Issuu on Google+

JAARGANG 2, NUMMER 4, augustus 2002

&

Groen Ruimte Projecten met draagvlak

Geert Nijhof: Belanghebbenden moeten weten waar ze aan toe zijn

Henk Kroonenberg: Waterschap Velt en Vecht als eerste in Nederland voorbereid op extreme wateroverlast


Inhoud

Colofon

Pagina

2 Inhoud Colofon Monitoring onmisbaar bij correcte afhandeling schade 3 Voorwoord NER meet effect van waterberging op natuur 4 Landbouw ondervindt meeste schade van waterberging in lente en herfst 5 Water in de 21e eeuw: van vijand tot sturend principe Column 6 Zonder communicatie geen waterberging Interview met: Henk Kroonenberg 7 Beloning voor groene en blauwe diensten

DLV Groen & Ruimte is een zelfstandig onderdeel van DLV Adviesgroep nv en richt zich op projecten in de groene ruimte op het gebied van Bodem,Water & Planontwikkeling en Natuur, Landschap & Recreatie. Colofon augustus 2002, 2e jaargang nr. 4 Groen & Ruimte verschijnt zes keer per jaar. Oplage 5000 exemplaren. Een uitgave van DLV Groen & Ruimte De Drieslag 25 8251 JZ Dronten tel 0321 - 388888 fax 0317 - 491449 internet www.dlv.nl email dlv.groen.en.ruimte@dlv.nl

8 Klant aan het woord

Monitoring onmisbaar bij correcte afhandeling schade

Groen & Ruimte

Het vastleggen van eventuele schade als gevolg van waterberging door middel van een monitoringsnetwerk draagt in belangrijke mate bij tot het creëren van draagvlak voor waterbergingsprojecten. Monitoring verschaft zowel de agrariër als de overheid de zekerheid dat de echte, bedrijfsmatige schade wordt vastgelegd.Vervolgens kan deze rapportage dienen als uitgangspunt bij de vergoeding van de geleden schade.

2

Volgens DLV Groen & Ruimte komt de meerwaarde van monitoring op drie punten neer: 1. draagvlak creëren; 2. inzicht krijgen in de werkelijk geleden schade; 3. geen onterecht geclaimde schade. Er is weinig literatuur beschikbaar over het inschatten van inundatie-effecten op de landbouw. Dat maakt het noodzakelijk deze schade vast te leggen, zodat die schade naderhand adequaat kan worden bepaald. Ook kan monitoring inzichtelijk maken wat de veranderingen in de abiotische (nietlevende) omstandigheden zijn, waardoor mogelijk zelfs kan worden aangetoond dat er geen problemen voor de voedselveiligheid optreden. Dit laatste is van belang

omdat een agrariër, ondanks inundatie van zijn land, op die manier wellicht toch kan blijven voldoen aan de eisen van de ketencertificering voor zijn produc(ten). Overigens is het van groot belang dat in de verschillende ketensystemen een paragraaf over waterberging wordt opgenomen, zodat duidelijk wordt aan welke eisen in dit soort situaties moet worden voldaan. Tot slot biedt een monitoringsnetwerk ook de overheid zekerheid, omdat zij op die manier onterechte schadeclaims met een degelijke onderbouwing van de hand kan wijzen. Bijvoorbeeld als een agrariër claimt dat hij bodemstructuurschade lijdt als gevolg van fout management. Samenvattend is DLV Groen & Ruimte van mening dat monitoring, zoals hierboven beschreven, van wezenlijk belang en zelfs onmisbaar is bij de verwezenlijking van waterbergingsplannen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Niek de Boer, marktgroepmanager Bodem,Water & Planontwikkeling via c.n.de.boer@dlv.nl of 0321-388888, en/of Everhard van Essen, adviseur Bodem, Water & Planontwikkeling via e.a.van.essen@dlv.nl of 0321-388888 ■

