Page 1

DECEMBER 2017 - JAARGANG 16 - NR. 4

ADREM REM TIJDSCHRIFT VAN DE ORDE VAN VLAAMSE BALIES

+

1

DEBAT

DE KRITIEK VAN DE JONGE GENERATIE

4X NADER BEKEKEN

• HET ADVOCATENFAILLISSEMENT • GEVOLGEN PENSIOENHERVORMING • UPDATE PERMANENTE VORMING • TIPS DOSSIERBEHEER & ARCHIVERING

ADVOCATUUR

ALS HEFBOOM VOOR MEER

MENSENRECHTEN

Erkenningsnummer P209424 / Afgiftekantoor 1099 Brussel X

CHANTAL VAN CUTSEM (ADVOCATEN ZONDER GRENZEN)


Uit voorzorg… nu denken aan later

2

Marleen, 42 jaar, verdient als vennoot in een middelgroot kantoor 45.000 € (basis: geïndexeerd belastbaar beroepsinkomen 2014) Hoeveel kan zij maximaal veiligstellen voor een gewoon VAPZ contract: 3.127,24 €* Wat ontvangt Marleen op het einde van de overeenkomst op 67 jaar** Bruto ouderdomskapitaal Indicatief winstaandeel (1%) Totaal op 67 jaar *

92.400,87 € 12.500,83 € 104.901,70 €

Naast een gewoon VAPZ contract bestaat ook de mogelijkheid om een sociaal VAPZ contract af te sluiten. Simulatie: berekeningsdatum 01.01.2017, gewoon VAPZ met overlijdensdekking en een rendement van 1,75% rekening houdend met 3% kosten/jaar.

**

De VAPZ-premies zijn volledig fiscaal aftrekbaar als beroepskosten. U betaalt door die aftrek ook minder sociale bijdragen. Op een VAPZ bijdrage betaalt u geen premietaksen. Het VAPZ is combineerbaar met andere vormen van aanvullende pensioenopbouw zoals een Individuele pensioentoezegging (IPT), groepsverzekering en pensioensparen.

Deze simulatie werd u aangeboden door de Voorzorgskas voor advocaten, gerechtsdeurwaarders en andere zelfstandigen (VKAG). Voor alle voorwaarden, een persoonlijke simulatie en een antwoord op al uw vragen verwijzen we u naar www.vkag.be of neem contact op met de Voorzorgskas via e-mail info@vkag.be of op het telefoonnummer 02/534.42.42.

VKAG, Gulden Vlieslaan 64, 1060 Brussel • info@vkag.be • www.vkag.be


RECHTUIT VOORWOORD VAN DE VOORZITTER

H

ET EUROPEES RECHT IN HET ALGEMEEN EN DE UITSPRAKEN VAN het Hof van Justitie en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zijn alomtegenwoordig in het rechtsgebeuren. Dat was vroeger anders en is vooral het gevolg van geduldige en efficiënte tussenkomsten van advocaten in de rechtspraak. Gewezen voorzitter van de CCBE, José Maria Davó-Fernandes, verwees in dat perspectief naar filosoof J.A. Marina die de volgende hypothese uitte:

“Indien zij zich zouden ontdoen van vijf obstakels – extreme ellende, angst, onwetendheid, dogmatisme en burenhaat – convergeren alle samenlevingen naar een ideaal gedeeld model: erkenning van individuele rechten, op alle vlakken geen ongerechtvaardigde discriminatie meer, deelname aan politieke macht, een vrije markt, rechtszekerheid en sociale zekerheid…” 1 Het moet het doel zijn van de advocaten te blijven hameren op die kernwaar kernwaarden, waaronder de Europese waarden die de basis uitmaken van een democra democra-tische rechtsstaat. Dat is méér dan zomaar een boutade. Het Franse Hof van Cassatie oordeelde op 15 mei 2015 dat het een verplichting is voor een advocaat de bepalingen van het communautair recht te onderzoeken [Cass. Fr. 15 mei 2015, www.legisfrance. gouv.fr] en dat een advocaat die dat niet doet een beroepsfout begaat. Advocaten moeten dus steeds de reflex hebben om na te kijken of de Europese regels toepasselijk zijn op de zaak die ze voor een cliënt behandelen. Waakzaamheid is geboden.

EDWARD JANSSENS, VOORZITTER

1 J.A. MARINA, Memorias de un investigador privado, Editorial la Esfera de los Libros, Madrid, 2003, p. 19 Geciteerd door José Maria DAVó-FERNANDES in Liber Amicorum G.A. Dal, pag. 259

HAMEREN OP KERNWAARDEN

3


SOFTWARE FOR LAWYERS AND LEGAL DEPARTMENTS

4

CICERO LawPack is al meer dan 30 jaar gespecialiseerd in software voor advocaten, onder meer door een zeer persoonlijke aanpak en de voortdurende verbeteringen en de ontwikkeling van nieuwe toepassingen die uw werk gemakkelijker en efficiënter maken.

Profiteer van onze cloud oplossing. Al uw apparaten verbonden en gesynchroniseerd.

Discover the possibilities of CICERO LawPack www.cicerosoftware.com sales@cicerosoftware.com


INHOUD DIT NUMMER IN AD REM

BEROEP

10

OP DE STOEL

Nieuwe top bij Advocaten Zonder Grenzen: Chantal Van Cutsem

14 TERZAKE 18 ONDERNEMEND 24 RONDETAFELGESPREK

Pensioenhervorming: veelgestelde vragen beantwoord

Analyse én best practices voor archivering en dossierbeheer

10

Vier voorzitters van de jonge balies over de modernisering van het beroep

OVB

6 QUID? 32 KNOWHOW

Deontologische kwesties bij het advocatenfaillissement

18

Het nieuwe systeem permanente vorming toegelicht

24

AMICI

37 UIT DE BALIES 38 EXTRA MUROS

Balie Leuven 175 jaar jong. Balie Antwerpen houdt het sportief.

Debatmatinée n.a.v. de tentoonstelling (On)behandeld

EN VERDER

30

38

3 RECHTUIT Voorwoord van Edward Janssens 30 ESTAFETTE Portret van een confrater 33 HOE ZIT DAT? Deontologie 34 TUCHTRECHTSPRAAK Roerende goederen als betaalmiddel

LEES ADREM OOK ONLINE Surf naar advocaat.be/Adrem voor de digitale versie van dit magazine. Die is bovendien nét iets uitgebreider: meteen leest u het integrale rondetafeldebat en krijgt u extra ondernemingstips.

5


QUID?

WAT ALS… EEN ADVOCAAT FAILLIET GAAT?

9

6

VOORZICHTE

ANTWOORDEN

OP DEONTOLOGISCHE VRAAGSTUKKEN DOOR: ANNEMIE MOENS, HANS DE MEYER EN BART COPPEIN

ADVOCATEN KUNNEN VANDAAG NIET FAILLIET VERKLAARD WORDEN. DOOR DE NIEUWE WET VAN 11 AUGUSTUS 20171, DIE OP 1 MEI 2018 IN WERKING TREEDT, VERANDERT DAT EN ZULLEN ADVOCATEN IN FINANCIËLE MOEILIJKHEDEN EINDELIJK EEN PERSPECTIEF KRIJGEN OM HUN PROBLEMEN DEFINITIEF OP TE LOSSEN. MAAR EERST ZULLEN NOG ENKELE HEIKELE DEONTOLOGISCHE KWESTIES MOETEN WORDEN UITGEKLAARD. 1

Wet houdende invoeging van Boek XX Insolventie van ondernemingen in het Wetboek van Economisch Recht en houdende invoeging van de definities eigen aan Boek XX en van de rechtshandhavingsbepalingen eigen aan Boek XX in het Boek I van het Wetboek van Economisch Recht (BS 11 september 2017)


BESCHERMING VAN BEROEPSGEHEIM?

CLIËNTPORTEFEUILLE OVERDRAGEN?

DERDENREKENING VAN DE FAILLIETE ADVOCAAT?

ADVOCATENKAART INTREKKEN?

PROCEDURE GERECHTELIJKE REORGANISATIE?

WEGLATING ADVOCAAT VAN HET TABLEAU/ DE LIJST?

ONDERSCHEID FAILLISSEMENT ADVOCAATNATUURLIJKE PERSOON EN ADVOCATENVENNOOTSCHAP?

BEVOEGDHEDEN ORDES INSOLVENTIEPROCEDURES?

MEDEINSOLVENTIEFUNCTIONARISSEN AANSTELLEN?

doende juridische mogelijkheid bestaat om het faillissement uit te spreken, bezorgen dergelijke situaties een raad van de Orde de nodige kopzorgen, want kan zo’n advocaat nog deel blijven uitmaken van het tableau?

ID OVER DE AUTEUR: ANNEMIE MOENS IS ADVOCAAT AAN DE BALIE VAN ANTWERPEN EN VOORZITTER VAN DE OVB-COMMISSIE CURATOREN.

FAILLISSEMENT, MAAR GEEN DOODVONNIS

De mogelijke oorzaken van een faillissement zijn legio: te weinig cliënteel, te veel concurrentie, laattijdige betalingen van ereloonstaten en pro-Deoprestaties, … en intussen moeten kantoorkosten voorgefinancierd worden. Als belastingen, sociale- en baliebijdragen niet langer betaald kunnen worden, zal de advocaat uiteindelijk moeten vragen om een collectieve schuldenregeling. Achter de schermen schakelt de stafhouder de sociale commissie van zijn balie in om de betrokken confrater zoveel mogelijk bij te staan, maar in de praktijk kan het jaren duren vooraleer een en ander volledig geregulariseerd is. Aangezien er op dit moment nog geen af-

Vanaf 1 mei 2018 verandert dat. De rechtbank van koophandel zal dan als insolventierechtbank bevoegd zijn om het volledige instrumentarium toe te passen op de beoefenaars van vrije beroepen. Vanaf het begin (vermoeden van financiële moeilijkheden) tot het einde (faillissement) kan ze proactief en efficiënt optreden. De nadere toepassingsregels moeten nog, conform ar. XX.1 §1, bij Koninklijk Besluit worden bepaald. Wel al zeker is dat de bepalingen van Boek XX geen beperking mogen inhouden van het beroepsgeheim of de vrije keuze van de cliënt, zo bepaalt art. XX.1 §2 althans uitdrukkelijk. Art. XX.1 §4 luidt zelfs dat altijd het advies van de betrokken Orde of Instituut kan worden gevraagd in geval van twijfel over de verenigbaarheid van bepalingen van Boek XX met de eigen regelgeving.

ID OVER DE AUTEUR: HANS DE MEYER IS ADVOCAAT AAN DE BALIE VAN GENT EN BESTUURDER FINANCIËN EN IT BIJ DE OVB.

ID OVER DE AUTEUR: BART COPPEIN IS STAFMEDEWERKER VAN DE STUDIEDIENST VAN DE OVB.

7


VERZOENING VAN DE DEONTOLOGIE MET DE INSOLVENTIEPROCEDURE VORMT EEN GROTE UITDAGING

Boek XX wil zo maximaal inzetten op een tweede kans. De advocaat die geconfronteerd wordt met een faillissement zal de rechtbank kunnen verzoeken om kwijtschelding van zijn schulden zodat hij met een nieuwe lei kan beginnen.

VOORBEREIDING OP NIEUWE WET Het landschap van vrije beroepen is divers en bevat naast de juridische en economische beroepen o.a. ook artsen, apothekers, dierenartsen en

9

8

DEONTOLOGISCHE VRAAGSTUKKEN

1. Hoe kan de bescherming van het beroepsgeheim worden gegarandeerd bij oproeping door de Kamer voor ondernemingen in moeilijkheden? De OVB zal erop aandringen dat steeds voorafgaande kennisgeving gebeurt aan de betrokken Ordes. Het lijkt aangewezen de deontologie aan te passen ter bescherming van de advocaat en zijn beroepsgeheim, zodat de advocaat enkel in gezelschap van de stafhouder of diens vertegenwoordiger voor de Kamer zou mogen verschijnen. De advocaat zal, naast het feit dat hij stukken moet neerleggen, misschien ook ondervraagd worden door de Kamer.

2. Kan een advocaat of zijn vennootschap ook een procedure gerechtelijke reorganisatie opstarten? Ja. De advocaat kan een procedure gerechtelijke reorganisatie opstarten met het oog op hetzij een minnelijk akkoord, hetzij een collectief akkoord, hetzij een overdracht van zijn handelsfonds onder gerechtelijk gezag. Die laatste twee

De verzoening van de deontologie met die economische logica van Boek XX en de insolventieprocedure vormt een grote uitdaging. De werkgroep formuleerde een eerste voorzichtig antwoord op enkele deontologische vraagstukken. Vanzelfsprekend is dit verre van exhaustief en moet een en ander hoe dan ook in reglementering of wijzigingswetgeving worden vertaald. lijken moeilijk te verwezenlijken aangezien de advocaat zijn beroepsgeheim moet respecteren en dus geen informatie mag geven over de identiteit van zijn klanten, enkel over het soort zaken/de behaalde omzet. Ook omdat de cliënt vrije keuze van raadsman heeft, lijkt een overdracht van het handelsfonds niet toelaatbaar. De deontologie zal moeten tussenkomen en bepalen wat de mogelijkheden zijn.

3. Brengt een faillissementsvonnis automatisch de weglating van de advocaat van het tableau/de lijst met zich mee? Een weglating is thans enkel mogelijk op eigen verzoek of ambtshalve om redenen van onverenigbaarheid (art. 437 Ger.W.), waarbij de raad van de Orde “zoals in tucht” moet beslissen. Desalniettemin is het wellicht nuttig/ noodzakelijk dat een advocaat minstens tijdelijk zijn professionele werkzaamheden staakt, bijvoorbeeld ten minste tot de neerlegging van het proces-verbaal van nazicht van de schuldvorderingen. Er kan dan

een “voorlopige schorsing van ambtswege” ingesteld worden met onmiddellijk ingang vanaf de datum van het faillissement, die op dezelfde wijze nageleefd moet worden als de schorsing gekend als tuchtstraf. Zo’n schorsing – als preventieve maatregelen – kan snel teruggedraaid worden indien blijkt dat de (failliete) advocaat gelukkig en te goeder trouw is. Dat kan op eenvoudig verzoek van de faillissementsorganen, bijvoorbeeld indien de curator de ‘handelsactiviteiten’ wil verderzetten en daarvoor noodzakelijk een ‘actieve gefailleerde advocaat’ nodig heeft. Er zou daarnaast ook in een beroepsmogelijkheid voorzien kunnen worden bij de tuchtraad. Een daadwerkelijk beroepsverbod (na schrapping) kan enkel worden opgelegd na een tuchtprocedure – die lang kan aanslepen. De insolventierechtbank kan dat volgens Boek XX bovendien niet opleggen aan de gefailleerde advocaat. Voor een advocatenvennootschap kunnen de bewarende maatregelen van art. 473


architecten. Een werkgroep Faillissement vrij beroep – opgericht binnen het Platform Ordes en Instituten van de Federatie Vrije Beroepen en waaraan de OVB actief deelneemt – stelt een draaiboek op met een leidraad voor die verschillende Ordes en Instituten. Daarnaast zal het ook de Koning adviseren over de noodzakelijke uitvoeringsbesluiten voor de beoefenaars van vrije beroepen. Parallel heeft de OVB een interne gemengde werkgroep Faillissement advocaat

opgericht, met vertegenwoordigers van de commissie curatoren en de commissie deontologie. Die werkgroep zal de impact van Boek XX op de bestaande reglementaire bepalingen van de Codex Deontologie toetsen. Waar nodig zal ze een ontwerp van aanvullende reglementering voorleggen aan de algemene vergadering van de OVB. Ze staat daarbij in nauw overleg met de OBFG om de regelgeving bij beide communautaire Ordes maximaal op elkaar af te stemmen.

9

Ger.W. ruim geïnterpreteerd worden. Zo worden niet alle vennoten, medewerkers en stagiairs geconfronteerd met een tijdelijke ambtshalve schorsing. Maatwerk is dan mogelijk.

4. Moeten mede-insolventiefunctionarissen worden aangesteld bij insolventieprocedures waarin advocaten betrokken zijn? Ja, althans volgens de huidige bepalingen van Boek XX (art. XX.30, XX.85 en XX.123). Bij een faillissement moet de rechtbank naast de curator een medecurator uit de betrokken beroepsgroep aanstellen. De OVB streeft naar een facultatieve toepassing van deze voorwaarde, zodat de rechtbank zelf kan beslissen of die aanstelling nodig is. De curator is immers altijd zelf advocaat. Bovendien kan de curator, net als vandaag, altijd de aanstelling van een medecurator vragen. Sowieso zal de wetgever de taken van de mede-insolventiefunctionarissen preciezer moeten afbakenen. De OVB

verkiest een beperking van hun taken tot de naleving van de deontologische verplichtingen eigen aan het beroep.

5. Is de cliëntportefeuille van een failliete advocaten waardeerbaar/ overdraagbaar? De cliëntenportefeuille vormt onvermijdelijk het grootste deel van het handelsfonds van de failliete advocaat. Het principe van de vrije keuze van advocaat is echter onaantastbaar voor de OVB. Tenzij er maatregelen worden opgelegd die de gefailleerde advocaat tijdelijk verbieden zijn beroep uit te oefenen, kan hij als advocaat actief blijven en is er geen belemmering voor de cliënt om zijn dossier bij de curator op te halen en opnieuw naar dezelfde advocaat te brengen.

6. Moet een onderscheid gemaakt worden tussen het faillissement van een advocaat-natuurlijke persoon en dat van een advocatenvennootschap?

Elke advocaat kiest vrij of hij werkt met een vennootschapsvorm. Er zullen onvermijdelijk specifieke regels uitgevaardigd moeten worden om om te gaan met de specifieke gevolgen bij advocaten die werken als natuurlijk persoon en advocaten die een of meer samenwerkings- of vennootschapsvormen gebruiken. Vennoten, medewerkers en stagiairs in een failliete advocatenvennootschap kunnen in de regel niet over dezelfde kam geschoren worden.

7. Wanneer wordt de advocatenkaart van de advocaat ingetrokken? Indien een “voorlopige ambtshalve schorsing” wordt opgelegd, zal de advocatenkaart onmiddellijk worden geblokkeerd. De advocaat kan zijn kaart dan niet meer gebruiken voor toegang tot het DPA en alle onderliggende toepassingen. Zodra hij het beroep opnieuw mag uitoefenen, wordt de kaart opnieuw geactiveerd.

8. Wie beheert de derdenrekening van de failliete advocaat? Door het faillissementsvonnis wordt het beheer van de derdenrekening(en) onttrokken aan de advocaat en toevertrouwd aan de curator. Die moet uitmaken welke vorderingen aan de boedel toekomen en welke bedragen terug moeten keren naar cliënten.

9. Welke Ordes zijn bevoegd om op te treden in insolventieprocedures? Boek XX spreekt in generieke termen over Ordes en Instituten. Bij de advocatuur gaat het, met toepassing van het subsidiariteitsbeginsel, om de lokale Ordes van Advocaten, hetzij de lokale stafhouders. Indien er in de toekomst een verdere fusie van de balies op communautair niveau zou komen, moeten de taken door een reglement gedelegeerd worden aan decentrale organen.


10

ID OVER DE GEÏNTERVIEWDE: CHANTAL VAN CUTSEM BEHAALDE HAAR DIPLOMA RECHTEN IN 1998. ZE IS SINDS 2001 ACTIEF BIJ ASF EN DOORLIEP ER TAL VAN FUNCTIES, UITGEZONDERD EEN INTERMEZZO AAN DE BRUSSELSE BALIE TUSSEN 2002 EN 2007 BIJ BLANMAILLAND, DENYS & WALLEYN. SINDS 1 DECEMBER 2017 IS ZE DIRECTEUR VAN ASF.


DE STOEL

CHANTAL VAN CUTSEM IS DE KERSVERSE DIRECTEUR VAN ADVOCATEN ZONDER GRENZEN (ASF). DE CORE BUSINESS VAN DIE NGO IS NOG STEEDS HET ONDERSTEUNEN VAN DE RECHTSSTAAT OVER DE HELE WERELD, AL PLEIT DE EX-ADVOCATE VOOR EEN VERNIEUWDE AANPAK OM DE UITDAGINGEN NAAR DE TOEKOMST AAN TE GAAN. TIJD VOOR EEN BELANGWEKKEND INTERVIEW IN TIJDEN VAN INTERNATIONALE DISRUPTIE, ZOWEL WAT BETREFT DE ADVOCATUUR ALS DIE VAN DE MENSENRECHTEN.

CHANTAL VAN CUTSEM, ADVOCATEN ZONDER GRENZEN

MENSENRECHTEN STAAN MEER DAN OOIT

ONDER DRUK

ASF is vanuit de advocatuur gegroeid. Maar gaat wat jullie doen eigenlijk niet vooral over ‘advocaten voor advocaten’? “Aanvankelijk wel. Van bij het begin in de jaren 90 was de basisgedachte van ASF: ‘steun aan advocaten door advocaten op het terrein’. De nasleep van de genocide in Rwanda was onze eerste grote uitdaging: de toegang tot het recht voor slachtoffers en daders was problematisch bij gebrek aan advocaten. Onze hulp was dus meer dan welkom. Zelf was ik toen betrokken bij een project rond de gacaca’s (Rwandese volksrechtbanken die genocidedossiers behandelen, red.). Die focus is intussen verbreed. Steeds meer zien we de advocaat als factor van verandering in de maatschappij. Niet toevallig was Lawyering for Change de rake titel van ons congres vorig jaar. Een advocaat kan zoveel meer dan enkel een cliënt bijstaan voor de rechtbank.”

Op welke domeinen is ASF op dit moment actief?

DOOR: TIM OP DE BEECK, ADVOCAAT BIJ DE BALIE VAN LEUVEN.

“Speerpunt blijven natuurlijk de mensenrechten: een eerlijk proces en toegang tot het recht. Al komen er steeds meer actuele thema’s opzetten, zoals migratie, milieu en radicalisering. En zijn er ook op privaatrechtelijk vlak uitdagingen. Zo bleek in de Centraal-Afrikaanse Republiek na de oorlog de vernietiging van de registers van burgerlijke stand een

11


ID

12

OVER DE AUTEUR: TIM OP DE BEECK IS ADVOCAAT EN LID VAN DE RAAD VAN DE ORDE BIJ DE BALIE VAN LEUVEN. HIJ WAS IN NOVEMBER 2013 COACH ASIELRECHT VOOR ASF IN BURUNDI EN ZETELT SINDS KORT IN DE RAAD VAN BESTUUR VAN ASF.

