Page 1

JAARGANG 4 • NUMMER 02 • JUNI 2019

magazine online

V O O R W I E B E T R O K K E N I S B I J A F S TA N D E N A D O P T I E

THEMA

Kleur

IN DIT NUMMER

‘Hoe is het om ALLOCHTOON te zijn?’

FORUM open voor ouders van pubers Femmie Juffer: ‘ACCEPTATIE THUIS is de basis’


TEKST ANGELA JANS

REDACTIONEEL

REDACTIONEEL

BLOG KIM

Kleur

Roze

De boze buitenwereld ziet het daarentegen vaak maar al te goed. Niet zelden lopen geadopteerden tegen discriminatie aan. Moeders zien het voor hun ogen gebeuren, bij de douane of de drogist. In dit nummer van het Adoptiemagazine vertellen verschillende ouders en geadopteerden over hun ervaringen. Ook Femmie Juffer gaat in op het thema: Kleur. Zij werkt momenteel aan een boek hierover dat in het najaar zal verschijnen. Verder in dit nummer onder meer een artikel over het proefschrift ‘The transnational illegal adoption market’ waarop rechtsgeleerde Elvira Loibl op 15 mei aan de Universiteit Maastricht promoveerde. Journalist Hélène van Beek bekeek de dissertatie en las volgens haar: ‘wonderlijke en op z’n zachtst gezegd opmerkelijke’ conclusies. Daarnaast ook dit keer natuurlijk weer ruimte voor de vaste rubrieken als: Gelezen/gezien, het Drieluik en Wetten en Regels.

Ze wil jongensdingen voor haar verjaardag. Daaronder verstaat ze bestuurbare auto’s, dingen met dino’s en dat soort zaken. Schietdingen komen er niet in, dat weet ze. Ze zit op breakdance, als enige meisje tussen de jongens. Qua kleding zijn de stoere broeken en shorts veel populairder dan een jurk. Ze heeft vriendinnen en ook vrienden, op haar feestje is de verdeling ongeveer fifty fifty. Een vriendje wilde geen zusje, maar toen hij zich bedacht dat er ook stoere meisjes waren, dan was het wel prima. Het stoere meisje wat hij in gedachten had was N. In Nigeria is dit al ­begonnen. Mijn kledingstijl voor haar was vooral niet zoetsappig en al helemaal niet roze. Een grijze legging met een strepenshirt werd meteen als boy-clothes e, i sj e afgedaan bij de Nigem ISto ck, willekeurig rianen. 1-0 achterstand voor deze mama. Gelukkig had ik er wel aan gedacht oorbellen mee te nemen voor het geval ze gaatjes in de oren had. Die had ze, dus een van de nannies deed de oorbellen snel en vakkundig in. Voor officiële gelegenheden in Nigeria duikelde ik een haarband op, gekregen van een vriendin, en sokjes met roezels. Ook gekregen, dat moge inmiddels duidelijk zijn.

THEM

15

Thema 2

Redactioneel

Het Drieluik

Vaste Rubrieken

11

4

KORT Ruimte voor ­aankondigingen, nieuws, gadgets en een column van adoptiemoeder Sandra Benschop

12

ONDERZOEK BELICHT Illegale adopties blijven m ­ ogelijk door wegkijkende instanties – Hélène van Beek

14

ACTUEEL Forum Adoptieoudersonline uitgebreid – Yvonne Geelen

2

Blog: Roze

6

‘Kleur speelt echt wel een rol’ – Angela Jans

16

15

22

A

Kleur

6 .

Adoptiekinderen zijn er in verschillende geuren en kleuren, lengtes en maten, bij adoptie hoort dat keuzes gemaakt moeten worden. Voor leeftijden, mogelijke special needs, het land van herkomst en dus ook kleur. Mensen met verschillende huidskleuren zijn geen uitzondering in adoptiegezinnen, maar hoe wordt daarmee omgegaan? Wordt er aan de keukentafel over de diversiteit gesproken of juist niet? ‘Oprecht, ik zie niet dat mama een andere kleur heeft’, zegt de uit Nigeria afkomstige Dunsi hierover over haar melkwitte moeder Nanon. Tsja.

JUNI 2019

INHOUD

ni et N

‘Mogen ze donker zijn?’ Het was een van de vragen die Irma van Geemen moest beantwoorden toen ze aan het begin van de adoptieprocedure stond. Ja dat mocht! Samen met haar man adopteerde ze vervolgens twee jongens uit Colombia.

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

WK Adoptiekids: Leuk, leuk, leuk! – Angela Jans

25

Acceptatie thuis is de basis – Femmie Juffer

GEBOORTEMOEDER Tegenwoordig zou je het anders doen – Martina Smit GEADOPTEERDE Ik ben meer Nederlander dan Chinees – Quan Keijsers ADOPTIEMOEDER We horen bij elkaar – Irma van Geemen

18

18

Op basis van de oorbellen was altijd meteen duidelijk dat N echt een meisje was. Het dochtertje van vrienden, volledig in roze, met jurk, maar geen gaatjes in de oren, werd betiteld als jongen. We lachten er maar om samen. (…)

20

a.jans@adoptie.nl

2

Lees het vervolg van dit verhaal en de ­ervaringen van nog meer adoptieouders in hun blogs op: www.adoptie.nl/blogs

BEGELEIDING BESPROKEN Symposium over oprichting Kenniscentrum – Angela Jans

24

Veel leesplezier en een fijne zomer! Angela Jans

WETTEN EN REGELS – Vera Kidjan

22

GELEZEN/GEZIEN – Chris Thie en Meike Melenhorst

26

VRAGENDERWIJS

28

COLOFON 3


TEKST ANGELA JANS

KORT

In de rubriek Kort is ruimte voor aankondigingen, nieuws en discussie. Heeft u een tip voor een bijeenkomst, een film of een lezing? Laat het ons weten: redactie@adoptie.nl.

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

Adoptie en hiv/hepatitis

Onderzoek naar ­illegale adopties

‘Adoptie van een kind met hiv/hepatitis’, dat is de titel van een themabijeenkomst die op 4 oktober wordt gehouden. Aspirantadoptieouders en hun naasten zijn vanaf 13.30 uur welkom in De Bilt. Tijdens deze middag vertellen een kinderarts en een hiv-verpleegkundige over onder andere de besmettingsrisico’s en behandel- en begeleidingsmogelijkheden. Na de pauze komen twee adoptieouders aan het woord over hun ervaringen. Uiteraard is er ruimschoots de gelegenheid om vragen te ­stellen zoals: Wat houden deze aandoeningen precies in? Hoe groot zijn de besmettingsrisico’s? Hoe zit het met de behandelmogelijkheden? Wat is de levensverwachting van kinderen met deze aandoening? Hoe ga je als gezin om met taboes rond deze aandoeningen en met negatieve ­reacties?

Onder leiding van Tjibbe Joustra gaat een commissie onderzoek doen naar illegale interlandelijke adopties. Het gaat om ­adopties in de periode van 1967 tot 1998 uit verschillende landen zoals Bangladesh, Brazilië, Colombia, Indonesië en Sri Lanka. Uiterlijk 1 oktober 2020 moeten de resultaten op tafel liggen. De commissie kan specifieke onderzoeks­ opdrachten uitzetten bij wetenschappers, krijgt toegang tot alle informatie die aan­ wezig is bij de betrokken departementen en kan (voormalige) ambtenaren horen. Het secretariaat van de commissie verricht haar werkzaamheden buiten het ministerie van Justitie en Veiligheid. Naast de commissie en het secretariaat zal er ook een externe begeleidingscommissie worden ingesteld met daarin experts en (ervarings)deskundigen. De commissie sluit het onderzoek af met een rapport dat wordt aangeboden aan opdrachtgever Sander Dekker, de ­minister voor Rechtsbescherming.

> MEER INFORMATIE

Kosten 25 euro per persoon, meer informatie, bel: 030-2330340 (keuze 2) van maandag t/m vrijdag van 09.00-14.00 uur.

‘Zoektocht naar het verleden’

Bijeenkomst voor ­familie en vrienden

Armoede, ziekte, lichamelijke beperkingen, incest, verkrachting, status, ontvoering... Legio mogelijkheden waarom een kind te vondeling gelegd kan zijn in China. Yanina Verplanke uit Gent zocht naar antwoorden over de ware toedracht van haar achterlating in China. Ze verwerkte dit samen met haar adoptiemoeder Claudia Waas tot een nieuw boek: ‘Zoektocht naar het verleden - Een Chinese geadopteerde op zoek naar haar roots’. Dit is het vervolg op het in 2012 door haar gepubliceerde boek: ‘Terug naar waar ik geboren ben’. Met haar nieuwste werk hoopt zij anderen te steunen die ook geadopteerd zijn. Het boek is verschenen bij uitgeverij Boekscout, prijs 18,50 euro.

Meilingdag Vliegtuigmuseum Aviodrome in Lelystad is dit jaar het decor van de jaarlijkse Meilingdag. Kinderen die geadopteerd zijn via deze vergunninghouder en hun ouders zijn op zaterdag 21 september vanaf 10.00 uur welkom in het attractiepark om zich met elkaar en de vliegtuigen te vermaken.

> MEER WETEN? Kijk op www.boekscout.nl > MEER INFORMATIE

Volgt binnenkort op: www.meiling.nl 4

Voor familieleden en goede vrienden van mensen die een kind gaan adopteren wordt op 3 juli een informatieve bijeenkomst gehouden. Aan de orde komen vragen als: Onder welke omstandigheden hebben adoptiekinderen geleefd? Kan een kind zich nog wel hechten aan nieuwe ouders? Waar moet je op letten bij de opvoeding en wat kan ik doen om het gezin straks te helpen? Familieleden en andere betrokkenen vertellen over hun ervaringen. Tot slot is er gelegenheid om vragen te stellen.

