Page 1

magazine online

voor wie betrokken is bij afstand en adoptie

THEMA

Uiterlijk

‘We zorgen dat ze trots op zichzelf zijn’ Zoeken naar een onbekende, waarom zou je? Benoem en erken de verschillen

JAARGANG 2

NUMMER 02

JULI 2017


Redactioneel

BLOG JOUKE BOERMA

Trots op tranen Uiterlijk Wat is mooi of lelijk? Wie is knap of juist niet? Smaken verschillen, de meningen lopen uiteen. Geen punt. Maar wat doet het met je als je plotseling beseft dat je ouders een andere huidskleur hebben dan jij? Of als je wordt uitgescholden omdat je een kleurtje hebt? Wat voor gevolgen heeft dat bij de vorming van je identiteit? Sommige adoptieouders leren hun kinderen dat het niets uitmaakt. Geadopteerde Rhonda Roorda groeide als afro-Amerikaanse op bij blanke ouders en zij denkt daar anders over. ‘Het maakt wél uit. En het is belangrijk dat adoptieouders zich daarvan bewust zijn’, vertelt ze in een artikel op pagina 18. Vanaf pagina 6 komen adoptiemoeder Naomi Beerse en haar dochters Benita en Epy aan het woord over het thema Uiterlijk. Zij ervaren leuke en minder leuke kanten. In de vaste rubriek Het Drieluik staat dit keer geadopteerde Sanne van Rossen centraal. Sanne is geadopteerd uit Sri Lanka en nadat zij daar enkele jaren geleden haar biologische moeder had gevonden, ontdekte ze dat er veel mis is met adopties uit dat land. Sanne werkt momenteel aan een groot onderzoek over deze kwestie en hoopt eind van het jaar met een boek te komen. Verder in dit nummer een interview met hulpverleenster en adoptiemoeder Natasja Moekasan. Advocaat Vera Kidjan maakte weer een aflevering voor de rubriek Wetten en Regels en verder zoals gebruikelijk oplossingen voor ­ opvoedkundige problemen in de rubriek Vragenderwijs.

Jouke en Arjan helpen hun kinderen Tijmen (14 jaar), Siem (12 jaar), Qiujun (9 jaar) en Chunlian (6) met ‘groter groeien’. De twee jongsten komen uit China. Het eerste jaar dat Chunlian bij ons was, huilde hij nooit. Hij is een zeer temperamentvol kind maar zijn tranen hield hij binnen. Soms kwamen ze boven maar dan blokkeerde hij de route. Maar sinds een week of twee huilt hij echt, met grote uithalen, en de tranen lopen hem dan over de wangen. Hij laat zich troosten en geniet daarvan, naast alle verontwaardiging of het verdriet dat hij dan voelt. Wij zijn zo trots op zijn tranen! Trots dat hij steeds meer kwetsbaar durft te zijn. Sinds kort is hij ook wel eens bang. Terwijl hij vorig jaar nog zonder enig probleem in zijn eentje op zolder ging spelen (wat altijd zo raar aanvoelde voor mij dat ik dan maar snel bij hem langs ging), is hij nu bang om in zijn eentje naar boven te gaan. We zijn heel zuinig op zijn kwetsbaarheid. Die koesteren we en vanuit dat punt nemen we op een later moment kleine stapjes de wereld in. Nu zijn we blij dat hij als een peutertje aan onze armen hangt. Een soort omgekeerde ontwikkeling: van een kind dat met iedereen praat en ze met zijn charmes aan zijn kant probeert te krijgen (‘want wie voor me is, is niet tegen me’) naar een kind dat selectief is in zijn contacten, gericht op ons gezin waar hij deel van uitmaakt. De buitenwereld doet er even niet zo veel meer toe, op de mensen na die hij al goed kent. Onze andere kinderen maken ook grote ontwikkelingen door waar we trots op zijn. Qiujun ontspant en ontdekt zijn eigen krachten. Buitenshuis geeft hij ons soms ineens een hand. Als ik dan al lopend zijn warme hand in mijn hand voel, maakt mijn hart een sprongetje. We zijn ook heel trots op de twee grote broers. Ook zij maken bijzondere ontwikkelingen door. Siem herstelt van zijn schooltrauma en geniet, nu hij thuisonderwijs heeft, van de contacten met andere kinderen. Dit kind, dat als peuter het liefst op een terras zat om mensen te bekijken, durft weer naar mensen te kijken vanuit een verwondering. Zijn schild van commentaar en kritiek dat hij op school had opgebouwd om daar te overleven, heeft hij durven laten vallen. Zo trots op hem. En de oudste, die pas veertien is en al een vooropleiding op een kunstacademie doet, komt daar na zes lesdagen tot de conclusie dat al die kunstopleidingen eigenlijk gaan over jezelf leren kennen en vanuit jezelf iets creëren. Wauw. Natuurlijk leren, je mogen ontwikkelen vanuit je eigen intrinsieke motivatie, is de basis die wij onze vier kinderen meegeven. De oudste op een school die dat principe ook toepast, de andere drie met thuisonderwijs. Spannend maar o zo fantastisch om te mogen zien gebeuren. Daar ben ik mijn kinderen heel dankbaar voor!

Veel leesplezier!

Angela Jans Hoofdredacteur a.jans@adoptie.nl

Dit is een ingekorte versie van de blog van Jouke Boerma. Kijk op www.adoptieoudersonline.nl voor meer blogposts van Jouke en andere adoptieouders.


INHOUD

THEMA Uiterlijk 2 2 6

6

Redactioneel Blog: Trots op tranen – Jouke Boerma ‘We zorgen dat ze trots op zichzelf zijn’ – Angela Jans

10

Benoem en erken de verschillen – Machteld Stilting

18

Rhonda Roorda: ‘Kleur doet er wél toe’ – Angela Jans

15 Het Drieluik 9

GEBOORTEMOEDER – Kleine trekjes herken ik in haar – Chandra Wathie

15

DE GEADOPTEERDE – Obstakels in je leven,

21

daar word je sterker van – Sanne van Rossen DE ADOPTIEMOEDER - ‘We waren heel ­idealistisch’ – Agnes Persoon

18 Vaste Rubrieken 4

KORT Ruimte voor aankondigingen, nieuws, gadgets en een column van adoptiemoeder Sandra Benschop

12

16

16

ONDERZOEK BELICHT – Zoeken naar een

24

20 22 24

onbekende, waarom zou je? – Anouk van der Heij ACTUEEL – En de winnaar is… WK adoptiekids – Angela Jans GELEZEN/GEZIEN VRAGENDERWIJS WETTEN EN REGELS – Adoptie van ­buitenlands kind door familie in Nederland

26

– Vera Kidjan ACHTER DE FEITEN – Gaat mijn adoptie­ procedure nog wel door? – Angela Jans

JULI – 2017

3


KORT ­­

In de rubriek Kort is ruimte voor aankondigingen, nieuws en discussie. Heeft u een tip voor een bijeenkomst, een film of een lezing? Laat het ons weten: redactie@adoptie.nl.

TIP

Zich thuis voelen in twee culturen Kennisbureau ter Meulen heeft zich onder meer tot doel gesteld kennis over adoptie en pleegzorg te vergaren en te verspreiden. Daarvoor worden kennisflitsen verstuurd. De meest recente heeft als titel: Zich thuisvoelen in twee culturen. Geadopteerden komen na hun adoptie in een nieuwe cultuur terecht. Dit kunnen zij zien als een verrijking of als een worsteling. Hoe positief hun houding is naar hun dubbele culturele achtergrond lijkt onder andere af te hangen van de interesse van de adoptieouders voor de oorspronkelijke cultuur en hoe de adoptieouders omgaan met negatieve reacties vanuit de maatschappij. Meer informatie hierover, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek is te vinden op de website van het kennisbureau. Zie: www.kbtermeulen.nl

Liefde maakt van ons familie Marieke Schrauwen (32) maakt het prentenboek getiteld: Liefde maakt van ons familie. Dit boek gaat over Bo, een muisje dat geadopteerd wordt. Elke pagina vertelt een fase in het adoptieproces, zo kan je van jongs af aan je kindje vertrouwd laten worden met zijn eigen achtergrond en verhaal. De auteur maakte het boek op de eerste plaats voor haar twee dochters: Eliza (6) en Lena (4). Beide meisjes zijn geboren in Polen. Het boek is te bestellen via: liefdemaakt@gmail.com. In België kan bestellen dook via de V.A.G Boekendienst.

Tips voor kids met kroeshaar Hoe zorg je ervoor dat het uitkammen geen ramp wordt en hoe blijft het zacht zonder klitten? Deze vijf tips helpen je op weg!

1. 2. 3. 4. 5.

Als je het haar van je kindje wilt uitkammen, zorg er dan altijd voor dat het haar nat is en dat er conditioner in zit. Gebruik een kam met wijd uitstaande tanden. Zorg ervoor dat het haar van je kind altijd voldoende gehydrateerd is. Krullend en kroeshaar heeft altijd een leave in conditioner nodig als basis product, om uitdrogen te voorkomen. Doe het haar van je kindje voor het slapen gaan in 4 of 6 vlechten. Zo hoef je de volgende ochtend alleen de vlechten eruit te halen en het zit weer perfect. Laat twists of vlechten er niet te lang inzitten. Het is makkelijk, maar het uitkammen wordt geen pretje als de vlechten of twists er te lang in hebben gezeten. Was het haar niet elke dag. Krullend en kroeshaar is van nature erg droog en wordt alleen maar droger door het elke dag te wassen.

Zie: www.curlyhairtalk.nl

4

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE


COLUMN Tekst Sandra Benschop

Feest Het is Tweede Pinksterdag. Een mooie ­Nederlandse feestdag. Heerlijk, zo’n extraatje! In het christelijke verhaal rondom de dood, de herrijzenis en de hemelvaart van Jezus Christus komt Tweede Pinksterdag niet voor. Tweede Paasdag ook niet trouwens. Het zijn al eeuwenlang vrije dagen, geïnitieerd vanuit het christendom en inmiddels een ‘recht’ ondersteund door Nederlandse wetgeving. In de krant las ik het idee om Tweede Pinksterdag in te ruilen voor het vieren van het Suikerfeest. Het doet recht aan de geloofsbeleving van een grote populatie Nederlanders. Ik vind dat mooi. In deze tijd van gif een prachtig antigif dat recht doet aan de huidige samenstelling van de Nederlandse bevolking.

Nieuwe ­brochure trauma en herstel Veel adoptiekinderen hebben in hun vroegste kinderjaren traumatische ervaringen opgedaan. Hun ontwikkeling kan hierdoor ernstig verstoord raken of vastlopen. De nieuwe beknopte brochure ‘Trauma en herstel bij adoptiekinderen’ geeft informatie en tips. Deze brochure helpt u een eventueel trauma bij uw kind te herkennen: welk gedrag kan traumagerelateerd zijn, wat zijn mogelijke signalen? U vindt informatie over wat u kunt doen om uw kind te helpen en waar u terecht kunt voor verdere ondersteuning of begeleiding. De brochure bestaat uit 16 pagina’s, kost € 4,95 (incl. verzendkosten).