25 JAAR, ADVOCATEN ZONDER GRENZEN ASF zag het levenslicht in 1992, als initiatief van enkele Belgische balies om vanuit het métier confraters en burgers in post-conflictgebieden bij te staan. Toen vooral in Centraal-Afrika, maar 25 jaar later heeft de NGO permanente vestigingen in 8 landen en is ze mondiaal actief. Diverse projecten met steeds één thema: promotie van de rechtsstaat, waarvoor ASF internationale erkenning oogstte. Balans na een kwarteeuw: de mensenrechten staan meer dan ooit onder druk. De missie is verre van beëindigd.

immens probleem. We helpen er nu bij de organisatie van rondreizende rechtbanken om akten van bekendheid te laten opstellen en zo mensen weer aan documenten te helpen. ASF kan onmogelijk elk thema in elk land ontwikkelen. We gaan steeds na wat de meest kwetsbare groepen zijn en bieden hulp op maat. De reeds aanwezige actoren zijn daarbij steeds complementaire partner.”

Marokko behandelen de wetswinkels ook dossiers van migranten en we willen, naar het voorbeeld van onze balies, ook op Lesbos gaan werken. Maar wat Europa betreft, is er meer. Er komt steeds meer repressieve wetgeving in voege. Ik ben het ermee eens dat veiligheid een issue is, maar dat er tegelijk aan de rechtsstaat geknabbeld wordt, vind ik even zorgwekkend.”

Justitie als hefboom van verandering in de maatschappij. Maar dat in ontwikkelingslanden promoten kan geen sinecure zijn.

Hoe zal ASF aan al die nieuwe uitdagingen het hoofd bieden?

“Je kan inzetten op 3 niveaus. Het individuele, door mensen te informeren over hun rechten en hoe ze die kunnen afdwingen. Het institutionele, via training van juridische actoren. En het beleidsmatige, via invloed op politieke nationale strategieën en wetgeving. Afhankelijk van de context zetten we meer in op het ene of het andere. In Tsjaad bijvoorbeeld willen we werken met mensenrechtenorganisaties, omdat die daar nu volop ontwikkelen en nog erg kwetsbaar zijn. In Marokko hebben we een eerste wetswinkel opgericht samen met een lokale universiteit. Zo slaan we een brug tussen de juridische opleiding en de effectieve toegang tot het recht en stroomt praktijkervaring in een vroeg stadium door. Tunesië voerde na de Jasmijnrevolutie ruim 5 jaar geleden heel wat wetgevende hervormingen door. ASF ijverde toen voor de toegang tot een advocaat bij arrestatie, een principe dat we bepleit hebben vanuit de Europese tekortkomingen daarrond in het verleden. Enkele organen van de Brusselse balie werkten daar aan mee. Peer to peer contact tussen advocaten blijkt vaak een veel efficientere methode dan de veel beter aanvaarde methode van langzaam beleidsmatig politiek overleg. We maken zo een verschil!”

ASF verruimde onlangs haar mandaat naar Europa toe. Waarom was dat nodig? “De tijd dat ASF zich enkel op post-conflictlanden richtte is voorbij. Heel wat fenomenen zijn niet langer ver van ons bed. Migratie is continentoverschrijdend en Europa wordt daardoor steeds meer een actieterrein. We bekijken bijvoorbeeld hoe we de coördinatie tussen de landen van oorsprong, transit en bestemming kunnen bevorderen. In

“We staan op een kruispunt. Ontwikkelingssamenwerking evolueert, net als structuren van de actoren in die sector. We willen onze kerntaken rond mensenrechten behouden, maar met een soepelere structuur waarbij meer mensen betrokken zijn. Een community of practice, een hechte groep met een achterban die verder reikt dan de balies alleen. We blijven een NGO van experten en juristen, maar met een meer uitgebouwd verenigingsleven. Als deel van het sociale middenveld blijven we geëngageerd voor de mensenrechten. Dat is immers hét recept voor een rechtvaardiger samenleving.”

Hoe wordt dat alles gefinancierd? “ASF haalt haar werkingsmiddelen voor 95% uit institutionele financiering: ontwikkelingssamenwerking van België en de EU. 5% komt uit privéfondsen, onder meer van balies en advocaten. Die 5% is echt van vitaal belang. We kunnen onze onafhankelijkheid slechts behouden als we onafhankelijke fondsen hebben. Institutionele middelen zijn traag en strikt projectgebonden, maar door de privéfondsen kunnen we snel inspelen op acute problemen.”

Hoe kunnen advocaten zich engageren voor ASF? “Financiële steun is altijd welkom, maar advocaten kunnen ook meehelpen aan de uitbouw van ons sociaal netwerk door bijvoorbeeld lid te worden van onze algemene vergadering. Daar kan iedereen mee nadenken over wat ASF kan en moet doen. Verder is er ook ILN (International Lawyers Network), een digitaal platform waarop continu expertise en informatie uitgewisseld wordt. Wie echt het terrein op wil, kan deelnemen aan de missies die ASF organiseert. Op asf.be staat de laatste info daarover.”


Uw professionele toekomst loopt op rolletjes!

De juridische wereld is volop in verandering. U kunt dus maar beter een betrouwbare partner hebben om u te begeleiden. Vertrouw daarom, net als 90% van uw confraters, op de Privalisdiensten van ING. Advies, oplossingen en promoties op maat van uw professionele én uw privébehoeften. ing.be/privalisservices

Aanbod geldig voor professionele en privédoeleinden, onder voorbehoud van aanvaarding door ING België en van wederzijds akkoord. De diensten Privalis van ING zijn voorbehouden aan advocaat(-stagiairs), (kandidaat-)notarissen of (kandidaat-)gerechtsdeurwaarders. De voorwaarden en modaliteiten van ING-diensten en -producten (reglementen, tarieven en rentes, productfiches et alle bijkomende informatie) zijn beschikbaar in alle ING-kantoren en op ing.be. ING België nv – Bank – Marnixlaan 24 – 1000 Brussel – RPR Brussel – Btw BE 0403.200.393 – BIC : BBRUBEBB – IBAN : BE45 3109 1560 2789. Verantwoordelijke uitgever : Marie-Noëlle De Greef – Sint- Michielswarande 60 – B-1040 Brussel.


TERZAKE VOOR EEN BETERE PRAKTIJKVOERING

14

PENSIOENHERVORMING

GEVOLGEN VOOR DE

ADVOCATEN DOOR WILLY VAN EECKHOUTTE

DE GEPLANDE EN REEDS GEREALISEERDE PENSIOENHERVORMINGEN VAN DE REGERING MICHEL ZORGEN REGELMATIG VOOR CONTROVERSE ID OVER DE AUTEUR: WILLY VAN EECKHOUTTE IS ADVOCAAT BIJ HET HOF VAN CASSATIE, VENNOOT BIJ ADVOCATENASSOCIATIE VAN EECKHOUTTE, TAQUET & CLESSE EN BUITENGEWOON HOOGLERAAR AAN DE UNIVERSITEIT GENT.

EN VERWARRENDE BERICHTGEVING IN DE MEDIA. NIEMAND KAN MET ZEKERHEID ZEGGEN WAT DE CONCRETE GEVOLGEN VAN DE WIJZIGINGEN ZULLEN ZIJN, ZEKER NIET IN HET PENSIOENLANDSCHAP VOOR ZELFSTANDIGEN. HOOG TIJD DUS VOOR EEN PRAKTISCH ANTWOORD OP ENKELE BELANGRIJKE VRAGEN DIE BIJ U LEVEN OF BIJ UW CLIËNTEN.


WAT BIJ ONDERBREKING VAN DE ZELFSTANDIGENACTIVITEIT? Sommige periodes zonder beroepsbezigheid kunnen onder bepaalde voorwaarden meetellen voor de vaststelling van de beroepsloopbaan als zelfstandige. Het gaat dan om zogenaamde gelijkgestelde periodes zoals voorlopige hechtenis of arbeid in de kolonies, maar ook periodes van arbeidsongeschiktheid (ziekte, invaliditeit), moederschap, mantelzorg, studies en legerdienst. De regels over gelijkgestelde periodes in de pensioenregeling voor zelfstandigen blijven (voorlopig) ongewijzigd. De hevige discussie hierover bij de hervorming in de werknemersregeling n.a.v. de beperking van de gelijkschakeling van werkloosheid in de ‘tweede periode’ (werkloosheidsperiodes die de totale duur daarvan in de gehele loopbaan boven het jaar doen uitstijgen), woedt niet bij de zelfstandigen aangezien die geen werkloosheidsverzekering kennen. De enigszins met werkloosheid vergelijkbare periodes waarin zelfstandigen een vervangingsinkomen genieten met toepassing van het overbruggingsrecht, komen niet in aanmerking voor de vaststelling van de pensioenloopbaan van een zelfstandige. De belangrijkste principes over de gelijkgestelde periodes blijven voor zelfstandigen dus onaangeroerd. Voor ziekte, invaliditeit of moederschap geldt dat men minimaal 90 dagen arbeidsongeschikt moet zijn volgens de gewone regels van de ziekteverzekering voor zelfstandigen, en minimaal 66 % arbeidsongeschikt ten opzichte van het laatste beroep. Er is enkel een erkenning van arbeidsongeschiktheid nodig door de adviserende arts van het ziekenfonds. Voor mantelzorg geldt dat men minimaal 3 opeenvolgende maanden een volledige uitkering moet krijgen. De gelijkstelling gebeurt automatisch en gratis, na goedkeuring van de aanvraag tot uitkering voor mantelzorg. Tot vorig jaar kon de periode van moederschapsrust bij zelfstandigen niet gelijkgesteld worden voor de berekening van het pensioen, omdat ze slecht 8 tot 9 weken duurde. Sinds 1 januari 2017 is de moederschapsrust echter verlengd tot maximaal 12 weken (13 weken bij de geboorte van een meerling) zodat die periode nu wel in rekening gebracht kan worden via de gelijkstelling wegens ziekte. Vrouwelijke zelfstandigen die in aanmerking komen voor de moederschapsverzekering moeten daarenboven geen bijdragen meer betalen voor het kwartaal dat volgt op het

kwartaal van de bevalling. Zij behouden daarbij al hun rechten.

STUDIEJAREN AFKOPEN: WAT WETEN WE NU ÉCHT? Studiejaren kunnen onder bepaalde voorwaarden als gelijkgestelde periodes in rekening worden gebracht voor de vaststelling van de beroepsloopbaan. Op 21 september 2017 keurde de Kamer een wetsontwerp goed “betreffende de harmonisering van het in aanmerking nemen van studieperioden voor de berekening van het pensioen”. De stelsels van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren worden hierdoor zoveel mogelijk gelijkgetrokken. De bepalingen uit het goedgekeurde wetsontwerp met betrekking tot zelfstandigen zouden nagenoeg alle in werking getreden zijn op 1 december 2017. Het koninklijk besluit dat uitvoering zal geven aan de aanpassingen is op het moment van redactie van dit artikel nog niet gepubliceerd. De inhoud ervan kwam wel al aan bod in een persbericht van minister van Pensioenen Bacquelaine.

DE AANHOUDENDE WETSWIJZIGINGEN DIE UW PENSIOENRECHTEN BEPALEN, VOLGT U HET BEST GOED OP. WAT MET DE REGULARISATIE VOOR WIE NIET ALS ZELFSTANDIGE STARTTE? In het vorige systeem konden enkel studieperiodes vanaf ten vroegste 1 januari van het jaar van de 20ste verjaardag gelijkgesteld worden. Een noodzakelijke voorwaarde was dat u de hoedanigheid van zelfstandige verwerft binnen de 180 dagen na het einde van de studieperiode. Die laatste voorwaarde werd naar de prullenbak verwezen met de inwerkingtreding van de nieuwe regels. Vanaf nu kan u ook studiejaren gelijkstellen indien u eerst als ambtenaar of als werknemer aan de slag ging. Verder kan iedere werkende persoon zijn studiejaren afkopen op het moment dat hij dat zelf wenst.

15


HOE ZIT HET MET DE REGULARISATIEBIJDRAGE?

TE ONTHOUDEN

16

• Ook bij onderbreking van uw activiteit als zelfstandige kunt u pensioen opbouwen. Als u daar zekerheid over wilt, kijk dan de voorwaarden voor gelijkstelling na. • Studiejaren kunt u in de nieuwe regeling te allen tijde afkopen, ook als u na uw studies niet meteen als zelfstandige aan de slag ging. In principe verdient u de regularisatiebijdrage voor uw studiejaren terug na enkele jaren van verhoogd pensioen, maar dat is niet altijd het geval. Bent u overtuigd van het voordeel van het ‘afkopen’ van uw studiejaren, doe dat dan vóór het 10de jaar na afloop van uw studies of vóór 31 november 2020. Op die manier vermijdt u een hogere regularisatiebijdrage dan € 1.500 per jaar. • De wettelijke pensioenleeftijd van 67 jaar geldt pas voor pensioenen die ten vroegste ingaan op 1 januari 2030. Vervroegd pensioen blijft mogelijk, maar is aan strengere voorwaarden onderworpen. • U kunt onbeperkt bijverdienen na het ingaan van uw rustpensioen vanaf 1 januari van het jaar waarin u de leeftijd van 65 jaar bereikt of wanneer u een loopbaan van ten minste 45 jaar kan bewijzen.

De gelijkstelling wordt maar toegekend als u een bijdrage betaalt. De regularisatiebijdrage is fiscaal aftrekbaar en varieert naar gelang van de periode van de gelijkstelling en de datum van de aanvraag tot gelijkstelling. In de eerste 10 jaar na afloop van de studies, bedraagt de regularisatiebijdrage € 1.500 per diplomajaar, zowel voor werknemers en zelfstandigen als voor ambtenaren. Ook nadien kan u nog studiejaren afkopen om uw pensioen op te krikken, maar tegen een aanzienlijk hogere bijdrage. Tussen 1 december 2017 en 31 november 2020 geldt een overgangsperiode waarin werknemers en zelfstandigen, ongeacht het aantal jaren sinds het einde van de studies, voor € 1.500 per studiejaar na hun 20ste verjaardag waarin ze geslaagd zijn, gelijkstelling kunnen verkrijgen. Vanaf 2020 zal u ook studiejaren vóór 1 januari van het jaar van de 20ste verjaardag kunnen regulariseren.

STARTDATUM PENSIOEN

MINIMUMLEEFTIJD

TOT 01/01/2025

65 JAAR

VANAF 01/01/2025 TOT 01/01/2030

66 JAAR

VANAF 01/01/2030

67 JAAR

De wettelijke pensioenleeftijd van 67 jaar geldt dus pas voor pensioenen die ten vroegste ingaan op 1 januari 2030. Vervroegd pensioen is in bepaalde gevallen mogelijk, maar zowel de regering Di Rupo als de regering Michel heeft de minimumleeftijd en de loopbaanvereiste verhoogd. Als zelfstandige moet men rekening houden met onderstaande minima, die variëren naar gelang van de ingangsdatum van het vervroegd pensioen.

DATUM

MINIMUMLEEFTIJD

LOOPBAAN

REGULARISEREN OF NIET? Er is geen eenduidig antwoord op de vraag of het financieel interessant is om studiejaren te regulariseren. Het effect hangt af van uw persoonlijke situatie en uw te verwachten brutopensioen. Volgens De Tijd levert elk geregulariseerd studiejaar zelfstandigen een jaarlijks extra brutopensioen op van € 266,66 voor een alleenstaande en € 333,33 voor een zelfstandige van wie de echtgeno(o)t(e) geen of slechts een beperkt inkomen heeft. Die bedragen hangen niet af van de beroepsinkomsten. In principe kan u de betaalde regularisatiebijdrage recupereren via het verhoogde pensioen van een aantal jaren, waarbij de terugverdientijd afhangt van het bedrag van de regularisatiebijdrage en de belasting op uw brutopensioen. In bepaalde gevallen is het zinloos om uw studiejaren te regulariseren. Bij een pensioen waarvan het brutobedrag tussen € 15.518,54 en € 17.027,20 ligt, zou elke bijkomende euro brutopensioen volledig naar de staatskas vloeien, zodat men netto geen enkel voordeel boekt1. Om de complexe hervormingen bevattelijker te maken, beloofde minister van Pensioenen Bacquelaine wel een speciale simulatiemodule op www.mypension.be. In afwachting daarvan kan u zelf al uitrekenen hoelang het duurt voor u de bijdragen voor de regularisatie hebt terugverdiend via een tool van PwC2.

DE PENSIOENLEEFTIJD: WAS HET NU 65, 66 OF 67? In 2015 trok de regering Michel geheel onverwacht de wettelijke pensioenleeftijd op. Die verhoging gebeurt gefaseerd.

2016-

62 JAAR

40 JAREN

31/01/2017

(61 JAAR)

(41 JAREN)

(60 JAAR)

(42 JAREN)

01/02/2017-

62,5 JAAR

41 JAREN

31/01/2018

(61 JAAR)

(42 JAREN)

(60 JAAR)

(43 JAREN)

01/02/2018-

63 JAAR

41 JAREN

31/01/2019

(61 JAAR)

(42 JAREN)

(60 JAAR)

(43 JAREN)

VANAF

63 JAAR

42 JAREN

01/02/2019

61 JAAR

(43 JAREN)

60 JAAR

(44 JAREN)

Vroeger paste men per jaar vervroegd pensioen bij zelfstandigen een verminderingspercentage of pensioenmalus toe. Sinds 1 januari 2014 is die sanctie definitief verleden tijd. Bij werknemers was zo’n malus al sinds 1991 afgeschaft.

BIJVERDIENEN NA PENSIOEN: HOEVEEL? De regels over de cumulatie van een beroepsbezigheid met een pensioen zijn bij het begin van deze legislatuur grondig gewijzigd. Zo worden gepensioneerden ertoe bewogen aan het werk te blijven. Sinds 1 januari 2015 is het mogelijk om een rustpensioen onbeperkt te cumuleren met inkomsten uit een beroepsbezigheid in 2 situ-


aties: vanaf 1 januari van het jaar waarin men de leeftijd van 65 jaar bereikt of vanaf wanneer men een loopbaan van ten minste 45 jaar kan bewijzen. In alle andere gevallen is de cumulatie van een beroepsinkomen met een pensioen beperkt tot bepaalde inkomstengrenzen en toegelaten activiteiten. De inkomstengrenzen variëren naar gelang van de bijkomende beroepsactiviteit, het al dan niet ten laste hebben van een kind, de leeftijd (als men enkele een overlevingspensioen geniet of men gehuwd is met een gerechtigde op een rustpensioen aan het gezinsbedrag) en het type pensioen (rust- of overlevings-).

keep it simple.

EN VERDER? Er zitten nog enkele belangrijke wijzigingen in de pijplijn. Zo heeft de Kamercommissie Sociale Zaken in eerste lezing het principe van de ‘eenheid van loopbaan’ geschrapt voor periodes van effectieve arbeid. Dat beginsel bestaat erin dat de som van de voltijdse dagequivalenten – van zowel effectief gepresteerde als gelijkgestelde dagen – niet meer dan 14.040 dagen (een volledige loopbaan van 312 dagen maal 45 jaar, red.) mag bedragen. Voor de pensioenberekening wordt dus geen rekening gehouden met de extra dagen die u boven 14.040 dagen hebt gepresteerd. In de toekomst zullen de effectief gepresteerd dagen boven die grens van 14.040 evenwel ook in aanmerking genomen worden bij de pensioenberekening. Langer werken wordt ook zo weer aangemoedigd. Ook het aanvullend pensioen van de tweede pijler voor zelfstandigen werd goedgekeurd door de ministerraad van 6 oktober 2017. Dat dossier zou nog voor het einde van dit jaar aan het Parlement worden voorgelegd. Tot op heden staat het aanvullend pensioen enkel open voor werknemers en zelfstandige bedrijfsleiders, maar volgens een persbericht van minister Bacquelaine zou het worden uitgebreid naar alle zelfstandigen in hoofdberoep, meewerkende echtgenoten, zelfstandige helpers én zelfstandigen in bijberoep (tenminste als ze evenveel bijdragen als zelfstandigen in hoofdberoep wegens de hoogte van hun beroepsinkomsten). Op de betaalde premies zal in principe een belastingvermindering van 30 % worden toegepast en de aanvullende pensioenprestaties zullen belast worden tegen de voordelige aanslagvoet van 10 %.

Inkomende facturen. Welke zijn al betaald? Welke moet ik nog betalen? IBAN, mededeling, bedrag overtypen? Dit, en zoveel meer, automatisch.

BREEX W

1

2

Zie bijlage Wat verandert er nu echt voor uw pensioen? bij De Tijd van 7 oktober 2017, ook afzonderlijk te koop. http://www.tijd.be/netto/service/tool_studiejaren

17

O

R

K

S

M

A

R

factuurplatform.be

T

E

R


ONDERNEMEND

ARCHIVERING EN DOSSIERBEHEER

DWINGEND DE DREMPEL VAN

‘DEMATERIALISERING’ NEMEN

18

NOG TE VAAK ROEPEN ‘DOSSIERBEHEER EN ARCHIVERING’ DE GEDACHTE OP DAT ZE PAS NODIG ZIJN WANNEER KASTEN, BURELEN, TAFELS, STOELEN EN DESNOODS VLOEREN DOOR DE OVERVLOED AAN GEMATERIALISEERDE STUKKEN HUN BESTEMMING VERLOREN HEBBEN. BIJ WIJZE VAN ‘UITZONDERLIJKE ACTIE’ WORDT SNEL GEZOCHT NAAR OPSLAGRUIMTE, AL DAN NIET EXTERN, AL DAN NIET DIGITAAL. EEN EFFICIËNTE ARCHIVERING MAAKT ECHTER INTEGRAAL DEEL UIT VAN UW KANTOORORGANISATIE. JOHAN LAMBERS SERVEERT IN ZIJN ANALYSE NAAST BEST PRACTICES OOK EEN WAKE-UP CALL VOOR JUSTITIE. DOOR: JOHAN LAMBERS

UITGANGSPUNT

ID OVER DE AUTEUR: JOHAN LAMBERS IS ADVOCAAT SINDS 1974 EN WAS VAN 1994 TOT 2009 LESGEVER ‘ORGANISATIE KANTOOR EN IT’ AAN DE STAGESCHOOL VAN DE NOAB. HIJ IS VENNOOT BIJ WWW.IUSTICA.BE EN EEN DEVOOT VOLGELING VAN DEMATERIALISERING

Indien archivering integraal deel wil uitmaken van één vloeiende kantoor- en dossierbeherende beweging, is de dematerialisering, digitalisering, papier uitschakelende, virtualisering... onvermijdelijk, voor het volledige kantoorbeheer en in het bijzonder van bij de opening van elk dossier. Eens de globale dematerialisering ingezet is, worden de nog gematerialiseerde kantoordocumenten, dossiers en archieven eenvoudig afgebouwd zoals voorheen, wat wel de klassieke archieftijd van 5 tot 10 jaren zal duren, maar zonder meer de voor-

keur geniet op hun in tijd en kosten onafzienbare (massa) dematerialisering.

DEMATERIALISERENDE WETGEVING Het volstaat hier artikel 1322 BW te citeren dat op 1 januari 2001 in werking trad en voortspruit uit Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen: “Een onderhandse akte die erkend is door degenen tegen


© gudrun makelberge

19

wie men zich daarop beroept, of die wettelijk voor erkend wordt gehouden, heeft tussen de ondertekenaars van de akte en tussen hun erfgenamen en rechtverkrijgenden dezelfde bewijskracht als een authentieke akte. Kan, voor de toepassing van dit artikel, voldoen aan de vereiste van een handtekening, een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont.” De verwijzing naar art. 1322 BW in het gloednieuwe artikel XII.15. van het Wetboek van Economisch recht in BOEK XII. - Recht van de elektronische economie, mag dus niet de indruk wekken dat de dematerialisering pas van start is gegaan.

