwerking tussen u en de mensen van andere organisaties, meld ze dan aan uw vertegenwoordiger in het AJB. U kunt ook rechtstreeks contact opnemen met het OM. AJB:

Rieneke Kamminga t 058 - 234 13 17 of 06 - 50 29 24 45 @ r.kamminga@om.nl

APJ:

Nina Ekas t 058 - 234 16 80 @ n.ekas@om.nl

Zij bekijken dan of het onderwerp in het AJB of in het APJ aan de orde gesteld moet worden.

Colofon Redactie: Nina Ekas, Rieneke Kamminga, Karin van der Honing

De AJB nieuwsbrief is ook digitaal te bekijken op www.digitalepublicaties.nl/ajbfryslan

en Melanie Kompier (eindredactie) Vormgeving:

BW H ontwerpers, Leeuwarden

AJB jaargang 5 - nummer 3 - oktober 2009

AJB_NB03.indd 10

10

16-10-2009 16:58:18

AJB Leeuwarden  

AJB Leeuwarden

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you