Issuu on Google+

Poolse verpleegkundigen zorgen voor ademruimte Oplossing ADMB HR Services voor personeelsschaarste in de zorgsector

ADMB opent vernieuwde kantoren in Halle Bezoek onze website: www.admb.be Driemaandelijks - jaargang 56 - nummer 2 - MEI 2011 Hoofdkantoor: Sint-Clarastraat 48, 8000 Brugge - Afgiftekantoor: Gent X - P 409699


ICT MANAGEMENT

INTERIM ICT MANAGEMENT IS

VALUE FOR MONEY

EXTERNE ICT MANAGER

De expertise van een externe ICT manager inzetten en toch de kosten voor de onderneming binnen de perken houden. Uit een recent onderzoek naar de markt van het interim management in België blijkt dat het tevredenheidspercentage bij bedrijven die interim management inzetten hoog is. 83% verklaart dat interim management ‘value for money’ biedt. Ondervragen we bedrijfsleiders van ondernemingen die géén beroep doen op interim management, dan wordt de prijs aangehaald als reden om niet voor deze oplossing te kiezen.

Dit is nochtans een misverstand. De toegevoegde waarde van de expertise van een externe ICT manager voor een bedrijf ligt zeer hoog. Interim ICT management waarborgt: expertise - continuïteit strenge selectie van de geschikte kandidaat - flexibiliteit continue begeleiding door ADMB iS.

Interim ICT management kost niet méér dan eigen expertise van hetzelfde niveau: ICT Directeur (55 jaar)

Euro

Bruto jaarloon

132.240

+ Sociale lasten werkgever (36%)

47.606

= Loonkost werkgever

179.846

+ Kost wagen per jaar (leasing)

15.000

+ Extralegale voordelen: hospitalisatieverzekering, extralegaal pensioen, maaltijdcheques, forfait onkost, etc

21.096

+ Wervings – en selectiekosten (afgeschreven over 3 jaar)

9.000

Totale werkgeverskost per jaar (zonder bonus)

224.942

Aantal gepresteerde dagen per jaar (zonder vakantie, feestdagen, ziekte, opleiding, enz) Kost per dag Deze tabel toont aan dat het idee over de hoge kostprijs van interim management niet strookt met de werkelijkheid, tenminste als (bijna) alle kosten in de berekening worden opgenomen. Een aantal «verborgen» kosten zou er nog aan toegevoegd kunnen worden, zoals bijvoorbeeld opleidingskosten of kosten verbonden aan het sociaal passief. Om deze functies via interim management in te vullen zouden

2 > NR 2 - MEI 2011

206 1.092

de dagprijzen die aangerekend worden schommelen tussen +/- 850 en € 1.500 per dag (zonder BTW). Voor die prijs krijgt het bedrijf een zeer hoog gekwalificeerde manager, die snel ingewerkt is en de opdracht zeer resultaatgericht aanpakt.

Interesse?

Contacteer ADMB iS, tel 050 474 680 of via email: info@admbis.be


EDITORIAAL

INHOUD ICT Management Interim ICT Management. . . . . . . . . . 2

Voor de werkgever Deeltijds leren en deeltijds werken. . 4 Studentenarbeid in 2011 . . . . . . . . . . 6 Jaarlijkse vakantie. . . . . . . . . . . . . . . . . 8 Wat na de leertijd? . . . . . . . . . . . . . . 10 Aanpassingen aan loonbonus. . . . . . 11 s

Karel Ghesquière algemeen directeur ADMB

Interview Poolse verpleegkundigen zorgen voor ademruimte. . . . . . . . . . 12

Preventie en Bescherming op het werk

Geachte lezer, De paasvakantie is ronduit schitterend geweest en de schoolgaande jeugd - en wellicht ook hun ouders - hebben hopelijk genoten van een vervroegd maar zalig zomergevoel. En we kunnen het niet ontkennen, de frisse geuren en heldere kleuren omringen ons met licht optimisme. Wellicht is uitgerekend dit ook de oorzaak waarom ik, terwijl ik hier aan mijn klavier zit, absoluut niet nog eens wil schrijven over de uitblijvende regeringsvorming, laat staan me wil opschikken om naar de feestdis te gaan om het record van één jaar verkiezing zonder resultaat te vieren. Dus dan maar met genoegen over naar de inhoud van dit trouw gelezen blad.

Nieuwe etikettering gevaarlijke producten . . . . . . . . . . . . 14

HR SERVICES Timemanagement . . . . . . . . . . . . . . . 15

ADMBeeld Opening vernieuwde kantoren in Halle. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16

Ziekteverzekering

Omdat de witte sector ons ook zeer nauw aan het hart ligt, focussen we meer en meer op een globaal aanbod van dienstbetoon naar die sector toe. Vandaar dat u zult kunnen lezen hoe we te werk gaan om Poolse verpleegkundigen te overhalen naar onze contreien te komen om de vergrijzing, de onvoldoende instroom en de nood aan een complexere zorg op te vangen en dit met gekwalificeerd buitenlands personeel. Onze ADMB HR Services mogen terecht fier zijn op het intussen afgelegde parcours, tot groot genoegen van meerdere zorgorganisaties. Wat waar is voor de zorgsector, is ten andere ook waar voor andere sectoren en niet in het minst de bouwsector.

Arbeidsongeschiktheid bij zelfstandigen. . . . . . . . . . . . . . . . . 18 Thuiszorg. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19

Daarenboven zult u een kort maar globaal overzicht kunnen lezen over de verplichtingen inzake jaarlijkse vakantie. Het is evident dat onze diensten voor de toepassing en de berekeningen zelf zullen instaan wat uw dossier betreft, maar een korte blik op uw verplichtingen kan nooit kwaad.

Kinderbijslag en vakantiejob. . . . . . . 22

Dit laat me ook toe om nu reeds u en uw familie een deugddoende vakantie toe te wensen, waarbij ik hoop dat, als we elkaar opnieuw schrijven bij de editie augustus, wij dan wel reeds een krachtdadige regering zullen hebben en dat wij als ondernemers onze voortrekkersrol meer dan ooit kunnen waarmaken, maar dan stilaan in een politiek meer zekere omgeving. Veel succes,

Met vriendelijke groet, Karel Ghesquière

Verzekeringen Vrij Aanvullend Pensioen. . . . . . . . . . 20 Adressen ADMB Verzekeringen. . . . . 20 Individuele pensioentoezegging. . . 21

Kinderbijslagen Opleidingen Opleidingen 2011. . . . . . . . . . . . . . . . 23

Nuttige cijfers RSZ-bijdragen en data. . . . . . . . . . . . Memo voor de werkgever. . . . . . . . . Bedragen kinderbijslag werknemers. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Tabel pensioenbedragen . . . . . . . . . . Index en dagvergoeding zelfstandigen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

24 26 27 28 30

Adressen Adressen kantoren. . . . . . . . . . . . . . . 31

Rekrutering en Selectie Vacatures. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 32

colofon Redactieadres: Sint-Clarastraat 48 - 8000 Brugge - Tel. 050 474 111 - Fax 050 474 110 Redactie: K. Ghesquière, K. Boelens, E. Braet, L. Daeninck, M. Debruyckere, K. Defoor, P. Pirard, L. Fiers, P. Godelie, O. Gustin, L. Hoste, P. Jonckheere, S. Lemaire, V. Lenssen, P. Staelens, G. Van De Maele, R. Vanden Bussche, D. Van Loocke, D. Vantornout, N. Van Kerschaver Verantwoordelijke uitgever: K. Ghesquière, p.a. Sint-Clarastraat 48 - 8000 Brugge Vormgeving: Kliek Creatieve Communicatie Druk: Roularta Oplage: 80.000 ex. - Lid van VUKPP Vroeger verschenen artikels uit ADMB Info zijn te raadplegen op onze website www.admb.be Nr 2 - MEI 2011 > 3


voor de werkgever

Deeltijds leren en deeltijds werken s

Michèle Deconynck expert juridisch adviseur ADMB Studiedienst

Er zijn verschillende systemen waarbinnen men als jongere kan deeltijds leren en deeltijds werken. De belangrijkste systemen zijn het industrieel leerlingwezen en het middenstandsleerwezen: de leerovereenkomsten dus. Het is echter mogelijk om ook buiten het kader van een leer- of stagestatuut deeltijds te leren en te werken. De arbeidsprestaties worden in die hypothese dan in het kader van een gewone arbeidsovereenkomst verricht. Hierna gaan we kort in op het industrieel leerlingwezen, het middenstandsleerwezen en alternerend leren en werken in het kader van een gewone arbeidsovereenkomst. 1) Industrieel leerlingwezen Het industrieel leerlingwezen staat ook bekend als het ‘werknemersleerlingwezen’. Het gaat hier dan ook om de opleiding van jongeren in beroepen die traditioneel in ondergeschikt verband worden uitgeoefend. De opleiding omvat een praktisch luik dat in de onderneming wordt uitgeoefend en een theoretisch luik dat in een onderwijsinstelling wordt gegeven, doorgaans een Centrum voor Deeltijds Beroepssecundair Onderwijs. De reglementering rond het industrieel leerlingwezen is federaal en dus over het hele land hetzelfde. Daaruit volgt echter niet dat een leerovereenkomst mogelijk is in alle ondernemingen. Hiervoor is ook vereist dat de onderneming onder een paritair comité ressorteert dat heeft voorzien in een paritair leercomité. Momenteel beschikken een 20-tal paritaire comités over een paritair leercomité. Dergelijke paritaire leercomités spitsen de voorwaarden waaronder de leerovereenkomsten worden georganiseerd toe op de eigenheden van het betrokken paritair comité. Die voorwaarden worden in het zogenoemde leerreglement van de sector opgenomen. Het systeem is dus sterk sectorgebonden zodat hier moeilijk algemeen geldende voorwaarden kunnen meegegeven worden. In essentie dient de werkgever de leerling vanzelfsprekend goed op te leiden en deze ook een leervergoeding te betalen. 4 > NR 2 - MEI 2011

Er wordt in dit verband een maximum bepaald, waarbij rekening wordt gehouden met een bepaald percentage van 50% van het algemeen gemiddeld gewaarborgd minimum maandinkomen. Het concrete percentage varieert in functie van de leeftijd van de betrokken leerling. De maxima bedragen momenteel:

Leeftijd

%

Bedrag

15 jaar

64%

452,90 EUR

16 jaar

70%

495,40 EUR

17 jaar

76%

537,80 EUR

18 jaar

82%

580,30 EUR

19 jaar

88%

622,80 EUR

20 jaar

94%

665,20 EUR

21 jaar en ouder

100%

707,70 EUR

De tijd besteed aan opleiding wordt als arbeidstijd beschouwd, en dit zowel voor minderjarigen als voor meerderjarigen. De leervergoeding wordt geacht ook de prestaties op de schoolbanken te vergoeden.

2) Middenstandsleerwezen Het middenstandsleerwezen heeft tot doel jongeren op te leiden in beroepen die traditioneel als zelfstandige worden uitgeoefend. In tegenstelling tot wat voor het industrieel leerlingwezen geldt, wordt de reglementering inzake het middenstandsleerwezen vastgelegd door de Gemeenschappen. Er zijn in totaal niet minder dan vier verschillende systemen: 1. het Vlaamse systeem, van toepassing in Vlaanderen en op Nederlandstaligen in Brussel-Hoofdstad; 2. het Waalse systeem, van toepassing in Wallonië; 3. het Franstalige systeem van toepassing op de Franstaligen in Brussel-Hoofdstad; 4. het Duitstalige systeem van toepassing op de Duitstaligen in de Oostkantons. In het kader van deze bijdrage gaan we enkel in op het Vlaamse systeem. De overige systemen zijn wel min of meer op basis van dezelfde principes georganiseerd.

Binnen het middenstandsleerwezen moet een onderscheid gemaakt worden tussen de middenstandsleerovereenkomsten en de ondernemersopleidingen. De middenstandsleerovereenkomsten hebben tot doel een jongere in een zelfstandig beroep op te leiden en omvatten een praktisch luik dat in de onderneming wordt uitgeoefend en een theoretisch luik dat door Syntra wordt verzorgd. De ondernemersopleiding is dan weer een basisvorming die voorbereidt op het algemeen technisch, commercieel, financieel en administratief uitoefenen van een zelfstandig beroep en het beheer van een KMO. Het betreft een alternerende opleiding die zowel een theoretische vorming, opnieuw bij Syntra, als een praktijkervaring, een praktijkstage of een aanvullende praktijkopleiding omvat. Het is de bedoeling dat een jongere eerst een middenstandsleerovereenkomst en vervolgens een ondernemersopleiding volgt. Net zoals voor de industriële leerovereenkomsten, bestaan de voornaamste verplichtingen van de werkgever in het verstrekken van een goede opleiding en de betaling van een leer- of stagevergoeding. De minima in het kader van de middenstandsleerovereenkomsten zijn de volgende:

-18 jaar

+18 jaar

1ste jaar leertijd

297,94 EUR

397,27 EUR

2 jaar leertijd

397,27 EUR

446,92 EUR

3 jaar leertijd

490,09 EUR

490,09 EUR

de de

De minima in het kader van de ondernemersopleiding zijn de volgende:

Jaar

Bedragen

1ste jaar

676,69 EUR

2 jaar

799,73 EUR

3 jaar

922,76 EUR

de de


voor de werkgever

De tijd besteed aan opleiding wordt ook in dit systeem als arbeidstijd beschouwd en dit zowel voor minderjarigen als voor meerderjarigen. De leervergoeding wordt ook hier geacht ook de prestaties op de schoolbanken te vergoeden.

3) Alternerend leren en werken in het kader van een arbeidsovereenkomst Voor de arbeidsprestaties gelden hier eigenlijk de gewone spelregels. U moet de betrokken jongere dus behandelen zoals elke andere werknemer. Pas op: de tijd besteed aan opleiding, wordt voor minderjarigen ook buiten het kader van een leerovereenkomst als arbeidstijd beschouwd. U moet met het oog op het naleven van de gemiddelde arbeidsduur dus steeds rekening houden met de schoolprestaties. Houd ook in gedachten dat de arbeidstijdregels ten aanzien van minderjarigen strenger zijn dan ten aanzien van meerderjarigen. Bronnen: Wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen voor beroepen uitgeoefend door werknemers in loondienst (B.S. 31 augustus 1983), Decreet van de Vlaamse Raad van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap (B.S. 3/10/08).

Wenst u op de hoogte te blijven van alle nieuwe sociale wetgevingen, trends uit de HR-sector, en het reilen en zeilen binnen ADMB? Schrijf u dan nu in op onze elektronische nieuwsbrief ‘ADMB Actua’ via

www.admb.be/ezine

“Leerovereenkomsten bieden een win-win situatie” (Hugo Casteleyn, zaakvoerder ELCA nv) Elca nv is een constructiebedrijf uit Poperinge dat metaalconstructies op maat maakt voor onder andere de waterzuiveringssector. Deze ADMB-klant van het eerste uur heeft al sinds 1998 op regelmatige basis iemand in dienst met een industriële leerovereenkomst. Hugo Casteleyn, zaakvoerder van ELCA NV: “Het Centrum Deeltijds Onderwijs is altijd op zoek naar bedrijven die studenten willen tewerkstellen. Momenteel werkt Nathan, 16 jaar, hier drie dagen per week als lasser–monteur. De overige twee dagen volgt hij aanvullende theoretische en praktijklessen in het Deeltijds Onderwijs te Poperinge. Een bedrijf dat iemand met een leerovereenkomst in dienst wil nemen, moet natuurlijk voldoen aan verschillende voorwaarden. Zo moet de onderneming al meerdere mensen in dienst hebben en mag de jongere dus niet de eerste werknemer zijn. De aangeboden werkzaamheden moeten binnen de mogelijkheden van de jongeren liggen zodat ze hun kennis verder kunnen uitbreiden met het oog op hun toekomstige beroepskeuze. Het bedrijf moet zorgen voor voldoende opleiding en begeleiding. Veiligheid, werkopvolging, aanwezigheid, inzet en het zakelijke lopen hierbij parallel met de wetgeving en het huisreglement. Het Centrum Deeltijds Onderwijs zorgt voor een continue opvolging. Vooraleer we iemand in dienst nemen, maken we eerst kennis via een theoretisch sollicitatiegesprek, dat al vlug een uur in beslag neemt. We stellen hierin enkele gerichte vragen om het startniveau te bepalen. Zo weten we al vlug welk vlees we in de kuip hebben en of het zal klikken tussen de jongere en zijn persoonlijke begeleider(s) op de werkvloer. Daarnaast kunnen we hierdoor het leerplan beter inschatten in samenspraak met het Centrum Deeltijds Onderwijs. Hoe dan ook is het onze betrachting om iedereen een kans te geven. Als iemand iets minder sterk uit het gesprek komt, blijft er een mogelijkheid voor een deeltijdse tewerkstelling. Het accent ligt op de opleiding, niet op de aanwerving. Ze behouden dus steeds de vrije keuze. De kandidaten volgen bij ons doorgaans een opleiding als lasser-monteur. Voor de montagewerkzaamheden werken ze niet alleen hier in het bedrijf, maar ook op de werf. Deze extra ervaring is voor hen mooi meegenomen. Aansluitend is er iedere maand een gedetailleerde evaluatie op basis van schoolformulieren en komt de school geregeld tijdens het traject bij ons ter plaatse evalueren en bijsturen waar nodig. Het systeem is voor beide partijen een win-win situatie. De jongere krijgt een mooie vergoeding en een extra bonus na het doorlopen van de opleiding, plus een bagage aan ervaring. Het bedrijf krijgt hiervoor een tegemoetkoming en de kans om een goede, nieuwe werknemer te vormen. ADMB Sociaal Bureau regelt alles op het vlak van correcte uitbetaling van de vergoeding en de wettelijke verplichtingen om iemand tewerk te stellen. Bij ons zijn er al verschillende jongeren na hun leerovereenkomst hier blijven werken. De meesten zijn dan ook kwalitatieve, enthousiaste werkkrachten. Deeltijds onderwijs biedt degenen die graag actief bezig zijn een mooie kans om hun studies tot een goed einde te brengen en stimuleert aanzienlijk de kans op vast werk. De drie vooropgestelde werkdagen per week worden vanuit het lessenpakket vastgelegd en kunnen dus niet door het bedrijf gekozen worden. Een efficiënte planning is hier de boodschap.

Nr 2 - MEI 2011 > 5


voor de werkgever

> VANAF 1 JANUARI 2011

Studentenarbeid in 2011 s

Matthias Debruyckere adjunct-afdelingshoofd ADMB Studiedienst

In de zomermaanden ziet het horecapersoneel er heel wat jeugdiger uit dan in de rest van het jaar. Maar ook in andere sectoren worden in die periode vaak bijkomende jonge krachten ingehuurd. In deze bijdrage vindt u in een notendop een overzicht van de belangrijkste zaken waarvoor werkgevers (en studenten) oog moeten hebben. 1. Wie kan tewerkgesteld worden als student met een studentenovereenkomst ? Kunnen studentenarbeid verrichten : • de minderjarigen van 15 jaar en meer die onderwijs met volledig leerplan volgen; • de minderjarigen die na hun voltijdse leerplicht, maar tijdens hun deeltijdse leerplicht (= ‑ 18-jarigen) deeltijds onderwijs of deeltijdse vorming volgen, en die niet genieten van een overbruggingsuitke­ring. Deze studentenarbeid kan echter alleen gedurende de periodes van schoolvakanties; • de studenten die niet meer aan de schoolplicht onderworpen zijn. Kunnen geen studentenarbeid verrichten, de studenten die : • hun voltijdse leerplicht niet beëindigd hebben en dus jonger zijn dan 16 (of 15) jaar; • na hun voltijdse leerplicht, naast hun deeltijds onderwijs, nog verbonden zijn door een: - deeltijdse stageovereenkomst; - deeltijdse arbeidsovereenkomst; - industriële leerlingenovereenkomst; - middenstandsovereenkomst; of overbruggingsuitkeringen ontvangen; • minstens sedert 6 maanden werken; • bij wijze van stage onbezoldigde arbeid verrichten die deel uitmaakt van hun studieprogramma; • ingeschreven zijn in een avondschool of onderwijs met beperkt leerplan (d.i. minder dan 15 uur/week) volgen. De leerplicht beloopt 12 jaar, begint met het schooljaar waarin het kind 6 jaar wordt en eindigt bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd (uitzonderlijk op 17-jarige leeftijd, met name op 30/6 van het jaar van de 18de verjaardag, indien op dat moment reeds 12 jaar lager en secundair onderwijs doorlopen zijn). 6 > NR 2 - MEI 2011

Voltijds leerplichtig is iemand slechts tot de leeftijd van 16 jaar, of tot 15 jaar als de betrokken leerling op die leeftijd al de eerste twee jaar secundair onderwijs gevolgd heeft.

