Issuu on Google+

JAARGANG 6, NUMMER 1, MEI 2006

&

Groen Ruimte

Projecten met draagvlak

Carlos Ceelaert: 'DLV Groen & Ruimte bezit expertise die wij niet hebben'

Ambassadeur Huib Sinke: ‘Kennis en ervaring DLV Groen & Ruimte uniek’


Inhoud

Colofon

Pagina 2 Inhoud Colofon Onderzoek naar gesloten stikstofkringloop op Texel 3 Voorwoord Ruimte voor ondernemen in het buitengebied 4 Even voorstellen... Groen & Ruimte bij de koplopers... 5 Column Vergoedingsnormen voor vernatting landbouwpercelen 6 Wel of geen hoger zomerpeil in veenweidegebieden Interview met Huib Sinke 8 Klant aan het woord

Groen & Ruimte

Onderzoek naar gesloten stikstofkringloop op Texel

2

DLV Groen & Ruimte bv is een onafhankelijk adviesbureau en richt zich op projecten in de groene ruimte op het gebied van Bodem, Water, Natuur en Landschap. Colofon mei 2006, 6e jaargang nr. 1 Groen & Ruimte verschijnt drie keer per jaar. Oplage 5000 exemplaren. Een uitgave van DLV Groen & Ruimte bv De Drieslag 25, 8251 JZ Dronten tel 0321 - 388810 fax 0317 - 491449 internet www.dlvgroenenruimte.nl email dlv.groen.en.ruimte@dlv.nl Redactie Ruud Mantingh, eindredacteur Harmke de Groot, Miriam van Meeteren, Rutger Munters, Endah Nuringsih en Maureen van der Schaaf.

DLV Groen & Ruimte en Witteveen + Bos bestuderen de mogelijkheden voor een zo veel mogelijk gesloten stikstofkringloop op Texel. Belangrijk hierbij is ook het draagvlak bij partijen die de voorgestelde activiteiten kunnen en willen overnemen.

Redactieadres: h.de.groot@dlv.nl

De opdracht voor het onderzoek is afkomstig van de afdeling Landbouw van het VROM-directoraat generaal Milieubouw en komt voort uit het werkprogramma ‘Integraal Stikstof’. Het onderzoek is inmiddels gestart, onder aansturing van een klankbordgroep van individuele boeren, LTO Noord en de Stichting Duurzaam Texel. Eind september 2006 zijn de resultaten van het onderzoek bekend.

Vormgeving Grafisch Centrum Horst

In het onderzoek komen alle agrarische sectoren, bedrijven en relevante activiteiten, inclusief agrarisch en particulier natuurbeheer aan bod. Het accent ligt dus op de brede stikstofkringloop: naast onder meer de aanvoer van kunstmest, organische meststromen en ammoniakdepositie ook stikstof van andere oorsprong, zoals snoeiafval, bermmaaisel, huishoudelijke stromen (onder andere slib uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en gft) en eventuele industriële bijdragen (bijvoorbeeld bierbostel). Waar relevant, wordt ook het energieaspect - bijvoorbeeld bij vergistinginstallaties van mest - en de kringloop van fosfaat en kali meegenomen. Daarnaast biedt het onderzoek ruimte voor goed onderbouwde voorstellen om

te kijken naar problemen, interacties en oplossingen die te maken hebben met natuur, recreatie en waterbeheer. Ook de uitvoering van een ecologische en economische analyse van activiteiten die kunnen bijdragen tot een gesloten stikstofkringloop vormt een belangrijk onderdeel van het onderzoek. Met het onderzoek willen DLV Groen & Ruimte en Witteveen + Bos zo veel mogelijk aansluiten bij al uitgevoerde studies en andere initiatieven op het eiland. Het is de bedoeling dat het onderzoek concrete en haalbare activiteiten oplevert die lokale particulieren of partijen zelf kunnen oppakken en verder uitwerken. De studie bestaat uit drie fasen: 1. Inventarisatie van de huidige situatie, waarin we een systeembeschrijving en kwantificering van de stikstofstromen uitvoeren; 2. Analyse van de mogelijkheden om deze stikstofkringloop zo veel mogelijk te sluiten en het voorstellen van maatregelenscenario’s; 3. Beschrijving van de effecten van de geselecteerde scenario’s en de financiële, juridische en sociaaleconomische haal-

