Page 1

Nat ‘King’ Cole (1919-1965)

bw.henkromeinmeijer.indd 1

23-08-11 11:28


James P. Johnson (1894-1955)

bw.henkromeinmeijer.indd 2

23-08-11 11:28


A Love Supreme

bw.henkromeinmeijer.indd 3

23-08-11 11:14


Billie Holiday (1915-1959)

bw.henkromeinmeijer.indd 4

23-08-11 11:29


A Love Supreme Jazzstukken van Henk Romijn Meijer

Ge誰llustreerd met lp-hoezen uit zijn platenkast

Samenstelling Gerben Wynia Inleiding Bert Vuijsje

afdh Uitgevers

bw.henkromeinmeijer.indd 5

23-08-11 11:14


Inhoud Inleiding 9

bert vuijsje

Over jazzmuziek 13 Oprichting Quintette du Hot Club de France herdacht 21 King of Swing [benny goodman] 23 De geest van de jazz 26 Jazz 87 28 Bernlefs Jazz 29 Miles van vlakbij 34 Boodschapper van de verbeelding [art blakey] 35 Oscar Peterson op cd 43 The Sound [stan getz] 44 Portrait of the Artist 46 Dizzy’s Big Bang 49 One More Steph’, One More! [stéphane grappelli] 51 De banvloeken van Zijne Heiligheid Hugues i [hugues panassié] 54 Coltrane! Coltrane! 57 Buigen zonder barsten [miles davis] 68 ’t Is niet alleen die muziek, ’t is ook die mensen… 72 Duke Ellington ‘Love You Madly’ 74 Eindspel 77 Jazz top-10 80 The Brute laat nog eens van zich horen [ben webster] 81 Een verlegen gitarist [wim overgaauw] 84 Domweg gelukkig in de Wagenstraat 91 Lex van Wijk 94 Een man bij stukjes en beetjes [lester young] 95 Een jazzhug in San Francisco 98 Een geknakte asperge die neerzijgt [bill evans] 102 Speel door, Herbie, speel door! [herbie hancock] 105 Een blauwe golf [mildred bailey] 108 Nedly’s Workshop [nedly elstak] 120 Ze werden groot, maar het ging niet over 127

in gesprek met henk romijn meijer & fred van doorn

Jazz in het werk van Henk Romijn Meijer 141 Bronvermelding 141 Verantwoording foto’s en illustraties 141

bw.henkromeinmeijer.indd 7

23-08-11 11:14


Decca Presents Gems Of Jazz. ‘Een van de vroegste heruitgaven op Decca. Jaren ’30-jazz in een nieuw jasje.’

bw.henkromeinmeijer.indd 8

23-08-11 11:14


9

Inleiding Henk Romijn Meijer is bekend als auteur van hooggeprezen romans zoals Mijn naam is Garrigue (1983), Oprechter trouw (2001) en Verhoudingen (2007). Maar daarnaast was hij een gedreven jazzliefhebber, die daar in woord en muziek uiting aan gaf. Als amateur-gitarist speelde hij jarenlang graag mee tijdens jam-sessies in Amsterdamse cafés of in de buurt van zijn Franse huisje aan de Dordogne. En ook in zijn boeken komt de jazz geregeld aan bod. Naakt twaalfuurtje, de verzameling essays en polemieken die in 1967 uitkwam, bevat een mooi portret van saxofonist Yusef Lateef: Brother Yusef. In de bundel Stampende mussen uit 1980 zijn twee verhalen voor een belangrijk deel aan de jazz gewijd: Uptown downbeat, dat zich in Amerika afspeelt, en de hilarische impressie van de Nederlandse impro Absolutely free! In 1986 verschenen Henk Romijn Meijers jazzherinneringen onder de titel Een blauwe golf aan de kust (een kinderlijke verwijzing naar de eerste jazzplaat die hij als elfjarige bezat, zangeres Mildred Bailey’s Gulf Coast Blues). In dat jaar interviewde ik hem voor de Volkskrant over zijn jazzliefde, een dubbelgesprek met Fred van Doorn, die toen net zijn boek Lost heroes: de vergeten helden van de jazz had gepubliceerd. ‘Ze werden groot, maar het ging niet over’, luidde de kop boven het stuk, dat ook achter in dit boek staat afgedrukt. En dat was inderdaad de strekking: jazz als levenslange jeugdpassie. ‘Ik groeide op in Zwolle, in een christelijk milieu waar jazz een soort heidense muziek was’, vertelde Henk Romijn Meijer. ‘Dominees preekten in 1930 nog van de kansel tegen jazz als muziek van de barbaren. Voor mij was jazz dus een soort protest, geen georganiseerd protest maar een protest van binnenuit tegen je omgeving.’ ‘Voor mij is jazz ook altijd de poging geweest om het zelf te doen. Ik studeerde klassiek viool en dat vond ik wel leuk, maar als ik naar jazz luisterde dacht ik: goddomme, dat wil ik zelf ook spelen. Dat had ik niet als ik een sonate van Mozart hoorde. Ik ben jazzgitaar gaan spelen, maar dat heb ik