Wat ik nog mooier vond, is het initiatief van onze oudste, die geïnspireerd door een mooie les aardrijkskunde ‘Geloven op jouw manier’ besloot een dag te vasten. Het is uiteindelijk ramadan en veel van zijn vriendjes zijn moslim. Dus heb ik hem om kwart voor 3 gewekt, in de hele vroege ochtend van Tweede Pinksterdag, om hem een ontbijt te geven. Hij sliep direct weer in. De hele dag is hij in touw geweest, met dingen die jongens van 10 doen, ook als ze vasten: voetballen, trampoline springen en zwemmen. Samen met een vriendje die wel aan de chips, het ijs en de pizza ging. Hoewel hij het lastig had – het was immers een warme dag en ook drinken mag niet als je vast – heeft hij volgehouden. Om half 9 die avond kregen wij een WhatsApp-­ bericht van de moeder van een ander vriendje. Ze was soep aan het maken en kwam ons een pannetje brengen. Speciaal voor onze oudste, omdat ze zijn vasten zo bijzonder vond. Haar zoontje had haar erover verteld. Wij hebben samen om 10 uur ’s avonds de vasten gebroken met een grenzeloos lekkere maaltijd. Deze jongens zijn de toekomst. Ik ben vol hoop!

Sandra Benschop is samen met Gert-Jan van Wijk ouders van Matthew en ­Joseph. Zie ook: www.sandrabenschopcoacht.nl

SIG viert BBQ lustrum “Ze noemen ons ook wel de BBQ-club”, zei bestuurslid Inez Teurlings onlangs tijdens een hoorzitting over adoptie in de Tweede Kamer over de Stichting Interlandelijk Geadopteerden. En waarom ook niet? SIG, de landelijke netwerk- en belangenorganisatie voor (volwassen) geadopteerden uit alle mogelijke herkomstlanden viert op zaterdag 8 juli het eerste ­lustrum van de Beach BBQ. Vanaf 15.30 uur kunnen geadopteerden zich verzamelen bij beachclub Oase in Scheveningen. voor een hapje en een drankje. Aanmelden vereist via de website van SIG: www.geadopteerd.info

JULI – 2017

5


Uiterlijk

Tekst Angela Jans

‘We zorgen dat ze trots op zichzelf zijn’ Naar de kapper gaan duurt een dag. Het resultaat: een hoofd vol vlechten met k­ nalblauwe, roze of rode uiteinden. Lelijk? Nee hoor. Benita (10) en Epy (8) zien er prachtig uit met hun gekleurde haren. Opvallend? Dat zeker. Maar opvallen, dat doen de dames toch wel…

Epy

De biologische zusjes zijn geboren in Congo en in maart 2013 geadopteerd door Naomi en Stefan Beerse. Sindsdien wonen ze met z’n viertjes in Almere. Een multiculturele stad, waar ze toch al wel wat mensen van verschillende kleur en komaf gewend zijn, zou je denken. Maar dat valt best tegen, heeft moeder Naomi geconstateerd.

6

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

Niet zelden komt het voor dat de kinderen vervelende opmerkingen naar hun hoofd geslingerd krijgen over hun huidskleur. Naomi: “Gisteren gebeurde het nog. Daar schrik ik toch steeds weer van.” Epy: “We waren in het speeltuintje. Ze zeiden: ‘Bruine kinderen mogen niet

meedoen. Die zijn poep’. En ik zei alleen maar: ‘Je mag wel iets rustiger doen…’ Meestal ga ik dan wel weg, heb ik er geen meer zin in. Dat heb ik nu ook gedaan.” Naomi: “We weten wie de kinderen zijn die dit gezegd hebben en zijn daarover met hun ouders in gesprek.


Die ouders staan daar gelukkig open voor. De vader van het jongetje dat het heeft gezegd was ook boos. Dat is fijn. Maar je kunt natuurlijk niet altijd in gesprek. Dus proberen wij om de meiden weerbaar te maken. Door keer op keer te zeggen dat ze trots mogen zijn op wie ze zijn, gaat het steeds beter. In het begin kwamen ze huilend thuis na zoiets. Tegenwoordig zijn ze boos, of soms verbaasd. Dan zeggen ze bijvoorbeeld: ‘Die kinderen weten niet dat iedereen gelijk is’. Ze staan heel stevig in hun schoenen, zijn er niet meer zo snel van ondersteboven.”

Multiculturele school Naomi en Stefan hebben er bewust voor gekozen om Epy en Benita op een multiculturele basisschool te plaatsen. In hun klas – ondanks het leeftijdsverschil zitten ze allebei in groep 5 – zitten kinderen die zelf of van wie de ouders in de meest uiteenlopende landen zijn geboren: Turkije, Suriname, Marokko en meer. Op school valt het probleem doorgaans ook wel mee. Vaker gebeurt het op straat, dat ze zomaar uitgescholden worden. “Ik heb het weleens meegemaakt dat we op de fiets zaten en het zomaar gebeurde,” vertelt Naomi. “Hadden die jongens niet door dat ik de moeder was en achter de meiden fietste… Toen ik riep: ‘Hoho, dat wil ik niet horen’, schrokken ze al. Meestal heb ik niet het idee dat het echt racistisch is, ze zoeken gewoon wat. Is het geen bril, is het een platte neus. Toch verraste het mij wel, de opmerkingen die je krijgt naar aanleiding van een gekleurd uiterlijk. Zeker in een stad als Almere had ik dat niet zo sterk verwacht, al weet je dat hier veel PVVstemmers wonen. We merken het wel als we als gezin ergens in een dorp komen, dat mensen een uit twee kleuren samengesteld gezin niet gewend zijn. Dat iedereen ons dan bekijkt. Gelukkig hebben we dat in Almere niet. Hier kunnen we helemaal opgaan in de omgeving.” Reageerden ouders en kinderen in het begin doorgaans heel emotioneel op discriminerende voorvallen, tegenwoordig zijn Benita en Epy wel redelijk opgewassen tegen nare op-

Benita

JULI – 2017

7


go’s eten… Ze zoeken onbewust naar overeenkomsten buiten het uiterlijk om, dat kan natuurlijk ook. Ik denk niet dat er voor hen onderscheid is tussen mijn uiterlijk en dat van hen. Dat zien ze gewoon niet meer.” In hun vrije tijd zitten de zusjes op atletiek – hun grote hobby - en dansen. Epy is onlangs overgestapt van streetdance naar afrodance. “Ik heb eerst een proefles gedaan en toen wist ik dat ik het leuker vond, dus nu doe ik dat. De bewegingen die we maken zijn veel soepeler, dat vind ik leuk.” Benita overweegt haar zus te volgen: “Ik vind afro ook wel leuker denk ik.” Soms dansen ze thuis, zetten ze Spotify aan en oefenen ze hun bewegingen. Maar het liefst als er niemand kijkt…

Met het vliegtuig naar de hemel

merkingen zeggen ze ook zelf. Naomi: “En ik wil ook dat ze leren om het zelf op te lossen. Of dat ze hun schouders erover op kunnen halen en het daar laten liggen waar het hoort. Maar het is en blijft niet leuk. En als het te erg wordt, kunnen ze natuurlijk altijd bij ons terecht om het te bespreken.”

Elkaars haar vlechten Overigens is dit geen dagelijkse kost in het gezin Beerse. De meiden mogen er zijn en dat weten ze ook. Voor hen is uiterlijk vooral mooi zijn. Zorgen dat je haar goed zit, bijvoorbeeld. En dat is best een klus. Zo groot dat moeder Naomi er niet aan begint. Tot voor kort lieten de meisjes hun haren altijd invlechten door een gespecialiseerde kapster. Zij deed dat bij haar thuis en de twee moesten daar dan bijna een hele dag verblijven voordat ze klaar waren… Inmiddels hebben ze zich het

8

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

vlechtwerk eigen gemaakt en kunnen ze het zelf, dat wil zeggen, doen ze het bij elkaar. Ze vlechten het haar niet gewoon maar verwerken er gekleurde strengen in. Momenteel dus blauw. Moeder Naomi Beerse is er blij mee dat ze het nu zelf doen. Kunnen de meiden ondertussen lekker thuisblijven. Dat het even duurt, nemen ze op de koop toe. Vervolgens hoeven ze ook weer wekenlang niets aan hun kapsel te doen. Dat scheelt. Ook hebben ze speciale crème die ze op hun huid smeren. “Noodzakelijk”, zegt Naomi, “want hun huid is heel erg droog.” Heel anders dan de blanke huid van moeder. Toch zegt Evy regelmatig dat ze veel op elkaar lijken: Naomi en zij… “Dat meent ze echt. En we lijken inderdaad ook op veel fronten op elkaar. We houden bijvoorbeeld allebei van lezen, fietsen, in de bergen wandelen, naar het concertgebouw gaan, man-

Naomi: “Alhoewel ze nog niet zo heel lang in Nederland zijn, gaat het heel goed. Volgens mij scheelt het veel dat ze samen hierheen zijn gekomen. Bovendien hebben ze nog twee biologische broertjes die hier niet ver vandaan wonen. Die zien we regelmatig. Dat vinden ze heel fijn. De adoptie zelf was voor de kinderen best heftig, want ze bleken helemaal niet voorbereid te zijn op hun vertrek uit het kindertehuis in Congo. Ze werden plotseling weggebracht en hadden geen flauw idee wat er ging gebeuren. In het tehuis zijn ze heel christelijk opgevoed en Benita vertelde later, dat toen ze met het vliegtuig de lucht in ging, ze dacht dat ze naar de hemel zou vliegen… Eenmaal hier ontfermde ze zich als een echt moedertje over haar zusje. En die had op haar beurt in het begin heel veel driftbuien. Gelukkig waren ze allebei al heel snel open tegenover ons.” Inmiddels zijn de twee aardig geland. Leuke dingen om te doen zijn: op bezoek gaan, naar een pretpark, fietsen en film kijken. Ook maken ze al plannen voor de toekomst. Over de vraag wat ze in de toekomst graag zouden willen worden, hebben ze allebei al nagedacht. Al is er nog geen eensluidend antwoord. Epy twijfelt over: dokter, kapper, serveerster en moeder. De lijst van Benita is nog langer: kapper, moeder, serveerster, verloskundige, juf, trainer en voetballer....


drieluik GEBOORTEMOEDER

1

Chandra Wathie

Kleine trekjes herken ik in haar Er was een man komen vertellen dat mijn dochter mij zocht. Ik was erg blij maar vond het ook moeilijk om haar onder ogen te komen. De man zou de ontmoeting regelen in zijn zaak, in een stad twee uur reizen van mijn huis vandaan. Hij vroeg of ik dan wilde komen en ik zei ja. Op de afgesproken dag en tijd ben ik naar de winkel gegaan. Daar aangekomen schrok ik enorm. In de winkel stond een tv-ploeg met draaiende camera op mij te wachten. Daaromheen nog meer journalisten. Ik verstijfde en durfde mijn dochter amper ­ aan te kijken. Praten, haar vragen beantwoorden wilde ik al helemaal niet. Dat kon niet in deze omstandigheden. Daarvoor is het allemaal veel te ingewikkeld.

te zien dat we in sommige opzichten op elkaar lijken. Kleine trekjes herken ik in haar. Ik heb haar toen ook wel iets meer kunnen vertellen over de achtergrond van de afstand, al blijf ik het heel lastig vinden om daarover te praten. De situatie was gevaarlijk, mijn man was heel gewelddadig. Hij mishandelde mij en Sanne was ook niet veilig. Op een dag ben ik naar het politiebureau gevlucht. Van daaruit ben ik naar een tehuis gebracht waar Sanne kon achterblijven voor adoptie. Dat leek mij de beste oplossing.

