Page 1

voor wie betrokken is bij afstand en adoptie

magazine online

THEMA

Vakantie

Houd de wereld klein Helpende hand, ook als er géén problemen zijn Medische puzzel voor goede matching

JAARGANG 1

NUMMER 02

JUNI 2016


AGENDA 1 september Congres over preventie en behandeling van hechtingsproblemen. Met de nieuwste ontwikkelingen en behandelvormen op het gebied van gehechtheid en gehechtheidsproblemen gezien vanuit vier verschillende gebieden: adoptie, pleegzorg, vechtscheidingen en nieuw samengestelde gezinnen. 9.15 uur – De Reehorst Ede Meer informatie en aanmelden: www.ggzcongressen.nl/events/preventie-en-­ behandeling-van-hechtingsproblemen

7 september Adoptie van een kind met special needs Hoe kom je tot het maken van keuzes? Een voorlichter en een kinderarts delen hun deskundigheid. Twee adoptieouders van kinderen met een medisch probleem vertellen hun ervaringen. 13.30 uur – De Bilt, Informatie en aanmelden zie: www.adoptie.nl

13 september Open huis Wereldkinderen Wereldkinderen organiseert drie keer per jaar een informatie(mid)dag, waarbij ze informatie verstrekken over de adoptiebemiddeling door deze vergunninghouder. Den Haag Vooraf aanmelden is noodzakelijk, dit kan via: www.wereldkinderen.nl

13 september Stichting Adoptievoorzieningen geeft cursus: Klaar voor de start Heeft u een voorstel of verwacht u dit op korte termijn? Dan is deze cursus voor u. U krijgt pedagogische adviezen voor het moment van overdracht, de eerste tijd samen en het op­ bouwen van een band. 13.30 uur – Utrecht, Informatie en aanmelden zie: www.adoptie.nl

17 september Meilingdag Feestelijke bijeenkomst voor adoptieouders en aspirant adoptieouders van Meiling.

Vakantie! In onze westerse wereld is het anno 2016 heel gewoon, in juli en/of augustus heeft zo’n beetje iedereen wel een paar weken vakantie. Even lekker niksen, of juist actief op trektocht door de jungle, back to basic op een Franse camping, dan wel naar een luxe resort in Turkije. Zoveel mensen, zoveel wensen. In adoptiegezinnen is dat niet anders. Al spelen daarbij soms nog extra zaken. Bijvoorbeeld vragen als: Gaan we op rootsreis, op vakantie in het land van herkomst? En gaan we dan zoeken naar biologische familie, of juist niet? Sommige adoptiekinderen die nog niet zo lang in het gezin zijn, kunnen compleet overstuur raken van een verblijf in het buitenland. Omdat ze uit hun dagelijks ritme zijn, hun vertrouwde omgeving missen of bang zijn dat ze niet meer terug naar huis zullen gaan. Een medewerkster van Stichting Adoptievoorzieningen geeft vanaf pagina 6 tips hoe hiermee om te gaan. Haar advies in geval er onrust ontstaat: houd de wereld klein. Ook vertellen drie verschillende gezinnen over hun eigen vakantie-ervaringen. De vaste rubriek Het Drieluik heeft dit keer een wel heel bijzondere geboortemoeder: Nilanthi. Ze is zelf geadopteerd en voelde zich genoodzaakt om op haar beurt haar oudste kind af te staan ter adoptie. Dat zijn nieuwe ouders vervolgens gingen emigreren naar Amerika voelde als een klap in haar gezicht. Fotograaf Ton Sondag is druk bezig met zijn Project Adopted. Hij wil een website lanceren waar iedereen die op de een of andere manier betrokken is bij adoptie, terecht kan. Om met elkaar in contact te komen, informatie uit te wisselen of hulp te zoeken. Daarnaast gaat een boek met zestig portretten van geadopteerden, geboortemoeders en adoptieouders deel uitmaken van het project. Sondag, zelf ook geadopteerd, zoekt nog geïnteresseerden. Hij vertelt erover op pagina 14. Verder in dit nummer een interview met kinderarts Marina Keessen, die bij Wereldkinderen de medische dossiers van de kinderen bekijkt, om bij te dragen aan een goede matching tussen kinderen en ouders. Ook maakte advocaat Vera Kidjan weer een aflevering voor de rubriek Wetten en Regels en hebben we tot slot voorbeelden van opvoedkundige problemen in de rubriek Vragenderwijs.

9.30 uur – Duinrell, Wassenaar

Veel leesplezier!

19 september Oriëntatiebijeenkomst A New Way Informatieve bijeenkomst voor iedereen die een adoptieprocedure is gestart of dit overweegt en behoefte heeft aan informatie. Info: www.anewway.nl

Angela Jans Hoofdredacteur a.jans@adoptie.nl


7

2 2 6 7 8 9

Agenda Redactioneel Houd de wereld klein– Angela Jans De een wil sneeuw, de ander strand Misschien op korte termijn terug naar China Verder weg voelen ze zich thuis

Het Drieluik

12

11 17 21

DE GEBOORTEMOEDER – ‘Objectieve hulp heb ik gemist’ – Nilanthi van den Berg-Kelly DE GEADOPTEERDE – ‘Adoptie als een rode draad door mijn leven’ – Sharon Smeets DE ADOPTIEOUDER - ‘Een gezin vormen was voor ons niet weggelegd, dacht ik’ – Hilda Arling

Vaste Rubrieken

17

4

KORT Ruimte voor aankondigingen, nieuws, gadgets en een column van adoptiemoeder Renée Wolfs

10

ACTUEEL – Juffer op EurAdopt: ‘denkwijzen veranderen’ – Angela Jans

12

ONDERZOEK BELICHT – Geen aanwijzingen verhoogd medicijngebruik door adoptie-

22

24

14 16 18 22 24

INHOUD

THEMA Vakantie

kinderen – Joost van Ginkel e.a. INTERVIEW - Medische puzzel voor goede matching – Marion van Olst GELEZEN/GEZIEN BEGELEIDING BESPROKEN – Helpende hand, ook als er geen problemen zijn – Chris Thie ACHTER DE FEITEN – Project Adopted – Angela Jans WETTEN EN REGELS - Zwakke of sterke adoptie? That’s the question – Vera Kidjan

26 28

VRAGENDERWIJS – Chris Thie, Zindzi Folmer en Ria van Heek Colofon JUNI – 2016

3


KORT Tips voor de schoolvakantie

In de rubriek Kort is ruimte voor aankondigingen, nieuws en discussie. Heeft u een tip voor een bijeenkomst, een film of een lezing? Laat het ons weten: redactie@adoptie.nl.

18 x 18

BOEK

Voor veel jongeren is de achttiende verjaardag een mijlpaal. Plotseling mogen ze van alles. Voor pleegkinderen die achttien worden, ligt dat anders. Zij moeten ineens van alles en staan er alleen voor.

De zomervakantie staat voor de deur. Een uitgelezen moment om samen met de kinderen op ontdekkingsreis in de natuur te gaan. Laat ze de opwinding ervaren van de eerste vlucht van een jonge vogel, een wiebelende aardworm of de roep van een uil in de nacht. Je hoeft niet per se ver weg. Tuinvogels lenen zich er uitstekend voor om jonge kinderen kennis te laten maken met natuurschoon rondom eigen huis. Maak er een spelletje van wie als eerste de juiste vogel herkent. In de vakantie is er ook alle tijd om te knutselen. Voor kleine doe-het-zelvers is het leuk en leerzaam om een nestkast of insectenhotel in elkaar te zetten. Insecten hebben een grote aantrekkingskracht op kinderen, peuters kunnen minutenlang gefascineerd een miertje bestuderen. Aan de hand van rijk geïllustreerde kinderboeken – bijvoorbeeld de Dierenallerlei-serie – leren kinderen alles over het uiterlijk en nut van vlinders, bijen, libellen en andere insecten. Spreek hun creativiteit aan en laat ze met kleurpotloden, viltstiften en verf eens hun eigen kleurrijke insect maken. Zie ook www.vivara.nl

4

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

Dit gegeven is de aanleiding voor het boek 18 x 18. Pleegkinderen op de drempel. Hierin komen achttien achttienjarigen aan het woord die zijn opgegroeid in een pleeggezin of gezinshuis. Het boek biedt een brede inkijk in het leven van pleegkinderen en is een bron van informatie voor andere pleegkinderen, huidige en toekomstige pleegouders en iedereen die zich professioneel of vrijwillig bezighoudt met pleeggezinnen. Femmie Juffer, hoogleraar adoptie en pleegzorg aan de Universiteit Leiden, schreef een inhoudelijk hoofdstuk over het belang van gehechtheid, identiteit en veerkracht. Ze houdt een krachtig pleidooi voor het recht op verlengde pleegzorg voor alle pleegkinderen. Het boek 18 x 18. Pleegkinderen op de drempel verschijnt met steun van de Stichting Kinderpostzegels Nederland, de Stichting Maan en het ADOC Kenniscentrum voor adoptie en pleegzorg van de Universiteit Leiden.

Vakantieouders gezocht Een oproep van Margo de Kort: “Alweer vijf jaar geleden kwam Tobias uit Hannover (toen 8 jaar oud) in de zomervakantie bij ons, een gezin met drie adoptiekinderen uit China. En…? Hij komt nog steeds, elk jaar weer, want we bleken bij elkaar te passen en zijn van elkaar gaan houden. Het vraagt natuurlijk moeite en energie, maar levert ons hele gezin veel meer op dan dat het kost. En er zijn dringend nog meer vakantieouders nodig. Iets voor jullie? Denk er eens over. Mail mij gerust als je meer wilt weten: Ernst.kleinpenning@worldonline.nl. Of kijk op de website www.europakinderhulp.nl.”


COLUMN Tekst Renée Wolfs

Vakantie “Wat zullen we deze meivakantie allemaal gaan doen?” “Is er Netflix?” “Sinds vanochtend.” Drie paar ogen beginnen intens te gloeien. Alsof ik mijn pubers een iPhone 6 aanbied. “Maar na de vakantie sluit ik het account weer af”, haast ik mij erbij te zeggen. Het mag de pret niet drukken, de stemming is gezet. Voor onze veertienjarige jongste maken we een vakantieplanning. Met zo veel vrije dagen op rij is hij gebaat bij wat structuur. We bedenken wat uitstapjes en films. Trots print ik de planning uit. Zo gestructureerd zijn we nog nooit geweest. Om half acht staan mijn man en ik die eerste dagen op, het is nog lekker stil, we lezen tevreden de krant en drinken koffie. De kinderen zijn vast moe van school, we zien niemand voor twaalf uur beneden. Op de momenten dat ze beneden zijn, werpen ze een argwanende blik op de planning. “Gaan we zo veel doen? Hebben we morgen een dagje rust? Kunnen we niet gewoon thuisblijven?” De bezwaren zijn niet van de lucht. Ons heldere schema, dat ons tien jaar geleden goed van pas zou zijn gekomen, lost op in passiviteit en stilte. Flegmatisch bewegen onze pubers zich van de bank naar hun bed en vice versa. Hun slaapkamerdeuren blijven voornamelijk dicht. Als ik mijn mail ’s avonds check, krijg ik steevast drie e-mails binnen met dezelfde boodschap: “Verzoek voor aanmelding van een mobiele telefoon bij je Netflix-account.” Of ik toestemming wil geven. De tweede week besluiten we het schema om te gooien. We gaan ’s morgens werken en kijken ’s middags met z’n tweeën een serie op Netflix. “Gaat Netflix er maandag weer af?” vraagt mijn oudste dochter op zondagmiddag. Ik knik. Er volgt een trage zucht. Dan sleept ze zich weer naar boven. “Zullen we House of Cards afkijken?” Mijn man kijkt me opgewekt aan. Ik schuif naast hem op de bank. “We hadden het niet moeten doen,” zeg ik, “dat Netflix-account.” “Kom,” zegt hij, “de laatste aflevering. Morgen is iedereen weer normaal.”