JUNI 2019

TEKST

Sandra Benschop

Brown ‘Voetballer-zijn is mijn identiteit. Ik ben een oranje leeuwin’, zegt Merel van Dongen in de Volkskrant in het eerste weekend van het WK-voetbal. Kun je een kleur zijn? Of heb je een kleur? Diezelfde vraag stelde ik mezelf bij het zien van het toneelstuk A Seat at the Table. Pijnlijk theater over je buitengesloten voelen op basis van je huidskleur en identiteit. Zwart-zijn heeft maar zelden met de kleur van iemands huid te maken, maar alles met identiteit. Thuis praat ik aan de keukentafel met de jongens over kleur. Als ik iets probeer uit te leggen over politiek correct praten over de kleur van je huid en dat er nog maar twee smaken over zijn, zie ik twee paar verbaasde ogen tegenover me. “Ik ben toch niet zwart!” Het klinkt bijna verontwaardigd, alsof ik iets aan mijn ogen mankeer. Ook de vraag welke kleur ik dan heb, wordt begroet met opgetrokken wenkbrauwen; wit zeker niet, iets met geel, roze en eigenlijk heel, heel licht bruin, is waar ze op uit komen. Eigenlijk allemaal bruin dus. Met heel veel nuance. Ik vertel hun een verhaal uit de oude doos. Hoe ik met de oudste op mijn rug, toen hij een prulletje van nog geen twee was, eindeloos door Nairobi slenterde. En dat ik dagelijks een praatje maakte met een verkoopster in een stoffenzaak. Op een dag toen prulletje al wat meer praatjes had, keek ze van hem naar mij en vertrouwde mij toe: “He’s getting brown.” Huh? Dat was hij in mijn ogen al. Maar ik zag iets over het hoofd. Dat prulletje zwart was bij geboorte, legde ze uit, maar nu onder mijn invloed aan het verbleken was. Aha! Ik, bijdehand: “Ik woon hier nu ook al een tijdje ... Am I getting brown?” Ik heb zelden iemand zo kostelijk in lachen uit zien barsten: “Girl!!! You are never gonna get brown!” Kleur en identiteit zijn beladen en complexe begrippen in onze tijd. Het besef dat er systemen van uitsluiting werkzaam zijn, dringt maar langzaam door. Denk niet zwart, denk niet wit, maar in de kleur van je hart, is actueler dan ooit. Gelukkig zijn er weken dat ons aller hart oranje is.

> MEER INFORMATIE

De bijeenkomst is van 13.30 tot 16.30 uur in de Bilt. Deelname kost 25 euro per persoon. Meer weten of aanmelden, ga naar: www.adoptie.nl.

Sandra Benschop is getrouwd met Gert-Jan van Wijk. Samen zijn ze de ouders van Matthew en Joseph. ZIE OOK: SANDRABENSCHOPCOACHT.NL

5


THEMA KLEUR

TEKST ANGELA JANS

‘Kleur speelt echt wel een rol’

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

G

emengde adoptiegezinnen worden nogal eens openlijk nagestaard. Een donker kind op wintersport? “Dat meisje zal wel geadopteerd zijn”, klinkt het pardoes door de gondellift. Op de camping wordt de eigenares gewaarschuwd door een bezorgde gast: “Ik zag net twee donkere jongens lopen bij het ­toiletgebouw.” Waarop de witte vrouw antwoordt: “Oh,

JUNI 2019

Net doen alsof er geen verschil is, is geen optie, zo bleek enkele jaren geleden tijdens een symposium van vergunninghouder A New Way in Nijmegen. Onder de titel ‘Kleurenblind, kleur doet er niet toe …?!’ lieten zij ervaringsdeskundigen aan het woord. Onder hen ­Steven Brunswijk, bekend als de Braboneger. “Ik ben een Nederlander maar ik word vaak niet zo behandeld vanwege mijn kleur. Probeer in de schoenen van je kind te gaan staan en leer ze om voor zichzelf op te komen”, adviseerde hij de zaal vol witte (aspirant-) adoptieouders. Rhonda Mae Roorda, een Afro-Amerikaanse die is geadopteerd door witte ouders die vanuit Friesland naar Amerika waren geëmigreerd, liet weten: “Tegen je kinderen zeggen: ‘Kleur doet er niet toe’ is fout. Want hoe goed bedoeld misschien ook, het doet er wél toe. En de kinderen worden er buitenshuis vroeg of laat mee geconfronteerd – hoe dan ook”, aldus de Amerikaanse, die vier boeken publiceerde over transracial adoptions. En het houdt ook niet snel op, niet na de puberteit, niet na de middelbare school. Sterker nog, volgens een betrokken oma: “Adoptie is levenslang, zeggen ze weleens. Nou dat klopt. Mijn dochter is onlangs bevallen van een prachtig kind en is er bij het consultatiebureau nu al twee keer uitgepikt. De eerste keer omdat haar baby het risico zou lopen op een taalachterstand omdat uit de papieren blijkt dat moeder niet in Nederland is geboren! Nee, ze werd als baby geadopteerd uit India en we spreken sindsdien vloeiend Hindi tegen haar. Hou toch op, natuurlijk niet. Waar halen ze het lef vandaan? De tweede keer was het vanwege risico op een ontwikkelingsachterstand of iets dergelijks. Ik zeg tegen mijn dochter: ‘Dien een klacht in, het is gewoon discriminatie.’ Maar dat doet ze niet. Ze zegt: ‘Mam, laat maar. Ik maak dit soort dingen zo vaak mee …’ Nog erger! Ik kan er heel slecht tegen.”

Hoe is het om met een kleurtje op te groeien bij ouders die een witte huidskleur hebben? In een maatschappij die door witte mensen wordt gedomineerd? Gezinnen met geadopteerde kinderen bestaan niet zelden uit verschillende kleuren. Durf je daar over te praten of hoeft dat niet? FOTO'S: ISTOCK. NB DE PERSONEN OP DE FOTO’S BIJ DIT ARTIKEL ZIJN MODELLEN EN NIET DE MENSEN DIE HIERIN AAN HET WOORD KOMEN.

6

dat zijn waarschijnlijk mijn kinderen.” Daarmee wordt prompt en tijdelijk een ‘roodkleurige’ campinggast aan het palet toegevoegd… En een moeder van een multi­ cultureel gezin ziet pal voor haar neus gebeuren dat haar (bruine) kind bij de drogist als enige een beveiliger achter zich aan krijgt. Om maar een paar cliché-voorbeelden te noemen. Negeren of acteren?

In de documentaire ‘Wit is ook een kleur’ (2016) laat Sunny Bergman zien dat het denken over kleurverschil al jong begint en diep zit. In een experiment waarbij ze kinderen van verschillende kleur en komaf vragen stelt over een zwarte en witte babypop, maken de kinderen ongegeneerd ‘verkeerde’ ofwel ‘kwetsende’ keuzes, in ieder geval onwenselijke keuzes in de ogen van ‘correcte’ denkers. Driekwart van de kinderen zegt namelijk te denken dat de witte pop het slimst is, en de meeste wijzen direct naar de zwarte pop in antwoord op de vraag welke pop ze denken dat het stoutst is en straf verdient. Adoptieouders en geadopteerden vertellen hierna over hun ervaringen.

>>

7


JUNI 2019

THEMA KLEUR

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

JUNI 2019

‘Iedereen kent Dunsi’ Dunsi (spreek uit : doen-si) Schuurman (16): “Als het gaat om racisme, mag ik er niet over klagen. Of ik heb er geen last van omdat ik er goed mee om kan gaan, dat zou het ook kunnen zijn. In ieder geval heb ik er geen last van. Andersom merk ik wel dat mensen niet verwachten dat ik op het gymnasium zit, of dat ik best een intelligent gesprek kan voeren.” Zou dat dan toch misschien met haar bruine huidskleur te maken hebben? Dunsi, geboren in Nigeria, spreekt die mogelijkheid niet uit maar suggereert het wel. En ja, ze ziet mensen soms wel eens lichtelijk argwanend kijken als ze met een stel gekleurde vrienden en vriendinnen op een kluitje op straat staat. Dunsi was zes jaar oud toen ze samen met haar drie jaar jongere biologische zusje werd geadopteerd door Nanon Soeters en haar man. Het is inmiddels tien jaar geleden dat de kinderen vanuit hun Afrikaanse geboorteland naar Nederland kwamen. Het gezin ging in Bergen (NH) wonen. Omdat in die plaats en omgeving redelijk veel buitenlandse medewerkers van de kerncentrale in Petten vertoeven, vielen Dunsi en haar zus niet heel erg op. Ze spraken bovendien Engels, de voertaal op de plaatselijke internationale school. Dus dat was makkelijk. “Ik hou heel erg van talen”, zegt Dunsi. “Momenteel volg ik Chinees als extra keuzevak. Het is een klanktaal, net als Yoruba, de taaI die in Nigeria wordt gesproken. Ik ga op bezoek naar China met uitwisseling van school, dat lijkt me heel gaaf. Maar op welke school ik ook zit, iedereen kent Dunsi! Ik ben een leidertje. Op de eerste school waar ik kwam, vond ik alle kinderen leuk, vooral omdat het allemaal nieuw voor me was. Tot ik naar een

8

andere klas ging, toen heb ik echt zelf mijn vriendjes uitgekozen.” “Oprecht, ik zie geen kleurverschil met mama. Het is niet het eerste wat mij opvalt, het gaat wat mij betreft echt om de persoonlijkheid van iemand.” Moeder Nanon: “Onze jongste viel het wel op. Als we in het begin toen ze hier in Nederland waren samen in bed lagen, begon zij regelmatig aan mijn neus te voelen. Die vond ze idioot groot. En ze heeft weleens gezegd: ‘Als jij nou veel chocolademelk drinkt en ik gewone melk, dan krijgen we misschien wel dezelfde kleur.’ Waarop ik zei, ze was nog jong: ‘Hoe graag ik het ook wil, zo werkt het niet.’ We deden soms alsof we een rits in ons lijf hadden, zodat we van vel konden ruilen. Maar dat paste natuurlijk niet. We kunnen onze kleur niet veranderen, concludeerden we dan.” Dunsi: “Ik had er niks mee. Ik ben er misschien wel door gepest, maar ik zag het echt niet. Mijn vriend wel. Hij is ook geadopteerd uit Nigeria en heeft het over white privileges. Hij reageert vanuit zijn ras. Door hem lees ik nu ook een boek over de geschiedenis van zwarte mensen. We hebben elkaar leren kennen tijdens een Auntie-weekend, een stichting voor gezinnen met geadopteerde kinderen uit Nigeria. Eén keer per jaar is dat, dan komen we ergens in een vakantiepark of zo met 200 tot 250 mensen als een grote familie bij elkaar. Dat is heel leuk, dan hoef je elkaar niks uit te leggen, ook weleens prettig. Maar ik voel me over het algemeen totaal niet buitengesloten door mijn kleur, niet in ons gezin, niet in het dorp of stad, niet op school. Het maakt mij niet uit, ik val toch wel op, daar zorg ik zelf wel voor.”