DE GLOBALE DEMATERIALISERING Het wereldwijd aanvaarde alternatief van artikel 1322 BW is geen dode letter gebleven. Aan gedematerialiseerde handtekeningen geen gebrek: gescande manuele handtekeningen, de gewone of meer geavanceerde, de biometrische, de numerie-

ke, de gecodeerde, enz. En ook de rechtspraktijk zoekt schoorvoetend de ideale gedematerialiseerde identificatie. De daaruit ontwikkelde globale dematerialisering in alle sectoren van het economisch en sociaal gebeuren is een feit. Er zijn geen technische hindernissen meer voor een gedematerialiseerde bankverrichting, vliegtuigticket, operazitje, en meer algemeen voor betrouwbare communicatie op de sociale netwerken… Juridisch staat enkel de paranoïde wetgeving op de gegevensbescherming in de weg (zie toelichting over de Algemene Verordening Gegevensbescherming in Ad Rem nr. 3/2017, p.25). Hier volstaat het de ontwikkeling van e-Justice in het algemeen naar voren te schuiven. Sinds de JUDIT-cd van professor Rogier De Corte werd puur menselijk gesproken geen tijd verloren (zie ook historisch overzicht). De gematerialiseerde bibliotheek is tot een weliswaar nog steeds noodzakelijk doch fractioneel hulpmiddel gedegradeerd. In het beperkte kader van het advocatenkantooren dossierbeheer moet alle aandacht gaan naar e-Deposit, de gerichte dematerialisering van de


communicatie tussen alle spelers op het gerechtelijke terrein, de rechtsmachten, het Openbaar Ministerie, de advocaten, en alle andere actoren. Een lust voor het oog! Maar….

DE GLOBALE DEMATERIALISERING IS NOG LANG NIET GLOBAAL Volmaakt gedematerialiseerde communicatie tussen A en B zou logischerwijze zowel bij A als bij B gedematerialiseerd behandeld moeten worden. Het zuiver ecologisch argument om onder meer e-mails niet af te drukken, moet in deze logica overbodig zijn. Dit is dus niet zo, alvast niet in de rechtspraktijk. Een greepje uit recente ervaringen:

20

- Eind 2011 ondernemen stafhouder Van Gerven en Buyle een nieuwe poging (de eerste was reeds mislukt in 2009) om de gedematerialiseerde communicatie met de rechtbank van eerste aanleg, een voorloper op e-Deposit als het ware, nieuw leven in te blazen. De auteur heeft op 28 december 2011 een gesprek met voorzitter Luc Hennart, zonder twijfel vragende partij. Blijkt echter dat de gedematerialiseerde communicatie van e-mails en nog erger van e-mailkettingen terug gematerialiseerd moeten worden en zo in de gematerialiseerde dossiers terecht komen… Chaos verzekerd… Moet het dan verwonderen dat anno 2017 de schimmels ter griffie blijven gedijen: ‘Gesloten wegens schimmel’.

- In september 2015 stelt de auteur tijdens een onderhoud met de stafhouder van de NOAB vast dat zijn gehele gedematerialiseerde dossier met betrekking tot een opdracht van de NOAB volledig gematerialiseerd werd, waaronder een Excel-tabel waarvan de materialisering de inhoud voorspelbaar onleesbaar had gemaakt… Het mag een voorbeeld van huishoudelijk geweld genoemd worden. - In een ICC arbitragezaak waarin uitsluitend de zogenoemde “terms of reference” voor ondertekening met een ouderwetse handtekening gematerialiseerd werden, - een eis van het ICC secretariaat, niet van de auteur-scheidrechter -, kwamen de advocaten (van een terecht gerenommeerd kantoor) van een van de partijen op de over Skype georganiseerde pleitzitting (de andere partij bevond zich in San Francisco) in september 2015 aanzetten met twee rolwagens gevuld met ‘classeurs’, waarin de dematerialisering was omgezet in materialisering… De kracht van de gematerialiseerde gewoonte is hardnekkig. - Afsluitend, als vervangend rechter op de Nederlandstalige rechtbank van koophandel te Brussel stelt de auteur vast dat de griffiers, dus zeker ook deze van andere rechtsmachten, niet snakken naar dure opleidingen over e-Deposit, laat staan over Potpouriwetten, doch naar gedematerialiseerde dossiers…

DEMATERIALISERING:

EEN SOMS KAFKAIAANSE TIJDSLIJN MET DE DEMATERIALISERING ALS UITGANGSPUNT EN VERTREKKENDE VAN DE ERVARINGEN VAN DE AUTEUR, IS EEN WELISWAAR BEKNOPT, GEDEMATERIALISEERD HISTORISCH OVERZICHT NUTTIG. EEN KORTE REIS DOORHEEN DE RECENTE GESCHIEDENIS.

1974: In de wereld van telex, post, telefoon, is enkel de communicatie langs de telefoon of nog met het dicteerapparaat gedematerialiseerd.

1980: De fax vervangt de telex, maar blijft gematerialiseerd.

1982: De computer (desktop) met tekstverwerking (WORDSTAR, gevolgd door WORDPERFECT) en zelfs met takenbeheer, komt op de advocatenmarkt. Bij de rechtsmachten blijven de Remingtons en her en der de IBM schrijfmachines met “bol” in voege.

1988: Advocatenprogramma’s komen op de markt. Het kantoor van de auteur kiest voor CICERO, waarin naast tekstverwerking en takenbeheer, ook databeheer, boekhouding inbegrepen, gedematerialiseerd worden. Dematerialisering van het documentenbeheer is nog niet aan de orde. De echte pioniers zijn mr. Dirk GROOTJANS (TOGA), mr. Jan LEFERE (CICERO), mr. Paul MALFAIT (JURISOFT, nu KLEOS).


HOE LANG NOG ‘JURASSIC PARK’? Maar de spelers op de werkvloer blijven roepende in de gematerialiseerde woestijn. Bij wijze van beeldspraak mag tegenover de globale dematerialisering zonder aarzelen gewag gemaakt worden van een Jurassic Park, zodra in de rechtspraktijk de interne behandeling van deze globale dematerialisering door verzender of ontvanger ter sprake komt. Ter verontschuldiging moet eerlijkheidshalve verwezen worden naar andere sectoren die in hetzelfde bedje ziek zijn. Na meer dan 10 jaar powerpointpresentaties aan belangstellenden uit onder meer het bank- en verzekeringswezen, de energievoorziening en –distributie, uit het Instituut van Bedrijfsjuristen (IBJ), vanuit het ministerie van Justitie, van binnen- en buitenlandse advocatenkantoren, zijn er geen tekenen aan de horizon die erop wijzen dat de cirkel van de globale dematerialisering op korte termijn gesloten wordt. Bij de naar voren geschoven rechtvaardigingen zijn de ene al vindingrijker dan de andere, maar nooit overtuigend. Veelzeggend is dat nauwelijks 3 jaar geleden een belangrijke vertegenwoordiger van de papierindustrie me na een presentatie toevertrouwde dat hij het niet aan zijn hart liet komen. De papierindustrie boerde en boert voorspoediger dan ooit. En het beleid houdt het zowel letterlijk als figuurlijk in stand. Recent stond volksvertegenwoordiger De Wael trots met zijn gematerialiseerd verslag van 15 cm voor de pers te pronken tegen de terroristen die zich onderling, vertwijfeld (?), doch alleszins gedemate-

1990: Geboorte van E-JUSTICE met de cd-toepassing JUDIT, onder de visionaire impuls van professor Rogier DE CORTE, destijds de goeroe van de gedematerialiseerd juridisch opzoekingswerk.

1994: Voor de eerste scanapparaten zijn de geheugens van de computers niet krachtig genoeg. De aankoop door de auteur van een scanner voor 75 000 BEF blijkt een overinvestering. 1994: Stafhouder BOLIAU “belast“ de auteur met de les “organisatie kantoor” (slechts later “en IT”) in de stageschool van de NOAB.

1996: De auteur biedt zich aan met een scanner SONY voor de inscanning van een strafdossier (het destijds ophefmakende proces tegen hoofdcommissaris Reyniers), wat door het OM wordt verboden, gezien de registratierechten zouden worden ontlopen.

rialiseerd over deze afschrikwekkende parlementaire zet aan het beraden zijn. Zo wordt de globale dematerialisering naar het verleden gekatapulteerd door de zwakste schakel in de ketting en past het de hulpkreet uit De Bello Gallico van Julius Caesar te slaken: “Nisi subsidium sibi submitatur, sese diutius sustinere non possum.” (“Tenzij er versterking wordt gestuurd, houden wij het niet vol”, of vrij vertaald: “Als het nog lang duurt, zal het rap gedaan zijn”, red.)

PLAN VAN AANPAK VOOR GLOBALE DEMATERIALISERING VAN HET ADVOCATENKANTOOR De dematerialisering geldt voor beheer van het gehele advocatenkantoor, zonder de minste uitzondering. Alle kantoorgenoten moeten de vereiste bekwaamheden verworven hebben: ervaring met standaard vaste en draagbare hardware, met gangbare software zoals Microsoft Office (Word, Excel, Outlook, PowerPoint…), snelle assimilatie van de gangbare advocatenprogramma’s, vasthouden aan gedematerialiseerde communicatie met uitsluiting van onder meer gele post-it-methodes, én correcte uitvoering van het kantoorhandboek (waarvan elk kantoor vermoed wordt er een te hebben – zie kader, ‘Het e-boek als fundament voor efficiënt dossierbeheer en archivering’). De bittere vaststelling is dat noch de universiteiten, noch de beroepsinstanties zoals de OVB in deze essentiële (ondernemings)kwestie een bijdrage leveren.

1998: Het kantoor van de auteur ontvangt als eerste in België een ISO DIN 9001:1998 kwaliteitscertificaat van DNV (Duitsland), waarna het kantoor- en dossierbeheer verloopt volgens het gecertificeerd HANDBOEK ISO DIN 9001 (in het Duits).

1998: Het gedematerialiseerd documentenbeheer (DMS = document management system) wordt door het HANDBOEK ISO DIN 9001 vastgelegd: alle niet originele documenten worden enkel nog gedematerialiseerd bewaard, originele documenten zoals facturen, een gehandtekende brief of document, de expeditie van een vonnis..., worden gescand maar in een papieren dossier en hangmap behouden. Bij archivering wordt het nog steeds gematerialiseerd stuk aan de cliënt bezorgd of na 10 jaar vernietigd.

21


VOORDELEN EN VEREISTEN

WAT MOET DAT KOSTEN?

22

Het gedematerialiseerd kantoor- en dossierbeheer heeft logisch een becijferbare vermindering van de algemene kosten van het advocatenkantoor tot gevolg, waaronder naast de drastische vermindering van het papierverbruik, de vermindering van de nog belangrijkere kosten voor klasseer- en opslagruimte. In 2009 werd in het kantoor van de auteur een uitschakeling van 20 klasseerkasten (H: 198 cm, D: 43 cm, B 120 cm) gemeten. Tegenover een omzetcijfer van tussen € 500.000 en € 600.000 waren in 2016 voor het kantoor 80 klassieke archiefdozen in bewaring voor de prijs van € 343,64 (excl. btw), meer € 40 (excl. btw) voor de behandeling van de nog gematerialiseerd (originelen) te archiveren of gearchiveerde dossiers, bestaande uit afhaling, klassering, en uiteindelijke vernietiging van 120 kg archief. Deze vermindering van kosten ten gevolge van dematerialisering mag echter niet los gezien worden van de investerings- en beheerskosten van de dematerialisering zelf. Het gedematerialiseerd kantoor- en dossierbeheer is niet gratis en, nog belangrijker, de kosten van dematerialisering botsten niet alleen met de blijvende kosten van een verder geheel of gedeeltelijk gematerialiseerd kantoor- en dossierbeheer, maar vergroten de drempelvrees om door te bijten. De invoering van een dwangmaatregel in artikel 1322 BW, zoals voorgesteld in het kader in de digitale Ad Rem, dringt zich dus op. De globale kosten van kantoor- en dossierbeheer in een volledig gedematerialiseerde omgeving met 6 tot 10 kantoorgenoten, mogen voor budgettaire doeleinden geraamd worden op € 2 500 (excl. btw) per persoon per maand.

TOTALE DEMATERIALISERING ZONDER UITZONDERING

OPENING NAAR TOTAAL KWALITEITSBEHEER

GEEN WEG TERUG NAAR MATERIALISERING

DEMATERIALISERING (VAN DE ARCHIEVEN)

= ECOLOGISCH VERANTWOORD ALLEN MOETEN VOLGEN ENIGE WEG VOOR OPTIMALE KWALITEIT

Dit cijfer maakt de aanzet tot een debat concreet.

DEMATERIALISERING:

EEN SOMS KAFKAIAANSE TIJDSLIJN 2001: De auteur wou een budget van 300 000 BEF investeren in een stemherkenning Nederlands, Frans, Engels, Duits, van LERNOUT & HAUSPIE, die echter failliet ging in de zomer van 2001. De rest is geschiedenis. De auteur is er nooit van bekomen en er is na bijna 20 jaar geen vraag naar in het kantoor, in tegenstelling tot de toepassing door enkele confraters in bv. in Duitsland (slechts in een taal, hoogstens twee talen).

2004: Actualisering en vertaling van het Duits naar het Nederlands van het HANDBOEK ISO DIN 9001, enkel nog voorhanden als E-HANDBOEK. 2004: Ook MBL (KLUWER, Modellen voor het Bedrijfsleven) springt op E-JUSTICE met 700 gedematerialiseerde modellen op CD. De auteur zit sinds 1985 in de eindredactie.

2006: Eerste PPT presenta-

ties “PAPERLESS OFFICE” voor voorstellingen aan (potentiële) cliënten, confraters uit binnen- en buitenland, en geïnteresseerden, worden gelanceerd.

2006: Gedematerialiseerde

inlevering van de examens “organisatie kantoor en IT” aan de stageschool van de NOAB.

2009: Cursus en examen

“organisatie kantoor” worden afgeschaft in de stageschool, een misdadige beslissing volgens de auteur.

2014: Actualisering en vertaling van het Nederlands naar het Engels van het E-HANDBOEK ISO DIN 9001.


HOE LANG NOG JURASSIC PARK?

HET E-HANDBOEK ALS FUNDAMENT VOOR EFFICIËNTE ARCHIVERING:

PRAKTIJKVOORBEELD IN HET ADVOCATENKANTOOR VAN DE AUTEUR WAS HET HANDBOEK EERST IN HET DUITS MET HET OOG OP HET VERKRIJGEN VAN HET EERSTE ISO DIN 9001:1998 CERTIFICAAT, DAN IN HET NEDERLANDS, EN UITEINDELIJK SINDS 2014 IN HET ENGELS WAARMEE EEN ISO DIN 9001:2015 CERTIFICAAT WERD VERKREGEN. Stap 1: vaststelling van een interne taak of een externe gebeurtenis (een e-mail) Stap 2: uitvoering van de taak of behandeling van de externe gebeurtenis Stap 3: invoer van een interne opdracht voor verder gevolg langs stap 1 Het doorbreken van deze keten is uit den boze! Stap 4: de aanvulling van de kantoorknowhow met voor alle Het handboek was enkel in de Duitse versie ooit gematerialiseerd ‘kantoorbewoners’ interessante wetenschap (een vonnis…). Deze voorhanden. Sindsdien is het (enkel) gedematerialiseerd beschik- vierde stap wordt dikwijls vergeten tijdens de 3-stappenprocedure, zodat hij bijzondere aandacht verdient vooraleer wordt baar en toegankelijk vanop het menu van de kantoorsoftware. gearchiveerd. Het E-handboek wordt steevast toegepast met behulp van een Het e-handboek bevat 24 procedurebeschrijvingen, waaronder voor 3-stappenprocedure, desgevallend gevolgd door stap 4. het dossierbeheer: “acceptance of mandate”, “file handling” en “termination of mandate”, waarin onvermijdelijk de archivering begrepen is.

Het ISO DIN 9001 handboek en het certificaat worden steeds begeleid en gecontroleerd door https://www.dnvgl.de/. (Det Norske Veritas werd in 1864 opgericht om tot een sluitend en uniform administratief (incl. archivering uiteraard) systeem voor de Noorse scheepvaart te komen. Vandaag is DNV GL een “Global Player” in tal van sectoren, red.)

2016: Laatste 3-jaarlijkse verlenging van het ISO DIN 9001 certificaat

2017: Und keine Ende

OP ADREM.BE/ADVOCAAT VINDT U MEER EN NOG CONCRETERE INFORMATIE: - best practice: uittreksel van archivering - De oplossing in artikel 1322 BW

23


DE OPLOSSING IN ARTIKEL 1322 BW Al drie jaar “hervormt” justitie in een “moordend tempo” (DE STANDAARD, 9 september 2017). En op de tegenstand (van de overlevenden) tegenover dit “moordend tempo” weerlegt justitie in hetzelfde gesprek “Een revolutie komt altijd met zijnspijn en barensweeën”. In plaats van na te gaan of de oude wetgeving niet efficiënter kon worden toegepast door tegemoetkomingen aan de dematerialisering, heeft de wetgever zich ertoe beperkt steeds nieuwe wetgeving uit te vaardigen, die evenmin wordt getoetst aan zijn noodzakelijkheid in een vandaag onvermijdelijke gedematerialiseerde omgeving, zodat de oude wetgeving ‘herhervormd’ dreigt te moeten worden. Waar is trouwens bij de rechtzoekende en de rechtspracticus de “moordende” vraag naar hervormingen in het vennootschapsrecht, het faillissementsrecht, de WCO..., behalve in academische en politieke kringen die zich bewegen aan de rand van de rechtspraktijk?

“Potpourri” is het voorbeeld bij uitstek van een wetgever die in hoge graad van paniek nieuwe wijn in oude zakken wil laten rijpen terwijl de oude zakken reeds jaren hadden vervangen moeten worden om de oude wijn op stabiele aangename dronk te laten komen. Bij wijze van voorbeeld, een verzet tegen een verstekvonnis van de politierechtbank moet plotseling met deurwaarder en met een voor de ontvankelijkheid en gegrondheid gestaafde dagvaarding geschieden: niet alleen meer materialisering, maar een flagrante belemmering van de toegang tot een prehistorische rechtsbedeling om deze toe te laten op adem te komen. Een beroep tegen een vonnis van de politierechtbank en correctionele rechtbank werd door “Potpourri” weliswaar met een termijn van 30 in plaats van 15 dagen toebedeeld, doch het moet dan wel correct met “multiple choice” kruisjes (dit is geen grap!) gemotiveerd worden, hier ook met de bedoeling een verhaal tegen een vonnis in eerste aanleg te ontmoedigen. 0p justice.belgium.be stond op datum van 6 november 2017 nog steeds de oude termijn van 15 dagen! Er kan dus, alhoewel de schaamte voorbij, begrip zijn voor de benaming “Potpourri” I, II, III... in plaats van de naam van de minister (gevolgd door I, II, III...) zoals wetgeving ontstaan onder impuls van ministers die fier waren over hun werk (ik denk aan Cooremans-Declerck, Breyne...) Het is weliswaar te laat, doch in het “een moordend tempo” dat reeds drie jaar gevolgd wordt en waarin justitie volhardt niettegenstaande “Een revolutie altijd met zijnspijn en barensweeën komt”, kan in de gegeven omstandigheden de hieronder voorgestelde wetswijziging geen breekpunt zijn:


“Artikel 1322 BW Een onderhandse akte die erkend is door degenen tegen wie men zich daarop beroept, of die ­wettelijk voor erkend wordt gehouden, heeft tussen de ondertekenaars van de akte en tussen hun erfgenamen en rechtverkrijgenden dezelfde bewijskracht als een authentieke akte. (Kan, voor de toepassing van dit artikel, SLECHTS voldoen aan de vereiste van een handtekening, een geheel van elektronische gegevens dat aan een bepaalde persoon kan worden toegerekend en het behoud van de integriteit van de inhoud van de akte aantoont.) De Koning is belast met de inwerkingtreding van deze wetswijziging, dit ten laatste vanaf 1 januari 2030.” Enkel het woord ‘slechts’ en 5 minuten politieke moed zouden volstaan. Mocht deze versie van artikel 1322 BW in werking getreden zijn op 1 januari 2001, hadden de ­prioriteiten in ieder geval anders gelegen.  Johan Lambers,  advocaat

VOORBEELD UITTREKSEL OVER ARCHIVERING


RONDE TAFEL

RONDETAFELGESPREK: JONGE ADVOCATEN OVER DE MODERNISERING VAN DE ADVOCATUUR

24

“KEEP IT REAL, MIJNHEER DE MINISTER” “EEN HERZIENING VAN DE WERKING VAN DE OVB IS NOODZAKELIJK OM EEN ONAFHANKELIJKE ADVOCATUUR TE GARANDEREN.” ALDUS EDWARD JANSSENS, NET NA ZIJN VERKIEZING ALS NIEUWE OVB-VOORZITTER. DAARNAAST WIL HIJ JUSTITIE AANSPOREN TOT EFFICIËNTIE EN KWALITEIT. DE NOOD AAN ‘MODERNISERING VAN DE ADVOCATUUR’ WORDT IN ALLES PRANGENDER. WELKE DISRUPTIE – OOK BINNEN DE OVB EN BALIES – IS VOLGENS DE JONGE GENERATIE WENSELIJK? DOOR: JAN-PIETER MATEUSEN

Zowat een half jaar geleden, op een studiedag van de balie van Bergen met als veelzeggend thema Le Barreau 3.0, kondigde justitieminister Geens aan dat hij twee experten (met name voormalig OBFG-voorzitter Patrick Henry en ex-OVB-bestuurder Patrick Hofströssler) had aangesteld om een plan ter modernisering van de advocatuur uit te tekenen. Dat plan, waarvan bij het ter perse gaan alleen de titel ‘Advocaat van morgen’ is gekend, zou concrete voorstellen bevatten die in 2018 meteen als wetsontwerp ingediend kunnen worden. Maar werd/

wordt daarbij de ‘gemiddelde’ advocaat in het algemeen en de jonge generatie in het bijzonder voldoende gehoord? Of staat de OVB, die n.a.v. de rechtsbijstandsverzekering voor het eerst sinds haar bestaan een open brief naar een justitieminister stuurde, gewoon niet sterk genoeg? Rond de OVBtafel zitten de advocaten van morgen. Ad Rem schotelde conferentievoorzitters Céline Heinkens, Janna Bauters, Meindert Gees en Stijn Vandamme vier, soms provocerende, stellingen voor (niet noodzakelijk OVB-standpunten).