Renée Wolfs is moeder van drie geadopteerde tieners uit China. Ze is auteur van Wereldkind, De Adoptiedialoog en De Cirkel van Verbinding. Zie www.reneewolfs.com/blog.

‘Les chevaliers blancs’ De speelfilm Les chevaliers blancs is vanaf 4 augustus in de Nederlandse bioscoop te zien. Het verhaal is losjes gebaseerd op het schandaal rond de Franse hulporganisatie L’Arche de Zoé. Eind 2007 zorgde deze organisatie voor beroering omdat een aantal medewerkers met 103 kinderen, waarvoor zich betalende adoptieouders hadden gemeld, vanuit Tsjaad naar Frankrijk wilden vliegen. De kinderen waren van nepbloed en verband voorzien om te doen alsof zij gewond waren. Met de speelfilm wil de Belgische regisseur Joachim Lafosse het thema nepweeskinderen in de ontwikkelingshulp aan de orde stellen.

Kind met special needs: ja/nee Wie een kind wil adopteren, moet beslissen of een kind met een of meer special needs (gezondheidsbeperkingen) welkom is. Geen gemakkelijke beslissing, want om welke medische problemen kan het gaan? Over welke eigenschappen moet je als ouder beschikken als je een kind met een medisch probleem wilt adopteren? Hoe kom je tot het maken van keuzes? Stichting Adoptievoorzieningen houdt een informatiebijeenkomst waarbij deze en andere vragen aan de orde komen. Een kinderarts en een voorlichter van de stichting delen hun kennis en deskundigheid. Twee adoptieouders van kinderen met een medisch probleem vertellen over hun keuzes en ervaringen. Tot slot is er de gelegenheid om vragen te stellen. De bijeenkomst is op woensdagmiddag 7 september van 13.30-16.30 uur in De Bilt. Deelname kost € 15,per persoon. Voor meer informatie kunt u bellen: 030 - 233 03 40 (keuze 2) van maandag t/m vrijdag van 9.00-14.00 uur.

JUNI – 2016

5


Vakantie

Tekst Angela Jans

Houd de wereld klein Een berg beklimmen, de wereld zien of juist even helemaal niks! Vakantieverwachtingen lopen nogal eens uiteen. In ieder gezin, adoptiegezinnen zijn daarop geen uitzondering. Of toch wel? “Misschien een beetje. Bij adoptiekinderen ligt op vakantie gaan vaak wat gecompliceerder”, zegt Meike Melenhorst, voorlichter en video-interactiebegeleider bij Stichting Adoptievoorzieningen.

Toegegeven, het is een beetje generaliserend. Maar toch, het heeft er op zijn minst de schijn van dat er onder adoptieouders relatief veel reislustige types zitten. Soms speelt dat zelfs een rol in hun keuze voor adoptie. Afgezien daarvan zijn de huidige dertigers en veertigers veelal opgegroeid met het idee dat op vakantie gaan primair leuk is en dat ze het ‘verdiend’ hebben. Voor adoptiekinderen ligt dat vaak anders. Sterker nog, voor hen kan het zelfs angstaanjagend zijn om huis en haard achter te moeten laten. Ze kunnen bang worden als de koffers worden ingepakt, de bestemming vreemd is. De grote vraag is immers: kom ik hier nog terug? “Voor ouders kan dat lastig zijn om in te voelen”, zegt Melenhorst. “Omdat thuiskomen voor hen vanzelfsprekend het gevolg is van vertrekken, wordt dat vaak niet nadrukkelijk benoemd. Zeker als een kind al een tijd in het gezin is en het als vanzelfsprekend voelt, alsof het kind er altijd geweest is. Dan is dat ook niet meer dan logisch. Ouders zijn er soms verbaasd over, zeggen tegen hun kind: ‘Maar je weet toch dat we weer naar huis gaan?’ Maar weten in je hoofd en voelen in je lijf zijn twee verschillende dingen.” Volgens Melenhorst is het heel belangrijk om kinderen voor vertrek dui-

6

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

Meike Melenhorst.

delijk te maken dat het om iets tijdelijks gaat. Ze raadt ouders aan om bijvoorbeeld samen met het kind alvast een schone pyjama klaar te leggen op bed, of iets uit te lenen aan opa en daarbij te zeggen dat je dat na de vakantie weer op komt halen. En blijven zeggen dat je allemaal weer terugkomt. Dat het huis er nog staat. “Zorg voor een goede voorbereiding. Je kunt bijvoorbeeld al een keertje thuis de tent opzetten als je voor het eerst gaat kamperen. Of je gaat een

keertje kijken bij het vakantiepark waar je naartoe gaat. Sommige kinderen kunnen echt in paniek raken als ze niet weten wat hun te wachten staat.” Voorbereiden is één ding. De keuze van bestemming en verblijf is twee. Ga je naar een all-inclusive resort in Turkije of een kleine camping in Frankrijk, blijf je thuis tijdens de vakantie of ga je misschien terug naar het land van herkomst? Het succes hangt mede af van het kind. Melenhorst: “Neem zo’n allinclusive formule. Voor een kind dat ondervoed is geweest, is dat bijna niet te doen. De hele dag is er overal eten en drinken, dat geeft gegarandeerd stress. Continu mensen horen praten in een vreemde taal kan ook oude wonden openhalen. Een omgeving met veel prikkels is voor adoptiekinderen ook vaak niet prettig. Houd de wereld juist klein. Geniet van elkaar als gezin, zoek de rust op. Even niets moeten. Tutten op de vierkante meter noem ik het. We horen van adoptieouders dat hun kind juist dan enorme sprongen in de ontwikkeling maakt. Als vakantie dat effect heeft, is het natuurlijk geweldig!” Zoveel mensen, zoveel wensen. Hieronder volgen een paar voorbeelden uit de vakantiealbums van drie adoptiegezinnen.


Kenby en Yverdon (foto midden) op vakantie. Foto: privé.

De een wil sneeuw, de ander strand Yverdon (18) en Kenby (17) zijn twee biologische broers. Dat ze dezelfde genen hebben, wil echter niet zeggen dat ze hetzelfde denken over de ultieme vakantie. Helemaal niet zelfs. De een houdt van sneeuw en de ander van strand.

Hun eerste grote reis maakten ze toen Yverdon ruim vier jaar oud was en Kenby bijna drie. Toen werden ze door hun adoptieouders Fer en Marianne opgehaald in weeshuis Maison de l’Espérance in Haïti. Na een tussenstop van twee weken op Curaçao – beetje bijkomen, beetje aan elkaar wennen – vlogen ze naar Nederland. Alaska, Botswana, Bonaire, Frankrijk en nog veel meer bestemmingen volgden. Marianne en Fer houden erg van reizen en willen hun jongens ook graag veel van de wereld laten zien. Even is zelfs nog serieus overwogen om een paar jaar in Afrika te gaan wonen. Fer en Marianne – beiden werkzaam in het onderwijs – wilden daar vrijwilligerswerk gaan doen. Het idee ketste uiteindelijk af op het gebrek aan een goede, voor vrijwilligers betaalbare school voor de jongens. Om de afweging goed te kunnen maken verbleef het gezin toen wel vier maanden in Afrika. Yverdon, destijds een jaar of tien, herinnert het zich nog goed: “Ik vond het daar op dat moment niet zo leuk. Ik was blij dat we terug naar Nederland gingen. Achteraf denk ik: het had misschien toch wel interessant kunnen zijn. Beetje fifty-fifty.” Yverdon heeft sowieso weinig last van het reisvirus waarmee zijn ouders besmet zijn. Eerlijk gezegd is hij juist heel graag thuis tijdens de vakanties. Zeker nu hij wat ouder is, hoeft hij tijdens de zomer niet zo nodig weg. Hij wil net zo lief, of misschien zelfs liever, gewoon ergens in de buurt gaan chillen met zijn vrienden. Dat is voor hem momenteel de ultieme vakantie. De Franse campings staan de laatste jaren dan ook al niet meer op het programma. “We proberen dingen te zoeken die we allemaal leuk vinden. Maar dat wordt moeilijker”, zegt Fer. Daarom zijn ze onlangs ook een keer opgesplitst. Fer ging met Yverdon naar Florida. “De alligators daar, die wilde ik zien, dat vind ik wel interessant. En we hebben gedoken met zeekoeien”, zegt de 18-jarige. Marianne ging met Kenby op wintersport. “Ik ben echt dol op snowboarden”, glundert hij. Voor Marianne was dat geen opoffering, ook zij houdt van sneeuw. Wintersport is waarschijnlijk een blijvertje voor het hele gezin. Ook Yverdon en Fer hebben er zeker geen hekel aan. “Maar die saaie, kleine campings in Frankrijk, dat hoeft voor mij niet meer. Dat was nog wel wat tot we een jaar of tien, twaalf waren, maar daarna niet meer. Ik geloof trouwens dat ik sowieso wel wat meer van luxe houd dan van kamperen. Doe mij maar een mooi hotel”, lacht Kenby. En terug naar Haïti? Daar zijn de twee het wel over eens. Daar hebben ze allebei voorlopig geen enkele behoefte aan.

JUNI – 2016

7


Vakantie

Tekst Angela Jans

Hilda, Juanli en Erwin.

Misschien op korte termijn terug naar China Jianli (7) is geboren in China. In maart 2013 kwam hij naar Nederland, ruim vier jaar oud. Tot die tijd was hij waarschijnlijk amper buiten geweest, denkt moeder Hilda. De eerste periode was behoorlijk zwaar. “Hij wees mijn man Erwin totaal af. Heel heftig. Het trok ons helemaal leeg.”

Andere adoptieouders die deel uitmaakten van de groep in China en die al eerder een dochter hadden geadopteerd, zeiden dat hun kind na hun eerste vakantie met het vliegtuig een stuk rustiger was geworden omdat ze merkte dat ze ook weer naar huis ging na de vakantie. Mede daarom ging het kersverse gezin een maand of drie na de komst van Jianli op zomervakantie. De reis ging ‘om het simpel te houden’ naar Mallorca. En dat verliep, gezien de omstandigheden, nog aardig goed ook. Een jaar later deden ze dat, mede vanwege die geslaagde ervaring opnieuw. “We dachten: laten we hetzelfde doen als vorig jaar, om het niet te moeilijk te maken.” Helaas, het werd geen onverdeeld succes. Hilda vertelt: “Jianli ging volledig uit zijn raampje, een term die we inmiddels hebben geleerd van hulpverleners. Hij werd heel onrustig. Op een gegeven moment wilde ik alleen nog maar naar huis. Ik wist me geen raad meer. Vanuit ons vakantieadres in Spanje heb ik naar de telefonische hulpdienst van de Stichting Adoptievoorzieningen gebeld. Zij adviseerden: houd hem dicht bij je. Trek je terug, neem rust. Maak de wereld kleiner. Terwijl wij dachten: laat hem lekker naar het zwembad gaan om

8

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

met andere kindjes te spelen, dat is leuk voor hem.” “Het werkte inderdaad om hem dicht bij ons te houden. Nog steeds heeft hij moeite met schakelmomenten. Dan luistert hij slecht en gaat hij lawaai maken. Ook dan passen we die methode toe: we maken zijn omgeving veilig, rustig en laten hem een beetje zijn gang gaan. Niet te veel willen, wel af en toe een knuffel geven. Dat hebben we moeten leren, in het begin vond ik dat best lastig.” “Onlangs zijn we vier dagen naar een vakantiepark bij de Efteling geweest. De eerste twee dagen is hij dan heel onrustig. Hij beseft dat maar kan er weinig aan doen. Ik verwacht dat dat voorlopig niet gaat veranderen. Het hoort bij hem. Hij heeft heel veel liefde en aandacht nodig en dan nog zal er misschien een stukje onrust overblijven. De moeilijke start van zijn leven zal hij met zich mee blijven dragen. Ondanks de onrust die het hem brengt, wil Jianli altijd dolgraag op vakantie. Hij heeft het er het hele jaar over dat hij naar Spanje wil, dat hij zon en zwemmen heerlijk vindt. Maar wie weet, gaan we binnenkort eerst nog wel naar China. We zijn bezig om een tweede kind te adopteren en het kan best zijn dat we op korte termijn gematcht worden.”


