__MAIN_TEXT__

Page 1

bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 1

Vijf bijlen


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 2


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 3

a.l. snijders

Vijf bijlen 335 zkv’s

afdh


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 4

Eerste druk

isbn 978 90 72603 33 3 Š 2009 A.L. Snijders, Erven Rinus van den Bosch en AFdH Uitgevers, Enschede/Doetinchem

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 5

inhoud verantwoording 6 2007 7 2008 345 index 659 colofon 667


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 6

verantwoording De tekeningen in Vijf bijlen zijn afkomstig uit het omvangrijke archief van de Haagse beeldend kunstenaar Rinus van den Bosch. Martien Frijns maakte de selectie voor dit boek. In 1957 ontmoetten A.L. Snijders en Van den Bosch elkaar op de Haagse kunstacademie: ‘Hij was de eerste vreemdeling die ik leerde kennen. Een vreemdeling is iemand die over alles een andere opvatting heeft dan jij. Het is heel moeilijk om met zo iemand bevriend te raken, maar als het lukt, is het ook raak.’ Rinus van den Bosch overleed in 1996. In september 2009 publiceerde AFdH Rinus, een biografie in gedenkstukken en een uitgebreide kennismaking met zijn beeldende werk. Het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen wijdde tot december 2009 een retrospectief aan het werk van Rinus van den Bosch.


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 7

2007


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 8


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 9


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 10


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 11

01.01

voortschrijdend inzicht Ik ben tien jaar idealist geweest, tussen 1957 en 1967. Ik meende dat de mens goed was, dwz zelfstandig en redelijk, dwz zonder behoefte aan gezag. Toen las ik The Blank Slate van Steven Pinker: in de romantische jaren zestig geloofde ik als jonge tiener in Canada, het land dat zo prat gaat op zijn vredige klimaat, echt in het anarchisme van Bakoenin. Lachend wuifde ik het argument van mijn ouders weg dat de hel zou losbreken als de regering ooit het leger zou opheffen. Dat verschil van inzicht werd op de proef gesteld op 17 oktober 1969 om acht uur ’s morgens, toen de politie van Montreal in staking ging. Tegen half twaalf ’s morgens werd de eerste bank beroofd. Rond het middaguur waren de meeste winkels in het centrum gesloten vanwege plunderingen. Een paar uur later brandden taxichauffeurs de garage plat van een limousineverhuurbedrijf dat met hen concurreerde om klanten bij de luchthaven op te pikken.Vanaf een dak schoot een sluipschutter een politieman uit de provincie dood; relschoppers braken in in diverse hotels en restaurants; en in een huis in een buitenwijk sloeg een arts een inbreker dood. Tegen het einde van de dag waren er zes banken beroofd, honderd winkels geplunderd, twaalf branden gesticht, veertig wagonladingen aan winkelruiten stukgeslagen en werd er voor drie miljoen dollar materiële schade aangericht, alvorens het stadsbestuur het 11


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 12

leger en natuurlijk de Mounties (de fameuze bereden politie) moest laten aanrukken om de orde te herstellen. Deze doorslaggevende proefondervindelijke test liet geen spaan heel van mijn politieke opvattingen... Toen ik dit gelezen had en begreep dat de mens geen schone lei was, was ik geen idealist meer, maar stapte over op het maatschappelijke realisme: ik werd realist.Vijftien jaar later werd ik werkeloos en door de sociale dienst te Zutphen gedwongen te solliciteren bij de politieschool. Ik dacht: daar is niets op tegen als je realist bent, en ik werd bij gebrek aan medesollicitanten aangenomen. Als iemand met een geheugen tegen me zei: dat had ik nooit van je gedacht, antwoordde ik: ‘Voortschrijdend inzicht.’ De school leidde voornamelijk op voor Rotterdam. Ik was wel eens bij een beëdiging in het stadhuis van die stad. Als het volkslied werd gespeeld stond iedereen op, ik ook. Een adspirant zei: ‘Dat had ik nooit van u gedacht’, ik antwoordde: ‘Voortschrijdend inzicht.’