Columnist Eibert Jongsma

Aan deze Groen & Ruimte werkten verder mee: Jan van Berkum, Marinus van Dijk, Everhard van Essen, Journalist Anton Logemann (Citaat), Ruud Mantingh, Rutger Munters, Leonore Noorduyn (Citaat) en Peter Sloot. De totstandkoming van Groen & Ruimte is naar beste weten en met de grootste zorg uitgevoerd. DLV Groen & Ruimte kan evenwel niet instaan voor de juistheid en de volledigheid van de berichten in Groen & Ruimte en is dan ook niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan als gevolg van onjuistheid, onvolledigheid of onrechtmatigheid van de berichtgeving in Groen & Ruimte. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de redactie. ■

baarheid (draagvlak) ervan. Bent u benieuwd naar onze aanpak, dan kunt u contact opnemen met Peter Sloot, via 06 53 70 37 43 of p.h.m.sloot@dlv.nl. ■


Voorwoord Beste lezers,

Voor Gebiedsontwikkeling is lef nodig. Onze ambassadeur Riek Bakker zegt in een column in het boek “Nederland boven water, praktijkboek voor Gebiedsontwikkeling” dat Gebiedsontwikkeling “geen vak voor bange mensen is”. Anderen heb ik hetzelfde horen zeggen. Ook bestuurlijke moed, persoonlijke inzet en een duidelijke wil om zaken verder te krijgen en daar ook naar te handelen zijn randvoorwaardelijk, aldus Bakker.

Dit zijn ervaringen die ik vanuit ónze praktijk van Gebiedsontwikkeling alleen maar kan onderschrijven, waarbij ik constateer dat er steeds meer bestuurders en ambtenaren zijn die hun verantwoordelijkheid nemen en ook daadwerkelijk keihard trekken aan de vitalisering van ons buitengebied. Toch zijn er nog steeds mooie initiatieven die stuk lopen op gebrek aan durf en initiatief. Sta in uw kracht denk ik dan en wees niet bang voor het onbekende! Als ondernemer ervaar ik wat die kracht je oplevert! Trots en passie, het zijn voor mij kernwoorden geworden. Leest u bijvoorbeeld maar eens over die mooie projecten waar wij aan werken.

Ruud Mantingh

Onlangs woonde ik de “Spiegeldag 2006” bij. Deze dag stond in het teken van Regionale Gebiedsontwikkeling. Als ik de ontwikkeling van DLV Groen & Ruimte in de afgelopen jaren voor de geest haal, dan zijn we dé Gebiedsontwikkelaars geworden van het landelijk gebied.

Zou het dan toch nog goed komen met ons buitengebied? Ruud Mantingh Algemeen directeur ■

Projectberichten

Ruimte voor ondernemen in het buitengebied

Het stappenplan begeleidt de initiatiefnemer op een heldere manier bij het te volgen proces in het kader van de regelingen. Het stappenplan bevat diverse ‘beslismomenten’, waarop wordt bekeken hoe het proces loopt en of er voldoende zicht is op haalbare vervolgstappen. Belangrijke beslisfactoren zijn bijvoorbeeld planologische en financiële haalbaarheid. DLV Groen & Ruimte kan initiatiefnemers breed ondersteunen door samen te werken met specialisten op het gebied van subsidies (DLV Subsidieadvies), taxaties en onroerend goed (DLV Makelaardij), bouwbegeleiding (DLV Bouw, Milieu en Techniek) en externe financieel specialis-