Eigenlijk wilde ik liefst zo snel mogelijk weer weg daar. Verdwijnen in de anonimiteit, snel terug naar huis. Maar dat kon natuurlijk ook niet. Gelukkig was een van mijn twee zonen, broers van Sanne dus, er ook bij. Hij heeft haar uitgenodigd om mee te gaan naar zijn huis. Later op de dag is ze daarnaartoe gekomen. Daar was het wat rustiger, dat vond ik prettiger. Mijn zoon brak, hij vond het heel bijzonder om zijn zus te zien. Daarna zijn we allemaal weer onze eigen weg gegaan. Sannes vliegtuig naar Nederland vertrok al de volgende dag. We hebben daarna wel geprobeerd om contact met haar te houden maar dat lukte niet echt goed. Gelukkig kwam ze een paar jaar later nog een keer terug. Dat vond ik heel fijn. Toen was ik ook beter op de situatie voorbereid en stond er geen pers omheen. Het was grappig om

Haar vader is zeven jaar geleden overleden. Met hem heb ik nog twee andere kinderen gekregen, twee zonen, volle broers van Sanne. De een woont wat verderop, daar heb ik niet zo veel contact mee. Bij mijn andere zoon ben ik sinds kort ingetrokken, ik woon bij hem en zijn gezin in huis. Dat is fijn, want ik word al een dagje ouder en het werk in de rubberplantage begint me zwaar te vallen. Ander werk is er niet, dan wordt het voor mij heel moeilijk om rond te kunnen komen. Ik ben heel blij dat ik bij hem mag wonen en ik ben ook heel blij dat Sanne mij heeft gevonden. Misschien kan zij mij ook nog weleens helpen.

LEEFTIJD

60 jaar

WOONPLAATS

Ratna Pura, Sri Lanka

Chandra is de geboortemoeder van Sanne op pagina 15 Dit verhaal is niet rechtstreeks uit haar mond opgetekend maar gebaseerd op verklaringen van Sanne en haar ­adoptieouders.

JULI – 2017

9


Uiterlijk

Tekst Machteld Stilting

Natasja Moekasan:

‘Benoem en erken de verschillen’

Ruim tien jaar geleden startte Natasja Moekasan, samen met Myung Hee van der Aar en Angelique Speltie, het therapeutische samenwerkings­ verband Roots of S.A.M. Vanuit drie verschillende vestigingen in het land werken zij met jongeren en (jong)volwassenen aan het versterken van het basisvertrouwen. ­Opvallend veel pubers komen hier voor hulp. Niet vreemd, vindt Moekasan. ‘Ieder kind van die leeftijd probeert de puzzel die identiteit heet in elkaar te zetten. Dat is een pittige klus als er stukjes ontbreken.’ 10

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE


Moekasan slaakt een diepe zucht. Ze vindt het moeilijk om onder woorden te brengen hoe ze met jongeren werkt. Dan komen er al snel termen als ‘aarden’, ‘visualiseren’ en ‘er mogen zijn’. Dat klinkt dan zo zweverig, vindt ze. Toen ze een keer tegen een meisje zei dat ze een oefening wilde doen met aandacht voor ademhalen, riep het meisje verontwaardigd: “Ik ga echt niet aan yoga doen, hoor!” Moekasan grinnikt en zegt er dan serieus achteraan: “En toch werken de methodes.” Er kwam eens een jongen heel boos binnen, rechtstreeks uit school. Hij haatte zijn docent. In plaats van hem tot rust te manen, vroeg Moekasan hem bij dat gevoel te blijven. Waar voelde hij die boosheid? Waar voelde hij pijn? Zo begeleidde ze hem bij het voelen in plaats van het beredeneren. Uiteindelijk bleek dat de jongen het gevoel had dat de docent hem niet moest. Dat bleek een pijnpunt. Ook zijn biologische moeder moest hem immers niet. Toen raakten ze een kern. Moekasan: “Je kunt die pijn niet wegnemen. Geadopteerd en afgestaan blijf je je hele leven. Maar als je ruimte krijgt om te rouwen, kun je het wel beter verwerken.” Het helpen van jongeren loopt als een rode draad door Moekasans leven. Ze was jeugdhulpverlener bij de crisisopvang in Amsterdam-Noord, bouwde een school in Tanzania, was vrijwilliger in weeshuizen en opvanghuizen in Zimbabwe en Vietnam. Waar die drive vandaan komt, vindt ze lastig te benoemen. Ze is gewoon begaan met mensen die buiten de boot vallen. Misschien heeft het ook wel met haar eigen achtergrond te maken. Als kind uit een gemengd huwelijk groeide ze op tussen wit, gekleurd en zwart. Door haar getinte huid weet ze hoe het voelt om niet begrepen te worden. Van jongs af aan leerde ze om te gaan met verwachtingen uit twee culturen. “De ene keer vragen mensen of je wel Nederlands spreekt, de andere keer maken klasgenoten discriminerende opmerkingen over anderen en zijn ze verbaasd dat jij je ook aangesproken voelt.” Hierdoor is het lastig je identiteit te bepalen. Ze kan zich haar gevoelens tijdens de puberteit nog

goed herinneren. “Dat gevoel dat je er helemaal alleen voor staat.”

kleurenblindheid worden gladgestreken. Moekasan: “Dit werkt juist averechts. Het kind hoort: er is geen ruimte voor mij.”

Tattoo van geboortenaam

Natasja Moekasan.

Uien pellen Moekasans ervaring is dat je de pijnpunten moet benoemen. Maar dan moet je ze dus eerst vinden. En dat is vaak een heel proces: “We leveren zorg op maat, werken nooit met een standaardaanpak. Iedere adoptie is anders, dus ieder kind ook.” Eigenlijk is het een kwestie van uien pellen, legt ze uit. Je legt steeds een nieuwe laag bloot tot je bij de kern bent. “En net als met uien pellen gaat dat vaak met de nodige tranen gepaard.” Het zou volgens haar erg helpen als er thuis meer wordt gesproken over adoptie. Over wat het betekent, wat het met je doet. Over hoe het voelt om er anders uit te zien. Ze hoort vaak dat ouders – hoe goed bedoeld ook – tegen hun kind zeggen dat het echt net als zij is, dat ze geen verschil zien. Terwijl het kind vaak alleen maar in de spiegel hoeft te kijken om te zien dat dat niet waar is. Het staat haaks op wat het kind voelt. In ieder geval buiten het gezin. Want vanaf de bovenbouw van de basisschool zijn kinderen erg goed in staat om – vaak op heel expliciete wijze – uiterlijke verschillen te benoemen. Poepchinees, kroeskop, pinda… Adoptiekinderen krijgen buiten het gezin regelmatig de bevestiging dat ze anders zijn. Thuis kunnen ze daar vaak niet over praten, omdat oneffenheden daar uit liefde en/of

Ze herinnert zich de waargebeurde Zapp- kinderfilm Dat haar! Een Surinaams geadopteerd meisje van 12 jaar gaat vanuit Friesland voor het eerst naar een afrokapper in Amsterdam. Aan het begin van de film zie je hoe haar adoptiemoeder een gewone kam door het kroeshaar probeert te trekken. Moeder en dochter zijn het eens: het is vreselijk en onmogelijk haar. Pas na het bezoek aan de afrokapper realiseren ze zich dat het geen onmogelijk haar is, maar prachtig haar dat eenvoudigweg geen Nederlandse behandeling aankan. “Vanaf het moment dat ze haar kroeshaar accepteert en omarmt, krijgt ze ook interesse in de rest van haar roots. Je ziet haar opbloeien.” Moekasan is grote voorstander van het adopteren van het land van je adoptiekind. “Eet af toe met je handen of met stokjes, kijk samen films die zich afspelen in Zuid-Amerika, lees over het boeddhisme, ga naar het jaarlijkse adoptievoetbaltoernooi, doe je kind op een gemengde school. Erken de verschillen zonder waardeoordeel.” Zo laat je volgens haar zien dat de roots van het kind er zijn en er ook mogen zijn. Ze gaan er toch wel naar op zoek, weet Moekasan. Kinderen die een Nederlandse naam hebben gekregen van hun adoptieouders willen soms ineens hun geboortenaam als tattoo. Een meisje dat Moekasan kent, ging zich verdiepen in Japanse cartoons en bands. En een op de Filipijnen geboren jongen las alles wat los en vast zat over dat land. “Toen hij las over Spaanse invloeden daar, verklaarde dat volgens hem zijn liefde voor de gitaar.” Of zijn analyse klopt, doet niet ter zake, vindt Moekasan. Het feit dat hij hiaten in zijn levensverhaal opvult, werkt helend. “De wil om de puzzel compleet te krijgen is groot. Als ouder doe je er goed aan je kind daar alle ruimte voor te geven.” www.rootsofsam.nl

JULI – 2017

11


ONDERZOEK BELICHT

Zoeken naar een onbekende, waarom zou je?

Tekst Anouk van der Heij

Jaarlijks melden zich circa 400 mensen bij Fiom omdat ze op zoek zijn naar biologische familie. Personen die genetisch aan hen zijn verwant, maar die ze niet kennen. Personen ­waarvan ze niet weten of ze nog leven of waarvan ze, tot ze op zoek ­gingen, het bestaan niet kenden. Wat drijft hen? Wat hopen ze te bereiken?

Zoeken naar biologische familie is vaak lastig maar vinden is zeker niet onmogelijk.