25


THEMA 1: INNOVATE OR DIE STELLING: De realiteit is wat ze is. Cliënten kiezen steeds vaker voor snelle, goedkope (online) oplossingen en de wetgever opteert voor meer buitengerechtelijke procedures. Daarover zeuren, werkt contraproductief. De advocaat van morgen moet zich focussen op zaken die zijn meerwaarde aantonen en met de deontologie verenigbare alternatieven uitwerken ter compensatie van verdwijnende taken. CELINE HEINKENS: “Een gedeelte van het takenpakket

26

DE FOCUS OP PROCEDURES IS TE HARDNEKKIG, TERWIJL PRAGMATISCHE EN VOOR DE CLIËNT KOSTENBESPARENDE OPLOSSINGEN VAAK MEER VOOR DE HAND LIGGEN.

CELINE HEINKENS: BALIE LEUVEN (2013). WERKT BIJ LEGRAND & VENNOTEN, WAAR ZE VOORNAMELIJK AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT PRAKTISEERT. VOORZITTER CONFERENTIE JONGE BALIE LEUVEN.

MEINDERT GEES: BALIE KORTRIJK (2011) NA EEN LOOPBAAN BIJ DE RAAD VOOR VREEMDELINGENBETWISTINGEN IN BRUSSEL. SPECIALIST PUBLIEK RECHT BIJ PUBLIUS, PRAKTIJKASSISTENT KULAK. VOORZITTER CONFERENTIE JONGE BALIE KORTRIJK.

van de advocaat brokkelt inderdaad af, enerzijds door een veranderde markt en anderzijds door interne beleids- en regeringsbeslissingen. Dat zorgt ervoor dat we moeten reflecteren over welke richting wij willen uitgaan, trouw blijvend aan onze kernprincipes. Verandering hoeft in wezen niet als negatief te worden bestempeld. Sinds het begin van ons beroep is ons takenpakket voortdurend onderhevig aan veranderingen. Dat betekent uiteraard niet dat wij voor bepaalde taken, zoals het pleitmonopolie, niet moeten vechten. We moeten ons durven open te stellen voor innovatie en bijscholen waar nodig. De advocaat kan als collaboratieve onderhandelaar of als compliance officer een meerwaarde bieden. Ook samenwerken met andere beroepen, naar het Nederlands model, kan een verrijking betekenen. We moeten meer dan ooit inzetten op geloofwaardigheid en kwaliteit, niet alleen van de startende advocaat, maar ook - en misschien zelfs nog meer - van de anciens.” MEINDERT GEES: “Het punt is dat de deontologie daarop afgestemd moet worden en dat zie ik helaas niet snel gebeuren. Elke advocaat zal op korte termijn het heft in eigen handen moeten nemen. Jammer, want de OVB zou minstens kaders kun-

JANNA BAUTERS: BALIE OUDENAARDE (2013). WERKZAAM BIJ OVDB ADVOCATUUR WAAR ZE ZICH VOORNAMELIJK TOELEGT OP HET ADMINISTRATIEF RECHT. VOORZITTER CONFERENTIE JONGE BALIE OUDENAARDE.

STIJN VANDAMME: BALIE GENT (2007), SPECIALIST MILIEURECHT EN RUIMTELIJKE ORDENING BIJ LDR ADVOCATEN. VOORZITTER VAN DE VLAAMSE CONFERENTIE VAN GENT.


CONCLUSIE THEMA 1 Kwaliteitswerk maakt altijd – ook in tijden van disruptie – het verschil. Het panel ziet daarin een opdracht voor iedereen en opmerkelijk is dat deontologie als de hefboom wordt gezien. Stijn: “De elementaire deontologie ten spijt: er zou harder opgetreden kunnen worden tegen advocaten die hun eigen economische agenda laten primeren boven het cliëntenbelang, zelfs al is dat een basisvereiste.” Tuchtcommissies moeten strenger optreden, vindt Céline. “Wat is het nut van een paleisverbod wanneer het omzeild kan worden door een medewerker te sturen?” Meindert benadrukt de kwestie numerus clausus: “Om de wortels van de advocatuur te verstevigen moet je ook durven te snoeien. Dus de instroom evalueren en zeker niet krampachtig vasthouden aan wat je toch zal moeten lossen. Zo verdwijnt meteen de aangehouden polemiek over de OIS en de CSR.” Janna wijst hierbij op het gevaar de instroom enkel te beperken tot de goede studenten met financiële mogelijkheden, daar waar inhoud en kwaliteit de maatstaven moeten zijn.

nen aanreiken. Hoe kan en mag de dorpsadvocaat zich onderscheiden ten opzichte van Google of juridische apps die er hoe dan ook zullen komen? Ik merk hoe sommige confraters dankzij transparantere tarieven hun rentabiliteit verhogen zonder in te boeten aan kwaliteit maar ik mis gedragen advies. Ook middelgrote en grote kantoren zullen naar hun organisatie en de implementatie van al dan niet intelligente software moeten kijken. Die hele transformatie is zo fundamenteel dat we er toch het best collectief mee aan de slag gaan?” STIJN VANDAMME: “Ik vind het crucialer dat we allen, met onze beroepsgroep, sleutelen aan de perceptie die de buitenwereld van ons heeft. De bottom line is dat de advocatuur het vertrouwen van de burger moet terugwinnen. De focus op procedures is te hardnekkig, terwijl pragmatische en voor de cliënt kostenbesparende oplossingen vaak meer voor de hand liggen. Op langere termijn kan iedereen baat hebben bij de omschakeling, zodat we ons als beroepsgroep veel meer kunnen profileren door onze strategische meerwaarde.” JANNA BAUTERS: “Klopt: hoezeer er ook geïnnoveerd wordt – en het is evident dat andere beroepsgroepen ons beconcurreren – we moeten veel meer dan vandaag het geval is onze essentie beklemtonen. We spelen onze unieke kwaliteitsnormen waaronder onafhankelijkheid, vertrouwelijkheid, partijdigheid, onze verplichting tot permanente vorming enz. te weinig uit. Het is mij een raadsel waarom. Daarnaast maak ik nog een bedenking die we te vaak over het hoofd zien. Een groot deel van onze toekomst hangt onlosmakelijk samen met de werking van het gerecht. Hoewel ik denk dat dit meer dan voorheen mee wil evolueren, komt het in de praktijk net zoals onze beroepsgroep steeds meer onder druk. (Zie o.a. Rondtafelgesprek Ad Rem nr. 1/2017, red.). Die vaststelling is niet echt geruststellend.” MEINDERT GEES: “Tegelijk moeten we er wel over waken dat we met dat ‘meerwaarde’-verhaal geen open deuren intrappen. Eigenlijk is meerwaarde nogal evident: met de honoraria die we hanteren, moéten we die aanbieden. Dat dit te weinig gebeurt, ligt voor de hand omdat we – laten we niet rond de pot draaien – eenvoudigweg met te veel zijn. Dat is meteen de reden waarom ik zo geloof in specialisaties. De meerwaarde is daar veel duidelijker, waarbij ik wil opmerken dat een genera-

list ook een specialist kan zijn. Van heel veel domeinen kennis hebben om de regie uit te zetten, is voor alle duidelijkheid òòk een specialisme.

THEMA 2: ECHT ENTREPRENEURSHIP STELLING: Het is goed dat de ‘onverenigbaarheid met het drijven van handel of nijverheid’ weldra wordt afgeschaft. De geest van de Europese wetgeving die de advocaat als ondernemer benadert mag nog verder doorgetrokken worden en dus is ook het ‘advocatenfaillissement’ een goeie zaak. Ger.W. art. 437, lid 1, 4° volstaat om de onafhankelijkheid van de advocaat en de waardigheid van de balie te beschermen. En om te verhinderen dat advocaten om het even wat zouden doen. JANNA BAUTERS: “Voor onze generatie is het ondernemerschap, al dan niet in combinatie met andere werkzaamheden, reeds vanzelfsprekend. We zijn aanbieders van intellectuele diensten met een bijzondere deontologie. Deze stelling is eigenlijk een non-issue: in plaats van te schermen met ‘waardigheid’ en te bepalen wat al dan niet geoorloofd is als combinatie, zijn er veel fundamentelere zaken die hier niet worden benaderd. Mag een advocaat die bijv. in de raad van bestuur van een bedrijf zetelt, diezelfde vennootschap in zijn functie van advocaat vertegenwoordigen? Buiten de persoonlijke toetsing is er geen enkele beperking.” CELINE HEINKENS: “Ik heb er geen probleem mee dat je er als advocaat iets anders bij doet. Dat kan zelfs een verrijking zijn. Wat kan en wat kan niet? Daarbij dient onze deontologie als maatstaf. De stafhouder toetst mee aan de deontologie, die evolutief kan worden geïnterpreteerd.” STIJN VANDAMME: “Precies, maar een uniforme lijn is wenselijk. Laten we eerst en vooral de doelstelling van de advocaat nagaan in plaats van te vertrekken van allerlei verbodsbepalingen om a posteriori te controleren en misschien te sanctioneren. Begrijp je het essentiële verschil in visie? We moeten stoppen om ons krampachtig vast te houden aan het verleden, en met een open blik naar de toekomst kunnen kijken. Getuige daarvan de talrijke initiatieven waardoor de advocatuur zich laat inhalen. Ik parafraseer wat ik zonet zei: de waardigheid en onafhankelijkheid van ons beroep, dàt is de doelstelling én de meerwaarde die alleen wij de rechtzoekende kunnen garanderen. Nog belangrijker dan het artikel uit het Ger.W. vind ik hetgeen niet

27


noodzakelijk uit de wet volgt: als advocaat moet men veel meer eerste rechter worden van zijn eigen dossier, en in functie daarvan in het belang van de cliënt handelen. Een advocaat kan en mag niet louter op basis van commerciële aspecten beslissingen nemen. Enerzijds vereist dit dat men niet noodzakelijk moet procederen. Anderzijds kan dat ook door het dossier ter harte te nemen indien er zich geen problemen stellen inzake onafhankelijkheid, maar ook door in het belang van de cliënt door te verwijzen indien hij daardoor meer neutraal verdedigd of beter geadviseerd kan worden.”

28

SAMENWERKINGSVORMEN MET ANDERE BEROEPEN KAN EEN MEERWAARDE BETEKENEN

Lees het vervolg van dit debat beslist verder op www.advocaat.be/adrem. Thema 3: PLEIDOOI VOOR HET PLEITMONOPOLIE Thema 4: ORDE, QUO VADIS?

MEINDERT GEES: “Ik worstel met de stelling. Niet alleen is ze oubollig maar vooral vertrekt ze van een waardeoordeel. Mag ik als advocaat een frituur of kledingzaak openen, is dat dan onwaardig? Is er sprake van een belangenconflict als ik ooit een zak friet of outfit heb verkocht aan een cliënt? Ik karikaturiseer nu, maar je voelt dat de vaagheid tot discussies met de stafhouders zal leiden. De OVB zal de complementariteit dus toch enigszins moeten aflijnen. Moet een combinatie een intellectuele dienst betreffen, moet je voor het overgrote deel van je tijd advocaat zijn? Dat sluit evenwel meteen talloze advocaten uit, zij die bijvoorbeeld een bedrijf leiden of in de politiek zitten…. En wat met de advocaten die in dezelfde kantoorgebouwen huizen als grote consultancyfirma’s, weze het dat ze elk een aparte ingang gebruiken? Ik mis hier opnieuw een coherente, duidelijke visie. Het moet zelfs niet de mijne zijn, maar ik wel ze wel eindelijk eens kennen.” STIJN VANDAMME: “Ik heb de indruk dat de stelling vooral beoogt wat een advocaat ‘na zijn uren’ mag doen. Ik vind overigens dat de OVB en de balies daarin al geëvolueerd zijn. We moeten vooral kijken naar opportuniteiten die zich aandienen en komaf maken met verouderde bepalingen die de wijze waarop je je werk nog beter


kan uitvoeren, uitsluiten. Ik denk concreet aan multidisciplinaire kantoren waarbij een advocaat binnen zijn domein samenwerkt met een andere vrije beroeper of ondernemer die in dezelfde sector actief is. Zo zou een formele samenwerking tussen bijvoorbeeld aan advocaat bouwrecht en een architect een meerwaarde kunnen betekenen.” JANNA BAUTERS: “Precies: samenwerken met verschillende actoren, en niet alleen vrije beroepers, kan een verrijking zijn voor zowel de advocatuur als de rechtzoekende. In de omgekeerde zin ben ik ook benieuwd naar het standpunt van de OVB over de race to the bottom – waarbij vooral een lage prijs als meerwaarde voor de onwetende cliënt wordt uitgespeeld – die op langere termijn mogelijk veel schadelijker is voor de cliënt én voor onze beroepsgroep?”

CONCLUSIE THEMA 2 Het panel grijpt de stelling aan om ze fundamenteel in vraag te stellen. Meindert is pragmatisch: “We moeten ons niet opwinden over het aanbieden van standaardcontracten op het net. Om de vergelijking met de geneeskunde te maken: voor het juiste voorschrift moet je nog altijd langs een competente arts. Zo is het ook met de advocatuur.” Het panel heeft helemaal geen moeite met het nieuwe ondernemen en werken voor de advocaat maar wijst wel op een zekere starheid die het ondernemerschap belemmert, zeker wat betreft de samenwerking met andere beroepsgroepen. “Natuurlijk veronderstelt dit grote waarborgen wat onze deontologie betreft, maar het is duidelijk dat bijvoorbeeld in echtscheidingszaken een formele samenwerking tussen een psycholoog en een advocaat voor alle partijen nuttig kan zijn. Die mogen we vandaag niet expliciet uitdragen.

Legal insights Reinvents legal reasoning

Een nieuw perspectief op uw juridische redenering Legal insights is een nieuwe innovatieve tool op de Belgische markt die    

rijke expertise koppelt aan artificiële intelligentie en big data duizenden gepubliceerde én ongepubliceerde vonnissen en arresten toegankelijk maakt met gemak vergelijkbare cases spot de opbouw van uw juridisch argumentarium van binnenuit verandert

Zelf proberen?

170404-LegalInsights_Adv_AdRem_170x115.indd 1

Test Legal insights (module ontslag) via wkbe.be/legal-insights

21/11/2017 9:23:31

29


CONCLUSIE THEMA 3 De stelling wordt als utopisch ervaren maar illustreert wél wat wetgevend mogelijk is. En dat brengt het panel bij enige kritiek op minister Geens, niet alleen wat betreft de Potpourri’s maar ook qua visie. “Prima dat de minister wil hervormen, maar het woord Potpourri kunnen we onderhand te letterlijk nemen. Er wordt voor zoveel onduidelijkheid gezorgd en er mangelt zoveel aan de implementatie dat de moderniseringsvisie teniet wordt gedaan.” Stijn: “In plaats van potpourri zou men beter een integrale aanpassing nastreven, waarbij het kader en de krijtlijnen meteen duidelijk zijn. Naast deze hervormingen zou er veel meer aandacht moeten zijn voor het behoud en versterking van ons pleitmonopolie, en net daar kan ook de OVB een grotere rol spelen om deze USP te verdedigen en te versterken in de wetgeving. Nu gebeurt beleidsmatig helaas het omgekeerde, waarbij de advocatuur steeds meer onder druk komt te staan..” Wat ons naadloos bij de laatste stelling brengt.

De voorzitters laten het hier niet bij en geven nog enkele duidelijke en concrete voorstellen mee voor de OVB en, bij uitbreiding de 2 experten aangesteld door de minister. Benieuwd? Surf naar www.advocaat.be/adrem

THEMA 3: PLEIDOOI VOOR HET PLEITMONOPOLIE STELLING: Advocaten moeten, zoals in de Luxemburgse Advocatenwet*, het monopolie op juridisch advies krijgen. Dat verhoogt zeker de algehele kwaliteit omdat vandaag niet alleen elke jurist maar ook niet-jurist juridisch advies kan geven waardoor wildgroei en oneerlijke concurrentie zijn ontstaan. Consumenten- en beroepsverenigingen, vakbonden, internetplatformen, notarissen, fiscalisten etc. werken dit al dan niet bewust in de hand. MEINDERT GEES: “Ja, laat ons een protectionistische maatregel invoeren… komaan! We botsen echt wel met deze stellingen, zoveel is wel duidelijk. Openheid en visie hebben we nodig.”

JANNA BAUTERS: “Er is al decennia overal juridisch advies, bij de notaris, vakbonden, het OCMW, enzovoort. Daar kunnen we de klok niet willen terugdraaien. Maar om in te haken op wat Stijn zegt: het is inderdaad onbegrijpelijk dat men ons pleitmonopolie steeds verder uitholt. Een behoud en zelfs uitbreiding van het huidige pleitmonopolie is wenselijk. Volgens mij zal het huidige beleid ook ooit als een boemerang terugkeren naar de wetgever. Eigenlijk gebeurt het nu al met de Potpourri’s. De wetswijzigingen gaan zo snel en gebeuren zo ondoordacht dat veel confraters het beu worden. Vanuit de vaststelling: er is al zoveel teruggeschroefd, bijgestuurd of ingetrokken, waarom nog de moeite doen iets in te studeren wat volgende maand toch gewijzigd wordt? Wat ons weer bij de kwaliteit brengt, uiteraard.”

STIJN VANDAMME: “De stelling schetst een mooi maar onhaalbaar droombeeld. Veeleer verdient het pleitmonopolie onze focus en dit moet door de OVB volgens mij veel meer verdedigd worden als een van de absolute meerwaarden van onze beroepsgroep. Kijk: ik verwacht niet dat een notaris, die een goed eerste juridisch advies kan geven, daar plots mee ophoudt zoals het in Luxemburg zou bestaan. Maar de rechtzoekende zou wel gebaat zijn bij een veel duidelijker onderscheid tussen advocaten, juristen en niet-juristen. Ik vind dat iedereen die zich laat betalen voor juridisch advies, moet voldoen aan een aantal criteria en verplichtingen. En het is aan de wetgever gelegen dit probleem te erkennen en aan de OVB om dat te blijven signaleren. Vandaag is het louter de advocaat die aan elk denkbare verplichting moet voldoen, zodat we ook mogen aandringen op een ruimer pleitmonopolie. De rechtzoekende wordt zo heel vaak misleid, maar ook procedures verlopen moeizaam als de tegenpartij niet aan eenzelfde deontologie en plichten moet voldoen. Het zijn net onze deontologie en onze kernwaarden die een pleitmonopolie kunnen verantwoorden, onder meer door ons beroepsgeheim, vertrouwelijkheid en partijdigheid. In dit verband leeft de perceptie dat de minister vergeten is dat hij zelf ooit advocaat was, en de belangen van onze beroepsgroep steeds verder uitholt. Mogelijk frappanter is dat het beleid nauwelijks rekening houdt met de essentiële rol van de advocaat in de rechtsstaat. Kijk naar de rechtsbijstandsverzekering. De belangen van de verzekeraars hebben wel bijzonder zwaar doorgewogen ten opzichte van advocaten en zeker ten opzichte van vrije advocaten die niet met abonnementen werken. Dat, terwijl de vrije keuze van advocaat, zo fundamenteel is.”

CELINE HEINKENS: “Opnieuw schuilt er een fundamentele kwestie onder de stelling. Wij horen de eerste rechter van ons dossier te zijn. Een vakbond of beroepsvereniging is dat per definitie niet. Wij zijn aan onze waarden gebonden, wij scholen ons verplicht bij, enz. In de rechtbank sta je echter tegenover iemand van de vakbond die soms zelfs geen jurist is. Ook ik trek volop de kaart van mijn cliënt in de rechtbank, maar ik maak vooraf wel een afweging. Iemand die in vast dienstverband juridisch advies geeft, zit daarentegen volkomen gewrongen - hij kàn vaak niet anders. Men zou de gevlogen van de uitholling van het pleitmonopolie eens goed tegen het licht moeten houden.”

MEINDERT GEES: “Ik merk in alles wat minister Geens doet een saus van groot kantoor en groot bedrijf. En al heb ik de beste contacten met confraters van grote kantoren, luidt mijn advies: ‘keep it real, mijnheer de minister’. We mogen bij dit debat niet zonder meer ook de kleinere kantoren uit de wind zetten. Dat is nochtans wat er op vandaag lijkt te leven. Wat de stelling zelf betreft: wanneer er in Gent alleen al jaarlijks 300 juristen worden opgeleid kan je bezwaarlijk eisen dat ze, willen ze doorvlochten juridisch advies geven, maar beter advocaat worden, al is het maar omdat die de realiteit van de rechtbank kennen. Dat slaat natuurlijk nergens op. Ten gronde ben ik het helemaal eens met wat hier gezegd wordt. Ik hoop dat het beleid in zal zien dat hervorming wel nodig is maar wanneer die louter vanuit een besparingslogica vertrekt, nooit zal werken. Kijk ook naar de overheidsopdrachtenreglementering waar je je als advocaat moet gaan aanmelden. Daar geldt zogezegd de vrije keuze, maar het gaat over budget, hé.”

* Art. 2, tweede lid van de Luxemburgse Advocatenwet van 10 augustus 1991: “Nul ne peut, directement ou par personne interposée, donner, à titre habituel et contre rémunération, des consultations juridiques, ou rédiger pour autrui des actes sous seing privé, s’il n’est autorisé, aux termes de la présente loi, à exercer la profession d’avocat. Les consultations écrites, portant en tout ou en partie sur des matières juridiques, contiennent les nom, prénom et qualité de ceux qui les donnent, ainsi que la date de leur confection”.


THEMA 4: ORDE, QUO VADIS? STELLING: Een daadwerkelijke modernisering van de advocatuur wordt afgeremd door de ondervertegenwoordiging van jonge professionals in de lokale en zeker centrale balieorganisatie. Bij uitstek jonge dertigers hebben het te druk met de uitbouw van hun kantoor en omdat de meeste stafhouders, leden van de raad, afgevaardigden in de AV van de OVB en ook de bestuurders een stuk ouder en reeds ‘gevestigd’ zijn, kunnen zij de toekomst van de advocatuur nooit optimaal belichamen. Wil de OVB echt innoveren, dan moet men quota voor bijv. advocaten jonger dan 35 jaar invoeren.

weg 10 jaar anciënniteit niet in de raad zetelen. Bovendien lopen de anciënniteitsregels erg uiteen. Als ondervertegenwoordiging echt een punt is, is dat heel snel op te lossen. Door zélf jonge geëngageerde advocaten aan te spreken, de anciënniteitsregels te uniformiseren of ons om structurele input vragen. Heel tekenend is de dag van de stagiair. Aan onze balie worden onder meer de Jonge Balie voorgesteld, de raad van de Orde en de magistraten, maar de OVB blijft afwezig. Daar mis je dus meteen het allerbelangrijkste momentum voor een kennismaking en werk je die ver-van-mijn-bedshow zelf in de hand.”