‘Hoe is het om allochtoon te zijn?’ Irma van Geemen (55): “Het was een van de vragen die we in het begin van de adoptieprocedure ­moesten beantwoorden: ‘Mogen ze donker zijn?’ Geen moeilijke vraag voor ons: ‘Ja, dat mocht. Zeker!’ We gaven de vergunninghouder eigenlijk min of eer een vrijbrief, het maakte ons niet uit welke kleur, welk land, alleen wilden we wel graag twee of drie kinderen tegelijk adopteren, biologische broertjes en/of zusjes. Dat leek mij voor de lange termijn het beste voor de onderlinge verstandhouding binnen het gezin. Het hoefden wat mij betreft geen baby’s te zijn, wat ouder vonden we geen probleem, eerlijk gezegd wel prettiger zelfs. Ze waren vijf en twee jaar oud, onze kinderen, toen we ze in 1997 in Bogotá, Colombia gingen ophalen. Twee jongens, onze ­zonen!” “De oudste ging vrij snel naar school, dat wilde hij zelf heel graag, en doorliep die ook vlot. Hij heeft civiele techniek gestudeerd in Delft en werkt nu voor een grote aannemer. De jongste paste van het begin af aan niet zo goed in het (school)systeem. Hij zei: ‘Als ze toch denken dat ik niet wijs ben, doe ik ook maar of ik gek ben.’ Hij speelde vaak de clown, volgens mij om te testen of hij wel gezien werd.” “In het tweede jaar van de middelbare school werd hem door de godsdienstleraar de vraag gesteld: ‘Hoe is het om allochtoon te zijn?’ Hij wist niet eens wat dat

betekende, maar vanaf dat moment is hij zich heel bewust geworden van zijn kleur. Zo zorgde hij er sindsdien bijvoorbeeld voor dat hij voortaan op school alleen nog (donker) gekleurde vrienden had. Hij heeft het echt zwaar gehad in de puberteit, onder meer rond de vraag: waar hoor ik? Hij heeft ook vaak gezegd: ‘Had me daar maar gelaten.’” “Discriminatie ervaart hij zeker. Als hij weer eens een bepaald kort kapsel heeft, zegt zijn broer: ‘Oh jee, nu komen we met stappen weer nergens binnen.’ Hij heeft ook heel veel gedoe gehad met de politie. Vaak wordt hij er door de politie uitgepikt. Hij is zelfs een keer uit een volle bus gehaald om dat ergens in de buurt een vechtpartij was geweest, achteraf door iemand met rood haar (!) die Mo heette. Deze jongen zat ook in die bus maar hij mocht blijven zitten… Mijn zoon heeft zelfs onterecht vastgezeten, daar heeft hij later een schadevergoeding voor gekregen, maar wat koop je daarvoor? Meestal, eigenlijk nooit, kun je niet bewijzen dat het om de kleur gaat. Al heb ik het zelf ook vaak genoeg zien gebeuren dat er verschil wordt gemaakt. Als de jongens op het vliegveld voor me staan bij de douane heb ik meerdere malen meegemaakt dat ze eruit gepikt werden. Tot ik zeg dat het mijn kinderen zijn, dan hoeft die extra check ineens niet meer… Hoe kun je verwachten dat ze meedoen in een maatschappij die ze zo afwijst? Ze vinden het heel vervelend, want ze willen >> erbij horen. Maar kleur speelt echt wel een rol.”

9


JUNI 2019

THEMA KLEUR

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

RUBRIEK DRIELUIK

> GEBOORTEMOEDER

Martina Smit

drieluik

Tegenwoordig zou je het anders doen

‘Dat hebben wij hier niet’ Wiwin Veendijk (40): “Op de middelbare school was geschiedenis mijn favoriete vak. De docent heette Leen van den Berg, een man die idolaat was van zijn beroep. Tijdens schoolvakanties maakte hij verre reizen, het liefst naar plekken met een indruk­ wekkende historie. Na de vakantie wist hij altijd zijn reiservaringen door de geschiedenislessen te vlechten zodat iedereen aan zijn lippen hing.” “Zo kwamen we bij het onderwerp apartheid. Na een vurig betoog over de obstakels tussen mensen met een verschillende huidskleur, keek Leen om zich heen en sloot af met de woorden: ‘Gelukkig hebben wij dat hier niet. De hele klas is blank!’ Waarop de hele klas zich omdraaide, naar mij keek en zei: ‘Dat is niet waar meneer! Zij heeft een andere kleur.’ Geschrokken keek Leen me aan en zei: ‘Dat was me helemaal niet opgevallen. Voel jij ook die kloof?’ Drieëntwintig paar ogen keken me aan en voor het eerst in mijn leven besefte ik pas echt dat ik een andere huidskleur had dan de (meeste) mensen in mijn omgeving. ‘Nee meneer’, antwoordde ik, me ontzettend bewust van al die blikken die op mij gericht waren.” “Thuisgekomen liet ik deze gebeurtenis nog eens even goed op me inwerken. Voelde ik een kloof? Voelde ik mij anders omdat ik ben geboren in Indonesië en geadopteerd door Nederlandse ouders? En zo ja, lag dit dan aan mijn huidskleur? Mijn conclusie was dat ik het met Leen eens was: nee, helemaal niet!”

10

“Toch speelde huidskleur wel vaker een rol. Zo herinner ik mij een voorval met mijn broertje. Hij vond de sinterklaastijd geweldig. De cadeautjes, het schoentje zetten en vooral de Zwarte Pieten. Ze klauterden en klommen, ze haalden kattenkwaad uit en konden rijden op zo’n fiets met een wiel. (Misschien goed te vermelden, dit alles speelde zich af in de tijd, vér voor de discussie over de knecht van de Sint.) Samen speelden we dat de pakjesboot aankwam en we ontzettend verrast werden door alle cadeaus. Thuis hadden we een echte schoorsteen en uit volle borst galmden we de liedjes omhoog en mocht papa het rookkanaal vooral niet dichtmaken, want dan konden Sint en Piet niet naar beneden.” “Op de kleuterschool in het dorp waar we woonden, mochten op 5 december alle leerlingen verkleed komen. Sommigen kwamen als Sint, met een capeje en een mijter. Mijn broertje had bedacht dat hij als Zwarte Piet wilde gaan. Met pofbroek, kraagje en zwarte schmink. Als Indonesische Javaan met een vrij donkere huidskleur, in een wit dorp, was de eerste reactie van een aantal kindjes: ‘Waarom heb jij schmink op? Jij bent toch al bruin?’ In al zijn onschuld keek mijn broertje de kindjes aan en zei: ‘Ja maar dat is toch niet dezelfde kleur als Zwarte Piet?’ De kinderen keken hem aan en vervolgens werd verder gespeeld. Geen vragen, geen oordeel en mijn broertje was Piet!”

In de trein, op weg naar een bijeenkomst voor afstandsmoeders bij Fiom in Den Bosch, kwam ik mijn pedicure tegen. Ze vroeg me: ‘Waar ga je heen?’ Ik zei: ‘Naar Fiom.’ Waarop ze zei: ‘Oh, dat is toevallig, ik ook.’ Bleken we dus allebei naar dezelfde bijeenkomst te gaan voor vrouwen die een kind hebben afgestaan. En het toeval werd nog groter. Ik liet haar vervolgens een foto van mijn afgestane dochter zien en zij zei onmiddellijk: ‘Oh, dat meisje ken ik.’ Ik schrok me rot en antwoordde: ‘Niks zeggen, niks zeggen, ik wil niet weten waar ze woont.’ Mijn dochter was op dat moment een jaar of zestien. De foto had ik via de Raad voor de Kinderbescherming gekregen. Ik had er zelf om gevraagd omdat ik tot dat moment steeds om me heen keek en me bij elke Monique die ik tegenkwam, afvroeg of het misschien mijn dochter was, of ik haar zou herkennen. Maar ik wilde haar leven verder niet verstoren. Het initiatief voor een eventuele ontmoeting liet ik volledig aan haar. En toen ze een jaar of twintig was, is er inderdaad contact gelegd. We hebben elkaar ontmoet en meteen urenlang gesproken. Achteraf, veel later, heeft ze me verteld dat ze op dat moment heel erg teleurgesteld was. Ze had gehoopt dat ze qua uiterlijk op mij zou lijken, dat bleek niet het geval. Ik zag wel dat ze veel weg had van de zussen van haar vader. Uiteindelijk heeft ze hem ook ontmoet. Hij bleek niet moeilijk te vinden. Ik kon haar vrij veel gegevens over hem verstrekken, want mijn ouders en zijn ouders waren destijds bevriend, we hadden drie jaar een relatie toen ik zwanger werd. Ik was negentien, maar mijn ouders

hebben zo op me ingepraat om afstand te doen, dat dat het beste was voor het kind, dat ik het op een gegeven moment geloofde. Extra wrang, omdat ik zelf ook ben afgestaan en geadopteerd. De plek waar het gebeurde, zie ik zo nog voor me. Iemand zei: “Dat zijn jouw papa en mama.” Ik was bijna vier jaar oud en had al in drie verschillende kindertehuizen gezeten. Vervolgens werd er nooit meer over adoptie gesproken. Er werd gedaan alsof er niks was gebeurd, dit waren gewoon mijn ouders. Maar ik voelde heel goed dat er iets niet klopte. Heel vaak heb ik me teruggetrokken op mijn zolderkamertje, ik voelde me niet begrepen. Achteraf weet ik dat het hele dorp het wist dat mijn broer en ik geadopteerd waren, iedereen, behalve wij. Pas op mijn zestiende heb ik het officieel gehoord. Vijf dagen na de bevalling in het ziekenhuis is mijn dochter opgehaald. Een maand later ben ik als verpleegkundige aan het werk gegaan. Daar kon ik ook meteen intern. Ik leerde een verpleger kennen en raakte opnieuw zwanger. We zijn getrouwd en hebben drie kinderen gekregen. Voor mijn 25ste was ik al vier keer bevallen. Toen heb ik me laten steriliseren. Op mijn manier genoot ik aanvankelijk wel van mijn huwelijk en de kinderen, maar het liep vrij LEEFTIJD snel vreselijk mis en ik ben op een gegeven 72 jaar, moment met de kinderen gevlucht. Na enkele omzwervingen ben ik nogmaals geMoeder van vier kinderen, trouwd en ook weer gescheiden. een afgestaan De biologische vader van Monique heeft haar verteld dat hij zich heel lang schuldig BEROEP heeft gevoeld ten opzichte van mij. Maar verpleegkundige dat hoeft niet. Tegenwoordig zou je het heel anders doen, in die tijd was het niet WOONPLAATS Oss anders.

11


RUBRIEK ONDERZOEK BELICHT

TEKST HÉLÈNE VAN BEEK

ILLEGALE ADOPTIES BLIJVEN MOGELIJK DOOR WEGKIJKENDE INSTANTIES

C

um laude. Zo promoveerde rechtsgeleerde Elvira Loibl op 15 mei aan de Universiteit Maastricht op het proefschrift ‘The transnational illegal adoption market: A criminological study of the German and Dutch

­intercountry adoption systems’. Journalist Hélène van Beek bekeek de dissertatie van 518 pagina’s dik en las ‘wonderlijke en op z’n zachtst gezegd opmerkelijke’ conclusies. Loibl vergeleek de internationale adoptiepraktijken van Nederland en Duitsland. En kwam tot de conclusie dat er in beide landen te weinig toezicht op adopties is. En dat belangen van de veelal ongewild kinderloze wensouders meer tellen dan die van het te adopteren kind en zijn biologische ouders. Deze conclusie zou schokkend moeten zijn, maar is het niet. Omdat algemeen bekend is dat buitenlandse adoptieprocedures zeer vaak corrupt zijn. Adoptie wordt niet voor niets, al lang, kinderhandel genoemd. Kinderen worden onder valse voorwendselen bij hun biologische ouders weggehaald, en door kinder- of ziekenhuizen verkocht. Door het vervalsen van documenten worden deze adopties vervolgens witgewassen, stelt ook Loibl. Adopties daalden wereldwijd met 80 procent. Maar omdat autoriteiten zowel in landen van herkomst als in adopterende landen wegkijken, blijft deze adoptiemarkt wel bestaan.