2. Studentenovereenkomst De studenten worden in België speciaal beschermd. Naast de algemene regels die van toepas­sing zijn op alle werknemers, heeft de wetgever voorzien in specifieke bepalingen voor de studenten tewerkgesteld met een studentenovereenkomst. Het studentencontract is een contract voor bepaalde duur van maximum 6 maanden dat voor elke student afzonderlijk en steeds schriftelijk moet worden vastgesteld, uiterlijk op het tijdstip waarop de student in dienst treedt. Dit contract moet een aantal specifieke vermeldingen bevatten. Een dergelijke overeenkomst mag een proefperiode voorzien die, zowel voor arbeiders als voor bedienden, minimaal 7 en maximaal 14 dagen bedraagt. Hoewel het om een contract voor bepaalde tijd gaat dat afloopt op een bepaalde datum, beschikken zowel werkgever als student over de mogelijkheid om de overeenkomst vervroegd te beëindigen mits ze een opzeggingstermijn van respectievelijk 3 of 1 dag(en) naleven. De duur van deze opzeggingstermijn wordt opgetrokken tot respectievelijk 7 en 3 dagen wanneer het studentencontract meer dan 1 maand beslaat. De werkgever is er eveneens toe verplicht om de studentenovereenkomsten gedurende 5 jaar te bewaren op de plaats waar deze studenten tewerkgesteld worden.

3. Arbeidsvoorwaarden a) loon Een student moet als tegenprestatie voor zijn arbeid in principe minimaal het loon ontvangen dat, voor het werk dat hij doet, bepaald is binnen de sector. In sommige sectoriële C.A.O.’s is er voor studentenarbeid echter een aparte loonschaal voorzien. Bij tewerkstelling in sectoren die geen lonen

voorzien hebben, moet voor tewerkstellingen vanaf 1 maand het nationaal minimum gerespecteerd worden. b) arbeidsreglement De student moet vanaf de eerste dag van zijn tewerkstelling een exemplaar van het arbeidsre­glement krijgen. Hij moet tekenen voor ontvangst ervan. c) arbeidsduur De overeenkomst en het arbeidsreglement moeten de arbeidsduur vermelden. Behoudens enkele uitzonderingen (waaronder de studenten waarvan het loon vrijgesteld is van sociale zekerheids­bijdragen (zie hieronder)), mag de wekelijkse arbeidsduur niet beneden 1/3 van de arbeidsduur toepasselijk in de sector liggen. Bovendien mag elke arbeidsperio­de in de regel niet minder dan 3 uur bedragen.

4. RSZ‑bijdrageplicht In principe moeten de student en de werkgever sociale bijdragen betalen. Indien de werkgever nog niet voor andere werknemers ingeschreven is bij de RSZ, moet hij zich speciaal aansluiten bij deze instantie. Voor de daaropvolgende jaren is geen nieuwe inschrijving meer vandoen. Ongeacht de mogelijkheden tot vrijstelling van RSZ‑bijdragen die gelden voor alle werkne­mers (d.i. occasionele arbeid, arbeid in de socio‑culturele sector, seizoenarbeid, arbeid van bepaalde niet‑inwonende dienstboden), bestaat er voor studenten, zij het onder strikte voorwaarden, slechts een minimale bijdrageplicht. a) tijdens de zomermaanden In geval van tewerkstelling van studenten in de zomervakantie­maanden, moet op hun loon 5,01 % werkgevers- en 2,5 % werknemersbijdragen afgedragen worden, mits: • de student tewerkgesteld wordt in het kader van een studentencontract; • de tewerkstelling plaatsvindt in de maanden juli, augustus en september; • de tewerkstelling in de maanden juli, augustus en september 23 arbeidsdagen niet overschrijdt;


voor de werkgever

• de student niet bij dezelfde werkgever tewerkgesteld werd in de loop van het vooraf­gaand schooljaar, tenzij in het kader van een studentencontract en uitsluitend tijdens de niet-verplichte aanwezigheidsperiodes in de onderwijsinstelling. b) de rest van het jaar Als de studenten tewerkgesteld worden buiten de zomervakantiemaanden, moet sinds 1 juli 2005 op hun loon 8,01 % werkgevers- en 4,5 % werknemersbijdragen betaald worden, op voorwaarde dat: • de student werkt in het kader van een studentencontract; • de tewerkstelling niet plaatsvindt in de periode juli-september; • er maximum 23 arbeidsdagen per kalenderjaar gepresteerd worden; • er enkel gepresteerd wordt tijdens nietverplichte aanwezigheidsperioden in de onderwijsinstelling. In 2012 zouden studenten 50 dagen, gespreid over het volledige jaar, op een parafiscaal gunstige manier kunnen tewerkgesteld worden.

5. Fiscale implicaties van studentenarbeid a) bedrijfsvoorheffing Voor de niet‑inhouding van bedrijfsvoorheffing op het loon van de jobstudent, gelden dezelfde voorwaarden als voor de gedeeltelijke vrijstelling van RSZ‑ bijdragen (zie hoger). b) is de jobstudent nog ten laste van zijn ouders? Om nog fiscaal ten laste van zijn ouders te kunnen zijn, mag de student op jaarbasis maximaal volgende bedragen (aanslagjaar 2012, inkomsten 2011) verdienen: • algemeen: • wanneer op hun loon volledige RSZ (13,07 %) ingehouden wordt: • als bediende: 4.155,64 EUR bruto • als arbeider: 4.206,24 EUR bruto • wanneer op hun loon beperkte RSZ ingehouden wordt: • tijdens zomer (2,5 %): 3.705,13 EUR bruto; • buiten zomer (4,5 %): 3.782,72 EUR bruto; • wanneer op hun loon geen RSZ ingehouden wordt: 3.612,50 EUR (= bruto bestaansmiddelen); • netto-belastbaar: 2.890,00 EUR; • als student met alleenstaande vader of moeder: • wanneer op hun loon volledige RSZ (13,07 %) ingehouden wordt: • als bediende: 5.996,20 EUR bruto • als arbeider: 6.069,20 EUR bruto • wanneer op hun loon beperkte RSZ ingehouden wordt:

• tijdens zomer (2,5 %): 5.346,15 EUR bruto; • buiten zomer (4,5 %): 5.458,12 EUR bruto; • wanneer op hun loon geen RSZ ingehouden wordt: 5.212,50 EUR (= bruto bestaansmiddelen); • netto-belastbaar: 4.170,00 EUR; • als gehandicapte student met alleenstaande vader of moeder: • wanneer op hun loon volledige RSZ (13,07 %) ingehouden wordt: • als bediende: 7.606,70 EUR bruto • als arbeider: 7.699,30 EUR bruto • wanneer op hun loon beperkte RSZ ingehouden wordt: • tijdens zomer (2,5 %): 6.782,05 EUR bruto; • buiten zomer (4,5 %): 6.924,08 EUR bruto; • wanneer op hun loon geen RSZ ingehouden wordt: 6.612,50 EUR (= bruto bestaansmiddelen); • netto-belastbaar: 5.290,00 EUR. Let wel: • bij de bedragen met volledige RSZ werd noodgedwongen geen rekening gehouden met de RSZ-werkbonus (waardoor de opgegeven bedragen in bepaalde omstandigheden te hoog liggen); • als de student alimentatiegeld krijgt, moet 80 % van het ontvangen bedrag meegeteld worden in de berekening voor het al dan niet fiscaal ten laste blijven. Ter compensatie wordt de hierboven vermelde maximumgrens van de bruto bestaansmiddelen verhoogd met 2.890,00 EUR; • voor inkomsten op basis van een studentencontract worden de grenzen verhoogd met 2.410,00 EUR.

6. Recht op kinderbijslag Sinds 1 september 2005 behoudt de student die werkt in twee gevallen zijn recht op kinderbijslag: • tijdens het 3e kwartaal (juli, augustus en september) gelden geen beperkingen, ongeacht het statuut van de student (werknemer of zelfstandige) en ongeacht het type arbeidsovereenkomst; • tijdens het 1e, 2e en 4e kwartaal mag de student maximaal 240 uren per kwartaal werken, ongeacht zijn statuut (werknemer of zelfstandige) en ongeacht het type arbeidsovereenkomst. De beperking geldt dus ook voor jongeren tewerkgesteld met een arbeidsovereenkomst voor studenten.

7. Arbeidsongevallen Wanneer de werkgever reeds verzekeringsplichtig personeel in dienst heeft, hoeft er in principe geen uitbreiding van de arbeidsongevallenverzekering te gebeuren (toch beter nachecken bij uw verzekeraar).

Werkt de werkgever daarentegen enkel met jobstudenten, dan moet er speciaal hiertoe een arbeidsongevallenverzekering gesloten worden.

8. Onmiddellijke Aangifte van Tewerkstelling (DIMONA) Sinds 1/1/03 moet elke werkgever de in- en uitdiensttreding van zijn personeel melden aan de RSZ. Deze verplichting bestaat eveneens bij tewerkstelling van studenten. U kunt als klant van Sociaal Bureau uw DIMONA via onze website doorgeven. Beschikt u nog niet over een user-ID, schrijf u dan in via www.sociaalbureau.be/registreren. Deze melding moet gebeuren vooraleer de student in dienst treedt en dient volgende gegevens te bevatten: • datum van in- en uitdiensttreding; • de vermelding dat het om een student gaat; • het INSZ-nummer van de student (terug te vinden in de rechterbovenhoek van de SIS-kaart van betrokkene); • de (eerste) plaats van tewerkstelling. Werkgevers die deze verplichting niet respecteren, riskeren aanzienlijke geldboetes.

9. Studentenarbeid en sociale verkiezingen In mei van 2012 vinden de vierjaarlijkse sociale verkiezingen plaats. Bedrijven die in 2011 gemiddeld 50 werknemers in dienst hebben, moeten verkiezingen organiseren voor het aanstellen van de werknemersvertegenwoordigers in het Comité voor Preventie en Bescherming op het Werk. Als ze gemiddeld 100 werknemers tewerkstellen, moeten ze ook de procedure voor de Ondernemingsraad opstarten. De telling van het gemiddeld personeelsbestand gebeurt als volgt. Voor werknemers die minstens 75 % van een voltijdse presteren deelt men het aantal kalenderdagen in dienst in 2011 door 365, voor andere werknemers deelt men dit aantal kalenderdagen door 730. Uitzendkrachten tellen niet mee, behalve als ze in het laatste kwartaal van 2011 werken. In dit laatste geval deelt men het aantal dagen in dienst door 92 (als ze minstens 75 % van een voltijdse presteren) of door 184. Vervangingsovereenkomsten laat men uit de berekening. Soms verliest men uit het oog dat studenten ook meetellen in de berekening van het personeelsbestand. Als het bedrijf met de grens flirt van 50 of 100 werknemers, kan de tewerkstelling van studenten een serieuze slok op de borrel schelen ... Een juridisch correcte “gewone” personeelsorganisatie is al geen sinecure. Bij tewerkstelling van studenten komen er nog heel wat aandachtspunten bij. Hebt u verder nog vragen, dan kunt u uiteraard altijd terecht bij uw dossierbeheerder. Nr 2 - MEI 2011 > 7


voor de werkgever

> VANAF 1 JANUARI 2011

Jaarlijkse vakantie s Veerle Degrendele juridisch adviseur ADMB Studiedienst

De zonnige dagen waarvan we al volop konden genieten, doen velen dromen van de vakantieperiode die in het verschiet ligt. Uw medewerkers komen al wat vlugger aankloppen met de vraag op hoeveel vakantie ze dit jaar recht hebben en de berekening van het vakantiegeld staat voor de deur. We belichten voor u de voornaamste principes van de vakantiereglementering. Deze principes blijven voorlopig in hoofdzaak ongewijzigd. In het kader van het eenheidsstatuut voor arbeiders en bedienden zijn er evenwel plannen om een eenvormige berekeningswijze uit te werken voor het vakantiegeld. Duur van de vakantie In de privĂŠsector wordt het recht op vakantie opgebouwd tijdens het voorgaande kalenderjaar, het vakantiedienstjaar. Het aantal betaalde vakantiedagen dat een werknemer in 2011 mag opnemen, hangt dus samen met zijn prestaties geleverd in 2010. Wie het volledige vakantiedienstjaar heeft gewerkt, heeft het jaar nadien (vakantiejaar) recht op vier weken betaalde vakantie. Sommige afwezigheden (b.v. ziekte gedurende ĂŠĂŠn jaar, moederschapsrust, ...) worden met effectieve prestaties gelijkgesteld. In 2010 bleven de anti-crisismaatregelen, in het leven geroepen om deze moeilijke tijden te overleven (b.v. economische werkloosheid voor bedienden), behouden.

Vakantiegeld De werknemers waarvoor deze maatregelen zijn toegepast, genieten van een gelijkstelling van deze maatregelen voor de socialezekerheidstak jaarlijkse vakantie. De werkgever hoeft het recht op vakantie voor een arbeider niet zelf te berekenen. Het aantal vakantiedagen wordt vermeld op de strook van de vakantiecheque en de werkgever kan deze gegevens ook terugvinden op de website van de Sociale Zekerheid (www. socialsecurity.be). Een bediende die werkt in het zesdagenstelsel heeft recht op twee vakantiedagen per gepresteerde maand. Werkt hij in het vijfdagenstelsel, dan wordt het recht herleid. Ook wanneer in het vakantiejaar volgens een ander tewerkstellingsregime wordt gewerkt dan in het vakantiedienstjaar, moet het opgebouwde recht worden omgerekend.

De werknemer heeft niet alleen recht op loon voor zijn vakantiedagen (enkel vakantiegeld), hij krijgt ook een toeslag in verhouding tot het opgebouwde recht (dubbel vakantiegeld), dus maximaal voor 4 weken. Het vakantiegeld voor een arbeider wordt betaald door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie (RJV) of door het bevoegde vakantiefonds. Vanaf dit jaar betaalt de RJV het vakantiegeld via overschrijving, enkel op aanvraag kan de betaling nog via circulaire cheque gebeuren. De werkgever financiert het vakantiegeld via zijn socialezekerheidsbijdragen. Het enkel vakantiegeld voor een bediende zit automatisch vervat in het brutoloon van de maand waarin de vakantiedag(en) worden opgenomen. Het dubbel vakantiegeld bedraagt 92% van het brutoloon van de maand waarin de bediende zijn hoofdvakantie opneemt, indien nodig geproratiseerd volgens de tewerkstelling gedurende het vakantiedienstjaar.

Vakantiedagen De jaarlijkse vakantie moet worden opgenomen tijdens het lopende vakantiejaar. Het is niet toegelaten vakantiedagen over te dragen naar een volgend jaar. De jaarlijkse vakantie kan collectief worden vastgelegd, op sectoraal of op ondernemingsniveau. Indien de vakantie niet collectief werd vastgesteld, worden de vakantiedata bepaald in een individueel akkoord tussen de werkgever en de werknemer. 8 > NR 2 - MEI 2011

Vertrekvakantiegeld Bij de uitdiensttreding van een bediende dient ook vakantiegeld te worden betaald. Het vertrekvakantiegeld vertegenwoordigt het recht op vakantie dat bij de huidige werkgever werd opgebouwd, maar nog niet werd opgenomen. De volgende werkgever van deze bediende betaalt eveneens vakantiegeld maar zal dit reeds uitbetaalde vertrekvakantiegeld in mindering mogen brengen.


voor de werkgever

Het vertrekvakantiegeld bedraagt 15,34% van het verdiende brutoloon. Zowel het enkel vertrekvakantiegeld als het dubbel vertrekvakantiegeld bedragen 7,67%. Het enkel vertrekvakantiegeld wordt als loon beschouwd en de werkgever dient socialezekerheidsbijdragen te betalen. Op een deel van het dubbel vertrekvakantiegeld (6,8 / 7,67) moet de werkgever nog steeds 13,07% inhouden. Hierop zijn geen patronale bijdragen verschuldigd. Het overige dubbel vertrekvakantiegeld (0,87 / 7,67) is aan geen socialezekerheidsbijdragen onderworpen.

Jeugdvakantie Een jeugdige werknemer die na zijn opleiding in dienst treedt van een werkgever, heeft het daaropvolgend jaar meestal geen recht op een volledige vakantie. De jeugdvakantieregeling wil de vlugge indiensttreding van jongeren aanmoedigen door deze werknemers een aanvullende vakantie toe te kennen. De jeugdvakantiedagen worden toegekend voor vier weken, verminderd met de gewone betaalde vakantiedagen waarop de jongere recht heeft. De jeugdige werknemer ontvangt hiervoor van de RVA een jeugdvakantie-uitkering. Om recht te hebben op jeugdvakantie, moet de jongere aan volgende voorwaarden cumulatief voldoen: • op 31 december van het vakantiedienstjaar de leeftijd van 25 jaar niet bereikt hebben; • in de loop van het vakantiedienstjaar zijn studies, leertijd of opleiding beëindigd hebben en in dienst getreden zijn van een werkgever; • in de loop van het vakantiedienstjaar minimaal één maand (70 arbeidsuren) verbonden zijn door een arbeidsovereenkomst; • gedurende de vakantie-uren werkloze zonder beroeps- of vervangingsinkomen zijn (b.v. ziekte-uitkering, moederschapsuitkering). Het recht op jeugdvakantie is eenmalig.

Seniorvakantie Oudere werknemers die na een periode van werkloosheid of invaliditeit de arbeid hervatten, hebben geen recht op een volledige vakantie. De seniorvakantieregeling wil de werkhervatting van ouderen aanmoedigen door ook deze werknemers een aanvullende vakantie toe te kennen. Net zoals de jeugdvakantie, geeft de seniorvakantie recht op bijkomende vakantie tot maximaal vier weken en op bijkomend vakantiegeld, de seniorvakantie-uitkering. Om de seniorvakantie te bekomen, moet de werknemer aan volgende voorwaarden cumulatief voldoen: • tewerkgesteld zijn in een betrekking die onder het toepassingsgebied van de vakantiewetgeving privésector valt (dus geen zelfstandigen, overheid of onderwijs); • op 31 december van het vakantiedienstjaar de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben; • omwille van volledige werkloosheid of invaliditeit (= na één jaar ziekte) in het vakantiedienstjaar geen recht hebben op vier weken wettelijke vakantie; • gedurende de vakantie-uren werkloze zonder beroeps- of vervangingsinkomen zijn.

Filip Vandeven NV

een ADMB - onderneming Tessenstraat 3 3000 Leuven Tel.: 016 310976 fenco.tessenstraat@recordbank.be

In tegenstelling tot de regeling van de jeugdvakantie, is het recht op seniorvakantie niet eenmalig. De oudere werknemer kan telkens hij aan de voorwaarden voldoet van de seniorvakantie genieten. Dit is de vakantiereglementering in een notendop. In de praktijk kan u met meer ingewikkelde situaties worden geconfronteerd. Denken we b.v. aan de bediende die (meermaals) wijzigt van arbeidsregime. Uw dossierbeheerder staat altijd klaar om u hierbij feilloos te begeleiden. Nr 2 - MEI 2011 > 9


voor de werkgever

Einde cursusjaar… wat na de leertijd? s

Paul Jonckheere Syntra Vlaanderen - Leersecretariaat pauljonckheere@syntravlaanderen.be 0497 59 34 24

Op 30 juni eindigt het cursusjaar. Concreet betekent dit dat de leerlingen op 1 juli overstappen naar het volgende jaar, met verhoging van de leervergoeding, of afstuderen. Voor het zover is, staat er nog heel wat op het programma.

Het einde van het cursusjaar is voor de lopende leerovereenkomsten ook een evaluatiemoment van de praktijkopleiding in het bedrijf. Patroon, ouders en leerling worden in Syntra uitgenodigd om dit te bespreken. Leerkrachten, directie, CLB en de leersecretaris zijn daar ter beschikking. Laat dit moment niet aan u voorbijgaan!

Nieuwe leerovereenkomsten

Tot slot moeten ook in die periode tijdig afspraken en regelingen omtrent de vakantie gemaakt worden.

Het bedrijf zelf moet voldoen aan alle voorwaarden om een leerling te kunnen opleiden. Behoudens een aantal uitzonderingen dient de leerling 15 jaar te zijn.

De nieuwe leerovereenkomsten kunnen starten vanaf 1 juli 2011. De voorwaarden voor de patroonopleider zijn: • 25 jaar zijn en • vijf jaar beroepservaring hebben, waarvan twee jaar als zelfstandige.

Einde cursusjaar De leerlingen van het eerste en tweede jaar leertijd hebben overgangsexamens, en voor leerlingen die een modulair traject volgen, is er een praktijkproef.