ten. Daarnaast kan DLV Groen & Ruimte gemeenten begeleiden. Bijvoorbeeld bij het opstellen van beleid, maar ook bij de beoordeling van aanvragen - van beide regelingen - op onder meer reeds vastgesteld beleid, landschappelijke inpassing en cultuurhistorie. Rood voor Groen In ruil voor een inspanning ten gunste van de natuur krijgt een initiatiefnemer planologische medewerking voor het oprichten van een woongelegenheid ‘met allure’. Globaal geldt dat een x aantal hectares landbouwgrond zonder gebruik te maken van subsidies omgezet wordt in natuur. In ruil daarvoor mag de initiatiefnemer

nieuw ‘rood’ bouwen. Elke provincie heeft hiervoor haar eigen richtlijnen, daarnaast hebben gemeenten vaak nog aanvullend beleid op dit gebied. Rood voor Rood Deze regeling is in het leven geroepen om te stimuleren dat landschapsontsierende bebouwing verdwijnt uit het buitengebied. Ook bij deze regeling krijgt de initiatiefnemer planologische medewerking voor nieuwe bebouwing (‘rood’). Verder wordt bij deze regeling een extra prestatie gevraagd in de vorm van ruimtelijke kwaliteit. Een aandeel van de meerwaarde van het nieuwe rood moet hiervoor worden aangewend. Per gemeente kan het beleid ten aanzien van Rood voor Rood verschillen. Bent u benieuwd naar onze aanpak, dan kunt u contact opnemen met Rutger Munters via 06 531 517 38 of r.munters@dlv.nl. ■

Groen & Ruimte

Rood voor Groen en Rood voor Rood zijn twee regelingen die zeer actueel zijn in het buitengebied. Beide bieden eigenaren van onroerend goed (extra) planologische ruimte om te ondernemen in het buitengebied. DLV Groen & Ruimte heeft een ‘stappenplan’ ontwikkeld om deze mensen te ondersteunen bij de realisatie van hun plannen. Daarnaast is goede en regelmatige communicatie met belanghebbende partijen als gemeente en provincie onontbeerlijk. Ook daarbij kan DLV Groen & Ruimte een belangrijke rol spelen.

3


Even voorstellen...

Groen & Ruimte bij de Koplopers…

Tijdens mijn studie heb ik mij vooral bezig gehouden met het ontwerpen van beheersmaatregelen voor bodem en water met een sociaal-economische draagvlak, afgemeten op de locale situatie. Dit onderwerp heb ik bestudeerd aan de hand van de algemene problematiek in ontwikkelingslanden en Europa en de locale praktijk in Nederland. Mijn eerste thesis bestond uit een onderzoek naar sedimentatie en natuurontwikkeling in een waterbergingsgebied op voormalige landbouwgrond langs het Brabantse beekje De Beerze. Daarna heb ik voor Dienst Landelijk Gebied-Oost de waterbeleidsstructuur in Nederland geanalyseerd en de rol van DLG daarin. Ik hoop mijn studie in november dit jaar geheel af te ronden. Naast mijn werk en studie roei ik fanatiek en maak ik deel uit van de nationale lichte damesselectie. Vorig jaar werd ik nationaal kampioen in de skiff en behaalde ik in de dubbelvier de vijfde plaats op de wereldkampioenschappen in Japan. Om de trainingen met mijn baan te kunnen combineren werk ik parttime. Ik ben DLV Groen & Ruimte dan ook zeer dankbaar dat ze mij willen ondersteunen in mijn sportieve prestaties en ik kijk uit naar een succesvolle samenwerking. ■