KLOKKENLUIDER ROELIE POST Als er misstanden bekend worden, dan komt dat vooral omdat journalisten ze blootleggen. Loibl noemt tvprogramma’s Zembla en Brandpunt die adoptieschandalen in Bulgarije, Ethiopië en Sri Lanka aan de kaak stelden. Ook Argos (VPRO-radio) berichtte meermalen over corruptie in Ethiopië. En dagblad Trouw schreef veel over malafide adoptiepraktijken. Vaak nadat ze hierover informatie kregen van de Nederlandse Roelie

12

Post, auteur van het boek ‘Romania for Export Only’ (2007), over corrupte adoptiepraktijken ten tijde van de toetreding van Roemenië tot de Europese Unie. Post was als ambtenaar van de Europese Commissie met mensen- en kinderrechten in Roemenië belast. Zij kreeg geen erkenning als klokkenluider en moest een jarenlange, bittere strijd voeren nadat ze op een zijspoor was gezet. Roelie Post en Arun Dohle – een in Duitsland ge­ adopteerde Indiër met zelf een ‘corrupt adoptiedossier’ – onderzoeken en bestrijden de wereldwijde adoptie­­ corruptie al meer dan tien jaar met de door hen opgerichte organisatie Against Child Trafficking (ACT). Zij overtuigden Ina Hut, destijds directeur van vergunninghouder Wereldkinderen, van misstanden in China, India, Haïti en Ethiopië. Volgens Loibl zag Hut uit zichzelf het licht. Hut meldde de corruptie inderdaad bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, zoals Loibl beschrijft. Maar het ministerie greep niet in omdat handelsbelangen belangrijker waren. Het was ook Hut die Post en Dohle vroeg adopties uit Ethiopië te onderzoeken. In het rapport ‘Fruits of Ethiopia’ concluderen zij dat bij 19 van de 25 adopties (periode 2004-2009) sprake was van onregelmatigheden. Het betrof, aldus ACT, niet toevallig een paar ‘rotte appels’ maar een corrupt systeem. Over Arun Dohle, die haar intensief hielp met leveren van bewijs voor adoptieschandalen, is Loibl desondanks niet zo positief: “Wiens enthousiasme en ja, soms tot

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

JUNI 2019

vervelens toe, vasthoudendheid mij zeer hielp de donkere onderkant van de adoptie-industrie te ontdekken.” Wonderlijk. Een wetenschapper die corrupte adopties onderzoekt, noemt degene die haar gedetailleerd informeert vervolgens ‘vervelend’.

tici, adoptanten, conservatieve denktanks en juridische wetenschappers die de ernst en de reikwijdte van de illegale en negatieve adoptiepraktijken ontkennen.” Maar de macht van deze allesbepalende lobby komt in het proefschrift niet aan bod.

VN-KINDERRECHTENVERDRAG

Opmerkelijk ook is dat de Amerikaanse rechtsgeleerde prof. David Smolin (Samford University, VS) in haar beoordelingscommissie zit. Hij adopteerde twee meisjes uit India maar wist op het moment dat ze in Amerika uit het vliegtuig stapten al dat het fout was en “deze kinderen niet in de Verenigde Staten wilden zijn”. Smolin vertelt in de Duitse documentaire ‘Babies for Sale Welweit’ (WDR, 9 oktober 2008) dat het illegale adopties vanuit een kindertehuis betreft, geregeld zonder toestemming van de moeder. Maar hij en zijn vrouw legaliseerden deze adopties vervolgens wel. Smolin is thans een befaamde adoptiecriticus.

Loibl noemt een pijler van adoptieprocedures, het Haagse Adoptieverdrag uit 1995, het ‘Paard van Troje’. De intentie ervan is volgens haar goed: illegale adopties voorkomen. In de praktijk komt van de ethische normen uit het verdrag echter weinig terecht, stelt ze. De adopterende landen, in dit geval Nederland en Duitsland, ‘monitoren’ te weinig ofwel er is onvoldoende controle waardoor de corrupte adoptie-industrie kan blijven bestaan. Volgens critici, onder aanvoering van Post, maakt Loibl een fundamentele fout. Niet het Haags Adoptieverdrag moet leidend zijn bij adopties, wat nu wel het geval is, maar het VN-kinderrechtenverdrag. In het Haags Adoptieverdrag wordt adoptie gezien als een ‘kinderbeschermingsmaatregel’ en daardoor wordt adopteren gemakkelijk en kunnen illegale adopties worden gelegaliseerd. Het Haags Adoptieverdrag ondermijnt volgens Post het VN-kinderrechtenverdrag waarin staat dat een kind het beste in de eigen omgeving kan opgroeien. Als biologische ouders daartoe niet in staat zijn, moeten de mogelijkheden bij familie of anderen worden onderzocht. Adoptie wordt in het VN-kinderrechtenverdrag een extreme uitzondering.

De pers besteedde weinig aandacht aan Loibls dissertatie. Maar adoptie is momenteel wel volop en negatief in het nieuws. Tv-programma Nieuwsuur had recent een uitzending over grootschalige fraude met adoptie van kinderen uit Haïti die geen wees zijn. En een commissie onder leiding van mr. Tjibbe Joustra onderzoekt momenteel “de rol en verantwoordelijkheid van de Nederlandse overheid bij interlandelijke adoptie”. Komt deze commissie met conclusies die Loibl niet trekt? Het systeem faalt en in dit systeem is er geen ruimte meer voor adopties.

Voor Loibl is het Haags Adoptieverdrag leidend. En hoewel ze uitputtend beschrijft hoe en waar corruptie plaatsheeft, concludeert ze toch niet dat internationale adoptie moet worden gestopt. Omdat er altijd wensouders blijven die een kind willen adopteren en zij anders ondergronds zullen gaan, is haar redenering.

PRO-ADOPTIELOBBY De Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), ook door Loibl gememoreerd, adviseerde november 2016 wél met interlandelijke adopties te stoppen. Maar dit advies stierf een stille dood. Een belangrijke reden daarvoor is ongetwijfeld de ongekende kracht van de pro-adoptielobby, ook in Nederland. En dus gaat interlandelijke adoptie door en verplaatst die zich na schandalen en verbod op adopties van het ene land naar het andere. Opmerkelijk is daarom dat Loibl in haar omvangrijke proefschrift slechts twee keer het woord ‘lobby’ noemt. Op pagina 88: “Critici van interlandelijke adoptie staan voor een krachtige pro-adoptielobby, waaronder poli-

13


RUBRIEK ACTUEEL

TEKST YVONNE GEELEN

FORUM OPEN VOOR OUDERS VAN PUBERS

H

oe stimuleren jullie je kind om vriendjes te maken en te houden? Hoe verliep de overgang naar de middelbare school bij andere adoptie-

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

RUBRIEK DRIELUIK

> GEADOPTEERDE Quan Keijsers

drieluik

‘Ik ben meer Nederlander dan Chinees’

kinderen? Zo maar enkele vragen die adoptieouders stellen aan andere

ouders op Adoptieoudersonline.nl. Dit besloten forum, tot voor kort bedoeld

voor ouders van kinderen t/m 12 jaar, staat nu open voor alle adoptieouders met kinderen in de leeftijd tot 18 jaar. Wiwin Veendijk, nazorgmedewerker bij Stichting Adoptievoorzieningen en communitymanager: “Een grote groep adoptiekinderen is of komt de komende jaren in de puberteit. Stichting Adoptievoorzieningen krijgt al geruime tijd veel vragen binnen van ouders van pubers. De puberteit is vaak een roerige periode, waarin weer veel vragen rond adoptie, identiteit en afkomst de kop op steken. Daarom leek het ons goed om ook ouders van kinderen in de puberleeftijd toegang te geven tot het forum. We zijn ervan overtuigd dat ook zij kunnen profiteren van elkaars ervaringen. En zij hebben wellicht ook goede tips voor ouders van jongere kinderen.” Op dit moment heeft het forum ruim 1100 leden. Veendijk: “Vier jaar geleden zijn we gestart. Voor ons was dat best spannend. Hoewel we een vooronderzoek hadden gedaan, was het toch maar afwachten of het zou gaan lukken. In relatief korte tijd hadden we ruim 600 leden. Het forum voorzag en voorziet dus in een behoefte. Wennen, hechting, eten, school en slapen zijn onderwerpen waar veel over wordt uitgewisseld. Hoe bereid je een kind voor om voor het eerst naar school te gaan? Hoe hebben andere ouders dat gedaan, hoe weet je wanneer je kind daaraan toe is? Dat soort dingen. We merken dat ouders zich eerder en beter begrepen voelen door andere adoptieouders.”

14

Om ervoor te zorgen dat het forum exclusief blijft voor adoptieouders, controleert Stichting Adoptievoorzieningen bij aanmelding of het ook daadwerkelijk om een adoptieouder gaat. Daarin verschilt het forum van vele andere plekken op internet waar adoptieouders elkaar ontmoeten. Veendijk: “Een veilige omgeving scheppen is vanaf het begin een belangrijk aandachtspunt geweest bij de opzet van het forum. We horen van ouders terug dat ze het fijn vinden om hun verhaal te kunnen doen in een omgeving waarin niet wordt geoordeeld.” De eerste topics rond de puberteit zijn al geopend. Hoe ga je om met social-mediagebruik van je kind? Hoe vind je een goede balans tussen loslaten en beschermen? Wat doe je als je kind tegen grenzen aantrapt? Veendijk: “Ik hoop dat steeds meer ouders ons forum gaan vinden en elkaar helpen in deze veelal bijzondere, kwetsbare, ontroerende en dappere opvoedsituaties.” OOK MEEPRATEN? Aanmelden kan via adoptieoudersonline.nl.

