Zalig zijn de schelen

Page 1

Zalig zijn de schelen Betty van Garrel Herman Pieter de Boer

afdh

bw.zzds.indd 3

11-04-12 19:03


Eerste druk, april 2012

isbn 90 978 72603 19 7 Š 2012 Betty van Garrel (Bloemendaal), Herman Pieter de Boer (Eindhoven) en afdh Uitgevers, Enschede/Doetinchem

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

bw.zzds.indd 4

11-04-12 19:03


Scheel

bij wijze van voorwoord

Ineens was er sprake van een heruitgave van Zalig zijn de schelen. De aankondiging van deze derde editie bracht het nodige teweeg. Niet alleen bij Herman en mij maar kennelijk ook bij anderen. Zo viel er al snel een ansichtkaart in de bus van een lezeres voor wie de herdruk van haar favoriete boek letterlijk een verfrissing betekende. Tot dusverre had ze handschoenen gedragen tijdens het lezen in de Schelen hoewel ze zich realiseerde dat deze omgangsvorm met papier slechts gebruikelijk is bij zeldzame schrifturen. Het was een noodgreep, legde ze uit. Haar huidige exemplaar, tweedehands op de kop getikt, droeg de verontrustende sporen van een vorige eigenaar. Nog een geluk dat determinatie van de donkerbruine plekken op de verschillende bladzijden een onschuldig mengsel van gesmolten chocoladehagelslag en boter uitgewezen had. Maar het nieuwe exemplaar van de Schelen kon ze lekker met blote handen mee naar bed nemen om er daar in te lezen, besloot ze haar verslag. Dat lezers verknocht kunnen raken aan Zalig zijn de schelen was in de loop der jaren wel tot Herman en mij doorgedrongen. Mondjesmaat, wel te verstaan. Door middel van een briefje, een telefoontje of tijdens een toevallige ontmoeting met een fan van het boek. Lovende kritieken en enthousiaste reacties van lezers waren ons werkstuk bij de verschijning, in 1972, ten deel gevallen. Bij de tweede druk, in 1980, gingen er in korte tijd 5000 exemplaren over de toonbank. Prof. dr. Karel van het Reve schreef over Zalig zijn de schelen: ‘Ons klein landje komt de eer toe

bw.zzds.indd 5

11-04-12 19:03


zo’n boek te hebben voortgebracht dat geen roman is, geen bundel verhandelingen, geen betoog, geen geschiedenis, geen biografie, geen memoires…’ Een literair genre zonder een centraal thema waartoe je bijvoorbeeld ook Tristram Shandy zou kunnen rekenen, concludeerde de P.C. Hooftprijs-winnaar in zijn bundel Freud, Stalin en Dostojewski (1982, uitg. Van Oorschot, pag. 176) . Ook de intussen helaas eveneens overleden schrijver Rudy Kousbroek, een collega van mij bij het nrc, was dit opgevallen. ‘Een goed idee! Heb jij dat bedacht?’ vroeg hij toen ik hem op de gang tegen kwam. Nee, de formule was door Herman Pieter de Boer verzonnen die mij op een zekere dag in de winter van het genoemde jaar 1972, in het Amsterdamse journalistencafé Scheltema had aangesproken om de gedenkwaardige vraag op me af te vuren: ‘Hou jij ook van schele mensen?’ Zo ja, dan wilde hij samen met mij een verhalenbundel schrijven volgens een associatief procedé. Die zomer was ons boek af, voorzien van het volksgezegde Zalig zijn de schelen, zij zullen God dubbelt zien en een voorwoord van Herman: ‘Ons systeem was: het stukje lezen dat de ander geschreven had en opschrijven wat je daardoor te binnenschoot. Wie niets te binnen schoot, mocht een soort troefkaart ter tafel brengen, een stukje over scheel of loens. Aan het resultaat kun je zien dat het menselijk brein een raar zootje is: tedere ernst blijkt vaak te inspireren tot de grofste banaliteiten; een moppige anekdote brengt de ander tot diepe melancholie. Kerkhoven, lentelucht, kamertjeszonde, honger, liefde, spoken, blote billen en oorlog, niets blijft u bespaard. Ook de plaatjes hebben we associatief gekozen. Ze geven de sfeer aan, zelden zijn het rechtstreekse illustraties... Nou begin maar te lezen. B betekent dat Betty aan het woord is, H dat ben ik.’ Dat Zalig zijn de schelen decennia nadien nog hier en daar op het nachtkastje lag, is typerend. Het is het soort boek dat een sleeper genoemd wordt, voortlevend in het verborgene tot het gewekt wordt. Dat tijdstip lijkt aangebroken. Literair meesterwerk herontdekt, zo opende de culturele bijdrage van de Volkskrant waarin de journalist en schrijver Carel Helder een vier pagina’s tellend artikel aan het boek en aan ons als makers wijdde (d.d. 11 oktober 2011). Dat Zalig zijn de schelen inmiddels op een cultstatus in literaire

bw.zzds.indd 6

11-04-12 19:03


kring kan bogen, was helemaal een verrassing. Helder, zelf een liefhebber van het boek, noemde in dit verband o.a. A.L. Snijders, winnaar van de Constantijn Huygensprijs, die het ‘een prachtig boek’ vindt waarom hij hard gelachen had , ‘wat in de wachtkamer van een ziekenhuis sterk opvalt’ om in zijn woorden te spreken. Ook de tv- en radiopresentator van vpro’s Boeken, Wim Brands, sprak zich in het genoemde artikel uit over zijn lievelingsboek. Zijn typering van Zalig zijn de schelen: ‘Een schitterend tapijt van verhalen’. Herman en ik zijn verlegen geworden van de lof die ons is toegezwaaid. Maar we hebben ervan genoten! Ons boek is niet gewekt maar wakker gekust . Geen wonder dat we deze nieuwe editie graag willen opdragen aan Carel Helder. Bloemendaal , 13 februari 2012 Betty van Garrel, mede namens Herman Pieter de Boer

bw.zzds.indd 7

11-04-12 19:03


bw.zzds.indd 8

11-04-12 19:03


H Schele mensen! Ik schenk ze mijn liefde en vertrouwen. Hoe kan ik anders? Uit hun ogen straalt een kinderlijke hulpeloosheid, ja een aan verdwazing grenzende verwondering die om tederheid roept. Denk maar eens aan Ben Turpin als hij verbaasd oprijst uit een meelton. Of aan een scheel meisje dat in de stadsbus ineens over de rugleuning naar je omkijkt. Of denk zomaar aan iemand die scheel is. Met loense mensen ligt het even anders. Ik kan niet anders dan van ze houden, maar niets is ooit zeker. Ik krijg dikwijls het idee dat de loense mens iets ziet wat ik niet zie: één oog toeft in een andere dimensie. Spannend! Als de loense mens mij plotseling recht (??) aankijkt, gaat de spanning vaak over in aangename verwarring. Zwelt soms aan tot ontroering en opwinding. Ik weet nog geen raad met het erotische aspect van scheel en loens. Ik weet alleen dat het er is, wat mij aangaat bij vrouwen, en vooral bij de filmster Karen Black.

