Issuu on Google+

De Twentsche Kunstkring is cultuurhistorisch gezien een belangwekkend fenomeen. De Twentse samenleving werd in die tijd gedomineerd door de textielindustrie en kende nog een sterke plattelandscultuur. In deze cultuur bleek de Kring een goede voedingsbodem voor de ontwikkeling van de kunst. De leden schilderden veelal in de stijl van de Haagse school. Zij werkten vaak gezamenlijk, naar model, in de natuur of ze vereeuwigden elkaar. Zo ontstond een romantisch maar historisch juist beeld van Twente in de eerste helft van de 20e eeuw. Enkele leden, Jan Broeze uit Markelo bijvoorbeeld, zochten naar vernieuwing en vonden de Kunstkring uiteindelijk te elitair en te behoudend. Zij verlieten de Kring en richtten in 1945 de Nieuwe Groep op die zorgde voor de doorbraak van moderne kunst in Twente. Daarmee hield de Twentsche Kunstkring op te bestaan.

AFdH

Veel van de schilderijen uit dit boek komen uit particuliere collecties en zijn nooit eerder geĂŤxposeerd. In Schilders tussen Dinkel en Regge krijgt de lezer dan ook een verrassend overzicht van Enschede en Twente zoals het geweest is in de eerste helft van de vorige eeuw. Al met al geeft dit boek een prachtig beeld van een voorbije tijd en van een groep Twentenaren die schilderden en tekenden - vol liefde voor de kunst en voor hun omgeving.

De Twentsche Kunstkring 1934-1950

AFdH

afdh.nl

Schilders tussen Dinkel en Regge Tegen het einde van de 19e eeuw begonnen Twentse kunstenaars stad en platteland uit hun tijd vast te leggen in schilderijen en tekeningen. Vanaf 1918 werkte een aantal van hen samen in de Kunst- of Tekenclub rondom Bert Henri Bolink, Evert Rabbers, Gerard Krol en W.K. de Wijs. Uit deze groep ontstond de Twentsche Kunstkring in 1934. Deze relatief onbekende groep kunstenaars tussen Dinkel en Regge heeft een zeer verdienstelijke collectie kunstwerken nagelaten.

Schilders tussen Dinkel en Regge


twentsekunstkringA.indd 2

01-10-13 13:17


Schilders tussen Dinkel en Regge De Twentsche Kunstkring 1934-1950

AFdH Uitgevers

twentsekunstkringA.indd 3

01-10-13 13:17


Illustratie voorplat: Gerard C. Krol, Fabrieken aan de Bothof De Bothof bestond uit enkele straatjes gelegen tussen de Oldenzaalsestraat en de Oliemolensingel, aan de Oostkant van het centrum van Enschede. De wijk was samengesteld uit fabrieken en arbeiderswoningen. Dit is het enige schilderij waarop Enschede staat afgebeeld zoals het destijds was: gedomineerd door de textielindustrie. De bedrijfstak waarin de meeste bewoners van Enschede, van Twente, werkzaam waren. Wat voor al die duizenden hun dagelijks leven was. Dit onderwerp werd nooit eerder zo dooreen kunstenaar vereeuwigd. We zien de grote, donkere fabrieksgebouwen, rokende schoorstenen, stoom uit het ketelhuis, arbeiders in werkplunje met pet en die ene meneer met een hoed. Zichtbaar hoger in de hiĂŤrarchie dus. We zien een vrachtauto waarvan katoenbalen geladen worden. Kisten die versjouwd worden. Wat zit erin? En die vervoermiddelen uit verschillende tijden. Een paard, een fiets, een vrachtauto, een handkar. De bedrijvigheid, de levendigheid spat van het schilderij. In de verte, vaag, het silhouet van deJozefkerk aan de Oldenzaalsestraat. En dat allemaal onder die indrukwekkende wolkenlucht. Illustratie achterplat: Ina Scholten-van Heek Zandpad met bomen (zie pagina 83).