Deze maand is het twee jaar geleden dat we tijdens een vakantie in China min of meer bij toeval mijn biologische moeder en broertje vonden. Mijn broertje is maar één jaar jonger. We lijken best veel op elkaar. Dat is wel grappig om te zien, maar ik vind het niet heel belangrijk. Ik ben opgevoed met het idee dat uiterlijk en genen niet bepalen hoe sterk je band met iemand is. Ik was wel nieuwsgierig waarom mijn biologische ouders mij op tweejarige leeftijd hadden afgestaan. Wat blijkt? Dat is helemaal niet het geval. Ze zijn me kwijtgeraakt. Het DNA van mijn inmiddels overleden vader zat bij de politie in een bestand van ­ ­ouders die aangifte van vermissing hebben gedaan. Vier dagen nadat ik DNA had ingeleverd was er een match. Het jaar erna ben ik samen met mijn adoptiemoeder Chinees Nieuwjaar bij mijn biologische familie gaan vieren. Toen werd me duidelijk dat ik toch echt meer Nederlander ben dan Chinees. Oké, misschien niet wat werkhouding betreft; mijn adoptieouders hoeven nooit te vragen of mijn huiswerk af is. Maar ik geef bijvoorbeeld niet makkelijk geld uit. Haha! En ik ben ook vrij direct in mijn communicatie. We hebben tot nog toe steeds andere versies gehoord van hoe ik nou ben kwijtgeraakt. Ik snap dat ze het lastig vinden om het te vertellen. Er zit schaamte achter. En ze willen me waarschijnlijk in bescherming nemen, geen pijn doen. Maar ik denk dan toch: kom op, zeg het

gewoon, dan kunnen we door. Ook merk ik dat ik veel individualistischer ben. In China doen ze echt alles samen. Dat begon me na een paar dagen al op de zenuwen te werken. Natuurlijk valt het in Nederland wel op dat ik er anders uitzie. Er wordt weleens wat geroepen. Ik weet niet eens precies wat, iets over het feit dat ik Chinees ben. Het boeit me niet, het zijn willekeurige mensen met wie ik verder niets heb of moet. In mijn vriendenkring ben ik niet de enige met een ander kleurtje. Ik heb een Chinese vriend die ook geadopteerd is en een andere vriend heeft Indonesische ouders. Tijdens mijn eerste ­ kinderfeestje in Nederland was er maar één meisje dat helemaal Nederlands was. De andere kinderen hadden allemaal een of meer buitenlandse ouders. Dat is het voordeel van opgroeien in een multicultureel land.

LEEFTIJD

15 jaar BEROEP

student, 4 vwo WOONPLAATS

Amersfoort

In China zijn genen en de bloedband veel belangrijker dan in Nederland. In het dorp waar mijn moeder en broertje wonen, vinden ze het allemaal heel logisch dat ik, nu ik terecht ben, weer bij hen kom wonen. Dat ik al twaalf jaar in Nederland woon en me hier helemaal thuis voel, doet er wat hen betreft niet toe: ik heb Chinees bloed, dus hoor ik in China. Het geeft niet dat ze dat vinden en zeggen, ik denk er heel anders over. Ik ga later misschien wel in het buitenland studeren. Dat lijkt me best leuk. Maar China is niet het eerste land waar ik dan aan denk.

15


TEKST ANGELA JANS FOTO'S WILKO VAN BEEK

THEMA KLEUR

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

JUNI 2019

Tweede lustrum WK Adoptiekids

Leuk, leuk, leuk! Als ‘Kleur’, het thema van dit nummer van het Adoptiemagazine online ergens geen rol speelt is het wel tijdens het jaarlijkse voetbalfestijn: WK Adoptiekids. Toch? Of is dat het nou juist wel, wat het jaarlijks terugkerende sportieve evenement zo razend populair maakt? Eén keer per jaar, lekker herkenning vinden in de landenteams. Hoe dan ook, voor veel trouwe bezoekers, ouders én deelnemers, een dag waar jaarlijks met plezier naar uitgekeken wordt.

↑ Team Colombia werd, net als tien jaar geleden, Wereldkampioen. Nu in de leeftijdscategorie 17/18.

Z

in wacht. Anderen maakten dit jaar hun debuut op het voetbaltoernooi. Het tweede lustrum vond, net als inmiddels als weer enkele jaren, plaats op de sportvelden in Vianen.

uit Dordrecht (foto cover) komt uit voor Congo. Zij was voor de derde keer van de partij en ze vindt het niet alleen leuk om te voetallen, ze is er ook om ‘oude bekenden’ te zien.

Vraag drie deelnemers het evenement in één trefwoord samen te vatten en je krijgt drie keer exact hetzelfde antwoord: Leuk, leuk, leuk! Shekina Klein (13)

Dat geldt ook voor Dimitri den Hartog (16) uit Driebruggen die al weer voor de zesde keer meespeelde in het team van Zuid-Korea. Teamgenoot Thomas Goedhart (16) uit Beinsdorp was er daarentegen dit jaar voor de eerste keer.

aterdag 22 juni werd het bijzondere voetbaltoernooi met meer dan achthonderd deelnemers, al weer voor de tiende keer gehouden. Sommige jongeren waren er daadwerkelijk voor de tiende keer. Sterker, team Colombia won tien jaar geleden, destijds met het team 7/8-­jarigen, het wereldkampioenschap. En dit jaar ging het gezelschap op herhaling, in de oudste leeftijdscategorie (17/18) sleepten ze opnieuw de trofee

↑ Team USA is niet te houden en stormt

↑ Dimitry den Hartog en Thomas Goedhart komen uit

↑ Na de finale tegen Ethiopië, kon team Haïti de wereldbokaal

het veld op.

voor Zuid-Korea.

in ontvangst nemen.

Overigens draaide het niet alleen om voetbal. Voor de supporters, ouders, broers, zussen, opa’s, oma’s en natuurlijk de deelnemers zelfs, was er naast de velden ook nog een heleboel te beleven en te genieten. Op de informatiemarkt of bij de eetkraampjes, die voorzagen van diverse smaken: van Colombiaanse snacks tot Vietnamese loempia’s.

→ Vrijwilligers in de functie van veldcoördinatoren: Annelies, Arjan en Hans (geadopteerd), vinden het WK 'een geweldig initiatief.'

16

↑ Naast de velden was er ook veel vermaak.

17


RUBRIEK WETTEN & REGELS

TEKST VERA KIDJAN

RECHTBANK STAR VOOR OUDERS DIE BUITEN ­NEDERLAND WONEN

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

belang niet in van een Nederlandse adoptie. Hierop gaat Marcia in hoger beroep. De zaak wordt op basis van een formele afweging door het hof afgedaan. Het hof verklaart zich onbevoegd omdat er onvoldoende aanknopingspunten zijn met de Nederlandse rechtssfeer om de Nederlandse adoptie uit te spreken. Het feit dat de adoptievader de Nederlandse nationaliteit heeft en het hier uiteindelijk gaat om het Nederlanderschap van Marcia, is onvoldoende. Hierdoor hoeft het hof zich niet verder inhoudelijk uit te laten over de zaak. Vervolgens stapt Marcia naar de Hoge Raad, die de zaak echter verkort afdoet. De aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden en hoeven geen nadere motivering omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

JUNI 2019

stiefdochter. Dat is België. Voorts overweegt de rechtbank dat bij de beoordeling van een adoptieverzoek de belangen van het kind onderzocht moeten worden. De instanties in het land waar het kind woont, in dit geval België, zijn de aangewezen instanties om de belangen van het kind zo nodig te onderzoeken. De grote valkuil in deze zaak is dat de rechtbank constateert dat nergens uit blijkt dat een adoptie in België niet mogelijk is. De man heeft slechts aangegeven dat de adoptieprocedure in België vermoedelijk lang zal duren. De rechtbank vindt de argumenten van de man onvoldoende om rechtsmacht van de Nederlandse rechter aan te nemen en acht de Nederlandse rechter dan ook onbevoegd van het adoptieverzoek kennis te nemen. Aan een inhoudelijke beoordeling komt de rechtbank daarom niet toe.

WONEN EN WERKEN IN BELGIË Door deze ontwikkelingen wordt momenteel bij adoptieouders die niet in Nederland wonen en in Nederland willen adopteren, zeer kritisch gekeken naar de banden met Nederland voordat de Nederlandse rechter een Nederlandse adoptie wil uitspreken.

I

n het Adoptiemagazine van december 2017 schreef Vera Kidjan over de situatie van de Braziliaanse Marcia* en haar broer Roberto. Het artikel eindigde, net zoals in een spannende roman, met een cliffhanger. De zaak

kreeg een vervolg.

Samenvattend: het gaat om een Braziliaanse adoptie van Marcia uit 2002 en een Braziliaanse adoptie van Roberto uit 2005. De twee wonen met hun adoptieouders in Brazilië. De adoptiemoeder heeft de Braziliaanse nationaliteit en de adoptievader heeft de Nederlandse nationaliteit. De Wet conflictenrecht adoptie trad in werking op 1 januari 2004. Dit heeft tot gevolg dat de adoptie van Roberto kan worden erkend volgens geschreven regels waardoor hij door de Brazili-

18

aanse adoptie Nederlander wordt. Maar Marcia’s adoptie kan niet op grond van geschreven regels worden erkend waardoor zij geen Nederlander is geworden via de Braziliaanse adoptie. Daarom verzoekt Marcia de rechtbank om een Nederlandse adoptie uit te spreken. Hierdoor kan zij wel Nederlander worden. De rechtbank laat zich echter uitsluitend uit over de erkenning van de Braziliaanse adoptie en ziet het

Op 11 februari 2019 doet de rechtbank Den Haag bijvoorbeeld uitspraak in een zaak waar de adoptieouders in België wonen. Het gaat om een Nederlandse man die getrouwd is met een Libanese vrouw. Zij heeft een dochter uit een eerder huwelijk. De Nederlandse man wil graag zijn stiefdochter via een Nederlandse partneradoptie adopteren. De man voert aan dat er voldoende binding is met Nederland. Hij heeft de Nederlandse nationaliteit en zijn echtgenote verwacht deze eveneens op korte termijn te verkrijgen. Door een adoptie naar Nederlands recht zal ook de dochter de Nederlandse nationaliteit krijgen met alle rechten en plichten die daarbij horen en zal haar status als kind van de man zijn gewaarborgd. De man geeft aan dat het gezin op Nederland georiënteerd is omdat daar zijn familie woont. Ook wordt de dochter zowel Frans- als Nederlandstalig opgevoed en is de man werkzaam als EUambtenaar in België. Formeel gezien wordt de man daarom niet als inwoner van België aangemerkt vanwege zijn geprivilegieerde status. Tot slot is er het vooruitzicht dat de man met zijn gezin op een termijn van twee jaar naar Nederland overgeplaatst wordt. De rechtbank vindt echter dat de verblijfplaats van het gezin feitelijk in België is. Zij wonen en werken daar en hun gezinsleven speelt zich af in België. Zij hebben nooit in Nederland gewoond. Voor de beoordeling van de rechtssfeer waarmee de zaak verbonden is, moet de rechtbank kijken naar de feitelijke situatie en dus ook naar de feitelijke verblijfplaats van de man en zijn

BELGISCHE ADOPTIE De beslissing zou naar mijn mening anders zijn geweest als de man had kunnen aanvoeren dat onder zijn omstandigheden geen Belgische adoptie kon worden uitgesproken. Als dat het geval was geweest, dan had een beroep gedaan kunnen worden op artikel 9 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarin staat dat de Nederlandse rechter internationale rechtsmacht moet accepteren als een gerechtelijke procedure buiten Nederland onmogelijk blijkt te zijn. Uit het vorenstaande blijkt dat de Nederlandse rechtbank momenteel niet eenvoudig rechtsmacht aanneemt als de adoptieouders niet in Nederland wonen. Dit punt moet door de adoptieouders uitgebreid worden toegelicht voordat kan worden toegekomen aan de kwestie waar het werkelijk om gaat: de adoptie van een kind dat in vele gevallen al lange tijd een gezin vormt met de adoptieouders. Deze starre formele houding in zaken waar de belangen van het kind op het spel staan vind ik een ongewenste ontwikkeling. De zaak van Marcia is overigens nog niet klaar. Zij heeft onlangs een klacht ingediend bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Wordt vervolgd. * voor de leesbaarheid wordt Marcia genoemd maar formeel gezien voeren haar adoptieouders de procedure.

