Issuu on Google+

KHOP

DE MOEDELOOSHEID VAN DE SCHRIJVER

AFdH


de moedeloosheid van de schrijver


khop de moedeloosheid van de schrijver

afdh


Š khop, Foudgum, afdh Uitgevers Enschede/Doetinchem 2016/2017

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, film, fotokopie of welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van auteur en uitgever.


voorwoord Deze bundel bevat een aantal teksten die alle gaan over de ontoereikendheid van de taal. Weinigen zullen vertrouwd zijn met dit tekort, maar zij die de weerspannigheid van de woorden kennen, zullen het met me eens zijn: schrijven met voortdurende tegenwind vraagt om een volhardend karakter. Er zijn er die gaan zitten, de computer openen en beginnen en doorgaan zonder veel bekommernis, verbale adhd, totdat ze ophouden omdat het boek af is. Een benijdenswaardige aanpak. Dit in tegenstelling tot de mijne: it ain’t what you write, it’s the way that you write it. Willoos overgeleverd aan de tirannie van de woorden buig ik mij over het papier, ik zucht, ik streep door, begin opnieuw. En stel het maar weer uit tot morgen. Je zou er moedeloos van worden. Want dit is mijn probleem: ik heb nix te zeggen en nix te vertellen. Dus ik heb nix anders dan die woorden die alle niet bedoelen wat ik wil. Ieder heeft zijn eigen gevangenis. De mijne is een beduimeld woordenboek. Words, words, words. Door de bomen het bos niet meer zien.

7


buurman Als ik nou eens een stukje zou schrijven zoals dit: Waarschijnlijk lees ik een boek anders dan u. In plaats van te beginnen op de eerste bladzijde en vol te houden tot en met de laatste, hanteer ik bij voorkeur de willekeur, en wel als volgt: ik pak een willekeurig boek, sla het ergens open, lees een paar alinea’s, blader verder, lees weer wat alinea’s, en zo ga ik door tot ik er genoeg van heb, pak een ander boek, doe hetzelfde, en zo voort. Vervolgens ga ik iets anders doen. Uiteraard doe ik de auteur hiermee te kort. Het zorgvuldig geconstrueerde plot, de subtiel beschreven ontwikkeling der karakters, de vloeiende en meeslepende verhaallijn, de verbluffende psychologie, dat alles gaat ongemerkt aan mij voorbij en ik geniet er niet minder om. Ik lees alineair, zwervend door de pagina’s neem ik hier en daar een hapje, al naar het uitkomt en zonder voorkeur. Op avontuur in de jungle van de text, nieuwe paden, knusse hoekjes, elke keer iets anders. Ben ik dan niet geïnteresseerd in het verhaal? Nee, ben ik niet. Wat boeit mij dan wel? De tone of voice, de woordkeus, de muziek, de zienswijze, de nasmaak die overblijft, dat soort dingen, the way the 8


writer hangs, how she makes me feel. Ik bedoel, de mens kan er ook nix aan doen dattie schrijft zoalsie schrijft, wattie ook schrijft en waar het ook over gaat.

De willekeur volgend, kan men zonder bezwaar meerdere boeken tegelijk lezen, hetgeen het lezen op zich een stuk avontuurlijker en verrukkelijker maakt. Het lezen van een haiku-regel als: wat zou de buurman doen na een bladzijde van uw favoriete schrijver, is immers al voldoende om de volgende fles bier te openen. Het aardige is dat al die fragmenten, brokstukken, alinea’s zich in het brein samenvoegen tot een geraffineerd geheel, er ontstaat een andere causaliteit, de causaliteit die van proza poëzie maakt. Dank u wel, auteurs en autrices! Maar als ik zo’n stukje zou schrijven, blijf ik zitten met die ene, allesomvattende vraag: wat zou de buurman doen. Snapt u? 9


❦ taal Aan de hand van de taal schrijf ik deze woorden. Zonder mij te bekommeren om de betekenis die op het papier verschijnt en die volgens het woordenboek verklaard kan worden. Mijn enige bijdrage is het vasthouden aan de grammatica. De rest doet de taal op zijn eigen. Stuurloos overgeleverd aan de heerschappij der woorden, sukkel ik als een blinde hond aan de leiband van de baas door een duister droomlandschap, terwijl buiten de lente groeit en binnen het vuur is gedoofd. Ik grijp de hand van de taal. Wunschlos, weltfern, glücklich. ❦ standpunt Vannacht kwam deze droom als een openbaring: Vanaf de zon gezien, draait de aarde om de zon. Vanaf de aarde gezien draait de zon om de aarde. Een kwestie van standpunt, geen kwestie van zienswijze. Niemand kan zich buiten tijd en ruimte plaatsen, de mens is nu eenmaal antropocentrisch, middelpunt van het heelal, het draait om hem. Hij gebruikt de woorden als waterdragers van zijn denkbeelden, in plaats van de woorden te gebruiken als wat ze zijn: dingen. Maar hebben woorden betekenissen of zijn het dingen? Of tekens? Al10


weer: hebben of zijn. Woorden met betekenissen: proza. Woorden als tekens: poëzie.

Door dit inzicht krijgt het leven ineens een zekere lichtvoetigheid. Laten we opnieuw beginnen. Volgens Zen: praat alleen als het de stilte verbetert. De eerste sigaret vandaag smaakt werkelijk vorstelijk. Er zijn immers prioriteiten. ❦ bliksems En toen kwam Herman, zoals gewoonlijk op de fiets. Hij komt eenmaal per jaar, om de contributie voor het begrafenisfonds op te halen, tien euro. Zijn klompen laat hij buiten staan. Eerst maar eens koffie. Het gesprek begint en gaat over het weer, de koeien, het geld, de vogels, het gras, de buren, en over vriendschappen van vroeger. Tijdens een stilte presenteert hij de rekening, ik leg een tientje voor hem neer en mompel: ‘Why live, if you can be buried for ten dollars.’ Hij verstaat het niet, 11


wordt wat onzeker, zijn tenen gaan op en neer. Uit de borstzak van zijn overall frummelt hij een klein opschrijfboekje te voorschijn. Zelf gemaakt, zie ik, op de kaft heeft hij een woord geschreven: Gedachtenbliksems.