MEINDERT GEES: “De voorzitters van de conferenties hebben

STIJN VANDAMME: “De reflex om vanuit het standpunt en de

zo’n jaar geleden die kritische open brief aan de OVB geschreven. Ter verdere duiding was de aanleiding vooral van praktische aard. We kregen de zoveelste keer talloze vragen om verheldering die eigenlijk alleen de OVB kon geven. (Er was, na een vraag van de justitieminister aan de universiteiten, grote onduidelijkheid over de beroepsopleiding, nog eens aangezwengeld door geruchten dat de stage naar Nederlands model 10.000 euro zou kosten, red.) Omdat ik in Kortrijk toevallig in de stagecommissie zit, kon ik gelukkig antwoorden dat dit allemaal voorbarig was, maar het was de spreekwoordelijke druppel. Er zijn nogal wat zaken waarvan onze weloverwogen inschatting is dat het anders en beter kan. Natuurlijk ìs er wel communicatie, maar we stellen vast dat die heel erg top down is à la ‘de OVB deelt u mede dat…’ Bovendien moet je door een bulk van mails gaan om bij te blijven terwijl de inhoud of urgentie van die mails er zelden toe doet. De informatiefilter zouden we dus het best samen eens bekijken, want je ziet door het bos de bomen niet meer en veel advocaten beschouwen de OVB daarom als ‘het verre Brussel’ waar hoge dames en heren zetelen. Misschien brengt Diplad verbetering, alleen weet ik hier evenmin hoe dat verhaal nu loopt. Idem voor de nieuwe advocatenkaart. Ongetwijfeld nodig, maar leg ons als OVB-leden nu eens uit waarom we daarvoor 80 euro moeten betalen, de reden voor die extra euro’s voor een elektronische handtekening, hoe dat probleem met de privacy is ontstaan... Ik begrijp best dat een huis als de OVB vele kamers heeft, maar het moet o.i. transparanter en klantvriendelijker.”

leefwereld van jonge advocaten te denken, ontbreekt. Dat hoeft heus niet opgelost te worden met quota of met maandelijks overleg en de zoveelste werkgroep. Het begint met het stellen van de juiste vragen die peilen naar de realiteit op het terrein. Is een nieuwsbrief bijvoorbeeld nog wel de enige manier om te communiceren? Ad Rem heeft mogelijk zijn waarde, maar zou men als het over actuelere zaken gaat niet beter inzetten op social media of apps, inclusief polls en digitale agenda’s opdat er openheid, interactie en dialoog ontstaat? Voor alle duidelijkheid: we verwachten niet dat de OVB elke keer haar slag thuishaalt in een debat of lobbywerk, maar wel dat men ons meer informeert en meer proactief onze belangen behartigt. Daarvoor moet men wel meer te rade gaan bij de balie, en bij uitbreiding bij de jongere generatie. Nu is onze generatie ondervertegenwoordigd, terwijl een structurele aanwezigheid wel zinvol is. Er zijn te veel zaken die te laat als een voldongen feit worden meegedeeld. Veel advocaten zeggen letterlijk dat Brussel weer eens de kaas tussen hun boterham heeft laten wegnemen.”

JANNA BAUTERS: “Als je start als advocaat, dan is de OVB de ver-van-mijn-bedshow. Het wordt wel problematisch als je later, ook wanneer je zelf op zoek gaat naar informatie, vaststelt dat het een ver-van-mijn-bedshow blijft. Quota zullen dat niet oplossen. De stelling illustreert andermaal het probleem. Ze veronderstelt o.a. dat we ondervertegenwoordigd zijn omdat we te weinig tijd hebben. We willen ons wél engageren, en zoals steeds zal de ene advocaat daar al verder in gaan dan de andere, maar dat geldt voor alle generaties. Feit is dat we soms gewoon niet kùnnen. Aan bepaalde balies kan iemand met minder dan pak-

CELINE HEINKENS: “Elke balie heeft een werking met jonge advocaten. Het is heus niet zo moeilijk om proactief om te gaan met bepaalde vraagstukken waarvan weet dat ze hete hangijzers zijn. Zo zouden bijvoorbeeld de agendapunten van een vergadering kunnen worden gecommuniceerd. Ik heb wel de indruk dat de OVB op heden openstaat voor de feedback van de jonge advocaat. Voor veel jonge advocaten blijft de OVB evenwel onbekend terrein. Wij zitten in zekere zin in een bevoorrechte positie omdat we als voorzitters meer dan andere jonge advocaten contact hebben met de Orde en stilaan inzicht hebben gekregen op de structuren. Nog een puntje: er rijzen bij sommigen ook vragen of de OVB soms niet tekortschiet ‘als ‘vakbond/lobbygroep’, om dat woord voor de verandering eens in de context van onze eigen beroepsgroep te gebruiken.”

JANNA BAUTERS: “Justice must not only be done, but also be seen to be done.” Dat geldt wat werking betreft ook voor de Orde en balies.

CONCLUSIE THEMA 4 De cirkel is rond, zie de inleiding: “De werking van de OVB herzien, inclusief alle organen” – daar heeft het panel wel oren naar. De jonge advocaten benadrukken dat ze zich positief willen opstellen maar signaleren wél “een manifest OVB-imagoprobleem”. Meindert: “Wij op het terrein krijgen de klachten en de vragen van stagiairs en jonge advocaten maar we kunnen hen zelden antwoorden. Dit huis kan het standaardzinnetje ‘we zijn er mee bezig’, niet blijven herhalen.” Céline: “Onze generatie is best pragmatisch. Dat laatste is misschien een suggestie voor de huidige werking.” Janna: “Natuurlijk zijn er evenveel meningen als advocaten en ligt het in onze natuur om onze mening hard te verdedigen. Gevolg: alvorens er een consensus wordt gevonden, is er alweer een wet gepasseerd waarmee om te beginnen niemand het eens was.” Goed nieuws is er ook: quota vindt het panel onnodig. Anderzijds zou een meer structurele vertegenwoordiging van de jongere generatie een meerwaarde bieden. ‘Stel u verkiesbaar’ is een holle oproep, indien men moet opboksen tegen meer gevestigde waarden of pro stafhouders. “Dialoog, een reality check met het terrein en heldere communicatie, dàt zijn de eerste prioriteiten”, aldus de jonge balievoorzitters.


30

3X

TIPS ... EN ANEKDOTES

1.

2.

3.

BESTE BOEK “Ik niet van Joachim Fest gaat over een leraar in het Berlijn vlak voor WO II die zich koppig verzet tegen de nieuwe machthebbers en daardoor alles verliest. Ondanks de druk, blijft hij trouw aan zijn eigen gedachtegoed en buigt hij niet. Het boek belichaamt zo de gedachte dat je zelfs onder de meest extreme omstandigheden integer kunt blijven. Een bewonderenswaardige houding, die ik zelf ook probeer na te leven (zie gouden tip, red.).”

GOUDEN TIP “In alle omstandigheden trouw blijven aan jezelf en geen toegevingen doen aan je moreel kompas. Dat geldt voor het dagelijkse leven, maar ook meer specifiek voor de juridische wereld. Ik heb me nooit zomaar willen conformeren aan het systeem, enkel en alleen om meer kansen te krijgen.”

WAARDEVOLSTE OPLEIDING “Wat de advocatuur betreft, heeft mijn patroon Mr. Portaels zijn stempel gedrukt. Hij kon een dossier ontdoen van zijn franjes, terugkeren naar de kern van de zaak en vandaaruit de uitkomst voorspellen. Het onderbouwen van zijn zelden falende juridische intuïtie liet hij aan mij over. Daarnaast leerde hij me eerste rechter te spelen in een dossier. Legrand & Vennoten legde toen en ook nu nog sterk de nadruk op deontologie.


ESTAFETTE CONFRATER AAN HET WOORD DOOR: BABETTE DE GROM, DEPARTEMENT COMMUNICATIE

ILSE SAMOY, ADVOCAAT VERBINTENISSENEN AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT “JE MOET JEZELF STEEDS BLIJVEN HERUITVINDEN, ALS MENS, MAAR OOK ALS ADVOCAAT.”

ID OVER DE GEÏNTERVIEWDE: ILSE SAMOY IS ADVOCAAT AAN DE BALIE LEUVEN. ZE WERKT SINDS 2016 OPNIEUW BIJ LEGRAND & VENNOTEN, WAARVOOR ZE EERDER AL ACTIEF WAS TUSSEN ’97 EN 2001. ILSE STUDEERDE RECHTEN IN NAMEN, HEIDELBERG EN LEUVEN EN WAS VAN 2001 TOT 2009 ALS FWO-ASPIRANT EN POSTDOCTORAAL ONDERZOEKER VERBONDEN AAN HET INSTITUUT VOOR VERBINTENISSENRECHT VAN DE KU LEUVEN, WAAR ZE THANS HOOFDDOCENT AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT IS. ZE IS MOEDER VAN 3 KINDEREN EN ONTSPANT MET PILATES, JOGGEN EN KARELS CRYPTO.

“Toen ik na vier jaar advocatuur bij Legrand & Vennoten een doctoraatsbeurs kreeg van het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek met Sophie Stijns als promotor heb ik geen seconde getwijfeld. Een doctoraat combineren met de advocatuur zag ik niet zitten – ik had intussen een tweeling van anderhalf jaar oud – en het FWO verbiedt om nog als advocaat actief te zijn tijdens het doctoraat. De keuze was dus snel gemaakt. Ik legde me volledig toe op mijn proefschrift over middellijke vertegenwoordiging, al wist ik van meet af aan dat ik ooit terug zou keren naar de balie. Toen ik vorig jaar voor de tweede maal betrokken was bij een arbitragezaak voelde ik me klaar om de stap te wagen. De kinderen zijn groter, de tijd was rijp. Ik combineer mijn baliewerk – opnieuw bij Legrand & Vennoten – nu als nevenactiviteit met mijn aanstelling bij de KU Leuven, waar ik o.a. het vak aansprakelijkheidsrecht geef. Een leuk vak. Want je kan met kleurrijke casussen makkelijk inspelen op de leefwereld van de studenten en de actualiteit.”

MIJN SPECIALITEIT

“Ik maak mee deel uit van een subcommissie tot hervorming van het Burgerlijk Wetboek en onze belangrijkste uitdaging op dit moment is om tijdig te landen met die hervorming. De minister van Justitie heeft – het zal u niet verbazen – hoge ambities wat de timing betreft. Volledig terecht trouwens. Na meer dan 200 jaar is het Burgerlijk Wetboek inderdaad aan vernieuwing toe. Zelfs Frankrijk ging ons ondertussen voor! Het is een enorm boeiend project omdat we opnieuw tot de kern van de zaak moeten komen. Een voor de hand liggend begrip als ‘contract’ bijvoorbeeld moet helemaal ontleed en in vraag gesteld worden om tot een nieuwe definitie te komen. Op een beknopte wijze moeten we bestaande en nieuwe regels (her)formuleren die hopelijk opnieuw 200 jaar – al lijkt dat misschien iets te ambitieus – mee kunnen.”

MIJN BELANGRIJKSTE IN HET VOLGENDE NUMMER UITDAGING NU Beatrix Vanlerberghe krijgt van mij de estafettestok. Op een cruciale periode in mijn professionele leven (combinatie doctoraat met kleine kinderen) tenniste ik 1 x per week met haar. Ik heb toen veel gehad aan de fysieke inspanning, gecombineerd met een klankbord van een lotgenoot. Verder heb ik veel bewondering voor de hoge kwaliteit van haar werk als cassatieadvocaat.

MIJN UITDAGING IN DE TOEKOMST

“Een uitdaging is het niet zozeer, maar ik hecht veel belang aan jong blijven – in de abstracte zin van het woord. Ik ben zelf vroeg moeder geworden en heb daar nooit spijt van gehad. Integendeel, het leerde me vanaf het prille begin van mijn professionele carrière prioriteiten te stellen en keuzes te maken. Daarenboven heb ik veel aan de jonge mensen in mijn omgeving: mijn kinderen, studenten en assistenten dagen me uit om te blijven evolueren en niet vast te roesten. Je moet jezelf steeds blijven heruitvinden, als mens, maar ook als advocaat.”

31


KNOWHOW TIPS & BEST PRACTICES

NIEUW REGLEMENT PERMANENTE VORMING

MAG HET IETSJE MEER ZIJN?

32

DOOR: CHARRISSE ROEGIEST

SINDS 1 NOVEMBER 2017 IS EEN NIEUW REGLEMENT PERMANENTE VORMING VAN KRACHT. EÉN VAN DE GROOTSTE WIJZIGINGEN IS HET OPTREKKEN VAN DE VERPLICHTE VORMINGSPUNTEN VAN 16 NAAR 20 PER GERECHTELIJK JAAR. HET ONDERSCHEID TUSSEN JURIDISCH EN NIET-JURIDISCH VALT WEG EN OOK DE NEGATIEVE OVERDRACHTEN ZIJN VERDWENEN.

HULPMIDDEL, GEEN PESTMAATREGEL

ID OVER DE AUTEUR: CHARRISSE ROEGIEST IS STAFMEDEWERKER KWALITEITSBEWAKING BIJ DE OVB

Vlaamse advocaten hinken achterop wat betreft de bijscholingsvereisten. Sinds eind jaren 90 zijn advocaten onderworpen aan de permanente vorming. Per gerechtelijk jaar moest u tot voor kort 16 vormingspunten behalen. Bij bedrijfsrevisoren zijn dat 40 uren per jaar en zelfs de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) en Avocats.be eisen 20 uren vormingsplicht van hun advocaten. Hoewel het aantal te behalen vormingspunten aan de Vlaamse balies dus aan de lage kant

is, slaagt een aantal advocaten er niet in om dat quotum te halen. Voor sommigen stapelen de negatieve puntenoverdrachten zich jaar na jaar op, met tuchtrechtelijke maatregelen als gevolg. Anderen zijn dan weer weinig selectief en volgen eender welke opleiding om toch maar aan hun puntenaantal te geraken. Van advocaten wordt nochtans verwacht dat ze hun knowhow en skills aanscherpen om hun vakbekwaamheid te onderhouden. Ook de cliënt is daarmee gebaat, want die verlangt een ad-

TE ONTHOUDEN • Advocaten moeten per gerechtelijk jaar minstens 20 punten permanente vorming behalen. Ze kunnen maximaal 40 punten overdragen. Ook advocaten-stagiairs vanaf hun tweede stagejaar zijn hieraan gebonden, ongeacht of zij vakken meenemen uit de beroepsopleiding. • Er is geen onderscheid meer tussen ‘juridisch’ en ‘niet-juridisch’. • De negatieve overdrachten zijn verdwenen. Wie een tekort heeft, begint vanaf nul bij de start van een nieuw gerechtelijk jaar. • De ‘punten reglementering buitenlandse balies’ zijn mee opgenomen in de totale puntenpot. • Het maximum van een aantal puntencategorieën is opgetrokken. • Een verplicht motiveringsveld wordt toegevoegd aan de individuele aanvragen tot erkenning. Op basis hiervan bepaalt de erkenningscommissie of een aanvraag wordt erkend of niet. • Om de 5 gerechtelijke jaren moet u minstens 2 punten behalen voor vormingen aangaande deontologie.


PERMANENTE VORMING GEFACELIFT Voor dat nieuwe ontwerpreglement haalde de OVB de mosterd bij haar noorder- en zuiderburen. Ze werkte een gelijkaardig concept uit waarbij u sinds 1 november 20 in plaats van 16 punten per gerechtelijk jaar moet behalen. Het onderscheid juridische/niet-juridische punten viel weg om de niet-juridische maar wel beroepsondersteunende opleidingen te herwaarderen, en de negatieve puntenoverdracht werd geschrapt. Zowel tableauadvocaten als advocaten-stagiairs (vanaf het tweede jaar stage) kunnen maximaal 40 punten overdragen naar een volgend jaar – ter vergelijking: stagiair-gerechtsdeurwaarders moeten het dubbele aan vormingspunten behalen dan reeds benoemde of kandidaat-gerechtsdeurwaarders. Ook de ‘punten reglementering buitenlandse balies’ zijn mee opgenomen in de totale puntenpot. Van een aantal categorieën is het maximumaantal punten opgetrokken. Voor inhouseopleidingen kan u maximaal 10 punten verzamelen, als docent zijn er dat 20. Punten voor het behalen van een doctoraat of een bijkomend diploma van een erkend curriculum aan een rechtsfaculteit zijn opgetrokken tot 40, net als punten voor het schrijven van een juridische bijdrage. Punten als spreker daarentegen zijn beperkt tot 20 per gerechtelijk jaar. Voordien waren die ongelimiteerd. Om de 5 gerechtelijke jaren moet u minstens 2 punten behalen voor vormingen aangaande deontologie. Aan de individuele aanvraag tot erkenning via het privaat luik wordt een verplicht motiveringsveld toegevoegd. Op basis daarvan kan de erkenningscommissie bepalen of uw aanvraag wordt erkend of niet. Organisatoren krijgen de mogelijkheid erkend opleidingsverstrekker te worden. Meer info vindt u in de Codex Deontologie voor Advocaten. Door al die aanpassingen van vormingsvereisten hoopt de OVB haar advocaten aan te sporen zich te houden aan de permanente vormingsplicht en zo kwaliteitsvolle dienstverlening te garanderen.

HOE ZIT DAT? KEN UW SALDUZ

VRAAG 1

A De minderjarige kan wettig afstand doen van

Een minderjarige verdachte wordt schriftelijk uitgenodigd voor verhoor. Hij meldt zich zonder advocaat bij de politie. Welke stelling klopt?

zijn recht op toegang tot een advocaat. B Na telefonisch overleg met een advocaat, kan de minderjarige afstand te doen van zijn recht op bijstand. C De politie moet via de OVB-permanentiedienst een advocaat zoeken die de minderjarige bijstaat tijdens het verhoor.

VRAAG 2

A U wordt verwittigd van het navolgend verhoor,

U aanvaardt een oproep om bijstand te verlenen bij het eerste verhoor van een verdachte. U laat de optie dat u gecontacteerd wil worden voor alle navolgende verhoren op ‘Ja’ staan, zonder op ‘Bewaar’ te klikken. Welke stelling klopt?

zonder mogelijkheid om de opdracht te weigeren. B U wordt verwittigd van het navolgend verhoor, waarna u alsnog de keuze heeft om de opdracht te aanvaarden of te weigeren. C U wordt niet gecontacteerd voor het navolgend verhoor.

VRAAG 3 Wat kunt u ondernemen tegen een verhoor van een aangehouden verdachte dat is afgenomen zonder bijstand van een advocaat, terwijl de verdachte nooit afstand heeft gedaan?

A Zo’n verhoor is altijd van rechtswege nietig. B Zo’n verhoor kan nooit nietig worden verklaard bij gebrek aan een uitdrukkelijke nietigheidssanctie in de Salduzwetgeving. C Er kan geen veroordeling worden uitgesproken die gegrond is op de verklaringen die tijdens dat verhoor zijn gedaan.

DE ANTWOORDEN

1=C De memorie van toelichting bij art. 47bis, §3, tweede lid Sv. bepaalt uitdrukkelijk dat de mogelijkheid om afstand te doen voor minderjarigen, na een vertrouwelijk overleg met een advocaat via de permanentiedienst, in het wetsontwerp niet werd behouden. 2=B Wanneer u geen keuze maakt, wordt u als eerste opgebeld voor een navolgend verhoor. Als u niet bereikt kan worden of de oproep weigert, gaat de applicatie automatisch op zoek naar een andere advocaat. 3=C Noch art. 47bis Sv. noch art. 2bis WVH schrijft een nietigheidssanctie voor. Art. 32 V.T.Sv. laat wel toe om het verhoor in bepaalde gevallen alsnog nietig te laten verklaren. In geen geval echter, kan een veroordeling worden uitgesproken die gegrond is op verklaringen die zijn afgelegd in strijd met art. 2bis WVH (art. 47bis, §6, sub 9 Sv.).

vocaat met kennis van zaken. De OVB besefte dat ze de permanente vorming voor advocaten aantrekkelijker moest maken en de balies traden haar daarin bij. Op 28 juni 2017 keurde de algemene vergadering immers het definitieve ontwerpreglement permanente vorming goed.

33


TUCHT RECHTSPRAAK

WETTEN, REGLEMENTEN EN DEONTOLOGIE BESTAAN NIET ZOMAAR. EN SOMS IS EEN VERWITTIGD MEESTER ER TWEE WAARD. AD REM SERVEERT U DAAROM ELKE EDITIE EEN INTERESSANTE UITSPRAAK VAN EEN VAN DE TUCHTRADEN.