Redactie Ruud Mantingh, eindredacteur Miriam van Meeteren, Ellen van den Berg Harmke de Groot, Rutger Munters Columnist Pieter Klop Vormgeving Grafisch Centrum Horst Aan deze Groen & Ruimte werkten verder mee: Journalist Anton Logemann (Citaat), Leonore Noorduyn (Citaat), Everhard van Essen, André de Bonte, Niek de Boer, Marinus Bogaard, Bart Geenen, Peter Sloot en Mirian van Meeteren. Redactieadres: h.de.groot@dlv.nl

De totstandkoming van Groen & Ruimte is naar beste weten en met de grootste zorg uitgevoerd. DLV Groen & Ruimte kan evenwel niet instaan voor de juistheid en de volledigheid van de berichten in Groen & Ruimte en is dan ook niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan als gevolg van onjuistheid, onvolledigheid of onrechtmatigheid van de berichtgeving in Groen & Ruimte. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande toestemming van de redactie ■


Wij Nederlanders hebben altijd strijd geleverd tegen het water. Best vreemd dus dat water pas de afgelopen jaren hoog op de agenda van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (VROM) is geplaatst.Water krijgt steeds vaker een sturende invloed op planvormingsprocessen, mede onder invloed van de zeespiegelstijging en het veranderende klimaat.Water heeft ruimte nodig, met name ook in de vorm van waterbergingsgebieden. De realisatie van zulke bergingsgebieden brengt functiecombinaties van het betreffende land met zich mee. En zoals altijd stuit elke verandering op weerstand. Gezamenlijk optrekken en tactvol handelen is het parool in deze

problematiek, die gekenmerkt wordt door begrippen als draagvlakvorming, waterdiensten, effect op functies, monitoren en schaderegelingen. Dit nummer van Groen & Ruimte is geheel gewijd aan het onderwerp ‘waterberging’. In diverse artikelen wordt het onderwerp van alle kanten belicht: van de mogelijke schade die eigenaren lijden als gevolg van inundatie van hun land tot de inrichting van zogeheten waterlandgoederen. Ik wens u veel leesplezier. Uw reacties of vragen stellen wij zeer op prijs.

Niek de Boer

Voorwoord

Niek de Boer, Marktgroepmanager Bodem,Water & Planontwikkeling DLV Groen & Ruimte ■

Projectberichten NER meet effect van waterberging op natuur

Om in de behoefte aan gebieden voor waterberging te voorzien wordt al snel gekeken naar gebieden die vallen binnen de Ecologische Hoofdstructuur. Zo worden immers de minste economische belangen geschaad, is de gedachte. Bovendien lijken natuur en water een ideale combinatie te vormen. Niet alle natuur is echter gebaat bij waterberging. Of een natuurgebied geschikt is voor waterberging hangt af van de volgende omstandigheden: 1. Gaat het om dynamische of juist stabiele natuur?

Als er sprake is van een natuurgebied waarin de natuurwaarden zich onder invloed van een lange periode van continuïteit hebben ontwikkeld, zal een grote hoeveelheid oppervlaktewater onherroepelijk ingrijpende, negatieve effecten hebben. 2. Hoe is het gesteld met de voedselrijkdom van het systeem? Het inlaten van voedselrijk oppervlaktewater leidt tot een toename van de voedselrijkdom, waardoor bijzondere soorten kunnen verdwijnen.. 3. Hoe zeldzaam is de natuur in het gebied?

De Natuur-EffectRapportage (NER) is een door DLV Groen & Ruimte ontwikkeld instrument om de effecten van ingrepen op de natuur te bepalen. In de vorige editie van Groen & Ruimte hebt u meer over de inhoud van NER kunnen lezen. De NER is bij uitstek geschikt om de mogelijkheden voor waterberging in natuurgebieden te beoordelen. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met André de Bonte, adviseur Natuur, Landschap & Recreatie, via a.j.bonte@dlv.nl of 06-53151731 ■

Groen & Ruimte

Als door waterberging natuurwaarden verdwijnen die (bijna) nergens anders voorkomen, is de schade groter dan als er natuurwaarden verdwijnen die ook elders in ons land te vinden zijn. 4 .Behalve de eigenschappen van de natuur moeten ook de eigenschappen van de inundatie zelf worden meegewogen: - Hoe vaak komt inundatie voor? - Om hoeveel water gaat het? - Hoe lang blijft het water staan?