‘Tegenwoordig,’ zegt hij schuchter, ‘schrijf ik wel eens wat op, van die dingen die door mijn hoofd gaan, plotselinge invallen en zo, een nieuwe hobby. Ik ben bijna 65, tijd om te oogsten.’ Ik blader door het boekje, een gedachtenbliksem per bladzijde. Ik lees dingen als: De proef op de som brengt licht in het donker, Wie van de natuur leert houdt niet op te leven, Liefde is voor ieder een huis, Buiten op het land zijn papieren ongeldig. (Het handschrift is niet altijd makkelijk te lezen.) Lachen ontsteekt ons innerlijk licht, In de tuin gedijen zeevruchten. 12


‘Herman,’ zeg ik, ‘dat is niet nix. Dat is heel mooi.’ Want Herman is een aardige man. ‘Ach,’ hij haalt zijn schouders op, ‘het is maar een hobby, een goedkope hobby. Kom, ik stap maar weer eens op.’ Hij bergt het boekje weer in zijn borstzak, ik breng hem naar de deur. Buiten stapt hij in zijn klompen en klimt op zijn fiets. ‘Er komt een flinke bui aan,’ zegt hij en kijkt naar de lucht. ‘Dan maar als de bliksem naar huis,’ zeg ik. ‘Als een gedachtenbliksem,’ zegt hij. ‘Tot volgend jaar maar weer!’ Voor een kromme en bescheiden boerenknecht van bijna 65 fietst hij behoorlijk snel, zie ik. ❦ vogel De grote vogel in zijn stijgende vlucht ziet de weg ziet hoe deze zich vertakt tussen velden en daken langs heuvels en bomen langs sloten en rivieren naar dorpen en steden een allesomvattend wegennet dat haat en hartstocht verbindt met winst en verlies en dichter bij de wolken vliegt hij nu en kleiner weerspiegelt zich het heen en weer gewoel in zijn gebolde en starende ogen totdat hij alles overziet hoger en hoger stijgend met brede vleugels naar waar de tijd niet telt verder boven die wereld uit die wereld die de zijne niet is en geen vrijheid kent noch de vrijheid die vleugels geven noch de vrijheid die 13


vleugels geeft en losmaakt van een wereld waarin alles gevangen zit in woorden maar waar geen woord is voor die triomfkreet van een grote vogel op het hoogst van zijn vlucht waar de dood niet heerst. ❦ vooruit maar weer Hoog tijd voor iets nieuws, een spannend verhaal zonder komma’s een introvert naar binnen gericht verhaal maar ja waar vind je dat het ligt niet voor het opscheppen de mensen hebben geen idee van het gezwoeg van de schrijver als schrijver zou je er moedeloos van worden toch op de eenmaal ingeslagen weg is er maar een enkele richting: voorwaarts zeulend met een steeds grotere last achter je aan. Een spraakgestuurde computer dat lijkt me wel wat. Lekker leunen in een zachte stoel ogen dicht de gedachten ver weg en dan maar wat mompelen een uur twee uur net zolang totdat je denkt zo ik heb er genoeg van. het is weer welletjes voor vandaag en terugkijkend denk je dat was weer een mooie dag werk. En verglijdt dag na dag totdat je tot je eigen verbazing een heel boek hebt volgemompeld. En zo gaan we maar door dag na dag en zonder komma’s en wat niet al.

14


â?Ś berlin alexanderplatz Aan de rand van de Alexanderplatz in Berlijn staan een paar hoge kantoorgebouwen, alle gebouwd in de modulaire ddr-trant. In dit geval, identieke segmenten van betonnen rechthoeken, waarvan de bovenste helft uit glas bestaat. Op een van die gebouwen stond op elk segment een letter. Achter elkaar gelezen werden het woorden en zinnen, het geheel een citaat uit Berlin Alexanderplatz van Alfred DĂśblin. Dat citaat ging over de krotten en krochten waarin het krioelde van arbeiders, hun vrouwen, hun kinderen, hun armoe, hun honger. Dat stond dus daar te lezen. Nu niet meer. De letters en woorden en zinnen zijn weggeboend. Dat betekent iets. Dat betekent niets goeds.

15


❦ ernstige vriend Laatst zag ik hoe u uw brillenglazen poetste tussen duim en wijsvinger, alsof u geld aan het tellen was. Het duurde lang. U moet dus een rijk man zijn, getuige ook uw wazige blik op dat moment. U droomde waarschijnlijk over luchtkastelen. Al met al, u maakte op mij de indruk wel een stootje te kunnen velen. Hier komt zo’n stootje: Drie keer heb ik een goddelijke vingerwijzing ontvangen. Twee keer nix in de gaten. De eerste vingerwijzing kreeg ik in de klas: diepe ontroering om de onverstoorbare schoonheid van een algebraïsche vergelijking. Absolute balans. Opperste harmonie. Homerus en Vestdijk en Evelien verbleekten. Ik was zeventien. De tweede vingerwijzing op een studentenfeestje: iemand die antwoordde dat hij theoretische natuurkunde studeerde. Bracht mij in ongekende opwinding, vanwege een perspectief van woordeloze gedachte-experimenten. De daaropvolgende week deed ik al mijn boeken van de hand. Behalve de woordenboeken. De derde vingerwijzing kwam onlangs: de helderheid van het algoritme. De elegantie van logica. De kristallijne rede. 16


En toen pas drong het door: mijn leven had ik doorgebracht op de verkeerde weg, in verkeerd gezelschap. In plaats van een softe alfa had ik een harde bèta moeten zijn. Geen pseudo-literaire fratsen, maar de verheven mystiek van getallen. Misschien is het nog niet te laat. Misschien zou ik alsnog kunnen proberen verbale algoritmes te ontwikkelen. Gewoon voor de gein. Van twee walletjes eten. Weet u hoe dat moet? Of zouden er semasiologische misverstanden ontstaan? En wat is een verbaal algoritme eigenlijk?