12


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 13

01.01

trots Op de politieschool kwamen vier lichtingen per jaar binnen. De mode was dat je je dan met de andere leraren voorstelde aan de nieuwe klassen. Ik was nors in die tijd, ik had zin om mijn naam en leeftijd te zeggen en dan het lokaal te verlaten. Maar dat kon niet, ik moest uren blijven zitten en naar iedereen luisteren en over mezelf iets meer vertellen dan naam en leeftijd. Collega’s vertelden vaak dat ze trots waren op hun kinderen. Dat irriteerde me, hoe kon je trots zijn op je kinderen? Je kon wel blij zijn dat je ze had, maar trots? Dat vroeg ik dan wel eens aan de betrokkene (niet in het openbaar trouwens, zo bot was ik nou ook weer niet), maar dat leverde niets op. Ik bleef zitten met het vage idee dat de kinderen trots moesten zijn op zichzelf, als ze daar zin in hadden, maar dat ik niets met die trots te maken had. Gelukkig lees ik – dat betekent niks anders dan het verkrijgen van voortschrijdend en terugtredend inzicht. Van Epictetus kende ik maar één opmerking: ‘Het zijn niet de dingen zelf die de mensen in verwarring brengen, maar hun meningen omtrent die dingen.’ Gisteren las ik zijn Encheiridion: beroem u nooit op de voortreffelijkheid van een ander. Als het paard vol trots zou zeggen: ‘Ik ben schoon’, dan zou het nog aanvaardbaar zijn, maar als ge zelf vol trots zou zeggen: ‘Ik heb een schoon paard’, weet dan dat ge trots zijt op de schoonheid van een paard. Wat is dan het uwe? Zintuiglijke waarneming. Daarom: 13


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 14

alleen wanneer ge op natuurlijke wijze gebruik maakt van de zintuigen kunt ge trots zijn, want dan zijt ge trots op een voortreffelijke eigenschap die van uzelf is. Dat had ik moeten weten, toen, op de politieschool. Maar ik weet het nu pas, sinds gisteren.

14


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 15

01.01

god Veertig jaar geleden las ik in een boekje over kunst voor het eerst iets over Sam Rodia, een Italiaanse werkman die in 30 jaar een stel torens in zijn achtertuin in Watts bouwde. Ik zag foto’s en las over zijn leven, spaarzame gegevens. Ik vond de torens het mooiste wat ik ooit gezien had, en ik vond de man een samenballing van alles wat ik de moeite waard vond in een mensenleven. Hij had 30 jaar dag en nacht aan de torens gewerkt en in één zin alles verklaard: I had in mind to do something big and I did. Gisteravond, op de laatste dag van 2006, heb ik naar een filmpje gekeken dat van Simon Rodilla (zo heet hij daar) bestaat. Een zoon heeft het via internet opgespoord en uit Los Angeles naar Nederland laten komen. Het is een kort filmpje, je ziet hem werken aan z’n torens en je hoort hem zeggen ‘I had in mind to do something big and I did.’ Ik wist niet dat ik zo was, maar ik dacht dat ik God aan het werk zag.

15


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 16

05.01

roman 1 In 1892 voltooit Herbert Whiddbar Isgram de roman waar hij drie jaar aan gewerkt heeft. Op een woensdagmiddag, buiten aan tafel, naast een Oostenrijkse pijnboom. (Nu lijkt het alsof hij in Oostenrijk is, maar dat is schijn, hij woont in Zuid-Frankrijk, in Aubagne, waar bomen staan die door de Fransen Oostenrijkse pijnbomen worden genoemd.) Als laatste zin van het boek had hij En dat weet je niet, weet je wel willen gebruiken, maar dat ging niet, omdat dat in 1892 nog geen taal was. Zeventig jaar later had het wel gekund, ik kende in die tijd een hippiemeisje dat zulke zinnen uitsprak. Herbert Whiddbar Isgram was toen al dood, en zijn boek werd niet meer gelezen. Aanvankelijk was het wel een succes, hoewel overschaduwd door een denigrerende opmerking van een oude schoolvriend, die net als Herbert in ZuidFrankrijk was gaan wonen. De Azuren Kust bestond wel, maar is eigenlijk gemaakt door gefortuneerde Engelsen, die er in de tweede helft van de 19e eeuw in groten getale gingen wonen.Terecht, want het is de mooiste plek ter aarde – nergens vormen historie, natuur, cultuur en klimaat zo’n bedwelmende eenheid. Het was de laatste roman van Whiddbar, want door de misprijzende opmerking van zijn oude vriend realiseerde hij zich dat het werk van jaren door één opmerking vernietigd kan worden. Hij heeft nooit meer geschreven, hij is het land gaan bebouwen, omdat hij meer bevrediging vond in arbeid waarin werk en opbrengst samengebald waren. Met zijn vriend heeft hij niet gebroken, wat ik bewonderenswaardig vind. 16