12

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE


In juli 2014 is Fiom begonnen met het uitzetten van vragenlijsten onder mensen die zich aanmelden voor een zoekactie. Dit om beter zicht te krijgen op de betekenis van een zoekactie en de verwachtingen die er leven. In dit stuk worden de resultaten gepresenteerd van de ingevulde vragenlijsten die in de periode van juli 2014 tot en met december 2016 zijn binnengekomen. Fiom maakt onderscheid tussen adoptiegerelateerde (A) en niet-adoptiegerelateerde (NA) zoekacties. De eerste categorie (A) betreft vooral adoptiekinderen die op zoek gaan naar hun biologische ouders, maar ook afstandsmoeders en -vaders die op zoek gaan naar hun zoon of dochter. Bij de tweede categorie (NA) zijn allerlei scenario's denkbaar waardoor het contact verloren is gegaan of er nooit is geweest. Denk aan een kind dat bij een alleenstaande ouder is opgegroeid, (half)broers of -zussen waarvan men het bestaan niet wist, bekentenissen bij het sterfbed of nieuwe informatie naar aanleiding van een testament. In 2,5 jaar tijd hebben 721 mensen die een zoekactie startten, hun motieven en verwachtingen met ons gedeeld (respons 72,7 procent). Wat blijkt? Een zoekactie starten doe je niet zomaar. Meer dan de helft van de mensen die een zoekactie start (55 procent bij Azoekacties en 51 procent bij NA-zoekacties) geeft aan hier al enkele jaren over na te denken. Bijna een op de drie (32 procent) mensen bij A-zoekacties zegt zelfs zijn of haar hele leven al met ‘de zoekvraag’ bezig te zijn. Bij NA-zoekacties geldt dit voor een op de vier (26 procent).

Aanleiding heel divers De uiteindelijke aanleiding om een zoekactie te starten, is heel verschillend. Dit varieert van het moment waarop men erachter komt dat men geadopteerd is (19 procent, alleen bij A-zoekacties) tot ‘Sinds ik erover heb gelezen/gehoord in de media’ (6 procent bij A-zoekacties, 16 procent bij NA-zoekacties). Andere aanleidingen kunnen zijn: ‘Sinds ik zelf kind(eren) heb’ (15 resp. 16 procent), ‘Sinds de dood van een naaste’ (8 resp. 11 procent) of ‘Anders’ (13 resp. 38 procent).

Voor ruim een op de vijf (21 resp. 22 procent) was er geen speciale aanleiding om de zoekactie nu te starten. Bij de vraag ‘Waar ben je naar op zoek’, konden meerdere antwoorden aangevinkt worden. Er waren duidelijke verschillen tussen A-zoekacties en NA-zoekacties. Bij A-zoekacties wil bijna twee op de drie (62 procent) weten of er een halfbroer/-zus bestaat. Verder is men vooral op zoek naar gegevens over de moeder (55 procent) en de vader (51 procent). 29 procent wil weten wat de reden voor afstand is geweest en ruim een kwart (26 procent) is op zoek naar medische infor-

matie. Twee op de drie (66 procent) wil graag een ontmoeting met de gezochte, ruim de helft (52 procent) hoopt op persoonlijk contact en 22 procent hoopt een band op te kunnen bouwen met de gevondene(n). Deze verdeling is over alle jaren vrijwel gelijk. Bij NA-zoekacties is bijna de helft (47 procent) op zoek naar gegevens over de vader, net iets meer dan gegevens over het bestaan van halfbroers/-zussen (44 procent) en beduidend meer dan de 8 procent die op zoek is naar gegevens over de moeder. 12 procent is op zoek naar medische informatie.

JULI – 2017

13


OP DE VRAAG OF MEN DENKT DAT DE ­ ZOEKACTIE IETS ZAL VERANDEREN IN HOE GELUKKIG MEN ZICH VOELT, ANTWOORDT 61 PROCENT MET JA.

Eveneens 12 procent heeft ‘Anders’ aangevinkt. In tegenstelling tot Azoekacties is hier slechts 3 procent op zoek naar de reden voor afstand, wat verklaarbaar is omdat het hier niet altijd om een 'afstandszaak' gaat. Een ruime meerderheid (57 procent) wil graag een ontmoeting met de gezochte, bijna de helft (49 procent) hoopt op persoonlijk contact en 24 procent hoopt een band op te kunnen bouwen met de gevondene(n). Ook deze verdeling is over alle jaren vrijwel gelijk, al zijn er binnen NAzoekacties meer schommelingen te zien dan bij A-zoekacties. Zo werd er in 2014 bij NA-zoekacties vaker naar gegevens over de vader gezocht dan in de andere jaren (58 procent in 2014,

vergeleken bij 44 procent in 2015 en 45 procent in 2016) en varieerde het aantal zoekacties naar een zoon of dochter van 3 procent in 2014 tot 13 procent in 2015 en 9 procent in 2016. Het aandeel dat op zoek is naar medische gegevens, is binnen NA-zoekacties in de loop der jaren afgenomen, van 18 procent in 2014, naar 14 procent in 2015 tot 7 procent in 2016.

Verwachte veranderingen Binnen A-zoekacties verwacht 81 procent dat er door de zoekactie iets in zijn of haar leven zal veranderen. Dit aandeel is zeer stabiel over de jaren. Bij NA-zoekacties liggen deze verwachtingen iets hoger (84 procent) maar deze nemen in de loop der jaren

af van 87 procent in 2014, naar 85 ­procent in 2015 en 82 procent in 2016. Binnen A-zoekacties verwacht 43 ­procent ook dat de zoektocht iets zal veranderen aan hoe men is of functioneert. Bij NA-zoekacties liggen deze verwachtingen hoger (48 procent) maar nemen wel af (van 57 procent in 2014, naar 49 procent in 2015 en 44 procent in 2016). Op de vraag of men denkt dat de zoekactie iets zal veranderen in hoe tevreden of gelukkig men zich voelt, antwoordt bij A-zoekacties 61 procent met ja. Bij NA-zoekacties liggen ook deze verwachtingen hoger: gemiddeld 70 procent. Tot slot de vraag ‘Op een schaal van 1 tot 10, waarbij 10 staat voor heel belangrijk, hoe belangrijk is de zoekactie voor jou?’ De gemiddelde score is bij A-zoekacties een 8,6 (N=356) en bij NA-zoekacties een 9,0 (N=351). Ook hier is een lichte daling te zien bij de NA-groep in de loop der jaren, van 9,1 in 2014, naar 9,0 in 2015 en 8,6 in 2016. Duidelijk is dat een zoekactie voor veel mensen erg belangrijk is. Het is iets wat hen jaren bezig houdt voordat ze daadwerkelijk tot actie overgaan en waar men hoge verwachtingen van heeft. Verder valt op dat er verschillen zijn tussen adoptiegerelateerde (A) en niet-adoptiegerelateerde (NA) zoekacties. Mensen uit de eerste categorie vertonen meer uniforme kenmerken. Bij NA-zoekacties zijn over de jaren heen meer schommelingen te zien. Waarschijnlijk hangen deze grotere onderlinge verschillen samen met de diversiteit van deze zoekacties vergeleken met A-zoekacties. Op meerdere vlakken liggen de verwachtingen bij NA-zoekacties hoger dan die bij A-zoekacties. Daarentegen speelt de zoekvraag bij A-zoekacties vaak al langer, tot zelfs levenslang.

14

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE


drieluik GEADOPTEERDE

2

Sanne van Rossen

Obstakels in je leven, daar word je sterker van We vormden een apart gezin in het Brabantse dorp waar ik opgroeide. Uiteraard wilde ik vooral niet opvallen, maar ik viel natuurlijk wél op. Ik wist dat ik uit Sri Lanka kwam, maar daar was ik als kind eigenlijk niet zo mee bezig, ik was meer bezig met aanpassen. Ik wilde vooral hetzelfde zijn als iedereen, niet opvallen. Thuis hadden we het nooit over adoptie.

beantwoord. Hij bleek ook een computerwinkel te hebben. Daar zagen wij elkaar en daar stond, z­ onder dat ik het wist, de nationale tv met een ploeg journalisten klaar… Mooie publiciteit voor zijn winkel…. De ontmoeting met mijn biologische moeder verliep super awkward. Ik zag totaal geen emotie op haar gezicht. Ik kon niet peilen of dit was wat ze wilde. Ik had een miljoen vragen maar er werd amper antwoord gegeven. Waarom? Wat is er gebeurd? Dat wilde ik weten, maar ik kwam er niet Ik doorliep de basisschool, de middelbare school en de doorheen. Ik was ontgoocheld. Eenmaal weer thuis viel ik vervolgopleidingen vrij vlot en ging op mezelf wonen in in een gat. Ik had geen antwoorden, geen rust gevonden. Rotterdam. Een grote stad in plaats van een dorp. Dat trok Maar het leven ging door. Pas toen ik zelf zwanmij veel meer, ook omdat daar veel mensen uit ger werd, kwam het in alle hevigheid weer verschillende culturen wonen, dan kon ik terug: hoe kun je je kind afstaan? Na daar lekker een beetje opgaan in de de bevalling kreeg ik sterk het geanonimiteit, heerlijk! voel dat ik wat moest doen. Ik In 2010 ben ik voor het eerst tehad lichte twijfel of ik wel echt ruggegaan naar Sri Lanka. Samijn moeder had ontmoet en men met mijn zusje ging ik wilde een DNA-test doen. daar toen op vakantie. Ik wilWe bleken inderdaad een de voelen hoe het is om match en toen ben ik terugdaar te zijn. Het was gaaf gegaan om haar nogmaals om allemaal mensen om te ontmoeten. Dit verliep me heen te zien met hetheel anders, ditmaal kreeg zelfde soort uiterlijk. De ik zelfs een knuffel. geuren, de kleuren, het gaf Ondertussen ontdekte ik dat een gevoel van herkenning. er veel niet klopte rond adopMaar ik ging niet op zoek of ties uit Sri Lanka. De papieren zo. Pas toen ik weer terug was van mijn broer en zusje kloppen in Nederland kreeg ik meer bebijvoorbeeld ook niet, die zijn vals. hoefte om mijn biologische moeIk ben nu bezig met een onderzoek der te gaan zoeken. Ik had wat naar adoptie uit Sri Lanka en ga daarover gegevens over het ziekenhuis waar ik geeen boek maken. Ik ben nogmaals terug geboren ben en heb op een gegeven moment weest en heb meerdere afstandsmoeders een mailtje gestuurd met het verzoek om inMOEDER gesproken. Ook in Nederland heb ik uitgeformatie. Binnen vier weken kreeg ik het bevan een zoon (4) breid onderzoek gedaan en veel mensen gericht dat ze gevonden was! Dan staat je LEEFTIJD sproken. Er blijkt veel niet oké met betrekking wereld wel even stil. Eerst dacht ik: nee, dat 32 jaar tot adopties uit Sri Lanka. Mijn moeder is kan niet. En daarna: wow, ze leeft nog! Ik zat daardoor nogal geschrokken, maar dat hoeft echt even op een roze wolk. Heel snel heb ik BEROEP niet. Ik neem haar niets kwalijk. Ik ben een mijn ouders gebeld met de mededeling “Ze fysiotherapeut supergelukkig mens, ik wil helemaal niet zeuis gevonden!” ren maar ik mag toch wel kritisch zijn? Dat was ook nog in 2010. In 2011 ben ik voor WOONPLAATS de tweede keer naar Sri Lanka gegaan. Dit Berkel en Rodenrijs keer om mijn biologische moeder te bezoeSanne is de dochter van Chandra Wathie ken. De ontmoeting was georganiseerd door op pagina 9 en Agnes Persoon op de man die mijn mailtje in het ziekenhuis had pagina 21