Wat na de leertijd? Voor de laatstejaars is er naast het eindexamen maatschappijgerichte vorming en het examen theoretische beroepskennis ook nog de eindpraktijkproef. Voor een externe jury moet de leerling aan de hand van een praktijkopdracht bewijzen dat hij een volwaardig vakman is. Deze opdracht dient de leerling grondig voor te bereiden. De patroonopleider is beschikbaar om hem hierbij te helpen.

Leerlingen opleiden is een investering. Het vraagt tijd, energie en kosten. De leerlingen groeien mee in het bedrijf. Zij kennen als geen ander de specialiteit van de zaak, want de opleiding gebeurt op maat van het bedrijf. Wanneer straks voor een aantal leerlingen de stageperiode afgelopen is, moet de vraag gesteld worden: wat nadien? Belangrijk hierbij is dat deze vraag tijdig gesteld en besproken wordt met leerlingen en/of ouders. Statistieken bewijzen het, en uit ervaring weten we dat heel wat leerlingen kunnen blijven na hun leertijd. Die belangrijke investering, van leerling tot vakman, laat geen enkele bedrijfsleider graag verloren gaan. Bovendien is technisch onderlegd personeel niet gemakkelijk te vinden en hebben afgestudeerden uit beroepsscholen dikwijls te weinig beroepservaring en werkattitude om onmiddellijk met rendement te worden ingeschakeld. De loonkost is een beslissende factor. Uw Sociaal Bureau is altijd bereid een simulatie te maken van wat die leerling zal kosten als werknemer. Daarenboven zijn er RSZ-verminderingen voor o.a. het aannemen van een eerste werknemer.

10 > NR 2 - MEI 2011

Stageovereenkomst Sinds een vijftal jaren bestaat de stageovereenkomst als nieuwe opleidingsformule. Dit systeem toont veel gelijkenissen met de leertijd. Een cursist-stagiair volgt de lessen ondernemersopleiding in een Syntra-lesplaats en volgt zijn praktijkopleiding in een bedrijf. De stageovereenkomst richt zich tot jongeren die voldaan hebben aan de voltijdse leerplicht (18 jaar) en die al dan niet een vooropleiding hebben voor het beroep dat zij wensen aan te leren. De lessen Ondernemingsopleiding in de Syntra betreffen doorgaans avondlessen en lopen per cursusjaar over een periode van 32 lesweken. De totale cursus duurt 2 cursusjaren. In een aantal beroepen zijn dit 3 cursusjaren. Zij omvatten facultatief een cursus bedrijfsbeheer die gericht is op het specifieke commerciële-, financiële-, administratieve- en personeelsbeleid. De cursussen beroepskennis zijn gericht op de technisch gerichte leerdoelen, en zijn verplicht te volgen. De Leersecretaris is ook hier de begeleider tijdens de stageovereenkomst. Hij stelt het contract op en is de raadgever en de bemiddelaar voor beide partijen. Meer Informatie? Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Paul Jonckheere op het telefoonnummer 050 47 41 31 fax 050 47 43 06 en e-mail paul.jonckheere@syntravlaanderen .be Spreekuren: op afspraak: 0497 59 34 24


VOOR DE WERKGEVER

> VANAF 1 APRIL 2011

s

Gerben Vermeulen expert juridisch adviseur ADMB Studiedienst

Bij de vorige twee Interprofessionele Akkoorden, zagen twee nieuwe vormen van alternatieve verloning het levenslicht. Het laatste akkoord dat de sociale partners afsloten, voor de periode 20092010, bracht ons de groene “ecocheque” en tijdens de tweejaarlijkse overeenkomst voor 2007-2008 werd de loonbonus gecreëerd (voor de basisinfo zie: “De niet-recurrente resultaatsgebonden loonbonus”, in: ADMB Info, februari 2008, nummer 1, p. 6-7). Iets meer dan drie jaar na de inwerkingtreding is deze nietrecurrente bonus uitgegroeid tot een populaire motivator en draait het systeem van de loonbonus op volle toeren. Vele werkgevers maken gebruik van de door de wetgever geboden mogelijkheid om een (para-)fiscaal vriendelijk voordeel te verschaffen aan hun werknemers.

Nood aan verandering Twee jaar na de inwerkingtreding van de reglementering aangaande de loonbonus, ging de Nationale Arbeidsraad uit eigen beweging over tot een kritische evaluatie van de inhoudelijke bepalingen. Uit die eerste analyse bleek al vlug dat her en der gesleuteld kon worden om de regelgeving te verfijnen. Ook achtte de Raad het nodig om enkele basisprincipes te herhalen die menigmaal over het hoofd werden gezien bij de invoering van een loonbonus in een onderneming.

Verfijnen in drie stappen Het finetunen vond plaats op drie terreinen: de procedure, de controle en de berekening zelf van het bedrag.

1. Vereenvoudigde procedure Op een aantal punten werd de bestaande procedure gewijzigd. De praktijk leerde immers dat het niet altijd even soepel liep bij de invoering van een loonbonusplan. De aangebrachte aanpassingen zouden de voorkomende moeilijkheden zo niet moeten wegwerken, dan toch moeten helpen voorkomen.

Talrijke aanpassingen aan loonbonus a. Gebruiksvriendelijke modellen Een eerste wijziging is het invoeren van nieuwe modellen die verplicht gebruikt moeten worden. Wie voortaan een loonbonus wil invoeren, moet de aangereikte voorbeelden invullen en insturen naar de griffie van de dienst Collectieve Arbeidsverhoudingen van de Federale Overheidsdienst Werk, Arbeid en Sociaal Overleg. Deze laatste wil daarmee bekomen dat er minder onvolledige plannen worden voorgelegd ter controle. Een beetje anticiperen op mogelijke afkeuringen. Waar de toekenningsplannen vroeger als bijlage bij de toetredingsakte dienden gevoegd te worden, moet dit plan, naar analogie met de procedure via cao, geïncorporeerd worden in de toetredingsakte zelf. Samen met de voorgaande maatregel moet dit ingrijpen het aantal niet-goedgekeurde loonbonusplannen sterk terugdringen. Louter ter informatie zal de werkgever melding moeten maken van het aantal werknemers dat betrokken wordt bij het plan. Er zal een indicatie moeten zijn van hoeveel werkkrachten er aanspraak kunnen maken op de premie als de onzekere doelstelling behaald zal worden. Een grote wijziging in de procedure is tevens het wegvallen van het ontvangstbewijs van de ambtenaar van de inspectie. De werkgever moet zo’n bewijs niet meer afwachten, maar schrijft in de cao of de toetredingsakte een verklaring op erewoord dat het register der opmerkingen effectief gedurende een termijn van 15 kalenderdagen heeft open gelegen, opdat de werknemers er hun eventuele opmerkingen in kwijt konden.

b. Mogelijkheid tot correctie Indien een plan werd afgekeurd, zat de werkgever dikwijls in de problemen. Had men immers de opschortende voorwaarde van goedkeuring niet ingeschreven in het plan, dan zat de werkgever opgezadeld met een premie waarop de gunstige fiscale en parafiscale behandeling niet van toepassing was. Juridisch had men immers niet de mogelijkheid om correcties op een afgekeurd plan binnen te sturen. Voor plannen vanaf 1 april 2011 wordt de werkgever verlost van deze kwaal en kan hij,

bij een afkeuring, de gemaakte fout alsnog rechtzetten. Tot 1 maand na de ontvangst van de niet-goedkeuring, kan de werkgever een verbeterde versie indienen. De ultieme beslissing valt dan binnen de maand na de ontvangst van het gecorrigeerde loonbonusplan. Bij gebrek aan een tijdige beslissing wordt het plan geacht goedgekeurd te zijn.

2. Controlemechanisme Wat betreft de aangepakte controle, kan men heel kort zijn. Voortaan gebeurt de vormelijke en marginale controle ook op de eigen klachtenprocedure dewelke de werkgever heeft uitgewerkt in het plan. Het paritair comité krijgt nu ook de keuze toebedeeld om zelf geen beslissing te nemen. Hiermee wordt de procedure een flink stuk ingekort, aangezien voordien de ambtenaar eerst een termijn van twee maanden moest laten verstrijken eer hij van het betrokken paritair comité het dossier kreeg toegeschoven.

3. Berekening bedrag De sociale partners brachten ook iets meer klaarheid in de gelijkstellingen voor de berekening van de loonbonus. Waar voorheen enkel de periodes van moederschapsrust werden gelijkgesteld, wordt dat lijstje nu uitgebreid. Voortaan worden ook de vakantiedagen, de senior- en jeugdvakantiedagen, alsook de feestdagen gelijkgesteld met effectief gewerkte prestaties. Bij de begroting van het bedrag zal men dus ook rekening moeten houden met de voormelde dagen.

Inwerkingtreding De aangepaste regelgeving aangaande de loonbonus trad in werking op 1 april 2011. Vanaf die datum moeten derhalve de nieuwe modellen en de toegevoegde gelijkstellingen gerespecteerd worden.

Bron: Advies nr. 1.757 van 21 december 2010 – Nietrecurrente resultaatsgebonden voordelen - Evaluatie van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 90 (www. nar-cnt.be) en cao nr. 90bis van 21 december 2010 tot wijziging van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 90 van 20 december 2007 betreffende de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen, algemeen verbindend verklaard door KB 30 maart 2011, B.S. 15/4/11. Nr 2 - MEI 2011 > 11


INTERVIEW

Poolse verpleegkundigen zorgen voor ademruimte Oplossing ADMB HR Services voor personeelsschaarste in de zorgsector De vergrijzing, de onvoldoende instroom en de nood aan een complexere zorg doen de roep naar extra personeel in de witte sector steeds luider klinken. Tegen 2015 zijn er maar liefst 60.000 extra arbeidskrachten nodig, en verpleegkundigen vormen hierbij één van de voornaamste knelpuntberoepen. Zorgorganisaties die te kampen hebben met een personeelstekort op het vlak van verpleegkundigen, trekken meer en meer de kaart van buitenlandse verpleegkundigen. Woon- en zorgcentrum Soprim@, Bejaardenzorg De Lindeboom, en thuisverplegingsbedrijf Swings zijn alvast heel tevreden met hun Poolse collega’s. Zorg voor personeel Door het personeelstekort in de witte sector staat de kwaliteit van de zorg voor onze zorgbehoevenden onder druk. De ziekenhuizen, woon- en zorgcentra en de thuiszorgorganisaties gaan daarom op zoek naar alternatieve oplossingen. Anja Meert, HR-coördinator bij Soprim@: “Het is niet evident om personeel te vinden in de zorgsector. Dit personeelstekort zet een grote druk op onze medewerkers. Advertenties in de kranten leveren ons vandaag te weinig kwalitatieve sollicitaties op, en daarom zijn we op zoek gegaan naar andere rekruteringsmogelijkheden zoals het aantrekken van buitenlandse verpleegkundigen. ADMB bood hierin een goede prijs-kwaliteitsverhouding, passend binnen de waarden en normen van onze organisatie. Wij zaten vlug op dezelfde golflengte qua visie en waarden zoals gastvrijheid, diversiteit, openheid, echtheid, evenwicht, innovatie en integriteit.”

Kennismaking via Skype ADMB HR Services staat in voor de werving en selectie van de verpleegkundigen en voor de begeleiding van zowel de Poolse medewerkers als de zorgorganisatie. Jowita Sokolowska, senior international consultant bij ADMB HR Services: “Samen met de werkgever bespreken we het gewenste functieprofiel en de nodige competenties. De vacature en bijhorende wensen geven we door aan Promedica, onze betrouwbare Poolse selectiepartner, die vervolgens op zoek gaat naar geschikte kandidaten. 12 > NR 2 - MEI 2011

Magdalena Gwardiak en Anna Stradza van Promedica, de Poolse selectiepartner van ADMB

Kwaliteit van de potentiële medewerker staat hierbij natuurlijk voorop. Wij bespreken daarna de CV’s van de sollicitanten met de klant en begeleiden de sollicitatiegesprekken die de klant met één of meerdere kandidaten via Skype voert.”

We proberen dan ook flexibel om te springen met de werkschema’s. Op regelmatige basis is er een doorgroeigesprek op basis van onze competentiekaart die ook in het Pools vertaald is. ADMB HR Services geeft bij deze gesprekken ondersteuning en duiding.”

Anja Meert: “Nadat wij een kandidaat gekozen hebben, start ADMB alles op om de verhuis naar België in goede banen te leiden. Ze brengen alle documenten zoals de gelijkstelling van het diploma in orde, en regelen in de eerste dagen na aankomst alle administratie zoals de inschrijving in het gemeentehuis, de opening van een bankre-

Jowita Sokolowska: “We organiseren jaarlijks een infosessie om het nuttige aan het aangename te koppelen. Verschillende sprekers geven presentaties over thema’s zoals werken in België, belastingen, financieel beheer en ziekteverzekering. Iedereen kan hier bovendien op een informele manier met elkaar kennismaken.”

“ADMB start alles op om de verhuis naar België in goede banen te leiden.”

Gelijkwaardig diploma

kening en de inschrijving in de mutualiteit. Onze Poolse collega’s kunnen terecht in een huis dat wij ter beschikking stellen of in het woon- en zorgcentrum zelf. Sommigen wonen hier met hun gezin, anderen gaan af en toe naar Polen om hun familie te bezoeken.

De selectie van het personeel gebeurt op basis van enkele duidelijke criteria. “De kandidaten moeten natuurlijk beschikken over een diploma verpleegkundige”, zegt Anja Meert. “Ervaring in de zorgsector is een troef, maar ook starters zijn welkom. Verder moeten ze bereid zijn om Nederlands te leren en gemotiveerd zijn om hier te komen werken.”


INTERVIEW Tien voor taal De communicatie met de collega’s en patiënten is enorm belangrijk voor een vlotte integratie en het goed uitoefenen van de job. Het aanleren van het Nederlands is dan ook een criterium dat iedereen hoog in het vaandel draagt.

“De tevredenheid van onze patiënten zorgt voor een goede mond-tot-mond reclame” Jowita Sokolowska: “De geselecteerde kandidaten krijgen in Polen en in België in totaal 62 lesuren Nederlands. Daarna kunnen de werkgevers zelf instaan voor verdere cursussen.” Raoul Justé, zaakvoerder thuisverplegingsbedrijf Swings, is enthousiast over de kennis van het Nederlands van zijn Poolse verpleegkundigen: “Bij aankomst in België is hun Nederlands nog beperkt, maar na een drietal maanden kunnen ze zich al vlot behelpen. Onze verpleegkundigen volgen nu zelfs op eigen initiatief extra cursussen Nederlands, wat toch wel een bewijs is van hun motivatie. De patiënten zijn heel tevreden over zowel de kwaliteit van hun werk als hun kennis van het Nederlands.” Soprim@ zal zelf nog een extra taalopleiding opstarten, ‘Nederlands voor Verpleegkundigen’, en dit in samenwerking met de vzw OPTIMUM C.

Via Promedica kunnen kandidaten in contact komen met Polen die al in België werken, en dat zorgt voor vertrouwen. We werken ondertussen al twee jaar heel nauw samen met ADMB. We weten dat alle geselecteerde kandidaten bij hen in goede handen zijn.” Naast een gelijkwaardig opleidingsniveau en ervaring bieden de Poolse verpleegkundigen vooral een meerwaarde door hun sterke zorgcultuur en gezonde werkmentaliteit. Raoul Justé: “Ze tonen enorm veel inzet, zijn heel beleefd en dankbaar voor het werk dat ze krijgen. Het is zelfs zo dat de andere collega’s zich optrekken aan hen.” Anja Meert is enthousiast over de kwaliteit van hun werk: “De technische capaciteiten van de Poolse verpleegkundigen zijn van een heel hoog niveau”.

“Ze volgen zelfs op eigen initiatief extra cursussen Nederlands, toch wel een bewijs van hun motivatie” Dansen in Krakau Het goed functioneren in de job staat of valt met een vlotte integratie, zowel op de werkvloer als in de nieuwe omgeving. ADMB en de zorgorganisaties hechten hier veel belang aan.

Dorota Gadecka, Poolse verpleegkundige bij Bejaardenzorg De Lindeboom: “Nederlands is geen eenvoudige taal. In het begin had ik hier moeite mee, maar dankzij de cursussen Nederlands kan ik nu al vlot praten met patiënten. De vaktechnische termen blijven wel moeilijk om onder de knie te krijgen.” Maria Semczak, verpleegkundige bij thuisverplegingsbedrijf Swings, is al bijna twee jaar in België: “Op het vlak van Nederlands heb ik een enorme vooruitgang geboekt. Omdat ik zowel Pools als Nederlands spreek, ben ik nu benoemd als coördinator van de Poolse verpleegkundigen. Zo geef ik bijvoorbeeld uitleg over onze werkwijze en kunnen ze met al hun vragen bij mij terecht.”

Raoul Justé: “De integratie van onze acht verpleegkundigen verliep tot nu toe perfect, en onze patiënten en collega’s zijn enthousiast. We zijn een familiale groep die goed samenhangt. Zo waren we eind januari zelfs aanwezig op de trouw van Maria in Krakau. We kregen van Krystyna, een andere collega, een uitgebreide rondleiding in de stad. De trouw zelf was fantastisch. Tussen de vele gangen begon iedereen telkens spontaan te dansen, een onvergetelijke ervaring!” Maria is ook in haar vrije tijd een bezige bij: “België is een echt fietsland, dus maak ik graag gebruik van de goede fietspaden, iets wat we in Polen missen. Daarnaast ga ik veel lopen en fitnessen. Ik zorg ook soms voor de kindjes van onze buren, en op zondag gaan we met alle Poolse collega’s naar de Poolse kerk in Leuven.”

STIJGENDE VRAAG Er werken momenteel 30 Poolse verpleegkundigen via ADMB in België, en er is meer en meer vraag naar extra hulp. Anja Meert: “In het woon- en zorgcentrum Gravenkasteel in Sint-Amands hebben we bijvoorbeeld acht verpleegkundigen nodig. Voorlopig willen we hier starten met vier Poolse medewerkers. Binnen de Soprim@-groep zullen er in totaal 17 Poolse verpleegkundigen aan het werk zijn. Ik ben heel tevreden, want ze bieden een oplossing voor ons personeelstekort.” Raoul Justé: “8 van onze 18 medewerkers zijn Poolse verpleegkundigen, en binnenkort komen er nog twee bij. Dankzij de Poolse verpleegkundigen stijgt ook de vraag, want de tevredenheid van onze patiënten zorgt voor een goede mond-tot-mond reclame. We zoeken zelfs geen personeel meer via de traditionele kanalen, enkel nog buitenlandse verpleegkundigen via ADMB.” Tekst: Pieter Staelens

Anja Meert, HR-coördinator Soprim@

Meer informatie? Wenst u meer informatie, een gratis brochure of een vrijblijvend gesprek? Neem dan zeker contact op met ADMB!

400 euro netto per maand De voornaamste drijfveer om in België te werken is het hogere loon en het respect dat verpleegkundigen hier krijgen voor hun beroep. “In Polen verdienen verpleegkundigen gemiddeld slechts 400 à 450 euro netto per maand”, zegt Magdalena Gwardiak van Promedica, de Poolse selectiepartner van ADMB. “Verpleegkundige wordt er bovendien als een minderwaardig beroep gezien. Hier krijgen ze meer respect en zijn de werkomstandigheden aangenamer.

Anja Meert: “De Poolse verpleegkundigen krijgen in het centrum een peter of meter toegewezen. Deze leiden hen rond in het woon- en zorgcentrum, maar geven ook praktische uitleg, zoals de locatie van de dichtstbijzijnde bakker. In het begin lopen ze dubbel met een collega, en na ongeveer een maand gaan ze alleen op pad. De verpleegkundigen worden heel goed aanvaard door zowel de bewoners als de medewerkers.”

Jowita Sokolowska senior international consultant ADMB HR Services jowita.sokolowska@admb.be 0474 94 90 42 Kurt Boelens directeur ADMB HR Services kurt.boelens@admb.be 050 47 49 70 Nr 2 - MEI 2011 > 13


preventie en bescherming op het werk

Hoe informeren we werkgevers, werknemers en preventieadviseurs?

