Issuu on Google+

32

ZATERDAG 21 AUGUSTUS 2010

De sporen van Vincent van Gogh in Nuenen

reizen

35

Het geluk van Aruba Aruba’s beroemde hotelstrand is de toeristische magneet van het eiland. In de jaren tachtig kreeg het te maken met dreigende milieuvervuiling. Maar er kwam redding: ‘de Bezem van Biemans’. tekst en foto’s KEES VAN DEN BERG

Z

e komen te voorschijn op het strand als de warmste uren van de dag voorbij zijn: jonge Arubanen, sommigen met surfplank en vriendin. Mooie kinderen zijn het, op de drempel van de volwassenheid. Het is een rustige groep, niet gekomen voor een luidruchtig strandfeest, maar om ontspannen bij elkaar zijn en te kijken naar de enkelen die het surfen onder de knie proberen te krijgen, op de plek met de beste golven. Het strand is een mirakel voor heel Aruba; blakend wit zand, zo’n elf kilometer lang. Vrijwel alle grote hotels van het eiland staan hier langs het zwemvriendelijke oceaanwater. Maar er is ook leven ónder de oppervlakte. Een aantal vierkanten zijn afgezet met een wapperend roodwit lint; er worden schildpadeieren

Historisch Museum

uitgebroed door het warme zand. De Arubanen zijn milieubewust geworden. Dat was vroeger anders. De ecologische gevolgen van de toeristische explosie in de jaren tachtig groeiden het maagdelijke eiland boven het hoofd: ongecontroleerde bouw van hotels, vervuilde stranden, steeds meer afval, overconsumptie. Edwald Biemans, eigenaar van hotel Bucuti, was de eerste die zich zorgen maakte. Hij vond het tijd de mensen wakker te maken en kreeg na veel gesteggel voor elkaar dat er wetten kwamen die van Aruba weer een schoon eiland maken. De gedreven Biemans oogstte ook elders in de Cariben navolging met zijn visie. Hij kreeg de geuzennaam Mr. Environist en maakte van Aruba, ‘One Happy Island’, ook een Lucky Island.

Caribische cruiseschepen leggen graag aan bij een gelukkig eiland. Voor de passagiers is een mooie rode loper uitgelegd. Naar de Renaissance Mall bijvoorbeeld. Dat winkelcentrum heeft een lokkende ‘kom-gerust-binnen’-uitstraling, een kleurige galerij met een open, halfrond matglazen dak tegen de felle zon. Overal rondom wuiven hoge palmen hun groene pruiken in de Caribische passaat. De toerist kan terecht in luxe en minder luxe winkels. Op het plein aan het uiteinde zijn terrassen en – Hollandse nostalgie – ’t Pannekoekhuis, met koffie en pannenkoeken in alle soorten en smaken.

A

chter het plein langs loopt de wandelboulevard. Het is wat lengte betreft een boulevard van niks, maar nergens kun je mooier langs de oceaan lopen dan hier onder de rij palmen. Sla dus gerust rechtsaf en kom aan het eind bij de haven met de vissersbootjes en plezierjachten. Geniet van dit schouwspel: de blauwe lucht, de mooiweerwolken, de zee, de bootjes en op de achtergrond de felwitte rompen van de cruiseschepen. Een symfonie in blauw, wit en turquoise: het is één grote tropische prentbriefkaart. Cruiseschepen worden niet voor niets zo blinkend wit geschilderd. Verderop langs de kade kan de toerist zijn slag slaan in de winkeltjes die mannetje aan mannetje staan met souvenirs en toeristische artikelen. Aan het eind is een eetcafé met – denkend aan Friesland – een zwartbonte koe bovenop het dak. Steek de straat over en je staat oog in oog met een reusachtige roze suikertaart, de Royal Plaza Mall, met een keur aan winkels in de duurdere klasse en een paar airconditioned restaurants. Voor rust en bezinning – het is maar luttele minuten lopen van de toeristische reuring – naar de stilte van het Historisch Museum. Het gebouw is een combinatie van het voormalige Fort Zoutman en de Willem III-toren, een recentelijk mooi gerestaureerd eerbetoon aan onze voormalige vorst. Bovenin de toren kwam de eerste publieke klok in Oranjestad en ’s nachts werd het een echte vuurtoren; er brandde in de spits een petroleumlamp. Binnen gaan we terug naar de tijd van

