Issuu on Google+

JAARGANG 4, NUMMER 1, APRIL 2004

&

Groen Ruimte Projecten met draagvlak

Pim Nijssen: Door tussenkomst van DLV Groen & Ruimte ontstond er een dialoog tussen planologen en boeren.

Aly Wisse: Nu zie je dat provincie en gemeenten allerlei bureaus inhuren om plannen over ons te maken. Maar die staan ver van de landbouw af. DLV staat veel dichterbij, die kan veel prakische kennis inbrengen.


Inhoud

Colofon

Pagina

2 Inhoud Colofon Klimaatlandschap: naar een duurzaam en vitaal platteland 3 Voorwoord Samenwerking is de sleutel tot succes op het gebied van plattelandsvernieuwing en groene ruimte 4

Symposium Blauwe Diensten 17 maart 2004

5

Column

6

Winst bij Project ‘Boeren met Water’ Interview met Aly Wisse

7

Klimaatlandschap: naar een duurzaam en vitaal platteland (vervolg)

8

Klant aan het woord

DLV Groen & Ruimte bv is een zelfstandig onderdeel van DLV Adviesgroep nv en richt zich op projecten in de groene ruimte op het gebied van Bodem, Water & Planontwikkeling en Natuur, Landschap & Recreatie. Colofon april 2004, 4e jaargang nr. 1 Groen & Ruimte verschijnt drie keer per jaar. Oplage 5000 exemplaren. Een uitgave van DLV Groen & Ruimte bv De Drieslag 25 8251 JZ Dronten tel 0321 - 388810 fax 0317 - 491449 internet www.dlvgroenenruimte.nl email dlv.groen.en.ruimte@dlv.nl Redactie Ruud Mantingh, eindredacteur Miriam van Meeteren, Harmke de Groot en Rutger Munters. Redactieadres: h.de.groot@dlv.nl

Groen & Ruimte

Klimaatlandschap: naar een duurzaam en vitaal platteland

2

In opdracht van de Milieu en Afval Regio Breda (MARB) onderzoeken de adviesbureaus DLV (Bouw, Milieu & Techniek en Groen & Ruimte) en Trilance de uitvoerbaarheid van een ‘Klimaatlandschap’ in het Land van Heusden en Altena. Het doel is een afgewogen invulling van de mogelijkheden voor duurzaam multifunctioneel ruimtegebruik in het landelijk gebied. De samenhang tussen realisatie van duurzame energie enerzijds en ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen anderzijds staat daarbij centraal. Dit project geeft in de eerste plaats inzicht in de bijdrage die biomassa kan leveren aan de duurzame energiedoelstelling.Voor het Land van Heusden en Altena is de doelstelling dat in 2010 5% van de energie duurzaam moet worden opgewekt. De meeste biomassa vindt nu

zijn weg naar composteerbedrijven. Door biomassa niet meer als afvalstroom te beschouwen, maar als bron voor het winnen van duurzame energie, zijn mogelijk economische en milieuvoordelen te behalen. Daarnaast richt het project zich op mogelijke nieuwe initiatieven, variërend van de teelt van energiegewassen tot combinaties van biomassawinning en mestvergisting. Randvoorwaarden bij de uitwerking van de plannen zijn dat zulke nieuwe activiteiten bijdragen aan de kwaliteit van het landschap, economisch haalbaar zijn én kunnen rekenen op acceptatie van bewoners en gebruikers van het landschap. Daarom maken interactieve bijeenkomsten met belanghebbenden uit het gebied deel uit van de werkwijze. Vervolg zie pagina 7 >>

Columnist Pieter Klop Vormgeving Grafisch Centrum Horst Aan deze Groen & Ruimte werkten verder mee: Journalist Anton Logemann (Citaat), Leonore Noorduyn (Citaat), Jan van Berkum, Ruud Mantingh, Peter Sloot en Dorien de Leest.