JULI – 2017

15


ACTUEEL

En de winnaar is… WK Adoptiekids 2017 Ook de achtste editie van het WK Adoptiekids, dit keer gehouden op de velden van VV Brederodes in Vianen, was weer een groot succes. Natuurlijk vanwege het enorme enthousiasme van de 850 deelnemers en hun fans. Maar ook omdat de weergoden het evenement weer bijzonder gunstig gezind waren waardoor het festijn bij een heerlijke temperatuur kon worden afgewerkt. En niet te vergeten vanwege de dj die met feestmuziek de stemming er optimaal in wist te houden. Een kort verslag in woord en beeld.

n 32 parade. Er werde ditionele vlaggen opend met de tra emers ge eln rd de we ee ijn tw est of één Het voetbalf Soms met slechts t veld opgedragen. me t he ms en So . gg nin vla Be e uit verschillend Milan en Natacha eeld broer en zus orb vo bij ls zoa in het gevolg, Haïti. Kenia, China en te groep zoals uit een gigantisch gro

Gabie (12) uit Almere en Jouliet (11) uit Dro Afrika. Maa nten spelen r buiten he in het team t voetbalvel van Zuidd vermaken dansen ze op de tribun ze zich ook e. Jouliet: opperbest. “Eigenlijk Samen vind ik dans en leuker da n voetbal… ”

16

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE


Suppo rters, heel b gezell elang rijk op ig ple kje ing het vo ericht. etbalt oe

rnooi,

hebbe

n een

komen uit Miguel (12) stian (13) en ba Se , 2) (1 er mee en hael de eerste ke hn (12), Mic ar rechts: Jo n doet voor ia na st ks ba lin Se n . hn en st Va van herkom te maken. Jo balvrienden bia, hun land et . om vo ol e C w or eu ni vo in Woensel heel leuk om zelfde straat t het vooral wonen in de nd zij vi l g, ue aa ig nd M va langer dan en elkaar al Michael kenn

Ook la ngs de lijn heb ben Ny gen ee ima (9) n ande uit Rijs r team wijk en uit hun energie Niek (8 land va op peil ) uit Nij n herko m e t megen c mst, de hips, b “Ja he het dru roodje el leuk V S , a a s k. Ze m hier. M n en ho en koe oediaar nu k. Een uden o moet ik kort inte ndertu s weer n rviewtje sen hu aar mij n kan oo n team k nog w . Doei. el. Nie ” k:

elscha ) uit App gjing (11 n Ji t a d er r zat ze in eerste ke Vorig jaa Het is de oernooi. lt a tb e etbalvo van de vo t aan het mee doe ertje een ro b r a a h wil ik k omdat end jaar het publie teen: volg e m ik t ch “Toen da lers was. gjing. aldus Jin , !” n e o d e e m k o o FOTO'S WILKO VAN BEEK

JULI – 2017

17


Uiterlijk

Tekst Angela Jans

Kleur doet er wél toe Seminar van vergunninghouder A New Way Net doen alsof er geen discriminatie bestaat. Tegen je kinderen zeggen ‘Kleur doet er niet toe’ is fout. Want hoe goed bedoeld misschien ook, het doet er wél toe. En de kinderen lopen ertegenaan, vroeg of laat. Dat stelt Rhonda Mae Roorda. Ze werd als tweejarige Afro-Amerikaanse in 1971 geadopteerd door blanke ouders die vanuit ­Friesland naar Amerika waren geëmigreerd. Roorda schreef vier boeken over transracial adoptions en was onlangs een van de spreeksters op het seminar ‘Kleurenblind; kleur doet er niet toe…!?’ van vergunninghouder A New Way in Nijmegen.

Roorda put niet alleen uit eigen ervaring (“Being black in a white family. Met een blanke broer en zus, biologische kinderen van mijn ouders.”) Voor haar boeken interviewde ze tientallen volwassen geadopteerden. Daarmee begon ze na haar 26ste, toen ze inmiddels was afgestudeerd en aan het werk ging. “Ik wilde uitzoeken wat mijn positie in de maatschappij was. Waar ik het beste paste met mijn donkere huid. Het werden vaak zeer intieme gesprekken. Het ging erover hoe zij erin waren geslaagd hun eigen identiteit te ontwikkelen. Tot die tijd werd altijd gezegd: adoptiekinderen veel liefde geven is genoeg. Maar ik geloofde dat niet. Er komt veel meer bij kijken. Uit mijn onderzoek bleek ook: liefde is heel belangrijk maar het is niet genoeg. Adoptieouders moeten dieper gaan.”

Witte bubble Gekleurde kinderen die geadopteerd zijn door blanke ouders moeten leren wat racisme is. Ze moeten voorbereid zijn op discriminatie om zichzelf te kunnen beschermen. Ze moeten trots kunnen zijn op hun kleur en afkomst.

18

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

Kennis hebben van hun achtergronden. Blanke ouders moeten zich daar bewust van zijn en dit niet negeren door met goede bedoeling te doen alsof er geen verschil is. Want dat is er wél, zegt Roorda. “Nu zie je sommige gekleurde kinderen opgroeien in een witte bubble in de veronderstelling dat ze hetzelfde zijn, dat ze ook wit zijn. Ze hebben geleerd te vergeten dat ze een andere huidskleur hebben. Maar de maatschappij zegt: hallo, jij bent helemaal niet blank. En dat is

ook zo. We zijn gekleurd en daar moeten we trots op zijn! We moeten vol zelfvertrouwen in de wereld gaan staan zodat we succesvolle carrières kunnen opbouwen.” In haar meest recente boek In Their Voices komen volwassen gekleurde geadopteerden aan het woord over opgroeien in een voornamelijk blanke omgeving en hoe ze daarmee om zijn gegaan. Roorda: “Veel volwassen geadopteerden zoals ik stoeien op latere leeftijd met onze identiteit omdat we ontdekken dat we er niet hetzelfde uitzien als anderen, ook al denken we misschien van wel. In dat geval worden we er door de buitenwereld wel op afgerekend dat we anders zijn.” “Adoptieouders moeten zich realiseren dat ze zelf ook niet meer wit zijn, maar dat ze door de adoptie van bijvoorbeeld een donker kind deel gaan uitmaken van een multiraciaal gezin. Ze moeten zich realiseren dat het bij de opvoeding van hun kinderen hoort dat ze niet enkel terugvallen op hun eigen relaties en geschiedenis. Ze zullen zich ook actief moeten bewegen in andere culturen. Ze zullen vrienden moeten maken in kringen waar men-


sen er hetzelfde uitzien als hun kinderen. Het is belangrijk dat er niet alleen blanke kinderen komen spelen, dat er bij hen thuis ook gekleurde kinderen en volwassenen aanschuiven bij etentjes.” De ouders moeten zich als blanken zelf ook af en toe oncomfortabel voelen in een donkere omgeving, meent Roorda: “Ga bijvoorbeeld met je blonde haren eens naar een kapper voor mensen met kroeshaar… Dat voelt ongemakkelijk, dat garandeer ik je. Omgekeerd gebeurt dat vaak wel…”

Braboneger Als ze klein zijn, worden de donkere (geadopteerde) kindjes als schattig ervaren, maar ze groeien op en komen als volwassenen terecht in een wereld die hard is. Dus stelt Roorda nogmaals: bereid ze daar goed op voor. Eigenlijk waren alle sprekers op het seminar het hierover wel eens. De bijeenkomst werd geopend door Steven Brunswijk, beter bekend als de ‘Braboneger’. Hij is niet geadopteerd maar groeide als donkere jongen van Surinaamse afkomst op in het overwegend blanke Brabant. Ook hij waarschuwde blanke ouders van donkere kinderen om niet te doen alsof er geen verschil is: “Let op. Het kan een dingetje zijn. Denk daaraan! Ik ben een Nederlander maar ik word vaak niet zo behandeld. Als je nooit tot op het bot gediscrimineerd bent vanwege je huidskleur kun je er niet over oordelen. Probeer in de schoenen van je kind te gaan staan en leer ze om voor zichzelf op te komen. Zit erbovenop, zeg: je moet voor jezelf opkomen. Mijn ouders wisten van niks toen ze in twee werelden terechtkwamen. Jullie wel, jullie beginnen aan een lange, moeilijke weg, ik ben blij dat jullie hier zitten.” Ook Laura Hofmann, als maatschappelijk werkster nauw betrokken bij afstand en adopties in de VS, en Michael en Joy Goldstein van het gelijknamige adoptiebureau benadrukten dat verschillen niet genegeerd moeten worden. Voor Inez Teurlings, geboren in Bangladesh en geadopteerd door Nederlandse ouders, doet kleur er soms wel toe, en soms niet:

“ADOPTIEOUDERS MOETEN ZICH REALISEREN DAT ZE ZELF OOK NIET MEER WIT ZIJN, MAAR DAT ZE DOOR DE ADOPTIE VAN ­BIJVOORBEELD EEN DONKER KIND DEEL GAAN UITMAKEN VAN EEN ­MULTIRACIAAL GEZIN.” “Als je twaalf jaar op dezelfde plek werkt, doet je huidskleur er niet toe. Maar ga eens solliciteren en je zult merken van wel… Je moet dus leren om ermee om te gaan. Negeren is een manier, maar niet de meest constructieve oplossing. Je kunt het niet

onder het tapijt schuiven. Stereotyperingen, vooroordelen, ’grapjes’: je gaat ze niet weghouden. Dus ouders: zoem in op vaardigheden om er zo goed mogelijk mee om te gaan.” Meer informatie zie: www.anewway.nl

JULI – 2017

19


GELEZEN/GEZIEN Lance en Lot ­zoeken zich rot Auteur: Linda de Haan ISBN 978-90-216-7659-3 Uitgever: Ploegsma Kinder- en jeugdboeken P 13,99

‘Wat een groot geluk, eindelijk een zoon voor Lance en Lot!’ ook nogal ongepast. Er zijn te weinig kinderboeken die uitgaan van ouders van gelijk geslacht. Daarom is het jammer dat dit geen goede aanvulling is op het beperkte aanbod. Meike Melenhorst

