Page 15

Etnische en religieuze spanningen onder jongeren

wetenschap

Veel praten voorkomt radicalisering

Hoe kunnen ouders voorkomen dat hun kind radicaliseert? Vooral niet boos worden, blijkt uit onderzoek van Diana van Bergen. DOOR Floor Bal foto studiovu/riechelle van der valk

H

ij wilde naar Palestina om daar zijn leven voor zijn moslimbroeders te geven. Dat zei een zestienjarige Marokkaanse jongen, vwo-student en de trots van zijn ouders, terwijl hij naar het Journaal keek. Zijn moeder werd woedend en probeerde de afstandsbediening van hem af te pakken. Na een korte worsteling stormde de jongen naar boven. Om daar het nieuws stiekem verder te kijken. Een volkomen verkeerde reactie van zijn moeder, vindt Diana van Bergen, postdoc bij de afdeling Onderwijswetenschappen en Theoretische Pedagogiek. “Bij een puber heeft het nooit zin om heel hard te roepen dat iets niet mag. Het is veel beter om met een extremistisch kind in gesprek te blijven.” De afgelopen twee jaar deed Van Bergen onderzoek naar etnisch-religieuze spanning en radicalisering bij jongeren. Hiervoor sprak ze zestig jongeren tussen de 14 en 22 jaar. Ook praatte ze met een aantal van hun ouders. Op donderdag 14 februari worden de resultaten van haar onderzoek tijdens een symposium in het VU-auditorium gepresenteerd. Uitgemaakt voor pinguïn Blijven communiceren. Het is een bekend advies. Juist steun van ouders, school of stageplek op het juiste moment kan voorkomen dat een radicaliserende puber echt geweld wil gaan gebruiken, vertelt Van Bergen. “Het kan helpen om hun frustratie in goede banen te leiden.” De vader van een zeventienjarig Turks meisje dat zich

ADVALVAS

nr 11 — 13 februari 2013

steeds orthodoxer ging kleden, pakte het beter aan. “Hij wilde zijn kind niet kwijt en stopte met ruziemaken. In plaats daarvan bleef hij met haar in gesprek. Om te checken of ze nog openstond voor andersdenkenden en om te kijken wat haar wereldbeeld was.” Hoewel de man de strenge geloofsbeleving van zijn dochter niet snapte, bleef hij haar steunen. Toen ze door een buurjongen continu voor pinguïn werd uitgemaakt, adviseerde hij haar om naar de politie te gaan. Een bezoekje van de buurtregisseur was voldoende om het pesten te stoppen. Dat is belangrijk, want juist negatieve ervaringen zorgen dat iemand radicaliseert. “Alle extremistische jongeren die ik sprak hadden het gevoel dat ze als groep benadeeld of gediscrimineerd waren.” Zo kreeg een Marokkaanse mbo-scholiere die een opleiding tot klassenassistente deed, continu opmerkingen over haar afkomst en geloof te horen. “Dat de islam de meest gehate religie in de wereld is, bijvoorbeeld.” Het advies van haar moeder om haar klasgenoten te negeren, maakte haar alleen maar gefrustreerder. “Het is beter als ouders handvatten geven om met dit soort reacties om te gaan,” vindt Van Bergen. “Zo had een goed gesprek met haar studiegenoten onder begeleiding van een docent waarschijnlijk wél gewerkt.”

Conflict en veiligheid Het onderzoek van Diana van Bergen werd door NWO gefinancierd in het kader van het programma Conflict en veiligheid. Het is de bedoeling dat overheden en maatschappelijke instellingen de resultaten van dit onderzoek gebruiken bij het ontwikkelen van beleid.

Reageren? Mail naar redactie.advalvas@vu.nl.

15

advalvas_jrgng60_11  

Onafhankelijk magazine van de Vrije Universiteit, Amsterdam. Verschijnt 20 keer per jaar, om de week.

advalvas_jrgng60_11  

Onafhankelijk magazine van de Vrije Universiteit, Amsterdam. Verschijnt 20 keer per jaar, om de week.