17


De antwoorden (gratis, mag ik hopen) vereisen een scherp verstand en een schone bril. Ga uw gang. Steun de avant-garde. Verblijvend in afwachting, Wees gegroet! â?Ś zwarte vogels Soms zijn er van die dagen, en deze was er een van, die zich van mijn beleving en deelname afsluiten. En dat ondanks een dagelijkse discipline en een strikte routine: ik sta op om half acht, open het raam dat uitkijkt op een plantsoen met een stenen bank, slordig geflankeerd door taxusbomen, en begin mijn gymnastische oefeningen. Vervolgens maak ik mijn toilet, kleed mij aan, en stipt om kwart over acht betreed ik de eetkamer beneden, waar ik mijn koffie zonder suiker drink en twee crackers zonder boter kauw. Ondertussen staar ik voor mij uit, naar de gietijzeren haard, altijd naar de gietijzeren haard, hoewel soms mijn blik afdwaalt naar de fotografieĂŤn op de schoorsteenmantel. Na twintig minuten sta ik op, schuif de stoel terug onder tafel en loop treden tellend de trap op, naar mijn kamer, sluit het raam, en neem plaats achter de schrijftafel. Ik rook twee Egyptische sigaretten achter elkaar, de ogen gesloten. Tijdens dit roken overdenk ik de dagen die geweest zijn en de da18


gen die nog zullen komen. Dat zijn vaak mismoedige overdenkingen, waarin het weer ook een grote rol speelt. Dan slijp ik de vijf potloden. Het slijpsel veeg ik zorgvuldig in de asbak. En vanaf dat moment sta ik open voor de dag, bereid tot het lastige leven. Vandaag echter wilde het, zoals gezegd, ondanks die dagelijkse rituelen van discipline en routine, niet lukken. Gebrek aan inspiratie is het niet, want die heb ik nooit. Het werk van gisteren vervolgen komt ook niet ter sprake, aangezien het werk altijd voltooid wordt op de dag zelf. Het wordt op de stapel gelegd en vergeten. Herlezen doe ik niet, evenmin als herinneren. Geen enkele afleiding stoort. Hoofdpijn heb ik nooit, door zorgen word ik niet gekweld. Kortom, er is geen enkele reden om niet aan de gewende arbeid te gaan. Toch wilde het er niet van komen. Ook al zijn deze dagen zeldzaam, zij moeten nochtans gevuld worden, al is het maar met wachten in de stoel achter de schrijftafel. In lijdzaam verzet bleef ik dus in de stoel achter de schrijftafel zitten en bereidde mij voor op een lange dag, vol van hartgrondige maatschappijkritische gedachten en fladderende zwarte vogels.

19


❦ ikkiju (1394-1481) sick of what it is called Sick of the names I dedicate every pore To what’s here

Hier gaat iemand weer een stap verder en belandt in een hier-en-nu belevenis. Zover hoeft het wat mij betreft nu ook weer niet, al heb ik wel geprobeerd hem na te volgen, door te doen alsof ik niet de woorden wist van wat zich binnen mijn gezichtsveld vertoonde. Dat was niet eenvoudig, want een hond blijft nu eenmaal een hond, en regen blijft nat. Woorden zijn namen. ‘Jullie zijn allemaal verlicht, totdat je je mond open doet,’ zei sensei Suzuki. Ik hou de lippen stijf op elkaar, maar in mijn hoofd blijft die maalstroom van 20


woorden woelen, omdat woorden de begrenzing zijn van mijn wereldbeeld. Het kan niet anders. Wij denken in woorden, wij ruiken in woorden, wij voelen in woorden, wij kijken in woorden. Wij gaan gebukt onder onze woordenschat. En iedereen torst zijn eigen woordenschat. Dat is het probleem, er nog van afgezien dat, ook al zou de woordenschat gelijkluidend zijn, de betekenissen van de woorden toch verschillen. Er is die oude grap van twee psychiaters die elkaar tegenkomen. De een zegt: Goedemorgen, de ander denkt: Wat zou hij daarmee bedoelen? Intussen groeit er een nieuw soort esperanto: de taal der emoji’s. Beperkt, maar doeltreffend. Opeens kan ik zo maar een email schrijven met emoji’s aan iemand in Taiwan en die zal begrijpen dat ik hem langs deze weg herinner aan een nog openstaande rekening. Maar ik moet er niet aan denken hoe een gedicht van uw lievelingsdichter er uit zou zien. En hier raken wij aan een gewichtig onderscheid. In dat soort beeldtaal is een metafoor ondoenlijk, en alles wat een schrijver schrijft is uiteindelijk een metafoor. Hij schrijft iets, maar bedoelt iets anders. En wat hij dan bedoelt? Dat hangt af van of u bevriend zou willen zijn met degene die als een roepende in de woestijn, op zoek naar een parkeerplaats, zijn woordenschat met u wil delen. 21