De totstandkoming van Groen & Ruimte is naar beste weten en met de grootste zorg uitgevoerd. DLV Groen & Ruimte kan evenwel niet instaan voor de juistheid en de volledigheid van de berichten in Groen & Ruimte en is dan ook niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan als gevolg van onjuistheid, onvolledigheid of onrechtmatigheid van de berichtgeving in Groen & Ruimte. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de redactie ■


Voorwoord Voor u ligt het eerste exemplaar van het Groen & Ruimte magazine van het jaar 2004.We zijn er weer in geslaagd voor u een gevarieerd magazine samen te stellen. Op de middenpagina’s vindt u een impressie van de “Blauwe Dienstendag” die we op 17 maart jongstleden organiseerden.We hebben diverse projecten waarbij we met concrete implementatie in de praktijk van Blauwe en inmiddels ook Groene Diensten bezig zijn.Voor ons aanleiding om deze Blauwe Dienstendag te organiseren, waarbij we enerzijds vanuit het beleid en anderzijds ook vanuit de praktijk dit onderwerp hebben belicht. Een en ander verweven met juridische componenten. U leest verder hoe DLV Groen & Ruimte samen met de adviseurs van DLV Subsidieadvies heeft gewerkt aan de ontwikkeling van een landgoed in het

Noord-Limburgse Broekhuizen. Door middel van het Klimaatlandschap werken we aan een duurzaam en vitaal platteland. De samenhang tussen duurzame energiedoelstellingen en ruimtelijke, economische en sociale ontwikkelingen in het landelijk gebied staan daarbij centraal. In dit nummer leest u wat het Klimaatlandschap precies inhoudt.Tevens een artikel over hoe samen met boeren wordt gewerkt aan de implementatie van maatregelen uit het rapport Waterbeheer 21e eeuw (WB 21).Tot slot zijn er uiteraard de vast terugkerende items als de column en de interviews. Iedere dag blijkt ons maar weer dat de sleutel tot succes bij de realisatie en implementatie van ruimtelijke opgaven, communicatie met partijen die in die ruimte actief zijn, van cruciaal belang is. DLV Groen & Ruimte kan in dat krach-

Ruud Mantingh

Beste lezers,

tenveld een belangrijke rol vervullen. Ik wens u veel leesplezier! Ruud Mantingh Marktgroepmanager Natuur, Landschap & Recreatie ■

Projectberichten Samenwerking is de sleutel tot succes op het gebied van plattelandsvernieuwing en groene ruimte mingsplan opgesteld. De POP subsidie is nu toegekend en op het landgoed worden binnenkort de eerste voorzieningen voor de toeristisch-recreatieve activiteiten aangelegd. De Rode Vennen is een goed voorbeeld van samenwerking tussen de verschillende onderdelen van DLV Adviesgroep, waarbij het uiteindelijke resultaat op een professionele wijze wordt gerealiseerd. Dit is mogelijk omdat DLV Adviesgroep het adagium huldigt dat de beste professionals uit de verschillende bedrijfsonderdelen in teamverband samenwerken om projecten effectief en integraal uit te voeren. DLV Subsidieadvies helpt ondernemers of instellingen bij de strategievorming in de aanloopfase van projecten, inventariseert de verschillende subsidiemogelijkheden en begeleidt concrete subsidieaanvragen. DLV Groen & Ruimte geeft bij deze projecten inhoudelijke advisering op het

gebied van bijvoorbeeld meervoudig ruimtegebruik, agrarisch natuur- en landschapsbeheer en landgoedontwikkeling. De twee invalshoeken bevruchten elkaar over en weer. Kennis en ervaring vanuit beide disciplines wordt op een efficiënte wijze ingezet. Niet alleen op het gebied van landgoedontwikkeling werken DLV Subsidieadvies en DLV Groen & Ruimte veelvuldig samen. Ook bij verbreding in de landbouw, de ontwikkeling van zorgboerderijen, hippisch toerisme en recreatie en toerisme op het platteland zijn succesvol projecten opgezet en uitgevoerd.Wilt u meer informatie over subsidie mogelijkheden dan kunt u contact opnemen met Dorien de Leest van DLV Subsidieadvies via 0317-491639 of t.m.j.a.de.leest@dlv.nl.Voor inhoudelijk advies kunt u contact opnemen met Ruud Mantingh, markgroepmanager Natuur, Landschap & Recreatie via 06-20131198 of r.j.mantingh@dlv.nl ■