Verder weg voelen ze zich thuis Het gezin van Roel en Imelda werd vorig jaar uitgebreid met een meisje: Junbing. Samen met hun zonen Juan Pablo (14) en Djersen (10) gingen ze de zesjarige dame ophalen in China. Daarmee telt de familie nu vier verschillende geboortelanden. Juan Pablo komt uit Colombia, Djersen uit Haïti, en Roel en Imelda zijn geboren in Nederland.

Eén ding hebben ze volgens Imelda gemeen: allemaal zijn ze zeer reislustig. “De jongens vinden het heel leuk om op vakantie te gaan. Zeker als we wat verder weg gaan, bijvoorbeeld naar Egypte of Kenia, daar voelen ze zich meteen meer thuis dan in Nederland. Met name omdat er dan meer gekleurde mensen om hen heen zijn. Maar ook vanwege de geuren, het eten. Dat kan heel vertrouwd voelen, ook al is het dan helemaal niet hun land van herkomst, dat maakt niet uit.” “Maar dat doen we niet altijd. Komende zomer gaan we bijvoorbeeld naar Turkije. Zitten we drie weken lang in zo’n resort met zeven zwembaden en glijbanen, alles erop en eraan, heel relaxed.” Alle drie de kinderen hebben aangegeven ooit nog weleens op rootsreis, terug naar hun geboorteland te willen. In 2013 is het gezin naar Colombia geweest. “Een van de allerleukste vakanties ooit”, vertelt Imel-

Imelda, Juan Pablo, Roel, Djersen en Junbing.

da. “We zijn op bezoek geweest bij het pleeggezin van Juan Pablo, dat was een ontzettend warm weerzien. Zijn pleegzusje had hem echt gemist. Die twee zagen elkaar en het was meteen weer helemaal oké. Voor Juan Pablo was het thuiskomen, hij was er helemaal op zijn gemak. Zijn moeder hebben we niet kunnen bezoeken omdat zij in een voor ons onveilig gebied zat. Wel hebben we nog in een hotel op een verder onbewoond eiland gezeten, echt geweldig. Daar zou ik nog wel een keertje naartoe willen.” Djersen heeft gezegd dat hij ook wel een keer terug wil naar Haïti. Imelda sluit niet uit dat ze dat ook daadwerkelijk ooit zullen doen. “Maar Haïti is niet echt een gemakkelijk vakantieland. Ik denk dat we die reis in Nederland goed voor moeten bereiden. Eventueel al hier gaan zoeken naar de familie van Djersen. Dat hadden we voor ons vertrek naar Colombia eigenlijk niet gedaan. Wij zijn niet zo van het plannen, we willen niet alles van tevoren vastleggen maar graag de ruimte hebben om ergens te blijven als we dat willen. Dat heeft z’n voordelen maar is niet altijd handig, zeker niet in Haïti, denk ik.” Ook Junbing heeft op haar beurt gemeld best nog wel een keer terug te willen naar China. “En Roel en ik houden eigenlijk heel erg van Afrika… Haha, we hebben nog een hele wensenlijst met z’n allen. Dat vind ik leuk. Kunnen we telkens een andere bestemming kiezen. Vakantie is voor mij nieuwe dingen zien, ergens anders zijn maar ook rust en tijd samen doorbrengen. Liefst lekker in de zon.”

JUNI – 2016

9


ACTUEEL

Juffer op EurAdopt: ‘denkwijzen veranderen’

Tekst Angela Jans

Professor Femmie Juffer sprak over het belang van sensitiviteit en over de voorkeur die adoptie verdient boven pleegzorg vanwege de grotere stabiliteit. Dr. Beth Neil (Groot-Brittannië) had het over afstandsouders en gecompliceerde rouw. Thomas Bosire uit Kenia vertelde over zijn verblijf van negentien jaar in een tehuis als kind met een handicap. Zijn motto: ‘It’s always too early to think it’s too late.’

Tracy Kyagulanyi uit Oeganda, specialist in kinderbescherming en alter­ natieve zorg, Corinne Verheule van Stichting Adoptievoorzieningen en nog vele anderen, niet alleen uit Europa maar uit bijna alle delen van de wereld, waren op 1 en 2 juni naar de Janskerk in Utrecht gekomen om deel te nemen aan EurAdopt, de tweejaarlijkse internationale conferentie over adoptie.

Panel met vertegenwoordigers adoptiedriehoek Niet zonder trots liet de organisatie van tevoren al weten dat op deze bijeenkomst ook geadopteerden nadrukkelijk aanwezig zouden zijn. Wordt op andere conferenties vaak óver hen gesproken, hier kregen ze daadwerkelijk het woord. Hilbrand Westra – geadopteerd uit Korea, coach en voorzitter van United Adoptees International (UAI) – gebruikte de gelegenheid om een indrukwekkende presentatie te geven. Hij liet niet alleen horen en zien wat adoptie met een mens doet, hij liet het de ruim tweehonderd aanwezigen in de kerk bijna daadwerkelijk aan den lijve voelen door verschillende beelden te tonen van een uitvoering van een Koreaanse kunstschaatsster. Kippenvel! Anand Kaper, secretaris van UAI, en Jurrijn Tack van Stichting Interlandelijk Geadopteerden (SiG) hadden zitting in een panel dat tijdens de conferen-

10

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

tie regelmatig gevraagd werd om een mening te geven. De UAI-leden waren daarbij over het algemeen geneigd de nadruk te leggen op misstanden in adoptie, terwijl SiG-leden meer op positieve ervaringen wezen. In het panel zat ook een afstandsmoeder, Will van Sebille, die onlangs stichting De Nederlandse Afstandsmoeder (denederlandseafstandsmoeder.org) heeft opgericht. De adoptieouders werden vertegenwoordigd door Tom Egeydi, vader van twee kinderen uit China: “Ik heb op heel veel verschillende plekken in de wereld gewoond, ik weet hoe dat is, maar ik kan me niet echt voorstellen hoe het is om geadopteerd te zijn, om op die manier verplaatst te worden. Ik kan het mijn kinderen vragen, maar ik kan het niet voelen.”

Kinderziekenhuis in 1949: ‘Liever geen bezoek’ Het panel kwam aan het woord ter afwisseling van de lezingen van de (internationale) deskundigen zoals Anneke Vinke. Zij is internationaal een autoriteit op het gebied van adoptie, gehechtheid, trauma en hulpverlening. Tijdens haar presentatie ging ze met name in op de behoeftes en mogelijkheden van adoptiekinderen met een medische achtergrond. Een actueel onderwerp, aangezien het bij de huidige adopties meestal kinderen

met special needs betreft. Vinke gaf voorbeelden uit de ervaringen die zij in haar gespecialiseerde adoptiepraktijk heeft opgedaan. Zij constateert dat er in de groep met special needs wel achterstanden zijn, maar dat er niet vaker naar hulp wordt gezocht op het gebied van gehechtheid. Hoogleraar adoptie Femmie Juffer gaf een treffend voorbeeld over hoe de denkwijzen over opvoeding en contact met kinderen in de laatste decennia zijn veranderd. Ze had de bezoektijdens van de kinderafdelingen in Londense ziekenhuizen anno 1949 onder ogen gekregen. In het ene hospitaal mochten kinderen onder de 3 jaar helemaal geen bezoek krijgen van hun ouders, in het andere geval een uurtje per week. De reden: anders gingen die kinderen maar huilen bij het vertrek van hun ouders en dat gaf zo’n gedoe voor het personeel. Ondenkbaar in 2016 om zo met kinderen om te gaan. Maar dat geldt ook voor adopties: denkwijzen veranderen. Waar dertig, veertig jaar geleden in adoptiegezinnen het woord ‘adoptie’ nooit uitgesproken werd, is nu alles bespreekbaar. Sterker nog, niet zelden worden contacten onderhouden met biologische ouders en landen van herkomst bezocht.

Zie ook: www.EurAdopt.org


drieluik GEBOORTEMOEDER

1

Nilanthi van den Berg-Kelly

Objectieve hulp heb ik gemist Toen ik achttien maanden was, ben ik samen met mijn zusje die toen zes weken oud was, geadopteerd vanuit Sri Lanka. Ik heb een goeie, liefdevolle jeugd gehad. Maar op mijn zestiende raakte ik depressief. Een paar jaar later kreeg ik een psychose. Heel heftig.

vond ik prima. Mijn zoontje is daarnaartoe gegaan en na een tijdje kwam het voorstel dat de broer van mijn man, onze zoon zou adopteren. Daar ben ik mee akkoord gegaan. Op dat moment leek me dat echt het beste. Ik heb meegewerkt aan de adoptie en ben vrijwillig uit de ouderlijke macht ontheven. Daarna kon ik in een project voor beschermd wonen teAmper twee maanden later kreeg ik te horen dat mijn zwarecht. Dat ging goed. Ik leerde er een jongen kennen en ger met zijn gezin ging emigreren naar de Verenigde Stawe kregen een relatie. Ik raakte zwanger. Mijn vriend en ik ten. Ik schrok me rot. Dan zou ik mijn zoon waarschijnlijk wilden het kindje allebei graag houden. Onze ouders vonzelden of nooit meer zien, dat was niet de bedoeling! Ik den het goed maar dan moesten we er wel keihard ons heb van alles geprobeerd om ze tegen te houden. Helaas, best voor doen. Dat deed ik. En het ging zo goed met er was niks meer aan te doen, ik had geen enkel recht. mij dat ik dacht mijn medicijnen niet meer noAls ik van de emigratieplannen had geweten, dig te hebben. Een grote fout. Drie dagen had ik de adoptiepapieren nooit getevoor de bevalling raakte ik weer in een kend. Maar ik wist het niet. Ik vermoed psychose. Mijn zoon werd gezond dat ze die plannen bewust hebben geboren maar kon niet op dezelfverzwegen. de afdeling in het ziekenhuis verAchteraf denk ik dat mijn zoonblijven als ik. Na een paar dagen tje bij het pleeggezin had moemocht hij naar huis maar ik niet. ten blijven. Daar had hij het Waar moest hij heen? De heel goed. Maar wat wist ik grootouders van beide kanten nou op dat moment? Ik kon gaven aan dat ze niet voor het niet goed nadenken, kwam uit kindje konden zorgen. Daarom een psychose. Als vrouw in criis hij naar een pleeggezin gesis kun je zo’n beslissing helebracht. maal niet nemen. Ik heb op dat Het was een heel fijn gezin waar al moment objectieve hulp gemist. vier oudere kinderen waren. AanDie had ik graag gehad. vankelijk kon ik mijn zoon een paar uur Maar dat is achteraf. Nu is hij 12 jaar per veertien dagen zien onder begeleioud. Heel af en toe bellen we met elkaar. ding. Later mochten mijn vriend en ik regelVia mijn inmiddels ex-schoonmoeder krijg ik matig bij het gezin thuis op bezoek komen. Ik weleens foto’s van hem te zien. Eén keer heb leerde daar om hem de fles te geven en zijn ik hem ontmoet, toen hij even in Nederland LEEFTIJD luier te verschonen. Het was de bedoeling was. Toen voelde ik wel een klik, kwamen er 33 jaar dat ik op mezelf zou gaan wonen en dat mijn wel moedergevoelens boven die ik eerder zoontje en zijn vader na verloop van tijd zich niet had. BEROEP bij mij zouden voegen. Maar op een gegeven huisvrouw, moment heb ik mijn ouders toevertrouwd dat Het is heel jammer dat ik veel van hem moet Moeder van zoon (12 jaar, afgestaan) en ik eigenlijk niet zoveel liefde voor mijn kind missen. Misschien dat hij nog weleens mijn dochter (6 jaar) voelde, er was geen band, geen hechting. kant op komt als hij 18 is, dat hoop ik. Toen ging dat niet door. Met mij gaat het verder goed. Ik ben geWOONPLAATS trouwd met een heel lieve man. We hebben Utrecht Mijn schoonouders hebben daarop voorgesamen een dochter van zes, we zijn heel gesteld om hun kleinzoon in huis te nemen. Dat lukkig samen.