de hebbers en de slaven. Staatsieportretten, fraaie meubelstukken van glimmend hout, een in dit klimaat passende schommelstoel en tussen de gebruiksvoorwerpen een petroleumgestookt strijkijzer. Zonder schroom wordt aandacht besteed aan de slaventijd. Dikke folianten liggen opengeslagen op pagina’s met persoonsgegevens. In keurig ambtelijk handschrift staan pietje precies de namen en – veelbetekenend – de moedersnamen vermeld naast de geboortedatum of vermoedelijke ouderdom. Onder het hoofd ‘Staat der Bevolking’ werd men ingedeeld bij Blanken, Vrije Lieden (Inboorlingen en Vreemden) of Slaven. Om de bezoeker dat extra in te prenten staat in een hoek van de zaal een beeld van een slaaf met kettingen en ijzeren banden om polsen en hals. We lezen dat de slaven in 1863 de vrijheid kregen en het lied Liberté, égalité zongen: Nos tur ta un /No tin catibo mas: Wij zijn allen één, er zijn geen slaven meer. Er is nog een museumstuk waar Aruba met recht trots op is. Niet in het museum, want we moeten ervoor naar het Nationaal Park Arikok, in de noordoosthoek van het eiland. We staan er voor een grot en bewonderen een paar goedbewaarde muurschilderingen die Indianen, oorspronkelijke bewoners van

Een indeling in Blanken, Vrije Lieden en Slaven het eiland, er drieduizend jaar geleden achtergelaten hebben. Gids Diego Marquez: “De afbeeldingen zijn uniek, ook omdat ze in twee kleuren, rood en wit, zijn gemaakt. Dit krijgt misschien een Werelderfgoedstatus.” De grot is terecht afgesloten met een hekwerk. Het is een mooie, nog niet te warme ochtendwandeling door het park. De route langs het goed te belopen pad voert anderhalve kilometer lang kris kras door een typisch Arubaans kunuku-landschap, heu-

Uitzicht vanuit een van de vele hotels over vel op heuvel af, langs veel toortscactussen, weerbarstig kromgewaaide bomen en een paar opvallende rotsformaties met de treffende namen ‘Schildpad’ en ‘Bilspleet’. Diego strijkt nog even een klein misverstand vlak: “De scheefgewaaide passaatbomen die je vaak op foto’s ziet, zijn niet altijd watapana’s, beter bekend als divi divi’s, maar vaak fofoti’s, een soort mangroveboom.” Op de heuveltoppen hebben we prachtige uitzichten over het landschap met de rode daken van de verspreide huisjes en de eenzame pieken van de hoge heuvels in de verte. Er kruist een kudde geiten ons pad, onderwerp van een klein sociaal/ politiek probleem. “Vroeger was dit een uitlaatgebied voor de plaatselijke geitenstand. We willen ze nu graag kwijt, want ze vreten alleen wat ze lekker vinden en je krijgt zodoende een monocultuur van wat ze laten liggen. Maar het is moeilijk om zo’n gewoonte te veranderen.” Vort met de geit dus, in het belang van het Nationaal Park.

D

e kust van Aruba heeft twee gezichten: de populaire kalme zuidkust met de stranden, en de grillige noordkust, waar woedende golven stukslaan op de ontoegankelijke koraalrotsen. Dat moet bezocht worden. We verzamelen voor een safari op het binnenplein van De Palm Tours, waar al een stel gele terreinwagens met tijgerstrepen staat te wachten. Eric zal onze gids zijn, een jongen met een vlotte babbel. Hij begint met een les in integratie: “Shake hands everybody, you make new friends, because you’ll never know, one day you may need a friend, even a he or she.” Hilariteit, het ijs is gebroken, en we gaan in colonne op weg.