B Iedereen heeft in zijn leven wel een keer scheel gekeken. Als kind, of zomaar, om iemand aan het lachen te maken. Maar werkelijk schele mensen zijn er te weinig, loens komt veel vaker voor. Het is vreemd dat er van pupillen, die maar even anders koersen dan gebruikelijk, zo’n emotionele werking uitgaat. Een jongen, die bij mij in de zesde klas van de lagere school zat, was loens. Het was een heel gewone jongen, met een doorsnee gezicht, die in niets speciaal uitblonk. Maar hij intrigeerde me zeer. We woonden in dezelfde buurt en liepen vrijwel dagelijks samen naar huis. De trekken van mijn klasgenoot waren me zeer vertrouwd. Toch was het altijd weer of ik hem voor de eerste keer zag. Hij gaf me het gevoel dat ik eens had toen ik het houtwerk van mijn kamertje in een andere kleur had geschilderd. Alles was hetzelfde gebleven en toch was de ruimte nieuw voor me. Al die bekende voorwerpen zag ik opeens in een ander licht geplaatst. Het was dat loense oog dat me altijd weer gefascineerd naar zijn gezicht deed staren. Dat oog suggereerde me dat er verborgen kanten zaten aan zijn schooljongensbestaan. Ik vond hem eigenlijk al een beetje een man, een sluw en aantrekkelijk roofdier. Schele ogen boorden altijd een andere gevoelslaag bij me aan. Schele kinderen of schele volwassenen troffen me altijd

de schelen

bw.zzds.indd 9

9

11-04-12 19:03


door hun weerloosheid. Ik vond ze zonder uitzondering ontwapenend. Door ontmoetingen met schele mensen kreeg ik ook wel heimwee. Waarnaar? Ik weet het niet. Misschien omdat het me voorkwam, dat zij ongerepter waren dan niet-schele mensen. Misschien omdat ze me deden verlangen naar de jaren vóór het bewust worden. Die korte spanne tijds waarin de heilige onschuld heerst. Met het dwaaloog, dat naar buiten koerst, heb ik nooit veel opgehad. Een vorm van discriminatie wellicht, waarover ik me toch niet kan heenzetten. De filosoof Jean-Paul Sartre heeft zo’n oog. Op foto’s heb ik het lang bekeken. Ik ervaar het als koel, hovaardig en afwijzend. Een oog dat een beetje dwaalt daarentegen speelt op heel andere gevoelens in. Het verwijst naar jeugdige roekeloosheid.

Ben Turpin

Brigitte Bardot heeft een oog dat een beetje dwaalt.

H

Vooruitstekende tanden, dat is ook een sympathieke afwij-

king. Zo lief en kinderlijk. Doet aan duimzuigen denken.

10

bw.zzds.indd 10

zalig zijn

11-04-12 19:03


Maar is het wel een afwijking? Let eens op hoeveel mensen met vooruitstekende tanden goed kunnen zingen. Of: hoeveel vocalisten er vooruitstekende tanden hebben. Corry Brokken, Ria Valk, Connie Vink, Ciska Peters, Ben Cramer. Ben Cramer lijkt trouwens op Ria Valk, zijn gezicht dan. Sommige mensen hebben heel erg vooruitstekende tanden. Dat moet raar zoenen zijn. Ik heb vroeger nooit een meisje met zulke tanden gehad. En nu ik zo aardig getrouwd ben, zoen ik andere vrouwen niet op de mond. Ik zal misschien nooit te weten komen hoe het is om iemand met heel erg vooruitstekende tanden te kussen.

B

De kunstenaar Jan Schoonhoven kust bomen. Hij vertelde

dat eens aan K. Schippers en mij toen we hem bezochten in zijn woonplaats Delft. Eén boom kende hij nog uit zijn jeugd. ‘Lieve boom,’ zei hij, en hij omarmde haar. De boom begon te ruisen. ‘Ja, ich komme wieder zurück Liebchen,’ zei Jan. De andere boom is een beuk die op een oud kerkhofje staat. Hij drukte zijn lippen op de schors en fluisterde: ‘Ich küsse deine trockene Rinde.’

de schelen

bw.zzds.indd 11

11

11-04-12 19:03


H

Woedende Duitse ambtenaar: ‘Mensch! Das ist doch kein

Kuckuck! Dat is der Reichsadler!’

B Jan Henderikse, die schilderijen maakt van opgeplakte munten en bankbiljetten, woonde een tijdlang in Düsseldorf. Zijn atelier grensde aan dat van Günther Uecker. Beiden hadden nooit geld maar altijd dorst. Tegen de avond liep Uecker nogal eens bij Henderikse binnen en keek dan steels maar onmiskenbaar begerig naar Jan’s kunstwerken. ‘Oké,’ zei Jan dan tenslotte, en peuterde de marken van zijn nieuwste schilderij. Hierna doken ze opgelucht de kroeg in. Jaren later kreeg Henderikse een tentoonstelling aangeboden in New Vork, zijn eerste in Amerika. Dat was in het ‘Money Museum’. Hij was niet erg enthousiast. Het geld was terug waar het thuishoorde, dat was de bedoeling niet.

H

In Keulen ontmoette ik een jonge filmer, Udo Stöcker. Hij

was in 1950 geboren, dus wist hij niets van de oorlog. Het verveelde hem dermate, dat Nederlanders tegen hem altijd over de ss en de Duitse bezetting begonnen, dat hij zich meestal maar meteen voorstelde als Udo Hitler.

B Van Armando (die loenst) hoorde ik eens het verhaal over de man die zo anti-militairistisch was, dat hij stil stond als hij marsmuziek hoorde. Hij was bang per ongeluk in de maat te gaan lopen.

H Iedereen heeft angsten. Ik citeer uit een interview dat Cherry Duyns voor de Haagse Post maakte met de zanger Randy Newman. Cherry vraagt naar zijn jeugd. Zegt Randy: ‘M’n ogen, weet u... ik keek scheel. M’n vader vertelde me dat ik rugwaarts de klas in stapte toen ik voor het eerst naar school ging. Ik wilde niemand aankijken. Ik heb er nog steeds moeite mee om iemand recht aan te kijken. Maar m’n ogen zijn nu in orde. Kijk maar, ik kan nu gewoon recht vooruit kijken.’

B Cherry Duyns trad een paar seizoenen op als Meneer Poets in het televisieprogramma ‘poets – de Avonturen van een Verborgen Camera’.

12

bw.zzds.indd 12

zalig zijn

11-04-12 19:03


bw.zzds.indd 13

11-04-12 19:03


Dit programma, waarin mensen werden gefopt, was nogal populair. Op den duur werd Cherry in heel Nederland herkend. Op een dag reed hij na de opnamen over de ’s-Gravelandseweg in Hilversum, toen hij een man van zijn fiets zag vallen. Cherry parkeerde zijn auto en liep naar de man toe, die stuiptrekkend op de grond was blijven liggen en schuim op de mond had. Tot Cherry’s opluchting kwam er een agent aan op een scooter. De agent stapte af en kreeg Cherry in de gaten, waarop er een vrolijke twinkeling in zijn ogen verscheen. De agent liep een paar keer om het nog steeds schuimbekkende slachtoffer heen en bleef toen geamuseerd staan kijken. Mij vangen ze niet, scheen hij te denken. Cherry reageerde eerst geërgerd en werd toen kwaad, maar de agent zette traag zijn motorhelm af en grinnikte: ‘Jaja, zeker Poets, hè?’ Omstanders hadden intussen een ziekenwagen gebeld, die na enige tijd arriveerde. De broeders bleken ook al niet erg onder de indruk van het ongeval. Niet dat ze meenden dat de scène op touw was gezet door Meneer Poets, maar omdat ze het slachtoffer toevallig goed kenden. ‘O, dat is Herman,’ zeiden ze achteloos, ‘kennen we goed, een bekende toevalslijder. Zullen we hem laten liggen? Ach, laten we hem maar meenemen.’

H

In Amsterdam-Noord hield een woedende agent een auto

aan, die hij een verkeerde verkeersmanoeuvre had zien maken. De wagen stopte. De agent liep er, terwijl hij zijn boekje trok, op af, en riep op enige afstand al door de avondstilte: ‘Wat is dat voor een soort autorijden, bent u nou helemaal gek geworden, u rijdt als een dolle neger!’

14

bw.zzds.indd 14

zalig zijn

11-04-12 19:03


Hij stak zijn hoofd door het autoraam en keek in het gezicht van een neger. Het was even stil. In de verte blafte een hond. De wind fluisterde langs de nieuwbouwboompjes. Toen zei de agent: ‘Rijdt u maar door.’