Mijn naam is Bastiaan Beentjes en sinds april 2006 werk ik als junior adviseur bij DLV Groen & Ruimte. In november 2005 ben ik afgestudeerd aan Wageningen Universiteit en ik ben dus ‘vers van de pers’. Ik heb een master gevolgd in de Landinrichtingswetenschappen (Master Landscape Planning and Design) met als specialisatie Ruimtelijke planning, waarbij ik me heb geconcentreerd op planologie, landschap en cultuurhistorie. Binnen deze brede insteek heb ik mij vooral verdiept in planvormingsprocessen in het landelijk gebied. Voor mijn scriptie heb ik twee planprocessen zeer gedetailleerd geanalyseerd, waardoor ik veel geleerd heb over het opzetten en begeleiden van dit soort processen. Ook heb ik veel aandacht besteed aan cultuurhistorisch onderzoek en het gebruik van cultuurhistorie in de planologie. Voor mijn tijd in Wageningen heb ik aan het Van Hall Instituut in Leeuwarden een opleiding gevolgd over planvorming in het landelijk gebied, met als specialisatie natuur en landschap. Ik verheug me erop mijn kennis van planprocessen in combinatie met (praktisch) inhoudelijke kennis nu in de praktijk te brengen bij projecten van DLV Groen & Ruimte. Het functioneren als intermediair tussen beleid en praktijk en het creëren van draagvlak voor deze projecten vormen vanaf nu mijn nieuwe uitdaging. ■

Linde Verbeek

Groen & Ruimte

4

Bastiaan Beentjens

Op 1 mei ben ik, Linde Verbeek, in dienst getreden als junior adviseur bij DLV Groen & Ruimte. Daarvoor liep ik ter afronding van mijn studie Internationaal Land- en Waterbeheer aan de Wageningen Universiteit sinds december 2005 al stage bij Groen& Ruimte.

DLV Groen & Ruimte is er in geslaagd om – binnen een consortium onder leiding van Witteveen+ Bos en TAUW, twee belangrijke ‘koploper’-projecten binnen te halen. Het betreft de planstudies voor de Scheller- en Olderneler Buitenwaarden aan de IJssel bij Zwolle en die voor de Overdiepse Polder aan de Bergsche Maas bij Waalwijk. Met de planologische kernbeslissing (PKB) ‘Ruimte voor de rivier‘ wil het kabinet de veiligheid in het rivierengebied op orde houden. De Overdiepse Polder is één van de eerste projecten op het gebied van rivierverruiming en levert, eens in de 25 jaar, een waterstandsdaling op van ca 30 cm. Het uit te werken plan - ook wel het ‘terpenplan’ genoemd - is gebaseerd op een idee van de bewoners in de polder. Dit betekent dat aan de nieuwe hoogwaterkerende dijk terpen worden gebouwd voor de gebouwen van de agrarische bedrijven. De provincie Noord-Brabant voert de planstudie uit in samenwerking met gemeenten, waterschap, betrokken ministeries én de bewoners en eigenaren. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat neemt op basis van een advies van de provincie uiterlijk in 2008 een definitief besluit over de uitvoering van het project. Naast de reeds genoemde adviesbureaus maken ook Bosch Slabbers en BügelHajema deel uit van de combinatie. DLV Groen & Ruimte is verantwoordelijk voor de landbouwkundige aspecten en de communicatie met de bewoners en gebruikers van de polder. In volgende nummers van ons magazine zullen we zeker op de hoogte houden van voortgang in deze projecten. Voor nadere informatie kunt u contact op nemen met Peter Sloot, DLV Groen & Ruimte, p.h.m.sloot@dlv.nl. ■


Projectberichten

Voor de Brabantse waterschappen en de provincie Noord-Brabant heeft DLV Groen & Ruimte een vergoedingssystematiek ontwikkeld voor de zogeheten natte natuurparels. Met deze gegevens in de hand is het een stuk eenvoudiger geworden te bepalen wat de eventuele schade op een perceel is. ‘Natte natuurparels’ zijn belangrijke, waterafhankelijke natuurgebieden. Een groot deel van deze gebieden heeft te kampen met verdrogingsproblemen. Onderdeel van de reconstructieplannen is dat de hydrologische situatie in en rond deze gebieden hersteld moet worden. Een verhoging van de grondwaterstand tot aan de rand van een natuurgebied heeft echter ook effect op de grondwaterstand van de omliggende landbouwgrond. In het verleden zijn hydrologische berekeningen uitgevoerd om dit effect op de omgeving in beeld brengen. DLV Groen & Ruimte heeft deze resultaten voor de Brabantse waterschappen en de provincie Noord-Brabant vertaald in een vergoedingensystematiek. Voor verschillende combinaties van bodemtype, gewas en grondwaterstanden (zowel gemiddeld hoogste grondwaterstand als gemiddeld laagste grondwaterstand) zijn de financiële gevolgen van