Hallo Lieverd

Een aanrader voor (aspirant-)adoptieouders, geadopteerden, hulpverleners, maar ook voor adoptieleken. Chris Thie

Dansende muggen Margo van Boven www.uwverhaal.nl ISBN 978-90-82621-0-7 P 18,50

Auteur: Kim van Schie Uitgeverij de Brouwerij ISBN 9789078905004 P 20,-

Zoals de titel al doet vermoeden gaat het om een kinderboek. Twee ridders, Lance en Lot, gaan op zoek naar een kind omdat ze leven in huis willen. Maar al snel merken ze dat een baby vinden niet zo eenvoudig is. Ze zoeken in de moestuin, ze zoeken op alle markten in het land en ze vliegen naar het land van de kangoeroes. Het lukt allemaal niet. Jaren later staat er een mevrouw aan de deur die vertelt dat er in de buurt een baby’tje is geboren en dat zijn moeder niet voor hem kan zorgen. Ze zoekt ouders die dat wel kunnen. Dan staat er: ‘Wat een groot geluk, eindelijk een zoon voor Lance en Lot!’ Op de achterkant van het boek staat dat het gebaseerd is op het ware verhaal van twee adoptiepapa’s. Ik denk dat de schrijfster bevriend is met deze papa’s en een leuk boek over hen heeft willen schrijven. Echter, door het louter vanuit het perspectief van de papa’s in spe te schrijven wordt het een dubieus boek. Het staat haaks op wat adoptie zou moeten zijn: hulp aan een kind in nood. Hier staat de kinderwens centraal en daar is op zich niks mis mee, maar wel als er gesproken wordt over zoeken naar een kind. En als een moeder niet voor een kind kan zorgen is de uitroep

20

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

Wat een prachtig boek! Kim van Schie beschrijft op goudeerlijke wijze het avontuur van de adoptie van haar dochter uit Nigeria. Hoewel je niemand zo’n heftige adoptieprocedure toewenst, werpt het in dit geval wel duidelijk licht op de complexe thematiek die bij adoptie zo kenmerkend is. De gevoelens van ontroering, machteloosheid, frustratie, afhankelijkheid, vertwijfeling, liefde, strijdlust, verwondering, angst, verantwoordelijkheid en hoop zullen herkenning bij elke adoptieouder oproepen. De manier waarop Kim en haar man Menno ermee omgaan – menselijk, eerlijk en liefdevol naar hun kind, haar oorspronkelijke ouders, land en cultuur, maar ook voor elkaar en zichzelf – mag een voorbeeld heten voor velen. Realistisch en meeslepend beschreven, maar wel genuanceerd en respectvol. In één ruk uitgelezen en dan spijt dat het al uit is. Kim, Menno en dochter Pauline: een mooi gezin!

Het dagboek van adoptiemoeder ­Margo van Boven lijkt de basis voor Dansende muggen. Hoewel de titel dat misschien niet meteen doet ­ vermoeden, gaat dit boek over de ­persoonlijke, soms zeer intieme, gedachten van een moeder rond de adoptie van haar twee kinderen uit ­Colombia. Inmiddels al weer heel wat jaartjes geleden. De zwerm ‘dansende’ muggen treft ze daar tijdens een ­vakantieverblijf in een hotel bij zee. In het autobiografische boek vertelt Van Boven openhartig over hoe zij de adopties van haar dochter en zoon heeft ervaren. Ze weet de lezer onmiddellijk in het verhaal te trekken en verklapt dat ze het na de eerste adoptie heel moeilijk krijgt. Pas later beseft ze dat ze een postnatale depressie heeft (gehad). Met het boek hoopt ze vooral aspirant-adoptieouders een inkijkje en helpende hand te bieden in de gang van zaken. Dat lukt vast, het boek leest als een trein. Angela Jans


drieluik ADOPTIEMOEDER

3

Agnes Persoon

We waren heel idealistisch We wilden graag een groot gezin, dat wisten we al meteen in het begin van onze relatie. Vrij snel na ons huwelijk werden achtereenvolgens twee prachtige jongens geboren. Het leek ons moreel niet verantwoord zelf nog een derde kind te krijgen. We waren inmiddels ook pleegouders en ik vond het vrij ingewikkeld om die kinderen weer te zien vertrekken. Daarom kozen we voor adoptie, dan hoefden ze niet meer weg. We hadden geen voorkeur voor een bepaald land. Via vrienden die ook wilden adopteren, kwamen we bij Sri Lanka terecht. Omdat onze gegevens al bij de Raad voor de Kinderbescherming lagen, ging het allemaal vrij snel. In het voorjaar van 1985 heeft mijn man Sanne opgehaald in Sri Lanka. Ze was toen nog maar een week of vier oud. Ik bleef thuis met de jongens, mede omdat er op dat moment ook nog een pleegkind bij ons in huis was. Na een tijdje dachten we dat het fijn zou zijn voor Sanne als er nog een adoptiekind kwam, zodat zij niet meer zo’n aparte positie zou hebben. Toen kregen we het voorstel voor een tweeling, een jongen en een meisje. Twee erbij vonden we ook goed, we wilden immers graag een groot gezin. Ruim een jaar later, in augustus 1986, heeft mijn man de tweeling opgehaald. Ik bleef weer thuis, dit keer onder meer vanwege Sanne. En ik moet zeggen, ik vlieg ook niet zo graag… Eerlijk gezegd merkten we al vrij snel na thuiskomst dat er grote verschillen bestonden tus-

sen de twee kinderen. Zodanig, dat er bij ons lichte twijfels ontstonden over hun gezamenlijke afkomst, ofwel over de vraag of het wel echt een tweeling was. Er waren ook gezondheidsproblemen, met name bij een van de twee. We hebben nog navraag gedaan bij de betrokken instanties en er werd ons verzekerd dat alles klopte en dat geloofden wij. Daar hebben we het toen bij gelaten. Misschien waren we naïef, misschien hebben we het niet willen zien. Maar momenteel zijn er grote twijfels over de vraag of het daadwerkelijk een tweeling is. Eerlijk gezegd denken we van niet. Sanne heeft haar biologische moeder gezocht in Sri Lanka en kwam er al doende achter dat er veel mis is met adopties uit Sri Lanka. Zelf heeft zij haar biologische moeder gevonden, maar rond de tweeling blijkt niets te kloppen. Ik ben daar heel erg van geschrokken. Daar heb ik het een tijdje heel moeilijk mee gehad. Gelukkig verwijt ze ons niets. Begin dit jaar zijn ze met z’n tienen op vakantie geweest naar Sri Lanka: onze vier kindeMOEDER ren met hun partners en twee kleinkinderen. van vijf kinderen, waarvan We hebben even overwogen om als ouders drie geadopteerd mee te gaan, maar hebben dat niet gedaan LEEFTIJD om hun als kinderen een gezamenlijke bele65 jaar ving te laten ervaren. Achteraf denk ik dat dat heel goed is geweest. Ze hebben samen BEROEP een geweldige reis gehad en mooie ervaringepensioneerd gen opgedaan. wijkverpleegkundige WOONPLAATS

Steenbergen

Agnes is de moeder van geadopteerde ­Sanne op pagina 15.

JULI – 2017

21


‘Onze zoon heeft slaapproblemen.’ ‘Mijn puberdochter vliegt uit de bocht.’ Adoptieouders die vragen of twijfels hebben over de ontwikkeling of opvoeding van hun kinderen kunnen terecht bij de advieslijn van Stichting Adoptievoorzieningen. Ook geadopteerden, leerkrachten of ­andere betrokkenen kunnen daar terecht. In deze rubriek komen zaken voorbij die daar aan de orde komen.

Twijfels over operatie Moeder Eva belt met een vraag over haar zoontje Sun van ruim 3 jaar. Hij is sinds twee maanden in Nederland en bij de screening van het schisisteam kwam naar voren dat hij op korte termijn geopereerd kan worden. Eva twijfelt heel erg, het zou zijn uiterlijk verbeteren en ook zijn verstaanbaarheid vergroten. Maar het lijkt ook erg veel te worden in korte tijd. De overwegingen van moeder komen op tafel: Sun is pas kort in het gezin en reageert heel gespannen als er dingen gebeuren die anders lopen dan hij verwacht, en inslapen (zich overgeven aan het tot rust brengen door zijn ouders) is lastig voor hem. Medisch gezien hoeft de operatie niet op korte termijn. Aan het eind van het gesprek is Eva opgelucht dat ze voor zichzelf een knoop kan doorhakken: eerst elkaar nog wat extra tijd gunnen om een vertrouwensband op te bouwen.

Ook advies of hulp nodig? U kunt de Stichting Adoptie­voorzieningen als volgt bereiken: Tel. 030 - 2330340 (keuze 3), ma t/m do van 9.30 tot 12.30 uur. E-mail nazorg@adoptie.nl

22

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

‘Ik heb een hekel aan Afrikanen!’ Rond het uiterlijk van geadopteerden krijgt de nazorglijn niet alleen vragen van ouders over hun jonge kinderen. Uiterlijk en identiteit kunnen ook bij pubers en jongvolwassenen een rol spelen. Soms bellen hun ouders om de vragen voor hen te stellen, soms bellen zij zelf. Ook dan zijn we een luisterend oor, denken we mee en kunnen we advies geven. Onlangs nog belde een vader over zijn puberzoon die op dit moment met vragen rond zijn adoptie worstelt. Hij is geadopteerd uit Ethiopië en op zoek naar zijn identiteit. Hij is op dit moment vooral boos, verdrietig en ontoegankelijk en roept dingen als “Ik heb een hekel aan Afrikanen!” Als een geadopteerde op deze of latere leeftijd worstelt met zijn adoptieachtergrond kan het nog steeds fijn of nodig zijn om adoptiedeskundige hulp in te schakelen. Wij kunnen dan onze sociale kaart raadplegen. Hierin kunnen we zoeken naar hulpverleners die ervaring hebben met geadopteerden en met bepaalde methodes die werkzaam kunnen zijn bij het omgaan met en verwerken van hechtingsproblemen en trauma’s. We kunnen een selectie maken van deskundige hulpverleners in de regio van de woonplaats. De gegevens van deze hulpverleners sturen we dan naar de ouders of geadopteerde per mail. Zodat zij zelf kunnen kijken welke hulpverlener het meest aanspreekt en daar vervolgens contact mee kunnen leggen.