VOORBEELDEN UIT DE PRAKTIJK

BESLISSING TUCHTRAAD VOOR ADVOCATEN VAN DE BALIES VAN HET RECHTSGEBIED VAN HET HOF VAN BEROEP TE GENT – 12/04/2017

34

ROERENDE GOEDEREN ALS BETAALMIDDEL – ROERENDE GOEDEREN ONDER ZICH HOUDEN EN NIET KENBAAR MAKEN IN PROCEDURE VEREFFENING-VERDELING – GEEN DUIDELIJKHEID OVER TARIEVEN EN BEREKENING ERELOON – DREIGEN MET VERHOOGDE STAAT BIJ GEBREK AAN MINNELIJK AKKOORD OVER VOORGESTELDE STAAT – AANZETTEN TOT BETALEN STAAT ZONDER BTW – FISCAAL MISDRIJF – VERWIJZING NAAR NIET-BESTAANDE TARIFERINGEN VAN DE ORDE – BEHANDELING ERELOONBETWISTING IN ARBITRAGE KOPPELEN AAN VOORWAARDEN VOOR CLIËNT – ART. III.74 WER – ART. VI.100 WER – BLANCO TUCHTVERLEDEN – DEELS VRIJSPRAAK – SCHORSING 14 DAGEN De advocaat heeft zich bepaalde goederen laten overhandigen ter betaling van zijn honoraria, terwijl hij wist dat deze goederen dienden te worden bekend gemaakt in de vereffening en verdeling. Het kan een advocaat niet ten kwade worden geduid dat hij, in dossiers dat al lopende waren voor de inwerkingtreding van artikel III.74 W.E.R., niet specifiek zijn cliënt op de hoogte brengt van de in dat wetsartikel voorziene informatieverplichtingen. Waar het uiteraard steeds aangewezen is dat de advocaat zich voldoende en tijdig laat provisioneren, kan de tuchtraad aannemen dat in een procedure van vereffening en verdeling de (minstens stilzwijgende) afspraak is gemaakt om pas om het einde af te rekenen. In die procedure beschikt de cliënt op het einde van het dossier doorgaans over voldoende financiële middelen om de ereloonstaat te honoreren. De cliënt uitnodigen ter bespreking van zijn staat van kosten en ereloon met de mededeling dat indien er in dit gesprek geen minnelijk akkoord wordt bereikt, de officiële staat nog zal worden verhoogd “met nog niet aangerekende kosten en prestaties” en met de btw, zet de cliënt aan tot regeling van de ereloonstaat zonder btw, wat een fiscaal misdrijf is en bijgevolg ook een inbreuk op de algemene principes van waardigheid en rechtschapenheid die het beroep van advocaat kenmerken. Verwijzen naar een opgelegde tarifering van de

Orde om aan zijn geleverde diensten een vertrouwenslabel te willen toekennen is strijdig met artikel VI.100 Wetboek Economisch Recht. De tuchtraad is niet bevoegd om het rechtmatig karakter van het bewarend beslag onder derden te beoordelen (is de schuldvordering zeker en vaststaand ?, is er urgentie ?,…). De tuchtraad kan alleen vaststellen dat de wettelijke voorwaarde van artikel 1445 Ger.W. vervuld is. De rechtmatigheid van het beslag beoordelen, behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de beslagrechter. De advocaat koppelde zijn eventueel akkoord met arbitrage over het ereloon aan bepaalde voorwaarden. Afgezien van de inhoud van die voorwaarden – voorwerp van andere tenlasteleggingen – , kan niemand gedwongen worden om in te stemmen met arbitrage. De arbitrageprocedure is van suppletief recht en moet het voorwerp uitmaken van een specifieke overeenkomst tussen de partijen (artikel 1681 Ger.W.). De contractsvrijheid van de partijen impliceert dat de (beide) partijen de onderwerping van het geschil aan arbitrage kunnen afhankelijk stellen van welbepaalde voorwaarden. Het louter afhankelijk stellen van zijn instemming met de arbitrageprocedure van het vervullen van bepaalde voorwaarden, is geen deontologische inbreuk. I. PROCEDURE Mr. X werd conform artikel 459 § 1, 2de lid Ger. W. door de voorzitter van deze tuchtraad uitgenodigd bij aangetekende brief van 09/01/2017 om te verschijnen op de zitting van 08/02/2017, teneinde zich te verantwoorden voor: 1. U door uw cliënte mevrouw S meerdere roerende goederen te laten overhandigen en onder u te houden, terwijl deze goederen niet bekend gemaakt werden in de procedure vereffening-verdeling die u voor haar voerde. (zie uw brief van 31.10.2015) 2. Roerende goederen te aanvaarden of in rekening te brengen als aanbetaling van ereloon (zie uw brief van 31.10.2015). 3. Uw cliënte niet tijdig op de hoogte te hebben gebracht van de wijze waarop u

kosten en erelonen zou berekenen, noch van de evolutie van de verschuldigde kosten en erelonen gedurende de jaren dat u voor deze cliënte optrad. 4. Uw cliënte uitgenodigd te hebben ter bespreking van uw staat van kosten en ereloon met de mededeling dat indien er in dit gesprek geen minnelijk akkoord wordt bereikt, de officiële staat nog zal worden verhoogd “met nog niet aangerekende kosten en prestaties” en met de B.T.W. (zie brief dd. 31.10.2015) 5. In uw brief van 31.10.2015 cliënte te verwijzen naar een niet-bestaande “opgelegde tarifering van de Orde” en in de bijlage van uw brief van 11.08.2015 naar de onbestaande “minimale uurprijs van 125 euro en 75 euro voor wachttijden en verplaatsingstijden volgens de Orde”. 6. Zonder over authentieke of onderhandse stukken te beschikken die volgens vaste rechtspraak een titel kunnen uitmaken voor de toepassing van art. 1445 Ger. W. op 02.11.2015 bewarend beslag onder derden gelegd te hebben lastens uw gewezen cliente zonder eerst, zoals art. 1447 Ger. W. het voorschrijft, toelating te vragen aan de Beslagrechter op 4.10.2016. 7. De behandeling van een ereloonbetwisting via arbitrage afhankelijk te stellen van de voorwaarde dat uw cliënte eerst afstand moest doen van bepaalde rechten/aanspraken. (uw brief van 22.01.2016) Deze houding is strijdig met de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen (art. 455 Ger. W.). De zaak werd op de zitting van 08/02/2017 op verzoek van mr. X uitgesteld naar de zitting van 08/03/2017. Op de zitting van 08/03/2017 verscheen mr. X in persoon, bijgestaan door mr. Y. De zaak werd behandeld in openbare zitting. De procedure werd overeenkomstig art. 457 bis Ger.W. in het Nederlands


gevoerd. Mr. Z, stafhouder balie …, werd gehoord in haar verslag. Mr. X werd gehoord in zijn verdediging. De debatten werden gesloten, de zaak werd in beraad genomen en voor uitspraak gesteld op de zitting van 12/04/2017. De tuchtraad heeft met gesloten deuren beraadslaagd. II. TOELAATBAARHEID VAN DE TUCHTVERVOLGING De tuchtraad heeft vastgesteld dat de door art. 459 § 1, tweede lid Ger.W. op straffe van nietigheid voorgeschreven oproepingstermijn van minstens 15 dagen werd geëerbiedigd. De in de oproeping dd. 09/01/2017 van de voorzitter van de tuchtraad feiten stemmen overeen met deze vermeld in de verwijzingsnota van de stafhouder. De tuchtvervolging is regelmatig ingesteld en is toelaatbaar. III. VERBETERING VAN DE TENLASTELEGGING 6 Tenlastelegging 6 luidt : 6. Zonder over authentieke of onderhandse stukken te beschikken die volgens vaste rechtspraak een titel kunnen uitmaken voor de toepassing van art. 1445 Ger. W. op 02.11.2015 bewarend beslag onder derden gelegd te hebben lastens uw gewezen cliente zonder eerst, zoals art. 1447 Ger. W. het voorschrijft, toelating te vragen aan de Beslagrechter op 4.10.2016. Uit de stukken van het tuchtdossier blijkt dat het bewarend beslag onder derden werd gelegd bij exploot van 24/11/2015 (zie de stukken die door mevrouw S werden gevoegd bij haar verhoor van de 20/09/2016, stuk 28 van het tuchtdossier). De tenlastelegging dient in die zin te worden verbeterd. Aangezien het om een loutere materiële verschrijving gaat en mr. X zich ten gronde op de tenlastelegging heeft verdedigd, is het niet nodig om de debatten te heropenen. IV. BEOORDELING 1. DE TENLASTELEGGINGEN 1 EN 2 Onder de tenlastelegging 1 en 2 wordt mr. X vervolgd om zich meerdere roerende goederen te laten overhandigen en onder zich te houden, terwijl deze goederen niet bekend gemaakt werden in de procedure vereffening-verdeling die hij voor zijn cliente S voerde (tenlastelegging 1) en deze roerende goederen te aanvaarden of in

rekening te brengen als aanbetaling van ereloon (tenlastelegging 2). In zijn brief van 31/10/2015 aan mevrouw S (bijlage aan stuk 1 van het dossier van de stafhouder) schrijft mr. X : “Vooreerst dien ik u te melden dat bij de voorlopige afrekening reeds rekening werd gehouden met het feit dat U een aantal meubelen die het zonlicht niet meer mochten zien ter beschikking stelde. (...)Zoals u kan opmaken zijn er een aantal kosten niet opgenomen in de samenstellende staat (...), juist omdat er reeds rekening werd gehouden met het feit dat er bepaalde zaken werden verkregen” Uit de woorden “die het zonlicht niet meer mochten zien” kan niet anders dan worden afgeleid dat mr. X wist dat om (burgerlijk) geheelde goederen ging. De bewering van mr. X, in pleidooien voor de tuchtraad, dat hij meende dat deze goederen voortkwamen uit de nalatenschappen van de familie van mevrouw S en dat zij geen betrekking hadden op de procedure vereffening en verdeling die hij voerde voor mevrouw S is, in het licht hiervan, volkomen ongeloofwaardig. Het staat dus vast dat mr. X zich bepaalde goederen heeft laten overhandigen ter betaling van zijn honoraria, terwijl hij wist dat deze goederen dienden te worden bekend gemaakt in de vereffening en verdeling. De tenlasteleggingen 1 en 2 zijn bewezen. 2. DE TENLASTELEGGING 3 Onder tenlastelegging 3 wordt mr. X vervolgd voor het niet tijdig informeren van zijn cliënten over de wijze waarop u kosten en erelonen zou berekenen, noch van de evolutie van de verschuldigde kosten en erelonen gedurende de jaren dat u voor deze cliënte optrad. Ingevolge artikel III.74 Wetboek Economisch Recht, dat ook van toepassing is op advocaten, moet de advocaat een aantal informaties ter beschikking stellen van de cliënt, waaronder de algemene voorwaarden, die zijn prestaties beheersen, alsook de prijs van zijn diensten, wanneer de prijs van een bepaalde soort dienst vooraf is vastgesteld. Voormeld artikel III.74 trad evenwel pas in werking op 09/05/2014, terwijl uit de stukken van het tuchtdossier blijkt dat mr. X reeds sedert 2001 optrad voor mevrouw S.

Het kan een advocaat niet ten kwade worden geduid dat hij, in dossiers dat al lopende waren voor de inwerkingtreding van artikel III.74 W.E.R., niet specifiek zijn cliënt op de hoogte brengt van de in dat wetsartikel voorziene informatieverplichtingen. Waar het uiteraard steeds aangewezen is dat de advocaat zich voldoende en tijdig laat provisioneren, kan de tuchtraad aannemen dat in een procedure van vereffening en verdeling de (minstens stilzwijgende) afspraak is gemaakt om pas om het einde af te rekenen. In die procedure beschikt de cliënt op het einde van het dossier doorgaans over voldoende financiële middelen om de ereloonstaat te honoreren. De tenlastelegging 3 is niet bewezen. 3. TENLASTELEGGING 4 Onder tenlastelegging 4 wordt mr. X vervolgd om zijn cliënte uitgenodigd te hebben ter bespreking van zijn staat van kosten en ereloon met de mededeling dat indien er in dit gesprek geen minnelijk akkoord wordt bereikt, de officiële staat nog zal worden verhoogd “met nog niet aangerekende kosten en prestaties” en met de btw. Deze tenlastelegging is de nagenoeg letterlijke transscriptie van de laatste alinea van de tweede bladzijde van de brief van mr. X aan mevrouw S dd. 31/10/2015 (bijlage aan stuk 1 van het dossier van de stafhouder). Het is duidelijk dat de druk om de ereloonstaat te verhogen met bijkomende prestaties en kosten de bedoeling had om een minnelijk akkoord af te dwingen. Het voorstel kan niet anders worden geinterpreteerd dan dat mr. X mevrouw S heeft willen aanzetten tot regeling van de ereloonstaat zonder btw, wat uiteraard een fiscaal misdrijf is en, bijgevolg, ook een inbreuk op de algemene principes van waardigheid en rechtschapenheid die het beroep van advocaat kenmerken. De tenlastelegging is bewezen. 4. TENLASTELEGGING 5 Onder tenlastelegging 5 wordt mr. X vervolgd om in zijn brief van 31.10.2015 zijn cliënte te verwijzen naar een niet-bestaande “opgelegde tarifering van de Orde” en in de

35


36

bijlage van zijn brief van 11.08.2015 naar de onbestaande “minimale uurprijs van 125 euro en 75 euro voor wachttijden en verplaatsingstijden volgens de Orde”. Hoewel de door mr. X aangehaalde tarieven zeer zeker verantwoord lijken, diende hij er zich van bewust te zijn dat de Orde van Advocaten geen tarifering vermag op te leggen voor de door haar leden verstrekte diensten, omdat zulks strijdig is met principes van de vrije markt in het algemeen en met artikel IV.1, § 1 Wetboek Economisch Recht in het bijzonder. Door te verwijzen naar een opgelegde tarifering van de Orde heeft mr. X aan de door hem gevraagde diensten een vertrouwenslabel willen toekennen, wat strijdig is met artikel VI.100 Wetboek Economisch Recht. De tenlastelegging is bewezen. 5. TENLASTELEGGING 6 Onder tenlastelegging 6, zoals hoger verbeterd, wordt mr. X verweten dat hij, zonder over authentieke of onderhandse stukken te beschikken die volgens vaste rechtspraak een titel kunnen uitmaken voor de toepassing van artikel 1445 Ger. W., bewarend beslag onder derden gelegd te hebben lastens zijn gewezen cliënte zonder eerst, zoals artikel 1447 Ger. W. het voorschrijft, toelating te vragen aan de beslagrechter op 4.10.2016. Bij exploot van gerechtsdeurwaarder L te … dd. 24/11/2015 heeft mr. X inderdaad bewarend beslag onder derden gelegd op basis van zijn facturen 25 en 25bis van 19/11/2015. De tuchtraad is, uiteraard, niet bevoegd om het rechtmatig karakter van dat beslag te beoordelen (is de schuldvordering zeker en vaststaand ?, is er urgentie ?,…). De tuchtraad kan alleen vaststellen dat de wettelijke voorwaarde van artikel 1445 Ger.W. vervuld is : er waren, kennelijk, onderhandse stukken op basis waarvan bewarend beslag onder derden wettelijk mogelijk is. Of dit beslag ook op rechtmatige gronden is gelegd, behoort tot de uitsluitende bevoegdheid van de beslagrechter, die er zich ten andere ook over heeft uitgesproken.

De feiten, voorwerp van tenlastelegging 6, zijn toegelaten door de wet, zodat een deontologische inbreuk niet bewezen is. 6. TENLASTELEGGING 7 Middels tenlastelegging 7 wordt mr. X verweten de behandeling van een ereloonbetwisting via arbitrage afhankelijk te stellen van de voorwaarde dat zijn cliënte eerst afstand moest doen van bepaalde rechten/ aanspraken (brief van 22.01.2016). Het is niet voor betwisting vatbaar dat mr. X slechts akkoord was met arbitrage onder welbepaalde voorwaarden. Afgezien van de inhoud van die voorwaarden (die eigenlijk het voorwerp uitmaken van andere tenlasteleggingen, inzonderheid de tenlasteleggingen 1 en 2), kan niemand gedwongen worden om in te stemmen met arbitrage. De arbitrageprocedure is van suppletief recht en moet het voorwerp uitmaken van een specifieke overeenkomst tussen de partijen (artikel 1681 Ger.W.).

de aard van de feiten en anderzijds met het blanco tuchtrechtelijk verleden. De tuchtraad neemt verder aan dat het, op het einde van een lange procedure van meer dan 15 jaar, frustrerend is dat de advocaat niet naar behoren dreigt te worden betaald. Anderzijds zijn de ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten, inzonderheid de feiten onder de tenlasteleggingen 1, 2 en 4 bijzonder ernstig, omdat mr. X zich bij die feiten op of zelfs over de grens van het strafrechtelijk toelaatbare heeft begeven. Een tuchtsanctie zoals bepaald in het dispositief dringt zich dan ook op. VI. KOSTEN De stafhouder heeft geen kostenstaat ingediend, zodat de kosten begroot worden op nul euro. OM DEZE REDENEN, DE TUCHTRAAD, beslissend in eerste aanleg en op tegenspraak

De contractsvrijheid van de partijen impliceert dat de (beide) partijen de onderwerping van het geschil aan arbitrage kunnen afhankelijk stellen van welbepaalde voorwaarden.

Gelet op art. 456 ev. Ger.W.

Het louter afhankelijk stellen van zijn instemming met de arbitrageprocedure van het vervullen van bepaalde voorwaarden, is geen deontologische inbreuk, zodat de vrijspraak zich opdringt.

Zonder over authentieke of onderhandse stukken te beschikken die volgens vaste rechtspraak een titel kunnen uitmaken voor de toepassing van art. 1445 Ger. W. op 24.11.2015 bewarend beslag onder derden gelegd te hebben lastens uw gewezen cliente zonder eerst, zoals art. 1447 Ger. W. het voorschrijft, toelating te vragen aan de Beslagrechter op 4.10.2016.

BESLUIT Mr. X moet worden vrijgesproken van de tenlasteleggingen 3, 6 en 7. De ten laste gelegde feiten 1, 2, 4 en 5 zijn bewezen maken een inbreuk uit op de waardigheid en de kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen en een behoorlijke beroepsuitoefening moeten waarborgen. V. BESTRAFFING Wat de graad van de tuchtsanctie betreft houdt de tuchtraad enerzijds rekening met

Verklaart de tuchtvervolging toelaatbaar. Verbetert de tenlastelegging 6 als volgt :

Verklaart de tenlasteleggingen 1, 2, 4 en 5 bewezen. Verklaart de tenlastelegging 3, 6 (zoals verbeterd) en 7 niet bewezen. Legt voor de bewezen verklaarde tenlasteleggingen 1, 2, 4 en 5 samen als tuchtsanctie een schorsing op van 14 dagen. Begroot de kosten op nul euro.


UIT DE BALIES NIEUWS EN ACTIVITEITEN

BALIE LEUVEN

175 JAAR ENGAGEMENT! OP VRIJDAG 6 OKTOBER 2017 VIERDE LEUVEN HAAR 175STE JUBILEUM TIJDENS DE OPENINGSCONFERENTIE

Verleden en toekomst ontmoetten elkaar op deze feesteditie. Prof. Dr. Em. Fred Stevens belichtte tijdens zijn rede een aantal hoogtepunten uit de geschiedenis van de Leuvense balies bij de voorstelling van het boek 175 jaar geschiedenis van de Orde van Advocaten te Leuven, waaraan hij onder leiding van editor mr. Edwin Goffin zijn medewerking verleende. Nadien stelde de balie haar nieuwe logo en website (balieleuven.be) voor. Stafhouder Jan De Rieck debatteerde over de toekomst van de balie. Kathleen Stinckens, politierechter en ondervoorzitter van de vrederechters en rechers in de politierechtbank te Leuven, belichtte haar standpunt over “Vrouwe Justitia en de robotrechter”. Prof. Dr. Bernard Tilleman, decaan van de faculteit rechtsgeleerdheid aan de KULeuven, ging dieper in op een model van partnership tussen de rechtsfaculteit en de balie inzake de opleiding van advocaten en tot slot gaf mr. Emilie Van Empel, oud-deken van de Orde van Advocaten Breda-Middelburg, een inkijk in de Nederlandse verplichte kwaliteitstoetsing voor de advocaat. Voor de gelegenheid hadden mr. Liliane Versluys en mr. Peter De Cleyn een aantal kunstwerken gecreëerd met een knipoog naar justitie. Een deel van de opbrengst van de verkoop van die werken gaat naar ’t Lampeke, een lokale Leuvense vzw die rechtstreeks werkt met kansarme en maatschappelijk kwetsbare personen

BALIE ANTWERPEN PALEISRUN VOOR KOM OP TEGEN KANKER OP VRIJDAG 15 SEPTEMBER 2017 WERD IN HET VLINDERPALEIS IN ANTWERPEN DE EERSTE PALEISRUN GEORGANISEERD, EEN ESTAFETTELOOP TEN VOORDELE VAN KOM OP TEGEN KANKER. De Antwerpse balie sloot zich graag aan bij dit initiatief van Bart Willockx, voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg. De rechtbank van eerste aanleg, het parket, de vredegerechten en politierechtbank, de arbeidsrechtbank en auditoraat, het hof van beroep, de rechtbank van koophandel, de Justitiehuizen van Antwerpen en Mechelen en de balie vormden elk een ploeg. Ze liepen zoveel mogelijk rondjes in de voor de gelegenheid toegankelijk gemaakte tuin van het Vlinderpaleis en lieten zich daarvoor sponsoren door sympathisanten. De ploeg van de balie werd knap tweede met 125 rondes, na het parket (134 rondes). Alle rondjes samen leverde dat voor deze eerste Paleisrun maar liefst €11.217 op. De Antwerpse balie steunt Kom op tegen Kanker al jaren. Zo fietst ze in mei 2018 opnieuw met meerdere ploegen mee met de 1.000 km fietsen. Zelf meefietsen? Neem contact op met deconferentie.be

37


EXTRAMUROS NAAST BUREEL & BALIE

MATINÉE INTERNERING (ON)BEHANDELD

COLOFON

AD REM JAARGANG 16 – NR.4 2017

38

OP ZONDAG 17 SEPTEMBER VOND IN HET MUSEUM DR. GUISLAIN IN GENT EEN INTERESSANT DEBAT PLAATS OVER INTERNERING. EEN DIVERS PANEL LIET IN HET KADER VAN DE TENTOONSTELLING (ON)BEHANDELD. OVER INTERNERING, SCHULD EN BOETE EEN BREDE WAAIER VAN FACETTEN EIGEN AAN INTERNERING AAN BOD KOMEN.

VERANTWOORDELIJKE UITGEVER Edward Janssens, voorzitter Orde van Vlaamse Balies Staatsbladsstraat 8, 1000 Brussel Tel. 02 227 54 70, Fax 02 227 54 79 E-mail: info@advocaat.be www.advocaat.be REDACTIE Marijke Aps Bart Coppein Katrien Crauwels Ann Devroe Babette De Grom Edward Janssens Frank Judo Jan Leysen Jan-Pieter Mateusen Anne-Lise Ndeberi Katlijn Pollaris Gracy Saerens Ingrid Speels Anne Thys Arnaud Vannieuwenhuyze Nicolaas Vinckier

CONCEPT & REALISATIE

Vorstemanstraat 14A, B, 2000 Antwerpen Tel. 03 260 08 30 www.headlinepublishing.be RECLAMEREGIE

De Morgen-journaliste Eline Delrue ging er in gesprek met Sammy Walvraeve (een familielid van een geïnterneerde persoon), advocaat Toon De-

schepper, Sara Rowaert, onderzoeker aan de Universiteit Gent (het sociaal netwerk van delictplegers met een psychiatrische problematiek), Joris D’heedene

Meer info over deze activiteit? Check www.advocaat.be/(on)behandeld

(Netwerkcoördinator ZorgTraject Geïnterneerde personen, Coördinator Schakelteam) en Katelijne Senaeve (Coördinator extern zorgcircuit geïnterneerden).

Bie Van Cleuvenbergen B-Net Tel. 016 63 20 65 bie@b-net.be Alle adreswijzigingen van advocaten moeten doorgegeven worden aan de balie. Lees Ad Rem ook online via OrdeExpress of op www.advocaat.be/adrem.


UpToDate sinds 1988

Cloud of geen cloud? Huren of kopen?

software & diensten


Bijlage - Insert Wolters Kluwer bij Ad Rem - december 2017 Cover 200 mm

When you have to be right

Lawyers’ Focus

Kwalitatief informatieaanbod voor de advocaat

December 2017

In de kijker

Potpourri IV: wijzigingen m.b.t. de rechtspositie van de gedetineerden en de afscherming van de identiteit van politiemensen en diverse wijzigingen inzake Justitie


In de kijker: Potpourri IV Strafrecht & strafvordering

Potpourri IV: wijzigingen m.b.t. de rechtspositie van de gedetineerden en de afscherming van de identiteit van politiemensen en diverse wijzigingen inzake Justitie Auteurs: B. Pype, L. van Puyenbroeck

Nieuw De wet van 25 december 2016 tot wijziging van de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en houdende diverse bepalingen inzake justitie, is de vierde van een reeks Potpourriwetten. In deze uitgave worden de talrijke wijzigingen systematisch besproken, waarbij aan de hand van de voorbereidende werken een eerste, nuttige duiding geboden wordt. De Potpourriwet IV bevat heel wat - voor de praktijk belangrijke - wijzigingen. Hoewel de benaming van de wet een focus op het strafrecht lijkt in te houden - niet alleen wijzigt de wet de rechtspositie van de gedetineerden en van het toezicht op de gevangenissen en voert het een bijzondere bescherming in van de identiteit van bepaalde politieambtenaren - situeren de wijzigingen zich in grote mate ook daarbuiten. Zo wordt onder meer een Centraal Register Collectieve Schuldenregelingen opgericht en wordt een wettelijke regeling ingevoerd betreffende de (ambtshalve) veroordeling tot ‘nutteloze’ gerechtskosten.