3


Projectberichten Landbouw ondervindt meeste schade van waterberging in lente en herfst De eerste resultaten zijn bekend van het onderzoek naar de landbouwkundige effecten van waterberging dat DLV Groen & Ruimte uitvoert in opdracht van de Stuurgroep Water 2000+ van de provincies Drenthe en Groningen. Het blijkt dat waterberging in maart en oktober de meeste schade veroorzaakt.Voordat waterberging kan worden geïmplementeerd is het dus noodzakelijk inzicht te hebben in de gevolgen van waterberging voor de grondgebruikfuncties.

ste schade. Inundatie in het voorjaar veroorzaakt verkorting van het groeiseizoen en het opnieuw moeten uitvoeren van landbewerking, bij inundatie in het najaar gaan akkerbouwgewassen verloren. Inzicht in de gevolgen van waterberging per bergingsgebied en afstemming van het moment van waterberging op het actuele grondgebruik kunnen daarom in belangrijke mate onnodige schade voorkomen.

Impact inundatie op bedrijfsniveau Impact inundatie per bodemtype (oktober, januari, maart)

-

dentrifcatie uitspoeling afspoeling bodemleven

Lengte groeiseizoen

Grondwaterstand

Bodemstructuur

Bouwplan

MINAS

Drukhoogte

- temperatuur - zuurstof

Opbrengstdepressie

Vertikale doorlatendheid - bewerkbaarheid

Slib aanvoer Kwantiteit + Kwaliteit

Ketencertificering - zware metalen microverontreiniging - ziektekiemen

Extra bewerkingskosten

Groen & Ruimte

Impact inundatie op bedrijfsrendement

4

In de vorige editie van Groen & Ruimte hebt u kunnen lezen dat DLV Groen & Ruimte met dit onderzoek is gestart in vijftien reguliere en noodbergingsgebieden in Groningen en Drenthe. Om de gevolgen van waterberging voor de landbouw voldoende concreet te maken is in overleg met de werkgroep een methodiek ontwikkeld om de landbouwkundige effecten te kwantificeren (zie schema). Het onderzoek richtte zich deels op de verdieping van het theoretisch referentiekader en de beoordeling van de onderlinge relaties tussen de landbouwkundige aspecten die bepalend zijn voor de gevolgen van inundatie voor de landbouw. Aan de hand van deze inzichten is een vertaling gemaakt naar de praktijk. Met het agrohydrologische model SWAP is het naijleffect van de hydrologische veranderingen ten gevolge van waterberging gesimuleerd. Op basis van dit onderzoek blijkt dat er, afhankelijk van het grondgebruik en de periode waarin waterberging plaatsvindt,

grote verschillen optreden in de landbouwkundige schade. Algemeen kan worden geconcludeerd dat waterberging in maart en oktober resulteert in de groot-

De volgende tabel geeft de resultaten weer van twee weken inundatie van een willekeurig zandgebied in oktober, januari of maart. Er is onderscheid gemaakt in schade tengevolge van kwaliteit en kwantiteit als ook de bedrijfsmatige indirecte schade. Dit kunnen respectievelijk zijn schade als gevolg door de kwaliteitsvermindering van het gewas, de lagere opbrengst in kg droge stof per hectare of kosten voor extra grondbewerking. Hieruit blijkt duidelijk dat de schade bij een inundatie in Oktober en Maart de grootste financiële consequenties heeft. Inzicht in de gevolgschade is een voorwaarde voor goede communicatie met de mensen in de streek, voor een gedragen schaderegeling en voor inrichtingsmaatregelen waarin de consequenties voor het gebied tot een minimum worden beperkt. Het breed oppakken van de gevolgschade schept vertrouwen en inzicht in het financiële risico dat betrokkenen lopen. Uiteindelijk vindt waterberging plaats in samenwerking met de mensen en instanties in de streek. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Bart Geenen, adviseur Bodem,Water & Planontwikkeling via b.e.h.geenen@dlv.nl of 06-20131197. ■