â?Ś papier Het potlood schrijft op papier schrijft letter voor letter woord voor woord schrijft van begin naar eind en toont het pad dat de schrijver is gegaan in achtervolging van zijn denkbeeld ploeterend en zwoegend een weg zoekend over nog nooit eerder betreden terrein waar elke stap het begin van een dwaalweg kan zijn en naarmate hij aarzelt valt het hem zwaarder waardoor het schrijven met een lichte toets zoals hem dat voor ogen stond bemoeilijkt wordt maar gelijk de drenkeling die naar een reddingsboei spartelt zo wil ook de schrijver de eenmaal gekozen richting niet verlaten voortgeduwd als hij wordt door de dwang van de woorden waarbij hij op het potlood steunt als op een wandelstok bij een moeizame klim naar de bergtop en wanneer hij terugblikkend het beschreven papier bekijkt lijkt het wel een laagje sneeuw met sporen van verdwaasde hanenpoten. â?Ś nix Het valt niet altijd mee een stukje te schrijven over nix. U ziet dat ik het woord nix met een x schrijf, in plaats van niks. Daar schuilt nix achter, het is voor de aardigheid, ik vind het een mooie letter en ik 22


maak graag van de gelegenheid gebruik, ook al is het niet de correcte spelling. Maar spelling en taal zijn verschillende dingen. De meeste woorden waar een x in voorkomt hebben een Latijnse of Griekse afstamming. (Ik zou bijna Griexe hebben geschreven) ik noem er een paar: syntaxis, coaxkabel, excursie, fixeren, experiment, lexicon, textiel, et cetera. Dat woord textiel zet mij aan het mijmeren. Het komt van het Latijnse werkwoord textere: met grote nauwkeurigheid in elkaar zetten; vandaar: weven, vlechten. De herkomst van textiel zal u duidelijk zijn. Van het zelfde werkwoord komt ook het woord tekst. Tekst

x

is dus iets wat met de grootste zorg in elkaar is gezet (heden ten dage een beetje een idealistisch uitgangspunt) en blijkbaar als een weefwerkje op het papier moet liggen. Vandaar de keurige kolommen in de oude handschriften en de latere drukwerken, zonder de slordige rafelranden van de vrije regelval, maar met de strakke kantlijnen van wat we nu ‘uitgevuld’ noemen. Dit esthetisch ideaal wordt niet meer koste wat het kost nog gevolgd, maar het woord ‘tekst’ is gebleven, zij het verkeerd gespeld. Want tekst moet 23


natuurlijk als text geschreven worden, omdat we ook niet tekstiel schrijven. Een kwestie van spellen dus. Voor de uitspraak maakt het inderdaad nix uit. ❦ pietersclub Ooit was ik lid van de Pietersclub. De club telde zes keurige heren, het lidmaatschap was gratis en de toelatingseisen waren streng: de voornaam moest Pieter of Piet of Peter luiden, en men diende te beschikken over de liefde voor poëzie. Wie aan deze voorwaarden niet kon voldoen was niet welkom, zelfs niet als gast­poëzieminnaar. Van tijd tot tijd kwam men bijeen om de zaterdagmiddag te besteden aan gekeuvel, bedachtzaam te genieten van uitgelezen wijnen, en tussendoor gedichten naar keuze voor te dragen. Deze gaven vaak aanleiding tot verhitte maar beschaafde discussie. Het waren genoeglijke middagen waarop gewoon gerookt mocht worden. Ieder lid had zo zijn eigen poëzie-voorkeur. De een hield het bij fijngevoelige gedichten, een ander bij leutige gedichten, weer een ander bij echt goede gedichten, weer een ander bij moderne poëzie, weer een ander bij gedichten die zich in de natuur afspeelden of met geld te maken hadden. Of met liefde. Of afscheid. Zelf beperkte ik 24


mij tot kijken en luisteren, verborg mij mistroostig achter rookwolken, had vaak afkeurende opmerkingen, speelde mijn rol van de ideale toehoorder, gevrijwaard als ik was van poĂŤzie-voordracht door van meet af aan verklaard te hebben dat ik liever dan goeie gedichten, slechte gedichten las, om wille van hun vertederende onbeholpenheid, maar dat ik natuurlijk het liefst helemaal geen gedichten las, vanuit de overtuiging en in de woorden van Maeterlinck, dat het gedicht sterft als de lui er zich mee gaan bemoeien. Hetgeen willoos geaccepteerd werd. De club bestaat niet meer. Overlijden of verhuizing deed het gezelschap uiteen vallen. Er was geen afscheidsbijeenkomst, geen welgemeende warme handdruk, geen laatste gedicht. De poĂŤzie had zich uit de voeten gemaakt. Zonder een woord te zeggen. Zeer opgelucht en tevreden. Later las ik dit citaat van Pisarow: Het heeft geen zin om iemand die iets mooi vindt wat misschien helemaal niet zo mooi is, dat genoegen af te nemen. Hoe geringer iemands eisen, des te groter zijn kansen om van kunst te genieten. Er is namelijk geen wezenlijk verschil tussen het mooi vinden van volmaakte en van onvolmaakte kunstwerken. 25


Dit is verstandige praat, daar kan niemand bezwaar tegen maken. Maar desondanks, lang leve het ongeschreven, ongelezen gedicht.