grondwaterstandsverhoging berekend. Daarbij is bijvoorbeeld rekening gehouden met een vermindering van de productie, een eventuele verkorting van het groeiseizoen als gevolg van nattere omstandigheden in het voorjaar en graslandherstel. Het resultaat is een praktische, overzichtelijke map waarmee DLV Groen & Ruimte samen met agrariërs eenvoudig kan bepalen wat de gevolgen van verhoging van de grondwaterstand op hun percelen zijn. Doordat de map een heldere indeling heeft in gewassen, bodemtypen en veranderingen in de grondwaterstand, is de grote hoeveelheid informatie snel te raadplegen. Voordeel is ook dat extra informatie voor bijvoorbeeld een ander gewas of bodemtype later eenvoudig toegevoegd kan worden als dat wenselijk is. Bent u benieuwd naar onze aanpak, dan kunt u contact opnemen met Marinus van Dijk, via 06 224 170 80 of m.van.dijk@dlv.nl. ■

Geen particuliere natuur zonder ondernemerschap DLV Groen & Ruimte is vaak betrokken bij initiatieven voor particulier natuurbeheer. De belangrijkste boodschap aan agrariërs is steeds dat de Subsidieregeling Natuurbeheer (SN) van het Programma Beheer mogelijkheden biedt investeringsruimte op een bedrijf te creëren. ‘Dood geld’ wordt tot ‘leven gewekt’; het vermogen uit de grond komt vrij door middel van de functieverandering naar natuur. Het vrijgekomen vermogen kan worden gebruikt om te investeren in nieuwe of bestaande inkomstenbronnen. Dit kunnen nieuwe economische dragers zijn, zoals recreatie of andere bedrijvigheid in vrijkomende agrarische bebouwing (VAB’s), maar ook investeringen in grond, bedrijfsgebouwen en melkquotum. Goede ondernemers zien deze kansen en beoordelen hun mogelijkheden! Als overheden particulier natuurbeheer willen stimuleren, dan moeten ze voorzien in deze investeringsruimte. Meer ruimte voor investeringen maakt de SN aantrekkelijker. Omdat de ontwikkeling per onderneming uiteenloopt, verschilt ook de investeringsbehoefte. Maatwerk is daarom noodzakelijk. Dit betekent dat niet alleen ondernemers moeten denken en handelen als ‘ondernemers’, maar zeker ook de beleidsmakers. En dat maakt op zijn beurt een goede afstemming van verschillende beleidsvelden op provinciaal en gemeentelijk niveau noodzakelijk. Wordt aan deze voorwaarden voldaan dan komen door onderhandelingen en maatwerk verrassende resultaten binnen handbereik! Eibert Jongsma ■

Groen & Ruimte

Vergoedingsnormen voor vernatting landbouwpercelen

Column

5


Projectberichten

Wel of geen hoger zomerpeil in Bodemdaling door oxidatie en klink in het veenweidegebied vormt een constant punt van aandacht voor waterbeheerders. Zo ook voor Wetterskip Fryslân. Tussen 2002 en 2004 onderzocht DLV Groen & Ruimte samen met CLM Onderzoek en Advies op vijf bedrijven de consequenties van een hoger zomerpeil voor de bedrijfsvoering. In plaats van de in Friesland gebruikelijke 90 cm drooglegging werd een zomerpeil

van 60 cm aangehouden. Uit de resultaten van dit experiment blijkt dat een hoger

zomerpeil geen grote beperkingen met zich meebrengt. In de proefperiode was geen sprake van significant toenemende natschade of problemen met de draagkracht van het land. De vraag die resteerde was of een hoger zomerpeil ook op grotere schaal, bijvoorbeeld voor een heel peilvak, toepasbaar is. Als vervolg op het eerdergenoemde experiment heeft DLV Groen & Ruimte daarom in vier gebieden in het klei-opveen-gebied rond Oudega (gemeente Wymbritseradiel) onderzocht wat de mogelijkheden van hogere zomerpeilen zijn. In deze gebieden moest het peilbesluit worden geactualiseerd. Het onderzoek zoomde in op de huidige drooglegging, het reliëf en de bodem- en ontwateringssituatie. Deze bevindingen werden afgezet tegen de geschiktheid voor weidegebruik, waarin ook de ervaring van de grondgebruikers mee woog.