Binnenkant en ­buitenkant Zijn kinderen die stevig in hun schoenen staan automatisch tevreden(er) met hun uiterlijk? Of is het andersom: kan blij zijn met je uiterlijk ook je zelfvertrouwen verstevigen? Bij de nazorgtelefoon horen we regelmatig dat het bij adoptiekinderen een issue is waar ouders vragen en twijfels over hebben. Wat zeg je als je dochter huilend thuiskomt als een kind op school haar ‘spleetoog’ genoemd heeft? Hoe reageer je als je kind zijn gezicht wit wil maken, omdat het op jullie wil lijken, niet ‘anders’ wil zijn? Hoe zorg je dat je kind trots is op hoe het eruitziet en weerbaar is als anderen er een opmerking over maken? Relativeren, of juist serieus nemen? Waarmee maak je je kind sterk? Vaak heeft het te maken met het onderliggende gevoel van ‘ertoe doen’, ‘er mogen zijn’. Er zijn kinderen die het best grappig vinden dat ze opvallen met hun kroeshaar, of dat ze niet in de zon hoeven te zitten om een mooi bruin kleurtje te krijgen. Heerlijk als je kind zo lekker in zijn vel zit, toch? Maar als je kind een diepgewortelde overtuiging heeft dat het een slecht kind is, ziet het in de spiegel vast ook niet een plaatje waar het tevreden over is. Hoe vaak mensen ook zeggen dat hij of zij mooi bruin is en schattige krulletjes heeft….

“Veel kinderen in de basisschoolleeftijd willen opgaan in de groep, lijken op andere kinderen en op hun ouders.’’ Veel kinderen in de basisschoolleeftijd willen opgaan in de groep, lijken op andere kinderen en op hun ouders. Dat geeft een gevoel van verbondenheid en erbij horen. Irritant dus als anderen steeds vragen stellen en opmerkingen maken over het verschil. Maar als je het verschil trots kunt dragen, worden de opmerkingen vaak minder. De gesprekken aan de telefoon gaan dus vaak over bevestiging geven, benoemen van gevoelens, je kind ‘zien’, succesjes uitvergroten en vieren, zaken die de binnenkant voeden. In de hoop dat het beetje bij beetje gaat uitstralen naar de buitenkant…

Niet zijn echte moeder?

Tessa is moeder van Pichai, een Thais jongetje van 4 jaar oud. Als ze haar verhaal aan de andere kant van de lijn begint te vertellen komen meteen de tranen. “Neem je tijd”, zegt de nazorgmedewerker en wacht geduldig tot Tessa haar stem weer onder controle heeft. “Blijkbaar zit het hoog, dat geeft niets… Wat is er aan de hand?” Tessa vertelt dat ze hun zoontje ging ophalen van school, waar hij nog niet zo lang geleden begonnen is met halve dagen. Het gaat best goed, maar hij vindt het nog erg spannend allemaal. Op het schoolplein had ze nog even met een andere moeder staan praten, toen Pichai plotseling heel strak uit zijn ogen keek en naar huis wilde. Eenmaal thuis bleef hij ‘op slot’ en pas na heel lang doorvragen kwam het hoge woord eruit: “Benjamin zei dat jij niet mijn echte moeder bent, omdat jij er anders uitziet!” Een onbedaarlijke huilbui volgde, Tessa voelde het als een vloedgolf van ‘oud verdriet’, waardoor het haar zelf ook zo raakt, vertelt ze. Ze twijfelt of ze het goed heeft aangepakt. “En wat heb je gedaan om hem te helpen?”, vraagt de nazorgmedewerker. Tessa vertelt hoe het haar gelukt is om rustig te reageren en hem te troosten. De nazorgmedewerker complimenteert haar dat ze die stap eerst heeft genomen, want hierdoor laat ze Pichai merken dat hij begrepen en gezien wordt. Ze voegt nog toe: “Een manier om dat begrip extra kracht bij te zetten kan zijn door het gevoel, zijn onderliggende wens te benoemen: ‘Je bent verdrietig, je wilt graag dat Benjamin ziet dat we bij elkaar horen, dat snap ik.’ En dan kun je er wellicht nog wat verder over praten, dat hij bij zijn moeder in Thailand is geboren, hoe verdrietig het is dat zij niet voor hem kon zorgen.” Ze praten door over de menselijke neiging om verdriet bij kinderen direct te verkleinen, relativeren, of er een oplossing voor te bedenken. Erkenning kan hier een mooi opstapje voor zijn, maar wordt vaak overgeslagen. Tessa heeft een pas op de plaats gemaakt, waar ze trots op mag zijn. Door eerst aandachtig naar haar zoon te kijken en luisteren, begrip te tonen en haar warme armen om hem heen te slaan, heeft ze Pichai volop laten voelen zijn veilige thuishaven, zijn echte moeder te zijn. Zijn echte, witte moeder.

JULI – 2017

23


WETTEN EN REGELS

Adoptie van ­buitenlands kind door familie in ­Nederland Tekst Vera Kidjan

Een Congolese vrouw heeft in Congo de dochter van haar zus geadopteerd. Als zij zich later in Nederland vestigt en de ­Nederlandse nationaliteit verkrijgt, wil zij ook hier officieel voor haar nichtje zorgen. Dat blijkt moeilijk, zo niet onmogelijk...

Ariane komt uit Congo. Haar geboorte was ongepland. Haar vader heeft een nierziekte en haar moeder kampt met psychische problemen. Julie is de tante van Ariane, een jongere zus van de moeder. Zij heeft vanaf de geboorte hoofdzakelijk voor Ariane gezorgd. Toen Ariana zes jaar werd, heeft Julie haar in Congo geadopteerd en zijn zij met z’n tweeën ergens anders gaan wonen. Het is een zwakke adoptie, waardoor de biologische ouders van Ariane ook nog steeds worden beschouwd als haar ouders. Door de adoptie heeft Ariane drie ouders gekregen. Julie moet voor haar werk naar Nederland en ontmoet daar Arthur. Arthur heeft de Nederlandse nationaliteit maar hij komt oorspronkelijk uit Congo. Door allerlei omstandigheden kan Julie een poos niet meer terugkeren naar Congo. Zij blijft in Nederland en krijgt de Nederlandse nationaliteit. Ariane blijft in Congo en gaat noodgedwongen tijdelijk terug naar haar biologische ouders. Zij kunnen het echter niet meer opbrengen om voor haar te zorgen. Haar vader over-

lijdt en de psychische problemen van haar moeder nemen toe. Vaak is er niets te eten in huis en moet zij hiernaar op zoek gaan.

Tante als pleegmoeder Julie wil daarom dat Ariane naar Nederland komt. Zij dient hiervoor een verzoek in bij de Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Die erkent de Congolese adoptie niet en gaat na of Ariane in Nederland mag verblijven bij Julie als pleegmoeder. Het verzoek wordt geweigerd, mede omdat de biologische moeder van ­Ariane nog in leven is. Nadat de vader van Ariane is overleden, gaat het zienderogen bergafwaarts met de biologische moeder van Ariane. Bij haar wordt schizofrenie gediagnosticeerd en zij

wordt opgenomen in een kliniek. De situatie wordt voor Ariane onhoudbaar. Zij zwerft over straat en eet uit vuilnisbakken. Julie zorgt ervoor dat Ariane met een vakantievisum naar Nederland komt. In Nederland vraagt zij opnieuw een verblijfsvergunning aan voor Ariane. Deze aanvraag wordt afgewezen. Er wordt geprocedeerd maar alles wordt afgewezen. Ariane moet zich melden bij de Dienst Terugkeer en Vertrek. Zij moet alleen terugkeren naar Congo. Ariane is dan 15 jaar oud. Ondertussen woont

“DE ADVOCAAT VAN ARIANE IS BEZIG OM HET GEDWONGEN ­VERTREK TEGEN TE HOUDEN”


zij al zo’n twee jaar bij Julie en Arthur, die beiden haar als hun eigen dochter beschouwen. De advocaat van Ariane is bezig om het gedwongen vertrek tegen te houden. Zij vraagt mij om te kijken naar de Congolese adoptie. Ik begin een procedure bij de rechtbank voor de erkenning van de Congolese adoptie. Ook vraag ik of Arthur via een partneradoptie de adoptievader van Ariane kan worden. De procedure is ingewikkeld en loopt nog.

Landen worden ­multicultureler Waarom wordt deze casus uit de praktijk hier aangehaald? Op 24 mei 2017 is een rondetafelgesprek geweest met de vaste Kamercommissie van de Tweede Kamer over interlandelijke adoptie. Het gaat hier met name om het rapport dat de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) eind vorig jaar heeft uitgebracht. De RSJ komt tot de conclusie dat interlandelijke adopties moeten worden verboden. Een aantal organisaties, maar ook enkele individueel betrokken personen, is gevraagd om aan het rondetafelgesprek deel te nemen. Om dit gesprek voor te bereiden hebben alle partijen hun mening op papier gezet. Voor- en tegenstanders brachten hun argumenten naar voren. Toch komt een belangrijk argument in dit alles niet naar voren. Nederland is niet meer een land dat bestaat uit louter ‘blanke’ mensen. Het land is, net zoals vele andere landen wereldwijd, de afgelopen jaren multicultureler geworden. Het is niet meer vanzelfsprekend dat de afstamming van de Nederlander van nu terug te brengen is naar Nederlandse of andere (West-) Europese origine. Julie en Arthur zijn Nederlander en wonen in Nederland, maar zij zijn geboren en opgegroeid in Congo. Zij zijn volledig bekend met Arianes cultuur en haar familiegeschiedenis. In alle rapporten over interlandelijke adoptie wordt benadrukt dat het in het beste belang van het kind is dat er veel aandacht is voor zijn culturele achtergrond en herkomst. Lokale adopties moeten bijvoorbeeld worden bevorderd en vooral binnen eigen familiekringen. Er wordt alleen vergeten dat

het niet meer bijzonder is dat andere familieleden die wel een goede gezinssituatie kunnen aanbieden, niet meer in het land van herkomst wonen maar overal verspreid over de wereld, waaronder Nederland.

Vergeten groep In de Nederlandse vreemdelingenwet staat dat in zo’n geval verblijf bij een pleegmoeder die in Nederland woont een mogelijkheid moet zijn. Deze mogelijkheid is echter sinds jaar en dag een dode letter. In de wet staat dat een verblijfsvergunning wordt verleend als naar het oordeel van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie het kind in het land van herkomst “geen aanvaardbare toekomst” heeft. In de praktijk wordt dat getoetst aan de maatstaven van het land van herkomst. Met andere woorden, als het in het land van herkomst normaal is dat kinderen uit een vuilnisbak eten als hun ouders niet meer voor hen kunnen zorgen, dan is dit “naar de maatstaven van het land van herkomst” en hoeft Nederland zich verder niet te bemoeien met de toekomst van dit kind. De regels over interlandelijke adoptie en de toelating tot Nederland van immigranten, waaronder deze groep pleegkinderen, worden beide uitgevoerd door het ministerie van Veiligheid en Justitie. In dit licht bezien mag het rapport van de RSJ schijnheilig worden genoemd: enerzijds wordt benadrukt dat het opgroeien van een kind in eigen familie als leidend wordt gezien bij het bieden van bescherming aan kwetsbare kinderen in een land van herkomst, anderzijds is het in de praktijk nagenoeg onmogelijk om een verblijfsvergunning te krijgen voor zo’n kind als de familieleden in Nederland wonen en het kind uiteindelijk willen gaan adopteren. Het is heel gemakkelijk om deze groep kinderen in het debat te vergeten.