B Bennie had een Surinaamse vader en een Hollandse moeder, die gescheiden waren. Hij werd opgevoed door zijn grootouders. Die grootouders, waarschijnlijk onbewuste racisten, spraken nooit openlijk over Bennies huidskleur, ook niet als hij er zelf over begon. Het woord neger en het woord zwarte waren definitief uit hun spreektaal verbannen. Op een dag was Bennie met zijn grootouders aan het strand, toen hij een groepje Surinamers ontdekte. Enkele ogenblikken was hij sprakeloos. Toen begon hij uitzinnig te dansen en te gillen: ‘Die zijn zwart, die zijn zwart! Er zitten zwarte beren aan het strand!’ Hij raakte zo over zijn toeren dat hij een huilbui kreeg. ‘Ik ben ook zwart,’ bracht hij er tenslotte snikkend uit. ‘Nee hoor, jij bent bruin,’ zeiden de grootouders, om hem te troosten. ‘De heerscher der poolgebieden’

H Bruintje Beer, Bolke de Beer, Smokey (beer met padvindershoed; als je met vuur speelt in de Amerikaanse wouden komt hij een vermanende toespraak houden), Winnie the Pooh, The Three Bears, Kleine Beer. De Grote en de Kleine Beer aan het fir-

de schelen

bw.zzds.indd 15

15

11-04-12 19:03


mament. Teddybeer, in diverse maten. ‘Wenn mein kleiner Teddybär... doch ein richtiges Baby wär’... (Ilse Werner, 1942). Ongelikte beer. Twee beren die broodjes smeren. De beer van Andy Williams die uit heel Amerika miljoenen koekjes toegestuurd kreeg; ze gingen naar ziekenhuizen. Er was ook sprake van, dat de beer een eigen show zou krijgen. ‘Wil er nog iemand vechten met de beer? Niemand niet? Dan heeft de beer alweer gewonnen!’

B Als K. Schippers een wollen das draagt, lijkt hij sterk op een Maleise kraagbeer.

H

Mijn moeder breide wollen onderbroeken voor mij. Die

groeiden mee. Als zo’n broek te kort werd, breide ze er van boven een stuk aan. Als hij te krap werd, breide ze er opzij, in de pijpen of in het kruis een stuk tussen. De broek die ik op vijfjarige leeftijd kreeg, was wel tweemaal zo groot geworden toen ik tien was. Maar in wezen was het nog steeds dezelfde onderbroek.

B

De Japanse kunstenares Kusama was naar Nederland geko-

men en gaf een show in Delft, waarin ze naakte mensen wilde beschilderen. De show trok genoeg publiek maar niemand had zin om zich als eerste bloot te vertonen. Jan Schoonhoven, die ook was gekomen en Kusama erg aardig vond, begon zich toen maar van zijn kleren te ontdoen. Hij kwam spiernaakt en graatmager tevoorschijn. Toch maakte hij een tamelijk geklede indruk, want hij had zijn bril nog op en zijn donkerblauwe driekwart sokken nog aan. Later zei hij: ‘Ik vond het zo lullig voor Kusama dat niemand zich uitkleedde.’ Bij de ptt in Den Haag, waar hij als ambtenaar werkt, hoewel hij makkelijk van zijn kunst kan leven, werd zuur gereageerd. Zijn benoeming tot ambtenaar 1e klas werd weer een tijdje uitgesteld.

H Hildegard Knef, Conny Vandenbos, Marianne Delgorge, Virginia Mayo. Loens.

16

bw.zzds.indd 16

zalig zijn

11-04-12 19:03


Virginia Mayo

de schelen

bw.zzds.indd 17

17

11-04-12 19:03


B In Marokkaanse steden als Tetouan, Fez en Meknes vind je de blinden vaak net binnen de poorten van de ommuurde Arabische wijken. Met zijn vieren, vijven zitten ze in een kuil in het wegdek of op de stenen rand van een gebouw. Het hoofd half opgestoken, met op de plaats van de pupil het oogwit als een parel, lijkt het alsof ze het zonlicht zoeken. Ze zingen. De toeristen raken opgewonden van hun aanblik. De blinden in hun witte djellaba’s of toch nog rustiek gedrapeerde juten zakken worden veel gekiekt. In Meknes zag ik hoe een oude Berbervrouw de blinden na zonsondergang verzamelde en de munten telde, die ze bij elkaar gebedeld hadden. Zij droeg een lange stok, die de blinden op de tast vastpakten. Zo vormde zich een stoet met de vrouw aan het hoofd. Nog steeds klaagzangen aanheffend, verdwenen de blinden voetje voor voetje in de zich als een trechter vernauwende medina. De blinden, de kreupelen, de kleuren, de klanken, de minaretten en de moskeeën, alles is van een heidense schoonheid in Marokko. Je voelt geen mededogen voor de lijdende mensen, je raakt bedwelmd door de hartverscheurend mooie beelden waarin zij zich aan je voordoen. De bedelaar met zijn kinderen ’s avonds laat op straat. De vrouw die op de markt vijf uien probeert te verkopen. Die meedogenloze Marokkaanse maatschappij met zijn diepe kloven tussen arm en rijk doet vaak minder wreed aan dan de onze. De ouden, de blinden, de kreupelen, de bedelaars, de armen, allen zijn op natuurlijke wijze geïntegreerd in de samenleving. Als de talrijke geglazuurde steentjes in een mozaïek.

H dame Hier is een boterham. bedelaar Ik heb liever een gebakje. dame Waarom, bedelaar? bedelaar Ik ben jarig.

B Met mijn veertiende verjaardag gaf ik op een zondagmiddag een feestje op zolder. Op de triplex ombouw van het opklapbed stonden acht kogelflesjes met verschillende smaken, die ieder-

18

bw.zzds.indd 18

zalig zijn

11-04-12 19:03


een zelf mocht pakken, en glazen schaaltjes gevuld met janhagelkoekjes. Omdat er zo weinig zitplaats was, had ik het bed naar beneden geklapt. Daar waren drie meisjes en vier jongens op gaan zitten, gehinderd door de venijnig scherpe hoeksteunen. We luisterden naar schellakplaten uit mijn moeders jeugd als ‘Oh Rosemary I love you’ en ‘Ich bin von Kopf bis Fuss auf Liebe eingestellt’, die ik draaide op een koffergrammofoon. Op een gegeven moment werd er gebeld. Dijbert stond voor de deur, met een gebakdoos in de hand. Hij zat in dezelfde klas als ik maar was niet door mij uitgenodigd. Hij was een papzak met krulletjes. Een keer, na afloop van een schoolfilm, was hij meegefietst met lijn 16, waarin ik naar huis reed. Hij had die keer op een fiets met een recht stuur en een hoog zadel gezeten! Bij elke halte van de tram had hij even geremd en naar me gezwaaid. Ik nam de gebakdoos van Dijbert in ontvangst en deed de deur voor zijn neus dicht. Later hoorde ik dat hij met een vriend, die schuin tegenover ons woonde, in de dakgoot was geklommen, waar hij door een verrekijker had gezien, hoe wij gierend van het lachen zijn taart opaten.

H

In de hongerwinter 1944-1945 werden gegeten: suikerbie-

ten, voerbieten, tulpenbollen, katten, ratten, muizen, brandnetels en schoenleer, dat alles met mes, vork en lepel.