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 17

09.01

basiliek van de doodsangst bij een opiniepeiling van Gallup in 1999 werd Amerikanen gevraagd of ze zouden stemmen voor een in alle opzichten bekwame kandidaat als de persoon in kwestie een vrouw was (95% zou dat doen), een rooms-katholiek (94% zei ja), jood (92%), zwart (92%), mormoon (79%), homoseksueel (79%) of atheïst (49%). [Richard Dawkins, God als misvatting] naar het noorden liggen de Russische kathedraal, het Russische mannen- en vrouwenhospitium, het Franse Hôpital de St. Louis, het joodse blindentehuis, de kerk en het hospitium van de H. Augustinus, de Duitse school, het Duitse weeshuis, het Duitse doofstommenasiel, the School of the London Mission to the Jews, de Abessijnse kerk, the Anglican Church, College and Bishop’s House, het Dominicanenklooster, het seminarie en de kerk van St. Stephanus, het Rothschildinstituut voor meisjes, de nijverheidsschool van de Alliance Israélite, de kerk van Notre Dame de France en bij het bad van Bethesda het St. Anna Convent; op de Olijfberg staat de Rus-sische toren, de Hemelvaartskapel, de Franse Paternosterkerk, het klooster van de Karmelitessen, het gebouw van de Keizerin-Augusta-Victoriastichting, de orthodoxe kerk van de H. Maria Magdalena en de basiliek van de doodsangst; in het zuiden en westen bevinden zich het Armeense klooster Berg Zion, de protestantse school, de vestiging 17


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 18

van de Zusters van de H.Vincentius, het Johannieterhospitaal, het Clarissenklooster, het hospitium van Montefiore en het Moravische leprozenhuis. In de binnenstad ten slotte heb je de kerk en de residentie van de Latijnse patriarch, de Rotskoepel, de school van de Frères de la Doctrine Chrétienne, de school en de drukkerij van de Franciscaanse broederschap, het koptische klooster, het Duitse hospitium, de Duitse protestantse Erlöserkirche, de zogenaamde United Armenian Church of the Spasm, het Couvent des Soeurs de Zion, het Oostenrijkse hospitaal, het klooster en het seminarie van de Algerijnse missiebroederschap, de Sant’ Annakerk, het joodse hospitium, de asjkenazische en sefardische synagogen en de kerk van het Heilig Graf. [W.G. Sebald, De Emigrés]

18


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 19

10.01

ceintuurbaan D. (ex-schoonzoon) loopt op de Ceintuurbaan, richting Amstel, rechts. Aan de overkant is de Vitamine Shop, waar Life-Extension (for longer life!) wordt verkocht door een kettingrokende winkelier. D. hoort achter zich een jutezak half gevuld met gips van grote hoogte op het trottoir vallen. Hij draait zich om, het is een hond.Terwijl het dier sterft, kijkt D. omhoog naar het hoogste balkon waar een soortgelijke hond staat te blaffen. Hij drukt de ogen van het slachtoffer dicht en belt de dierenambulance. De bewoner van het huis is niet thuis, hij doet een briefje in de bus. Hij denkt: als de hond op mij gevallen was en het er daardoor levend had afgebracht, terwijl ik zelf dood was geweest, dan had mijn leven nut gehad. Hij zal wel op de Partij voor de Dieren gestemd hebben. In Napels brak een stenen balkon waarop een zeer zwaar varken gemest werd. Een voorbijganger werd verpletterd door steen en vlees. Napels behoort tot de grote historie van de mensheid, het verbaast me niet dat daar zulke dingen gebeuren, maar de Ceintuurbaan...

19


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 20

12.01

boek Ik heb een boek geschreven. Het heet Ntnlzrsdnkn. Nu krijg ik brieven en berichten van en over onbekende mensen. Met één postbestelling twee berichten. Iemand uit Leiden schrijft: ‘Ik heb Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk in de top van mijn ruggesteun gelegd op het boekengelid.’ Iemand uit Groningen schrijft dat ze ‘Plezier’ (p. 395) 56 keer heeft overgeschreven en als nieuwjaarswens heeft rondgestuurd. Dat zijn goede berichten uit rotsachtige kuststreken met grotten die alleen onder water te bereiken zijn, en uit kloosters waar de monniken behalve hebban olla vogala nestas schrijven ook anticlericale krantjes lezen.

20


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 21


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 22


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 23

14.01

stomheid Ludwig Wittgenstein zegt tegen een vriend:‘Leg me eens uit waarom mensen altijd zeggen dat het normaal was dat de mens aannam dat de zon rond de aarde draaide en dat het niet de aarde was die rond de zon draaide?’ De vriend antwoordt: ‘Nou ja, ik zou zeggen omdat het lijkt alsof de zon rond de aarde draait.’Wittgenstein vraagt: ‘Maar hoe zou het er dan hebben uitgezien als het leek alsof de aarde draaide?’ Richard Dawkins zegt: ‘Ik gebruik deze opmerking van Wittgenstein soms in lezingen en verwacht dan dat het publiek erom lacht. In plaats daarvan zijn ze meestal met stomheid geslagen.’