ISBN 978 90 72603 30 2 Š 2013, Museum TwentseWelle, de auteurs en en AFdH Uitgevers, Enschede/Doetinchem

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, film, fotokopie of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van redactie en uitgever.

twentsekunstkringA.indd 4

01-10-13 13:17


Inhoud De Twentsche Kunstkring

5

Kees van der Meiden

Van Tekenclub naar Twentsche Kunstkring

9

Peggie Breitbarth

Ab Brusse: ‘Ik kan wel zien of iets mooi is’

17

Paul Abels

In het atelier van de Kunstkring

21

Bert Henri Bolink 32 Cees Broerse 40 Jan Broeze 44 Gerard Krol 54 Pieter Arie Nijgh 62 Evert Rabbers 68 Ina Scholten-van Heek 80 Riem Visser 86 Willem de Wijs 88 Liefde voor de kunst en voor de omgeving

93

Riet Strijker

Verantwoording 95 Colofon

twentsekunstkringA.indd 7

01-10-13 13:17


Bert Henri Bolink De Kunstclub aan het werk 1927 Tekening, 30 x 41 cm Schets van leden van de Twentse Kunstkring.

twentsekunstkringA.indd 20

01-10-13 13:17


In het atelier van de Kunstkring De leden van de Twentsche Kunstkring moeten zeer veel uren met elkaar zijn opgetrokken. Ze gingen samen op pad om in de natuur te schilderen, rondom Enschede maar ook in de rest van Twente en zelfs in Giethoorn. Opvallend is echter het grote aantal scènes uit het Enschedese atelier waar men als groep met grote concentratie aan het werk is. B.H. Bolink was een van de leidende figuren.

Geen last van vliegen Bert-Henri Bolink was een magere man in een versleten manchester pak met achter op zijn hoofd altijd zijn onafscheidelijke hoedje. Hij was een van de eerste Enschedese kunstenaars die in de open lucht schilderde en tekende. Omdat de inwoners van Enschede nog geen enkele ervaring hadden met kunst en kunstenaars, leverde dat soms opmerkelijke gebeurtenissen op. Zo kwam er eens een boer met een riek op Bolink afgestormd, terwijl hij diens boerderij aan het schetsen was. De boer, niet wetend wat Bolink aan het doen was, verdacht hem van diefstal. ‘Wol ie miene mispel stelln?’ (‘Wil je mijn mispels stelen?’) riep hij naar de schilder. Toen de man zag waar Bolink mee bezig was, kalmeerde hij en werden ze de beste vrienden. ‘Joa,’ zei de boer, kijkend naar het schilderij, ‘dat is noe wal mooi, meer mienen kaamp steet d’r toch nich bie op! (Dat is nu wel mooi, maar mijn kamp [een perceel bouwland] staat er niet bij op)’ ‘Oewen kaamp, woar is den dan? (Waar is je kamp dan?)’ vroeg Bolink verbaasd. ‘Jao, een half uurken wieder, achter den dannenbos! (Een half uur verderop, achter het dennenbos).’ Blijkbaar waren voor de boer zijn boerderij, de weilanden en het bouwland niet van elkaar te scheiden, ook al lagen ze kilometers van elkaar verwijderd. Ook over Bolinks kleding deden tal van anekdotes de ronde, zoals over zijn hoedje dat helemaal onder de spinnenwebben zat, omdat hij het nooit schoonmaakte. De mensen vroegen hem vaak: ‘Zeg Bolink, ie hebt ja ‘n heeln hood vol spinnewebben, woarum is dat?’ ‘Da’s makkelijk zat,’ zei Bolink dan, ‘dan heb ik ok gin last van vleegn!’

21

twentsekunstkringA.indd 21

01-10-13 13:17


bert henri bolink

32

twentsekunstkringA.indd 32

01-10-13 13:17


Bert Henri Bolink (Deventer, 14-3-1876 – Enschede, 24-02-1950) was een memorabele kunstenaar die maar weinig geëxposeerd heeft, eigenlijk alleen in 1910, van 20 tot 28 maart in de Groote Sociëteit in Enschede. Naar Evert Rabbers Bert Henri Bolink ca.1940 Potloodtekening, 50 x 60 cm