B Een van de weinige herinneringen die ik nog aan de oorlog heb zijn de lucht van carbid en juffrouw Bol. Juffrouw Bol droeg haar blonde haren opgestoken. Vanuit haar hals golfde het omhoog tot de kruin, waar het bijeengehouden werd door een schildpadkam. Aan de voorkant viel het uiteen in krulletjes, die op bloemblaadjes leken. Haar lippen waren donkerrood, in het sleufje onder haar neus spaarde haar bovenlip een hartje uit. Zij droeg zijden kousen en hoge hakken. Ik wilde worden als juffrouw Bol. Bij de bevrijding stond ik op het balkonnetje van ons huis aan de Schinkelkade, toen ik een groepje mannen voorbij zag lopen. Ze hadden hun hemdsmouwen opgestroopt en maakten drukke gebaren. Ik herkende de melkboer, die de hele oorlog door grote hoeveelheden water bij de melk had gedaan volgens mijn

de schelen

bw.zzds.indd 19

19

11-04-12 19:03


moeder, en de fietsenmaker die naar de kinderen gooide met een Engelse sleutel als ze op de muren van zijn fietsenstalling krasten. Een paar huizen verderop bleven ze staan en keken naar boven. ‘Hier is het,’ hoorde ik een van de mannen zeggen. Hij belde aan, maar er werd niet opengedaan. Toen begon hij op de deur te bonken. Een vrouw keek uit het raam. ‘We moeten bij Bol zijn,’ riepen de mannen naar boven. ‘Ik trek de deur wel open,’ zei de vrouw. De mannen liepen naar binnen. De tranen sprongen in mijn ogen. Ze gingen juffrouw Bol pakken, dat begreep ik wel. Na een tijdje kwamen ze terug, juffrouw Bol met zich meesleurend. Haar haren zaten in de war, tranen liepen over haar wangen. Onderweg verloor ze een schoen. Ze wilde zich losrukken om hem te pakken maar de mannen hielden haar stevig bij haar bovenarmen vast. De schoen bleef liggen op de steentjes van de kade. Mijn moeder was ook op het balkon gaan staan. Ze vroeg waarom ik huilde. ‘Ach, juffrouw Bol, die moffenhoer,’ hoorde ik haar zeggen, ‘die gaan ze kaalscheren.’ Juffrouw Bol kaalscheren! Ik dacht dat ik door de grond zou gaan, net als die keer toen mijn tante had ontdekt dat ik alle krokussen uit haar tuin had geplukt.

H In de oorlog waren sommige jongens op de hbs bij de Jeugdstorm. Ze zagen er overdag op school net zo uit als andere jongens: drollenvanger, Tweka shirtje, wollen stropdasje. Je kon ook met ze praten, je moest alleen niet apart gaan lopen met ze, dat was verdacht. Een van die jongens kwam ik buiten schooltijd tegen, in zijn Jeugdstorm-uniform. Zwarte kwartiermuts met oranje binnenstuk (dat oranje begreep ik niet, dat was toch juist van de goeie kant?), blauwe bloes, zwarte das, zwarte korte broek en een wijdwaaiende zwarte cape. Hij zag er prachtig uit.

B Met de bevrijdingsfeesten won mijn vader de eerste prijs met dansen, een pakje shag. Vooral de tango kon hij goed dansen. Soms mocht ik, als ik mijn schoenen uittrok, met mijn blote

20

bw.zzds.indd 20

zalig zijn

11-04-12 19:03


voeten op zijn schoenen staan en danste hij zo de tango met mij door de huiskamer. Toen ik later eens hoorde beschrijven hoe Mondriaan danste, stijf-rechtop alsof hij een corset droeg, moest ik aan mijn vader denken. Want die danste ook met zo’n kaarsrecht gestrekt lichaam, alleen zijn rug was flauw gebogen, zoals wel meer bij bijziende intellectuelen. Eigenlijk begreep ik nooit hoe het toch kwam, dat mijn vader zo goed kon dansen. Hij was er helemaal de man niet naar, nogal stijf en ernstig. Na zijn dood ontdekte ik zijn geheim. Tussen zijn paperassen vond ik een gedrukt kaartje met als opschrift Dansinstituut Van Garrel. In zijn jeugd bleek hij eens een dansinstituut te zijn begonnen in ‘De Rustende Jager’ in Bergen. Eén van zijn specialiteiten: de tango.

H zij Kun je dansen? hij De tango, de foxtrot, de Weense wals, de Engelse wals, de rumba, de conga, de samba, de veleta, de polka, de twist, de madison, de one-step, de two-step, de charleston, de locomotion, de bossanova, de shake, de watoesi, noem maar op, ik kan er niets van!

de schelen

bw.zzds.indd 21

21

11-04-12 19:03


B

Dikke mensen kunnen vaak zo elegant dansen. Ik noem

slechts Oliver Hardy, Simon van Collem, drs. Hans Gruyters en dr. Louis Gans.

H In 1952 trok ik veel op met de danser Conrad van de Weetering. We hadden iets belangrijks gemeen: onze armoede. Ik werd, zesentwintig jaar oud, als junior-copywriter bij Interad, gehonoreerd met ƒ 175,- per maand waar dan nog belasting van af ging. Conrad verdiende als solodanser bij het Nationaal Ballet zo krankzinnig weinig, dat hij moest bijverdienen als rondvaartbootgids om niet van de geeuwhonger om te komen. Toch inviteerde hij me een keer op zijn huurhokje in de Kinderdijkstraat voor het diner: een rauwe biefstuk, goed voor de spieren. We aten hem met smaak op, zittend op zijn bed. Daarna stak Conrad een kaars aan en las hij uit een groen schoolschrift enkele Franse gedichten voor, die hij zelf geschreven had. Ik zei dat ik ze erg mooi vond. Een week later nodigde ik hem uit op mijn zolderkamer aan de Rooseveltlaan. Hij bracht een bosje boterbloemen voor me mee, dat ik in een leeg mosterdglas zette. ‘Allemachtig,’ riep Conrad, ‘jij hebt een primus!’ ‘Inderdaad,’ zei ik, ‘we eten warm.’ Ik bakte voor ons allebei een ei. Dat aten we op. Ik zei: ‘Wil je nog een ei?’ ‘Graag,’ zei Conrad. Ik bakte nog twee eieren. Die aten we op. ‘Zal ik koffie maken,’ vroeg ik, ‘of wil je nog een ei?’ ‘Ja graag,’ zei Conrad, ‘ik ben dol op drie eieren!’ Daarna serveerde ik twee kopjes Nescafé en spraken we over van alles. ‘Zal ik weer wat voorlezen?’ vroeg Conrad na een uurtje. ‘Ja, goed.’ Hij trok het schrift uit de binnenzak van zijn ribfluwelen jasje en droeg enkele nieuwe Franse gedichten voor. ‘Magnifique,’ zei ik, ‘très beau.’ ‘Eigenlijk,’ zei Conrad, ‘zou ik veel liever schrijven dan dansen.’ Later heeft hij een boek geschreven. Het heette Morgen zal ik dansen.

22

bw.zzds.indd 22

zalig zijn

11-04-12 19:03


De kleine encyclopedie Register op personen

bw.zzds_encyclopedie.indd 237

16-04-12 13:44


Aan het einde van het lemma in kleur de pagina’s waar de betreffende persoon genoemd wordt.

Voornaamste bronnen ‘De kleine encyclopedie’ Standaard Encyclopedie (Standaard Uitgeverij, Antwerpen/Uitgeverij

Het Spectrum N.V., Utrecht)

De Kleine Oosthoek (A. Oosthoek’s Uitgeversmij. N.V., Utrecht) Kunst van Nu, Encyclopedisch Overzicht vanaf 1960 (Elsevier, Amsterdam) Auteurs van de twintigste eeuw Jan van Geelen, A. Oosthoek’s

Uitgeversmij. N.V., Utrecht)

Lexicon Nederlandse Beeldende Kunst (Uitg. Pieter A. Scheen, Den Haag) Encyclopedie voor de Moderne Schilderkunst (Becht’s Uitgeversmij. N.V.) Catalogus Sonsbeek ’71 The Great Movie Stars (David Shipman, The Hamlyn Publishing Group

Limited, Londen)

Filmmuseum, Amsterdam

Eigen bronnen Voor het gebruik van foto’s danken wij: Columbia International Films/ Jan Cremer Photo Collectie/Ronald Hoeben/Philip Mechanicus/Nederlands Filmmuseum/Phonogram/Nico van der Stam/Pim Westerweel/Jacques Meijer.

bw.zzds_encyclopedie.indd 238

16-04-12 13:44


Bas Jan Ader

Aafjes, Bertus (Lambertus Jacobus Johannes Aafjes, Amsterdam 1914, Swolgen 1993), dichter en schrijver. Werd beroemd met zijn grote gedicht Een voetreis naar Rome (1946), schreef verder te veel om op te noemen, alles even mooi. [137]

Karel Appel

Ader, Bas Jan (Winschoten 1942; overleden 1975) beeldend kunstenaar. Maakte ‘bodyart’, een richting in de beeldende kunst waarbij het lichaam als beeldhouwkundig en schilderkunstig materiaal wordt gebruikt. Hij woonde in Los Angeles, Californië, usa. [91]