bw.henkromeinmeijer.indd 9

tussen de straatstenen uitgekrabd, kun je wel zeggen. Er was absoluut niemand die je kon helpen.’ Hij noemde zijn eigen jazzgeschriften ‘voor mijn part een autobiografie aan de hand van jazz’. ‘Het is geen jazzkritiek, het is geen jazzgeschiedenis, het is een poging om iets terug te winnen van het enthousiasme dat je toen bezielde. Die eerste ervaringen, het soort opwinding dat je hebt als je het voor het eerst hoort en het heel langzaam begint te begrijpen – dat is verloren, vind ik hoor, dat komt niet terug.’

Romijn Meijers eerste bundel bevatte 25 jazzstukken en verscheen in 1986.

23-08-11 11:14


10

Dit boek biedt 30 niet eerder gebundelde jazzstukken van Henk Romijn Meijer, vrijwel allemaal geschreven na de verschijning van Een blauwe golf aan de kust. Het vormt dus in feite deel twee van zijn jazzautobiografie. De belangrijkste uitzondering is een document dat na zijn overlijden opdook: ‘Over Jazzmuziek’, door de toen 19jarige redacteur H. Meyer gepubliceerd in De Lyceïst (Officieel Orgaan van de Zwolse Lyceïstenbond) van maart 1949. Het is een apologie van de jazz zoals ze in die jaren wel vaker werden geschreven, een enigszins bedeesde bestrijding van het idee dat jazz ‘ketelmuziek’ of zelfs ‘gedegenereerd’ zou zijn. Ik denk dat Henk Romijn Meijer, teruglezend wat hij in 1949 schreef, zou zeggen dat hij zich toen nog onvoldoende had ontworsteld aan de invloed van de reactionaire jazzpaus Hugues Panassié, die hij in dit boek zo kleurrijk portretteert in ‘De banvloeken van Zijne Heiligheid Hugues i’. Toch valt er ook al iets van zijn ware jazzpassie te proeven in zijn oproep aan de serieuze muziekliefhebber om na ‘de zoveelste van Beethoven of de zoveelste van Mahler’ ook eens naar Duke Ellington te luisteren en te ontdekken dat ‘Black and Tan Fantasy door de eerlijkheid en de volstrekte overgave der musici vaak aangrijpender klinkt dan welk gladgeschaafd Mahler-programma ook maar’. Zijn conclusie: ‘...iedere nieuwe vertolking schept nieuwe verrassingen, zowel voor luisteraar als voor artiest, in iedere vertolking legt de jazzspeler zijn gehele ziel en hij heeft in het musiceren even veel plezier als de begrijpende luisteraar in het luisteren.’ Wie de 30 hierna volgende stukken in onderlinge samenhang leest, leert de gepassioneerde jazzliefhebber Henk Romijn Meijer inderdaad persoonlijk kennen. Ik heb hem de laatste drie decennia van zijn leven geregeld ontmoet, een enkele keer ook met hem samengespeeld (hij als redelijke amateur-gitarist, ik als gebrekkige saxofonist), en het beeld dat ik tijdens die dertig jaar van hem heb gevormd, wordt in dit boek getrouw bevestigd. Anders dan veel jazzliefhebbers was Henk Romijn Meijer geen allesweter die alle muzikantennamen, titels van composities, opnamedata en zelfs matrijsnummers feilloos paraat had. Maar ook anders dan veel jazzliefhebbers bezat hij wel een grondige muzikale kennis, als luisteraar en muzikant.