23


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 24

16.01

nachtkastje Ik slik iedere iedere avond in bed een vitaminepil. Volgens een recept dat ik van een vriend heb gekregen. Hij heeft het opgeschreven in een boek: 11 november/voor A.L. Snijders/Gebruiksaanwijzing:/elke avond voor/het slapen 1 caps./Indien deze onzin,/volgende avond een andere./Enzovoort./ Raar dat hij achter november geen jaartal heeft vermeld, nu moet ik raden of reconstrueren. Hij is in mei 1997 gestorven, het boek met de opdracht is in 1994 verschenen, er blijven dus maar enkele novembers over. Het zijn de Persoonlijke Notities van Marcus Aurelius, niet mijn favoriete filosoof (ik heb trouwens geen favoriete filosoof, ik erger me vaak aan filosofen, net als aan dichters – dichters en filosofen, daar heb ik een moeizame verhouding mee, altijd gehad, raar eigenlijk, bij nader inzien, bij schrijvers, schilders, beeldhouwers, musici heb ik dat niet, dit terzijde). De nu dode vriend hield erg van Marcus Aurelius, waarschijnlijk vanwege zijn duidelijke moralisme, zijn schoolmeesterschap. En dat is juist wat mij tegenstaat. Ik vind het wel goed dat de notities geschreven zijn in een sombere legertent aan de grenzen van het rijk, ergens in wat nu Bulgarije heet, aan de oever van de Donau. Boek Twee heeft bijvoorbeeld als aantekening In het land van de Quadi, aan de Gran. (Voor de goede orde, Marcus Aurelius was keizer van het Romeinse rijk, een rechtschapen man, een stoïcijn, een gedisciplineerde legeraanvoerder, geen fuifnummer, geen geperverteerde moordenaar, geen hoerenloper, geen gladde, kwijlende praatjesmaker.) Ik houd niet van zijn prekerige en stellige 24


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 25

toon, ik wil wat meer gaten in een betoog. Maar als ik lees wat de vertaalster (Simone Mooij-Valk (1930) studeerde klassieke talen in Leiden en was tot 1990 werkzaam als lerares aan het Praedinius Gymnasium in Groningen) daarover zegt, twijfel ik (weer): inhoudelijk vertonen de Notities zoveel herhaling van bepaalde thema’s, dat ook daarom al het moeilijk voor te stellen is dat een auteur ze in deze vorm had willen publiceren. Juist deze herhalingen echter onderstrepen het persoonlijk karakter van het werk. Zij geven aan wat voor Marcus belangrijk was, wat hem bezighield, welke verwijten hij zich maakte, hoe hij naar zelfverbetering streefde. De vele vermaningen en imperatieven zouden, indien ze tot anderen gericht waren, op een hedendaagse lezer een wat prekerige indruk kunnen maken. Wanneer we ze echter lezen als aansporingen en overwegingen voor eigen gebruik, vormen ze een oprecht, soms ontroerend getuigenis van de worsteling van een nobel mens. Structuur en inhoud maken de Persoonlijke Notities tot een boek dat bij voorkeur niet in één adem uitgelezen moet worden. Dezelfde factoren maken het echter, mijns inziens, zeer geschikt voor een plaats op het nachtkastje. Marcus Aurelius had niet veel op met het jonge christendom, hij noemt deze gelovigen één keer in de Notities. De bereidwilligheid te sterven moet, zo zegt hij, waardig zijn, zonder theatraal vertoon, en berusten op redelijke overwegingen, niet op pure koppigheid, zoals bij de christenen. De vertaalster schrijft: 25


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 26

in ieder geval heeft hij de eerste apologeten niet beschouwd als serieuze discussiepartners, als hij al kennis heeft genomen van hun werk. Daarbij kan het enthousiasme waarmee de martelaren hun lot ondergingen weerzin gewekt hebben. Geen enkele filosofische school uit de oudheid kent aan het lijden een zelfstandige waarde toe. De Stoa beschouwt lichamelijk lijden weliswaar als een van de adiaphora, maar zal het niet verkiezen en al helemaal niet verheerlijken als een regelrechte weg naar de hemel. De bezwaren van onredelijkheid en theatraal vertoon zijn inderdaad terug te vinden in de hierboven geciteerde opmerking van Marcus. ps1 Filosofen en dichters bevinden zich op een a priori ontoegankelijk gebied, schrijvers, schilders enz. niet. Daar zit ’m het verschil. ps2 Het woord adiaphora kende ik niet, ik heb het opgezocht.