INFO

Vera Kidjan is advocaat bij Everaert Advocaten in Amsterdam, www.everaert.nl. 020-7523217 of stuur een e-mail naar: kidjan@everaert.nl

19


TEKST ANGELA JANS

RUBRIEK BEGELEIDING BESPROKEN

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

vormen is dat een vereniging leden telt, waardoor er een duidelijke en traceerbare achterban is te vormen. Als een van de eerste initiatieven van de vereniging werd vrijdag 21 juni, bij wijze van aftrap voor de oprichting van het Kenniscentrum, een symposium gehouden in hotel Asteria in Venray. Sprekers uit binnen- en buitenland lieten daar van zich horen. In de zaal een kleine honderd belangstellenden, een mix van (oudere) adoptieouders, binnenlands en interlandelijk geadopteerden, hun partners of vrienden, vertegenwoordigers van ministeries en hulpverleners.

Juriste Dewi Deijle pleitte onder meer voor erkenning door de Nederlandse staat, van de misstanden die er zijn geweest zijn geweest bij adopties. Foto: Seth Hirdes

Vereniging wil Europees Kenniscentrum Nazorg Adoptie

‘WE GAAN GEWOON BEGINNEN’

G

eadopteerden hebben allemaal een trauma. Het verdriet is vaak zo diepgeworteld, dat het niet is op te lossen met twee therapeutische sessies, vindt de Vereniging Adoptie Nazorg. Daarom moet er een

­Europees Kenniscentrum Nazorg Adoptie komen. Een plek waar verbindingen

worden gelegd tussen de psychische en lichamelijke klachten die het gevolg kunnen zijn van adoptie, waar competente hulpverleners te vinden zijn, waar informatie is te verkrijgen, adoptiedossiers worden opgeslagen, en meer.

“Daarbij hoeft geen onderscheid gemaakt te worden tussen binnenlands of interlandelijk geadopteerden, we dragen allemaal dezelfde pijn. En we willen er ook zijn voor de adoptie- én afstandsouders. Voor de hele adoptiedriehoek dus”, zegt Anne-Marie Goossens, voorzitter van de nieuwe vereniging. Zelf is ze binnenlands geadopteerd. In het bestuur zitten daarnaast

20

onder anderen ook interlandelijk geadopteerde Sanne van Rossen en adoptieouder Lyda Groot. De vereniging is gelieerd aan de enkele jaren geleden opgerichte stichting Nazorg Adoptie, waarvan naast Anne-Marie ook (geadopteerde) Liesbeth Struijcken aan de wieg stond. Groot verschil tussen beide rechts-

Zij hoorden geadopteerden Dewi Deijle en Sanne van Rossen op basis van eigen ervaringen pleiten voor meer aandacht en maatregelen voor de misstanden die hebben plaatsgevonden rond adopties. Dankzij een video-verbinding via internet liet de Amerikaanse klinisch psycholoog en adoptie-expert dr. David M. Brodzinsky weten voorstander te zijn van een hulp­ verleningsinstelling die gespecialiseerd is in adoptie­ gerelateerde problematiek. Therapeuten zouden wat hem betreft voortaan vaker expliciet moeten worden getraind in de begeleiding en behandeling van geadopteerde kinderen of volwassenen die tegen allerlei problemen aanlopen of worstelen met hun identiteit, zaken die terug te voeren zijn op hun adoptie. “Zij kunnen daarbij het beste, of misschien zelfs alleen maar, geholpen worden door adoptiecompetente professionals”, aldus Brodzinsky.

PGB VOOR ELKE GEADOPTEERDE Een Nederlandse hulpverlener die zich al gespecialiseerd heeft in adoptieproblematiek was ook als spreker van de partij: kinder- en jeugdpsycholoog dr. Anneke Vinke. Zij is ook voorstander van een Kenniscentrum Nazorg Adoptie, maar wel in eerste instantie op landelijk niveau (“Europees is ingewikkeld vanwege de grote verschillen per land”). Zelf noemt ze dat trouwens liever Kenniscentrum Afstand, Adoptie en Afstamming (AAA). “Daar kan verbinding worden gelegd met bestaande structuren als Stichting Adoptievoorzieningen, Fiom,

JUNI 2019

GGZ, jeugdzorg en meer. Ook moet daar een register worden ingevoerd en bijgehouden waarin adoptiegecertificeerde hulpverleners zijn opgenomen zodat je de kwaliteit van de professionals voor nazorg kunt waarborgen. Een kenniscentrum kan daarbij zeker wat toevoegen, want er bestaat nu weliswaar al van alles – bij de Stichting Adoptievoorzieningen geven ze bijvoorbeeld nu ook nazorg – maar dat is niet afdoende voor de zware gevallen. En het is sowieso nooit ‘one size fits all’. Dus begin met het opstellen van richtlijnen voor de zorg (dat kost 150.000 euro, is niet veel voor overheidsbudgetten), maak een zorgstandaard (3 ton) en een register voor nazorg. Al kun je niet alles repareren, het gemis kun je niet wegnemen. Het kind moet de routeplanner zijn, het gaat erom dat een geadopteerde uiteindelijk verder kan in het leven.” Even daarvoor adviseerde Gera ter Meulen, lid van de Werkgroep Post Adoption Services van EurAdopt, op basis van onderzoek naar de behoefte aan nazorg onder geadopteerden in 24 Europese landen: “Geef geadopteerden een persoonsgebonden budget (pgb) waardoor ze, indien nodig, levenslang de financiële mogelijkheid hebben zelf hulp in te kopen. Geld ook om, als daar behoefte aan is, minstens één keer in hun leven op rootsreis kunnen gaan, terug naar het land van herkomst.”

TE VEEL GEMEDICALISEERD Het viel niet allemaal even goed. In de loop van de avond ontstond vanuit de zaal steeds meer onrust en irritatie, en kwam hier en daar oud zeer tevoorschijn. Ter Meulen en Vinke kregen kritische vragen en op­ merkingen voor hun voeten geworpen. Ter Meulen van geadopteerde Hilbrand Westra die benadrukte dat Ter Meulen werkt voor de adoptieorganisaties, Vinke van mensen die vonden dat adoptie door haar veel te veel gemedicaliseerd wordt. En, algemeen, dat het allemaal te weinig over, voor en door geadopteerden zelf ging. “Het uitgangspunt moet zijn: de geadopteerde en wat die nodig heeft. Soms werkt hulp van de GGZ niet en hulp van lotgenoten, ervaringsdeskundigen die helemaal niet gediplomeerd zijn op dat gebied, wél”, aldus panellid Yudi Hoekstra, adoptiecoach. Voor Anne-Marie Goosen was het, zei ze in haar slotwoord, wel duidelijk: “De vereniging is niet voor niets opgericht, dat blijkt. De conclusie: we gaan gewoon beginnen. We willen ervoor zorgen dat er een Europees Kenniscentrum Nazorg Adoptie komt, voor álle geadopteerden, adoptieouders en afstandsouders.” De vereniging gaat er alles aan doen om dit in Den Haag op de politieke agenda te krijgen en wettelijk te laten verankeren.

21


TEKST ANGELA JANS

THEMA KLEUR

Femmie Juffer:

‘Acceptatie thuis is de basis’ Opgroeien in een multicultureel adoptie- of pleeggezin, waar ouders en kinderen een andere huidskleur hebben, wat doet dat met betrokkenen? Hoe zien ze ­zichzelf? In hoeverre voelen ze zich verbonden met andere landen? Groeien de kinderen op tussen of mét twee culturen?

A

ntwoorden op deze en andere vragen komen aan de orde in een boek waaraan momenteel wordt gewerkt door Femmie Juffer, Lindy Popma en Monique Steenstra. Het is de bedoeling dat het eerste exemplaar in het najaar wordt gepresenteerd. Het is overigens niet voor het eerst dat deze drie vrouwen gezamenlijk aan de hand van interviews een boek schrijven. Eerder al tekende dit drietal voor 18 x 18, een boek waarin achttien pleegkinderen aan het woord komen die net achttien jaar, lees: juridisch zelfstandig, zijn geworden.

Femmie Juffer

Deze keer gaat het om zestien interviews en even zoveel portret- en gezinsfoto’s. De foto’s zijn van de hand van fotograaf Lilian van Rooij. Zij is onder meer bekend van het fotoboek Mano Mano. Tien adoptieverhalen uit eerste hand.

Biculturele socialisatie Er wordt gesproken met zeven geadopteerden, zeven pleeg­ kinderen en twee jongeren die

22

Lindy Popma

zijn opgegroeid in een gezinshuis. “Ik ben heel benieuwd naar de verschillen en overeenkomsten”, zegt Juffer. Zij maakt niet alleen enkele interviews, voor dit boek schrijft ze ook een inhoudelijk hoofdstuk op basis van haar kennis en functie als bijzonder hoogleraar adoptie aan Universiteit Leiden. “Dat deel gaat met name over de vraag of het wel of niet belangrijk is dat kinderen die niet bij hun bio­ logische ouders opgroeien, de cultuur van hun afkomst mee­ krijgen. Daarover, over biculturele socialisatie dus, is altijd discussie geweest. In de jaren zeventig werd er niet veel over de afkomst gesproken en werd er gezegd: ‘Ze zijn nu in Nederland, laat ze gewoon opgroeien met boerenkool.’ Tegenwoordig zie je adoptieouders die met hun kinderen bijvoorbeeld enthousiast ­Chinees nieuwjaar vieren.” In Nederland komen multiculturele adoptie- en pleeggezinnen relatief veel voor. Bij interlandelijke adoptie gaat het vaak om gekleurde buitenlandse adoptiekinderen, bijvoorbeeld uit China,

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

Colombia, Azië of Afrika, die witte ouders krijgen. Bij pleegzorg worden in ruim een derde van de gezinnen kinderen met een migratieachtergrond opgevangen door autochtonen. Er wordt wel gezocht naar een match op basis van dezelfde culturele achtergrond, maar zelden of nooit is een ouderpaar met dezelfde achtergrond als het pleegkind beschikbaar. Er is sowieso een langdurig tekort aan pleeggezinnen, en zeker van hen met een migratieachtergrond. Uit onderzoek blijkt inmiddels dat het goed is om aandacht te besteden aan de cultuur van herkomst, maar dat je dat vooral ook niet moet overdrijven. “Ga niet voortdurend wijzen op het anders zijn”, adviseert Juffer. “Als je daar de nadruk op legt, kan het een kind ook in de weg gaan staan om bij het gezin te gaan horen. Het gaat erom dat je je ergens thuis voelt en dat je gehecht bent. Het is echt van belang om te zorgen voor een goed evenwicht.”