Appel, Karel (Christiaan Appel, Amsterdam 1921; overleden 2006), beeldend kunstenaar. Bezocht van 1940 tot 1943 de Rijksacademie Amsterdam. Zijn vroegste schilderijen brengen Breitner in herinnering. Rond 1945 greep er een grote omme-

keer plaats in het werk van Appel, waarin Picasso en Matisse een belangrijke rol speelden. Nadien stortte hij zich in het experiment en schiep hij, dwars tegen de esthetische opvattingen van die tijd in, een zeer persoonlijke wereld van kindwezens en vriendelijke dieren, in felle heldere kleuren. In 1948 richtte Appel met o.a. Constant en Corneille de Nederlandse Experimentele Groep op en in november van dat jaar De Internationale Cobragroep. Vanaf 1951 ging Appel bewogener schilderen om in het midden van de jaren ’50 steeds turbulenter en barbaarser verfmassa’s op zijn doeken aan te brengen. Hierna volgde een periode van zeer grote doeken van portretten en vrouwelijke naakten. Appel stoeide ook nog een tijdje met het ‘Nouveau Réalisme’, en ging objecten in zijn schilderijen plaatsen – in de naoorlogse jaren had hij al houtsculptuurtjes en assemblages gemaakt. Later zou hij de images van zijn doeken driedimensionaal overbrengen in sculpturen die aan totempalen doen denken. Appel kreeg veel monumentale opdrachten, had grote overzichtstentoonstellingen van zijn werk in binnen- en buitenland. In 1969 werd hem de internationale Guggenheim-prijs toegekend. Appel werkte een tijdlang in Parijs en bezat een klein kasteeltje buiten de Franse hoofdstad. Ook woonde en werkte hij soms in New York, waar hij o.m. een serie portretten maakte van neger-jazzmusici. [111] Armando (Amsterdam 1929), dichterschilder. Studeerde kunstgeschiedenis in Amsterdam. Debuteerde in 1953 als dichter in Podium, en als schilder met ‘Peintures Criminelles’, die aan verhulde slachtingen in verf doen denken. Rond 1957 werden deze abstracties monochromer, ‘Espaces Criminelles’. Twee jaar later, in 1959, ontstonden ‘Zwarte Montages’, geïsoleerde objecten en materialen als bouten, autobanden en prikkeldraad. Als lid van de Informele Groep was hij in 1960 medeoprichter van de daaruit voortgekomen Nulgroep, een internationale, vernieuwende kleine encyclopedie

bw.zzds_encyclopedie.indd 239

239

16-04-12 13:44


Armando

Armando publiceerde onder meer Verzamelde Gedichten (1964), het boek De ss’ers (1967, samen met Hans Sleutelaar) en de gedichtenbundel Hemel en Aarde (1971). Behalve in de beeldende kunst en de literatuur is hij ook actief in de journalistiek, theater, televisie, muziek (als violist in het zigeunerorkest van Tata Mirando) en sport (amateurboksen). Hij speelde gedurende vijfentwintig jaar met Cherry Duyns en Johnny van Doorn in ‘Herenleed’, eerst in de televisieserie en daarna in de theaterversie: absurde, traag verlopende taferelen uit een leven met meester-knechtverhoudingen. [12, 104-105, 173-174, 180, 229]

240

Birgitte Bardot

de beweging in de beeldende kunst, verwant met het Nieuw Realisme. Armando bracht daarop het contact tot stand met enkele geestverwante dichters, hetgeen leidde tot oprichting van het avant-gardeperiodiek De Nieuwe Stijl. Als eerste paste hij het uit de Nul-beweging afkomstige principe van annexeren en isoleren consequent toe in de poëzie. Tussen 1960 en 1965 werkte hij met materialen uit de realiteit, zoals rechthoeken van plaatmetaal, vastgezet met klinknagels. De aanvankelijk expressionistische tekenstijl van Armando verstilde in de afgelopen jaren. Recente tekeningen [1972-red.] bestaan uit enkele lijnen op een verder leeg vlak, en wekken een landschappelijke indruk.

Bardot, Brigitte (Parijs 1934), filmactrice. Volgde de ballet- en toneelschool en was een tijdlang ‘cover-girl’. Zij debuteerde met een ondergeschikte rol in de film ‘Le Trou Normand’ (1952) en werd wereldberoemd, tevens het grootste Franse exportartikel, na haar hoofdrol in ‘Et Dieu créa la femme? van Roger Vadim. Enkele andere bekende films: ‘Une Parisienne’ (1957), ‘Babette s’en va-t-en guerre’ (1959), ‘Vie Privée’ (1961), ‘Viva Maria’ (1965), ‘Les Novices’ (1970) en ‘Les Pétroleuses’ (1971). Bardot woont afwisselend in Parijs en St. Tropez. [10] Barrault, Jean-Louis (Le Vésinet 1910; overleden 1994), Frans toneelspeler, filmacteur en toneelregisseur. Werd wereldberoemd door zijn vertolking van Baptiste, een soort moderne Pierrot, in de film ‘Les Enfants du Paradis’ (1944) van Marcel Carné. Hij publiceerde een verzameling essays en herinneringen, Réflexions du comédien (1949). [119] Bie, Wim de (Willem Philippe de Bie, Den Haag 1939), tv-medewerker. Vormde samen met Kees van Kooten in 1965 het duo ‘de Klisjeemannetjes’ dat via het door De Bie geredigeerde radioprogramma ‘Uitlaat’ tot de televisie en de grammofoonpla-

zalig zijn de schelen

bw.zzds_encyclopedie.indd 240

16-04-12 13:44


Jean-Louis Barrault

drama. Later, bij Heckshire House in New York, speelde ze in Shakespeare-stukken. Dit leidde tot haar eerste Broadway-contracten en in 1965 was zij de ster in het stuk ‘Playroom’; de toneelcritici kozen haar als Best Actress of the Season. Haar filmdebuut was in ‘You’re a big boy now’, haar tweede film was ‘Easy Rider’. Met haar rol in ‘Five Easy Pieces’ won ze de New York Film Critics Award as Best Supporting Actress. Andere bekende films: ‘Drive, He Said’ en ‘Portnoy’s Complaint’. [9, 157] Karen Black

Wim de Bie

tenindustrie doordrong. Stelde met Dimitri Frenkel Frank en Kees van Kooten van 1969 tot 1972 het vara-tv-programma ‘Hadimassa’ samen en trad daar ook zingend en acterend in op. Wederom samen met zijn partner verzorgde hij de onvergetelij-

ke Teleac-cursus Esperanto en maakte hij het boek Lachen is gezond (1970) en de Bescheurkalender 1973. Wim de Bie woonde met zijn vrouw Nelleke en zoon Philippe in Amsterdam. [125] Black, Karen (Park Ridge, Illinois, v.s.), filmactrice. Wilde oorspronkelijk ballerina worden maar besloot op haar zeventiende, toen zij aan de Northwestern University studeerde, zich te concentreren op de kleine encyclopedie

bw.zzds_encyclopedie.indd 241

241

16-04-12 13:44


Bol, Juffrouw [19-20] Boskamp, Hans Acteur. [226]

242

Corry Brokken

Herman Pieter de Boer

Boer, Herman Pieter de (Rotterdam 1928), auteur. Was na de Gooische hbs militair, pantomimist, filiaalhouder van een tegelhandel, reiziger in etalagedecoratie, copywriter (het laatste onder meer als partner in het tekstteam Ferrée, Frenkel Frank & De Boer) en public relations officer. Begon als auteur met gedichten en verhalen in het tijdschrift Mandril (1950), verenigde in één persoon de beroepen songwriter, publicist en radio/tv-schrijver. Debuteerde in 1971 als tv-spelschrijver met het blijspel ‘Dat lawaai, moet dat?’ Was uitgever en hoofdredacteur van Info, het Maandblad voor de Ontheemde Stadsmens en zijn Vrienden in de Stad. De Boer woonde en werkte in Giethoorn. Was vaste medewerker van het weekblad De Tijd waarvoor hij verhalen en columns schreef. Naast verhalenbundels schreef hij ook (mee aan) gedichten, cabaretprogramma’s en teksten voor radio en televisie. Bekende liedjes van hem zijn onder andere Visite (gezongen door Lenny Kuhr), Op een onbewoond eiland en Ik heb zo waanzinnig gedroomd (voor Kinderen voor kinderen). De Boer schreef ook de tekst van Oh Waterlooplein (1969), onder het pseudoniem Johnny Austerlitz. In 2002 won Herman Pieter de Boer de Gouden Harp en in 2008 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.

