Page 28

E: OR@VU.NL | WWW.VU.NL/OR | WWW.ONDERNEMINGSRAADVU.NL | 25 MAART 2015

DISCUSSIE INVULLING INSTEMMINGSRECHT OP UNIVERSITEITSBEGROTINGEN IN VOLLE GANG DE VERTEGENWOORDIGERS VAN HET LANDELIJK OVERLEG VOORZITTERS UNIVERSITAIRE MEDEZEGGENSCHAPSORGANEN (LOVUM) SPRAKEN OP 6 MAART OP DE VU OVER DE INVULLING VAN HET NIEUWE RECHT ZOALS DAT DOOR DE MINISTER AAN DE MEDEZEGGENSCHAP IS TOEGEKEND: HET INSTEMMINGSRECHT OP HOOFDLIJNEN VAN DE UNIVERSITEITSBEGROTING.

De voorzitters bereikten overeenstemming over drie aspecten waar minimaal instemming op moet komen: het financiële verdeel- of allocatiemodel, de kadernota en het verband tussen beleid en de uiteindelijke begroting. De VU zal hier zelf, net als de andere Nederlandse universiteiten, door onderhandelingen tussen de medezeggenschap en het College van Bestuur concretere invulling aan moeten gaan geven.

WAAROM INSTEMMINGSRECHT?

In ruil voor de hervorming van het stelsel van studiefinanciering in het hoger onderwijs heeft minister Bussemaker met ingang van 2015 de Gezamenlijke Vergadering (GV) van studenten en medewerkers instemmingsrecht gegeven op de hoofdlijnen van de jaarlijkse begrotingen van hun universiteiten. Bij dit recht draait het volgens de wet om het ‘gezamenlijk nadenken over het onderwijs- en onderzoeksbeleid en het profiel van de instelling’. Door de invoering van het studievoorschot zullen er volgens de wetswijziging in de toekomst investeringen mogelijk zijn gericht op kwaliteitsverbetering van het onderwijs. Studenten en medewerkers worden met het instemmingsrecht in staat gesteld hierover mee te beslissen. De beleidsterreinen die deze instemming betreft zijn onderwijs, onderzoek, huisvesting en beheer, investeringen en personeel. De precieze hoofdlijnen waarop de begroting beoordeeld wordt, moeten bepaald worden door de betreffende instelling samen met de medezeggenschap.

WAT ZIJN DE HOOFDLIJNEN VOLGENS HET LOVUM?

Tijdens de vergadering werd direct duidelijk dat de goedkeuring van de begroting in de praktijk niet ‘slechts tekenen bij het kruisje’ zal moeten betekenen. Het LOVUM is van mening dat de precieze invulling van de hoofdlijnen verder

moet gaan dan een minimale uitleg van de wet. ‘Hoe vager je het laat, hoe makkelijker voor het bestuur om eronder uit te komen,’ klinkt het vanuit de vergadering. De vertegenwoordigers van de verschillende universitaire medezeggenschapsorganen zijn het erover eens dat vroegtijdige betrokkenheid bij de totstandkoming van de begroting het meest zinvol is. Ook vinden ze bevordering van de deskundigheid van de medezeggenschapsvertegenwoordigers door middel van scholing belangrijk. Het LOVUM bereikte consensus over de drie eisen waar de instemming minimaal aan moet voldoen: het financiële verdeel- of allocatiemodel, de kadernota en het verband tussen beleid en begroting. Bij het laatste punt zal de medezeggenschap bijvoorbeeld toetsen of de afspraken die gemaakt zijn in het instellingsplan ook in de begroting naar voren komen. ‘Deze drie voorwaarden willen we toetsen bij de minister, want we moeten op dit punt opereren in de geest zoals zij de wet heeft bedoeld,’ aldus Jelly Reinders, voorzitter van de OR van de VU. Tijdens de vergadering bleek dat de meeste universiteiten nog zoekende zijn en wellicht meer willen eisen dan deze drie onderdelen. ‘Elke universiteit is anders en heeft ook andere wensen, maar we gaan uit van deze minimale eisen.’

WAT IS DE SITUATIE OP DE VU?

‘Er lijkt op de VU discrepantie te bestaan tussen wat de minister beoogd, wat de bestuurders denken wat daarmee wordt bedoeld en de interpretatie van de medezeggenschap van het nieuwe instemmingsrecht,’ vertelt Reinders. ‘Om met de nieuw verworven instemming de intentie van de wetgever recht te doen, is het noodzakelijk dat de medezeggenschap niet pas aan het einde van de begrotingscyclus instem-

ming heeft. Daarom zet de medezeggenschap van de VU in op de minimale eisen van het LOVUM, waarbij instemming op de uitgangspunten van de uiteindelijke begroting in een vroegtijdig stadium onderdeel is. We doelen met ‘de begroting’ op de begroting op alle niveaus. Daar horen ook de faculteitsbegrotingen en instemmingsrecht voor de facultaire medezeggenschap bij.’ De commissie Financiële en Economische Zaken van de GV is aan het onderzoeken hoe de Gezamenlijke Vergadering zoveel mogelijk invloed op de hoofdlijnen kan krijgen. Daarnaast is het belangrijk om te inventariseren welke kwaliteitsverbeteringen de studenten en medewerkers noodzakelijk achten. ‘Elk jaar zouden er bijvoorbeeld in gesprekken met het bestuur andere, relevante onderwerpen gekozen kunnen worden, uiteraard rekening houdend met de al eerder gemaakte afspraken in bijvoorbeeld het instellingsplan. Door deze gesprekken in een vroeg stadium te laten plaatsvinden zal er voldoende ruimte zijn voor inhoudelijke discussie.’

Profile for Advalvas

Nr 15 25 maart 2015  

Onafhankelijk magazine van de Vrije Universiteit, Amsterdam. Verschijnt 20 keer per jaar, om de week.

Nr 15 25 maart 2015  

Onafhankelijk magazine van de Vrije Universiteit, Amsterdam. Verschijnt 20 keer per jaar, om de week.

Profile for advalvas