aanleiding daarvan verscheen er een recensie in de Lonneker Courant: ‘‘t Is mogelijk dat deze eerste gang in ’t openbaar niet genoeg bekeken en besproken wordt, ’t ware schande voor Enschede, dat het vreemde schilders niet ongetroost van hier laat gaan, terwijl sommigen dezer vooral niet hooger stonden (zelfs vele technisch niet!) dan onze eigen stadsgenoot.’ Bolink kreeg zijn opleiding aan Rijksnormaalschool te Amsterdam en werd tekenleraar aan de avondambachtsschool in Enschede. Daar woonde en werkte hij zijn hele leven, uiteindelijk als vrij gevestigd kunstenaar. Hij schilderde zijn landschappen, dorpsgezichten en mensen in de 19-eeuwse traditie. Vanaf 1918 was hij lid van de Kunst- of Tekenclub. Eigenlijk the inner circle van wat later de Twentsche Kunstclub zou worden. Die Kunsten Tekenclub bestond verder uit de heren De Wijs, Krol, Rabbers en Nijgh. Bolink was getrouwd met Bertha van Dam, bijgenaamd rode Bertha, dochter van een Joodse fabrikant. Ze had haar studie medicijnen afgebroken en was voor haar huwelijk onderwijzeres. Ze stond bekend als progressief en sociaal belangstellend en werd de spil in een wat bohemien-achtig huishouden, met als huisdier een ezel, die ’s winters ook gezellig in de warme kamer mocht. Het huis was een zoete inval van veelal bevlogen kunstenaars die heftig discussieerden over de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog. Doordat er van de kant van zijn vrouw een inkomen uit haar familie was, kon Bolink zich vestigen als kunstenaar. Al had hij wel moeite met de zakelijke kant van het vrije ondernemerschap. Enschede was destijds een vieze stad, met rokende schoorstenen en verfsloten die stonken als een open riool. Maar buiten de stad was alles nog landelijk. En omdat voor Bolink gold dat de natuur de leermeesteres van de kunst is, was hij daar het liefst, op het nog onaangetaste platteland van Twente. Hij maakte zijn tochten per fiets. Die pakte hij meestal zó vol met spullen, inclusief schildersezel, dat hij niet op de normale manier kon opstappen. Daarom zat er op de achteras een uitstekende pen, waar hij met een van zijn voeten op kon gaan staan, nadat hij de fiets eerst met een klein aanloopje had aangedrukt. Vervolgens sloeg hij bliksemsnel het andere been over de hoog opgestapelde lading en als hij geluk had belandde hij op het zadel. En zo ging hij dan op weg, nooit gehaast, zodat hij onderweg alles goed kon bekijken. Bolink heeft veel gewerkt voor Natura Docet. Hij maakte voornamelijk illustraties voor Ons Dinkelland van meester J.B. Bernink, maar ook voor het tijdschrift Levende Natuur onder redactie van Heimans en Thijsse. B.H. Bolink gaf privélessen aan F. Baayens, F. Boersma, Th.J.C.M.C. Meijer en W.P. Regenspurg, maar ook aan fabrikantendochters en andere burgers.

33

twentsekunstkringA.indd 33

01-10-13 13:17


Interieur Lรถs Hoes in Usselo 1929 Olieverf op doek, 50 x 60 cm Interieur Lรถs Hoes in Usselo. Moeder, kind en dienstmeid en open vuur.

Vrouwenportret jaartal onbekend Tekening, 40 x 50 cm

34

twentsekunstkringA.indd 34

Bert Henri Bolink

01-10-13 13:17


Portret en profil van Wooldriks Dienemeuj jaartal onbekend Oieverf op paneel, 43 x 58 cm Deze boerenvrouw was een populair model voor de schilders van de Twentsche Kunstkring. Ze kwam van het erve Wooldrik op de Zuid-Esmarke bij Enschede. Dien was haar naam en meuj was een aanduiding voor een oude vrouw, grootmoeder. Op pagina 75 zien we (hoogstwaarschijnlijk) Dien in de versie van Evert Rabbers.

35

twentsekunstkringA.indd 35

01-10-13 13:17


De Zevenmijls bij avond 1930 Olieverf op paneel, 31 x 44 cm De elektriciteitstentoonstelling ‘Zevenmijls’ werd gehouden van 19 t/m 30 juli 1930 op het erve Zeggelt in Enschede, naast de Jozefkerk aan de Oldenzaalsestraat. Aan deze tentoonstelling was een uitgebreide afdeling textielindustrie verbonden. Het was een publiekstrekker in het snel groeiende Enschede. De tentoonstelling was bedacht en vormgegeven door Jac. Kleiboer. Hij organiseerde meer grote tentoonstellingen in Enschede in die jaren. Zoals bijvoorbeeld de luchtvaartshow van 1932 waarbij op 18 juni de Graf Zeppelin Twente aandeed, de tentoonstelling ‘Het Volle Profijt’ in 1936 en de laatste grote expo, de ‘3 X A’ in 1962, over landbouw en industrie.