Interview met Huib Sinke Ambassadeur Huib Sinke:

Groen & Ruimte

Vraag Huib Sinke naar DLV Groen & Ruimte en hij heeft niets dan lof. De voormalig directeur van het adviesbureau kijkt terug op de verzelfstandiging en blikt vooruit op de in zijn visie zonnige toekomst van DLV Groen & Ruimte. Zijn advies: niet te hard groeien en de unieke kennis en ervaring van het boerenbedrijf en de ruimtelijke ontwikkeling op het platteland blijven ontwikkelen.

6

Mocht DLV Groen & Ruimte drie jaar geleden vrijwel alleen het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselveiligheid tot zijn klant rekenen, nu heeft het bedrijf een goedgevulde portefeuille met grote en kleine opdrachten van gemeenten, provincies, waterschappen en ook samenwerkingsverbanden en marktpartijen. De resultaten over 2005 zijn dan ook ronduit goed. Directeur Huib Sinke van de publiekprivate samenwerking Ruimte voor Ruimte in Noord-Brabant heeft de omslag van DLV Groen & Ruimte van zeer nabij mee-

gemaakt. Begin 2003 was hij verantwoordelijk voor DLV Adviesgroep toen het bedrijf in zwaar weer raakte. Er werden businessplannen uitgewerkt voor de DLVonderdelen met toekomstperspectief. Die onderdelen zijn intussen verzelfstandigd en het management nam de onderdelen in 2005 over. Een van die verzelfstandigde onderdelen is DLV Groen & Ruimte bv. Eigenheid Sinke begeleidde dit proces naar een volledig marktgerichte, commerciële organisatie, waarbij het bedrijf dankbaar

Huib Sinke

‘Kennis en ervaring DLV Groen & Ruimte uniek’

gebruikmaakte van zijn netwerk en ervaring. “Ik heb de mensen uitgedaagd zich te richten op de kernkwaliteiten van het bedrijf, zichzelf te verkopen, de markt op te gaan met hun unieke kwaliteiten en specialistische kennis. Samen hebben we verkoopplannen gemaakt en de communicatie geïntensiveerd met de doelgroepen die het bureau bedient. We hebben gewerkt aan de ‘eigenheid’, maar ook aan het enthousiasme en de teamkwaliteit. Het resultaat is dat de medewerkers hun brede DLV-netwerk en unieke kennis hebben behouden, maar dat ze de nade-


veenweidegebieden zomerpeil. Het huidige zomerpeil kwam op veel plaatsen namelijk overeen met het door het waterschap gewenste zomerpeil. Per peilvak heeft DLV Groen & Ruimte aangegeven wat de gewenste drooglegging kan zijn in zomer en winter. En dat zonder al te veel toe te geven op de gebruiksmogelijkheden door uit te gaan van een ‘bandbreedte’ voor de drooglegging.

len uit het verleden hebben afgeschud. Het bureau heeft een aantal activiteiten afgestoten en afscheid genomen van een aantal mensen die zich minder thuis voelen bij een marktgerichte organisatie. Ik denk wel dat we dat op een goede manier hebben gedaan. We hebben hen geholpen een nieuwe werkplek te vinden.” Nichemarkt DLV Groen & Ruimte zit in een echte nichemarkt, meent Sinke. Overheden willen van alles met het platteland: agrarisch natuurbeheer, landschappelijke kwaliteit, waterberging, puur natuur, recreatie en ook landbouw. Dat betekent dat op veel plaatsen boeren hun bedrijf moeten aanpassen. Zij zijn het die hun land ter beschikking moeten stellen, maatregelen moeten nemen of hun bedrijf helemaal moeten opgeven. “Het unieke van DLV Groen & Ruimte is dat de medewerkers de taal van de boeren én van de overheid spreken. Ze begrijpen hoe het werkt. Grote bureaus kunnen dat minder goed. DLV Groen & Ruimte heeft specialistische kennis van bodem, water en