CLP of EU-GHS: Classification, Labelling en Packaging in de Europese Unie volgens het Globally Harmonised System (Verordening 1272/2008) OUD SYSTEEM: DSD/DPD

(vanaf 1 december 2010)

instabiele ontplofbare stof subklasse 1.1 subklasse 1.2 subklasse 1.3 type A type B type A type B

2.1

ontplofbare stoffen

subklasse 1.4

2.1 2.1 2.2 2.3 2.6 2.6 2.7 2.7 2.3 2.6 2.6 2.2 2.9 2.10 2.12

subklasse 1.5 subklasse 1.6 categorie 1 categorie 1 categorie 1 categorie 2 categorie 1 categorie 2 categorie 2 categorie 3 categorie 3 categorie 2 categorie 1 categorie 1 categorie 1

2.15 2.15 2.15 2.15 2.4 2.13 2.13 2.14 2.14 2.13 2.14 2.5 2.5 2.5 2.5

ontplofbare stoffen ontplofbare stoffen ontvlambare gassen ontvlambare aerosolen ontvlambare vloeistoffen ontvlambare vloeistoffen ontvlambare vaste stoffen ontvlambare vaste stoffen ontvlambare aerosolen ontvlambare vloeistoffen ontvlambare vloeistoffen ontvlambare gassen pyrofore vloeistoffen pyrofore vaste stoffen stoffen en mengsels die in contact met water ontvlambare gassen ontwikkelen stoffen en mengsels die in contact met water ontvlambare gassen ontwikkelen stoffen en mengsels die in contact met water ontvlambare gassen ontwikkelen zelfontledende stoffen en mengsels zelfontledende stoffen en mengsels zelfontledende stoffen en mengsels zelfontledende stoffen en mengsels stoffen en mengsels die voor zelfverhitting vatbaar zijn stoffen en mengsels die voor zelfverhitting vatbaar zijn organische peroxiden organische peroxiden organische peroxiden organische peroxiden oxiderende gassen oxiderende vloeistoffen oxiderende vloeistoffen oxiderende vaste stoffen oxiderende vaste stoffen oxiderende vloeistoffen oxiderende vaste stoffen gassen onder druk gassen onder druk gassen onder druk gassen onder druk

2.16

bijtend voor metalen

Signaalwoord

H-zin

P-zinnen

Gevaarklasse

Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar

200 201 202 203 240 241 240 241

201, 202, 281, 372, 373, 380, 401, 501 210, 230, 240, 250, 280, 370+380, 372, 373, 401, 501 210, 230, 240, 250, 280, 370+380, 372, 373, 401, 501 210, 230, 240, 250, 280, 370+380, 372, 373, 401, 501 210, 220, 234, 280, 370+378, 370+380+375, 403+235, 411, 420, 501 210, 220, 234, 280, 370+378, 370+380+375, 403+235, 411, 420, 501 210, 220, 234, 280, 411+235, 410, 420, 501 210, 220, 234, 280, 411+235, 410, 420, 501

FYSISCHE GEVAREN Explosief Explosief Explosief Explosief Explosief Explosief Explosief Explosief

(tot 1 juni 2015)

Gevaarsymbool Letter E E E E E E E E

R-zin (R2, R3) (R2, R3) (R2, R3) (R2, R3) (R2, R3) (R2, R3) (R2, R3) (R2, R3)

Voorbeeld affiche nieuw/oud: www.provikmo.be documentatie - affiches

geen omzetting mogelijk

Waarschuwing

204

210, 240, 250, 280, 370+380, 372, 373, 401, 501

Gevaar geen Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing Gevaar Gevaar Gevaar

205 geen 220 222 224 225 228 228 223 226 226 221 250 250 260

210, 230, 240, 250, 280, 370+380, 372, 373, 401, 501 geen 210, 377, 381, 403 210, 211, 251, 410+412 210, 233, 240, 241, 242, 243, 280, 303+361+353, 370+378, 403+235, 501 210, 233, 240, 241, 242, 243, 280, 303+361+353, 370+378, 403+235, 501 210, 240, 241, 280, 370+378 210, 240, 241, 280, 370+378 210, 211, 251, 410+412 210, 233, 240, 241, 242, 243, 280, 303+361+353, 370+378, 403+235, 501 210, 233, 240, 241, 242, 243, 280, 303+361+353, 370+378, 403+235, 501 210, 377, 381, 403 210, 222, 280, 302+334, 370+378, 422 210, 222, 280, 335+334, 370+378, 422 223, 231+232, 280, 335+334, 370+378, 402+404

geen omzetting mogelijk geen omzetting mogelijk Zeer licht ontvlambaar F+ (R12) Zeer licht ontvlambaar F+ (R12) Zeer licht ontvlambaar F+ (R12) Licht ontvlambaar F (R11) Licht ontvlambaar F (R11) Licht ontvlambaar F (R11) Ontvlambaar geen (R10) Ontvlambaar geen (R10) geen klassering in het vlampuntgebied 56-60°C geen omzetting mogelijk Licht ontvlambaar F R17 Licht ontvlambaar F R17 Licht ontvlambaar F (R15)

G

H

S0

1

FYSISCHE GEVAREN 2.1 ontplofbare stoffen 2.1 ontplofbare stoffen 2.1 ontplofbare stoffen 2.1 ontplofbare stoffen 2.8 zelfontledende stoffen en mengsels 2.8 zelfontledende stoffen en mengsels 2.15 organische peroxiden 2.15 organische peroxiden

Pictogram

1

Gevarencategorie

S0

Gevarenklasse

H

Sectie bijlage I

G

NIEUW SYSTEEM: CLP/EU-GHS

2 S0 H G

Licht ontvlambaar

F

(R15)

261

231+232, 280, 370+378, 402+404

Licht ontvlambaar

F

(R15)

Gevaar Gevaar Waarschuwing

241 242 242

210, 220, 234, 280, 370+378, 370+380+375, 403+235, 411, 420, 501 210, 220, 234, 280, 370+378, 403+235, 411, 420, 501 210, 220, 234, 280, 370+378, 403+235, 411, 420, 501

Zeer licht ontvlambaar Zeer licht ontvlambaar Zeer licht ontvlambaar

F+ F+ F+

R12 R12 R12

Gevaar

251

235+410, 280, 407, 413, 420

Waarschuwing

252

235+410, 280, 407, 413, 420

Gevaar Gevaar Waarschuwing

241 242 242

210, 220, 234, 280, 411+235, 410, 420, 501 210, 220, 234, 280, 411+235, 410, 420, 501 210, 220, 234, 280, 411+235, 410, 420, 501

Oxiderend Oxiderend Oxiderend

O O O

R7 R7 R7

Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing

270 271 272 271 272 272 272 280 280 281 280

220, 244, 370+376, 403 210, 220, 221, 280, 283, 306+360, 371+380+375, 370+378, 501 210, 220, 221, 280, 370+378, 501 210, 220, 221, 280, 283, 306+360, 371+380+375, 370+378, 501 210, 220, 221, 280, 370+378, 501 210, 220, 221, 280, 370+378, 501 210, 220, 221, 280, 370+378, 501 410+403 410+403 282, 336, 315, 403 410+403

Oxiderend Oxiderend Oxiderend Oxiderend Oxiderend Oxiderend Oxiderend

O O O O O O O

R8 (R8,) R9 (R8, R9) (R8,) R9 (R8, R9) (R8, R9) (R8, R9)

Waarschuwing

290

234, 390, 406

Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar Gevaar

300 310 330 300 310 330 301 311 331 340 350 360 370

264, 270, 301+310, 321, 330, 405, 501 262, 264, 270, 280, 302+350, 310, 322, 361, 363, 405, 501 260, 271, 284, 304+340, 310, 320, 403+233, 405, 501 264, 270, 301+310, 321, 330, 405, 501 262, 264, 270, 280, 302+350, 310, 322, 361, 363, 405, 501 260, 271, 284, 304+340, 310, 320, 403+233, 405, 501 264, 270, 301+310, 321, 330, 405, 501 280, 302+352, 312, 322, 361, 363, 405, 501 261, 271, 304+340, 311, 321, 403+233, 405, 501 201, 202, 281, 308+313, 405, 501 201, 202, 281, 308+313, 405, 501 201, 202, 281, 308+313, 405, 501 260, 264, 270, 307+311, 321, 405, 501

GEZONDHEIDSGEVAREN Zeer toxisch Zeer toxisch Zeer toxisch Zeer toxisch Zeer toxisch Zeer toxisch Toxisch Toxisch Toxisch Toxisch Toxisch Toxisch Toxisch

R28 R27 R26 R28 R27 R26 R25 R24 R23 R46 R45, R49 R60, R61 R39/23/24/25, R39/26/27/28 R48/23/24/25

261

G

H

S0

2

223, 231+232, 280, 335+334, 370+378, 402+404

Waarschuwing

niet toegewezen

S0 H G

geen omzetting mogelijk

4

G

H

S0

3

niet toegewezen

S0

type B type C en D type E en F type G categorie 1 categorie 1 categorie 2 categorie 1 categorie 2 categorie 3 categorie 3 samengeperst gas vloeibaar gemaakt gas sterk gekoeld vloeibaar gas opgelost gas

2

categorie 2

geen omzetting mogelijk

categorie 1

geen omzetting mogelijk

geen klassering

geen klassering

G

H

S0

5

2.11

Gevaar

categorie 3 type B type C en D type E en F type G categorie 1

H

2.12 2.8 2.8 2.8 2.8 2.11

geen

categorie 2

G

2.12

geen

categorie categorie categorie categorie categorie categorie categorie categorie categorie categorie categorie categorie categorie

1, oraal 1, dermaal 1, inhalatie 2, oraal 2, dermaal 2, inhalatie 3, oraal 3, dermaal 3, inhalatie 1a of 1b 1a of 1b 1a of 1b 1

Gevaar

372

260, 264, 270, 314, 501

Toxisch

categorie 1, inhalatieallergeen

Gevaar

334

261, 285, 304+341, 342+311, 501

Schadelijk

Xn

R42

categorie 1 categorie 2 categorie 2 categorie 2 categorie 2

Gevaar Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing

304 341 351 361 371

301+310, 331, 405, 501 201, 202, 281, 308+313, 405, 501 201, 202, 281, 308+313, 405, 501 201, 202, 281, 308+313, 405, 501 260, 264, 270, 309+311, 405, 501

Schadelijk Schadelijk Schadelijk Schadelijk Schadelijk

Xn Xn Xn Xn Xn

R65 R68 R40 R62, R63 R68/20/21/22

Waarschuwing

373

260, 314, 501

Schadelijk

Xn

R48/20/21/22, R33

geen Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing

362 302 312 332

201, 260, 263, 264, 270, 308+313 264, 270, 301+312, 330, 501 280, 302+352, 312, 322, 363, 501 261, 271, 304+340, 312

Schadelijk Schadelijk Schadelijk

Xn Xn Xn

R64 R22 R21 R20

G

H

S0

8

G

H

S0

6

categorie 1

T+ T+ T+ T+ T+ T+ T T T T T T T, T+ T

categorie 2

7

geen

S0

categorie lactatie categorie 4, oraal categorie 4, dermaal categorie 4, inhalatie

geen

H

GEZONDHEIDSGEVAREN 3.1 acute toxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.5 mutageniteit in geslachtscellen 3.6 kankerverwekkendheid 3.7 voor tplantingstoxiciteit 3.8 specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling 3.9 specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling 3.4 sensibilisatie van de luchtwegen of de huid 3.10 aspiratietoxiciteit 3.5 mutageniteit in geslachtscellen 3.6 kankerverwekkendheid 3.7 voor tplantingstoxiciteit 3.8 specifieke doelorgaantoxiciteit bij eenmalige blootstelling 3.9 specifieke doelorgaantoxiciteit bij herhaalde blootstelling 3.7 voor tplantingstoxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.1 acute toxiciteit 3.2

bijtend of irriterend voor de huid

categorie 1A/1B/1C

3.3

ernstig oogletsel of irritatie

categorie 1

Gevaar

314

260, 264, 280, 301+330+331, 303+361+353, 363, 304+340, 310, 321, 305+351+338, 405, 501

Corrosief

C

R34, R35

Gevaar

318

280, 305+351+338, 310

Irriterend

Xi

R41

Waarschuwing Waarschuwing Waarschuwing

315 319 317

264, 280, 302+352, 321, 332+313, 362 264, 280, 305+351+338, 337+313 261, 272, 280, 302+352, 333+313, 321, 363, 501

Irriterend Irriterend Irriterend

Xi Xi Xi

R38 R36 R43

Xi

R37

14 > NR 2 - MEI 2011

G

335

261, 271, 304+340, 312, 403+233, 405, 501

Waarschuwing

336

261, 271, 304+340, 312, 403+233, 405, 501

acuut gevaar categorie 1 chronisch gevaar categorie 1 chronisch gevaar categorie 2

Waarschuwing Waarschuwing geen

400 410 411

273, 391, 501 273, 391, 501 273, 391, 501

MILIEUGEVAREN Milieugevaarlijk Milieugevaarlijk Milieugevaarlijk

chronisch gevaar categorie 3 chronisch gevaar categorie 4

geen geen

geen geen

412 413

273, 501 273, 501

Milieugevaarlijk Milieugevaarlijk

geen

Gevaar

EUH059 273, 501

Milieugevaarlijk

EUH001 EUH006 EUH014 EUH018 EUH019 EUH044 EUH029 EUH031 EUH032 EUH066 EUH070 EUH071

AANVULLENDE FYSISCHE & GEZONDHEIDSGEVAREN R1 R6 R14 geen R18 R19 R44 R29 R31 R32 geen R66 R39/41 geen

S0

Irriterend

9

G

H

categorie 3, luchtwegirritatie

7

Waarschuwing

categorie 3, narcotische effecten

S0

categorie 2 categorie 2 categorie 1, huidallergeen

geen

R67

N N N

R50 R50/53 R51/53

H

Tot 1 december 2010 werden stoffen en mengsels nog ingedeeld volgens de gevaarlijke stoffen- en preparatenrichtlijnen (dangerous substances / preparations directives of DSD / DPD). Vanaf 1 december 2010 worden de stoffen echter al ingedeeld volgens het nieuwe systeem van EU-GHS. Het gevolg is dat de twee systemen op dit moment samen worden aangetroffen. Op de veiligheidsinformatiebladen (VIBs), (material) safety data sheets of (M)SDS van stoffen treffen we zo onder rubriek 15 (wettelijk verplichte informatie) de indeling volgens de twee systemen tegelijk aan. De twee systemen gebruiken echter andere pictogrammen / symbolen en gevarenaanduidingen (H-zinnen / R-zinnen), die toegekend worden op basis van andere classificatieregels. Een echte conversie vanuit EU-GHS naar de voormalige DSD / DPD classificatie of vice versa is niet mogelijk. Voor de preventieadviseurs heeft Provikmo ter illustratie een conversieposter ontworpen die etiketteringselementen van zowel het nieuwe systeem volgens CLP / EU-GHS als het oude systeem volgens DSD en DPD samenbrengt.

bijtend of irriterend voor de huid ernstig oogletsel of irritatie sensibilisatie van de luchtwegen of de huid 3.8 specifieke doelorgaantoxiciteit bij éénmalige blootstelling 3.8 specifieke doelorgaantoxiciteit bij éénmalige blootstelling MILIEUGEVAREN 4.1 gevaar voor het aquatisch milieu 4.1 gevaar voor het aquatisch milieu 4.1 gevaar voor het aquatisch milieu

G

Indelen

3.2 3.3 3.4

H

S0

5

Het gebruik van gevaarlijke producten in de bedrijfswereld neemt nog steeds toe. Je weet best waar je aan toe bent wanneer je een product met gevaarlijke eigenschappen moet gebruiken. Tussen 2009 en 2015 geldt een overgangsperiode voor het indelen, etiketteren en verpakken (Classification, Labelling and Packaging of CLP) van stoffen en mengsels. Stoffen moeten vanaf 1 december 2010 volgens EU-GHS (Europese Unie versie van het Globally Harmonised System) worden geëtiketteerd en verpakt (en niet langer volgens de stoffenrichtlijn) en moeten zowel volgens de stoffenrichtlijn als EU-GHS worden ingedeeld. Mengsels mogen vanaf deze datum volgens EU-GHS worden ingedeeld, geëtiketteerd en verpakt, maar dit wordt pas verplicht vanaf 1 juni 2015. De gevaarlijke stoffen- en preparatenrichtlijnen worden ingetrokken met ingang van 1 juni 2015. Om de klanten vertrouwd te maken met de nieuwe etiketteringselementen (pictogrammen, signaalwoorden, H-zinnen en P-zinnen) ontwikkelde Provikmo een folder en drie affiches.

G

s dr. ir. Tom Geens preventieadviseur arbeidshygiëne wetenschappelijk medewerker Studie- en Documentatiedienst Provikmo

Nieuwe etikettering gevaarlijke producten volgens EU-GHS

4.1 4.1

gevaar voor het aquatisch milieu gevaar voor het aquatisch milieu

5.1

gevaar voor de ozonlaag

AANVULLENDE FYSISCHE & GEZONDHEIDSGEVAREN In droge toestand ontplofbaar Ontplofbaar met en zonder lucht fysische Reageer t heftig met water gevaren Kan bij gebruik een ontvlambaar/ontplofbaar damp-luchtmengsel vormen Kan ontplofbare peroxiden vormen Ontploffingsgevaar bij verwarming in afgesloten toestand Vormt giftig gas in contact met water Vormt giftig gas in contact met zuren gezondheids- Vormt zeer giftig gas in contact met zuren gevaren Herhaalde blootstelling kan een droge of een gebarsten huid veroorzaken Giftig bij oogcontact Bijtend voor de luchtwegen

geen

geen

geen

geen

Deze poster brengt een niet-limitatieve en louter illustratieve vergelijking van de etiketteringselementen van zowel het nieuwe systeem volgens CLP/EU-GHS als het oude systeem volgens DSD (Stoffenrichtlijn 67/548/EEG) en DPD (Preparatenrichtlijn 99/45/EG). De twee systemen gebruiken andere pictogrammen/symbolen en gevarenaanduidingen (H-zinnen/R-zinnen), die toegekend worden op basis van andere classificatieregels. Een echte conversie vanuit EU-GHS naar de voormalige DSD/DPD classificatie of vice versa is niet mogelijk. Provikmo neemt geen enkele verantwoordelijkheid op zich voor eventuele gevolgen die ontstaan door het verkeerd gebruik van deze poster.

R52/53 R53

geen N

R59

info@provikmo.be www.provikmo.be

Etiketteren Anders dan in het veiligheidsinformatieblad treffen we de oude en nieuwe etiketteringselementen nooit samen aan op het etiket. Bij de oude etikettering volgens de gevaarlijke stoffen- en preparatenrichtlijn is het symbool zwart op een oranje achtergrond in een vierkant pictogram, bij etikettering volgens EU-GHS is het symbool zwart op een witte achtergrond in een ruitvormig pictogram. Verder bevat het etiket naast de naam van het product, de betekenis van het symbool, een beschrijving van de risico’s en de te nemen voorzorgsmaatregelen. De H-zinnen (Hazard statements) vervangen

de R-zinnen en vertellen ons wat de risico’s zijn bij gebruik van dit product. De P-zinnen (Precautionary statements) vervangen de S-zinnen en vertellen ons welke maatregelen moeten genomen worden om de risico’s te beheersen bij gebruik van dit product. Voor de werknemers ontwikkelde Provikmo de overzichtelijke folder “Gevaarlijke producten: nieuwe etikettering” waarin belangrijke tips worden gegeven om veilig te kunnen werken met gevaarlijke producten. Nog voor de werknemers ontwikkelde Provikmo twee grote affiches om uit te hangen op de werkvloer, waarop alle H-zinnen en P-zinnen worden verklaard.


preventie en bescherming op het werk

SAFETY FIRST

Classifcation, Labelling en Packaging (CLP) volgens EU-GHS De H-zinnen vervangen de oude R-zinnen en zijn verplicht op de etikettering vanaf 1 december 2010 voor zuivere stoffen en vanaf 1 juni 2015 voor mengsels.

Lijst van gevarenaanduidingen (H-zinnen)

8

H202 “Ontplofbare stof, ernstig gevaar voor scherfwerking.”

H302 “Schadelijk bij inslikken.”

H203 “Ontplofbare stof; gevaar voor brand, luchtdrukwerking of scherfwerking.”

H304 “Kan dodelijk zijn als de stof bij inslikken in de luchtwegen terechtkomt.”

H204 “Gevaar voor brand of scherfwerking.”

H310 “Dodelijk bij contact met de huid.”

H224 “Zeer licht ontvlambare vloeistof en damp.” H225 “Licht ontvlambare vloeistof en damp.” H226 “Ontvlambare vloeistof en damp.”

H311 “Giftig bij contact met de huid.” H312 “Schadelijk bij contact met de huid.”

H272 “Kan brand bevorderen; oxiderend.” H280 “Bevat gas onder druk; kan ontploffen bij verwarming.” H281 “Bevat sterk gekoeld gas; kan cryogene brandwonden of letsel veroorzaken.” H290 “Kan bijtend zijn voor metalen.”