56

twentsekunstkringA.indd 56

Gerard Krol

01-10-13 13:18


Evert Rabbers Markt in Enschede ca. 1930 Olieverf op paneel, 36 x 43 cm

Liefde voor de kunst en voor de omgeving

Bloemenkraam op de Markt in Enschede op een zonnige dag.

Riet Strijker

Omdat mijn opdracht eruit bestond om bij deze expositie teksten voor de podcasts te schrijven, heb ik me enkele maanden kunnen verdiepen in dit illustere maar een beetje vergeten genootschap dat in 1934 werd opgericht. Als hulpmiddel bij dit karwei waren er foto’s die door de eigenaren van de kunstwerken met iPad of smartphone gemaakt waren. Dat maakte het niet makkelijk om een goede indruk van de voorstelling te krijgen. De verrassing was dan ook groot toen eindelijk de originelen in het museum binnengebracht werden. Een flets fotootje bleek in het echt een stralende voorstelling. En soms omgekeerd. Dat werk. De opdracht om bij elk schilderij een stukje tekst te maken, liefst anekdotisch, bleek een lastige. Vaak ging het om dezelfde verhalen. Bijvoorbeeld waar de kunstenaar, soms ook broodschilder, met een boerentafereel bij de opdrachtgever aankwam om dan te horen te krijgen dat een erf zonder kippen niet veel voorstelt. Fluks wat pluimvee erbij gepenseeld en de kruidenier kon weer betaald worden. Maar er was ook andere informatie. Zoals bij het werk met de paarden in de motregen van Evert Rabbers. Dankzij documentatie van de Stichting Evert Rabbers weten we dat het paarden zijn van stalhouderij Huckriede, ingezet bij het graven van het Twentekanaal in 1934. Dan zie je toch méér dan een span verregende paarden. Of het zijn ploegende ossen, die hetzelfde gevoel oproepen als, zeg, de ‘Wolgaslepers’ van Ilja Repin. Zwaar en moeizaam. Maar als je weet dat er geploegd werd in opdracht van de Heidemij tussen de Zonnebeekweg en de camping van NFN Ostana, kijk je er tóch anders naar. De leden van de Twentsche Kunstkring maakten graag gebruik van dezelfde modellen. Horlogemaker Eijsink bijvoorbeeld, of een boerenvrouw genaamd Wooldriks Dienemeuj of bewoners van het woonwagenkamp. Ze zullen er wel een kleinigheid voor gekregen hebben. Enkele van de geportretteerde personen zijn op die manier terug te vinden. Intrigerend blijft de vraag wie de dame

93

twentsekunstkringA.indd 93

01-10-13 13:20


was met de rode hoed, geschilderd door B.H.Bolink, de dame die ons zo verrukkelijk hooghartig aankijkt‌ Een grote hulp bij het aanvullen van ontbrekende informatie was Ab Brusse. Verder was er documentatie bij de schilderijen van Evert Rabbers en over B.H.Bolink de uitgave Schelpen rapen van zijn zoon Jan Bolink. Artikelen en knipsels over de schilders van de Twentsche Kunstkring waren aanwezig in het KIC van museum TwentseWelle, er waren artikelen in het Jaarboek Twente en er was de speurzin van Chris Brand. In ieder geval weten we zeker hoe de harde kern van de TKK eruit zag. Ze tekenden en schilderden behalve landschappen, personen en stillevens, ook elkaar. Schetsmatig vaak, maar heel fris en herkenbaar. Zo zien we ze dan, werkend in het atelier naar model, rokend, de dames met golvend haar en soms zelfs de hoed op. Deze kunstenaars hadden een uitzonderlijke positie in een stad vol arbeiders, ook al kwamen enkele van hen uit diezelfde klasse. Maar kunst verbindt en legt verbanden. Ook toen. In die setting speelde afkomst geen rol. Het waren geestverwanten met een oprechte bewondering voor elkaars werk. Mensen die elkaar vonden in hun liefde voor de kunst en die voor hun omgeving.