❦ wie doet me wat Andermaal broedend op de woorden die zich andermaal onwillig in het gareel voegen, terwijl het toch niet de eerste keer is dat ik ze laat draven, laat galopperen langs onbeschreven paden en zij zich ijverig voorwaarts stuwen, zich voegend naar de strakke teugels en de schaduw van de zweep, vertrouwend op hem die hen leidt, maar die ook niet weet waarheen ter wereld nu weer. Soms wou ik dat ik alleen maar van die kleine Japanse haiku-­achtige dingetjes hoefde te schrijven, zoals laatst: De klok tikt. De dichter wacht. Het gedicht ook. Het voordeel hiervan is dat ik minimaal spul nodig zou hebben: een gejatte bic en een pakje Mascottevloei (€ 0,25). Woorden wijzen de weg waarvandaan en waar26


heen. Wie lezend tot het laatste woord is gekomen heeft in een spiegel gekeken zonder zichzelf te hebben gezien. ❦ dit bedoel ik My mind is like the autumn moon Shining clear in the green pool No, that’s not a good comparison: Tell me, how shall I explain? (Han-shan) ❦ vortex Hij zat daar maar en zat daar maar en zat daar maar en hij kon nix bedenken en er verscheen nix op het papier, nix wat de moeite van het lezen waard was, vond hij. Doorhalingen, alleen maar doorhalingen. Zijn vingers speelden met de pen, terwijl hij de doorgehaalde zinnen en brokstukken probeerde te herlezen. Alles bleef doods en zonder echo. Het was half elf ’s avonds. Sinds de middag had hij geprobeerd iets behoorlijks op papier te krijgen. Morgen moesten ze het hebben, hadden ze gezegd, morgen, en niet later. Meestal had hij zijn 27


stukjes in een soort halfslaap geschreven, met zijn gedachten ergens anders, het kon hem allemaal nix schelen. En als hij eens een keer iets geschreven had waar hij zelf van onder de indruk was geweest hadden ze daar nix van gemerkt en er nix over gezegd. Dat vond hij niet erg, het sterkte hem alleen maar in zijn overtuiging dat het geen verschil maakte wat hij schreef. Waarschijnlijk wordt het niet eens gelezen, dacht hij. En hij dacht: De tijd der schaduwen breekt aan. De tijd der schaduwen. Dat was een mooie zin, een goede zin, een goed begin. Maar dan, wat wil de lezer vervolgens weten? Hij had geen idee. Weer werd het stil in zijn hoofd. Hij gaapte. Wanhoop was gevaarlijk. Hij dacht aan die dikke man bij de Oost-Duitse grenscontrole. Terwijl de douanebeambten diens auto langzaam en nauwgezet ondersteboven haalden, had die man daar gestaan en steeds maar geroepen: nur keine Angst, nur keine Angst. Zo was het. Geen 28


angst, het komt allemaal goed. Morgen was nog een hele nacht verder. Hij had alle tijd. Geen angst. Inspiratie was iets voor amateurs, niet voor hem. Hij zette wat krabbels op het papier, geen letters, geen woorden, alleen maar gekrabbel. Alsof hij de pen probeerde. Probatio pennae mihi. Ze moesten eens weten wat deze meneer allemaal in zijn mars had. De pen was zijn antenne naar het hogere. Hij hoefde alleen maar op te schrijven wat de duif op zijn schouder hem dicteerde. Hij glimlachte en schreef: De tijd der schaduwen is nu aangebroken. â?Ś archief Mijn ganse leven heb ik verdaan met het schrijven voor geld en het schrijven voor nix. De productie in de afdeling geldschrijverij was gigantisch, en zodra het schrijven weer eens was gedaan en doorgefaxt, borg ik het manuscript in het ronde archief. Dat heette toen zo, er werd een prullenmand mee bedoeld en er werd altijd een beetje bij gelachen. Het schrijven voor nix gebeurde in een hoekje, in de stilte van de nacht, bij een klein lampje en met trage potloodstreken. Dit verstilde, nachtelijke werk bewaarde ik zorgvuldig, het waren immers zielenroerselen en die waren te teer en te uniek voor het ronde archief. 29


Later, veel later, kwam de computer, inclusief de mogelijkheid om met het grootste gemak fouten te maken, zo vaak en zoveel je wilde, om deze later met hetzelfde gemak te verbeteren. Met potlood en gum ging dat ook, reden waarom ik vasthield aan de gewoonte in mijn nachtelijke uren met de hand te schrijven, ver weg van de dreigend zoemende machine en de toetsenbordtechniek. Langzaam groeide de verzameling volgeschreven schriften en blocnotes.

En toen gebeurde het. Met deze verzameling in een dikke tas reed ik naar een uitgever in de grote stad. Ik keerde terug van de parkeermeter en moest vaststellen dat de tas intussen was gejat. Gewoon gejat en misschien wel gedumpt in een of ander rond archief. Verslagen reed ik naar huis, een man zonder tas en zonder verleden, verdwaald in grenzeloze wanhoop. U kunt zich echter niet voorstellen hoe groot de euforie was, toen deze existentiĂŤle ellende 30


omsloeg in opluchting over de herwonnen vrijheid. Niet meer gebukt onder een literair verleden, was er niets meer om mijzelf mee te identificeren en dat was een opluchting van jewelste. Ik dankte het lot en ik dankte de dief en ik trapte zingend het gaspedaal wat dieper in. Voortaan zou ik, tabula rasa, alleen nog maar oerend hard racefietsen en verder nix. Toen ik thuiskwam zag ik de tas. Hij stond op de plek waar ik hem had neergezet om hem vooral niet te vergeten. Als wraak voor de aanslag op mijn herwonnen vrijheid heb ik ’s avonds alles, tas en tekst, in de fik gestoken. Daarna pompte ik de banden van de fiets op tot hun maximale spanning. Wat geschreven was is geschreven en hoeft niet bewaard, hoeft niet gepubliceerd, hoeft niet door anderen gelezen te worden, want daar gaat het niet om. Zoals Evan Shipman zei: We need more true mystery in our lives. The completely unambitious writer and the really good unpublished poem are the things we lack most at this time. There is, of course, the problem of sustenance. ❦ show, don’t tellWat mij de laatste tijd nogal bezig houdt, is het veel gehoorde advies aan beginnende schrijvers of aan schrijvers die te lang van stof zijn: show, don’t tell. Dat is eenvoudig Engels, maar 31