Tabel 1: Landbouwkundige schade voor een willekeurig zandgebied Thema Totale schade per hectare per Bergingsscenario (€)

Opbrengstderving t.g.v. kwantiteit Opbrengstderving t.g.v. kwaliteit Bedrijfsmatige indirecte schade Totale schade per ha.

Oktober 292 127 180 599

Januari 0 23 159 182

Maart 108 241 181 530


De provincies verwerken de hierbij ontwikkelde taakstellingen in streek- en structuurplannen, waar vervolgens gemeenten hun bestemmingsplannen weer op afstemmen. Naast bovenstaande inspanningen probeert het Rijk ook de veranderingen waarvan de oorsprong (grotendeels) buiten zijn grondgebied ligt aan te pakken. Dit door enerzijds de Verdragen van Kyoto en Berlijn, die de klimaatveranderingen beogen te verminderen, te ondertekenen en anderzijds door het opstellen van een belangrijk pakket aan plannen om de ver-

veranderend neerslagpatroon

Kyoto Berlijn

GGOR DSGV peilbesluiten

Hogere aanvoer door rivieren

Nederland

Zeespiegel stijging

Deltawerken Kyoto Berlijn

• • • • •

veranderende bergingscapaciteit

Bodem daling WB 21 4e Nota WHH 5e Nota RO GGOR DSGV

Deltaplan Grote Rivieren Ruimte voor de Rivier Integrale Verkenning Maas Spankrachtstudie Noodoverloop etc.

WB 21,Waterbeheer 21e eeuw 4e Nota WHH,Vierde nota Waterhuishouding 5e Nota RO,Vijfde nota Ruimtelijke Ordening DSGV, DeelStroomGebiedVisie GGOR, Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime

Het waterbeleid in Nederland is de laatste jaren dan ook sterk in verandering. In de Startovereenkomst Water heeft het Rijk de belangrijkste bevindingen en adviezen van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw vastgelegd. Daarnaast is het gedachtegoed van deze commissie ook verwerkt in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en het Structuurschema Groene Ruimte. Het valt op dat hierbij de rol van het water in het ruimtegebruik veel groter is dan voorheen: het water is van een overwinbare vijand tot een (mee)ordenend principe geworden. Provincies, waterschappen en gemeenten vertalen het landelijke beleid op regionaal niveau in deelstroomgebiedsvisies (in de figuur aangeduid met DSGV), die voor veel kleinere gebieden meer in detail aangeven hoe de waterhuishouding wordt afgestemd op bovengenoemde processen.

hoogde grotere afvoer door de rivieren zonder gevaar voor de veiligheid te kunnen verwerken (zoals Ruimte voor de Rivier). Voor de individuele landbeheerder, ongeacht zijn of haar ecologische en economische motieven, zijn de veranderingen onontkoombaar. Communicatie over de beleidsdoelstellingen en draagvlak voor de uitvoering ervan zijn van essentieel belang. DLV Groen & Ruimte speelt in dit ruimtelijke veranderingsproces graag een ondersteunende en begeleidende rol.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Peter Sloot, senior accountmanager DLV Groen &Ruimte via p.h.m.sloot@dlv.nl of 06-53703743 ■