Aanvullende fysische gevaren EUH001

“In droge toestand ontplofbaar.”

EUH006

“Ontplofbaar met en zonder lucht.”

EUH014

“Reageert heftig met water.”

EUH018

“Kan bij gebruik een ontvlambaar/ontplofbaar dampluchtmengsel vormen.”

EUH019

“Kan ontplofbare peroxiden vormen.”

EUH044

“Ontploffingsgevaar bij verwarming in afgesloten toestand.”

9 S0

H410 “Zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.”

H331 “Giftig bij inademing.”

H335 “Kan irritatie van de luchtwegen veroorzaken.”

H271 “Kan brand of ontploffingen veroorzaken; sterk oxiderend.”

Milieugevaren

H400 “Zeer giftig voor in het water levende organismen.”

H330 “Dodelijk bij inademing.”

H242 “Brandgevaar bij verwarming.”

H270 “Kan brand veroorzaken of bevorderen; oxiderend.”

“Bijtend voor de luchtwegen.”

H319 “Veroorzaakt ernstige oogirritatie.”

H241 “Brand- of ontploffingsgevaar bij verwarming.”

H261 “In contact met water komen ontvlambare gassen vrij.”

“Giftig bij oogcontact.”

EUH071

H318 “Veroorzaakt ernstig oogletsel.”

H334 “Kan bij inademing allergie- of astmasymptomen of ademhalingsmoeilijkheden veroorzaken.”

H260 “In contact met water komen ontvlambare gassen vrij die spontaan kunnen ontbranden.”

“Herhaalde blootstelling kan een droge of een gebarsten huid veroorzaken.”

EUH070

H

H317 “Kan een allergische huidreactie veroorzaken.”

H240 “Ontploffingsgevaar bij verwarming.”

H252 “In grote hoeveelheden vatbaar voor zelfverhitting: kan vlam vatten.”

“Vormt zeer giftig gas in contact met zuren.”

EUH066

H315 “Veroorzaakt huidirritatie.”

H332 “Schadelijk bij inademing.”

H251 “Vatbaar voor zelfverhitting: kan vlam vatten.”

“Vormt giftig gas in contact met zuren.”

EUH032

H314 “Veroorzaakt ernstige brandwonden.”

H228 “Ontvlambare vaste stof.”

H250 “Vat spontaan vlam bij blootstelling aan lucht.”

“Vormt giftig gas in contact met water.”

EUH031

G

H223 “Ontvlambare aërosol.”

EUH029

G

H

S0

7

6

G

H

S0

5

S0 H G

H301 “Giftig bij inslikken.”

H222 “Zeer licht ontvlambare aërosol.”

Meer informatie? Provikmo vzw Externe dienst voor preventie en bescherming op het werk Dirk Martensstraat 26/1, 8200 Brugge Studie- en Documentatiedienst Tel. 050 47 47 82 - Fax. 050 47 41 61 docdienst@provikmo.be – www.provikmo.be

S0

H201 “Ontplofbare stof: gevaar voor massa-explosie.”

H221 “Ontvlambaar gas.”

De folder en drie affiches in verband met de nieuwe etikettering van gevaarlijke producten zijn beschikbaar op de website www.provikmo.be onder de rubriek documentatie - folders of affiches. Het downloaden van dit materiaal is voorbehouden aan Provikmo-klanten. Zij kunnen eveneens gedrukte exemplaren opvragen via hun reguliere contactpersoon en kunnen met bijkomende vragen bovendien steeds terecht in onze Studie- en Documentatiedienst.

H

H300 “Dodelijk bij inslikken.”

H220 “Zeer licht ontvlambaar gas.”

Voorbeeld affiche H-zinnen: www.provikmo.be documentatie - affiches

Aanvullende gezondheidsgevaren

H200 “Instabiele ontplofbare stof.”

H205 “Gevaar voor massa-explosie bij brand.”

Voorbeeld nieuw etiket: www.provikmo.be documentatie - folders

G

5

4

G

H

S0

3

S0

S0

H G

G

H

S0

2

Gezondheidsgevaren

H G

G

H

S0

1

Fysische gevaren

H411 “Giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.” H412 “Schadelijk voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen.” H413 “Kan langdurige schadelijk gevolgen voor in het water levende organismen hebben.”

H336 “Kan slaperigheid of duizeligheid veroorzaken.” H340 “Kan genetische schade veroorzaken <blootstellingsroute vermelden indien afdoende bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is>.” H341 “Verdacht van het veroorzaken van genetische schade <blootstellingsroute vermelden indien afdoende bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is>.”

Aanvullende milieugevaren EUH059

“Gevaarlijk voor de ozonlaag.”

H350 “Kan kanker veroorzaken <blootstellingsroute vermelden indien afdoende bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is>.” H351 “Verdacht van het veroorzaken van kanker <blootstellingsroute vermelden indien afdoende bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is>.” H360 “Kan de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden <specifiek effect vermelden indien bekend> <blootstellingsroute vermelden indien afdoendebewezen is dat het gevaar bij andereblootstellingsroutes niet aanwezig is>.”

Aanvullende etiketteringselementen EUH201

“Bevat lood. Mag niet worden gebruikt voor voorwerpen waarin kinderen kunnen bijten of waaraan kinderen kunnen zuigen.

EUH201A “Let op! Bevat lood.” EUH202

“Cyanoacrylaat. Gevaarlijk. Kleeft binnen enkele seconden aan huid en oogleden. Buiten het bereik van kinderen houden.”

EUH203

“Bevat zeswaardig chroom. Kan een allergische reactie veroorzaken.”

H362 “Kan schadelijk zijn via de borstvoeding.”

EUH204

“Bevat isocyanaten. Kan een allergische reactie veroorzaken.”

H370 “Veroorzaakt schade aan organen <of alle betrokken organen vermelden indien bekend> <blootstellingsroute vermelden indien afdoende bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is>.”

EUH205

“Bevat epoxyverbindingen. Kan een allergische reactie veroorzaken.”

EUH206

“Let op! Niet in combinatie met andere producten gebruiken. Er kunnen gevaarlijke gassen (chloor) vrijkomen.”

H371 “Kan schade aan organen <of alle betrokken organen vermelden indien bekend> veroorzaken <blootstellingsroute vermelden indien afdoende bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is>.”

EUH207

“Let op! Bevat cadmium. Bij het gebruik ontwikkelen zich gevaarlijke dampen. Zie de aanwijzigen van de fabrikant. Neem de veiligheidsvoorschriften in acht.”

EUH208

“Bevat <naam van de sensibiliserende stof>. Kan een allergische reactie veroorzaken.”

EUH209

“Kan bij gebruik licht ontvlambaar worden.”

H361 “Kan mogelijks de vruchtbaarheid of het ongeboren kind schaden <specifiek effect vermelden indien bekend> <blootstellingsroute vermelden indien afdoende bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is>.”

H372 “Veroorzaakt schade aan organen <of alle betrokken organen vermelden indien bekend> bij langdurige of herhaalde blootstelling <blootstellingsroute vermelden indien afdoende bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is>.” H373 “Kan schade aan organen <of alle betrokken organen vermelden indien bekend> veroorzaken bij langdurige of herhaalde blootstelling <blootstellingsroute vermelden indien afdoende bewezen is dat het gevaar bij andere blootstellingsroutes niet aanwezig is>.”

EUH209A “Kan bij gebruik ontvlambaar worden.” EUH210

“Veiligheidsinformatieblad op verzoek verkrijgbaar.”

EUH401

“Volg de gebruiksaanwijzing om gevaar voor de menselijke gezondheid en het milieu te voorkomen.”

info@provikmo.be www.provikmo.be

HR SERVICES

Timemanagement: Bewust omgaan met prioriteiten Werkstress is een dagelijkse strijd in ons leven. Iedereen heeft verschillende rollen in zijn leven - zowel privé als op het werk - waar veel van ons verwacht wordt. Als het dan eindelijk weekend is, worden we ook daar geconfronteerd met een volgepropt programma. Het gevoel slaaf te zijn van ons eigen levensritme en werk is niet veraf. In vijf stappen geven we u enkele ‘timemanagement’-tips mee. Eén vraag legt vele aspecten bloot: Moet ik dit nu doen? Moet ik dit nu doen? Moet ik dit nu doen? Moet ik dit nu doen? Moet ik dit nu doen?

Stap 1: Moet ik dit nu doen? Veel heeft te maken met assertiviteit. Onvoldoende assertieve medewerkers of

managers voelen zich vaak ‘gedwongen’ om werk te verrichten omdat ze geen ‘neen’ durven, kunnen of willen zeggen tegen hun baas, collega’s of klanten.

Stap 2: Moet ik dit nu doen? Veel werknemers of managers sneeuwen onder omdat ze denken dat alles hun taak is of dat ze alles zelf moeten doen.

Stap 4: Moet ik dit nu doen? Stel niets onnodig uit. Spaar lastige of moeilijke zaken niet tot het einde. Het vooruitschuiven van rotklussen is één van de grootste veroorzakers van stress. U kunt dit vermijden door een goed agendabeheer. Planning is onontbeerlijk voor een goed timemanagement.

Stap 5: Moet ik dit nu doen? Aan medewerkers: neem niet ‘zomaar’ taken over van collega’s als je zelf niet door je werk raakt. Aan managers: leer delegeren en stap weg van de gedachte ‘tegen de tijd dat ik heb uitgelegd hoe het moet, heb ik het zelf al gedaan.’

Stap 3: Moet ik dit nu doen? Hier gaat het duidelijk om het stellen van de juiste ‘prioriteiten’. Veel tijd wordt vaak verkwist aan onbelangrijke zaken terwijl de noodzakelijke zaken niet aan bod komen.

Kijk kritisch naar bepaalde werkzaamheden en bedenk: ‘Moeten we dit nu nog (zo) doen?’ Stel de efficiëntie van werkaanpak en administratieve organisatie in vraag. Meer informatie:? Ruben Ketels HR Consultant ADMB HR Services Tel. 050 474 979 school@admb.be www.admbschool.be

Nr 2 - MEI 2011 > 15


ADMBEELD

ADMB opent vernieuwde kantoren in Halle Op vrijdag 25 maart hield ADMB Sociaal Bureau een opendeurdag in Halle om haar vernieuwde kantoren feestelijk in te wijden. Het gebouw in de Vanden Eeckhoudtstraat 13 werd in de voorbije maanden volledig opgefrist. ADMB Sociaal Bureau beschikt over veertig kantoren in België, waarvan één in Halle. In het Sociaal Bureau kunnen bedrijven en zelfstandigen terecht voor een persoonlijke behandeling van hun loonadministratie en personeelsbeleid.

16 > NR 2 - MEI 2011


ADMBEELD

Flexibiliteit in de bouwhandel Voor de bouwhandelaren heeft de overheid zes maatregelen uitgewerkt die moeten bijdragen tot de flexibiliteit van hun activiteiten. Uit een rondvraag van FEMA, de federatie van de bouwhandelaren, bij haar leden bleek dat deze maatregelen onvoldoende gekend zijn en toegepast worden. Om de handelaren hierover te informeren, organiseerde ADMB samen met FEMA twee infosessies. De aanwezige bouwhandelaren waren uitermate tevreden met dit initiatief en de ondersteuning van ADMB in deze materie.

Nieuwe medewerkers bij ADMB ADMB verwelkomde het afgelopen kwartaal maar liefst 31 nieuwe, enthousiaste medewerkers! Provikmo, ADMB Sociaal Bureau en ADMB HR Services hebben hier het grootste aandeel in, maar ook het personeel van Personeel & Organisatie, Informaticadienst, ADMB iS, ADMB Kinderbijslagfonds, Zenito Sociaal Verzekeringsfonds, VEKMO en ADMB Verzekeringen kregen de voorbije maanden een nieuwe collega.

Werken bij of via ADMB? www.admb.jobs centraliseert alle vacatures van ADMB en van ondernemingen die een beroep doen op ADMB voor het vinden van een geschikte medewerker. Via de gebruiksvriendelijke jobzoeker kunt u vlot vacatures zoeken in uw buurt.

Nr 2 - MEI 2011 > 17


ZIEKTEVERZEKERING

s

Wat te doen bij arbeidsongeschiktheid zelfstandigen?

Luc Daeninck directeur administratie CM Brugge

Tijdige aangifte Indien u arbeidsongeschikt wordt, moet u tijdig en op correcte wijze het ziekenfonds verwittigen. Een correcte aangifte van arbeidsongeschiktheid gebeurt steeds met een ‘Getuigschrift van arbeidsongeschiktheid’. Er bestaat een specifiek attest voor zelfstandigen. Zorg ervoor dat u steeds een blanco getuigschrift in huis hebt.  Het attest wordt ingevuld door de behandelende arts. Het moet steeds de diagnose of de symptomen die aanleiding geven tot de arbeidsongeschiktheid vermelden. Het ingevulde attest stuurt u op of bezorgt u tegen ontvangstbewijs aan de adviserend geneesheer. De poststempel of het ontvangstformulier geldt als bewijs van een tijdige indiening. Deponeer uw aangifte dus nooit in een CM-brievenbus of in het CM-kantoor.  Het getuigschrift moet u binnen onderstaande termijn - te rekenen vanaf de eerste dag na aanvang van de arbeidsongeschiktheid – bezorgen aan de adviserend geneesheer van het ziekenfonds. Zelfstandigen

28 kalenderdagen

Na ontslag uit het ziekenhuis

48 uur

48 uur Bij het hervallen: - binnen de 14 kalenderdagen na de werkhervatting (tijdens het eerste jaar arbeidsongeschiktheid) - binnen de 3 maanden na de werkhervatting (vanaf het 2de jaar arbeidsongeschiktheid)

Als u de adviserend geneesheer te laat verwittigt, verliest u voor de periode van laattijdigheid tien procent van de uitkering.

Dagvergoeding zelfstandigen (vanaf 01-05-2011)

Primaire arbeidsongeschiktheid 2de t.e.m. 12de maand

Vanaf 01.05.2011 zijn de hiernaastvermelde dagbedragen (ziektevergoeding voor zelfstandigen) ongewijzigd van kracht: Arbeidsongeschikte zelfstandigen met een beperkte zelfredzaamheid (niet minder dan 11 punten) kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming voor hulp van derden.

met gezinslast

49,35

alleenstaande

37,84

Deze bedraagt sinds 01.05.2011 13,25 euro per dag De tegemoetkoming kan worden toegekend vanaf de vierde maand arbeidsongeschiktheid. M.i.v. 01.05.2011 is de moederschapsuitkering voor zelfstandige vrouwen en meewerkende echtgenotes vastgesteld volgens een wekelijks forfaitair brutobedrag van 390,88 euro voor de gekozen duur van de moederschapsrust.

• Bewijs van arbeidshervatting Uiterlijk twee dagen na het einde van de arbeidsongeschiktheid stuurt u dit bewijs ingevuld terug naar het ziekenfonds. • Blanco getuigschrift van arbeidsongeschiktheid Bewaar dit attest zorgvuldig. Het voorkomt tijdsverlies indien u later opnieuw arbeidsongeschikt wordt. • Inlichtingenblad Uitkeringen • Inkomensverklaring - formulier 225 • Verklaring voor invaliden Nadat u bovengenoemde documenten ingevuld en ondertekend hebt terugbezorgd aan de dienst uitkeringen van het ziekenfonds, en indien onze adviserend geneesheer uw arbeidsongeschiktheid erkent, kan uw uitkering betaald worden. U dient wel in regel te zijn met de betaling van uw kwartaalbijdragen als zelfstandige bij de sociale kas waarbij u bent aangesloten.

samenwonende zonder gezinslast

30,84

Invaliditeit vanaf het 2 jaar de

met gezinslast

49,35

alleenstaande

37,84

samenwonende zonder gezinslast

30,84

Invaliditeit (met stopzetting bedrijf) vanaf het 2de jaar met gezinslast

50,25

alleenstaande

40,21

samenwonende zonder gezinslast

34,48

De eerste maand is een carensperiode en is niet vergoedbaar in de ziekteverzekering.

NIEUW: invoering op 1 mei 2011 van een inhaalpremie oF welvaartspremie na één jaar arbeidsongeschiktheid Vorig jaar ontvingen de invalide loontrekkenden, die minstens vijf jaar arbeidsongeschikt waren op 31/12/2009 een premie van 75 euro in de maand mei 2010, bovenop hun normale ziekte-uitkering. Dit jaar wordt deze regeling uitgebreid naar de zelfstandigen, en wijzigen de voorwaarden: Alle arbeidsongeschikte loontrekkenden en zelfstandigen die op 31/12/2010 reeds minstens één jaar arbeidsongeschikt waren en dat nog steeds zijn, zullen in de maand mei 2011 een premie van 200 euro ontvangen.

Wat na de aangifte ? Nadat u uw arbeidsongeschiktheid hebt aangegeven, ontvangt u van uw ziekenfonds volgende documenten: • Vragenlijst over de beroepsactiviteit Deze vragenlijst moet u zo spoedig mogelijk invullen en terugbezorgen aan het ziekenfonds, zodat de adviserend geneesheer uw arbeidsongeschiktheid kan erkennen.

18 > NR 2 - MEI 2011

Berekening uitkering zelfstandigen Zelfstandigen ontvangen een vast dagbedrag, dat varieert in functie van de gezinssituatie. Hierbij wordt de zaterdag beschouwd als vergoedbare dag. De uitkering wordt maandelijks uitbetaald aan het einde van de maand en dit pas vanaf de tweede maand van de arbeidsongeschiktheid.

Meer informatie? Voor meer informatie omtrent een ziekteuitkering als zelfstandige kunt u terecht bij het Servicepunt Zelfstandigen van uw CM Ziekenfonds.


