Page 1

bw.bidinald.4druk

28-01-2008

08:56

Pagina 1

Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk


bw.bidinald.4druk

28-01-2008

08:56

Pagina 2


bw.bidinald.4druk

28-01-2008

08:56

Pagina 3

a.l. snijders

Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk 336 zkv’s

afdh


bw.bidinald.4druk

28-01-2008

08:56

Pagina 4

Eerste druk, oktober 2006 Tweede druk, november 2006 Derde, verbeterde druk, maart 2007 Vierde, verbeterde druk, maart 2008

isbn 978 90 811180 8 8 Š 2006 A.L. Snijders, G. Mßller en AFdH Uitgevers te Enschede

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


bw.bidinald.4druk

28-01-2008

08:56

Pagina 5

inhoud 2001 7 2002 57 2003 257 2004 377 index 455


bw.bidinald.4druk

28-01-2008

08:56

Pagina 6

aantekening A.L. Snijders kreeg bekendheid als columnist van Het Parool en een vijftal regionale dagbladen. In 1992 verscheen zijn eerste bundel columns, aangevuld met brieven aan de hoofdredacteur, bij uitgeverij Thomas Rap. Er zouden er nog drie volgen. Zijn novelle De Incunabel verscheen in 1994 in de reeks Gelderse Cahiers. In 2001 begon A.L. Snijders zkv’s (zeer korte verhalen) te schrijven. Hij stuurde ze per e-mail aan enkele vrienden en kennissen. In dit boek zijn 336 zkv’s opgenomen die Snijders schreef in de periode 2001-2004. ‘Aap noot mens’, een beeldverhaal in 126 klarelijntekeningen, in het hart van dit boek, werd getekend door Gijs Müller. AFdH Uitgevers


bw.bidinald.4druk

28-01-2008

08:56

Pagina 7

2001


bw.bidinald.4druk

28-01-2008

08:56

Pagina 8


bw.bidinald.4druk

13.10

28-01-2008

08:56

Pagina 9

hek

Om de Spaanse camping El Pinar staat een hek. De camping ligt aan zee. Als je vanaf de camping in de richting van Egypte kijkt, moet je blik eerst een versperring van gaas nemen. Ik houd er niet van om over mijn huwelijk te praten, maar nu moet het even. ’s Avonds om tien uur verschijnen er twee mannen van middelbare leeftijd, die de drie openingen in het hek sluiten met een hangslot. De campinggasten kunnen langs deze weg niet meer naar het strand, en dieven en rovers moeten buiten blijven. Mijn vrouw denkt dat de twee mannen gedurende de nacht regelmatig hun ronde maken en ten slotte om zeven uur ’s morgens de drie poorten weer openen. Daardoor slaapt zij rustig. Zij vertrouwt de mensen, maar is ook op haar hoede. Ikzelf vertrouw de mensen minder, maar vreemd genoeg ben ik ook minder op mijn hoede. In het geval van El Pinar bijvoorbeeld denk ik dat de twee middelbare nachtwakers inderdaad volgens het contract met de kampleiding elk uur hun ronde moeten maken, maar dat ze dat niet doen. Ze gaan gewoon om half elf slapen en staan om kwart voor zeven op. Tot zover het huwelijk, nu nog iets over de negers. De gemeente Blanes heeft negers in dienst. Die komen elke ochtend, 7 keer per week, in uniform het strand schoonmaken. Meestal zijn het er vijf. Ze lopen met prikkers en een plastic zak achter een tractor met aanhangwagen. Als de zak vol is, gooien ze hem op de kar en pakken een nieuwe zak. Ook hier is iets merkwaardigs aan de hand. Op zondag heeft de tractor vrij, hij mag dan rusten. De negers komen wel. 9


bw.bidinald.4druk

15.10

28-01-2008

08:56

Pagina 10

minnaars Tegen de bergwand boven de oude stad (Blanes) ligt een tuin. Er zijn vele planten en bomen uit alle windstreken, in de negentiende eeuw verzameld door een man met een Duitse naam. Hij moet een fortuin gehad hebben en dat had hij ook. Er komen veel bezoekers. Ook twee Spaanse beroepsminnaars die twee Poolse meisjes aan de arm hebben. Er is niets mooiers dan de liefde, ze is zeker mooier dan ergernis. Ik erger me verschrikkelijk aan de minnaars. Ze zijn niet erg jong, een van hen is kalend. Hij doet erg zijn best, volgens de reputatie van de latin lover. Soms zingt hij wat Spaanse woorden, klapt in zijn handen en klakt met zijn hakken. De meisjes spreken alleen Pools, de mannen houden het bij Spaans. Ik kom ze nu tegen bij de Mexicaanse cactussen, dan bij de Oost-Afrikaanse vetplanten, en ook nog bij neppriÍlen en massa-wc’s. Mijn mening over het gezelschap schuift van de een naar de ander, aan het begin van de wandeling vind ik de meisjes zielig en de mannen cynisch, aan het eind van de wandeling hangen de bordjes anders. Bij een fontein staat een gedicht van Goethe in het Duits, de Spaanse vertaling ernaast. De kale minnaar draagt het gedicht gloedvol voor, ik begin hem te waarderen, vooral omdat de Poolsen verveeld de andere kant uit kijken. Een wereld van oude vormen breekt op een vlak industriebestaan. Ik ben getuige van een conventionele tragedie.