Groen & Ruimte

De Rode Vennen te Broekhuizen wenste zich van een agrarisch bedijf te ontwikkelen tot een landgoed, waarin verschillende disciplines zijn samengebracht, o.a. recreatie en bos- en natuurontwikkeling. Daartoe nam zij contact op met DLV Subsidieadvies. DLV Subsidieadvies zag verschillende mogelijkheden om een omschakeling te faciliteren met subsidiegelden. Samen met DLV Groen & Ruimte hebben zij de kiem gelegd voor de planvorming voor het landgoed en de bijkomende subsidiemogelijkheden.Vervolgens is een projectplan opgesteld voor een POP subsidie en is een omschakelings-, inrichtings- en beheersubsidies aangevraagd uit het Programma Beheer. Daarnaast gaat DLV Subsidieadvies de aanvraag van de landgoedstatus volgens de Natuurschoonwet (NSW) verzorgen. DLV Groen & Ruimte heeft in dit project een marktanalyse uitgevoerd voor de toeristisch-recreatieve activiteiten op het landgoed en heeft hiervoor een onderne-

3


Projectberichten Symposium Blauwe Diensten 17 maart 2004 Op het inspirerende landgoed de Reehorst in Driebergen organiseerde DLV Groen & Ruimte op 17 maart jongstleden een landelijk symposium onder het motto “Zijn blauwe diensten werkelijk de sleutel tot succes?”. Het voorzitterschap was in de enerverende handen van niemand minder dan Kees Driehuis.

Groen & Ruimte

De middag startte met een inleiding door ir. H. Snijders, projectleider Groene Diensten van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Volgens hem zijn groene en blauwe diensten een interessant instrument om de kwaliteit van het landelijk gebied te versterken.Voorwaarde is wel dat het gaat om de betaling van bovenwettelijke beheersmaatregelen.Tevens moet de medewerking, veelal van agrariërs, vrijwillig zijn. LNV werkt eraan om vóór de totstandkoming van de Europese Kaderverordening Plattelandsontwikkeling (in 2007) een gebiedsgerichte groeneblauwe dienstensystematiek te hebben ontwikkeld.

4

Tot die tijd, met andere woorden: vandaag de dag dus, zijn het vooral waterschappen en, in mindere mate, gemeenten en provincies die de kansen voor blauwe diensten onderzoeken.Vanuit het Waterschap Regge & Dinkel sprak ing. P. van Erp over de ervaringen met het opstellen van een inundatievergoeding in het dal van de Dinkel. Zijn conclusie - “blauwe diensten: néé ; blauwe regelingen: já !” - was in interessante tegenstelling tot de conclusie van de volgende spreker, ir. N. de Boer van DLV Groen & Ruimte. Hij constateer-

de, op basis van diverse ervaringen in noord en zuid Nederland, dat blauwe diensten wel degelijk interessant zijn vergeleken met aankoop - , maar dat de kosten ervan ook veel hoger kunnen zijn dan de vorige spreker had berekend. De ervaring van DLV Groen & Ruimte leert dat waterberging als blauwe dienst perspectief biedt, voor het waterschap, bij een inundatie frequentie tot 1:5.

In de hierna volgende workshops gingen groepen van deelnemers verder aan de slag met de vele vragen en problemen die er nog bestaan. In een sessie onder leiding van mevrouw Mr. J.A. Bolkestein van Waterschap Veluwe lag de focus op de juridische aspecten. Het blijkt dat er nog volop juridische kennisleemten zijn, met name als het gaat om de relatie en de onderlinge correlatie tussen blauwe diensten en de bepaling, verzekerbaarheid en vergoeding van schade. Geconcludeerd werd dat het vanuit juridisch perspectief noodzakelijk is om een eventuele blauwe dienst niet alleen vast te leggen in de legger van het waterschap, maar ook in het bestemmingsplan van de gemeente. Een interessante vraag die zich daarbij voordoet is dat een wettelijke vastgelegd recht niet meer als (vrijwillige) dienst bestempeld – of betaald – mag worden, terwijl publieke overheden juist verplicht zijn om, vóórdat zij tot een privaatrechterlijk arrangement proberen te komen, éérst een publiekrechterlijke regeling dienen te treffen. In de sessie geleid door ir. J.H.G. van der Cruijsen van het Waterschap de Dommel lag de nadruk met name op de bestuurlijk-organisatorische aspecten van blauwe