ZIEKTEVERZEKERING

Op zoek naar een gids in de thuiszorg? s

Jos Beuselinck diensthoofd MW CM Brugge

Bert, 63 jaar, is weduwnaar, en woont nog samen met Els, een spring in ‘t veld-dochter van 26 jaar. Els heeft een heel actief sociaal leven en wil niettemin een aantal taken in de zorg voor haar vader opnemen. De andere twee kinderen zijn het huis uit en zijn druk in de weer met hun carrière en kinderen. Ondanks de verschillen in leeftijd en levenswandel tussen de kinderen, is er de wil om goed met elkaar te blijven opschieten, ook nu het wat ingewikkelder wordt … Want Bert werd 2 jaar geleden ziek. Hij doet voor de buitenwereld de laatste maanden wat ‘raar’, kan niet meer binnenblijven, dwaalt hele dagen rond. Bij het wandelen kan je zien dat Bert een vrij onzekere stap heeft. De trap opgaan naar de slaapkamer op de eerste verdieping wordt stilaan moeilijk en gevaarlijk. Bert gebruikt ’s nachts sinds kort én na veel tegenstribbelen en discussies met Els incontinentiemateriaal, na een paar keer het toilet te laat gehaald te hebben. Voor boodschappen moet er naar de andere kant van de gemeente gereden worden. Voor Bert geen probleem, ware het niet dat na een paar accidentjes de kinderen erop aansturen dat vader zijn auto beter op stal zou laten. Dochter Els, de lieveling van Bert, houdt zielsveel van haar vader, zoveel is zeker. Wat ze echter ook voor geen goud wil missen is het uitgaan, dansen en reizen. Toch wordt het steeds moeilijker om onbezorgd het huis uit te gaan en vader alleen te laten. Heel de familie voelt aan dat de zorg toeneemt en wat ze aankunnen niet meer toereikend is. Pittig detail: Bert moet het als gewezen zelfstandig kruidenier rooien met een pensioen van 900 euro per maand. Els komt regelmatig in het CM-kantoor en wordt tijdens een gesprek door de consulent naar de maatschappelijk werker Annemie verwezen voor bijkomende advisering en hulp. In de wachtkamer bereidt ze haar vragen voor … Ze wil informatie over een hele rits diensten en over zorgverleners die hulp kunnen bieden: thuisoppas, warme maaltijden, strijkatelier, boodschappendienst, vrijwilligersvervoer, klusjesdiensten, cursussen voor thuiszorgers, ziekenvakanties, een dementiecafé, …

Dit zal haar toelaten om uit het grote aanbod de meest passende en betaalbare dienstverlening te kiezen. Els is ook bezorgd over het feit dat ze in de nabije toekomst haar sport- en uitgangsactiviteiten zal moeten inbinden. Bestaan er verpozingsmogelijkheden voor Els als verzorger? Wat als ze ooit zorgverlof bij haar werkgever wil vragen? Els wil ook advies rond mogelijke aanpassingen aan de woning gezien de toenemende onzekere gang van vader: handgrepen in het toilet, een aangepaste douchecel, …

HOTEL ATLANTA Een unieke verblijfplaats aan zee

Ze wil via Annemie weten wie hierbij kan helpen en welke tegemoetkoming mogelijk is? Els meent ook iets gehoord te hebben over financiële tegemoetkomingen ‘Hulp aan bejaarden’, het Vlaams Agentschap voor personen met een handicap, de Vlaamse zorgverzekering. Ze wil hulp bij de aanvraag van deze financiële vergoedingen van de overheid, de ziekteverzekering, vrijstelling van taksen, de CM-voordelen. En waarom niet wat begeleiding doorheen de papierberg en de doolhof aan voorzieningen? Wat Els nog niet weet is dat Annemie en de Dienst Maatschappelijk Werk CM hierin specialisten zijn … Na een beetje wachten in de discrete wachtkamer volgt een vriendelijke begroeting en een aangenaam gesprek met de maatschappelijk werker, Annemie. Ze zullen elkaar nog vaak ontmoeten: een paar keer thuis, maar veelal tijdens de vrije spreekuren, op afspraak of via mail. Els heeft blijkbaar haar hulp en wegwijzer gevonden. Meer informatie? Neem discreet en gratis contact op met de maatschappelijk werker in het plaatselijk CM-kantoor tijdens de wekelijks spreekuren (www.cm.be) (Brugge: telefonische permanentie 050 44 03 53 - dmw.cmbrugge@cm.be)

Uniek vakantieverblijf voor: jonge gezinnen, derde leeftijd, groepen, seminaries, vergaderingen… Wij heten u van harte welkom voor een onvergetelijke vakantie aan zee… Op amper 150m van zee, met duinen en bossen binnen handbereik, vlakbij winkels, origineel Normandisch-Angelsaksische bouwstijl, de verfijnde Belle Epoque-toetsen binnenshuis. Modern aangepast interieur, capaciteit 125 personen, pergola en tuinterras, bergplaats fietsen… Diverse verblijfsformules op maat… Atlanta Maria Hendrikalaan 20, 8420 De Haan Tel: 059 23 33 01 - Fax: 059 23 53 19 info@hotelatlanta.be www.hotelatlanta.be Nr 2 - MEI 2011 > 19


VERZEKERINGEN

s

Het Vrij Aanvullend Pensioen voor de zelfstandigen

Rik Vanden Bussche directeur ADMB Verzekeringen

De toestand van de pensioenkas in België is niet rooskleurig en het wettelijk deel zal voor iedere zelfstandige onvoldoende zijn. Een investering in een aanvullend pensioen is dan ook een must, zeker als u uw levenstandaard na uw pensionering wenst te behouden. Bovendien zijn de premies voor uw aanvullend pensioen fiscaal voordelig. Het Vrij Aanvullend Pensioen (VAP) biedt enkele heel belangrijke voordelen ten opzichte van andere verzekeringssystemen en wordt bovendien stevig gepromoot door de overheid. Wat biedt het VAP? Het VAP biedt u niet alleen een aantrekkelijk rendement, maar ook stabiliteit omdat er geen risico’s aan verbonden zijn: • Iedere gestorte bijdrage wordt toegevoegd aan het kapitaal aan een gewaarborgde rente op het moment van de storting, en dit tijdens de volledige duur van het contract. • bovendien geniet u van een jaarlijkse, niet-belastbare winstdeelname die het rendement verhoogt. De winstdeelname is afhankelijk van de economische conjunctuur en van de financiële resultaten.

Als zelfstandige kunt u kiezen tussen twee mogelijkheden: • het Gewone Vrij Aanvullend Pensioen, dat heel dicht bij het vroegere VAP ligt; • het Sociaal Vrij Aanvullend Pensioen, dat een verhoogde fiscale aftrekbaarheid geniet. Voor beide formules kunt u terecht bij ADMB Verzekeringen. Het Sociaal VAP biedt enkele extra voordelen: • via dit sociaal pensioenplan garanderen wij u een bijkomend voordeel op fiscaal vlak dat kan oplopen tot 370 euro; • door die fiscale aftrek daalt uw beroepsinkomen, waardoor het bedrag van uw toekomstige sociale bijdragen vermindert; • extra pensioenopbouw; • enkele extra waarborgen: • gedurende de periode van invaliditeit wordt de bijdrage doorbetaald, zelfs indien u uw zelfstandige activiteit definitief dient te staken; • uitbetaling van een extra maandbedrag bij invaliditeit bovenop de wet telijke uitkering.

Een optimaal kader voor uw Vrij Aanvullend Pensioen De gegevens betreffende uw inkomsten worden bij uw sociaal verzekeringsfonds (zoals Zenito) beveiligd. Een correcte berekening van uw bijdragen Aanvullend Pensioen geeft u de zekerheid van een maximale fiscale aftrekbaarheid. Wij stellen u een bijzonder voordelige formule voor die tegemoet komt aan uw verwachtingen. U bouwt niet alleen een Aanvullend Pensioen op, maar u zorgt ook voor uw nabestaanden als u kiest voor het Sociaal VAP. Bovendien bevat het Sociaal Vrij Aanvullend Pensioen een sociaal luik waardoor u kunt genieten van bijkomende voordelen. ADMB Verzekeringen maakt een vrijblijvende simulatie die het verschilt aantoont tussen: het Vrij Aanvullend Pensioen met bijkomende waarborgen (invaliditeit); het Sociaal Vrij Aanvullend Pensioen. U kan vertrouwen op onze gespecialiseerde kennis in sociale en fiscale materies. Meer informatie? Neem contact op met ADMB Verzekeringen op 050 474 947 of via info@admbverzekeringen.be

Contacteer ADMB Verzekeringen De klok rond bereikbaar, zeven dagen op zeven via een gespecialiseerde bijstandscentrale die uw oproep buiten de kantooruren opvangt. BRUGGE

Jan Breydellaan 107, 8200 Brugge - Sint-Andries

Tel. 050 47 49 47

Fax 050 47 49 59

ANTWERPEN

Oudeleeuwenrui 25, 2000 Antwerpen

Tel. 03 238 18 38

Fax 03 248 11 55

DENDERMONDE

Hoogveld 22, 9200 Dendermonde

Tel. 052 38 16 00

Fax 052 38 16 09

OOSTENDE

E. Beernaertstraat 13, 8400 Oostende

Tel. 059 56 87 56

Fax 059 56 87 59

OVERIJSE

Gebroeders Danhieuxstraat 6, 3090 Overijse

Tel. 02 766 17 50

Fax 02 687 36 98

ROESELARE

Arme Klarenstraat 55, 8800 Roeselare

Tel. 051 22 01 92

Fax 051 20 20 42

LEUVEN

(Vandeven Bank en Verzekeringen) - Tessenstraat 3-3A, 3000 Leuven

Tel. 016 31 09 70

Fax 016 31 09 75

Meer info over de diensten en producten van ADMB Verzekeringen? Bezoek www.admbverzekeringen.be of neem contact op via 050 474 947 of info@admbverzekeringen.be. 20 > NR 2 - MEI 2011

NV ADMB Verzekeringen - CBFA 013334A


VERZEKERINGEN

Stel uw eigen toekomst financieel veilig via uw vennootschap De sociale wetgeving in ons land biedt op sommige vlakken onvoldoende bescherming en zekerheid voor onze toekomst. ADMB wil u dan ook wijzen op opportuniteiten die hier een oplossing kunnen bieden. Zo kunt u dankzij de ‘Individuele Pensioentoezegging’ (IPT) uw eigen toekomst financieel veilig stellen via uw eigen vennootschap. De winsten van uw vennootschap dragen bij tot de opbouw van uw eigen pensioen waarbij rendement, zekerheid en fiscale voordelen een succesvolle combinatie vormen. Hoe werkt de IPT? Vanuit uw vennootschap bouwt u via stortingen aan uw aanvullend pensioen.

De vennootschap onderschrijft de IPT, maar de rechtstreekse begunstigde van het kapitaal op einddatum is wel de verzekerde bestuurder.

In geval u werkongeschikt wordt door ziekte of ongeval, voorziet de IPT in een maandelijkse uitkering, indien u deze (aanbevolen) optie kiest.

De stortingen worden tegen een vaste intrestvoet belegd. De IPT voorziet in een gewaarborgd kapitaal bij pensionering. Bovendien komt er, dankzij een doordachte beleggingsstrategie, een aanzienlijke winstdeelname bovenop dit kapitaal.

De premies van de IPT zijn voor de vennootschap fiscaal te beschouwen als bedrijfslast. De uitkeringen daarentegen worden in veel mindere mate belast. Eénmalig en bevrijdend.

Extra voordelen In geval van overlijden voor de pensioenleeftijd komt het verzekerde kapitaal overlijden toe aan de begunstigde met in elk geval het op dat moment reeds gespaarde kapitaal als minimum.

Modulis, de verzekering

op maat van uw business

Meer informatie? Neem contact op met ADMB Verzekeringen op 050 474 947 of via info@admbverzekeringen.be

Als zelfstandige of KMO heeft u al genoeg papierwerk aan uw hoofd. Voor uw verzekeringen zoekt u dus niet alleen zekerheid en exibiliteit, maar ook eenvoud, duidelijkheid en een minimum aan administratie. Modulis is een uniek verzekeringsconcept dat beantwoordt aan al die behoeften: • al uw bedrijfsverzekeringen gegroepeerd in één dossier; • één globale premie, die u gratis gespreid over het jaar kan betalen; • interessante nanciële voordelen en voorkeurtarieven: zo krijgen elk jaar tienduizenden Modulis-klanten 10 % van hun premie terugbetaald; • een duidelijk overzicht van alle waarborgen; • waarborgen die optimaal op elkaar zijn afgestemd. Meer weten over dit unieke concept? Raadpleeg uw ADMB-kantoor. AG Insurance nv – RPR Brussel – BTW BE 0404.494.849 – www.aginsurance.be E. Jacqmainlaan 53, B-1000 Brussel – Tel. +32(0)2 664 81 11 – Fax +32(0)2 664 81 50 Verantwoordelijke Uitgever: Anny Verstegen

Nr 2 - MEI 2011 > 21


voor de werkgever

Pol Pirard afdelingshoofd ADMB Kinderbijslagfonds

s

Vele jongeren maken van de vakantie gebruik om wat bij te verdienen. Kan dit zonder dat de ouders hun recht op kinderbijslag verliezen ? Dit hangt af van de leeftijd en de situatie van de jongere.

Jongeren tot 18 jaar Tot 31 augustus van het jaar waarin hij 18 jaar wordt, heeft de jongere onbeperkt recht op kinderbijslag. Dit betekent dat de jongere zo veel kan werken als hij wil zonder het recht op kinderbijslag te verliezen. In 2011 vallen de jongeren uit 1993 (en jonger) hier dus ook onder.

Jongeren ouder dan 18 jaar die voltijds onderwijs volgen Voor deze kinderen maken we een onderscheid tussen het derde kwartaal, waarbinnen de grote vakantie valt, en de andere kwartalen. Indien de jongere gedurende het eerste, tweede of vierde kwartaal in totaal maximum 240u werkt, blijft het recht op kinderbijslag behouden. Een tewerkstelling van 240u komt ongeveer overeen met een halftijdse tewerkstelling. In het derde kwartaal mag de jongere onbeperkt werken zonder het recht op kinderbijslag te verliezen.

Mijn zoon/dochter heeft een vakantiejob Krijg ik nu nog kinderbijslag? In de andere kwartalen kan de jongere dus werken, maar mag de arbeidsduur niet meer dan 240u bedragen. Er wordt voor de kinderbijslag geen rekening gehouden met de hoogte van het inkomen van de jongere. Pas op: indien het plafond van 240u in het tweede kwartaal overschreden wordt, vervalt ook het recht op kinderbijslag gedurende het derde kwartaal. In dit geval is er dus geen recht gedurende een periode van zes maanden, namelijk het tweede en het derde kwartaal.

Schoolverlaters ouder dan 18 jaar Jongeren die afstuderen of na de vakantie hun studies niet voortzetten, kunnen niet genieten van de gunstige regeling voor het derde kwartaal. Deze jongeren verliezen het recht op kinderbijslag voor het volledige derde kwartaal indien de tewerkstellingen in de loop van het derde kwartaal samen meer dan 240u omvatten. Het speelt daarbij geen rol als het om een studentenovereenkomst of een andere overeenkomst gaat. Jongeren die afstuderen schrijven zich best in als werkzoekende bij de VDAB.

Gedurende de wachttijd bestaat er recht op kinderbijslag op voorwaarde dat de jongere niet meer verdient dan â&#x201A;Ź 490,09 bruto per maand (bedrag geldig vanaf 01.09.2010).

Jongeren ouder dan 18 jaar die een leercontract hebben of deeltijds onderwijs volgen Voor deze kinderen wordt het recht op kinderbijslag bepaald aan de hand van de inkomensnorm. Tijdens de duur van het leercontract of gedurende het schooljaar van het deeltijds onderwijs (inclusief vakantieperiode) mag de jongere maximum â&#x201A;Ź 490,09 bruto per maand verdienen. Meer Informatie? U kunt altijd bijkomende informatie vragen aan uw dossierbeheerder bij ADMB Kinderbijslagfonds via info@kinderbijslagfonds.be of via het nummer 050 474 111. Vermeld uw dossiernummer of het Rijksregisternummer van de jongere zodat we u zo vlug mogelijk kunnen helpen.

Opgepast: Uw kind stopt met studeren en begint te werken. Zal uw kind meer dan 240 uur werken gedurende het 3e kwartaal (of het 2e kwartaal als het voortijdig stopt)? Verwittig onmiddellijk uw kinderbijslagfonds om te vermijden dat er ten onrechte kinderbijslag uitbetaald wordt. U kan dit doen via info@kinderbijslagfonds.be of via het nummer 050 474 111 22 > NR 2 - MEI 2011


OPLEIDINGeN

Opleidingen 2011 Praktische HR-opleidingen en relevante infosessies HR-gerelateerd en leadership

Brugge

Turnhout

-

3 mei

10 mei

17 mei

24 mei

31 mei

9 juni

16 juni

Persoonlijke vaardigheden

Brugge

Turnhout

Stressmanagement, zelfzorg en timemanagement

12 mei

19 mei

-

24 mei

op maat

op maat

Functioneringsgesprekken Wat zijn krachtlijnen van een efficiënt functioneringsgesprek? Hoe halen we er een optimaal resultaat uit? Wat is de rol binnen HR-strategie? Wat als ontslag de laatste optie is?* Welke alternatieven zijn er voor ontslag (jobrotatie/interne mutatie, personal coaching)? Hoe uitstroombeleid organiseren (communicatie, dossieropbouw, outplacement, loopbaanbegeleiding)? Verloning Loonoptimalisatie: alternatieve vormen van verloning. Hoe een strategisch verloningsbeleid uitbouwen? Hoe het competentiemanagement doortrekken naar het loonbeleid? VTO-beleid en competentieontwikkeling Opleiding en persoonlijke ontwikkeling als garantie voor blijvende inzetbaarheid. Deze opleiding geeft u een strategische kijk op leer- en ontwikkelbeleid, maar oriënteert zich voornamelijk op de detectie van persoonlijke ontwikkelbehoeften en het uitwerken van leeracties.

Inzicht krijgen in het begrip stress, de typische signalen en hoe er op gepaste manier mee om te gaan. Via praktische en concrete basistechnieken uw tijd beter leren beheren, zowel op vlak van effectiviteit, kwaliteit als productiviteit. Klantgericht telefoneren Inzicht krijgen in een klantvriendelijke houding aan de telefoon en leren hoe een klant op een correcte, empathische, maar toch voldoende assertieve wijze te woord te staan en zo meewerken aan het klantvriendelijk imago van de onderneming. Bedrijfsopleidingen MS Office Opleidingen voor eindgebruikers in Access, Excel, PowerPoint, Word, Outlook en VBA. Coaching voor ICT professionals voor de opbouw van kennis en ervaring voor toepassingsontwikkeling in Excel, Access en .Net.

Sociale wetgeving Jaarlijkse vakantie (basisopleiding)

Brugge

Turnhout

Puurs

3 & 5 mei*

10 mei

-

10 mei avond

5 mei*

12 mei*

21 juni

23 juni

-

Berekening vakantierecht en vakantiegeld voor bedienden en arbeiders, vakantiedagen, jeugd- en seniorvakantie Sociale Verkiezingen anno 2012 – Bent u reeds voorbereid? Welke maatregelen nemen om de sociale verkiezingen voor te bereiden? Wie zijn de actoren in de procedure en welke consequenties zijn daaraan verbonden? Sociale Actualia* Sociale wetgeving heet van de naald

De opleidingen zijn dagsessies, telkens van 9 u. tot 17 u. , namiddagsessies werden met een * aangeduid.

Meer informatie en inschrijven? Via www.admbschool.be Voor opleidingen op maat en in company, contacteer vrijblijvend Ann Van Hove op 050 474 975 of via school@admb.be. Abonneer u gratis op onze e-zine “ADMB School” via www.admbschool.be/ezine. Nr 2 - MEI 2011 > 23


NUTTIGE CIJFERS

> Van 01.05.2011 tot 31.07.2011

> VAN 01-04-2011

Nuttige data

RSZ-bijdragen

Hieronder volgt de lijst van de data die u in aanmerking dient te nemen over de periode van 01.05.2011 tot en met 31.07.2011 in verband met het vervullen van de sociale verplichtingen. We herinneren er aan dat de opgegeven data deze zijn waarop het betrokken organisme in het bezit moet zijn van het vereiste aangifteformulier en/of van de storting. Het betreft hier dus niet de data waarop u nog tijdig de verzending of storting kunt doen.

Huispersoneel 31.07.11 Inzenden van de aangifte over het 2e kwartaal 2011 en storten van de bijdragen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, Victor Hortaplein 11, 1060 BRUSSEL Postrek. 679-0261811-08

Bedrijfsvoorheffing 13.05.11 April 2011 wanneer het bedrag van de totale BV over 2010 € 34.610 of meer bedroeg. 15.06.11 Mei 2011 wanneer het bedrag van de totale BV over 2010 € 34.610 of meer bedroeg.

Basis en bijzondere bijdragen Basisbijdragen werknemer werkgever werkgever arbeider bediende Pensioen 7,50 8,86 8,86 Z.I. geneesk. verz. 3,55 3,80 3,80 Z.I. uitkeringen 1,15 2,35 2,35 Kinderbijslagen 7,00 7,00 Werkloosheid 0,87 1,46 1,46 Jaarlijkse vakantie 6,00 Beroepsziekte 1,00 1,00 Arbeidsongevallen 0,32 0,32 Educatief verlof 0,05 0,05 Kinderopvang 0,05 0,05 Asbestfonds 0,01 0,01 Loonmatigingsbijdrage 7,48 7,48 Totaal basisbijdragen 13,07 38,38 32,38 Bijzondere bijdragen FSO

basis -20

(809 2)

0,23

0,23

Loonmatiging (809 0) 0,01 0,01 FSO

basis >=20

(809 4)

0,24

0,24

Loonmatiging (809 5) 0,01 0,01

15.07.11 a. Juni 2011 wanneer het bedrag van de totale BV over 2010 € 34.610 of meer bedroeg b. Tweede kwartaal 2011 wanneer het bedrag van de totale BV minder dan € 34.610 bedroeg

Sociale Zekerheid 05.05.11 Eerste provisionele storting voor het 2e kwartaal 2011 (30 % van de bijdragen RSZ over het 4e kwartaal 2010). 03.06.11 Tweede provisionele storting voor het 2e kwartaal 2011. (30 % van de bijdragen RSZ over het 4e kwartaal 2010). 05.07.11 Derde provisionele storting voor het 2e kwartaal 2011. (25 % van de bijdragen RSZ over het 4e kwartaal 2010). OPMERKING: de bedoelde provisionele stortingen moeten verricht worden door de werkgevers die in het voorgaande kwartaal meer dan € 6.197,34 RSZ-bijdragen verschuldigd waren. 31.07.11 a. Indienen van de aangifte over het tweede kwartaal 2011. b. Storten van het saldo van de bijdragen over het tweede kwartaal 2010, wanneer provisionele stor tingen verricht worden. c. Storten van de bijdragen over het tweede kwartaal 2011, wanneer geen provisionele stortingen verricht worden.

24 > NR 2 - MEI 2011

FSO

RVA

(810 2)

0,29

0,29

Loonmatiging (810 0) 0,02 0,02 FSO

niet-commerc.