Brands, G. (Gerard Bron, Amsterdam 1934), eindredacteur Haagse Post. Was medeoprichter en redacteur van Barbarber. Publiceerde in 1970 het vogelboekje Kraaien tellen tot vier, met tekeningen van Chr. J. van Geel. Bespiedt vogels en andere dieren en schrijft daarover, tekent plattegronden. G. Brands woonde op een boerderij in Waardenburg in de Tielerwaard. [93-94]

Brokken, Corry (Breda, geboortejaar waarschijnlijk 1935), zangeres. Begon als zangeresje bij een nachtcluborkest, kreeg weldra radioshows. In 1957 werd zij 1e bij het Eurovisie Song Festival met ‘Net als toen’. Van haar ‘Milord’ werden 200.000 platen verkocht. Na twee jaar optreden als ster in de Snip & Snap Revue, begon zij tvshows te maken, waaronder vele ‘Avondje uit met Corry Brokken’-shows. Daarnaast deed ze talloze tv-shows in Duitsland. Corry Brokken is getrouwd met de theaterproducent René Sleeswijk en woont in Bussum. [11] Brouwn, Stanley (Paramaribo 1935), beeldend kunstenaar. Het belangrijkste aspect in zijn werk is het streven naar topografische oriëntatie, of zoals Brouwn het zelf formuleert: het bewustzijn ‘man

zalig zijn de schelen

bw.zzds_encyclopedie.indd 242

16-04-12 13:44


Stanley Brouwn

Bronk, Jan (Johan Luciën Henri Bronk, Amsterdam 1927; overleden 1985), mimespeler, mimograaf, mimedocent, directeur Nederlands Mime Centrum in Amsterdam. Volgde toneelopleiding bij Eduard Verkade en raakte toen getroffen door het pantomimespel van Jean-Louis Barrault in ‘Les Enfants du Paradis’. Kreeg een beurs van de Franse regering en studeerde in Parijs bij het mime-genie Marcel Marceau. Formeerde in 1952 de Stichting Nederlandse Pantomime, in 1958 het Pantomimetheater Carrousel en in 1969 het Nederlands Mime Centrum. Bronk schreef het boekwerkje Mime en pantomime in het theater, in het onderwijs, in het jeugd- en vormingswerk. Woonde en werkte in Amsterdam. [120]

Jan Bronk

wandelt over de planeet aarde’. In dit verband ontwikkelde hij het ‘This Way Brouwn’-project, waarvoor hij voorbijgangers aanhield om naar de weg te vragen. De informatie die de voorbijganger verstrekte, werd door Brouwn zelf exact in tekening

of op een geluidsband vastgelegd. Uit 1969 stamt Brouwns ‘1 m2 grond-project’, waarvoor hij in elk land op aarde een vierkante meter grond wil kopen. Brouwn bezit al vierkante meters in België, Denemarken, Duitsland, Italië, Nederland, Suriname, Turkije en Japan. Hij omschrijft zijn passie voor de grond wel als ‘pad-honger’. Hij woont en werkt in Amsterdam. [151]

de kleine encyclopedie

bw.zzds_encyclopedie.indd 243

243

16-04-12 13:44


Cage, John (Los Angeles, v.s., 1912; overleden 1992), musicus, componist van experimentele muziek. Zijn ideeën hebben door publicaties en colleges aan meerdere Amerikaanse instellingen en universiteiten en door persoonlijke contacten (met o.a. Rauschenberg) belangrijke invloed uitgeoefend op de beeldende kunst in de jaren ’60. Cage beschouwt de kunst als een proces dat identiek behoort te zijn met het dagelijkse leven. Zijn muziek berust niet op een rationele compositie maar gaat uit van toevalsstructuren. Hij introduceerde de stilte als component van zijn stukken. Zijn theater-

244

experimenten leidden tot het ontstaan van de happening. Enkele publicaties: Silence (1961), A Year from Monday (1967), Diary: how to improve the world (you will only make matters worse) (1967). [38]

Remco Campert

C. Buddingh’

Buddingh’, C. (Cornelis Buddingh’, Dordrecht 1918; overleden 1985), dichter. Studeerde Engelse letterkunde en was redacteur van Podium en Gard Sivik. Auteur van zeer persoonlijke, ontnuchterende en tevens geestige poëzie. Bundels o.m.: Het geïrriteerde lied (1941), Gorgelrijmen (1953), Zo is het dan ook nog weer eens een keer (1963), Deze kant boven (1965), 28 vel schrijfpapier (1967, samen met K. Schippers). Romans en ander proza o.m.: Misbruik wordt gestraft (1967), Leve het bruine monster (1969). Stelde de Citaten-Omnibus samen. Buddingh’ beschikte over een opvallend stemgeluid, dat deed denken aan een misthoorn in de verte, waardoor het een vreemd genoegen was hem zijn eigen gedichten te horen voorlezen. Hij woonde en werkte in Dordrecht. [53]

John Cage

Brückner, Prof, dr. Roland [97]

Campert, Remco (Den Haag 1929), schrijver, dichter. Zoon van de schrijver Jan Campert. Behoorde tot de Vijftigers. Schreef poëzie van grote eenvoud, doortrokken van ironie en melancholie, o.m.: Een standbeeld opwinden (1952), Berchtesgaden (1953), Met man en muis (1955), Het huis waarin ik woonde (1955), Bij hoog en bij laag (1959), Hoera, Hoera (1965), Mijn leven’s liederen (1968). Schreef daarnaast proza, korte sfeervolle verhalen en humoristische romans: Eendjes voeren (1954), Alle dagen feest (1955), De jongen met het mes (1958), Een ellendige nietsnut (1960), Het leven is verrukkulluk (1961), Liefdes schijnbewegingen (1963), Nacht op de kale dwerg (1964), Het gangstermeisje

zalig zijn de schelen

bw.zzds_encyclopedie.indd 244

16-04-12 13:44


Christiani, Eddy (Eduard Christiani, Den Haag 1918), gitarist, zanger, componist. Autodidact, leerde zichzelf gitaarspelen, waarbij hij zich liet beïnvloeden door zijn idool Django Reinhardt. Hij introduceerde in 1940 de eerste elektrische gitaar in Nederland. In de jaren ’50 werd Christiani vijf maal achtereen door de Tuney Tunes Poll aangewezen als Nederlands populairste zanger; hij was de eerste vocalist die een Gouden Plaat kreeg, voor het nummer ‘Zeemanshart’. In 1965 kreeg hij van Conamus de Gouden Harp voor bijzondere verdiensten op het gebied van de Nederlandse lichte muziek. Bekende composities zijn o.m.: ‘Zonnig Madeira’, ‘Zomernachtfeest’, ‘Ouwe Taaie’ en ‘Wilde Ganzen’. Hij maakte enige honderden grammofoonplaten. Werkte voornamelijk als gitarist. Eddy Christiani woont in Amstelveen. Eén van zijn wensdromen is een eigen zwembad in de vorm van een gitaar. [24, 52, 106, 108111, 231] Claus, Hugo (Brugge 1929; overleden 2008), schrijver, dichter, schilder, regisseur. Bezocht de academie voor beeldende kunsten en de toneelschool in Gent. Als lid van de Cobra-groep (1950) nam hij deel aan de