Column

diensten. Al meer dan een jaar geleden besloot deze waterbeheerder om de mogelijkheden van blauwe diensten als generiek instrument voor de realisatie van diverse wateropgaven te onderzoeken. Momenteel wordt deze verkenning verder uitgewerkt in een pilot waterberging. Er wordt een gebiedsgerichte en uitvoeringsgerichte aanpak gehanteerd, waarbij de vraag, impact op landgebruik, financiering, organisatie, krachtenveldanalyse en juridische verankering wordt geconcretiseerd.Tijdens de workshop werd met name ingegaan op de rol van (andere) overheden en de reconstructie. In de derde parallelsessie presenteerde ir. P. Sloot van DLV Groen & Ruimte een twee-sporen aanpak waarbij zowel inhoud als proces de juiste aandacht krijgen om blauwe diensten op gebiedsniveau in te kunnen vullen. In de optiek van Sloot is de (aansluiting bij) private ontwikkelingen van essentieel belang om de meest kosteneffectieve én lokaal geaccep-

teerde oplossing voor de wateropgaven te realiseren. Idealiter opereren grondgebruikers op een fictieve markt waar zij als aanbieders kunnen ingaan op de diverse vragen (naar ruimte voor waterberging etc.) en andersom vragers verschillende opties kunnen vergelijken. De prijszetting kan plaatsvinden in termen van geldelijke vergoedingen, maar ook andere vormen van ‘compensatie’ of ondersteuning in bijvoorbeeld kavelruil zijn een optie. Voorts werd er gediscussieerd over de vraag waarvoor een blauwe dienst beter geschikt is: waterkwaliteitsbeheer of waterkwantiteitsbeheer. Overheersende opvatting was dat blauwe diensten beter geschikt zijn voor waterkwaliteitsbeheer.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met P. Sloot, senior projectleider, via 06-53703743 of p.h.m.sloot@dlv.nl ■

In de vorige eeuw had het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) een programma Stad-Land. Onder die vlag draaiden allerlei projecten met als gemeenschappelijk kenmerk de problematiek in de overgangsgebieden tussen stad en land. In de Vijfde Nota uimtelijke Ordening heette het nog ‘verrommelde gebieden’, maar tegenwoordig noemen we dat netjes kernrandgebieden. Sowieso krijgt in ons land het bedrijven van landbouw in veel sectoren steeds meer iets heldhaftigs (lees vooral Bewegingsruimte voor ondernemers; 10 belemmeringen in wet- en regelgeving voor de veehouder, Wageningen-UR, maart 2004), maar in de kernrandzones is de strijd echt gestreden. Uitbreiden is onmogelijk, verplaatsen vaak te duur en zeer ingewikkeld, stoppen lijkt verstandig (ha, weinig regels!) maar wordt dat gekoppeld aan functieverandering, dan zit de ex-boer weer tot zijn nek in de procedures. Hij wil wel, evenals de provincie en de gemeente - kernrandzones lenen zich immers ‘bij uitstek’ voor nieuwe functies, dat staat in moderne plannen en visies. Maar het gaat vaak zo stroperig.“Ook de bevoegde ambtenaren van de wet- en regelgeving met alle daarbij behorende uitvoerings-, interpretatie-, controle- en handhavingsproblemen - zijn het overzicht kwijt”, zoals in het rapport wordt gesteld. De als agrariër opgedane ervaring met het aanvragen van vergunningen komt hem in de nieuwe levensfase in ieder geval goed van pas. Soms gaat het snel, vooral wanneer sprake is van een win-winsituatie voor alle belanghebbenden. Je leest of hoort wel eens van die ‘best practices’. Ook zijn er kansen als de ons in het vooruitzicht gestelde ontwikkelingsplano-logie wortel schiet. In het verlengde daarvan kunnen bestemmingsplannen flexibeler worden opgezet en tegen die tijd is het hele speelveld van de kernrandgebieden beslist opgeschaald. We hebben het dan over overgangsgebieden tussen de bebouwing enerzijds en de kustlijn en de landsgrenzen anderzijds. Op de Nieuwe Kaart van Nederland zijn ze ook nog te vinden langs de tot haarvaatjes verschrompelde groen-blauwe dooradering en langs het dubbele hekwerk rond de daartoe aangewezen gebieden met een beschermde status. En de landbouw? Die vind je in het buitenland. En hier en daar in het vaderland, eveneens in daartoe aangewezen gebieden met een beschermde status. ■

Groen & Ruimte

Kernrandgebieden

5


Projectberichten Winst bij Project ‘Boeren met Water’ ‘Vasthouden, bergen en afvoeren’. Deze volgorde is het adagium van het rapport Waterbeheer 21e eeuw (WB 21). De bedoeling is droogteschade tegen te gaan en er tegelijkertijd voor te zorgen dat er zo min mogelijk wateroverlast optreedt. Maar werkt het ook in de praktijk?