(811 2)

0,01

0,01

Loonmatiging (811 0) Vak 10+

(857) 1,60 1,60

Loonmatiging (855) 1,69 1,69 Bevord. werkgel. & vorming

(852)

Begel. jongeren

(854) 0,05 0,05

0,10

Tijdel. werkl. & anc.toeslag

(859)

0,10

0,10 0,10

TOTAAL Commerciële ondernemingen -10 wn 13,07 39,16 33,18 +10 wn 13,07 40,87 34,87 +20 wn 13,07 40,88 34,88 Niet commerciële ondernemingen -10 wn 13,07 38,95 32,95 +10 wn 13,07 40,64 34,64 +20 wn 13,07 40,64 34,64 Situatie afhankelijke werkgeversbijdragen Fonds voor Bestaanszekerheid Arbeiders (820) sectorafhankelijk Bijdrage sectoraal pensioenfonds Arbeiders (825) sectorafhankelijk Forfaitaire bijdrage FBZ Arbeiders (826) sectorafhankelijk1 e (827) sectorafhankelijk2 Forfaitaire bijdrage 2 pensioenpijler Fonds voor Bestaanszekerheid Bedienden (830) sectorafhankelijk Bijdrage Sociaal Fonds PC 218 (831) 0,21 Bijdrage Sociaal Fonds PC 201 - voeding (832 0) 0,10 - niet voeding > 20 wns (832 5) 0,50 Bijdrage sectoriaal pensioenfonds Bedienden (835) sectorafhankelijk Forfaitaire bijdrage FBZ bedienden (836) sectorafhankelijk (837) sectorafhankelijk3 Forfaitaire bijdrage 2e pensioenpijler bed. Bijdrage storting WG extra-leg. pens. (851) 8,86 8,86 Solidariteitsbijdrage bedrijfsvoertuigen (862) CO2 uitstoot afhankelijk Loonbonus (888) 33,00 33,00 Solidariteitsbijdrage op verkeersboetes (889) 33,00 33,00


NUTTIGE CIJFERS Situatie afhankelijke werknemersbijdragen Bijzondere bijdrage Sociale Zekerheid (856) variabele werknemersbijdrage Bijdrage op winstparticipaties (861) 13,07 Bijdrage dubbel vakantiegeld bedienden (870) 13,07 1

PC 124, 140.04, 127

Wg

2

PC 130, 323

Omschrijving

3

PC 323

WNkengetal -10 wn

+10 wn

+20 wn

097

erkende uitzendbureaus

495

32,94

34,63

34,63

100

zelfstandige kleinhandel

015

39,18

40,87

40,88

100

zelfstandige kleinhandel

495

33,28

34,97

35,38

111

ziekenhuizen - IBF

015

38,95

40,64

40,64

111

ziekenhuizen - IBF

495

32,95

34,64

34,64

122

medisch-sociale sector

015

39,05

40,74

40,74

122

medisch-sociale sector

495

33,05

34,74

34,74

000 Basiscategorie

015 39,18

40,87

40,88

123 kappersbedrijven

015 56,55

58,24

58,25

000 Basiscategorie

495 33,18

34,87

34,88

123 kappersbedrijven

495 49,25

50,94

50,95

010

Aanv. Nat. Paritair Comité Bedienden

495

33,39

35,08

35,09

135

particuliere apotheken

015

39,05

40,74

40,74

011

wG - geen bijdragen FSO en SF218

015

38,95

40,64

40,64

011

wG - geen bijdragen FSO en SF218

495

32,95

34,64

34,64

135

particuliere apotheken

495

33,05

34,74

34,74

157 levensmiddelenbedrijven

015 39,78

41,47

41,48

157 levensmiddelenbedrijven

495 33,78

35,47

35,48

40,64

193 landbouw

015 50,72

52,41

52,42

34,64

34,64

193 landbouw

495 33,39

35,08

35,09

40,64

42,98

42,99

194 tuinbouwbedrijf

015 52,67

54,36

54,37

495

33,39

35,08

35,09

194 tuinbouwbedrijf

495 33,39

35,08

35,09

kleding en confectie

015

42,58

44,27

44,28

200 expeditiekantoren

015 39,18

40,87

40,88

kleding en confectie

495

34,01

35,7

35,71

200 expeditiekantoren

495 34,58

36,27

36,28

211

gezins- en bejaardenhulp

015

38,95

40,64

40,64

211

gezins- en bejaardenhulp

495

32,95

34,64

34,64

025 ziekenhuizen

015 38,95

40,64

40,64

025 ziekenhuizen

495 32,95

34,64

34,64

035

vrije beroepen

015

38,95

40,64

035

vrije beroepen

495

32,95

036*** drukkerijen

015

036*** drukkerijen 038 038

039 huisbedienden

015 39,18

40,87

40,88

039 huisbedienden

495 33,18

34,87

34,88

048 voedingsnijverheid

015 40,55

42,24

42,25

048 voedingsnijverheid

495 33,58

35,27

35,28

235

particuliere apotheken (bvba)

015

39,28

40,97

40,98

049 wasserijen

015 41,03

42,72

42,73

235

particuliere apotheken (bvba)

495

33,28

34,97

34,98

049 wasserijen

495 33,39

35,08

35,09

262

socio-culturele sector

015

38,95

40,64

40,64

052

groenten- en fruitconserven

015

40,55

42,24

42,25

262

socio-culturele sector

495

32,95

34,64

34,64

052

groenten- en fruitconserven

495

33,58

35,27

35,28

311 privé-ziekenhuizen

015 38,95

40,64

40,64

055

hout en stoffering

015

54,33

56,02

56,03

055

hout en stoffering

495

33,39

35,08

35,09

311 privé-ziekenhuizen

495 32,95

34,64

34,64

057

handel in voedingswaren

015

39,78

41,47

41,48

322 kinderopvang

015 39,05

40,74

40,74

057

handel in voedingswaren - bed. verkoop 495

33,28

34,97

34,98

322 kinderopvang

495 33,05

34,74

34,74

015 38,95

40,64

40,64

058 bakkerijen

015 40,05

41,74

41,75

330 privé-rusthuizen

058 bakkerijen

495 33,58

35,27

35,28

330 privé-rusthuizen

495 32,95

34,64

34,64

062 opvoedingsinstellingen

015 39,05

40,74

40,74

335

particuliere apotheken (vzw)

015

39,05

40,74

40,74

062 opvoedingsinstellingen

495 33,05

34,74

34,74

335

particuliere apotheken (vzw)

495

33,05

34,74

34,74

064 garagebedrijven

015 42,95

44,64

44,65

911 thuisverpleging

015 39,18

40,87

40,88

064 garagebedrijven

495 33,39

35,08

35,09

065 koetswerk

015 43,16

44,85

44,86

911 thuisverpleging

495 33,18

34,87

34,88

065 koetswerk

495 33,39

35,08

35,09

066

schoonmaak- en ontsmettingsbedrijven 015

56,63

58,32

58,33

066

schoonmaak- en ontsmettingsbedrijven 495

33,39

35,08

35,09

** Toe te voegen forfaitaire bijdrage hospitalisatieverzekering van € 25,00. *** Toe te voegen forfaitaire bijdrage 2e pensioenpijler PC 130 van € 34,00.

067 elektriciëns

015 55,66

57,35

57,36

067 elektriciëns

495 33,28

34,97

35,38

BOUWSECTOR

068 taxi

015 40,58

42,27

42,28

Wg

Omschrijving

WNkengetal

-10 wn

+10 wn

068 taxi

495 33,39

35,08

35,09

024

Bouw (ruwbouw)

015

53,83

55,54

54,05

072 geneesheer-specialisten

495 21,18

21,18

21,18

026

Bouw (afwerkingsondernemingen)

015

53,83

55,54

54,05

074

gesubsidieerd onderwijs

015

39,89

41,58

41,59

074

gesubsidieerd onderwijs

495

33,18

34,87

34,88

044

Bouw (muur- en grondbedekking)

015

53,83

55,54

54,05

054

Bouwbedrijf (voeg- en dakwerken)

015

53,83

55,54

54,05

077 metaalhandel

015 43,16

44,85

44,86

077 metaalhandel

495 33,28

34,97

35,38

078

edele metalen

015

41,88

43,57

43,58

078

edele metalen

495

33,28

34,97

35,38

079

recuperatie metalen

015

42,35

44,04

44,05

079

recuperatie metalen

495

33,39

35,08

35,09

+20 wn

Toe te voegen forfaitaire bijdrage fonds voor bestaanszekerheid: Categorie

arb < 25 jr indienst

arbeiders >= 58 jr

andere

330,00 EUR

530,00 EUR

630,00 EUR

026

239,00 EUR

439,00 EUR

539,00 EUR

319,00 EUR

519,00 EUR

619,00 EUR

319,00 EUR

519,00 EUR

619,00 EUR

024

083** transport

015

46,93

48,62

48,63

044

083** transport

495

34,58

36,27

36,28

054

091

handel in brandstoffen

015

60,93

62,62

62,63

091

handel in brandstoffen

495

33,28

34,97

35,38

HORECASECTOR

094

onderhoud parken en tuinen

015

51,67

53,36

53,37

Wg

015 40,48

42,17

42,18

495 34,48

36,17

36,18

Omschrijving

094

onderhoud parken en tuinen

495

33,39

35,08

35,09

017 Horeca

097

erkende uitzendbureaus

015

38,94

40,63

40,63

017 Horeca

WNkengetal

-10 wn

+10 wn

+20 wn

Nr 2 - MEI 2011 > 25


NUTTIGE CIJFERS

Memo voor de werkgever 1. OPZEGTERMIJNEN

LEEFTIJD ANCIËNNITEIT

1.1. OPZEGTERMIJNEN WERKLIEDEN ALGEMEEN (vanaf 01.10.2000)* ANCIËNNITEIT

- 6 maand*

VOOROPZEG WERKGEVER WET**

CAO75 ***

VOOROPZEG INGANGSWERKNEMER DATUM ****

7 dagen

7 dagen

3 dagen

MAANDWEDDE

UURLOON 40 uren

UURLOON 39 uren

UURLOON 38 uren

22 jaar

12 maanden

1.469,48

8,4778

8,6951

8,9240

21,5 jaar

6 maanden

1.452,80

8,3815

8,5964

8,8227

21 jaar

0 maand

1.415,24

8,1648

8,3742

8,5946

20 jaar

0 maand

1.330,33

7,6750

7,8718

8,0789

volg. kalenderdag

19 jaar

0 maand

1.245,41

7,1851

7,3693

7,5632

0 maand

1.160,50

6,6952

6,8669

7,0476

- 5 jaar

28 dagen

35 dagen

14 dagen

volg. maandag

18 jaar

- 10 jaar

28 dagen

42 dagen

14 dagen

volg. maandag

17 jaar

0 maand

1.075,58

6,2053

6,3644

6,5319

- 15 jaar

28 dagen

56 dagen

14 dagen

volg. maandag

16 jaar

0 maand

990,67

5,7154

5,8620

6,0162

- 20 jaar

28 dagen

84 dagen

14 dagen

volg. maandag

20 jaar en +

56 dagen

112 dagen

28 dagen

volg. maandag

* ** *** ****

Mits voorzien in het arbeidsreglement of in voorafgaand individueel akkoord. Indien geen sectorale afwijkende opzegtermijnen, doch wel sectorale werkzekerheids-of bestaanszekerheidsclausule. Indien geen sectorale afwijkende opzegtermijnen, werkzekerheids- of bestaanszekerheidsclausules. Indien geen sectorale afwijkende opzegtermijnen.

1.2. OPZEGTERMIJNEN BEDIENDEN (vanaf 01.01.2011) JAAR ANCIËNBEZOLDIGING NITEIT

VOOROPZEG WERKGEVER

VOOROPZEG WERKNEMER

TEGENOPZEG WERKNEMER

tot 30.535

3 maanden

1 1/2 maand

1 maand

- 5 jaar 5 à 10 jaar

6 maanden

3 maanden

1 maand

10 à 15 jaar

9 maanden

3 maanden

1 maand

enz. per 5 jaar telkens + 3 maanden

3 maanden

1 maand

30.535,01 tot 61.071

volgens overeenkomst werkgever/ werknemer met minimum volgens termijnen -30.535,01 jaarbezoldiging

max. 4 1/2 maand

2 maanden

61.071,01 en+

idem*

max. 6 maanden max. 4 maanden

4. MINIMUMVERGOEDINGEN LEERCONTRACTEN GEMEENSCHAP VLAAMSE 2011 297,94 1e jaar van de leertijd 397,27 2e jaar van de leertijd 490,09 3e jaar van de leertijd e 397,27 18 jaar: 1 jaar leertijd 446,92 2e jaar leertijd 3e jaar leertijd (vanaf 01.09.2010)* 490,09 - 4e jaar van de leertijd Plafond kinderbijslag (sinds 01.09.2010) 490,09

FRANSE 2011 DUITSE 2011 234,45 211,40 312,60 258,38 / 375,83 406,38 440,43 / 480,36 234,45 312,60 406,38 - 480,36 490,09 490,09

5. SLUITING VAN ONDERNEMINGEN (vanaf 01.09.2010) Sluitingsvergoeding 144,93 (max.= 2.898,60)

6. LOONGRENZEN SOCIALE UITKERINGEN (vanaf 01.09.2010) Werkloosheid 2.278,76 (vanaf 01.03.2011) Ziekteverzekering 3.139,13 Brugpensioen cao 3.554,10 (vanaf 01.01.2011) Halftijds brugpensioen 1.777,05 (vanaf 01.01.2011) Collectief ontslag 3.021,79

7. WERKLOOSHEID: AANTAL TE BEWIJZEN DAGEN IN DE REFERTEPERIODE

Ingangsdatum de eerste dag van de eerstvolgende kalendermaand * Eventueel akkoord bij indiensttreding

-36 jaar 36 tot 50 jaar boven 50 jaar

312 dagen (18 maanden vóór aanvraag) 468 dagen (27 maanden vóór aanvraag) 624 dagen (36 maanden vóór aanvraag)

8. LOONBESLAG op nettoloon (vanaf 01.01.2011) (*)

2. LOOPTIJD PROEFBEDING 2.1. PROEFTERMIJNEN WERKLIEDEN - min. 1 week - max. 2 weken (verbreking mogelijk zonder vooropzeg na 1e week) - verlengbaar met hoogstens 1 week schorsing

2.2. PROEFTERMIJNEN BEDIENDEN (vanaf 01.01.2011) - min. 1 maand - max. 6 maand (tot 36.604 jaarloon) of 12 maand (boven 36.604 jaarloon) - beëindiging mogelijk via 1 week opzeg met einde ten vroegste op de laatste dag 1e maand - onbeperkt verlengbaar door schorsing

3. MINIMUMLOON (vanaf 01.09.2010) Gemiddeld minimum maandinkomen voor sectoren die onder geen paritair comité vallen of geen eigen indexsysteem hebben.

0 - 1.003,00 1.003,01 - 1.077,00 1.077,01 - 1.188,00 1.188,01 - 1.300,00 Boven 1.300,00

= nihil = 20% = 30% = 40% = onbeperkt

(= 14,80) (= 33,30)** (= 44,80)

* verhoogd met 62 EUR per kind ten laste ** n.v.t. indien uitsluitend vervangsinkomen of zelfstandige activiteit

9. EDUCATIEF VERLOF 9.1. RECUPERATIE FOD WASO

Forfait, afhankelijk van diverse componenten

9.2. BETALING AAN WERKNEMER (vanaf 01.09.2009) 2.601 euro per maand

10. VERGOEDINGEN NACHTARBEID (vanaf 01.09.2010) uurtoeslag voor prestaties* - beneden 50 jaar - vanaf 50 jaar extra oplegvergoeding bovenop werkloosheid

1,06 1,27 129,97 (vanaf 01.01.2011)

* indien sectorieel of in onderneming geen andere regeling

26 > NR 2 - MEI 2011


NUTTIGE CIJFERS

> van kracht vanaf 1 MEI 2011 (= vanaf betaling 8 juni 2011)

Gezinsbijslag werknemers Het berekenen van de uit te betalen kinderbijslag is door de complexiteit van de reglementering echt specialistenwerk geworden. ADMB Kinderbijslagfonds zorgt er natuurlijk voor dat u het correcte bedrag ontvangt. Dit neemt niet weg dat de sociaal verzekerde graag controleert of hij de juiste bedragen uitbetaald krijgt. Dat kan op een eenvoudige manier via de E-tools op www.admb.be, waar een berekeningsmodule voor de meest courante situaties beschikbaar is. Daarnaast kan men ook de kinderbijslag berekenen aan de hand van onderstaande bedragen. I. BASISKINDERBIJSLAGEN 1. GEWONE KINDERBIJSLAG 1ste kind 2de kind 3de kind en elk der volgende

86,77 160,55 239,72

2. WEZEN (1) per weeskind

333,33

3. FORFAITAIRE KINDERBIJSLAG VOOR KINDEREN GEPLAATST BIJ EEN PARTICULIER per geplaatst kind

58,22

4. TOESLAG VOOR KINDEREN VAN INVALIDE WERKNEMERS (2) 1ste kind 2de kind 3de kind en elk der volgende 3de kind en elk volgend opgevoed in een éénoudergezin

95,04 27,38 4,81 22,08

5. TOESLAG VOOR KINDEREN VAN WERKLOZEN VAN MEER DAN ZES MAANDEN EN VAN GEPENSIONEERDEN (2) 1ste kind 2de kind 3de kind en elk der volgende 3de kind en elk volgend opgevoed in een éénoudergezin

44,17 27,38 4,81 22,08

6. TOESLAG VOOR KINDEREN OPGEVOED IN EEN EENOUDERGEZIN (3) 1ste kind 2de kind 3de kind en elk der volgende

44,17 27,38 22,08

II. SUPPLEMENTEN 1. BIJKOMENDE BIJSLAG VOOR GEHANDICAPTE KINDEREN VAN MINDER DAN 21 JAAR

Oude regeling zelfredzaamheidsgraad 0 - 3 punten zelfredzaamheidsgraad 4 - 6 punten zelfredzaamheidsgraad 7 - 9 punten

390,36 427,31 456,79

Nieuw systeem minder dan 6 punten in totaal waarvan minstens 4 voor de eerste pijler 6 - 8 punten in totaal waarvan minder dan 4 voor de eerste pijler 9 - 11 punten in totaal waarvan minder dan 4 voor de eerste pijler 6 - 11 punten in totaal waarvan minstens 4 voor de eerste pijler 12 - 14 punten. in totaal 15 - 17 punten in totaal 18 - 20 punten. in totaal + 20 punten in totaal

76,09 101,34 236,48 390,36 390,36 443,87 475,58 507,28

2. LEEFTIJDSBIJSLAGEN EERSTE KIND VAN DE GEWONE SCHAAL (niet getroffen door een aandoening) kind geboren na 31 december 1990 - kind van 6 tot 12 jaar 15,12 - kind van 12 tot 18 jaar 23,02 - kind ouder dan 18 jaar 26,53 - kind dat eerste rang wordt ter vervanging van een ander kind, vanaf 6 tot 18 jaar 30,15 - kind dat eerste rang wordt ter vervanging van een ander kind, vanaf 18 jaar 32,38 kind geboren vóór 1 januari 1991 - kind geboren tussen 1 januari 1985 en 31 december 1990, vanaf 18 jaar 32,38 ANDERE KINDEREN (ook kinderen met een aandoening) kind van 6 tot 12 jaar 30,15 kind van 12 tot 18 jaar 46,06 kind vanaf 18 jaar 58,57 GEHANDICAPTEN die vóór 1 juli 1966 geboren zijn 50,83 1ste rang andere kinderen 58,57 Deze kinderen ontvangen de gewone basisbijslag (zie punt I.1.) 3. JAARLIJKSE BIJSLAG (schoolpremie) (4) - kind van 0 tot en met 5 jaar - kind van 6 tot en met 11 jaar - kind van 12 tot en met 17 jaar - kind van 18 tot en met 24 jaar

26,53 56,31 78,83 79,59

III. KRAAMGELD - 1ste geboorte 1.175,56 884,47 - 2de geboorte en elk der volgende - elk kind uit een meerlingenzwangerschap 1.175,56 Het kraamgeld kan worden aangevraagd vanaf de zesde maand zwangerschap en de uitbetaling ervan kan bekomen worden twee maanden voor de vermoedelijke geboortedatum.