bw.henkromeinmeijer.indd 10

Dat lees je bijvoorbeeld terug in de moeiteloze manier waarop hij de violisten Stéphane Grappelli en Yehudi Menuhin tegenover elkaar zet: ‘Grappelli verdubbelt het tempo, modulerend van D groot naar G, hij improviseert met zijn bekende meesterlijke beheersing en wanneer Menuhin de acht maten van de bridge voor zijn rekening neemt is het meteen een drukte van jewelste. [...] Hij speelt geen jazz, zoals Grappelli met zijn toon en streek geen draaglijke Brahms kan spelen.’ Ongewoner nog was het open oor dat Henk Romijn Meijer zijn leven lang hield voor nieuwe muzikale ontwikkelingen. Hoeveel jazzliefhebbers die waren opgegroeid met de dogma’s van Hugues Panassié luisterden met nieuwsgierige interesse niet alleen naar de bop van de jaren veertig en vijftig maar ook naar de radicale free jazz uit de jaren zestig? ‘Ik heb Ornette Colemans vroege muziek recent weer eens beluisterd’, schrijft hij in 1995, ‘en ik was verbluft over het springlevende ervan, het vindingrijke, springerige, swingende, de prachtige melodietjes, de gedurfdheid van het samenspel, en de humor – zo nieuw in die dagen en toch ook weer zo dichtbij de traditie.’ Henk Romijn Meijer maakte in het dagelijks leven een bescheiden, om niet te zeggen verlegen indruk. Met des te meer verbazing en bewondering lees ik hoe hij, ook zonder journalistiek voorwendsel, puur als liefhebber, tijdens bezoeken aan Amerikaanse jazzclubs in vriendelijk gesprek wist te raken met de beroemdste musici. ‘Het is heel gek om op die manier in contact te komen met je helden’, vertelt hij in het dubbel-interview. ‘Je voelt je weer een jongetje dat de bekende vervelende vragen aan zijn idool stelt, zo van: “Ik heb u toen en toen gehoord, weet u nog?”’ Toch werd Yusef Lateef een echte vriend, en ook met de broers Cannonball en Nat Adderley kon hij het goed vinden. Alleen met Miles Davis lukte het niet, want die ‘zat voornamelijk boos voor zich uit te kijken’. Behalve jazzkenner en amateur-jazzmuzikant was Henk Romijn Meijer natuurlijk primair schrijver, en ook dat stempelt hem tot een bijzondere jazzscribent. Deze bundel geeft uitvoerig blijk van zijn literaire gaven, bijvoorbeeld in de korte karakteristieken die een muzikant in één keer neerzetten, niet minder effectief dan zijn be-

23-08-11 11:14


roemde collega Whitney Balliett het in The New Yorker placht te doen. Oscar Peterson: ‘...hier zat een powerhouse dat klappen uitdeelde en hindernissen nam, een levensgenieter die wie vermoeid was of aan twijfel onderhevig in het zadel hielp en nieuw leven inblies, kreunend achter de toetsen.’ Miles Davis en Kind of Blue: ‘En hier en nu ging van de ijle gestopte trompet bij het geroezemoes van de studenten een onweerstaanbare dwang uit om te luisteren. Het was muziek waar je dichtbij wilde zijn: waar zat die man die zo indringend, zo voorbeeldig langzaam kon spelen? Alles moet anders, leek hij in een paar woorden te zeggen.’ Misschien wel het mooiste stuk in het boek zou ik eigenlijk in zijn geheel moeten citeren: ‘Een man bij stukjes en beetjes’, waarin Henk Romijn Meijer op onnavolgbare wijze de vraag oproept of Lester Young werkelijk heeft bestaan. ‘Hijzelf is daarvan niet zo zeker, lijkt hij te willen zeggen. Er is iets mis, waar hij zich ook bevindt. In een ballad als “These Foolish Things” lijkt hij te vragen waarom hij in een verkeerde wereld verzeild is geraakt. Is zijn aanwezigheid geen vergissing, geen misverstand dat hij in zijn muziek probeert te doorgronden en recht te zetten?’

11

Op 23 februari 2008 stierf Henk Romijn Meijer, nog maar 78 jaar oud. De jazzmuziek verloor een van haar dierbaarste minnaars. Maar zijn jazzliefde leeft voort in dit boek. Bert Vuijsje Amsterdam, juli 2011

Bert Vuijsje (l.) en Henk Romijn Meijer (2003) Foto: Egbert de Bloeme.

bw.henkromeinmeijer.indd 11

23-08-11 11:14