Bent u benieuwd naar onze aanpak, dan kunt u contact opnemen met Everhard van Essen (06 265 186 30) of Jan van Berkum (06 5381 977 1). ■

gebiedseigenschappen in huis, maar ook de inhoudelijke kennis van de sector en de mensen die daar in werken. En dan heeft het bureau ook nog de vaardigheid projecten in het landelijk gebied te leiden.” Als voorbeeld geeft hij aan hoe DLV Groen & Ruimte waterschappen helpt bij het ontwerp en de invoering van regelingen voor blauwe diensten. “DLV Groen & Ruimte kan zich met recht marktleider noemen op dit gebied.” Zonnige toekomst De directeur ziet de toekomst van Groen & Ruimte dan ook zonnig in. De komende decennia blijven de kennis en ervaring van het bedrijf hard nodig. Reconstructie, de wateropgaven in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW), Waterbeleid 21e eeuw etc., intensivering van het grondgebruik rond de grote steden: het zijn allemaal ontwikkelingen die voorlopig nog doorlopen. Intussen verandert de markt voortdurend: klanten hebben andere, nieuwe wensen en de DLV Groen & Ruimte-producten moeten dus mee veranderen. Het bedrijf zal dus moeten blijven werken aan zijn onderscheidend

vermogen, vindt Sinke. Concreet betekent dat dat DLV Groen & Ruimte nog meer de positie van adviseur of vaste adviespartner van de diverse overheden moet zien te bemachtigen. Zodat het niet als ‘een van de velen een opdracht moet zien te verwerven’. Extern gericht Wel waarschuwt Sinke voor te veel groei. DLV Groen & Ruimte is met zo’n vijftien medewerkers een relatief kleine organisatie. Groeit het bureau te hard, dan verliest het snel het contact met de buitenwereld en krijgen interne processen en zaken als een nieuwe administratie of een nieuw computersysteem al gauw voorrang. Terwijl juist die externe gerichtheid en het grote netwerk volgens Sinke de kracht van het bedrijf bepalen. En mocht er eens een grotere organisatie of breder draagvlak noodzakelijk zijn voor bepaalde opdrachten, dan kan DLV Groen & Ruimte beter partners zoeken. “Als het zich daarbij bewust blijft van zijn eigen kracht, kan het haast niet misgaan.” Leonore Noorduyn ■

Groen & Ruimte

Uit gesprekken met boeren bleek dat de meesten een betere drooglegging wensen, al of niet voor een deel van hun grond. Dit gold vooral voor de wintersituatie, maar plaatselijk ook voor de zomer. Deze wensen en het al of niet tevreden zijn over de afwatering hebben grote invloed op het denken over een (nog) hoger

Uit de resultaten blijkt dat de mogelijkheden voor een hoger zomerpeil sterk gerelateerd zijn aan het voorkomend reliëf en het gebruik van de grond (intensief of extensief). Daarbij kan door een inventarisatie op bedrijfs- en perceelsniveau worden ingespeeld op de specifieke verschillen en wensen van zowel het waterschap als de gebruiker.

7


Klant aan het woord Carlos Ceelaert, Brabantse waterschappen:

'DLV Groen & Ruimte bezit expertise die wij niet hebben'

Groen & Ruimte

Waterberging. Voor waterschappen een verplicht nummer, maar bij boeren nogal omstreden. Het is immers veelal hun land dat aangewezen wordt om bij extreme wateroverlast dienst te doen als overloopgebied. De gezamenlijke Brabantse waterschappen wilden die overlast goed regelen. Liever door overeenkomsten te sluiten met de betreffende boeren, dan via een algemene regel in de Keur. “Dat is minder afstandelijk en maakt maatwerk mogelijk”, legt Carlos Ceelaert uit. Hij werkt voor de gezamenlijke Brabantse waterschappen aan onder meer de Kaderrichtlijn Water en het Waterbeleid 21e eeuw.