IV. ADOPTIEPREMIE 1.175,56 V. GRENSBEDRAGEN VOOR DE INKOMSTEN OF SOCIALE UITKERINGEN 1.Grensbedragen voor het rechtgevend kind Bedrag van het loon of de sociale uitkering waarboven de betrokkene rechtgevenden niet langer recht hebben op kinderbijslag 499,86 Zijn betrokken: - de jongere met een leerovereenkomst; - de werkzoekende die een winstgevende activiteit uitoefent of een sociale uitkering ontvangt; - de rechtgevende die niet langer onderworpen is aan de leerplicht en één van de types van secundair onderwijs met beperkt leerplan volgt die georganiseerd worden volgens de door de gemeenschappen bepaalde normen en daarnaast een winstgevende activiteit uitoefen of een sociale uitkering ontvangt; - de student die een bezoldigde stage verricht waarvan het volbrengen een voorwaarde is tot het verkrijgen van een wettelijk gereglementeerd diploma, getuigschrift of brevet. 2. Grensbedragen voor de rechthebbende Bedrag van de globale inkomsten van het gezin waar het kind verblijft waarboven geen sociale toeslag meer verleend wordt: - rechthebbende of bijslagtrekkende woont alleen met kind 2.144,07 - rechthebbende en partner wonen samen met kind 2.217,20 (1) Het weeskind waarvan de overlevende ouder hertrouwd is of een huishouden vormt, geniet van de gewone kinderbijslag. (2) Deze rechthebbenden moeten de hoedanigheid hebben van ‘rechthebbende met personen ten laste’, zoniet wordt de gewone kinderbijslag (zie I,1) betaald. (3) Het maandelijks bruto inkomen mag het toegelaten grensbedrag niet overschrijden (zie grensbedragen V). (4) Bedragen geldig voor 2010. De jaarlijkse bijslag wordt uitbetaald samen met de bijslag voor de maand juli (begin augustus). Nr 2 - MEI 2011 > 27


NUTTIGE CIJFERS

> van 01.09.2010

Tegemoetkoming aan gehandicapten Vanaf 1 mei 2011 worden alle onderstaande bedragen geïndexeerd met 2%. Bij het ter perse gaan waren de officiële cijfers nog niet gekend.

a) De inkomensvervangende tegemoetkoming(1): Cat. A (niet behorend tot B & C): Cat. B (alleenstaande gerechtigde): Cat. C (gerechtigde die huishouden vormt of kind ten laste heeft):

5.925,50 EUR 8.888,25 EUR 11.851,00 EUR

(1) Vrijstellingen op de inkomensvervangende tegemoetkoming: - € 2.962,75 (- ½ van categorie A) voor leden van het huishouden; - 50% tot € 4.329,61 en 25% op schijf tussen 4.416,27 en € 6.624,40 op het arbeidsinkomen van de gehandicapte; - € 621,70 voor andere inkomsten van de gehandicapte.

b) De integratietegemoetkoming(2): Deze bedragen worden toegekend in functie van de graad van zelfredzaamheid (uitgedrukt in punten):

Deze bedragen worden toegekend in functie van de graad van zelfredzaamheid (uitgedrukt in punten) aan de gehandicapte die tenminste 65 jaar oud is en niet reeds de bovenstaande uitkeringen geniet:

(2) De gerechtigde op een integratietegemoetkoming geniet sedert 01/09/2010 van een abattement van € 20.334,73 op het inkomen van de partner. Boven dit bedrag wordt de helft afgetrokken. Indien de gehandicapte er voordeel mee doet, wordt enkel de integratietegemoetkoming toegekend waarvan het bedrag verminderd wordt met de helft van het gedeelte van het beroepsinkomen van de gehandicapte dat € 20.334,73 overschrijdt. De vrijstelling op het vervangingsinkomen van de gehandicapte bedraagt € 2.904,55, indien de arbeidsvrijstelling niet hoger is dan € 17.429,77. Indien de arbeidsvrijstelling hoger is dan € 17.429,77 geldt de vrijstelling € 2.904,55 (arbeidsvrijstelling -17.429,77). Op de andere inkomsten gelden specifieke vrijstellingen. Het recht op deze tegemoetkomingen vervalt niet bij het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.

Categorie I Categorie II Categorie III Categorie IV Categorie V

(3) Deze tegemoetkoming wordt verminderd met het bedrag van het inkomen (het pensioen wordt slechts voor 90% gerekend) dat volgende grenzen overschrijdt: € 14.701,40 voor een gerechtigde met personen ten laste, € 11.765,03 voor een alleenstaande en voor een samenwonende.

Categorie I Categorie II Categorie III Categorie IV Categorie V

(7 tot 8 punten) (9 tot 11 punten) (12 tot 14punten) (15 tot 16 punten) (17 tot 18 punten)

1.082,50 EUR 3.688,76 EUR 5.894,18 EUR 8.587,07 EUR 9.741,49 EUR

C) De tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden(3):

(7 tot 8 punten) (9 tot 11 punten) (12 tot 14 punten) (15 tot 16 punten) (17 tot 18 punten)

925,06 EUR 3.531,18 EUR 4.293,35 EUR 5.055,29 EUR 6.209,71 EUR

Enkele nuttige pensioenbedragen Vanaf 1 mei 2011 worden alle onderstaande bedragen geïndexeerd met 2%. Bij het ter perse gaan waren de officiële cijfers nog niet gekend.

Gewaarborgde minimumbedragen voor werknemers met ingang 01/09/2010 Bij een volledige loopbaan (45 jaar) worden in de pensioenregeling van de werknemers minstens volgende bedragen toegekend. Ieder jaar in de loopbaan dient wel aan specifieke voorwaarden te voldoen. Indien geen volledige loopbaan kan bewezen worden maar minstens 2/3 van een volledige loopbaan, dan dient het toegekende pensioen minstens overeen te stemmen met onderstaande bedragen, herleid in verhouding tot de bewezen loopbaan. Gezinspensioen Pensioen als alleenstaande Overlevingspensioen

JAARBEDRAGEN MAANDBEDRAGEN 15.369,88 EUR 1.280,82 EUR 12.299,77 EUR 1.024,98 EUR 12.106,39 EUR 1.008,87 EUR

Gewaarborgde minimumbedragen voor zelfstandigen met ingang 01/09/2010 Indien 2/3 of een volledige loopbaan (45 jaar) bewezen wordt in de pensioenregeling van de zelfstandigen of bij samentelling van de behaalde loopbaan als zelfstandige en als werknemer, dan dient het pensioen van de zelfstandigen minstens onderstaande bedragen te 28 > NR 2 - MEI 2011

evenaren, herleid in verhouding tot de in de regeling van de zelfstandigen behaalde kwartalen. De aanpassing aan deze bedragen gebeurt niet of wordt zodanig beperkt, dat het totaal van het uiteindelijk toekenbare pensioen als zelfstandige en als werknemer de grensbedragen van het gewaarborgd inkomen niet overschrijdt. Gezinspensioen Pensioen als alleenstaande Overlevingspensioen

JAARBEDRAGEN MAANDBEDRAGEN 15.097,26 EUR 1.258,11 EUR 11.574,41 EUR 964,53 EUR 11.574,41 EUR 964,53 EUR

Inkomensgarantie voor ouderen met ingang 01/09/2010 Is de totaliteit van het pensioen (90 %) en de overige bestaansmiddelen (na aftrek van diverse abattementen) kleiner dan deze grensbedragen, dan wordt het verschil bijgepast. Voor een samenwonende Voor een alleenstaande

JAARBEDRAGEN MAANDBEDRAGEN 7.330,63 EUR 610,89 EUR 10.995,95 EUR 916,33 EUR


NUTTIGE CIJFERS

Toegelaten activiteit gepensioneerden: grenzen 2011 Toegelaten beroepsbezigheid voor gepensioneerden onveranderd vanaf 2008 BEROEPSACTIVITEIT ALS

RUSTPENSIOEN EN RUSTEN OVERLEVINGSPENSIOEN VOOR DE WETTELIJKE PENSIOENLEEFTIJD (1)

UITSLUITEND OVERLEVINGSPENSIOEN VOOR DE WETTELIJKE PENSIOENLEEFTIJD (1)

RUSTPENSIOEN EN OVERLEVINGSPENSIOEN NA DE WETTELIJKE PENSIOENLEEFTIJD (1)

Werknemer(2) bruto beroepsinkomen

7.421,57 EUR

17.280,00 EUR

21.436,50 EUR

Werknemer(2) bruto beroepsinkomen - met kinderlast

11.132,37 EUR

21.600,00 EUR

26.075,00 EUR

Zelfstandige(2) netto beroepsinkomen

5.937,26 EUR

13.824,00 EUR

17.149,19 EUR

Zelfstandige(2) netto beroepsinkomen - met kinderlast

8.905,89 EUR

17.280,00 EUR

20.859,97 EUR

(1) De wettelijke pensioenleeftijd is 65 jaar voor werknemers en zelfstandigen. (2) Voor een activiteit als werknemer geldt het bruto beroepsinkomen; voor een activiteit als zelfstandige geldt het netto-inkomen. Het netto-inkomen zelfstandige is gelijk aan 80 % van het bruto beroepsinkomen werknemer. Deze bedragen gelden op jaarbasis. Voor een gedeelte van een jaar moeten ze omgedeeld worden (pro rata van het aantal maanden waarin een pensioen gecumuleerd wordt met een toegelaten beroepsbezigheid). Bron: KB van 17/03/2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen (BS 23/03/2004), KB van 17/03/2004 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (BS 23/03/2004), KB van 23/12/2005 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (BS 30/12/2005)

altijd in uw buurt Of het nu gaat om bescherming tegen de risico’s van het leven. Om oplossingen voor de plannen van je leven. Of financiële zekerheid voor de rest van je leven. Bij AXA vergeten wij nooit om wiens leven het gaat. Of het dus gaat om een belegging, een krediet of een verzekering. Er altijd een verzekeringsmakelaar ViaisADMB zijn we steeds in uw buurt.in uw buurt.

AXA Belgium, NV van verzekeringen toegelaten onder het nr. 0039 om de takken leven en niet-leven te beoefenen (KB 04-07-1979, BS 14-07-1979) - Maatschappelijke zetel : Vorstlaan 25 - B-1170 Brussel (België) Internet : www.axa.be - Tel. : 02 678 61 11 - Fax : 02 678 93 40 - KBO nr. : BTW BE 0404.483.367 RPR Brussel 0411 - V.U. : Mieke Debeerst, AXA Belgium nv, Vorstlaan 25 - 1170 Brussel

Insertion pub courtier NL 2011 A5.indd 1

7/04/11 08:10

Nr 2 - MEI 2011 > 29


nuttige cijfers

Dagvergoeding zelfstandigen Vanaf 1 mei 2011 zijn de hieronder vermelde dagbedragen (ziektevergoeding voor zelfstandigen) van kracht:

www.mercator.be

Arbeidsongeschikte zelfstandigen met een beperkte zelfredzaamheid (niet minder dan 11 punten) kunnen aanspraak maken op een tegemoetkoming voor hulp van derden. Deze bedraagt sinds 1 mei 2011 € 13,25 per dag. De tegemoetkoming kan worden toegekend vanaf de vierde Meer dan verzekerd maand arbeidsongeschiktheid. De moederschapsuitkering voor zelfstandige vrouwen en meewerkende echtgenotes wordt sinds 1 mei 2011 vastgesteld volgens een wekelijks forfaitair brutobedrag van € 390,88 voor de gekozen duur van de moederschapsrust. Sinds 1 januari 2010 kan de moederschapsrust verlengd worden weAdvertentie ADMB 2010.indd 1 gens hospitalisatie van meer dan zeven dagen van de pasgeborene. Het vaderschapsverlof kan toegekend worden ter vervanging van moederschapsrust in geval van overlijden van de moeder.

Baloise Group

15/12/2009 9:06:40

PRIMAIRE ARBEIDSONGESCHIKTHEID 2de t.e.m.12de maand met gezinslast alleenstaande samenwonende zonder gezinslast

49,35 EUR 37,84 EUR 30,84 EUR

INVALIDITEIT - vanaf het 2de jaar met gezinslast alleenstaande samenwonende zonder gezinslast

49,35 EUR 37,84 EUR 30,84 EUR

Wenst u een persoonlijk bezoek van een adviseur van ADMB?

INVALIDITEIT (met stopzetting bedrijf) - vanaf het 2de jaar alleenstaande samenwonende zonder gezinslast

Index maand

Wij helpen u graag verder!

Opgelet: Nieuwe index vanaf 2006 Vanaf 1998: op basis 1996 = 100 / Vanaf 2006: op basis 2004 = 100 index ‘09

*1

Bel 050 474 478 of mail isabelle.verbist@admb.be

50,25 EUR 40,21 EUR 34,48 EUR

met gezinslast

*G

index ‘10 *G.4

*1

*G

index ‘11 *G.4

*1

*G

*G.4

januari

111,36

111,45

111,27

112,05

111,36

110,93

115,66

114,38

113,81

februari

111,74

111,75

111,38

112,52

111,90

111,24

116,33

115,05

114,21

maart

111,10

111,07

111,38

112,94

112,11

111,58

116,91

115,39

114,67

april

111,33

111,17

111,36

113,33

112,34

111,93

117,20

115,57

115,10

mei

111,25

110,96

111,24

113,78

112,72

112,27

juni

111,04

110,50

110,93

113,77

112,74

112,48

juli

110,97

110,48

110,78

113,82

112,86

112,67

augustus

111,31

110,66

110,65

113,89

112,94

112,82

september

111,02

110,46

110,53

114,25

113,29

112,96

oktober

111,07

110,64

110,56

114,41

113,46

113,14

november

111,36

110,75

110,63

114,55

113,55

112,31

december

111,54

110,96

110,70

115,00

113,84

113,54

30 > NR 2 - MEI 2011

*1 = *G = *G.4 = =

index consumptieprijzen gezondheidsindex viermaandelijks gemiddelde van de gezondheidsindex basis voor loonindexatie

Omschakelingsvoeten voor overgang van het ene indexcijfer naar het andere. oude index *1 x 0,8701 = nieuwe index *1 nieuwe index *1 x 1,1493 = oude index *1 oude index *G en *G.4 x 0,8790 = nieuwe index *G en *G4 nieuwe index *G en *G.4 x 1,1377 = oude *G en *G4


ADRESSEN SOCIAAL BUREAU

PROVIKMO

ANDERE DIENSTEN

WEST-VLAANDEREN 8000 BRUGGE St-Clarastraat 48 ’t Zand 20 8200 BRUGGE Dirk Martensstraat 26 Jan Breydellaan 107 8600 DIKSMUIDE Gasthuisstraat 1 8530 HARELBEKE Marktstraat 41 8900 IEPER Maarsch. Fochlaan 34 8870 IZEGEM Burg. Vandenbogaerdeln 72 8300 KNOKKE Elizabethlaan 209 8500 KORTRIJK Koning Leopold-1-straat 18 Lange Steenstraat 10 Reepkaai 4 8930 MENEN St-Jansmolenstraat 11 Oude Leielaan 83a 8400 OOSTENDE Wapenplein 10 8970 POPERINGE Deken de Bolaan 1 Burg. Bertenplein 10 8800 ROESELARE Ovenstraat 5

050 47 41 11

050 47 41 11 050 33 13 13 050 47 47 47

050 47 49 29 051 50 23 54

051 50 04 01

056 70 15 91 056 70 15 92 056 71 38 34 057 21 83 73 057 22 86 67 057 22 86 86 051 33 63 70 051 32 15 98 051 30 19 89 050 55 29 88 056 23 94 60 056 26 44 44 056 24 24 50 056 51 13 98

056 51 13 98 056 53 27 97 059 55 19 19

057 33 36 20 057 22 86 67 057 33 35 79 057 33 32 96 051 26 06 00 051 24 84 00 051 40 54 71

051 40 24 31

050 22 08 96 050 21 66 30 058 31 07 50 058 31 57 27 058 31 19 02 056 62 51 50 056 62 04 60 056 41 03 68

BRABANT 1730 ASSE Bloklaan 5 (Huize Stas) Markt 3 1000 BRUSSEL Koningsstraat 75 Spastraat 8 3290 DIEST Michel Theysstraat 81 1500 HALLE Vanden Eeckhoudtstraat 13/1

3000 LEUVEN Diestsevest 82 1840 LONDERZEEL “De Burcht” 5A 3300 TIENEN Goossensvest 42 1930 ZAVENTEM Kerkplein 25 B4

PROVIKMO

ANDERE DIENSTEN

016 22 45 95

016 28 44 41 052 31 16 36

016 81 24 45

016 80 47 11

02 725 17 90

ANTWERPEN 2000 ANTWERPEN Bataviastraat 11 Oudeleeuwenrui 25 2650 EDEGEM Oude Godstraat 110 2440 GEEL Diestseweg 63 2200 HERENTALS Belgiëlaan 52a Kloosterstraat 1 Atealaan 65 bus 3 2500 LIER Kruisbogenhofstraat 23 & 27 2800 MECHELEN Oude Brusselsestraat 8 Oude Brusselsestraat 14 2870 PUURS Rijksweg 9 2300 TURNHOUT De Merodelei 236 2260 WESTERLO De Merodedreef 100

03 204 70 60 03 213 92 80

03 213 92 50 03 457 34 16

014 58 00 88

014 58 00 88

014 22 37 33 014 23 17 23 014 84 94 90 03 488 43 61 015 41 10 47 015 41 43 71 03 866 12 26 03 886 03 56 03 860 25 59 014 42 17 62 014 54 61 34

014 54 41 52

OOST-VLAANDEREN

Ovenstraat 37 en Arme Klarenstraat 55 8700 TIELT Tramstraat 10 8820 TORHOUT Zuidstraat 18 8630 VEURNE Lindendreef 9 Duinkerkestraat 17 8790 WAREGEM Westerlaan 29 ’t Pand 349 8560 WEVELGEM Lauwestraat 166

SOCIAAL BUREAU

02 453 01 69 02 453 09 23

02 238 05 11

02 360 31 83

053 21 57 78 053 60 62 50 052 21 21 16 09 376 76 97

09 377 18 08

09 210 82 13 09 235 49 23 09 235 49 61 09 235 49 11 055 23 29 29 055 20 62 42 03 760 14 50 03 760 14 30

LIMBURG

02 250 00 30 02 250 00 57

013 31 32 34

9300 AALST Dirk Martensstraat 67 Parklaan 47 9200 DENDERMONDE Hoogveld 22 9900 EEKLO Stationstraat 17 9050 GENTBRUGGE Land van Rodelaan 20 9000 GENT Lange Kruisstraat 7 9700 OUDENAARDE Einestraat 26 9600 RONSE Stationsstraat 6 9100 SINT-NIKLAAS Knaptandstraat 204

3600 GENK Dieplaan 61 3500 HASSELT Maastrichtersteenweg 254 3910 NEERPELT Heerstraat 37/1

089 35 30 86 011 26 31 71 011 26 30 30 011 64 24 81 Nr 2 - MEI 2011 > 31


BELGIE-BELGIQUE

P.B. - P.P. B-729 DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT - JAARGANG 56 NUMMER 2 - MEI 2011 HOOFDKANTOOR: SINT-CLARASTRAAT 48, 8000 BRUGGE AFGIFTEKANTOOR: GENT X - P409699

www.admb.jobs centraliseert alle vacatures van ADMB en van ondernemingen die een beroep doen op ADMB voor het vinden van een geschikte medewerker. Via de gebruiksvriendelijke jobzoeker kan je heel vlot vacatures zoeken in je buurt. Surf nu naar www.admb.jobs en solliciteer voor jouw toekomstige job!

Een greep uit ons jobaanbod:

Regio Brussel, Brabant, Antwerpen en Limburg

Regio West- en Oost-Vlaanderen

» Financieel Analist/Accountant

» Bedienden Loonadministratie

Senior Living Group – Kontich

» Deeltijds(e) Bedrijfsjurist(e)

ADMB Sociaal Bureau – Brugge & Knokke

» Senior JAVA developer Provikmo – Brugge

Senior Living Group – Kontich

» Campusverantwoordelijke

» (Senior) JAVA & .Net Developers ADMB iS – Brugge

Syntra Brussel – Brussel

» Account Executive

» Verantwoordelijke Werkplaats Trevi – Brussel

» Business Analist

Unizo – Brussel

» Administratief Inputbediende

ADMB Kinderbijslagfonds – Brugge

» Medewerker Technische Dienst Woonmaatschappij Ijzer & Zee – Veurne

Zenito – Brussel

» Administratief Bediende Artikelbeheer/Kostprijsberekening Romeck Food International – Lokeren

Meer info over deze vacatures: www.admb.jobs

Contactgegevens van onze kantoren: West- of Oost-Vlaanderen: ADMB HR Services, Jan Breydellaan 107, 8200 Brugge, select@admb.be Brussel, Brabant, Antwerpen en Limburg: ADMB HR Services, Koningsstraat 75 bus 4, 1000 Brussel, select.bxl@admb.be

www.admb.be

Erkend wervings-en selectiebureau VG.29/BO, B-AA04.21 & W.RS/SO.276 - lid Federgon.

» Functioneel Business Analist

Motogroup – Brugge


ADMB Info mei 2011