26


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 27

18.01

vegetarisme Dinsdag 17 januari moet ik om 13.00 uur bij Pouw in Deventer zijn. Om 12.14 uur word ik opgebeld door de dame van het radioprogramma Cantina (vpro). Zij spreekt iedere week de magische woorden ‘ik zet je erachter’, dan wordt het geluid op de telefoonlijn van geknepen plotseling wijd, en zegt Jan Donkers: ‘Het is dinsdag twaalf uur veertien, tijd voor de column van meneer Snijders............... meneer Snijders, bent u daar?’ Ik zeg ja en dan lees ik Ceintuurbaan voor van het computerscherm. Naast me heb ik een papiertje waarop ik een toegevoegde beginzin heb geschreven: ‘Ons leven wordt gered door het gemiste vliegtuig, de wegrijdende trein als we het perron betreden, de falende wekker, de lekke band.’ Daarna lees ik van het scherm tot ‘waar een soortgelijke hond staat te blaffen.’ Dan lees ik van het papiertje: ‘Misschien de moeder, in blaffen kunnen wij geen verdriet horen.’ En ten slotte lees ik de rest van het scherm. Dan zegt Jan Donkers: ‘Bedankt meneer Snijders, tot volgende week’ en ik zeg: ‘Tot volgende week, Jan Donkers.’ Ik verlaat het huis in haast want ik moet om 13.00 uur in Deventer zijn, waar men in de garage van Pouw niet alleen een nieuwe band gaat monteren, maar ook de voorwielen gaat uitlijnen. Omdat ik haast heb pak ik lukraak een boek uit de kast, want ik wil tijdens het wachten iets te lezen hebben. Ik ben om 13.05 uur bij Pouw, waar de bediende zegt: ‘Mooi op tijd, meneer Snijders.’ Aan de leestafel raadpleeg ik eerst Story – ik lees dat de presentator van rtl Boulevard €800.000 per 27


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 28

jaar verdient. Dit vind ik overdreven, het is veel meer dan ik verdien, terwijl ik toch ook verdienstelijk ben – ik leg het blad terzijde en pak mijn eigen boek. Het heet Tegen het vegetarisme, de schrijver is Dick Hillenius. Er ligt een rekening in, het verleden vouwt zich eenvoudig en vriendelijk open, ik zie dat ik het heb gekocht op 6 januari 1966 bij G. Postma,Wetenschappelijke Boekhandel In ’t huis aan de drie grachten O.Z. Voorburgwal 249 Amsterdam telefoon 24 57 81 Postgiro 276298 Gem. Giro B 7475 Bank: Algemene Bank Ned. N.V. Het kostte fl 5,90, uitgegeven door G.A. van Oorschot in de Stoa-reeks. Ik heb het niet gelezen, het gebeurde bijna nooit dat ik een boek meteen ging lezen, ik was bij boeken altijd zo van eeuwigheid doordrongen dat het lezen op de tweede plaats kwam. Het kost me geen enkele moeite hier een theorie bij te bedenken, in mijn kast staan honderden interessante boeken die al 40 of 50 jaar geduldig wachten, ze klagen niet, ik ook niet, we hebben de tijd. Op de flap heeft Van Oorschot iets geschreven over de schrijver. Eerste zin: ‘De bioloog D. Hillenius bezit in uitzonderlijke mate een eigenschap die alle goede auteurs kenmerkt: de neiging de dingen van het begin af aan opnieuw te willen bedenken.’ Ik begin te lezen. verbindingen bestaan niet. De dingen staan los van elkaar. Elk ding zelf valt uiteen in losse momenten van bestaan, de eenheid bestaat alleen door de gebrekkigheid van ons oog dat de veranderingen van sneller dan 1/10 seconde niet kan waarnemen. We zien niet de kwaadaardige tandendragers, de kraakmachines en zuchtende graten die korter dan 1/10 seconde 28


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 29

de plaats van onze telefoon, van onze hond, van ons huis, innemen. Wij noemen ze vergissingen.Vergissingen bestaan niet. (Als de auto klaar is, enkele uren later, vraagt de bediende of ik het boek uit heb. Ik zeg: ‘Nee, het zijn essays.’ Hij kijkt me onzeker aan, ik ben een soort intellectueel, ik gebruik vreemde woorden, ik ben een sprookjesfiguur, hij vraagt zich af in welk bos (eigenlijk woud ) ik ben geweest. Het is een Frans woord, zeg ik, het betekent poging, de schrijver probeert iets en de lezer moet hem volgen, dat is vaak moeilijk, je kan geen lange stukken lezen, je moet steeds stoppen om na te denken, soms heb je plezier, soms erger je je, essays lees je hortend en stotend. De bediende vraagt wat je eraan hebt. ‘Niks,’ zeg ik, ‘het is tijdverdrijf.’ Hij vraagt of de auto nog gewassen moet worden, het is gratis, service van de zaak. ‘Waarom vraagt u het,’ zeg ik,‘ik wil alles als het gratis is.’ ‘Sommige klanten,’ zegt hij, ‘willen hun wagen niet in de wasstraat, ze zijn bang dat de lak beschadigd wordt door de borstels.’) In het boek staat ook een essay n.a.v. Nihilisme en Cultuur van J. Goudsblom (ook ongelezen in m’n kast). Het heet Biologische notities over nihilisme. Daarin komt een mooie passage voor, die ik wel meen te begrijpen. er zitten in de hersenen twee mogelijkheden: 1. gewenning, in nauw verband met de voorwaardelijke reflex. Het lampje dat aangaat bij elke voedering wordt niet meer als lampje gezien, maar als een verlengstuk van het voedsel. 29