Bestelcode: BP/NWPV-BI17062 Omvang: 124 pagina's ¾ Ook verkrijgbaar als e-book Abonnement: € 47,00 (€ 44,34 excl. btw) Eenmalige aankoop: € 61,10 (€ 57,64 excl. btw)

2

2

Bekijk de volledige inhoudstafel en bestel online: wkbe.be/lawyersfocus


Nieuwe uitgaven Familierecht

Familierecht

Handboek Familieprocesrecht

Wetboek Familierecht

Redactie: Vereniging voor Familierecht

Editor: Prof. dr. P. Senaeve

Nieuw

Nieuw

Met de op 1 september 2014 in werking getreden wet tot invoering van een familie- en jeugdrechtbank werd het volledige familieprocesrecht radicaal hervormd. Door de oprichting van een familierechtbank werden alle familierechtelijke geschillen geconcentreerd en werden de procedureregels in zaken van familierecht in grote mate eengemaakt en verfijnd. Het familieprocesrecht heeft op die manier een heel nieuwe dynamiek gekregen waarbij het instellen en behandelen van familiezaken anders verloopt dan vóór 1 september 2014. Er was dan ook behoefte aan een nieuw handboek waarin alle aspecten van het familieprocesrecht aan bod komen.

Bestelcode: BP/FAMPRO-BI17001 Omvang: 1.046 pagina's ¾ Ook verkrijgbaar als e-book Eenmalige aankoop: € 165,00 (€ 155,66 excl. btw)

Dit wetboek biedt in één handzaam volume alle instrumenten die de familierechtjurist nodig heeft in zijn dagelijkse praktijk, en waarvoor het Burgerlijk Wetboek alleen reeds lang niet meer volstaat. Het herneemt de relevante delen uit het BW en het Ger.W. en wordt verder aangevuld met het WIPR en de relevante bijzondere instrumenten van de supra- en internationale instellingen, de federale overheid en de Vlaamse Gemeenschap. Het bestrijkt daarmee het het familierecht en familiaal vermogensrecht, en de bijhorende proces- en internationaalprivaatrechtelijke akten. Kortom: all-in-one.

Bestelcode: BP/WFAM-BI17001 Omvang: 530 pagina's ¾ Ook verkrijgbaar als e-book Eenmalige aankoop: € 96,00 (€ 90,57 excl. btw)

Bekijk de volledige inhoudstafel en bestel online: wkbe.be/lawyersfocus

3

3


Nieuwe uitgaven

Nieuw

Publiek recht

Publiek recht

Overheidsopdrachtenrecht Boek II

Zakboekje Overheidsopdrachten Wetboek

Auteurs: C. De Koninck, P. Flamey, B. Gheysens

Dit boek heeft het koninklijk besluit plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren van 18 april 2017 tot voorwerp. Dit koninklijk besluit is bij zijn inwerkingtreding op 30 juni 2017 in de plaats gekomen van het koninklijk besluit van 15 juli en geeft uitvoering aan titel 2 van de Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016. Die beheerst de overgrote meerderheid van de overheidsopdrachten die worden geplaatst door de Belgische aanbestedende overheden van lokaal tot federaal niveau. In een eerste deel van het boek worden de belangrijkste wijzigingen en nieuwigheden geduid die het KB Plaatsing 2017 met zich meebrengt ten opzichte van het KB Plaatsing 2011. In een tweede deel volgt de artikelsgewijze commentaar met relevante informatie geput uit het Verslag aan de Koning en het advies van de Raad van State. Het boek bevat ook een overzicht van de belangrijkste verschilpunten tussen het KB Plaatsing 2017 en het KB Plaatsing speciale sectoren 2017.

Bestelcode: BP/OORPLA-BI17001 Omvang: 458 pagina's ¾ Ook verkrijgbaar als e-book Eenmalige aankoop: € 95,00 (€ 89,62 excl. btw)

4

4

Nieuw

Auteur: P. Thiel

Dit Zakboekje Overheidsopdrachten - Wetboek bevat de federale wetgeving rond overheidsopdrachten voor de klassieke sectoren, de speciale sectoren en voor defensie en veiligheid. Het bevat eveneens de nationale bepalingen rond concessies en rechtsbescherming alsook onderdelen uit het Strafwetboek van toepassing op overheidsopdrachten. Specifiek voor werken verzamelt dit boek bovendien de normering rond erkenning en tijdelijke en mobiele bouwplaatsen. Dit boek is het tweede deel in de reeks ‘Zakboekje Overheidsopdrachten’. Deel 1 is het Zakboekje Overheidsopdrachten - Klassieke sectoren van L. Westhovens

Bestelcode: BP/ZOOCOD-PB Omvang: 1.057 pagina's ¾ Ook verkrijgbaar als e-book Abonnement: € 83,00 (€ 78,30 excl. btw) Eenmalige aankoop: € 107,90 (€ 101,79 excl. btw)

Bekijk de volledige inhoudstafel en bestel online: wkbe.be/lawyersfocus


Nieuwe uitgaven Privacy

Praktische gids privacy in de onderneming Auteurs: M. Caproni, S. De Smedt

Nieuw Met de inwerkingtreding van de Algemene Verordening Gegevensverwerking of GDPR zijn privacy en gegevensbescherming niet meer weg te denken uit de dagdagelijkse activiteiten van zowel grote als kleine bedrijven, in eender welke sector. Privacy en gegevensbescherming zijn echter zoveel meer dan de GDPR alleen (denk maar aan camerabewaking, privacy in een HR context, beveiliging van gegevens, enz.). Vele praktische en prangende vragen bestonden al vóór de GDPR en worden er niet noodzakelijk door opgelost. In hun praktijk als advocaten in een zakenkantoor worden de auteurs van dit boek dagelijks geconfronteerd met deze vragen. Met dit boek willen zij bedrijven een antwoord bieden dat verder gaat dan de wet, en waarmee zij zoveel mogelijk praktisch aan de slag kunnen.

Bestelcode: BP/PGPRIV-BI17001 Omvang: 315 pagina's ¾ Ook verkrijgbaar als e-book

Bekijk de volledige inhoudstafel en bestel online: wkbe.be/lawyersfocus

5

5


Nieuwe reeksboeken

Wordt verwacht

Insolventierecht

Artikel & Commentaar

Insolventie van ondernemingen. De wet van 11 augustus 2017.

Dading

Auteurs: E. Van Camp, I. Mertens

De wet van 11 augustus 2017 bracht een nieuw insolventierecht met zich mee en voegde dit in het Wetboek van economisch recht in Boek XX. Dit boek bevat alle bepalingen van die wet, vergezeld van hun memorie van toelichting en een eerste duiding door de auteurs. Daarenboven worden de wijzigingen en opheffingen in andere wetten (zoals bijvoorbeeld in het Gerechtelijk Wetboek of het Wetboek Vennootschappen) duidelijk aangeduid. Het is een perfecte eerste kennismaking met deze nieuwe wet voor elke jurist die in zijn praktijk met insolventierecht wordt geconfronteerd.

Auteur: N. Portugaels

Nieuw reeksboek

Een courante wijze waarop partijen geschillen beëindigen, is door het sluiten van een dading. Dit is een conventioneel mechanisme waarmee partijen zelf een definitief einde stellen aan een conflict. De belangrijke (o.a. psychologische) impact van deze overeenkomst mag niet worden onderschat. Partijen vermijden aanzienlijke advocatenkosten en een lange procesduur, aangezien er geen beroep moet worden gedaan op een rechter. Dit instrument kan dus binnen het kader van Alternative Dispute Resolution (ADR) worden geplaatst, een mindset die door Europa sterk wordt gestimuleerd. De bijzondere contractenrechtelijke wetgeving over de dading wordt in dit boek artikelsgewijs besproken. Het voornaamste doel van dit boek is om een juridisch kader over de dading te bieden, dat partijen kunnen aanwenden om een maximale rechtszekerheid over het conflict te bereiken.

Bestelcode: BP/NWPV-BI17063 Omvang: ± 288 pagina's ¾ Ook verkrijgbaar als e-book Abonnement: € 65,00 (€ 61,32 excl. btw) Eenmalige aankoop: € 84,50 (€ 79,72 excl. btw)

6

6

Bestelcode: BP/ARTCOMM-BI17002 Omvang: ± 230 pagina's ¾ Ook verkrijgbaar als e-book

Bekijk de volledige inhoudstafel en bestel online: wkbe.be/lawyersfocus


Nieuwe reeksboeken Sociaal recht

Sociale praktijkstudies : Aanduiding van de toepasselijke wetgeving bij internationale tewerkstelling van werknemers in Europa Auteur: T. Van de Calseyde

Nieuw reeksboek

De vraag welk recht van toepassing is bij grensoverschrijdende tewerkstelling van werknemers is brandend actueel. Diverse stakeholders (zowel inspectiediensten, werkgevers, werknemers, vakbonden als beleidsmakers) worstelen hiermee en bijten er soms hun tanden op stuk. Dit boek heeft de ambitie een compleet naslagwerk te zijn voor iedereen die geconfronteerd wordt met deze complexe, maar uitermate boeiende problematiek. Dit boek handelt over: ¾ Het ¾ Het

toepasselijk arbeidsrecht toepasselijk recht op het gebied van de sociale zekerheid

Bestelcode: BP/SPS-BI17004 Omvang: 244 pagina's ¾ Ook verkrijgbaar als e-book Abonnement: € 70,26 (€ 66,28 excl. btw) Eenmalige aankoop: € 91,33 (€ 86,16 excl. btw)

Bekijk de volledige inhoudstafel en bestel online: wkbe.be/lawyersfocus

7

7


Tijdschriften

Tijdschrift

Gerechtelijk recht

Privaatrecht

Belgisch Tijdschrift voor Arbitrage

Tijdschrift voor privaatrecht

Editorial board: J.-F. Tossens, A. van Hooft, L. Bingham, O. Caprasse, L. Demeyere, W. Jahnel, J. Kleinheisterkamp, M. Piers, H. Verbist

b-Arbitra, the Belgian Review of Arbitration, is an initiative of CEPANI, the Belgian Centre for Arbitration and Mediation. The biannual journal is unique in that it welcomes contributions in English, as well as in Belgium’s official languages Dutch, French and German. Each of these articles is accompanied by a summary in the English language. b-Arbitra subscribes to the objective of CEPANI to promote edifying debate and in-depth research in the field of arbitration, to provide a valuable source of pertinent information to lawyers involved in arbitration, and to bring new developments to policy makers’ attention in order to further the quality of arbitration law and practice. It promotes dialogue on novel issues in the field of arbitration and aims to provide a dynamic forum for the exchange of information on a European scale, in light of the increasing number of cross-border disputes and the internationalization of arbitration.

Bestelcode: BP/BARBIT-MG Omvang: 150 pagina's Frequentie: 2x per jaar Abonnement: € 108,12 (€ 102,00 excl. btw)

8

8

Tijdschrift

Redactie: H. Bocken, J. Delvoie, Y.-H. Leleu, M. Puelinckx-Coene, W. Rauws, R. Steennot, F. Swennen, A. Verbeke, A. Wylleman Directie: M. E. Storme, V. Sagaert Eredirecteur: M. Storme Redactiesecretariaat: C. Beyaert, S. Steverlynck, S. Demeyere

Nieuw in 2017-1

Ten geleide M. E. STORME De Redactie Privaat C. H. SIEBURGH, Een Ithaka Bijdragen Thema consumentenbescherming E. TERRYN, Transparantie en algemene voorwaarden Nood aan hervorming? R. STEENNOT, De bescherming van de consument door het Hof van Justitie: een brug te ver? S. JANSEN, Hiërarchie der remedies in de consumentenkoop: EU vs. VS Bijdragen D. HEIRBAUT, Weg met De Page? Leve Laurent? Een pleidooi voor een andere kijk op de recente geschiedenis van het Belgische privaatrecht Rechtspraakonderzoek J. BAECK en I. CLAEYS, Rechterlijke handelshuurprijsherziening en -bepaling "naar billijkheid": een exploratieve casestudy Boekbesprekingen Aangekondigd Bestelcode: BP/TPR-MG Frequentie: 4 nummers per jaar Abonnement: € 160,00 (€ 150,94 excl. btw)

Bekijk de volledige inhoudstafel en bestel online: wkbe.be/lawyersfocus


Nieuwe edities Kluwer Basiscodex

Nieuwe editie

Dit fraai gebonden meeneemwetboek bundelt in één volume meer dan 100 essentiële wetgevende akten, waaronder de Grondwet en de 7 belangrijkste wetboeken. Bovendien biedt de Basiscodex een gedetailleerde historiek bij de gewijzigde artikels. Elk najaar verschijnt een nieuwe, volledig geactualiseerde editie. Bestelcode: BP/BACOZ-YB Omvang: 2.100 pagina's Frequentie: 1 update per jaar

Abonnement: € 249,05 (€ 234,95 excl. btw) Eenmalige aankoop: € 323,77 (€ 305,44 excl. btw)

Becommentarieerd wetboek wegverkeer Nieuwe editie

F. Glorieux In dit wetboek vindt u de integrale tekst van de Wegcode en de Wegverkeerswet. Daarnaast wordt onder elk artikel een selectie van de belangrijkste rechtspraak en rechtsleer opgenomen. Bestelcode: BP/BWEVE-YB Omvang: 442 pagina’s Frequentie: 1 update per jaar

Abonnement: € 129,26 (€ 121,94 excl. btw) Eenmalige aankoop: € 168,03 (€ 158,52 excl. btw) ¾ Ook verkrijgbaar als e-book

Bekijk de volledige inhoudstafel en bestel online: wkbe.be/lawyersfocus

9

9


Nieuwe edities Wetgeving Verzekeringen Nieuwe editie

H. Cousy, C. Van Schoubroeck Dit wetboek bundelt het complete publiek en privaat verzekeringsrecht. De auteurs coördineren alle Europese richtlijnen en besteden uitgebreid aandacht aan de wetshistoriek. Bestelcode: BP/WVER-YB Omvang: ± 1.000 pagina’s Frequentie: 1 update per jaar

Abonnement: € 171,47 (€ 161,76 excl. btw) Eenmalige aankoop: € 222,91 (€ 210,29 excl. btw) ¾ Ook verkrijgbaar als e-book

Sociaal Zakboekje 2017/2 W. van Eeckhoutte, A. Taghon, E. Van Oostveldt

Nieuwe editie

10

10

Het Sociaal Zakboekje biedt u een heldere kijk op de volledige Belgische sociale wetgeving. Essentiële informatie, in korte, kernachtige termen. Voor de volledigheid werden de referenties naar de wetgeving mee opgenomen. Op die manier kunt u er zelf makkelijk de letter van de wet op nalezen. Bestelcode: BP/SOCZ-PB Omvang: 1.293 pagina's Frequentie: 2 updates per jaar

Abonnement: € 123,46 (€ 116,47 excl. btw) Eenmalige aankoop: € 160,49 (€ 151,41 excl. btw)

¾ Ook verkrijgbaar als e-book

Bekijk de volledige inhoudstafel en bestel online: wkbe.be/lawyersfocus


Jura, uw virtuele juridische bibliotheek

Eerst orde, dan reflectie.

Welkom op uw privé plekje op Jura.

17-0075-1

Informatie verliezen of cases door elkaar halen, is geen optie voor een advocaat of juridisch adviseur. Daarom bieden we u op Jura uw eigen stek aan. Dat is een persoonlijke folder waar u uw favoriete documenten overzichtelijk opslaat per cliënt of per case. Uw documenten zijn 100% veilig en volledig afgeschermd. De hyperlinks bij uw favoriete documenten weerspiegelen altijd de meest recente versie: dat biedt u nog meer tijd voor diepgaande analyse en interpretatie.

Meer weten over Jura? Kijk op  wkbe.be/jura-nl jura@wolterskluwer.com

015 78 76 00

11 19072017-ads-JURA-LegalActua-180x180mm-NL-v2.indd 4

30/07/17 18:17

11


M&D Seminars biedt opleidingen aan over juridische en juridisch-fiscale thema’s. De opleidingen zijn bedoeld voor advocaten, notarissen, bedrijfsrevisoren, accountants en belastingconsulenten, magistraten en financiële functies met een goede juridische voorkennis. Elk jaar organiseert M&D Seminars meer dan 120 opleidingen voor 5.000 juristen.

Een greep uit de ingeplande actua-opleidingen 

26/01/2018

Themadag Grensoverschrijdende tewerkstelling

30/01/2018

Studiedag IPR

01/02/2018

Studiedag wilsgebreken

Groot-Bijgaarden

08/02/2018

Bescherming cliënteel

Groot-Bijgaarden

23/01/2018

Omgevingsvergunning in werking

Beveren

07/02/2018

Clausules bij niet uitvoering van contracten

Beveren

M&D Seminars werd opgericht in 1990. Sinds 2013 maakt M&D Seminars deel uit van Kluwer Opleidingen nv.

adv-LA-KluwOpl-180x180mm-31102017.indd 1

12

Sint-Niklaas Sint-Niklaas

www.mdseminars.be

31/10/17 14:18

17-0128-120 - V.U.: Hans Suijkerbuijk, Ragheno Business Park, Motstraat 30, 2800 Mechelen - Bijsluiter bij 'Ad Rem' van december 2017

Juridische actualiteit


Eindejaars actie Bestel vóór 7 januari 2018 en ontvang 15% korting!*

Algemene en interdisciplinaire werken

-15%

Advocatuur - Regels & Deontologie

BP/STEVENS-BI14001

Praktische gids bemiddeling

Auteur: W. Meuwissen

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 123,64 (incl. btw) -15%* -> € 105,09 (incl. btw)

Burgerlijk recht

Auteur: J. Stevens

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 105,00 (incl. btw) -15%* -> € 89,25 (incl. btw)

Familierecht als verbintenissenrecht Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 89,00 (incl. btw) -15%* -> € 75,65 (incl. btw)

Lening Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 64,17 (incl. btw) -15%* -> € 54,55 (incl. btw)

Familiale misdrijven Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 118,48 (incl. btw) -15%* -> € 100,70 (incl. btw)

Ook verkrijgbaar als e-boek

BP/PGBEM-BI16001 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteur: S. Matthé BP/DOCFAM-BI16001 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteurs: A. Beeckwee, S. Vanderheyde BP/ARTCOMM-BI16002 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteur: G. Marlier BP/R_P-BI16091 Ook verkrijgbaar als e-boek

Bestel nu met korting op

wkbe.be/lawyersfocus

13


De registratie- en erfbelasting in de Vlaamse Codex Fiscaliteit

Melding witwassen van geld of financiering van terrorisme

Auteur: F. Thierens

Vruchtgebruik Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 65,00 (incl. btw) -15%* -> € 55,25 (incl. btw)

Prejudiciële vragen aan het Grondwettelijk Hof Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 93,00 (incl. btw) -15%* -> € 79,05 (incl. btw)

Auteur: M. Lernout BP/RNPS-BI16061 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteurs: J. Smets, F. Debaedts BP/APR-BI16082

Auteur: L. Vanfraechem

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 89,74 (incl. btw) -15%* -> € 76,28 (incl. btw)

BP/ARTCOMM-BI16003

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 72,56 (incl. btw) -15%* -> € 61,67 (incl. btw)

Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteurs: K. Vindevogel, H. De Clerck BP/TGER-BI15001 Ook verkrijgbaar als e-boek

Uitlegging, verbetering en herstel van rechterlijke uitspraken

Auteur: C. Van Severen

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 70,27 (incl. btw) -15%* -> € 59,73 (incl. btw)

BP/ARTCOMM-BI16001 Ook verkrijgbaar als e-boek

Spel en Weddenschap

Auteur: N. Hoekx

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 82,00 (incl. btw) -15%* -> € 69,71 (incl. btw)

BP/APR-BI16083

Bestel nu met korting op

wkbe.be/lawyersfocus

14

BP/RNPS-BI16064 Ook verkrijgbaar als e-boek

De Europese betalingsbevelprocedure

Termijnengids gerechtelijk recht

Handelsen economisch recht

BP/RNPS-BI15060 Ook verkrijgbaar als e-boek

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 65,00 (incl. btw) -15%* -> € 55,25 (incl. btw)

Gerechtelijk recht

Auteurs: E. Spruyt, H. Pelgroms

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 271,70 (incl. btw) -15%* -> € 230,94 (incl. btw)


Reiscontract

Auteur: F. Van Bellinghen

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 94,35 (incl. btw) -15%* -> € 80,20 (incl. btw)

Publiek recht

Geneeskunde

BP/APR-BI16084

Auteurs: S. Bouckaert, P. Baeyens, N. Vanderscheuren

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 84,01 (incl. btw) -15%* -> € 71,40 (incl. btw)

Brownfields in Vlaanderen Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 142,70 (incl. btw) -15%* -> € 121,30 (incl. btw)

Woningkwaliteitsbewaking in het Vlaamse Gewest Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 149,29 (incl. btw) -15%* -> € 126,90 (incl. btw)

Sociaal recht

Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteur: H. Nys

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 178,00 (incl. btw) -15%* -> € 151,29 (incl. btw)

Handboek Verblijfsrecht

BP/ARTCOMM-BI16004

Bijzondere bescherming tegen ontslag Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 80,11 (incl. btw) -15%* -> € 68,09 (incl. btw)

Aanvullende pensioenen - een basishandleiding Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 69,35 (incl. btw) -15%* -> € 58,95 (incl. btw)

De inkomensgarantie voor ouderen - het leefloon voor behoeftige gepensioneerden Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 74,88 (incl. btw) -15%* -> € 63,65 (incl. btw)

BP/VRAV-BI16001 Ook verkrijgbaar als e-boek

Editeurs: E. Empereur, B. Martens BP/R_P-BI16089 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteur: T. Vandromme BP/R_P-BI16088 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteur: J. Herman BP/R_P-BI16087

Auteurs: I. De Somviele, A. Van Damme BP/SPS-BI16004 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteur: B. Vandenbussche BP/SPS-BI16005 Ook verkrijgbaar als e-boek

Bestel nu met korting op

wkbe.be/lawyersfocus

15


Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 95,85 (incl. btw) -15%* -> € 81,47 (incl. btw)

Ontslag wegens dringende reden Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 98,47 (incl. btw) -15%* -> € 83,70 (incl. btw)

Sociaal en fiscaal statuut sportbeoefenaar Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 71,89 (incl. btw) -15%* -> € 60,11 (incl. btw)

Strafrecht

Vastgoed

Ik word verhoord. Wat nu?