ondanks dat, laat het zich niet eenvoudig vertalen. Wie het vertaalt als: ‘laat het zien, ga het niet vertellen’ mist de boot. Schrijven is altijd een gefixeerd vertellen, daar ontkom je niet aan. Maar als je het dan niet mag vertellen? Wat dan? Tja. Heel anders wordt het echter als we het show, don’t tell vertalen als: ‘laat het zien, ga het niet beschrijven’. Dan wordt het opeens een stuk duidelijker. Het verschil tussen laten zien en beschrijven is het verschil tussen zienswijze en standpunt, het verschil tussen inzicht en uitzicht, het verschil tussen beeldschildering en procesbeschrijving, het verschil tussen fotograferen en filmen, het verschil tussen emotie en ratio, het verschil tussen poëzie en proza. Dat is het verschil tussen het laten zien en het beschrijven. Wie iets wil laten zien met behulp van woorden krijgt het niet makkelijk. De structuur en de grammatica van onze taal lenen zich niet erg goed tot het beeldend schrijven, tot het schilderen van gedachten, zoals het Chinese karakter voor schrijven zich laat vertalen. We kunnen namelijk niet veel anders dan beschrijven. Elke zin is de beschrijving van een proces, van A naar B, van hoofdletter naar punt, van de voorgaande zin naar de volgende zin, en in elke zin loopt de tijd door. Deze procesbeschrijving kan alleen maar verduidelijkt worden door een dwingende volgorde der woorden: Tussen ‘Jan slaat Piet’ 32


en ‘Piet slaat Jan’ is een groot verschil. De volgorde der woorden is cruciaal.

In het Latijn is dat anders, zegt Paul o’Brien, een professor in Kentucky, die verstand van zaken heeft. Anders dan de westerse talen met hun keurslijf van woordvolgorde, is het Latijn in dit opzicht volkomen vrij, dankzij de vele naamvallen en de vele werkwoordsvormen, elk met een eigen modaliteit. Dit betekent niet dat de schrijver lukraak maar wat woorden achter elkaar kon zetten, in de veronderstelling dat het wel ontcijferd en begrepen zou kunnen worden. Integendeel, de schrijver diende zich nauwgezet bezig te houden met de rangschikking van de woorden en werkwoorden, want wat hij schreef was een verbaal mozaïek, in plaats van een procesbeschrijving. In het Rome van toen werd nauwelijks gelezen, er werd hoofdzakelijk geluisterd, en de enkeling die las, deed dat hardop. De tekst moest dus op het eerste 33


gehoor begrepen worden en wel door de mededeling te presenteren als een image, als een beeld met een krachtige visuele impact. Show, don’t tell avant la lettre. Rangschikking versus volgorde. Dat was een andere taal, een andere tijd, een andere mindset. De cultuur van de antieke oudheid was een visuele cultuur; die cultuur bleef bloeien in de Middeleeuwen, waar overigens de religie dankbaar gebruik van maakte, totdat op zeker moment een bepaalde stroming een abrupt einde maakte aan deze visuele cultuur. Ik doel op de Renaissance, de wedergeboorte van de nieuwe mens. Dat werd gestimuleerd door de ontwikkeling van de techniek: werktuigbouwkunde, geneeskunde, astronomie, bouwkunde, krijgskunde, cartografie – al dat soort bezigheden vroegen om abstracte denkprocessen en efficiënte procesbeschrijvingen. De Renaissance bracht de rationele mens. Daarmee verdwenen de wonderen uit de wereld. Het leven, voorheen verklaard in wonderen en beelden, moest plaats maken voor een reeks van beschrijfbare, rationele processen. De mens werd beschouwd als een rationeel denkend wezen en werd verondersteld rationeel te handelen. Dat is nog steeds niet helemaal in orde gekomen, ondanks Luther, ondanks de Beeldenstorm, ondanks het beroep op onze ratio. En ook al wil de mens graag als een door en door ratio34


neel wezen beschouwd worden, nog steeds hunkert hij stilletjes naar plaatjes in plaats van praatjes. Hij kon eerder kijken dan lezen. Daarom zijn de handleidingen van Ikea duidelijke plaatjes. Onze cultuur is deep down een beeldcultuur gebleven, omdat de mens het nu eenmaal in zijn genen heeft. Hij wordt voortdurend geconfronteerd met visuele impulsen en wordt er door geabsorbeerd. Zoals Kafka, die meer belangstelling had voor het kapsel van de dirigent dan voor de symfonie van Brahms.

Show, don’t tell. Dit advies is afkomstig uit de reclame. In het begin van de twintigste eeuw formuleerde een zekere reclame-guru, Barnard geheten, de slogan: ‘Een beeld zegt meer dan duizend woorden’. Om deze uitspraak een zekere eerbiedwaardigheid te verlenen, en daarmee het zegel van eeuwenoude waarheid, vermeldde hij dat deze uitspraak afkomstig was van Confucius. Wie zou het wagen hier aan 35


te twijfelen? Er was één slimmerik die hier iets tegen in schamperde: ‘Duizend en een woorden zeggen meer dan een beeld’, maar die was dan ook niet werkzaam in de reclame. Zelf zou ik zeggen: ‘Een beeld zegt meer dan duizend woorden’ als je een slechte schrijver bent. Intussen hangt dat show, don’t tell nog steeds als een molensteen om de nek van vele schrijvers. Want hoe doe je dat? We missen de visuele kracht en de mind-set van het Latijn, we moeten het doen met de procesmatige karakteristiek van onze taal. Zin na zin moeten we aaneenrijgen tot een dik boek, want dat zien uitgevers graag, ik vermoed in verband met eventuele verfilming. Luister naar Tsjechov. ‘Als je een maanverlichte nacht wilt beschrijven, moet je niet vertellen dat het een maanverlichte nacht was, maar moet je het maanlicht laten fonkelen in een kapotte fles op de dam bij de molen’. Tsjechov was dan ook een goede schrijver. Het is met taal als volgt: of de werkelijkheid voegt zich naar de taal, of de taal voegt zich naar de werkelijkheid. Dat laatste is journalistiek, het vertellen, het eerste is het ware schrijven, het laten zien. En lezen is wel aardig, maar je wilt er toch ook iets bij te kijken hebben. Dus: show by telling. Het uiteindelijke doel is om het alle twee tegelijk te doen. Zoals Baudelaire zegt: Sois toujours poète, même en prose. 36


Bekommer u niet om het resultaat. Want niemand weet hoe goed het had kunnen zijn. Of hoe slecht.