reizen

ZATERDAG 21 AUGUSTUS 2010

33

Wie, wat, waar Eten en drinken: Romantisch tafelen en culinair genieten, buiten in de tropenavond, kun je bijvoorbeeld bij: ■ The old man and the sea, met de blote voeten in het nog warme zand. ■ Pinchos Bar and Grill, op een kleine rotonde in zee met een zwoele avondbries door de haren. ■ Papiamento Restaurant in het binnenland, sprookjesachtig verlicht onder de palmen. ■ Charlie’s Bar, een eetcafé in het dorp San Nicolas, waanzinnig volgepropt met allerhande souvenirs en kitsch. ■ In het nieuwe Paseo Herencia,(goed voor nóg meer winkelen overdag), maar ’s avonds en later: gezelligheid in salsaclub Mr. Jazz of pianobar Sopranos. Spa: In Larimar Spa van het Radisson Aruba Resort word je professioneel omgekneed tot een herboren zelf. Boottocht: Gezamenlijk in een grote catamaran buitengaans langs de kust. Aanleggen in een baai, zwemmen, snorkelen. Drankjes en hapjes aan boord. Luide muziek. Als je het liever stil wilt hebben op het water,kun je beter een roeiboot of kano huren.

het prachtige strand. “Keep the line moving, come on, move everybody, move!” Zijn stem kwekt uit de luidsprekers die in alle wagens hangen. We moven, iedere jeep heeft een toerist aan het stuur. We ronden de westkust met de Californiavuurtoren en de sliert tijgers volgt rammelend in een stofwolk het pad over het koraal van het kustplateau. Tussen de kwinkslagen van Eric komen van hem toch een paar interessante feiten over het eiland uit de luidsprekers: “We hebben hier het beste kraanwater van de wereld, het wordt uit het zeewater gedestilleerd. De Indianen, die de eerste bewoners waren, haalden hun water uit bronnen. Later werd het uit Venezuela gehaald door toedoen van de Nederlandse broers Leendert en Flip. Twee watertanks in het midden van het eiland zijn naar hen genoemd.”

De volgende hotspot op de route is de beroemde natuurlijke brug, een uitgeholde koraalmuur langs de kust. Jammer, de mooie rotsboog is op 2 september 2005 ingestort, maar de natuur heeft met wild golvenspel

De natuurlijke brug stortte in, maar er is weer een nieuwe voor een nieuwe brug gezorgd. Het is een drukke boel ter plaatse, menigeen wil even de rotsige oversteek maken. Er worden vandaag weer veel foto’s toegevoegd aan de mil-

Vissers in de haven, op de achtergrond de cruiseschepen.

joenen die hier al gemaakt zijn. Daarna gaan we op weg naar een volgend opmerkelijk fenomeen dat niet gemist mag worden: de natural pool Conchi. Om er te komen, moeten we een aantal koraalheuvels over waarvan de oversteek de naam pad niet verdient, maar eerder een verzameling ultieme kuilen en gaten is. Dansend met de billen op de banken schieten we met het hoofd bulten in het dak. Eric: “Mamma mia, let everything shake what you’ve got from your mother!”

M

aar het panorama aan de rand van de klif over de woeste noordkust met de witte opspuitende golven is adembenemend. Beneden is een natuurlijke kalme poel ontstaan. Je kunt er veilig te water en van bovenaf lijkt het of de gezamenlijke toeristenploeg gezellig met elkaar in een groot bad ligt. Conchi is een geschikte plaats voor een verdere integratie. We stuiteren langs dezelfde route terug naar beneden en als we weer horizontale grond bereikt hebben doet Eric ons een kenmerkend detail van het eiland uit de doeken: “Aruba telt zeven districten. Elk district heeft zijn eigen politiebureau en toevallig ligt dat bureau altijd recht tegenover een bar.” En hij voegt daar zijn eigen milieuvriendelijke visie aan toe: “Save water, drink beer.” www.aruba.com Hotel Edwald Biemans: www.bucuti.com In Nederland: Arubaans Verkeersbureau Tel: 070-302 80 40

Atlantische Oceaan Paseo Herencia

Hotel Bucuti

ARUBA Santa Cruz Oranjestad

Renaissance Mall

ZUIDAMERIKA

Wandelen in Nationaal Park Arikok.

ARIKOK NATIONAAL PARK

San Nicolas


Het geluk van Aruba