Hugo Claus

Eddy Christiani

(1965), Tjeempie (1968). Woonde in NoordFrankrijk op een boerderij. [173]

experimenten van de avant-garde die zich afzette tegen de oude esthetische opvattingen. Na zijn debuut als dichter (1947-1948) debuteerde hij als romancier met De Metsiers (1950), waarin Vlaams getint naturalisme werd verruimd door Amerikaanse invloeden (Faulkner). Romans o.m.: De Koele Minnaar (1956), Omtrent Deedee (1964), Schaamte (1972). Hoogtepunten uit zijn poëzie: De Oostakkerse Gedichten (1955), Een Geverfde Ruiter (1961). Claus schreef en bewerkte toneelstukken als Een bruid in de morgen (1955), Suiker (1958), Mama, kijk, zonder handen (1959), De Dans van de Reiger (1962), Tijl Uilenspiegel (1965, naar Ch. de Coster), Thyestes (1966, naar Seneca), Masscheroen (1968, naar Mariken van Nimweghen). Claus maakte briljante vertalingen (Under Milkwood), films, en regisseerde toneelstukken. Hoewel zijn dandy-achtig uiterlijk anders deed vermoeden, was Claus een keiharde werker. Hij woonde en werkte onder andere in Amsterdam. [23, 173] Cler, Jan de (Den Haag 1915; overleden 2009), arts sinds 1963. Werkte als tekenaarillustrator bij Machiel Wilmink in Voorburg, bij Nijgh & Van Ditmar in Rotterdam, en functioneerde tot mei 1940 als freelance ontwerper. Werd in de oorlog in Amersfoort kunstschilder en lid van het Amersfoorts Kunstenaarsgilde. Werkte in die periode voorts als electricien, fietsenmaker en illegaal zenderbouwer. Kwam na 1945 bij de kro terecht waar hij bekend werd door programma’s als ‘Negen heit de klok’, ‘Buffalo Bill’, ‘Spineuza’, ‘Theo Casion’, ‘De Wadders’, ‘kro-tje halfom’, ‘Bric à Brac’ en ‘Hup Holland Hup’. Begon in 1955 de kleine encyclopedie

bw.zzds_encyclopedie.indd 245

245

16-04-12 13:44


Simon van Collum

Jan de Cler

1940, joods zijnde, ontslagen werd. Zat tussen 1942 en 1945 ondergedoken. Leerde in die periode zaaien, maaien, rooien, ‘erwten’, bloemen dorsen, aardappels poten en melken. Blonk uit in karnen. Keerde na 1945 terug in het filmbedrijf, waar hij bleef tot 1969. Maker en presentator

Charles Coburn

medicijnen te studeren. Hobby’s: knutselen, electronica, lezen op elk gebied en sportvliegerij. Had een huisartsenpraktijk in Amsterdam. [204]

van tv-programma’s als ‘De Oude Draaidoos’ (1958-1969) en avro-skoop’ (sinds 1970). Bewerkte o.a. voor Johan Kaart enkele kluchten. Publiceerde ‘Eus ontdekt West-Friesland’ (1946), ‘Uit de Oude Draaidoos’ (1960) en ‘Sterren kijken’ (1967). Simon van Collem was verbonden aan de centrale redactie van het weekblad Televizier. Hij woonde in Zandvoort. [22, 213] Coburn, Charles (1877-1961), Amerikaans acteur. Maakte carrière als toneelspeler, kwam op latere leeftijd bij de film, excelleerde, voornamelijk als deftige man, o.m. in ‘Road to Singapore’ (1939), ‘Gentlemen Prefer Blondes’ (1953), ‘Around the World in Eighty Days’. [96, 229] Collem, Simon van (Amsterdam, Burgerziekenhuis, 1919; overleden 1989), journalist, presentator en samensteller van tvprogramma’s. Begon als jongste bediende op een filmverhuurkantoor, waar hij in

246

Coster, Dirk (Delft, 1887-1956), criticus, essayist en journalist. Studeerde Nederlands. Medeoprichter (1921) van het maandblad De Stem. Toetste de literatuur aan zijn eigen humanistisch-religieuze en democratische levensbeschouwing, waarbij hij de esthetiek van de Tachtigers bestreed. Werken: Marginalia (1919), Nieuwe Geluiden (1925, bloemlezing), Verzameld Proza (19251921), Het tweede boek der Marginalia (1939), Verzamelde Werken (1961). [104]

zalig zijn de schelen

bw.zzds_encyclopedie.indd 246

16-04-12 13:44


Louis Couperus Ben Cramer

Cramer, Ben (Bernard Kramer, Amsterdam 1947), zanger. Won in 1965 de 1e prijs in de Nationale Talentenjacht te Amsterdam, werd snel bekend en tevens een der meest bereisde jonge zangers van Neder-

land. Hij nam deel aan songfestivals over de hele wereld en sleepte in Innsbruck (1968), Rio de Janeiro (1969), Mechelen (1969), Bulgarije (1971), Oostende (1972) en Joegoslavië (1972) belangrijke prijzen in de wacht. Had een paar eigen tv-shows en speelde een hoofdrol in een ncrv-tv-film van Henri Knap. Hits: ‘Zai Zai Zai’ en ‘Dans met mij’ (1968), ‘Mona Lisa’ (1969), ‘Agata’ en ‘Lady of the Night’ (1970), ‘De Clown’ en ‘Vrede’ (1971), ‘Hoort mij aan pessimisten’ (1972). [11]

Jan Cremer

Couperus, Louis (Louis Marie Anne Couperus, Den Haag 1863; De Steeg 1923), schrijver. Na zijn jeugd in Nederlands-Indië te hebben doorgebracht, haalde hij zijn m.o. Nederlands, waarna hij zich geheel aan het schrijven wijdde. Woonde veel in het buitenland, van 1903 tot 1915 in Italië. Schreef, na een debuut met precieuze gedichten, de eerste grote Nederlandse psychologische roman Eline Vere (1889). De voorkeur van Couperus ging uit naar de decadente fin-de-siècle-sfeer in Haagse aristocratische kringen en de zwoele wereld van de laat-Romeinse keizertijd. Bekende werken o.m.: De boeken der kleine zielen (1901-1903), Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan (1906), Iskander (1920). Voorts schreef hij een column in het weekblad De Haagsche Post. [182, 184, 228]

Cremer, Jan (Enschede 1940), fenomeen, Literair Genie en Flying Dutchman, bekend van Radio en Televisie. Nederlands meest beroemde en verkochte auteur (méér dan 12 miljoen boeken in 26 landen, o.a.: Verenigde Staten, Japan, Duitsland, Mexico en Engeland). Werd in 1957 Nationale Bekendheid toen hij als de eerste Culturele Nozem zijn Peinture Barbarisme in de kunstwereld introduceerde. Schreef in 1962 zijn eerste boek Ik Jan Cremer en werd op slag wereldberoemd en miljonair. Zette met deze ‘literaire tijdbom’, die in recordtijd zelfs de Bijbelverkoop overschreed, de Lage Landen in vuur en vlam en bepaalde de kleine encyclopedie

bw.zzds_encyclopedie.indd 247

247

16-04-12 13:44


Dempsey, Jack (William Harrison Dempsey, Manassa, Colorado, v.s., 1895; overleden 1983), Amerikaans bokser. Knock-out specialist. Tussen 1915 en het moment dat hij zich uit de ring terugtrok, leverde hij 142 gevechten, waarvan hij er 136 won (107 op k.o.). In 1926 verloor hij de wereldtitel op punten van Gene Funney. Zijn bijnaam ‘de Moker van Manassa’ dankte hij aan zijn vernietigende techniek en aan de absolute afwezigheid van medelijden met de tegenstander. [35]

Lodewijk van Deyssel

Marianne Delgorge

daarmee de trend in de Nederlandse literatuur. Schrijft reisverhalen, o.a. voor Penthouse en Avenue, maakte reizen over de hele wereld, o.a. Siberië, Mongolië, Zuid-Amerika, Alaska. Woonde in New York City, Cape Cod, Toscane en Amsterdam. [40, 55, 57, 79, 154, 229]