JUNI – 2016

11


ONDERZOEK BELICHT

Geen aanwijzingen verhoogd medicijngebruik door adoptiekinderen Tekst Joost van Ginkel, Femmie Juffer, Marian Bakermans-Kranenburg, Marius van IJzendoorn

Internationaal geadopteerde kinderen gebruiken niet meer medicijnen dan hun niet-geadopteerde leeftijdgenoten. Dit concluderen Joost van Ginkel, Femmie Juffer, Marian Bakermans-Kranenburg en Rien van IJzendoorn – onderzoekers aan het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden – in een onderzoek naar meer dan 10.000 in Nederland geadopteerde kinderen en jongeren 1.

12

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE


Adoptiekinderen hebben voor hun komst naar Nederland vaak te maken gehad met ondervoeding, mishandeling en verwaarlozing in tehuizen. In eerder onderzoek lieten Leidse onderzoekers zien dat internationaal geadopteerde kinderen na hun adoptie kampen met groeiachterstanden en gedragsproblemen en dat ze wat vaker worden aangemeld bij de klinische hulpverlening en hulp op school2,3,4. Het was echter niet bekend of deze problemen zo ernstig zijn, dat ze ook gepaard gaan met een verhoogd medicijngebruik door adoptiekinderen. De onderzoekers gingen na of er relatief vaak medicijnen aan adoptiekinderen worden voorgeschreven, waarbij ze keken naar antidepressiva, medicatie voor ADHD en medicijnen om de lichamelijke groei te stimuleren of te remmen (het laatste om vervroegde puberteit te voorkomen). Gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek waren beschikbaar voor 2.360.450 Nederlandse kinderen, van wie 10.602 internationaal geadopteerden, met gegevens over voorgeschreven medicijnen in de jaren 2006 tot 2011. Alle kinderen waren in die periode tussen 1 en 17 jaar oud. Omdat in Nederland het grootste aantal adoptiekinderen uit China afkomstig is (4.447 geadopteerden), werd deze

‘ADOPTIE BIEDT KINDEREN VOLOP KANSEN OM TE HERSTELLEN VAN NEGATIEVE ERVARINGEN’ groep onderscheiden van de andere adoptiekinderen (uit onder andere Colombia en Ethiopië).

Special needs In het algemeen zijn er geen aanwijzingen gevonden voor verhoogd medicijngebruik door adoptiekinderen. Adoptiekinderen uit andere landen dan China kregen iets meer medicijnen voor ADHD voorgeschreven dan hun niet-geadopteerde leeftijdgenoten, maar het verschil was erg klein. Geadopteerde meisjes uit China bleken juist minder groeiremmers te gebruiken dan niet-geadopteerde meisjes. Alleen de kleine groep geadopteerde jongens uit China (slechts 10% van de adoptiekinderen uit Chi-

na) gebruikte vrij veel medicijnen. Dat is begrijpelijk omdat jongetjes uit China vaak speciale gezondheidsproblemen (special needs) hebben. Adoptiekinderen met special needs kampen met medische problemen en handicaps, en verhoogd medicijngebruik ligt dan voor de hand. Dit grootschalige onderzoek met bevolkingsgegevens laat dus zien dat internationaal geadopteerde kinderen in Nederland niet meer medicijnen gebruiken dan hun niet-geadopteerde leeftijdgenoten. Dit sluit aan bij eerder Leids onderzoek waarin de enorme inhaalslag van adoptiekinderen na de komst in een ondersteunend adoptiegezin werd gedocumenteerd5. Adoptie biedt kinderen volop kansen om te herstellen van vroege negatieve ervaringen en daarbij blijkt extra medicijngebruik doorgaans niet nodig te zijn.

1

2

3

4

5

Van Ginkel, J., Juffer, F., Marian Bakermans-Kranenburg, M.J. & Van IJzendoorn, M.H. (2016). Do internationally adopted children in the Netherlands use more medication than their nonadopted peers? European Journal of Pediatrics, 175, 715-725. Van IJzendoorn, M.H., BakermansKranenburg, M.J., & Juffer, F. (2007). Plasticity of growth in height, weight and head circumference: Meta-analytic evidence of massive catch-up after international adoption. Journal of Developmental and Behavioral Pediatrics, 28, 334-343. Juffer, F., & Van IJzendoorn, M.H. (2005). Behavior problems and mental health referrals of international adoptees: A meta-analysis. JAMA - Journal of the American Medical Association, 293, 2501-2515. Van IJzendoorn, M.H., Juffer, F., & Klein Poelhuis, C.W. (2005). Adoption and cognitive development: A meta-analytic comparison of adopted and non-adopted children’s IQ and school performance. Psychological Bulletin, 131, 301-316. Van IJzendoorn, M.H., & Juffer, F. (2006). Adoption as intervention: Meta-analytic evidence for massive catch-up and plasticity in physical, socio-emotional and cognitive development. The Emanuel Miller Memorial Lecture 2006. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 47, 1128-1245.

JUNI – 2016

13


INTERVIEW

Medische ­puzzel voor goede ­matching Tekst Marion van Olst

Marina Keessen is kinderarts en werkt sinds 1992 in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam. Daarnaast is ze bij adoptievereniging Wereldkinderen als medisch adviseur betrokken bij het matchen van kinderen en ouders.

In het matchingsproces zorg jij voor de medische duiding. Wat is dat en hoe gaat het in zijn werk? “Eerst probeer ik de medische gegevens van het kind te duiden, een interpretatie te maken. Ik probeer een beeld te krijgen van het kind: Wat is dit voor kind? Welke betekenis heeft de aandoening voor de toekomst? En wat voor gevolgen heeft dit voor de toekomstige adoptieouders? Een medische puzzel – want de gegevens uit het land van herkomst vormen meestal geen complete set – die bovendien doorgaans met een zekere vaart moet worden gemaakt.” “Ik probeer een goede indruk van het kind te krijgen en bestudeer de beschreven aandoeningen en de beschikbare gegevens. Dat kan bijvoorbeeld zijn: een vondeling met een geschatte leeftijd van één maand, die op het moment van binnenkomst in het tehuis 2,9 kilogram weegt. Dat is niet zo veel. Dan wil je weten: Is het kind te vroeg geboren? Is er sprake geweest van een laag geboortegewicht? Of waren de om-

14

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

standigheden na de bevalling niet optimaal? Dat zijn niet te beantwoorden vragen, maar de antwoorden zijn soms wel essentieel om de verdere ontwikkeling van een kind te kunnen voorspellen. Met behulp van foto’s of videobeelden en de medische gegevens probeer ik een zo volledig mogelijk beeld te vormen. Soms schakel ik daarbij de hulp in van een klinisch geneticus, een plastisch chirurg, een KNO-arts, een hematoloog, een cardioloog of iemand anders die meer expertise heeft op een bepaald gebied dan ik.” “De laatste vijf tot tien jaar komen er steeds meer kinderen naar Nederland

die niet één maar meer aandoeningen hebben. Dat kan wijzen op een syndroom. Bijvoorbeeld een kind met een hart- én een anusprobleem. Dan puzzel ik op de eventuele samenhang. Hoort dat bij elkaar? Zie ik meerdere uitingen van een specifiek syndroom? Veel syndromen bij kinderen kunnen gepaard gaan met een (licht) verstandelijke beperking, waardoor je dan toch vaak zorgintensieve kinderen hebt. Daar is niets mis mee, maar het is wel ontzettend belangrijk om te weten, omdat je daar bij de matching rekening mee moet houden. Zo’n kindje heeft ouders nodig die openstaan voor een kind met een flinke zorgzwaarte, zowel op de lange als op de korte termijn.”

Je werkt al zo’n zestien jaar voor Wereldkinderen. Wat vind je van de complexiteit van de medische problemen? “Die neemt toe. Daarom vind ik het zo belangrijk dat ouders tijdens het voor-


stel al zo veel mogelijk informatie krijgen en weten wat ze mogelijk kunnen verwachten. Realistische verwachtingen kweken is in deze fase heel belangrijk. Dat helpt later enorm bij het proces van wennen en hechten. Het komt de psychosociale groei van het kind ten goede. Iedereen in de keten van adoptie streeft naar hoopvolle plaatsingen, waarbij er een goede kans van slagen is in het gezin. Om die reden vind ik de preventieve consultaties en oudercursussen van de Stichting Adoptievoorzieningen in de eerste jaren na aankomst altijd zo belangrijk. Dat zou ook een verplichte, structurele voorziening moeten zijn.”

Hoe snel moet een medische duiding klaar zijn? “Het liefst binnen een week. In een enkel land is de procedure zo dat we 72 uur de tijd hebben voor het hele proces van duiding en daarna matching. Dan komt het voor dat ik dan ’s ochtends om half zeven al achter mijn bureau zit. Dan heb ik vóór mijn reguliere spreekuur begint al wat dingen uitgezocht of een rapportage geschreven.”

Wat is je motivatie om dit werk bij Wereldkinderen te doen? “Ik vind het een prettig idee als ik eraan kan bijdragen dat een kind kan opgroeien in een gezin, in plaats van in een tehuis. Ik zie natuurlijk ook veel gezinnen met biologische kinderen met aandoeningen. Het leven zit vol met onzekerheden en is niet maakbaar. Desondanks is het heel erg de moeite waard. Ook kwetsbare kinderen moeten hun talenten kunnen ontwikkelen en inzetten. Zij hebben ook recht op een leven van de hoogst haalbare kwaliteit! Er zijn wel grenzen aan adoptie, vind ik. Bijvoorbeeld adoptie van een kind met zo’n ernstige aandoening dat het maar een be-

‘IK VIND HET EEN PRETTIG IDEE DAT IK ­ERAAN KAN ­BIJDRAGEN DAT EEN KIND KAN OPGROEIEN IN EEN GEZIN’

perkte levensverwachting heeft. De vraag is dan of het kind, de ouders of het gezin daar gelukkiger van wordt of worden. Dat zijn moeilijke ethische kwesties en dat vraagt heel veel overdenking van de eventuele ouders.”