de kunst van het vasthouden, vertragen en loslaten Voor verloren gevoel hebben de mensen de melancholie bedacht, voor verloren sleutels gevonden voorwerpen en voor verloren water de combinatie vasthouden, bergen en afvoeren.Volgens de nota ‘Waterbeheer 21e eeuw’ is de volgorde: éérst vasthouden, dán bergen en vervolgens afvoeren. Sla in uw poëtische geheugen nu even zo’n maf tafelfonteintje van de Blokker op, u weet wel, met zo’n kaboutertje en drie schaaltjes op verschillende hoogte, en lees dan verder.Watertechnisch verschilt de problematiek per schaaltje. Bij de kunst van het vasthouden in het bovenste schaaltje gaat het om aspecten als peilverhoging, mogelijke functieverandering van het grondgebruik en dergelijke als je maar vertraagt. De kunst van het vertragen… Bij het middelste schaaltje hoort het parkeren van pieken en vraagstukken als ‘waar mag ik welke piek bergen’ en ‘wie is daar verantwoordelijk voor’. In het onderste schaaltje gaat het om de onvermijdelijke gevolgen: afstemming tussen partijen om onderling geen ruzie te krijgen. Men wil immers wel weten wanneer welke piek eraan komt en wáár. Daar is de Nederlandse waterdiscussie ooit begonnen en dat moeten we ons heel goed blijven realiseren. Het kaboutertje dat aan de rand van het onderste schaaltje naar boven kijkt, moet weten dat hij op dat moment een functionele keten ziet. Een keten die in elkaar stort, als betrokkenen alleen kijken naar wat er gebeurt met hun eigen schaaltje. Om dit funeste gedrag te pareren hebben de mensen tenslotte de kunst van het loslaten bedacht. Jongleurs zijn daar natuurlijk heel goed in, anders blijft hun keten niet draaien. Leer daarvan.Wie de kunst van het loslaten beheerst, draagt bij aan doeltreffend waterbeheer. Pieter Klop ■

Groen & Ruimte

Nederland is kwetsbaar. Nederland is Nederland, ‘les Pays Bas’, die ‘Niederlande’. Voor de toekomst van ons land is de duurzaamheid van het waterbeheer een absolute vereiste. Geologische en klimatologische processen, zeespiegelstijging en meer neerslag in een kortere tijd versterken de effecten die de mens zelf door de eeuwen heen heeft veroorzaakt: maaivelddaling, verdroging, vermesting, verzilting, vervuiling en verharding. Uiteraard hebben deze effecten grote gevolgen voor iedereen die in ons land woont, werkt of recreëert.

Column

Pieter Klop

Water in de 21e eeuw: van vijand tot sturend principe

5


Projectberichten Zonder communicatie geen waterberging De inpassing van waterbergingsgebieden in het landschap vraagt een integrale benadering, waarin communicatie met de mensen en instanties in de betreffende streek een belangrijke rol gaat spelen. Het is dé uitdaging waar betrokken ministeries, provincies en waterschappen voor staan. Zij moeten invulling geven aan de waterbergingsplannen, waarbij het creëren van draagvlak bij de gebruikers van het landelijk gebied voorop staat. Het waterbeheer moet zo ingericht worden dat de waterhuishoudkundige situatie zo goed mogelijk tegemoetkomt aan de hydrologische randvoorwaarden van een systeem. Deze voorwaarden vloeien voort uit de verschillende functies van een gebied. De verweving van landgebruikfuncties en de heterogeniteit van het landschap dwingen tot een brede aanpak van de planvorming op het gebied van water. Deze aanpak vereist dat het bewustzijn en draagvlak voor een integraal en geïntegreerd waterbeheer vergroot worden. Een goede communicatie betekent dat elke potentiële betrokken partij vanaf de eerste fase van de planvorming meepraat.