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 30

2. de logische afleidingen, het analyserende mechanisme. Dit is b.v. in staat om lampje en voedsel te scheiden van elkaar. Het ene is het beleven van de werkelijkheid als een hecht geheel, het andere ziet de delen waartussen al of niet een logisch verband bestaat. Het effect van oppervlakkigheid: door veel te reizen, door te leven in cosmopolitische steden, door lezen, wordt het gewenningsmechanisme ontgaan, het tweede mechanisme krijgt daardoor een kans. De sedentaire volken hebben uiteraard de meest ingewikkelde stelsels van voorwaardelijke reflexen, de meest rigoureuze godsdiensten. Het waren landbouwende volken die de mensenoffers uitvonden. Jagersvolken, met weinig secundaire, juist een scherper bewustworden van de primaire reflexen, hangen over het algemeen slechts een vaag animisme aan. Verandering van milieu doet de lekkages in de regelmaat zien, zo ontstaat het abstracte denken, de logica. De uiteindelijke conclusie van de logica is het nihilisme. De dwang, de Aufgabe, tot verder denken, ook al zijn alle waarden ontzenuwd, een positief streven waarover Nietzsche zich zelf verbaasde, is het gevolg van de zelfwerkzaamheid der hersens. Eenmaal op gang gebracht kan het analyserende = nihiliserende deel van de hersenwerkzaamheid pas tot een eind komen als de denker verstrikt raakt in het gewenningsmechanisme dat veroorzaakt wordt door een goed huwelijk, een professoraat, of totdat hij komt op niet verder te ont30


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 31

zenuwen elementen en dat zijn volgens mij de zintuigindrukken en de instincten. Het eind der analyse is niet niets, zoals zoveel nihilisten en bestrijders van nihilisten menen, de instincten zijn niet verder analyseerbaar, niet te doorzien, niet op te heffen. Omdat ik vaag animisme verkies boven mensenoffers, zeg ik na de wasstraat tegen de bediende: ‘Ik wil u een goede raad geven, ga veel reizen, huur een huis in een cosmopolitische stad, en bovenal: lees! (romans, essays, gedichten, kranten).’ Hij antwoordt: ‘Ik zal erover denken, meneer.’

31


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 32

21.01

biologie Meneer Alosery, de Jehova-getuige die mij elke week bezoekt om te vertellen over Jezus, heeft een favoriet onderwerp, zijn afkeer van Darwin. Hij kan uren fulmineren tegen Darwin. Hij zegt zelfs, in naam van zijn omnipotente God, dat Hij alles heeft geschapen, dus ook de evolutietheorie. Nee, ik moet hem recht doen: God heeft al die fossielen in de aardlagen verstopt zodat Darwin zijn (verkeerde) theorie kon ontwikkelen. Ikzelf benijd de biologen, omdat ze zo’n prachtige centrale theorie hebben. Zij ( = de theorie) is gecompliceerd en toch voor leken te begrijpen. Bovendien houdt ze de gemoederen al vanaf haar geboorte onafgebroken bezig, ze is een van de krachtigste vlammen in de geschiedenis van de mensheid. Was ik maar doctor in de biologie geweest, dan had ik mijn hele leven kunnen schuilen in de schaduw van Darwin. Ik zit met een bioloog aan tafel, hij praat op mijn verzoek over Darwin. Hij is triomfantelijk, hij zegt op het hoogtepunt van zijn enthousiasme: ‘Weet je waarom wij hier zitten, weet je waarom wij leven: wij zijn de sterksten, wij hebben, tot nu toe, de strijd evolutionair gewonnen!’ Ik loop naar de boekenkast en lees hem een aantekening van de bioloog Hillenius voor: n.a.v. william irvine: Apes, Angels & Victorians (over Darwin en Huxley, prachtig boek, p. 185): ‘Pointing to the incessant war among savage tribes, Darwin supposed that natural selection must operate in the human evolution. Wallace 32


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 33

countered that war only eliminated the brave and the strong.’ Hierbij laten ze het, alsof er géén selectie zou plaatsvinden. Maar consequent geredeneerd is er dus selectie ten gunste van de nietbrave, niet-strong, m.a.w. de bedachtzamen, de laffen, de zwakken etc., dat zijn wij! Ik herhaal: ‘Dat zijn wij!’ Hij kijkt beteuterd.