Heb je nog wensen tot verbetering van het ­werkproces? “Ja, ik zou willen dat er sneller en beter aanvullend onderzoek in het land van herkomst kan worden gedaan en dat de vragen aan de zendende ­landen niet meer als ‘lastig’ worden betiteld. Een opeenstapeling van risicofactoren verhoogt de kans op latere problemen aanzienlijk. Dus in het belang van een adequate matching is een realistische beschrijving van wat ouders mogelijk kunnen verwachten aan medische problematiek een waardevolle bijdrage aan hun besluit om een kind te adopteren.”

Stel dat je geld zou mogen uitgeven aan het verbeteren van de Nederlandse adoptieprocedure. Waar zou je het dan aan besteden? “Ik denk aan het plaatsen van een kinderarts in het team van de Centrale Autoriteit. De Centrale Autoriteit toetst de adoptieprocedures voordat toestemming wordt gegeven voor een adoptie. Als aan die toetsingsprocedure een kinderarts zou deelnemen, zou dat een mooie stap voorwaarts zijn. Maar ook zonder extra geld vind ik dat we echt op de goede weg zijn. Er zijn in de afgelopen jaren structurele verbeteringen gekomen in de medische duiding, de medische beoordeling en de psychosociale hulp aan adoptiegezinnen, zowel bij de vergunninghouders en de Stichting Adoptievoorzieningen als bij de in adoptie gespecialiseerde kinderartsen. Dat is fijn om te merken.”

JUNI – 2016

15


GELEZEN/GEZIEN Traumasporen Bessel van der Kolk Uitgeverij Mens! ISBN 9789463160315

rofeedback, aanraking, collectieve ritmes en theater. Traumasporen is een boek om te lezen en te herlezen. Van der Kolk getuigt van een werkelijke interesse in en diep respect voor zijn patiënten. Hij heeft een open mind waardoor hij is blijven zoeken naar verklaringen, nieuwe inzichten en therapieën. Het boek geeft inzicht, kennis, begrip en zicht op herstel. Dit boek is een must voor iedereen die met mensen werkt.

kijken. Het kan adoptiekinderen helpen om woorden te geven aan mogelijke gevoelens omtrent het zich anders voelen en erbij willen horen. Ans Rijk

Braziliaans Goud Nelleke Posthumus Meyjes ISBN 978946539052

Corinne Verheule

16

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

Wij horen bij elkaar Lawrence Schimel, vertaling door Edward van de Vendel Illustrator: Ann De Bode Uitgeverij de Eenhoorn ISBN13 9789462910102

Op een ochtend ziet Kwame een nieuwe bril op tafel liggen. Die blijkt van zijn broer Marten te zijn. Nu wil Kwame ook een bril. Mama zegt dat hij geen bril nodig heeft, omdat hij goede ogen heeft. Dat maakt niet uit voor Kwame: hij wil toch een bril, net als Marten, mama en papa. Anders ziet iedereen dat hij er niet bij hoort! De schrijver van dit boek is er in geslaagd om met weinig woorden een eenvoudig maar prachtig verhaal neer te zetten. Het thema ‘erbij willen horen’ is voor ieder kind, en zeker voor een adoptiekind herkenbaar. Mooi in dit boek is dat daarnaast ook duidelijk is dat je daarbij ook gewoon kunt zijn wie je bent. Erbij horen is wat anders dan op elkaar lijken. Dit prentenboek is geschikt voor elk kind vanaf 4 jaar. Om voor te lezen, maar ook om samen te lezen en te be-

Chris Thie

© Shutterstock.com

Toen ik in 2014 op werkreis ging naar de Verenigde Staten adviseerde een collega mij om daar het nieuwste boek van prof. Bessel van der Kolk, The body keeps the score te kopen. Meteen was ik zeer enthousiast over de toegankelijke schrijfstijl en boeiende inhoud van dit boek. En gelukkig is het boek nu in het Nederlands verkrijgbaar onder de titel Traumasporen. Van der Kolk beschrijft in het boek aan de hand van veel voorbeelden uit zijn jarenlange praktijk hoe traumatische ervaringen, met name die uit de jonge kinderjaren, hun sporen achterlaten zowel in het brein, de geest als het lichaam. Het boek geeft een zeer compleet beeld van de laatste inzichten en onderzoeken met betrekking tot trauma. Van der Kolk legt in duidelijke bewoordingen uit welke impact trauma op neurobiologisch en fysiologisch niveau heeft, en hoe gehechtheid hierin een al dan niet beschermende rol speelt. Het laatste deel van het boek gaat over wegen naar herstel. Het is belangrijk dat slachtoffers van trauma weer het gevoel krijgen baas te zijn over zichzelf, over hun eigen lichaam en geest. Dat ze vrij zijn om te voelen wat ze voelen, te weten wat ze weten zonder overspoeld te raken, razend te worden, zich te schamen of in te storten. Omdat trauma sporen nalaat binnen verschillende gebieden van een mens (brein, geest, lichaam) en bij kinderen hun algehele ontwikkeling beïnvloedt, is het nodig om diverse therapievormen in te zetten. Daarom bespreekt Van der Kolk de mogelijkheden voor hulp tot herstel door middel van onder meer yoga, mindfulness, EMDR, neu-

“Ze is twaalf jaar. Ze is boeiend, origineel, muzikaal, geestig en onmogelijk.” “Mijn dochter is een van mijn grote liefdes. En soms een blok aan mijn been. Dat mag je niet zeggen. Dat is onaardig. Waarom adopteer je haar dan?” Op de eerste bladzijden van Nelleke Posthumus Meyjes’ boek spatten de taboes, tegenstrijdigheden en goudeerlijke, maar liefdevolle woorden je al tegemoet. Braziliaans Goud is een roman over de adoptie van Serafina, een downbaby uit de sloppenwijken van São Paulo. Het verhaal ontroert regelmatig, de dialogen en dagelijkse gezinsperikelen maken het levendig en om de paar bladzijden ontlokt het me zelfs een spontane lach. Het verhaal wordt vanuit verschillende perspectieven verteld. De humoristische vlotte pen van de moeder wordt afgewisseld met ervaringen van de broers van Serafina en de professionals om haar heen. Met groot empathisch vermogen beschrijft de auteur de wereld van haar dochter ook gezien vanuit het meisje zelf, associatief, fragmentarisch en in bijna dichterlijke eenvoud. En zo nu en dan laat ze de biologische moeder van Serafina aan het woord. Zo leer je als lezer niet alleen Serafina in al haar facetten kennen, maar biedt dit boek ook een inkijkje in het milieu van de Braziliaanse favela’s, de achtergrond van afstand en adoptie en het leven met een kind met Down. Waar veel ervaringsverhalen voor buitenstaanders niet lang boeiend blijven, is dit verhaal van begin tot eind pakkend. Een ontroerend en heerlijk boek over een bijzonder gezin.


drieluik GEADOPTEERDE

2

Sharon Smeets-Leentfaar

Adoptie als een rode draad door mijn leven Zes jaar geleden, na de geboorte van mijn dochter, raakte mijn adoptie mij weer vol in het hart. Mijn wereld stond even letterlijk stil. Emotie en tranen van blijdschap dat ze gezond was geboren. Maar tegelijkertijd de harde werkelijkheid. Een flashback die mij meenam, terug naar mijn eigen geboorte. Het moment dat mijn dochter werd geboren en in mijn armen werd gelegd, was het moment dat ik destijds werd weggehaald, weggegeven. Een handeling waarmee de band tussen mij en mijn biologische moeder definitief werd verbroken. Toen mijn dochter twee maanden oud was, kwam dit besef opnieuw. Want op die leeftijd werd ik geadopteerd en kwam ik met het vliegtuig vanuit Bangladesh naar Nederland. Er kwamen gevoelens van onbegrip boven. Hoe kun je zo’n klein lief mensje, dat helemaal afhankelijk is van jou, met wie je negen maanden lang een band hebt opgebouwd in je buik, daarna afstaan? Mijn moeder heeft het gedaan. En natuurlijk, de omstandigheden voor haar waren heel anders dan die waarin ik nu verkeer. Maar toch, emotioneel… wat heeft dat met haar gedaan? En, als ze nog leeft, wat doet het nu nog steeds met haar? Er zijn zo veel vragen die ik haar zou willen stellen. Vragen die voor mij helend zijn voor het afsluiten van mijn interne reis. Vragen, vragen en nog eens vragen. Aan mij worden ook altijd vragen gesteld. Vragen waarop de antwoorden voor veel mensen zo vanzelfsprekend zijn. Lijk jij op je moeder? Heb je dit karakter van je vader? Waar kom je dan vandaan? Ben je wel eens teruggegaan?

Weet je wie je ‘echte’ ouders zijn? Houd je van pittig eten? Deze vragen waren vooral toen ik een klein meisje was vervelend en pijnlijk. Pijnlijk in de zin van dat ik er continu op werd gewezen dat ik geadopteerd was en dat ik anders was. Als mensen nu die vragen stellen, dan kan ik er bewust wel op reageren of niet. Ook raakt het mij nu veel minder en ben ik sterker geworden.

LEEFTIJD

39 jaar, moeder van dochter (6) BEROEP

coach/trainer Balanced Identity WOONPLAATS

Berkel en Rodenrijs

Mijn dochter begon voor het eerst vragen te stellen toen ze een jaar of vier jaar oud was. “Mama, waarom lijk je niet op oma?” Die vraag bracht mij uit balans en ik kreeg er een onprettig gevoel bij. Ik wist dat die vraag ooit zou komen, maar hij kwam toch nog onverwacht. Op een eenvoudige manier heb ik haar uitgelegd wat geadopteerd zijn betekent. En zij reageerde zoals een kind alleen maar kan reageren: heel onbevangen. Op haar vijfde verjaardag wilde ze een doosje kopen voor haar ‘echte oma’. Daar deed ze kleine spulletjes in. “Zo kunnen we aan haar denken als we het doosje zien”, zei ze. Ik sta verbaasd over hoe wijs ze kan zijn. Wat ik weer leer van haar is dat zij dingen accepteert zoals ze zijn. Ze benoemt het en raakt het aan, zoals een kind dat doet: heel onbevangen. Geadopteerd zijn loopt als een rode draad door mijn leven. En bij iedere grote stap die ik zet, ben ik me hiervan bewust. Bewust van het onbewuste. Vragen die komen en vragen die ik niet kan beantwoorden. Mijn interne reis is oneindig.

JUNI – 2016

17


BEGELEIDING BESPROKEN

Tekst Chris Thie

Helpende hand, ook als er géén problemen zijn

Omdat het in de hectiek van het drukke en nieuwe gezinsleven voor ouders soms misschien lastig is zelf contact op te nemen, neemt Stichting Adoptievoorzieningen daarin tegenwoordig het initiatief. Elk gezin waar een adoptiekind geplaatst is, krijgt eerst een welkomstdoos toegestuurd met hartelijke felicitaties, kleine cadeautjes en informatie. Daarna worden ouders door de afdeling Nazorg gebeld, om te informeren hoe het gaat en of Stichting Adoptievoorzieningen iets voor ze kan betekenen. Bijvoorbeeld met een consult aan huis: een uitgebreid gesprek met een adoptiedeskundige, die letterlijk mee kan kijken hoe het met hun kind gaat. “Ouders die we spreken, reageren blij verrast”, aldus Ria Heek, die bij de telefonische nazorg werkt. Wat haar opvalt, is dat vooral ouders die al een of meer adoptiekinderen hadden zeer lovend zijn: “Hun reactie is vaak: wat goed dat jullie dit nu doen, dat heb ik bij mijn eerste kind zo gemist!”