Deyssel, Lodewijk van (Karel Alberdingk Thijm, Hilversum 1864; Haarlem 1952), schrijver. Werkte een paar jaar in een boekhandel, wijdde zich daarna geheel aan het schrijven. Een der Tachtigers, redacteur van De Nieuwe Gids en een der belangrijkste woordvoerders van de om dit tijdschrift verzamelde auteurs. Schreef naturalistische romans, daarna impressionistische prozagedichten, lyrisch kritisch proza, scheldkritieken en biografieën. [182, 184]

Jack Dempsy

Delgorge, Marianne (Haarlem 1947), zangeres. Werd, terwijl ze andragogie studeerde, ontdekt en uitgezonden naar het festival van Knokke in 1967. Werkte voor radioprogramma’s als ‘Dag met een gaatje’, ‘Gonk’ en ‘Cursief’ en voor tv-programma’s als ‘Snarenspul’ en ‘Doebiedoe’. Marianne zong aanvankelijk graag het kritische lied, maar wijdt zich sinds 1971 weer Doesburg, Theo van (Christiaan Küphet liefst aan amusement. Zij woont in per, Utrecht 1883; Davos, Zwitserland, 1931), architect, dichter, schilder en kunstAmsterdam. [16] criticus. Schreef fabels, toneelstukken, krantenartikelen en verzen, deed onderzoekingen om schilderkunst en architectuur samen te brengen. Ging na een ontmoeting met Mondriaan abstracter schilderen. Richtte met hem het tijdschrift De Stijl op (1917) dat grote invloed uitoefende op de ontwikkeling van de beeldende kunst in Nederland en Duitsland. Hield opschudding verwekkende lezingen, o.m. in het Bauhaus in Weimar. [89, 91]

248

zalig zijn de schelen

bw.zzds_encyclopedie.indd 248

16-04-12 13:44


Duys, Willem (Bussum 1928; overleden 2011), tv-presentator, muziekexpert. Zwierf, na eindexamen hbs-B in 1947 door Frankrijk en Engeland, was daarna o.m. journalist, copywriter, public relations man in de platenindustrie, directeur Collectieve Grammofoonplaten Campagne, directeur van zijn eigen platenmaatschappij ‘Iramac’ die het legendarische ‘Mien, waar is me feestneus’ van Toon Hermans lanceerde. Voor de radio deed hij tal van reportages en nog steeds ‘Muziek-Mozaïek’. Voor de tv o.m. de programma’s ‘Flits’, ‘Jonge mensen op weg naar het concertpodium’, ‘Grand Gala du Disque’, ‘Eurovisie Songfestival’, tennisreportages en nog steeds ‘Voor de vuist weg’. Hij schreef o.m. 12 Radion Dierenboekjes, 20 kinderboekjes in het Engels, honderden platenhoesteksten, twee bundels gedichten en het boek Voor mijn vuist weg. Hij was getrouwd met Maria

Willem Duys

Doorn, Johnny van (Johan van Doorn, Beekbergen 1944; overleden 1991), schrijver, dichter, entertainer. Ook wel genoemd Johnny the Self­kicker. Eerste officiële optreden voor publiek in het Carnegie Hotel te Arnhem met het klankgedicht ‘Vuurwerk’ (1960). Daarna honderden optredens in Nederland en België met ‘woeste nietsontziende demagogische acts’ (versneld lezen van Shakespeare, The Electric Jesus and the Electric Goebbels e.a.). Dichtbundels: Een nieuwe Mongool (1966), De Heilige Huichelaar (1968). Maakte vooral furore met het ‘très chique en universele’ gedicht ‘Een Magistrale Stralende Zon’. Lp Negram-Delta ‘Johnny’ (1968). ‘Vanaf 1970,’ schrijft hij zelf, ‘komt er gestaag een einde aan de opgeblazen image van the Selfkicker; ik keer terug naar het bescheidene, naar Johan van Doorn gewoon weer. Begin te schrijven aan het boek Mijn Kleine Hersentjes.’ Eind 1971 tv-show ‘Show tussen de schuifdeuren’. Johnny van Doorn schreef een column in De Haagse Post. Hij woonde in AmsterdamNoord waar hij over zichzelf nog typte: ‘Trendsetter. Poète maudit. En eigenlijk in wezen een vijand van de etikettering. Wat nu? Moet bescheiden blijven, bovenal. Zeg maar gewoon Johnny tegen me. Rusteloos wezen, no stop. Warbol. Arnhemse zenuwbal. Meester van de chaos.’ Johnny van Doorn acteerde samen met Armando en Cherry Duyns in ‘Herenleed’. [53]

Cherry Duyns

Johnny van Doorn

Verlangen’, opgevoerd op televisie en vele jaren in theaters – tot in de Berlijnse Schaubühne. [12, 37]

Duyns, Cherry (Wuppertal-Elberfeld 1944) schrijver, documentair filmmaker, regisseur. Schreef en speelde samen met Armando over een periode van 25 jaar ‘Herenleed’, ‘programma’s van Weemoed en de kleine encyclopedie

bw.zzds_encyclopedie.indd 249

249

16-04-12 13:44


Caecilia Weiss, heeft drie kinderen, 11.000 lp’s, 3 komplete afspeelapparaturen, een zwembad en een groot huis in Blaricum. Hoewel hij geen noot kon lezen, speelde Willem Duys verbazend goed piano. [109] Edelmann, Heinz (Duitsland 1934; overleden 2009), illustrator en tekenaar. Zat in Düsseldorf op de academie. Tekende o.m. de Beatles-film ‘Yellow Submarine’. Schreef verschillende draaiboeken, o.m één over Gulliver’s reizen, dat werd afgewezen omdat er teveel parallellen in werden ontdekt met de huidige Amerikaanse samenleving, waartegenover Edelmann zich kritisch opstelt. Ontwierp de boekomslagen voor de politieke Reihe Hanser-serie, maakte tekeningen en illustraties voor tijdschriften, affiches en advertenties. Zijn stijl, die veel werd nagevolgd, omschreef hij zelf als ‘commercieel surrealisme’. Hij exposeerde ook wel vrij werk. [158]

Eyk, Tonny (Teunis Eikelboom, Den Haag 1940), musicus, orkestleider, arrangeur, componist. Vormde in 1947 met zijn tweelingzusje Jeanne het accordeonduo ‘Les Deux Jeateux’. Na zijn eerste radio(1950) en tv-optredens (1954) maakte hij buitenlandse tournees waarbij hij in 1957 met bierflesjes werd bekogeld tijdens een optreden van rock and roll-koning Bill Haley. Studeerde van 1958-1965 op het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, hoofdvak trombone. Vormde op 7-jarige leeftijd een accordeon-duo met zijn tweelingzuster. Was onder meer orkestleider bij de Johnny en Rijk-shows. Componeerde

Ger van Elk

Elk, Ger van (Amsterdam 1941), beeldend kunstenaar. Exposeerde op internationale tentoonstellingen. Maakte assemblages van gecombineerde objecten als ‘Cuisine Hollandaise, Koloniale Stijl’, waarvoor hij een theepot op een komfoortje plaatste in een met borrelend water gevuld aquarium. Stelde later een ‘Kampeertent’ ten toon in een binnenruimte (het Stedelijk Museum)

en een ‘Hangend Baksteenmuurtje’ dat een trap verdeelt. Te Amalfi bracht hij franje aan langs de rand van een gebouw. Voorts ontwierp hij een met geglazuurde tegels afgebiesde ‘Straathoek’. Befaamd zijn ook de ‘O.K.-pieces’, foto’s waarop schilderij met geschilderde letter O, waarnaast de kunstenaar dan met zijn lichaam de letter K vormt. Hij voerde dit project ook uit met een Gelderse rookworst die de letter O vormt. Een hoogtepunt uit het oeuvre van Ger van Elk is ‘Um den Pisch’, waarvoor hij dit schilderij van Paul Klee in het echt nabouwde en de vis met mes en vork opat. Van Elk werkt met media als film en fotografie. Hij woont en werkt in Amsterdam. [203]

250

zalig zijn de schelen

bw.zzds_encyclopedie.indd 250

16-04-12 13:44