Om hier ervaring mee op te doen is drie jaar geleden in het ROM-gebied van Zuidoost-Friesland het project Boeren met water gestart. DLV Groen & Ruimte en het Waterschap Sevenwolden voeren het project uit. In de proef wordt nagegaan of vier agrarische bedrijven en de

omringende natuur baat hebben bij het langer vasthouden van water in het voorjaar en de zomer. De vier bedrijven liggen op zandgronden, waar de zomergrondwaterstanden normaal gesproken zeer laag zijn. Rond twee meter beneden maaiveld is niet abnormaal, wat nadelig is voor een goede gewasgroei. In 2001 is op de bedrijven een inventarisatie van de sloten en de bodem uitgevoerd en zijn er peilbuizen geplaatst. Aan de hand van de verzamelde veldgegevens zijn in 2002 stuwen aangebracht. Met de stuwen is in 2003 oppervlaktewater vastgehouden, daarna is met de peilbuizen gemeten of het opstuwen invloed had op het grondwater in het perceel.

De mogelijkheden om water vast te houden worden beoordeeld.

De verwachting van DLV Groen & Ruimte dat door hogere slootpeilen de ‘normaal’ optredende droogte ongeveer tien dagen zou zijn uit te stellen kwam uit bij de vier bedrijven. Het positieve effect was af te lezen aan een betere eerste en/of tweede snede gras als gevolg van hogere grondwaterstanden in het voorjaar. Later in het seizoen 2003 zakte het

Interview met Aly Wisse

Groen & Ruimte

Samen met DLV kennis ontwikkelen voor vitaal platteland

6

Zilte groente, eieren die al zout zijn voordat ze de kip verlaten en de verhuur van bloeiende akkerranden aan burgers. Aan ideeën voor het behoud van een vitaal platteland geen gebrek bij Aly Wisse. Het kenmerkt deze boerin, gebiedsmakelaar en bestuurlijk en politiek actieve Zeeuwse. Ze wil haar ideeën zelfs inbrengen in het Europees Parlement en staat achtste op de kieslijst van de VVD.

De drijfveer van Aly Wisse is het behoud van het platteland, in dit geval het Zeeuwse platteland. Met als typische kenmerken: openheid, rust en ruimte. En daarbij zijn boeren volgens haar onmisbaar. “Terreinbeherende instanties zijn veel te duur. Die krijgen een CAO-loon en werken 36 uur per week. Staatsbosbeheer moest hier laatst de bomen kappen op een dijk omdat ze een

gevaar opleverden. Ze wilden ze niet herplanten omdat dat te duur is. Als boeren zo’n dijk in beheer hebben dan verzinnen ze er iets op. Die denken veel commerciëler: ze jagen er vee in of leggen een ruiterpad aan. Of ze onderhouden de dijk als zij in ruil daarvoor tien vakantieappartementen in hun schuur mogen inrichten.” Maar zoals het er nu voor staat, redden

de boeren het niet. Er zijn krachtige economische impulsen nodig om hun toekomst veilig te stellen en daarmee de activiteit op het platteland te behouden, stelt Wisse. Sommige boeren zullen groeien en zich specialiseren, anderen zullen naast de primaire productie een groot deel van hun inkomsten uit andere diensten halen. Maar in beide gevallen geldt dat de wettelijke regelgeving moet passen en dat er veel kennis nodig is.Voor de regelgeving wijst ze naar provincie en gemeenten. “Alle boerenbedrijven moeten een bouwblok krijgen van 1,5 tot 2 hectare. Dan kunnen ze hun erf inrichten zoals ze willen, akkerbouw en veeteelt scheiden of de looplijnen goed maken. Daar hoort dan wel de verplichting bij


Klimaatlandschap: naar een duurzaam en vitaal platteland << Vervolg van pagina 2

grondwater door de langdurige droogte even ver weg als voorheen. De deelnemers zijn niettemin enthousiast over het bereikte effect. Het waterschap en de vier agrariërs willen de proef dan ook met ten minste één jaar verlengen. Dit project laat zien dat maatregelen uit WB 21 positief uit kunnen pakken voor de landbouw. Door de plannen gezamenlijk uit te werken en de resultaten met elkaar te bespreken ontstaat draagvlak voor de bereikte resultaten.