18

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

Om te toetsen of die indruk klopt, heeft Milou Huitink in opdracht van Stichting Adoptievoorzieningen eind 2015 onderzoek gedaan onder ouders die in 2015 een kind hebben geadopteerd. Doel van dit onderzoek was om duidelijk te krijgen of deze adoptieouders tevreden zijn over de nieuwe proactie-

ve aanpak en het nazorgaanbod van Stichting Adoptievoorzieningen. “De respons was verrassend hoog, ruim 87 procent van de gezinnen was bereid om de online vragenlijst in te vullen”, vertelt Huitink. “Mede door de bereidwilligheid en het enthousiasme van de ouders was het erg leuk om het onder-


zoek te doen. Naast de digitale enquête, die uiteindelijk door 94 van 152 benaderde gezinnen is ingevuld, heb ik nog 6 uitgebreide telefonische interviews gehouden om iets meer zicht te krijgen op de nuances en argumenten. De uitkomsten van het onderzoek zijn kort samengevat positief te noemen. De welkomstdoos en het telefoontje worden positief gewaardeerd. Adoptieouders geven aan dat ze het fijn vinden om te weten wat de mogelijkheden voor ondersteuning zijn.” Van alle respondenten laat 45 procent weten op dat moment geen vragen te hebben over de ontwikkeling of opvoeding van hun kind. Van de gezinnen die nog geen gebruik hebben gemaakt van het nazorgaanbod, geeft meer dan de helft daarvoor onder meer als reden aan dat er geen problemen zijn. Een deel van de ouders zegt dat het aanbod van de begeleiding voor hen nog niet nodig is, maar

dat ze de stichting weten te vinden als ze er zelf niet meer uitkomen.

Signalen beter opvangen Hebben adoptiegezinnen dus gewoon iets meer tijd nodig, of blijft voor een deel van de ouders (en hun omgeving) toch nog het beeld hangen dat je pas hulp inschakelt als er problemen zijn? Nazorgmedewerkster Heek: “Hopelijk zijn we op de goede weg om dat beeld te helpen bijstellen, want het is elke adoptieouder zo gegund om ondersteund te worden in de belangrijke en intensieve beginfase van het adoptieouderschap, ook of juist als er geen problemen zijn.” Deze nieuwe initiatieven en de proactieve rol van Stichting Adoptievoorzieningen moeten ervoor zorgen dat het voor adoptieouders een normale zaak wordt (net zoals dat al jaren voor pleegouders is) dat je professionele begeleiding krijgt bij het opbouwen

van een stevige band met je kind. Dat het plezierig is om gerustgesteld te worden als je je zorgen maakt en dat dit geen brevet van onvermogen is. Of dat je tips en handvatten krijgt als je het even niet zo goed weet. De bedoeling is dat ouders zich sterker voelen in hun ouderschap, en inzicht en begrip krijgen voor de (onderliggende) behoeften van hun kind(eren). Dat ze signalen beter kunnen opvangen en dat eventuele risico’s sneller aan het licht komen, waardoor er op tijd op geanticipeerd kan worden als het nodig is. Dat de nieuwe aanpak werkt, is al merkbaar, want ondanks het feit dat er afgelopen jaar weer minder kinderen zijn geadopteerd dan in de jaren daarvoor, is het aantal contacten en begeleidingstrajecten dat adoptieouders bij Stichting Adoptievoorzieningen aanvroegen met 30 tot 40 procent gestegen.

‘Wat is nou normaal?’ “Hoe weten we of de hechting voldoende op gang komt?” “Moet je je adoptiekind wel of niet corrigeren als hij slaat?” “Ze vraagt bij de verzorging altijd om mama, mij wil ze niet in de buurt, doe ik iets verkeerd?” “Mag oma hem ook vasthouden?”

Vragen en onzekerheden waar kersverse adoptieouders tegenaan kunnen lopen. Want hoe weet je nou wat normaal is, wat bij de leeftijd of het karaktertje hoort, of wat misschien wel heel anders moet dan bij andere kinderen omdat dit kind al zo veel heeft meegemaakt? Juist in het eerste jaar is het voor zowel adoptieouders als adoptiekind(eren) dus een superintensieve en spannende tijd, waarin iedereen elkaar leert kennen en op zoek is naar balans. Bij uitstek een periode waarin er veel mogelijk is, omdat er nog veel in beweging is.

Overlevingsgedrag laten varen Pleeggezinnen, waar kinderen geplaatst worden met een (deels) vergelijkbare achtergrond, kunnen vanaf het begin rekenen op professionele begeleiding. Niet omdat de ou-

ders het niet goed genoeg kunnen, maar om hen te steunen en samen zo goed mogelijk te bekijken wat het kind nodig heeft. Bij adoptiegezinnen lag tot 2015 het initiatief voor het krijgen van begeleiding echter bij de ouders zelf, wat misschien ook impliceert dat je pas hulp vraagt als het echt ingewikkeld wordt. Maar hadden adoptieouders dan niet dezelfde behoefte als pleegouders? De meeste adoptiekinderen hebben, net als pleegkinderen, door alle ingrijpende gebeurtenissen en tekorten voor de adoptie niet vaak de boodschap gekregen dat ze ertoe doen, dat ze er mogen zijn. Ook al is een kind te jong om zich de ervaringen bewust te herinneren, in de hersenen en het lichaam wordt het onthouden. Ook hebben ze vaak ervaren dat ze niet of maar af en toe kunnen rekenen op de steun en zorg van volwassenen. Dat geeft een gevoel van

JUNI – 2016

19


machteloosheid en dat is angstig voor kinderen. Meestal hebben ze zich daar heel knap tegen beschermd door gedrag te ontwikkelen waarmee ze zich staande kunnen houden. Bijvoorbeeld door alles in de gaten te houden en zich overal mee te bemoeien, of door zich extreem aan te passen en zich emotioneel af te sluiten. Dat overlevingsgedrag

het was ook snel voorbij. Om wat dieper op zaken in te kunnen gaan en over een langere periode handvatten te krijgen voor het opbouwen van een veilige hechtingsrelatie hebben we vervolgens video-interactiebegeleiding aangevraagd. We vinden het bijvoorbeeld fijn om straks wat back-up te krijgen bij de afweging wanneer ze toe is aan

laten kinderen in de nieuwe situatie natuurlijk niet zomaar varen, vooral niet als ze nog geen enkele garantie hebben dat het dit keer anders zal zijn, dat dit nieuwe leven vol aandacht, eten en speelgoed wél blijvend is. Soms weten ze niet goed hoe ze ermee om moeten gaan of vinden ze het veel te spannend om het toe te laten, want hun ervaring leert: straks gebeurt er weer iets waar je geen grip op hebt. Kinderen die daarnaast traumatische dingen hebben meegemaakt of een ontwikkelingsachterstand hebben, kunnen in hun signalen en gedrag lastiger te begrijpen zijn voor ouders.

een kinderdagverblijf, of om ergens te gaan logeren. We hebben al veel gelezen over video-interactiebegeleiding en kennen ook een ander gezin dat ons erover vertelde. Met een adoptiekind is het toch een beetje anders en je intuïtie is soms niet helemaal voldoende. Daarom zou ik tegen andere adoptieouders willen zeggen: niet aanrommelen, maar gewoon bellen, er zitten mensen klaar die ervoor hebben geleerd.” Naast een consult aan huis of video-interactiebegeleiding biedt Stichting Adoptievoorzieningen in het eerste jaar ook de cursus Goede Start aan. Veel ouders vinden het in de beginfase prettig om hun ervaringen met andere adoptieouders te delen en de theorie over hechting weer eens op te frissen nu ze het allemaal concreter voor zich zien of specifieke vragen hebben. Uitgaand van de kracht die ondersteuning door lotgenoten kan bieden, is ook de nieuwe website Adoptieoudersonline.nl ontwikkeld, bedoeld voor ouders met adoptiekinderen tot 12 jaar. Belangrijk onderdeel is het besloten forum, waar ouders naast uitwisseling met andere adoptieouders kunnen rekenen op de digitale ondersteuning van professionals die als moderator meelezen. Inmiddels zijn er al meer dan zeshonderd leden, die er in een beschermde omgeving hun ervaringen delen.

‘Niet aanrommelen!’ Een consult aan huis, door een deskundige van Stichting Adoptievoorzieningen, kan helpen om gedrag in het juiste perspectief te zien. Jeroen Doornbosch en zijn vrouw Tanneke Neessen maakten er ook gebruik van toen hun dochtertje van 2,5 jaar oud net bij hen was. Jeroen en Tanneke wilden er alles aan doen om haar een zo goed mogelijke basis mee te geven en wilden niets over het hoofd zien. “Omdat je als adoptieouder soms een referentiekader mist, vonden we het fijn om al gelijk mee te laten kijken door een professional”, zegt Jeroen. “Het consultatiegesprek bood ons vooral bevestiging en dat was prettig, maar

20

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE


drieluik ADOPTIEOUDER

Hilda Arling

3

Een gezin vormen was voor ons niet weggelegd, dacht ik Vijftien jaar lang hebben we gewacht tot we een kindje kregen. Dan sta je in China, wil je hem in je armen sluiten en dan wijst hij je af. Dat is heel heftig. Jianli was 4,5 jaar oud toen we hem mochten ophalen in China. In het begin was het heel zwaar. Hij accepteerde mijn man niet, wilde absoluut niet bij hem zijn. Gelukkig gaat het nu wel hartstikke goed met die twee.

In het begin was het heel pittig. In die tijd ben ik spontaan negen kilo afgevallen. Aan de ene kant waren we heel blij, aan de andere kant heel moe. Omdat hij zijn papa niet accepteerde, heb ik Stichting Adoptievoorzieningen gebeld en om een consult gevraagd. Daardoor veranderde er nog niet zoveel maar het leverde wel meer begrip op: wat er gebeurde, was geen uitzondering, dat komt vaker voor en je moet elkaar de tijd geven en de rust om te contact te laten groeien. We hebben zeven jaar lang zelf geprobeerd om kinderen We hebben ook moeten leren hoe we met hem om moeste krijgen, inclusief zes keer ivf. Omdat er bij ons allebei ten gaan. In het begin wilde ik veel meer grip op de situatie niets bijzonders was te vinden waarom het niet zou houden, nu wil ik het vooral veilig en rustig houden lukken, hebben we het heel lang volgehouvoor hem. Niet te veel aan hem trekken, niet den. Maar er gebeurde helemaal niets. te veel willen. De buitenwereld blijft Dat ging gepaard met veel hoop en soms nog wel wat spannend, op verdriet. school is het belangrijk dat de juf Vervolgens kozen we voor adophem ziet. Hij was een heel klein tie en daar zijn we ook nog mannetje toen hij kwam, heeft eens acht jaar mee bezig geveel liefde en aandacht gemist weest. Aanvankelijk duurde in zijn jongste jaren. Over het het wat langer omdat we algemeen gaat het nu heel voor een gezonde baby gingoed. Hij moet in alles groeigen. Later hebben we onze en en dat heeft gewoon tijd voorkeur aangepast en hebnodig. ben we drie keer aangegeven Zodra het kon, na een jaar, voor een special needs kinds je hebben we de procedure in te willen gaan. Eén keer hebben gang gezet voor een tweede we zes weken van alles hiervoor kindje. Omdat onze leeftijd nageregeld en toen werd het afgewetuurlijk begint te dringen en omdat zen zonder opgave van reden. Twee het de vorige keer zo tegen heeft geandere keren mochten wij ook niet de ouzeten en zo lang heeft geduurd. De Raad ders worden van het betreffende kind. Iedere voor de Kinderbescherming vond het echter keer hadden we weer hoop en vervolgens niet zo’n goed idee en we kregen een opMOEDER VAN veel verdriet. Ik heb regelmatig gedacht dat schorting... Maar in december kregen we te Jianli (7), getrouwd het voor ons niet weggelegd was om een horen dat we onze beginseltoestemming met Erwin gezin te vormen. We zijn er allebei echt ziek kregen. Alles is nu in orde en in theorie kan van geweest. elk moment de telefoon gaan. Heel spanLEEFTIJD Op een gegeven moment, in oktober 2012, nend. Ook voor Jianli, we zijn druk bezig om 45 jaar hebben we de vergunninghouder gebeld met hem goed voor te bereiden op het feit dat hij BEROEP de mededeling: dit trekken we echt niet meer. een broertje of een zusje krijgt en dat we dan balie-assistent En toen ging op 5 december de telefoon dat naar China gaan. tandartspraktijk er een kindje voor ons was. Onze grootste Ik denk dat we nu wel veel wijzer en rustiger wens ging in vervulling! Op 15 februari zijn we vertrekken dan de vorige keer. We hebben WOONPLAATS afgereisd naar China, begin maart zijn we saheel veel geleerd. Met name om mij eigen Emmer-Compascuum men met Jianli thuisgekomen. gevoel te volgen, dat is toch vaak het beste.