Erkennen, niet ontkennen Want al speelt het thema in de huiselijke sfeer misschien nauwelijks een rol, de kinderen worden vroeg of laat in hun eentje in de buitenwereld waarschijnlijk wel een keer geconfronteerd met hun ‘anders-zijn’, lees: discriminatie. Jufffer: “Het is daarom zaak om daar alert op te zijn en te zorgen dat ze weerbaar zijn. Uitgescholden worden, nageroepen, gepest vanwege hun uiterlijk, de vraag krijgen hoe het komt dat je zo goed Nederlands spreekt: dat soort ervaringen hebben vrijwel alle deelnemers aan het boek. Dat zijn dingen die juist buiten het gezin voorkomen. Adoptieouders maken dat niet mee, want als zij erbij zijn, is het vaak voor de buitenstaanders duidelijk dat het adoptiekinderen zijn, en dan houden ze zich doorgaans wel gedeisd. Het gebeurt meestal pas als ze alleen zijn.” “We hebben de jongeren tijdens de interviews gevraagd hoe ze vinden dat ouders en leerkrachten hiermee om moeten gaan. Hoe kunnen ze helpen? Dan

JUNI 2019

Monique Steenstra

hoor je regelmatig dat er in ieder geval erkenning moet zijn. Dat het van belang is dat de afkomst niet wordt genegeerd of ontkend. Als er bijvoorbeeld gepest wordt op school vanwege de huidskleur, moeten ouders en leerkrachten daar bedacht op zijn.” “Ook hebben we gevraagd hoe de jongeren zelf hun eigen afkomst ervaren. Uit de antwoorden blijkt dat dit heel verschillend kan zijn. Het loopt uiteen van een grote verbondenheid met de cultuur uit het land van herkomst tot er juist helemaal niets mee te maken willen hebben. Acceptatie thuis is de basis. ‘Ik voel me hier thuis’, is waarom ze zich ook verwant voelen met de Nederlandse cultuur.”

Het boek is bedoeld om de jongeren van nu, in adoptie- of pleeggezinnen of gezinshuizen, een stem te geven. En ter informatie en inspiratie voor toekomstige adoptie- of pleegouders. Zodat ze beter kunnen begrijpen Lilian van Rooij wat de jongeren zelf belangrijk vinden. “Het is ook bedoeld voor jongeren zelf, voor leeftijdgenoten, zodat ze kunnen lezen hoe anderen hiermee omgaan. Zo’n boek is er nog niet. Er bestaat al wel een boek over volwassen geadopteerden – Gekleurde identiteit van Ton Hendriks – maar een boek dat specifiek ingaat op de beleving en vorming van de eigen identiteit door gekleurde jongeren in multiculturele adoptie- of pleeggezinnen ontbreekt. Wij willen in deze lacune voorzien”, aldus Juffer. Om het boek betaalbaar te houden voor pleeg- en adoptiegezinnen is de verkoopprijs vastgesteld op 15 euro (hetzelfde als bij 18 x 18). De auteurs en de fotograaf ontvangen geen royalty’s en Stichting Kinderpostzegels heeft een subsidie toegekend om de uitgave mogelijk te maken. De presentatie zal plaatsvinden op de Universiteit Leiden tijdens een symposium over multiculturele adoptie- en pleeg­ gezinnen. Naar verwachting zal dit begin november zijn, in de Week van de Pleegzorg. UITGEVERIJ: LECTURIS.NL

23


JUNI 2019

RUBRIEK GELEZEN GEZIEN

— FILM—

Three Identical Strangers Regisseur: Tim Wardle

De documentaire Three Identical Strangers vertelt het verhaal van de gescheiden opgegroeide drielingbroers Eddy Galland, David Kellman en Bobby Shafran. De film begint in de jaren 80: Bobby is 19 jaar en rijdt naar zijn nieuwe school, ver van waar hij is opgegroeid. Op het collegeterrein wordt hij tot zijn verbijstering door iedereen vriendelijk begroet, er vliegen hem zelfs meisjes om de nek. Tot iemand hem Eddy noemt… Al snel is de hereniging tussen beide broers een feit, en als het verhaal in de krant verschijnt, duikt er nog een derde identieke broer op: David. De documentaire volgt het perspectief van de broers. In eerste instantie spat het geluk ervan af. Dan neemt het verhaal een andere wending en komt de nadruk te liggen op de donkere werkelijkheid die schuilgaat achter deze vrolijkheid (spoiler alert!). De broers blijken onderdeel te zijn van een psychologisch experiment en zijn

24

opzettelijk uit elkaar gehaald. Met het experiment hoopte kinderpsychiater Neubauer meer duidelijkheid te krijgen over de aloude discussie nature versus nurture. In die periode (jaren 60) waren psychologen ervan overtuigd dat nurture, het aangeleerde, de dominante invloed was in de menselijke ontwikkeling. Kinderen werden min of meer gezien als een onbeschreven blad. Als de documentaire iets duidelijk maakt, is het dat genetica een enorm dominante factor is maar dat de opvoeding – de broers kwamen terecht bij heel verschillende gezinnen – het verschil maakt. Toch blijft het heel ingewikkeld om te zien hoe dit wrede experiment inzicht heeft opgeleverd in het debat over het aangeborene en het aangeleerde. De ontwikkeling van de broers is namelijk niet los te zien van het trauma van hun scheiding op de leeftijd van negen maanden. De adoptieouders vertellen bijvoorbeeld dat de jongens in het begin alle drie met hun hoofdjes bonkten en ontroostbaar waren. Zij wisten overigens niet dat ze ouders waren geworden van een van een drieling. — Meike Melenhorst

— BOEK—

Hulp bij trauma in de kindertijd Praktische gids voor opvoeders

Prof. dr. Ramón Lindauer Uitgeverij Lannoo Campus

Als een kind schokkende dingen heeft meegemaakt is het de natuurlijke reactie van volwassenen om voor het kind te zorgen en het te beschermen, valt te lezen in het voorwoord bij dit

boek van Ramón Lindauer, hoogleraar kinder- en jeugdpsychiatrie. Onze ervaring bij Stichting Adoptievoorzieningen is dat dat zeker geldt voor adoptieouders, die zich vaak langdurig en intensief hebben voorbereid en verheugd op de komst van hun kind of kinderen. Maar een getraumatiseerd kind geeft vaak geen of verwarrende en misleidende signalen af, waardoor er misverstanden kunnen ontstaan. Ouders kunnen dan uiteindelijk geblokkeerd raken in hun vermogen om ouderlijke zorg te bieden, terwijl het kind die juist hard nodig heeft, schrijft Lindauer. Dit boek kan (adoptie)ouders en andere opvoeders helpen begrijpen hoe het werkt en wat ze kunnen doen. In een notendop beschrijft Lindauer wat de gevolgen van stress en trauma bij kinderen kunnen zijn. Eenvoudig, begrijpelijk en kernachtig legt hij de verschillen uit tussen stressvolle en traumatische gebeurtenissen en hoe dat voor sommige kinderen kan leiden tot traumaklachten en PTSS. Ook maakt hij op prettige wijze duidelijk wat de samenhang is met gehechtheid en verschillende soorten gehechtheidsproblemen. Om kinderen te helpen zich veilig te voelen is het volgens Lindauer belangrijk complimenten te geven. Kinderen met een negatief zelfbeeld kunnen echter vaak niet zo goed uit de voeten met expliciete en resultaatgerichte complimenten. Hier ontbreekt naar mijn mening belangrijke informatie over verschillende soorten complimenten, en over andere manieren om positieve feedback te geven en daarmee veiligheid te bieden. Daar zou dit boek nog een aanvulling kunnen gebruiken. Desondanks vind ik het zeker een aanrader opvoeders van adoptiekinderen. — Chris Thie

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

RUBRIEK DRIELUIK

> ADOPTIEOUDERS

Irma van Geemen

drieluik

We horen bij elkaar Als meisje van een jaar of elf wist ik al: ik ga voor adoptie. Waarom zou je zelf kinderen op de wereld zetten als er al kinderen van een jaar of vijf rondlopen, die waarschijnlijk geen zes zullen worden door de ellendige omstandigheden waarin ze zich bevinden? Mijn man was het daarmee eens en al op mijn 25ste hebben we het onderzoek bij de Raad voor de Kinderbescherming in werking gezet. Ook omdat mijn man acht jaar ouder is dan ik. Want we wilden niet het risico lopen dat mijn man op een gegeven moment misschien te oud zou zijn voor adoptie. Het wachten op de verplichte procedure en vervolgens een voorstel voor een kind kon destijds nog erg lang duren en inderdaad, het werd op een gegeven moment zelfs toch nog spannend in verband met de leeftijd van mijn man. Mede om een en ander zoveel mogelijk te bespoedigen hebben we uiteindelijk gekozen voor Colombia als land van herkomst. Eind 1996 kregen we het voorstel voor de adoptie van twee jongens, biologische broers van 5 en 2 jaar oud. Om allerlei redenen duurde het tot voorjaar 1997, voor we ze in Bogotá in onze armen konden sluiten. Daar zaten we, zoals toen gebruikelijk was, met meerdere gezinnen in een huis. Met die families hebben we nu nog steeds contact. We ontdekten dat onze kinderen eigenlijk een vreemde route hadden afgelegd. Ze zouden door hun moeder bij een wijkcentrum zijn afgegeven aan de Colombiaanse kinderbescherming. Via een pleeggezin zijn ze daarna naar een particulier kinder-

tehuis zijn gebracht waar uiteindelijk de adoptieprocedure is gestart. Wij hebben dat, net als elke adoptieouder, gedaan met de beste intenties maar met de kennis van nu vind ik dat je als adoptieouder in het land van herkomst van je kinderen moet gaan wonen en niet andersom. Bij interlandelijke adoptie trek je kinderen met wortel en al uit hun eigen cultuur, wat later tot grote identiteitsvragen kan leiden. Onze oudste was vijf toen hij hier kwam en heeft de eerste tijd hier in Nederland behoorlijk last van heimwee gehad. Onze jongste zoon heeft regelmatig gezegd: “Mij is niks gevraagd. Ik was liever daar gebleven.” Hij heeft een zware puberteit gehad. Is regelmatig van school gestuurd. Toch heb ik altijd wel het vertrouwen gehad dat het goed zou komen. Op een dag zei hij: “Ik ga in de steigerbouw.” Dat gaat redelijk goed. Hij erkent inmiddels zijn eigen onrust en handelt ernaar. De oudste weet nog wel hoe slecht hij het in Colombia heeft gehad en vanuit dat oogpunt heeft hij altijd gezegd: ik ben blij dat ik hier ben.