Beleidskader Project

Actorenanalyse

Inventarisatie

Probleem - Oplossing Inzichtelijk maken oplossingen

Keuze criteria Keuze oplossing Interactief Gedragen oplossing gehele gebied

Figuur: Algemene aanpak van interactieve projecten in een gebied

Er bestaat geen blauwdruk waarop de betrokkenen uit het gebied kunnen reageren, maar zij geven zelf invulling aan de gebiedsplannen binnen de beleidsruimte. Deze zogeheten interactieve planvorming, het gezamenlijk actief invulling geven aan plannen om veranderingen te realiseren, is een methodiek om draagvlak te krijgen.

Sleutelbegrippen van een interactieve aanpak zijn kennis en proces. Alleen door een goed evenwicht tussen het overbrengen van kennis en het gezamenlijk volgen van een proces ontstaat begrip voor elkaars situatie en kunnen plannen van aanpak worden gemaakt. De interactieve aanpak is gebaseerd op

Interview met Henk Kroonenberg:

Groen & Ruimte

Waterschap Velt en Vecht bereidt zich voor op wateroverlast

6

Met de aanwijzing van een groot noodoverloopgebied is het Waterschap Velt en Vecht als eerste in Nederland voorbereid op extreme wateroverlast. Tegelijkertijd heeft het waterschap ook de schadevergoedingsregeling voor de gevolgschade met de bewoners vastgesteld en zijn voorzieningen getroffen om evacuatie te voorkomen. Najaar 1998. Overijssel kan de regenval en de toestroom van water niet meer aan. Er lopen stukken grond onder water en de bewoners van de polder ZuidMeene houden amper droge voeten. Ze staan op het punt weg te trekken en de opvang voor het vee is al geregeld. Dan stopt de toestroom van water, evacuatie

is nog net niet nodig, maar de schrik zit er goed in. Dit nooit meer, denken alle betrokkenen. In 1990 was de polder Zuid-Meene al wel opgenomen in het Draaiboek hoogwater Noord-Overijssel/Zuid-Drenthe als mogelijk bergingsgebied bij dreigende overstromingen. Maar over de uitvoering

van het plan heerste ontevredenheid. Dat moest anders. Het waterschap Velt en Vecht treedt in overleg met de bewoners. Die geven aan niet meer geëvacueerd te willen worden bij extreme wateroverlast. Dat betekent: extra voorzieningen. En dus worden er erven opgehoogd en komen er dijken om de toegangswegen droog te houden. Daarnaast stelt het waterschap een regeling op waarin alle schade wordt vergoed die het gevolg is van het onder water zetten van het gebied. Blijft over de planschade, ofwel de schade die ontstaat door wijziging van het


Beloning voor groene en blauwe diensten

Henk Kroonenberg

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Miriam van Meeteren, adviseur Bodem,Water & Planontwikkeling via m.d.van.meeteren@dlv.nl of 06-26544126 ■

bestemmingsplan. De grond heeft namelijk niet langer alleen een agrarische bestemming maar tegelijk de bestemming noodopvang. Die wijziging kan leiden tot

Aan een beter beheer van water wordt een steeds groter belang gehecht. Het is vermoedelijk dan ook slechts een kwestie van tijd voordat grondeigenaren naast natuurbeheerdiensten ook waterbeheerdiensten gaan leveren. En zo ontstaan naast de zogeheten groene diensten straks ook ‘blauwe’ diensten. Natuurlijk moet tegenover zulke blauwe diensten ook een beloning staan. Een groene dienst is een activiteit of een beheermaatregel die zich richt op het realiseren van maatschappelijk wensen, waarvoor ondernemers als grondgebruikers, -beheerders en -eigenaren een beloning krijgen. Voorbeelden van groene diensten kunnen zijn: beheer en ontwikkeling van natuur en landschap, het toegankelijk houden van het landelijk gebied, behoud van cultuurhistorie en landschap en de zorg voor voldoende water van goede kwaliteit. De meerwaarde van de te leveren dienst moet inzichtelijk zijn en voortkomen uit een groot maatschappelijk belang. Het ontwikkelen van activiteiten per regio of per bedrijf bestaat uit formuleren van concrete doelen en het zoeken naar een vergoeding voor deze activiteit. Zo’n vergoeding kan bestaan uit een daadwerkelijke vergoeding of een korting op algemene lasten, zoals belasting of waterschapslasten. Hoewel diensten die te maken hebben met waterbeheer ook val-