Aly Wisse

Voor meer informatie over het project Boeren met water kunt u contact opnemen met Jan van Berkum, via 06-53819771 of j.van.berkum@dlv.nl ■

een plan te maken om de gebouwen in te passen in het landschap.” Kenniscentrum Minstens zo belangrijk als dergelijke aanpassingen in de wet- en regelgeving is het ontwikkelen van kennis. “Wij missen hier een kenniscentrum.We weten bijvoorbeeld te weinig over de teelt van zoute

Via de CO3-aanpak wordt het Klimaatlandschap uitgewerkt in vijf deelproducten: 1. een beleidsplan voor de overheid; 2. een uitvoeringsprogramma voor specifieke projecten; 3. businesscases of businessplannen voor duurzame energie-installaties; 4. een communicatiestrategie en -plan; 5. visualisaties, workshops en nieuwsbrieven. Door deze aanpak krijgt de productie van duurzame energie in het Klimaatlandschap

groente of de productie van zout vlees. De behoefte aan zeegroente is er wel. Daar hoef ik geen businessplan voor te schrijven. Maar wat komt er bij kijken, hoe ontwikkel je de mechanisatie?” Voor dat soort kennis ziet Wisse een rol weggelegd voor DLV. “Nu zie je dat provincie en gemeenten allerlei bureaus inhuren om plannen over ons te maken. Maar die staan ver van de landbouw af. DLV staat veel dichter bij, die kan heel veel praktische kennis inbrengen.” Niet dat DLV dan maar moet afwachten tot haar adviezen gevraagd worden. Wisse ziet een veel actievere rol voor DLV. “Ze moeten aan de provincie of de gemeente laten zien dat zij verstand hebben van ruimtelijke ordening en tegelijk veel kennis hebben over de landbouw. Dan kunnen zij die plannen samen met die andere bureaus gaan maken. Dat zie je toch altijd, dat er allerlei bureaus bij betrokken zijn?”

een ruimtelijke, economische en sociale vertaling voor de (lokale) gemeenschap. De regio draagt op haalbare wijze bij aan het terugdringen van de CO2-uitstoot en de daarmee gepaard gaande klimaatveranderingen. In het Land van Heusden en Altena zijn de resultaten veelbelovend. Met name de combinatie van mestvergisting en het gebruik van biomassa of energiegewassen in de co-vergisting levert een bijzonder hoog rendement op.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u contact opnemen met Ruud Mantingh, marktgroepmanager Natuur, Landschap & Recreatie, via 06-20131198, of met Rudi van Hedel, project- en accountmanager DLV Bouw, Milieu & Techniek, via 06-26548077 ■

Projectvorm Daarnaast moet DLV zelf kennis inbrengen over bijvoorbeeld de teelt van zoute groenten. De gemiddelde teler komt niet meer voor advies bij de dienst, denkt Wisse. Die haalt zijn kennis uit vakbladen, van internet of nog ergens anders vandaan. Maar voor nieuwe teelten of andere bronnen van inkomsten heeft de boer kennis nodig die nergens te halen is. Die zou DLV dus moeten ontwikkelen. “Een enkele boer heeft geen geld om de DLV te betalen. Maar in projectvorm kunnen boeren samen kennis ontwikkelen. Daar wil een provincie ook nog wel geld in steken. En als DLV meedoet, kan ze die kennis later weer verkopen.” Zo krijgen boeren steun bij hun zoektocht naar mogelijkheden voor verbreding of specialisatie van hun bedrijf en blijft DLV in beeld. Leonore Noorduyn ■

Groen & Ruimte

De deelnemers houden het peil zelf in de hand.

De werkwijze van het Klimaatlandschap is de zogeheten CO3-aanpak: • CO1: combinatie van functies: duurzame energie wordt in verband gebracht met relevante gebiedsfuncties als natuur, landschap, water, landbouw en wonen; • CO2: coördinatie van ketens van gebruikers en belanghebbenden. Duurzame energiecombinaties vragen om het bij elkaar brengen van belanghebbende partijen; • CO3: concurrerend perspectief: de combinaties van functies moeten kunnen concurreren met de huidige situatie.