LEEFTIJD

55 jaar Moeder van twee zonen (24 en 27 jaar) BEROEP

(kinder)therapeut/ coach WOONPLAATS

Monnickendam

Vanuit systemisch oogpunt klopt adoptie niet. Hun biologische ouders hebben hen het leven gegeven en niet wij. Daarmee horen onze kinderen bij het systeem van hun biologische ouders. Toch horen we bij elkaar. Ik heb nu een eigen praktijk waarin ik mensen begeleid tussen de 3 en de 100 jaar. Rust, creativiteit, humor, eerlijkheid en verwondering zijn mijn kernwaarden en een rotsvast geloof dat vertrouwen het mooiste is dat je adoptiekinderen kunt geven.

25


ADOPTIE MAGAZINE ONLINE #2

RUBRIEK THEMA VRAGENDERWIJS LOTGENOTEN

‘Onze zoon heeft slaapproblemen.’ ‘Mijn puberdochter vliegt uit de bocht.’ Adoptieouders die ­vragen of twijfels hebben over de ontwikkeling of opvoeding van hun kinderen kunnen terecht bij de Stichting Adoptie­voorzieningen. Ook geadopteerden, leerkrachten of andere betrokkenen kunnen daar terecht. Nazorgmedewerkers geven informatie en advies. In deze rubriek komen een aantal vragen en onderwerpen aan de orde die de afgelopen tijd zijn besproken. SAMENSTELLING: Ria Heek en Chris Thie.

Topic op forum: identificeren Op het forum van Adoptieouders­online.nl (tegenwoordig ook opengesteld voor adoptieouders van kinderen tot 18 jaar!) zijn verschillende moeders met elkaar in gesprek over het feit dat hun dochters, die eigenlijk best tevreden lijken te zijn over hun uiterlijk, toch niet Aziatisch willen zijn en niks van hun geboorteland willen weten. Wel tevreden met je uiterlijk, maar niet met je afkomst? Is het misschien de (onbewuste) negatieve herinnering aan het pijnlijke feit dat je afgestaan bent, of is het gewoon vervelend dat je anders gezien wordt dan dat je je voelt? Waarschijnlijk een beetje van beide? Wat is het toch een zoektocht, voor kinderen zelf, maar ook voor ouders.

Op zoek naar lotgenotencontact? Ben je geadopteerd en op zoek naar contact met andere geadopteerden? Bel de nazorglijn: 030 – 233 03 40, optie 3 (maandag t/m donderdag 9.30 tot 12.30 uur). Wij kunnen in onze sociale kaart voor je op zoek naar mogelijkheden. Mailen mag natuurlijk ook: nazorg@adoptie.nl.

26

Zelfbeeld Colette is de trotse adoptiemoeder van twee kinderen: Yakubu, een meisje van 5 jaar, dat geboren is in Nigeria en ruim twee jaar bij hen is, en zoon Alvaro van 12 uit Colombia. Colette belt omdat ze een dilemma wil voorleggen. Het heeft te maken met het zelfbeeld van hun beide kinderen. Bij Yakubu lijkt dat helemaal geen probleem, zij vindt haar eigen kroeshaar wel ‘cool’ en lijkt trots te zijn op haar bruine huid, maar Alvaro is nooit tevreden geweest met zijn eigen huidskleur. Soms maakt hij ook lelijke opmerkingen naar zijn zusje over haar kleur en Colette wil niet dat dat het zelfbeeld van haar dochter schaadt. Tegelijkertijd wil ze Alvaro ook niet afvallen, omdat ze voelt dat er eigenlijk onzekerheid onder zit. Het gebeurt meestal als hij zelf niet lekker in z’n vel zit, bedenkt Colette. De nazorgmedewerker bespreekt met Colette hoe ze ermee om zou kunnen gaan: op het moment dat het gebeurt, lijkt het wel belangrijk om het negatieve gedrag te begrenzen door bijvoorbeeld te zeggen: ‘Iedereen is mooi zoals hij is, we zeggen hier geen nare dingen tegen elkaar. Misschien ben je eigenlijk boos of verdrietig om iets anders Alvaro, dat kan soms gebeuren.’ Vanuit hier kan Colette de kinderen weer op een positieve manier met elkaar verbinden. Op een ander moment kan ze met Alvaro apart proberen te achterhalen wat hem eigenlijk dwarszat en hoe hij dat op een andere manier zou kunnen laten merken. Colette besluit dat ze weer eens met hem gaat basketballen om erover met hem in gesprek te komen, vaak werkt dat wel goed.

Druk, druk, druk Zij klapt in de kring helemaal dicht, hij kan geen seconde stil­ zitten, zij duwt andere kinderen, als je hem corrigeert gaat hij ­helemaal op tilt, het gaat altijd mis op het speelplein … Bijna dagelijks spreken we leerkrachten, IB’ers, en soms gedragswetenschappers of directeuren van basisscholen. Ze bellen met vragen, maken zich zorgen, zijn handelingsverlegen, of voelen zich overvraagd door het gedrag van adoptiekinderen op hun school of in de groep. Een eerste stap die vaak al helpend kan zijn, is telefonische ondersteuning. Samen met de leerkracht sparren we over wat het door hen gesignaleerde gedrag hun kan vertellen over wat het kind voelt en nodig heeft. Kijken door een andere bril (een ‘adoptiebril’) kan echt een ommezwaai betekenen: zo verandert een bazig en agressief jongetje ineens in een doodsbang ventje, dat de helpende hand van de leerkracht nodig heeft om het speelkwartier te kunnen overleven. Met een paar concrete handvatten wordt vaak het enthousiasme van de leerkracht weer aangewakkerd. Hoe mooi is het als we later van de ouders horen dat hun kind weer veel vrolijker thuis komt van school? Scholen kunnen een belafspraak maken met Stichting Adoptie­ voorzieningen door een mail te sturen aan nazorg@adoptie.nl en aangeven wanneer en waar ze bereikbaar zijn. Voor een uitgebreider traject op school kan door ouders een schoolconsult worden aangevraagd, maar in afwachting daarvan kan een belafspraak ook al een goed begin zijn.

JUNI 2019

‘Zolang ze klein zijn, zijn ze nog leuk’ Marianne belt en vertelt: ‘Gisteren liep ik in de supermarkt met mijn Zuid-Afrikaanse zoontje van drie. We liepen langs twee oudere dames die stopten met praten en vriendelijk knikten en mijn zoon en mij uitgebreid bekeken. Ik knikte vriendelijk terug. Nog binnen gehoorafstand zei een van beide dames ineens tegen de andere: “Tja, zolang ze nog zo klein zijn, zijn ze nog leuk.” Die kwam even binnen bij mij. Ik had de neiging om me om te draaien, terug te lopen en te zeggen dat hij ook nog leuk zal zijn als hij groot is, maar ik ben doorgelopen. Maar de opmerking blijft door mijn hoofd zingen. Had ik moeten reageren? Was het discriminerend bedoeld? Of bedoelde ze in het algemeen dat kleine kinderen leuker zijn dan volwassenen? Het voelt alsof ik een steek heb laten vallen, ik mijn zoon had moeten verdedigen.’ Als een gezin zichtbaar een adoptiegezin is, komt het soms voor dat wildvreemde mensen op een ongepaste manier een vraag stellen of opmerkingen maken. Of bijvoorbeeld ineens gaan vertellen hoe zij over adoptie denken en of het wel gepast is om een kind uit een andere cultuur op te nemen. Dit soort momenten kunnen vervelend of zelfs pijnlijk zijn, weet de nazorgmedewerker en adviseert: je kunt deze vragen van vreemden gerust negeren of rustig maar beslist aangeven dat dit niet een onderwerp is dat je wilt bespreken. Dit helpt vaak wel om onbekende nieuwsgierigen de mond te snoeren. Je kunt een wat meer genuanceerde benadering inzetten als de vragen gesteld worden door mensen die je goed kent, van wie je weet dat ze het eigenlijk niet verkeerd bedoelen. Je kunt dan kijken waar de vraag vandaan komt: is het oprechte interesse, gebrek aan kennis? In zo’n geval kun je serieus ingaan op de vraag. Maar voel je nooit verplicht. Naarmate je kinderen groter worden, maak je je als ouder natuurlijk ook zorgen over wat deze onverwachte reacties of opmerkingen met ze doen. Het kan ook hen pijn doen of verwarren. Je kunt je kind proberen voor te bereiden op zulke momenten. Door bijvoorbeeld via rollenspelletjes met ze te oefenen hoe ze zouden kunnen reageren als iemand iets onaardigs vraagt of zegt over adoptie. Vertel hierbij vooral ook weer hoeveel jullie van hen houden en dat andere mensen vaak niet zo veel over adoptie weten. Geef je kinderen het gevoel dat zij trots kunnen zijn op het feit dat jullie nu een familie zijn en dat er niets verkeerd met ze is omdat zij toevallig geadopteerd zijn.

27


TEKST ANGELA JANS

THEMA LOTGENOTEN

COLOFON ADOPTIE MAGAZINE ONLINE Onafhankelijk, informerend, signalerend en opiniërend. Voor aspirant-adoptieouders, adoptieouders, geadopteerden, professionals op het gebied van adoptie en alle anderen die zich betrokken voelen bij afstand en adoptie. Adoptiemagazine online is een uitgave van Stichting A ­ doptievoorzieningen. Het magazine verschijnt vier keer per jaar.

Vormgeving Studio Jorrit van Rijt

Redactie Hoofdredacteur Angela Jans Aan dit nummer werkten mee: Erik Draaijer (eindredactie), Hélène van Beek, Sandra Benschop, Yvonne Geelen, Ria Heek, Vera Kidjan, Meike Melenhorst, Machteld Stilting, Chris Thie en Wiwin Veendijk.

Abonneren Een abonnement is gratis. Aanmelden kan via www.adoptie.nl of kijk op www.adoptieoudersonline.nl

Foto cover portret Shekina Klein, foto Wilko van Beek Foto backcover Thinkstock

28

Redactieadres Postbus 290 3500 AG Utrecht Telefoon: 030 2330344 e-mail: redactie@adoptie.nl

Kopij Bijdragen, ingezonden brieven of tips zijn van harte welkom. Neem daarvoor contact op met bovenstaand telefoonnummer of e-mailadres. Overname van artikelen is alleen toegestaan na voorafgaande toestemming van de redactie en desbetreffende auteur. Verzoeken tot overname dienen gericht te worden aan de hoofdredacteur.

Profile for Stichting Adoptievoorzieningen

Adoptiemagazineonline#2 juli 2019 - Kleur  

Kleur is het thema van het nieuwste nummer van het Adoptiemagazine online. “‘Oprecht, ik zie niet dat mama een andere kleur heeft’, zegt de...

Adoptiemagazineonline#2 juli 2019 - Kleur  

Kleur is het thema van het nieuwste nummer van het Adoptiemagazine online. “‘Oprecht, ik zie niet dat mama een andere kleur heeft’, zegt de...

Advertisement