â?Ś hanno Zolang als ik hem ken is Hanno Merkelstein gedichtenschrijver. Zo noemt hij zich. De dames noemen hem dichter, de heren noemen hem schrijver. Die finesse is hem niet ontgaan, maar laat hem koud. Soms komt hij op bezoek. Zijn klompen laat hij buiten staan, zijn muts houdt hij op. Doordat hij een dynamische mimiek heeft, schuift de muts altijd omhoog, tot hij als een kaboutermuts bovenop zijn hoofd torent. Terwijl hij het ene na het andere zware sjekkie rookt, praat hij over de Libanon, waar hij zijn diensttijd heeft doorgebracht. Hij wil terug, hij wil niets liever dan terug, liever vandaag dan morgen. Maar vandaag is het daar al te 37


laat voor. Eigenlijk praat hij over nix anders. Nee, hier, in dit chagrijnige land heeft hij het niet naar de zin. Maar ja, een vriendin en kinderen, wat wil je. Als hij niet aan de Libanon denkt leest hij in de bijbel. Hij heeft ook wel andere boeken, maar die leest hij nooit meer. Hij schrijft ook geen gedichten meer. Het is op, zegt hij, het is gewoon op. En zo goed als het in de bijbel staat, zo kan ik het niet. En als ik het zo niet kan, is voor mij de aardigheid er af. Bovendien, het is op, gewoon op. Hij ziet er niet naar uit dat dit hem spijt. Hij is eerder opgelucht. Nooit meer die dames en die heren, dat moet inderdaad een opluchting zijn. Omdat hij geen auto heeft en ook geen rijbewijs, bracht ik hem wel eens naar een optreden. Over zijn gedichten heb ik geen mening. Ik luisterde niet werkelijk, ik keek naar zijn kaboutermuts en zijn klompen. Hij kleedde zich nooit om, velen zagen dat als een gimmick. Als hem daar naar gevraagd werd, antwoordde hij steevast: ‘Die klompen zijn het enige schoeisel dat ik heb. Ik ben zeer rijk, en dat wil ik zo houden.’ Hoe dan ook, zijn gedichten ontmoetten altijd veel bijval. Maar nu heeft hij zich dus uit de openbaarheid teruggetrokken, gedichten schrijft hij niet meer. Hij leest in de bijbel en denkt aan de Libanon. Eigenlijk is dat een voor de hand liggende combinatie: de bijbel en de Libanon. 38


Maar me dunkt, daar hoort toch het gedichtschrijven bij. â?Ś zwaar Ik wilde wel dat deze woorden zouden klinken als episch zwanengezang in de avondval maar het zijn de resten van rotsblokken ooit zwaar van betekenis, nu opgevreten door de tijd en de pitten als kiezelstenen uitgespuugd, nu door mij uitgestrooid over dit papier. Met moede hand. Denkend aan Virginia Woolf: I feel in my fingers the weight of every word. â?Ś

kalligrafie Met de Arabische kalligrafie is iets bijzonders aan de hand. Voordat dit bijzondere herkend en gewaardeerd kan worden, moet ik eerst iets vertellen over de conventies van het westerse schrift. Wij houden ons aan een gelijke x-hoogte der letters, de rechtlijnigheid van de regels en de rigiditeit van 39


een vaste regelafstand. Het geheel oogt strak en als langs een liniaal geschreven. Dat alles ontbreekt in een Arabische tekst. Daarom lijkt het in onze ogen vaak een grillige warboel. Hier en daar zien wij grote, dikke streken en tekens tussen het gekriebel en voor het overige kunnen wij er geen touw aan vastknopen. Maar nu komt het. In de Arabische kalligrafie kan men woorden die belangrijk zijn of die als steunpilaar in de tekst dienen, groter maken. Hoe groter, des te belangrijker. De tekst is zijn eigen illustratie. Dit betekent dat er geen verschil is tussen vorm en inhoud. Is dat niet prachtig? Vorm en inhoud zijn hetzelfde. Geen begin en geen einde. Als een dansende derwisj draait de betekenis rond en rond de kern. Terwijl wij hier eerst de horden van de woorden moeten nemen om enigszins te begrijpen wat er staat. En uiteindelijk: wat de schrijver heeft bedoeld. Dat Arabische kalligraferen is echter niet ieders stiel. De werkelijk goede kalligraaf stond en staat in allerhoogst aanzien. Lang geleden mocht hij in de binnenste kringen van het hof verkeren, en er is het verhaal van een meester-kalligraaf die door de kalief werd aangesteld als persoonlijk adviseur, maar in ongenade viel wegens vermeende subversieve activiteiten. Als straf voor het verraad werd hem de rechterhand afgehakt. De onverschrokken kalligraaf liet zijn pen aan de stomp binden en schreef verder en bereik40


te ongekende hoogten in zijn werk. Hij wordt nog steeds beschouwd als de allerbeste ooit. Zijn naam ben ik vergeten, is ook niet belangrijk. Wel belangrijk is dat de werkelijk goede schrijver blijkbaar niet met zijn hand schrijft, maar met zijn geest en vanuit zijn schouder. En de pen volgt. Zo zit dat met die Arabische kalligrafie. Ook hebben ze daar prachtige paarden en wonderschone dames, zo heeft men mij verteld. Allicht, er zijn ook schaduwkanten. Waar niet. � lijn 2 Als je iets wilt schrijven moet je woorden gebruiken. Dat is jammer. En lastig. Als ik bijvoorbeeld een totaal schokkende gebeurtenis wil vertellen die zich afspeelde in Amsterdam in tramlijn 2 in de jaren ’50, dan hebben alleen diegenen die lijn 2 van die jaren kennen hetzelfde beeld voor ogen dat ik voor