B.H. Bolink Mandenvlechter ca. 1930 Tekening, 31 x 48 cm

94

twentsekunstkringA.indd 94

01-10-13 13:20


Verantwoording Schilders tussen Dinkel en Regge. De Twentsche Kunstkring 1934-1950 verschijnt bij gelegenheid van de expositie over de gelijknamige groep kunstenaars in museum TwentseWelle te Enschede. Het boek omvat alle geëxposeerde werken. De tentoonstelling duurde van 18-10-2013 tot en met 5-1-2014. De expositie was een initiatief van de Stichting Collectie Evert Rabbers en TwentseWelle. Honderd werken van schilders uit De Twentsche Kunstkring worden getoond. De werken komen uit het bezit van in totaal dertig particulieren en instellingen. De inleiding van dit boek is gebaseerd op eerder onderzoek van drs. M.H. Breitbarth-van der Stok naar aspecten van beeldende kunst in Twente, gepubliceerd in artikelen in Jaarboek Twente (1993-2005) en haar monografieën over Jan Bolink, Jan Broeze, Klaas Bernink en Eef de Weerd. De begeleidende teksten op de pagina’s 21-25 zijn fragmenten uit Enschede zoals het was, geschreven door Paul Abels en uitgegeven door Waanders, Zwolle 1998. Bron: interview van Paul Abels met Jan Bolink in 1996. AFdH Uitgevers is veel dank verschuldigd aan Ab Brusse, Riet Strijker en Henk-Wim van Dorssen. Verder is AFdH Uitgevers alle 22 particuliere bruikleengevers erkentelijk voor de mogelijkheid om de werken in dit boek af te beelden, evenals de volgende organisaties: Stichting Collectie Evert Rabbers, de Stichting Jan Broeze, het Kunsthuis van het Oosten, de gemeente Haaksbergen en de Oudheidkamer Twente.

95

twentsekunstkringA.indd 95

01-10-13 13:20


De Twentsche Kunstkring is cultuurhistorisch gezien een belangwekkend fenomeen. De Twentse samenleving werd in die tijd gedomineerd door de textielindustrie en kende nog een sterke plattelandscultuur. In deze cultuur bleek de Kring een goede voedingsbodem voor de ontwikkeling van de kunst. De leden schilderden veelal in de stijl van de Haagse school. Zij werkten vaak gezamenlijk, naar model, in de natuur of ze vereeuwigden elkaar. Zo ontstond een romantisch maar historisch juist beeld van Twente in de eerste helft van de 20e eeuw. Enkele leden, Jan Broeze uit Markelo bijvoorbeeld, zochten naar vernieuwing en vonden de Kunstkring uiteindelijk te elitair en te behoudend. Zij verlieten de Kring en richtten in 1945 de Nieuwe Groep op die zorgde voor de doorbraak van moderne kunst in Twente. Daarmee hield de Twentsche Kunstkring op te bestaan.

AFdH

Veel van de schilderijen uit dit boek komen uit particuliere collecties en zijn nooit eerder geĂŤxposeerd. In Schilders tussen Dinkel en Regge krijgt de lezer dan ook een verrassend overzicht van Enschede en Twente zoals het geweest is in de eerste helft van de vorige eeuw. Al met al geeft dit boek een prachtig beeld van een voorbije tijd en van een groep Twentenaren die schilderden en tekenden - vol liefde voor de kunst en voor hun omgeving.

De Twentsche Kunstkring 1934-1950

AFdH

afdh.nl

Schilders tussen Dinkel en Regge Tegen het einde van de 19e eeuw begonnen Twentse kunstenaars stad en platteland uit hun tijd vast te leggen in schilderijen en tekeningen. Vanaf 1918 werkte een aantal van hen samen in de Kunst- of Tekenclub rondom Bert Henri Bolink, Evert Rabbers, Gerard Krol en W.K. de Wijs. Uit deze groep ontstond de Twentsche Kunstkring in 1934. Deze relatief onbekende groep kunstenaars tussen Dinkel en Regge heeft een zeer verdienstelijke collectie kunstwerken nagelaten.

Schilders tussen Dinkel en Regge


Twentsekunstkring