7


Klant aan het woord Planoloog Pim Nijssen:

Zonder DLV Groen & Ruimte was dit niet gelukt

Groen & Ruimte

De ambtenaren van Deventer waren aanvankelijk van plan een informatieavond te beleggen over hun plannen voor het gebied rondom de Zandwetering. Maar ze vonden een gesloten front van boze boeren tegenover zich. Daar hadden ze niet op gerekend. Dat ze de betrokken boeren met zo’n avond nooit mee zouden krijgen, werd al snel duidelijk. “Ik ben planoloog”, vertelt Pim Nijssen, werkzaam bij de gemeente Deventer. “En ik weet niets van boeren”, laat hij er direct op volgen.Voor hem was het boerengebied niet veel meer dan ‘bruin’, de kleur waarmee planologen agrarisch gebied intekenen. Dit tegenover ‘rood’ en ‘groen’, respectievelijk bebouwing en natuur. Met zijn afdeling had hij invulling gegeven aan het Masterplan Zandwetering, de wetering die langs Deventer stroomt en nu nog grotendeels aan het zicht is onttrokken. Een deel van de grond langs deze wetering wordt bebouwd, een ander deel vormt overloopgebied. Dat heeft tot gevolg dat het brongebied van de wetering, de

8

Gooiermars, natter wordt. En dat is precies de plek waar zo’n veertien boeren hun bedrijf hebben. Nijssen: “Een paar boze boeren belden onmiddellijk op. Er was direct al veel argwaan tegen ons.We wisten niet meer hoe we verder moesten.” Reddende engel Precies op dat moment belde DLV Groen & Ruimte. “Hoe ze erachter zijn gekomen weet ik niet, maar voor ons waren ze de reddende engel. Er moest op hele korte termijn iets gebeuren, nog vóór de informatieavonden. Het klikte goed tijdens het eerste gesprek en DLV Groen & Ruimte vertelde ons hoe we verder konden in dit traject.” Nijssen en zijn collega’s hadden er nooit aan gedacht de gevolgen van de vernatting voor de bedrijfsvoering van de boeren in kaart te brengen.Terwijl dat nu net het eerste was dat DLV Groen & Ruimte adviseerde. “Boeren willen dat nu eenmaal weten. Het gaat tenslotte om hun toekomst”, weet Nijssen inmiddels.

Pim Nijssen

De plannen van de gemeente Deventer zorgden voor veel onrust bij een aantal boeren. Zij dreigden de hakken in het zand te zetten. Door tussenkomst van DLV Groen & Ruimte ontstond er een dialoog tussen planologen en boeren. De adviesdienst werkte als intermediair en bracht inhoudelijke kennis in.

De adviesdienst liet ook zien dat er verschillen zijn tussen de boeren onderling. “In eerste instantie vormden ze één front. Maar DLV Groen & Ruimte wees ons erop dat er boeren zijn die willen stoppen, wat mogelijk weer ruimte biedt voor andere boeren. En dat een biologische boer best op een extensievere manier wil boeren.” Tegelijk adviseerde DLV Groen & Ruimte om regelmatig met een klein groepje om de tafel te gaan zitten. Dat voorkomt dat de boeren één front vormen. Bovendien ontdekte de Deventer planoloog dat hij meer kennis nodig had. “Ik wist niets van landbouw en stond daarmee meteen op achterstand. Als een boer tegen mij zei dat hij zoveel gve’s had of vroeg hoe hij het voortaan dan moest doen met de maïs, wist ik niet waar hij het over had. DLV Groen & Ruimte stond tussen ons en de boeren in. Als zij de boeren ons verhaal vertellen dan nemen die dat aan. Als wij het vertellen komt het niet over. Zij hebben een ander jargon.” Succesvol De aanpak van DLV Groen & Ruimte heeft gewerkt. “We werken nu in dezelfde richting en zijn niet meer de boze boeman.We proberen met z’n allen oplossingen te verzinnen waar iedereen beter van wordt. Al blijf je op eieren lopen. Het is heel vermoeiend om als je steeds negatieve geluiden hoort toch te blijven praten zonder je eigen glazen in te gooien.” Hoe het verder gaat weten de ambtenaren nog niet. De definitieve oplossingen moeten nog gevonden worden. Samen met de boeren. “Maar zonder DLV Groen & Ruimte waren we nooit zo ver gekomen.” Leonore Noorduyn ■


2004 - 1