8

De waterschappen rekenden om te beginnen uit hoeveel land voor waterberging nodig was. Ze kamen voor heel Noord-Brabant uit op zo’n 25.000 hectare bij heel extreme regenval. Tegelijkertijd rezen er diverse vragen. Want wat doe je als het water dat op het land komt vervuild is door overgelopen riooloverstorten? En welke vergoedingen zijn billijk? En ook: waar kan het water, hydrologisch gezien, het beste heen? Ceelaert: “We hebben geprobeerd die vragen te beantwoorden, maar er bleven nog heel veel losse eindjes over. In het voorjaar 2005 ontstond toen de gedachte alles in een Beleidsnota Waterberging op te schrijven. Maar dat moest wel snel; op 1 augustus wilden we de nota af hebben.” Agrarische expertise DLV Groen & Ruimte mocht de klus klaren. Ceelaert kende het adviesbureau

Carlos Ceelaert

De Brabantse waterschappen lopen er steeds vaker tegen aan: welke mogelijkheden zijn er om boeren een vergoeding te geven voor schade die ontstaat door waterbergings- of vernattingsbeleid? Veel kunnen de waterschappen zelf regelen, maar om de exacte gevolgen voor boeren in te schatten blijkt de kennis en kunde van een extern bureau als DLV Groen & Ruimte vaak onontbeerlijk. Aan het woord is Carlos Ceelaert.

omdat het vaker opdrachten had uitgevoerd voor de Brabantse waterschappen, zoals een verkenning voor blauwe diensten bij Waterschap De Dommel. “DLV Groen & Ruimte weet van oudsher precies hoe een agrarisch bedrijf functioneert en welke economische schade er kan ontstaan bij het onder water zetten van percelen, zowel aan de gewassen zelf als aan de bodem”, aldus Ceelaert. Keurig op tijd leverde DLV Groen & Ruimte het rapport op. Helaas konden de waterschappen er op dát moment weinig mee. Precies in die tijd kwam het rijk namelijk met een ontwerp-Waterwet die voorzag in een wettelijke regeling voor waterberging. Consequentie is dat zodra een locatie voor waterberging in een bestemmingsplan wordt opgenomen, een blauwe dienst niet meer mogelijk is. Dat heeft te maken met de aard van een blauwe dienst: die moet vrijwillig en opzegbaar zijn. Juristen van de Noord-Brabantse waterschappen hebben daarop nieuwe mogelijkheden gezocht om de systematiek van overeenkomsten met boeren toch overeind te houden. In december 2005 heeft DLV Groen & Ruimte die informatie in het rapport verwerkt. “Petje af voor de mensen van

DLV Groen & Ruimte die daar heel hard aan gewerkt hebben”, complimenteert de man van de waterschappen. Verdroging Over een ander project dat DLV Groen & Ruimte heeft uitgevoerd, is Ceelaert eveneens zeer te spreken. Ook dat ging erom overeenkomsten met boeren te sluiten, maar dan in het kader van de bestrijding van verdroging van natuurgebieden. Boeren met grond rondom een natuurgebied hebben er last van als de grondwaterstand in dat natuurgebied stijgt. Zo’n project vereist vooral hydrologische kennis in combinatie met landbouwkundige kennis. “Als het gaat om hydrologie, waterbeheer en landbouw heeft DLV Groen & Ruimte expertise die wij niet hebben. Ik denk dat het einde van de samenwerking dan ook nog lang niet in zicht is. Bij het afsluiten van de contracten en het ontwikkelen van draagvlak komen we elkaar ongetwijfeld weer tegen. Het is de combinatie van het bureau, de kennis én de persoon die bepalend is voor de keuze van samenwerking.” Leonore Noorduyn ■


2006 - 1