Mr. Vera Kidjan is werkzaam bij Everaert Advocaten in Amsterdam. Meer weten over recht en adoptie? Zie: www.everaert.nl

JULI – 2017

25


ACHTER DE FEITEN

‘Gaat onze ­adoptieprocedure nog wel door?’

Tekst Angela Jans

RONDETAFELGESPREK TWEEDE KAMER OVER ADVIES RSJ Stop per direct met interlandelijke adoptie en met name uit de Verenigde Staten, Europa en China. Dit advies van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en ­Jeugdbescherming (RSJ) zorgt voor veel onrust onder aspirant-adoptieouders, adoptieouders én g ­ eadopteerden. Vragen als ‘Wordt dit advies door het Nederlandse parlement overgenomen?’ en ‘Gaat onze adoptieprocedure nog wel door?’ worden sindsdien regelmatig gesteld aan medewerkers van vergunninghouders en Stichting Adoptievoorzieningen.

Die vragen zijn heel begrijpelijk, want de RSJ is een wettelijke instantie die gevraagd en ongevraagd advies geeft aan de Nederlandse regering. De Tweede Kamer zal zich hierover ook zeker nog gaan buigen. Toch luidt het antwoord aan de telefoon bij Stichting Adoptievoorzieningen: “In ieder geval voorlopig zal er zo goed als zeker niets veranderen.” Het onderwerp ‘adoptie’ is namelijk door de politiek ‘controversieel’ verklaard. Dat betekent dat zolang er geen nieuw kabinet is, de Tweede Kamer geen besluit over deze kwestie zal nemen. Vervolgens moet het onderwerp ook eerst nog op de agenda gezet worden. Maar eens zal het advies van de RSJ toch ter tafel komen in de Tweede Kamer. Daarop vooruitlopend, om tegen die tijd tot een gedegen meningsvorming te kunnen komen, werd op 24 mei een rondetafelbijeenkomst gehouden door de vaste Kamercommissie voor Veiligheid en Justitie in Den Haag. Aanwezig waren onder anderen de Kamerleden Madeleine van

26

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

Toorenburg (CDA), Michiel van Nispen (SP), Kees van der Staaij (SGP), Vera Bergkamp (D66) en Kathalijne Buitenweg (GroenLinks). Zij lieten zich uitgebreid informeren door leden van de RSJ, adoptieouders, geadopteerden, deskundigen zoals Femmie Juffer, René Hoksbergen en Anneke Vinke en vertegenwoordigers van verschillende betrokken organisaties waaronder Sanne Buursink namens de gezamenlijke vergunninghouders.

Onwenselijke financiële prikkel Op verzoek van de Kamerleden lichtte de RSJ de totstandkoming en in-

houd van het eerst advies toe. Dat houdt, behalve stoppen met interlandelijke adoptie, ook in dat er meer geïnvesteerd moet worden in hulp aan kinderen in nood in de desbetreffende landen. ‘Bouw aan jeugdbescherming in land van herkomst en stop met interlandelijke adoptie’, aldus de titel van het rapport dat de RSJ eind vorig jaar heeft gepubliceerd en dat nu onderwerp van gesprek was. Volgens de RSJ is hulp bieden in het land van herkomst een veel beter middel om kinderen zonder gezin te beschermen dan interlandelijke adoptie. Het geld dat met adoptie ge-


moeid is werkt volgens de RSJ niet alleen misstanden in de hand – het ‘creëert vraag en aanbod van kinderen’, aldus het rapport –, het geld kan op die manier ook nog eens veel beter gebruikt worden. Deze conclusie is getrokken op basis van onderzoek en interviews met betrokkenen uit diverse geledingen. Binnenlandse adoptie is overigens geen enkel probleem voor de RSJ, en RSJ-lid Jolande Calkoen wees erop dat er bovendien een schrijnend tekort is aan pleegouders in Nederland. De Kamerleden stelden kritische vragen aan de RSJ. Zo wilde Van Nispen graag weten welke geldstromen dan leiden tot de genoemde onwenselijke financiële prikkels en vroeg Bergkamp waar de RSJ zich eigenlijk precies op baseerde. Buitenweg stelde dat het misschien de omgekeerde volgorde was om eerst te stoppen met interlandelijke adoptie om vervolgens op andere wijze kinderen in de landen van herkomst te helpen. “Zal de jeugdzorg ter plaatse onmiddellijk verbeteren als Nederland met adoptie stopt? Of gebruik je stoppen als middel om druk te zetten?” wilde ze weten. “Het advies is al werkend ontstaan. We werden er zelf eigenlijk ook door verrast”, aldus Calkoen.

Betere jeugdzorg is belangrijker Het aantal kinderen dat in Nederland wordt geadopteerd, is de laatste jaren sterk gedaald van 1185 in 2005 naar 304 in 2015. Ook is het profiel van de geadopteerde kinderen veranderd. De kinderen zijn gemiddeld ouder op het moment van adoptie en ze hebben steeds vaker een aanvullende zorgbehoefte (special need). In 2015 was 85 procent van de adoptiekinderen een special need-kind.

Mede tegen deze achtergrond heeft de minister van Veiligheid en Justitie de RSJ gevraagd advies uit te brengen over een toekomstbestendig stelsel voor interlandelijke adoptie op basis van vier scenario’s die eerder dit jaar zijn opgesteld door onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF). De RSJ kwam echter tot de conclusie dat aan de keuze uit deze scenario’s een fundamentele vraag vooraf gaat. Die luidt: ‘Hoe kunnen kinderen van de doelgroep voor interlandelijke adoptie, zij die niet bij hun eigen gezin kunnen opgroeien, het beste beschermd worden?’ Het antwoord is volgens de RSJ dus niet adoptie, maar hulp bij de op- en uitbouw van het jeugdbeschermingssysteem in het land van herkomst. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen het microniveau van het individuele kind en het macroniveau, het systeem. Op microniveau zijn er sterke argumenten te vinden voor interlandelijke adoptie. Zoals: opgroeien in een gezin is voor een kind beter dan op opgroeien in een kindertehuis. Interlandelijke adoptie biedt een kind de kans om in een gezin op te groeien. Daar staan op macroniveau andere sterke argumenten tegenover: in verschillende wetenschappelijke onderzoeken is de aanzuigende werking van adoptie aangetoond. De vraag naar kinderen creëert een aanbod in kindertehuizen. En interlandelijke adoptie staat opvang van een kind bij een gezin in eigen land en cultuur in de weg. Het belemmert de op- en uitbouw van systemen van jeugdbescherming in landen van herkomst. De argumenten op macroniveau wegen voor de RSJ zwaarder dan de argumenten op microniveau.

Naïef advies? Die mening werd (uiteraard) niet door alle sprekers gedeeld. De meningen waren verdeeld. Zo kwam in het tweede blok van de bijeenkomst onder anderen geadopteerde Hilbrand Westra aan het woord. Hij onderschrijft het standpunt van de RSJ wel volledig. “Het gaat hier niet om goede bedoelingen, er is geen roze wolk meer, er moet gewoon niet met kinderen worden gesold.” Geadopteerde Inez Teurlings liet weten dat zij erg blij is dat ze is geadopteerd: “Voor mij was het een goed middel. De kans dat ik het in Bangladesh zou hebben gered is nihil.” Mirjam Knollenstaart, zelf geadopteerd én adoptiemoeder, noemde het vrij naïef om te denken dat Nederland iets in te brengen zou hebben over de jeugdzorg in landen van herkomst. Zo kwamen achtereenvolgens allerlei betrokkenen aan het woord met standpunten voor en tegen. De sprekers hadden over het algemeen vooraf uitgebreide position papers ingediend zodat Kamerleden en ambtenaren zich daarmee nog verder konden informeren over de standpunten en ideeën van de betrokken, door hun vertegenwoordigde organisaties. Kamerlid Van Nispen concludeerde dan ook: “Zoveel sprekers, zoveel conclusies. Maar hoe weet je nou zeker wat het meest in het belang van het kind is? Is er een systeem denkbaar waarbij problemen die nu spelen bij interlandelijke adoptie ondervangen zouden kunnen worden?” Geadopteerde Westra: “Elk systeem draagt risico’s met zich mee. Dus het antwoord is nee.” Interlandelijke adoptie als middel van jeugdbescherming kent positieve aspecten maar ook knelpunten, zo maakte de rondetafelbijeenkomst over het RSJ-rapport opnieuw duidelijk. En naast het belang van het kind spelen ook andere belangen een rol, zoals dat van de wensouders. Dat maakt het onderwerp politiek ingewikkeld. De ­ (aspirant-) adoptieouders die graag duidelijkheid willen over wat de Tweede Kamer met het RSJ-advies gaat doen, zullen nog wel enige tijd geduld moeten hebben.

JULI – 2017

27


COLOFON Adoptie Magazine Online Onafhankelijk, informerend, signalerend en opiniĂŤrend. Voor aspirant-adoptieouders, adoptieouders, geadopteerden, professionals op het gebied van adoptie en alle anderen die zich betrokken voelen bij afstand en adoptie. Adoptie Magazine Online is uit een uitgave Stichting Adoptievoorzieningen. Het online magazine verschijnt vier keer per jaar.

Vormgeving Studio Jorrit van Rijt

REDACTIE Hoofdredacteur Angela Jans Aan dit nummer werkten mee Erik Draaijer (eindredactie), Sandra Benschop, Zindzi Folmer, Ria Heek, Vera Kidjan, Meike Melenhorst, Machteld Stiltting, Chris Thie en Annemarie Vernooij.

zie ook: www.adoptieoudersonline.nl en of www.adoptie.nl

Foto cover Thinkstock 28

ADOPTIE MAGAZINE ONLINE

Redactieadres Postbus 290 3500 AG Utrecht Telefoon: 030 2330344 e-mail: redactie@adoptie.nl

Kopij Bijdragen, ingezonden brieven of tips zijn van harte welkom. Neem daarvoor contact op met bovenstaand telefoonnummer of e-mailadres. Overname van artikelen is alleen toegestaan na voorafgaande ­toestemming van de redactie en desbetreffende auteur. Verzoeken tot overname dienen gericht te worden aan de hoofdredacteur.

Adoptiemagazine#2 juni 2017 - uiterlijk  

Het thema van het Adoptiemagazine is dit keer: Uiterlijk.

Adoptiemagazine#2 juni 2017 - uiterlijk  

Het thema van het Adoptiemagazine is dit keer: Uiterlijk.