33


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 34

23.01

paden In mijn jeugd woonde ik in een buurt waar veel open plekken waren. De straten lagen er, de trottoirs ook, maar de huizen ontbraken. Op hun plaats was begroeide grond. Niet de gemeente zorgde voor de begroeiing, dat deed de natuur. Je kon over de trottoirs lopen, alsof er huizen stonden, je kon ook over de veldjes lopen om tijd te besparen als je naar de tram liep of naar de kruidenier of naar het concertgebouw. Dat deden heel wat mensen en daardoor ontstonden er tweevoetbrede paden, nooit kaarsrecht, altijd getekend door een artistieke kunstenaar. Wij woonden tegenover zo’n veldje, op eenhoog, langs ons hele huis liep een stenen balkon, waar we vaak op stonden. Beneden zagen we de paden. Ik was vooral geïnteresseerd in kleine bochten die ontstaan waren op plaatsen waar aanvankelijk een object, bijvoorbeeld een brok steen, gelegen had dat later was weggehaald. Het intrigeerde me dat die bocht dan bleef bestaan terwijl de oorzaak verdwenen was. Later ontstond er een uitdrukking die misschien al langer bestond, maar die ik niet kende. ‘Dat is wel erg kort door de bocht’, gebruikt als iemand te snel conclusies trok. Ik heb die uitdrukking waarschijnlijk nooit gebruikt, omdat ik een bepaald type taalpopularisatie mijd. Mijn politieleerlingen hadden daar geen last van, daardoor kreeg ik wel een scherpe neus voor dit soort uitdrukkingen. Ik vertelde ze wel vaak over mijn voorliefde voor omwegafsnijdende tweevoetbrede illegale paden. Ik vertelde er altijd bij dat het mij niet ging om de tijdwinst, maar om de esthetiek en ook, bovenal, om de herinnering aan de 34


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 35

jungle, de savanne, de woestijn – de mens als dier (nu in driedelig pak, de heer van de schepping, aktetas, stropdas, polshorloge). Weer later, we zijn nu werkelijk een eind op weg, las ik een aantekening van Marcus Aurelius. neem altijd de kortste weg. De kortste weg is de natuurlijke. Dan doe je alles zo zuiver mogelijk, want een dergelijk voornemen bevrijdt je van moeite en strijd, van alle geregel en mooidoenerij. Nu ik aan Marcus Aurelius denk, niet alleen bekend als filosoof en keizer, maar ook als soldaat, moet ik ook denken aan veldjes waar wel degelijk huizen hadden gestaan. Die waren geraakt door afgedwaalde bommen, toen de Engelsen het gebouw van de Sicherheitsdienst in de Euterpestraat bombardeerden. Ik speelde in de ondergelopen kelders van de ruïnes, heel nerveus, omdat mijn moeder het verboden had.

35


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 36

25.01

185000 Pacifisme is een belangrijk strijdpunt voor de Getuigen van Jehova, er valt niet over te onderhandelen, ze gaan niet in krijgsdienst. Ze zijn er ook trots op, ze krijgen er les in, het is een belangrijk punt. In heel wat barbaarse landen zitten ze in de gevangenis, koppige pacifisten, soms levenslang. Ik heb respect voor ze. Ik zeg tegen meneer Alosery: ‘Ik begrijp het niet, jullie zijn consequente pacifisten, maar die God van jullie, uit het Oude Testament, is een vervaarlijke oorlogshitser.’ Meneer Alosery vertelt als antwoord een verhaal over een generaal die een stad van gelovige Israëlieten belegert. Hij staat met een groot leger voor de muren en pocht en is laatdunkend, hij roept: ‘Hier ben ik, jullie hebben geen schijn van kans, waar blijft die god van jullie nou, jullie zitten als ratten in de val!’ De nacht valt, er wordt ingegrepen. In het ochtendlicht zien de belegerden vanaf de stadsmuren dat het vijandelijke leger vernietigd is, iedereen is dood, 185000 man, zegt meneer Alosery triomfantelijk. Hoewel ik het afschuwelijk en onbegrijpelijk vind dat een pacifist zwelgt in de gewelddadige dood van 185000 mannen, vraag ik eerst hoe Hij het gedaan heeft. Alosery: ‘Hij heeft een engel gezonden.’ Ik: ‘Nou, en?’Alosery:‘Die heeft ze ter dood gebracht.’ Ik:‘Mooie engel, weerzinwekkend.’ Alosery: ‘Nee, Hij is rechtvaardig, Hij geeft iedereen de kans zich te bekeren en de juiste keuze te doen, en wie zich daar niets van aantrekt, moet het zelf maar weten – die generaal heeft God uitgedaagd, daar moest een antwoord op komen.’ 36


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 37

Ik: ‘Jullie God is een ordinaire dwingeland, met de mentaliteit van een straatvechter.’ Getuigen van Jehova zijn echte, klassieke fundamentalisten, zij twijfelen niet, het Boek wordt van a tot z letterlijk genomen en alle gruwelen krijgen hun vaste plaats. Het kan ook niet anders dan dat ze humorloos zijn, fundamentalisten kunnen geen humor hebben, want die zet de zaak op losse schroeven, daar kun je alle literaire handboeken op nakijken. Maar meneer Alosery is een uitzondering, hij is ten slotte een Amsterdammer, zeer lang geleden (83 jaar) geboren op Kattenburg. Alsie weggaat, draait hij zich bij de deur nog even om, steekt een duim op en zegt, lachend als een faun: ‘185000!’ Kijk, daar houd ik nou van.