10


bw.bidinald.4druk

18.10

28-01-2008

08:56

Pagina 11

latour Mijn vader tenniste in het Vondelpark bij Festina en hield van Janácek. Mijn moeder tenniste ook bij Festina en hield van flirten. Op een zondagmorgen stond Frans LaTour voor de deur in de Raphaelstraat. Mijn vader deed open en vroeg wat hij moest. Hij kende LaTour van gezicht, hij tenniste ook bij Festina. LaTour vertelde dat hij het Janácek-genootschap wilde oprichten en vroeg of mijn vader lid wilde worden. Mijn vader zei ja en vervolgens ging LaTour weg, liep de Raphaelstraat uit naar de Apollolaan, langs het Van Heutszmonument, onder het Amsterdams Lyceum door naar de De Lairessestraat, waar hij woonde. Daar ging hij voor het raam van zijn vrijgezellenkamer zitten en keek naar het spaarzame verkeer. Een zondagochtend in 1955. LaTour was een kleine, onberispelijke man – matte gelaatskleur, donker haar, haakneus. Hij werkte op een accountantskantoor en las ’s avonds Couperus. Mijn vader hoorde nooit meer iets van het genootschap en bij Festina ontliep LaTour hem. Bij ons thuis in de Raphaelstraat rees het vermoeden dat mijn moeder na het tennissen iets te onbevangen had geflirt met LaTour. Overigens was mijn moeder zeer jaloers – als vrouwen belangstelling hadden voor mijn vader, stond ze op de bres. Dat bevorderde de huiselijke vrede niet en heeft mijn kijk op het leven sterk beïnvloed.

11


bw.bidinald.4druk

21.10

28-01-2008

08:56

Pagina 12

van heutsz Alleen als het partijbestuur hem ertoe zou dwingen, zou Theun de Vries bloemen leggen bij het Van Heutszmonument. Maar hij zou geen bezwaar hebben bloemen te leggen bij het standbeeld van Jerofej Paulszoon Chabarov,de stichter van de Siberische stad Chabarovsk. Terwijl Van Heutsz zich volgens Karel van het Reve waarschijnlijk fatsoenlijker gedragen heeft in Atjeh dan Chabarov in Siberië. Deze roeide zoveel mensen uit bij zijn veroveringen dat het de Russische regering in Moskou te gortig werd: in 1653 werden voor straf al zijn bezittingen geconfisqueerd. Van het Reve merkt hierover op dat men die dingen dialectisch moet zien. Mijn vrienden weten dat ik de betekenis van het woord ‘dialectisch’ niet kan onthouden. Ik vermoed dat het een woord is waar Harry Mulisch geen moeite mee heeft. Het Van Heutszmonument speelt een grote rol in mijn leven.Van 1943 tot 1958 zag ik het dagelijks en als kind badderde ik erin op warme zomerdagen. Frans LaTour, de oprichter van het Janácek-genootschap, was er aan het begin van de jaren zestig ook vaak te vinden, om naar jonge moeders te kijken. Zo heeft hij ten slotte het geluk gevonden waar hij meer dan vijftig jaar naar op zoek was.Hij trouwde met Kea Verkoren, een ongehuwde moeder van 25 jaar met een zoontje van drie. LaTour was toen 56. Ik ben een tegenstander van deze leeftijdsverschillen, maar dialectisch gezien is het waarschijnlijk beter dan niks.