JUNI – 2016

21


ACHTER DE FEITEN:

Tekst Angela Jans

ZESTIG PORTRETTEN

Project Adopted HERKENNING EN BEWUSTWORDING DOOR FOTO’S EN VERHALEN Het moet een website worden, een tentoonstelling en een boek: Project Adopted. In het najaar van 2016, als adoptie in Nederland zestig jaar bestaat, wil initiatiefnemer Ton Sondag klaar zijn. Zestig portretten in woord en beeld van geadopteerden, geboortemoeders en adoptieouders. De foto’s zijn van zijn hand, de verhalen zijn opgetekend door zijn partner Inge van Meurs.

22

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE


Medio vorig jaar kwam Sondag, zelf geadopteerd, op het idee. Aanvankelijk wilde hij alleen geadopteerden portretteren, maar al doende ontdekte hij dat de twee andere partijen van de adoptiedriehoek niet mochten ontbreken. Onlosmakelijk verbonden, noodzakelijk om het plaatje compleet te maken. Geadopteerden hebben zich inmiddels meer dan voldoende gemeld. Momenteel is Sondag nog op zoek naar adoptieouders en afstandsouders die hun verhaal willen vertellen en gefotografeerd willen worden. Project Adopted heeft twee hoofddoelen, vertelt Sondag. Op de eerste plaats wil hij een website opzetten waar de foto’s en verhalen van geadopteerden, adoptieouders en biologische ouders leiden tot herkenning en bewustwording bij alle betrokkenen. En waar ze indien nodig een doorverwijzing vinden naar adoptiegerelateerde informatie of professionele hulp. Op de tweede plaats wil hij adoptie onder de aandacht brengen van een groot publiek: “Want de meeste mensen hebben werkelijk geen idee.” “Zo’n plek ontbreekt nu”, weet Sondag. “Adoptie, afgestaan worden is een traumatische gebeurtenis in een mensenleven. Pas de laatste jaren heb ik ontdekt dat veel van de problemen waar ik in mijn leven tegenaan gelopen ben, voor een groot deel terug te voeren zijn op mijn adoptie. Toen ik dat besefte, was ik benieuwd hoe het andere geadopteerden is vergaan. Dat was een belangrijke reden voor dit project.”

Mildheid Eenmaal ondergedompeld in adoptieland ontdekte hij al snel dat hij niet de enige was die kampte met adoptiegerelateerde problematiek. “De gesprekken met andere geadopteerden werken helend, ik krijg een soort mildheid over me die ik nooit eerder heb gehad. Ik hoop dat anderen dat ook kunnen ervaren als ze herkenning vinden dankzij het project.” Project Adopted richt zich op alle meer dan 55.000 in Nederland woonachtige geadopteerden, hun adoptieouders en biologische ouders. Sondag wordt daarbij nadrukkelijk terzijde gestaan door zijn partner Inge van Meurs. Zij brengt daarvoor haar expertise als psychotherapeut in. “Deze bundeling van krachten – ervaringsdeskundigheid, professionele kennis en kunde en artistiek talent – maakt het mo-

gelijk dit project op het snijvlak van kunst en maatschappelijk belang op te zetten”, zo staat te lezen op de website van Sondag. Om dat alles te realiseren is in totaal zo’n 15.000 euro nodig. Een eerste aanzet is er al. Zo is voor 30 euro een speciaal ontworpen T-shirt te koop waarvan de opbrengst naar het project gaat, kan het boek dat in het najaar moet verschijnen al vast besteld (en betaald) worden, wordt er hard gewerkt om geldschieters te vinden en is een crowdfundingsactie op komst die 15.000 euro bijeen moet brengen. Sondag is ervan overtuigd dat het goed komt. “Er zijn nog wel wat problemen te overwinnen maar het project gaat er gewoon komen. Ik denk wel dat het lukt. Het zou zo fijn zijn als alle betrokkenen er wat aan hebben en hun kwaliteit van leven kunnen verbeteren. Dat ik de volgende generatie geadopteerden wat eerder op weg kan helpen. Ik had het zelf allemaal zo graag wat eerder geweten.”

‘Oh ja, je bent geadopteerd’ Ton Sondag (54) is geboren in Moederheil, een doorgangshuis voor ongehuwde moeders en hun kinderen in Breda. Na anderhalf jaar wordt hij geadopteerd. Hij gaat met zijn adoptieouders in Vlissingen wonen. Drie maanden later krijgt hij een eveneens geadopteerd broertje. Over adoptie werd nooit gesproken in het gezin. Formeel wist Ton het jarenlang niet eens. “Tot ik op een dag uit school kwam en mijn ouders zeiden: ‘Ga even op de bank zitten, we moeten je wat vertellen: je bent geadopteerd.’ Zoiets, dat was het dan. ‘Oh ja, en we eten vanavond rode kool.’” Als vijftienjarige verliet hij zijn ouderlijk huis. Hij vertrok naar Zuid-Afrika en ging als ‘jongen algemene werkploeg’ op de grote vaart. De situatie thuis was voor Ton niet meer houdbaar. “Altijd stond ik in een soort gevechtstoestand. Vanaf mijn twaalfde heb ik allerlei therapieën gehad. Ik ben overal naartoe verwezen, van gesloten afdelingen in de psychiatrie tot verslavingsklinieken. Nergens hoorde ik echt thuis. Ik ben intelligent maar ik heb geen enkele opleiding afgemaakt. Ik kan niet voor een baas werken. Uiteindelijk ben ik fotograaf geworden omdat ik de camera kan gebruiken als masker, dat is voor mij een manier om te ontsnappen. Ik weet zeker dat ik niet zo ontspoord zou zijn als ik in een veilige situatie was opgegroeid.” “Na 43 jaar met allerlei omwegen was het Inge die me wees op Schematherapie. Dat was echt een eyeopener. Allerlei dingen vielen op zijn plek. Ik leer beter keuzes te maken, beter te voelen zodat ik escalaties kan voorkomen. Graag wil ik deze ervaring delen met anderen.”

Meer informatie www.tonsondag.com/adopted

JUNI – 2016

23


WETTEN EN REGELS

Zwakke of sterke adoptie? That’s the question

Tekst Vera Kidjan

De heer Brouwer is werkzaam in de scheepvaart. Tijdens een van zijn tochten ontmoet hij de Zuid-Afrikaanse Kimberley. In 2006 trouwen zij. Kimberley heeft een dochter uit een eerder huwelijk, Cleo. Brouwer gaat met Kimberley en Cleo in Zuid-Afrika wonen. Hij adopteert Cleo in Kaapstad. Sindsdien heet zij Cleo Brouwer. Is deze adoptie ook rechtsgeldig in Nederland? Dat blijkt de vraag, aldus Vera Kidjan.

Een dergelijke adoptie heette vroeger een stiefouderadoptie, momenteel is partneradoptie een meer gebruikelijke benaming. Drie jaar na hun huwelijk, in 2009, krijgen de heer Brouwer en Kimberly samen een zoon, Keith. Het gezin verhuist in 2010 naar Nederland. Keith krijgt een Ne-

24

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

derlands paspoort maar zijn zus Cleo niet. Waarom niet? In artikel 10:108 van het Burgerlijk Wetboek staat dat een buitenlandse adoptie waarbij de adoptieouders en het adoptiekind in hetzelfde land buiten Nederland wonen, zonder de tussenkomst van een Nederlandse

rechter mag worden erkend. Uit artikel 10:110 van het Wetboek volgt dat zowel een sterke1 als een zwakke2 adoptie in Nederland moet worden erkend. Een sterke adoptie heeft tot gevolg dat het adoptiekind Nederlander wordt, maar dat is niet het geval bij een zwakke adoptie3.


Hoe vindt de erkenning van de buitenlandse adoptie plaats? Dat kan op diverse manieren gebeuren. Bijvoorbeeld door een verzoek tot inschrijving in te dienen bij de ambtenaar van de burgerlijke stand in Den Haag. Deze ambtenaar mag akten inschrijven van Nederlanders, ex-Nederlanders of erkende vluchtelingen. Dit betekent dat de ambtenaar alleen sterke buitenlandse adopties mag inschrijven.

Kennisbank burgerzaken De heer Brouwer wil de Zuid-Afrikaanse adoptie van Cleo erkend hebben. Hij dient daarom een verzoek in tot inschrijving van Cleo’s geboorteakte, met de latere vermelding van de adoptie, bij de ambtenaar van de burgerlijke stand in Den Haag. Deze weigert de inschrijving en laat schriftelijk weten dat hier sprake is van een interlandelijke adoptie waarbij een buitenlands kind van Zuid-Afrika wordt overgebracht naar Nederland. Daarom is het Haags Adoptieverdrag van 1994 van toepassing. De ambtenaar vindt dat niet aan de voorwaarden is voldaan die in dat verdrag staan. Verder is inschrijving van de adoptie ook om een andere reden niet mogelijk omdat de Zuid-Afrikaanse adoptie wordt gekwalificeerd als een zwakke adoptie. Daartoe verwijst de ambtenaar naar artikel 231 van de Zuid-Afrikaanse Kinderwet (Children’s Act) en naar een passage in de kennisbank burgerzaken4. Daarin staat vermeld dat een adoptie in Zuid-Afrika door een persoon van het kind van zijn of haar echtgenoot een zwakke adoptie betreft. De advocaat stelt dat het Zuid-Afrikaanse recht onjuist is geïnterpreteerd. De advocaat verwijst naar de correspondentie met de ambtenaar van de burgerlijke stand in een eerdere vergelijkbare zaak. De ambtenaar verwees in deze zaak naar artikel 242 van de Zuid-Afrikaanse Kinderwet. In dat artikel is uiteengezet wat de gevolgen zijn van een adoptie, hetgeen relevant is voor de vaststelling of sprake is van een zwakke of sterke adoptie. Onder verwijzing naar

dit artikel schreef de ambtenaar destijds dat, tenzij iets anders blijkt uit de adoptiebeslissing, in geval van adoptie door de man die gehuwd is met de moeder van het kind ervan uit moet worden gegaan dat sprake is van een sterke adoptie. De ambtenaar schreef “dat niet [is] terug te vinden in de Children’s Act dat er in het geval van een stiefouderadoptie sprake is van een zwakke adoptie”. In de Zuid-Afrikaanse adoptiebeslissing is geen enkel voorbehoud gemaakt of een verwijzing opgenomen dat de banden met de biologische vader van Cleo niet verbroken worden. Uit de beslissing blijkt dus niet dat er sprake is van een zwakke adoptie.

internationale adoptiezaken is het momenteel van groot belang dat ook de buitenlandse wet- en regelgeving erop wordt nageslagen en wordt begrepen. Vele gemeenteambtenaren maken hierbij gebruik van de kennisbank burgerzaken doch niet alle informatie van de kennisbank klopt, zo blijkt nu. Raadzaam is in een dergelijk geval dan zelf de plaatselijke wetgeving door te nemen en, indien nodig, een plaatselijke deskundige advocaat te consulteren. Ook het Internationaal Juridisch Instituut6 kan soelaas bieden. Dit instituut is gespecialiseerd in het bestuderen van buitenlandse wetgeving en jurisprudentie.