37


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 38

28.01

oud 1 Vrijdag 26 januari ben ik in Amsterdam. Ik laat de hond uit in de Frederik Hendrikstraat, aan de kant van de As-Souna moskee, waar radicale imams regelmatig oproepen heidenen te doden. Op de stoep naast mij verschijnt een poepzuigmachine die stopt. De bestuurder stapt eruit om mijn hond te aaien. Ik zeg: ‘U heeft waarschijnlijk op de Partij voor de Dieren gestemd.’ Hij zegt:‘Nee, op Wilders.’ Ik vraag: ‘Wilt u ze er allemaal uit hebben?’ Hij zegt, terwijl hij naar de moskee wijst: ‘Weet u wel wat daar gebeurt?’ Ik zeg:‘Ik ken iemand in Dieren (Gelderland) die naast een moskee woont. De gelovigen daar nodigen de buurt regelmatig uit voor een kopje thee.’ Daarna doe ik iets erg braafs, ik vertel hem over het Edict van Nantes, de Bartholomeüs-nacht en de vlucht van de Hugenoten naar ons land. Als klap op de vuurpijl vertel ik hem dat in de 16e en 17e eeuw in Amsterdam en Antwerpen boeken werden gedrukt die nergens anders gedrukt mochten worden. Hij vraagt: ‘Porno?’, ik zeg: ‘Nee, ideeen.’ Hiermee is het cultuurhoofdstuk voor die dag gesloten, ik wil nu alles weten over de gloednieuwe, in Denemarken gefabriceerde poepmachine, een klein, compact dingetje. Het kost, vertelt hij trots, net zoveel als drie Mercedessen. Ik zeg, alsof ik al 50 jaar De Telegraaf lees: ‘Van mijn belastingcenten.’ Vervolgens koop ik in een bel- en internetwinkel, gerund door Indiërs, een krant, NRC H’blad. Daarin lees ik Pieter Steinz’ bespreking van Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk, een door mij geschreven boek. Hij schrijft dat het bij de intrigerendste en 38


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 39

best geschreven boeken van 2006 hoort. Ik voel dat ik drie centimeter word opgetild en loop onhoorbaar naar huis. Om elf uur ’s avonds start ik de auto voor de terugreis naar de Achterhoek, het regent. De ruitenwissers doen het niet, ik bel de Wegenwacht. Een zekering, een uur vertraging. Ik praat met de monteur, ik vraag niet naar zijn politieke partij. Ik ga om 3 uur naar bed. De volgende ochtend, zaterdag 27 januari, ga ik de kippen voeren. Het hok is leeg, ravage, veren, verbogen gaas, een ruit in scherven. Een radicale vossenraid, alle (oude) kippen verdwenen en dood. Voor het eerst sinds 1971 heb ik geen pluimvee, alleen de hond en de kat zijn nog over, ook oud.

39


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 40

31.01

woorden Flaubert schreef soms vijf dagen aan een alinea, Bonnard veranderde wel eens iets aan een schilderij dat al in het museum hing, stiekem, als de suppoost niet keek. E. doet dat ook, hij is dichter, hij schrijft gedichten. Die zijn nooit af. Als ik soms een opmerking maak over een gedicht, blijk ik altijd achter te lopen – dan is hij alweer stiekem in het museum geweest en heeft een woord of een nietige komma veranderd, na dagen dubben en aarzelen en peinzen. Zo gaatie met taal om. Hij rijdt in Amsterdam, er komt een auto naast hem rijden, vier jongemannen. Ze treiteren hem met gebaren en brutale, onhoorbare woorden. Hij heeft wit haar, hij trekt van Drees, dat kunnen ze zien. Er is geen conflict aan vooraf gegaan, het is een diepliggende junglestrijd, het is biologie. Het zou fijn zijn als ze uit het Rifgebergte kwamen, maar het zijn blanke corpsstudenten, eigen volk, gebed in onze cultuur, niets te vrezen van Wilders. ‘Als ze me klem gereden hadden, en ik had ze buiten de auto gehad, was het wel goed gekomen’, zegt E. Ik zeg: ‘Hoe bedoel je?’ Hij zegt: ‘Met woorden was ik ze de baas geweest.’ Ik hoor een glazen paleis in elkaar storten. Ik zeg: ‘Je bent gek, buiten de auto sta je in een rijk waar het woord machteloos is.’

40


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 41


bw.vijfbijlen2007.def_Opmaak 1 16-05-13 16:32 Pagina 42

Profile for AFdH Uitgevers

Vijf bijlen  

Verzameling zkv's uit 2007 en 2008

Vijf bijlen  

Verzameling zkv's uit 2007 en 2008

Profile for afdh