12


bw.ill.bidinald

16-01-2008

16:05

Pagina 25


bw.ill.bidinald

16-01-2008

16:05

Pagina 26


bw.ill.bidinald

16-01-2008

16:06

Pagina 27


bw.ill.bidinald

16-01-2008

16:06

Pagina 28


bw.bidinald.4druk

29.10

28-01-2008

08:56

Pagina 13

jezus Na een uur kwam er een man binnen met drie knechten. Ze gingen bij het raam zitten dat uitkeek over de Westerschelde. Ze dronken bier. De man leerde de knechten vingerknippen. Ik zag dat hij mijn tandarts was. Ik vroeg wat hij deed. ‘Ik leer ze knippen met hun vingers, daarmee worden ze nieuwe mensen.’ Ik zei:‘Ziet, ik maak alle dingen nieuw.’ Hij keek me bevreemd aan. Ik zei:‘Jezus, dat weet je toch wel? Dat heeft Jezus gezegd.’ Hij keek me benauwd en niet-begrijpend aan. Na wat tastend en aarzelend praten bleek dat hij niet wist wie Jezus was. Mijn tandarts had nog nooit van Jezus gehoord! Hij was een vakman, hij was de beste tandarts die ik in mijn leven was tegengekomen, hij ontwierp auto’s in zijn vrije tijd, hij had een geavanceerde, computergestuurde draaibank, maar hij wist niet wie Jezus was. Omdat ik 65 jaar was geworden en iedere maand van de staat een ouderdomsbijdrage ontving, achtte ik het mijn plicht iets terug te doen. Ik legde hem uit dat Jezus was gekruisigd en daarna in een grot was gelegd, zo dood als een pier. En dat zijn vriendin, Maria van Magdala, hem na enkele dagen niet in zijn graf had aangetroffen, maar in de tuin zag lopen. Zij herkende hem aanvankelijk niet, zij hield hem voor de tuinman. Maar toen ze naar hem toe liep, zei hij: noli me tangere (raak me niet aan). De tandarts zei: ‘Waarom moet ik dit weten?’ Ik zei:‘Dit is het begin van een grote godsdienst, waar jij en ik en nog een paar miljard mensen in leven, nolens volens (niet willend willend).’ Het café was heel groot geworden. Ik wees naar boven en zei: ‘Het heelal is een grote 13


bw.bidinald.4druk

28-01-2008

08:56

Pagina 14

circustent, er worden verschillende nummers opgevoerd. Onze acrobaat heet Jezus.’ Daarna ging ik weg.Toen ik over de dijk liep, zag ik dat hij met zijn knechten over me praatte.

14


bw.bidinald.4druk

30.10

28-01-2008

08:56

Pagina 15

tacitus Zoals je weet heb ik het Spinoza Lyceum bezocht. Omdat ik niet kon leren, was ik een zeer middelmatige leerling. Maar toch heb ik op die school heel wat opgestoken. Opsteken is kennelijk iets anders dan leren.Ik weet bijvoorbeeld de betekenis van de Latijnse werkwoorden velle en nolle.Velle betekent willen,en nolle betekent niet-willen. Als ik me goed herinner, is nolle een samentrekking van non en velle. Nolens volens betekent dus niet-willend willend, oftewel tegen wil en dank. Als dank voor de lessen op het Spinoza Lyceum lees ik voor het slapen gaan en daarna bij slapeloosheid de Jaarboeken van P. Cornelius Tacitus. De leraren vertelden altijd dat Tacitus een groot schrijver was door zijn bondigheid. Dat is zo, maar nog belangrijker is dat hij niet gevoelig schrijft. Gevoelig schrijven is een grote pest, het is een vorm van hysterie.Tacitus schrijft over de verbanning van Sempronius Gracchus naar het eiland Cercina in de Africaanse Zee. Hij leeft daar veertien jaar in doodsangst.‘Toen werden soldaten op hem afgezonden, die hem op een in zee uitstekend deel van het strand vonden, terwijl hij niets dan onheil voorzag. Bij hun aankomst verzocht hij een weinig tijd om zijn laatste bevelen in een brief aan zijn vrouw Alliaria te geven, en stak toen zijn nek aan zijn moordenaars toe.’ Deze Sempronius Gracchus was niet voor niets verbannen, hij deugde niet. Hij kwam uit een aanzienlijk geslacht en had een schrandere geest, maar was op het slechte pad geraakt. Daarom schrijft Tacitus:‘Door de welberadenheid in zijn dood de naam van Sempronius niet onwaardig, was hij in zijn leven daarvan ontaard.’ 15


bw.bidinald.4druk

2.11

28-01-2008

08:56

Pagina 16

bakker Op een heldere en koude herfstmorgen ga ik naar de dokter. Naast me in de wachtkamer zit een man die over de kou praat. Ik zeg dat op IJsland de worteltjes twee gulden vijftig per stuk kosten. De dokter luistert naar mijn klacht en stelt vast dat ik aan het Syndroom van Tietze lijd. Hij zegt erbij dat hij deze diagnose uit zijn mouw schudt, wat mij geruststelt. Hij belt de secretaresse van de specialist en maakt een afspraak voor me. Tegenover de dokterspraktijk maakt de bakker op de stoep een apparaat schoon met een hogedrukspuit. Ik weet dat zijn toen minderjarige zoon ooit de bakkersauto heeft geleend en als een gek door naburige dorpen is gaan rijden. Naast hem zat een schoolvriendje dat ook wel eens avontuurlijk wilde leven, hij woonde alleen met zijn moeder, ze leefden van een kleine uitkering. De bakkerszoon reed de auto met grote vaart tegen een boom. Het schoolvriendje stierf ter plekke, de bakkerszoon overleefde. Als de moeder van de dode jongen de bakkerszoon op straat ziet lopen, voelt ze behalve groot verdriet ook bittere wrok. De zon schijnt op de witte kleren van de bakker die in een waaier van fijne druppels staat. Ik verbaas me erover dat de buitenkant van de dingen zoveel verbergt.

16