waardevermindering van de bedrijven. De bewoners moeten deze schade claimen bij de gemeente Hardenberg, maar dat kan pas als de wijziging van het bestemmingsplan onherroepelijk is. “Zover is het nog niet, maar het scheelt niet veel”, geeft projectleider Henk Kronenberg van het Waterschap Velt en Vecht aan. “De gemeente is verplicht de schadevergoeding te regelen en vraagt het geld op haar beurt terug van het waterschap.” Het eerste gebied voor grootschalige noodopvang bij extreme neerslag is daarmee gereed. In tijden van nood kan er zo’n 4,25 miljoen kubieke meter water de polders Noord- en Zuid-Meene in stromen. Volgens Kronenberg is dat ook de enige manier om extreme wateroverlast het

len binnen de groene diensten worden activiteiten op dit vlak steeds vaker blauwe diensten genoemd. Is bij hoge neerslagpieken het bergen van water op het land een blauwe dienst? Bergen van water is een maatschappelijk thema, zonder deze dienst is de overlast in een stad of dorp enorm. Is het dan niet logisch dat de beheerder van het perceel waarop de waterberging plaatsvindt hiervoor een beloning krijgt? De invulling van de blauwe diensten komt langzaam op gang.Activiteiten moeten worden uitgebreid om de blauwe diensten voor agrariërs, een belangrijke beheergroep in het landelijk gebied, interessant te maken. Denk hierbij aan de verkoop van water of het leveren van extra inspanningen om de kwaliteit van het water in het gebied te verbeteren. DLV Groen & Ruimte ziet veel mogelijkheden om de invulling van groene en blauwe diensten te concretiseren. Graag denken wij met u mee om innovatieve trajecten op te zetten, waarbij zowel de uitbreiding van het aantal activiteiten als ook het vinden van een duurzame vergoeding voorop staat. Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Marinus Bogaard senior adviseur Bodem,Water & Planontwikkeling via m.bogaard@dlv.nl of 0182-307918, of Miriam van Meeteren adviseur Bodem, Water & Planontwikkeling via m.d.van.meeteren@dlv.nl of 06-26544126 ■

hoofd te bieden. “We zijn in 1993 en 1995 met de neus op de feiten gedrukt. Toen zag je langs de Maas in Limburg hele wijken gevaar lopen voor overstroming, omdat die gebouwd waren in het winterbed van de rivier. Bij de Vecht is iets dergelijks gebeurd. Rond 1900 had die rivier vanaf de Duitse grens een lengte van 90 kilometer totdat hij in het Zwarte Water stroomde. Nu is dat nog maar 60 kilometer, zó veel bochten zijn er uit gesneden. Als er dan toch hoog water komt, dan kom je gelijk in de problemen. Je moet de rivier de ruimte geven en dat doe je door noodoverloopgebieden te creëren.” Leonore Noorduyn ■

Groen & Ruimte

vrijwillige deelname en combineert technische kennisoverdracht met gebiedsgericht denken. De realisatie van waterbergingsgebieden vereist een duidelijke communicatie met de mensen in de streek. Vaak hebben zij weinig begrip voor de plannen, omdat zij de noodzaak en de gevolgen ervan niet goed kunnen inschatten. Een heldere uitleg over het beleid en het verschaffen van inzicht in de gevolgen van waterberging op de bedrijfsvoering zijn dan ook noodzakelijke stappen in de communicatie. Zonder duidelijkheid ontbreekt het draagvlak en is het onmogelijk samen met de mensen in het gebied een plan van aanpak op te stellen. DLV Groen & Ruimte is, zowel door haar eigen ervaring met dit soort processen als door de kennis van de techniek, het beleid en het gebied van haar adviseurs, een uitstekende partner voor het opzetten van projecten met draagvlak.