BP/SPS-BI16003 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteurs: C. Engels, Y. S. Van Der Sype BP/SPS-BI16002

Auteurs: J. Kerremans, B. Ameye BP/SPS-BI16001 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteur: F. Koning

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 43,00 (incl. btw) -15%* -> € 36,55 (incl. btw)

BP/VERHOO-BI15001

Het onroerend goed en de nalatenschap

Auteur: N. Vandebeek

Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 163,65 (incl. btw) -15%* -> € 139,10 (incl. btw)

De community land trust of coöperatieve landmaatschappij voor uitgifte en beheer van communale grond Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 122,97 (incl. btw) -15%* -> € 104,52 (incl. btw)

Onroerend goed en de internationale nalatenschap Bekijk de inhoudstafel en bestel online Eenmalige aankoop: € 184,60 (incl. btw) -15%* -> € 156,91 (incl. btw)

Bestel nu met korting op

wkbe.be/lawyersfocus

16

Auteurs: H.-F. Lenaerts, O. Wouters

Ook verkrijgbaar als e-boek

BP/R_P-BI16090 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteur: R. Timmermans

BP/RNPS-BI16062 Ook verkrijgbaar als e-boek

Auteur: N. Vandebeek BP/RNPS-BI16063 Ook verkrijgbaar als e-boek

* Deze kortingen zijn geldig vanaf 6 december 2016 t.e.m. 6 januari 2018 en enkel op de eenmalige aankoop

Het ontslag van beschermde werknemers.


Bijlage – Insert M&D Seminars bij Ad Rem – december 2017

Het

Zomerprogramma Zomerprogra van

Het

van

M&D Seminars M&D Seminar Actueel aanbod aan diepgaande juridische opleidingen M&D Seminars organiseert opleidingen over juridische en juridisch-fiscale thema's. Op jaarbasis biedt M&D Seminars meer dan 120 opleidingen waarvoor zich ruim 5.000 deelnemers inschrijven. Ontdek het volledige aanbod via www.mdseminars.be of ontdek enkele opleidingen in deze brochure.

Schrijf in op onze nieuwsbrief en geniet 10 % korting

Leuvense en Gentse Wetsdagen

Leuvense Webinar en Gentse Days Wetsdagen

Webina Days

4 t.e.m. 8 juli 2016

4 t.e.m.178en 18 juli 2016 augustus 2016

17 en 18 augustus 2

Blijf via onze nieuwsbrief op de hoogte van nieuws en opleidingen voor legal professionals. U ontvangt een persoonlijke kortingscode om te gebruiken bij de eerstvolgende opleiding waarvoor u inschrijft. Kies uw rechtstak via opleidingen.wolterskluwer.be/mdseminars/nieuwsbrief: • Burgerlijk recht • Fiscaal recht • Sociaal recht • Strafrecht • Vennootschapsrecht

• Gerechtelijk recht • Handels- en economisch recht • Insolventierecht • Publiek en aanbestedingsrecht • Vastgoed- en stedenbouwrecht

Onze troeven

Actueel

JuristenJuristendagen dagen

Blijf op de hoogte van nieuwe artikels, wetswijzigingen en rechtspraak.

Estate Planningsdagen

Estate Plannin dagen

Kwaliteit

Uitmuntende sprekers

Toplocaties

Erkende opleidingen met een kwaliteitslabel en 93 % tevreden klanten.

Geweldige sprekers die onze opleidingen volwaardig invullen met actualiteit.

Voor elke opleiding kiezen wij de beste locaties uit zodat u van een leerrijk

26 en 30 30augustus 2016

23, 25 en 30 23, 25 en augustus 2016 augustus 2016

26 en 30 augustus 2

moment kunt genieten.

www.mdseminars.be


25-01-2018 - Sint-Niklaas

mdseminars.be/flatgebouwen

De oplevering van flatgebouwen De oplevering van een flatgebouw is het orgelpunt van de bouwfase zowel voor promotor, aannemer, verkoper, syndicus als eigenaar.

Tijdens de uiteenzetting wordt aandacht besteed aan de opleveringsproblematiek m.b.t. kantoorgebouwen, woonflats en winkelcentra.

Deze studienamiddag biedt u een uitvoerige, theoretische zowel als praktische rondleiding aan in het boeiende maar ingewikkelde gebied van de oplevering van flatgebouwen aan de hand van 10 aandachtspunten.

Een grondige juridische achtergrond, aangevuld met praktische tips en goed hanteerbare modellen zorgt ervoor dat u na het volgen van deze studienamiddag de problematiek van de oplevering van flatgebouwen in alle aspecten grondig onder de knie hebt.

BURGERLIJK RECHT VASTGOED- EN STEDENBOUWRECHT

13.30 tot 17.00 uur

Sint-Niklaas, Hotel Serwir

Studienamiddag

··210 euro (excl. btw) ··278 euro (excl. btw)

inclusief het boek ‘Appartementsrecht II’

Attest ··Orde van Vlaamse Balies: 3 punten ··BIV/BIBF/IBR: 3,5 uren ··IAB-B0458/2016-01: 3,5 uren

Programma

12.45 - 13.30 Registratie van de deelnemers | broodjesbuffet voorzien 13.30 - 17.00 Volgende 10 aandachtspunten worden behandeld: •• Voorlopige en definitieve oplevering •• Toepassing van de Wet Breyne •• Mandaat van de syndicus •• Rechtsgevolgen van de types opleveringen •• Het lot van de garanties •• De problematiek van de bruikbaarheid •• De afwerkingsgraad •• De zichtbare en verborgen gebreken •• De garantieperiode •• De in acht te nemen vormvoorschriften 17.00 - 17.30 Mogelijkheid tot vraagstelling

Sprekers

Meester Willem Meuwissen Advocaat-vennoot, Meuwissen & Co Advocaten & Mediators

2


26-01-2018 - Sint-Niklaas

mdseminars.be/grensoverschrijdende-tewerkstelling

Grensoverschrijdende tewerkstelling Tijdens de jaarlijkse Themadag ‘Grensoverschrijdende tewerkstelling' worden, na een plenaire sessie over de laatste ontwikkelingen op het vlak van sociale zekerheid en Limosa, zes opleidingen gegeven door ervaren praktijkjuristen, waarbij ruime mogelijkheid tot vraagstelling wordt voorzien. SOCIAAL RECHT GERECHTELIJK RECHT VERZEKERINGSRECHT FISCAAL RECHT

09.30 tot 17.15 uur

Sint-Niklaas, Hotel Serwir

Studiedag

·· 210 euro (excl. btw) voor 2 sessies (voormiddag)

·· 320 euro (excl. btw) voor 4 sessies (hele dag)

Attest per 2 sessies ·· Orde van Vlaamse Balies: 3 punten ·· BIBF/IBR: 4 uren ·· IAB-B0458/2016-01: 3,5 uren

In samenwerking met:

De formule van deze Themadag is uitermate flexibel: elke deelnemer kan voor een forfaitaire basisprijs twee sessies naar keuze volgen, maar zich bijkomend inschrijven voor twee andere sessies (in totaal kan een deelnemer dus vier sessies volgen).

Programma

zaken en what's next ? •• Sessie 4. Do's and don'ts bij het opstellen

08.45 - 9.30 Registratie van de deelnemers 09.30 - 11.00 Plenaire sessie. Sociale zekerheid en Limosa: de laatste ontwikkelingen 11.30 - 13.00 •• Sessie 1. Detachering en arbeidsrecht: de laatste ontwikkelingen •• Sessie 2. De bevoegdheden van de sociale inspectie, sociale dumping en vervolging 13.45 - 15.15 •• Sessie 3. Arbeidskaarten en verblijfsvergunningen: laatste stand van

van een multiwerkgeversovereenkomst en international assignment letter

15.45 - 17.15 •• Sessie 5. Aanvullend pensioen over de grenzen heen •• Sessie 6. Toepasselijk recht en de bevoegde rechter bij internationale arbeidsovereenkomsten 17.15 - 17.30 Mogelijkheid tot vraagstelling

Sprekers

De heer Bruno De Pauw Adviseur, RSZ

Meester Luc Eliaerts Advocaat-vennoot, Stappers

Meester Tom Messiaen Advocaat-vennoot, Monard Law

Meester Sophie Maes Advocaat-vennoot, Claeys & Engels

Meester Filip Saelens Advocaat-vennoot, Loyens & Loeff Brussel

Meester Kris De Schutter Advocaat, Loyens & Loeff Brussel

Meester Jan Van Gysegem Advocaat-vennoot, Claeys & Engels

Meester Sammy Bouzoumita Advocaat, Advocatenkantoor Sammy Bouzoumita

3


30-01-2018 - Sint-Niklaas

mdseminars.be/IPR

Studiedag IPR

In samenwerking met:

Actuele ontwikkelingen toegepast op insolventie, vennootschapsrecht en internationale contracten Het internationaal privaatrecht evolueert sterk, wordt steeds meer communautair, en neemt een steeds belangrijkere plaats in. De bronnen zijn verspreid, en niet altijd even toegankelijk voor wie er niet dagelijks mee bezig is. Tijdens deze studiedag wordt daarom niet alleen het juridisch kader belicht maar komen ook de actuele

GERECHTELIJK RECHT HANDELS- EN ECONOMISCH RECHT VENNOOTSCHAPSRECHT INSOLVENTIERECHT

09.30 tot 17.15 uur

Sint-Niklaas, Hotel Serwir

Studiedag

Voor 2 sessies (excl. btw): ··210 euro ··280 euro inclusief het

boek 'Internationaal Privaatrecht geannoteerd 2017' Voor 4 sessies (excl. btw): ··340 euro ··410 euro inclusief het boek 'Internationaal Privaatrecht geannoteerd 2017'

toepassingen aan bod. Na de algemene sessie waarin we de algemene beginselen van het Internationaal Privaatrecht uiteenzetten, wordt de praktijk van het IPR uitvoerig toegelicht vanuit 3 specifieke invalshoeken: het vennootschapsrecht, insolventie in grensoverschrijdende situaties, en internationale contracten.

Programma

08.45 - 09.30 Registratie van de deelnemers | koffie 09.30 - 17.15 Sessie 1. IPR anno 2017 - algemene beginselen •• Wetgeving oud en nieuw: Europees, nationaal en internationaal •• Rechtspraak: Europees, nationaal •• Bevoegdheid versus conflictenrecht plus effect over de grens •• Internationale handelsarbitrage •• Kwalificatie of afbakening: contract, bekwaamheid, schadeberokkening •• Verkenning van regels voor de commerciële praktijk Sessie 2. IPR en Insolventie De spreker geeft toelichting bij de Herziene Insolventieverordening, zoals goedgekeurd door het Europese Parlement op 20 mei 2015. Daarbij worden punctueel de verschillen toegelicht, aan de hand van een vergelijking met rechtspraak gewezen onder de oorspronkelijke insolventieverordening. Bij enkele belangrijke wijzigingen wordt meer omstandig stilgestaan.

Sessie 3. IPR en Joint ventures en vennootschappen •• Type joint venture structuur (contractueel / vennootschap) en impact op toepasselijk recht •• Nationaliteit van de vennootschap: zetel van de vennootschap / identiteit van de aandeelhouders / activiteiten van de vennootschap •• Ontbreken van rechtskeuzebedingen bij joint venture contracten – impact op toepasselijk recht •• Herstructureringsvormen (grensoverschrijdende fusie, splitsing, inbreng bedrijfstak) met het oog op de vorming van de joint venture structuur •• Dwingend recht impact Sessie 4. IPR en internationale contracten •• Internationale bevoegdheidsbedingen •• Internationale rechtskeuzebedingen •• De betekenis en het belang van ‘gewoon dwingend recht’ (artikel 3.3 Rome I) •• De betekenis en het belang van ‘bijzonder dwingend recht’ (artikel 9.1 Rome I) •• Voorbeelden van toepassingen op distributie- en agentuurcontracten

Sprekers Attest per twee sessies ··Orde van Vlaamse Balies: 3 punten ··BIBF/IBR: 4 uren ··IAB-B0458/2016-01: 3,5 uren

4

Dr. Johan Erauw Hoogleraar, Universiteit Gent

Mr. Bart Volders Advocaat-vennoot, Arcas Law

Mr. Michael Heene Advocaat, Linklaters

Mr. Arne Gutermann Advocaat-venoot, Baker & McKenzie


30-01-2018 - Kontich

mdseminars.be/aanvullende_pensioenen

Aanvullende pensioenen voor zelfstandigen anno 2018: een stand van zaken Inzake aanvullende pensioenen voor zelfstandigen zijn er heel wat nieuwe ontwikkelingen, die een update meer dan noodzakelijk maken. Voor zelfstandige bedrijfsleiders stelt zich de vraag naar de impact van de hervorming van de vennootschapsbelasting, meer bepaald of overtollige liquiditeiten best benut worden voor het financieren van een pensioenkapitaal, dan wel eerder in de vennootschap aangehouden worden om later uitgekeerd te worden.

SOCIAAL RECHT FISCAAL RECHT VERZEKERINGSRECHT

13.30 tot 17.00 uur

Kontich, De Jachthoorn

Studienamiddag

210 euro (excl. btw)

Attest ··Orde van Vlaamse Balies: 4 punten ··BIBF/IBR: 4 uren ··IAB-B0458/2016-01: 3,5 uren ··FSMA: 3,5 punten voor verzekeringstussen­ personen

In samenwerking met:

Ook het nieuw pensioenvehikel voor zelfstandigen zonder vennootschap verdient een praktijkgerichte analyse. Maar ook heel wat andere ontwikkelingen verdienen alle aandacht: de implementatie door de verzekeraars van de nieuwe uitkeringsregels inzake aanvullende pensioenen tegen eind 2018, de vastgoedfinanciering via de tweede pensioenpijler, de nieuwe Assuralia-gedragscode inzake verlenging van een invaliditeitsverzekering, ...

Programma

12.30 - 13.30 Registratie van de deelnemers | broodjesbuffet voorzien 13.30 - 17.00 Een greep uit de thema’s die aan bod komen: •• De impact van de hervorming van de vennootschapsbelasting op aanvullende pensioenopbouw voor zelfstandigen: - is winstreservering met aanleg van een liquidatiereserve een alternatief voor de IPT-verzekering in het licht van de daling van de vennootschapsbelasting? - wat is de impact op aanvullende pensioenopbouw van de verhoging van de minimumbezoldigingseis van 36.000 naar 45.000 euro voor het genot van het verlaagde vennootschapsbelastingtarief?

•• ‘POZ’ (pensioenovereenkomst voor

zelfstandigen): het nieuw pensioenvehikel voor zelfstandigen zonder vennootschap nader geanalyseerd •• De implementatie door de verzekeraars van de nieuwe uitkeringsregels inzake aanvullende pensioenen tegen eind 2018 •• Actualia vastgoedfinanciering via de tweede pensioenpijler •• De nieuwe Assuralia-gedragscode inzake verlenging van een invaliditeitsverzekering (met ingang juni 2017) •• … 17.00 -17.30 Mogelijkheid tot vraagstelling

Sprekers

De heer Paul Van Eesbeeck Vennoot, Vereycken & Vereycken Legal

5


01-02-2018 - Groot-Bijgaarden

mdseminars.be/wilsgebreken

Wilsgebreken Over de 4 klassieke wilsgebreken: dwaling, bedrog, geweld en benadeling is al veel geschreven en gezegd. Tijdens onze studiedag zal prof. Van Oevelen eerst in een plenaire sessie de 4 wilsgebreken kaderen in het hedendaags verbintenissenrecht.

BURGERLIJK RECHT VASTGOED- EN STEDENBOUWRECHT VENNOOTSCHAPSRECHT

09.30 tot 17.00 uur

Groot-Bijgaarden, De Waerboom

Studiedag

··210 euro (excl. btw) per 2 sessies (halve dag)

··340 euro (excl. btw) voor 4 sessies (hele dag)

Attest per 2 sessies ··Orde van Vlaamse Balies: 3 punten ··Nationale Kamer van Notarissen: 3 uren ··BIV/IBR/BIBF: 3,5 uren ··IAB-B0458/2016-01: 3,5 uren

U hebt de keuze: u schrijft in voor 2 (halve dag) of 4 sessies (volledige dag).

Programma

08.45 - 09.30 Registratie van de deelnemers aan de plenaire sessie 09.30 - 11.00 Plenaire sessie. Wilsgebreken: dwaling, bedrog, geweld en benadeling in het hedendaagse contractenrecht •• Dwaling •• Bedrog •• Geweld •• Benadeling 11.15 - 12.45 Sessie 1. Wilsgebreken bij vastgoedtransacties •• Dwaling en bedrog bij koop-verkoop van onroerend goed •• Benadeling en gekwalificeerde benadeling bij koop-verkoop van onroerend goed

•• Wilsgebreken bij andere vastgoedtransacties

13.45 - 15.15 Sessie 2. Wilsgebreken in het vennootschapsrecht •• Wilsgebreken in het kader van de oprichting van de vennootschap •• Wilsgebreken bij kapitaalverrichtingen of vennootschapsrechtelijke herstructureringen •• Het verboden leonijns beding als bijzondere vorm van benadeling •• Wilsgebreken in het kader van de besluitvorming van de algemene vergaderingvennootschapsorganen •• Wilsgebreken in het kader van koopverkoop van aandelen: dwaling en bedrog en de noodzaak om in bijkomende contractuele beschermingsmechanismen te voorzien: 15.30 - 17.00

Sessie 3. Wilsgebreken in het familiaal vermogensrecht •• Schenkingen en testamenten •• Vereffening-verdeling

Sprekers

Prof. dr. Aloïs Van Oevelen Gewoon hoogleraar, Universiteit Antwerpen

6

Aansluitend volgen dan 3 sessies waarbij we de wilsgebreken bekijken in specifieke rechtstakken- en domeinen, meer bepaald in het vastgoedrecht, het vennootschapsrecht en het familiaal vermogensrecht.

Meester Ewoud Willaert Advocaat, Schoups

Meester Rik Galle Advocaat, Laga

Meester Christine Heeb Advocaat, Schoups

Meester Guillaume Deknudt Advocaat-vennoot, Delboo Deknudt


23-02-2018 - Gent

mdseminars.be/vennootschapscontructies

Themadag vennootschapsconstructies

In samenwerking met:

4 verschillende actuele toepassingen onder de loep Tijdens de Themadag Vennootschapsconstructies worden vier opleidingen van telkens een halve dag gegeven door ervaren praktijkjuristen, waarbij ruime mogelijkheid tot vraagstelling wordt voorzien.

VENNOOTSCHAPSRECHT BURGERLIJK RECHT SOCIAAL RECHT FISCAAL RECHT

09.30 tot 17.15 uur

Gent, Holiday Inn Gent Expo

Studiedag

··259 euro (excl. btw) per sessie

··359 euro (excl. btw) voor 2 sessies

Attest per sessie ··Orde van Vlaamse Balies: 4 punten ··Nationale Kamer van Notarissen: 3,5 uren aangevraagd ··BIV/IBR/BIBF: 4 uren ··IAB-B0458/2016-01: 3,5 uren ··FSMA: 2 punten voor tussenpersonen bank en beleggingen

Programma

De formule van deze Themadag is uitermate flexibel: elke deelnemer kan voor een forfaitaire basisprijs een sessie naar keuze volgen, maar zich bijkomend inschrijven voor een tweede sessie. Elke deelnemer kan één van de vier boeken kiezen, die in de deelnameprijs van deze themadag begrepen is.

08.45 - 09.30 Registratie van de deelnemers | onthaal en koffie 09.30 - 17.15 Sessie 1. Managementvennootschap en vennootschap-bestuurder •• Sociaalrechtelijke clausules (o.a. schijnzelfstandigheid) en items die van belang zijn bij een managementvennootschap •• De bepalingen van de managementovereenkomst as such •• De dagelijks bestuurder als manager Sessie 2. Patrimoniumvennootschap •• Het fiscale zomerakkoord: een nieuwe visie op vastgoedplanning met vennootschappen dringt zich op •• De uitbreng van vastgoed uit de vennootschap: fiscaal tiki-taka op de korte ruimte •• Gesplitste zakelijke rechten •• De verhuur van vastgoed aan een groepsvennootschap: nieuwe mogelijkheden, oude gevaren

•• De verkoop van de aandelen van de patrimoniumvennootschap

Sessie 3. De vennootschap als vehikel voor familiale opvolging - Afspraken over bestuur en aandelenbezit binnen de statuten en een aandeelhoudersovereenkomst •• De burgerlijke maatschap •• De stichting •• De holdingvennootschap Sessie 4. Holdingvennootschap •• Welke impact heeft de invoering van antimisbruikbepalingen in het DBI-regime op Belgische holdings? •• Wat is de impact van de aangekondigde aanpassingen aan de vennootschapsbelasting in het kader van het zomerakkoord 2017 van de regering? 17.15 - 17.30 Mogelijkheid tot vraagstelling

Sprekers

Meester Tom Messiaen Advocaat-vennoot, Monard Law

Meester Nele Somers Advocaat, Monard Law

Meester Robin Messiaen Advocaat, Sherpa Law

Meester Olivier De Keukelaere Advocaat-vennoot, Cazimir

Meester Henk Verstraete, Advocaat-vennoot, Liedekerke Wolters Waelbroeck Kirkpatrick

7


Seminaries voorjaar 2018 eminars.be

mdseminars.be

Fiscale gevolgen van vereffening/verdeling (echtscheiding en alimentatie) 06-02-2018 - Sint-Niklaas, Hotel Serwir Spreker Meester Nathalie Labeeuw, Advocaat-vennoot, Cazimir

Studiedag: Bescherming van cliënteel en niet-concurrentie 08-02-2018 - Groot-Bijgaarden, De Waerboom

•• Cliënteelbescherming en onrechtmatige mededinging •• Niet-concurrentie bij overdracht van onderneming (handelszaak of aandelen) •• Cliënteelbescherming en handelstussenpersonen Sprekers Meester Herman De Bauw, Advocaat-vennoot, Eubelius De heer Eric Dursin, Raadsheer, Het hof van beroep Gent Meester Dave Mertens, Advocaat, Schoups

20 jaar Wet Renault Spreker Meester Bart Vanschoebeke, Avocaat-vennoot, Claeys & Engels

Aansprakelijkheidsbedingen 08-03-2018 - Leuven, Faculty Club Spreker Sophie Stijns, Professor, Instituut Verbintenissenrecht KU Leuven Sanne Jansen, Wetenschappelijk medewerker, Instituut Verbintenissenrecht KU Leuven Stefaan Declercq, Doctoraal onderzoeker, Instituut Verbintenissenrecht KU Leuven Tom Van Noyen, Praktijkassistent, Instituut Verbintenissenrecht KU Leuven

M&D Seminars houdt de vinger aan de pols. Raadpleeg de website www.mdseminars.be voor nieuw ingeplande seminaries en voor de recentste informatie over data, plaats en prijs. Kluwer Opleidingen - M&D Seminars Motstraat 30 2800 Mechelen

Tel.: 09 224 31 46 Fax: 09 225 32 17 info.mdseminars@wolterskluwer.com www.mdseminars.be

MDBQQNB003 - VJ18 - Verantwoordelijke uitgever: Johan De Meyer, Motstraat 30, 2800 Mechelen

22-02-2018 - Sint-Niklaas, Hotel Serwir

Adrem04 2017  

Driemaandelijks ledenblad van de Orde van Vlaamse Balies over de advocatuur.

Adrem04 2017  

Driemaandelijks ledenblad van de Orde van Vlaamse Balies over de advocatuur.