41


ogen heb: een motorwagen en een bijwagen, donkerblauwe ijzeren dozen op ijzeren wielen die in de bochten doordringend krijsten. Achterop rechts hing een rode brievenbus die bij het Centraal Station geleegd werd en links het bord met de Van Nelle-reclame voor koffie. De deuren aan de kant van de halte waren altijd open, een kaartje kon je bij de conducteur kopen. Een enkeltje kostte een dubbeltje. De man was ook belast met het luidkeels afroepen van de haltes: Cornelis Schuijt! P.C. Hooft! Leidschebosje! Denk om de bocht! Als je tegen hem zei: ‘de volgende halte graag’, dan trok hij aan een koord dat bij de trambestuurder een belletje deed tinkelen zodat deze wist dat hij bij de volgende halte stoppen moest. Bij de trambestuurder stonden altijd wel een paar mannen te zwijgen met het air van mannen die je nix meer hoefde te vertellen. Maar het mooiste was het brede open balkon in het midden van de bijwagen, met lage instap, zowel ingang als uitgang. Als je een ietsje te laat was en de tram had zich al in beweging gezet, draafde je een stukje mee, greep je vast aan de beugel langs de zijkant, nam een sprongetje naar binnen, stak een sigaretje op en stond dan tevreden te paffen totdat je bij de halte kwam waar je er uit wilde. De laatste lijn 2 van de dag ging naar de remise in de Havenstraat, als je mee wou kostte dat nix. Dit alles en nog veel meer bedoel ik met de woor42


den ‘lijn 2’, maar zoals gezegd, het heeft alleen betekenis voor diegenen die in de jaren ’50 in Amsterdam Zuid woonden en wel eens met de tram gingen. Alle anderen moet ik eerst van alles over lijn 2 vertellen, omdat de context van de gebeurtenis, de tijd en vooral die bijwagen, dat vereist. Dan is door al dat gehannes en gelazer met woorden voor mij de aardigheid er al lang af. En zo gaat het altijd. Daarom mijn advies aan beginnende schrijvers: begin er niet aan. ❦ schrijfcursus Want is het niet jammer dat alles wat wij aan het papier toevertrouwen, gedoemd is ten onder te gaan. De inkt verbleekt, het papier vergaat, of vreemde ogen lezen het, onthouden het, maken er goede sier mee onder eigen naam, of het verdwijnt onvindbaar tussen het oud papier, deelt zo het lot van elke eendagsvlinder. Laten wij daarom die roemloze teloorgang geen kans geven door al het papier dat wij beschrijven, zorgvuldig en grondig te begraven, gewikkeld in leer en geolied linnen, ontoegankelijk voor de tijd en voor smoezelige dievenhanden en nieuwsgierige blikken. Zo kan het geschrevene in stand gehouden worden. Nog een andere mogelijkheid is denkbaar, en wel deze: het papier leeg te laten en het te bezien als pro43


jectiescherm voor denkbeeldig diepe gedachten of humoristische verhalen. Men kan deze techniek ook toepassen door het papier te verwisselen voor een lege, witte muur. Als men eenmaal gewend is aan het ruimere formaat kan men de gedachten bovendien een vrijere loop laten, hetgeen meer geestelijke discipline vraagt, want de kans op onzin wordt groter naarmate men zich ongehinderd waant. Het gaat er immers in alle gevallen om dat men zich van zijn beperkingen bewust is, want alleen daarbinnen kan iets groots verricht worden. Onnodig te zeggen dat deze methode, de ruimte beschrijven met alleen maar gedachten, absoluut gevrijwaard is van verlies of bezoedeling of ongewenste blikken. Geen hacker kan er bij. Degene die toch prijs stelt op het zichtbaar maken van zijn gedachtengangen door middel van schrifttekens, beveel ik het volgende aan. Ga met een bezem en een emmer water naar buiten en beschrijf het plaveisel of de gevel van de eigen woning. Mocht de streek van de bezem te grof en te groot geoordeeld worden, dan kan men een brede kwast hanteren, de hypersensitieven zijn het meest gebaat bij een dun penseel. Hoe dan ook, het water zal opdrogen en verdwijnen, en niets zal er nog aan herinneren dat hier een groot schrijver bezig is geweest. Of een begenadigd dichter, kan ook. Kortom, wees als een indiaan en laat geen sporen na. 44


� nawoord Words are for meaning: when you’ve got the meaning, you can forget the words. (Chuang Tzu)

45


colofon In december 2016 verscheen De moedeloosheid van de schrijver door khop bij afdh Uitgevers, als digitaal bestand. Het is het Nieuwjaarsgeschenk van de uitgeverij. Redactie, eindredactie Paul Abels Boekverzorging/vormgeving Martien Frijns Beeldredactie Paul Abels Dit werk verschijnt alleen in een digitale vorm. Lezers die graag een geprinte editie van De moedeloosheid van de schrijver willen, kunnen contact opnemen met ons via info@afdh.nl. Wij mailen u gaarne een printbaar pdf-bestand.

46


POHK


De moedeloosheid van de schrijver