7


Klant aan het woord Geert Nijhof van Waterschap Hunze en Aa’s:

Waterberging op landbouwgrond ligt gevoelig in de politiek en bij boeren. Alleen al door de schade die boeren kunnen lijden. De provincies Groningen en Drenthe en twee waterschappen besloten daarom een adviesbureau in te schakelen dat dicht bij de landbouw staat. DLV Groen & Ruimte had de beste papieren. De beleidslijn is helder: er moeten gebieden aangewezen worden die bij wateroverlast dienen om water te bergen. Zo staat het in de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening 2000-2020. Ook gebieden met landbouwgrond moeten worden aangewezen. De provincies Groningen en Drenthe zijn intussen bezig met de voorbereidingen voor aanwijzing van gronden als waterbergingsgebieden. Maar voordat de definitieve

Adviesbureau in de arm nemen met goede contacten in de landbouw

Groen & Ruimte

besluiten vallen, moeten belanghebbenden weten waar ze aan toe zijn. Met hen is afgesproken dat er eerst een goede regeling voor schadevergoeding komt.Aan de waterschappen Hunze en Aa’s en

8

Noorderzijlvest en de provincies de taak te bekijken wat de effecten zijn van het onder water zetten van landbouwgrond. Voor het oplossen van dit vraagstuk zocht het Waterschap Hunze en Aa’s een adviesbureau.Waterschapsmedewerker Geert Nijhof daarover:“Waar landbouwkundige belangen een rol spelen, kun je het best een adviesbureau in de arm nemen met goede contacten in de landbouw. DLV staat dichter bij de landbouw dan veel andere adviesbureaus. Deze mensen spreken de taal van de boeren.Wij denken dat zij in staat zijn boven tafel te krijgen wat wij willen weten.Wij gaan straks in discussie met de landbouwers.Als zij weten dat DLV ons heeft geadviseerd, schept dat een vertrouwensband.” Naast DLV vroeg het waterschap ook bij twee andere bureaus offerte aan. DLV bleek weliswaar niet de goedkoopste, maar de werkgroep waar Nijhof deel van uit-

Geert Nijhof

Dankzij DLV goede onderbouwing van schadevergoeding

maakt, besloot toch DLV het werk te laten uitvoeren.“Je zag al aan de offerte dat zij een betere landbouwkundige benadering hebben.Als het gaat om de natuurbelangen is het de vraag of DLV de voor de hand liggende keuze zou zijn. Daar hebben we dan ook een ander bureau voor ingeschakeld.” Het werk moest binnen een maand klaar zijn en DLV is erin geslaagd het eindrapport binnen de gestelde tijd nagenoeg gereed te hebben. Nijhof is tevreden. DLV heeft de weinige kennis die voorhanden was over het onder water zetten van landbouwgrond verzameld en gebruikt om inzicht te verschaffen in de te verwachten schades voor de landbouw.

Het waterschap hoeft de mogelijkheden alleen nog af te vinken Voor elk gebied is nu een checklist beschikbaar met daarop alle situaties die zich zouden kunnen voordoen. Het waterschap hoeft de mogelijkheden alleen nog af te vinken: is een gebied bijvoorbeeld in oktober ondergelopen, toen de aardappelen nog op het land stonden? Dan bedraagt de directe schade en de gevolgschade ongeveer zo veel. De schadebedragen zijn gebaseerd op de huidige prijsniveaus. Uiteindelijk moet daar een vorm van indexering voor worden gevonden, zodat de schades in de toekomst makkelijk zijn vast te stellen. Met het DLV-rapport in de hand kunnen provincies en waterschappen het overleg met de boeren nu goed voorbereid voeren. Leonore Noorduyn ■


2002 - 4