Geen interlandelijke adoptie De rechtbank in Den Haag doet in juni van dit jaar uitspraak5 en overweegt daarbij onder meer het volgende: “Het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en de samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie (Haags adoptieverdrag) is niet van toepassing nu er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van een interlandelijke adoptie. Dit omdat de rechtbank aanneemt dat er geen sprake van is dat de minderjarige met het oog op adoptie van Zuid-Afrika naar Nederland is of zou worden overgebracht. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. Verzoeker heeft aangegeven dat hij ten tijde van de adoptie feitelijk in Zuid-Afrika woonde, met de moeder. Dit vindt onder meer steun in de omstandigheid dat verzoeker in 2006 in Zuid-Afrika met de moeder is gehuwd en dat zij samen in 2009 in Zuid-Afrika een kind hebben gekregen. Verder is de minderjarige pas ruim vier jaar na de adoptie naar Nederland gekomen. (…) De rechtbank is van oordeel dat uit de stukken genoegzaam blijkt dat de Zuid-Afrikaanse adoptie een sterke adoptie is zodat zij niet toekomt aan het voorwaardelijke verzoek de adoptie om te zetten naar een adoptie naar Nederlands recht.” Cleo’s adoptie wordt erkend en zij krijgt een Nederlands paspoort. Wat is nu de moraal van dit verhaal? In

Mr. Vera Kidjan is werkzaam bij Everaert Advocaten (www.everaert.nl) in Amsterdam. Heeft u juridische vragen over adoptie, e-mail deze dan naar haar: kidjan@everaert.nl of bel 020-7523217.

1

2

3

4 5

6

Bij een sterke adoptie zullen er nieuwe familierechtelijke betrekkingen ontstaan tussen het adoptiekind en de adoptieouders waarbij de juridische banden met de geboorteouders en hun familie worden verbroken. Bij een zwakke adoptie zullen er nieuwe familierechtelijke betrekkingen ontstaan tussen het adoptiekind en de adoptieouders maar ook de bestaande familierechtelijke betrekkingen met de geboorteouders blijven bestaan. Een kind kan in dat geval vier ouders hebben. Zie ‘Van een zwakke naar een sterke adoptie’, Adoptie Magazine maart 2015, blz. 26-27 Zie: xpertburgerzaken.nl. Rechtbank Den Haag 1 juni 2016, Zaaknummer C/09/502023/FA RK 15-9819 Zie: iji.nl.

JUNI – 2016

25


‘Onze zoon heeft slaapproblemen’ of ‘Onze puberdochter vliegt uit de bocht.’ Adoptieouders die vragen of twijfels hebben over de opvoeding van hun kinderen kunnen terecht bij de advieslijn van de afdeling Nazorg van Stichting Adoptievoorzieningen. Ook geadopteerden, leerkrachten of andere betrokkenen kunnen daar terecht. In deze rubriek komen zaken voorbij waarover wordt gebeld.

Tips voor uit en thuis 1 2 3

4 5 6 7 8 9 10

26

Bekijk vooraf samen foto’s van de vakantieplek (het huisje, het ­speeltuintje, het zwembad) waar jullie naartoe gaan. Neem foto’s mee van opa en oma, het huis, de hond, de poes of andere belangrijke achterblijvers. Plan de dagen niet te vol. ­Probeer vooral veel rust in te bouwen, niets is fijner dan tijd voor elkaar en lekker bij mama of papa op schoot zitten. Blijf bij voorkeur op één plek. Vermijd drukke campings, elke keer nieuwe buren is erg onrustig. Een caravan of camper is heerlijk. Lekker knus bij elkaar in een huisje. Probeer alles in de vakantie zo ­ voorspelbaar mogelijk te maken Vertel je kind regelmatig: na de ­vakantie gaan we weer samen naar huis, naar opa en oma, de poes. Leg voor vertrek een schone pyama klaar op het bed van je kind. Vergeet niet: thuisblijven kan ook. Als je denkt dat je je kind (en jezelf) misschien geen plezier doet om ergens anders te gaan slapen, blijf eens zomervakantie thuis. Dat kan ook.

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

‘We gaan niet zoeken, we gaan gewoon op vakantie’

Adoptieouders van tegenwoordig zijn vaak erg begaan met het geboorteland van hun adoptiekind. Niet zelden geven de inrichting van hun huis en hun favoriete recepten hints naar het land van herkomst en is het bijna vanzelfsprekend dat het hele gezin een keer teruggaat om het land beter te leren kennen. Dat die avontuurlijke reis voor een adoptiekind meer betekent dan een spannende vakantie lijkt evident, maar daarmee is de vraag of het goed is om te gaan of juist niet nog niet beantwoord. Met regelmaat spreken we bij de advieslijn met adoptieouders over hoe je daar een inschatting van kunt maken. Soms werkt het verhelderend om met elkaar wat dingen op een rijtje te zetten, jezelf even hardop te horen beargumenteren waarom je als ouders bepaalde keuzes maakt, of kom je op ideeën waar je weer mee verder kunt. En mogelijk helpt het bij de afweging of het Texel of China wordt volgend jaar.


Vragen rond rootsreizen

Structuur vasthouden of juist niet?

Wel of niet op rootsreis? Wanneer is mijn kind eraan toe? Hoe bereid ik mijn kind voor?

Adoptiemoeder Liesbeth belt om even te bespreken hoe ze met hun gezin straks de vakantie in zullen gaan. Hun jongste zoon Farkas kwam twee jaar geleden bij hen en is nu ruim vijf jaar. Toen hij vier werd, zijn ze langzaam begonnen met wennen op school, waar hij inmiddels zijn plekje in de groep heeft gevonden. Hij heeft veel aan de structuur die hem door de ervaren juf geboden wordt en hij zal na de zomervakantie in deze combinatiegroep 1-2 blijven. Thuis merken ze dat Farkas nog snel uit evenwicht raakt bij spontane gebeurtenissen, het liefst heeft hij een voorspelbaar, vast dagritme. In de zomervakantie staan bij hen thuis echter altijd de deuren open, lopen er vriendjes van zijn oudere broers in en uit, en ze willen toch echt op vakantie naar een camping in Frankrijk. Is het dan nodig om aanpassingen te maken, vraagt Liesbeth zich af.

Wat doe ik als ons ene kind wel graag wil en het andere kind niet? Op de meeste vragen is geen eenduidig antwoord te geven. Maar landen van herkomst zijn steeds makkelijker bereikbaar, en steeds meer ouders met adoptiekinderen in de basisschoolleeftijd overwegen om in de zomervakantie op rootsreis te gaan. Dat brengt vragen en dilemma’s met zich mee, want één ding is zeker, een rootsreis is niet hetzelfde als een ‘gewone’ vakantietrip. De ervaring om weer terug te zijn in het land van herkomst kan een grote impact hebben op de ontwikkeling en opvoeding van kinderen. Soms groter dan verwacht. Dat kan, het hoeft natuurlijk zeker niet altijd het geval te zijn. Heeft u vragen, dan kunt u hierover bellen met de afdeling Nazorg van Stichting Adoptievoorzieningen, dat kan ook als u in al in het buitenland verblijft. Ook heeft de stichting een minibrochure met als titel Rootsreis in de basisschoolleeftijd. In deze brochure staan praktische tips en informatie, die kunnen helpen bij het maken van keuzes. Bestellen kan via www.adoptie.nl.

Samen bespreken we situaties waarin Farkas al om kan gaan met kleine veranderingen of overgangen, om te begrijpen wat daar voor hem voor nodig is. Moeder noemt voorbeelden waarbij ze het van tevoren even meldt, zodat hij weet wat er komen gaat en ook van wat er van hem verwacht wordt. Als ze even in de buurt blijft en zelf heel rustig tegen hem praat, gaat het ook al beter. Ze neemt zich voor daar in de vakantie alert op te zijn en hem direct even bij zich te nemen als ze merkt dat hij onrustig of opstandig wordt. Een vast dagprogramma lijkt niet echt nodig en haalbaar, zo concluderen we, maar het inbouwen van een paar dagelijkse rituelen kan hem misschien wel houvast bieden. Op de camping kunnen ze bijvoorbeeld elke dag een een-op-een-moment creëren, waarbij Farkas de keuze heeft wat hij met moeder samen wil doen. Zo geef je hem ook een beetje controle in een voor hem wat minder overzichtelijke omgeving. Liesbeth komt al pratend zelf op allerlei leuke ideeën om Farkas tegemoet te komen in zijn behoefte aan structuur en voorspelbaarheid, zonder daarvoor de spontaniteit en vrijheid van het vakantieleven helemaal te hoeven inleveren, en ze hangt vrolijk weer op.

Ook advies of hulp nodig? U kunt de Stichting Adoptie­voorzieningen als volgt bereiken: Tel. 030 - 2330340 (keuze 3), ma t/m do van 9.30 tot 12.30 uur. E-mail nazorg@adoptie.nl

MAART – 2016

27


COLOFON Adoptie Magazine Online Onafhankelijk, informerend, signalerend en opiniërend. Voor ­aspirant-adoptieouders, adoptieouders, geadopteerden, ­professionals op het gebied van adoptie en alle anderen die zich betrokken voelen bij afstand en adoptie. Adoptie Magazine Online is uit een uitgave Stichting Adoptievoorzieningen. Het online magazine verschijnt vier keer per jaar.

Vormgeving Studio Jorrit van Rijt

REDACTIE Hoofdredacteur Angela Jans Aan dit nummer werkten mee Erik Draaijer (eindredactie), Zindzi Folmer, Femmie Juffer, Vera Kidjan, Meike Melenhorst, Marion van Olst, Ans Rijk, Chris Thie, Annemarie Vernooij en Renée Wolfs.

zie ook: www.adoptieoudersonline.nl en of www.adoptie.nl

Foto cover Thinkstock 28

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

Redactieadres Postbus 290 3500 AG Utrecht Telefoon: 030 2330344 e-mail: redactie@adoptie.nl

Kopij Bijdragen, ingezonden brieven of tips zijn van harte welkom. Neem daarvoor contact op met bovenstaand telefoonnummer of e-mailadres. Overname van artikelen is alleen toegestaan na voorafgaande ­toestemming van de redactie en desbetreffende auteur. Verzoeken tot overname dienen gericht te worden aan de hoofdredacteur.

Adoptiemagazine online #2 juni 2016  

Thema: vakantie

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you